Beeld van Castricum 1911-2009 in vijf foto’s

Door: Eric Bor

1911. Aan de voet van de dorpskerk staat de dorpsherberg De Rustende Jager in een gloednieuw jasje. De voorzijde met een oudhollandse trapgevel is tot verbazing van velen niet naar de straat, maar naar de stal gekeerd, die rechts op de foto staat. Ooit was het een doorrijstal, maar sinds de postkoets was vervangen door de stoomtram, hoefden er geen paarden meer te worden verzorgd. Nu stonden er rijtuigen in, en vertoonde Thijs Olgers er omstreeks 1917 films.  Tussen de twee gebouwen een speeltuintje. Achter de herberg kun je heel ver kijken: tuinderijen en nog eens tuinderijen en in de verte de duinen en de schoorsteen en torens van Duin en Bosch.

1911

1935. Er is heel wat bijgebouwd: rechts de Pernéstraat en links de Geelvinckstraat. De Henri Schuijtstraat moet nog bebouwd worden. De horizon is hartstikke scheef, maar dat vergeven we de fotograaf.

1935

1974. Links achteraan een gebouw dat een grote rol zal gaan spelen voor de Castricumse jongeren: de oude bakkerij van Hemmer, die tot 1966 in gebruik was. Het dubbele winkelpand dat ervoor staat, was eveneens van Hemmer en omvatte de bakkerswinkel en het woonhuis. In 1974 werd de voormalige bakkerij door de gemeente aangekocht en in oktober van dat jaar opende jongerencentrum ‘De Bakkerij’ zijn deuren in het gebouw. Gedurende dertig jaar (min één maand) was dit een door jongeren gerund jongerencentrum en poppodium dat door musici en bezoekers hogelijk gewaardeerd werd. Rechts naast De Rustende Jager het tankstation van Hoekstra, dat in plaats kwam van de doorrijstal.

1974

1986. De Rustende Jager is verdwenen, de tuinderijen achter de Dorpsstraat eveneens. Het ‘Bakkerspleintje’ is een parkeerplaats geworden, die vanaf de Torenstraat naast bloemisterij Ten Wolde toegankelijk was. Op dit plein werden tal van manifestaties georganiseerd, vooral door jongerencentrum De Bakkerij. Al in 1994 gingen er stemmen op om dit terrein opnieuw in te richten.

1986

2009. De fotograaf staat op hetzelfde punt als zijn voorganger in 1911. Het uitzicht is op het steile dak van het pand op de voorgrond na onherkenbaar veranderd. Zelfs de torens van Duin en Bosch zijn niet meer te zien. Het nieuwe Bakkerspleintje is in aanbouw. De toekomst kan beginnen. Wat zou er in 2110 vanaf deze plek te zien zijn?

2009
Bronnen
Foto’s:
  • Afb. 1. 1911. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 2. 1935. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 3. 1974. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 4. 1986. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 5. 2009. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    Geef me een turrefie of wat hout: Sint-Maartenliedjes van vroeger

    Door: Eric Bor

    We zongen als  kinderen in de jaren vijftig in de straten van Castricum (en allereerst natuurlijk bij de winkels vlak voor sluitingstijd) nog een vooroorlogs Sint-Maartenlied:

    Sintere Sintere Maarten
    De kalveren dragen staarten
    De koeien dragen horens
    De kerken dragen torens
    De torens dragen klokken
    De meisjes dragen rokken
    De jongens dragen broeken
    Ouwe wijven schutteledoeken
    Sintere Maarten wat is het koud
    Geef me een turrefie of wat hout
    Geef me een hallef centje
    Dan ben je m’n beste ventje
    Geef me een appel of een peer
    Dan kom ik het hele jaar niet meer.

