Bank Beentjes

Door: Eric Bor

Afb. 1. ’t Kaashuis in 1948

We leerden hem kennen als kaasboer, die in de jaren 50 met zijn bakfiets en later met zijn auto zijn waren uitventte in onze nieuwbouwwijk. Omdat hij nooit te beroerd was om voor ons babyboomertjes een plakje kaas af te snijden met zijn opmerkelijk grote kaasmes, zagen we in hem al spoedig een weldoener. Die reputatie raakte nauwelijks beschadigd door zijn transformatie tot ijsjesverkoper in 1962. Weliswaar kwam hij niet meer aan de deur en deelde hij geen gratis ijsjes uit, maar zijn wonderbaarlijke softijsmachine vergoedde veel.

Afb. 2. Bank op de bakfiets

Hij werd geboren als Pancratius Beentjes (van Jaap de gele), roepnaam Bank. In de jaren 30 had hij een melkwinkel aan de Oud-Haarlemmerweg en ventte hij met een bakfiets melk uit in het toen nog kleine Castricum. Bij Vitesse noemden ze hem ‘Het Kanon’ vanwege zijn verwoestend schot. In 1937 opende hij zijn eigen kaaswinkel in het pand Burgemeester Mooijstraat 35, met als geveltekst “In elk huis kaas van het Kaashuis”.

Afb. 3. ’t Kaashuis in 1960, met Bank en Jo ervoor

In dit pand zou hij 42 jaar de scepter zwaaien. Na de oorlog werd de kaaswinkel een delicatessenzaak en bleef Bank zijn kaas uitventen in de nieuwbouwwijken die als paddenstoelen uit de Castricumse klei verrezen. Toen het in 1962 moeilijk werd personeel te vinden, verzette hij de bakens en onderging zijn winkel een metamorfose naar IJshuis BB. “IJs om te smullen” werd de slogan en samen met zijn vrouw Jo verkocht Bank gedurende 17 jaar ontelbare ijsjes, vooral als het zonnetje stralend scheen.

Afb. 4. IJshuis BB in de jaren 60

In 1979 vond hij het welletjes. Hij overwoog nog even over te stappen op zonwering, maar bedacht al snel dat ook die handel alleen bij mooi weer van pas kwam. Hij liet het er dus maar bij. Nu leeft hij alleen nog in onze herinnering. Bedankt voor de kaas Bank, dit stukje is voor jou.

Afb. 5. Bank bereidt een coupe ijs
Bronnen
Foto’s:
  • Afb. 1. ’t Kaashuis in 1948. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 2. Bank op de bakfiets. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 3. ’t Kaashuis in 1960, met Bank en Jo ervoor. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 4. IJshuis BB in de jaren 60. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 5. Bank bereidt een coupe ijs. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    Het Watervlak

    Door: Eric Bor

    Afb. 1. Kaart van Johannes Dou uit 1680 met de namen Waterstal en Marelveld (Westfries Archief)

    Het Watervlak is een opvallend laag en vlak deel van het Noord-Hollands  duingebied nabij Castricum. Het is een 7 kilometer lange valleienboog die loopt van De Vlotter (bij Noorddorp ten zuiden van Camping Castricum) via het infiltratiegebied tot aan het Vogelwater bij de grens van Bakkum en Egmond. De ligging van het Watervlak komt overeen met een loop van het Oer-IJ, dat hier tot kort na het begin van onze jaartelling haar brede monding had. Tot in de oorlog werden grote delen van deze vlakte voor landbouw gebruikt.

    Afb. 2. Rogge-oogst in 1941 (op het huidige zweefvliegveld)

    Op oude kaarten staan namen als Groote Waterstall en Mareveldt. Groote Waterstall was mogelijk een aanduiding voor de oude eendenkooi die hier ligt. Mareveldt verwijst mogelijk naar de rest van een oude waterloop naar zee, die hier in de vroege middeleeuwen nog gelopen kan hebben. Maar naamgeving lijdt soms ook onder verschrijvingen. Op een kaart van Johannes Dou uit 1680 staat er Marelveld en marel is de oude naam van de grutto, die vroeger een duinvogel was. Groote Waterstall heet bij Dou Waterstal.

