De heerlijkheid Bakkum

Door: Eric Bor

Het voormalige raadhuis aan de Dorpsstraat

Bakkum is tussen de vierde en zevende eeuw ontstaan als nederzetting op een strandwal aan de duinvoet. In een akte uit het jaar 980 wordt het voor het eerst genoemd als ‘Bacchem’ Het oorspronkelijke dorp Bakkum lag ten noorden van de huidige Zeeweg en had al in de vroege middeleeuwen twee kernen. Zuid-Bakkum vormde het eigenlijke dorp, hier stond in later tijd een raadhuis (rechthuis). De bebouwing was gesitueerd rond de driehoek Bleumerweg, Achterlaan en Heereweg. Het gehucht Noord-Bakkum omvatte een tiental huizen in de omgeving van de huidige Hogeweg.

In de middeleeuwen berustte het gezag bij de graaf van Holland, die als leenheer een groot deel van het graafschap in leen had uitgegeven. Een plaats of dorp, waarvan de graaf afstand van het gezag had gedaan, werd een (ambachts-)heerlijkheid genoemd. We weten dat Bakkum in 1431 als heerlijkheid in leen werd gegeven aan de Heer van Egmond.

Wapen van Geelvinck: Mr. Nicolaas 1749-1765, Mr. Joan 1765-1802

Tot 1613 bleef het in bezit van het machtige geslacht van de heren van Egmond. In dat jaar kocht raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt de ambachtsheerlijkheid. Na diens onthoofding in 1619 verkocht zijn vrouw Maria van Utrecht de heerlijkheid Bakkum in 1625 aan de familie Van der Mijle. Daarna kwam de heerlijkheid achtereenvolgens in bezit van de families Perné, Geelvinck, Schuyt en Braakenburg (waarmee weer een aantal straatnamen verklaard zijn).

Nicolaas Geelvinck was al ambachtsheer van Castricum toen hij in 1749 de heerlijkheid Bakkum kocht. Vanaf toen raakten Bakkum en Castricum steeds meer met elkaar verbonden. Tijdens de Franse overheersing tekende keizer Napoleon op 21 oktober 1811 een decreet dat Bakkum per 1 januari 1812 onderbracht bij Castricum. Sindsdien is Bakkum een onderdeel van Castricum. David Braakenburg, die nog met trots de titel ‘Ambachtsheer van Backum’ voerde, overleed in 1986. Zijn zoon meldde mij desgevraagd dat hij zich niet met de titel had beziggehouden, maar wel de enige mannelijke erfgenaam is. Heer van Bakkum tegen wil en dank, dus…

Het wapen van Bakkum is een klimmende eenhoorn. Die eenhoorn vinden we in alle wapens van de verschillende ambachtsheren sinds 1625 terug.

Bronnen

Tekst:
  • Werkgroep Oud-Castricum: Jaarboek Oud-Castricum jg. 3 (1980), p. 3-18 Simon Zuurbier, De Heerlijkheid Bakkum en zijn Ambachtsheren

  • Foto’s:
  • Beeldbank Oud-Castricum

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    De bocht in de Dorpsstraat in 1964

    Door: Eric Bor

    Het voormalige raadhuis aan de Dorpsstraat

    Op de beeldbank van Oud-Castricum kwam ik een foto tegen van de bocht in de Dorpsstraat die mij uitnodigde voor een trip down Memory Lane (zie foto 1). Dit was het Castricum uit mijn jeugd. Ik dacht eerst op grond van de auto’s en de zomerjurk van de jongedame met de kinderwagen dat de foto eind jaren vijftig genomen was, maar het bijschrift vermeldde het jaartal 1964, dus de foto stamt toch al uit de tijd dat je je radiootje kon afstemmen op de piratenzender Radio Veronica om de Beatles te beluisteren.