    Afb. 1. Sint-Maartenlopen tweede helft negentiende eeuw: de arme kinderen gingen bij de rijke families langs (Atlas Van Stolk, Rotterdam)

    Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat we voor de snelheid wel eens wat stukjes oversloegen, maar nooit de schutteledoeken, het turrefie en het halve centje, want die gaven de gepaste geheimzinnigheid aan het zich toch al in duisterheid afspelende gebeuren. Eigenlijk zouden we deze ons onbekende artikelen best eens voor onze zelfgemaakte lampions willen zien opdoemen. Natuurlijk hadden we ook een korter lied:

    Rood rood vogeltje
    Met je rooie rokkie an
    Daar komt Sintere Maarten an
    Sintere Maarten had een koe
    Die moest naar de slager toe
    Wassie vet of wassie mager
    Evengoed moestie naar de slager.

    Afb. 2. Kinderen van Eric Bor met hun lantaarns, in 1981 (© Eric Bor)

    Dat schoot lekker op. Als we de gulle gave van de toegezongene heel hoog waardeerden, prezen we hem de hemel in:

    Hier woont een rijk man
    Die veel geven kan
    Veel zal die geven
    Lang zal die leven
    God zal ‘m lonen
    Met honderdduizend kronen
    Met honderdduizend lichies an
    Daar komt Sintere Maarten an.

    Afb. 3. Burgemeester Mooijstraat 1986

    Wie het waagde niet thuis te zijn of – erger nog – zijn licht uit te laten, moest het doen met:

    Hier woont een kikkerbil
    Die niets geven wil.

    Meer adem verspilden we niet aan dergelijke types.

    Mijn kinderen zongen in de jaren tachtig niet meer over vogeltjes met rooie rokkies en vroegen in hun liederen niet meer om appelen, peren, hout, turf of halve centjes. Om de een of andere reden was pepermunt voor die generatie heel aantrekkelijk:


    afb. 4. Nuhout van der Veenstraat – De Pompoen 1986

    Sintere Maarten Mik Mak
    M’n vader is een dikzak
    M’n moeder is een duntje
    Geef me een pepermuntje.

    Lekker kort, dat is waar. Maar wel een beetje kaal zo zonder schutteledoeken, honderdduizend lichies en de slachtende slager.

    Bronnen
    Foto’s:
  • Afb. 1. Sint-Maartenlopen tweede helft negentiende eeuw: de arme kinderen gingen bij de rijke families langs. Foto: Atlas Stolk, Rotterdam).
  • Afb. 2. Kinderen van Eric Bor met hun lampion. Copyright: Eric Bor
  • Afb. 3. Burgemeester Mooijstraat 1986. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 4. Nuhout van der Veenstraat – De Pompoen 1986. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    Fazanten in het duingebied

    Door: Eric Bor

    Afb. 1. Fazant in het duin

    Vroeger zag je dikwijls fazanten in het duin. Tegenwoordig vind je ze nauwelijks meer. De fazant is geen inheemse vogel, maar leefde oorspronkelijk in Oost-Europa en Azië. De Romeinen hielden van het vlees van de fazant en zorgden ervoor dat de soort zich over grote delen van Europa verspreidde. Vanaf de achttiende eeuw groeide het aantal fazanten in West-Europa door de plezierjacht. De fazanten werden speciaal voor de jacht gefokt.

    Afb. 2. Het Voerhuis nabij de Kruisberg.

    In het duinterrein bij Castricum lag pal ten noorden van de Kruisberg De Broeierij. Daar werden fazanten opgekweekt voordat ze in het veld werden uitgezet om te worden geschoten. Baron Van Tuyll van Serooskerken, de voormalige eigenaar van het duingebied, sloeg het fazantenvoer op in een schuur, die later werd omgebouwd tot woning. Deze woning staat nog steeds nabij de Kruisberg en heet nu “Het Voerhuis”.  De oude veldnaam Vlakje van 36 verwijst naar een drijfjacht waarbij ooit 36 fazanten tegelijk werden geschoten.

