27 juni 2022

Deelen, Derk van (Jaarboek 30 2007 pg 61-65)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 30, pagina 61

Wie was … Derk van Deelen

Derk van Deelen
Derk van Deelen

De Bunt was de naam van zijn woning aan de Tetburgstraat in Bakkum. Het was ook de naam van een kleine inmiddels verdwenen buurtschap bij Hoenderlo. Daar werd Derk van Deelen op 25 september 1900 geboren. Er stonden 11 simpele huisjes, van hout, steen en plaggen in een oeroud landschap dat tegenwoordig valt binnen het Nationale park De Hoge Veluwe. Zijn liefde voor de natuur en grote belangstelling voor bewoningssporen uit lang vervlogen tijden werd daar gewekt en hij zou die zijn hele leven niet meer kwijt raken. Zijn naam is verbonden met de Werkgroep Oud-Castricum, die dankzij zijn pionierswerk in 1967 kon worden opgericht.

De Bunt, het  huis van de familie Van Deelen.
De Bunt, het huis van de familie Van Deelen. Tetburgstraat 3 in Castricum, 1929.

De Bunt is genoemd naar een kleine grijsgroene grassoort, ofwel het buntgras. De Bunt, een ruim 15 hectare groot perceel, werd rond 1850 van het Otterlose veld afgescheiden en in negen smalle kavels verdeeld onder bewoners van Otterlo. Dagloners en heidemaaiers bouwden hier toen plaggenhutten en huisjes. In 1913 is De Bunt opgekocht en met alle bewoners gevoegd bij het landgoed De Hoge Veluwe. De bewoners vertrokken. Het is nog te zien waar de huisjes stonden. De grote solitaire bomen en groepjes sierheesters zijn overblijfsels van vroegere erfbeplanting. Van de huisjes zelf resteren slechts ondiepe kuilen. In 1913 stonden er 11 huisjes op De Bunt.

Het ouderlijk gezin Van Deelen in de buurtschap De Bunt omstreeks 1910.
Derk staat rechts op de foto.
Het ouderlijk gezin Van Deelen in de buurtschap De Bunt omstreeks 1910.
Derk staat rechts op de foto.

Derk was het vierde kind van Jan van Deelen en zijn vrouw Johanna Onderstal. Derk had drie broers en twee zusters. Vader Jan was bosarbeider. Derk volgde de lagere school in Hoenderlo. Hij ging er vanuit De Bunt lopend naar toe: anderhalf uur heen en anderhalf uur terug. Na de lagere school werkte Derk mee bij de aanleg van het park ‘De Hoge Veluwe’.

Uit die tijd dateert zijn liefde voor de natuur, voor alles wat leeft en groeit en voor de archeologie en de vuurstenen werktuigen uit de steentijd. Regelmatig ging hij met zijn vader naar bewerkt vuursteen zoeken. In de jaren (negentien) vijftig schreef hij eens een verhaal over de omgeving waarin zijn jeugd zich afspeelde: “Zwervende in het gebied zullen we leeren denken over het primitieve leven van onze vroegste voorouders en dwalende langs de oude wegen zal het verlangen in ons slerker worden om  toch maar iets te weten van de nooit doorvorste historie die we hier mogen vermoeden.”

Nadat moeder Johanna in 1918 was overleden, verhuisde de familie Van Deelen naar Ugchelen. Derk ging daar werken bij de ‘Geldersche Stoom Wasch- en strijkinrichting De Nieuwe Olifant’. Bij die wasserij leerde hij Anthonia Klopman kennen en ze kregen verkering. Na enige tijd ging Anthonia als dienstmeisje werken in Den Haag. Met een mooi getuigschrift op zak solliciteerde Derk, bij de wasserij van ‘Duin en Bosch‘ in Bakkum. Hij werd er per 1 juli 1919 aangenomen.

Zo vaak als hij maar kon, ging hij met de trein naar Den Haag om zijn meisje op te zoeken. Als het regende, stonden ze onder een brug, want in het huis waar ze werkte, mocht Antonia geen bezoek ontvangen. Hij moest dan weer terug naar Duin en Bosch. Als de trein niet verder ging dan Uitgeest, liep hij naar Bakkum. Anthonia vond tenslotte dichterbij werk in Alkmaar. Ze werkt daar ook in de huishouding en hielp ’s avonds in het café van haar werkgever. Dat stond Derk helemaal niet aan. Er moest een oplossing worden gevonden.

Tetburgstraat

Derk en Antonia konden een bovenwoning bemachtigen aan de Dr. Jacobilaan en trouwden op 24 augustus 1922 in Apeldoorn. Na genoeg gespaard te hebben, lieten ze aan de Tetburgstraat een huis bouwen en in 1929 konden ze hun nieuwe woning betrekken. Het huis kreeg de naam ‘De Bunt’ om hun binding met de Veluwe nog maar eens te benadrukken. Het echtpaar kreeg vier kinderen: Hans in 1927, Hannie in 1928, Tonnie in 1931 en Ali in 1941.

De familie van Deelen.
De familie van Deelen. Tetburgstraat 3 in Castricum, 1960. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Na de wasserij heeft Derk in de tuin met patiënten gewerkt en is hij parkwachter geweest en hulpportier. Het grootste deel van zijn werkzame leven was hij administratief medewerker in het magazijn van het provinciaal ziekenhuis. In het magazijn was een kantoor afgescheiden van waaruit, door veel glazen ramen, alles goed in de gaten gehouden kon worden. Hij werkte daar twintig jaar samen met zijn chef, de nu 91-jarige heer Hauser. Die herinnert zich Van Deelen als een zeer serieuze en heel aardige, bescheiden en loyale collega met een grote belangstelling voor de natuur en historie. Meneer Van Deelen zoals hij automatisch genoemd werd, probeerde hem daar ook enthousiast voor


Jaarboek 30, pagina 62

te maken. Het terrein van Duin en Bosch kende hij als zijn broekzak en hij wist precies waar bosanemonen te zien waren of waar wilde aardbeien of pirola groeiden. Ook over zijn oudheidkundige ontdekkingen mocht Van Deelen graag vertellen. Omgekeerd probeerde de heer Hauser zijn collega te interesseren voor de sportvisserij, maar die pogingen sloegen niet aan.

Het kerkje van Duin en Bosch.
Het kerkje van Duin en Bosch in Bakkum, 1999. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

Het personeel was ook buiten werktijd sterk verbonden met het ziekenhuis. De kerkdiensten in het witte kerkje werden bezocht en de kinderen werden daar gedoopt. Eenmaal per jaar was er een muziekuitvoering in de muziektent die aan de Beukenlaan stond en was er zelfs een soort kermis, met het rad van fortuin. Het personeel werkte hier verkleed aan mee. De directie was streng en machtig. Toen de kinderen eens een hinkelbaan tekenden op de Dr. Jacobilaan, kwam de parkwachter zeggen dat er geschrobd moest worden, want dat mocht absoluut niet en vader Van Deelen moest daarvoor vervolgens ook nog op het matje komen!