    Links het terras van bondscafé Van Benthem naast de voormalige veiling van Ons Belang (links, niet in beeld), die toen al verhuisd was naar de overkant van het spoor. Daarachter, links in de Burgemeester Mooijstraat de Wassalon, een wasserette waar mijn moeder regelmatig kwam omdat de wasmachines en centrifuges er een stuk geavanceerder en (dus) sneller waren dan de apparaten bij ons thuis. Foto 3 toont de Wassalon duidelijk. Daarnaast op foto 1 de haringkar van Gerrit van Velzen uit de Bakkummerstraat, die later werd overgenomen door Fred Gans en naar de overkant van de Dorpsstraat verhuisde.

    Voor de haringkar staat Gurben Veenstra op z’n vast plek in zijn karakteristieke houding. Je kunt het op de foto niet duidelijk zien, maar hij heeft vast z’n klompen aan. Op foto 2 heeft Gurben gezelschap van Lena Schotvanger en Cor Beentjes (de spoorman). Naast Gurben op foto 1 het huisje van Piet Schotvanger en de manufacturenzaak van Twisk. Boven de winkel van Twisk zie je de schoorsteen van de bakkerij op het Bakkerspleintje.

    Aan de overkant van de Dorpsstraat naast de boom staat de telefooncel die we gebruikten om onze vrienden te bellen waar ze bleven als we in het weekend bijvoorbeeld in de Voem Voem zaten, want mobieltjes hadden we nog niet. De telefoonnummers kenden we uit ons hoofd. Die nummers vielen overigens wel op te zoeken: in zo’n celletje hingen de telefoonboeken van heel Nederland. Dankzij de Frogs hebben we een fraaie close up van een Castricumse telefooncel (foto 4).

    Bronnen
    Foto’s:
  • Beeldbank Oud-Castricum

  • Noot van de redactie: dit deel van de Dorpsstraat wordt behandeld in deel 6 van de geschiedenis van de Dorpsstraat: 32e jaarboek (2009) Ook in dit jaarboek een Schotvanger, Dirk (Jaarboek 32 2009 pg 71-78) – Oud-Castricum (oud-castricum.nl).

    N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    REIZEN en TREKKEN door ’t eigen land….

    Serendipiteit noemen ze dat: het vinden van iets onverwachts en bruikbaars terwijl je op zoek bent naar iets totaal anders. Dat overkwam ook Rino Zonneveld. Hij vond in De Volkskrant van 16 mei 1936 onderstaand pareltje over onze mooie gemeente, geschreven door dhr. Lommen, burgemeester van Castricum van 1918 tot aan zijn dood in 1936. Hieronder de tekst van het artikel. Of klik hier om het artikel te lezen in de krant.

    Castricum, paradijs voor toeristen
    Kampeer- en badplaats bij uitnemendheid

    Het bestuur van de R. K. Volksbond verzoekt mij een en ander te vertellen over Castricum. Ik wil hieraan gaarne voldoen, maar zie mij daarbij voor de moeilijkheid geplaatst, wat alzo onder uwe aandacht te brengen. U moet namelijk weten, dat ons dorp zeer veelzijdig is en het daardoor moeilijker wordt om in gecomprimeerde vorm, zoals een dagblad dat waagt u van al de bekoorlijkheden een volledig verslag te geven. Maar laat ons beginnen met de onmiddellijke nabijheid! Daar vindt men de mooie blauwe zee, het brede strand, de blanke duinen en de bossen. Heeft de bezoeker hiervan genoten, dan kan hij desgewenst dwalen langs de sappige groene weiden, gestoffeerd met rood- of zwartbont vee; hij kan zijn blik richten naar de wijde horizon en genieten van een echt Hollands wolkenspel.

    Bloeien de bloembollen, dan kan hij zich tevens verzadigen aan de rijk en kleurig geschakeerde velden. Tuinderijen, boerenhofsteden, rijgen zich aaneen, en vormen met al het overige een prachtig mozaïek van verscheidene kleuren.

    Gaarne zou ik den lezer rondleiden, maar nu dit voorrecht mij is onthouden zal mijn pen trachten u voor te toveren al het moois, dat Castricum den bezoeker en inwoners biedt.

