Drukkerij en uitgeverij Dante Alighieri

Door: Eric Bor

Het voormalige raadhuis aan de Dorpsstraat

Op 15 juli 1921 richtte Louis Winkeler in Castricum de drukkerij en uitgeverij ‘DanteAlighieri’ op.  Zijn doel was het drukken en uitgeven van “boekwerken en geschriften, waarvan de inhoud niet in strijd is met de rooms-katholieke geloofs- en zedenleer”. Het liefst wilde hij boeken uitgeven die eraan meewerkten het rooms-katholieke geloof te verbreiden. Uiteraard zou het bedrijf ook familiedrukwerk en zakelijk drukwerk verzorgen. In 1921 gaf hij aandelen uit. Zijn bedoeling was 500 aandelen van ƒ 200,– uit te geven, maar hij kon er slechts ƒ 150,– kwijt, plus ƒ 27,– eigendomsbewijzen.

Een aandeel van 200 gulden

In 1921 nam hij de bestaande drukkerij ‘Brederode’ over. Deze was gevestigd in een voormalige loods van Jan Schuijt op de Korte Cieweg 21. Dit gebouw stond op de plek, waar nu de Marijkestraat begint. In 1922 kocht Winkeler dit gebouw. Hij gaf veel boeken uit, onder andere dichtbundels van Caesar Gezelle, de neef van de bekende Vlaamse dichter Guido Gezelle. Het waren mooi uitgegeven boekjes, met een tekening van het hoofd van Dante Alighieri als beeldmerk van de uitgeverij, maar bepaald geen bestsellers.

De gemeentegids uit 1925

Dante Alighieri, wiens hoofd ook op de aandelen was afgedrukt, was een Italiaanse dichter die leefde van 1265 tot 1321. Hij schreef een van de bijzonderste boeken van de middeleeuwen: de Divina Commedia (Goddelijke Komedie). Dit is een driedelig gedicht over het hiernamaals. De lezer wordt meegevoerd van de Hel via de Louteringsberg naar het Paradijs. Dit boek kreeg heel veel invloed, vooral nadat het na de uitvinding van de boekdrukkunst in druk verscheen. In 1924 startte Louis Winkeler met de ‘Castricummer Courant’. Hij nam zelf het redacteurschap op zich en verbleef sindsdien regelmatig in de Castricumse cafés om informatie te vernemen die hij voor zijn krant kon gebruiken. In 1925 verscheen een fraaie gemeentegids. Commercieel werd het bedrijf geen succes: in 1926 ging het failliet.

Dante Alighlieri met Divina Commedia in de hand, geschilderd door Domenico di Michelino in 1465. Dit schilderij hangt in de Dom in Florence
Bronnen

Tekst:
  • Werkgroep Oud-Castricum. Artikel Niek Kaan: Over kranten en drukkers gesproken. In: Jaarboek Oud-Castricum, 2013, p. 28-41.

  • Foto’s:
  • Beeldbank Oud-Castricum,
  • Historiek.net.

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    Hondenkarren in Castricum

    Door: Eric Bor

    Het voormalige raadhuis aan de Dorpsstraat
    Strandtafereel met hondenkar, schilderij van Jozef Moerenhout (1801-1875)

    We weten dat in ieder geval vanaf 1675 de hondenkar in Nederland in gebruik is. In dat jaar vaardigde het Amsterdamse stadsbestuur namelijk een verbod uit om de hondenkar te gebruiken. Het lijkt erop dat dat verbod niet werd gehandhaafd en in ieder geval niet werd nageleefd, want in later jaren werd het verbod een aantal keren opnieuw uitgevaardigd. Een soortgelijk verbod in Rotterdam werd evenmin nageleefd. Dat is wel logisch als je bedenkt dat lang niet iedereen zich een paard kon veroorloven en dat bepaalde hondenrassen eveneens in staat bleken een kar (en soms ook ploeg of trekschuit) te trekken. Een hond was goedkoop en stelde weinig eisen aan voeding, onderkomen of verzorging

    Meisje met hondenkar, schilderij van Henriëtte Ronner-Knip ca. 1860

    Het was meestal niet gezond voor de betreffende honden, die alleen of met z’n tweeën (soms zelfs met meer) met een tuig onder of voor de tweewielige wagen werden gespannen en soms heel zware lasten te trekken kregen. Wie denkt dat de toenmalige Nederlanders protesteerden tegen de behandeling van de dieren, vergist zich.

