28 juni 2022

Nachtwacht in het Geversduin (Jaarboek 31 2008 pg 19-28)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 31, pagina 19

De Nachtwacht in het Geversduin

Het moment waarop de Nachtwacht wordt opgehaald uit de Kunstbunker om naar Heemskerk vervoerd te worden.
Het moment waarop de Nachtwacht wordt opgehaald uit de Kunstbunker om naar Heemskerk vervoerd te worden. Helmweg, duinen Castricum. Schilder Hans Goedhart. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In een bomvrije kluis in het Castricumse duingebied werden in de eerste oorlogsjaren onze belangrijkste kunstschatten opgeslagen. Het was te danken aan de inzet van de conservator van het Stedelijk Museum, jonkheer Willem Sandberg, dat de kunstbergplaats nog juist voor de inval van de Duitsers is gebouwd. Via hem is Castricum verbonden met bijzondere mensen en gebeurtenissen. In een kleine houten barak, vlakbij ‘Kijk Uit’, ontving Sandberg wetenschappers, kunstenaars en verzetsstrijders.
Daar werd gefilosofeerd over de toekomst van Nederland na de oorlog.

Jonkheer Willem Sandberg, conservator en later directeur van het Stedelijk Museum, die een belangrijke rol speelde bij het in veiligheid brengen van de kunstschatten. In de eerste oorlogsjaren verbleef hij bijna dagelijks in Castricum (foto Stedelijk Museum Amsterdam).
Jonkheer Willem Sandberg, conservator en later directeur van het Stedelijk Museum, die een belangrijke rol speelde bij het in veiligheid brengen van de kunstschatten. In de eerste oorlogsjaren verbleef hij bijna dagelijks in Castricum. Foto Stedelijk Museum Amsterdam.

De mensen die de aanslag op het Bevolkingsregister van Amsterdam uitvoerden, vierden in Castricum nog een feestje, kort voor hun arrestatie.
Kunstenaar en typograaf Hendrik Werkman liet zich inspireren door de ‘schilderijenbunker’ en maakte een prachtige serie prenten onder de naam ‘Amsterdam-Castricum.’ De agenda’s van de kunstbergplaats, die worden bewaard in het archief van het Stedelijk Museum, onthullen iets van de geschiedenis die zich deels in het Geversduin afspeelde.

De oorlogsdreiging nam in de jaren (negentien) dertig steeds meer toe en in augustus 1939 werd de mobilisatie van het leger afgekondigd. Enkele maanden later begon de distributie van levensmiddelen. Evacuatieplannen voor de bevolking uit gebieden die voor de verdediging onder water gezet zouden worden, lagen klaar. De Rode Kruisafdeling voor Castricum, Limmen en Uitgeest kreeg opdracht noodziekenhuizen voor militairen in gereedheid te brengen.

Zorgen waren er ook over het nationaal kunstbezit in geval van oorlog. In 1938 maakte Sandberg, vergezeld door Spanjekenner dr. Johan Brouwer, een reis naar Spanje om de maatregelen te bestuderen die daar tijdens de Spaanse burgeroorlog getroffen waren om de kunstschatten te beschermen. Bijzondere indruk maakten de in rotsen uitgehouwen kluizen. De mogelijkheden die Spanjes rotsen boden, lagen voor ons land aan zee, in de duinen.
Hoge landinwaarts gelegen duinen zouden het meest geschikt zijn voor het maken van ondergrondse betonnen bergplaatsen, met een aardlaag erboven, ter bescherming tegen bombardementen. Samen met zijn directeur jonkheer Röell overtuigde Sandberg het gemeentebestuur van Amsterdam  van de noodzaak om spoedig maatregelen te nemen. In overleg met de architect ir. P.C. Tirion was de gewenste bouwplaats in het Geversduin al snel gevonden.

Voor de kunstschatten van het Rijk drong de directeur van het Rijksbureau voor de Monumentenzorg dr. J. Kalf ook aan op de bouw van ondergrondse bergplaatsen. Toch waren in september 1939, toen de Duitse aanval op Polen al had plaatsgevonden, de gemeentelijke en de rijksbergplaatsen nog niet gereed.

Evacuatieplan

In augustus 1939 begon het overbrengen van de belangrijkste kunstwerken naar veiliger plaatsen. H.P. Baard, na de oorlog directeur van het Frans Hals museum, schreef in zijn in 1946 verschenen boek ‘Kunst in schuilkelders’: “Het is niet gemakkelijk, den buitenstaander de spanning te schetsen, die de eerste phase van de evacuatie beheerschte. Hier werd de vlucht voorbereid van onze nationale kunstschatten, hetgeen wij voelden als een historisch moment van een draagwijdte, die wij nog niet konden beseffen, maar daarom niet minder vreesden.”

Het Rijksmuseum koos voor tijdelijke bergplaatsen in een aantal Noord-Hollandse dorpen. Ongeveer 2.000 schilderijen en meer dan 30.000 objecten van artistieke en historische waarde, glaswerk en porselein moesten worden vervoerd. Op 4 september 1939 werd de Nachtwacht op een glastransportwagen (!) naar kasteel Radboud in Medemblik gereden. Veel topstukken kwamen terecht in gymnastieklokalen in Wieringerwerf, Winkel, Lutjewinkel, Barsingerhorn en Schagerbrug.

Vrijwel onbekende dorpen kregen voor ingewijden de betekenis van cultuurcentra. Zo was het ‘Straatje van Vermeer’ onafscheidelijk verbonden met Schagerbrug, ‘ De Joodsche Bruid’ met Wieringerwerf en de ‘ Vrolijke Drinker’ van Frans Hals met Lutjewinkel. Op 1 november 1939 was het omvangrijkste transport van kunstwerken, dat ons land ooit heeft gekend, voltooid.


Jaarboek 31, pagina 20

Het Stedelijk Museum bracht zijn verzameling schilderijen van Van Gogh, schilderijen van de Amsterdamse universiteit en van het stadhuis onder in stalen lichterschepen. Voor dit evacuatieplan, dat in augustus 1939, werd uitgevoerd, is Sandberg verantwoordelijk geweest. “Deze stalen schepen liggen te allen tijde in groote getale in de Amsterdamse havens”, schreef Sandberg aan de wethouder voor kunstzaken. “Zij zouden indien noodig binnen twee uur aan de Amstel bij de Stadhouderskade kunnen aanleggen, terwijl de kunstwerken per tapissière (verhuiswagen) van het museum naar de aanlegplaats kunnen worden vervoerd.”

Een van de schepen afgemeerd in de buurt van het Alkmaardermeer; waarin de kunstschatten van het Stedelijk Museum tijdelijk werden bewaard, totdat zij naar de bomvrije kluis in Castricum konden worden overgebracht (foto Joh. de Haas).
Een van de schepen afgemeerd in de buurt van het Alkmaardermeer. Daarinwerden de kunstschatten van het Stedelijk Museum tijdelijk bewaard, totdat zij naar de bomvrije kluis in Castricum konden worden overgebracht. Foto Joh. de Haas.

Op 28 augustus 1939 werden de eerste verhuiswagens geladen. Eerder waren de kunstwerken naar belangrijkheid in drie categorieën ingedeeld. Rood stond voor onvervangbaar; wit voor belangrijk en blauw betekende vervangbaar. Israëls, Breitners, Van Goghs en andere werden opgeborgen in het ruim van de Dankbaarheid. In het ruim van de Mercurius en dat van De Morgenstern werd ook een deel opgeslagen, samen met werk van Mondriaan, Charley Toorop en andere moderne kunstenaars. Het was zoveel dat tenslotte nog een vierde schip in gebruik is genomen, de Harwu Almien.

Om de museale klimatologische omstandigheden te benaderen, waren in de ruimen kachels, emmers met ongebluste kalk en hygrometers geplaatst. De schepen werden bewaakt door suppoosten, die hun post onder geen beding mochten verlaten. Aanvankelijk lagen de schepen bij elkaar in de buurt in de Knollendammervaart bij Spijkerboor en in het Noord-Hollands kanaal. Enige weken later besloot men de lichters verder uit elkaar te leggen. Begin oktober was de kunstvloot verspreid over de Noord-Hollandse en Zuid-Hollandse wateren. De Dankbaarheid lag in het Kogerpolderkanaal bij De Woude. Ongeveer 500 meter noordelijker dobberde de Mercurius. Onder de bevolking deed het gerucht de ronde dat de Nachtwacht, in een grote zinken koker ingesoldeerd, op de bodem van het Alkmaardermeer rustte.

De eerste fase was nu afgerond. Het belangrijkste kunstbezit was wel weg uit het onveilige Amsterdam, maar echte veiligheid konden alleen bomvrije schuilkelders bieden.

Amsterdamse kluis

De gemeente Amsterdam bereikte overeenstemming met het Provinciaal Waterleidingbedrijf (PWN) over de plaats en de directeur Publieke Werken vroeg op 17 oktober 1939 bij de gemeente Castricum vergunning voor de bouw van een ‘betonnen bergplaats aan de Helmweg in het Geversduin ‘. Het gemeentebestuur verleende de bouwvergunning nog diezelfde dag. Omdat op geheimhouding was aangedrongen, verwonderden de bestuurders zich er wel over dat de Beverwijksche en de Alkmaarsche Courant het nieuws van de bouw van de ‘schatkelder’ al op 21 oktober 1939 publiceerden.

De gecamoufleerde ingang van de kluis aan de Helmweg in het Geversduin. De bouw is op 1 januari begonnen en op 10 april 1940 voltooid (foto Stedelijk Museum).
De gecamoufleerde ingang van de kluis aan de Helmweg in het Geversduin. De bouw is op 1 januari begonnen en op 10 april 1940 voltooid. Foto Stedelijk Museum.

De dienst Publieke Werken van Amsterdam stelde een bestek op voor de aanbesteding. Het dak en de buitenmuren van de bergplaats moesten 1,50 meter dik worden, het hoofdgedeelte ruim 12x5x2,50 meter. Een voorvertrek met twee stalen deuren verschafte toegang tot de bergplaats. Het geheel zou door een zandlaag van 4 meter (later tot 10 meter verhoogd) worden bedekt. De Amsterdamse Aannemingsmaatschappij ‘De Kondor’ was de laagste inschrijver en voor een bedrag van 20.810 gulden kreeg dat bedrijf het werk.
Op nieuwjaarsdag 1940 werd het beton voor de Castricumse bergplaats gestort en in maart 1940 vond de oplevering plaats. De kluis werd gecamoufleerd, zodat hij vanuit de lucht niet zichtbaar zou zijn.

Er werden tientallen uitschuifbare rekken gemonteerd om de schilderijen aan op te hangen. De inventarisatie was daardoor eenvoudig en de toestand van de schilderijen kon voortdurend worden gecontroleerd. Een luchtbehandelinginstallatie waarborgde de juiste temperatuur en het vochtgehalte.


Jaarboek 31, pagina 21

De logboeken van 1940 tot en met 1943.
De logboeken van 1940 tot en met 1943.

De logboeken

In het archief van het Stedelijk Museum van Amsterdam zijn de agenda’s opgeborgen die in gebruik zijn geweest als logboeken van de kluis. De allereerste aantekening is gemaakt op woensdag 3 april 1940: ‘Bewaking door Siliakus’. De agenda’s leveren veel informatie op over het gebruik van de bergplaats en ook over de verschillende bezoekers die er een kijkje kwamen nemen.

De eerste schilderijen van de schepen werden vanaf begin april naar de kluis gebracht. Op 7 mei kwam volgens de agenda het laatste transport aan. Ook zaken die nog in het Stedelijk Museum waren achtergebleven, werden aangevoerd.

Op vrijdag 10 mei, de dag van de Duitse inval, ging het werk gewoon verder. Genoteerd werd in de agenda: “Drie wagens met schilderijen en kisten vanuit het Stedelijk Museum gebracht en verschillende werkzaamheden verricht door personeel onder leiding van jonkheer Sandberg.”
De dagen daarop kwamen er kunstwerken aan uit het Rijksmuseum dat nog zonder schuilplaats zat. Bewaker Siliakus bezorgde de fiets van jonkheer Sandberg en een brandblusser.


Jonkheer Willem Jacob Henri Berend Sandberg (1897-1984)

Willem Sandberg was vanaf 1937 conservator en van 1945 tot 1962 directeur van het Stedelijk Museum van Amsterdam. Na het gymnasium en militaire dienst ging hij naar de Rijksacademie voor beeldende kunsten, waar hij het maar kort uithield. Hij werd grafisch ontwerper en deed onder andere in Parijs ervaring op.

Sandberg was nauw betrokken bij het verzet. Zo bezocht hij in 1941 Duitsland, op verzoek van de illegaliteit, om te peilen of er kans was op een opstand tegen het Hitler-regime. Hij was betrokken bij het vervalsen van paspoorten en de aanslag op het bevolkingsregister van Amsterdam en moest vervolgens onderduiken. In 1945 volgde hij jonkheer Röell op als directeur. Onder Sandbergs leiding ontwikkelde het museum zich tot een internationaal vermaard centrum voor moderne kunst. Het was zijn overtuiging dat eigentijdse kunst betekenis heeft voor het begrijpen van de wereld waarin wij leven.

Na zijn pensionering in 1962 bleef Sandberg actief als tentoonstellingsmaker en ontwerper. Hij speelde een belangrijke rol in de opbouw van het Israël Museum in Jeruzalem en gaf college aan de Harvard Universiteit in de Verenigde Staten.


Nachtwacht

De Nachtwacht stond begin mei 1940 nog in de ridderzaal van kasteel Radboud. De aanwezigheid van een mijnenveger in de haven van Medemblik baarde zorgen. Het schip zou vijandelijke vliegtuigen kunnen aantrekken, waardoor het kasteel en dus de kunstwerken gevaar liepen. Dat het gevaar niet denkbeeldig was, bleek ook wel, want de mijnenveger beschoot daadwerkelijk een vliegtuig, dat waarschijnlijk in het IJsselmeer terechtgekomen is. Bij Kornwerderzand op de Afsluitdijk was het Nederlandse leger in gevecht met de Duitsers. Een doorbraak van de vijand naar Noord-Holland was te verwachten. Op 13 mei, tweede pinksterdag, nam de hoofddirecteur van het Rijksmuseum dr. Schmidt Degener het besluit om de Nachtwacht naar de bergplaats in Castricum te brengen. Hij nam daarmee een zware verantwoordelijkheid op zich. De oorlog was heel dichtbij.

Met deze wagen en op dezelfde manier werd op 4 september 1939 de Nachtwacht naar kasteel Radboud in Medemblik gebracht en vervolgens op 13 en 14 mei 1940 naar Castricum (foto Rijksmuseum).
Met deze wagen en op dezelfde manier werd op 4 september 1939 de Nachtwacht naar kasteel Radboud in Medemblik gebracht en vervolgens op 13 en 14 mei 1940 naar Castricum. Foto Rijksmuseum.

Baard heeft in zijn boek de spanning rond het zonderlinge transport goed weergegeven: ” Om halfacht ’s avonds vertrok het konvooi vanaf het kasteel. Voorop gingen enkele


Jaarboek 31, pagina 22

auto’s met militairen, dan de glaswagen met de Nachtwacht en de stoet werd gesloten door de auto van de hoofd directeur. Het was voor de achterblijvers een indrukwekkend moment, het meer dan 3,5 meter hoge doek, zorgvuldig in dekzeilen verpakt, langzaam te zien wegrijden onder het enerverend gedreun van geschut. In het dorpje Winkel werd overnacht onder het afdak van de schuur van de smid. Bij het krieken van de dag werd de tocht voortgezet naar Castricum.”

Aantekeningen in de logboeken van de kluis op 13, 14 en 15 mei 1940. De aankomst van de Nachtwacht wordt slechts aangeduid met 'NW'.
Aantekeningen in de logboeken van de kluis op 13, 14 en 15 mei 1940. De aankomst van de Nachtwacht wordt slechts aangeduid met ‘NW’.

De ingang van de bergplaats was niet berekend op de grote omvang van het schilderij. Op het grasveld voor de naburige woning van jonkheer Frits Gevers werd het doek van zijn spieraam ontdaan en met de verf naar buiten over een grote cilinder gerold. Daarop was ook al een ander doek aangebracht. Zoals jonker Frits aan Hendrik de Smidt, medewerker van het filmmuseum, vertelde, heeft de Nachtwacht twee keer op zijn grasveld gelegen: bij de aankomst in mei 1940 en bij het vertrek. Op 21 maart 1941 werd de Nachtwacht overgebracht naar de gereedgekomen bergplaats van het Rijksmuseum in Heemskerk en vandaar is het stuk op 24 maart 1942 naar een schuilplaats in de Sint Pietersberg getransporteerd.

De toegang tot de kluis is zo laag dat de Nachtwacht opgerold naar binnen moest worden gebracht (foto Stedelijk Museum).
De toegang tot de kluis is zo laag dat de Nachtwacht opgerold naar binnen moest worden gebracht. Foto Stedelijk Museum.

Het ‘huisje van Sandberg’

Op 14 mei 1940, de dag van de capitulatie, kwam er nog een laatste zending schilderijen en kisten van het Rijksmuseum in Castricum aan. Op dezelfde dag besloten directeur van het Stedelijk Museum jonkheer Röell en conservator jonkheer Sandberg om beurten toezicht te houden. Er werd een kleine barak gebouwd achter de jachtopzienerswoning Kijk Uit, tussen de Oude Schulpweg en het Schoolpad, dat als woonverblijf diende. Het werd al snel het ‘huisje van Sandberg’ genoemd. Er zat een kamer in met openslaande deuren, een slaapkamer en een keuken. Volgens foto’s was


Jaarboek 31, pagina 23

de inrichting gedeeltelijk modern met rieten meubels en biezen matten op de vloer, maar ook met een antieke eettafel en stoelen.
De jonkheren werden bijgestaan door bewakers van het Stedelijk Museum. Suppoost Hermanus Beijer ging in januari 1941 in Castricum wonen. (Het museum huurde de woning Breedeweg 10 voor een bedrag van 23,85 gulden per maand.)

Het 'huisje van Sandberg', waar de jonkheren Sandberg en Röell meestal verbleven, stond achter 'Kijk Uit'. Het was zowel met antiek als met modern meubilair ingericht (foto Stedelijk Museum).
Het ‘huisje van Sandberg’, waar de jonkheren Sandberg en Röell meestal verbleven, stond achter ‘Kijk Uit’. Het was zowel met antiek als met modern meubilair ingericht. Foto Stedelijk Museum.

Kort na de oorlog schreef Sandberg dat het voor de Duitsers geen geheim was waar de kluis zich bevond en wat erin verborgen zat:
“Zij hebben echter nooit hun handen naar de kunstwerken uitgestoken. Waarschijnlijk vonden ze dat de schilderijen nergens veiliger opgeborgen konden worden. Zij waren wel zo overtuigd van de overwinning dat zij te gelegener tijd de schatten wel eens op zouden halen.”

Er was zelfs sprake van een zekere bescherming. De Rijkscommissaris verordonneerde in augustus 1940 dat het zonder zijn bijzondere toestemming verboden was om de inhoud van de bergplaats te onderzoeken of iets van de inhoud mee te nemen.

Bezoekers van het Geversduin

Het Stedelijk Museum had van diverse instellingen en verzamelaars kunstwerken in bewaring genomen. Dat blijkt uit ontvangstbewijzen van musea en onder andere van paleis Noordeinde en paleis Soestdijk. Ook belangrijke collecties van grote verzamelaars, zoals ir. V.W. van Gogh, W.J.R. Dreesmann en Anton Philips zijn door het museum beschermd. Als dank voor het onderbrengen van zijn collectie schonk ir. Van Gogh na de oorlog het beroemde schilderij ‘La Berceuse’ aan het Stedelijk Museum.

Verschillende eigenaren en museumdirecteuren werden afwisselend door directeur jonkheer Roëll en jonkheer Sandberg ontvangen. Er is een film getiteld ‘Rembrandt in de schuilkelder’ bewaard gebleven, die laat zien hoe Sandberg een aantal bezoekers in de bergplaats rondleidt. Voorafgaande aan de opnamen kreeg de Castricumse elektriciën Piet van Duin nog de opdracht een paar extra contactdozen voor de filmlampen aan te brengen.

Het volgepakte interieur van de kelder waarin nauwelijks ruimte was voor de beambte. links ligt op de vomgrond de opgerolde Nachtwacht en daarachter staan stalen kasten met kostbare boeken en plaatwerken. Rechts kisten met kunstvoorwerpen en op de achtergrond de stalen rekken met schilderijen (foto Stedelijk Museum).
Het volgepakte interieur van de kelder waarin nauwelijks ruimte was voor de beambte. links ligt op de vomgrond de opgerolde Nachtwacht en daarachter staan stalen kasten met kostbare boeken en plaatwerken. Rechts kisten met kunstvoorwerpen en op de achtergrond de stalen rekken met schilderijen. Foto Stedelijk Museum.

Baard, toen nog werkzaam bij het Rijksmuseum, bezocht volgens de agenda de bergplaats op 22 juli 1940 en hij vermeldt in zijn eerdergenoemde boek: “Kost het de organisator van een tentoonstelling hoofdbrekens om goede combinaties en geschikte pendants te vinden voor zijn arrangement, bij het behangen van de rekken werd, los van stijl of tijd, slechts rekening gehouden met de afmeting en de dikte van de lijsten. In het onderaardse verblijf werden de kunstwerken van vijf eeuwen, dooreen geroerd met het verrassende resultaat, dat het beste boven bleef drijven. Als zodanig heb ik de exposities in de schuilkelders tot de interessantste gerekend die ik ooit mocht zien.”

Hendrik Werkman

Een bijzondere bezoeker van de Castricumse kluis was de Groningse drukker en schilder Hendrik Werkman. Sandberg was onder de indruk gekomen van zijn werk. In een interview zei Sandberg: “Ik was zo nieuwsgierig en zo geïntrigeerd door die grote bladen van Werkman, dat ik de man wou zien en wou weten wat hij verder deed.” Hij stapte op de trein naar Groningen en zocht hem in zijn


Jaarboek 31, pagina 24

kleine woning op. Werkman bleek een zeer terughoudende Groninger met wie niet gemakkelijk een gesprek te beginnen was. Toch raakten ze bevriend en bleven sedertdien het contact onderhouden.
Sandberg ontving Werkman in 1941 bij hem thuis en op een zondag nam hij hem en de schilder Jan Wiegers mee naar de kluis.

Hendrik Nicolaas Werkman ( 1882-1945)

Hendrik Werkman was in 1908 een drukkerij in Groningen begonnen. In het begin van de twintiger jaren had hij nog een grote drukkerij met ruim 20 man personeel. Nadat hij zijn bedrijf wegens zakelijke problemen had moeten sluiten, werd hij beeldend kunstenaar. Werkman schilderde en begon te experimenteren met materialen uit de drukkerij, waarbij hij geen gebruik maakte van de regels binnen het drukkersvak. Het zijn vooral de ‘druksels’ en het daaraan verwante drukwerk waarmee Werkman zich aan de hand van steeds nieuwe ontdekkingen ontwikkelde en zich als beeldend kunstenaar manifesteerde. Zijn druksels worden tot de prentkunst gerekend.
In Groningen maakte Werkman deel uit van de in 1918 opgerichte kunstenaarsvereniging ‘De Ploeg’.

Op 10 april 1945, een paar dagen voor de bevrijding, werd Werkman op 62-jarige leeftijd, samen met negen anderen, door een Nederlandse SD’er gefusilleerd. Drie dagen daarna werd de streek door de Canadezen bevrijd. Hoewel hij illegaal drukwerk verzorgde, is de reden van zijn executie nooit helemaal duidelijk geworden.