    Castricum staat de laatste jaren in het brandpunt der belangstelling, de ontwikkeling trekt de aandacht ver buiten de gemeentelijke zelfs de provinciale grenzen. Het zomerseizoen brengt tienduizenden gasten, en zelfs als de sneeuw de duinen siert en de takken van de dennenbomen doet buigen, komen honderden natuurliefhebbers genieten van de mooie vergezichten.

    Kampeer- en strandgenoegens

    Voor de duinterreinen, welke tegen geringe prijs voor het publiek toegankelijk zijn, werd in 1935 wandelkaarten verstrekt voor meer dan 30.000 bezoekers. Van de gelegenheid om gedurende het badseizoen op het strand te kamperen wordt druk gebruik gemaakt. In 1935 werden pl.m. 1700 tentvergunningen verstrekt. Dit tentenkamp opgebouwd op het zogenaamde vrije strand staat gedurende het seizoen regelmatig onder toezicht van twee daarvoor extra aangewezen politiedienaren. De tenten mogen alleen overdag worden opgebouwd en moeten bij het vallen van de avond worden gestreken.

    Het strand zelve is onderverdeeld; ten eerste: de officiële strandexploitatie; ten tweede: een gedeelte waar zee- en zonnebaden mogen worden genomen en ten derde: een deel waar niet-baders zich kunnen vermijden en vermaken in het fijne strandzand of in hun luie-, lig- of badstoel. Op en bij het strand vindt men de nodige inrichtingen om zich te verversen en zich te verfrissen.

    Zijt gij liefhebber van het kamperen dag en nacht, het provinciaal kampeerterrein, gelegen midden in het schone duincomplex, biedt u daartoe volop de gelegenheid. Dit keurig verzorgd en ingericht terrein is des avonds verlicht; gij vindt er stromend water en tegen geringe vergoeding warmwater. Voor de hygiëne wordt goed gezorgd; de bouw van een aantal waterclosets staat er borg voor dat de volksgezondheid niet wordt geschaad.

    In de kampeerwinkeltjes is alles te koop wat de kampeerders nodig hebben. De barbier scheert u glad, en een lieftallige vrouwelijke politieagent zal de dames op vriendelijke toon terechtwijzen waar dit nodig is, en hen behulpzaam zijn waar gewenst. Een vijftal mannelijke politiebeambten zorgen mede voor de goede orde op dit kampeerterrein dat in het hoogseizoen een dorp op zichzelf vormt, met meer dan 4000 bewoners.

    Uitgangspunt voor uitstapjes

    De verbinding van het dorp Castricum met de zee, de duinen en het kampeerterrein is behoorlijk. Komt gij per electrische te Castricum aan (rijtijd Amsterdam—Castricum, Haarlem—Castricum plm. 28 minuten) dan treft gij aan het station een voldoend aantal autobussen welke u in de richting naar zee zullen vervoeren.

    Mooie fiets- en wandelwegen door en langs de duinen brengen u midden in het natuurschoon, waarvan de eigenaresse de provincie Noord-Holland is, welke met grote energie en voortvarendheid streeft naar behoud en verfraaiing van dit kostelijk duinbezit, dat een waar natuurmonument mag worden genoemd.

    De voor het snelverkeer provinciaal primaire weg, welke in 1935 tot stand kwam, verbindt Amsterdam via de Zaanstreek met Castricum—Zee en brengt deze afstand tot enkele tientallen kilometers terug. De verbetering van de Rijksweg Haarlem, Velsen, Beverwijk—Castricum maakt de toegang tot de nog jonge badplaats „Castricum aan Zee” aanlokkelijk.

    Neemt gij uw route door Castricum naar de Egmonden, dan passeert gij onderweg de vriendelijke Jeugdherberg, Stichting van de Nederlandse Jeugdherbergcentrale, waar steeds vele trekkers gaarne verblijven; het R K. Kinderkoloniehuis „St. Antonius,” dat regelmatig 90 kleuters in de vrije natuur kracht en gezondheid wedergeeft, en het vacantiehuis van de Coöperatieve vereniging Eendracht te Zaandam.

    Wij spraken in de allereerste plaats over de zee, het strand, de bossen en de duinen, wijl dit ongerepte natuurmonument van honderden H.A. de aantrekkingskracht is voor de duizenden bezoekers onzer gemeente, en tevens de grondslag vormt voor haar verdere ontwikkeling.