De band in het gezin was heel hecht. Men behandelde elkaar met eerbied en respect. Ook nu wordt dat nog vaak gememoreerd. Er werd veel samen gedaan. De vakanties werden steevast doorgebracht bij de familie, ooms en tantes op de Veluwe. Vooral in deze vakanties werd de liefde voor alles in de natuur uit het heden en verleden door vader Derk op zijn kinderen overgebracht. Hij leerde ze bewerkte vuurstenen van onbewerkte te onderscheiden en Romeins glas van nieuw glas. Ook werd veel aandacht, en niet alleen in de vakanties, besteed aan het overbrengen van kennis over antiek.

Ze gingen dan ook vaak nog even naar de plaats waar de oude buurtschap De Bunt eens was. Zoals Van Deelen het beschreef: “Het huis en de schuren en de vruchtboomen zijn nu allemaal verdwenen. Kortom alles wat er toen stond is nu weg. Alleen is daar nu nog de lindeboom die eertijds voor het huis stond. Toch gaan we ieder jaar nog even kijken, want wat altijd is gebleven is de herinnering.”

Informatiebord over de buurtschap De Bunt in het Nationale park De Hoge Veluwe.
Informatiebord over de buurtschap De Bunt in het Nationale park De Hoge Veluwe.

Zoon Hans merkte in 1987 op dat op het informatiebordje over ‘De Bunt’ in het nationale park bij de namen van de vroegere bewoners de naam ‘Deelen’ staat en vroeg dat te corrigeren in ‘Van Deelen’. De directeur van de stichting meldde dat er rekening mee zou worden gehouden bij een volgende editie van de borden en voegde er fijntjes aan toe: “Er is met een zwarte stift al een voorlopige correctie (door u?) toegepast.”

Het bord is nu, twintig jaar later, nog steeds niet aangepast, maar alle letters beginnen te vervagen en een verbeterde uitvoering is misschien wel aanstaande.

De kinderen van het echtpaar Van Deelen.
De kinderen van het echtpaar Van Deelen, van links naar rechts Hannie, Hans, Ali en Tonnie.

Dochter Tonnie vertelt:

“Als ik aan mijn vader denk, dan zie ik hem als een rustige, liefdevolle wijze man waar ik een hechte band mee had. Hij was een rots in de branding voor zijn gezin. Mijn moeder en kinderen waren hem dierbaar: Als kind gingen wij zaterdag in de tobbe, want een douche was er niet. Moeder waste ons en vader kamt onze haren (de scheiding netjes in het midden) en dan snel de pyjama’s aan, ’s winters voorverwarmd bij de kachel. Op zondag wandelden we wel naar zee. De kat liep vaak mee en als het stormde mocht die bij het strand onder zijn jas. Bij slecht weer deden we spelletjes en Pa speelde vaak op het orgel. Alles uit zijn hoofd. Hij was altijd bezig en erg handig. Hij repareerde dingen die stuk waren, zelfs onze schoenen. Achter het huis hadden we een grote tuin en waarschijnlijk uit noodzaak, een volkstuin aan de Van Oldenbarneveldweg.

We hebben allerlei dieren in huis gehad, zoals een hond, kat, kippen, konijnen, eekhoorn, kauwtjes, duif, muizen en hamsters. Ook een wild konijntje dat hij gered had onder een brandstapel vandaan op Duin en Bosch. Mensen brachten ook in het voorjaar eendenpulletjes als de moeder opgevlogen was. Oh, zei mijn vader dan, geef maar hier, want de moeder komt ze wel weer halen. ’s Avonds als het schemerde mochten we dan mee naar het duin achter de Tetburgstraat, doodstil wachten tot de moeder de jongen kwam zoeken en roepen, dan piepten de kleintjes en liet mijn vader ze los. Ook kwam hij een keer met een moedereend onder zijn arm aanzetten, wij wisten dan dat in zijn zakken de pulletjes zaten. De moeder was in een sprenkel (vogelvang klem) gelopen en miste een poot. Vader timmerde een hok en zette er een teil water in en wij hadden weer wat te verzorgen. Toen de wond genezen was, werd het hele spul bij het duinmeertje losgelaten.”


Jaarboek 30, pagina 63

Derk van Deelen met collega-parkwachters en portiers.
Derk van Deelen met collega-parkwachters en portiers. Van links naar rechts staand: J. Koper, P.G. Kappers, D. van Deelen en J. Kwadijk; zittend: J.W.F. de Jong, E.C.J. Sprengens en W. Castricum; op de voorgrond zittend: G. van den Akker.

Oorlogsjaren

Ook voor het gezin Van Deelen veranderde er veel bij het uitbreken van de oorlog. In 1942 evacueerde de familie naar Limmen, waar ze woonruimte hadden kunnen vinden. Het huisraad werd met paard en wagen vervoerd. Het gezin ging op de fiets. Vader Van Deelen had de transportfiets van Duin en Bosch geleend, zette daar de waston op, deed er een paar kussens in en zette daar zijn eenjarige dochter Ali in.

Er brak een moeilijke tijd aan. Derk van Deelen was een van de velen die in de Wieringermeer naar tarwe aren gingen zoeken. De aren werden gedorst, gemalen en vermengd met krokusbollenmeel en bietenpulp en clan werd er brood van gebakken.

Hij hield een soort kroniek bij van wat hij in de oorlogsjaren waarnam.
Een paar gebeurtenissen daaruit:

  • April 1943 In Castricum begint de grote afbraak
  • Augustus 1943 Etenhalers trekken door het dorp
  • 23 oktober 1943 Zware bom bij de spoorlijn en veel brandbommen
  • 22 april 1944 Bijna dagelijks vliegen 800 tot 1.000 bommenwerpers over ons dorp
  • 5 augustus 1944 Jagers schieten op trein tussen Castricum en Uitgeest 2 doden en een aantal gewonden.

Op 6 april 1945 hoorde Van Deelen samen met zijn vrouw bij de ooggetuigen van de executie van 10 gevangenen langs de provinciale weg. Ze wandelden in de richting van het kruispunt met de Alkmaarderstraatweg, toen er een vrachtauto, met Duitsers en 10 gevangenen aan kwam. De jonge mannen moesten uit de wagen komen en werden één voor één doodgeschoten. Zij moesten blijven staan en werden gedwongen om de afschuwelijke gebeurtenis aan te zien.

Na de oorlog keerde het gezin weer terug naar hun huis in Bakkum. Er hadden Duitsers in gezeten en alles zag er vreselijk uit. Voor het gezin waren de spanningen nog niet voorbij. De oudste zoon Hans werd opgeroepen om zijn dienstplicht te vervullen bij de mariniers in Nederlands-Indië. Toen hij in 1948 terug kwam was hij broodmager en woog nog maar 45 kilogram.

Actief leven

In de jaren die volgden, vloog de een na de ander uit. Dochter Tonnie bleef nog tot 1958 thuis wonen en Ali tot 1969. Het werd een stuk stiller in huis en al behoorden de hersengymnastiek, de quiz en het houden van een voordracht tot het verleden, toch was er nog veel aandacht voor elkaar. Vader Van Deelen zorgde altijd voor het wekken van de kinderen, tafel dekken en het klaarzetten van de fietsen. Dochter Tonnie: “In de zomer was hij al op de volkstuin als wij op de fiets naar Alkmaar vertrokken. We zeiden hem dan gedag en boven op de Dijk stapten we nog even af en zwaaiden naar hem en hij zwaaide dan terug met zijn schoffel.”

