De Castricumse familie Schermer

Uit de Schermeer

De naam Schermer is al heel oud. Wij kennen de naam tegenwoordig als de uitgestrekte polder ten Oosten van de stad Alkmaar. De naam Schermer wordt al in het jaar 1063 genoemd als naam van een nabijgelegen plaats. De Schermer, vroeger ‘De Schermeer’ genoemd, was vooral de naam van het grote meer, dat reeds in de middeleeuwen gevaar opleverde voor de oeverbewoners. Tegenover de voortschrijdende afkalving van de oevers werden in die periode reeds maatregelen getroffen. Door een groepje kapitaalkrachtige ondernemers werd vanuit Alkmaar de bedijking en droogmaking van de Schermer georganiseerd en gefinancierd. In het jaar 1635 werd de nieuwe polder drooggelegd. Een jaar later werd een nieuw wapen voor de Schermer in gebruik genomen, dat als volgt is geregistreerd: ‘op groen een aanziende engel houdende in de rechterhand een zwaard en in de linkerhand een schild van blauw, beladen met een gouden molen.’ Als titel is het meegegeven : Schermeer’s Beschermer. Het symboliseert een engel, die als beschermer optreedt tegen het gevaar van het water.

Zoals dat voor veel plaatsnamen geldt, kwam ook de naam Schermer alsĀ familienaam in omloop. Deze naam kan gegeven zijn door plaatsgenoten aan mensen, die afkomstig waren uit de Schermer of vĆ²Ć²r de drooglegging kwamen van het Schermereiland (het gebied tussen de meren Beemster en Schermer). Zo kan deze familienaam op verschillende plaatsen zijn ontstaan en gegeven zijn of aangenomen zijn door personen, die geen enkele familierelatie met elkaar hebben.

Zo vinden we de eerste Schermer van onze Castricumse familie in 1672 in de Bergermeer. Er is ook een uitgebreide R.K. familie Schermer, woonachtig in en om de stad Hoorn. Deze familie is terug te voeren tot ene Willem Pietersz Schermer, omstreeks 1670 geboren in Hoorn. Er zijn ook R.K.geslachten Schermer te vinden in Wormerveer en Zaandam. Tussen deze vier geslachten kon geen onderlinge verwantschap worden aangetoond. In Noord-Holland bestaan ook enkele niet-R.K. geslachten Schermer, waarmee evenmin verwantschap bestond.

De verspreiding van de familie Schermer in Nederland

Aan de hand van de gegevens van de meest recent gepubliceerde volkstelling uit 1947 kan worden nagegaan hoe de familie Schermer in dat jaar over Nederland was verspreid. Er woonden in 1947 in ons land 727 mensen met de naam Schermer. Het overgrote deel, 477, woonde in de provincie Noord-Holland; op de tweede plaats komt de provincie Zuid-Holland met 205 personen, waarvan bijna allen in de steden Rotterdam (101) en Den Haag (75). Buiten Noord- en Zuid-Holland komt de naam Schermer in de overige provincies nauwelijks voor (minder dan 10).

In Noord-Holland wonen de meeste Schermer’s in Castricum en Amsterdam met elk 61 naamgenoten. Op de 3e plaats komt Zaandam met 38 personen. De gemeenten in Noord-Holland met 10 of meer naamgenoten zijn: Alkmaar(29), Hoorn(28), Haarlem(15), Wormer(15), Beemster(13), Limmen (13), Nibbixwoud (13), Hoogwoud (11), Twisk (10), Velsen (10) en Zijpe (10).

Naast Schermer komt in 1947 in Nederland ook de naam Schermers voor met in totaal 71 personen, waarvan het overgrote deel in Zuid-Holland woont (23 in Dordrecht). Waarschijnlijk is er geen samenhang van deze familienaam met de naam Schermer.

Van de Castricumse familie Schermer bestaat voor zover nagegaan geen familiewapen.

De familie Schermer in Castricum.

De Castricumse familie Schermer is terug te voeren tot Willem Pieterszoon Schermer. Van deze Willem is weinig bekend. Bij een eigendomsoverdracht in 1672 woont hij in de Bergermeer. Willem is naar schatting geboren omstreeks 1635. Hij was getrouwd met Trijntje Jacobsdochter Dekker. Uit dit huwelijk komen de zoons Aris, Cornelis en Pieter. Van deze drie kinderen is Cornelis relatief jong overleden, een zoon Jan nalatend. Van deze Jan Corneliszoon Schermer is verder niets bekend. Pieter woont in het centrum van Egmond aan den Hoef aan het Mallegat, is gehuwd met Aagje Maartensdr Bestert en overlijdt kinderloos in 1713.

