Het echte huis van Hilde

door Eric Bor

Foto 1. Hilde

Het skelet van de vrouw die sinds haar gezicht is gereconstrueerd Hilde wordt genoemd (zie foto 1), werd in 1996 door M. Sier, A. de Haan en J.K. Hagers gevonden bij archeologische opgravingen in de Oosterbuurt naar aanleiding van proefboringen in dat gebied door amateurarcheologen van Werkgroep Oud-Castricum. Onderzoek wees uit dat zij omstreeks 380 is begraven en omstreeks 350 werd geboren, volgens isotopen uit haar gebit in de Harz in Duitsland. Isotopen uit haar skelet toonden aan dat zij geruime tijd in Castricum heeft gewoond voordat ze stierf. De niet genezen botbreuk in haar arm en de begraving op haar buik stellen de onderzoekers voor raadsels (zie foto 2).

Foto 2. Het skelet op de buik met botbreuk in de arm

Het eigenaardigste was echter dat er geen huis is vastgesteld uit de tijd van Hilde. De meest recente behuizing zou rond 280 zijn gebouwd en men ging ervan uit dat een houten huis maar 40 jaar meeging. De provincie Noord-Holland nodigde Frans Diederik van Archeocultura daarom uit het materiaal van het onderzoek opnieuw te bekijken. Hij kwam in 2015 met zijn resultaten. Doordat de onderzoekstechniek van gevonden aardewerk sinds het vorige onderzoek flink was verbeterd, kon hij aantonen dat er in de tijd van Hilde wel degelijk geleefd en gewoond werd op de opgravingslocatie en dat een deel van het gevonden grijze aardewerk uit die tijd, net als Hilde, uit Midden-Duitsland afkomstig is (zie foto 3).

Foto 3. Gevonden (hersteld) vierde-eeuws grijs aardewerk uit Midden-Duitsland
Foto 4. Tekening van de gevonden gracht met de veronderstelde wal (groen)

Frans Diederik geeft aan dat recent onderzoek laat zien dat de levensduur van (aangebrande) eiken staanders (en dus van prehistorische huizen) wel eens veel langer kan zijn dan de veertig jaar. Bovendien toont hij aan dat in de vierde eeuw een grote, niet voor ontwatering bedoelde gracht om het terrein is aangelegd met een doorgang (uitgang van het terrein) naar het noordoosten. De gracht was gemiddeld vijf meter breed en minstens een meter diep. Bij het graven van elke tien meter gracht kwam dus veertig kubieke meter grond vrij. Er zijn sterke aanwijzingen dat van deze grond een wal aan de binnenzijde van de gracht is opgeworpen, die versterkt was met natuursteen erin of erop (zie foto 4). De gracht en de wal moeten een verdedigende functie hebben gehad. Tegen welk gevaar is onbekend en eigenaardig is dat een soortgelijke walburcht-achtige constructie uit de vierde en vijfde eeuw verder nergens in Nederland is aangetroffen. Duidelijk is echter wel dat Hilde heeft gewoond in een van de twee grote, eind derde eeuw gebouwde boerderijen die in deze nederzetting hebben gestaan. Een ervan is door Jelus Matser gereconstrueerd (zie foto 5).

Foto 5. De reconstructie van de boerderij uit ca. 280

Bron tekst en afbeeldingen:
Frans Diederik, Castricum Oosterbuurt, Hilde komt eindelijk thuis. Aardewerkonderzoek met nieuwe inzichten. Noord-Hollandse Archeologische Publicaties – aflevering 5 (2015).

N.B. Deze publicatie kan ingezien worden in de bibliotheek van Oud-Castricum of via de bibliotheek van Huis van Hilde. U kunt het document downloaden door hier te klikken.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Klik dan hier.

N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
U vindt al zijn columns hier.