Van de ontvangst van de uitwonende kinderen en later de kleinkinderen maakten Derk en Antonia een feest. Nooit was hen iets te veel. Discussies ging hij liever uit de weg. Een typische uitspraak van hem was: “Dat kan jij nu wel zeggen, maar ik weel het niet.”

Buiten zijn gezin en zijn werk had Derk van Deelen ook aandacht voor zijn medemens. Daar waar hij kon leverde hij een bijdrage aan het kerkelijk en maatschappelijk leven. Zo was hij diaken en ook ouderling van de Nederlands hervormde kerk in soms roerige tijden. Hij ging voor de kerk op ziekenbezoek thuis en in ziekenhuizen. Ook nam hij kerkdiensten op met de bandrecorder en ging er mee rond bij de mensen die niet in staat waren geweest naar de kerk te gaan.

Lange tijd was hij bestuurslid van het bejaardencentrum, thans zorgcentrum ‘de Santmark’. De naam is op zijn voorstel gekozen en is afkomstig uit één van de ‘Kennemer Balladen’ van W.J. Hofdijk, uitgegeven rond 1850.

Derk van Deelen in zijn prieel met kauwen.
Derk van Deelen in zijn prieel met kauwen.

In 1958 was hij betrokken bij de oprichting van de Vogelwerkgroep Castricum. Heel wat jaren wandelde hij samen met werkgroeplid Scherjon op zaterdagen met patiënten langs de nestkastjes op het terrein van het ziekenhuis. Ze konden boeiend vertellen over alle bijzonderheden van de verschillende nesten en vogelsoorten.

Verder leverde Van Deelen zijn bijdrage in het bestuur van de afdeling Castricum van het Witte Kruis. Hij had wel een eigen vergaderdiscipline. Zodra het officiële gedeelte van een vergadering was afgehandeld en de gezelligheid begon, nam hij afscheid en ging naar huis.


Jaarboek 30, pagina 64

Een hoogtepunt in zijn leven was in 1959 de toekenning van de zilveren eremedaille verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau, voor zijn werk bij Duin en Bosch, maar vooral ook voor zijn belangeloze inzet bij verschillende maatschappelijke instellingen.

De heer Van Deelen tijdens een van zijn lezingen.
De heer Van Deelen tijdens een van zijn lezingen.

Momenten van niets doen waren Derk onbekend. Na zijn pensionering in 1960, na een 41-jarig dienstverband bij Duin en Bosch, kon hij nog meer tijd besteden aan zijn twee grote hobby’s, natuur en geschiedenis. Hij hield zich graag bezig met het bestuderen van oude geschriften in de gemeentelijke en kerkelijke archieven en met het doorgronden van het verleden. Hij schreef artikelen voor het tijdschrift ‘de Speelwagen’, bijvoorbeeld over de schelpenvisserij. In de plaatselijke krant verschenen stukjes over diverse onderwerpen. Hij gaf ook lezingen met vertoning van dia’s.
Hij was correspondent voor de ‘Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek’. Een correspondentschap hield in dat archeologische waarnemingen werden beschreven en doorgegeven.

Met bewoningssporen uit de steentijd was hij opgegroeid en hij bleef altijd speuren naar vuurstenen voorwerpen. Hij vond in totaal zeven voorwerpjes, een primitief pijl puntje, een klein drietandig zaagje en vijf huidenkrabbers, maar tot zijn spijt waren deze vondsten onvoldoende om te kunnen spreken van bewoning uit de steentijd in onze streek.

De heer en mevrouw Van Deelen ontdekken de eerste bewoningssporen in Molendijk-Zuid.
De heer en mevrouw Van Deelen ontdekken de eerste bewoningssporen in Molendijk-Zuid.

Molendijk

In het voorjaar van 1950 vond hij samen met zijn zoon Hans, bij graafwerk in de duinen bij ‘De Brabantse Landbouw’ scherven van aardewerk van ver voor de jaartelling en uit de 9e, 10e en 12e eeuw en ook ploegsporen uit de middeleeuwen. Deze sporen van de vroegste bewoners van het duingebied, waren toch wel heel bijzonder en Van Deelen was er dan ook geweldig blij mee. Hij was een van de eerste leden van de vereniging voor amateurarcheologen, de Archeologische Werkgemeenschap Nederland. Aan het tijdschrift Westerheem, dat vanaf februari 1952 eerst in gestencilde vorm werd uitgegeven, leverde hij meerdere bijdragen.

Toen in 1966 met de grondwerkzaamheden, nodig voor de woningbouw in het bouwplan Molendijk-Zuid, aan de Cieweg werd begonnen, kwamen er op verschillende plaatsen enorme hoeveelheden potscherven uit de eerste en tweede eeuw voor de dag. Samen met zijn vrouw, die hem vaak hielp, probeerde hij zoveel mogelijk te redden. Het aardewerk bestond uit scherven van inheemse makelij in allerlei afmetingen en vormen. Thuis waste hij de scherven en probeerde passende scherven bij elkaar te voegen. Soms lukt het hem uit een berg scherven een bijna complete kom of pot samen te stellen. De schuur achter huize De Bunt raakte intussen voller en voller.

Werkgroep Oud-Castricum

De resultaten van de naspeuringen van Van Deelen op historisch gebied en zijn vele archeologische vondsten maakten duidelijk dat met meer mankracht nog meer bereikt zou kunnen worden. Eenmaal zou hij de fakkel toch moeten overgeven en nu zou hij zijn kennis nog aan meer mensen kunnen overdragen. Van Deelen was bereid om zich daarvoor in te zetten en daardoor werd het mogelijk de Werkgroep Oud-Castricum op te richten.

Op 16 mei 1967 kwam een aantal Castricummers in het oude raadhuis van Castricum voor het eerst bij elkaar. Van Deelen installeerde de werkgroep, waarbij hij de wens uitsprak dat in Castricum ooit nog eens een oudheidkamer of een klein museum zou worden opgericht. Voor dat doel stelde hij graag al zijn bodemvondsten aan de werkgroep ter beschikking.

Aan verschillende archeologische verkenningen, tentoonstellingen en lezingen van de werkgroep heeft Van Deelen volop meegewerkt. Uit de eerste zin van een brochure voor een tentoonstelling blijken de warme gevoelens die hij voor het dorp koesterde: ” Van welke kant we Castricum ook benaderen, het moet ons steeds opvallen op


Jaarboek 30, pagina 65

welk uniek plekje grond ons dorp van een onbetekenend gehucht is uitgegroeid tot het welvarende forensendorp zoals wij het nu kennen.”

‘Historie van Castricum en Bakkum’

Zijn naspeuringen in diverse archieven zette hij voort. Zelfs na een staaroperatie bleef hij met behulp van een borduurlens nog werken aan het ontcijferen van moeilijke handschriften. De aantekeningen die hij maakte, waren bestemd voor een ooit nog eens uit te geven boek ‘Historie van Castricum en Bakkum’. Hij typte het manuscript uit op een ouderwetse schrijfmachine.