    Afb. 3. Het infiltratiegebied (Luchtfoto © Tom Kisjes)

    Onder het zand zijn twee meter diep sporen gevonden van bewoning uit de vroege ijzertijd (ca 650 v.Chr.). Er ligt een oude veenlaag die in deze tijd voor een deel is bewerkt. Aangetroffen potscherven en huttenleem wijzen ook op latere bewoning. Men neemt aan dat deze bewoning begon in de droge periode rond het jaar 900 en verdween in de 12e eeuw, toen er zowel sprake was van grote verstuivingen als van opstuwing van water, dat via het IJ en de inmiddels ontstane Zuiderzee de duinen bereikte. Nu ligt er een dikke laag duinzand over de archeologische resten.

    Afb. 4. Luchtfoto van De Brabantse Landbouw uit 1945. Het vlakke deel van het duingebied is duidelijk zichtbaar

    Opgravingen hebben laten zien dat ook bij de Brabantse Landbouw een plek is waar in de prehistorie mensen woonden die veeteelt en akkerbouw bedreven. Vlak achter het huis zijn akkersporen gevonden uit de vroege middeleeuwen (6e of 7e eeuw). In het Hoefijzermeer, dat gegraven is als bassin voor de waterwinning, zijn eveneens vondsten gedaan uit de late ijzertijd, 200 jaar v.Chr.

    Afb. 5. Topografische hoogtekaart van (een deel van) het Noord-Hollands Duinreservaat (topographic-map.com)
    Bronnen
    Tekst:
  • Duinen en mensen Kennemerland (2009) Amsterdam p. 172,

  • Foto’s:
  • Afb. 1. Kaart van Johannes Dou uit 1680 met de namen Waterstal en Marelveld (Westfries Archief). Kaart: Westfries Archief).
  • Afb. 2. Rogge-oogst in 1941 (op het huidige zweefvliegveld). Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 3. Het infiltratiegebied. Luchtfoto © Tom Kisjes.
  • Afb. 4. Luchtfoto van De Brabantse Landbouw uit 1945. Het vlakke deel van het duingebied is duidelijk zichtbaar. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 5. Afb. 5. Topografische hoogtekaart van (een deel van) het Noord-Hollands Duinreservaat. Kaart: Topographic Map.

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    De IJsbaan op Tennispark Onderlangs

    Door: Eric Bor

    Afb. 1. Tennispark Onderlangs

    In 1955 werd tussen de begraafplaats Onderlangs en het klimduin van de Papenberg een tennispark aangelegd met vier banen, ten behoeve van Tennisclub Bakkum. Deze club was in 1926 door W.E. van Keeken opgericht en speelde sindsdien op een baantje op Duin en Bosch. Op het gezellige Tennispark Onderlangs had de club de ruimte om flink wat nieuwe leden toe te laten.

    Afb. 2. Op de achtergrond het station

    Vanaf 1960 waren die tennisbanen ook als ijsbaan in gebruik. Het idee om bij vorst op de banen een laagje water te zetten, kwam van Dick Molenkamp. Hij vroeg hulp aan het bestuur van de Vereniging Kennemer IJsbaan, maar kreeg nul op het rekest. Niettemin slaagde hij erin de banen en het clubhuis met gehuurde verlichting en muziekinstallatie op te pimpen tot een knusse ijsbaan, die sindsdien elke winter openging.  Bij vorst ontstond op het laagje water al snel ijs. Vaak kon de baan als eerste van Noord-Holland open. Dankzij de nabijheid van het station kwamen de enthousiaste schaatsers uit de hele regio. Een halve maan met lichtjes in de bomen boven de baan liet al van veraf zien dat de baan geopend was.   