In een brief aan een vriend schreef Werkman op 20 mei 1941 uitgebreid over het uitstapje naar Castricum:
“Met graagte hebben Wiegers en ik die uitnodiging aangenomen, hebben met de heer en mevrouw Sandberg geluncht in hun optrekje (n.b. de directiekeet van het Stedelijk Museum) midden in de wildernis van het uitgestrekte duinlandschap genoten, zowel van de natuur als van de schilderijen, die anders in de musea hangen. Van Gogh, Gauguin, Cézanne, Utrillo, Picasso, Manet, Monet, Pissarro, Renoir en vele andere beroemde schilders.

Terug uit de kluis, mooi verkleumd door de kou die er heerscht, een wandeling door de duinstreek langs broedende vogels op hun nest – een fazant op 14 eieren onder andere Vlaamsche gaaien enzovoorts – de nachtegaal maakte van de nacht een dag en zong wat hij kon. Dat was het besluit van een onvergetelijke dag.
U kunt zich denken dat ik gelukkig en dankbaar gestemd ben en verrijkt teruggekeerd van een reis waartegen ik zoo heb opgezien. Eén ding staat voor mij vast: aan het werk.”

Na de reis naar Amsterdam en Castricum heeft Werkman in een serie van zijn mooiste ‘druksels’ aan zijn herinneringen gestalte gegeven. Allerlei natuurmotieven komen er in terug.

Hij was van plan er een oplage van te maken met een pagina tekst bij elk werk, maar dat was er nog niet van gekomen. Daarover schreef hij: “Wel heb ik over de tekst nagedacht, maar de tijd is er nog niet rijp voor en de tekst niet rijp voor de tijd. ” Hij was wel tevreden met het resultaat: “Om twee redenen ben ik met de map Amsterdam-Castricum in mijn schik. In de eerste plaats omdat ik weer aan de slag ben met het maken van drukken en in de tweede plaats omdat het resultaat geheel anders is dan wat ik het laatst heb gemaakt.”

Druksel van Hendrik Werkman uit de serie Amsterdam-Castricum, waarin hij de kluis uitbeeldt. De hele serie bestaat uit 11 kleurrijke drukwerken (foto Stedelijk Museum).
Druksel van Hendrik Werkman uit de serie Amsterdam-Castricum, waarin hij de kluis uitbeeldt. De hele serie bestaat uit 11 kleurrijke drukwerken. Foto Stedelijk Museum.

Sandberg vertelde in een interview over de fantastische wijze waarop Werkman de kluis heeft afgebeeld: “Een of andere vogel komt uit de kluis, zoiets als inspiratie. Ook zie je de grammofoon bij ons thuis waarop we jazz-platen draaiden, een bruggetje over een Amsterdamse gracht enzovoorts. Dat is er allemaal uit voortgekomen en dat heeft hem eigenlijk weer op gang gebracht om te werken.”

De latere directeur van het Rijksmuseum professor Van Os schreef ter gelegenheid van de Werkmantentoonstelling,


Jaarboek 31, pagina 25

die in 1965 in Groningen plaatsvond, dat Werkman van onvervangbare betekenis is geweest voor de Nederlandse beeldende kunst.

Jan Romein

Sandberg en zijn vrienden leefden vol verwachting toe naar het einde van de oorlog. In commissies of groepjes werd veel gefilosofeerd over de toekomst. Sandberg zat in een Amsterdams groepje met onder andere de historicus Jan Romein. In het boekje ‘Sandberg, portret van een kunstenaar’ wordt hij als volgt geciteerd: “We zaten vaak in het barakje bij de kunstkluis in Castricum en hebben echt geprobeerd uit te denken hoe die tijd na de oorlog eruit zou moeten zien. Uit die gesprekken is een boekje van Jan Romein voortgekomen, dat ‘Nieuw Nederland’ heette en dat kort na de bevrijding is verschenen.”

Jan Romein schrijft in het voorwoord van zijn boek ‘Nieuw Nederland’ dat hij niet in staat zou zijn geweest het te schrijven, als hij niet tijdens de bezetting deel had genomen aan de bijeenkomsten van een studieclubje, waarin de toekomstvisies uitgebreid werden besproken. Eén van de aanbevelingen was dat in een nieuwe grondwet moest worden vastgelegd, dat de kleine burgerij, het fabrieks- en kantoorpersoneel, de ambtenaren en de intellectuelen, kortom de grote massa van de bevolking, in de nieuwe regering vertegenwoordigd zouden moeten zijn in plaats van de vroegere minderheid.

Sommige deelnemers aan de bijeenkomsten, die op verschillende plaatsen in het land plaatsvonden, hebben het einde van de oorlog niet gehaald. Jan Romein droeg het boek aan hen op.

Jan Romein ( 1893-1962)

Jan Romein was een Nederlands historicus en vanaf 1939 hoogleraar te Amsterdam. In 1920 trouwde hij met schrijfster en historica Annie Verschoor. Vooral vraagstukken op het terrein van de theoretische geschiedenis en de historiografie hadden zijn aandacht. De eerste publicatie over het dagboek van Anne Frank was van zijn hand. In de vroege jaren 1950 stond Romein tamelijk geïsoleerd vanwege zijn communistische sympathieën en in 1951 werd hem de toegang tot de Verenigde Staten geweigerd.

Hij schreef onder andere ‘In opdracht van de tijd’ en ‘Op het breukvlak van twee eeuwen’. In dat boek poogt hij een integrale visie op de geschiedenis te geven. Samen met zijn echtgenote schreef hij ‘De lage landen bij de zee’ en ‘Erflaters van onze beschaving’, boeken die nu nog worden gewaardeerd.

Sandberg: “We dachten dat iedereen door alle oorlogsbelevenissen, de bezetting en de concentratiekampen zo tot in zijn ziel doorkneed was, dat er nieuwe mensen uit tevoorschijn zouden komen. Dat was dus een grote teleurstelling na de bevrijding. Daar werd niets van zichtbaar’. Iedereen holde terug naar zijn baantje, beroep ofzaak van vóór 1940. Terwijl wij dachten dat 1940 nu volledig afg elopen was en een nieuwe fase zou aanbreken.”

Achterin de kluis de uitschuifbare rekken met schilderijen. Te herkennen zijn schilderijen van Van Gogh en in het midden op de onderste rij een werk van Toulouse-lautrec (foto Stedelijk Museum).
Achterin de kluis de uitschuifbare rekken met schilderijen. Te herkennen zijn schilderijen van Van Gogh en in het midden op de onderste rij een werk van Toulouse-Lautrec. Foto Stedelijk Museum.

Kunstenaarsverzet

Uit hoofde van zijn beroep als conservator en graficus stond Sandberg vanaf het begin van de bezetting midden in alle problemen en discussies over de positie van de kunstenaar tegenover de bezetter. In het najaar van 1941 werd het zogenaamde Haags Comité opgericht ter bespreking van een naoorlogse bestuursorganisatie voor kunstenaars. Onder andere de beeldhouwer Frits van Hal en de schilder J.J. Voskuil maakten er deel van uit. Eens in de veertien dagen kwam dit Comité bijeen in het Stedelijk Museum of in het ‘huisje van Sandberg’, de directiekeet bij de kunstbergplaats. Sandberg verzorgde de contacten met het Amsterdams Comité, dat een gelijke doelstelling kende.

In de agenda’s van de bergplaats komen we verder bekende namen tegen, zoals Rudolf Mengelberg tot 1954 artistiek leider van het Concertgebouw en staatsrechtgeleerde professor G.A. van Poelje.


Jaarboek 31, pagina 26

Ook de namen Willem Arondéus, Johan Brouwer en Koen Limperg vallen op, namen uit het kunstenaarsverzet en deelnemers aan de aanslag op het Bevolkingsregister van Amsterdam op 27 maart 1943. De Duitsers hadden in november 1941 de Kultuurkamer ingesteld en kunstenaars moesten verplicht lid worden om naar buiten te kunnen treden met hun werk. Degenen die dat principieel weigerden, werd het brood uit de mond gestoten, omdat ze geen overheidsopdrachten meer konden uitvoeren of niet meer konden optreden. Hieruit kwam het kunstenaarsverzet voort.

Er werd een steunfonds opgericht voor kunstenaars die door het niet accepteren van opdrachten in moeilijkheden kwamen. Voor de beeldende kunstenaars en de schrijvers was een groepje mensen actief, dat naast de eerder genoemden bestond uit Gerrit van der Veen, Willem Sandberg en Leen van Dijk. Laatstgenoemde, toentertijd belastinginspecteur in Leiden, was belast met de financiën.
Zij raakten ook op andere manieren in het verzet betrokken en zetten zich in voor het verspreiden van valse persoonsbewijzen. Het vervaardigen van het pseudo-watermerk noemde Sandberg het beste stukje typografie waaraan hij ooit gewerkt had.

De aanslag op het Amsterdamse Bevolkingsregister

Joden werden van een andere identiteit voorzien, ook degenen die voor de arbeidsdienst naar Duitsland dreigden te worden gestuurd en verzetsmensen. De valsheid van de persoonsbewijzen kon moeilijk worden vastgesteld, maar men kon ze wel altijd verifiëren op het Bevolkingsregister. Om die reden beraamde de groep een aanslag op het Bevolkingsregister van Amsterdam; een gebouw naast de ingang van ‘Artis’.

Er ging een maandenlange voorbereiding aan vooraf. Begin maart 1943 was alles gereed. Architect Koen Limperg had een plattegrond van het gebouw gemaakt. Springstof en brandstof benzol was beschikbaar en de nagemaakte uniformen lagen klaar. De aanslag werd uitgevoerd op 27 maart 1943. Willem Arondéus, schilder en schrijver, was daarbij verkleed als politiekapitein en de beeldhouwer Gerrit van der Veen als politieluitenant. De aanslag werd uitgevoerd zoals de bedoeling was, zonder dat er slachtoffers vielen. De geschiedenis van deze opzienbarende verzetsdaad is uitgebreid beschreven door dr. L. de Jong in deel 6 (II) van ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’.

Door Sandberg ontworpen gedenksteen mei de namen van de verzetsstrijders die de aanslag op het bevolkingsregister van Amsterdam uitvoerden. De steen is aangebracht op de gevel van het voormalige bevolkingsregister de huidige studio Plantage naast de ingang van Artis.
Door Sandberg ontworpen gedenksteen mei de namen van de verzetsstrijders die de aanslag op het bevolkingsregister van Amsterdam uitvoerden. De steen is aangebracht op de gevel van het voormalige bevolkingsregister de huidige studio Plantage naast de ingang van Artis.

Een deel van de voorbereidingen zal vast in het Geversduin hebben plaatsgevonden. Volgens de kluisagenda van 1942 zijn Arondéus, Brouwer en Limperg meerdere malen bij Sandberg op bezoek geweest en de deelnemers gingen enkele dagen na de aanslag terug naar Castricum. Op 31 maart 1943 hebben ze er volgens een verklaring van de eerder genoemde Leen van Dijk een feestje gevierd. In het ‘huisje van Sandberg’ is dat niet meer geweest; dat was een maand eerder afgebroken. Waar het dan wel heeft plaatsgevonden, is niet duidelijk. Misschien was het de woning die het Museum aan de Breedeweg huurde. We zullen het waarschijnlijk nooit meer te weten komen.

Van meer belang is dat al de volgende dag de arrestaties begonnen. Alleen Sandberg, die vanwege zijn bekende gezicht en zijn tengere postuur niet aan de aanslag had deelgenomen, en Gerrit van der Veen konden nog onderduiken. Twaalf mannen werden, na een proces in het Tropenmuseum, ter dood veroordeeld en op 1 juli 1943 in de duinen bij Overveen gefusilleerd. Gerrit van der Veen is later, na een overval op het Huis van Bewaring aan de Weteringschans, alsnog gepakt en op 10 juni 1944 gefusilleerd. Willem Sandberg was op de dag van de arrestaties bij de kunstbergplaats in Zandvoort en zijn vrouw kon hem nog tijdig waarschuwen. Hij werd in eerste instantie opgevangen in het huis van de familie Van Gogh in Laren en dook daarna onder in Limburg, waar hij de resterende oorlogsjaren aan het verzet bleef deelnemen.

Op de gevel van het voormalige Bevolkingsregister, de huidige Plantagestudio, is een door Willem Sandberg ontworpen plaquette geplaatst met de namen van de twaalf deelnemers en helpers.
De aanslag op het Bevolkingsregister wordt nog ieder jaar in Amsterdam herdacht en Provinciale Staten van Noord-Holland besloten in 2004 tot een jaarlijkse themalezing, die de naam Willem Arondéuslezing heeft gekregen.


Jaarboek 31, pagina 27

Willem Arondéus (1894-1943)

‘Het is of ik verduisterd leef – zonder leed en zonder vreugde.’
Willem Arondéus, beeldend kunstenaar en later schrijver, getuigt in zijn dagboekaantekeningen van een verscheurd en eenzelvig bestaan. In de televisiefilm ‘Na het feest, zonder afscheid verdwenen’ belicht documentairemaakster Toni Boumans zijn verzetsactiviteiten, zijn homoseksualiteit en zijn kunstenaarschap. Vier grote opdrachten vielen hem ten deel: een schilderij voor het Rotterdamse stadhuis, twee wandschilderingen in openbare gebouwen in Amsterdam en het ontwerpen van negen gobelins in het Noord-Hollands provinciehuis. Hij schreef twee romans en een biografie van de schilder Matthijs Maris.

Marco Entrop schreef een boek over hem getiteld: ‘Onbekwaam in het compromis’. Van de hand van Rudi van Dantzig verscheen het boek ‘Het leven van Willem Arondéus’.

Ontruiming bergplaats

In december 1941 besloot de Wehrmacht tot de bouw van een verdedigingslinie langs de westkust: de Atlanticwall. De kust, het strand en het direct aangrenzende achterland werden tot strijdtoneel verklaard. Castricum behoorde tot een van de vier steunpuntsgroepen tussen Den Helder en IJmuiden. Dit had de bouw van honderden bunkers, radarinstallaties enzovoort tot gevolg en in november 1942 moesten veel inwoners voor wie het verblijf in het dorp niet noodzakelijk was, vertrekken.

De burgemeester van Amsterdam ontving van de Staatssecretaris op 15 oktober 1942 de opdracht de kunstbergplaats te ontruimen:
“Der Wehrmachtbefehlshaber in den Niederlanden bittet mich zu veranlassen dass der Schutzkeller des Städtischen Museums in Amsterdam bei Castricum umgehend geräumt wird. Die Schlüssel wären sodann bei der Wehrmachtkommandantur abzugeben. lch habe darauf hingewiesen, dass diese Räumung mit Schwierigkeiten verbunden ist. Die Wehrmacht muss aber, da sich dieser Bunker in einer Kampfstellung befindet, auf ihrem Wunsch bestehen.”

Een nieuwe verhuizing moest worden voorbereid. Hoewel de berging van het Rijk in Zandvoort eerder was ontruimd, konden veel kunstschatten uit Castricum daar in maart 1943 toch naar toe. De Lipsdeuren en de luchtbehandelingsinstallatie waren al eerder gedemonteerd en net als het ‘huisje van Sandberg’ naar Zandvoort overgebracht. Een laatste transport vertrok op 12 maart 1943 naar een nieuwe rijksbergplaats in Paaslo. Het logboek werd op die dag door bewaker Beijer afgesloten met het woord: ‘finis.’ Daarmee eindigde de geschiedenis van de kunstbergplaats in Castricum.

Baard: “Na de laatste transporten naar de duindepots kwam over ons nationaal kunstbezit eindelijk de rust, die niet vóór de bevrijding verstoord zou worden. Ver buiten de stille kluizen werd intussen een gigantische strijd, onverbiddelijk op leven en dood, voortgezet.”

Van bergplaats voor kunst, soldatenverblijf, fietsen en aardappelen tot filmarchief. Op de achterwand staan de woorden 'England verrecke'; het laatste woord is door de stellingen onzichtbaar.
Van bergplaats voor kunst, soldatenverblijf, fietsen en aardappelen tot filmarchief. Op de achterwand staan de woorden ‘England verrecke’; het laatste woord is door de stellingen onzichtbaar.

In de omgeving van de bergplaats werden verschillende bunkers gebouwd. De bergplaats zelf is door de Duitsers onder andere als opslagplaats in gebruik genomen. De Castricummer Piet Stuifbergen (87) is er getuige van geweest dat er fietsen in werden opgeslagen en dat de ruimte enige tijd woon- en slaapgelegenheid voor Duitse soldaten is geweest. Niet of nauwelijks meer zichtbare opschriften op de muren getuigen van de aanwezigheid van de andere gebruikers. Aan het einde van de bunker was in gotische letters de wens ‘England verrecke’ aangebracht. Links en rechts stonden de slogans ‘Ein Volk, ein Reich, ein Führer’ en ook ‘Führer befehlt, wir folgen’.

Na de oorlog

De kostbaarste zaken werden in juni 1945 per schip van Maastricht naar Amsterdam teruggebracht. De Nachtwacht kwam aan boord van het schip met de naam ‘ Van God gegeven’ . Op hetzelfde moment dat de schepen Am-


Jaarboek 31, pagina 28

sterdam binnenvoeren, vierde de jubelende stad de komst van de Koningin.
Baard: “Zoo was dan in de zomer van 1945 eindelijk het moment gekomen waarop een deel van de nationale kunstschatten na een al te lange onderbreking zijn plaats in de nieuwe samenleving kon hernemen.” Op de binnenplaats van het Rijksmuseum werd de Nachtwacht ontrold en weer opnieuw op het raamwerk aangebracht. Het schilderij bleek tot ieders opluchting alle beproevingen goed te hebben doorstaan.

Na de oorlog zijn de Duitse bunkers grotendeels gesloopt of onder het zand verdwenen. Niet echter de bergplaats van de gemeente Amsterdam. Nadat het zelfs nog even een opslagplaats is geweest voor de aardappelen van groenteboer Stengs, bepleitte Sandberg in 1952 bij de wethouder voor Kunstzaken van Amsterdam om de kluis weer voor kunstopslag geschikt te maken. Hij stuurde een tekening van de gewenste aanpassingen overeenkomstig adviezen van een militair bureau en in verband met beveiliging tegen atoombommen ook van de directeur van het Instituut voor Kernphysisch Onderzoek.

In zijn brief aan de wethouder herinnerde hij aan de dramatische meidagen van 1940, toen in allerijl de voornaamste kunstwerken van het Rijksmuseum naar de gemeentekluis in Castricum werden overgebracht en hoe de Nachtwacht op een grasveldje werd opgerold. Sandberg was duidelijk trots op de kluis, want hij liet de wethouder weten: “De kluis was de eerste in Holland en wat ligging, outillage en camouflage betreft, zeker de beste.”

Naar aanleiding van de Hongaarse opstand waarschuwde Sandberg in 1956 het gemeentebestuur opnieuw. Tevergeefs drong hij aan op herstel en modernisering van de kluis. Als voorzitter van het Filmmuseum kreeg hij het in 1958 wel voor elkaar dat de bergplaats voor het bewaren van brandbaar filmmateriaal in gebruik kon worden genomen. Aan de Willemslaan verrees een houten barak die tot 1969 als kantoor en werkplaats van het Filmmuseum dienst deed. Deze stond gedeeltelijk op de nog aanwezige betonnen baan van een V1 lanceerinrichting. Tegenwoordig is dezelfde barak een deel van het clubgebouw van de Kennemer IJsbaan.

De tegenwoordig met een hek extra beveiligde toegang tot de kluis aan de Helmweg in het Geversduin. Het bouwwerk is vanwege de historische achtergrond terecht als gemeentelijk monument aangewezen.
De tegenwoordig met een hek extra beveiligde toegang tot de kluis aan de Helmweg in het Geversduin. Het bouwwerk is vanwege de historische achtergrond terecht als gemeentelijk monument aangewezen.

De kunstbergplaats vervult tot op de dag van vandaag nog een belangrijke functie en bovendien is het een stuk cultuurhistorisch erfgoed van nationale betekenis.

Niek Kaan

Bronnen:

Publicaties:

  • Baard, H.P., Kunst in Schuilkelders, Den Haag 1946.
  • Dantzig van, R., Het leven van Willem Arondéus, AmsterdamAntwerpen 2003.
  • Entrop, M., Onbekwaam in het compromis, Willem Arondéus kunstenaar en verzetsstrijder, Amsterdam 1993.
  • Hendriks, A., Huis van illusies, Amsterdam 1996.
  • Jong, L. de, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog delen 2, 6 en 13, Den Haag 1975.
  • Kalf, J., Bescherming van Kunstwerken tegen Oorlogsgevaren, Den Haag 1938.
  • Leeuw-Marcar, A., Willem Sandberg portret van een kunstenaar, Amsterdam 1981.
  • Martinet, J., Brieven van H.N. Werkman 1940- 1945, Amsterdam 1968.
  • Os, H. W., Werkman, H.N., Groningen 1965.
  • Petersen, A., Brattinga P., Sandberg: een documentaire, Amsterdam 1975.
  • Rikhof, F., Kunst in een bunker, Ons Amsterdam, jaargang 48, nummer 3.
  • Romein, J., Nieuw Nederland, Amsterdam 1945.
  • Soeting, M., Het Stedelijk Museum in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog, Jong Holland nummer 2, jaargang 17, 2001.

Archieven:

  • Filmmuseum Amsterdam, met dank aan de heer H. de Smidt.
  • Gemeente Castricum, met dank aan de heer H. Stigt.
  • Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie.
  • Provinciaal Waterleidingbedrijf, met dank aan de heer H. Posthuma.
  • Stedelijk Museum Amsterdam.
  • Stadsarchief Amsterdam.

28 juni 2022

Gemeentebestuur 1812 – 1919, 1e deel (Jaarboek 31 008 pg 3-18)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 31, pagina 3

Het gemeentebestuur van Castricum tussen twee fusies:

de fusie met Bakkum in 1812 en de fusie met Limmen en Akersloot in 2002 (1e deel)

Inleiding

In het jaar 1812 zijn de gemeenten Bakkum en Castricum samengevoegd. In 2002 volgt de fusie met de gemeenten Akersloot en Limmen. In de tussenliggende periode van bijna 200 jaar zijn er allerlei ontwikkelingen geweest in het bestuur van de gemeente Castricum. Dit artikel neemt u mee vanaf de beginsituatie met een schout, 5 raadsleden en zonder politieke partijen naar de situatie van eind 2001 met een burgemeester, 19 raadsleden en 6 politieke patiijen. Het atiikel verschijnt in meerdere delen; dit eerste deel behandelt de periode 1812 tot 1919, het jaar dat de nieuwe Kieswet in werking treedt. De overige delen verschijnen in de hierna volgende jaarboeken.

De geschiedenis van het gemeentebestuur wordt behandeld in een aantal afgebakende perioden:

  • de voorgeschiedenis tot 1812
  • de periode van 5 raadszetels tot het in werking treden van het Reglement op het Bestuur ten Platten lande in 1825
  • de periode van 6 raadszetels tot in 1851 de nieuwe Gemeentewet van Thorbecke van kracht wordt
  •  en vervolgens de periode van 7 raadszetels die bijna 70 jaar duurt tot de nieuwe Kieswet van 1919.

Door deze wet verandert er veel: iedere volwassen burger moet elke vier jaar stemmen voor een nieuwe gemeenteraad; de verkiezingen zijn gekoppeld aan kieslijsten en politieke partijen.

Van elke periode worden in dit artikel de namen en de zittingsperiode van de raadsleden vermeld en de namen van de raadsleden die tot wethouder zijn benoemd. Van de in die periode functionerende burgemeester(s) en de belangrijkste ontwikkelingen in het dorp wordt een korte beschrijving gegeven. Het artikel wordt afgesloten met een alfabetische lijst van alle leden van de gemeenteraad in de periode 1812-1919 met een korte persoonsbeschrijving.

