18 september 2023

Hengelsport Vereniging Castricum (Jaarboek 41 2018 pg 31-39)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 41, pagina 31

Hengelsport Vereniging Castricum 90 jaar

Logo Hengelsport-vereniging 'Castricum'.
Logo Hengelsport-vereniging ‘Castricum’.

Het verenigingsleven nam aan het einde van de 19e eeuw een grote vlucht. Liefhebbers van de hengelsport bleven niet achter. Rond 1890 waren er in Amsterdam al zo’n 25 baarsvisclubs actief.
In 1906 werd de landelijke Algemene Hengelaars Bond AHB opgericht. Dit om tegenwicht te bieden tegen de aangekondigde visserijwet, waarin de sportvissers achtergesteld zouden worden ten opzichte van de beroepsvisserij.

Op 28 november 1926 werd de ‘Hengelaarsvereeniging Castricum en Omstreken’ opgericht. In 2018, dus ruim 90 jaar geleden, een mooi moment om terug te blikken.

De oprichting

Gijsbertus Casteele was een Amsterdamse sportvisser die, omdat hij bij Duin en Bosch ging werken, in 1909 naar de Zeeweg nummer 7 te Castricum verhuisde. Hij is tot 1955 secretaris geweest.
Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de club schreef hij een verslag over het ontstaan van de vereniging, waaruit het volgende is ontleend.

“Hij zag in Castricum maar weinig liefhebbers van het vissen. Het bij veel Amsterdammers beroemde viswater Groot-Limmerpolder werd bijna niet gebruikt. In 1925 werd de Schulpvaart gebaggerd. Jongens, die op het Stet stekeltjes aan het vangen waren, zagen ‘zulke grote vissen’ zwemmen en boven het water uitspringen. Liefhebbers van het vissen ontdekten inderdaad grote karpers die op de zandbodem waren afgekomen. Er werd vanaf die tijd veel gevist. Er waren geluksvogels die met meer dan tien bovenmaatse karpers thuis kwamen.

De Schulpvaart in Castricum. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De pachter van het visrecht de beroepsvisser heer Dirkson stuurde echter de Rijkspolitie op de vissers af om ze te doen stoppen. De Schulpvaart was een openbaar vaarwater, net als de rest van de Groot-Limmerpolder.
Bij Koninklijk Besluit van 23 juli 1921 viel het echter onder een uitzonderingsbepaling en er was een vergunning nodig om daar te mogen vissen.

Enkele hengelaars staken de koppen bij elkaar. Men moest een hengelsportvereniging oprichten want collectief viel meer te bereiken dan individueel. Iedereen die men wel eens met een hengel had zien lopen, werd dus benaderd en heel wat van deze liefhebbers verklaarden zich bereid om lid te worden van een op te richten vereniging.
Op 25 november 1926 had de oprichtingsvergadering van ‘Hengelaarsvereeniging Castricum en Omstreken’ plaats in hotel De Rustende Jager.

Daar werd het eerste bestuur gekozen bestaande uit:

  • J. Mulder, voorzitter;
  • J.F. Rommel, tweede voorzitter;
  • G. Casteele, secretaris;
  • J. Kijzers, tweede secretaris;
  • F.A. Metzer, penningmeester;
  • J.P. Baas, commissaris;
  • J.G. Ehrenfeldt, commissaris.

Van de in 1908 opgerichte Haagse Hengelaarsvereniging had men een huishoudelijk reglement ontvangen dat in klein comité al pasklaar gemaakt was voor de jonge vereniging. De contributie werd vastgesteld op 10 cent per week, te innen per drie maanden bij vooruitbetaling. Daarnaast zou men een entree-geld van 2,50 gulden moeten betalen. Verder was men unaniem van mening dat de vereniging zich moest aansluiten bij de Algemeene Hengelaars Bond.