Het geslacht Schermer wordt voortgezet door zoon Aris. Deze Aris Willemszoon Schermer is naar schatting omstreeks 1660 geboren. Hij trouwt in 1684 in Bergen met Trijn Jansdochter uit Schagen. Aris koopt in 1694 een huis en erf gelegen aan de toen zogenoemde Lijweg op de Achterhoef , een plaats in het centrum van Egmond aan den Hoef, ruim honderd meter ten westen van de Herenweg, tegenover de R.K. kerk. In dit huis heeft Aris met zijn gezin gewoond. Hij koopt in de loop der jaren nog enkele percelen land, waaronder in 1703 een stuk land genaamd Roodenburgh, ter groote van ongeveer 2 morgen en gelegen tegenover zijn huis aan de Lijweg. Beschreven is een conflict dat hij had met de Graaf van Portland, houtvester van Holland en West-Friesland en met Pieter Hop, baljuw van de Egmonden, over het eigendom van een aantal zware iepen, op de (veronderstelde) grens van zijn land.

Aris heeft drie zoons, Willem, Jan en Pieter, waarvan Jan het geslacht zal voortzetten. Willem en Pieter hebben waarschijnlijk geen nageslacht, van hen is niets meer aangetroffen.

Jan Ariszoon Schermer werd geboren omstreeks 1685. Hij huwde in 1712 met Grietje Ruijgenwerf, dochter van Floris Ruijgenwerf en Sijbrechtje Doeven. Het echtpaar krijgt acht kinderen, waaronder drie zoons, waarvan voor zover bekend alleen Floris Schermer, geboren in 1715 in Rinnegom, het geslacht zal voortzetten.

Floris Janszoon Schermer trouwde in 1750 met de Heemskerkse Antje Hendriks Diemeer. Kort voor zijn huwelijk kocht hij in het Heemskerkerduin boerderij Zuidendt met een stal vee. Deze boerderij bestaat nog steeds en staat aan het verlengde van de Hondsbosseweg.

Na het overlijden van Floris Schermer in 1777 doet zoon Jan het werk op de boerderij en sticht na zijn huwelijk in 1781 zijn gezin. De kinderen van Jan Florisz Schermer en Hillegonda Knaap gaan verschillende richtingen uit. De oudste zoon Floris is veehouder in de Egmondermeer; zijn nakomelingen hebben zich vooral in Alkmaar gevestigd. Zoon Jan is winkelier en tabaksverkoper en woont aan de Laat te Alkmaar; hij heeft geen nageslacht. Dochter Maartje trouwt met Jan de Ruijter en blijft op boerderij Zuidendt in het Heemskerkerduin wonen. Zoon Klaas Schermer gaat wonen in de Duinderbuurt in Heemskerk. Deze tak wordt voortgezet door zijn zoons Jan en Dirk Schermer, die na hun huwelijk in resp. 1845 en 1840 op het Noordend en in de Oosterbuurt in Castricum gaan wonen. Beide broers vormen de stamvaders van de Castricumse familie Schermer.

A.G.P. Sminia-Wouters, S.P.A. Zuurbier, Werkgroep Oud-Castricum, Jaarboekje 17 (1994)

Dit jaarboek Ā geeft de gedetailleerde uitwerking van de afstammelingen van Klaas Schermer, met veel familiefoto’s.

De Castricumse familie Res

Uit Frankrijk

De familie Res is van Franse afkomst. Op 27 juli 1764 trouwde ene Bernard Louis Rech te Amsterdam. In de huwelijksacte staat aangegeven, dat hij afkomstig is van Lagarde. Bij zijn huwelijk was hij 35 jaar oud, dus moet hij omstreeks 1729 zijn geboren. Na het overlijden van zijn eerste vrouw hertrouwt hij in 1779 met Geertruij van Doornenburg (in ondertekening huw.acte: DoorenbĆ¼rg). In deze acte staat aangegeven, dat hij afkomstig is van BoergĆ©. Onduidelijk is uit welke streek van Frankrijk Bernard Louis Rech is gekomen, daar er meerdere dorpjes Lagarde zijn en er mogelijk met BoergĆ© de stad Bourges bedoeld zou kunnen zijn. Bernard woonde in Amsterdam eerst op het Keizerrijk en later op de Bierkaai. Omstreeks 1782 verhuisde hij naar West-Zaandam. Zijn enige zoon Willem trouwde in 1796 en ging in Oost-Zaandam wonen. De naam Rech(e) is inmiddels vernederlandst tot Res. Willem overleed al op 38-jarige leeftijd, nadat ruim een maand daarvoor zijn nog jonge kinderen van 6 en 4 jaar, vermoedelijk aan eenzelfde besmettelijke ziekte zijn overleden. Op dat moment zijn nog in leven de kinderen Bernardus, 9 jaar oud, en Anthonie, een half jaar oud, dan nog de enige naamdragers met de naam Res.