Voorgeschiedenis tot 1812

Het dorpsbestuur in de 18e eeuw wordt gevormd door een schout met vijf schepenen. Voor de verkiezing van het dorpsbestuur wordt ieder jaar door de schout een nominatie opgemaakt; daarop volgen de benoemingen door de ambachtsheer voor de periode van één jaar en wel van Pasen tot Pasen. De ambachtsheer had een zekere regeermacht over een banne of dorp. Deze macht of heerlijke rechten waren door aankoop verworven en gingen door vererving over op volgende generaties. Zo’n banne of dorp werd een (ambachts)heerlijkheid genoemd.

Bakkum en Castricum zijn twee afzonderlijke dorpen met elk een eigen bestuur. De grens tussen beide dorpen ligt ter hoogte van de huidige Zeeweg en de Schulpvaart naar Limmen. Door de aankoop in 1749 van de ambachtsheerlijkheid Bakkum door Nicolaas Geelvinck, de ambachtsheer van Castricum, hebben beide dorpen dezelfde ambachtsheer, die vervolgens ook in beide dorpen dezelfde schout heeft aangesteld: tot 1778 Leonard Tempelaar en daarna mr. Joachim Nuhout van der Veen.

Joachim Nuhout van der Veen
Joachim Nuhout van der Veen

In 1787 bestaat het dorpsbestuur van Castricum uit de schout mr. Joachim Nuhout van der Veen en de schepenen: Jacob Drost, Pieter Duijneveld, Cornelis Stet, Cornelis van den Dam en Jan Brakenhoff.
In datzelfde jaar bestaat het dorpsbestuur van Bakkum uit diezelfde schout en de schepenen: Jan Twisk, Gerrit Kuijs, Klaas Duijn, Jan van Bruijnswaard en Simon Duinmaijer.

De stichting van de Bataafse Republiek in 1795 brengt een radicale ommekeer in het staatsbestel, gebaseerd op de beginselen van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Regenten worden afgezet en vervangen door representanten van de burgerij. Schout en schepenen van Castricum roepen op 9 februari 1795 alle stemgerechtigde burgers van Castricum bijeen in de kerk om een nieuw dorpsbestuur samen te stellen. Voor het eerst in de geschiedenis worden verkiezingen gehouden. In totaal 110 mannen van 20 jaar of ouder zijn aanwezig en reageren enthousiast op de redevoering van de Castricumse schout Joachim Nuhout van der Veen: “Ziet daar dan eindelijk de zon der vrijheid met een schitterende glans doorbroken en het Neerlands volk uyt den afgrond gered.” Deze woorden uit de redevoering van de schout staan op de sokkel van


Jaarboek 31, pagina 4

het monument ter herdenking van de Slag bij Castricum bij het gemeentehuis.
Joachim Nuhout van der Veen is een fervent voorstander van de nieuwe beginselen en geniet landelijke bekendheid.

De representanten van het volk maken die dag plaats voor een gekozen municipaliteit, die de functie heeft van de huidige gemeenteraad. In feite verandert er weinig op het platteland. Wel wordt vanaf die tijd geprobeerd een scheiding tussen bestuur, wetgeving en rechtspraak aan te brengen. Ambachtsheerlijkheden worden zelfstandige gemeenten die hun eigen bestuur kiezen.

In 1802 wordt op verzoek van het Departementaal bestuur van Holland een plaatselijke commissie van drie personen ingesteld om een ontwerp te maken voor de inrichting van het gemeentebestuur. Gerrit Brasser, Cornelis van den Dam en Jan Pietersz Kuijs worden in deze commissie benoemd: zij mogen in het raadhuis vergaderen en dienen binnen 6 weken met het ontwerp gereed te zijn. Op 21 oktober 1802 is het zover en kunnen de stemgerechtigde burgers zich de daaraanvolgende week hierover uitspreken. Het reglement, dat een jaar later door het Departementaal Bestuur van Holland wordt goedgekeurd, bestaat uit 22 artikelen waarvan de belangrijkste zijn:

  • het gemeentebestuur bestaat uit 3 burgers, die stemgerechtigd moeten zijn, minstens 25 jaar oud zijn en tenminste twee jaar in Castricum hebben gewoond;
  • elk jaar treedt op 1 mei één lid af, die weer herkiesbaar is;
  • het gemeentebestuur kiest uit zijn midden een president, die ieder half jaar door een andere wordt vervangen.

Om de scheiding van rechtspraak en burgerlijk bestuur daadwerkelijk gestalte te geven, wordt ook een reglement opgesteld voor de Civiele Rechtbank te Castricum. Volgens dit reglement, opgesteld in 1804 en goedgekeurd door het departementaal bestuur, bestaat de rechtbank uit de schout en vijf schepenen, waaronder de drie leden van het gemeentebestuur.

Tussen 1795 en 1810 is Nederland in een aantal fasen bij het Franse rijk ingelijfd. Het verschil tussen stad en platteland wordt opgeheven en voor het eerst wordt de term ‘gemeente’ ingevoerd.
Bij Keizerlijk Decreet van 9 juli 1810 is de volledige inlijving van Nederland een feit. Het geannexeerde gebied wordt vanaf 1 januari 1811 verdeeld in 7 departementen, elk onderverdeeld in arrondissementen en die weer in kantons en gemeenten. Het departement van de Zuiderzee omvat globaal het grondgebied van de huidige provincies Noord-Holland en Utrecht. Dit departement wordt onderverdeeld in de arrondissementen Amsterdam, Hoorn, Utrecht en Amersfoort. Castricum en Bakkum vallen onder het arrondissement Hoorn.
In de praktijk blijken de arrondissementen Amsterdam en Hoorn te groot te zijn. Het Keizerlijk Decreet van 21 oktober 1811 regelt daarom de splitsing van het arrondissement Amsterdam in dat van Amsterdam en Haarlem en het arrondissement van Hoorn in dat van Hoorn en Alkmaar. Daarmee vallen vanaf die datum Castricum en Bakkum onder het arrondissement Alkmaar.

In de archieven van het arrondissement Hoorn zijn lijsten bewaard gebleven van de processen-verbaal betreffende maires (burgemeesters), adjoints (wethouders) en municipale raden (raadsleden) in de gemeenten (in het arrondissement Hoorn), die op 19 juli 1811 worden geïnstalleerd en beëdigd.
Voor de gemeente Castricum: maire Jan Glorie, adjoint Albert Maartensz. Knaap, municipale raden Wouter de Bie, Fulps Ranke, Gerrit Brasser, Evert Asjes en Pieter Schavemaker.
Voor de gemeente Bakkum: maire Jan van Bruijnswaard, adjoint Arie Admiraal, municipale raden Simon Duijnmaijer, Willem Brakenhoff, Pieter Gerritsz. Kuijs, Jacob Stuifbergen en Albert Dirksz. Knaap.

Voor Bakkum wordt Jan van Bruijnswaard benoemd tot burgemeester, een post die hij om allerlei redenen beslist niet ambieert. Hij smeekt het bestuur van het arrondissement om van deze post te worden ontheven. Zijn brief van 16 juli 1811 is hieronder letterlijk weergegeven.

Brief van De Provisionele Maire van Baccum (J. van Bruijnswaard) aan Den Heer onder Prefekt van het Arrondissement Hoorn in het Departement van de Zuiderzee.

Mijn Heer de Onderprefekt
Nooit vervoegde zich voorzeker iemand met meer regt tot UwelED. Gestr. om van den Post, welken hij bekleede, ontslagen te worden, dan ik; althans wanneer een zeventig jarige ouderdom, vergezeld van die gebreken welke daar aan zeer dikwijls eigen zijn en bijzonder het gemis van eene der voornaamste zintuigen het gehoor, voor voldoende redenen tot ontslag mogen gerekend worden.
Daarbij en dit blijde ik welmeenend, beken ik gaarn dat ik geene der vereischten bezit, welke tot dien Post worden gevorderd en evenwel zoo hoog nodig zijn. Mijne Jaren eisschen zoveel mogelijk rust en ik gevoel geenen schijn van eerzucht tot een Ambt, waar toe jeugdige krachten, kunde, en bekwaamheid boven alles onontbeerlijk zijn. Van mijne jeugd af was mijn beroep de Duinmaijerij, zeer verre verwijderd van de politieke loopbaan waarin men mij nu geplaatst heeft, terwijl mijne krachten afneemen, mijne vermogens afgesleeten zijn en mijn lichaam ten grave neigt.
Behoef ik mijn Heer de OnderPrefekt hier wel iets meer bij te voegen? Ja eene zaak moet ik nog aanvoeren onder zoo veelen welke ik zoude kunnen bijbrengen en deze is dat ik de Fransche Taal niet verstaa en dus de wetten niet leezen, veel min verstaan kan, waardoor ik niets dan onheil stigten zoude voor de Ingezetenen, welker geluk ik zoude moeten bevorderen. Dit alles, vertrouw ik, zal genoeg zijn om UwelED.Gestr. te verzoeken, ja te smeeken om mijn ontslag te helpen bewerken.
Zoo dit niet gebeurde moet ik om mijnen korten leeftijd met een vrij geweeten te eindigen, ronduit


Jaarboek 31, pagina 5

verklaren dat ik mij onverantwoordelijke houde voor de gevolgen, welke ten nadele der Burgerij uit mijn onwillig verkeerd gedrag en handelwijze noodwendig moeten en zullen ontstaan en waarvan ik de straffen mij zoude op den hals halen.
Ik vertrouw dat mijn verzoek, welke dat is van eenen afgeleefden grijsaart, niet zonder gewenschte uitwerking blijven zal en in die verwachting heb ik de eer met verschuldigde hoogachting te zijn.

Mijn Heer de Onder Prefekt

UwelEd.Gestr. onderdanigen en gehoorzamen Dienaar
J. v. Bruijnswaard

Aan zijn verzoek is geen gehoor gegeven. Nog op 18 oktober in datzelfde jaar overlijdt Jan van Bruijnswaard.

Samenvoeging van Castricum in 1812

Bij Keizerlijk Decreet van 21 oktober 1811 wordt bepaald dat met ingang van l januari 1812 Castricum en Bakkum zullen worden samengevoegd. Als burgemeester is benoemd mr. Jacob Nuhout van der Veen, de 32-jarige zoon van de afgetreden schout van Castricum en Bakkum mr. Joachim Nuhout van der Veen.

De samenvoeging van Bakkum (110 inwoners) en Castricum (520 inwoners) is een onderdeel van een gemeentelijke herindeling in de Franse tijd die veel meer gemeentes treft. In onze regio worden per dezelfde datum de volgende gemeenten samengevoegd: Wimmenum (68 inwoners) bij Bergen (628), Limmen (442) bij Heiloo (480), Groet (149) bij Schoorl (564) en Veenhuizen (175) en Oterleek (444) bij Heerhugowaard (659).

Op 5 januari 1812 wordt de nieuwe gemeenteraad op het raadhuis van Castricum geïnstalleerd, bestaande uit de volgende raadsleden: Arie Admiraal, Simon Duinmaijer, Albert

Kaartje van de beide gemeenten zoals is ingetekend op de gemeentekaart uit 1867. De lila lijn geeft ongeveer het verloop weer van de grens tussen de afzonderlijke gemeenten Bakkum en Castricum.
Kaartje van de beide gemeenten zoals is ingetekend op de gemeentekaart uit 1867. De lila lijn geeft ongeveer het verloop weer van de grens tussen de afzonderlijke gemeenten Bakkum en Castricum.

Jaarboek 31, pagina 6

Knaap, Wouter de Bie, Fulps Ranke, Gerrit Brasser, Evert Asjes, Pieter Schavemaker en Willem Brakenhoff. Van hen wonen Arie Admiraal, Simon Duinmaijer en Willem Brakenhoff in Bakkum en de overigen in Castricum.
Arie Admiraal wordt ‘adjoinct du maire’ (wethouder) en de overigen worden raadsleden. Het gemeentebestuur bestaat naast de burgemeester uit een wethouder (Arie Admiraal) en tien raadsleden. Naast de acht geïnstalleerde leden zijn er ook twee vacatures. De benoeming betreft namelijk ook Jan van Bruijnswaard, die inmiddels is overleden en Jan Glorie die zijn benoeming vanwege zijn slechte gezichtsvermogen en hoge ouderdom niet heeft aanvaard.

Burgemeester Jacob Nuhout van der Veen doet op 7 maart 1812 in een brief aan de onder-prefect een dringend verzoek om te worden ontslagen, omdat het hem onmogelijk is gebleken om het burgemeestersambt te combineren met dat van notaris (in Alkmaar). Voorlopig blijft hij echter in functie.
Per 1 januari 181 3 zijn drie kandidaten voor de post van burgemeester genomineerd:

  1. Pieter Kieft, tabaksverkoper, geboren in 1783, 29 jaar, woont in Castricum, gehuwd, 3 kinderen, ontvanger der indirecte belastingen, persoonlijk bezit 300 gulden, omschreven als man met verstand, fatsoen en goede wil;
  2. Arie Admiraal, adjoint, geboren in 1760, 52 jaar, woont in Bakkum, gehuwd, 5 kinderen, landbouwer, persoonlijk bezit 300 gulden, omschreven als man met beperkte capaciteiten voor zijn functie;
  3. Simon Duinmaijer, raadslid, geboren in 1762, 50 jaar, woont in Bakkum, gehuwd, 6 kinderen, landbouwer, persoonlijk bezit 400 gulden, geschikt voor de functie.

Op 6 januari 1813 leggen Pieter Kieft als burgemeester van Castricum en Arie Admiraal als ‘adjoint du maire’ de eed af en worden geïnstalleerd op het raadhuis te Castricum in het bijzijn van de afgetreden burgemeester Jacob Nuhout van der Veen; beide heren waren op 25 december 1812 door de prefect van het departement benoemd.
Pieter Kieft neemt in zijn nieuwe functie al op 13 februari 1813 contact op met de onderprefect over de twee vacatures in de gemeenteraad. Als kandidaten worden voorgesteld: Cornelis van den Dam, geboren 8 oktober 1750 en Cornelis Schrama, geboren 1 maart 1746; beiden zijn weduwnaar, hebben geen kinderen en zijn veehouder met een jaarinkomen van 5.000 gulden.

Na het einde van de Franse overheersing, waardoor de Nederlandse onafhankelijkheid wordt hersteld, maken de grondwetten van 1814 en 1815 weer onderscheid tussen stedelijke en plattelandsgemeenten. De gemeentelijke samenvoegingen worden bij Koninklijk Besluit van 13 december 1815 weer ongedaan gemaakt. Dat geldt echter niet voor Bakkum en Castricum, die al vele tientallen jaren dezelfde ambachtsheer en schout hadden gekend en in zeker opzicht al samen optrokken. Bovendien was er in Bakkum geen burgemeester beschikbaar. Onze gemeente ging in 1817 ‘Castricum en Bakkum’ heten.

Ook worden na de Franse overheersing de rechten van de ambachtsheer ten dele hersteld, waarbij de benoeming van raadsleden mede geschiedt op voordracht van de ambachtsheer.
Gesproken wordt enerzijds van steden, anderzijds van heerlijkheden, districten en dorpen. De organisatie van het bestuur ten plattelande wordt vastgelegd in een reglement van 1815. Krachtens dit reglement keert de schout terug; hij is tevens secretaris en ontvanger en wordt bijgestaan door een raad. In de gemeente ‘Castricum en Bakkum’ bestaat de raad uit vijf leden, waaruit twee assessoren (wethouders) worden gekozen. De raadsleden worden voor drie jaar benoemd; zij worden bij voorkeur gekozen uit de ‘vroedste en gegoedste’ ingezetenen. Een raadslid moet minstens vier jaar in de gemeente hebben gewoond, minstens 50 gulden aan belasting betalen en voor het overige voldoen aan de eisen van een stemgerechtigde burger. Om stemgerechtigd te zijn moet een burger minstens een jaar in de gemeente hebben gewoond, minstens 12 gulden aan belasting betalen, zelfstandig zijn en niet met justitie in aanraking zijn geweest.
De stemming ter vervulling van de opengevallen plaatsen geschiedt jaarlijks in de maand september via gesloten briefjes, die namens de schout aan huis worden bezorgd en opgehaald. In 1812 zijn er van de 630 inwoners 156 stemgerechtigd. In 1817 is de grens voor de burger om stemgerechtigd te kunnen zijn verhoogd naar 30 gulden, waardoor er nog maar 23 personen daarvoor in aanmerking komen.

Samenstelling van het gemeentebestuur volgens een opgave van 9 juli 1812:

maire:
Jacob Nuhout van der Veen, beroep notaris, oud 33 jaren, woonplaats Alkmaar

adjunct:
Arie Admiraal, beroep landbouwer, oud 52 jaren, woonplaats Bakkum

municipale raden:
Simon Duinmaijer, beroep landbouwer, oud 50 jaren, woonplaats Bakkum
Albert Maartensz Knaap, beroep landbouwer, oud 48 jaren, woonplaats Castricum
Wouter de Bie, beroep schilder, oud 42 jaren, woonplaats Castricum
Fulps Ranke, beroep metselaar, oud 40 jaren, woonplaats Castricum
Gerrit Brasser, beroep landbouwer, oud 57 jaren, woonplaats Castricum
Evert Asjes, beroep landbouwer, oud 55 jaren, woonplaats Castricum
Pieter Schavemaker, beroep bakker, oud 40 jaren, woonplaats Castricum
Willem Brakenhoff, beroep landbouwer, oud 56 jaren, woonplaats Bakkum


Jaarboek 31, pagina 7

De installatie van een nieuw gemeentebestuur op 1 mei 1817

De schout wordt benoemd door de Koning en de raadsleden door de Provinciale Staten, beiden op voordracht van de ambachtsheer. Het eerste gemeentebestuur dat volgens de nieuwe wetten is samengesteld, wordt voor elke gemeente in de provincie Noord-Holland omstreeks 1 mei 1817 geïnstalleerd. Direct hieraan voorafgaand heeft de schout en secretaris der ‘Gemeente Castricum en Bakkum’, Pieter Kieft, op 23 april 1817 de eed afgelegd ten overstaan van de heer Staatsraad Gouverneur van onze provincie. (Tegenwoordig spreken we van Commissaris van de Koningin.) Bovendien hebben Gedeputeerde Staten eerder bij hun besluit van 3 april de leden van de raad benoemd, te weten: Gerrit Brasser en Simon Duinmaijer als assessoren en Evert Asjes, Cornelis Schrama en Floris Twisk als raadsleden.

Op de bewuste dag, 1 mei, wordt op het gemeentehuis van Castricum om 10 uur ’s morgens voor de schout Pieter Kieft het oude bestuur ontbonden, treedt het nieuwe bestuur aan en wordt door de schout de eed voorgelezen, luidende: “Ik zweer dat ik den mij opgedragen post van lid der Gemeenteraad van de gemeente Castricum, met alle getrouwheid zal vervullen; dat ik mij van alle pligten mij in die betrekking opgelegd, eerlijk en opregtelijk zal kwijten, overeenkomstig de Grondwet, de algemeene landswetten, als mede met hetgeen bij het reglement van bestuur van het platteland van Holland is voorgeschreven.”
Vervolgens wordt de eed door elk raadslid afzonderlijk bevestigd met de woorden: “Zoo waarlijk helpe mij God Almachtig!”
Door de schout is van deze installatie een proces verbaal opgemaakt dat door de schout, de assessoren en de overige raadsleden is ondertekend.

Volgens het nu geldende reglement worden de raadsleden tekens voor drie jaar benoemd; elk jaar treedt op 2 december een derde af. Bij loting is de volgorde van aftreden bepaald. Per 2 december 1817 zijn dat Gerrit Brasser en Cornelis Schrama; op diezelfde dag in 1818 zijn dat Floris Twisk en Evert Asjes en in 1819 is Simon Duijnmaijer aan de beurt.

De raadsperiode van mei 1817 tot december 1825 (5 raadszetels)

Samenstelling gemeenteraad:

Schout:
Kieft, P. gedurende de periode van 1-5-1817 tot  1-12-1825

Raadsleden:
Brasser, G. zetel a, gedurende periode van 1-5-1817 tot 2-12-1820
Tromp. G., zetel a, gedurende periode van 2-12-1820 tot 1-12-1825
Duinmaijer, S. zetel b, gedurende periode van 1-5-1817 tot 3-12-1822
Twisk, F. zetel b, gedurende periode van 3-12-1822 tot 1-12-1825
Asjes, E. zetel c, gedurende periode van 1-5-1817 tot 1-12-1825
Schrama C. zetel d, gedurende periode van 1-5-1817 tot 2-12-1820
Brakenhoff, J. zetel d, gedurende periode van 2-12-1820 tot 1-12-1825
Twisk, F. zetel e, gedurende periode van 1-5-1817 tot 6-12-1821
Ranke, F. zetel e, gedurende periode van 6-12-1821 tot 1-12-1825

Toelichting tabel:
De kleine letters a t/m e geven de zetels aan van de vijf raadsleden. Als een raadslid wordt vervangen, geldt voor zijn opvolger dezelfde letter. De begin- en einddatum vermelden de periode van genoemd raadslid binnen de behandelde raadsperiode.

Assessoren:
Uit hun midden werden elk jaar van de vijf raadsleden er twee tot assessor gekozen. Assessoren waren in deze periode achtereenvolgens Gerrit Brasser (3,5 jaar), Simon Duinmaijer (3,5 jaar), Jan Brakenhoff (5 jaar), Evert Asjes (1 jaar) en Gerrit Tromp (4 jaar).

Ontwikkelingen in deze raadsperiode:
Bij een opgave in 1812 heeft Bakkum 110 en Castricum 520 inwoners. Bij de volkstelling van 1830 is het totaal aantal inwoners toegenomen tot 791. In 1812 waren er 41 schelpenvissers, 21 veehouders en 21 dagloners. Pieter Kieft is als onderwijzer in 1813 opgevolgd door Antonie van Rozenhagen. Het onderwijs wordt gegeven in een afgescheiden gedeelte in de oude dorpskerk. Vanwege herhaalde dronkenschap wordt Van Rozenhagen ontslagen. Vanaf 1825 is Cornelis Schut de schoolmeester van Castricum. Predikant van de Nederlands hervormde kerk is al sinds 1791 Ernst Willem Fabritius, een zwager van de vroegere schout Joachim Nuhout van der Veen.
In deze periode is 88 procent van de Castricumse bevolking rooms-katholiek en de overige 12 procent protestant. De rooms-katholieken gaan ter kerke in de schuilkerk aan de Breedeweg. In 1817 wordt Bernardus Piepers benoemd tot pastoor in Castricum. Hij zorgt ervoor dat het schuilkerkje nog eens grondig wordt vernieuwd en onder de druk van het stijgend aantal gelovigen vergroot. Een beschrijving uit 1826 over het interieur van de schuilkerk meldt circa 150 plaatsen. In 1824 wordt pastoor Piepers opgevolgd door Gijsbertus Ruijgrok van de Werve.


Jaarboek 31, pagina 8

Titelblad van het Reglement op het Bestuur ten Platten lande van 1825.
Titelblad van het Reglement op het Bestuur ten Platten lande van 1825.

Het Reglement op het Bestuur ten Platten Lande van 1825

Jaarlijks moeten de namen van de kandidaten worden voorgelegd aan de ambachtsheer. Na diens goedkeuring worden de raadsleden benoemd door Gedeputeerde Staten. Vanuit de nieuwe samenstelling worden dan vervolgens uit hun midden de assessoren (wethouders) gekozen. Vanwege de omslachtige werkwijze wordt de korte raadsperiode dan ook aangepast bij het in werking treden van een nieuw ‘Reglement op het Bestuur ten Platten Lande in de Provincie Holland’ in 1825. De raadsleden worden in het vervolg voor zes jaar benoemd en elke twee jaar treedt op 2 januari eenderde af. De aftredende raadsleden zijn in principe weer herkiesbaar.
In dit nieuwe reglement is de eeuwenoude titel van schout afgeschaft en vervangen door die van burgemeester, die voor een termijn van zes jaar door de koning wordt benoemd. Na 1825 bestaat de gemeenteraad van Castricum uit een burgemeester, 2 assessoren en 4 raadsleden.

