Hoe het hier reilt en zeilt

In de Duynkant vertoont Werkgroep Oud-Castricum een ‘stomme’ film over de zestiger jaren in Castricum.

De zestiger jaren. Foto Geert Spanjaard

Dit is de naam van een film die begin zestiger jaren is gemaakt. De 50 minuten durende film geeft een prachtig tijdbeeld van het dorp met de markt, vele winkeliers, de scholen en de sport. Ben je geboren in de vijftiger jaren, dan heb je grote kans dat je jezelf en tijdgenoten herkent.

Wil je een uur genieten én nagenieten? Oud-Castricum gaat deze geluidloze film viermaal afspelen op zondagmiddag 27 oktober in het gebouw De Duynkant aan de Geversweg. Bekijk hieronder alvast de trailer.

Middagvoorstelling om 13.00, 14.00, 15.00 en 16.00 uur. Schrijf je in door een mail te sturen naar informatie@oud-castricum.nl. Zet in deze mail je naam en hoe laat en met hoeveel personen je wilt komen.

Trailer ‘Hoe het hier reilt en zeilt’

Oude bakstenen en dakpannen

Voorwoord

Als er in steden of dorpen gebouwd wordt dan zijn er op het bouwterrein altijd stenen, bouwstenen aanwezig: bakstenen, kalkzandstenen, stenen van beton en andere materialen en/of constructiedelen. We vinden het eigenlijk heel gewoon dat er bakstenen en dakpannen worden gebruikt, maar is dat altijd zo geweest, doen wij dat al lang? Hoe is dat in Noord-Holland of Castricum, waar komen die stenen vandaan en welke soorten zijn er?

Bij de renovatie van een oude boerderij aan de Breedeweg in Castricum, gebouwd omstreeks 1800 en gedekt met oude pannen, kwamen heel veel oude bakstenen tevoorschijn, daarom nu eens aandacht voor oude bakstenen en pannen.

Oude gebikte bakstenen

Oude bakstenen

Algemeen

In Nederland werd voor het bouwen van de vroegste kerken tufsteen gebruikt, een vulkanisch gesteente uit de Eifel, Duitsland. De Oude Dorpskerk in Castricum, die dateert uit de 11e eeuw, werd ook in tufsteen gebouwd; de toren echter, die dateert van midden 15e eeuw, is opgetrokken in baksteen.

Het gebruik van bakstenen in Nederland is begonnen in Groningen en Friesland aan het eind van de 12e eeuw; in Holland werd voor kerkelijke en burgerlijke gebouwen baksteen gebruikt in het begin van de 13e eeuw.

Voor woningbouw voldeed gebruik van hout lange tijd, maar duurzaamheid en het voorkomen van brand deed het gebruik van bakstenen toenemen.

De oude dorpskerk in Castricum

In oude panden in Noord-Holland en ook in Castricum blijkt in de loop van de eeuwen een veelheid aan baksteensoorten te zijn gebruikt. Niet alleen zijn er verschillende kleuren en hardheden (baksels), maar vooral de afmetingen van de stenen zijn heel erg verschillend.

Globaal kan gezegd worden dat de grootste steenmaten (lengte) de oudste sten zijn. De eerste maal dat gebruik van baksteen in Noord-Holland is vastgelegd betreft het graf van de Hollandse gravin Gerberga (Geva), overleden omstreeks 960 en begraven in de tweede abdijkerk van Egmond. Oorspronkelijk was het graf geheel van natuursteen dat omstreeks 1150 werd hersteld met forse bakstenen, 33 cm lang.

Stenen van voor 1350 hebben in het algemeen een lengte van 29 cm of groter. Bekend is de kloostermop, die in die tijd ‘een mop ofte grooten backstien’ genoemd, een grote baksteen met een standaardmaat van 28,5 x 13,5 x 8,0 cm. In de omgeving van Castricum zijn enkele bijzondere gebouwen die grote bakstenen bevatten: de resten van het rondeel van het kasteel van Egmond, gebouwd omstreeks 1210, bevat bakstenen 28,0 – 30,0 cm lang, 14,5 -15,0 cm breed en 7,0 – 8,0 cm dik.

