Kustlijn in beweging (jaarboek 24 2001 pg 45-49)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 24, pagina 45

Kustlijn in beweging

Inleiding

In november 2000 kwamen vertegenwoordigers van 182 landen naar Den Haag voor de Klimaatconferentie. Twee weken intensief onderhandelen hadden duidelijke afspraken moeten opleveren over de manier waarop wereldwijd de uitstoot aan broeikasgassen teruggedrongen kon worden. De conferentie leidde niet tot een akkoord, maar had slechts de partijen ‘dichter bij elkaar’ gebracht. De teleurstelling was algemeen.

Ongeveer vanaf de laatste kwart van de 20e eeuw luiden wetenschappers en milieuorganisaties de noodklok over het veranderende, wereldklimaat. Gassen als kooldioxide zorgen voor opwarming van de aarde. Uitlaatgassen als gevolg van het wereldwijde autogebruik, de uitstoot van industrie√ęn en het fossiele brandstofgebruik zijn enkele factoren die het broeikaseffect veroorzaken. Dit kan leiden tot een desastreuze klimaatverandering. Als het klimaat warmer wordt, zullen de ijskappen aan de Noord- en Zuidpool afsmelten en een stijging van de zeespiegel tot gevolg hebben; waardoor landen te maken krijgen met zware overstromingen.

Het warmer worden van het klimaat en het afsmelten van de ijskappen is geen nieuw verschijnsel. Nieuw is dat de mens voor het versnelde effect verantwoordelijk wordt gesteld. De verwachting is dat de komende honderd jaar de zeespiegel met één meter zal stijgen.

Niet alleen het broeikaseffect houdt de gemoederen bezig. Een andere discussie is de kustverdediging. De provincies Noord- en Zuid-Holland bespraken begin december in Den Haag oplossingsmogelijkheden om de kusterosie te lijf te gaan.

Een toenemende stijging van de zeespiegel en veranderde stromingen drukken de kustlijn in oostwaartse richting. Dit is overigens een proces dat al eeuwen gaande is en waarschijnlijk onomkeerbaar. Wel lijkt dit proces zich door het broeikaseffect te versnellen. Bekend is dat de duinenrij bij Callantsoog zeer smal is en dat de Hondsbossche Zeewering allang niet meer aan de kustlijn gelijk ligt, maar vooruitgeschoven is in zee. Op sommige plaatsen is het strand zo smal (Egmond) en de duinenrij door duinafslag zo kwetsbaar geworden (Callantsoog), dat zand-suppletie (het strand met zand uit zee opspuiten) noodzakelijk is geworden.

In de praktijk blijkt dit een beperkte, veelal zelfs tijdelijke oplossing te bieden. Het is een vorm van statische kustverdediging, dat wil zeggen, dat men daarmee probeert de kustlijn op de huidige plaats te handhaven. De vraag doet zich nu voor of deze statische kustverdediging vervangen moet worden door een meer dynamische. Enkele jaren geleden is al eens geopperd om de huidige Hondsbossche Zeewering maar aan de zee prijs te geven en de Dromerdijk, die meer landinwaarts ligt, te versterken. Deze gedachte is niet nieuw. Vroeger werd bij een dijkdoorbraak wel vaker een inlaagdijk aangelegd, dus meer landinwaarts, waarbij een stuk voorland opgeofferd werd.

Verbreiding in Europa van landijs en grote gletsjers gedurende het Saalien. (Zagwijn 1975)
Verbreiding in Europa van landijs en grote gletsjers gedurende het Saalien. (Zagwijn 1975)
Verbreiding in Europa van landijs en gletsjers gedurende het Weichselien. (Zagwijn 1975)
Verbreiding in Europa van landijs en gletsjers gedurende het Weichselien. (Zagwijn 1975)

De IJstijden

In Nederland bestaat de ondergrond grotendeels uit afzettingen (sedimenten) die gedurende enkele miljoenen jaren door de zee en de rivieren werden neergelegd. Met die afzettingen werd tegelijk het bodemreli√ęf gevormd of later door watererosie of de stuwende werking van landijs aangebracht. Het zijn vooral de laatste twee ijstijden (het Saalien en het Weichselien – de laatste duurde van 70.000 tot 10.000 voor Christus), evenals de daarmee samenhangende werking van de zeespiegel, die van invloed zijn geweest op het uiterlijk van het huidige Nederlandse landschap.


Jaarboek 24, pagina 46

Ook de rivieren die een uitweg naar zee zochten en daarbij afzettingen achterlieten, hebben verder aan het wordingsproces bijgedragen.
In de voorlaatste ijstijd (het Saalien van 360.000 tot 235.000 voor Christus) was ook de noordelijke helft van Nederland met landijs bedekt.

De stuwende werking van het landijs heeft in Noord-Holland de keileembulten van Texel, Wieringen en de hoogte van Het Gooi doen ontstaan. Groot-Brittanni√ę was toen met het vaste land verbonden en Westelijk Nederland was dus geen kustgebied. Met het afsmelten van de ijskap (tijdens het Eemien: de periode tussen beide ijstijden) ontstond de Noordzee. Groot-Brittanni√ę werd hierdoor van het vaste land gescheiden en delen van West- en Noord-Nederland werden door de zee overspoeld. Tijdens de daaropvolgende ijstijd, het Weichselien, rukte het landijs weliswaar minder ver op dan tijdens het Saalien, maar toch had dit een daling van de zeespiegel tot gevolg, waardoor de Noordzee weer droog kwam te liggen.

Na de laatste ijstijd begon het klimaat milder te worden. De ijsmassa’s smolten weg en de van hun ijslast bevrijde gebieden veerden omhoog, Scandinavi√ę met 200 √† 300 meter en Schotland circa 100 meter.
Tegelijkertijd daalde de Noordzeebodem en het daaraan grenzende Nederlandse, Duitse en Zuid-Deense gebied. De Noordzee werd weer met smeltwater gevuld. Door deze processen werden de Britse eilanden rond 7500 voor Christus definitief van het vaste land gescheiden.

De ontwikkeling van de kustbarrière vanaf 6000 voor Christus

De ontwikkeling van de huidige kustbarrière is een proces dat zich vooral onder invloed van de zeespiegelstijging na de laatste ijstijd heeft afgespeeld. Gedurende vele eeuwen vertoonde het Noord-Hollandse landschap verwantschap met de tegenwoordige Wadden en bestond er geen lange duinenrij.

Naast zeespiegelstijging spelen nog andere processen een rol bij de vorming van de kustafzettingen. Vooral tijdens stormen is golfwerking een krachtig vervoermiddel voor het transport van sediment, voornamelijk zand, zowel aanvullend als onttrekkend. De getijwerking is een ander belangrijk proces. Langs de Noord-Hollandse kust heeft de getijstroom een zuid-noord richting. Deze getijstroom kan grote hoeveelheden zand verplaatsen. In het verleden speelden zeegaten daarin een bijzondere rol; zij voerden het sediment het achterliggende getijbekken binnen en ook deels weer naar buiten, vergelijkbaar met het Marsdiep en de huidige Waddenzee.

Het Nederlandse kustgebied werd gedurende de laatste 8000 jaar vooral door de nimmer aflatende invloed van de zee gevormd. De stijging van de zeespiegel ging bijzonder snel; tot ongeveer 4000 voor Christus met iets meer dan één meter per eeuw. Er bestond toen een vrij open kustgebied, waardoor de zee diep het land kon binnendringen. Geheel Noord-Holland en het IJsselmeergebied waren toen één groot getijdengebied. De hoogte van Texel daarentegen vormde een zandige kaap die geleidelijk aan door de zee werd aangetast. Het was zodoende lange tijd een sedimentatiebron voor de Noord-Hollandse kust. In de periode tot 4000 voor Christus werd de Noord-Hollandse kustlijn gekenmerkt door een aantal zeegaten. Zij lagen ter hoogte van Hoofddorp, Haarlem, onder Uitgeest en bij Alkmaar-Bergen. Geheel West-Friesland lag in de invloedssfeer van het grote zeegat bij Bergen. Een ander zeegat, ongeveer op de plaats van het Noordzeekanaal, drong Midden-Kennemerland binnen. Na 4000 voor Christus leidde de verminderde stijging van de zeespiegel tot verzanding van de getijdengeulen en de zeegaten. Aan de tot dan toe oostwaartse verplaatsing van de kustlijn kwam een einde. Op de nu gestabiliseerde zandplaten ontstonden de eerste strandwallen. In Noord-Holland kwam de meest oostelijke kustlijn te liggen op de lijn Uitgeest-Haarlem. Maar de strandwallen vormden nog geen gesloten geheel en er bestond daarachter nog steeds een uitgestrekt waddengebied.

Noord-Holland omstreeks 2100 v. Chr. De kustboog van de Noordkop is gesloten en ligt in een vooruitgeschoven positie, terwijl de kust van Midden- Noord-Holland nog erg open is. Het zeegat van Bergen is bezig te verlanden, maar het zeegat bij Uitgeest staat in verbinding met een zijtak van de Rijn en heeft daarmee een afwateringsfunctie. (Zagwijn 1986).
Noord-Holland omstreeks 2100 voor Christus. De kustboog van de Noordkop is gesloten en ligt in een vooruitgeschoven positie, terwijl de kust van midden Noord-Holland nog erg open is. Het zeegat van Bergen is bezig te verlanden, maar het zeegat bij Uitgeest staat in verbinding met een zijtak van de Rijn en heeft daarmee een afwateringsfunctie. (Zagwijn 1986).
Omstreeks het begin van de jaartelling was de kust van Midden-Noord-Holland meer naar het westen aangegroeid en de gehele kustlijn nagenoeg gesloten. (Zagwijn 1986).
Omstreeks het begin van de jaartelling was de kust van midden Noord-Holland meer naar het westen aangegroeid en de gehele kustlijn nagenoeg gesloten. (Zagwijn 1986).

Tijdens de periode 2500-1300 voor Christus werden alle zeegaten geleidelijk aan gesloten, met uitzondering van het zeegat onder Uitgeest. Dit zeegat bleef open, omdat er een verbinding met de Vecht, een minder belangrijke zijtak van de Rijn was ontstaan en het zeegat dus een afwateringsfunctie had gekregen. Wel verplaatste de monding zich geleidelijk aan meer naar het noorden; dit als gevolg van kustdrift door de getijdenstromen.


Jaarboek 24, pagina 47

Ondertussen groeide ook de kust verder naar het westen aan en ontstond er een nieuwe strandwallenkust op de lijn Beverwijk-Heemskerk en Limmen-Alkmaar. Tussen de eerste en tweede reeks strandwallen ontstond een strandvlakte. Achter de strandwallen kon door de stagnerende afwatering in brak of zoet water laagveen ontstaan (als gevolg van opeenhoping van afgestorven planten in een nat milieu). Zo ontstonden op de voormalige wadden uitgestrekte veengebieden.

Het resultaat van de weerstandmetingen geprojecteerd op een luchtfoto.
Het resultaat van de weerstandmetingen geprojecteerd op een luchtfoto. Heemstederweg 1 in Castricum, 1997. Het gebied Cronenburg is een hoge zandrug midden in de voormalige binnendelta van het Oer-IJ. Na verlanding van de binnendelta, rond het begin van onze jaartelling, konden deze gronden voor bewoning in gebruik worden genomen. In het terrein bevinden zich behalve resten van twee bouwwerken ook sporen van bewoning uit de late ijzertijd, Romeinse tijd en de middeleeuwen. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In de daaropvolgende 1000 jaar nam de invloed van de zee nog verder af en groeide de kust nog meer naar het westen aan. Rond 300 voor Christus was de monding van het Uitgeester zeegat nog noordelijker, tot voorbij Egmond, komen te liggen. In het mondingsgebied was een stelsel van stroomgeulen en zandplaten ontstaan. Dit zeegat was een binnendelta geworden en de Vecht had zich verbreed tot een open water met enkele veeneilanden, vanaf nu het Oer-IJ genoemd. Rond 100 voor Christus was het binnendeltagebied verland. Slechts enkele geulen voerden nog water naar zee. Er vond geen westwaartse kustaangroei meer plaats en de basis voor het IJ en het Wijkermeer was gevormd.

Kusterosie in het noorden, kustaangroei in het zuiden

Na een periode van betrekkelijke rust, zo vanaf het begin van onze jaartelling tot ongeveer het jaar 1000, kwam een proces van kusterosie op gang die vooral de Noordkop zou treffen. Het Zijper zeegat, tussen Callantsoog en Petten, ontstond in de 9e en 10e eeuw. Het Heersdiep en het Marsdiep ontstonden in de 12e eeuw. Twee nieuwe waddeneilanden werden gevormd, met daarop de twee ge√Įsoleerd geraakte dorpen ‘t Ooge (Callantsoog) en Huisduinen. Ook Wieringen is waarschijnlijk in deze periode van Texel losgeraakt, waarmee het duizenden jaren verbonden was geweest. In het midden van de 14e eeuw was het Zijper zeegat door verzanding dicht geraakt. Het Heersdiep had toen zijn grootste omvang bereikt, maar verzandde daarna. In de eerste helft van de l6e eeuw was het slechts nog een strandzwin. Het Marsdiep bleef lange tijd ondiep, maar ontwikkelde zich tot √©√©n van de grootste zeegaten van Nederland. Tot op de dag van vandaag zet het proces van kusterosie zich nog voort, vooral in de kop van Noord-Holland.

Gezicht op het duingebied en Oer-IJ geul met de Papenberg.
Gezicht op het duingebied en Oer-IJ geul met de Papenberg. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Niet alleen dijken lopen bij storm gevaar, ook de duinen vormen geen onwrikbare bescherming en kunnen met afslag bedreigd worden. Ter hoogte van de Hondsbossche Zeewering lag de kustlijn in het begin van de 14e eeuw ruim drie kilometer westelijker dan nu en bij Den Helder zelfs 6 kilometer.

Achter een smalle duinenrij lagen de Pettemer gehuchten: Petten aan de Zijpe, Petten aan het Hondsbosch en Petten in Nolmerban. Ze stonden voortdurend aan bedreiging bloot. Petten aan de Zijpe was al voor 1377 opgegeven. Op 18-19 november 1421 raasde de St.-Elizabethsvloed over kust en land en werd Petten aan het Hondsbosch weggevaagd en waarschijnlijk is Petten in Nolmerban in 1452 verdwenen.

Jaarlijks verdween drie√ęnhalf tot vijf meter duin in zee. In de jaren zestig van de 15e eeuw was de duinenrij benoorden Camperduin plaatselijk niet meer dan dertig meter breed. Tijdens de Allerheiligenvloed op 1 november 1570 verloor Egmond aan Zee 50 huizen.

 "Gesight van Egmont op Zee zuytwaarts op 't Strant kort na de storm van Kers-mis. Anno 1717." (Gravure van Petrus Schenk).
“Gesight van Egmont op Zee zuytwaarts op ‘t Strant kort na de storm van Kersmis. Anno 1717.” (Gravure van Petrus Schenk).

In de Kerststorm van 24 en 25 december 1717 liep de kerktoren van Egmond aan Zee groot gevaar door de zee verzwolgen te worden. De huizen aan de westzijde ervan werden toen weggespoeld, alsook een stuk van de ringmuur van het kerkhof.

Vanuit historische bronnen is de landinwaartse verplaatsing van de kustlijn bij Egmond aan Zee goed te reconstrueren. Zal Egmond in de toekomst nog meer grondgebied aan de zee moeten prijsgeven?
Vanuit historische bronnen is de landinwaartse verplaatsing van de kustlijn bij Egmond aan Zee goed te reconstrueren. Zal Egmond in de toekomst nog meer grondgebied aan de zee moeten prijsgeven?

Op 27 november 1741 verdwenen de kerk met toren en nog eens 36 huizen in zee. Oude foto’s getuigen van de schade die de stormvloed van 5 januari 1906 heeft aangericht. Ook nu nog zijn de Egmonders bij zwaar weer bevreesd voor kustafslag.

De kaart laat zien dat het duingebied zich uitstrekte tot de huidige Mient.
De kaart uit 1850 laat zien dat het duingebied zich uitstrekte tot de huidige Mient. Rechts is ter ori√ęntatie het trac√© van de geplande spoorlijn ingetekend. Met de pijl wordt het gebied van de Zanderij aangegeven. De toegenomen windactiviteit bracht vanaf de 11e eeuw grote massa‚Äôs door de zee aangevoerd zand in beweging. Het oude en tamelijk vlakke duinlandschap werd verstoven en er ontstond een hoge duinrand die zich steeds verder naar het oosten verplaatste. Uitlopers van de jonge duinen bereikten ook de dorpen Castricum en Bakkum. Pas in de 18e eeuw werd de zandzee getemd door helm aanplant en bosaanleg. Door het afgraven van duinzand in de 19e eeuw heeft een deel van de duinrand in Castricum een heel ander aanzien gekregen en is de Zanderij ontstaan. Veel duinzand is indertijd gebruikt voor de aanleg van de spoorlijn tussen Alkmaar en Amsterdam rond 1860. Er is in het gebied twee tot acht meter hoog duin weggeschept. Op deze afgraving zal ter plaatse tuinbouw zijn bedreven. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Bij Castricum zijn de duinen breed en is de kustlijn in de loop der eeuwen nagenoeg op dezelfde plaats gebleven. Bovendien ligt Castricum meer landinwaarts dan Egmond aan Zee. De Castricummers hebben de zee dus minder te vrezen.

Overzichtsfoto van Castricum. De foto is genomen richting Duin en Bosch. Deze duinenrij sloot aaneen voordat de afgraving ten behoeve van de spoorlijn een feit was. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Sinds 1850 wordt de kustuitbouw en kustafslag jaarlijks opgemeten door Rijkswaterstaat. Ten noorden van Egmond overheerst dus nog steeds afslag terwijl ten zuiden van Egmond kustaangroei overheerst. De maximale afslag treedt op bij de Hondsbossche Zeewering. Uit historische bronnen is de erosie van de kustlijn van de Kop van Noord-Holland goed bekend en daarmee is de geschiedenis van de Hondsbossche Zeewering nauw verbonden. De eerste dijk uit 1506 lag ongeveer 1 à 2 kilometer verder in zee dan nu. In de strijd met de zee werd de dijk geleidelijk aan steeds verder oostwaarts verlegd, voor het laatst in 1792. Tot op heden kan die positie gehandhaafd worden, maar voor hoelang nog.