Anthonie wordt kleermaker en blijft ongehuwd. Bernardus heeft besloten om zich te wijden aan de geneeskunst; deze keuze kan mogelijk te maken hebben gehad met het jong overlijden van zijn vader en broertjes.

Bernardus maakt gebruik van de toenmalige medische opleidingsmogelijkheden en werkt zich op tot heelmeester voor het platteland. Hij slaagt voor het betreffende examen op 12 maart 1828 in Haarlem. Kort daarop vestigt hij zich in Castricum en begint daar zijn praktijk. In 1811 trouwt hij met Johanna Maria Kuin, tot dan dienstbode bij pastoor Ruijgrok van de Werve in de Oosterbuurt van Castricum. Bernardus zal niet oud worden. Op 27 maart 1845 overlijdt hij, daarbij drie zoons en een dochter nalatend. Zijn oudste zoon Jan wordt timmerman/aannemer en zoon Willem wordt agrariƫr. Zij zullen verder het geslacht voortzetten, waarbij onder de afstammelingen van Jan nog steeds de aannemers te vinden zijn en onder die van Willem nog overwegend de agrariƫrs.

S.P.A. Zuurbier, Stichting Werkgroep Oud-Castricum, Voor meer info: 6e Jaarboekje, 1983

Op de medische loopbaan van Bernardus Res in Castricum (1828 – 1845) wordt verder ingegaan in een artikel, gepubliceerd in het 17e Jaarboekje (1994) van de Werkgroep Oud-Castricum: ‘Chirurgijns, heelmeesters en de gezondheid van de Castricummer’, auteur W. Hespe.

De Castricumse familie Lute

Uit Duitsland

De familie Lute is terug te voeren tot de plaats Rheinberg ten westen van Dinslaken in West Duitsland. Ene Jan Janszoon Lute, die waarschijnlijk vĆ²Ć²r 1700 in Rheinberg is geboren, vestigde zich in Oost-Zaandam (ook wel Zardam geheten). Uit zijn huwelijk met Grietje Sijmonsdochter Kramer wordt een zoon Jan geboren. Deze Jan Lute, vermoedelijk schipper van beroep, trouwt in 1746 met Aaltje Muusdochter Kleef, een schippersdochter uit Limmen. Jan overlijdt op betrekkelijk jonge leeftijd in 1754 in Zaandam en zijn vrouw Aaltje gaat met haar zoontje – ook Jan geheten – weer terug naar haar oorspronkelijke woonplaats Limmen, alwaar haar vader nog woonde. Aan deze zoon Jan wordt een deel van vaders erfgoed toegewezen. Hiertoe behoorde een visboeier, die voer van Limmen op Amsterdam en een stuk land gelegen in Limmen achter Dampegeest. Deze Jan Lute is eveneens schipper van beroep. In 1797 raakt hij nog in een proces verwikkeld over het uitbaggeren van de Disseldorpervaart tot de Akerslotersluis. Jan trouwde met Aagje Krammer en mag inwonen in het huis van zijn moeder te Limmen. Hij overlijdt in 1803, daarbij 3 minderjarige kinderen achterlatend, Jan, Dirk en Cornelis. Aagje hertrouwt in 1805 met Harmanus Kramer, broodbakker van beroep. Van de drie zoons worden Jan en Cornelis, naar het voorbeeld van hun stiefvader, eveneens broodbakker. Dirk wordt boerenknecht en overlijdt ongehuwd op 29 jarige leeftijd. De oudste zoon Jan woont na zijn huwelijk eerst in Warmenhuizen, daarna in Beverwijk. Hij schrijft zijn achternaam, evenals zijn kinderen, consequent met een n op het eind: Luten.

Het begin van de Castricumse periode

De jongste zoon Cornelis zal het geslacht verder voortzetten. Hij woont direct na zijn huwelijk in 1815 voor een korte periode in Akersloot en Uitgeest en komt omstreeks 1818 in Castricum wonen, waar hij een gedeelte van de boerderij bewoont, die bekend is geworden als Het Knophuis – eertijds woning van de Schout en met een zeer rijke geschiedenis. Met de komst van Cornelis Lute breekt de Castricumse periode van de familie Lute aan.