De toren van de tufstenen kerk in Limmen (12e eeuw) werd in de 13e eeuw opgebouwd uit grote bakstenen 30,0 x 15,0 x 8,0 cm.

Na het midden van de 14e eeuw ontstond geleidelijk verkleiningde baksteen om stenen sneller te kunnen leveren. Een kleine steen vergt minder klei, heeft een kortere baktijd met vormbehoud, is handzamer dan grote formaten en heeft minder schade bij transport.

De toren van de Dorpskerk in Castricum, die gebouwd werd in de 15e eeuw, is opgebouwd met veelkleurige kleine bakstenen van 22,0 x 10,0 x 4,5 cm.

Tufsteen aan de zuidzijde van de dorpskerk.
Veelkleurige baksteen aan de zuidzijde van de kerktoren.

Aan het eind van de 16e eeuw lijkt een beperking in steenlengten te zijn ontstaan: 23 cm, 21,5 cm ,21  cm en 20,5 cm, zoals ook uit archeologisch en bouwhistorisch onderzoek in Alkmaar blijkt.

Steenbakkerijen

In Noord-Holland zijn maar een beperkt aantal steen- en pannenbakkerijen teruggevonden. Er zijn geen uitgestrekte vindplaatsen van rivierklei, maar wel van zeeklei. Niet alle klei is echter geschikt voor de vervaardiging van stenen en er dient voldoende brandstof (turf) in de omgeving te zijn om te kunnen bakken. In de omgeving van Alkmaar, Koedijk, Oudorp en St. Pancras stonden tussen eind 13e– en midden 16e eeuw enkele veldovens, die met blauwe zeeklei stenen produceerden. De stenen werden eeuwenlang met de hand gemaakt met behulp van houten steenvormen door de handvormer.

In St. Pancras van voor 1518 was het ‘graven van Clei of Cleijtrekken’ een nering. Ook vanuit de kust gingen Egmonders klei baggeren, ook wel ‘kleiboren’ genoemd. In de Beemster trok men klei voor de drooglegging in 1612. Langs de ringdijk waren deze boor- of baggergaten lange tijd duidelijk herkenbaar.

Gebruik van ijzerhoudende zeeklei kleurt de bakstenen rood en kalkhoudende klei kleurt de stenen geel. Bij menging van die kleisoorten ontstaan allerlei kleurnuances, zoals de rood-gele appelbloesem.

De ‘Alkmaarse handvormstenen’ waren aanvankelijk 25 cm lang en vaalrood van kleur. Later waren deze stenen bekend als rood-geel en oranje-geel geaderde bakstenen in betrekkelijk kleine maten:

20,0 x 9,5 / 10,0 x 4,5 cm

In Beverwijk was ook een oven bekend, maar verdere gegevens ontbreken.

In de omgeving van Castricum is geen steenoven bekend.

De handvormer, een ets van Jan Luyken.

In de 16e eeuw kwamen lokale baksteenfabricages in verval door drooglegging van meren en plassen. Er ontstond import van stenen in vele maten uit andere delen van het land, zoals uit de veldovens van Zuid-Holland, langs de Vecht, Hollandse IJssel, Oude Rijn en zelfs Friesland, egaal rood en geel gekleurd. Na 1850, toen de machinale productie werd ingevoerd kwamen meer vormvaste stenen beschikbaar. Aanvankelijk vormbakstenen, die gemaakt werden met de Abersonpers en later toen de strengpers in gebruik werd genomen kwamen de strengpersstenen op de markt.

De Aberson-pers is een pers waarbij losse vormbakken aan de zijkant worden ingestoken; onder de kleitrechter wordt door een persblok klei in de vormbak geperst, waarna de bak met de geperste natte steen er aan de voorzijde weer uit komt. Het zware handvormen werd door de machine overgenomen. De afstrijker verwijdert de overtollige klei.

Bij de strengpers wordt een kleistreng  door een mondstuk geperst en met gespannen draden in steendiktes afgesneden.