Documentaire over Tweede Wereldoorlog in de regio op C-TV

Dit jaar is het 75 jaar geleden dat Nederland werd bevrijd. Om daarbij stil te staan hebben de werkgroepen Oud-Castricum en Oud-Limmen en de historische verenigingen van Akersloot en Uitgeest een film gemaakt over de oorlogsjaren in de regio. In de film wordt stilgestaan bij ingrijpende gebeurtenissen, die zoveel mogelijk worden verteld door ooggetuigen of hun naasten. Het is een documentaire geworden waarin duidelijk te zien is hoe de oorlog en de bezetting impact had op het dagelijks leven in de buurt.

Lees het artikel op de site van C-TV of bekijk hieronder de de documentaire, gemaakt door de vier historische verenigingen.

Bevrijding

Toespraak van Walter Leenaers bij de opening van de tentoonstelling ’75 jaar bevrijding’

Bij de opening van de tentoonstelling ’75 jaar bevrijding’ hield Walter Leenaers (zoon van dr. Leenaers) een toespraak. Hieronder leest u de tekst en kunt u de film zien die gemaakt is tijdens de opening.

Walter Leenaers bij de openingstoespraak

Wij herdenken doden maar vieren de bevrijding.
Wat vieren wij dan?

1940 – 1945 : Nederland is geknecht en tot op het bot vernederd.
Over de verschrikkingen uit die tijd kunnen wij allemaal wel lezen,
maar slechts enkelen voelen het nog.
Wat vieren wij dan?

1970. 25 jaar bevrijding. Dat werd uitbundig gevierd zoals bij een 25-jarig ambtsjubileum of huwelijk. De bevolking was zich toen nog terdege bewust van het verleden. De wederopbouw was in volle gang. De vrijheid van de jaren zestig gaf ons het gevoel dat alles mogelijk was en moest kunnen.
Wat vieren wij dan?

1995. 50 jaar bevrijding. Dat werd gevierd in een tijd dat de bomen tot in de hemel leken te groeien. Wij vierden de welvaart en de consumptie, die grenzeloos leek. De 65 plussers van toen wisten nog wel hoe het geweest was en waarom zij de bevrijding vierden.
Wat vieren wij dan?

2020. 75 jaar bevrijding. NU. Bijzonder omdat nog slechts enkelen kunnen getuigen over wat er toen heeft plaats gevonden. Ook in Castricum en Bakkum. Daarna zal iedere bevrijdingviering geschiedenis zijn.
Wat vieren wij dan?

Dat was en is voor de Werkgroep Oud-Castricum reden geweest om deze tentoonstelling te organiseren. Een werkgroep bestaande uit vrijwilligers
die niet alleen de geschiedenis bewaard willen zien en dan met name die van Castricum, Bakkum en omgeving maar die ook deze geschiedenis archiveren en exposeren om volgende, jongere generaties daarvan kennis te laten nemen. Hun tijd en energie zijn van onschatbare waarde voor deze gemeenschap.
De door de Werkgroep uitgegeven jaarboeken zijn juweeltjes.

Een bijzondere vondst is de wijze waarop deze tentoonstelling tot stand is gekomen. Gebaseerd op dagboeken. Die allen in die jaren zijn geschreven door mensen die zeer nauw betrokken waren bij het wel en wee van de Castricummers en Bakkummers. Met de bedoeling dat volgende generaties hierover geinformeerd zouden worden en dit stukje geschiedenis niet zouden vergeten.

De angst, de pijn, de honger, het gebrek aan alles maar vooral het verdriet zijn niet meer voelbaar. Echter, door deze tentoonstelling te baseren op deze  dagboeken waarvan de auteurs midden in die tijd stonden keren wij mentaal even terug in die wereld van toen.