Noord-Holland omstreeks 600 na Chr. Na een periode van betrekkelijke rust kwam een proces van kusterosie op gang die vooral de Noordkop zou treffen. (Zagwijn 1986)
Noord-Holland omstreeks 600 na Christus. Na een periode van betrekkelijke rust kwam een proces van kusterosie op gang die vooral de Noordkop zou treffen. (Zagwijn 1986)
Rond 1100 na Chr. is er van de vooruitgeschoven en forse kustboog van Noordelijk Noord-Holland weinig meer overgebleven. Tot op de dag van vandaag zet de kusterosie zich nog voort. (Zagwijn 1986)
Rond 1100 na Christus is er van de vooruitgeschoven en forse kustboog van Noordelijk Noord-Holland weinig meer overgebleven. Tot op de dag van vandaag zet de kusterosie zich nog voort. (Zagwijn 1986)

Jaarboek 24, pagina 48

Door de aanhoudende kusterosie aan beide zijden van de dijk ligt deze nu vooruit geschoven in zee. Of het verstandig is geweest het Kennemerstrand voor de kust van IJmuiden te bebouwen, zal de tijd moeten leren.

Veranderend kustbeheer

Opvattingen over het kustbeheer veranderen. Huidige vormen van kustbeheer zouden in de jaren na de februaristorm van 1953 ontoelaatbaar gevonden worden, zoals kerven maken in de zeereep, zodat de zee in de daarachter liggende valleien kan doordringen; of het niet meer met helm beplanten van stuifgaten op plekken waar geen bebouwing direct achter de eerste duinenrij ligt. Tot ver in de 20ste eeuw werden in het voorjaar rietschermen aan de duinvoet ingegraven, die opstuivend zand moesten opvangen en vasthouden. Het plaatsen van die schermen was arbeidsintensief en dus kostbaar. Het opvangen van het zand lukte wel, maar bij ruw weer, tijdens herfst en winter, werd het zand toch weer door de golven weggeslagen. Deze vorm kustbeheer van kustbeheer was dus weggegooid geld en werd dan ook aan het eind van de 20ste eeuw gestaakt.


Jaarboek 24, pagina 49

Voormalige kustlijnen tussen Petten en Camperduin.
Voormalige kustlijnen tussen Petten en Camperduin.

Nu kan het zand vrijelijk tegen en over de duinen heen waaien, met als mogelijk effect dat de zeereep zich langzaam landinwaarts verplaatst. Waar de achterliggende duinen breed genoeg zijn, zal daar geen probleem in gezien worden, maar daar waar de dorpen direct achter de voorduinen of zelfs aan zee liggen, zoals Callantsoog, Egmond aan Zee en Wijk aan Zee, kunnen de problemen groter worden. Moeten deze dorpen in de verre toekomst opgegeven worden of komen ze evenals de Hondsbossche Zeewering nu als een kaap in zee te liggen?

Ernst Mooij

Bronnen:

  • Bloemers, J .H.F ., en anderen, Verleden Land, Archeologische opgravingen in Nederland, Amsterdam 1981.
  • Konijn, E., Oude ansichten van de Egmonden, Schoorl 1972.
  • Lambooy, H., Getekend land, Nieuwe beelden van Hollands Noorderkwartier, Alkmaar, 1987.
  • Rappol, M., en Soonius, C.M., In de bodem van Noord-Holland, Lingua Terrae, Amsterdam 1994.
  • Schoorl, Dr. H., Kust en Kaart, Schoorl 1990.
  • Zagwijn, W.H., De ontwikkeling van het ‘Oer-IJ’ estuarium en zijn omgeving, Westerheem nummer 1, 1971.
  • Zagwijn, W .H., De paleografische ontwikkeling van Nederland in de laatste drie miljoen jaar, Geografisch Tijdschrift 9, 1975.

Strandingen (Jaarboek 24 2001 pg 10-17)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 24, pagina 10

Spectaculaire strandingen aan de Castricumse kust

De gestrande Wan Chun aan het strand van Castricum aan Zee, 1972.
De gestrande Wan Chun aan het strand van Castricum aan Zee, 1972. Na een aantal pogingen om het schip te bergen is het gaan kapseizen. De bemanning was al vroegtijdig gered. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Op zomerse dagen beseft de strandbezoeker over het algemeen niet dat de kalme zee in andere seizoenen een kolkende woeste massa water kan zijn. Tijdens stormen, vooral in herfst of winter, heeft de opgezweepte zee gezorgd voor een aantal spectaculaire strandingen voor de Castricumse kust. Zo is de ‘Panzerkanonenboot’ de Salamander na ruim negentig jaar bij laag water nog steeds zichtbaar op het strand.
Nog vers in het geheugen van menig Castricummer ligt de stranding van de Wan Chun in de jaren zeventig van de vorige eeuw. In dit artikel wordt met name de geschiedenis van deze twee schepen beschreven en de pogingen die zijn ondernomen om ze te bergen.
Ook zijn er diverse zee-zoogdieren op het strand van Castricum aangespoeld. Aan de belangrijkste stranding van een potvis in 1979 wordt in dit artikel aandacht besteed.

1. De Salamander op het strand van Castricum

De Duitse kanonneerboot De Salamander in 1910.
De Duitse kanonneerboot De Salamander in 1910.

De geschiedenis van het schip tot de stranding

Seiner Majest√§ts ‘Salamander’ was een zwaar Duits ‘ramschip’, ook wel ‘Panzerkanonenboot’ genoemd, en werd gebouwd in 1880. Zij maakte deel uit van de Duitse Kaiserliche Marine onder Wilhelm I en Bismarck. In de tijd dat de Salamander dienst deed voor een offensieve kustverdediging, bestond de bewapening uit een kort zwaar kanon van 30,5 centimeter, twee kanonnen van 8,7 centimeter en aan beide kanten van de commandotoren zogenaamde revolver-kanonnen (voorloper van de mitrailleur). Twee bronzen torpedolanceerbuizen waren in de boeg ingebouwd.

Het schip, 46 meter lang en 10,5 meter breed, had een diepgang van 3 meter en een waterverplaatsing van 1.100 ton. De Salamander was in staat door zijn geringe diepgang bij hoog water op zandplaten aan te leggen. Ook gedurende laag water bleef het schip inzetbaar en paraat en kon bij hoog water weer weg varen. Deze amfibische mogelijkheden van het schip hebben wellicht bijgedragen tot de offici√ęle naam ‘Salamander’. E√©n van de zusterschepen heette de ‘Krokodil’. Spottend werden deze schepen ‘Wattwantzen’ en ‘Schlickrutscher’ genoemd, omdat zij op zandplaten konden aanleggen. De bepantsering was bevestigd op teakhouten balken en bestond uit smeedijzer; het dekpantser had een dikte van 22 millimeter en het gordelpantser liep in dikte over de gehele lengte op de waterlijn op van 102 millimeter achter tot 203 millimeterm voor.

Boven- en zijaanzicht van de Salamander.
Boven- en zijaanzicht van de Salamander (tekening C.J.W. Everts).

Jaarboek 24, pagina 11

De Salamander naar Nederland

Eind oktober 1910 stoomde de 500 paardenkrachten sleepboot Zuiderzee van de firma Smit met achter zich de Salamander van Wilhemshafen in Noord-Duitsland over de Noordzee naar haar eindbestemming Dordrecht. Daar zou dit schip, dat ooit werd ingezet om samen met tien zusterschepen de mondingen van de rivieren Oder, Elbe en Weser te verdedigen, omgebouwd worden tot zandzuiger.


Op de sleepboot van de firma Smit werkten de bemanningsleden onder leiding van kapitein Karremans en op de getrokken Salamander zorgden nog drie mannen, zogenaamde runners, voor de besturing van het schip.
Al na enige dagen verslechterde het weer op zee. Sleepbootkapitein Karremans besloot met zijn sleep IJmuiden binnen te lopen. Vlak voor de pieren van IJmuiden deed een zware grondzee de sterke sleekabel breken. De sleepboot voer alleen IJmuiden binnen. Pas de volgende morgen hoorde de sleepbootbemanning waar hun sleep gestrand was.

De Salamander gestrand in Castricum aan Zee.
De Salamander gestrand in Castricum aan Zee. Zelfs na 110 jaar is de gestrande Salamander bij laag water nog te vinden op het strand. Foto Johan de Reus, februari 2019. Toegevoegd.

In die nachtelijke uren hadden de drie runners op de Salamander vele angstige momenten gekend. Zij strandden die nacht met de Salamander ten zuiden van het Castricumse strand bij paal 45. De Egmondse reddingsbootbemanning slaagde er pas de volgende morgen in, nog steeds onder zeer zware weersomstandigheden, de runners van boord te halen.
De volgende dag ondernam de sleper Wodan een poging de Salamander los te trekken en het lukte om het schip iets zeewaarts te slepen. Volgens geruchten hadden de twee mannen aan boord van de Salamander de buitenboordkranen opengezet, zodat het schip met de boeg wegzakte in de zandbank en niet meer vlot te trekken was.

De Salamander is in 1910 gestrand en er zijn diverse pogingen gedaan om het Duitse oorlogsschip te bergen.
De Salamander is in 1910 gestrand en er zijn diverse pogingen gedaan om het Duitse oorlogsschip te bergen, de laatste keer in 1980, maar de boot is niet van zijn plek gekomen. Op de foto staat de familie C. Korver bij de kanoneerboot De Salamander, gestrand op de hoogte van Paal 45. Collectie Oud-Castricum.Toegevoegd.

De eerste pogingen om de Salamander te bergen

Direct na de stranding probeerde bergingsspecialist Smit uit Rotterdam in opdracht van Rijkswaterstaat de Salamander vlot te trekken. Het bleek geen eenvoudige klus. Na vele maanden hard werken berichtte de hoofdingenieur, directeur van Rijkswaterstaat, in februari van 1911 dat verdere bergingsactiviteiten gestaakt werden. Het schip lag reeds zo diep in het zand dat slepen onmogelijk was geworden. Enkele jaren na de stranding werden opnieuw pogingen ondernomen om het schip te bergen. Tevergeefs.

Het schip trok als een magneet avontuurlijk ingestelde jongeren. Dat leverde vaak gevaarlijke situaties op. Toen in 1932 een zwemmer dodelijk verongelukte in het wrak, benaderde de gemeente eerst de marine en daarna de genietroepen om het schip op te blazen.Omdat de kosten van 24.000 gulden ten laste van de gemeentebegroting zouden komen, zag het toenmalige gemeentebestuur ervan af om het wrak op te ruimen. De kosten voor het opruimen van het schip waren ook te hoog voor Rijkswaterstaat en daarom werd besloten het schip te laten liggen op de strandingsplaats.

Strandvonder Engel Zonneveld op zijn transportfiets.
Strandvonder Engel Zonneveld op zijn transportfiets. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De toenmalige hulp-strandvonder Engel Zonneveld uit Castricum maakte mee dat meerdere nieuwsgierigen, meestal zonder offici√ęle toestemming, de Salamander bezochten. Deze jutters sloopten alles wat maar iets van waarde had, zoals het dekhuis, de schoorsteen, de mast en de achterste verschansing en verkochten dat als schroot. De verantwoordelijke instantie, de gemeente Castricum, besloot dat het schip in verband met de gevaarlijke situatie ontoegankelijk moest worden gemaakt.

Bergingspoging in 1938 met motor- en pompkamer.
Bergingspoging in 1938 met motor- en pompkamer.

Klaren een Zaankanter en Bakkummer die klus?

Oud-ijzerhandelaar J. Bakker uit Zaandam, geholpen door J. Borst uit Bakkum, meende in 1938 de bergingsklus te kunnen klaren. Ze bouwden een speciale motor- en pompkamer die zij op de Salamander plaatsten. Zodra het half tij was, gingen zij met het houten vlot naar de Salamander. Zij zogen zo de vaak keiharde zandmassa uit de Salamander. Zij haalden het houtwerk van onder andere de officiersverblijven uit het schip. Meerdere malen vertoefden zij in de ruimen van het schip en kwamen daar soms in pikkedonker mosselen en krabben tegen. Vooral de grote noordzeekrab bezorgde hun een enorme schrik.
Tijdens een storm sloeg het speciale pomphuis van het schip. Zij maakten het pomphuis weer vast op het schip en gingen onverdroten verder. Nadat herhaalde stormen even zovele malen het pomphuis wegsloegen, stopten zij met de pogingen om de Salamander vlot te trekken.

De strandvonder Thijs Bakker aan het werk op het strand van Castricum aan Zee.
De strandvonder Thijs Bakker aan het werk op het strand van Castricum aan Zee, 1994 Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

Hulp-strandvonder en strandexploitant Thijs Bakker kan zich nog goed herinneren dat hij er voortdurend met z’n neus bovenop stond, ofschoon zijn vader het hem verbood: “De eerste slooppoging stamt uit 1938. Ik kwam bij die gelegenheid ook de ruimen in. Overal hadden zich mosselen vastgezet. Favoriet voedsel van krabbetjes. Maar als er geen water meer is, dan laten de krabbetjes zich vallen. Normaal komen ze dan weer bij water terecht. Maar ze vielen ook op mijn rug en klampten zich dan vast aan de rand van m’n zwembroek. Nog mazzel dat mijn zwembroekje goed dicht zat. Wie weet wat er anders gebeurd zou zijn? Net als mensen hebben krabbetjes moeders en grootmoeders. De over-overgrootmoeder van de krabbetjes vertoefde ook nog in het ruim. Ze kwam in de zuigpijp terecht, waarmee het zand werd afgezogen. Een krab van bijna een halve meter, een gigant in haar soort. Ik heb ze daarna nooit meer zo groot gezien.”
De Salamander werd jarenlang met rust gelaten.

De firma Scholte poogt in 1958 vergeefs de boot te bergen.
De firma Scholte poogt in 1958 vergeefs de boot te bergen.

Een nieuwe bergingspoging in 1958

In 1958 startte de firma Scholte, een echt familiebedrijf uit Diemen, de bergingswerkzaamheden aan de Salamander. Zij had ervaring met bergingen opgedaan op onder meer Texel. Op het strandplateau ter hoogte van badhotel Armeria hadden zij hun materieel opgeslagen. In die dagen ronkte een tot zandzuiger omgebouwd, Amerikaans amfibievaartuig op het strand. Deze zogenaamde Duc had in de oorlogsdagen dienst gedaan in waterrijke gebieden, was speciaal voor deze berging verbouwd en werd voorzien van een compressorinstallatie, een grote zuigpomp, een luchtinstallatie en een kraan met lier. Ze beschouwden de amfibiewagens als hun voornaamste werktuig voor de berging. Daarnaast had men de beschikking over een grote kraanwagen, een kleine zoveel-tons vrachtwagen en tenslotte een jeep.
Zij plaatsten ronde kokers op het dek om ook bij hoogwater door te kunnen werken. Het lukte hen om de machinekamer zandvrij te krijgen. Het nog aanwezige koperwerk, leidingen en afsluiters, werd gesloopt en afgevoerd. Een interessante klus omdat zij vernamen dat naast de dikke stalen bepantsering ook koper aan boord was.


Jaarboek 24, pagina 12

Thijs Bakker vertelt: “De tweede keer dat er een poging werd ondernomen was door de firma Scholte, eigenlijk een oud-ijzerhandel. Na de oorlog hadden die het hele Noordzeekanaal leeggevist. Daar lag een enorme hoeveelheid troep in van oorlogsmateriaal enzovoorts. Daarna begonnen ze met wrakken van schepen. Ze hebben vier van de zeven ruimen leeggezogen. Alie en ik zijn ook toen in de Salamander geweest. Het is een vreselijke misser voor die firma geworden; ze zijn er veel geld aan kwijt geraakt. Maar het was wel een enorm leuke tijd.”

De Salamander aan het strand van Castricum aan Zee, 1959.
De Salamander aan het strand van Castricum aan Zee, 1959. De jongen met de indianentooi is Frans van Helvoort. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Na enige tijd verbleven de Scholte’s vaak bij Thijs en Alie. Thijs: “Uiteindelijk streek de hele groep bij ons neer. Tot zelfs de oudere vennoot aan toe, die niet meer meewerkte, maar met z’n vrouw overkwam om het weekeinde bij z’n kinderen door te brengen. Van de ploeg bleef de helft in het weekeinde over om op het werk te passen, terwijl de andere helft naar huis ging.”
Door stormen en woeste zee√ęn staakten de mannen van Scholte na maanden de berging van de Salamander. Opnieuw gebeurde er een hele tijd niets.

Garnalenkotter strandt op de Salamander

De vissers op de garnalenkotter ZK 10 uit Zoutkamp voeren op 9 december 1970 in rustig weer ‘s middag met uitstaande netten erg dicht langs de Salamander. Het was hun bekend dat met name gul (een zeevis) graag in en om wrakken zwemt. Een haal boven de Salamander zou een aardige portie vis opleveren. De netten haakten zich echter vast in de Salamander en de kotter kwam op de Salamander tot stilstand.

Een schipper van een andere kotter seinde dat een kotter was gestrand. Vanuit IJmuiden voer de reddingsboot Johanna Louisa en vanuit Egmond aan Zee vertrok de reddingsboot Ubbo met een lijnwerp- en wipperploeg. (Een wipperploeg schiet een sterk touw (lijn) naar een gestrand schip. De lijn dient zo hoog als mogelijk te worden bevestigd. Met behulp van een speciaal tuig (broek) kunnen mensen en materialen naar de redders worden gehaald).

Door het lage tij kwam het schip droog te liggen en zakte op één kant. De lijnwerp- en wipperploeg was snel ter plaatste en bracht een lijn over, maar de twee opvarenden van de ZK 10 kozen ervoor aan boord te worden genomen van de Johanna Louisa en voeren mee naar IJmuiden.
Met een sleepboot wilde men de ZK 10 van de Salamander trekken.
Dit gebeurde te ondoordacht en het schip scheurde open. Het behoorlijk gehavende schip was verloren en werd door de firma Kemp uit Santpoort gesloopt.