Tenslotte ging hij op zoek naar een uitgever. Na enkele teleurstellende ervaringen – eenmaal raakte het concept zelfs zoek en is het nooit meer boven water gekomen – kwam hij in contact met de startende uitgeverij Pirola van Henk Jellema en Alphons Leysen uit Schoorl, die ook betrokken waren geweest bij de totstandkoming van het boekje ‘Oude ansichten van Castricum’. Jellema en Leysen zagen de waarde in van het verzamelde materiaal en hebben zich ervoor ingezet om het levenswerk van de heer Van Deelen uit te geven.

Intussen werd hij ziek en kampte met afnemende krachten. De uitgevers deden hun uiterste best en het was Van Deelen nog vergund om een proefdruk van zijn boek in handen te kunnen houden. De Werkgroep Oud-Castricum had intussen de beschikking gekregen over een eigen onderkomen aan de Geversweg dat overeenkomstig zijn wens de naam De Duynkant kreeg. Ook dit gebouwtje, waarin veel van zijn vondsten werden geëxposeerd, heeft hij nog kunnen bezoeken, maar de officiële opening heeft hij niet meer mee kunnen maken.

De familie van Deelen bij het 50-jarig huwelijksfeest.
De familie van Deelen bij het 50-jarig huwelijksfeest. Tetburgstraat 3 in Bakkum op 24 augustus 1972. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Op 24 augustus 1973, op zijn 51e trouwdag, overleed Derk van Deelen. Hij was bijna een jaar ernstig ziek geweest en thuis liefdevol verzorgd door zijn vrouw.

Dominee Bijl sprak bij de uitvaartdienst: “Mijnheer Van Deelen heeft heel intensief, heel bewust geleefd. Alles wat hij zei en alles wat hij deed, was goed doordacht, goed overwogen. Door zijn begaafdheid en zijn beschaafdheid heeft hij voor velen werkelijk iets betekend.”

Mevrouw Van Deelen werd nog door de werkgroep gehuldigd bij het bereiken van haar tachtigste verjaardag. Zij overleed op 25 januari 1986.

Het echtpaar Van Deelen in hun mooie tuin.
Het echtpaar Van Deelen in hun mooie tuin.

Wie nu op zoek gaat naar het intieme huis van de familie Van Deelen aan de Tetburgstraat zal het er niet meer vinden. ‘De Bunt’ heeft ook daar zijn plaats moeten afstaan.

Niek Kaan

Samengesteld met hulp van Ali, Tonnie en Hans van Deelen.

20 juni 2022

Munten zoeken, leuk!

Speuren naar bodemschatten

Piepen

Gisteren, op zondag 19 juni, hebben meer dan honderd kinderen vlak bij het gebouw van Oud-Castricum gepiept. Ja piepen, zo noemen echte detectorzoekers het zoeken van oude spullen van metaal met een metaaldetector.

Met een metaaldetector kun je in de bodem allerlei interessante objecten vinden. Oude gespen, munten, sieraden, gewichten, knopen, penningen, vingerhoedjes en zelfs goud! Een metaaldetector reageert op alle metaalsoorten waaronder goud, zilver, ijzer, koper, brons etc.

1 juni 2022

Zoek met de detector en win de zilveren munt

Speuren met de metaaldetector

Op zondag 19 juni doet Oud-Castricum mee aan de Nationale Archeologie Dagen met een speciale zoekwedstrijd voor kinderen. En voor jong en oud is er de mogelijkheid om eerdere vondsten voor te leggen aan de archeologie-experts van Oud-Castricum.

Voor de zoekwedstrijd kan er door kinderen tussen 14:00 en 16:00 naar hartenlust worden gedetecteerd op een landje in de buurt van De Duynkant. In Castricum en Bakkum zijn al zes gouden munten gevonden en honderden zilveren munten. Wie weet vind jij ook wel een oude munt of een ander metalen voorwerp uit de oudheid!

2 maart 2022

Waardoor de Papenberg zo hoog is

Door: Eric Bor

Afb. 1. De voet van de Papenberg bij Onderlangs in 1928

De Papenberg is de hoogste duinketen van het duingebied van Castricum en Bakkum. Ik heb al eens verteld dat hij vroeger tot aan de Mient kwam, maar dat in de negentiende eeuw een groot deel is afgezand, waardoor het vlakke gebied de Zanderij ontstond. Naast de nu nog bestaande Papenberg bleef er ook bij Duin en Bosch nog een kleine rug voor afzanding gespaard. Hoe kan het dat er dicht bij het dorp zo’n hoog duin is ontstaan, terwijl het duinterrein daarachter tot aan de duinen aan de kust heel vlak is?

22 december 2021

Het Watervlak

Door: Eric Bor

Afb. 1. Kaart van Johannes Dou uit 1680 met de namen Waterstal en Marelveld (Westfries Archief)

Het Watervlak is een opvallend laag en vlak deel van het Noord-Hollands  duingebied nabij Castricum. Het is een 7 kilometer lange valleienboog die loopt van De Vlotter (bij Noorddorp ten zuiden van Camping Castricum) via het infiltratiegebied tot aan het Vogelwater bij de grens van Bakkum en Egmond. De ligging van het Watervlak komt overeen met een loop van het Oer-IJ, dat hier tot kort na het begin van onze jaartelling haar brede monding had. Tot in de oorlog werden grote delen van deze vlakte voor landbouw gebruikt.

29 november 2021

Schoolstraat, pand Res (Jaarboek 28 2005 pg 3-10)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 28, pagina 3

De Schoolstraat al in de 1e eeuw bewoond

Vrijgekomen oude houten paal.
Vrijgekomen oude houten paal na de sloop van een woning aan de Schoolstraat in juni 2004. Vermoedelijk van een houten beschoeiing. Op oude tekeningen is nog een houten palissade om de nabijgelegen dorpskerk te zien. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Het was al weer ruim acht jaar geleden (gerekend vanaf 2005) dat er in Castricum in de Oosterbuurt een grote archeologische opgraving had plaatsgevonden. Daarom wekte een bericht eind november 2003 in het Nieuwsblad voor Castricum over de sloop en bouw van een nieuwe woning in de Schoolstraat onze belangstelling.

Het terrein ligt immers in de Kerkbuurt direct naast de oude Pancratiuskerk, een van de oudste monumenten in het dorp en nabij het raadhuis, vroeger ‘regthuys’ of ‘dinckstoel’ geheten. De geschiedenis van het regthuys op deze plaats gaat volgens een akte, aanwezig in de leenregisters van het graafschap Egmond, terug tot 1491. De Kerkbuurt is gelegen op de strandwal waar ook bij het vroegere hotel-restaurant De Rustende Jager, vondsten zijn gedaan uit de eerste eeuwen van de jaartelling.

Aangezien door de bouw de archeologische sporen in het terrein vernietigd zouden worden, verleenden de provincie Noord-Holland, de gemeente Castricum en de Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) toestemming aan de Stichting Werkgroep Oud-Castricum voor een noodopgraving, uit te voeren volgens voorgeschreven protocollen. In nauw overleg met de eigenaren, de gebroeders Res, werd een plan van aanpak opgesteld.

Luchtfoto van school en raadhuis ca. 1920.
Luchtfoto van school en raadhuis circa 1920.