De Abersonpers
De strengpers

Bekend werd de kleurige paarsrode Waalvormsteen en in de vorige eeuw kwam de ‘miskleurige’ boeren- en hardgrauw in waalformaat 20,5 x 10,0 x 5,0 cm in algemeen gebruik. Deze stenen hebben een verschil in hardheid, boerengrauw is iets zachter. De klinker, in hetzelfde formaat, heeft een grotere hardheid en een zeer heldere klank. Deze stenen werden in het algemeen gemetseld in cementspecie. In de oven worden stenen die dichtst bij het vuur hebben gelegen tijdens het bakproces mondstenen genoemd, heel harde stenen en de stenen die het verst van het vuur liggen en zachter zijn, halve garen.

De bakstenen zijn herkenbaar naar de wijze waarop ze zijn gemaakt:

– Handvormstenen: vijf bezande (met zand bestrooid)  kanten en één afgesneden vlak, onregelmatig van oppervlak, vaak plooien en gaten.

– Vormbakstenen: vijf bezande kanten en één afgesneden vlak, regelmatige vorm.

– Strengpersstenen: kan drie bezande kanten hebben, strakke vorm met twee snijvlakken.

Oude dakpannen

Het pannendak vormt een belangrijk element van historische bouwwerken en bij boerderijen ziet men vooral de samenhang met de omgeving. Opmerkelijk is dat in veel publicaties aandacht wordt besteed aan baksteen, maar dat dakpannen nog wel eens worden ‘vergeten’.

Ook de dakpan kent zijn geschiedenis: de Romeinen brachten ‘dakpannen’ naar het westen van Europa, maar het gebruik verdween weer met het verval van het Romeinse Rijk. In de vroege middeleeuwen werd als dakbedekking voor huizen boerderijen stro, riet of gras gebruikt, dikwijls bestreken met klei of leem. Vanaf de 14e eeuw werden om brandveiligheidsredenen harde materialen toegepast: tegels, leien, onder- en bovenpannen en later de V-vormige pan, ‘De Zwolse pan’.

Het Romeinse dakpansysteem met holle en bolle pannen.
Nog een holle en bolle pan.

Uit de Zwolse pan werd de holle pan ontwikkeld, die in de 16e eeuw vrij algemeen werd toegepast. Met deze pan kon een aanzienlijke gewichtsbesparing van het dak worden bereikt. Aanvankelijk werden de Oudhollandse pannen op een onbeschoten kap op panlatten toegepast en waren de pannen vanaf de zolder of vanaf de stalvloer zichtbaar. Teneinde de kap meer winddicht te maken werden ‘strodokken’ of stroken riet onder de pannen aangebracht, soms aangesmeerd met leem of kalkspecie. In de 19e eeuw werd afdichting met beschot wat algemener en werden zolders minder tochtig.                                            

De oude holle pannen werden aanvankelijk als linkse of rechtse pan geleverd; afhankelijk van de algemeen heersende windrichting werd de overlap van de pan links of rechts gehouden. Na 1900 werden alleen nog rechtse pannen geproduceerd.

De oude handgemaakte pan, gemaakt van rivierklei, is een holle pan met een flauw gebogen bovenkant met een ‘wel’ (golf) en een aangebakken nok aan de achterzijde, om de pan op te kunnen hangen aan de panlat. De kleur van de handvormpan is in het algemeen lichtrood door het ijzeroxide in de klei. Behalve de rode zijn er ook blauwgrijze pannen, die een iets afwijkend bakproces hebben doorgemaakt. Naast de pannen op het dakvlak werden op de nokken en de hoeken van de kap ‘vorsten of vorstpannen’ aangebracht, meestal vastgezet in kalkspecie.

Toen in de loop van de 19e eeuw pannen met behulp van vormbakmachines en stempelpersen werden gemaakt, kregen de pannen een strakker uiterlijk. Naast de Oudhollandse pan kwamen meer typen beschikbaar, zoals de Verbeterde Hollandse pan met een verbeterde kop- en zijsluiting. Bekend in Noord-Holland zijn de pannen van het bedrijf Van Oordt in Alphen aan de Rijn en Woerden.                    

De Oudhollandse pan.
De Hollands verbeterde pan.

In de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw waren er in Nederland honderden zelfstandige, veelal kleine, dakpanfabrieken, vooral in het gebied van de grote rivieren. Na de Tweede Wereldoorlog is mede door sterke mechanisering en automatisering het aantal fabrieken sterk gedaald tot enkele grote fabrieken.