Een hopperzuiger is aan het werk. Poging in 1980 tot berging van de gestrande Salamander.
Een hopperzuiger is aan het werk. Poging in 1980 tot berging van de gestrande Salamander. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Nieuwste apparatuur ingezet om Salamander te bergen

De gemeente Castricum was blij dat de firma Hofland Salvage BV in 1980 brood zag in de berging van de Salamander. Het leek er op dat zij de Salamander vlot kon trekken. De verbeterde technische apparatuur, zware pompen en graafmachines en grotere kennis maakten het aannemelijk dat zij zouden slagen.

De firma Hofland zette verschillende nieuwe, zelfbedachte en geconstrueerde machines in. De berging van de Salamander was voor Hofland een prima testcase voor de nieuwe apparatuur. Er werd een gesloten dam rondom de Salamander opgeworpen. In die binnenzee zogen zware pompen het zeewater weg. De Salamander lag nog voor het grootste deel in het zand. De speciaal ontwikkelde zandzuiger wist de Salamander verder zandvrij te maken en daar lag het schip zo goed als droog op de zandbodem.

In 1980 tracht de firma Hofland met speciale apparatuur de Salamander te bergen.
In 1980 tracht de firma Hofland met speciale apparatuur de Salamander te bergen.

Bert Snijders, wrakkenspecialist en betrokken bij de werkzaamheden van de firma Hofland, spreekt met weemoed over de bijna geslaagde poging het schip te bergen. Hij had tijdens de voorbereidingen voor de berging materiaalmonsters van de scheepswand voor onderzoek naar Duitsland gestuurd. De resultaten van dat onderzoek maakten de berging aantrekkelijk. Op de markt voor oud ijzer zou het schip toentertijd ongeveer 175.000 gulden hebben opgebracht. Daarnaast zouden de twee bronzen lanceerinrichtingen extra geld opleveren.

Hofland leek meer ge√Įnteresseerd in de werking van de nieuwe apparaten dan het welslagen van de berging. Het was een slecht werkseizoen. Op de werkstaat noteerde Bert Snijder vele keren ‘Niet werkzaam weer’, meestal door storm of hevige regenbuien.
In een stevige storm vulde de zee de kuil rondom het schip en kon men weer van voren af beginnen. Toen overschietende vonken brand in de motor van de zandzuiger veroorzaakten, was de maat vol voor Hofland; de schadepost werd te hoog én er was voldoende getest; de werkzaamheden werden gestaakt. Daarna zijn er geen bergingspogingen meer ondernomen.


Jaarboek 24, pagina 13

Het huidige wrak bij laag water.
Het huidige wrak bij laag water.

Nieuwsgierige duikers

De duikers van de Castricumse duikvereniging Lamentijn bezoeken jaarlijks de verschillende wrakken voor de Castricumse kust. Bert Zandbergen, voormalig lid van de duikvereniging, heeft al vele malen bij hoog water een duikbezoek aan de Salamander gebracht. De twee patrijspoorten die hij met zijn metgezellen vakkundig had losgemaakt, moest hij aan Jaap Hofland, de berger, overgedragen. De Salamander bezoekt hij niet zo vaak meer; echter wel andere wrakken voor de Castricumse kust, zoals de Deense Lot te Skou en de Sandbergen.

De Salamander is in 1910 gestrand en er zijn diverse pogingen gedaan om het Duitse oorlogsschip te bergen, de laatste keer in 1980, maar de boot is niet van zijn plek gekomen.
De Salamander is in 1910 gestrand en er zijn diverse pogingen gedaan om het Duitse oorlogsschip te bergen, de laatste keer in 1980, maar de boot is niet van zijn plek gekomen. Foto Henk Honigh. Toegevoegd.

Ook in 2001 ligt de Salamander als een enorm amfibisch zeedier in het zeewater bij paal 45. Bij oostenwind en laag water is het mogelijk op het dek te lopen. De Salamander ligt er nog goed en zal er wel altijd blijven liggen.

2. Wan Chun enkele jaren op Castricums strand

De Wan Chun.
De Wan Chun. Castricum aan Zee, 1972. Een vrachtschip uit 1945 is gestrand bij Castricum op 12 november 1972 ter hoogte van paal 47. Het schip sloeg voor de haven van IJmuiden van zijn ankers en werd speelbal van de golven. Na verschillende bergingspogingen is het in 1975 uiteindelijk ter plekke gesloopt. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De geschiedenis van het schip tot de stranding

Op de scheepswerf in Malm√∂ (Zweden) vond in 1945 de tewaterlating van het koelschip Pacific Express plaats. Het schip was al in 1939 op stapel gezet, maar de Tweede Wereldoorlog vertraagde de bouw van het schip: het Zweedse staal was voor andere doeleinden nodig. De ondernemer Erling Hansen uit Kristiansand, Noorwegen, kocht in 1964 het 3.750 ton zware schip met een lengte van ruim 117 meter en doopte het ‘Ranada’. In 1971 kwam de Ranada voor een sloopprijs in handen van de Taiwanees Wan Lung, die de naam in Wan Chun wijzigde. Wan Chun betekent ‘goede zomer’. De Wan Lung Navigation Company plaatste het schip onder Panamese vlag en zou het eveneens als koelschip inzetten.

De gestrande Wan Chun.
De gestrande Wan Chun. Castricum aan Zee, november 1973. Foto M.W. Schoonderwoerd. Toegevoegd.

Als Wan Chun slechts één reis

De eerste en enige reis onder de naam Wan Chun startte in november 1972 vanuit Kristiansand in Noorwegen. De 27-koppige Chinese bemanning onder leiding van kapitein Yang Tzong Hwa zou eerst olie bunkeren in IJmuiden en vervolgens doorvaren naar Duinkerken (Frankrijk) om de eerste lading in te nemen.

De loodsdienst van IJmuiden staakte 12 november 1972 zijn werk vanwege het slechte weer. De bemanning van de Wan Chun gooide daarom voor IJmuiden de ankers uit en wachtte buitengaats op betere omstandigheden. Maar een geweldige storm sloeg het schip van zijn ankers.
Het schip werd speelbal van de golven en dreef in noordelijke richting. De reddingsploegen van Egmond en Wijk aan Zee rukten onmiddellijk uit na de oproep van de kustwacht.
Het team van de reddingsmaatschappij uit Wijk aan Zee nam als eerste waar, dat de Wan Chun bij kilometerpaal 47 te Castricum gestrand was.

Luchtfoto van de op de kust gelopen Wan Chun, een vrachtschip uit 1945. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Thijs Bakker maakte de stranding van de Wan Chun van nabij mee: “Het was donker en smerig weer; de zee stond tegen de duinen aan. Op het strand konden we niet aan de gang, maar wij wilden wel even kijken of er nog wat te beleven viel. Vanaf de duintoppen zag √©√©n van de jongens dat er een schip in de branding lag. Door het slechte zicht was niet goed te zien waar het op de kust zou komen. De √©√©n zei paal 46, een ander dacht dat het heel in Heemskerk was.
Uiteindelijk gingen ze maar door het duin naar paal 47. Dat was raak; we vonden de auto van de reddingsbrigade die in de duinen vast was komen te zitten. De mensen van de brigade hadden er nog een hele sjouw aan om het toestel ter hoogte van het schip te brengen. Ze konden de (Chinese) bemanning aan de reling zien staan.”

De iets later gearriveerde Egmonders hielpen de Wijk aan Zee√ęrs bij de reddingswerkzaamheden. Een knap staaltje vakmanschap leverde de heer Antoon van der Mey, die ondanks de storm slechts √©√©n schot nodig had om de lijn van het wippertoestel op de Wan Chun te schieten. De Chinese bemanning wist eerst niet wat te doen met die reddingslijn, omdat zij de Engelse gebruiksaanwijzing niet konden lezen.

De bemanning  van de Wan Chun wordt gered.
De bemanning van de Wan Chun wordt gered. Castricum aan Zee, 1972. Foto G. van Geenhuizen. Toegevoegd.

Thijs Bakker: “De reddingslijn moet hoog, bijvoorbeeld aan de mast vastgemaakt worden, maar zij maakten de lijn aan de reling vast. Die kwam op die manier niet hoog genoeg boven het water uit en de bemanningsleden zouden alsnog als verzopen katten aan de vaste wal komen.”


Jaarboek 24, pagina 14

Castricum aan Zee, de gestrande Wan Chun.
Castricum aan Zee, de gestrande Wan Chun.

Vanaf het strand lukte het Dirk van Noordt, adjunct inspecteur van de KNZHRM (Koninklijke Noord- en Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij), om op de Wan Chun te komen en uit te leggen wat er met de lijnen moest gebeuren. “Om 9.00 uur gleed de eerste man naar de vaste wal en anderhalf uur later kwam de laatste van het schip. De kapitein en de marconist bleven echter achter en konden er pas laat in de middag toe gebracht worden om zich in veiligheid te stellen. Welgeteld zijn er 29 mensen gered en sindsdien is er niet meer zo’n grote actie geweest met een wippertoestel.”

De Willy jeep van Thijs Bakker, strandjutter.
De Willy jeep van Thijs Bakker, strandjutter en mede eigenaar van Zeezicht. Naast hem zit zijn zoon Dirk Jan.

Thijs Bakker bracht de bemanning met zijn terreinwagen, geschikt voor strand- en duinritten, naar café De Zon in Wijk aan Zee voor de eerste opvang. Daar kon de geschrokken bemanning bijkomen. Ondertussen konden de redders wel een opkikkertje gebruiken en ineengedoken achter de duinen ging een fles cognac broederlijk van hand tot hand.
Pas vele uren later verlieten de laatst achtergebleven bemanningsleden, de kapitein en de marconist, het schip. De stranding van de Wan Chun kwam op radio- en tv-journaals en direct trokken drommen nieuwsgierigen naar het strand.

De Wan Chun ligt op zijn zij en de machinekamer liep vol water.
De Wan Chun ligt op zijn zij en de machinekamer liep vol water.

Dilemma voor Rijkswaterstaat

Diverse bergingsfirma’s maakten zich op om de berging te verzorgen. Zij meenden re√ęle kansen te hebben het schip te bergen, te meer nu het schip nauwelijks schade had opgelopen.
“In eerste instantie kwamen er runners van de firma Wijsmuller aan boord. Thijs Bakker noemt ze moderne zeerovers, die aan boord komen om te kijken wat er van waarde aan het schip is. Het lag natuurlijk in de bedoeling om het te bergen. Wijsmuller was er echter huiverig voor, want het lag achter drie zandbanken, hoog op de kust. De kosten zouden navenant hoger worden.”


Jaarboek 24, pagina 15

De gestrande Wan Chun trekt veel bekijks.
De gestrande Wan Chun trekt veel bekijks.

Rijkswaterstaat plaatste de Wan Chun op 18 november 1972 onder de wrakkenwet en dat betekende dat het schip op zo kort mogelijke termijn weg moest zijn. De Chinese reder had inmiddels 400.000 gulden van de verzekeringsmaatschappij ontvangen, een groter bedrag dan de 150.000 gulden geschatte schrootwaarde. Half december 1972 kocht de berger Elfrink de Wan Chun. De heer Elfrink verklaarde publiekelijk dat het schip voor het zomerseizoen weg zou zijn.

Met de gestrande Wan Chun heeft Thijs Bakker heel wat te doen gehad.
Met de gestrande Wan Chun heeft Thijs Bakker en zijn gezin heel wat te doen gehad. Strand van Castricum aan Zee, 1972. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Thijs Bakker: “Wij werden, samen met enkele andere mensen, gevraagd om de wacht op het schip te betrekken. Want kijkers zagen de touwladder hangen en dachten nogal gemakkelijk dat ze wel een toertje aan boord konden maken. En lang niet altijd alleen om te kijken. Maar het was lang niet eenvoudig en zelfs gevaarlijk om tegen het schip op te komen. Alie en ik zijn er op geweest; √©√©n van mijn zoons hield ook regelmatig de wacht. Die kreeg van Elfrink toestemming om, als dank voor de vele hulp, de inboedel van een complete hut mee te nemen.”

Thijs zelf heeft er alleen een mooi ankerlicht aan overgehouden: “Een oudje, voor nood, die op petroleum brandt; nog helemaal van koper. In de loop der tijd zakte het schip steeds schever en de roest vloog er bij op. Het was een rare gewaarwording om op het schip rond te lopen: alles was even scheef. In de kombuis, die als wachtlokaaltje dienst deed, waren planken scheef in de kast gezet, zodat ze weer horizontaal stonden.”

De Wan Chun wacht tot de geul diep genoeg is om in volle zee te komen.
De Wan Chun wacht tot de geul diep genoeg is om in volle zee te komen.

De eerste poging de Wan Chun te bergen

De firma Elfrink startte na een voorbereiding van enkele maanden in februari 1973 met de werkzaamheden rondom de Wan Chun. Rijkswaterstaat had voorafgaande aan deze graafwerkzaamheden afspraken gemaakt met de bergers. De ingrijpende werkzaamheden op het strand (zand wegspuiten) konden namelijk naast de aantasting van het strand ook gevolgen hebben voor de duinen. Elfrink bevestigde in het contract met Rijkswaterstaat dat het strand na de berging van de Wan Chun weer in oude staat zou worden hersteld.

Rijkswaterstaat en gemeente Castricum troffen maatregelen om de vele nieuwsgierigen te beschermen. Men plaatste een hekwerk en er verschenen waarschuwingsborden waar werd gewezen op onder andere drijfzand gevaar.
Thijs Bakker vertelt: “De eerste palen met waarschuwingsborden waren te kort en spoelden zo weer weg als er een beetje wind kwam. Het grootste gevaar kwam van de ondermijnde kanten van de gaten.”
Ook op de scheepswand bevestigden medewerkers waarschuwingsaffiches voor drijfzand gevaar.

Tot verbazing van verschillende toeschouwers verscheen een groot vlot met daarop de zandzuiger ‘Jonge Koos’ die met de gunstige stroming precies tot naast de Wan Chun dreef. Vanaf die dag draaide de zandzuiger van de Beverwijkse firma Hofland vele dagen. Samen met een tweede zandzuiger en een enorme shovel haalden de werknemers grote hoeveelheden zand rond de Wan Chun weg. Het was een kwestie van wachten op hoog water en gunstig weer. Voor de meest actuele weerberichten nam men contact op met Radio Den Helder.

De Wan Chun op het strand van Castricum aan Zee.
De Wan Chun op het strand van Castricum aan Zee. collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In die tijd werden de volgende vragen gesteld: Zou de toeristische attractie snel verleden tijd zijn? Zouden de media, vooral de kranten, die regelmatig schreven over de weekendattractie op het strand, over andere regio-onderwerpen moeten schrijven? Konden de snackbar-eigenaren vlakbij de boot nog slechts herinneringen ophalen aan de goede zaken die ze deden? Verdween de speciale ‘Wan Chun’-hap van het menu van strandpaviljoen Zee- en strandzicht? Het antwoord op deze vragen luidt: nee!

Het weer speelde net als bij andere bergingen op het Castricumse strand parten. Op 3 april 1973 raasde een storm over het land en deed alle uitgevoerde bergingswerkzaamheden teniet. De zee tilde die dag de Wan Chun weer op en zette haar 20 meter hoger op het strand neer. De losgeraakte Wan Chun overvoer op die onverwachte tocht de zandzuiger Jonge Koos, die meters diep in het zand verdween. Twee snackwagens waren total loss. Men moest weer van voren af aan beginnen.

Weer een bergingspoging

Dag en nacht werkten kranen en een gigantische shovel om de Wan Chun vrij te krijgen. Tenslotte lag de Wan Chun op 5 juni 1973 zo gunstig dat bergen mogelijk leek.

Bij de laatste poging in 1973 kwam de Wan Chun wel los, maar het water was niet hoog genoeg. Het schip kwam vast te liggen in het zand en begon langzaam over te hellen. Bijna een jaar na de stranding is het schip met veel kabaal omgevallen.
Bij de laatste poging in 1973 kwam de Wan Chun wel los, maar het water was niet hoog genoeg. Het schip kwam vast te liggen in het zand en begon langzaam over te hellen. Bijna een jaar na de stranding is het schip met veel kabaal omgevallen. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Thijs Bakker: “Elfrink wilde eerst uittesten of de motor nog wilde lopen. Alles had een tijd stilgestaan en het zeewater had er ook geen goed aan gedaan. Met een paar man, waaronder ikzelf, werd de machinekamer in bedrijf gesteld, eigenaar Elfrink was uit voorzorg al boven op het schip gebleven. Uiteindelijk was er genoeg druk aan startlucht om de motor een ‘schot’ te geven. Maar de schroef zat nog voor de helft in het zand verborgen en dat geeft veel weerstand. Nu is zo’n grote dieselmotor voorzien van veiligheidskleppen om de explosie binnen de perken te houden. De ene na de andere klep blies af, het leken wel explosies en het gaf een heidens kabaal in de machinekamer. Maar de schroef kwam vrij, ze draaide en bleef draaien! Je zag het water honderden meters ver kolken. Met een draaiende schroef zou het schip voor zichzelf een flink gat kunnen slaan in de zandbanken.”


Jaarboek 24, pagina 16

Thijs verhaalt: “Er zat er eentje bij die eigenlijk zo gek als een deur was. Hij had de Wan Chun al tot het hoogste topje beklommen. Toen er eenmaal zoveel zand was weggezogen dat de bodem voor een deel vrij lag, wilde hij ook het laagste punt gehad hebben. Hij is onder het schip doorgelopen, gebukt weliswaar, want veel ruimte was er niet. En omdat aan de andere kant een diep gat zat vol water, is hij dezelfde weg weer teruggelopen. Hij had het schip wel op z’n hoofd kunnen krijgen, als het zand was verzakt.”

De motoren van het schip ronkten. Bij zowel de eerste als de tweede zandbank lag een sleepboot klaar. De eerste was met een zware tros aan de Wan Chun verbonden. De taak van de sleepboten was een doorgang in de zandbank te maken. Met de krachtige schroefbewegingen kolkten water en zand een geul in de zandbank. Het zeewater stroomde de geul binnen en daarmee kreeg de scheepswand zo weer de noodzakelijke waterdruk aan de buitenkant. Door het lage tij en het slechte weer kwamen de bergers in tijdnood en staakten de bergingspoging. Elfrink mocht pas na het strandseizoen een nieuwe poging wagen.