    Afb. 3. Atlas van Nederlandse vogels 1987.

    De fazantenjacht, die tot in de zestiger jaren van de twintigste eeuw doorging, was intensief. Door bijvoeren van de dieren werd de stand kunstmatig hoog gehouden. Fazanten eten knoppen, plantjes en zaad en worden door de omwonenden met een tuintje in het duin dan ook niet erg gewaardeerd. Dat was ook de reden dat het PWN vroeger een min of meer rituele fazantendrift organiseerde: een drijfjacht op fazanten waarbij maar enkele exemplaren werden geschoten. Het zaad uit fazantenvoer, dat vroeger op voerbanen werd uitgestrooid, heeft enkele veldbloemen de kans gegeven zich in het Noord-Hollands Duinreservaat te vestigen. Waarschijnlijk zijn amsinckia, kuifhyacint, bosvogelmelk en piramidevogelmelk afkomstig uit fazantenvoer. In 1993 werd de fazantenjacht landelijk verboden, maar het gebeurt illegaal nog wel hier en daar. Sinds het beëindigen van het bijvoeren en de jacht is het aantal fazanten geleidelijk afgenomen, vooral door toedoen van natuurlijke vijanden als de vos en de havik. Op bijgaande kaarten is de afname van de populatie duidelijk te zien. Fazanten zijn vooral nog op de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden en op de waddeneilanden te vinden.

    Afb. 4. Vogelatlas van Nederland (Sovon 2018).
    Bronnen
    Tekst:
  • Vogelbescherming Nederland. .
  • Sovon Vogelonderzoek. .
  • Duinen en mensen Kennemerland (2009) Amsterdam p. 172..

  • Foto’s:
  • Afb. 1. Fazant in het duin. Foto: Piebe op Zoom.nl).
  • Afb. 2. Het Voerhuis nabij de Kruisberg. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 3. Atlas van Nederlandse vogels 1987. Afbeelding te zien op webpagina Sovon over de fazant)
  • Afb. 4. Vogelatlas van Nederland (Sovon 2018). Te bestellen bij Sovon.

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    De brand in filterfabriek ‘Golden Super’

    Door: Eric Bor

    Afb. 1. Op deze luchtfoto uit het archief is de locatie van het bedrijf tussen de Mient en de Geelvinckstraat duidelijk zichtbaar.

    Baukje Weda vroeg enige tijd geleden op de Facebooksite ‘Je bent Castricummer als..’ of er nog iemand foto’s had van de brand in de filterfabriek ‘Golden Super’. In mei 1983 ging dit bedrijf in vlammen op. Baukje bracht haar jeugd door in het laatste stukje Geelvinckstraat tussen de Dr. Leenaersstraat en de Ruiterweg en ik woonde daar in die tijd ook. Ik heb inderdaad nog foto’s.

    Afb. 2. Brandweerlieden op het kantoorgedeelte achter de Mient. Links op het dak Gerard Veldt bij zijn eerste grote brand.

    Op het terrein tussen dat stuk Geelvinckstraat en de Mient bevond zich sinds de jaren zestig de filterfabriek ‘Golden Super’ van Laurens Abercrombie. Hij had de locatie overgenomen van Thijs de Nijs, die daar oorspronkelijk zijn bouwbedrijf had. In het Nieuwsblad van Castricum van 13 oktober 1967 staat een uitvoerige beschrijving van de filter- en metaalfabriek, die aan de Mient 111(B) was gevestigd. De Golden Super NV, de enige fabriek op dit gebied in Nederland, was nog steeds groeiende en vervaardigde ruim 11,5 miljoen filters per jaar. Het bedrijf groeide letterlijk tegen de achtertuinen van de Geelvinckstraat op: mijn schuur stond tegen een bedrijfsruimte aan. Aan de Mientkant was er achter de tuinen een steeg, waaraan nog wat loodsen grensden: schoenmaker Gerbrand Heijne had daar bijvoorbeeld zijn werkplaats.