De Schoolstraat is een korte zijstraat van de Dorpsstraat. De naamgeving is het gevolg van het feit dat er op de hoek Dorpsstraat en Schoolstraat de eerste Openbare Lagere School in Castricum stond. Deze school is omstreeks 1934 gesloopt. Het opgravingsterrein wordt begrensd door de Schoolstraat en het kerkhof van de Nederlands hervormde kerk. De bouw van dit Castricumse monument kan gedateerd worden uit het begin van de 13e eeuw voor wat betreft het tufstenen middenschip terwijl de toren en het vergrote koor uit de 16e eeuw stammen.

De woning van Johan Res, Schoolstraat 5 in Castricum, gesloopt in 2004. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Op het perceel Schoolstraat 5 (met een grootte van circa 600 meter) bevond zich een woonhuis met aangrenzende timmerwerkplaats. De geschiedenis van dit pand en zijn bewoners wordt in het tweede deel van dit artikel beschreven, maar eerst willen we ingaan op de resultaten van het archeologisch onderzoek.

1 Het archeologisch onderzoek

Onderzoeksteam

Kort na de toestemming voor een noodopgraving wendde de Werkgroep Oud-Castricum zich tot de juist in oprichting zijnde Werkgroep Oer-IJ, een samenwerkingsverband van de archeologische werkgroepen van Castricum, Limmen, Akersloot, Egmond, Uitgeest en Heiloo. Hieruit is een kernteam gevormd bestaande uit: Mark van Raay (Oud-Limmen), coördinator veldwerk, Ron Duindam (Oud-Limmen) en Sjef Smulders (Oud-Castricum) uitgebreid met Cees van Roon en Mark Harsfeldt (Zaanstad), Ies de Zwart (Egmond), Paul Patist, Theo de Weerd, Rino Zonneveld en Paul Boesaart (allen Oud-Castricum); zij waren betrokken bij de dagelijkse werkzaamheden. Incidenteel werd assistentie verleend door studenten van de Universiteit van Amsterdam en de historische verenigingen uit Akersloot en Heiloo.

De financiering werd geregeld door de Werkgroep Oud-Castricum en de Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland (AWN), afdeling Noord-Holland Noord.

Voorbereidingen

In opdracht van de firma Res is in 2003 een sonderingsonderzoek op het terrein verricht naar mogelijke verontreinigingen van de grond. Uit het rapport werd duidelijk dat op enkele plaatsen op het terrein zich concentraties bevonden van carbolineum. Deze vloeistof werd immers in de beginjaren van de 20e eeuw gebruikt in de timmerwerkplaats van aannemer Res ter conservering van hout. Daartoe werden houten palen en planken enkele dagen gedompeld in een carbolineumbad.

Eind juni-begin juli 2004 werden het woonhuis en de werkplaats gesloopt. Tevens vond toen een afstemming plaats van het ‘plan van aanpak’ met de eigenaren Res. Besloten werd tot een opgravingsperiode van in totaal 3 weken (in verband met de bouwvakvakantie).

Op vrijdag 16 juli werd een vooronderzoek verricht door enkele werkgroepsleden middels een tiental boringen en enkele ‘kijkgaten’. Al spoedig werd geconstateerd dat zich mogelijk interessante scherf-concentraties in de grond bevonden op een gemiddelde diepte van 1 tot 1,5 meter. Echter gezien de aangetroffen carbolineumconcentraties werd van 19 toto en met 24 juli de sanering van de grond uitgevoerd, waarbij het terrein werd afgesloten. De sanering vond plaats op een drietal plekken tot een diepte van 5 tot 7 meter. De vervuilde grond werd afgevoerd en vervangen door schoon zand.

Een gemetselde waterput.
Een gemetselde waterput. Schoolstraat 5 in Castricum, juni. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Tijdens de werkzaamheden konden we constateren dat helaas twee oude houten waterputten compleet verwijderd werden alsmede een opgemetselde stortput. Van de geplande onderzoeksperiode bleven vervolgens nog maar twee weken over.


Jaarboek 28, pagina 4

Voorbereidende saneringswerkzaamheden.
Voorbereidende saneringswerkzaamheden.
De eerste opgravingen in vlak 1.
De eerste opgravingen in vlak 1.
Zorgvuldig wordt de bodem afgeschaafd en iedere vondst zorgvuldig bekeken.
Zorgvuldig wordt de bodem afgeschaafd en iedere vondst zorgvuldig bekeken.

Duidelijke greppelsporen tekenen zich af.
Duidelijke greppelsporen tekenen zich af.

Start opgraving

Op maandag 26 juli kon de Werkgroep Oer-IJ starten met het mechanisch graven van een sleuf lopend van west naar oost: breedte 5 meter, lengte 20 meter en diepte 1,5 meter. Voorzichtig werden de vrijgekomen terreindelen afgeschaafd en al spoedig werden vele grondsporen zichtbaar. Dit eerste vlak werd ingemeten en de sporen konden ingetekend worden.

De uitgegraven grond (stort) werd direct met metaaldetectoren onderzocht. Midden in het vlak werd een ronde, van roodachtige bakstenen opgemetselde put blootgelegd. Er bevonden zich helaas geen scherven of andere voorwerpen in deze put. Aan de hand van de bakstenen is de ouderdom vastgesteld op de 18e eeuw.

Ook werd een vloer aangetroffen van 1 bij 1,5 meter, belegd met groen en bruin geglazuurde tegels (estrik), vastgezet in een dik cementbed. Het gebruiksdoel ervan is niet vast te stellen. Wellicht was het de vloer van een waterput uit de 19e eeuw.

Opmerkelijk waren de vele, van west naar oost lopende geulsporen, richting straatzijde. Met enige zekerheid kan gesteld worden dat evenwijdig aan de straat een vrij grote sloot heeft gelegen waarin de geulen konden afwateren.

Het profiel van de ‘straatsloot’ kon niet vastgesteld worden, aangezien deze tot onder de klinker-bestrating doorloopt.

Aan de oostzijde van het vlak werden duidelijke paalsporen waargenomen, lopend in een rechte lijn, op regelmatige afstand van 1,3 meter van elkaar, diameter 25 centimeter. Parallel aan, maar ook haaks op de paalsporen, waren diverse afwateringsgeulen zichtbaar.

Een stenen vloer en fundering van een boerderijtje?
Opgraving Schoolstraat 5 na de afbraak van het pand van Res in juni 2004. Een stenen vloer en fundering van een boerderijtje? Dit is de plek waar ooit de openbare lagere school stond. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In de noord westhoek van het vlak werden een opgemetselde muur en een vloer blootgelegd. Vlak daarbij werden één complete en enkele halve zogenaamde ‘kloostermoppen’ gevonden. Kloostermoppen zijn oude bakstenen met veelal een afmeting van 30 centimeter lang, 15 centimeter breed en 7-8 centimeter dik. Deze grote bakstenen werden in de Middeleeuwen veelvuldig door de monniken-bouwlieden gebakken voor de bouw van hun kerken en kloosters.