S.P.A. Zuurbier, A. Glorie-van der Steen, Werkgroep Oud-Castricum, Jaarboekje 8 (1985)

De Castricumse familie Glorie

De oudst bekende stamvader

De Castricumse familie Glorie gaat rechtsstreeks terug op Claas Jansz Glorie, die omstreeks 1720 geboren moet zijn. Hij komt niet in Castricum in de doopboeken voor en zal dus elders geboren zijn, hoewel niet bekend is waar. Zijn huwelijk, met Antje Baartsdr IJpelaan, vond plaats op 14 januari 1742 in Castricum. In dat jaar kocht hij een boerderij met een stuk land gelegen op het Noordend. Bruid en bruidegom waren niet onbemiddeld, want zij betaalden het hoogste bedrag aan impost (belasting) op het trouwen. Claas was geruime tijd betrokken bij het Castricumse gemeentebestuur, als schepen, als armmeester en als kerkmeester van de R.K. kerk. Hij overleed in 1787.

Jan Glorie (1746 – 1813)

Claas Jansz Glorie had slechts Ć©Ć©n zoon, Jan Glorie, die werd geboren in 1746. Deze trouwde omstreeks 1775 met Aagje van der Laan, die reeds op 29 jarige leeftijd overleed. In 1783 hertrouwde Jan met de veel jongere, uit Limmen afkomstige Aagje Kraakman. Deze Aagje was niet onbemiddeld en bezat o.a. een boerderij en 30 morgen land in de Schermer. Jan Glorie zelf had ook een aanzienlijk bezit aan land, in Castricum ruim 33 ha in vooral de Oosterbuurt en de Castricummer polder gelegen en verder in Limmen en Wimmenum (Egmond aan de Hoef). Hij bezat ook drie boerderijen aan de Bredeweg. Evenals zijn vader Claas was Jan Glorie geruime tijd lid van gemeentebestuur van Castricum, waarin hij in 1792 als schepen werd gekozen. Uit het huwelijk met Aagje van der Laan werd in 1777 een zoon Klaas geboren. Uit het huwelijk van deze Klaas Glorie in 1803 met Antje Nanne werden 3 zoons geboren, Wulbert, Frans en Cornelis, waarmee de familie Glorie zich in Castricum begint te vertakken. Over het nageslacht van deze Glorie’s geeft bovengenoemd jaarboekje verdere bijzonderheden.

De naam Glorie

De afstamming van Claas Jansz Glorie is niet bekend. De naam komt in deze periode niet in Castricum en ook nauwelijks in de omgeving voor. De vader van Claas heette in ieder geval Jan Glorie.

Met betrekking tot de naam Jan Glorie zijn bij genealogisch onderzoek overigens wel enkele gevens gevonden. De allereerste vermelding in Alkmaar vinden we in 1694 waar ene Jan Glorie en zijn vrouw Franchoijse Verstraeten (ook wel Francijntje Akermaakster genoemd), beide wonende buiten de Kennemerspoort in Alkmaar hun testament maken. Dit gebeurt eveneens in 1706 bij het 2e huwelijk van Jan Glorie met Maria Albregt. In dit testament worden de broers Victor Glory en Michiel Glory genoemd. De schrijfwijze van de naam Glorie en Glory wordt in deze periode door elkaar gebruikt. Jan Glorie trouwt nog voor een 3e keer met Johanna de Groot en is in 1713 in Alkmaar overleden en in Egmond Binnen begraven.

In 1689 wordt in een notariƫle acte genoemd ene Jan Jansz Glorie, wonende in Berkhout (een Westfries dorp, gelegen nabij Hoorn) en in 1740 vinden we evenzo een Krijn Jansz Glorie wonende in Opmeer. In Amsterdam komen we omstreeks 1720 een Pieter Glory en een Jan Glory tegen. Ook worden in de kerkboeken van Amsterdam in deze periode enkele personen gevonden met een enigszins gelijkende naam t.w. Gloory, Gloria, Glorieus en Gloribus.

Van deze verspreide Glorie’s zijn er in 1811 geen nabestaanden meer overgebleven. Op een lijst van mannelijke hoofdbewoners aangelegd in 1811 (Registre Civique) komen we namelijk in Noord-Holland nog als enige Glorie’s de Castricummers Jan Glorie en zijn zoon Klaas tegen.

Naast de Castricumse familie Glorie bestaat er ook een zeer uitgebreide familie Glorie in Belgiƫ. Deze familie woont voornamelijk in Vlaanderen en is terug te voeren tot ene Judocus Glorie en Petrus Glorie, landbouwers, die omstreeks 1640 geboren zijn en woonden in Godewaersvelde in Frans Vlaanderen.

Concluderend: de naam Glorie kan door meerdere personen zijn aangenomen, omdat dit woord een bekende, ook wel religieuze betekenis had. Strikt genomen is ‘Glorie’ de letterlijke aanduiding van de heerlijkheid van God. Daarnaast betekent het roem of eer in het normale taalgebruik.

A.C. Glorie-van der Steen, S.P.A. Zuurbier, Werkgroep Oud-Castricum, Jaarboekje 7 (1984)