Om raadslid te kunnen zijn moet je Nederlands staatsburger en minimaal 23 jaar oud zijn, in de desbetreffende gemeente wonen, geen familierelatie hebben met een van de overige leden van de raad en zoveel belasting betalen als ook vereist wordt om te mogen stemmen voor de Provinciale Staten. Een inwoner moet een flink inkomen genieten om tot raadslid te kunnen worden gekozen. In Castricum betekent dit in de 19e eeuw dat vooral de ‘rijke’ veehouders lid van de gemeenteraad zijn.

De raadsperiode van december 1825 tot september 1851 (6 raadszetels)

Burgemeesters:
Kieft, P. gedurende de periode van 1-12-1825 tot 22-1-1836
Quack, J. de gedurende de periode van 20-1-1837 tot 10-9-1851

Raadsleden:
Tromp, G. zetel a, gedurende de periode van 1-12-1825 tot 3-7-1832 (overleden)
Melker, W. zetel a, gedurende de periode van 18-7-1832 tot 2-1-1836
Schotvanger, P. zetel a, gedurende de periode van 2-1-1836 tot 10-9-1851
Twisk, F. zetel b, gedurende de periode van 1-12-1825 tot 10-9-1851
Asjes, E. zetel c, gedurende de periode van 1-12-1825 tot 15-3-1 827 (overleden)
Bruijnswaard, K. zetel c, gedurende de periode van 14-6-1827 tot 10-9-1851
van Brakenhoff, J. zetel d, gedurende de periode van 1-12-1825 tot 2-1-1828
Schermer, C. zetel d, gedurende de periode van 2-1-1828 tot 2-1-1828
Louter, J. zetel d, gedurende de periode van 2-1-1834 tot 10-9-1851
Ranke, F. zetel e, gedurende de periode van 1-12-1825 tot 1-5-1835 (overleden)
Stet, K. zetel e, gedurende de periode van 17-6-1835 tot 10-9-1851
Muijs, P. zetel f, gedurende de periode van 1-12-1825 tot 11-6-1841 (overleden)
Asjes, A. zetel f, gedurende de periode van 22-9-1841 tot 10-9-1851

Bij hun aantreden in 1825 waren vier raadsleden veehouder van beroep, één raadslid was naast veehouder ook koopman in schelpen (Gerrit Tromp) en één raadslid (Fulps Ranke) was aannemer. De gemiddelde leeftijd van de raadsleden in 1825 was 57 jaar.

Assessoren:
Elke twee jaar worden van de zes raadsleden er twee tot assessor (wethouder) gekozen. Assessoren waren in deze periode achtereenvolgens Gerrit Tromp (6,5 jaar), Jan Brakenhoff (2 jaar), Pieter Muijs (15,5 jaar), Willem Melker (3,5 jaar), Pieter Schotvanger (1,5 jaar) en Klaas Stet (10 jaar).


Jaarboek 31, pagina 9

Ontwikkelingen in deze raadsperiode
De meest ingrijpende gebeurtenis in deze raadsperiode is de gevangenneming en veroordeling van burgemeester Pieter Kieft, die naast burgemeester ook ontvanger is van diverse belastingen. In deze functie heeft hij fraude gepleegd en wordt hiervoor in 1836 tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld. Men kan zich voorstellen dat dit enorm veel tumult heeft gegeven bij de plaatselijke bevolking. Verschillende grondbezitters hebben gedurende een reeks van jaren te veel belasting betaald, die Pieter Kieft niet heeft afgedragen aan de betreffende instanties, maar in eigen zak heeft gestoken. In deze rechtszaken hebben niet alleen de toen in functie zijnde assessoren P. Schotvanger en P. Muijs, de raadsleden Jan Louter en Klaas Stet en afgetreden assessor Willem Melker verklaringen afgelegd en zijn zij ondervraagd, maar heeft ook een aantal grondbezitters hun aanslagen in de bijdrage aan de St. Aagtendijk, de Hondsbossche en de Uitwaterende Sluizen moeten overleggen.

Jan de Quack, burgemeester van Castricum van 1837 tot 1852.
Jan de Quack, burgemeester van Castricum van 1837 tot 1852.

Het vertrek van Pieter Kieft zal in Castricum met de nodige opluchting gepaard zijn gegaan. Met de komst op 6 februari 1837 van zijn opvolger Jan de Quack breekt een stabiele periode aan. Jan de Quack is een veelzijdig persoon. Hij geniet landelijke bekendheid als toneelschrijver en dichter, is al sinds 1828 burgemeester van Beverwijk en neemt bovendien op 67-jarige leeftijd in 1837 het ambt van burgemeester en secretaris van Castricum op zijn schouders. Hij heeft toestemming om in Beverwijk te blijven wonen. Kenmerkend voor deze raadsperiode is de grote armoede die in het dorp heerst; de armenkas is nagenoeg leeg en ook met de gemeentelijke financiën is het slecht gesteld. Deze situatie is mede veroorzaakt door de grote schuld die de vorige burgemeester heeft achtergelaten. Dit heeft ook gevolgen voor het onderwijs. Er zijn heel veel klachten van de ouders over het slechte onderwijs dat door meester Schut wordt gegeven. Schut is de enige leerkracht voor meer dan 100 kinderen. De school is nog steeds ondergebracht in een afgescheiden gedeelte van de oude dorpskerk. Er is geen geld voor een ondermeester.

In de periode 1830 tot 1835 is een groot project in het duingebied in uitvoering, dat diende om uitgestrekte duinvalleien voor landbouw en veeteelt geschikt te maken. Dit bracht gedurende die periode werk voor vele tientallen grondwerkers.
Ernst Willem Fabritius wordt in 1828 opgevolgd als dominee van de Ned. Hervormde Kerk door Coert D. Canne, die in 1846 wordt opgevolgd door Pieter A. van der Laan. Pastoor Gijsbertus Ruijgrok van de Werve wordt na zijn overlijden in 1849 opgevolgd door Henricus Meeuwsen.

De nieuwe gemeentewet van 1851

Bij de grondwetsherziening van 1848 zijn de heerlijke rechten tot voordracht van een lid van het gemeentebestuur afgeschaft. Ook wordt het verschil in bestuur tussen stad en platteland opgeheven; grote en kleine gemeenten krijgen voortaan gelijke rechten en plichten. Een en ander heeft tot gevolg dat er een nieuwe gemeentewet moet komen. Het ontwerp van de gemeentewet van 1851 is van de staatsman Thorbecke; zijn naam is hieraan onverbrekelijk verbonden.

Thorbecke, groot staatsman en ontwerper van de nieuwe gemeentewet van 1851.
Thorbecke, groot staatsman en ontwerper van de nieuwe gemeentewet van 1851.

Thorbecke (1798-1872) is de meest geslaagde staatkundige hervormer uit de Nederlandse geschiedenis. Onder zijn ministeries kwamen belangrijke wetten tot stand: de Kieswet en de Provinciale wet, beide van 1850, en het jaar daarop de Gemeentewet. De laatste twee vormen tot op heden het fiundament van de bestuurlijke indeling van Nederland. Daarna volgden de wetten tot aanleg van het Noordzeekanaal en de Nieuwe Waterweg, en de wet op het Middelbaar Onderwijs.

In alle gemeenten wordt de raad het hoofd van de gemeente; de gemeenteraad is de baas over het eigen gemeentelijke beleid. Hij maakt uit aan welke zaken geld wordt besteed (budgetrecht), bepaalt de gemeentelijke regels waaraan alle burgers zich te houden hebben (verordeningen) en neemt alle besluiten die voor het reilen en zeilen van de gemeente van belang zijn (beschikkingen).

De gemeenteraad wordt voortaan rechtstreeks door de ingezetenen gekozen. Stemrecht hebben alleen mannen van


Jaarboek 31, pagina 10

minimaal 23 jaar en alleen zij die een bepaald bedrag aan belasting betalen. Dit minimum bedrag (census) is in de grondwet vastgelegd en bedraagt 20 gulden, in die tijd een groot bedrag. Het zogenoemde censuskiesrecht heeft tot gevolg dat slechts weinig mensen aan de verkiezingen mogen deelnemen (circa 11 procent van de mannen).

Volgens de nieuwe wet wordt de burgemeester door de Koning(in) benoemd voor een periode van zes jaar. Vóór de aanvaarding van zijn ambt legt de burgemeester de eed af in handen van de Commissaris van de Koning(in), die hem vervolgens beëdigt. Dan volgt gewoonlijk een plechtige installatie in de raadsvergadering, die speciaal voor dat doel is belegd.

Assessoren worden voortaan wethouders genoemd en door de raad uit hun midden gekozen; gemeenten met minder dan 2.000 inwoners, zoals Castricum, krijgen zeven raadsleden, die voor een periode van zes jaar worden gekozen. Elke twee jaar treedt eenderde af.

Geloofsbrieven

Bij opvolging worden de geloofsbrieven van een nieuw gekozen raadslid beoordeeld door een commissie van drie leden uit de gemeenteraad, die hierover in de raadsvergadering verslag uitbrengt. De geloofsbrieven omvatten het bewijs van Nederlanderschap en van meerderjarigheid, een verklaring dat hij minstens een jaar in de gemeente heeft gewoond, dat hij geen openbare betrekkingen bekleedt en er geen familierelatie bestaat van hem of zijn echtgenote in de eerste of tweede graad met de burgemeester of met een van de andere raadsleden. Veelal is dit een formaliteit en zal de raad vervolgens de geloofsbrieven goedkeuren en besluiten om het gekozen (benoemde) raadslid in de gemeenteraad op te nemen. Het desbetreffende raadslid wordt dan voor de eerstvolgende gemeenteraadsvergadering uitgenodigd om de eed af te leggen en te worden geïnstalleerd.

In 1851 worden nieuwe gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Daarbij worden Klaas van Bruijnswaard en Floris Twisk, resp. 72 en 75 jaar, niet meer herkozen. Ook burgemeester De Quack wordt – ondanks een klemmend beroep door de gemeenteraad op de Commissaris des Konings tot voortzetting van zijn ambt – vanwege zijn hoge leeftijd van 82 jaar op 13 mei 1852 eervol ontslagen.

Plan in 1851 voor de samenvoeging van Limmen met Castricum

Minister Thorbecke heeft ter voorbereiding van de invoering van de nieuwe gemeentewet in 1851 de wenselijkheid geuit om deze invoering ‘hand aan hand te doen gaan met eene vereeniging van kleine gemeenten tot grootere’. Een door Gedeputeerde Staten (GS) uit hun midden benoemde commissie bracht reeds op 21-5-1851 een voorlopig rapport uit. Naar de mening van de commissie komen een aantal gemeenten voor samenvoeging in aanmerking. In onze regio zijn dat:

  • Egmond-Binnen met Wimmenum
  • Heerhugowaard met Veenhuizen
  • Oudorp met Oterleek
  • Limmen met Castricum
  • Uitgeest met Heemskerk

Een bepaling in de nieuwe gemeentewet maakt het onmogelijk dat gemeenten blijven voortbestaan met minder dan 25 kiezers voor de benoeming van leden van de gemeenteraad. Dit is vervolgens aanleiding om de samenvoegingsplannen te beperken tot gemeenten met minder dan 25 kiezers. In dit nieuwe voorstel gelden in onze regio nog slechts de volgende samenvoegingen: in 1854 Veenhuizen (12 kiezers) bij Heerhugowaard en in 1857 Wimmenum (6 kiezers) bij Egmond-Binnen.

De raadsperiode van september 1851 tot september 1919 (7 raadszetels)

Gedurende deze zeer lange raadsperiode van 68 jaar blijft de grootte van de gemeenteraad gelijk. Pas in 1919 gaat er veel veranderen door een nieuw kiesstelsel. Het onderstaande overzicht geeft de opeenvolgende zeven burgemeesters en de in functie zijnde raadsleden gedurende deze raadsperiode. Per ambtsperiode van elke burgemeester worden de belangrijkste ontwikkelingen in de gemeente belicht. Het aantal inwoners verviervoudigt bijna van ca. 1.100 in 1851 tot circa 4.300 in 1919.

Samenstelling gemeenteraad:

Burgemeesters:
Quack, J.de gedurende de periode van 10-9-1851 tot 13- 5-1852
Rendorp, J. gedurende de periode van 13-5-1 852 tot 1-1-1868
Zaalberg, H. gedurende de periode van 21-1-1868 tot 1-7-1869
Moens, C.H. gedurende de periode van 1-7-1869 tot 15-11-1877
Boreel van Hogelanden, J.W.G. gedurende de periode van 1-12-1877 tot 1-5-1888
Mooij, J. gedurende de periode van 5-6-1888 tot 1-6-1918
Lommen, P.H.L.J. gedurende de periode van 1-8-1918 tot 2-9-1919

Raadsleden:
Schotvanger, P.  zetel a, gedurende de periode van 10-9-1851 tot 12- 12-1858 (overleden)
Rommel, J.F. zetel a, gedurende de periode van 11-5-1859 tot 16-9-1875
Kuijs, Jb. zetel a, gedurende de periode van 16-9-1875 tot 3-6-1910


Jaarboek 31, pagina 11

(vervolg van pagina 11)
Raadsleden
:
Dijkman, Th. zetel a, gedurende de periode van 27-7-1910 tot 15-12-1912 (overleden)
Spaansen, C., zetel a, gedurende de periode van 5-3-1913 tot 2-9-1919
Brakenhoff, J. zetel b, gedurende de periode van 10-9-1851 tot 17-12-1859 (overleden)
Handgraaf, H. zetel b, gedurende de periode van 16-5-1860 tot 1-10-1863
Kuijs, Jn. Czn. zetel b, gedurende de periode van 7-10-1863 tot 4-5-1877
Apeldoorn, J. zetel b, gedurende de periode van 25-7-1877 tot 3-10-1880 (overleden)
Soll, J.A. van zetel b, gedurende de periode van 5-1-1881 tot 10-12-1891 (overleden)
Franse, H.A.F. zetel b, gedurende de periode van 31-3-1892 tot 16-8-1893
Goes, J.M. zetel b, gedurende de periode van 5-9-1893 tot 4-9-1917
Schuijt, J. zetel b, gedurende de periode van 4-9-1917 tot 2-9-1919
Schermer, C. zetel c, gedurende de periode van l 0-9-1851 tot 8-4-1868
Mooij, C. zetel c, gedurende de periode van 8-4-1868 tot 2-6-1880
Melker, W. zetel c, gedurende de periode van l l-8-1880 tot 13-10-1903 (overleden)
Duijn, P. zetel c, gedurende de periode van 21-1-1904 tot 17-7-1910 (overleden)
Twisk, P. zetel c, gedurende de periode van 16-11-1910 tot 2-9-1919
Louter, J. zetel d, gedurende de periode van 10-9-1851 tot  31-7-1866
Glorie, F. zetel d, gedurende de periode van 8-8-1866 tot 1-9-1891
Spaansen, C. zetel d, gedurende de periode van 1-9-1891 tot 7-9-1908
Valkering, P.J. zetel d, gedurende de periode van 7-9-1909 tot 2-9-1919
Stet, K. zetel e, gedurende de periode van 10-9-1851 tot 11-7-1860
Brakenhoff, G. zetel e, gedurende de periode van 11-7-1860 tot 14-9-1861 (overleden)
Schotvanger, J. zetel e, gedurende de periode van 15-1-1862 tot 16-8-1878 (overleden)
Brakenhoff, J. zetel e, gedurende de periode van 7-11-1878 tot 16-10-1882
Louter, S. zetel e, gedurende de periode van 20-12-1882 tot 3-9-1895
Asjes, A. zetel e, gedurende de periode van 3-9-1895 tot 3-9-1901
Hogenstijn, J.J. zetel e, gedurende de periode van 3- 9-1901 tot 21- 3-1912 (overleden)
Slop, G. zetel e, gedurende de periode van 12-7-1912 tot 2-9-1913
Louter, G. zetel e, gedurende de periode van 2-9-1913 tot 2-9-1919
Asjes, A. zetel f, gedurende de periode van 10-9-1851 tot 16-12-1860 (overleden)
Slooten, T. zetel f, gedurende de periode van 20-3-1861 tot 8-4-1868
Bruijn, D. zetel f, gedurende de periode van 8-4-1868 tot 17-9-1873
Park, A. van der zetel f, gedurende de periode van 17-9-1873 tot 1-9-1891
Twisk, J. zetel f, gedurende de periode van 1-9-1891 tot 7-9- 909
Kuijs, G. zetel f, gedurende de periode van 7-9-1909 tot 2-9-1919
Rommel, J.F. zetel h, gedurende de periode van 10-9-1851 tot 2-9-1857
Kuijs, Jn. Jbzn. zetel h, gedurende de periode van 2-9-1857 tot 27-5-1862 (overleden)
Kuijs, Jn. Pzn. zetel h, gedurende de periode van 24-9-1862 tot 13-12-1884 (overleden)
Schuijt, J. zetel h, gedurende de periode van 4-2-1885 tot 4- 4-1910 (overleden)
Kuijs, P. zetel h, gedurende de periode van 27-7-1910 tot 2- 9-1919

Rouwadvertentie na het overlijden van raadslid Jacob Brakenhoff, die op 17 december 1859 is overleden: zijn vele kinderen en kleinkinderen hebben hem niet afgehouden van het raadslidmaatschap.
Rouwadvertentie na het overlijden van raadslid Jacob Brakenhoff, die op 17 december 1859 is overleden: zijn vele kinderen en kleinkinderen hebben hem niet afgehouden van het raadslidmaatschap.

Bij hun aantreden in 1851 waren 5 raadsleden veehouder van beroep, 1 raadslid was naast veehouder ook broodbakker (C. Schermer) en 1 raadslid (J.F. Rommel) was logementhouder van De Rustende Jager.
De gemiddelde leeftijd van de zeven raadsleden in 1851 was 54 jaar.

Wethouders:
Ook in deze periode zijn twee wethouders in functie. Er is nog geen sprake van een verdeling van portefeuilles. Het college houdt zich met alle voorkomende zaken bezig. Wethouders waren in deze periode achtereenvolgens Pieter Schotvanger (7 jaar), Klaas Stet (8,5  jaar), Cornelis Schermer (9 jaar), Jan Kuijs Jbzn. (2 jaar), Jan Schotvanger (13 jaar), Cornelis Mooij (9 jaar), Johannes F. Rommel (6 jaar), Adrianus van der Park ( 11 jaar), Jacob Brakenhoff (2 jaar), Jacob Kuijs (22,5 jaar), Wulbert Melker ( 13 jaar), Joseph M. Goes (14 jaar), Cornelis Spaansen (7 jaar) en Petrus J. Valkering (10 jaar).

Ontwikkelingen in deze raadsperiode (68 jaar)
Burgemeester Jan de Quack wordt in 1852 opgevolgd door de 56-jarige jonkheer Jacob Rendorp.
Rendorp is eigenaar van de kastelen Assumburg en


Jaarboek 31, pagina 12

Marquette in Heemskerk, is ambachtsheer van de gemeenten Heemskerk en Wijk aan Zee en Duin en vanaf 1850 ook burgemeester van Heemskerk. Hij woont op kasteel Marquette. Jacob Rendorp was goed op de hoogte van de plaatselijke situatie. Hij was door koning Willem 1 in 1829 samen met Gevers van Endegeest en Van Lennep benoemd in een commissie ter uitvoering van het grote ontginningsproject op Castricums grondgebied.
Met de bouw van een school naast het raadhuis en de komst van een tweede onderwijzer in 1853 wordt de kwaliteit van het onderwijs aanzienlijk verbeterd. Omstreeks 1862 wordt een Algemeen Armenhuis ingericht en op 1 mei 1867 wordt de spoorlijn Alkmaar-Haarlem geopend. De spoorlijn krijgt een station in Castricum, dat voor de ontwikkeling van onze gemeente van onschatbare betekenis is geweest.
De schuilkerk aan de Breedeweg wordt in 1858 gesloopt. In datzelfde jaar is een nieuwe rooms-katholieke kerk aan de Alkmaarderstraatweg gebouwd.

Jacob Rendorp, burgemeester van Castricum van 1852 tot 1868.
Jacob Rendorp, burgemeester van Castricum van 1852 tot 1868.
Hermanus Zaalbetg, burgemeester van Castricum in 1868 en 1869.
Hermanus Zaalberg, burgemeester van Castricum in 1868 en 1869.

Op zijn verzoek krijgt Jacob Rendorp per 1 januari 1868 ontslag als burgemeester van Castricum en Heemskerk en wordt in beide functies opgevolgd door de 55-jarige Hermanus Zaalberg, zoon van een Leidse dekenfabrikant, tot 1854 mededirecteur van de dekenfabriek en tot 1868 koopman en grossier in manufacturen te Leiden. De ambtsperiode in Castricum heeft kort geduurd. Zijn voortvarendheid en beslistheid waarmee hij bepaalde zaken, die naar zijn idee scheef gegroeid waren, recht wil zetten, brengt hem weldra in conflictsituaties, die hem uiteindelijk tot aftreden zullen dwingen. Diverse verwikkelingen rond de inrichting van het stationsplein en de afsluiting van de toegangswegen naar het station vormen de aanleiding van de raad om het vertrouwen in de burgemeester op te zeggen. Op de geplande raadsvergadering van 19 mei 1869 komt geen enkel raadslid opdagen. Ook op de nieuw uitgeschreven vergadering, een dag later, verschijnt niemand. Bij de derde poging op 24 mei is alleen wethouder J. Schotvanger aanwezig en als toehoorder de Commissaris van de Koning. Deze onhoudbare toestand leidt uiteindelijk tot het ontslag van de burgemeester per 1 juli 1869. In zijn afscheidsbrief aan de raadsleden wenst Hermanus Zaalberg zijn opvolger een beter toekomst toe. Verder schrijft hij: “Moge meerdere eerbied voor de wetten en eene hoogere achting voor het Hoofd der Gemeente U voortaan bezielen, dan eerst zult gij U Mijneheeren! over uw gehouden gedrag jegens mij vernederen.
Dan eerst zult gij de belangen van de Gemeente beter behartigen, dan gij tot hiertoe deed. Ik veroordeel U niet – God oordeele tusschen U en mij. Hij behoedde verder de Gemeente van Castricum, die ik reeds lief had gekregen en die betere Raadsleden waardig is.”
Zaalberg blijft tot zijn overlijden in 1884 wel burgemeester van Heemskerk.

Het oude raadhuis van Castricum, gebouwd in 1869; rechts hiervan staat de in 1854 geopende openbare lagere school.
Het oude raadhuis van Castricum, gebouwd in 1869; rechts hiervan staat de in 1854 geopende openbare lagere school.
Carel Hendrik Moens, burgemeester van Castricum van 1869 tot 1877.
Carel Hendrik Moens, burgemeester van Castricum van 1869 tot 1877.

Per 1 juli 1869 is de 23-jarige Carel Hendrik Moens benoemd als opvolger van Zaalberg. Moens is geboren in Kampen, is kandidaat-notaris, op dat moment nog ongehuwd en woont in Brummen (Gelderland). Hij neemt zijn intrek bij hoofdonderwijzer Franciscus Ludewig en gaat na zijn huwelijk in mei 1870


Jaarboek 31, pagina 13

in Beverwijk wonen. Op 15 november 1877 wordt hij op zijn verzoek ontslagen en wordt hij notaris in Beverwijk. Dit beroep oefent hij gedurende 41 jaar uit naast zijn wethouderschap voor deze gemeente. Een plein en een straat zijn in Beverwijk naar hem genoemd.

Jacob Boreel van Hogelanden, burgemeester van Castricum van 1877 tot 1888.
Jacob Boreel van Hogelanden, burgemeester van Castricum van 1877 tot 1888.