    Een aantal Castricummers richtte op 28 juni 1877 een verzoekschrift aan de burgemeester:

    “De ondergeteekenden, allen ingezeten van de gemeente Castricum, woonende aan de Rijksstraatweg in den kom der gemeente als mede aan den Straatweg langs duinzijde en Bakkum nemen de vrijheid zich langs deze tot U Edel-Achtbare te wenden ten einde eene klagt in te dienen tegen het zoo algemeen in zwang zijn van hondenwagens en wel hoofdzakelijk tegen die hondenwagens van Egmond aan Zee, terwijl de daarbij zijnde personen door het slaan der honden en door het nachtelijk rumoer dat zij maken, de nachtrust der aan den straatweg woonende burgers op eene verre gaande wijze wordt verstoord. Dat verder bij den dag met het tegenkomen of passeeren zoowel van voetgangers als van rijtuigen, de bestuurders dier honden karren niet dan door dwang zullen wijken of uithalen. Ter vermijding van ongelukken verzoek om hondenwagens in deze gemeente Castricum te verbieden.”

    In Denemarken waren hondenkarren verboden, Parijs verbood ze in 1824 en Engeland in 1855. In Nederland kwam er pas in 1910 enigszins regulerende wetgeving: houders van trekhonden moesten boven de veertien zijn en geregistreerd staan en de kar moest zijn uitgerust met een drinkbak en een ligplank. Trekhonden moesten ouder dan een jaar zijn, een schofthoogte van minimaal zestig cm hebben en een muilkorf dragen. Er mochten maximaal drie honden voor de kar. Ook waren er voorschriften met betrekking tot het maken en de afmetingen van ‘hondentuig’. Pas de Wet op de Dierenbescherming uit 1962 verbood de hondenkarren definitief.

    Bronnen

    Tekst:
  • Werkgroep Oud-Castricum,
  • waaronder: Castricum 100 jaar geleden in Jaarboek Oud-Castricum nr. 1, 1978,
  • Willemen, Bert. Geschiedenis van de hondenkar.

  • Foto’s:
  • Beeldbank Oud-Castricum,
  • Beeldbank Stichting Historisch Egmond,
  • Catawiki,
  • Historiek.

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    De Pancratius in aanbouw

    Door: Eric Bor

    Het voormalige raadhuis aan de Dorpsstraat

    Op de beeldbank vond ik een prachtige foto uit 1909 van de Pancratiuskerk in aanbouw. Zonder hijskranen, met eenvoudige steigers en heel lange ladders zie je talrijke arbeiders bezig met de muren en het dak. Bovenin het puntje van de toren is iemand bezig een grote vlag te bevestigen. Het hoogste punt is bereikt! Tijd voor pannenbier, zou je zeggen.

    Achter de door architect Jan Stuijt ontworpen kerk in aanbouw zie je nog net de achterkant van de vorige kleinere Pancratiuskerk uit 1858, die in 1911 gesloopt is, nadat de nieuwe kerk in gebruik was genomen. Voordat de kerk uit 1858 er was, had de rooms-katholieke gemeente eeuwenlang geen echte kerk: zij moesten zich behelpen met een schuilkerk op de Breedeweg op het weiland naast nummer 72.

    Vóór 1579 hadden de katholieken wel een eigen kerk en ook die was gewijd aan Sint-Pancratius: de oude dorpskerk, waarvan het schip rond 1200 gebouwd is en de toren rond 1500. Deze kerk werd in 1566 tijdens de Beeldenstorm geplunderd. Toenmalig pastoor Michael van Riemsdyck meldde over de plunderaars “dat sy in die kercke von Kasterkom het eerwaardig sacramentshuys gedestrueerd hebben”. In 1579 moesten de katholieken de kerk afstaan aan de protestanten.

    Pancratius was een jongen van 14 uit Phrygië, die in het jaar 304 een christelijke martelaar werd, toen hij in Rome principieel weigerde te offeren aan de Romeinse goden, ondanks dat hij voor deze weigering de doodstraf  kreeg. Twee eeuwen later liet paus Symmachus de Sint-Pancratiusbasiliek boven zijn graf bouwen. Sindsdien werd hij als een van de vier ijsheiligen vereerd. Zijn naamdag is 12 mei.

    Pancratius van Rome, schilderij uit 1616 van Guercino (Giovanni Francesco Barbieri)
    Bronnen

    Tekst:
  • F. Bars en E.M. Steeman Borst, Historie van de R.K. Pancratiusparochie in: Jaarboek Oud-Castricum 1983,
  • Heiligen.net.

  • Foto’s:
  • Wikipedia,
  • Beeldbank Oud-Castricum.

  • Noot van de redactie
    In het 6e jaarboek (1983) en in het 32e jaarboek (2009) is de geschiedenis van de bouw van de Pancratiuskerk uitgebreid behandeld. Via de inhoudsopgave trefwoorden Pancratiusparochie en Pancratiuskerk zijn de artikelen te lezen.