De boerderij aan de Breedeweg 75/77 te Castricum als voorbeeld

De boerderij kwam in 1813 in bezit van Nicolaas Glorie uit de nalatenschap akten van Jan Glorie (1746 – 1813), groot 1190 m2, gelegen aan de Breedeweg, met bos en weiland (zie artikel Jaarboek 28, Stichting Werkgroep Oud Castricum). Piet Glorie, geboren in 1930, was de laatste boer/eigenaar en heeft er tot 1992 een melkveehouderij gehad en is in 2013 overleden. De grote ‘boerderij van Glorie’ met 3 vierkanten, werd door de erven in 2015 verkocht aan de echtparen Brockhus-Dekker en Dekker-Admiraal. Zij gaven de architect Sander Douma Architecten opdracht een ontwerp te maken om de boerderij geschikt te maken voor dubbele bewoning. Medio maart 2015 werd door de gemeente Castricum de vergunning verleend en in juni kon met inwendig sloopwerk worden begonnen, dat door de toekomstige bewoners werd uitgevoerd! De gehele uitvoering van de renovatie was in handen van Aannemersbedrijf Ambacht bv. te De Goorn, West- Friesland.

De boerderij Breedeweg 75/77 anno 2000.

De binnenmuren van de boerderij

Bij het slopen van de gepleisterde binnenmuren voor en tijdens de start van de volledige renovatie van de boerderij zijn van het oudste gedeelte veel bakstenen behouden gebleven en apart gezet voor hergebruik (juni/juli 2015). De kalkspecie van de stuclagen aan de voornamelijk handvormstenen liet bij het slopen al vaak los en kon bij het bikken vrij gemakkelijk worden verwijderd. Ook onder de houten vloer van het woongedeelte bleken veel oude vloerstenen te liggen.

Opgetaste gebikte stenen.

De bakstenen van de binnenmuren van de boerderij en de losse stenen die onder de vloer lagen zijn bij beoordeling van een ‘bij elkaar geraapte partij oude stenen’ van voor de 19e eeuw; veel soorten, hard en zacht gebakken in heel veel maten en kleuren, rode, roodbruine en gele kleuren. Kortom een bonte verzameling stenen die na het bikken en schoonmaken heel goed gebruikt konden worden. Uit het oogpunt van kostenbesparing was hergebruik van bakstenen vroeger heel algemeen. De binnenmuren die zijn aangebracht in 1955, bestonden voornamelijk uit kalkzandsteen en boerengrauw in waalformaat en gemetseld in cementspecie. Op een enkele plaats waren zelfs dubbeldikke klinkers en een enkele straatsteen verwerkt.

Aangetroffen stenen en formaten

– 21,0 x 8,5 x 5,0 cm, kleur rood, handvormsteen, zacht en poreus.

De grootste aangetroffen steen

– 19,0 x 9,0 x 3,5 cm, handvormsteen, enigszins krom en zacht, Rijnformaat.

– 18,5 x 9,0 x 4,0 cm, kleur roodbruin, handvormsteen, harde steen.                                  

– 18,5 x 8,5 x 5,0 cm, kleur geel, handvormsteen, zachte steen.

– 18,5 x 8,0 x 3,5 cm, kleur roodbruin, handvormsteen, hard gebakken, Friese drieling.

– 18,0 x 5,0 x 8,5 – 9,0 cm, kleur rood, strengperssteen, dichte harde steen.

– 15,5 x 6,5 x 3,5 cm, kleur geel, IJsselsteentje, de kleinste steen in een aantal van 600 stuks.

Veel van deze stenen zijn hergebruikt zoals op de foto wordt getoond.

Oude gebikte stenen.

Naast deze genoemde stenen werden ook klinkers aangetroffen in de vloer van de dors en veel plavuizen.

De klinkers in de afmetingen: 21,5 x 6,5 x 5,0 cm en 20,0 x 6,0 x 4,5 cm en 19,5 x 8,0 x 4,5 cm en grijsblauw van kleur. Veel van deze stenen waren vervormd, krom, ook kwamen veel halve stenen voor.

De plavuizen: Rood en blauw van kleur, groot 22,0 x 22,0 x 3,5 cm

De nieuwe binnenmuren van de boerderij zijn gemetseld met geperforeerde porotherm binnenmuurblokken.