Berging, een onmogelijke opgave?

Na het zomerseizoen lag het schip weer muurvast in het zand. Toch gaven de bergers de moed niet op en zou de inmiddels zes meter diepe geul voldoende zijn om het schip drijvend naar open zee te trekken. Midden in de nacht begin september 1973 kwam de Wan Chun met hulp van oersterke katrollen los van het zand en dreef enkele meters richting zee. Daar bleef het bij.

De Wan Chun op zijn zij en de machinekamer liep vol water.
De Wan Chun ligt op zijn zij en de machinekamer liep vol water. Castricum aan Zee, 1973. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Pas begin november 1973 had Elfrinks bergingsploeg de boot zo ver uitgegraven dat vlot trekken mogelijk was. In de nacht van 6 november 1973 werkte men uit alle macht om de Wan Chun naar open zee te slepen. De kabels trokken keihard aan de boot. Pas overdag bleek dat er die nacht te snel was gewerkt. De boot maakte slagzij en de bergers aan boord maakten dat zij wegkwamen. De Wan Chun lag op zijn zij en de machinekamer liep onder water. De ogenschijnlijk eenvoudige laatste hobbel, van binnenmeer naar open zee, was te hoog gebleken.

Thijs Bakker: “Er was een stormpje voorspeld dat het water zou opstuwen tot, zeg maar springtij niveau. De dijk werd doorgestoken en de zee kolkte het gat in. Er komt dan ook meteen weer een hoop zand mee, dus de poging moest in een keer slagen. De Wan Chun kwam los.

Ze slaagden erin om haar met de kont richting zee te trekken, maar het water kwam echter niet hoog genoeg. Ze schoof over het zand en door de spanning knapte de tros. Toen het weer eb werd bleek dat het schip zich aan één kant van het gat genesteld had, op het talud van de zandwal. Een precaire toestand.

Hofland, de compagnon van Elfrink, ging bijna door het lint en probeerde met een bulldozer het schip nog in veiliger positie te trekken. Te Iaat, het schip lag al te stevig vast. In de loop van de nacht is het schip langzaam over gaan hellen, tot het uiteindelijk machteloos omviel. Een trage en afschuwelijke val, alsof er een groot dier stierf. De zandzuiger werd als een vlo onder die massa verpletterd. Het was een kabaal van jewelste.

En dan blijkt weer hoeveel rommel er in zo’n groot schip zit. Het schip werd door de zee leeg gespoeld, er kwam van alles op het strand terecht: een vletje, helaas ging dat in splinters voordat we het konden redden, maar ook zwemvesten, etenswaren en huisraad, hout en kurk uit de ruimen. Het was in die eerste dagen een onbeschrijflijke bende op het strand.”

Het schip lag reddeloos op het strand. Thijs raakt nog geroerd als hij er aan denkt. Te beseffen dat al het werk voor niets was geweest en om dan zo’n mooi schip verloren te zien gaan. “Want een mooi schip was het, met een mooie lijn, gebouwd op snelheid. Als je de tegenwoordige schepen ziet, dat zijn net flatgebouwen, alles even vierkant.”

De gestrande Wan Chun.
De gestrande Wan Chun. Castricum aan Zee, 1973. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Rijkswaterstaat ontsloeg Elfrink van verdere bergingswerkzaamheden en sloot een sloopcontract af met de firma Kruk uit Beverwijk. Dit sloopbedrijf zou de tweeduizend ton staal aan de toenmalige Hoogovens IJmuiden leveren. Het schip bleef dat najaar en die winter nog steeds een prachtig wandeldoel. Vooral op zondagen was het erg druk.

Het gestrande schip de Wan Chun staat in brand.
Het gestrande schip de¬†Wan¬†Chun¬†staat in brand. Strand Castricum aan Zee, 1973. Foto genomen uit een zweefvliegtuig. Nadat het schip na een mislukte reddingsoperatie op zijn kant is omgevallen, is het door vandalen in brand gestoken. Foto Guus Ret√ęl. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Einde Wan Chun

In april 1974 rukte de Heemskerkse brandweer uit na de melding van een brandje in het zeeduin. Het bleek geen duinbrand maar het was de Wan Chun waar de vlammen uitsloegen. Aan boord werd niet geblust omdat de olietanks en zuurstofflessen van de slopers heel gemakkelijk konden ontploffen. Dat gebeurde ook. De brand woedde enkele dagen mede door de dikke, kurken isolatielaag.

De Wan Chun in brand op het strand van Castricum aan Zee,  1974.
De Wan Chun in brand op het strand van Castricum aan Zee, 1974. Foto Ger van Geenhuizen. Toegevoegd.

“Ze kwamen met groot materiaal, enorme snijbranders, een kraan met magneet om het ijzer te tillen. En op de duinen werden keten neergezet en een tank met vloeibare zuurstof voor de snijbranders. Want met gewone flessen was het niet aan te slepen. Ze waren afgekomen op het oud ijzer, maar er zat nog steeds heel veel hout en isolatie in de ruimen. Een ongeluk hielp ze een handje, want er brak opnieuw brand uit en omdat het ‘s nachts gebeurde, stonden alle ruimen al in de hens voordat er iemand bij was. Met als resultaat dat veel materiaal verbrandde en Kruk met een relatief schoon schip verder kon. Later kregen ze nog eens brand, doordat ze een brandstoftank opensneden, waar nog vrij veel in zat.”

De firma Kruk ontmantelt de Wan Chun. Het metaal komt bij Hoogovens terecht.
De firma Kruk ontmantelt de Wan Chun. Het metaal komt bij Hoogovens terecht.

Na de brand kleedden de slopers van de firma Kruk de Wan Chun uit. Vele vrachtauto’s reden over het strand en via de Castricumse Zeeweg naar Hoogovens waar het schroot in de ovens omgesmolten werd. De gigantische schroef bleek aan materiaal (koper) nog zo’n 40.000 gulden waard. In maart 1975, meer dan twee jaar na de stranding in 1972, is het schip van het Castricumse strand verdwenen. Helemaal? Nee, niet helemaal. Nog een klein deel, zo’n acht procent, bevindt zich diep in het zand.

Herinneringen aan de Wan Chun

Vele Castricummers hebben herinneringen aan de Wan Chun; soms aan het uitstapje, soms omdat zij goede zaken deden door verkoop van artikelen.


Jaarboek 24, pagina 17

Anderen bewaren nog spullen uit de Wan Chun; deze zijn in verschillende Castricumse huizen nog te vinden. Zo kreeg Dirk Bakker, de oudste zoon van Thijs en Alie Bakker, een droom van een slaapkamer. Vader Thijs bouwde een originele Wan Chun-hut op de zolderverdieping. De deur was vanzelfsprekend een kajuit deur. In de huiskamer van Thijs en Alie staat een koperen ankerlicht dat brandt op petroleum.

3. Een potvis gestrand

Een aangespoelde potvis.
Een grote, mannelijke potvis kwam zaterdag 15 december terecht op het strand tussen Egmond en Castricum. Dit trekt vele belangstellenden. Castricum aan Zee, december 1979. Foto Henk Honing. Toegevoegd.

Soms zijn er jaren dat er opvallend veel mannelijke potvissen de Noordzee-route kiezen in plaats van een route via de Atlantische oceaan. In de jaren negentig van de vorige eeuw strandden bij Ameland, Texel, Den Helder, aan de Belgische kust en in Denemarken potvissen. Vier potvissen tegelijk op het strand van Ameland in 1998 baarden opzien.

Uit het boek ‘Op het strand gesmeten; vijf eeuwen potvisstrandingen aan de Nederlandse kust’ blijkt dat de mensen ook in het verleden massaal uitliepen om gestrande potvissen te bekijken. Die strandingen brachten wetenschappers en geestelijken tot uiteenlopende verklaringen. Zelfs Maarten Luther besteedde in de zestiende eeuw aandacht aan een gestrande potvis in Nederland. Ook tegenwoordig is een stranding van een of meerdere potvissen nog steeds groot nieuws in de media. In de afgelopen eeuwen zijn bij Wijk aan Zee, Zandvoort, Egmond en op Texel potvissen gestrand.

De kaak met ivoren tanden werd de volgende dag ingepakt om verdere diefstal van tanden te voorkomen.
De kaak met ivoren tanden werd de volgende dag ingepakt om verdere diefstal van tanden te voorkomen.

Als deze reusachtige zoogdieren per abuis de Noordzee opzwemmen, raakt hun sonarinstallatie waarschijnlijk in de war. De betrekkelijk ondiepe Noordzee met zijn zandige bodem lijkt de geluidssignalen van het dier te verstoren of te vervormen. In de buurt van de verschillende zandbanken krijgt de potvis het extra moeilijk. Kennelijk slaat de paniek toe en zwemt hij naar de fatale kust. Als hij eenmaal met hoogtij de kust dicht genaderd is, is eb meestal dodelijk. In het steeds ondieper wordende water strijdt het dier meestal een vergeefs gevecht voor zijn leven. Het gevecht vergt enorm veel energie. Eenmaal uitgeput duwen de vloedgolven de potvis over zandbanken op de kust. Als hij nog leeft, doet het eigen enorme gewicht hem bezwijken.

Het lichaam van het dier is perfect gebouwd, geschikt voor het leven in diepe zee√ęn en het kan goed de enorme druk van het water weerstaan. Een potvis is in staat in de oceaan tot 3.000 meter diepte te duiken op zoek naar zijn hoofdvoedsel inktvissen.

Een mannelijke potvis op de grens van Egmond en Castricum op het strand geworpen.
Een mannelijke potvis op de grens van Egmond en Castricum op het strand geworpen.

De stranding in 1979 tussen Castricum en Egmond

Het stormde hevig half december 1979. Een grote, mannelijke potvis kwam zaterdag 15 december 1979 terecht op het strand tussen Egmond en Castricum. De strandvonders van Castricum en Egmond namen poolshoogte. Thijs Bakker vond het geen probleem dat de berging van deze aangespoelde mannelijke potvis door de Egmondse strandvonder Wijker zou worden verzorgd. De Castricumse hulp-strandvonder weet maar al te goed hoeveel rompslomp de berging van dergelijke dieren geeft. Thijs Bakker heeft liever een lading hout te bergen.

Toen eenmaal de media over de stranding van de zeekolos berichtten, stroomden tienduizenden nieuwsgierigen toe. Ook souvenirjagers kwamen naar het strand en haalden ‘s nachts al verschillende tanden uit de onderkaak van de potvis. Onder de bezoekers bevond zich ook de directeur van het Museon te Den Haag. Het was hem er alles aan gelegen het skelet in het nieuwe gedeelte van het museum te plaatsen. De kaak met ivoren tanden werd de volgende dag ingepakt om verdere diefstal van tanden te voorkomen. Ze wikkelden de onderkaak in dikke lagen plastic om verdere diefstal van de grote tanden te voorkomen. De potvis stonk enorm wat Thijs de uitspraak ontlokt: “Je neus stond in de krul.”

Een potvis op het strand.
Een potvis op het strand. Castricum aan Zee, 1979. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Zo zorgden medewerkers van het Natuurhistorisch museum te Leiden en van het Museon dat het dier werd ontleed en afgevoerd. Het prepareren van het skelet duurde maanden en het eindresultaat staat op een prominente plaats in het Museon te Den Haag. Ook heeft deze potvis model gestaan voor het kunststofmodel van de potvis bij Ecomare Texel.

Cor Smit

Bronnen:

  • Archief gemeente Castricum
  • Op het strand gesmeten; vijf eeuwen potvisstrandingen aan de Nederlandse kust
  • Internetsite Museon en Natuurcentrum Ameland

 
Met dank voor hun bijdragen aan:
Thijs en Alie Bakker-Bedeke, Kees Droog, C.J.W. Everts, Bert Snijders, Bert Zandbergen

Strandvonderij (Jaarboek 24 2001 pg 3-9)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over middenstanders in Castricum: architectbakkersbioscoopbouwbedrijfcaf√© / hotelcaf√©s en kasteleins in Bakkum –  drukkersexpeditiegasfabriekgroenteboerengroenteveilingkruideniersmelkboerenmelkfabriekmolenaarrestaurantschelpenvissersschilderschildersbedrijfslagerssmidsmederijstoomwasserijstrandvonderveldwachtersvrachtrijderijwereldwinkel


Jaarboek 24, pagina 3

De strandvonderij in Castricum

Schelpenvisserskar met paard van strandvonder Engel Zonneveld (Boon).
Schelpenvisserskar met paard van strandvonder Engel Zonneveld (Boon). Castricum aan Zee. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Inleiding

Al in de Middeleeuwen behoorde het strandrecht toe aan de landsheer, vervolgens zijn deze ‘heerlijke rechten’ overgegaan op de ambachtsheren van de heerlijkheden. Dit recht hield in dat de ambachtsheer alles wat op het strand werd geworpen als eigendom mocht behouden.

In de praktijk werden de goederen die op strand werden gevonden, niet aangegeven bij de ambachtsheer, die veelal in Amsterdam woonde en zich niet met de dagelijkse gebeurtenissen in zijn ambachtsheerlijkheid bemoeide. Een aangespoelde scheepslading kon een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen en vormde dan een verbetering van het toch vaak zeer armoedige bestaan van de kustbewoners. De gestrande schepen werden geplunderd.

Enkele kustbewoners gingen in barbaarse tijden zelfs zo ver dat zij schepen door valse lichtsignalen op de kust lieten stuklopen. Zij deden dan pogingen niemand levend aan wal te laten komen om de lading dan volledig als hun eigendom te kunnen beschouwen. Al vanaf de 15e eeuw werden door de toenmalige overheden regels en wetten opgesteld om deze misdadige praktijken te beperken en om aan de rechtmatige eigenaren hun goederen terug te geven.

Dit artikel gaat in op deze voorgeschiedenis, vermeldt een aantal bijzondere gebeurtenissen en strandingen aan de kust en beschrijft de strandvonderij in Castricum, zoals die vanaf 1852 hier werd uitgeoefend.

Schipbreukelingen in de middeleeuwen.
Schipbreukelingen in de middeleeuwen.

Honderden schipbreukelingen

Naarmate ons land in de Gouden Eeuw een steeds belangrijker handels- en zeevaartnatie werd met vele overzeese gebiedsdelen, nam de scheepvaart met sprongen toe en daardoor ook het aantal scheepsrampen. Dit betekende een sterke toename van het aantal strandingen op de kust, verbrijzelde schepen en aangespoelde ladingen of drenkelingen. In de zestiende en zeventiende eeuw zijn aan de Noord-Hollandse kust vele honderden schepen vergaan of op volle zee of bij stormen van hun ankers geslagen.

Zo vergingen op kerstavond van 1593 op de rede van Texel 44 schepen, waarbij 1.050 mensen zijn verdronken. Eveneens zijn in 1638 nabij Texel 35 schepen vergaan. Op 16 december 1662 bleven op de rede van Den Helder van de 155 schepen er slechts 35 op hun anker liggen. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de vele scheepsstrandingen die in vroeger eeuwen hebben plaatsgevonden.

Stranding van de IJM 215 op het strand van Castricum.
Stranding van de IJmuider botter IJM 215 op het strand van Castricum op donderdag 16 okt 1947, ter hoogte van paal 45. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Dat bij scheepsrampen talrijke mensen het leven verloren, aanvaardde men vroeger als iets wat niet was te vermijden. Reddingsmiddelen waren er niet langs de kust. In de 19e eeuw kreeg de kustbevolking de beschikking over reddingboten, waarvan de vrijwillige bemanningen vaak met gevaar voor eigen leven hulp boden aan in nood verkerende schepen en mensen op zee. Dorus Rijkers uit Den Helder was één van die vele vrijwilligers. Aan zijn buitengewoon heldhaftig optreden gedurende een periode van bijna veertig jaar hebben meer dan vijfhonderd mensen hun leven te danken en (daardoor) is zijn naam een legende geworden.


Jaarboek 24, pagina 4

Strandroof in vroeger eeuwen

De aangespoelde ladingen konden een belangrijke waarde vertegenwoordigen, waarvan de kustbewoners een graantje probeerden mee te pikken. Tijdens een aanlandige storm hoopte menig kustbewoner op de vondst van een gestrand schip of op de lading van een schip dat was vergaan. Met een beetje geluk kon je dan aan soms waardevolle goederen komen, die het in die tijd toch al armoedige bestaan van de kustbewoners wat kon verbeteren.

Strandroof van gestrande goederen kwam op grote schaal voor.
Strandroof van gestrande goederen kwam op grote schaal voor (foto beschikbaar gesteld door de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij).

Het is lang geleden voorgekomen dat arme kustbewoners door misleidende of valse seingeving van vuurbakens of andere lichten opzettelijk schepen op de kust hebben laten stuklopen. Zelfs pogingen van schipbreukelingen om het vege lijf te redden, probeerden ze te verijdelen, omdat een schip waarvan niemand levend aan wal kwam, als ‘goed zonder eigenaar’ werd beschouwd. Er werd vroeger na een schipbreuk geplunderd, geroofd en soms gemoord.

Reeds in de Middeleeuwen zijn er aanwijzingen dat het veel voorkomende plunderen van schepen als een onrechtmatige handeling werd beschouwd. Vanaf de twaalfde eeuw worden er onder anderen door Engelse koningen straffen ingevoerd op het plunderen van schepen. In die tijd was een op het strand geworpen schip een welkome buit voor de heer van de kuststrook. Omstreeks 1440 werd door Filips de Goede, hertog van Bourgondi√ę, bepaald dat de van schipbreuk afkomstige goederen tegen betaling van bergloon aan de rechtmatige eigenaars moesten worden teruggegeven. De heren van de kuststrook waren dan aan de rentmeester financi√ęle verantwoording schuldig over het door hen gevoerde beheer van de wrakgoederen. Dit beheer liet vaak te wensen over. Zo werd bijvoorbeeld in 1442 Heer Jan van Egmond uitgenodigd naar ‘s-Gravenhage te komen om rekenschap af te leggen van het onrechtmatig in bezit houden van strandgoederen.