Het eerste dagboek is dat van een boerin in Bakkum: Willemijn Stuifbergen Duijn. Het is haar kleindochter Margaret Pronk Stuifbergen die na lezing van dit manuscript in 2005 het in boekvorm heeft uitgegeven. Willemijn had een speciale reden voor het bijhouden van een dagboek: haar oudste zoon, Jaap, was voor de oorlog geëmigreerd naar Zuid-Afrika. Zij wilde dat hij na de oorlog zou kunnen lezen wat er in Castricum en Bakkum- zijn geboortegrond – had plaats gevonden. Dat wij nu door haar aantekeningen zoveel over de dagelijkse gebeurtenissen uit die tijd weten heeft zij zich nooit gerealiseerd.
Al lezende merk je, dat zij een vrouw was met hart en ziel voor het boeren vak. Daarnaast ook een trotse moeder van een groot gezin met kinderen die in meerdere opzichten van elkaar verschilden.
Een vrouw ook met een onwankelbaar geloof, wat zij ook van anderen verwachtte, maar tegelijkertijd vanuit dat geloof maar niet kon begrijpen waarom al deze ellende over hen kwam. Er was toch ‘Iemand’ die daar een einde aan kon maken?
Hoewel zij een beperkte opleiding had genoten (wat meer meisjes in die tijd ten deel viel) bleek zij te beschikken over een nuchtere kijk op veel zaken in en buiten het gezin. Over alles had zij een mening waarin persoonlijke fantasie en emoties vaak niet ontbraken.
Zij beschrijft niet alleen het steeds strakker aanhalen van de buikriem tot voor onze begrippen nu krankzinnige proporties, maar ook het steeds strakker aanhalen van de strop om de nek: het steeds verder inperken van de fysieke en mentale vrijheid. Haar dubbele gevoel over de dagelijkse nachtelijke bombardementen door de Tommies in Duitsland om een geallieerde invasie voor te bereiden, omdat haar jongste zoon daar verbleef vanwege de ‘arbeitseinsatsz’.
Het verplicht inleveren van vee – om niet – moet voor iedere boer en boerin een catastrofaal gevoel zijn. Van 26 naar 10 koeien! Terwijl de dagelijks bedelende rij stedelingen voor de deur steeds langer werd moest zij dan uiteindelijk NEE verkopen.

Opvallend in haar boek is de aanvankelijk vriendelijke houding ten aanzien van de bezetter, die onder andere hun paarden bij haar op stal hadden staan.
Castricum heeft een viertal verschillende shifts van Duitsers te verwerken gekregen. De beestachtigheid – om in haar termen te spreken-  nam alleen maar toe. Haar aanvankelijke vriendelijkheid veranderde in haat.

Het tweede dagboek betreft het dagboek van de kapelaans. Door de Werkgroep in 2020 uitgegeven. Vanuit een andere optiek geschreven.
Drie kapelaans – Holthuizen, Verheul en van der Zalm – kwamen afzonderlijk op het idee de gebeurtenissen voor later vast te leggen. Omdat de geestelijkheid in die tijd veel autoriteit werd aangemeten hadden zij meer kontakten met de buitenwereld dan de gemiddelde inwoners van Bakkum en Castricum. Dit valt ook te lezen in hun dagboeken. Door vele kleine lokale opmerkingen geven zij de sfeer, spanning, onrecht en verdriet goed weer.
Waarbij ook bij hen het geloof – hun missie – een grote rol speelde. Daarnaast worden eveneens vaak gebeurtenissen elders in het land en in de wereld genoemd. Informatie die vermoedelijk via radio Oranje ea tot hen kwamen. Wellicht hebben hun kortere verbindingslijnen met hogere echelons zoals bisschoppen en kardinaal hiertoe bijgedragen.
Bij hen kreeg de evacuatiedreiging van Catricummers veel aandacht.
Om de haverklap kregen bewoners van de bezetter te horen dat zij wel of niet hun huis moesten verlaten. Al of niet met achter laten van al hun spullen.
Die constante onzekerheid moet velen radeloos gemaakt hebben. De reden van het verlaten en plat gooien van hun huizen was de uitvoering van de  ‘Atlantik Wall’. Een door de Duitsers opgezette verdedigingslinie van Noorwegen tot Spanje om een geallieerde landing te voorkomen. Voor diegenen, die dat nog niet wisten: hier in de tuin achter dit gebouw staat nog steeds een klein stukje van die Wall.
In toenemende mate maken de kapelaans ook melding van vergeldingsacties door verzet en ondergrondse. Wat beantwoord werd met nieuwe slachtoffers onder burgers en gevangenen.
Anderzijds vermelden zij ook over collaborateurs, NSB’ers en anderen die het niet zo nauw namen met normen en waarden. In Castricum werd een NSB burgemeester benoemd, waaraan velen een onaangename herinnering hebben overgehouden.