De eerste opdracht voor het bestuur was te zorgen dat de leden een goed viswater kregen. Het bestuur ging eens praten met de heer Dirkson, die aanvankelijk niet bereid bleek om iets van zijn water af te staan. Na heel veel praten en onderhandelen lukte het Casteele en Kijzers uiteindelijk op 11 mei 1927 om een stuk van de Schulpvaart, vanaf het Bakkummer Stet tot aan de Hooge Brug in de Uitgeesterweg, te pachten.


Jaarboek 41, pagina 32

Voor het drie kilometer lange viswater werd een pacht betaald van 50 gulden per jaar en daarnaast moest er nog over een periode van vier jaren jaarlijks 60 gulden extra worden betaald als vergoeding voor de pootvis die Dirkson had uitgezet.

Het viswater in de Groot Limmerpolder tijdens het jaar 1937.
Het viswater in de Groot Limmerpolder tijdens het jaar 1937.

Na twee jaar kwam hier verandering in nadat voorzitter Mulder de Visserij inspectie in Den Haag had geraadpleegd. Hetzelfde stuk water moest toen worden gepacht tegen een vergoeding van 1 gulden per lid bij een maximum van 50 uit te geven vergunningen. Daarnaast was de vereniging verplicht een bedrag van 0,50 gulden per vergunning over te maken aan het polderbestuur om jonge vis in het water uit te zetten. In 1927 werd besloten om het café ‘Duin en Bosch’ van de heer Metzer als clublokaal te gaan gebruiken. Op 15 september 1928 werd dit café door brand verwoest, waarbij ook de kas van de vereniging, inhoudende ruim 50 gulden in vlammen opging.

Algemeene Hengelaars Bond.
Algemeene Hengelaars Bond.

Vanaf 1932 tot ongeveer 1970 was de lunchroom van Ben Kuilman aan de Van der Mijleweg het clublokaal, wat duidelijk getoond werd door het groene bordje naast de deur met daarop een baarsje en de tekst ‘Algemeene Hengelaars Bond / Bondscafé’.

Periode 1926 tot 1948

Tot 1948 beschikte de vereniging alleen over het viswater in de Groot-Limmerpolder. Deze polder beviste men samen met Hengelsportvereniging Limmen (opgericht 1931) en De Sander (opgericht 1935) in Akersloot. Een groei van de vereniging was onmogelijk vanwege de bepaling dat de Castricumse vereniging maximaal 50 visvergunningen voor de Groot-Limmerpolder mocht uitgeven; een bepaling van het Polderbestuur die tot 1982 in stand werd gehouden en bedoeld was om niet te veel mensen tot de landerijen toegang te geven.


Jaarboek 41, pagina 33

In de overeenkomst van 1939 staat het volgende: “De besturen der hengelvereenigingen hebben te waken tegen het stroopen door hun leden, het meenemen van vreemden (niet-ingezetenen, niet-leden) en jongens. In het hooiland mag niet geloopen worden. Het houden van hengelconcoursen is in de wateren van den polder verboden.”

Vaak was het niet eens mogelijk om zomaar ergens te gaan zitten en je hengeltje uit te gooien. De grasbermen waren verpacht en de pachter wilde daar soms geen publiek op hebben. Na de aanleg van de Zeeweg (N513) van Bakkum naar Limmen moest de vereniging voor het betreden van het gras langs de Schulpvaart bij de Grote Bocht en bij de Limmervoort een looprechtvergunning van de Provincie hebben.

De grote bocht in de Schulpvaart.
De grote bocht in de Schulpvaart. Schilder Nico Lute. Foto Jacques Schermer. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In deze beginperiode van de vereniging was het vissen beperkt tot de Groot-Limmerpolder en was men, net als de eerste Amsterdamse visclubs (visclubs waren baarscolleges genaamd), bezig met het houden van viswedstrijden op baars en de gezelligheid van het samenzijn in het clublokaal. De eerste baarswedstrijd werd in maart 1927 gehouden in de Egmondervaart.

Voor hun hengelmaterialen konden ze vanaf 1934 terecht bij de hengelaar Jan Heideman, die in zijn manufacturenzaak aan de Dorpsstraat 69 ook visspullen ging verkopen.