Overzicht van het eerste vlak tijdens de opgravingen aan de Schoolstraat 5 in Castricum, juli 2004.
Overzicht van het eerste vlak tijdens de opgravingen aan de Schoolstraat 5 in Castricum, juli 2004. De hoogte van het vlak wordt bepaald. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Bij het maken van een dwarsdoorsnede van de diverse greppel- en paalsporen werden onder meer scherven aangetroffen uit de Middeleeuwen en de Inheems-Romeinse tijd. In een van de sporen werd een redelijk complete (circa 85 procent) slank gevormde schenkpot met oor aangetroffen. Ook een Overijsselse duit uit het jaar 1680 en een Franse uniformknoop werden gevonden. Vlak langs de straatzijde werd het geraamte van een koe gevonden, dat helaas niet in zijn geheel kon worden opgegraven aangezien een gedeelte zich nog onder de straatklinkers bevond.

In dit eerste vlak werden ruim tachtig sporen aangetekend en gelabeld. Ter plaatse gedetermineerde vondsten zijn afkomstig uit de 17e en 18e eeuw.


Jaarboek 28, pagina 5

Restanten van het muurtje en de vloer.
Restanten van het muurtje en de vloer.
Fraaie schenkpot van zogenaamd protosteengoed, 13e eeuw.
Fraaie schenkpot van zogenaamd protosteengoed, 13e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.

Jaarboek 28, pagina 6

Leden van de Werkgroep Oer-IJ in actie.
Leden van de Werkgroep Oer-IJ in actie.
Het geraamte van een koe uit de 18e of 19e eeuw.
Het geraamte van een koe uit de 18e of 19e eeuw.
Een reconstructie van een stalwoning.
Een reconstructie van een stalwoning.
Paalsporen van het gebouw. De gele lijn geeft de omtrek van het gebouw aan.
Paalsporen van het gebouw. De gestippelde lijn geeft de omtrek van het gebouw aan.

Boerderijplattegrond

In de tweede week werd een tweede vlak van 5 x 15 meter opengelegd. Ook hierbij kwamen vele grondsporen vrij. En er werd, zoals reeds vermoed, een tweede rij paalsporen zichtbaar, die duidelijk in verband stond met de paalsporen uit vlak 1. Uit een reconstructie blijkt het te gaan om een gebouw (stalwoning?) van circa 6,5 meter breed en minstens 20 meter lang, lopend van noord naar zuid en zeer vermoedelijk uit de 13 eeuw. Waarschijnlijk is het gebouw nog langer geweest. De begrenzing aan het pleintje aan de noordzijde hebben we vastgesteld, maar de begrenzing aan de zuidzijde was vanwege het eerder gesaneerde terreindeel niet meer te bepalen.

Zijn er contouren van een gebouw zichtbaar?
Opgravingsvlak en putrand met spoornummers op de gele stekers. Zijn er contouren van een gebouw zichtbaar? Schoolstraat 5 in Castricum, juli 2004. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Naast de paalsporen werden de resten van de opgemetselde muur en vloer opgegraven. De vloer van een kelder(?) bevond zich op 1,8 meter diepte en bestond uit zorgvuldig naast elkaar geplaatste, los gelegde halve klinkertjes en diverse gele en rode kleinere steentjes. Op de eerste vloer was een tweede gelegd van gebakken en geglazuurde tegels in verbrokkelde kalkspecie waarop duidelijk brandsporen zichtbaar waren.

Ons was reeds uit de archieven bekend dat er op 29 juli 1795 brand was ontstaan in de vierkante kap van een kleine boerderij direct ten noorden van de kerk en dat deze brand was overgeslagen naar vijf andere omliggende boerenwoninkjes. Het is heel goed mogelijk dat de aangetroffen brandsporen met deze brand in 1795 in verband staan.
Bestudering van de vloer en de muurresten wijzen op een datering uit het begin van de 18e eeuw.

Aan de uiterste rand van vlak 2, grenzend aan het kerkhofterrein, werd een sloot met veel afval blootgelegd, die was omgeven met enkele oude houten palen. De beschoeiing liep langs de gehele westelijke begrenzing van het kerkterrein (zoals werd waargenomen tijdens de eerdere sanering). Opvallend is dat de sloot ruim 1,8 meter onder het maaiveld lag.

De grote diepte is merkwaardig, omdat men een glooiend verloop zou verwachten vanaf het kerkhofterrein naar het opgravingsterrein, in dit geval de sloot, en niet een direct verval van anderhalve meter. Een ongefundeerde theorie zou kunnen zijn dat de sloot er al was voordat de terp van de kerk en het kerkhof werd aangelegd, maar dan spreken we over de 12e eeuw.
Wel werd duidelijk dat de sloot in het verleden enkele malen is voorzien van een soort borstwering, vermoedelijk om


Jaarboek 28, pagina 7

het vollopen van zand vanaf de zijkanten te verhinderen. Uit de sloot kwam een grote hoeveelheid geglazuurde en ongeglazuurde scherven van kookpannen, enkele pijpenkopjes, stukken glas, diepgroen en delftsblauw aardewerk, alsmede een schoen met leerresten. Deze scherven kunnen we dateren uit de 18e en 19e eeuw. Ondanks vele pogingen konden er van alle scherven uit deze sloot geen reconstructies van enigerlei aardewerk gemaakt worden. Alles bleek zeer fragmentarisch.

Op de voorlaatste dag werden in vlak 2 op een diepte van 1,8 meter nog de resten van een waterput, vervaardigd van houten duigen, aangetroffen. De opgraving ervan kon niet in rust geschieden, aangezien de vondst onder het grondwaterpeil lag en snel handelen dus geboden was. De duigen zijn onder water bewaard; de datering daarvan moet nog geschieden (ROB).

Meer tijd voor het onderzoek was niet beschikbaar, omdat de voorbereiding van de bouw een aanvang nam.

De keldervloer.
De keldervloer.
Waterput met houten duigen.
Waterput met houten duigen.

Publiciteit

Gedurende het onderzoek werd de opgraving bezocht door de burgemeester, mevrouw A. Emmens-Knol, alsmede wethouder Könst, enkele raadsleden en de heer Venema, ambtenaar voor monumentenzorg. Daarnaast werd dagelijks uitgebreide voorlichting door werkgroepleden gegeven aan de tientallen bezoekers.

Ook in de pers (Noordhollands Dagblad, de Castricummer, Nieuwsblad voor Castricum en de Zondagskrant) verschenen uitgebreide artikelen en foto’s. Het maandblad ‘de Makelaar’ plaatste in haar augustus-uitgave een uitgebreid artikel met op de cover een foto van de opgraving. Zelfs Radio Noord-Holland besteedde aandacht aan dit archeologisch onderzoek.

Een verder onderzoek van het terrein was niet mogelijk, aangezien zich hierin de gesaneerde terreindelen bevonden, alsmede een terreindeel met tegelbestrating, dat gehandhaafd diende te worden als opslagterrein voor de toekomstige nieuwbouw. Nadat het opgravingsterrein weer genivelleerd was, ontstond de mogelijkheid om onderstaande unieke foto van de kerk te maken. Dit was tot nu toe, en dat zal ook voor de toekomst gelden, niet mogelijk omdat er altijd een woonhuis in de weg stond en zal staan.

Nederlands Hervormde kerk.
Nederlands hervormde kerk.