    N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    Per paardentram naar Duin en Bosch

    Door: Eric Bor

    Het voormalige raadhuis aan de Dorpsstraat

    Toen het Provinciaal Ziekenhuis Duin en Bosch in 1909 zijn deuren opende, ontstond het idee het personeel en de bezoekers per paardentram van en naar het station  te vervoeren. Dat vervoermiddel was populair geworden omdat een wagon op rails minder zwaar te trekken was waardoor maar één paard nodig was. Bovendien was de reis comfortabeler op de doorgaans nog slecht of niet bestrate wegen.

     In 1904 was er naar de bouwplaats in het duin al een spoorlijntje aangelegd om materialen aan te voeren. Daarvan kon nu gebruik worden gemaakt. Er werd een remise op Duin en Bosch gebouwd (nu een Rijksmonument) en een spooraftakking erheen. Van de Gemeente Tram Amsterdam werden twee tramrijtuigen overgenomen en tussen de rails werd een hoefslag aangelegd.

    Op 30 januari 1914 ging de eerste paardentram van start. Aansluitend op de aankomst van de treinen werden er dertien ritten per dag gemaakt. Op dagen waarop er veel bezoekers kwamen, werd het tweede rijtuig aangekoppeld en werd een tweede paard ingespannen.  Personeelsleden betaalden 3 cent en bezoekers 5 cent per rit. Als gevolg van de Eerste Wereldoorlog werd het paardenvoer in 1918 echter zo duur, dat naar andere trekkracht werd gezocht.

    Hoofdmachinist Maartense bracht uitkomst: hij bouwde een elektromotor in een wagon en voorzag het traject met hulp van personeelsleden van Duin en Bosch van een bovenleiding. De elektrische tram, die in de herfst van 1920 in gebruik werd genomen, reed tot 1 oktober elke dag en daarna alleen nog in de weekenden, omdat er door de week onvoldoende reizigers waren. In juni 1938 viel de elektrische tram uit door een defecte motor. Taxibedrijf ‘De Zeemeeuw’, dat tegenover het station gevestigd was, werd gevraagd de reizigers zolang met een bus te vervoeren. Dit beviel zo goed, dat de tram niet meer in gebruik werd genomen. De tram en de bovenleiding werden gesloopt. In de oorlog trokken de Duitsers de spoorlijn door naar het strand om met een stoomtreintje materialen voor de bouw van bunkers aan te voeren. Nadien bleef het lijntje naar Duin en Bosch nog tot circa 1960 in gebruik voor goederenvervoer met een Sik locomotor, een diesellocomotiefje. Daarna werden de rails verwijderd en werd het traject een wandelpad.

    Bronnen

    Tekst:
  • Jaarboek 16 Oud-Castricum (1993), p. 18-19

  • Foto’s:
  • Beeldbank Oud-Castricum

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    Waarom de Duinkant niet terugkwam

    Door: Eric Bor

    Het voormalige raadhuis aan de Dorpsstraat

    Natuurlijk, de Duitsers lieten het dorpje de Duinkant, de nieuwe villa’s op de Boreellaan achter het station en de huizen aan één kant van de Beverwijkerstraatweg, de Mient en de Vinkebaan slopen om een vrij schootsveld te krijgen. Castricum werd onderdeel van de Atlantikwall, jawohl, daar hielp geen moedertje lief aan. Maar waarom werden die huizen na de oorlog niet teruggeplaatst? Neem nou die gloednieuwe villa’s achter het station, twintig jaar terug de trots van burgemeester Lommen…Vorige week, toen ik in de geschiedenis van De Harmonie dook, stuitte ik op het antwoord. Daar stond het, in de krant van 12 mei 1948: het verslag van de vergadering van gedupeerden en geïnteresseerde bouwers in De Harmonie.

    Nadat wethouder De Vries, die tevens voorzitter was van de Stichting Oorlogsslachtoffers afdeling Castricum, de aanwezigen verwelkomd had, kwam burgemeester Smeets aan het woord. Hij wees erop, dat de gemeente voor 1948 materiaal kreeg voor het bouwen van verschillende huizen. Gedupeerden hadden voorrang gekregen tot herbouw, en B&W wilden als verantwoordelijken voor de huisvesting van de burgers, optimaal gebruik maken van de door het Rijk geboden mogelijkheid. Van de gedupeerden hadden zich echter maar 10 personen aangemeld. Tot 1 juni kregen de gedupeerden nog de gelegenheid zich hiervoor aan te melden, daarna zouden ook niet-gedupeerden gelegenheid krijgen om te bouwen.

    De heer Brouwer, de secretaris van de Vereniging van Gedupeerden afdeling Castricum, wist de oorzaken wel van de geringe animo: de gedupeerden kregen een renteloos bouwkrediet, gedekt door een hypotheekakte en moesten maar vertrouwen op de belofte dat de regering die tien jaar later zou kwijtschelden. Bovendien stonden ze voor hoge kosten van interieurinrichting en het belangrijkste was: ze mochten niet bouwen op de plaats waar ze gewoond hadden. De gedupeerden hadden hun bezwaren al lang in een door velen getekende petitie aan B&W laten weten.