    Afb. 3. Dick Molenkamp op de baan

    Het is wel eens voorgekomen dat de stroom uitviel. Dat werd dan snel verholpen door een aantal brommers met hun koplampen op de baan te laten schijnen. Later werd de baan met fakkels op de metershoge sneeuwrand feestelijk verlicht. Tja, een metershoge sneeuwrand, kom er nog eens om. In de jaren zestig waren de winters heel lang en heel koud. In 1962-1963 kon de baan maar liefst drie maanden open blijven. Natuurlijk was er ook een prachtige natuurijsbaan langs de Zeeweg, maar deze kleine ijsbaan was vanuit het dorp veel gemakkelijker te bereiken.

    Afb. 4. De brommers staan standby

    In 1970 was het aantal tennisbanen op Onderlangs niet meer toereikend voor het aantal leden van TC Bakkum en moest de begraafplaats ook nodig uitgebreid worden. Er werd daarom op de Vinkenbaan een nieuw tennispark aangelegd, dat al in november 1970 met een nieuw clubhuis en 4 banen kon worden geopend. Terwijl er meer banen werden aangelegd, bleef Tennispark Onderlangs nog een jaartje in gebruik, maar in 1971 werd het definitief gesloten. Sindsdien missen we die gezellige ijsbaan (en die winters ook wel, eigenlijk).

    Afb. 5. IJsbaan en ontmoetingsplek
    Bronnen
    Tekst:
  • Hans Boot, De Vereniging Kennemer IJsbaan in: Jaarboek Oud-Castricum 2013,
  • Informatie van Marie-Louise Middelhoff-Molenkamp.

  • Foto’s:
  • Afb. 1. Tennispark Onderlangs.
  • Afb. 2. Op de achtergrond het station.
  • Afb. 3. Dick Molenkamp op de baan. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 4. De brommers staan standby. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 5. IJsbaan en ontmoetingsplek. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    Beeld van Castricum 1911-2009 in vijf foto’s

    Door: Eric Bor

    1911. Aan de voet van de dorpskerk staat de dorpsherberg De Rustende Jager in een gloednieuw jasje. De voorzijde met een oudhollandse trapgevel is tot verbazing van velen niet naar de straat, maar naar de stal gekeerd, die rechts op de foto staat. Ooit was het een doorrijstal, maar sinds de postkoets was vervangen door de stoomtram, hoefden er geen paarden meer te worden verzorgd. Nu stonden er rijtuigen in, en vertoonde Thijs Olgers er omstreeks 1917 films.  Tussen de twee gebouwen een speeltuintje. Achter de herberg kun je heel ver kijken: tuinderijen en nog eens tuinderijen en in de verte de duinen en de schoorsteen en torens van Duin en Bosch.

    1911

    1935. Er is heel wat bijgebouwd: rechts de Pernéstraat en links de Geelvinckstraat. De Henri Schuijtstraat moet nog bebouwd worden. De horizon is hartstikke scheef, maar dat vergeven we de fotograaf.

    1935

    1974. Links achteraan een gebouw dat een grote rol zal gaan spelen voor de Castricumse jongeren: de oude bakkerij van Hemmer, die tot 1966 in gebruik was. Het dubbele winkelpand dat ervoor staat, was eveneens van Hemmer en omvatte de bakkerswinkel en het woonhuis. In 1974 werd de voormalige bakkerij door de gemeente aangekocht en in oktober van dat jaar opende jongerencentrum ‘De Bakkerij’ zijn deuren in het gebouw. Gedurende dertig jaar (min één maand) was dit een door jongeren gerund jongerencentrum en poppodium dat door musici en bezoekers hogelijk gewaardeerd werd. Rechts naast De Rustende Jager het tankstation van Hoekstra, dat in plaats kwam van de doorrijstal.