De Winkel van Jan Heideman.
De Winkel van Jan Heideman. Dorpsstraat 69-71 in Castricum, 1943. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Dat het houden van een baarswedstrijd in die tijd een serieuze zaak was, blijkt uit de wedstrijd op 6 december 1936 ter gelegenheid van het 10-jarig jubileum van de vereniging. Men viste in de Ringvaart te Heerhugowaard met een gezamenlijke reis per autobus vanaf De Rustende Jager en de lunchroom van Ben Kuilman. Dat het binnenwater in Noord-Holland toen anders was dan nu, blijkt uit het gegeven dat men niet als aas een worm maar de steurkrab (een brakwater garnaal) gebruikte. Na de wedstrijd werden in de lunchroom van Ben Kuilman, onder het genot van enige consumpties, de wisselmedaille en de prijzen in de vorm van hengelsportgereedschap uitgereikt.

De baarsvissers op 6 december 1936 tijdens de wedstrijd wegens het 10-jarig bestaan.
De baarsvissers op 6 december 1936 tijdens de wedstrijd wegens het 10-jarig bestaan. Van links naar rechts voorste rij A. Hogenstijn, J. Zentveld, G. Casteele, K. Welsenes, J. Kijzers, C. Borst, C. Nijman, J. Zonneveld, L. Eggers en C. Orij; achterste rij J. Vessies, H. Heideman, H. Eikhof, P. Bleijendaal, D. Hoogland, E.C. van der Vijgh, W.T. Martens, G. Schermer, Chr. de Geer, C. Brakenhoff, A. van Weenen en G. van Straaten.

Tijdens de eerste oorlogsjaren ging het verenigingsleven nog gewoon door. Voor het houden van een ledenvergadering moest er sinds 21 juni 1940 toestemming worden verleend door de politie, waarbij de locatie, het aantal deelnemers, de tijd en de agenda moesten worden overlegd. Op 12 juli 1942 hield men een gezamenlijke visdag in het kanaal bij De Stolpen. ’s Morgens vroeg vertrok men toen per fiets vanaf Kuilman naar het station in Alkmaar. Van daar ging de reis met de bus naar De Stolpen.

Bakkerij en hotel restaurant Kuilman.
Bakkerij en hotel restaurant Kuilman. Van der Mijleweg 22-24 in Bakkum. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

In december 1942 werden de leden aangeschreven met de vraag of ze per 1 januari 1943 nog lid wilden blijven, want bijna alle leden waren toen vanwege de evacuatie vertrokken naar elders.

Pas in 1946 begon er weer leven in de club te komen. Het visrecht van beroepsvisser Dirkson was op 1 april 1945 verlopen en de Castricumse hengelaars hebben er toen


Jaarboek 41, pagina 34

niet achteraan gezeten om zelf het visrecht in de polder te verwerven, want men had vlak na de oorlog wel andere zorgen.

Hengelsportvereniging Limmen had haar zaakjes blijkbaar beter voor elkaar: zij verwierf het visrecht op schubvis terwijl vishandel Gebroeders Dil uit Akersloot het visrecht op aal en zeelt in handen kreeg.

Voor de Castricumse vereniging betekende het uiteindelijk dat ze voor de Groot-Limmerpolder weer slechts 50 visvergunningen mocht gaan uitgeven. Dit was de Castricumse voorzitter Gerrit Terol een doorn in het oog en had jaren van onmin tussen beide verenigingen tot gevolg. Want wie in Castricum lid wilde worden, moest wachten tot er iemand zijn lidmaatschap opzegde of kwam te overlijden. In 1948 had de club al 50 leden. In het contributieboek van dat jaar staat bij de nieuwe leden C.L. Bedeke en O.P. Bleijendaal de aantekening ‘voor eigen risico’. Het was namelijk niet zeker of ze wel een visvergunning zouden krijgen.