    Afb. 3. Een brandweerman in de rook achter de schuren van Geelvinckstraat 98 en 100

    Op 10 mei 1983 ging het mis. Een werknemer die met propaangas een filter aan het afbranden was, zag dat een in de buurt liggende doek in de brand was geraakt. Direct na deze ontdekking sloeg het vuur over naar in de omgeving liggende spullen. De brand was al snel zo hevig, dat de brandweerkorpsen van Castricum en Heemskerk er met zes bluswagens en groot materieel aan te pas moesten komen. Hun bluswerkzaamheden werden bemoeilijkt door de enorme rookontwikkeling. Zij konden niet voorkomen dat de fabriek grotendeels afbrandde, maar wisten het kantoor (met brandschade) te redden en voorkwamen dat het vuur oversloeg naar de omliggende huizen, al hadden de tegen de fabriek aanliggende schuurtjes ook brandschade. Eén werknemer van de fabriek werd met brandwonden overgebracht naar het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk. Abercrombie zocht een nieuwe locatie voor zijn bedrijf en vond die in Uitgeest. Al vrij snel kon hij daar de productie voortzetten. Na enkele jaren gesteggel over de bestemming van het binnenterrein tussen de Geelvinckstraat en de Mient, werden de restanten van de uitgebrande fabriek verwijderd en kregen de omwonenden de gelegenheid, de aan hun tuin grenzende grond te kopen. Vrijwel iedereen maakte van deze mogelijkheid gebruik.

    Afb. 4. Nablussen achter Geelvinckstraat 96
    Bronnen
    Foto’s:
  • Afb. 1. Op deze luchtfoto uit het archief is de locatie van het bedrijf tussen de Mient en de Geelvinckstraat duidelijk zichtbaar. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 2. Brandweerlieden op het kantoorgedeelte achter de Mient. Links op het dak Gerard Veldt bij zijn eerste grote brand. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 3. Afb. 3. Een brandweerman in de rook achter de schuren van Geelvinckstraat 98 en 100. (Foto: Eric Bor).
  • Afb. 4. Nablussen achter Geelvinckstraat 96. (Foto: Eric Bor).
  • Afb. 5. Verslag in Het Parool van 11 mei 1983).

  • Afb. 5. Verslag in Het Parool van 11 mei 1983

    N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    De postkoets in Castricum

    Door: Eric Bor

    Afb. 1. Ordonnantie van de Binnen-Vrachten tusschen Haerlem en Alkmaer uit 1683. De prijzen zijn in guldens – stuivers – penningen (1 gulden = 20 stuivers; 1 stuiver = 16 penningen). (collectie Noord-Hollands Archief)

    Een ordonnantie uit 1683 van de vrachttarieven in Alkmaar en Haarlem in het Noord-Hollands Archief laat zien, dat er in de zeventiende eeuw al een postkoets reed op het traject Alkmaar – Haarlem. Vanuit Alkmaar reed deze via Heiloo en Limmen naar Castricum en dan verder via de Oud-Haarlemmerweg langs de duinrand naar Beverwijk, Velsen, Santpoort en Haarlem. Omdat het Wijkermeer oostelijk van Beverwijk destijds in verbinding stond met het IJ en de Zuiderzee, was dit de enig mogelijke route. In Castricum was de vaste stopplek de herberg De Rustende Jager. Op briefpost stond ‘af te geven bij de herberg te Castricum’. De herbergier was verantwoordelijk voor verdere verspreiding van de post.