Ook keizer Karel V was fel gekant tegen het gesignaleerde misbruik dat schipbreukelingen met schip, lijf en goed vervielen aan de strandheren. Hij regelde in 1529 de strandvonderij voor onze kust: in een plakkaat stelt hij dat degenen die goederen of zeedriften verdonkeremanen ‘tot selfs eijgen baet ende prouffijt’, als dieven moeten worden aangemerkt. Hij voegt er evenwel aan toe, dat veel van dergelijke mensen worden gevonden onder de strandbewoners en hij gelastte de rentmeesters langs de kust te reizen ter voorkoming van strandroof. In de praktijk kwam hiervan weinig tot niets terecht. De rentmeesters konden dit voor de gehele kust niet controleren en de kustbewoners vonden het plunderen van gestrande schepen en het buit maken van aangespoelde goederen de natuurlijkste zaak van de wereld.

Vrouwe Elisabeth Dorothea strandt in 1767 te Petten

Twee eeuwen later is er nog niet veel veranderd. Herhaaldelijk ontving IJsbrand ‘t Hoen als procureur- generaal in criminele zaken over Holland, Zeeland en West-Friesland klachten over schandelijke roofpartijen op gestrande schepen, het verdonkeremanen van strandgoederen en plundering van aangespoelde lijken.

Wel hadden de rentmeesters inmiddels in elk zeedistrict drie strandvonders onder zich die strandroof moesten beletten, maar vele waren oud of gebrekkig of woonden te ver van het strand. In de praktijk hadden de kustbewoners vrij spel. In december 1767 gelast ‘t Hoen de heren Mr. Pieter van Nolst en Hendrik Collot d’Escury om in Petten een onderzoek in te stellen naar de ‘schandelijke rooverijen, excessen en onbehoorlijkheden’ door een tomeloze, op roofbeluste menigte gepleegd na de stranding van het Oost-Indisch Compagnieschip ‘Vrouwe Elisabeth Dorothea’. Vervolgens werden er 23 mensen gearresteerd, voornamelijk uit Petten, Egmond aan Zee en Wijk aan Zee. Maar niet minder dan 250 dorpelingen uit Petten en naburige dorpen onttrokken zich aan de justitie door de vlucht te nemen.

Tijdens dit onderzoek werd ook Leonard Tempelaar, schout van Castricum en baljuw van Bakkum, gehoord; bij de arrestanten zaten geen bewoners van ons dorp. Jacob van Foreest, Heer van Petten en Nolmerban, riep tien maanden later met succes de clementie in van het Hof van Holland. Er heerste namelijk bittere armoede in Petten ten gevolge van het feit dat het merendeel der kostwinners was ondergedoken. Zijns inziens was de publieke strafoefening op 25 maart 1768 al voorbeeld genoeg geweest.

Nieuwe ernstige gevallen van strandroof deden de Staten van Holland en West-Friesland besluiten om een Commissie onder leiding van IJsbrand ‘t Hoen in te stellen met de opdracht een effici√ęnte regeling ter beteugeling van de excessen te maken. In het rapport van 13 oktober 1768 zegt deze Commissie onder andere: “dat de stranden dezer provincie een zeer slechte reputatie hebben, zo erg zelfs dat zeelieden, ingezetenen der provincie, liever op de kust van een naburig Koninkrijk, waar de kuststrook onder toezicht staat, zouden stranden dan hier.” En verder dat: “rooverijen, excessen en onbehoorlijkheden aan gestrande goederen gepleegt werdende, thans ten top zijn geresen, en bij ons slimmer zijn dan bij veele woeste volkeren, dat van alles, wat eenigsints tot redding van menschen en goederen konde strekken, genoegsaam niet op eenig zeedorp gevonden wierd.”

Naar aanleiding van de bevindingen van de Commissie volgde in 1769 een nieuwe regeling van de strandvonderij. Zo werden generale strandvonders aangesteld te Oostvoorne, Scheveningen, Zandvoort, Egmond aan Zee, Texel en Vlieland. Deze generale strandvonders beschikten over helpers, de zogenaamde ‘gequalificeerden’, waarvan er twee op ieder dorp moesten zijn, die dagelijks (bij stormweer ook ‘s nachts), de √©√©n noordwaarts, de ander zuidwaarts, het strand moesten inspecteren.

Organisatie van de strandvonderij in de eerste helft van de 19e eeuw

Voor 1852 heeft Castricum in organisatorische zin geen bemoeienis gehad met de strandvonderij. Het is lastig te achterhalen hoe de strandvonderij na de Franse tijd vanaf 1814 in het Koninkrijk der Nederlanden was georganiseerd.

Oost-Indi√ę vaarder uit het midden van de 18e eeuw.
Oost-Indi√ę vaarder uit het midden van de 18e eeuw.

Jaarboek 24, pagina 5

Uit het provinciaal archief blijkt dat de Noord-Hollandse kusten langs de Noordzee, Waddenzee en Zuiderzee in meerdere ressorten of wel gebieden was verdeeld. Dit waren officieel tien ressorten en wel met name Haarlem, de Noorderstranden, Den Helder, Texel, Vlieland, Terschelling, Urk en de heerlijkheden Petten, Callantsoog en Bergen. Toentertijd hoorden de eilanden Vlieland, Terschelling en Urk nog bij de provincie Noord-Holland. De genoemde heerlijkheden vormden elk een eigen ressort, omdat aldaar de ambachtsheer nog rechten uitoefende op de strandvonderij.

In een ressort was het beheer van de strandvonderij aan een opperstrandvonder opgedragen. Deze functionaris had veelal een zeer groot kustgebied onder zijn beheer en delegeerde daarom het plaatselijke beheer aan substituut-strandvonders die aangesteld werden door de gouverneur (commissaris van de Koning) op voordracht van de opper-strandvonder.
Bij het in functie treden moest voor de gouverneur de eed worden afgelegd: “Dat zij met den meesten trouw, ijver en nauwgezetheid de belangen der regthebbenden op de in hun ressort aangebragt of aan- gespoelde strandgoederen zullen behartigen.”

De opper- en substituut-strandvonders moesten voor een ieder op het strand goed herkenbaar zijn. Zij moesten tijdens dienst een koperen plaatje dragen met het woord’ Strandvonderij’ daarop gegraveerd en moesten om de linkerarm een brede rode band of lint dragen. Aan weerszijden van het koperen plaatje moeten de letters O en S of S en S zo groot en duidelijk mogelijk met wit geplaatst zijn. In hun instructie staat onder andere vermeld dat de strandvonder verplicht is om vooral bij en na een storm de stranden in hun gebied gade te slaan en er voor te zorgen dat alles behoorlijk wordt geborgen en beheerd.

Castricum had aan de zuidzijde te maken met het ressort Haarlem met substituut-strandvonders in Zandvoort, Wijk aan Zee en Muiden. Ten noorden van onze gemeente was het ressort ‘de Noorderstranden, met als opper-strandvonder Zacheus van Foreest, woonachtig in Alkmaar (hij werd na zijn overlijden in 1824 opgevolgd door zijn zoon W.D. van Foreest); hij had substituut-strandvonders in Egmond aan Zee, Schoorl, Wieringen en Enkhuizen. Alles wat er in onze gemeente van waarde aanspoelde, viel onder de verantwoordelijkheid van de substituut-strandvonders van Wijk aan Zee of van Egmond aan Zee. Waar precies de grens lag tussen de ressorten van Haarlem en de Noorderstranden, heb ik nergens kunnen achterhalen.

Stranding van Zijne Majesteitsschip ‘De Wassenaar’ in 1827

In een verklaring die op 4 april 1827 voor burgemeester Jan Karshoffvan Wijk aan Zee en Duin wordt afgelegd, verklaarden de strandlopers Wouter v.d. Meij, Coendert van Duijn, Gerrit van Eeken en Engel Staten het volgende:
“In de nacht tussen 18 en 19 januari laatstleden bevonden zij zich als de wakers van de strandvonderij, voorzien van hunne sabel en armbanden tussen Wijk aan Zee en Egmond aan Zee in de nabijheid van de Castricummerweg. Zo nabij middernagt kwamen zij een groep personen tegen allen gewapend met stokken, sabels en tenminste √©√©n met een snaphaan (red: vuursteengeweer). Coendert van Duijn gebood hun van het strand te gaan hetwelk zij echter volstandig weigerden met te zeggen dat het strand vrij was. Daarop konden de strandwachters zich niet verder verweren of hun gezag doen gelden en keerden zij terug. Zij konden niemand onderscheiden, daar er die nacht een harde sneeuwjacht was en de kleren daardoor bedekte.”

De reden dat deze ontmoeting plaatsvond, was de stranding van een schip in de nacht van 16 op 17 januari. Er was nogal wat aangespoeld, zodat de autoriteiten waarschijnlijk jutters verwachtten.
Over de stranding en de gebeurtenissen van die nacht en de daaropvolgende dagen lezen we in de Alkmaarsche Courant van 22 januari 1827. Hierin staat een vervolgartikel over de stranding van Zijne Majesteitsschip De Wassenaar, waarin melding wordt gemaakt van de moeite en de zorgen, die de burgemeester en de burgers van de stad Alkmaar (zich) hebben gegeven om de geredde schepelingen, officieren, soldaten, matrozen enz. zonder onderscheid op te nemen en te verzorgen:
“De ijverige bereidwilligheid waarmede alle ingezetenen zijn toegeschoten om hem in zijne pogingen behulpzaam te zijn en bij te staan”. De burgemeester heeft er voor gezorgd dat de schipbreukelingen droge kledingstukken werden verstrekt, welke op zijn invitatie door de heren regenten van het correctioneel-gevangenishuis waren verstrekt met bijvoeging van 40 militaire capotten (hoofddeksels), welke door de commandant van het garnizoen waren afgestaan. Dit alles werd onder begeleiding van 2 officieren naar Egmond verzonden, met een invitatie van de secretaris van de heer Gouveneur om de geredden, om het even hoeveel, naar Alkmaar te expedi√ęren, “alwaar men alles voor hunne receptie gereed zouden houden”. Met de expeditie reisden ook 4 chirurgijns naar Egmond, voorzien van alle nodige middelen en gereedschappen, die zowel voor het redden van drenkelingen als voor het verbinden van gewonden nodig waren. In diezelfde nacht waren in de grote zalen van het Burger Weeshuis “Kagchels en Fournituren geplaatst geworden, zodanig dat reeds in de zeer vroege morgen van de 17e de lokalen waren verwarmd en altijd warme en voedzame spijzen in gereedheid waren gebracht en gehouden zijn”.

Tegen de avond van de 17e waren in de hiervoor omschreven lokalen ruim 250 geredden bijeen, welke nog niets anders hadden genoten dan een enkele borrel. Zij werden na aankomst van warme spijzen voorzien “op welk zij met een gretigheid aanvielen”, daarna konden zij zich in de door en door verwarmde zalen ter ruste leggen.
Aan de zieken werd een afzonderlijke zaal toegewezen met alle mogelijke medicinale hulp bij de hand. Zwaar geblesseerden, onder andere een matroos wiens been bij het breken van de mast was gebroken en die enige dagen zonder hulp had gelegen, werden in het Burger Gasthuis opgenomen en dadelijk geholpen, zodanig dat ook van deze matroos binnen het uur het been was gezet en er nog alle hoop was op herstel.

Men heeft voor deze manschappen gezorgd tot zaterdagochtend de 20ste, de burgemeester zorgde ervoor dat de geredden ‘s morgens brood, kaas en bier kregen en ‘s middags voedzame spijzen, plus de nodige versnaperingen van tabak enzovoorts. In de morgen van de 20ste zijn alle manschappen met 17 wagens – en 3 dekens per wagen – vervoerd naar Haarlem; zij waren allen hoogst tevreden over hun onthaal. De matrozen waren reeds eerder met vaartuigen naar Den Helder getransporteerd aan boord van de Zeeland.
Tot zover het krantenartikel.


Jaarboek 24, pagina 6

Het voorblad van het register van 1852.
Het voorblad van het register van 1852.

De burgemeester werd strandvonder

In het jaar 1852 werden bij besluit van koning Willem III nieuwe bepalingen op de Strandvonderij wettelijk van kracht, waarbij de burgemeester verantwoordelijk werd voor het beheer van de strandvonderij en hij de offici√ęle functie van strandvonder kreeg. Dit koninklijk besluit met daarin opgenomen 21 artikelen maakte deel uit van het Wetboek van Koophandel. Daarin werd onder andere gesteld dat de burgemeester: “Wanneer zoodanige schepen en goederen aan wal worden gebragt in tegenwoordigheid van den schipper, bevelhebber eigenaar der lading of geconsigneerde, zich, zoodra mogelijk, als hoofd van het gemeentebestuur kennen en verleent hij, zoo dit wordt begeerd, de noodige hulp en redding.”

… En verder: “Hij houdt het oog, of doet het oog houden op de stranden onder zijne gemeente. Hij zorgt dat hetgeen krachtens het Wetboek van Koophandel onder zijn beheer behoort, daaraan niet worde onttrokken. Hij waakt tegen ontvreemding of verduistering der onder zijn beheer zijnde goederen.”
Gedeputeerde Staten (G.S.) van de provincie spelen een belangrijke rol bij de strandvonderij. Zij machtigen de burgemeester om gestrande goederen te mogen verkopen als de rechtmatige eigenaar onbekend blijft. De burgemeester doet vervolgens ten overstaan van G.S. rekening en verantwoording over het financi√ęle beheer.

Vanaf dat jaar werd op de gemeente een officieel door de provincie verstrekt register bijgehouden, waarvan de titel luidde:
“Register ter inschrijving van gestrande, aangespoelde, gevischte en geborgene goederen aan het strand der gemeente Castricum en Baccum bevattende 22 bladen en 42 bladzijden ter uitvoering van het KB van 23-8-1852 staatsblad no 141 op het beheer der Strandvonderij”.

In de periode van 1852 tot eind 1860 worden er vier scheepsstrandingen en het aanspoelen van een drenkeldode (zoals toen een verdronken iemand werd genoemd) in het register vermeld; registraties van aangespoeld hout of andere goederen zijn er in deze periode niet. Om een beeld te geven van wat er in die tijd zoal op de kust liep, volgt hier een volledige weergave van deze strandingen, zoals die in het register werden vastgelegd:

Stranding op 8 oktober 1852: het Zweeds schoenerschip ‘Frech Christine’, kapitein H.C. Kock, met 62 lasten tarwe van Strahlsund naar Poole. Bemanning gered door Egmonder loodsen, met de reddingsboot van Wijk aan Zee. Het schip verbrijzeld en lading weg. Onder beheer gebleven van de gezagvoerder.

Stranding op 27 augustus 1853: het Nederlands pleitschip ‘de Onderneming’, kapitein J.D. Laansbach, met steenkolen van Sunderland naar Vlissingen. Met dik weer gestrand, geen reddingsboten aanwezig, 4 man aan boord, waarvan 2 omgekomen. Het beheer is door de kapitein overgegeven aan G. de Groot te Egmond.

Stranding op 28 november 1856: het Nederlands Tjalkschip ‘het Toeval’, kapitein D.W. Graathuis, met 35 last haver, 2 last bonen van Hartingen naar Yarmouth. Bemanning van 4 man gered door de Egmonder reddingsboot, het schip verbrijzeld, lading weg. Onder beheer gebleven van de kapitein.

Een drenkeldode aangespoeld op 31 mei 1860: zijnde een manspersoon, oud 25 à 30 jaar, lang 1 el, 6 palm, hebbende lang krullend bruin haar, rosse baard onder de kin door, met blauw gestreept overhemd, wit flanellen hemd en onderbroek, en grijze kousen met witte tonen, alles ongemerkt. Is op het kerkhof van Wijk aan Zee begraven.

Stranding op 17 september 1860: een Nederlands driemast barkschip ‘Wilhelmina Frederica’, kapitein F. Beekhuis, van Suriname naar Amsterdam met suiker, rum en katoen. Bemanning 10 man en 4 passagiers door ingezetenen van Castricum en Wijk aan Zee met levensgevaar gered. Schip en lading onder beheer gebleven van de kapitein.

Een Castricumse strandrover

Van de laatstgenoemde stranding zijn we veel meer aan de weet gekomen, doordat een dorpsgenoot zich had schuldig gemaakt aan zeer ernstige strandroof. Zo schrijft de Heldersche en Nieuwedieper Courant nummer 77 op zondag 23 september 1860 dat op 17 september 1860 een Castricumse schelpenvisser was gearresteerd. Hij zou zich op diezelfde dag schuldig hebben gemaakt aan het zich meester maken van enige gestrande goederen van de bemanning van het barkschip Wilhelmina Frederica en voorts heeft hij de in levensgevaar verkerende bemanning aan hun lot overgelaten. De krant schrijft: “Deze onmensch beantwoordde het noodgeschrei der schepelingen en hunne bede om hulp, met hen te berooven van datgenen, wat ze gemeend hadden met de boot te redden, die, ongelukkig reeds met goederen beladen, omsloeg.

De eerste melding in het register van 1852: de stranding van de Zweedse schoener Frech. Christine.
De eerste melding in het register van 1852: de stranding van de Zweedse schoener Frech. Christine.

Jaarboek 24, pagina 7

Tevergeefs riepen zij hem, op geringen afstand toe, dat zij ook Hollanders waren; doch hij, die zich niet ontzag zijne medemenschen in zulk een jammerlijken staat te berooven, bekreunde er zich natuurlijk niet om, of zij zijnen landgenooten waren. De boosdoener zou echter niet ongestraft blijven, de ongelukkige schipbreukelingen merkten op, dat hij een kreupel paard had en deze aanduiding bragt hen op het spoor om den roover te ontdekken, dien zij dan ook spoedig en nog in het bezit van eenige der vermiste voorwerpen, gevonden hebben”.
Aan boord waren 10 opvarenden en nog een vrouw met 3 kinderen, die werden gered door inwoners van Wijk aan Zee.

Ook Egmonders hebben zich buitengewoon moedig gedragen. Dit was aanleiding voor de burgemeester van Castricum om zich te wenden tot het departement der ‘Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen’ om een openlijk huldebetoon te brengen ter ere van Cornelis Wijker en Arie Wagenaar. In de krant van 30 december 1860 wordt hiervan melding gemaakt, waarbij nog meer bijzonderheden over de gebeurtenissen tijdens de schipbreuk worden genoemd.