Hoewel ook zij leden onder alle tekorten zaten zij toch een beetje in een andere positie. Iets extra’s ging nog wel eens naar de pastorie. Een aparte vermelding bijvoorbeeld, dat de pastoor een maal per week ‘n eitje krijgt. Alleen de pastoor. Bijna ludiek klinkt het als men nu leest, dat vier volwassenen met elkaar een sinaasappel mogen delen.

Het derde dag boek is geschreven door Annie van Nievelt. Het is in concept gereed maar nog niet uitgegeven.
Annie van Nievelt woonde met haar broer Han die tijdens de oorlog huisarts was in Castricum en haar zuster Hennie, apothekersassistente,  later na de oorlog op de Geversweg, hier 100 meter verder. Zij waren alle drie ongehuwd. Zij die hen nog gekend hebben zullen het mij eens zijn, dat alle drie zo geplaatst zouden kunnen worden in de tijd van Charles Dickens.
Niet alleen qua uiterlijk zoals kleding en kapsel maar ook hun denkwereld. Principieel, onherroepelijk en onverstoorbaar wilden zij zich inzetten voor iedere goede zaak. Annie met name deelde de werkzaamheden in het verzet.  Onder andere door het verspreiden van illegale berichten. Zij was intelligent en sprak 6 talen. Vanwege deze enorme talenkennis werd zij na de oorlog als secretaresse aangenomen bij het grote proces tegen de Duitse misdadigers in Neurenberg. Vanwaar de volgende anekdote komt die ik u graag wil laten weten: Tijdens een van die rechtszittingen  in Neurenberg kwam met spoed een engelsman haar kantoor binnenlopen met een Nederlands document, dat direkt vertaald moest worden voor de zitting, die reeds aan de gang was. Annie keek ernaar en vertaalde uit haar hoofd het document. Het bleek dat zij dit document honderden keren had gestencild tijdens haar werkzaamheden voor het verzet in Castricum. Misschien op de stencilmachine die u straks in de vitrine hiernaast kan zien staan!
Ook na de oorlog bleef deze familie zich inzetten voor wat volgens hen principieel moest. Weinigen zal bekend zijn, dat zij bij de Hongaarse opstand in 1956 twee jonge Hongaren – broer en zus – hebben  ‘geadopteerd’, een opleiding hebben laten volgen en op een toekomstig spoor hebben gezet.
Oh ja, Annie leerde en sprak voor die gelegenheid vloeiend Hongaars.