Periode 1948 tot 1956

Tijdens de bezetting was er door de Duitsers een tankgracht van Bakkum tot aan Egmond aangelegd. Na de bevrijding wilden de eigenaren natuurlijk hun weilanden weer terug en werd de tankgracht gedempt. Wegens gebrek aan voldoende zand bleven een paar stukjes van deze tankgracht gespaard. In Bakkum-Noord ligt er aan de Bleumerweg (kadasternummer 124 in sectie A) nog een stukje met de naam ‘Tankval De Kroft’.

Op voorstel van het lid Piet van Duin zou men proberen de tankval te pachten om hierin karpers uit te zetten. Begin maart 1948 brachten vier bestuursleden een bezoek aan de eigenaar Reinier Duijn. De tankval was al verpacht aan een inwoner van Limmen. Maar Reinier wilde wel eens met deze pachter gaan praten. Deze heren zijn het eens geworden, zodat de vereniging de tankval kon huren voor zes jaar en zes optiejaren. Hiermee hadden de Castricumse hengelaars er een stuk viswater bij en konden er nieuwe leden worden toegelaten.

Op 31 maart 1949 zette de vereniging 400 edelkarpertjes en 100 zeeltjes uit. Met de bevissing werd gewacht totdat de karpers de wettelijke maat van 35 cm hadden bereikt. Op voorstel van voorzitter Gerrit Terol plaatste men er een bord ‘Verboden te vissen AHB’.

Op zondag 11 juni 1950 werd er een eerste proefwedstrijd gehouden waaraan 33 leden deelnamen. Toen ving men 137 karpers die allemaal ondermaats waren. De winnaar was Theo de Graaf die 19 karpertjes ving.

Op zondag 17 juni 1951 werd de tweede karperwedstrijd gehouden met 44 leden. Die keer ving men 27 karpers waarvan er negen bovenmaats waren. Om de prijzen moest worden geloot, want er waren vijf deelnemers die ieder twee karpers vingen: Jan Immink, Arie van Weenen, Feije Tiemstra, Cees Bedeke en Willem Rozing.

Bij het huren van de tankval was gebleken dat de hengelsportvereniging geen formele status als rechtspersoon had, omdat ze niet Koninklijk goedgekeurd was. Bij Koninklijk besluit van 4 oktober 1955 werden de statuten van ‘Hengelsportvereniging Castricum’ (afgekort HVC) goedgekeurd en kon ze als een volwaardige vereniging verder.

Het verenigingslogo van de Hengelsportvereniging anno 1956.
Het verenigingslogo van de Hengelsportvereniging anno 1956. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In gevolge daarvan trad in 1956 het oude bestuur af en werd er een volledig nieuw bestuur gekozen. Volgens de nieuwe statuten waren er ook aspirantleden van 8 tot 14 jaar en juniorleden van 14 tot en met 17 jaar mogelijk. Als viswater voor de aspiranten en junioren was alleen tankval De Kroft aan de Bleumerweg beschikbaar. Het deelnemen aan de wedstrijden was voorbehouden aan de seniorleden van 18 jaar en ouder. Het zal zeker met het cafébezoek na de wedstrijden te maken hebben gehad.

Periode 1956 tot 1966

In deze periode werden er in Castricum veel nieuwe woonwijken gebouwd en diverse vijvers gegraven voor de waterafvoer en verfraaiing van de buurt. De eerste vijver was die aan de Helmkade, waar vooral de Castricumse jeugd een hengeltje uitgooide.

Helmkade met zicht op woningen aan de Schelgeest.
Helmkade met zicht op woningen aan de Schelgeest. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

In deze periode was er één hengelsportwinkel, namelijk van Siem Swart aan de Dorpsstraat 41.