Zo zou de bewuste Castricummer zich niet alleen schuldig hebben gemaakt aan roof van de aangespoelde goederen: “die bovendien zijne schandaad bezoedelde, door het wreedaardig vermoorden van den hond des kapiteins, die, zijn leven zwemmende gered hebbende, het goed zijns meesters bewaakte; men vond het trouwe dier met de kop letterlijk van den romp afgesneden.
Gelukkig evenwel dat zoodanig verstompt menschelijk gevoel slechts bij uitzondering wordt aangetroffen en dat ook onder diezelfde kustbewoners mannen worden gevonden, die moed bij menschlievendheid paren en zelfs met eigen levensgevaar, dat van hunnen medemensch trachten te redden.

Diezelfde schipbreuk gaf ook hiervan het aangenaam bewijs en leverde alzoo een waardigen tegenhanger voor zooveel onedels. De verre afstand tusschen het punt van stranding en de dorpen Wijk aan Zee en Egmond, was oorzaak, dat men voor de schipbreukelingen, die den geheelen nacht op het voorste gedeelte van het reeds geheel uiteen geslagen schip in doodsangst hadden doorgebragt, van de reddingbooten geen spoedige hulp kon ve wachten, zoodat elk oogenblik over het leven van 14 menschen kon beslissen. De op het strand aanwezigen hadden bemerkt dat de schipbreukelingen een stuk hout aan eene tros hadden gebonden; doch door den stroom of door de zwaarte der tros, bleef dat stuk hout steeds op aanmerkelijken afstand van het strand.

De toeschouwers echter zoowel als de schipbreukelingen zelven, zagen te regt, in de bemachtiging daarvan, het eenige middel tot redding; in die overtuiging aarzelde Cornelis Wijker zich niet op zijn afgespannen paard in de hevige branding te begeven en mogt hij, na bij herhaling daarvan te zijn afgeslagen, het geluk smaken door na zijn doel te hebben bereikt eene gemeenschap daar te stellen tusschen het strand en de schipbreukelingen door welke allen, hoewel sommige meer dood dan levend van een anders wissen dood werden gered.”

Oproep in de krant gericht aan diegenen die aanspraak kunnen maken op de te Castricum aangespoelde goederen.
Oproep in de krant gericht aan diegenen die aanspraak kunnen maken op de te Castricum aangespoelde goederen.

Drenkeldoden en strandgoederen

In de periode 1861 tot 1905 is er nog maar √©√©n scheepsstranding in Castricum opgetekend: het schip ‘de Kinderdijk’ in 1881. Verder worden in het register drenkeldoden en vanaf 1861 ook het aanspoelen van partijen wrakhout, veelal balken, delen van een mast of ra, of touw enzovoorts opgenomen.

Elke melding werd in het register door de burgemeester ondertekend. Het aantal registraties per jaar varieerde heel sterk: van 1 tot 17 keer met een gemiddelde van 5 per jaar. In diezelfde periode van 1861 tot 1905 zijn in totaal 32 drenkeldoden aangespoeld. Het aantreffen van drenkeldoden moet veelal zeer choquerend zijn geweest; in enkele gevallen waren de lijken in een vergevorderde staat van ontbinding en werden dan in de duinen begraven. Zo is bijvoorbeeld een lijk aangespoeld, vermoedelijk een man, staat opgetekend: “zonder hoofd en armen, √©√©n der benen geheel ontvleesd en de schaamdelen niet te herkennen, geheel naakt”.

Jonkheer mr. Jacob Willem Gustaaf Boreel van Hogelanden.
Jonkheer mr. Jacob Willem Gustaaf Boreel van Hogelanden. Burgemeester van Castricum in de periode 1 december 1877 tot 1 mei 1888. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Meestal werden de drenkeldoden op de begraafplaats in het dorp begraven, er werd door de burgemeester een proces verbaal opgemaakt, waarvan we er verschillende in het archief van de gemeente kunnen aantreffen. Hier ter illustratie van burgemeester Boreel:

“Op heden den vier en twintigsten September des jaars achttienhonderd tachtig des namiddags ten vier Ure Compareerde voor ons Burgemeester van Castricum, Klaas van den Berg, substituut strandvonder voor deze gemeente en wonende alhier, te kennen gevende, dat op den vier en twintigsten dezer Maand des middags omstreeks twaalf ure op het strand onder deze gemeente bij mijlpaal nummer 47, is aangespoeld een drenkeldoode, zijnde manspersoon, oud naar gis tusschen dertig en veertig jaren lang een el vijf palm aanhebbende een zwarte zuidwester zonder bodem, een rood en een blaauw wollen hemd, leere visschers ondermouwen en een paar blaauwe koussen, alles zonder teekens of merken, verders niets meer aan, of bij zich hebbende, heeft hij het lijk doen vervoeren naar Castricum en naar behoorlijk te zijn gekist, op de Algemeene begraafplaats aldaar heeft doen begraven. Waarvan door ons Burgemeester voornoemd dit proces verbaal in duplo is opgemaakt op den eed bij de aanvaarding onzer bediening gedaan, het na voorlezing door den comparant benevens door ons is onderteekend”.

Schelpenvisser en strandvonder Klaas van den Berg.
Schelpenvisser en strandvonder Klaas van den Berg (geboren 23 januari 1843, overleden 27 april 1931). Castricum aan Zee. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Substituut-strandvonder Klaas van den Berg

De substituut-strandvonders, later hulp-strandvonders genoemd, worden door de burgemeester voorgedragen bij de Commissaris van de Koning(in) en als deze akkoord gaat met de voorgedragen persoon, benoemt de commissaris de substituut-strandvonder na het afleggen van de eed op het provinciehuis.

Als eerste offici√ęle substituut-strandvonder wordt op 9 mei 1854 Pieter Bol, wonende te Wijk aan Zee aangesteld. Na zijn ontslag wordt hij op 31 januari 1861 opgevolgd door Gerrit Termes, landman (boer of tuinder) wonende op Zuid Bakkum. Gerrit blijft het niet lang. Hij wordt op 20 januari 1863 opgevolgd door Johannes Bernardus Vasseur, landbouwer, waarvan gemeld wordt dat hij woont op Johanna’s Hof in de duinontginning onder Castricum. Vasseur heeft zijn vrouw Dirkje Willems en vier kinderen begin januari 1869 in de steek gelaten en is vertrokken naar Amerika. Dirkje hertrouwt in 1875 met Pieter Kuijs, die als boerenknecht reeds een aantal jaren op Johanna’s Hof werkte.

Burgemeester Zaalberg draagt in april 1869 Pieter Bol, dan nog steeds wonende in Wijk aan Zee, voor als de nieuwe substituut-strandvonder. De Commissaris van de Koning vindt dit te bezwaarlijk omdat Bol te ver van het uiterste punt van Castricum woont. Hij memoreert nog even dat dit bezwaar bij Bol’s ontslag in 1861 ook door de vorige burgemeester werd gezien.

Op 20 april 1869 wordt Klaas van den Berg, schelpenvisser, 27 jaar en dan wonende op het Schulpstet, als substituut-strandvonder aangesteld. Klaas van den Berg is gedurende een lange reeks van jaren tot in 1914 als zodanig in functie. Hij bracht de aangespoelde strandgoederen, voornamelijk bestaande uit balken, planken, rondhout en dergelijke op zijn erf bij zijn huis aan de westkant van de Bakkummerstraat. Als er na verloop van enige tijd veel strandgoederen waren opgeslagen, werd na verkregen goedkeuring van Gedeputeerde Staten een openbare verkoping op het erf van Klaas van den Berg gehouden.


Jaarboek 24, pagina 8

Er waren twee kijkdagen. De leiding van de openbare verkoping had de burgemeester, die belast was met het beheer van de strandvonderij in de gemeente. De verkoop geschiedde naar keuze van de burgemeester bij opbod, of bij opbod en afslag. De kopers moesten het gekochte hout binnen 24 uur van het erf hebben gehaald en contant betalen, waarbij op de verkoopprijs nog tien procent toeslag kwam ter dekking van de onkosten. Van de verkoping werd een proces verbaal opgemaakt dat in die tijd (rond 1880) mede ondertekend werd door makelaar Adrianus Dekker en gemeenteveldwachter Cornelis Bakker, die beiden als getuigen aanwezig waren.

Engel Zonneveld (links) en zonen van Dikke Trijn.
Engel Zonneveld (links) en zonen van Dikke Trijn. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Klaas van den Berg is bijna 76 jaar als hij in 1917 wordt opgevolgd door Engel Zonneveld. Engel woonde eerst in het duingebied op boerderij Van Lennepsoord, later aan de westzijde van de Heereweg en is bijna 20 jaar strandvonder geweest; Engel overleed op 71-jarige leeftijd op 12 juni 1937.

Dirk Schermer, strandvonder van 1937 tot 1952.
Dirk Schermer, strandvonder van 1937 tot 1952.

Enkele maanden later werd op 2 augustus Dirk Schermer benoemd tot de nieuwe hulp-strandvonder. Dirk Schermer woonde aan de Achterlaan in Bakkum.

Woonhuis van Dirk Schermer aan de Achterlaan. Op het erf werden aangespoelde strandgoederen bewaard en bij veiling verkocht.
Woonhuis van Dirk Schermer aan de Achterlaan. Op het erf werden aangespoelde strandgoederen bewaard en bij veiling verkocht.

De geschiedenis van een aangespoelde kist

Op 12 december 1880 spoelt hier een kist aan met een koperen naamplaat Dr. C.F. Eichler van Schwarzenborn. De kist is gevuld met 4 jassen, 7 vesten, 5 broeken, 5 overhemden, 6 borstrokken, 1 stofjas, 9 paar kousen, 5 zakdoeken, 3 sovereigns (ponden sterling), 2 halve sovereigns, één 5-mark stuk, 13 sixpennies, één 50-centime stuk, enig divers kopergeld, een doosje bevattende een koperen vingerhoed, een foto(grafie) en een caméebroche met oorbellen. Het geld heeft een waarde van ongeveer 50 gulden.

Door de burgemeester wordt daarvan onmiddellijk bericht gestuurd naar de Gouverneur (nu Commissaris van de Koningin) en naar de Consuls van Engeland en Duitsland. Bovendien wordt deze vondst in het Handelsblad gemeld. Op 27 januari 1881 ontvangt de burgemeester een schrijven van het Vice-Consulaat van het Deutschen Reiches waarin wordt meegedeeld dat de aangespoelde kist zou toebehoren aan Dr. Carl Ferdinand Eichler, die het slachtoffer was van een schipbreuk van de clipper Hydasper, waarop hij als arts werkzaam was, door een aanvaring met het uit Griekenland komende stoomschip Centaurio. Alle passagiers werden gered.

De afgifte van de kist aan de rechtmatige eigenaar duurt jaren. Begin mei 1887 stuurt de burgemeester een brief naar Gedeputeerde Staten (G.S.), waaruit blijkt dat de afgifte van de goederen van de heer Eichler nog steeds niet is geregeld en dat hij de kist wil opzenden. Enkele dagen later wordt de burgemeester door G.S. gemachtigd tot afgifte van de in 1880 aangespoelde kist.

Vervolgens schrijft de burgemeester aan het Duitse Vice-Consulaat in Den Helder en noemt voor de lange periode tussen het vinden en nu het afgeven als reden het uitblijven van een garantiestelling door de consul: “Voor het geval dat een beter rechthebbende aanspraak op de kist met deszelfs inhoud maakte.”
Het blijkt nu na zes jaar alleen nog te gaan om wat geld en kleine voorwerpen. De kleding in de kist is zodanig aangetast door het zeewater, dat ze waardeloos is geworden. De burgemeester is nu bereid om zonder garantiestelling de kist af te geven, mede omdat nu ook G.S. akkoord is gegaan.

Hierop krijgt de burgemeester het verzoek om de goederen in voornoemde kist direct op te sturen naar de broer van het slachtoffer A.F. Eichler, burgemeester van de plaats Horken in Duitsland. De burgemeester van Castricum stuurt echter de voorwerpen uit de kist op naar Den Helder en verklaart dat de kist met kleding geheel is vergaan. De verstuurde goederen hebben een waarde van ruim vijftig gulden.

Wet op de strandvonderij in 1931

Alle wettelijke bepalingen betreffende de strandvonderij waren ondergebracht in het Wetboek van Koophandel. In 1931 kwam hierin verandering. In dat jaar kwam er een afzonderlijke ‘Wet op de strandvonderij’ tot stand. In deze wet waren de voorschriften opgenomen die te maken hadden met de bemoeienis van de overheid met de hulpverlening, zoals de hulpverlening zelf en het beheren van de geredde zaken.


Jaarboek 24, pagina 9

De voorschriften die aangeven wanneer hulp mag worden geboden en door wie en aan wie de redders de geredde zaken moeten afgeven, bleven in het Wetboek van Koophandel opgenomen. Door de hiermee samenhangende bepalingen veranderde ook sinds 1931 de aard en de functie van de strandvonder. Volgens het vroegere recht was de strandvonder in zekere zin op één lijn gesteld met een gewone particuliere redder en kon hij aanspraak maken op een hulploon, terwijl de strandvonder sinds 1931 moet worden gezien als een ambtenaar, die als vertegenwoordiger van de overheid de leiding heeft over de hulpverlening veelal door derden en die de geredde zaken van de redders in ontvangst neemt en beheert. Een aantal bepalingen in de wet op de strandvonderij kwamen we ook al in de vroegere wetten en besluiten tegen. De belangrijkste zijn:

  • Het beheer der strandvonderij wordt door de strandvonder uitgeoefend.
  • De burgemeester bekleedt van rechtswege het ambt van strandvonder.
  • Op aanbeveling van de burgemeester kan er door de commissaris van de Koningin een hulp- strandvonder worden aangesteld.
  • De strandvonder heeft voor het beheer recht op beheerloon.
  • Het verkopen van spoedig aan bederf onderhevige goederen door de strandvonder is toegestaan, mits hiervoor door G.S. een machtiging is gegeven.
  • Binnen 8 dagen moet de strandvonder in de krant melding maken van de geborgen goederen en de rechthebbenden oproepen; na een maand zal hij de oproep moeten herhalen.
  • Als na de tweede oproep er opnieuw een maand is verstreken en de goederen niet zijn opge√ęist door de eigenaar, mogen ze door de strandvonder worden verkocht nadat hij hiervoor de machtiging van G.S. heeft ontvangen.
  • De verkopingen moeten in het openbaar worden gehouden volgens de plaatselijke gebruiken.
  • Uit de opbrengst keert de strandvonder de verschuldigde hulplonen aan de redders uit. Datgene wat aan geld overblijft, komt uiteindelijk in de schatkist.
Piet Zonneveld, strandvonder van 1952 tot 1965.
Piet Zonneveld, strandvonder van 1952 tot 1965.

De gebroeders Piet en Willem Zonneveld

Op 24 september 1952 schrijft de 74-jarige Dirk Schermer een brief aan de burgemeester om vanwege zijn gevorderde leeftijd te worden ontslagen als hulp-strandvonder. Dit ontslag wordt hem eervol verleend. Vervolgens worden de broers Piet en Willem Zonneveld, beiden ongehuwd en respectievelijk 43 en 37 jaar oud, op hun verzoek door de burgemeester voorgedragen bij de Commissaris van de Koningin om tot hulp-strandvonder te worden benoemd; hun offici√ęle benoeming volgt op 15 oktober 1952.

Piet Zonneveld, bij velen beter bekend als ‘Piet Hoek’, is de eigenlijke strandvonder. Zijn broer vertrekt in 1954 naar Australi√ę en blijft daar vele jaren wonen. Piet Zonneveld overlijdt in 1965 en wordt op 13 juli 1965 opgevolgd door Thijs Bakker. In 1980 blijkt uit de gemeentelijke administratie dat Willem Zonneveld nog steeds officieel als hulp-strandvonder is aangesteld, terwijl hij als zodanig nauwelijks ooit in functie is geweest. Navraag bij Willem bevestigt dat hij geen hulp-strandvonder (meer) wil zijn en dat hij al vele jaren eerder zijn onderscheidingstekens heeft afgegeven: hem wordt per 1 januari 1981 eervol ontslag verleend.

Strandvonder Thijs Bakker en zijn hond Rex
Strandvonder Thijs Bakker en zijn hond Rex. Stetweg 6 in Bakkum, 8 augustus 1990. Thijs had in zijn schuur, achter de woning, een klein museum met gevonden voorwerpen van het strand.

Op dit moment (in 2001) is Thijs Bakker nog steeds de offici√ęle hulp-strandvonder van de gemeente Castricum. Thijs heeft zijn leven aan het strand doorgebracht, als jutter, strandpaviljoenhouder en strandvonder. Over zijn leven aan het strand en zijn belevenissen wordt elders in dit jaarboekje uitvoerig verteld. Ook wordt afzonderlijk aandacht besteed aan drie bijzondere strandingen aan onze kust: van de ‘Salamander’, een Duitse kanonneerboot, in 1910, van een vrachtschip de Wan Chun in 1972 en van een potvis in 1979.

Simon Zuurbier

Bronnen:

Archief Gemeente Castricum, aanwezig op het streekarchief te Alkmaar.
Archief Provinciaal bestuur Noord-Holland, periode 1814-1850, 1851-1943.
Beth, J.C., Wettelijke bepalingen betrekkelijk de strandvonderij, Alphen aan de Rijn 1927.
Booy, H. Th. de, Strandrovers jutters en redders, Ooievaarsreeks nummer 113, Den Haag 1959.
Dekker, P., De ramp met de Oost-Indi√ę vaarder ‘Vrouwe Elisabeth Dorothea’ te St. Maartenszee, 39e bundel West-Friesland Oud en Nieuw, Hoorn 1972.
Moelker, H.P ., Strandvonderij langs de Noordhollandse kust, Noord-Holland, 4e jaargang nummer 8, juni 1985. Scheltema. Prof. mr. F.G., Hulpverleening en strandvonderij, behandeling van de wetten van 27 juli 1931, S. nummers 320 en 321 en de daarbij behorende uitvoeringsmaatregelen, Alphen aan de Rijn 1934.