    De maatschappelijke positie van Castricum

    Het bevolkingscijfer te Castricum stijgt de laatste jaren met 4,5 á 5 pct. per jaar en zal einde 1936 de 7000 hebben bereikt.

    De kinderen der inwoners kunnen onderwijs genieten in de Centrale Openbare Lagere School, de twee R. K. Scholen, een voor jongens en een voor meisjes en in de Chr. School met de Bijbel. Zij, die na het Lager Onderwijs te hebben doorlopen, verder willen studeren, vinden hiertoe de gelegenheid in de onmiddellijke nabijheid, hetzij Alkmaar of Beverwijk, beide in pl.m. 20 minuten te bereiken.

    Hun godsdienstplichten kunnen de inwoners uitoefenen en beleven in de R. K., de Ned. Duits Hervormde- of de Ger. Kerk. De meerderheid der bevolking van Castricum is Rooms-Katholiek, wat zich ook weerspiegelt in de samenstelling van de gemeenteraad. Uit de statistiek blijkt dat onder hen, die zich in Castricum vestigen niet veel Roomsen zijn. Vak- en standsorganisaties van verschillende richtingen zijn voldoende vertegenwoordigd; ook amusementsverenigingen zijn er tal. M.i. ware meer eenheid wenselijk en dit niet alleen voor die verenigingen welke vermaak- of kunstgenot nastreven.

    Castricum heeft een eigen gasfabriek; leidingwater en electrische energie wordt aan huis geleverd door de provinciale bedrijven. Het zal den nadenkenden lezer duidelijk zijn, dat „Mooi Castricum,” wat per slot toch maar een plattelands-gemeente is, en dit ook hopelijk zal blijven, zich thans bevindt in een overgangsperiode wat zijn groei en ontwikkeling aangaat, wat het gemeentebestuur zoals wel vanzelf spreekt veel zorgen geeft, vooral nu de economische omstandigheden zo remmend werken op alles, wat In een vooruitgaande en vooruitstrevende gemeente tot stand moet worden gebracht.

    Ten slotte.

    Denkt u zich Castricum als een volmaakt dorp, blijft dan gerust waar u bent, wilt gij u een recreatie-oord of woonplaats kiezen in een bekoorlijke omgeving, komt dan naar Castricum en aanvaardt de onvolmaaktheden welke ook hier bestaan met een blij gemoed.

    Zijt gij eenmaal inwoner, en eens een dag uit uw humeur, spoel het dan af in de frisse zee, begraaf het in de blanke duinen, neemt uw rijwiel en trapt het eruit op de door de duinen slingerende fietspaden en dank dan God, dat gij toch nog een gelukkig mens kunt zijn, in de heerlijke mooie natuur welke Hij voor u schiep.

    Castricum,

    LOMMEN, burgemeester.

    School en onderwijzerswoning in aanbouw

    Door: Eric Bor

    Het voormalige raadhuis aan de Dorpsstraat

    Deze keer een prachtig scherpe foto uit 1904 van de bouw van de openbare lagere school en de bijbehorende onderwijzerswoning op de Van Oldenbarneveldweg. De arbeiders poseren duidelijk voor de ‘kiek’, zoals een foto destijds genoemd werd. Ze hebben vrijwel allemaal een pet op, alleen de heer in pak met de rol papier -vermoedelijk bouwtekeningen – en de arbeider links op de steiger hebben een hoed op. De bovenste rij mannen balanceert op een randje en de timmerman die links bovenin ‘hangt’, zwaait met zijn hamer. Rechtsonder staan twee dames die vermoedelijk weinig met de bouw te maken hebben: op de kiek gaan is nu eenmaal woest aantrekkelijk.

    De bouw van de school was noodzakelijk omdat de dorpsschool in de Dorpsstraat te klein werd voor het leerlingenaantal. Prinses Marie Van Wied-Van Oranje had het terrein waarop de school en de onderwijzerswoning gebouwd werden, ter beschikking gesteld. In 1904 werden de in 1903 door architect N. de Wolf getekende gebouwen aanbesteed. Er waren 23 inschrijvers en de bouw werd gegund aan de firma Kabel en Borst voor 13.950 gulden.