Siem Swart in de deur van zijn hengelsportwinkel artikelen aan de Dorpsstraat.
Siem Swart in de deur van zijn hengelsportwinkel artikelen. Dorpsstraat 41 in Castricum, 1960. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In 1962 verkreeg de vereniging het visrecht in de pas gegraven vijver aan de Hendrik Casimirstraat. Er werden jaarlijks 80 kilogram tweezomerige pootkarpers in uitgezet. De vijver werd met gaas afgesloten van de overige vijvers en zo ontstond er een ware karperput. Het vissen in de Casimirvijver was toen nog voorbehouden aan de seniorleden en gebonden aan een groot aantal regeltjes. Er mochten in die vijver maximaal tien hengelaars tegelijkertijd vissen. De gepensioneerden mochten er bijvoorbeeld niet vissen op zaterdagen, zondagen en werkdagen na 18 uur.De dinsdagmiddag was gereserveerd voor de middenstanders, die dan hun winkel sloten.

Vijver met vissende mensen aan de Hendrik Casimirstraat.
Vijver met vissende mensen aan de Hendrik Casimirstraat. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Het vissen onder de ogen van de omwonenden lokte natuurlijk ook klachten uit, die via de gemeente op het bord van de hengelsportvereniging werden gedeponeerd. In een brief van 19 juni 1962 staat:

  • “Op de zondagen 3 en 10 juni bevond zich bij de vijver een hengelaar die een luid spelende draagbare radio bij zich had, welke een hinderlijk lawaai veroorzaakte;
  • Het geheel wordt ontsierd door urinerende vissers;
  • Op 11 juni raakte een der zwanen verward in een vislijn.”

Op de naleving van de regels werd toezicht gehouden door twee leden die als controleurs werden aangesteld: Henk Serlijn en Cor Bartling.


Jaarboek 41, pagina 35

Op overtredingen stonden ook behoorlijke sancties. Vooral de heer Bartling was fanatiek, wat hem niet geliefd maakte bij zijn clubgenoten. Barend Kappers werd voor een maand geschorst, omdat hij een ondermaatse karper in zijn leefnet had. Feije Tiemstra (74 jaar) werd twee maanden geschorst wegens onbehoorlijk gedrag, terwijl Piet van Kessel met royement werd gedreigd vanwege het geluidsniveau van zijn draagbare radio. Zelfs het zeer gewaardeerde erelid Jan Korver (67 jaar) kreeg een schorsing vanwege het incident met de bewuste zwaan, die overigens een uurtje later door twee andere hengelaars van het snoer was verlost. De ‘slachtoffers’ konden nog wel in beroep gaan bij voorzitter Gerrit Terol, maar je had bij hem weinig in te brengen.

Gerrit Terol drukte zijn stempel op de vereniging; hij was voorzitter van 1937 tot 1956 en van 1959 tot 1974.
Gerrit Terol drukte zijn stempel op de vereniging; hij was voorzitter van 1937 tot 1956 en van 1959 tot 1974.

Aan de Castricumse jongeren had de vereniging nog steeds niets te bieden anders dan het viswater aan de Bleumerweg. Het vissen werd bij de jeugd steeds populairder, omdat er nu ook vijvers lagen langs de Kastanjelaan, de Anna Paulownastraat en de Jan van Nassaukade, waar ze ook de door de vereniging uitgezette karpertjes konden vangen.

De jeugd had geen begrip van en voor het vergunningenstelsel en viste illegaal de vis uit de vijvers. Politieman Jacob Kloos, zelf ook een hengelaar, stuurde wel eens vissende kinderen weg bij de vijvers als hij op zijn motorfiets met zijspan langs kwam rijden. Maar dat was met zoveel jeugd natuurlijk niet vol te houden.

Advertentie Piet van Kessel.
Advertentie Piet van Kessel.

De hengelsport werd steeds populairder en de vereniging groeide naar 125 leden in 1965. Hengelsportwinkelier Siem Swart stopte in 1966 met zijn winkel. In dat jaar startte Henk Nuijens aan de Dorpsstraat 12 een winkel voor tuinbenodigdheden en hengelsportartikelen. Ook Piet van Kessel breidde zijn schoenenwinkel aan Bakkummerstraat 108 uit met hengelsportartikelen. De schoenmaker was geliefd bij zijn hengelsportklantjes die hij met raad en daad bijstond en daar ook rustig alle tijd voor nam. Hij stond vaak op straat over het vissen te praten, terwijl zijn vrouw de honneurs in de schoenenwinkel waarnam.