Op 1 december 1877 wordt Moens als burgemeester van Castricum opgevolgd door de 25-jarige jonkheer Jacob Willem Gustaaf Boreel van Hogelanden, die werd geboren op het landgoed Waterland te Velsen, rechten studeerde in Leiden en enige tijd werkte als attaché in Londen. Enkele maanden na zijn ambtsaanvaarding trouwt hij op 14 maart 1878 te ‘s-Gravenhage met barones Maria Cornelia Schimmelpenninck van der Oye. Jacob heeft van de minister van Binnenlandse Zaken toestemming om gedurende ruim twee maanden een buitenlandse huwelijksreis te maken. Na zijn terugkeer wordt hij op 11 juni 1878 in Castricum feestelijk binnengehaald: straten en huizen zijn versierd en er staan erepoorten op de Rijksstraatweg. Jacob Boreel heeft toestemming om te wonen op zijn landgoed Meervliet te Velsen. Wel moet hij voor de burgers van Castricum op elke woensdag in Castricum te spreken zijn.
In 1884 wordt Jacob Boreel ook benoemd tot burgemeester van Heemskerk. Om zich volledig te kunnen wijden aan zijn lidmaatschap van de Tweede Kamer krijgt hij op l mei 1888 op eigen verzoek ontslag als burgemeester van Castricum en Heemskerk.

De periode van de burgemeesters Zaalberg, Moens en Boreel van Hogelanden kenmerkt zich als een betrekkelijk rustige periode in de Castricumse geschiedenis. Het aantal inwoners schommelt tussen 1.375 en 1.715. Er zijn


Jaarboek 31, pagina 14

geen bijzondere bouwwerken verrezen, wegen aangelegd of andere nu nog aanwijsbare elementen uit die periode bewaard gebleven. Alleen de Openbare School wordt met 3 lokalen uitgebreid. De financiële toestand van de gemeente blijft onveranderd slecht.

Johannes Mooij, burgemeester van Castricum van 1888 tot 1918.
Johannes Mooij, burgemeester van Castricum van 1888 tot 1918.

Johannes Mooij wordt op 21 juni 1888 geïnstalleerd als opvolger van Jacob Boreel en is tot nu toe de enige burgemeester die in Castricum geboren en getogen is. Johannes was een zoon van veehouder en wethouder Cornelis Mooij en Antje Schermer, ging op kostschool in Bodegraven en naar het seminarie Hageveld in Voorhout. In 1878 trouwde hij met boerendochter Neeltje Kuijs; ook haar vader, Jan Kuijs, zat tot zijn overlijden in 1862 in de gemeenteraad. Voor zijn benoeming tot burgemeester en gemeentesecretaris was Johannes Mooij bloemkweker, landbouwer en gemeenteontvanger. Hij is 30 jaar burgemeester van Castricum en daarmee degene die dit ambt hier het langst heeft bekleed.

Belangrijke ontwikkelingen in Castricum tijdens zijn ambtsperiode zijn de bouw van zuivelfabriek ‘De Holland‘ aan de Breedeweg ( 1905), van de Gemeentelijke Gasfabriek aan de Oude Haarlemmerweg (1914) en de bouw en ingebruikname van Provinciaal Ziekenhuis Duin en Bosch (1909). De komst van Duin en Bosch gaf een enorme impuls aan de plaatselijke gemeenschap.
In de periode van 1906 tot 1916 steeg het aantal inwoners van 2.285 tot 3.993: een toename met 75 procent. Rond 1911 werd een nieuw raadhuis, een nieuwe rooms-katholieke Pancratiuskerk en een nieuw hotel-restaurant ‘De Rustende Jager‘ gebouwd. Ook kwamen er in 1915 twee tuinbouwveilingen.

Op zijn verzoek wordt Johannes Mooij per 1 juni 1918 ontslagen en op 1 augustus daaraanvolgend door burgemeester Lommen opgevolgd.

Burgemeester Mooij op zijn werkkamer in het raadhuis.
Burgemeester Mooij op zijn werkkamer in het raadhuis.

De nieuwe Kieswet van 1919

Het in de 19e eeuw geldende censuskiesrecht had tot gevolg dat het aantal kiesgerechtigden relatief gering was: alleen mannen die een goed inkomen hadden mochten stemmen. Slechts zeer langzaam werd het kiesrecht uitgebreid, omdat de gegoede burgers, vooral liberalen en conservatieven, de dienst uitmaakten. Zij voelden niets voor een toenemende invloed van de arbeidersbeweging op het bestuur. Ook vanuit religieuze kringen was er een beweging om het kiesrecht uit te breiden, mede om via wetgeving een einde te maken aan de ongelijkheid in de financiering van het ondetwijs. Het openbare onderwijs kreeg geld uit de staatskas, terwijl

De eerste foto van de gemeenteraad in het toen nog nieuwe raadhuis. Vermoedelijk genomen op 2 september 1913 bij de installatie van Gerrit Louter als raadslid, die plaats heeft aan het hoofd van de tafel, geflankeerd door veldwachter Bleijendaal. Aan de achterwand een foto van het nog jonge prinsesje Juliana en van een wapenbord van de familie Geelvinck, als ambachtsheren van Bakkum.
De eerste foto van de gemeenteraad in het toen nog nieuwe raadhuis. Vermoedelijk genomen op 2 september 1913 bij de installatie van Gerrit Louter als raadslid, die plaats heeft aan het hoofd van de tafel, geflankeerd door veldwachter Bleijendaal. Aan de achterwand een foto van het nog jonge prinsesje Juliana en van een wapenbord van de familie Geelvinck, als ambachtsheren van Bakkum. Niet alle personen op de foto zijn bekend. We herkennen uiterst links Piet Twisk en naast hem Piet Kuijs; de tweede en derde van rechts respectievelijk Piet Valkering en burgemeester Mooij.

Jaarboek 31, pagina 15

particuliere rooms-katholieke en protestants-christelijke scholen geen subsidie kregen. Uitbreiding van het kiesrecht was een belangrijke doelstelling van de in 1879 opgerichte Anti-Revolutionaire Partij (ARP), de eerste politieke partij in ons land. Ook vanuit de arbeidersbeweging, die in de l9e eeuw ten gevolge van de industrialisatie was ontstaan, was er een sterke behoefte om meer invloed te krijgen.Veel arbeiders verdienden niet genoeg om hun stem te mogen uitbrengen. In 1894 verenigden de arbeiders zich in de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) met het voornaamste doel om algemeen kiesrecht te bereiken. Grondwetwijzigingen in 1887 en 1896 hadden weliswaar de leeftijd om te mogen stemmen verhoogd naar 25 jaar, maar onder andere de financiële drempel aanzienlijk verlaagd met het gevolg dat nu aanzienlijk meer mannen mochten stemmen. In Castricum is het aantal stemgerechtigden in 1882 voor de gemeenteraad 96 (circa 6 procent van de bevolking), in 1894 zijn dat er 143 (circa 8 procent) en in 1915 is het aantal toegenomen tot 504 stemgerechtigden (circa 13 procent).

De installatie van burgemeester Lommen in 1918.
De installatie van burgemeester Lommen in 1918.
Vl.n.r.: zittend: Piet Kuijs (raadslid), Hendrikus Oostveen (gemeentesecretaris), Kees Spaansen (raadslid), mevr. Lommen (stiefmoeder van de burgemeester), burgemeester Lommen en de raadsleden Piet Valkering, Gerrit Kuijs, Gerrit Louter en Piet Twisk; staand: dominee Van Poelgeest, raadslid Joseph Goes, oudburgemeester Mooij, een familielid van burgemeester Lommen, mevr. Van Benthem, Herman van Benthem en nog een familielid van burgemeester Lommen.

Uiteindelijk bracht de nieuwe Kieswet van 1919 algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen en de plicht om te stemmen (opkomstplicht, die in 1970 weer werd afgeschaft). De nieuwe wet bracht veel veranderingen. De raadsleden worden gekozen voor een periode van vier jaar. Vóór de te houden verkiezingen worden de kandidaten van een bepaalde groep of partij op verkiezingslijsten samengebracht. In het volgende jaarboek wordt dit artikel voortgezet met de resultaten van de verkiezingen, de politieke partijen, de veranderingen in het gemeentebestuur en de belangrijkste ontwikkelingen in de gemeente na 1919.

Simon Zuurbier

Bronnen:

Archieven:

  • Regionaal Archief Alkmaar: archief gemeente Castricum 1812-1936 + Oud-Archief Castricum.
  • Noord-Hollands Archief, archief van de Arrondissementsbesturen van Amsterdam, Haarlem, Hoorn en Alkmaar 1811-1815.

Publicaties:

  • Alberts, prof. mr. dr. W.J., De geboorte en groei van de Nederlandse gemeente, Nauta Reeks 1, Alphen aan den Rijn 1966.
  • Blauw, K., Rapport der provinciale commissie ter bestudering van de gemeentelijke indeling van Noord-Holland (6 banden), Eerste deel: algemene beschouwingen, bijlage: historisch overzicht van de gemeentelijke indeling van Noord-Holland.
  • Blécourt, mr. A.S. de, De organisatie der gemeenten gedurende de jaren 1795 – 1851 , Haarlem 1903.
  • Kaan, N.A., De gemeente Castricum en haar raadhuizen, 5e Jaarboekje Werkgroep Oud-Castricum.
  • Koeken, mr. M.J.A.Y., Van stads- en plattelandsbestuur naar gemeentebestuur, ‘s-Gravenhage 1973.
  • Overwater, A.M., Het Bestuur van Barendrecht, 18 11-2001.
  • Raadschelders, J.C.N., Plaatselijke bestuurlijke ontwikkelingen 1600-1980. Een historisch-bestuurskundig onderzoek in vier Noord-Hollandse gemeenten, Proefschrift, ‘s-Gravenhage, 1990.
  • Rombach, J.H., De rechtstreeks gekozen gemeenteraad van Alkmaar: 14 oktober 1851 – 1 oktober 1972, Alkmaars Jaarboekje, 1972, blz. 126 t/m 156.
  • Zuurbier, S.P.A., Wie was … Joachim Nuhout van der Veen, 1e Jaarboekje Werkgroep Oud-Castricum, 1978.

Jaarboek 31, pagina 16

Personalia leden van het gemeentebestuur van 1812 tot 1919:

Apeldoorn, Jacob, geboren Egmond-Binnen 19-1-1 827, landbouwer op Noord-Bakkum, aldaar overleden 3-10-1880, gehuwd met Trijntje Apeldoorn, zoon van Gerrit Apeldoorn en Petronella de Waard. Raadslid van 25-7-1 877 tot t 3-10-1880 (overleden).

Asjes, Albert, geboren op De Brabantse Landbouw 16- 11-1793, veehouder op de Albert’s Hoeve in de Oosterbuurt, overleden Castricum 16-12-1 860, gehuwd met Elisabeth de Bie, zoon van Evert Asjes en Codijntje !Hessing. Raadslid van 2-9-1841 tot 16-12-1860 (overleden).

Asjes, Arie, geboren Castricum 1-1-1833, veehouder op de Albert’s Hoeve in de Oosterbuurt, overleden Castricum 17-6-1921 , gehuwd met Dieuwertje Bommezij, zoon van Albert Asjes en Elisabeth de Bie. Raadslid van 3-9-1895 tot 3-9-1901.

Asjes, Evert, geboren Dalfsen (Ov) 6-6-1 757, veehouder op De Brabantse Landbouw in het duingebied en op de Albert’s Hoeve in de Oosterbuurt, overleden Castricum 15-3-1 827, gehuwd met Codijntje Hessing, zoon van Assje Berents en Jannichje Janssen. Raadslid van 5-1-1812 tot 15-3-1827 (overleden), wethouder van 2-12-1820 tot 6-12-1821.

Boreel van Hogelanden, jonkheer Jacob Willem Gustaaf, geboren Velsen 10-9-1852, burgemeester van Castricum, Heemskerk en Haarlem, lid van de Tweede Kamer en van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, woonde op het landgoed Waterland te Velsen, overleden Bloemendaal 16-7-1937, gehuwd met (1) barones Maria C. Schimmelpenninck van der Oye, (2) jvr. Cornelia M. van Weede, zoon van jhr. Willem Bareel van Hogelanden en jonkvrouwe Margaretha J.M.P. Bareel. Burgemeester van 1-12-1877 tot 1-5-1888.

Brakenhoff, Gerrit, geboren Castricum 16-9-1818, veehouder op boerderij Starrenburg aan de Bleumerweg, overleden Castricum 14-9-1861, gehuwd met Antje Stet, zoon van Jacob Brakenhoff en Antje van der Beek. Raadslid van 11-6-1860 tot 14-9-1861.

Brakenhoff, Jacob, geboren Castricum 22-12-1788, veehouder aan de Brakersweg, overleden Castricum 17-12-1859, gehuwd met (!) Antje van der Beek, (2) Neeltje Kuijs, (3) Grietje Beentjes, zoon van Jan Brakenhoff en Jannetje Molenaar. Raadslid van 10-9-1 85 1 tot 17-12-1859 (overleden).

Brakenhoff, Jacobus, geboren Alkmaar 23-7-1843, landbouwer, overleden Nijmegen 18-11-1929, gehuwd met Elisabeth Reijnders, zoon van Jacob Brakenhoff en Neeltje Stet. Raadslid van 7-11-1878 tot 16-10-1882 (wegens vertrek naar Nijmegen); wethouder van 11-8-1880 tot 16-10-1882.

Brakenhoff, Jan, gedoopt Limmen 15-2-1757, veehouder in de Oosterbuurt, overleden Castricum 30-3-1835, gehuwd met Jannetje Molenaar, zoon van Frans Brakenhoff en Jacoba van Leunen. Raadslid van 2-12-1820 tot 2-1-1828; wethouder van 2-12-1820 tot 2-1-1828.

Brasser, Gerrit, geboren Akersloot 18-1-1750, veehouder op boerderij Kronenburg, overleden Castricum 30-10-1825, gehuwd met Apollonia van Vliet, zoon van Jan Brasser en Guurtje Groot. Raadslid van 5-1-1812 tot 2-12-1820; wethouder van 1-51817 tot 2-12-1820.

Bruijn, Dirk, geboren Castricum 21-8-1805, veehouder op Bakkum, overleden Castricum 18-3-1 887, gehuwd met Trijntje van Bruijnswaarcl, zoon van Pieter Bruijn en Trijntje Leijen. Raadslid van 8-4-1868 tot 17-9-1873.

Bruijnswaard, Klaas van, geboren Castricum 6-9-1779, duinmeijer, schelpenvisser en veehouder, overleden Haarlemmermeer 19-5-1856, gehuwd met Maartje Koene, zoon van Jan van Bruijnswaard en Geertje van Velzen. Raadslid van 14-6-1 827 tot 10-9-1851.

Duinmaijer, Simon, gedoopt Castricum 8-11-1759, veehouder op Noord-Bakkum, overleden Heiloo 20-6-1827, gehuwd met (1) Aaltje Molenaar, (2) Catharina Everhout, zoon van Cornelis Duinmaijer en Maartje Groen. Raadslid van 5-1-1812 tot 3-12-1822 (in verband met vestiging in Heiloo); wethouder van 1-5-1817 tot 2-12-1820.

Duijn, Pieter, geboren Castricum 24-7-1853, veehouder aan de Heereweg, overleden Castricum 17-7-1910, gehuwd met Trijntje Stet, zoon van Willem Duijn en Willemijntje Kuijs. Raadslid van 21-1-1904 tot 17-7-1910 (overleden).

Dijkman, Theodorus, geboren Heemskerk 26-8-1863, veehouder op boerderij ‘De Groene Klaver’ in de Oosterbuurt, overleden Castricum 15-11-1912, gehuwd met Catharina Hoogewerf, zoon van Anthonius Dijkman en Agnes Groen. Raadslid van 27-7-1910 tot 15-11-1912 (overleden).

Franse, Henricus Antonius Franciscus, geboren Amsterdam 2-5-1847, landbouwer en winkelier, woonde aan de Overtoom, overleden Castricum 26-1-1917, gehuwd met (1) Henderika Scheerman, (2) Trijntje Kouwenberg, zoon van Antonius F. Franse en Carolina J. Visbeek. Raadslid van 31-3-1892 tot 16-8-1893 .

Glorie, Frans, geboren Castricum 15-7-1813, veehouder aan de Breedeweg, overleden Castricum 5-11-1891, gehuwd met Neeltje de Groot, zoon van Klaas Glorie en Antje Nanne. Raadslid van 31-7-1866 tot 1-9-1891.

Goes, Joseph Maria, geboren Amsterdam 26-4-1861, bloemkweker, lid van Prov. Staten, overleden Driebergen-Rijsenburg 27-7-1942, gehuwd met Maria Voorting, zoon van Nicolaas J. Goes en Susanna C. Diepen. Raadslid van 5-9-1893 tot 4-9-1 917; wethouder van 2-9-1902 tot 14-12-1904 en van 5-9-1905 tot 4-9-1917.

Handgraaf, Hendrik, gedoopt Velsen 26-6-1807, timmerman, woonde in de Kerkbuurt, overleden Castricum 7-10-1863, gehuwd met Catharina Traan, zoon van Harmanus Handgraaf en Leentje van Leeuwen. Raadslid van 16-5-1860 tot 23-9-1863.

Hogenstijn, Johan Jacob, geboren Castricum 19-10-185 1 veehouder op de Brakersweg, overleden Castricum 21-3-1912, gehuwd met Klaasje van den Berg, zoon van Jan Hogenstijn en Elisabeth A. Eckhart. Raadslid van 3-9-1901 tot 21-3-1912 (overleden).

Kieft, Pieter, geboren Westzaan 20-6-1782, schoolonderwijzer, schout en burgemeester, woonde aan de Dorpsstraat, wegens fraude ontslagen en veroordeeld in 1836, na 1841 kastelein in Amsterdam, aldaar overleden 3-2-1843, gehuwd met (1) Elisabeth Smit, (2) Maria H. Korte, zoon van Cornelis Kieft en Neeltje Rooij. Schout van 6-1-1813 tot 1-12-1825, Burgemeester van 1-12-1825 tot 22-1-1836 (datum in hechtenisname).

Kuijs, Gerrit, geboren Castricum 8-7-1863, landbouwer, tuinder aan de Brakersweg, overleden Castricum 15-3-1938, gehuwd met Aagje Admiraal, zoon van Pieter Kuijs en Aaltje Duijnmeijer. Raadslid van 7-9-1909 tot 1-9-1931; wethouder van 4-9-1923 tot 6-9-1927.


Jaarboek 31, pagina 17

Kuijs, Jacob, geboren Akersloot 25-4-1837, veehouder in de Oosterbuurl, overleden Castricum 15-2-1916, gehuwd met (1) Maartje Schotvanger, (2) Klaasje Terra, zoon van Pieter Kuijs en Eva Schermer. Raadslid van 16-9-1875 tot 7-7-1910 (ontslagbrief 3-6-191o); wethouder van 20-12-1882 tot 5-9-1 905.

Kuijs, Jan, geboren Akersloot 11-5-1816, veehouder in de Oosterbuurt, overleden Castricum 27-5-1862, gehuwd met (1) Trijntje Sinnige, (2) Guurtje Kuijs, zoon van Jacob Kuijs en Neeltje Dekker. Raadslid van 2-9-1857 tot 27-5-1862 (overleden); wethouder van 16-5-1860 tot 27-5-1862 (overleden).

Kuijs, Jan, geboren Castricum 21-11-1820, landbouwer en bloemkweker, woonde in de Kerkbuurt, overleden Castricum 13-12-1884, gehuwd met Aaltje Duijn, zoon van Pieter Kuijs en Maartje Bruijn. Raadslid van 24-9-1862 tot  13-12-1884 (overleden).

Kuijs, Jan, geboren Akersloot 18-2-1843, veehouder, vertrekt in 1877 naar Limmen, overleden Alkmaar 1-5-1918, gehuwd met Maartje van Veen, zoon van Cornelis Kuijs en Antje Dekker. Raadslid van 1-10-1863 tot 28-6-1877.

Kuijs, Petrus, geboren Castricum 7-7-1879, bloemkweker en koopman in zaden en tuinvruchten, overleden Castricum 22-6-1951 , gehuwd met Geertrudis Piepers, zoon van Pieter Kuijs en Koosje Brakenhoff. Raadslid van 27-7-1910 tot 4-9-1923; wethouder van 2-9-1919 tot 4-9-1923.

Lommen, Petrus Henricus Leo Josephus (Piet), geboren Tilburg 10-9-1885, ambtenaar ter secretarie te Valburg, te Ursem, lid Prov. Staten van Noord-Holland, burgemeester, overleden Castricum 10-11-1936, gehuwd met Emma F.R.M. Maury, zoon van Maximinus D.H.H. Lommen en Geertruida M.C. Spigt. Burgemeester van 1-8-1918 tot 10-11-1936 (overleden).

Louter, Gerrit, geboren Castricum 28-11- 1863, landbouwer en kruidenier, woonde aan het Schulpstet en aan de Dorpsstraat, overleden Castricum 15-5-1958, gehuwd met Adriana de Weijer, zoon van Simon Louter en Guurtje Brakenhoff. Raadslid van 2-9-1913 tot 2-9- 1919; 4-9-1923 tot 1-9-1931; wethouder van 6-9-1927 tot 1-9-1931.

Louter, Jan, geboren Castricum 26-1-1798, veehouder aan de Brakersweg, overleden Castricum 24-5-1869, gehuwd met Maartje Tromp, zoon van Simon Louter en Aagje Morsch. Raadslid van 2-1-1834 tot 31-7-1866.

Louter, Simon, geboren Castricum 22-2-1825, landbouwer op het Noordend, overleden Castricum 28-7-1915, gehuwd met Guurtje Brakenhoff, zoon van Jan Louter en Maartje Tromp. Raadslid van 20-12-1882 tot 3-9-1895.

Melker; Willem, gedoopt Akersloot 26-4-1796, veehouder in de Oosterbuurt, overleden Castricum 15-11-1872, gehuwd met Maartje Beugel, zoon van Wulbert Melker en Klaasje Castricum. Raadslid van 5-7-1832 tot 2-1-1836; wethouder van 5-7-1832 tot 2-1-1836.

Melker, Wulbert, geboren Castricum 12-10-1824, landbouwer in de Oosterbuurt, overleden Castricum 13-10-1903, gehuwd met Jannetje Schermer, zoon van Willem Melker en Maartje Beugel. Raadslid van 11-8-1880 tot 13-10-1903 (overleden); wethouder van 20-10-1889 tot 2-9-1902.

Moens, Carel Hendrik, geboren Kampen 21-6-1841 , burgemeester, vanaf 1877 notaris, woonde vanaf 1870 in Beverwijk, aldaar overleden 12-5-1920, gehuwd met Lucretia F. Harger, zoon van Anthony Moens en Johanna Lambert. Burgemeester van 1-7-1869 tot 15-11-1877.

Mooij Cornelis, geboren Bergen 14-5-1821, landbouwer en gemeenteontvanger, overleden Castricum 13-1-1888, gehuwd met Antje Schermer, zoon van Jan Mooij en Neeltje Bruin. Raadslid van 8-4-1868 tot 2-6-1880; wethouder van 8-4-1868 tot 3-9-1872 en van 16-9-1875 tot 2-6-1880.

Mooij, Johannes (Jan), geboren Castricum 10-3-1848, bloemist, bestuurslid van de Groot-Limmerpolder, gemeenteontvanger, burgemeester, woonde aan de Dorpsstraat, overleden Amsterdam 8-2-1939, gehuwd met Neeltje Kuijs, zoon van Cornelis Mooij en Antje Schermer. Burgemeester van 5-6-1888 tot 1-6-1918.