    Detail van het portiek van de woning

    Voor de onderwijzerswoning en de school werden dezelfde stenen en dakpannen gebruikt en beide gebouwen kregen speklagen met gele en rode stenen. De school kreeg mooie windveren aan de zijkanten en het huis een verdiept portiek waarvan de overkapping rust op fraai gesneden stijlen. Beide gebouwen verkeren nog vrijwel in de oorspronkelijke staat. Het zijn nu gemeentelijke monumenten. Op de foto’s die door de jaren heen van het huis en de school gemaakt zijn, is een aardige ontwikkeling te zien. Aanvankelijk stonden er hekken aan de straatkant op enige afstand van de gebouwen. Op de foto uit 1985 zie je dat er ruim baan gegeven is aan het verkeer: de rijweg is breed en de stoepen zijn smal. Op de foto uit 2012 is de rijbaan aanzienlijk versmald en is er voor het huis weer ruimte voor een tuintje en een stoep.

    Huis en school in 1985 en 2012

    Bronnen
    Tekst:

    • Werkgroep Oud-Castricum

    Foto’s:

    Noot van de redactie:
    Over het onderwijs en de scholenbouw in Castricum en Bakkum zijn in het 11e jaarboek (1988) drie artikelen opgenomen:

    N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    Drukkerij en uitgeverij Dante Alighieri

    Door: Eric Bor

    Het voormalige raadhuis aan de Dorpsstraat

    Op 15 juli 1921 richtte Louis Winkeler in Castricum de drukkerij en uitgeverij ‘DanteAlighieri’ op.  Zijn doel was het drukken en uitgeven van “boekwerken en geschriften, waarvan de inhoud niet in strijd is met de rooms-katholieke geloofs- en zedenleer”. Het liefst wilde hij boeken uitgeven die eraan meewerkten het rooms-katholieke geloof te verbreiden. Uiteraard zou het bedrijf ook familiedrukwerk en zakelijk drukwerk verzorgen. In 1921 gaf hij aandelen uit. Zijn bedoeling was 500 aandelen van ƒ 200,– uit te geven, maar hij kon er slechts ƒ 150,– kwijt, plus ƒ 27,– eigendomsbewijzen.

    Een aandeel van 200 gulden

    In 1921 nam hij de bestaande drukkerij ‘Brederode’ over. Deze was gevestigd in een voormalige loods van Jan Schuijt op de Korte Cieweg 21. Dit gebouw stond op de plek, waar nu de Marijkestraat begint. In 1922 kocht Winkeler dit gebouw. Hij gaf veel boeken uit, onder andere dichtbundels van Caesar Gezelle, de neef van de bekende Vlaamse dichter Guido Gezelle. Het waren mooi uitgegeven boekjes, met een tekening van het hoofd van Dante Alighieri als beeldmerk van de uitgeverij, maar bepaald geen bestsellers.

    De gemeentegids uit 1925

    Dante Alighieri, wiens hoofd ook op de aandelen was afgedrukt, was een Italiaanse dichter die leefde van 1265 tot 1321. Hij schreef een van de bijzonderste boeken van de middeleeuwen: de Divina Commedia (Goddelijke Komedie). Dit is een driedelig gedicht over het hiernamaals. De lezer wordt meegevoerd van de Hel via de Louteringsberg naar het Paradijs. Dit boek kreeg heel veel invloed, vooral nadat het na de uitvinding van de boekdrukkunst in druk verscheen. In 1924 startte Louis Winkeler met de ‘Castricummer Courant’. Hij nam zelf het redacteurschap op zich en verbleef sindsdien regelmatig in de Castricumse cafés om informatie te vernemen die hij voor zijn krant kon gebruiken. In 1925 verscheen een fraaie gemeentegids. Commercieel werd het bedrijf geen succes: in 1926 ging het failliet.