Strandvonders van Castricum:

Datum van aanstelling – Naam (hulp) strandvonder – Bijzonderheden:

9 mei 1854 – Pieter Bol – woont in Wijk aan Zee
31 jan. 1861 – Gerrit Termes – landman op Zuid Bakkum
20 jan. 1863 – Johannes Bernardus Vasseur – landbouwer woont op Johanna’s Hof, verdwijnt met de noorder zon naar Amerika, zijn gezin achterlatend
20 april 1869 – Klaas van den Berg – schelpenvisser, woonde aan het Schulpstet, later aan de Bakkummerstraat
16 okt. 1917 – Engel Zonneveld – landbouwer en schelpenvisser, woonde aan de Heereweg nummer 18
2 aug. 1937 – Dirk Schermer – landbouwer en schelpenvisser, woonde aan de Achterlaan nummer 24
15 okt. 1952 – Piet en Willem Zonneveld – tuinders, woonden in Bakkum tegenover hotel Borst
3 juli 1965 – Mattheus (Thijs) Bakker – strandpaviljoenhouder, woonde aan de Stetweg 6

Kroniek 1999 van Castricum (Jaarboek 23 2000 pg 65-67)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 23, pagina 65

Kroniek 1999 van Castricum

Januari

1 Castricum telt 22.935 inwoners; 185 meer dan op 1 januari 1998.

Het heren waterpoloteam van Aquafit in actie tijdens een thuiswedstrijd in zwembad De Witte Brug.
Het heren waterpoloteam van Aquafit in actie tijdens een thuiswedstrijd in zwembad De Witte Brug. Jacob Rensdopstraat 1 in Castricum. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

1 Voor de 25e keer organiseert de zwemclub Aquafit een nieuwjaarsduik in de Noordzee.

9 Muzikale en informatieve nieuwjaarsbijeenkomst C’99 wordt druk bezocht. Deze keer is het thema van de manifestatie ‘van opleiding tot werk’.

12 Voorlichtingsexpositie in het gemeentehuis over de bestrijding van de grondwateroverlast.
Binnen enkele weken start de aanleg van een 4 kilometer drainagebuis in de wijk Molendijk-Zuid. Na een evaluatie komen andere wijken aan de beurt.

13 Mevrouw Bakker-van der Wolff, mede samensteller van deze rubriek, op 82-jarige leeftijd overleden.

Februari

8 De heer De Zeeuw treedt af als voorzitter van het Castricums Ondernemers Verbond.

Onthulling van het beeld Terra Sigillata ter herinnering aan de opgravingen uit de Oosterbuurt.
Onthulling van het beeld Terra Sigillata ter herinnering aan de opgravingen uit de Oosterbuurt. Aanwezig zijn de heren Vermanen, Mooi en Blom (van links naar rechts). In het beeld zijn archeologische vondsten uit de Oosterbuurtopgraving op kunstzinnige wijze vorm gegeven. Het hoofd verbeeldt één van de 8 gevonden skeletten, waarvan het belangrijkste de naam Hilde heeft gekregen. Het servies van de Romeinen was gemaakt van Terra Sigillata, aardewerk gemaakt van zeer fijne slibachtige klei. In de Oosterbuurt is een complete wrijfschaal gevonden. De munt verwijst naar een gouden Keltische munt van de stam der Nervii. De gouden stater lag onder een huispaal en dateert van 50 voor Christus. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.
 

12 Offici√ęle overdracht van twee nieuwe kunstwerken: Terra Sigillata van Nicolaas Dings aan de Laan van Albertshoeve en Dozen van Pandora van Jan Jacobs Mulder in het park aan de Willem de Rijkelaan.

25 De gemeenteraad besluit bezwaar te maken tegen een proefboring naar gas voor de kust.

Maart

2 De brandweer Castricum is vijf brandweerlieden rijker; drie vrouwen en twee mannen worden ge√Įnstalleerd.

2 De gemeenteraad van Uitgeest besluit met een meerderheid van één stem tegen een verder onderzoek naar een samengaan met Castricum, Akersloot en Limmen (CAL-gemeenten). Een definitief besluit wordt na een te houden referendum genomen.

3 Verkiezingen voor de Provinciale Staten. Het opkomstpercentage bedraagt slechts 56,19 procent, hetgeen toch nog ruim boven het landelijk gemiddelde 1igt.

Ger van Geenhuizen in 1987 tijdens zijn openingswoord bij de tentoonstelling voor het 20-jarig bestaan van de werkgroep. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

9 Oud-voorzitter van de werkgroep Oud-Castricum Gerrit van Geenhuizen op 70-jarige leeftijd overleden.

15 De Commissaris van de Koningin dr. J.A. van Kemenade opent de uitbreiding van het Clusius College, bestaande uit tien theorie- en praktijklokalen, een gymnastieklokaal, een plantenkas en een dierenverblijf.

16 De afzwaaiende brandweerlieden Frits Wark en Piet Zomerdijk ontvangen een koninklijke onderscheiding.

18 Aan de gevel van dancing Millennium onthult burgemeester Waal een antiracisme-plaquette.

23 In Bakkum-Noord wordt een kleine 30 hectare nieuwe natuur gecre√ęerd op land, dat is onttrokken aan agrarisch gebruik. Beoogd wordt een geleidelijke overgang van de duinen naar het agrarische land te verwezenlijken.

24 Een overgrote meerderheid van de inwoners van Uitgeest spreekt zich in een referendum uit tegen fusie met de CAL-gemeenten.

25 Wethouder Lamme legt de eerste steen van een nieuw onderkomen van de plantsoenendienst aan de Meester Gilles van den Bempdenstraat.

April

14 De gemeenteraad van Uitgeest kiest definitief voor zelfstandigheid van die gemeente.

18 In het kader van de stedenband met Balatonf√ľred arriveert een groep Hongaarse gasten in Castricum.

Bouw van nieuwe woningen bij de Santmark in Castricum.
Bouw van nieuwe woningen bij de Santmark in Castricum. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

23 De bouw van 22 zorgwoningen bij De Santmark gaat van start. De eerste paal wordt geslagen door de voorzitter van de stichting Zorgcentrum Castricum, mevrouw Postelmans-Blankemeijer.

26 Open huis van de basisschool Toermalijn, waarmee de realisering van de uitbreiding met 8 lokalen en het eerste lustrum wordt gevierd.

29 De heren Dick Baltus en Hans Meppelink worden koninklijk onderscheiden wegens hun verdiensten voor de gemeenschap.

Mei

11 Het 25- jarig bestaan van de Rotaryclub Castricum-Limmen-Akersloot wordt herdacht.

Receptie ter gelegenheid van de opening van Corso bioscoopzaal twee op 12 mei 1999
Receptie ter gelegenheid van de opening van Corso bioscoopzaal twee op 12 mei 1999. Van links naar rechts de heer Lammen, Loek Zonneveld, Piet Bettink, Piet de Wit (boekhouder) en de heer v.d. Putten. Dorpsstraat 70 in Castricum. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

12 Open dag in het Corso-theater in verband met de realisering van een tweede filmzaal.

17 Ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan van de Stichting Kinderopvang ‘t Drempeltje opent wethouder Meijer een tentoonstelling van kinderkunst in het gemeentehuis.

21 Sponsorloop van scholieren in het kader van een actie voor Kosovo.

22 Presentatie door de Stichting Herdenking 1799 van een boekje met fietsroutes in het kader van de herdenking van de Slag bij Castricum.

25 Thomas Broek voor de derde keer kampioen van de schaakclub Castricum.


Jaarboek 23, pagina 66

Juni

1 Opening van een expositie in het ziekenhuis Duin en Bosch van historisch materiaal over de psychiatrie en presentatie van een fotoboek. Ter gelegenheid van het 90-jarig bestaan van het ziekenhuis gaat een uitgebreid jubileumprogramma van start.

2 Plaatsgenoot Marcel Duijn winnaar van Olympia’s Tour door Nederland.

3 Offici√ęle opening van twee nieuwe klaslokalen en een computerruimte van de Augustinus basisschool.

4 Feestelijke ingebruikneming van een nieuwe rotonde op de Beverwijkerstraatweg.

10 Verkiezingen voor het Europees Parlement. Het opkomstpercentage in Castricum is historisch laag: 36,81 procent.

De boerderij van der Hulst.
De boerderij van der Hulst.

13 De eeuwenoude boerderij van de familie Van der Hulst aan de Doodweg gaat in vlammen op.

18 Opbouwwerkster Lian Smaal neemt afscheid van de Castricumse Gemeenschapsraad.

19 Het fanfareorkest van de muziekvereniging Emergo is tweevoudig kampioen geworden tijdens een nationaal muziekfestival. Het orkest nam deel in de hoogste afdeling.

23 Bij de start van de nieuwbouw van het Bonhoeffer College kon 1,3 ton uit acties voor onderhoud en renovatie van de Los Rosales, school in Peru, aan de ambassadeur van dat land worden overhandigd.

Herdenkingsmunt Slag bij Castricum 1799.
Herdenkingsmunt Slag bij Castricum 1799. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

25 Presentatie van herdenkingsmunt ‘Slag bij Castricum’.

27 Wedstrijd Ringsteken in Bakkum om de Jan Groot wisselbokaal gewonnen door Linda de Ruijter uit Heemskerk.

30 Voor de vierde keer wordt Hugo van de Broek winnaar van de stratenloop van de Dubbele Lus. De 2e editie van de wielerkoers wordt gewonnen door John Bruin.

Juli

1 De Castricumse volleybalverenigingen Dynamo en The Smash gaan per 1 juli samen in een nieuwe club onder de naam Croonenburg.

3 Hoofdleidster Boukje Riethorst neemt na 41 jaar afscheid van de scoutinggroep Juliette Low.

3 Vanwege overlast van baldadige en dronken jeugd worden discogangers op zaterdagavond na 23.00 uur op het station Castricum niet meer in de trein toegelaten.

Skatebaan voor de jeugd aan de Bloemen in Castricum.
Skatebaan voor de jeugd aan de Bloemen in Castricum. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

15 Wethouder Meijer heeft de eerste bakken zand verwijderd voor de langverwachte aanleg van een nieuwe skateboardbaan en een jongeren ontmoetingsplaats (JOP) nabij de sporthal De Bloemen.

17 Muziekweekend en toeristenmarkt in Castricum Centrum goed bezocht.

21 Door de werkgroep Oud-Castricum is een fietsrouteboekje uitgegeven met bijzondere aandacht voor natuur en cultuurhistorische kenmerken van het landschap. Het is door Ernst Mooij geschreven.

21 Rotonde Kleibroek-Oranjelaan officieel in gebruik genomen.

Augustus

1 In de nachtelijke uren wordt een kluis ontvreemd uit de jeugdherberg Koningsbosch. Daarin lagen ook de eigendommen van een groep Duitse schoolkinderen. De gemeente heeft als pleister op de wonde een rondvaart door de Amsterdamse grachten aangeboden.

Koningsbosch, de eerste door de NJHC gebouwde jeugdherberg.
Koningsbosch, de eerste door de NJHC gebouwde jeugdherberg. Heereweg 84 in Bakkum, 2010. Gebouwd in 1932, gemeentelijk monument. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

16 Oud-verzetsman Nicolaas Adrianus Veldt is op 75-jarige leeftijd overleden.

22 Jaarmarkt in Castricum met spectaculaire attracties trekt veel bezoekers.

September

2 Zomeravondconcert in de Tuin van Rommel.

De boerderij Het Oude Huys.
De boerderij Het Oude Huys. Duin en Bosch in Bakkum, 2004. Schilder John Casper. Foto Jacques Schermer. Toegevoegd.

11 Aan de Open Monumentendag nemen deel het museum ‘Het Oude Huys’, oudheidkamer werkgroep Oud-Castricum, de Pancratiuskerk en de Nederlands hervormde kerk. In de kerken treden verschillende koren op.

12 Gerrit Ronk, oud-brandweercommandant, is op 93-jarige leeftijd overleden.

15 Eelco Willems verlaat de raad van Castricum en wordt opgevolgd door Hans Holtslag.

22 Bijzondere uitgave van het Nieuwsblad voor Castricum ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan.

24 Mevrouw Liesbeth Pot ontvangt een ridderorde bij haar afscheid van het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn. Zij staat bekend als voorvechtster van de kinderopvang in Nederland.

29 Symposium over burenproblematiek ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de Stichting Rechtswinkel Castricum.

Oktober

4 Receptie ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van jeugdsoci√ęteit De Bakkerij.

Het monument ter herdenking van de 'Slag bij Castricum'. Op de sokkel van het monument staat een tekst van schout Joachim Nuhout van der Veen: "Ziet daar dan eindelijk de zon der vrijheid met eenen schitterende glans doorgebroken en het Neerlands volk uyt den afgrond gered."
Het monument ter herdenking van de Slag bij Castricum. Op de sokkel van het monument staat een tekst van schout Joachim Nuhout van der Veen: “Ziet daar dan eindelijk de zon der vrijheid met eenen schitterende glans doorgebroken en het Neerlands volk uyt den afgrond gered.”

6 In het kader van de herdenking van de Slag bij Castricum onthult de commissaris van de Koningin dr. J.A. van Kemenade een kunstwerk bij het gemeentehuis en opent hij een tentoonstelling van de werkgroep Oud-Castricum in de Nederlands hervormde kerk.

De boerderij van Spaansen.
De boerderij van Spaansen.

11 In de nacht van zondag op maandag is opnieuw een monumentaal pand in de Oosterbuurt afgebrand. Deze keer is het een bijgebouw bij de bekende boerderij van Spaansen.

12 Staatssecretaris Adelmund opent het nieuwe studiehuis van het Jac.P. Thijsse College.

16 Grote re√ľnie van de Cuneraschool ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan.

29 De eerste paal wordt geslagen voor een woongebouw van lichamelijk gehandicapten in vlek H.


Jaarboek 23, pagina 67

November

1 Het kinderdagverblijf ‘t Drempeltje is met twee groepen voor kinderen van 0-4 jaar uitgebreid, hetgeen een toename betekent van 43 tot 67 kindplaatsen.

Jeugd- en kerkkoor We Independent tijdens een uitvoering.
Jeugd- en kerkkoor We Independent tijdens een uitvoering in 1988. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

5 Music Train, voortkomende uit de dans- en showgroep ‘We Independent’, brengt in de Clinghe een avondvullende show.

8 De heer Gerardus van Weel, die actief was in het plaatselijk verzet tijdens de 2e wereldoorlog en de werkgroep Oud-Castricum van veel documentatie heeft voorzien, is op 81-jarige leeftijd overleden.

13 Toneelvereniging Pancratius bestaat 60 jaar; ‘Sil de Strandjutter’ wordt in een speciale uitvoering opgevoerd.

19 De Castricumse Oratoriumvereniging voert het werk ‘Szenen Aus Goethes Faust’ op, waarin 19 solistenrollen voorkomen.

December

2 Door een grote uitslaande brand wordt Johanna’s Hof gedeeltelijk in de as gelegd; het restaurantgedeelte weet de brandweer te behouden.

Restanten van het oostelijke deel van Johanna's Hof na de brand.
Restanten van het oostelijke deel van Johanna’s Hof na de brand.

6 Mevrouw Ploegmaker, ‘Vrijwilliger van het jaar’, ontvangt een reischeque van de Rabobank.

11 De familie De Graaf ontvangt een onderscheiding van de Rundveevereniging Delta, omdat koe Gerrie 6 de magische grens van 100.000 liter melk gehaald heeft.

Afscheid van dokter Klaas Dekker in Castricum.
Afscheid van dokter Klaas Dekker in Castricum. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

29 Dokter K. Dekker be√ęindigt na 32 jaar zijn werk als huisarts.

31 Nederland houdt de adem in voor computerstoringen tijdens de overgang naar een nieuw millennium. Gigantische hoeveelheid vuurwerk verkocht.

Niek Kaan
Anneke van der Kamp

Castricum – Honderd jaar geleden 1899 (Jaarboek 23 2000 pg 61-62)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 23, pagina 61

Castricum – Honderd jaar geleden 1899

In het jaar 1899 is er in Castricum niet iets heel bijzonders gebeurd. Voor het jaarlijkse overzicht van ‘Castricum van honderd jaar geleden’ moeten we volstaan met de betrekkelijk eenvoudige zaken die in de plaatselijke politiek speelden en veelal de sfeer van die tijd weergeven. De informatie is ontleend aan de notulen van de gemeenteraadsvergadering, de inkomende en uitgaande stukken van de Gemeente Castricum, de provinciale bladen, de burgerlijke stand registers enzovoorts.

Op 1 januari 1899 bestaat het gemeentebestuur uit burgemeester Johannes Mooij, de wethouders Wulbert Melker en Jacob Kuijs en de raadsleden Arie Asjes, Joseph Goes, Jan Schuijt, Cornelis Spaansen en Jan Twisk.

Zo’n honderd jaar geleden telde Castricum bijna 1.900 inwoners; op 1 januari 1899 was dat 1.879 inwoners en op 31 december 1899 is dit aantal toegenomen tot 1.887. In dit jaar worden in Castricum 76 kinderen geboren; er worden 18 huwelijken gesloten en er overlijden 35 personen. Door het geboorteoverschot van 41 en doordat er 33 personen minder in Castricum komen wonen (118) dan er zijn vertrokken naar elders (151), neemt het inwonertal met slechts 8 personen toe.

Schoolkinderen en onderwijzers, staande op het schoolplein van de openbare lagere school aan de Dorpsstraat.
Schoolkinderen en onderwijzers, staande op het schoolplein van de openbare lagere school aan de Dorpsstraat in Castricum rond 1910. Vooraan links de tweeling Freek en rechts Jaap Dijkhuizen. Door de komst van het ziekenhuis is het dorp als het ware ontwaakt. De gemeenteraad besloot in 1910 een nieuw raadhuis met onderwijzerswoning te laten bouwen. Daarnaast staat nog de eerste openbare lagere school (1854). Dat gebouw is in 1934 gesloopt. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

 
4 januari 1899

De gemeenteraad bespreekt de kosten voor de herbouw van de onderwijzerswoning. Er wordt besloten tot herbouw van de woning, mits er een subsidie wordt verkregen van de provincie. Deze subsidie wordt echter niet verleend.