Terugblik

Het was boeiend om weer eens een vrij grote opgraving te ondernemen met vele gedreven amateur-archeologen die tezamen weer een stukje geschiedenis toegevoegd hebben aan onze fraaie gemeente. Heel interessant is dat dit gebied vanaf de 1e-2e eeuw na Christus tot heden bewoond is geweest, dat er een huisplattegrond, waterputten en een keldervloer is aangetroffen en dat we een rijke verzameling aan scherven uit diverse periodes hebben gevonden.

De opgegraven scherven en sporen tonen onomstotelijk aan dat er toen al sprake was van bewoning op een van de strandruggen van het Oer-IJ-gebied, vele eeuwen voordat er ook maar sprake was van de naam Castricum.


Jaarboek 28, pagina 8

2 De historie van het pand Schoolstraat 5

De situatie van de panden aan de Schoolstraat in 1822.
De situatie van de panden aan de Schoolstraat in 1822.

De dorpstimmerman meer dan twee eeuwen in de Schoolstraat

Als oudste vermelding in het Kadaster in 1832 komt Hendrik Beugeling voor als eigenaar van twee aan elkaar gebouwde huizen, die in de Kerkbuurt staan op een plaats waar in onze tijd het timmerbedrijf van de familie Res aan de Schoolstraat was gevestigd.
Hendrik Beugeling werd geboren in 1774 in Castricum als zoon van Hermanus Beugeling en Eva Jansdr.

Hij had deze panden geërfd van zijn vader, die in 1750 in Beverwijk was geboren en die al vanaf zijn trouwen in 1769 in Castricum woonde en hoogst waarschijnlijk toen al in de straat die later Schoolstraat zou gaan heten. Vader Hermanus Beugeling was timmerman en wordt genoemd bij de verkoop van het naastliggende huis.

Zoon Hendrik was meester timmerman en is in dit huis op 11 mei 1831 overleden. Hendrik trouwde op 10 augustus 1800 te Castricum met Johanna Bakker; uit dit huwelijk werden te Castricum vier kinderen geboren. De enige zoon Jan koos niet voor het beroep van zijn vader; hij trouwde in 1824 met een meisje uit Ursem en ging uiteindelijk in die plaats wonen.

Hendrik Beugeling had in de loop der jaren veel land gekocht of geërfd. Hij had 3 huizen en ruim 27 hectare land in Castricum in zijn bezit, toen hij op 24 december 1829 de twee aaneengebouwde huizen in de Schoolstraat voor 1.500 gulden verkocht aan Klaas Dirkszoon de Vries, timmerman te Zaandijk. De grootte van het erf van het ene huis, dat als timmermanswinkel in gebruik is, is 620 vierkante meter (nummer 405) en van het andere erf 260 vierkante meter (nummer 406).

Klaas de Vries woont met zijn vrouw Hilletje de Vries in het pand in de Schoolstraat. Hier worden hun vijf kinderen geboren in de periode 1830-1838. Op 16 april 1842 verkoopt hij in een onderhandse akte de ’twee aaneen verheelde huizen’, staande en gelegen aan de Kerkbuurt voor 2.000 gulden aan Hendrik Handgraaf, timmerman uit Santpoort. Hendrik Handgraaf overlijdt in 1863 en zijn vrouw Catharina Traan wordt dan eigenaar van het bedrijf.

Catharina hertrouwt op 22 januari 1865 met weduwnaar Jan Dirksz. Schotvanger, veehouder op het Noordend, waar zij gaat wonen. Enkele dagen na haar huwelijk houdt zij in het pand aan de Schoolstraat een publieke verkoping van timmermansgereedschappen, huisraad en inboedel. Een lijst, door de notaris opgemaakt, vermeldt 343 te verkopen stukken, die bij de verkoop in totaal ruim 400 gulden opbrengen. Nog weer enkele dagen later, op 1 februari 1865, verkoopt zij het timmerbedrijf aan de Schoolstraat voor 2.200 gulden aan Johannes Res, timmerman te Castricum.

Handtekeningen bij de verkoop van het timmerbedrijf in 1865 door Catharina Traan, haar man Jan Schotvanger en de nieuwe eigenaar Johannes Res.
Handtekeningen bij de verkoop van het timmerbedrijf in 1865 door Catharina Traan, haar man Jan Schotvanger en de nieuwe eigenaar Johannes Res.

Vijf generaties Res met een bouwbedrijf aan de Schoolstraat

Johannes Res wordt geboren op 18 oktober 1834 in Castricum als de oudste zoon van Bernardus Res, de plaatselijke heelmeester, en van Johanna Maria Kuin. (Zie stamboom familie Res in het 6e jaarboekje.)

Johannes Res, geb. in 1834 en eerste Res als timmerman aan de Schoolstraat.
Johannes Res, geboren in 1834 en eerste Res als timmerman aan de Schoolstraat.

Johannes Res en zijn broer Willem Res zijn de stamvaders van de Castricumse familie Res. Johannes trouwt in 1860 met Maartje Brakenhoff en koopt in dat jaar een stukje tuingrond ter grootte van 250 vierkante meter aan de Dorpsstraat en bouwt hierop een huis en schuur, waar zij gaan wonen (de plaats waar nu (in 2005) Stevens Mode is gevestigd).

Sloop van het oude pand van damesmode Stevens.
Sloop van het oude pand van damesmode Stevens. Dorpsstraat 88 in Castricum. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

Johannes Res was timmerman, aannemer en bouwde onder andere in 1868 een nieuw raadhuis. Zijn eigen bezit aan de Schoolstraat onderging in 1870 een flinke verandering met als resultaat een groot pand, waarin de woning en de werkplaats waren ondergebracht op in totaal 844 meter en daarnaast was er nog een afzonderlijk huisje van 36 vierkante meter.


Jaarboek 28, pagina 9

Uit zijn huwelijk met Maartje Brakenhoff werden dertien kinderen geboren, waarvan acht na hun verhuizing in 1870 op de Schoolstraat. Daar zullen ook vier kinderen op nog jonge leeftijd overlijden.

De Schoolstraat begin 1900.
De Schoolstraat begin 1900. De woningen zichtbaar in het midden van de straat zijn er nog net zoals de bomen rechts. De woning rechts en links bestaan niet meer. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Johannes Res overlijdt in 1881 op 46-jarige leeftijd. Zijn vrouw wordt de nieuwe eigenaar. In 1884 en in 1902 wordt er bijgebouwd en het totale grondgebied anders opgesplitst, waardoor er in het laatstgenoemde jaar op een iets vergroot perceel een huis, schuur en erf (604 vierkante meter) staat, dat eigendom wordt van zoon Jacobus Res junior en nog twee kleine woonhuizen met erven van respectievelijk 120 en 156 vierkante meter die eigendom blijven van Maartje Brakenhoff.

Links het oude Raadhuis.
Links het oude Raadhuis van Castricum. Foto Jolanda Out. Toegevoegd.

Na haar overlijden in 1907 wordt dit bezit door de erfgenamen in een openbare verkoping verkocht aan dezelfde Jacobus Res junior. Laatstgenoemde, geboren op 15 maart 1868, is timmerman, aannemer en in 1893 gehuwd met Alida Bibo; hij bouwt in 1911 aan de Dorpsstraat het nieuwe raadhuis dat het in 1868 door zijn vader gebouwde raadhuis vervangt. Nu (in 2005) is dit pand eigendom van het Landschap Noord-Holland.

