Armin van Buuren in het programma Verborgen Verleden

De programmamaker Hanneke van Kessel was nogal geïnteresseerd in Bernardus Res.
Ik stuurde haar onder andere een eerder gepubliceerd fragment over het onderzoek naar de stamvader van de Castricumse familie Res. “Alle naamgenoten in Nederland zijn terug te voeren op ene in Zaandam geboren Bernardus Res. Deze Bernardus kwam in 1828 als plattelands heelmeester naar Castricum. Hij woonde eerst in Zaandam met zijn ouders en broer en werkte een aantal jaren bij chirurgijn Hendrik Tobbe in Zaandijk. Daar deed hij ervaring op en studeerde in z’n vrije tijd. Min of meer bij toeval ontdekte ik het antwoord op de vraag waarom hij in Castricum terecht kwam.

In 1825 verzocht hij de ‘Provinciale commissie van geneeskundig onderzoek en toevoorzigt in Noord-Holland’ te Haarlem examen te mogen afleggen als heelmeester. Hij slaagde voor de meeste vakken, echter voor pharmacie en algemene ziektekunde moest hij herexamen doen. In de notulen van deze provinciale commissie konden we aardig volgen hoe Bernardus zich door de examens worstelde, diverse herkansingen kreeg en het regelmatig met de zenuwen te kwaad had. Hij kreeg toestemming om het examen schriftelijk i.p.v. mondeling te doen. In het voorjaar van 1828 slaagde hij alsnog en werd bevorderd tot heelmeester voor het platteland. Net in die tijd was Castricum verstoken van genees- en verloskundige hulp en had de gemeenteraad besloten een toelage te bieden van 150 gulden per jaar voor het verkrijgen van geneeskundige hulp. Voor deze uitgave moest Castricum toestemming hebben van Gedeputeerde Staten. En door deze samenloop van omstandigheden gebeurde het dat Bernardus kort daarna zijn praktijk in Castricum begon.”

Interieur van de toneel- en concertzaal, die Bertus van Benthemin 1910 aan de achterzijde van zijn café liet aanbouwen.

In het programma presenteerde Floor Twisk vanuit het café van Toon van Benthem in Haarlem meer details over de familie Van Benthem en liet beelden zien van onder andere het café met concertzaal in de Dorpsstraat.
Op mijn advies is Floor Twisk ingeschakeld als degene die onderzoek heeft gedaan naar de familie Van Benthem. Floor woonde in Uitgeest en is een zoon van Hendrika van Benthem en Adrianus Twisk, onderwijzer in Uitgeest en Bakkum.

Simon Zuurbier

 

Horen katholieken uit Noord-Bakkum bij de parochie van Limmen of Rinnegom?

Een opvallende tekst over een geschil tussen parochies. In cursief de tekst uit een geschiedenisboek van het Bisdom Haarlem.

Op den 21 Maart 1804, heeft de Aartspriester H. F. ten Hulscher uitspraak gedaan in een geschil, tusschen de gemeente van Rinnegom en Limmen, betreffende het gehucht Noord-Bakkum.

                  Bakkum[1] wordt reeds genoemd in het Utrechtsche kerk-register van 866 “in Bacchem 2 mansi”, insgelijks in de schenkingen van Graaf Dirk II aan de abdij van Egmond: had vroeger een eigen kapel, raadhuis en school.

In 1629 was Cornelis van der Mijlen bezitter van de Ambachts-Heerlijkheid Bakkum. Het dorp aan den voet der duinen gelegen, is gesplitst in twee deelen: Noord- en Zuid-Bakkum. Burgerlijk vereenigd met Castricum, waren die van Zuid-Bakkum kerkelijk opgenomen in de gemeente Castricum; die van Noord-Bakkum van onheugelijke tijden met Limmen vereenigd geweest. Toen C. Spont[2] in 1751 was afgevallen, hadden de Katholieken van Noord- Bakkum hunne toevlugt genomen tot Rinnegom, omdat dit veel digter bij gelegen en veel gemakkelijker te bereiken was dan Castricum.  Op dezen grond meenden die van Rinnegom, hun regt op Noord-Bakkum te kunnen handhaven.

Gelijk wij gezien hebben, heeft een gedeelte van Rinnegom, onder pastoor W. Noeij, zijn paaschpligt te Limmen vervuld. Toen ze nu in 1781 weder een pastoor hadden, hield dit natuurlijk op, maar Noord-Bakkum bleef aan Limmen, Pastoor Noeij boekt afzonderlijk, zooals vroeger, de communicanten uit Limmen en uit Noord-Bakkum, en in het doopboek voegt hij bij: “ex Noord-Bakkum, communitate mea (vert. mijn parochie)”. Door den Aartspriester werd Limmen’s regt erkend, en een gelijkluidend schrijven aan pastoor Geeres en aan Theodorus Vos, pastoor van Rinnegom gezonden, waarbij Noord-Bakkum, in betrekking tot de geestelijke bediening, aan Limmen werd toegewezen.