Vissen in het Meertje van Vogelenzang

In 1933 was mede in het kader van de werkverschaffing aan het eind van de Haagscheweg in Bakkum-Noord het Meertje van Vogelenzang gegraven. Met het vrijkomende zand werd de Zeeweg doorgetrokken naar Limmen en een viaduct over het spoor aangelegd.

Het PWN zette karpers en andere vis in het meertje uit. De vissen deden het geweldig op de verse bodem, maar hengelen was er ten strengste verboden. Beroepsvisser Van den Kommer uit Uitgeest werd door PWN regelmatig ingeschakeld om er vissen te oogsten. Rond 1960 had het PWN karpers uitgezet in de infiltratiekanalen aan de Van Oldenborghweg als proef om de bodem doorlaatbaar te houden. Maar de karpers bleken niet bestand tegen het gechloreerde water in de infiltratiekanalen. Het PWN verhuisde ze daarom maar naar het Meertje van Vogelenzang. De grote karpers in het meertje trokken veel publiek dat de vissen kwam voeren; het meertje stond al gauw bekend als de Karpervijver.

Het Meertje van Vogelenzang.
Het Meertje van Vogelenzang. Ook bekend als de Karpervijver. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Ook bij de hengelsportvereniging werd er al vele jaren met begerige ogen naar dit prachtige viswater gekeken. Voorzitter Gerrit Terol, die werkzaam was bij het pompstation, wist het bij zijn PWN-superieuren in Bloemendaal voor elkaar te krijgen dat de vereniging in 1966 visvergunningen voor het Meertje van Vogelenzang mocht gaan uitgeven. Voor deze zogenaamde machtiging betaalde men toen 350 gulden per jaar.

De Kamer voor de Binnenvisserij maakte echter bezwaar, want de prijs was gezien de grootte van het water veel te hoog. De Kamer zou slechts toestemming verlenen als het huurbedrag tot 175 gulden zou worden teruggebracht. Dat men dit unieke viswater kon verwerven, was zo belangrijk dat de vereniging wel akkoord ging met de machtiging van 350 gulden.

Omdat het vissen in het meertje vanaf de oevers onmogelijk was, moesten er eerst de nodige vissteigers komen. Het toenmalige bestuur en een aantal enthousiaste leden staken vele vrije zaterdagen en avonden in het bouwen van tien vissteigers rondom het meertje. Deze eerste steigers werden gemaakt van eiken boomstammetjes afkomstig uit het duinterrein die door Olof Bleijendaal (tweede penningmeester van de club van 1956 tot 1996 en tevens terreinwerker bij PWN) vakkundig werden geschild.

Kees Bedeke sr. tijdens de aanleg van vissteigers in het duinmeer.
Kees Bedeke senior tijdens de aanleg van vissteigers in het duinmeer.

Op 1 juni 1966 kon de visserij in het duinmeertje van start gaan. Vissen in het meertje was alleen toegestaan aan de leden van de vereniging die 18 jaar of ouder waren


Jaarboek 41, pagina 36


en bovendien ingezetenen van de gemeente Castricum moesten zijn. De eerste jaren (1966 tot 1974) werden er fenomenale vangsten gedaan. Hengelsportwinkelier Piet van Kessel kon toen regelmatig hengelaars noteren voor de toenmalige ‘Kanjerkoningcompetitie van de KRO’ met karpers groter dan 90 cm en palingen groter dan 100 cm.

Jan Veldt met een karper bij het duinmeertje.
Jan Veldt met een karper bij het duinmeertje.