Muijs, Pieter, geboren Beemster 9-12-1781, veehouder op boerderij Kranenburg, overleden Castricum 11-6-1841 , gehuwd met Guurtje Brasser, zoon van Jan Muijs en Trijntje Kloek. Raadslid van 1-12-1825 tot ’11-6-1841 (overleden); wethouder van 2-1 -1828 tot 11-6-1841 (overleden).

Park, Adrianus van der, geboren Assendelft 30-8-1819, veehouder in de Oosterbuurt, overleden Castricum 20-1-1892, gehuwd met Neeltje Hageman, zoon van Jan van der Park en Petronella Brakenhoff. Raadslid van 17-9-1873 tot 1-9-1891; wethouder van 10-7-1878 tot 20-10-1889.

Quack, Jan de, geboren Rotterdam 16-8-1769, klerk, magazijnmeester, ambtenaar bij een ministerie, commissaris van politie, vrederechter, burgemeester van Beverwijk en Castricum, genoot landelijke bekendheid als dichter, toneel- en romanschrijver, woonde in Beverwijk, aldaar overleden 4-7-1852, gehuwd met Petronella J. van Sluijs, zoon van Jan de Quack en Hester Esbeek. Burgemeester van 6-2-1837 tot 13-5-1852.

Ranke, Fulps, geboren Castricum 3-1-1768, aannemer, woonde aan de Dorpsstraat, overleden Castricum 1-5-1835, gehuwd met Aaltje Dekker, zoon van Maarten Ranke en Grietje Aalstius. Raadslid van 5-1-1812 tot 1-5-1  17 en van 6-12-182 1 tot 1-5-1835 (overleden).

Rendorp, jonkheer Jacob, geboren Amsterdam 3-11-1795, cavalerie-officier, luitenant-kolonel bij de Amsterdamse schutterij, burgemeester van Heemskerk en Castricum, woonde vele jaren op kasteel Marquette en vanaf 1869 in ‘s-Gravenhage, aldaar overleden 30-7-1879, gehuwd met jvr. Agneta M.C. Deutz van Assendelft, zoon van Mr. Willem Rendorp van Marquette en Paulina A. Bareel, Burgemeester van 13-5-1852 tot 1-1-1868.

Rommel, Johannes Frederik, geboren Castricum 10-7-1817, eigenaar van De Rustende Jager, ook landbouwer, overleden Castricum 27-5-1879, gehuwd met (1) Trijntje Alberti, (2) Anna P. Waagmeester, zoon van Bat1holomeus N. Rommel en Johanna M. Telvoren. Raadslid van 10-9-1851 tot 2-9-1857; van 11-5-1859 tot 16-9-1875; wethouder van 7-9-1869 tot 16-9-1875.

Schermer, Cornelis, gedoopt Heemskerk 7-2-1791, broodbakker, woonde aan de Dorpsstraat, overleden Castricum 21-12-1877, gehuwd met (1) Antje Dekker, (2) Willemijntje Brakenhoff, (3) Maartje Bakker, zoon van Jan Schermer en Hillegonda Knaap. Raadslid van 2-1-1828 tot 2-1-1834; van 10-9-1851 tot 8-4-1868; wethouder van 22-12-1858 tot 8-4-1868.

Schotvanger, Jan, geboren Limmen 23-1-1805, veehouder aan de Kooiweg, overleden Castricum 16-8-1878, gehuwd met (1) Grietje Kuijs, (2) Catharina Traan, (3) Antje Stet, zoon van Dirk Schotvanger en Guurtje Bruijn. Raadslid van 15-1-1862 tot 16-8-1878 (overleden); wethouder van 24-9-1862 tot 7-9-1869 en van 3-9-1872 tot 10-7-1878.


Jaarboek 31, pagina 18

Schotvanger, Pieter, geboren Castricum 1797, veehouder in de Oosterbuurt, overleden Castricum 12-12-1858, gehuwd met (1) Jannetje Pepping, (2) Arendje Kuijs, zoon van Dirk Schotvanger en Guurtje Bruijn. Raadslid en wethouder van 2-1-1836 tot 12-12-1858 (overleden).

Schrama, Cornelis, geboren Castricum 1-3-1746, veehouder in de Oosterbuurt, overleden Castricum 4-11-1830, gehuwd met Elisabeth van Duijn, zoon van Engel Schrama en Neeltje Cornelis. Raadslid van 1-5-1817 tot 2-12-1820.

Schuijt, Jacob, geboren Velsen 16-7-1875, landbouwer aan de Cieweg, overleden Leidschendam 17-6-1957, gehuwd met (1) Bregje Hofland, (2) Maria Gallé, (3) Cornelia Bakker, zoon van Jan Schuijt en Neeltje Castricum. Raadslid van 4-9- 1917 tot 11-6-1920.

Schuijt, Jan, geboren Heemskerk 15-12-1831, landbouwer in de Duinderbuurt, overleden Castricum 4-4-1910, gehuwd met Neeltje Castricum, zoon van Simon Schuijt en Hilletje Koopman. Raadslid van 4-2-1885 tot 4-4-1910 (overleden).

Slooten, Teunis, geboren Wormer 12-2-1819, veehouder op boerderij Kronenburg, overleden Heiloo 1-3-1909, gehuwd met (1) Antje Kooij, (2) Rensje Strooker, zoon van Willem Slooten en Jannetje Kroon. Raadslid van 20-3-1861 tot 8-4-1868.

Slop, Gerrit, geboren Koog aan de Zaan 13-3-1878, timmerman en gemeenteopzichter, woonde aan de Bakkummerstraat, vanaf 1939 in Arnhem, aldaar overleden 24-6-1955, gehuwd met Adriana Rond, zoon van Dirk Slop en Dieuwertje de Boer. Raadslid van 12-7-1912 tot 19-7-1913.

Soll, Jan Adam van, geboren Amsterdam 16-1-1813, broodbakker en brievengaarder, overleden Castricum 10-12-1891, gehuwd met Margrietje Rensenbrink, zoon van Jan van Soll en Antje Beijl. Raadslid van 5-1-1881 tot 10-12-1891.

Spaansen, Cornelis, geboren Schoorl 22-12-1863, veehouder aan de Breedeweg, overleden Castricum 11-12-1925, gehuwd met Johanna Henneman, zoon van Cornelis Spaansen en Trijntje Kap. Raadslid van 1-9-1891 tot 7-9-1909; van 5-3-1913 tot 11-12-1925 (overleden); wethouder van 14-12-1904 tot 7-9-1909 en van 4-7-1917 tot 2-9-1919.

Stet, Klaas, geboren Castricum 7-11-1793, veehouder aan de Brakersweg, overleden Huiswaard 19-6-1866, gehuwd met (1) Trijntje Koeleveld, (2) Neeltje Bruijn, zoon van Reijer Stet en Neeltje IJpelaan. Raadslid van 17-6-1835 tot 11-7- 1860; wethouder van 22-9-1841 tot 11-7-1860.

Tromp, Gerrit, geboren Castricum 3-1-1768, winkelier, koopman in schelpen, woonde aan het Schulpstet, overleden Castricum 3-7-1832, gehuwd met Willemijntje van Winsen, zoon van Jan Tromp en Antje IJpelaan. Raadslid van 2-12-1820 tot 3-7-1832 (overleden); wethouder van 6-12-1821 tot 3-7-1832 (overleden).

Twisk, Floris, geboren Heemskerk 18-11-1775, schelpenvisser, veehouder op de Bleumerweg, overleden Castricum 16-5-1860, gehuwd met Maartje Bakkum, zoon van Cornelis Twisk en Guurtje Kleibroek. Raadslid van 1-5-1817 tot 6- 12-1821 en van 3-12-1822 tot 10-9-1851.

Twisk, Jan, geboren Castricum 31-5-1833, landbouwer op Bakkum, overleden Bakkum 23-5-1910, gehuwd met Aagje Bos, zoon van Cornelis Twisk en Stijntje Zonneveld. Raadslid van 1-9-1891 tot 25-8-1909.

Twisk, Pieter, geboren Castricum 15-2-1865, veehouder en directeur Boerenleenbank, woonde aan de Burg. Mooijstraat, overleden Heiloo 9-4-1939, gehuwd met (1) Adriana Bakker, (2) Hendrika van Benthem, zoon van Cornelis Twisk en Willemijntje Kuijs. Raadslid van 16-11-1910 tot 2-9- 1919; RKSP van 9-7-1920 tot 1-9-1931, Vrije Lijst van 1-9-19 1 tot 3-9-1935.

Valkering, Petrus Johannes, geboren Limmen 14-2-1874, bloemkweker en handelsreiziger, overleden Castricum 14-8-1955, gehuwd met Aagje Heere, zoon van Timon Valkering en Dieuwertje Duin. Raadslid en wethouder van 7-9- 1909 tot 2-9-1919.

Zaalberg, Hermanus, geboren Leiden 17-5-1812, mede directeur in het familiebedrijf en fabriek van wollen dekens te Leiden, koopman en grossier in manufacturen, burgemeester van Castricum en Heemskerk, overleden Beverwijk 18-4-1884, gehuwd met Elisabeth H. Kiewit, zoon van Johannnes C. Zaalberg en Maria Brouwer. Burgemeester van 21-1-1868 tot 1-7-1869.

27 juni 2022

Kroniek 2006 van Castricum (Jaarboek 30 2007 pg 93-95)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 30, pagina 93

Kroniek 2006 van Castricum

Januari

1 De kern Castricum-Bakkum telt 22.990 inwoners, 50 minder dan het aantal inwoners op 1 januari 2005.

7 Op de nieuwjaarsreceptie van de gemeente ontvangen de heren J. Holt en W. Tromp een gemeentelijke onderscheiding voor hun maatschappelijke verdiensten.

8 Op de halve marathon van Egmond behaalt Selma Borst de 5e plaats.

8 Sportvrouw en sportman van het jaar 2005 worden de atleten Selma Borst en Mike van Kruchten. Helios 1 wordt sportploeg van het jaar. De jaarlijkse verkiezing wordt georganiseerd door de gemeente Castricum, het sportplatform en Radio Castricum.

De eerste paal voor de uitbreiding van het gemeentehuis.
De eerste paal voor de uitbreiding van het gemeentehuis. Raadhuis
plein 1 in Castricum, 15 mei 2009. Foto Henk Hommes. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

12 Architect Richard Groenendaal krijgt opdracht om de uitbreiding van het raadhuis te ontwerpen.

15 Feestelijke vieringen ter gelegenheid van het samengaan van de gereformeerde kerk en de hervormde gemeente Castricum als protestantse Gemeente.

18 Expositie van de fotoclub in het gemeentehuis ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan.

Februari

19 De minister van Financiën Zalm suggereert in een televisie-programma dat in Castricum de Onroerend Zaak Belasting (OZB) exorbitant is gestegen, wat veel reacties oproept. Hij bleek zich toch vergist te hebben.

22 Mevrouw Stam-Zwaan, oudste vrouw van Castricum, is 105 jaar geworden.

De fel begeerde onderscheiding Orde van de Luie Bul.
De fel begeerde onderscheiding Orde van de Luie Bul.

25 De carnavalsoptocht trekt door Pieperduin. Willem Veldt en Engel Twisk worden onderscheiden in de Orde van de Luie Bul. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Maart

1 Zeven organisaties tekenen een intentieverklaring voor de ontwikkeling van een Cultuurhuis in Castricum.

4 Start van een serie lenteconcerten, georganiseerd door de stichting lskra.

Herenkapper Simon Quax.
Herenkapper Simon Quax. Burgemeester Mooijstraat 15 in Castricum, 1994. Foto Kees Blokker. Toegevoegd.

5 Simon Quax zestig jaar in het kappersvak, waarvan vijftig jaar als zelfstandig herenkapper.

5 Laatste lijsttrekkersdebat voor de verkiezingen in café Me Tante.

7 Verkiezingen voor de gemeenteraad. De nieuwe partijen CK en G en de De Vrije Lijst doen hun intrede in de raad en D’66 verdwijnt.

10 Wethouder Van Gosliga opent tien zorgwoningen aan de G. Kuijs-Piepersstraat.

14 Ter gelegenheid van zijn afscheid van de brandweer wordt Herman Veldt koninklijk onderscheiden.

15 Afscheid van de oude raad. De raadsleden Marianne Bijvoet, Will Maréchall, Catharina Peperkamp en de heren Hans van Schoor, Alex van de Ven en Jan Jonker ontvangen een koninklijke onderscheiding.

18 Opening van de zevende Culturele Manifestatie in Sporthal De Bloemen met vijftig deelnemende verenigingen en instellingen.

21 Presentatie van een masterplan voor de herinrichting van het terrein van het psychiatrisch ziekenhuis Dijk en Duin.

April

3 Presentatie door VVD, PvdA en GDB van een coalitie akkoord onder de titel ‘Gewoon doen’. De nieuwe wethouders zijn: mevrouw Christel Portegies en de heren John Hommes en Ber Hes.

6 De drie ouderenbonden in de gemeente hebben een samenwerkingsovereenkomst gesloten voor contacten op bestuurlijk niveau en gezamenlijke activiteiten.

7 Het natuurherstelproject ‘Diederik’ door de burgemeester geopend.

9 Brand in een woning aan de Lindenlaan, waardoor een gezin met 16 kinderen dakloos wordt.

12 De minister van Landbouw Veerman bezoekt de biologische melkveehouderij van Michel Mooij in Bakkum.

12 De grote opknapbeurt van kampeerterrein Bakkum is afgerond. Henk Wesselius, algemeen manager van de Kennemer Duincampings en Ton de Meijer, beheerder, openen gezamenlijk het nieuwe winkelplein.

18 Afscheid van de oud-wethouders Könst en Voulon.

22 Open dag van de gerenoveerde serviceflat Sans Souci.

23 Vijfde Landschapsdag onder het motto ‘Castricum leeft met het water’.

Op 25 april 2006 is op 86-jarige leeftijd Catharina Mors-Borst overleden.
Op 25 april 2006 is op 86-jarige leeftijd Catharina Mors-Borst overleden. Zjj stond bekend als tante Trien. De weduwe van Dirk Mors was vele jaren het vertrouwde gezicht achter de bar van Hotel Café Borst. Meer dan 70 jaar was zij onlosmakelijk verbonden aan het sociale leven in Bakkum. Tante Trien was moeder over heel wat barklanten en zorgde voor het ‘huiskamergevoel’.

25 Catharina Mors-Borst (tante Trien), jarenlang de gastvrouw van Hotel Borst, overleden.

26 Afscheid van oud-wethouder IJmte van Gosliga.

28 Burgemeester A. Emmens-Knol ontvangt een koninklijke onderscheiding uit handen van de Commissaris van de Koningin. Locoburgemeester C. Portegies reikt onderscheidingen uit aan mevrouw Graafland-’t Lam, mevrouw T. Settels-


Jaarboek 30, pagina 94

Marinessen en mevrouw E. Tierolf-Hooijer, alsmede aan de heren M. Duijn, J. Glotzbach, A. Houtenbos, R.H. Struik, P. Tromp en L. Zonneveld (lid van de Werkgroep Oud-Castricum).

30 Het eerste elftal van Vitesse ’22 heeft de kampioenstitel in dewacht gesleept.

Mei

6 De Castricumse Rugbyclub is voor de vierde keer op rij kampioen van Nederland.

CasRC rugbyclub in Casticum.

10 De VVV-Castricum presenteert een nieuwe toeristische gids.

21 Bij een brand in een appartement in verzorgingsflat Sans Souci is een 81-jarige vrouw om hel leven gekomen.

21 Opening van het strandseizoen. Een nieuwe boot van de Castricumse Reddingsbrigade wordt gedoopt met de naam’gebroeders Bakker’ door Thijs Bakker, een van de oprichtersvan de reddingsbrigade.

25 Korfbalvereniging Helios organiseert het Euroregiotournooi, waaraan meer dan twintig jeugdteams uit Nederland, Duitsland en België meedoen.

Juni

13 Engel Lute, een bekende persoonlijkheid in Castricum en Bakkum, is op 81-jarige leeftijd overleden.

Engel Lute en Alie Stuijt uit de kerk naar huis.
Engel Lute en Alie Stuijt uit de kerk naar huis. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

16 Drie jongens uit Alkmaar lopen tijdens een kampvuur op het strand ernstige brandwonden op.

25 Ringsteekwedstrijden en een tractoren show in Bakkum.

28 Aan ‘De Dubbele Lus’, het jaarlijkse wieler- en hardloopevenement, doen 300 lopers en 50 wielrenners mee.

30 Rock & Roll-weekend met vijf bands in De Bakkerij.

Juli

1 Rob de Wit wordt feestelijk ontvangen na zijn fietstocht van drie maanden naar Santiago de Compostella.

2 Start van de vijftigste editie van het ‘Van Keeken’ tennistoernooi onder de naam ‘ Biesterbos Open’.

Restaurant Blinckers in Castricum aan Zee.
Restaurant Blinckers in Castricum aan Zee. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

2 Restaurant Blinckers, voorheen De Kim, in Castricum aan Zee geopend.

3 Wethouder Hommes opent het Zorgloket in het gemeentehuis. Het is bedoeld als informatie en adviespunt voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

12 Afscheid van rector Pieter de Haas van het Jac. P. Thijsse College. Hij wordt opgevolgd door Ton Heijnen.

16 Toeristenmarkt in de dorpskern met 150 kraampjes.

20 Wethouder Ber Hes verricht de opening van een nieuwe rotonde op De Bloemen.

23 Eerste concert van het zomerfestival met de naam ‘Dansende duinen’ in het buitentheater van Dijk en Duin.

24 Veel belangstelling voor een uitgebreid aanbod van vakantieactiviteiten, georganiseerd door de Stichting Welzijn Castricum. Daarnaast biedt Vakantie Kindervreugd een programma aan in dorpshuis De Kern.

Augustus

24 Burgemeester Emmens-Knol ontvangt op de eerste nationale naturalisatiedag vijftien ‘nieuwe’ Nederlanders.

26 ‘Castricum ontmoet’, een club voor allochtone- en autochtone bewoners, organiseert een internationale picknick in de duinen.

Het PWN en museum Kranenburg organiseren ‘Kunst & Koningsduin’. Er kan door de duinen een route gevolgd worden langs beeldende kunstenaars, schrijvers, dichters, danstheater en muziek. Castricum augustus 2016. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

27 Manifestatie ‘Kunst in Koningsduin’, presentatie van allerlei kunstvormen in de duinen, geopend door de burgemeestersvan Bergen en Castricum.

28 Verschillende woningen aan de Oude Haarlemmerweg zijn beschadigd door een windhoos.

September

4 Wonen Plus organiseert voortaan drie keer per week een open eettafel in Sans Souci.

9 Ter gelegenheid van Open Monumentendag organiseerde de Werkgroep Oud-Castricum allerlei activiteiten rondom de boerderij Kronenburg. Ruim 1.200 bezoekers!

9 Het Castricums Shanty- en Folksongkoor ‘De Skulpers’ presenteert haar eerste CD.

10 Honderden bezoekers bij de muziekmarathon in de dorpskern ten bate van het Leger des Heils.

De Gouden Stulp in aanbouw.
De Gouden Stulp in aanbouw, 2005. Beneden komen winkels en erboven woningen. Foto M.Sneijder. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

15 De eerste paal wordt geslagen voor het bouwproject ‘De Gouden Stulp’, ondanks langdurig verzet van omwonenden.

16 Op de Vierde Uitmarkt bij Geesterhage presenteert een groot deel van het verenigingsleven het programma voor het komende seizoen.

18 Ralph en Michael Tuijn beginnen aan een roeitocht over de Atlantische Oceaan.

24 Nazaten van Jaap Beentjes houden een vijfjaarlijkse reünie.

24 De 17e editie van ‘Jazz in Bakkum’ wordt geopend door het Jos van Beest Trio met gastsolist Sjoerd Dijkhuizen.

26 Het Platform Sport is officieel ingesteld.

29 Opening van de tentoonstelling ‘Schatten onder je voeten’ inbezoekerscentrum De Hoep en presentatie van het boek ‘Het Land van Hilde’.

Oktober

9 Veel schade op de spoorwegovergang Oranjelaan en stremming van het treinverkeer tengevolge van een niet ingetrokken arm van een glaswagen.

Blaaskapel de Windjammers.
Blaaskapel de Windjammers, 1993. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

14 De muziekvereniging ‘De Windjammers’ viert het 25-jarig bestaan met een jubileumconcert.

14 Het Bonhoeffercollege viert het zevende lustrum met een reunie van oud-leerlingen.


Jaarboek 30, pagina 95

17 Leden van de Castricumse reddingsbrigade en René Bos van muziekvereniging Emergo worden uitgeroepen tot vrijwilligers van het jaar.

20 Presentatie van het 29e jaarboek van Oud-Castricum; in verband met het thema in de kantine van FC Castricum.

21 Afscheid van drie brandweermannen: Ton Bijman, Angelo Houtenbos en Maarten Duijn. Zij waren respectievelijk 35, 34 en 25 jaar in dienst van het brandweerkorps.

November

1 Het Nieuwsblad voor Castricum stapt over op tabloidformaat.

5 Benefietconcert ten bate van de actie Kandelaarplastiek en het orgel- en klokkenfonds van de Pancratiuskerk.

10  De schaakvereniging Castricum viert het 80-jarig bestaan met een jubileumavond in de wintertuin van Johanna’s Hof.

11  Het blokfluitensemble Fontegara, opgericht door Catharina de Leur, viert het 25-jarig bestaan.

12  De opbrengst van de Zwemvierdaagse in zwembad De Witte Brug, bijna 100 euro, wordt overhandigd aan kinderboerderij ’t Dierenduintje.

22 Het timmerdorp Castricum gestopt in verband met milieu-eisen verbonden aan de houtopslag. De gemeente werft nieuwe vrijwilligers.

30 Presentatie van een boek over het leven van strandvonder en strandexploitant Thijs Bakker.

Restaurant Apicius in Bakkum.
Restaurant Apicius in Bakkum. Voorheen koffie café en banketbakkerij Kuilman. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

30 Aan restaurant Apicius in Bakkum is een tweede Michelinster toegekend. Een grote prestatie van Gaylord en Thorvald de Winter.

30 Afscheid van Hilbrand Klijnstra als algemeen directeur van de Rabobank West-Kennemerland.

December

4 Officiële start van de sloopwerkzaamheden nodig voor de ontwikkeling van het plan Bakkerspleintje.

Het begin van het nieuwe bakkerspleintje.
Het begin van het nieuwe bakkerspleintje. De opstallen van de bakkerij Hemmer, als laatste in gebruik bij jongerencentrum De Bakkerij, zijn gesloopt, 18 juni 2008. Foto Henk Hommes. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

10 Grote brand aan de Heemstederweg bij Tardy Groenrecycling. Vijftig brandweerlieden hebben meegewerkt aan de brandbestrijding.

12  Een terrein van 8 hectare aan de Bleumerweg is aangewezen als provinciaal archeologisch monument.

13  Kerstmarkt in de Tuin van Rommel met kramen van veel charitatieve instellingen en muzikale optredens.

15 Kerstpakkettenactie ‘Castricummers helpen Castricummers’, georganiseerd op initiatief van Marian Duinmeijer en MarjanQuaack.

24 Tot sportvrouw van het jaar 2006 wordt gekozen Selma Borst en tot sportman de atleet Mike van Krugten. Sportploeg: het eerste elftal van Vitesse ’22.