En verder staat in de bijdrage:

Op 21 October 1817 bepaalde de Aartspriester E. S. van der Hagen, dat de oude Postweg, ook Koningsweg genoemd, de grens zou zijn tusschen Noord- en Zuid-Bakkum.

Bij de Parochiale indeeling op 13 Januarij 1857, hadden de Rinnegommers (of Egmonders) het gehucht Noord-Bakkum weder in hunne grens-lijnen ingesloten. Bij schrijven echter van Zijne Doorl. Hoogwaardigheid F. J. van Vree, Bisschop van Haarlem, werd deze fout hersteld, en het geheele gehucht[3], Noord-Bakkum[4] , aan de Parochie van St. Cornelius te Limmen opnieuw toegewezen.

Bron: Bijdragen voor de geschiedenis van het Bisdom Haarlem, deel 14, 1887

Conclusie

Deze bisschoppelijke bijdrage leert ons dat Bakkum ouder is dan het jaar 866. Er staat dat Bakkum een kapel, raadhuis en school bezat. We leren dat Noord-Bakkum uit 50 katholieken bestond en het gebied viel onder de parochie van Limmen. Opvallend is dat er niet over Egmond-Binnen wordt gesproken. Uitleg: Op de plek waar nu de jeugdherberg in Rinnegom is, staat tot 1967 de Adelbertuskerk die aanvankelijk bezocht werd door inwoners van de drie Egmonden totdat die elk een eigen kerk lieten bouwen. We lezen dat de Noord-Bakkumse parochianen zich in 1751 tot de parochie Rinnegom keerden. We lezen dat in 1781 de katholieken van Noord-Bakkum met klem aan Limmen toegewezen worden. Helemaal opvallend is dat het bisdom later in 1857 bepaalde dat de grens tussen Noord- en Zuid-Bakkum de Postweg of Koningsweg zou zijn. En dat betekent onderzoek. Waar lag die weg? Is het nu de Duinweg-Zanddijk? 

Rino Zonneveld

[1] Ook Baccum, zoo lezen wij nog op het hek van eene boerenplaats, waaraan vroeger een jagthuis verbonden was.

[2] Cornelius Spont was rooms-katholiek priester te Limmen en overleed 8-12-1951.

[3] Het gehucht Noord-Bakkum heeft tegenwoordig een en vijftig inwoners; allen zijn Roomsch Katholiek. De grond is er hoog, schraal en duinachtig.

[4] Noord-Bakkum met 51 parochianen.

Met name Castricum

Met name Castricum

Eerder onderzoek

Er is door Oud-Castricum eerder over de betekenis van de naam Castricum gepubliceerd in de jaarboeken van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum jaargangen 1, 23 en 35. Met name het eerste deel Castr- was aanleiding te denken aan castra (legerplaats), of castor (bever) en één van de redenaties was ‘dat het zo Latijns klinkt’. Zelden is in de verklaringspogingen gelet op plaatsen met een naam die ook op –icum eindigt en naar het moment van ontstaan van deze plaatsen met behulp van de archeologie al helemaal niet. In deze zoektocht naar de betekenis van de naam Castricum is het gebied van de landen om de Noordzee afgezocht naar plaatsnamen met -icum of -inghem. Er is hierbij gelet op volk en taal. Zou deze werkwijze leiden tot bewijs naar analogie voor de betekenis van die aparte naam Castricum of levert het juist meer vragen op?

Onderstaand artikel  van de hand van Rino Zonneveld is ontstaan na jaren van onderzoek en is gepubliceerd in 43e Jaarboek (2020), pp. 44-51. Klik hier of op de afbeelding bovenaan dit bericht om het artikel te lezen.

Rino Zonneveld

7 november 2020

Let op uw wiegekind

Kabouter uit Bakkum met een wisselbal

In de duinen van Bakkum leven kabouters die niet veel kwaad doen, soms kinderlijk zijn. Zo halen ze wel eens kinderen uit de wieg en nemen die mee in hun hol onder de grond. In plaats van de kinderen leggen zij hun eigen gedrochtelijk kroost in de wieg of gaan er zelf in liggen. Die kinderen zijn de zogenaamde wisselbalgen, die naar men zegt ook buiten Bakkum voorkomen. Door het maken van een kruisteken is de wisselbalg te verdrijven. 