De buitenmuren van de boerderij

De buitenmuren zijn als oud herkenbaar door een vijftal soorten bakstenen, gemetseld in kalk- en of cementspecie. Bouwhistorisch waren ingrepen zoals onderhoud en verbouwingen in de gevels goed te herkennen. Ter vergelijking: in de buitengevels van boerderij Kronenburg (ca. 1725) komen een zevental baksteensoorten voor, veelal hergebruikte stenen in voornamelijk Rijnformaat en Friese drieling.

De voorgevel (oostgevel) van deze boerderij is opgebouwd met rode handvormstenen van 19,0 x 9,0 x 4,0 cm in staand verband (de koppenlagen en strekkenlagen wisselen elkaar af). De gevel is gemetseld met kalkspecie en aan de binnenzijde voorzien van een 1 cm dikke stuclaag. Op een aantal plaatsen was de blauwe afwerklaag op de stuclaag nog aanwezig. In 1928 volgde een inwendige verbouwing en werden enkele wanden hersteld. In 1955 is voornamelijk het woon- en slaapgedeelte gewijzigd, waarbij achter de éénsteens voorgevel een spouw en een wand van kalkzandsteen werd aangebracht, afgewerkt met een stuclaag. In 1979 werden enkele geveldelen aan de buitenkant afgewerkt met een stuclaag en een witte granollaag.

Doorsnede voorgevel.

De oude metselstenen van de overige drie gevels (noord, west en zuid) zijn miskleurig en roodbruin van kleur en zijn voor een deel nog in de gevels aanwezig. De oudste stenen zijn dun formaat stenen, roodbruin 22 x 10,5 x 3,6 cm en gemetseld in 20 lagen per meter met kalkspecie en ook met kalkspecie gevoegd. Door verbouwingen en onderhoud komen waalformaatstenen voor, onder meer de miskleurige hardgrauwe in waalformaat van 20,5 x 10,0 x 5,0 cm gemetseld en gevoegd met kalk- en cementspecie. Als metselverband werd staand verband toegepast en de buitenmuurdikte was 20,5 cm (steenlengte) dus.

In onderstaande schets is de naamgeving aangegeven van lagen metselwerk en de metselverbanden.

De zuidgevel
De noordgevel

De vijf soorten gevelstenen:

– 22,5 x 10,5 x 4,0 cm, rood, in de voorgevel, Hilversums formaat, handvorm.

– 22,0 x 10,5 x 3,6 cm, roodbruin, 20 lagen per meter, in de noordgevel.

– 21,0 x 10,5 x 4,5 cm, miskleurig, hardgrauw, Vechtformaat, in de noordgevel.

– 22,0 x 10,5 x 5,0 cm, miskleurig, hardgrauw, Waalformaat, in de westgevel.

– 20,5 x 10,0 x 5,0 cm, miskleurig, boerengrauw, Waalformaat in de zuidgevel.

De noordgevel met aan de onderzijde dikke en daarboven dunne stenen.

De muren, de gevels, werden in een ‘armelijke’ toestand aangetroffen, behoudens de met granol afgewerkt delen aan de voorzijde van de boerderij. Scheurvorming, verzakkingen en scheefstand was aanleiding grote delen te vervangen en uit te voeren als spouw-, isolatiemuren. Aan de binnenzijde metselblokken van porotherm, dik 10 cm met isolatieplaten en aan de buitenzijde een rode gevelsteen van de Steenfabriek Klinkers uit Maastricht, gemetseld in cementspecie en gevoegd.

 Ter vergelijking: de gevels van de boerderij van Niek Kuijs, Breedeweg 88 (ca. 1800), die een aantal jaren geleden is gerestaureerd, zijn opgetrokken in roodbruine bakstenen in formaat 18,0 x 8,5 x 4,0 cm, Rijnformaat.

Het pannendak

De pannen op het enorme dak van de boerderij zijn herkenbaar als Oudhollandse pannen, rood en blauw van kleur. Het zuidelijk dakvlak en een deel van het noordelijke dakvlak was bekleed met rode pannen. De rest van het dakvlak was bekleed met blauwe pannen. De rode pannen zijn afkomstig van het Rode Kruis Ziekenhuis te Beverwijk, die in de jaren ’50 van de vorige eeuw zijn gelegd, waardoor ook weer een reservebestand pannen, rood en blauw, kon worden opgebouwd. Bij deze renovatie werden alle pannen verwijderd van de boerderij en de naast gelegen stal en terzijde gezet voor hergebruik.