    Afb. 2. Postkoets op de Rijksstraatweg bij de Kennemerpoort in Alkmaar, getekend door B.G. ten Berge in 1862 (collectie Regionaal Archief Alkmaar)

    De tocht van Alkmaar naar Haarlem duurde zes uur en werd twee keer per dag gereden. De postiljon (koetsier) uit Alkmaar reed tot herberg ‘De Roomolen’ in Noorddorp (op de plek van Rijksstraatweg 116, vlak voorbij  Camping Geversduin), die precies halverwege de route lag. Hij kreeg daar verse paarden  en wisselde zijn vracht en eventuele passagiers met de postiljon die uit Haarlem was aangekomen. Beide postkoetsen gingen daarna terug naar hun eigen stad. Voor passagiers was zo’n rit over zandpaden in zo’n hotsende en schuddende koets duur en zeer oncomfortabel. Mensen met geld prefereerden doorgaans een rit op hun eigen paard of met hun eigen rijtuig.

    Afb. 3. Castricum in 1730, gravure van H. Spilman naar een tekening van A. Zeeman. Links de Rustende Jager met doorrijstal.

    Een regelmatig terugkerend probleem was, dat de weg tussen Noorddorp en Castricum door duinzand werd overstoven. Daardoor kwamen de koetsen vast te zitten en een enkele keer sloegen ze zelfs om. Rond 1780 gebeurde dit zo vaak, dat de Alkmaarse bestuurders zich in 1782 wendden tot het regionaal bestuur om ervoor te zorgen dat hier iets aan werd gedaan. Schout Nuhout van de Veen kreeg de opdracht de weg meer naar het oosten te verleggen, maar de eigenaar van het oostelijk gelegen bos, de heer Deutz van Assendelft, weigerde zijn medewerking. Hij vond het nalatigheid van schout en regenten van Castricum, dat zij de duinen langs de weg niet met stro en helm hadden beplant.

    Afb. 4. Herberg ‘De Roomolen’ in Noorddorp, getekend door H. Tavenier (1734-1807) (foto Beeldbank Historische Kring Heemskerk)

    Uiteindelijk werd de zaak voorgelegd aan de Staten van Holland. Op kosten van de Staten kwam er in 1785 een nieuwe weg oostelijk om het bos van de heer Deutz heen. Die weg met z’n rare  bochten bestaat nog en heet nu de Malleweg. Vanaf 1820 werd het hele traject Alkmaar – Haarlem door het Rijk bestraat. Bij de aanleg van de  Rijksstraatweg werd het tracé van Noorddorp tot de kruising Dorpstraat – Burgemeester Mooijstraat rechtgetrokken. De komst van de trein in 1867 maakte de postkoets al snel overbodig. 

    Afb. 5. Joachim Nuhout van der Veen, schout van Castricum van 1780 tot 1814
    Bronnen

    Tekst:
  • Simon Zuurbier, Weg naar Beverwijk verlegd in 1785. In: Jaarboek Oud-Castricum 2005,
  • Archief Noord-Holland.

  • Foto’s:
  • Afb. 1. Ordonnantie van de Binnen-Vrachten tusschen Haerlem en Alkmaer uit 1683. De prijzen zijn in guldens – stuivers – penningen (1 gulden = 20 stuivers; 1 stuiver = 16 penningen). Collectie Noord-Hollands Archief,
  • Afb. 2. Postkoets op de Rijksstraatweg bij de Kennemerpoort in Alkmaar, getekend door B.G. ten Berge in 1862. Collectie Regionaal Archief Alkmaar,
  • Afb. 3. Castricum in 1730, gravure van H. Spilman naar een tekening van A. Zeeman. Links de Rustende Jager met doorrijstal. Beeldbank Oud-Castricum,
  • Afb. 4. Herberg ‘De Roomolen’ in Noorddorp, getekend door H. Tavenier (1734-1807). Beeldbank Historische Kring Heemskerk,
  • Afb. 5. Joachim Nuhout van der Veen, schout van Castricum van 1780 tot 1814. Beeldbank Oud-Castricum.