24 Fons Geenevasen, organisator van de Kerst-inn, ontvangt een koninklijke onderscheiding.

26 De levende kerststal in de tuin van bezoekerscentrum De Hoep trekt grote belangstelling.

Jeanne Groentjes-Vleugel
Niek Kaan

27 juni 2022

Castricum – Honderd jaar geleden 1906 (Jaarboek 30 2007 pg 88-90)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 30, pagina 88

Castricum – Honderd jaar geleden 1906

Dokter Schoonhoff.
Dokter Schoonhoff. Woonde in Hermana State, Dorpsstraat 76 in castricum. Foto gemaakt circa 1910. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Enige beroering ontstond in 1906 over de verlening van verloskundige hulp. Slechts gedurende een korte periode heeft Castricum twee huisartsen gehad. In het rooms-katholieke Castricum waren er voor de protestantse dokter Rentmeester onvoldoende bestaansmogelijkheden en hij vertrok. Dokter Schoonhoff ziet geen kans om met zijn drukke praktijk de verloskundige hulp te verlenen die hij had toegezegd en op basis waarvan de vroedvrouw was ontslagen.

De informatie voor dit artikel is onder andere ontleend aan de notulen van de gemeenteraadsvergaderingen, de inkomende en uitgaande stukken van de gemeente Castricum, de provinciale bladen en de registers van de burgerlijke stand.

1 januari 1906

Het gemeentebestuur bestaat op 1 januari 1906 uit burgemeester Johannes (Jan) Mooij, de wethouders Jacob Pzn. Kuijs en Cornelis Spaansen. Raadsleden zijn Jan Schuijt, Jan Twisk, Joseph Goes, Johan Hogenstijn en Pieter Duijn. De gemeenteontvanger is Bernardus A. Res.

Op 1 januari 1906 telt Castricum 2.265 inwoners. Dit aantal is op 31 december in datzelfde jaar toegenomen tot 2.429. In het jaar 1906 worden in Castricum 103 kinderen geboren; er worden 20 huwelijken gesloten en er overlijden 31 personen. Door dit geboorte overschot van 72 en doordat er 92 personen meer in Castricum komen wonen (234) dan er zijn vertrokken naar elders ( 142), neemt het inwonertal met 164 personen toe. De relatief sterke toename van het aantal inwoners, die zich al in 1905 inzette, had ongetwijfeld te maken met de bouw van Duin en Bosch, die in volle gang was.

24 januari 1906

Het gemeentebestuur zal geen vergunning verlenen voor de verkoop van sterke drank in een aantal wijken, buurten of straten binnen de gemeente Castricum. Het betreft Noord-Bakkum, het Schulpstet, Noordend, de Oosterbuurt en de Brabantsche Landbouw. In de Duinderbuurt, de Duinontginning en Zuid-Bakkum mogen in totaal maximaal vier vergunningen worden verleend; dat geldt ook voor de Kerkbuurt.

7 februari 1906

Binnen de gemeenteraad is er veel opschudding ontstaan over de benoeming van dokter Schoonhoff tot gemeentearts. Met deze benoeming wordt Schoonhoff belast met de doodschouw, de vaccinatie en de armenpraktijk; hij volgt daarmee dokter J. Rentmeester op.

Drie raadsleden hebben een brief gestuurd naar Gedeputeerde Staten (GS), waarin zij stellen:

  • dat bij de benoeming van Schoonhoff naar hun mening ongeoorloofde motieven hebben gespeeld; zo zou een raadslid die voor Schoonhoff heeft gestemd hebben gezegd: “Wij willen een Roomse dokter”;
  • dat de verdraagzaamheid door die benoeming niet werd bevorderd;
  • dat zij liever hadden gezien dat die verschillende functies tenminste niet alle aan één persoon hadden gekomen;
  • dat de heer Rentmeester onverdiend grievend onrecht wordt aangedaan;
  • dat zij daarom de tussenkomst hebben ingeroepen van Gepedupteerde Staten (GS) om die benoeming niet goed te keuren en indien mogelijk de benoeming voor een jaar te laten gelden om te voorkomen dat een geacht ingezetene wordt achtergesteld om geloofswille.

Door de burgemeester wordt aan GS om advies gevraagd. Echter door het vertrek van dokter Rentmeester komt er geen verandering in de benoeming van dokter Schoonhoff.

26 februari 1906

De eigenaren en bewoners van huizen aan de Rijksstraatweg alhier schrijven aan de gemeenteraad:
“Dat het hun bij herhaling gebleken is dat woonwagens hun standplaats kozen aan het zuidelijk gedeelte van genoemde straatweg in het dorp. Dat aan huizen of eigendommen door ongevraagd binnendringen der eigenaren van woonwagens stoorniswekkende ongeriefelijkheden worden opgeleverd en dat het aanhoudend bedelen van bewoners dier wagens evenzo aanleiding geeft tot onaangenaamheden.
Redenen waarom adressanten zich eerbiedig tot U wenden met het verzoek hierin verbetering aan te brengen door het eventueel bezoek van woonwagens op andere standplaatsen buiten het dorp te doen plaats hebben.”

Een van de paviljoens van Duin en Bosch in aanbouw.
Een van de paviljoens van Duin en Bosch in aanbouw.

8 maart 1906

De aannemer van de bouw van Duin en Bosch meldt in verband met de veiligheidswet dat in de timmerwerkplaats op het bouwterrein een stoommachine van 26 paardenkrachten (pk) wordt geplaatst om de volgende werktuigen aan te drijven: lint- en cirkelzaagmachine, reebank(vlakschaaf)machine, lijstenschaafmachine, boor- en hakmachine, een slijpmachine en een kortzaagmachine. Bovendien worden voor de aanmaak van metselspecie twee kalkmolens door stoom aangedreven.

Het werkend personeel bestaat uit 142 mensen, waaronder 42 timmerlieden, 22 metselaars, 26 opperlieden en 22 grondwerkers. De aanvoer van de bouwmaterialen geschiedt over een aparte spoorbaan langs de Duinenboschweg tot aan de duinvoet.

Links is de treinrails nog te zien die langs de Duinenboschweg loopt.
Spoor langs de Mient. Links is de treinrails nog te zien die langs de Duinenboschweg naar provinciaal ziekenhuis Duin en Bosch loopt. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Jaarboek 30, pagina 89

17 maart 1906

Elisabeth Tromp, echtgenote van Willem Zonneveld, is voor een vergoeding van 1,05 gulden per week belast met het schoonmaken van de lokalen van de school in Bakkum. Nu de school met een lokaal is uitgebreid, verzoekt zij om haar loon te verhogen naar 1,30 gulden per week. Hierop wordt afwijzend beschikt. Op 12 juni 1906 schrijft mevrouw Zonneveld-Tromp aan de burgemeester dat de school is schoongemaakt, dat dit het laatste kwartaal is dat zij dit werk doet en dat de burgemeester naar een ander kan uitkijken.

De openbare lagere school aan de Van Oldenbarneveldweg in Bakkum.
De openbare lagere school aan de Van Oldenbarneveldweg in Bakkum. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

21 maart 1906

Het jaarsalaris van de heer Nijsen, onderwijzer aan de Openbare Lagere School in Bakkum, wordt verhoogd van 850 naar 900 gulden.

18 april 1906

De burgemeester meent dat een nieuw Armenhuis noodzakelijk is, of het bestaande tehuis zal ingrijpend moeten worden gerepareerd. Het bouwen van een nieuw Armenhuis wordt afhankelijk gesteld van het al of niet beschikbaar komen van geld. De wethouders Goes en Spaansen worden belast met het onderzoek naar de toestand van het Armenhuis betreffende herstel of nieuwbouw.

Voormalige Armenhuis.
Voormalige Armenhuis, nu verbouwd tot wooneenheden. Overtoom 22-36 in Castricum, 2010. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Ook wordt de komst van rijkspolitie wenselijk geacht. Het daarvoor beschikbaar stellen van een woning verdient de voorkeur boven het aanstellen van een gemeenteveldwachter. De mogelijkheid voor de aanstelling van rijkspolitie zal worden onderzocht.

23 mei 1906

Herman van Benthem, die in deeltijd werkt als beambte op de gemeentesecretarie te Limmen, wordt met ingang van 1 juni 1906 ook benoemd tot ‘ambtenaar ter secretarie’ te Castricum van 2 tot 6 uur ’s middags; hij wordt tevens ambtenaar van de burgerlijke stand.

5 juni 1906

Burgemeester Mooij heeft bij de Commissaris van de Koningin de eed afgelegd vanwege de aanvaarding van een nieuwe ambtsperiode van zes jaar; eerder was hij al benoemd bij Koninklijk Besluit van 26 mei 1906.

Burgemeester Mooij op zijn werkkamer in het raadhuis.
Burgemeester Mooij op zijn werkkamer in het raadhuis. Dorpsstraat 65 in Castricum, 1905. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

25 juli 1906

Aan de orde is een verhoging van het jaarsalaris van de burgemeester en de secretaris naar respectievelijk 800 en 600 gulden in verband met de toename van het aantal inwoners. Omdat er nu een extra ambtenaar is aangesteld voor een jaarsalaris van 200 gulden, komt er al 150 gulden meer ten laste van de gemeente dan er de laatste jaren op de begroting hiervoor is uitgetrokken. Daarom wordt voorgesteld om de salarissen te verhogen naar respectievelijk 650 en 575 gulden. Ook wordt voorgesteld om het presentiegeld voor de raadsleden te verhogen naar 60 gulden per jaar. In september wordt dienovereenkomstig besloten.

29 augustus 1906

Het voorstel wordt aangenomen om twee gaslantaarns te plaatsen in de Kerkbuurt en één op de hoek bij Klaas Peijs (Bakkummerstraat/van Oldenbarneveldweg).

Gaslantaarn aan de Vinkebaan 18.
Aan de Vinkebaan stonden gaslantaarns die ‘s avonds ontstoken moesten worden en de volgende ochtend weer gedoofd. Mogelijk is dit Arie Stet die op Vinkebaan 22 woonde en lantaarnopsteker was. Vinkebaan 18 in Castricum, 1930. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Een groot aantal dorpsgenoten brengt bij het gemeentebestuur het slechte wegdek van de Mient vanaf de woning van Engel Lute tot die van de heer W. Res onder de aandacht. Dringend verzoeken zij de toestand van de weg te verbeteren: “Hetzij met koolasch, grint, schelpen of beharding met geklopte puin. Daar die weg een van de drukste verkeerpunten is vanaf het station tot Bakkum en andere wijken, voor tuinders, bouwers,  bloemkweekers, tot het vervoeren van mest en producten, ook voor elke neringdoende en voor voetgangers, de naaste weg van en naar het station.”

Handtekeningen onder het verzoekschrift ter verbetering van de Mient.
Handtekeningen onder het verzoekschrift ter verbetering van de Mient.

10 oktober 1906

Dokter Schoonhoff heeft een verzoek ingediend bij de gemeenteraad tot het aanstellen van een vroedvrouw. Zelf is hij niet bereid om deze taak op zich te nemen. Mogelijk zou mejuffrouw Slot weer bereid zijn om deze taak op zich te nemen. Het verzoek ontmoet veel weerstand, omdat een jaar eerder mejuffrouw Slot, na vele jaren als vroedvrouw werkzaam te zijn geweest, ontslag had gekregen, daar deze taak door de beide geneesheren zou worden behartigd. Inmiddels heeft dokter Rentmeester Castricum verlaten en staat dokter Schoonhoff er alleen voor. Het waarnemen van de verloskunde vindt hij te bezwaarlijk vanwege zijn drukke praktijk.

Vroedvrouw Slot.
Elisabeth Kieft-Slot, vroedvrouw, (met koffiepot) en familieleden. Collectie Ou-Castricum. Toegevoegd.

Na veel discussie is dokter Schoonhoff uiteindelijk bereid om aan de gemeente gedurende twee jaren 100 gulden te betalen als tegemoetkoming in de kosten van het salaris van de vroedvrouw. Op 28 december besluit daarop de gemeenteraad om mejuffrouw Elisabeth Slot uit Limmen voor een salaris van 150 gulden per jaar aan te stellen met daarboven 52 gulden vergoeding aan huishuur. Zij zal dan voor de tijd van 5 jaar aan behoeftigen gratis verloskundige hulp verlenen.

5 december 1906

Het verzoek van G. Kabel om voor de gemeente te mogen werken als timmerman wordt ingewilligd.
Afwijzend wordt beschikt op het verzoek van bierhuishouder J. Tromp. Deze heeft gevraagd om de verordening ter uitvoering van de drankwet in te trekken. Daarin wordt het aantal vergunningen om sterke drank te mogen verkopen in de buurtschappen vastgesteld. In de buurtschap waar Tromp woont (Oosterbuurt), mag geen sterke drank worden verkocht. De gemeenteraad is van


Jaarboek 30, pagina 90

mening dat intrekking het drankverbruik zal bevorderen door meer gelegenheid te geven.
Vergunningen tot de verkoop van sterke drank zijn beperkt tot maximaal vier in de Kerkbuurt: L.A. van Benthem (de Vriendschap), wed. J. Koopman (De Rustende Jager), B. Wempe (hoek Dorpsstraat-Burgemeester Mooijstraat) en M. Olgers (Burgemeester Mooijstraat) en vier in Bakkum: L. Burgering, Wub. Joosten (nu – in 2007 – hotel Borst), Johannes Kamp (Heereweg) en C. Castricum (De Goede Verwachting aan de Heereweg).

Familie Lute voor de deur van hun huis aan de Kramersweg. Het café is in 1908 overgenomen door Thijs Olgers.
Familie Lute voor de deur van hun huis aan de Kramersweg. Het café is in 1908 overgenomen door Thijs Olgers. Burgemeester Mooijstraat 19 in Castricum, 1908. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

18 december 1906

Een opgave van het aantal leerlingen op de twee openbare lagere scholen vermeldt 220 leerlingen op de school aan de Dorpsstraat onder leiding van C.J. Bussen en 99 leerlingen op de school in Bakkum onder leiding van H.A. Nijsen. Laatstgenoemde heeft voor zijn school een leerplan opgesteld; dat is goedgekeurd door het gemeentebestuur en door de schoolopziener van het district Haarlem. Dit plan omvat 6 leergangen, elk met 13 vakken. De leerlingen hebben toegang tot het nieuwe leerjaar als de leeftijd van 6 jaar vóór 1 juli is bereikt.

Leerlingen en meesters van de openbare lagere school aan de Dorpsstraat.
Leerlingen en meesters van de openbare lagere school aan de Dorpsstraat in Castricum, 1917. Hoofd van de school was meester Bussen (rechts) en meester Korf staat links. Het hoofd van de school woonde toendertijd in het gedeelte van het raadhuis aan de kant van de school. Dit was eerst de enige lagere school in Castricum, in 1920 werd de Augustinus school
gebouwd naast de kerk. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

31 december 1906

De gemeenterekening over het jaar 1906 telt aan ontvangsten 22.458 gulden en aan uitgaven 21.311 gulden, zodat er een batig saldo is van 1.147 gulden.

Simon Zuurbier

27 juni 2022

Jaarverslag 2006 (Jaarboek 30 2007 pg 91-92)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 30, pagina 91

Jaarverslag 2006

De werkgroep is ook dit jaar weer op verschillende terreinen actief geweest en heeft in verschillende verbanden samengewerkt, zoals in de werkgroep Oer-IJ en de overleggroep ‘Buitengebied Castricum.’

De belangrijkste gebeurtenissen en activiteiten in 2006 volgen nu in chronologische volgorde:

  • Op 9 januari begon het jaar met een nieuwjaarsreceptie in ‘De Duynkant‘.
  • Op 8 februari verzorgde Sjef Smulders een presentatie in ‘De Duynkant’ voor leden van het Nivon.
  • Op 8 maart hield Jan-Kees Blom een presentatie voor de leden van de werkgroep over de geologie in relatie met de kustontwikkeling en het Oer-IJ.
  • In het kader van onze jaarlijkse excursie fietsten wij op 20 mei naar de oude dorpskerken in Castricum, Uitgeest en Akersloot. Koos Kol gaf een toelichting over de geschiedenis en bespeelde de orgels.
  • Op 9 en 10 september werden de Open Monumentendagen op Cronenburg druk bezocht. In het kader van het thema ‘ Feest’ waren er allerlei activiteiten: de vereniging ‘Gordons Living History’ verzorgde een soldatenbivak; er waren diverse muzikale optredens en voor de kinderen was er een kinderatelier en een kleurwedstrijd. Verder waren er rondleidingen en tentoonstellingen.
  • Op 19 september werden vertegenwoordigers van de politieke fracties ontvangen in ‘De Duynkant’ om kennis te maken met het werk van de werkgroep.
  • Op 14 oktober, de Landelijke Archievendag, nam de werkgroep deel aan een historische markt in het Regionaal Archief in Alkmaar.
  • Op 20 oktober vond in de kantine van FC Castricum op sportpark Noord-End de presentatie van het 29e jaarboek plaats. De eerste exemplaren van het nieuwe jaarboek werden uitgereikt aan de voorzitters van de twee voetbalverenigingen in Castricum en aan de wethouders Hes en Hommes van de gemeente Castricum.
  • Het college van B. en W. bracht op 23 oktober een werkbezoek aan ‘De Duynkant’.
  • Op 16 november vond de jaarlijkse donateuravond plaats met als thema: ‘Stamboomonderzoek’. De sprekers waren de heren Sjef Smulders en Simon Zuurbier. Zij vertelden over stamboomonderzoek, zowel in algemene zin als toegespitst op allerlei Castricumse aspecten en families.
  • De open dagen op de eerste zondag van de maand werden druk bezocht. Hierdoor ontstonden interessante contacten en kregen we nieuwe donateurs.

Behalve deze gebeurtenissen, zijn er allerlei activiteiten door de leden in verschillende werkgroepen verricht, zowel binnen als buiten ‘De Duynkant.’

Werkgroep archeologie (Sjef Smulders)
Het rapport over de opgraving aan de Krocht in Limmen, waar we onze medewerking aan verleend hebben, is inmiddels verschenen. Tevens zijn we in het bezit van video’s van deze opgraving. Middels deelname aan de werkgroep Oer-IJ hebben we assistentie verleend aan de opgraving bij de Waldijk te Uitgeest. Daarnaast verleenden we medewerking aan de totstandkoming van de tentoonstelling ‘Schatten onder je voeten’ in het Bezoekerscentrum De Hoep.

Het digitaliseren van alle vroegere onderzoeksverslagen is nu voltooid en verschaft in tekst en beeld een prachtig overzicht van de Castricumse archeologie in de afgelopen veertig jaar.
Er is een handboek samengesteld dat dienst kan doen als leidraad voor kwalitatieve en kwantitatieve onderbouwing van toekomstige opgravingen.

Werkgroep inventarisatie (Peter Levi)
Afgelopen jaar is het opbergen van alle foto’s in zuurvrije mappen voltooid. Daarnaast zijn er weer veel gegevens toegevoegd aan de bestaande bestanden. Het fotobestand blijft elk jaar het meest geraadpleegd. Er is een begin gemaakt met de aanleg van een pandenarchief. In dit archief registreren we alles wat er van een pand aanwezig is. Het is op die manier gemakkelijker om een vraag over een bepaald pand te beantwoorden.

Werkgroep jaarboek en archiefonderzoek (Simon Zuurbier)
Wekelijks werd in het Regionaal Archief in Alkmaar door een groepje (Jeanne Groentjes, Tonny Sminia en Simon Zuurbier) onderzoek verricht, vooral betreffende onderwerpen over de geschiedenis van Castricum en Bakkum en de stamboom en geschiedenis van families uit deze plaatsen.
Verder werd het digitaliseren voortgezet van de gegevens uit de periode 1500-1811, aanwezig in het zogeheten Oud-Archief Castricum. De belangrijkste gegevens van alle gezinskaarten in het bevolkingsregister over de periode 1920-1940 zijn overgenomen. Een begin is gemaakt met het overnemen van de gegevens uit het bevolkingsregister uit de periode 1850-1860 en met het maken van een index over de periode 1860-1880. In het jaar 2006 zijn er vele handgeschreven akten door vrijwilligers overgetypt voor computerverwerking. Vrijwilligers die zich in 2006 hiermee buitengewoon verdienstelijk voor de werkgroep hebben gemaakt zijn: Miranda Cabalt, Marijke Lute, Piet Brasser, Wim van der Meer en projectgroep Standbyte.
Door Piet Blom en Wim Hespe werd incidenteel onderzoek verricht op het Kadaster.

Werkgroep financiën (Max Schiermann)
De exploitatie over 2005 werd positief afgesloten. Met de uitvoering van een plan voor vervanging en onderhoud van de inventaris werd gestart.

Foto/filmwerkgroep (Loek Zonneveld)
Om oude films goed te bewaren werd door Loek Zonnevelcl en Sjef Smulders een begin gemaakt met het overzetten op dvd.
Wim Emmens heeft foto’s gemaakt van panelen die verdwijnen. Hij maakte ook foto’s voor speciale projecten, zoals bijvoorbeeld de rondwandeling in de dorpskern.

Open Monumentenweekend 2006. De openstelling van de boerderij Cronenburg en het kasteelterrein was een groot succes. Het kanonschot wordt door de Gordon Highlanders met saluutschoten beantwoord.
Open Monumentenweekend 2006. De openstelling van de boerderij Cronenburg en het kasteelterrein was een groot succes. Het kanonschot wordt door de Gordon Highlanders met saluutschoten beantwoord.
Harry van Londen, beheerder van Cronenburg en Pieter Blom, de voorzitter van de werkgroep in gesprek met burgemeester Emmens - Knol.
Harry van Londen, beheerder van Cronenburg en Pieter Blom, de voorzitter van de werkgroep in gesprek met burgemeester Emmens-Knol.

Werkgroep Public Relations (Hans Boot)
In 2006 was er regelmatig contact met de pers en de plaatselijke of regionale radiozender. Elke maand verscheen er in verband met de openstelling op zondag in de kranten een informatief bericht, waarin werd verwezen naar de tijdelijke tentoonstellingen en diaseries. Ook de Open Monumentendagen op Cronenburg in september stond volop in de belangstelling en kwam zelfs op het nieuws van TV-Noord-Holland.
De werkgroep leverde vier keer een cultuurhistorisch artikel voor de rubriek ‘Langs de Schulpvaart’ in het Nieuwsblad voor Castricum.


Jaarboek 30, pagina 92

Voor de fotorubriek ‘Zo was ’t, zo is ’t’ van dezelfde krant werd er ook vier keer een bijdrage geleverd.
Onze website werd goed onderhouden en vaak bezocht.

Werkgroep Educatie (Cor Smit)
In De Duynkant’ werden diverse groepen van basisschool Toermalijn ontvangen. Deze groepen werkten onder leiding van leden van de werkgroep enthousiast met de leskisten.
In het kader van regionale aardrijkskunde en geschiedenis ‘het ontstaan van het landschap en de bewoning’ brachten de brugklassen van het Jac. P. Thijsse College een bezoek aan ‘De Duynkant’.
De tijdelijke tentoonstellingen werden druk bezocht. Het betrof de thema’s: cafés in Castricum, strandvonderij, feesten en vermaak en de onderwerpen uit het 29e jaarboek (onder andere de geschiedenis van de voetbalverenigingen). Ook de diaseries werden goed bekeken.

Bescherming gemeentelijke monumenten (Niek Kaan)
De gemeenteraad heeft een beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeente vastgesteld. Een belangrijke aanbeveling is de totstandkoming van een register van beschermde gemeentelijke monumenten. Bij de beoordeling en waardering van de panden wordt de Monumentenraad geraadpleegd. Deze raad bestaat uit vertegenwoordigers van de historische verenigingen, eigenaren van (potentiële) gemeentelijke monumenten en inwoners. Er is een selectie gemaakt van 140 panden, die nauwkeurig worden beschreven. Verwacht wordt dat de procedure tot formele aanwijzing van monumenten in 2007 wordt afgerond.

De Monumentenraad kan ook ongevraagd advies uitbrengen. In 2006 heeft de raad bijvoorbeeld geadviseerd over het ontwerp-bestemmingsplan Bakkum.