De terzijde gezette rode en blauwe pannen.

Bij het verwijderen van de pannen bleek dat grote delen van de kap waren afgedicht met riet tussen de pannen en op enkele plaatsen specie. Tussen de pannen kwam ook de vogelpan tevoorschijn en hier en daar zaten vogelnesten, die de pannen omhoog hadden gedrukt. Maar de kap was wel waterdicht en onder de kap was het droog.

De kwaliteit van de Oudhollandse pan werd als heel goed beoordeeld en de leeftijd werd op minstens 100 jaar geschat.

Duidelijk waarneembaar is nu, na de restauratie/renovatie de uitstraling van het Oudhollandse doorleefde pannendak. 

De entree van de Breedeweg vanuit het oosten heeft met deze ‘aanwinst’ weer een mooie uitstraling gekregen!

Piet Blom

Bronnen en literatuur:

– Batjes, J., Vermeulen, R., en Wetzels, J., Een andere kijk op keramiek, uitgave Stichting Historie Grof Keramiek, Makkum, 2013.

– Bitter, Peter, Graven en begraven, archeologie en geschiedenis van de Grote Kerk van Alkmaar, Uitgeverij Verloren, Hilversum, 2002.

– Brandts Buys, L. De landelijke bouwkunst in Hollands Noorderkwartier, uitgegeven door de Stichting Historisch Boerderijen-onderzoek, Arnhem, 1974.

– Bouman J., Bedijking, opkomst en bloei van de Beemster, 1857.

– Burger, A. C. M., Het kasteel van Egmond, Pirola, 1998.

– Cordfunke, E.H.P., Over de datering van middeleeuwse baksteen uit Holland in het Tijdschrift voor de Nederlandse Archeologie Westerheem, nr. 4, augustus 2015.

– Kol, J., IR., De parochiekerk Sint Pancras te Castricum tot aan de reformatie, Jaarboek 15, Stichting Werkgroep Oud Castricum, 1992.

– Tussenbroek van, Gabri, Vroege baksteen in Holland tot 1300 in Novi Monasteri, Bureau Monumenten en Archeologie Gemeente Amsterdam.

Groeten uit Castricum en Bakkum

Zomerexpositie in de Duynkant

Oud-Castricum komt op haar Open Dagen in mei, juni, juli en augustus met een nieuwe expositie: Groeten uit Castricum en Bakkum. En de titel zegt het al: er is een duidelijke verwijzing naar de vele toeristische trekpleisters in onze mooie gemeente. Campings in alle maten, restaurants met en zonder ster, culturele evenementen, heerlijke stranden, duin, bos, alle vakantieplezier en vertier passeert de revue in expositiegebouw de Duynkant.

Neem een camera mee, want u vindt er ook een speciaal fotobord waar u een vakantiekiekje kunt maken van uw gezin, familie of vrienden. In de filmzaal wordt afwisselend een filmpje over de opening in 1949 van de speeltuin aan de Tetburgstraat in Bakkum en een vakantiefilm uit 1940 vertoond.

De Duynkant kunt u niet missen. Er staat deze zomer een enorme strandstoel aandacht te trekken. En u ziet er een originele schelpenkar, beschikbaar gesteld door Menno Twisk van het Strandvondsten- en Streekmuseum.

Open Dagen

De Open Dagen zijn elke eerste en derde zondag van de maand. De expositie start dus zondag 5 mei a.s. Openingstijden zijn van 13.30 tot 16.00 uur.
Adres: Geversweg 1b.
U bent van harte welkom.

Nieuwsbericht van Jan Possel

Schatrijke Duinen

Het rondetafelgesprek op dinsdag 19 juni 2018 georganiseerd door Steunpunt Monumenten & Archeologie Noord-Holland had als thema archeologie in het Noordelijk en Zuidelijk Duingebied. Het Steunpunt was gast in het gebouw De Duynkant van Oud-Castricum. Ruim dertig genodigden, waaronder vertegenwoordiging van Oud-Castricum, bogen zich over de vraag hoe de kwetsbare archeologie, en dus de kennis over onze voorouders, in het duingebied te beschermen en/of juist zichtbaar te maken.