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    De veilingen van de tuinbouwvereniging ‘Ons Belang’ (1913-1970)

    Door: Eric Bor

    Afb. 1. De ‘neerzetveiling’ naast het station ter hoogte van het huidige busstation. Foto: Beeldbank Oud-Castricum

    Eeuwenlang werden de tuinbouwproducten rechtstreeks aan de afnemers geleverd. Vaak werden ze meegegeven aan transporteurs en moesten de boeren maar afwachten, hoeveel hun producten opbrachten. Tot het eind van de negentiende eeuw ging dat zo. Toen de spoorwegen hun intrede hadden gedaan, werd door ondernemende lieden in het dorp vaak bemiddeld tussen groentetelers en afnemers, waarna de koopwaar op de trein werd gezet. Aan de kant van het dorp werd naast de spoorlijn ter hoogte van de Kramersweg een ‘veelading’ gebouwd, een verhoogd gedeelte, waar vanaf de kisten gemakkelijk geladen konden worden.

    Afb. 2. De lading gaat de trein in. Achter de telegraafpaal de schuur van ‘Ons Belang’ en daarachter het eerste station. Foto: Beeldbank Oud-Castricum

    Vooral peulvruchten werden geleverd en ’s zomers natuurlijk ook aardbeien. Ze gingen naar conservenfabrieken, bijvoorbeeld die van de gebroeders Docter en Bever Conserven in Beverwijk, maar ook naar Duitsland. In 1913 werd de tuinbouwvereniging ‘Ons Belang’ opgericht en vonden de eerste veilingen plaats. De ‘neerzetveiling’ werd gehouden op de veelading bij het station, zodat de koopwaar na de veiling zo de trein in kon. ‘Ons Belang’ had naast het station een eigen schuur.

    Afb. 3. Dorpstraat met wachtende karren voor de aardbeienveiling in 1918. Foto: Beeldbank Oud-Castricum

    In 1917 kocht de tuinbouwvereniging het gebouw naast café Van Benthem op de hoek van de Dorpsstraat en de Burgemeester Mooijstraat, die toen nog Kramersweg heette. Daarin kwam een ‘doorrijveiling’: de karren gingen er via de Burgemeester Mooijstraat in en kwamen er aan de Dorpsstraat uit. Toen er steeds meer met vrachtauto’s werd gereden, bleek het doorrijden niet altijd meer mogelijk. Met veel stuurmanskunst moesten ze er vanaf de Dorpsstraat achteruit in.

    Afb. 4. Bondshotel (voorheen café Van Benthem) met links ervan het veilinggebouw in 1938. Foto: Beeldbank Oud-Castricum

    De drukte rond de veiling en het gebrek aan ruimte in het gebouw maakten het noodzakelijk de veiling te verplaatsen, maar het zou tot 1952 duren voordat er een nieuwe veilinghal achter het spoor verrees, die maar tot 1970 dienst heeft gedaan. Steeds meer tuinbouwgronden waren ten offer gevallen aan de voortdurende uitbreidende woonwijken in de jaren vijftig en zestig. In 1970 werd het veilinggebouw verkocht aan Dijkman Kaas. 

    Afb. 5. Veilinggebouw van ‘Ons Belang’ aan de Kramersweg 7 omstreeks 1960. Foto: Beeldbank Oud-Castricum
    Bronnen
    Tekst:
  • W.J. Veldman, ‘Castricum en zijn groenteveilingen’. In: Jaarboek Oud-Castricum 1996.

  • Foto’s:
  • Afb. 1. De ‘neerzetveiling’ naast het station ter hoogte van het huidige busstation. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 2. De lading gaat de trein in. Achter de telegraafpaal de schuur van ‘Ons Belang’ en daarachter het eerste station. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 3. Dorpstraat met wachtende karren voor de aardbeienveiling in 1918. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 4. Bondshotel (voorheen café Van Benthem) met links ervan het veilinggebouw in 1938. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 5. Veilinggebouw van ‘Ons Belang’ aan de Kramersweg 7 omstreeks 1960. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.