Dat ik vandaag hier voor u sta en deze woorden mag uitspreken is niet qualitate qua omdat ik schrijver of iets dergelijks ben. De leden van de werkgroep Oud Castricum was het bij het samenstellen en lezen van de dagboeken opgevallen, dat sommige namen vaker voorkwamen.
                           Dr. Leenaers was er daar een van.
In de dagboeken wordt hij meermalen gememoreerd. Het leek hen daarom een idee om iemand uit die hoek te vragen deze tentoonstelling voor u te openen.
Mede met het doel een volgende generaties deze geschiedenis te laten doorgeven.
Daarom sta ik hier. Ik ben namelijk zijn zoon en geboren Castricummer. Ik weet, dat mijn vader een zeer gerespecteerd man in Castricum was. Hij was niet alleen medisch maar ook sociaal zeer bewogen met zijn mensen. Wat hij reeds op velerlei wijzen in de dertiger jaren in de praktijk gebracht had.
En toen kwam de oorlog. Hij verzette zich heftig tegen alles wat onrecht was.
Bijvoorbeeld een burgemeester van NSB huize. Toen zij elkaar op de trap van het gemeentehuis passeerden vroeg deze hem waarom hij de burgemeester niet groette. Mijn vader zei: mijn burgemeester wordt door Hare Majesteit benoemd. 24 uur later was hij geen gemeentearts meer!
 Hij bleef het koningshuis trouw. Zijn jongste dochter(1941) kreeg de namen: Juliana, Beatrix, Irene.
De diepere gedachte achter een bevrijdingsviering of feest is dat wij en de mensen na ons blijven vertellen wat bevrijding en daardoor vrijheid is. Er lijkt door de toenemende individualisering van de jongere generaties minder vertrouwen te zijn in hun betrokkenheid. Het is ook niet gemakkelijk 75 jaar oude kost tot je te nemen.
Meer dan 70 jaar na de bevrijding kon mijn dochter mij overhalen een bezoek aan Berlijn te brengen. De reden voor dit lange wachten waren onder andere de hiervoor genoemde gebeurtenissen in Castricum en de gevolgen daarvan voor mij persoonlijk. Bij dat bezoek bezochten wij samen het Holocaust Museum. Daar vielen ons twee dingen speciaal op.
Naast de enorme hoeveelheid informatie die de duitsers daar verzameld en tentoongesteld hebben uit geheel Europa om ons te laten zien hoeveel leed zij anderen bezorgd hebben viel ons ook het onvoorstelbare aantal jongeren op die op dat moment in het museum aanwezig waren. Die zeer geinteresseerd in absolute stilte zich voortbewogen door de gangen en zalen. En later buiten gesprekken met elkaar voerden. Laten wij onze jongeren daarom niet onderschatten en hen vertellen wat wij nog weten, zoals vandaag de Werkgroep Oud Castricum met deze tentoontelling aan ons wil vertellen.

Dank u.

Sporen van het Oer-IJ

Vervolg van “2400 jaar geleden kwam Castricum uit zee

door Eric Bor

Castricum lag, zoals ik liet zien, in de monding van het Oer-IJ, die 2400 jaar geleden verzandde. Daar zijn nog steeds sporen van in het landschap te vinden. Vergelijk maar afbeelding 1 en 2. Afbeelding 1 geeft de situatie in het jaar 100 weer. Op afbeelding 2, de huidige hoogtekaart van het gebied rond Castricum, zie je duidelijk de hoge duinen en de ‘hap’ die in de negentiende eeuw ter hoogte van de Zanderij uit de duinen is genomen ten behoeve van de spoorbeddingen op de lijn Alkmaar – Amsterdam en Uitgeest – Haarlem. Rechts herken je de oude strandwal bij Akersloot en het restant van de strandwal Beverwijk – Uitgeest met de doorbraak ervan bij Assum (vlak onder Uitgeest).

Je ziet ook dat Limmen op een hogere strandwal ligt dan Uitgeest: toen die strandwal ontstond, lag de zeespiegel hoger. De zuidpunt van de strandwal van Limmen kun je nog in het landschap herkennen op de plek waar de Uitgeesterweg en het fietspad Zuideinderweg samen komen (zie afbeelding 3). De Uitgeesterweg loopt verder over een dijk die Limmen met de strandwallen van Uitgeest en Akersloot verbindt.

Afbeelding 3

De strandvlakte tussen Limmen en Akersloot ligt laag en is heel nat. Ongeveer evenwijdig aan de strandwallen liepen er veenstroompjes noord-zuid naar de Oer-IJ-bedding ten zuiden van Limmen. Die stroompjes, die nu ‘Die’ heten, verbreedden zich hier en daar door erosie, waardoor ondiepe meertjes ontstonden. Veel van die meertjes zijn sinds de zestiende eeuw drooggelegd, maar het Overdie in de strandvlakte tussen Limmen en Akersloot bestaat nog (zie afbeelding 4).

Afbeelding 4

Oorspronkelijk bestonden de strandwallen uit duinen met daartussen wat lagere valleien. Die duinen zijn op de bewoonde strandwallen geëgaliseerd om bebouwing en aanleg van akkers mogelijk te maken. Veel zand verdween ook om in de lager gelegen, nattere gebieden wegen aan te leggen en huizen te bouwen. In de polder zie je vaak dat de oude huizen en wegen hoger liggen dan de omgeving. De Stichting OerIJ (www.oerij.eu) heeft zich tot taak gesteld, de sporen van het Oer-IJ voor iedereen zichtbaar te maken. Er zijn een interactieve kaart, excursies, wandel- en fietsroutes en er is zelfs een app die het mogelijk maakt zelf de sporen op te zoeken. Tot slot nog een mooie foto van onze eigen Oer-IJ-geul de Schulpvaart, die Dirk de Vries me toezond.