PWN is de dagelijkse uitvoerder in het gebied als het gaat over water en natuur. Er is in het duingebied méér dan water en natuur. Er zijn drie cultuurlagen en conflictarcheologie. Voorwerpen kun je bewaren bij een verstoring, maar sporen in het landschap niet. Het belang natuur wordt getoetst door Provincie en Staat en het belang cultuur en archeologie door de betreffende Gemeente die over het duingebied beleid maakt. Dit overleg leidde tot het boekje Schatrijk Noordelijk Duingebied. Een verzameling van kwetsbaarheden …

De kaft van het boekje Schatrijk Noordelijk Duingebied (foto Rino Zonneveld)

De groep aanwezigen vormden vier overlegtafels. De opdracht was: kom tot een overzicht van vondsten en vindplaatsen, belangrijke verhalen en aandachtspunten voor behoud, beheer, beleid, benutten en beleven van de archeologie in het duingebied.

Voor de terreinbeheerders in het duin ligt er inmiddels een protocol dat bijna klaar is. Dit protocol geeft dan samen met de uitkomst van het rondetafelgesprek richtlijnen voor beleid aan lokale groepen, gemeenten, PWN en archeologen. 

Een overlegtafel met kaart van het duingebied en betrokken en bezielde deelnemers (foto Steunpunt Monumenten en Archeologie Noord-Holland)

Het resultaat was de prachtige glossy Schatrijk Noordelijk Duingebied die op 7 december 2018 in slot Assumburg werd gepresenteerd.

Ook Paul Slettenhaar, wethouder Gemeente Castricum, kreeg een glossy overhandigd. (foto Rino Zonneveld)

De onderwerpen in het boekje die Castricum en Bakkum betreffen zijn: de Wei van Brasser met vroegmiddeleeuws aardewerk, de onderstoven nederzetting Arem, de oorlog van 1799 met als gevolg resten van soldaten en uitrusting in de duinen, de pottenstapel van Castricum met door vingers ingedrukte versiering op de rand en de vraag naar de functie, de Atlantikwall met haar resten die nu conflictarcheologie wordt genoemd, bunkers en kunstschuilkelder.

Het boekje van 131 pagina’s is te koop bij het Huis van Hilde voor slechts €2,10. Een genot om te lezen over de archeologie in de duinen van Groet tot het Noorzeekanaal. Het kan ook (gratis) gedownload worden van de site van Steunpunt Monumenten & Archeologie Noord-Holland, de uitgever van het blad.

Bron: Rino Zonneveld

Maak een luchtreis boven Castricum

Nieuwe expositie in De Duynkant

Na de succesvolle expositie ’50 Jaar Protest in Castricum’ komt Oud-Castricum vanaf 3 februari 2019 met een nieuwe tentoonstelling: ‘Castricum van boven’ een verzameling  bijzondere foto’s van grote hoogte. Dus kom op de eerste of de derde zondag van de maand naar de Open Dag in De Duynkant en maak een mooie luchtreis boven ons dorp. U vliegt over alle bekende punten. De Zanderij, het dorpscentrum, de Heereweg, het strand, de wijk rond het Bakkummerduintje, Antonius, Geesterduin, het stationsgebied, de wijk rond de Wilhelminalaan, onze nieuwbouwwijken in diverse stadia, Duin en Bosch, Geesterduin, Tulpenveld en de Oosterbuurt. En het leuke is: het is een reis door de tijd. De oudste foto’s dateren van 1923, maar er zijn er ook van de jaren ’50 en ’70.  Zo ziet u in vogelvlucht de ontwikkeling en groei van ons mooie dorp.

Open Dagen

De Open Dagen van Oud-Castricum zijn elke 1e en 3e zondag van de maand in gebouw De Duynkant aan de Geversweg. De openingstijden zijn van 13.30 uur tot 16.00 uur en iedereen is welkom. Vooral natuurlijk nieuwe donateurs, die graag ons werk de komende tijd willen steunen. De toegang is gratis voor donateurs; andere bezoekers betalen 1 euro.

Nieuwsbericht van Jan Possel