Archeologisch onderzoek Bakkummer weidje

Recent is onderzoek gedaan naar het Bakkummer weidje, aan het eind van de Madeweg in Bakkum. Na literatuuronderzoek en bestudering van oude kaarten en luchtfoto’s door Hans van Weenen, meende men hier resten van het huis van Floris van Bakkum, ca 1333, aan te treffen.

Van het veldonderzoek is een video gemaakt. Deze video geeft een mooi beeld van niet-verstorend onderzoek. Het veldwerk is verricht door Archeo-Pro en er is geassisteerd door vrijwilligers van Oud-Castricum.

Meer informatie over het onderzoek is te vinden in dit artikel op de site Kijk op Castricum.

Eén van de vondsten van de taakgroep Archiefonderzoek

Huis te Castricum / Kronenburg / Cronenburg / Kroonenburch.
Klik hier voor meer informatie

De groep Archiefonderzoek ontdekt vaak leuke artikeltjes in allerlei bronnen. Sommige daarvan zijn historisch goed onderbouwd; andere iets minder. In onderstaand artikel, geschreven door Jacobus Craandijk, zijn sommige ‘feiten’ inmiddels achterhaald. Maar met die kennis in het achterhoofd blijft het, vinden wij, een lezenswaardig verhaal. Geniet ervan en neem het niet te letterlijk!

Wandelen met Jacobus Craandijk

Tussen 1874 en 1888 maakte Jacobus Craandijk meer dan 70 wandeltochten door Nederland. De verslagen van deze tochten verschenen in de achtdelige reeks Wandelingen door Nederland met pen en potlood. Het verhaal waarin hij Castricum en Bakkum noemt staan in de beschrijving:

De Amsterdamsche waterwegen naar zee

Bladzijde 7 en 8……. :
”Bij Uitgeest buigt zich de spoorbaan weêr naar de duinen, om, na een vrij scherpen hoek te hebben gemaakt, langs den voet der hooge zandheuvels voort te loopen. Daar ligt het overoude Castricum, dat reeds in de 10de eeuw bekend was en veel vroeger welligt een Romeinsch Castrum of kasteel is geweest, later een aanzienlijke heerlijkheid, van wier slot in de vorige eeuw nog wat muurwerk en een brok van een zwaren, vierkanten toren stond. Naar de overlevering verhaalt, had Sivaert (Sifried), graaf Aernout’s zoon, hier de schoone Tetburge ontmoet. Lang woonde er een edel en krijgshaftig geslacht, dat den naam van Castricum voerde en zich niet onbetuigd liet in de gedurige oorlogen met de West-friezen. Een bastaardzoon van graaf Willem III, Willem van Cronenburg, bezat later het huis en viel bij Staveren, in den bloedigen slag van 1345. Zijn geslacht hield het sedert als achterleen van het edele huis van de Lecke. De Amsterdamsche burgemeester Geelvink was in de vorige eeuw Heer van Castricum en Cronenburg. In 1091 woedde een felle strijd tusschen die van Castricum en den abt van Egmond. In 1358 werd de Hoeksgezinde baljuw van Kennemerland, Heer Reinout van Brederode, hier door den afgezetten Kabeljaauwschen baljuw, Jan van Bloemenstein, overvallen en redde zich op den sterken toren der kerk, tot de dorpers uit den omtrek kwamen opdagen tot ontzet. In 1573 hebben de Spanjaards dorp en slot geplunderd en verwoest. In 1799 werd hier een hevige veldslag tegen de verbonden Engelschen en Russen geleverd, waarin het dorp tweemaal verloren en hernomen werd. Zoo ontbreken ook aan Castricum de geschiedkundige herinneringen niet.

Wat verder ligt Limmen, waarvan wij, van ‘t station af, niet veel meer dan den toren zien, – lange jaren een deel der heerlijkheid Egmond, even als Castricum een plaats, die reeds in de 10de eeuw wordt vermeld, even als Castricum in 1573 in kolen gelegd, en waar in 1799 het slottafereel van den Engelsch-Russischen veldtogt werd gespeeld, toen na den slag bij Castricum, op een aanbeeld van de smidse, de overeenkomst werd geteekend, waarbij de vreemde troepen zich tot terugkeer naar hun schepen verbonden en de hoop van den verdreven stadhouder in rook vervloog.

Tusschen die beide dorpen in, aan den voet der duinen, liggen de roode daken van het oude Bakkum, een nederig, schilderachtig gehucht, thans onder Castricum, oudtijds onder Egmond behoorend, in 1629 als afzonderlijke heerlijkheid door de Staten van Holland en West-Friesland aan Cornelis van der Mijle verkocht. De ‘Heinmannekens’, die vroeger de bosschen in den omtrek bewoond moeten hebben, – goedige kaboutermannetjes 1) die niemand leed deden, – zullen wel door het gillen van de stoomfluit zijn verdreven, zoo zij niet reeds verjaagd zijn door de ontginning van uitgestrekte woeste gronden, door koning Willem I in 1829 begonnen. Voor de wandelaars hadden zij niet behoeven te vlugten! Die zijn hier niet in grooten getale te vinden en waren er nooit overvloedig, al leverde de zandweg tusschen Castricum en Egmond-binnen met zijn weelderig houtgewas overvloed van natuurschoon. Een noodlottig bezoek ontvingen die van Bakkum in 1573, toen Spaansche ruiters ook hier den rooden haan lieten kraaijen, en een bange dag was ‘t voor de nederige buurt, toen zij den 6den Oct. 1799 het tooneel eener geweldige worsteling tusschen Fransche en Russische troepen was.”

1) Aan het bestaan van kabouters, twijfelen wij bij Oud-Castricum niet.