    1974

    1986. De Rustende Jager is verdwenen, de tuinderijen achter de Dorpsstraat eveneens. Het ‘Bakkerspleintje’ is een parkeerplaats geworden, die vanaf de Torenstraat naast bloemisterij Ten Wolde toegankelijk was. Op dit plein werden tal van manifestaties georganiseerd, vooral door jongerencentrum De Bakkerij. Al in 1994 gingen er stemmen op om dit terrein opnieuw in te richten.

    1986

    2009. De fotograaf staat op hetzelfde punt als zijn voorganger in 1911. Het uitzicht is op het steile dak van het pand op de voorgrond na onherkenbaar veranderd. Zelfs de torens van Duin en Bosch zijn niet meer te zien. Het nieuwe Bakkerspleintje is in aanbouw. De toekomst kan beginnen. Wat zou er in 2110 vanaf deze plek te zien zijn?

    2009
    Bronnen
    Foto’s:
  • Afb. 1. 1911. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 2. 1935. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 3. 1974. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 4. 1986. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 5. 2009. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    Geef me een turrefie of wat hout: Sint-Maartenliedjes van vroeger

    Door: Eric Bor

    We zongen als  kinderen in de jaren vijftig in de straten van Castricum (en allereerst natuurlijk bij de winkels vlak voor sluitingstijd) nog een vooroorlogs Sint-Maartenlied:

    Sintere Sintere Maarten
    De kalveren dragen staarten
    De koeien dragen horens
    De kerken dragen torens
    De torens dragen klokken
    De meisjes dragen rokken
    De jongens dragen broeken
    Ouwe wijven schutteledoeken
    Sintere Maarten wat is het koud
    Geef me een turrefie of wat hout
    Geef me een hallef centje
    Dan ben je m’n beste ventje
    Geef me een appel of een peer
    Dan kom ik het hele jaar niet meer.

    Afb. 1. Sint-Maartenlopen tweede helft negentiende eeuw: de arme kinderen gingen bij de rijke families langs (Atlas Van Stolk, Rotterdam)

    Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat we voor de snelheid wel eens wat stukjes oversloegen, maar nooit de schutteledoeken, het turrefie en het halve centje, want die gaven de gepaste geheimzinnigheid aan het zich toch al in duisterheid afspelende gebeuren. Eigenlijk zouden we deze ons onbekende artikelen best eens voor onze zelfgemaakte lampions willen zien opdoemen. Natuurlijk hadden we ook een korter lied:

    Rood rood vogeltje
    Met je rooie rokkie an
    Daar komt Sintere Maarten an
    Sintere Maarten had een koe
    Die moest naar de slager toe
    Wassie vet of wassie mager
    Evengoed moestie naar de slager.

    Afb. 2. Kinderen van Eric Bor met hun lantaarns, in 1981 (© Eric Bor)

    Dat schoot lekker op. Als we de gulle gave van de toegezongene heel hoog waardeerden, prezen we hem de hemel in:

    Hier woont een rijk man
    Die veel geven kan
    Veel zal die geven
    Lang zal die leven
    God zal ‘m lonen
    Met honderdduizend kronen
    Met honderdduizend lichies an
    Daar komt Sintere Maarten an.

    Afb. 3. Burgemeester Mooijstraat 1986

    Wie het waagde niet thuis te zijn of – erger nog – zijn licht uit te laten, moest het doen met:

    Hier woont een kikkerbil
    Die niets geven wil.

    Meer adem verspilden we niet aan dergelijke types.

    Mijn kinderen zongen in de jaren tachtig niet meer over vogeltjes met rooie rokkies en vroegen in hun liederen niet meer om appelen, peren, hout, turf of halve centjes. Om de een of andere reden was pepermunt voor die generatie heel aantrekkelijk:


    afb. 4. Nuhout van der Veenstraat – De Pompoen 1986

    Sintere Maarten Mik Mak
    M’n vader is een dikzak
    M’n moeder is een duntje
    Geef me een pepermuntje.

    Lekker kort, dat is waar. Maar wel een beetje kaal zo zonder schutteledoeken, honderdduizend lichies en de slachtende slager.