De Schulpvaart (foto: Dirk de Vries)

Bron tekst en afbeeldingen 2 t/m 4:

  • Arjen Molenaar, Jaap van Harlingen en Lia Vriend-Vendel, Aardkundige waarden van het Oer-IJ gebied. Uitgave Stichting Oer-IJ augustus 2020.


  • Bron afbeelding 1:
  • Coen van den Driesche, Het cultuurlandschap van het Oer-IJ, Noord-Hollandse Archeologische publicaties nr. 6, 2018


  • Copyright foto De Schulpvaert:
  • Dirk de Vries
  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    Audiotours beschikbaar

    Met ingang van vandaag zijn de audiotours beschikbaar van de o.a. door Oud-Castricum ontwikkelde fietsroutes in het kader van 75 jaar bevrijding. Deze routes leiden fietsers (en wandelaars) langs plaatsen uit het oorlogsverleden van Castricum, Akersloot, Limmen en Uitgeest. De routes zijn ontwikkeld door de Historische Vereniging Oud-Akersloot, de Stichting Oud Limmen en de Vereniging Oud Uitgeest.

    Eén van de plaatsen die herinnert aan ons oorlogsverleden

    U vindt de routes hier:

    Wilt u het routeboekje bekijken of downloaden? Klik dan op deze link.

    Tentoonstelling 75 jaar bevrijding

    Bevrijdingsfeest Geelvinckstraat

    Op 12 september wordt (in besloten kring) de tentoonstelling ’75 jaar bevrijding’ geopend. Deze tentoonstelling behandelt de periode 1940-1945 in Castricum. De feitelijke gebeurtenissen, zoals de afbraak van huizen en de evacuatie van een deel van de bevolking, het optreden van de Duitse bezetters en de honger in de laatste winter, zijn wel algemeen bekend. Maar over hoe de Castricummers dit persoonlijk hebben ervaren en hoe zij zijn omgegaan met gevoelens van rechteloosheid, onzekerheid, angst, enz. weten wij niet veel.

    Gelukkig kunnen wij beschikken over een aantal dagboeken waarin zowel feiten als gevoelens uit de bezettingstijd zijn beschreven. Op basis van de volgende dagboeken is deze tentoonstelling samengesteld:

    Tijdens de tentoonstelling wordt ook een film afgespeeld waarin getuigen uit de vier kernen vertellen hoe zij de oorlog beleefd hebben.

    Oud-Castricum hoopt met deze tentoonstelling tevens te bereiken dat we beseffen hoe de omstandigheden waarin we nu leven verschillen van die gedurende de oorlogsjaren. Hoe wij leven in een rechtsstaat en in welvaart. Maar dat wij ook beseffen dat dit niet vanzelfsprekend is en dat er helaas nog miljoenen mensen leven in gebieden waar oorlog, gebrek en rechteloosheid het dagelijks leven bepalen.

    De tentoonstelling wordt (in besloten kring) geopend door Walter Leenaers (zoon van dr. Leenaers) op 12 september in de Duynkant en is daarna te bezichtigen op 12 en 13 september van 10.00 tot 17.00 uur en verder gedurende drie maanden op de open dagen (met ingang van 20 september). Uiteraard is de tentoonstelling Corona-proof.

    N.B. In het kader van ’75 jaar bevrijding’ is er ook een fiets-/wandeltocht samengesteld door Oud-Castricum, in samenwerking met de Historische Vereniging Oud-Akersloot, de Stichting Oud Limmen en de Vereniging Oud Uitgeest. Lees hier meer over deze tour. Hieronder een interview van Omroep Castricum met Frans Zonneveld, voorzitter van Oud-Akersloot.