Interieur van de timmerwerkplaats. De werkplaats fungeerde ook als timmerwinkel. Als dorpelingen hout, spijkers of schroeven nodig hadden, konden ze hier terecht. Doe-het-zelf-zaken bestonden nog niet. V.l.n.r.: Ber van Benthem, Jan Korsman en Jan Res.
Interieur van de timmerwerkplaats. De werkplaats fungeerde ook als timmerwinkel. Als dorpelingen hout, spijkers of schroeven nodig hadden, konden ze hier terecht. Doe-het-zelf-zaken bestonden nog niet. Van links naar rechts Ber van Benthem, Jan Korsman en Jan Res.

Jacobus (Co) Res en Alida Bibo hebben zeven kinderen; hun zoon Johannes J. zal het bedrijf gaan voortzetten.

Johannes Jacobus (Jan) Res, geboren op 2 juli 1899, is ook timmerman-aannemer en trouwt in 1925 met Adriana Agatha Maria Fatels. Zij krijgen negen kinderen in de periode 1926 tot 1947. In 1933 neemt Jan voor 5.000 gulden het huis met aangebouwde timmerwerkplaats, erf en grond aan de Schoolstraat van zijn vader over. In 1939 wordt op deze grond nog een houtloods gebouwd.

Exterieur van de timmerwerkplaats: 3e van links zoon Jan Res en 2e van rechts met pet zijn vader Co Res.
Exterieur van de timmerwerkplaats: 3e van links zoon Jan Res en 2e van rechts met pet zijn vader Co Res.

Door aannemer Jan Res is veel gebouwd. In verband met de herbouwplicht nam dat direct na de oorlog grote vormen aan. Daarna werden in Castricum vele woningen in bestaande straten of in nieuwe wijken door de firma Res gebouwd. Ook de Henricus Mavo werd door Res gebouwd. Er werkte toen ongeveer 25 man personeel bij het bedrijf; van de familie Korsman waren er meerdere personen uit twee generaties bij het bedrijf werkzaam.

De Henricus Mavo gaat op in het Bonhoeffer college.
De Henricus Mavo gaat op in het Bonhoeffer college. Willem de Zwijgerlaan 92 in Castricum. De Mulo werd in 1953 opgericht. Het eerste jaar waren ze ondergebracht in de Cunera-school in Bakkum. Daarna verhuisden ze naar het jeugdhuis aan de Overtoom en later naar de Alkmaarderstraatweg en latere Pius X school. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

In juli 1962 overleed Jan Res plotseling. Bij de overdracht van de bezittingen kort na het overlijden aan zijn weduwe Adriana Fatels worden deze omschreven als: een woonhuis, werkplaats, schuur en erf aan de Schoolstraat nummer 5, te samen groot 625 vierkante meter. Het bedrijf stond bekend als de firma J.J. Res.

In april 1968 volgt de verkoop van het woonhuis, werkplaats, erf en verdere aanhorigheden voor 65.000 gulden aan de zonen Jacobus Fredericus (Jaap) Res, geboren in 1930, aannemer, gehuwd met Maria Antonia Afra (Rie) Kuilman, aan Johannes Timotheus (Jan) Res, geboren in 1934, timmerman-aannemer, gehuwd met Agatha Maria de Waard en aan Reinier (René) Res, geboren in 1942, uitvoerder en gehuwd met Maartje Christina Ooms.

Kort na de overdracht overlijdt Jaap Res. Op 19 augustus 1969 draagt Rie Kuilman, die toen woonde aan de Dorpsstraat 15, haar aandeel in het woonhuis over aan haar zwagers Jan en René Res. Jan Res woont dan al in het pand aan de Schoolstraat. De omschrijving was toen: het woonhuis, kantoren, werkplaats, bergplaats, erf en grond en verdere aanhorigheden, staande en gelegen in de Gemeente Castricum, aan de Schoolstraat nummer 5, te samen groot 62 vierkante meter.

In 1971 koopt Jan Res het deel van zijn broer René en zo komt het geheel in zijn bezit. In 1977 heeft Jan Res de bestaande en in slechte staat verkerende houtloods aan de voorzijde van het perceel herbouwd; in 1980 volgt nog een uitbreiding door in de ruimte tussen Schoolstraat 9 en het bedrijfspand een garage met enkele voorzieningen te bouwen.

Het pand van Handy House.
Het pand van Handy House. Dorpsstraat 47 in Castricum, 1982. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

In 1982 stopt Jan Res met het bouwbedrijf en begint aan de Dorpsstraat ‘Handy House’, een winkel voor de ‘doe-het-zelver’. De werkplaats en de schuur aan de Schoolstraat worden gebruikt als opslag voor de winkel.

In 1988 sluit hij zich aan bij de landelijke Doeland-keten en wordt de naam van de winkel gewijzigd in ‘Doeland’. Zoon Paul Res werkt al jaren mee in het bedrijf en hij neemt de winkel in 1990 van zijn vader over.

Big Boss bouwmarkt op de Castricummerwerf 70.
Big Boss bouwmarkt op de Castricummerwerf 70 in 1995. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

Een uitbreiding van het bedrijf volgt in 1995 als Paul samen met zijn broer John een pand overneemt op de Castricummerwerf. Deze zaak gaat in oktober van dat jaar van start als Big Boss, een franchise van een landelijke keten. Beide bedrijven zijn nu (in 2005) gezamenlijk bezit van Paul en John Res.

Agatha M. de Waard is in 1995 te Alkmaar overleden en haar man Jan Res op 67-jarige leeftijd in 2001 te Castricum. De ‘Doeland’-winkel aan de Dorpsstraat wordt gesloten en Paul en John Res geven nu samen leiding aan het bedrijf Big-Boss op de Castricummerwerf.

De timmerwerkplaats van J.Res heeft plaats gemaakt voor een nieuwe woning. Schoolstraat 7 in Castricum, 2013. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In 2004 worden aan de Schoolstraat de werkplaats, de schuur en de woningen nummer 5 en nummer 7 gesloopt en verrijzen op die plaats twee vrijstaande woningen. Hiermee komt een einde aan een eeuwenlange geschiedenis van timmerbedrijven aan de Schoolstraat.

Sjef Smulders


Het vooruitstekende pand aan de linkerzijde is de werkplaats van J. Res.
Schoolstraat met geknotte bomen en zicht op Opel garage aan de Dorpsstraat. Het vooruitstekende pand aan de linkerzijde is de werkplaats van J. Res. Schoolstraat 7 en 9 in Castricum. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.
Jaarboek 28, pagina 10

Bronnen:

  • Castricumse archieven op het Regionaal Archief te Alkmaar.
  • Kadastrale gegevens te Alkmaar en Haarlem.
  • Blom, P.C.M., onderzoek perceel Schoolstraat 5, febr. 2005.
  • Zuurbier, S.P.A., De Castricumse familie … Res, 6e Jaarboekje Werkgroep Oud-Castricum, 1984.

Met dank aan:
Huib Korsman, Bob en René Res.