    Dante Alighlieri met Divina Commedia in de hand, geschilderd door Domenico di Michelino in 1465. Dit schilderij hangt in de Dom in Florence
    Bronnen

    Tekst:
  • Werkgroep Oud-Castricum. Artikel Niek Kaan: Over kranten en drukkers gesproken. In: Jaarboek Oud-Castricum, 2013, p. 28-41.

  • Foto’s:
  • Beeldbank Oud-Castricum,
  • Historiek.net.

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    Hondenkarren in Castricum

    Door: Eric Bor

    Het voormalige raadhuis aan de Dorpsstraat
    Strandtafereel met hondenkar, schilderij van Jozef Moerenhout (1801-1875)

    We weten dat in ieder geval vanaf 1675 de hondenkar in Nederland in gebruik is. In dat jaar vaardigde het Amsterdamse stadsbestuur namelijk een verbod uit om de hondenkar te gebruiken. Het lijkt erop dat dat verbod niet werd gehandhaafd en in ieder geval niet werd nageleefd, want in later jaren werd het verbod een aantal keren opnieuw uitgevaardigd. Een soortgelijk verbod in Rotterdam werd evenmin nageleefd. Dat is wel logisch als je bedenkt dat lang niet iedereen zich een paard kon veroorloven en dat bepaalde hondenrassen eveneens in staat bleken een kar (en soms ook ploeg of trekschuit) te trekken. Een hond was goedkoop en stelde weinig eisen aan voeding, onderkomen of verzorging

    Meisje met hondenkar, schilderij van Henriëtte Ronner-Knip ca. 1860

    Het was meestal niet gezond voor de betreffende honden, die alleen of met z’n tweeën (soms zelfs met meer) met een tuig onder of voor de tweewielige wagen werden gespannen en soms heel zware lasten te trekken kregen. Wie denkt dat de toenmalige Nederlanders protesteerden tegen de behandeling van de dieren, vergist zich.

    Een aantal Castricummers richtte op 28 juni 1877 een verzoekschrift aan de burgemeester:

    “De ondergeteekenden, allen ingezeten van de gemeente Castricum, woonende aan de Rijksstraatweg in den kom der gemeente als mede aan den Straatweg langs duinzijde en Bakkum nemen de vrijheid zich langs deze tot U Edel-Achtbare te wenden ten einde eene klagt in te dienen tegen het zoo algemeen in zwang zijn van hondenwagens en wel hoofdzakelijk tegen die hondenwagens van Egmond aan Zee, terwijl de daarbij zijnde personen door het slaan der honden en door het nachtelijk rumoer dat zij maken, de nachtrust der aan den straatweg woonende burgers op eene verre gaande wijze wordt verstoord. Dat verder bij den dag met het tegenkomen of passeeren zoowel van voetgangers als van rijtuigen, de bestuurders dier honden karren niet dan door dwang zullen wijken of uithalen. Ter vermijding van ongelukken verzoek om hondenwagens in deze gemeente Castricum te verbieden.”

    In Denemarken waren hondenkarren verboden, Parijs verbood ze in 1824 en Engeland in 1855. In Nederland kwam er pas in 1910 enigszins regulerende wetgeving: houders van trekhonden moesten boven de veertien zijn en geregistreerd staan en de kar moest zijn uitgerust met een drinkbak en een ligplank. Trekhonden moesten ouder dan een jaar zijn, een schofthoogte van minimaal zestig cm hebben en een muilkorf dragen. Er mochten maximaal drie honden voor de kar. Ook waren er voorschriften met betrekking tot het maken en de afmetingen van ‘hondentuig’. Pas de Wet op de Dierenbescherming uit 1962 verbood de hondenkarren definitief.

    Bronnen

    Tekst:
  • Werkgroep Oud-Castricum,
  • waaronder: Castricum 100 jaar geleden in Jaarboek Oud-Castricum nr. 1, 1978,
  • Willemen, Bert. Geschiedenis van de hondenkar.

  • Foto’s:
  • Beeldbank Oud-Castricum,
  • Beeldbank Stichting Historisch Egmond,
  • Catawiki,
  • Historiek.

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.