    De burgemeester antwoordde dat zowel de provincie als de gemeente van mening waren, dat de duinzijde van de Beverwijkerstraatweg, de Mient en de Vinkebaan alsmede het gebied achter het station onbebouwd moesten blijven, om het gezicht op het mooie landschap te behouden. De verslaggever van het Nieuwsblad voor Castricum e.o. die dit verslag maakte, gaf zijn ongezouten mening: hij vond het “schreeuwend onbillijk”, dat wat de wederopbouwautoriteiten wilden voor de Castricumse burgers wet moest zijn.

    Bronnen

    Tekst:
  • Nieuwsblad voor Castricum e.o. van 12 mei 1948

  • Foto’s:
  • Beeldbank Oud-Castricum

  • Noot van de redactie
    In het 33e jaarboek 2010 is de geschiedenis van De Duinkant uitgebreid weergegeven. Het is te vinden in de inhoudsopgave van de jaarboeken onder ‘Duinkant, een verdwenen dorpje‘. De wederopbouw in het algemeen is in de artikelen Castricum in opbouw en Castricum in de groei in het 30e jaarboek (2007) beschreven.

    N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    De Harmonie was hotel Heerema en café Ammeraal

    Door: Eric Bor

    Het voormalige raadhuis aan de Dorpsstraat

    In Castricum worden cafés vaak liever naar hun eigenaar dan bij hun naam genoemd. De Harmonie, op de hoek van de Burgemeester Mooijstraat en de  Stationsweg, heette van 1939 tot 1948 hotel Heerema en van 1949 tot 1970 café Ammeraal. In het pand zit nu een Chinees restaurant.

    In 1907 liet Jacob Schotvanger aan de Kramersweg het hotel-café-restaurant De Harmonie bouwen voor zijn in 1881 geboren zoon Piet. Dit werd op 22 februari 1908 officieel geopend. Het café lag erg gunstig ten opzichte van het station en de paardentram naar provinciaal ziekenhuis Duin en Bosch. Het is daarom niet verbazingwekkend dat een ansichtkaart uit die tijd het ‘Stationskoffiehuis’ noemt. Piet Schotvanger was getrouwd met Anna Bisschop en het echtpaar kreeg 8 kinderen. Volgens de overlevering was Piet niet zo gecharmeerd van het cafébedrijf en ging hij liever met zijn vrienden jagen. In 1924 deed hij afstand van zijn vergunning voor de verkoop van sterke drank.

    Het bedrijf werd overgenomen door Klaas Schuijt. Steeds meer verenigingen maakten gebruik van de grote zaal die het bedrijf rijk was. Schuijt verkocht de zaak in 1933 aan Johannes Kehl. Kehl maakte een speeltuin in de achtertuin, maar kon de concurrentie met de naastgelegen speeltuin van Huize Maja (het latere Kornman en Mezza Luna) niet aan. In 1939 vond hij in Dirk Heerema een opvolger. In datzelfde jaar werd een klaverjasvereniging opgericht, die genoemd werd naar het café: De Harmonie. In 1942 moest Heerema van de bezetter het dorp verlaten. In 1946 heropende hij na een grondige renovatie het tijdens de oorlog verwaarloosd geraakte etablissement. De zaak werd sindsdien in het dorp aangeduid als hotel Heerema.  In november 1947 zag hij zich genoodzaakt het bedrijf om gezondheidsredenen te verkopen aan C. Noordam. Deze nieuwe eigenaar ging enthousiast van start, bijvoorbeeld met levende muziek tijdens de kermis in 1948, maar overleed helaas in mei 1949 op 41-jarige leeftijd. Gerrit Ammeraal uit Wormerveer kocht de zaak van zijn erven. Hij bood onder andere vanaf 1950 onderdak aan schietvereniging De Vrijheid. Net als voor de oorlog had De Harmonie een belangrijke functie in het Castricumse verenigingsleven. Er vonden recepties en tentoonstellingen plaats, er werd vergaderd, gedanst, gezongen, geklaverjast en gemusiceerd in café Ammeraal. Theo Bleijendaal kocht het pand in 1970. Hij liet het grondig verbouwen, maar heeft het café-restaurant niet lang gehad. In 1973 verkocht hij het en werd het een Chinees restaurant.

    Bronnen

    Tekst:
  • Archief Oud-Castricum, waaronder Jaarboek 24 (2001), p. 50-67,
  • Archief Nieuwsblad voor Castricum e.o.

  • Foto:
  • Beeldbank Oud-Castricum

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.