    Bronnen
    Foto’s:
  • Afb. 1. Sint-Maartenlopen tweede helft negentiende eeuw: de arme kinderen gingen bij de rijke families langs. Foto: Atlas Stolk, Rotterdam).
  • Afb. 2. Kinderen van Eric Bor met hun lampion. Copyright: Eric Bor
  • Afb. 3. Burgemeester Mooijstraat 1986. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 4. Nuhout van der Veenstraat – De Pompoen 1986. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    Fazanten in het duingebied

    Door: Eric Bor

    Afb. 1. Fazant in het duin

    Vroeger zag je dikwijls fazanten in het duin. Tegenwoordig vind je ze nauwelijks meer. De fazant is geen inheemse vogel, maar leefde oorspronkelijk in Oost-Europa en Azië. De Romeinen hielden van het vlees van de fazant en zorgden ervoor dat de soort zich over grote delen van Europa verspreidde. Vanaf de achttiende eeuw groeide het aantal fazanten in West-Europa door de plezierjacht. De fazanten werden speciaal voor de jacht gefokt.

    Afb. 2. Het Voerhuis nabij de Kruisberg.

    In het duinterrein bij Castricum lag pal ten noorden van de Kruisberg De Broeierij. Daar werden fazanten opgekweekt voordat ze in het veld werden uitgezet om te worden geschoten. Baron Van Tuyll van Serooskerken, de voormalige eigenaar van het duingebied, sloeg het fazantenvoer op in een schuur, die later werd omgebouwd tot woning. Deze woning staat nog steeds nabij de Kruisberg en heet nu “Het Voerhuis”.  De oude veldnaam Vlakje van 36 verwijst naar een drijfjacht waarbij ooit 36 fazanten tegelijk werden geschoten.

    Afb. 3. Atlas van Nederlandse vogels 1987.

    De fazantenjacht, die tot in de zestiger jaren van de twintigste eeuw doorging, was intensief. Door bijvoeren van de dieren werd de stand kunstmatig hoog gehouden. Fazanten eten knoppen, plantjes en zaad en worden door de omwonenden met een tuintje in het duin dan ook niet erg gewaardeerd. Dat was ook de reden dat het PWN vroeger een min of meer rituele fazantendrift organiseerde: een drijfjacht op fazanten waarbij maar enkele exemplaren werden geschoten. Het zaad uit fazantenvoer, dat vroeger op voerbanen werd uitgestrooid, heeft enkele veldbloemen de kans gegeven zich in het Noord-Hollands Duinreservaat te vestigen. Waarschijnlijk zijn amsinckia, kuifhyacint, bosvogelmelk en piramidevogelmelk afkomstig uit fazantenvoer. In 1993 werd de fazantenjacht landelijk verboden, maar het gebeurt illegaal nog wel hier en daar. Sinds het beëindigen van het bijvoeren en de jacht is het aantal fazanten geleidelijk afgenomen, vooral door toedoen van natuurlijke vijanden als de vos en de havik. Op bijgaande kaarten is de afname van de populatie duidelijk te zien. Fazanten zijn vooral nog op de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden en op de waddeneilanden te vinden.

    Afb. 4. Vogelatlas van Nederland (Sovon 2018).
    Bronnen
    Tekst:
  • Vogelbescherming Nederland. .
  • Sovon Vogelonderzoek. .
  • Duinen en mensen Kennemerland (2009) Amsterdam p. 172..

  • Foto’s:
  • Afb. 1. Fazant in het duin. Foto: Piebe op Zoom.nl).
  • Afb. 2. Het Voerhuis nabij de Kruisberg. Foto: Beeldbank Oud-Castricum).
  • Afb. 3. Atlas van Nederlandse vogels 1987. Afbeelding te zien op webpagina Sovon over de fazant)
  • Afb. 4. Vogelatlas van Nederland (Sovon 2018). Te bestellen bij Sovon.

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.