In 1877 werd voor de Castricumse brandweer een onderkomen gebouwd voor de handbrandspuit. Op deze plaats stond aanvankelijk een gemeentelijk schuthok voor vee.
In 1877 werd voor de Castricumse brandweer een onderkomen gebouwd voor de handbrandspuit. Op deze plaats stond aanvankelijk een gemeentelijk schuthok voor vee. Burgemeester Mooijstraat 14 in Castricum, 1980. Makelaarsbriefje. Toegevoegd.

 
17 mei 1899

Het brandspuithuisje aan de Kramersweg (thans Burgemeester Mooijstraat) verkeert in slechte toestand. Door timmerman Res wordt een prijsopgave gedaan.

 
28 juni 1899

De gemeenteraad besluit tot het verharden van het overige gedeelte aan de Kramersweg, mits ook Jonkheer Mr. Gevers (eigenaar van het aan het einde van de Kramersweg gelegen duingebied) voor de helft in de kosten deelt.

Foto uit omstreeks 1907 van herberg 'De Rustende lager' met de doorrijstal. Het plein voor de doorrijstal wordt door Koopman, eigenaar van De Rustende lager, verbeterd, terwijl het volgens de burgemeester bij de openbare weg hoort.
Foto uit omstreeks 1907 van herberg De Rustende Jager met de doorrijstal. Het plein voor de doorrijstal wordt door Koopman – eigenaar van De Rustende lager – verbeterd, terwijl het volgens de burgemeester bij de openbare weg hoort.

 
26 juli 1899

De burgemeester brengt in de raadsvergadering het openbare plein voor de doorrijstal en de herberg van de heer Koopman (eigenaar van De Rustende Jager) ter sprake. De heer Koopman is eigendunkelijk aan het plein gaan werken. Hij is daarop gewezen door de burgemeester, hoewel het aanbrengen van verbeteringen op zich niet ongewenst is. De burgemeester meent echter dat dit in de toekomst tot moeilijkheden kan leiden, omdat Koopman zou kunnen beweren dat het zijn plein is, terwijl de burgemeester er zeker van is dat de grond niet van Koopman is.

 
5 september 1899

De raadsleden Schuijt, Kuijs en Goes zijn herkozen. Wethouder Jacob Pieterszoon Kuijs is periodiek aftredend en wordt herkozen. Castricum telt 245 kiesgerechtigde personen.

Besluit om het schuthok aan de Kramersweg op verzoek van J. de Graaf te verplaatsen. In het schuthok werd loslopend vee ondergebracht. Als de eigenaar van het vee kwam opdagen, werd tegen een vergoeding voor voer en onderdak het vee meegegeven.

 
27 september 1899

Er wordt besloten om het jaarsalaris van de gemeenteveldwachter van 350 gulden te verhogen naar 400 gulden.

Er wordt een schuit met grint aangevoerd via de Schulpvaart voor de weg aan de veelading bij het station.

De Commissaris der Koningin acht het zeer noodzakelijk dat de gemeente maatregelen neemt ter verbetering van de onderwijzerswoning, ondanks het feit dat hiervoor van provinciewege geen subsidie kan worden verstrekt. Gedeputeerde Staten zijn wel bereid om hiervoor een geldlening goed te keuren. De gemeenteraad besluit echter met algemene stemmen om dit niet te doen, omdat de noodzaak niet in verhouding staat tot de kosten die door de gemeente moeten worden gedragen.


Jaarboek 23, pagina 62

 
11 oktober 1899

Adrianus Dekker, gemeente-secretaris.
Adrianus Dekker, gemeente-secretaris.

In de raadsvergadering wordt het overlijdensbericht voorgelezen van Adrianus Dekker, die op 83-jarige leeftijd op 10 oktober is overleden. Hij was onder andere makelaar, gemeente-ontvanger en tevens beambte ter gemeentesecretarie. Talloze keren was hij getuige bij aangiften van geboorte, huwelijk en overlijden bij de burgerlijke stand. Tot zijn overlijden was hij hierin actief; nog op 2 oktober was hij getuige bij de aangifte van het overlijden van Job de Zeeuw, schelpenvisser.
De burgemeester acht een hulpsecretaris nu wenselijk, omdat hij anders alleen op de secretarie is.

De laatste bezitter van de 'oude' De Rustende Jager, was Jan Koopman, die het bedrijf in 1886 aankocht.
De laatste bezitter van de ‘oude’ De Rustende Jager, was Jan Koopman, die het bedrijf in 1886 aankocht.

Een week later op 17 oktober overlijdt op 45-jarige leeftijd een andere bekende dorpsgenoot: Jan Koopman, eigenaar van De Rustende Jager; zijn echtgenote Helena Mak zal het bedrijf voortzetten.

 
8 november 1899

Er wordt een nieuwe verordening voor de heffing van leges betreffende de afgifte van geschriften, afdrukken of uittreksels van stukken op de gemeentesecretarie vastgesteld. Het gaat vooral om de kosten van schrijfloon en benodigd papier; de tarieven zijn daarom afhankelijk van het aantal (schrijf) regels. De kosten van een uittreksel met minder dan 27 regels bedragen 15 cent. Gedrukte stukken kunnen voor 20 cent per vel worden verkregen.

Ook is er een nieuwe verordening op de heffing van schutgelden aangenomen. De kosten per dag van voeding en onderhoud voor de eigenaar van loslopend vee dat is ondergebracht in het schuthok aan de Kramersweg, zijn per diersoort verschillend: voor een stier 1  gulden, voor een paard 60 cent, voor een rund, varken, bok of geitje 30 cent, voor een schaap of lam 15 cent. Voor jonge stieren, paarden of runderen onder de resp. 1, 3 of 2 jaar hoeft 50, 20 en 10 cent minder te worden betaald.

 
31 december 1899

De gemeenterekening over het jaar 1899 telt aan ontvangsten 10.026 gulden; de uitgaven bedragen 9.937 gulden, zodat een batig saldo overblijft van 89 gulden.

Simon Zuurbier

Jaarverslag 1999 (Jaarboek 23 2000 pg 63-64)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 23, pagina 63

Jaarverslag 1999

Het jaar 1999 kenmerkte zich voor de Werkgroep Oud-Castricum door zeer droevige gebeurtenissen, namelijk het overlijden van twee markante leden van de werkgroep: Tiny Bakker en oud-voorzitter Ger van Geenhuizen. Het jaar kenmerkte zich ook door verschillende hoogtepunten zoals de tentoonstelling en overige festiviteiten rond de herdenking van de Slag bij Castricum 200 jaar geleden, de koop van een stuk grond van de Nederlandse Spoorwegen voor een nieuw gebouw voor het huisvesten van het Historisch Museum Castricum, de goedkeuring van Gedeputeerde Staten om te komen tot plaatsing van Kronenburg en het omliggende grondgebied op een provinciale monumentenlijst en de schenking door de heer Pennekamp van zijn indrukwekkende collectie van meer dan 2.600 foto’s en ansichtkaarten.

Overhandiging van de collectie ansichtkaarten door de heer Pennekamp en zijn vrouw aan de werkgroep Oud-Castricum.
Overhandiging van de collectie ansichtkaarten door De hee. Pennekamp en zijn vrouw aan de werkgroep Oud-Castricum, Wil Steeman en Simon Zuurbier. Oud Castricum is altijd blij met deze schenkingen. Hieruit kunnen zij heel vaak gegevens terughalen of verbeteren en geschikte foto’s kunnen op de beeldbank. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

Hierna volgen de belangrijkste gebeurtenissen en activiteiten in het jaar 1999 in chronologische volgorde:

  • Op 11 januari werd het jaar 1999 door de leden van de Werkgroep Oud-Castricum geopend met een geanimeerde nieuwjaarsvergadering, waarbij ook de plannen voor het nieuwe jaar gepresenteerd werden.
  • Op 18 januari hebben meerdere leden de kerkdienst in de Nederlands hervormde kerk en de begrafenis van Tiny Bakker bijgewoond, die op 12 januari was overleden.
  • Ook waren vele leden op 12 maart aanwezig bij de dienst in de hervormde kerk in Castricum en in het crematorium in Zaandam in verband met het overlijden van Ger van Geenhuizen op 9 maart.
  • Op 18 april organiseerde de werkgroep op uitnodiging van het NIVON een natuur en cultuurhistorische fietstocht. Vanwege de grote belangstelling werd de tocht op 30 mei herhaald.
  • Van 19 tot en met 25 april werd een kleine tentoonstelling over het verleden van Castricum in de Openbare Bibliotheek ingericht en werd door ons lid, Ernst Mooij, op 21 april een lezing gehouden met als titel: ‘Mens en landschap in Midden-Kennemerland’.
  • Op 19 mei schonk de heer Pennekamp zijn collectie van meer dan 2.600 ansichtkaarten en foto’s aan de werkgroep. Bij de familie Pennekamp thuis was er een korte bijeenkomst met de pers en de werkgroep was vertegenwoordigd door de voorzitter en secretaris.
  • Op 5 juni was de jaarlijkse voorjaarsexcursie, die de leden van de werkgroep bracht in Den Bosch met onder andere een bezoek aan de zeer bezienswaardige basiliek van St. Jan en een historische stadswandeling langs en over de Dommel.
  • Op de jaarvergadering, die op 7 juni werd gehouden, is het bestuur uitgebreid naar 7 leden vanwege de aanstelling van een archivaris, die de archiverings- en inventarisatie-activiteiten binnen het gebouwtje co√∂rdineert. Deze taak gaat ons lid, Peter Levi, inhoud geven.
  • Op 25 juni werd door de voorzitter Simon Zuurbier mede namens de Stichting ‘Kennemer Delta’ aan burgemeester Waal de eerste gouden herdenkingsmunt overhandigd. Ter opluistering van dit evenement waren militairen aanwezig, die het 21e Regiment d’Infanterie de Ligne vertegenwoordigden. Dit regiment beeldt het leven uit van Franse fuseliers uit de Napoleontische periode.
  • Op 11 september was er op de Open Monumentendag open huis in de werkruimte aan de Geversweg.
  • Op 6 oktober vond de grote herdenking plaats van de Slag van Castricum van 200 jaar geleden met als hoogtepunten de onthulling van het monument bij het nieuwe raadhuis en de opening van de tentoonstelling van de werkgroep Oud-Castricum in de Nederlands hervormde kerk door de Commissaris van de Koningin, de heer J.A. van Kemenade. Bij deze gelegenheid werd tevens door de voorzitter het 22e jaarboekje met de geschiedenis rond de Slag bij Castricum als hoofdthema gepresenteerd aan de commissaris en aan burgemeester Waal.
  • De tentoonstelling in de kerk heeft zo’n 10 dagen geduurd, heeft veel bezoekers getrokken en veel enthousiaste reacties opgeleverd. Deze tentoonstelling heeft heel veel voorbereiding gevraagd, gekenmerkt door de zeer goede samenwerking met de Stichting Herdenking 1799 en de Stichting Historische Verzameling Vesting Holland. Ook aan de inrichting van de tentoonstelling in de kerk hebben vele leden van de werkgroep enthousiast en zeer intensief meegewerkt.
  • Op 2 november is door Gedeputeerde Staten goedkeuring verleend aan het opstarten van een procedure om Kronenburg en het omliggende grondgebied op een provinciale monumentenlijst te plaatsen.
  • Op de donateursavond op 4 november stond een archeologisch onderwerp op het programma: de ontstaansontwikkeling van Alkmaar werd met veel dia’s en op een boeiende wijze behandeld door Peter Bitter, de stadsarcheoloog van Alkmaar. De aula van het Clusius College was bijna tot op de laatste plaats bezet.
  • Op 16 december vond officieel bij notaris Kuiper de overdracht plaats van een perceel grond door de Nederlandse Spoorwegen aan de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

 
De zes werkgroepen

In de werkruimte ‘De Duijnkant’ aan de Geversweg vergaderen de werkende leden van de werkgroep regelmatig en hier vinden ook voor een deel de activiteiten van de verschillende werkgroepen plaats; in deze veel te kleine werkruimte vereist dit veel improvisatie.

De verschillende werkgroepen hebben ieder hun eigen bijdrage voor het jaarverslag:

Werkgroep archeologie:
Eén van onze leden (Rob Beentjes) heeft verschillende partijen samengebracht om te onderhandelen over een beheersovereenkomst voor percelen weiland met archeologische waarden aan de zuid-oostkant van de Heemstederweg (omgeving Kronenburg). De gemeente Castricum en de eigenaar zijn het voor de tweede keer met elkaar eens geworden over een éénjarige beheersoverkomst. De eigenaar verlangt in het komende jaar echter wel duidelijkheid over een definitieve regeling voor dit gebied.
De Milieufederatie Noord-Holland hield op zaterdag 24 april in Castricum een themadag over de historie van het landschap. De waarde van een landschap wordt grotendeels bepaald door de historie die daarin verborgen ligt. Natuur, agrarisch gebruik en historie gaan soms hand in hand, maar verploeging en natuurontwikkelingsprojecten kunnen strijdig zijn met het behoud van historische landschapskenmerken. Kronenburg diende als casus voor deze themadag en de werkgroep was daarbij vertegenwoordigd.
Vanaf de tweede helft van april tot eind mei werd een boorprogramma uitgevoerd op een stuk weiland, gelegen aan de Rietkamp-Breedeweg. Uit dit onderzoek is gebleken dat er in de bodem van dit perceel archeologisch materiaal, uit de eerste eeuwen van onze jaartelling, aanwezig is.


Jaarboek 23, pagina 64

De boorresultaten geven hetzelfde beeld als de boringen die leidden tot de zo succesvolle opgraving van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek van 1995-1996 in de Oosterbuurt.
In 1999 is er voortgang gemaakt met het verzendklaar maken en overbrengen van de archeologische collectie naar het Provinciaal Archeologisch Depot te Wormerveer.

Werkgroep inventarisaties:
De werkgroep heeft dit jaar gewerkt aan het invoeren van allerlei gegevens in de computer. Wim Hespe heeft een uitgebreid overzicht gemaakt van de beschikbare bestanden. Ook is dit jaar computer apparatuur met toebehoren aangeschaft.

Werkgroep jaarboekje en archiefonderzoek:
Er is wekelijks op dinsdagavond veel onderzoek verricht op het archief in Alkmaar door een vaste kern van de Werkgroep bestaande uit de dames Glorie, De Rooij en Sminia en de heren Hespe, Naber en Zuurbier. Het werk voor het nieuwe jaarboekje is alweer in volle gang.

Werkgroep financi√ęn:
Financieel blijkt 1999 een goed jaar geweest te zijn. Dit komt vooral door de extra verkoop van vele jaarboekjes en door de losse verkoop van kaarten, munten en andere boekwerkjes. Ook was er veel vraag naar oudere jaarboekjes of kopie√ęn daarvan.

Fotowerkgroep:
Het fotoarchief breidt zich jaarlijks uit, deels door de nieuwe foto’ s die Loek Zonneveld neemt van verdwijnende panden en straatbeelden, maar ook door schenkingen en aanvullingen. De fotowerkgroep maakt of kopieert ook vele foto’s voor het jaarboekje of voor opname in het fotoarchief.

Public Relations:
Het afgelopen jaar is de werkgroep diverse malen in de publiciteit geweest en wel met de uitgifte van de herdenkingsmunt van de Slag bij Castricum, met de uitgifte van een foto van circa 90 centimeter lengte, voorstellende een panorama van Castricum uit de jaren (negentien) zestig, genomen vanaf de Papenberg. Ook werd een boekwerkje ‘Een Rondje Rondom Castricum’ uitgegeven met daarin een beschrijving door Ernst Mooij van een fietstocht langs natuur- en cultuurhistorische landschapskenmerken rond Castricum. Door Wil Steeman werd in de rubriek ‘Oud en Nieuw’ in het Nieuwsblad van Castricum aandacht geschonken aan de historie van Castricum. Dan waren er ook radio-uitzendingen, waarin Loek Zonneveld de luisteraar meenam naar het Castricum uit zijn jeugd.

De openingshandeling van de tentoonstelling in de Nederlands Hervormde Kerk over de Slag bij Castricum wordt verricht door de Commissaris van de Koningin Dr. J A. van Kemenade.
De openingshandeling van de tentoonstelling in de Nederlands hervormde kerk over de Slag bij Castricum wordt verricht door de Commissaris van de Koningin Dr. J A. van Kemenade.

Werkgroep tentoonstelling Slag bij Castricum
Deze speciaal voor de tentoonstelling ingestelde werkgroep met ook een vertegenwoordiger van de Stichting Herdenking 1799 en van de Stichting Historische Verzameling Vesting Holland, kwam in 1999 vele malen bijeen en heeft veel materiaal voor de tentoonstelling van organisaties en particulieren verworven en uit eigen bezit ingebracht.

Uitbreiding collectie

De collectie van de Werkgroep is met een buitengewoon belangrijke schenking uitgebreid. Het betreft de schenking van de heer Pennekamp van zijn indrukwekkende collectie bestaande uit meer dan 2600 ansichtkaarten en foto’s.

Samenwerkingsverbanden

Door de werkgroep is gedurende het jaar 1999 in verschillende plaatselijke en regionale verbanden samengewerkt of is er in bepaalde gevallen door de werkgroep hulp verleend. Het betreft de volgende samenwerkingen:

  • Deelname in de werkgroep ‘Herdenking 1799’
  • Deelname in de monumentencommissie ‘Standbeeld Slag bij Castricum’
  • Deelname Open Monumentendag
  • Deelname in de straatnamencommissie van de gemeente Castricum
  • Deelname en voorzitterschap van het ‘Regionaal overleg historische verenigingen Midden en Noord-Kennemerland’.

 
Bestuur, leden en donateurs

Op 31 december 1999 was het bestuur als volgt samengesteld:

  • S.P.A. Zuurbier, voorzitter
  • W .A.M. Steeman, secretaris
  • M.G.J. Schiermann, penningmeester
  • P.A. Levi, lid
  • mevrouw T. Sminia, lid
  • H.M. Vermanen, lid
  • L. Zonneveld, lid

Aan de werkavonden in de werkruimte ‘De Duijnkant’ en andere activiteiten van de werkgroep werd door een twintigtal werkende leden deelgenomen. Op 31 december 1999 bedroeg het aantal donateurs 1.285.

Aan alle werkende leden komt veel dank en eer toe voor de enorme inzet en de vele bijdragen aan het werk van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum in het afgelopen jaar.

Simon Zuurbier