Uit: Jacobus Craandijk, Wandelingen door Nederland met pen en potlood. Deel 4. H.D. Tjeenk Willink, Haarlem 1879

Jacobus Craandijk

Gemopper over de Rustende Jager in de vorige eeuw

Op de ansichtkaart De Rustende Jager in 1907 (met doorrijstal)

Menigeen betreurt dat het markante gebouw van de Rustende Jager in 1976 verdwenen is. In de vorige eeuw waren er echter mensen die dat nieuwe gebouw uit 1911 met zijn voorgevel naar de zijkant maar niks vonden, zij prefereerden het vorige gebouw.

In het verhaal Insula Dei van Nescio (1882-1961) mijmeren twee heertjes over wat er allemaal veranderd is sinds het gezegende jaar 1904: “Je denkt, ze breken je wereld af. Eerst merk je ’t nauwelijks en je weet niet wat er gebeurt. Wat je moeizaam hebt veroverd verdwijnt of verandert onherkenbaar. Ze vragen nix, ze doen maar. Wegen en waters, bruggen, huizen, dorpen en steden. Menschen ook. Na twintig jaar kwam ik in Castricum en kon “De rustende jager” eerst niet meer vinden, zoo raar stonti er tusschen.” (Uit: Nescio, Boven het dal, Amsterdam 1961, p.80).

Eric Bor maakte ons attent op de vermelding van Castricum in het verhaal van Nescio. Nescio is het pseudoniem van de Nederlandse schrijver Jan Hendrik Frederik Grönloh. Het citaat over Castricum komt uit zijn verhalenbundel ‘Boven het dal’. De titel van het verhaal ‘Insula Dei’ betekent letterlijk ‘Gods Eiland’.

Op de foto De Rustende Jager met de voorkant naar de zijkant in 1917

Tentoonstelling 100 jaar vrijwillige brandweer Castricum geopend

Opening brandweertentoonstelling 19 januari 2020

De nieuwe tentoonstelling van Oud-Castricum, die in het teken staat van 100 jaar vrijwillige brandweer Castricum, werd op zondag 19 januari feestelijk geopend.
In het bijzijn van een aantal actieve spuitgasten die met een blusvoertuig naar De Duynkant waren gekomen en een flink aantal oud-brandweervrijwilligers die hadden meegewerkt aan de tentoonstelling, deed oud-brandweerman en oud-bestuurslid Gerard Veldt het openingswoord. Gestoken in een bijna100 jaar oude brandweerjas met pet ging hij in op het ontstaan van de brandweer en de vele veranderingen die er in een eeuw binnen deze organisatie hebben plaatsgevonden op het gebied van organisatie en technische ontwikkelingen.

Veldt roemde de inzet van de meer dan 150 vrijwilligers voor de gemeenschap van Castricum in de afgelopen 100 jaar. Via het spreekwoord ‘Voor elkaar door het vuur gaan’ ging hij in op de onderlinge band binnen de brandweercollega’s en de betrokkenheid van het thuisfront van de vrijwilligers. Postcommandant Jacques van Beek overhandigde Oud- Castricum vervolgens een klein presentje onder het mom ‘Wie jarig is trakteert’.

Na een kort informeel samenzijn stroomden de eerste belangstellenden al binnen en met veel bewondering werden de vele foto’s en de film bekeken. De tentoonstelling is nog te bezichtigen op de eerste en derde zondag van februari, maart en april.

Spuitgasten komen aan bij De Duynkant

Nieuwe expositie over 100 jaar Brandweer bij Oud-Castricum

Brand in 1965 in gasflessenloods op kampeerterrein Bakkum. (foto Oud-Castricum)

De Werkgroep Oud-Castricum is er weer in geslaagd om een interessante tentoonstelling samen te stellen. Dit keer is het 100-jarig bestaan van de vrijwillige Castricumse Brandweer het onderwerp. Aan de tentoonstelling, die zoals gebruikelijk bestaat uit panelen met veel nostalgische foto’s, hebben veel (oud)brandweerlieden een bijdrage geleverd.

Daarnaast wordt er in de filmzaal doorlopend een film vertoond die zowel oude beelden als interviews met brandweermannen en -vrouwen uit het heden en verleden bevat.

Het is dus zeker de moeite waard om op zondag 19 januari een bezoekje te brengen aan De Duynkant aan de Geversweg 1b. U bent van harte welkom van 13.30 tot 16.00 uur.

Deze expositie is na de opening op 19 januari in ieder geval op elke eerste en derde zondag van de maanden februari, maart en april te bezichtigen.

De toegang voor donateurs is gratis. Overige bezoekers betalen € 1,00 entree.

  • Galerij met foto's brandweertentoonstelling jan. 2020

Hoe het hier reilt en zeilt

In de Duynkant vertoont Werkgroep Oud-Castricum een ‘stomme’ film over de zestiger jaren in Castricum.

De zestiger jaren. Foto Geert Spanjaard

Dit is de naam van een film die begin zestiger jaren is gemaakt. De 50 minuten durende film geeft een prachtig tijdbeeld van het dorp met de markt, vele winkeliers, de scholen en de sport. Ben je geboren in de vijftiger jaren, dan heb je grote kans dat je jezelf en tijdgenoten herkent.

Wil je een uur genieten én nagenieten? Oud-Castricum gaat deze geluidloze film viermaal afspelen op zondagmiddag 27 oktober in het gebouw De Duynkant aan de Geversweg. Bekijk hieronder alvast de trailer.

Middagvoorstelling om 13.00, 14.00, 15.00 en 16.00 uur. Schrijf je in door een mail te sturen naar informatie@oud-castricum.nl. Zet in deze mail je naam en hoe laat en met hoeveel personen je wilt komen.

Trailer ‘Hoe het hier reilt en zeilt’