Bron: Dr H.C. Prinsen Geerlings, Kennemer legenden en volksmeeningen

 

De wandelende reize

De wandelende reize door gantsch Noordholland. Vier personen wandelen door Noord-Holland en houden een dagboek bij. Ze publiceren dit in 1733. Het geeft een tijdsbeeld van de omgeving van Castricum. Fragmenten uit  het boek:

pagina 395 …. Voor ons vertrek van Alkmaar hadden wy t besluit genomen dat onze reize van Limmen over Uitgeest naar de Beverwyk zou zyn, maar nu te Limmen wezende hadden wy het des morgens voor dat wy ons op weg begaven anders overlegt om te vermakelyker weg en meerder divertissement (vermaak) te hebben. Wy resolveerden (besloten) ons eerst op Castrikum te begeven en van daar op Nooddorp alwaar wy dien middag wat meenden…

pagina 396 … te eeten. Na den maaltyd zouden wy van daar onzen Tour op t Huis te Marquette nemen en dus zouden wy van daar over het dorp Heemskerk vertrekkende, in den vooravond by gezondheit maken in de Beverwyk te wezen om aldaar te overnachten. In dezer voegen zouden wy het dorp Uitgeest als wat te veel op zyde leggende en niet veel zonderlings zynde niet aandoen te meer wy buiten dat kuierweg genoeg dien dag of te leggen hadden op plaatsen die veel vermakelyker waren. In gevolge dit verandert besluit begaven wy ons dan voor eerst van Limmen duinwaarts naar Castrikum. Wy waren nauwlyks op weg gekomen of ik vroeg aan Mynheer Casparus of hem iets in geheugen lag van t geen hy dien nacht gedroomt had ….

pagina 399 …. Te Castrikum omtrent een quartieruurs gerust en ons wat ververscht hebbende, begaven wy ons van daar naar Nooddorp alwaar wy als niet verre daarvan afgelegen zynde wel haast aanquamen. Even na dat wy er in de Herberg getreden en ons in den gemenen haast nedergezet hadden om er wat te eeten, quamen er de postwagens van Alkmaar en Haarlem welke alle morgens van die beide steden af ryden en omtrent den middag te Nooddorp een halfuurtie pleisteren om malkander te verwisselen. Op den Alkmaarder wagen zat niet dan een Zeekapitein die van den Helder quam; maar op den Haarlemmer wagen waren vier personen bestaande in eene juffer, twee burgerluiden en eenen Heer die zeer ryk was uitgedoscht gelyk wy zagen toen die luiden van de beide wagens getr
eden zynde by ons in t zelfde gemeen vertrek in de herberg….

pagina 409 …Terwyl nog hier over gesproken wierd quamen wy aan de Heerlykheit Marquette die wy nauwkeurig van buiten en binnen bezichtigden na dat wy gelegenheit hadden gekregen daar in te komen. Ik behoef hier gene beschryvinge daarvan te doen alzo men die elders menigvuldig genoeg vind met de aftekening van dat aloud lustslot daarby. Alleenlyk zal ik zeggen dat wy het zelve na genoegen bezichtigt te hebben ons van daar naar Heemskerk begaven welk dorp zeer dicht daarby gelegen is en alwaar wy dien namiddag wat pleisterden en ons ververschten. Ik heb een Heer van myne kennis….;

bron: 
De wandelaars of Vermakelyke reyze door gantsch Noord- en Zuid-Holland, Volume 1, 1733

 

Wie zijn úw voorouders?

Iedereen weet natuurlijk wel wie zijn ouders zijn. En ook de namen van de grootouders zijn meestal wel bekend. Maar wie nu eigenlijk de ouders van je grootouders zijn, je voorouders dus? Die vraag wordt vaak al lastiger om te beantwoorden.

Oud-Castricum heeft een database met vele tienduizenden namen van personen die in Castricum en wijde omgeving zijn geboren, gehuwd, overleden of hebben gewoond. Oud-Castricum wil u graag helpen om deze informatie in een 3-tal leuke schema’s beschikbaar te krijgen.

Wij kunnen u waarschijnlijk helpen aan overzichten van uw voorouders, zoals hieronder als voorbeeld zijn weergegeven en aan een tekstbestand met zoveel mogelijk gegevens van de betrokken personen, zoals beroepen, adressen etc.

Onderstaande afbeeldingen geven als voorbeeld de voorouders van het Werkgroeplid Marinus (Rino) Zonneveld weer.

Aan deze service zijn voor donateurs van de Werkgroep geen kosten verbonden.

Stuur een mailtje naar genealogie en we nemen contact met u op om te kijken of dit voor u ook realiseerbaar is.