Bestuur, leden en donateurs
Op 31 december 2006 was het bestuur als volgt samengesteld:
P.C.M. Blom, voorzitter
Mevrouw A.H.A.M. van Boxtel, secretaris
M.G.J. Schiermann, penningmeester
P.A. Levi, lid
J. Smulders, lid
L. Zonneveld, lid

Onze collectie werd door verschillende schenkingen aangevuld. Aan de werkavonden in ‘ De Duynkant’ en andere activiteiten werd door een twintigtal werkende leden deelgenomen. Op 31 december bedroeg het aantal donateurs ongeveer 1.260.

Antoinette van Boxtel

27 juni 2022

Deelen, Derk van (Jaarboek 30 2007 pg 61-65)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 30, pagina 61

Wie was … Derk van Deelen

Derk van Deelen
Derk van Deelen

De Bunt was de naam van zijn woning aan de Tetburgstraat in Bakkum. Het was ook de naam van een kleine inmiddels verdwenen buurtschap bij Hoenderlo. Daar werd Derk van Deelen op 25 september 1900 geboren. Er stonden 11 simpele huisjes, van hout, steen en plaggen in een oeroud landschap dat tegenwoordig valt binnen het Nationale park De Hoge Veluwe. Zijn liefde voor de natuur en grote belangstelling voor bewoningssporen uit lang vervlogen tijden werd daar gewekt en hij zou die zijn hele leven niet meer kwijt raken. Zijn naam is verbonden met de Werkgroep Oud-Castricum, die dankzij zijn pionierswerk in 1967 kon worden opgericht.

De Bunt, het  huis van de familie Van Deelen.
De Bunt, het huis van de familie Van Deelen. Tetburgstraat 3 in Castricum, 1929.

De Bunt is genoemd naar een kleine grijsgroene grassoort, ofwel het buntgras. De Bunt, een ruim 15 hectare groot perceel, werd rond 1850 van het Otterlose veld afgescheiden en in negen smalle kavels verdeeld onder bewoners van Otterlo. Dagloners en heidemaaiers bouwden hier toen plaggenhutten en huisjes. In 1913 is De Bunt opgekocht en met alle bewoners gevoegd bij het landgoed De Hoge Veluwe. De bewoners vertrokken. Het is nog te zien waar de huisjes stonden. De grote solitaire bomen en groepjes sierheesters zijn overblijfsels van vroegere erfbeplanting. Van de huisjes zelf resteren slechts ondiepe kuilen. In 1913 stonden er 11 huisjes op De Bunt.

Het ouderlijk gezin Van Deelen in de buurtschap De Bunt omstreeks 1910.
Derk staat rechts op de foto.
Het ouderlijk gezin Van Deelen in de buurtschap De Bunt omstreeks 1910.
Derk staat rechts op de foto.

Derk was het vierde kind van Jan van Deelen en zijn vrouw Johanna Onderstal. Derk had drie broers en twee zusters. Vader Jan was bosarbeider. Derk volgde de lagere school in Hoenderlo. Hij ging er vanuit De Bunt lopend naar toe: anderhalf uur heen en anderhalf uur terug. Na de lagere school werkte Derk mee bij de aanleg van het park ‘De Hoge Veluwe’.

Uit die tijd dateert zijn liefde voor de natuur, voor alles wat leeft en groeit en voor de archeologie en de vuurstenen werktuigen uit de steentijd. Regelmatig ging hij met zijn vader naar bewerkt vuursteen zoeken. In de jaren (negentien) vijftig schreef hij eens een verhaal over de omgeving waarin zijn jeugd zich afspeelde: “Zwervende in het gebied zullen we leeren denken over het primitieve leven van onze vroegste voorouders en dwalende langs de oude wegen zal het verlangen in ons slerker worden om  toch maar iets te weten van de nooit doorvorste historie die we hier mogen vermoeden.”

Nadat moeder Johanna in 1918 was overleden, verhuisde de familie Van Deelen naar Ugchelen. Derk ging daar werken bij de ‘Geldersche Stoom Wasch- en strijkinrichting De Nieuwe Olifant’. Bij die wasserij leerde hij Anthonia Klopman kennen en ze kregen verkering. Na enige tijd ging Anthonia als dienstmeisje werken in Den Haag. Met een mooi getuigschrift op zak solliciteerde Derk, bij de wasserij van ‘Duin en Bosch‘ in Bakkum. Hij werd er per 1 juli 1919 aangenomen.

Zo vaak als hij maar kon, ging hij met de trein naar Den Haag om zijn meisje op te zoeken. Als het regende, stonden ze onder een brug, want in het huis waar ze werkte, mocht Antonia geen bezoek ontvangen. Hij moest dan weer terug naar Duin en Bosch. Als de trein niet verder ging dan Uitgeest, liep hij naar Bakkum. Anthonia vond tenslotte dichterbij werk in Alkmaar. Ze werkt daar ook in de huishouding en hielp ’s avonds in het café van haar werkgever. Dat stond Derk helemaal niet aan. Er moest een oplossing worden gevonden.

Tetburgstraat

Derk en Antonia konden een bovenwoning bemachtigen aan de Dr. Jacobilaan en trouwden op 24 augustus 1922 in Apeldoorn. Na genoeg gespaard te hebben, lieten ze aan de Tetburgstraat een huis bouwen en in 1929 konden ze hun nieuwe woning betrekken. Het huis kreeg de naam ‘De Bunt’ om hun binding met de Veluwe nog maar eens te benadrukken. Het echtpaar kreeg vier kinderen: Hans in 1927, Hannie in 1928, Tonnie in 1931 en Ali in 1941.

De familie van Deelen.
De familie van Deelen. Tetburgstraat 3 in Castricum, 1960. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Na de wasserij heeft Derk in de tuin met patiënten gewerkt en is hij parkwachter geweest en hulpportier. Het grootste deel van zijn werkzame leven was hij administratief medewerker in het magazijn van het provinciaal ziekenhuis. In het magazijn was een kantoor afgescheiden van waaruit, door veel glazen ramen, alles goed in de gaten gehouden kon worden. Hij werkte daar twintig jaar samen met zijn chef, de nu 91-jarige heer Hauser. Die herinnert zich Van Deelen als een zeer serieuze en heel aardige, bescheiden en loyale collega met een grote belangstelling voor de natuur en historie. Meneer Van Deelen zoals hij automatisch genoemd werd, probeerde hem daar ook enthousiast voor


Jaarboek 30, pagina 62

te maken. Het terrein van Duin en Bosch kende hij als zijn broekzak en hij wist precies waar bosanemonen te zien waren of waar wilde aardbeien of pirola groeiden. Ook over zijn oudheidkundige ontdekkingen mocht Van Deelen graag vertellen. Omgekeerd probeerde de heer Hauser zijn collega te interesseren voor de sportvisserij, maar die pogingen sloegen niet aan.

Het kerkje van Duin en Bosch.
Het kerkje van Duin en Bosch in Bakkum, 1999. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

Het personeel was ook buiten werktijd sterk verbonden met het ziekenhuis. De kerkdiensten in het witte kerkje werden bezocht en de kinderen werden daar gedoopt. Eenmaal per jaar was er een muziekuitvoering in de muziektent die aan de Beukenlaan stond en was er zelfs een soort kermis, met het rad van fortuin. Het personeel werkte hier verkleed aan mee. De directie was streng en machtig. Toen de kinderen eens een hinkelbaan tekenden op de Dr. Jacobilaan, kwam de parkwachter zeggen dat er geschrobd moest worden, want dat mocht absoluut niet en vader Van Deelen moest daarvoor vervolgens ook nog op het matje komen!

De band in het gezin was heel hecht. Men behandelde elkaar met eerbied en respect. Ook nu wordt dat nog vaak gememoreerd. Er werd veel samen gedaan. De vakanties werden steevast doorgebracht bij de familie, ooms en tantes op de Veluwe. Vooral in deze vakanties werd de liefde voor alles in de natuur uit het heden en verleden door vader Derk op zijn kinderen overgebracht. Hij leerde ze bewerkte vuurstenen van onbewerkte te onderscheiden en Romeins glas van nieuw glas. Ook werd veel aandacht, en niet alleen in de vakanties, besteed aan het overbrengen van kennis over antiek.

Ze gingen dan ook vaak nog even naar de plaats waar de oude buurtschap De Bunt eens was. Zoals Van Deelen het beschreef: “Het huis en de schuren en de vruchtboomen zijn nu allemaal verdwenen. Kortom alles wat er toen stond is nu weg. Alleen is daar nu nog de lindeboom die eertijds voor het huis stond. Toch gaan we ieder jaar nog even kijken, want wat altijd is gebleven is de herinnering.”

Informatiebord over de buurtschap De Bunt in het Nationale park De Hoge Veluwe.
Informatiebord over de buurtschap De Bunt in het Nationale park De Hoge Veluwe.

Zoon Hans merkte in 1987 op dat op het informatiebordje over ‘De Bunt’ in het nationale park bij de namen van de vroegere bewoners de naam ‘Deelen’ staat en vroeg dat te corrigeren in ‘Van Deelen’. De directeur van de stichting meldde dat er rekening mee zou worden gehouden bij een volgende editie van de borden en voegde er fijntjes aan toe: “Er is met een zwarte stift al een voorlopige correctie (door u?) toegepast.”

Het bord is nu, twintig jaar later, nog steeds niet aangepast, maar alle letters beginnen te vervagen en een verbeterde uitvoering is misschien wel aanstaande.

De kinderen van het echtpaar Van Deelen.
De kinderen van het echtpaar Van Deelen, van links naar rechts Hannie, Hans, Ali en Tonnie.

Dochter Tonnie vertelt:

“Als ik aan mijn vader denk, dan zie ik hem als een rustige, liefdevolle wijze man waar ik een hechte band mee had. Hij was een rots in de branding voor zijn gezin. Mijn moeder en kinderen waren hem dierbaar: Als kind gingen wij zaterdag in de tobbe, want een douche was er niet. Moeder waste ons en vader kamt onze haren (de scheiding netjes in het midden) en dan snel de pyjama’s aan, ’s winters voorverwarmd bij de kachel. Op zondag wandelden we wel naar zee. De kat liep vaak mee en als het stormde mocht die bij het strand onder zijn jas. Bij slecht weer deden we spelletjes en Pa speelde vaak op het orgel. Alles uit zijn hoofd. Hij was altijd bezig en erg handig. Hij repareerde dingen die stuk waren, zelfs onze schoenen. Achter het huis hadden we een grote tuin en waarschijnlijk uit noodzaak, een volkstuin aan de Van Oldenbarneveldweg.

We hebben allerlei dieren in huis gehad, zoals een hond, kat, kippen, konijnen, eekhoorn, kauwtjes, duif, muizen en hamsters. Ook een wild konijntje dat hij gered had onder een brandstapel vandaan op Duin en Bosch. Mensen brachten ook in het voorjaar eendenpulletjes als de moeder opgevlogen was. Oh, zei mijn vader dan, geef maar hier, want de moeder komt ze wel weer halen. ’s Avonds als het schemerde mochten we dan mee naar het duin achter de Tetburgstraat, doodstil wachten tot de moeder de jongen kwam zoeken en roepen, dan piepten de kleintjes en liet mijn vader ze los. Ook kwam hij een keer met een moedereend onder zijn arm aanzetten, wij wisten dan dat in zijn zakken de pulletjes zaten. De moeder was in een sprenkel (vogelvang klem) gelopen en miste een poot. Vader timmerde een hok en zette er een teil water in en wij hadden weer wat te verzorgen. Toen de wond genezen was, werd het hele spul bij het duinmeertje losgelaten.”


Jaarboek 30, pagina 63

Derk van Deelen met collega-parkwachters en portiers.
Derk van Deelen met collega-parkwachters en portiers. Van links naar rechts staand: J. Koper, P.G. Kappers, D. van Deelen en J. Kwadijk; zittend: J.W.F. de Jong, E.C.J. Sprengens en W. Castricum; op de voorgrond zittend: G. van den Akker.

Oorlogsjaren

Ook voor het gezin Van Deelen veranderde er veel bij het uitbreken van de oorlog. In 1942 evacueerde de familie naar Limmen, waar ze woonruimte hadden kunnen vinden. Het huisraad werd met paard en wagen vervoerd. Het gezin ging op de fiets. Vader Van Deelen had de transportfiets van Duin en Bosch geleend, zette daar de waston op, deed er een paar kussens in en zette daar zijn eenjarige dochter Ali in.

Er brak een moeilijke tijd aan. Derk van Deelen was een van de velen die in de Wieringermeer naar tarwe aren gingen zoeken. De aren werden gedorst, gemalen en vermengd met krokusbollenmeel en bietenpulp en clan werd er brood van gebakken.

Hij hield een soort kroniek bij van wat hij in de oorlogsjaren waarnam.
Een paar gebeurtenissen daaruit:

  • April 1943 In Castricum begint de grote afbraak
  • Augustus 1943 Etenhalers trekken door het dorp
  • 23 oktober 1943 Zware bom bij de spoorlijn en veel brandbommen
  • 22 april 1944 Bijna dagelijks vliegen 800 tot 1.000 bommenwerpers over ons dorp
  • 5 augustus 1944 Jagers schieten op trein tussen Castricum en Uitgeest 2 doden en een aantal gewonden.

Op 6 april 1945 hoorde Van Deelen samen met zijn vrouw bij de ooggetuigen van de executie van 10 gevangenen langs de provinciale weg. Ze wandelden in de richting van het kruispunt met de Alkmaarderstraatweg, toen er een vrachtauto, met Duitsers en 10 gevangenen aan kwam. De jonge mannen moesten uit de wagen komen en werden één voor één doodgeschoten. Zij moesten blijven staan en werden gedwongen om de afschuwelijke gebeurtenis aan te zien.

Na de oorlog keerde het gezin weer terug naar hun huis in Bakkum. Er hadden Duitsers in gezeten en alles zag er vreselijk uit. Voor het gezin waren de spanningen nog niet voorbij. De oudste zoon Hans werd opgeroepen om zijn dienstplicht te vervullen bij de mariniers in Nederlands-Indië. Toen hij in 1948 terug kwam was hij broodmager en woog nog maar 45 kilogram.

Actief leven

In de jaren die volgden, vloog de een na de ander uit. Dochter Tonnie bleef nog tot 1958 thuis wonen en Ali tot 1969. Het werd een stuk stiller in huis en al behoorden de hersengymnastiek, de quiz en het houden van een voordracht tot het verleden, toch was er nog veel aandacht voor elkaar. Vader Van Deelen zorgde altijd voor het wekken van de kinderen, tafel dekken en het klaarzetten van de fietsen. Dochter Tonnie: “In de zomer was hij al op de volkstuin als wij op de fiets naar Alkmaar vertrokken. We zeiden hem dan gedag en boven op de Dijk stapten we nog even af en zwaaiden naar hem en hij zwaaide dan terug met zijn schoffel.”

Van de ontvangst van de uitwonende kinderen en later de kleinkinderen maakten Derk en Antonia een feest. Nooit was hen iets te veel. Discussies ging hij liever uit de weg. Een typische uitspraak van hem was: “Dat kan jij nu wel zeggen, maar ik weel het niet.”

Buiten zijn gezin en zijn werk had Derk van Deelen ook aandacht voor zijn medemens. Daar waar hij kon leverde hij een bijdrage aan het kerkelijk en maatschappelijk leven. Zo was hij diaken en ook ouderling van de Nederlands hervormde kerk in soms roerige tijden. Hij ging voor de kerk op ziekenbezoek thuis en in ziekenhuizen. Ook nam hij kerkdiensten op met de bandrecorder en ging er mee rond bij de mensen die niet in staat waren geweest naar de kerk te gaan.

Lange tijd was hij bestuurslid van het bejaardencentrum, thans zorgcentrum ‘de Santmark’. De naam is op zijn voorstel gekozen en is afkomstig uit één van de ‘Kennemer Balladen’ van W.J. Hofdijk, uitgegeven rond 1850.

Derk van Deelen in zijn prieel met kauwen.
Derk van Deelen in zijn prieel met kauwen.

In 1958 was hij betrokken bij de oprichting van de Vogelwerkgroep Castricum. Heel wat jaren wandelde hij samen met werkgroeplid Scherjon op zaterdagen met patiënten langs de nestkastjes op het terrein van het ziekenhuis. Ze konden boeiend vertellen over alle bijzonderheden van de verschillende nesten en vogelsoorten.

Verder leverde Van Deelen zijn bijdrage in het bestuur van de afdeling Castricum van het Witte Kruis. Hij had wel een eigen vergaderdiscipline. Zodra het officiële gedeelte van een vergadering was afgehandeld en de gezelligheid begon, nam hij afscheid en ging naar huis.


Jaarboek 30, pagina 64

Een hoogtepunt in zijn leven was in 1959 de toekenning van de zilveren eremedaille verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau, voor zijn werk bij Duin en Bosch, maar vooral ook voor zijn belangeloze inzet bij verschillende maatschappelijke instellingen.

De heer Van Deelen tijdens een van zijn lezingen.
De heer Van Deelen tijdens een van zijn lezingen.

Momenten van niets doen waren Derk onbekend. Na zijn pensionering in 1960, na een 41-jarig dienstverband bij Duin en Bosch, kon hij nog meer tijd besteden aan zijn twee grote hobby’s, natuur en geschiedenis. Hij hield zich graag bezig met het bestuderen van oude geschriften in de gemeentelijke en kerkelijke archieven en met het doorgronden van het verleden. Hij schreef artikelen voor het tijdschrift ‘de Speelwagen’, bijvoorbeeld over de schelpenvisserij. In de plaatselijke krant verschenen stukjes over diverse onderwerpen. Hij gaf ook lezingen met vertoning van dia’s.
Hij was correspondent voor de ‘Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek’. Een correspondentschap hield in dat archeologische waarnemingen werden beschreven en doorgegeven.

Met bewoningssporen uit de steentijd was hij opgegroeid en hij bleef altijd speuren naar vuurstenen voorwerpen. Hij vond in totaal zeven voorwerpjes, een primitief pijl puntje, een klein drietandig zaagje en vijf huidenkrabbers, maar tot zijn spijt waren deze vondsten onvoldoende om te kunnen spreken van bewoning uit de steentijd in onze streek.

De heer en mevrouw Van Deelen ontdekken de eerste bewoningssporen in Molendijk-Zuid.
De heer en mevrouw Van Deelen ontdekken de eerste bewoningssporen in Molendijk-Zuid.

Molendijk

In het voorjaar van 1950 vond hij samen met zijn zoon Hans, bij graafwerk in de duinen bij ‘De Brabantse Landbouw’ scherven van aardewerk van ver voor de jaartelling en uit de 9e, 10e en 12e eeuw en ook ploegsporen uit de middeleeuwen. Deze sporen van de vroegste bewoners van het duingebied, waren toch wel heel bijzonder en Van Deelen was er dan ook geweldig blij mee. Hij was een van de eerste leden van de vereniging voor amateurarcheologen, de Archeologische Werkgemeenschap Nederland. Aan het tijdschrift Westerheem, dat vanaf februari 1952 eerst in gestencilde vorm werd uitgegeven, leverde hij meerdere bijdragen.

Toen in 1966 met de grondwerkzaamheden, nodig voor de woningbouw in het bouwplan Molendijk-Zuid, aan de Cieweg werd begonnen, kwamen er op verschillende plaatsen enorme hoeveelheden potscherven uit de eerste en tweede eeuw voor de dag. Samen met zijn vrouw, die hem vaak hielp, probeerde hij zoveel mogelijk te redden. Het aardewerk bestond uit scherven van inheemse makelij in allerlei afmetingen en vormen. Thuis waste hij de scherven en probeerde passende scherven bij elkaar te voegen. Soms lukt het hem uit een berg scherven een bijna complete kom of pot samen te stellen. De schuur achter huize De Bunt raakte intussen voller en voller.

Werkgroep Oud-Castricum

De resultaten van de naspeuringen van Van Deelen op historisch gebied en zijn vele archeologische vondsten maakten duidelijk dat met meer mankracht nog meer bereikt zou kunnen worden. Eenmaal zou hij de fakkel toch moeten overgeven en nu zou hij zijn kennis nog aan meer mensen kunnen overdragen. Van Deelen was bereid om zich daarvoor in te zetten en daardoor werd het mogelijk de Werkgroep Oud-Castricum op te richten.

Op 16 mei 1967 kwam een aantal Castricummers in het oude raadhuis van Castricum voor het eerst bij elkaar. Van Deelen installeerde de werkgroep, waarbij hij de wens uitsprak dat in Castricum ooit nog eens een oudheidkamer of een klein museum zou worden opgericht. Voor dat doel stelde hij graag al zijn bodemvondsten aan de werkgroep ter beschikking.

Aan verschillende archeologische verkenningen, tentoonstellingen en lezingen van de werkgroep heeft Van Deelen volop meegewerkt. Uit de eerste zin van een brochure voor een tentoonstelling blijken de warme gevoelens die hij voor het dorp koesterde: ” Van welke kant we Castricum ook benaderen, het moet ons steeds opvallen op


Jaarboek 30, pagina 65

welk uniek plekje grond ons dorp van een onbetekenend gehucht is uitgegroeid tot het welvarende forensendorp zoals wij het nu kennen.”

‘Historie van Castricum en Bakkum’

Zijn naspeuringen in diverse archieven zette hij voort. Zelfs na een staaroperatie bleef hij met behulp van een borduurlens nog werken aan het ontcijferen van moeilijke handschriften. De aantekeningen die hij maakte, waren bestemd voor een ooit nog eens uit te geven boek ‘Historie van Castricum en Bakkum’. Hij typte het manuscript uit op een ouderwetse schrijfmachine.

Tenslotte ging hij op zoek naar een uitgever. Na enkele teleurstellende ervaringen – eenmaal raakte het concept zelfs zoek en is het nooit meer boven water gekomen – kwam hij in contact met de startende uitgeverij Pirola van Henk Jellema en Alphons Leysen uit Schoorl, die ook betrokken waren geweest bij de totstandkoming van het boekje ‘Oude ansichten van Castricum’. Jellema en Leysen zagen de waarde in van het verzamelde materiaal en hebben zich ervoor ingezet om het levenswerk van de heer Van Deelen uit te geven.

Intussen werd hij ziek en kampte met afnemende krachten. De uitgevers deden hun uiterste best en het was Van Deelen nog vergund om een proefdruk van zijn boek in handen te kunnen houden. De Werkgroep Oud-Castricum had intussen de beschikking gekregen over een eigen onderkomen aan de Geversweg dat overeenkomstig zijn wens de naam De Duynkant kreeg. Ook dit gebouwtje, waarin veel van zijn vondsten werden geëxposeerd, heeft hij nog kunnen bezoeken, maar de officiële opening heeft hij niet meer mee kunnen maken.

De familie van Deelen bij het 50-jarig huwelijksfeest.
De familie van Deelen bij het 50-jarig huwelijksfeest. Tetburgstraat 3 in Bakkum op 24 augustus 1972. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Op 24 augustus 1973, op zijn 51e trouwdag, overleed Derk van Deelen. Hij was bijna een jaar ernstig ziek geweest en thuis liefdevol verzorgd door zijn vrouw.

Dominee Bijl sprak bij de uitvaartdienst: “Mijnheer Van Deelen heeft heel intensief, heel bewust geleefd. Alles wat hij zei en alles wat hij deed, was goed doordacht, goed overwogen. Door zijn begaafdheid en zijn beschaafdheid heeft hij voor velen werkelijk iets betekend.”

Mevrouw Van Deelen werd nog door de werkgroep gehuldigd bij het bereiken van haar tachtigste verjaardag. Zij overleed op 25 januari 1986.

Het echtpaar Van Deelen in hun mooie tuin.
Het echtpaar Van Deelen in hun mooie tuin.

Wie nu op zoek gaat naar het intieme huis van de familie Van Deelen aan de Tetburgstraat zal het er niet meer vinden. ‘De Bunt’ heeft ook daar zijn plaats moeten afstaan.

Niek Kaan

Samengesteld met hulp van Ali, Tonnie en Hans van Deelen.