De visserij in het Meertje van Vogelenzang was zo geliefd dat de vereniging in 1967 de grens van 200 seniorleden overschreed. De overgrote meerderheid van de leden kwam niet in aanmerking voor een visvergunning van de Groot-Limmerpolder. Die was immers voorbehouden aan de eerste 50 leden met de oudste rechten. Dat was natuurlijk niet vol te houden en de 50 poldervergunningen werden toen gesplitst in 50 zomervergunningen en 50 wintervergunningen. Bij de uitgifte van die vergunningen gold het principe ‘Wie het eerst komt, wie eerst het eerst maalt’.

De periode 1968 tot 1983

Het vissen in de Casimirvijver was voorbehouden aan de seniorleden en de Castricumse jeugd liet men haar gang gaan in de andere vijvers. Dit leidde tot ongewenste situaties, want in een brief uit 1967 van Klaas Rond (secretaris van 1967 tot 1985) aan de gemeente Castricum staat het volgende: “Gezien het feit dat door de jeugd van Castricum (5 tot 20 jaar) op ongehoorde wijze gewerkt wordt aan de totale vernietiging van de door ons opgebouwde visstand en het vernielen van de plantsoenen rond de gemeentelijke vijvers, willen wij de jeugd van 8 tot en met 17 jaar onderbrengen in een jeugdafdeling van onze vereniging. Wij willen deze aspiranten een eigen jeugdbestuur geven, waarvoor wij reeds van vijf jonge leden een toezegging hebben gekregen. De HVC wil trachten in samenkomsten met de jeugd door het geven van goede voorlichting over de hengelsport en dergelijke te bereiken dat ze weten hoe ze zich hebben te gedragen aan de waterkant.”

Dit viel bij de gemeente in goede aarde en de vereniging verkreeg per 1 januari 1968 het volledige visrecht in alle Castricumse vijvers. Er kwam een jeugdafdeling met een eigen bestuur, bestaande uit jonge seniorleden:

  • voorzitter Cor Nuijens (met Huug Korsman als tweede voorzitter);
  • secretaris Ber Veldt;
  • penningmeester Jan Veldt;
  • commissaris Piet ten Wolde, Ton Res, André Meselaar en Henk Serlijn.
De prijzen op het Kooiplein.
De prijzen op het Kooiplein; met map Cor Nuijens, knielend Jan Veldt en Ber Veldt.

Na een berichtje in de plaatselijke krant kon men al op 12 mei 1968 het 100e jeugdlid noteren. In dat eerste jaar zou het aantal jeugdleden nog verder oplopen tot maar liefst 496.

Om de jeugd de kunst van het vissen bij te brengen werd er op 25 mei 1968 een instructiebijeenkomst gehouden in de Juliana van Stolbergschool. De opkomst was die middag al bijzonder groot.
Er werd besloten om jaarlijks vijf viswedstrijden voor de jeugd te organiseren. De jeugdleden werden met een convocatie voorzien van reclame van sponsors voor iedere wedstrijd uitgenodigd.

Voor de viswedstrijden verzamelde de jeugd zich zaterdagochtend om kwart voor zeven op het Kooiplein waar na afloop ook de prijsuitreiking werd gehouden. De stoet begaf zich onder de hoede van acht controleurs naar het strijdperk (de vijvers aan de Van Speykkade en de Beethovensingel).

In de krant van 11 juni 1968 staat het volgende verslag van de eerste jeugdviswedstrijd: “Op 8 juni 1968 werd door niet minder dan 65 jeugdige leden van de Hengelsportvereniging Castricum deelgenomen aan een grote viswedstrijd aan de Van Speykkade. Na een spannende strijd, waarbij het ging om zoveel mogelijk visjes te vangen, werd C. Tak eerste met in totaal 17 visjes. J.M. Benard werd tweede, D. de Bood derde en H. Serlijn vierde. Na afloop van dit zeer geslaagde visfestijn werden de jeugdige vissers getrakteerd op ijs.”

De eerste jeugdviswedstrijd bij de Van Speykkade; de toeschouwer is Lou Veldt.
De eerste jeugdviswedstrijd bij de Van Speykkade; de toeschouwer is Lou Veldt.

Jaarboek 41, pagina 37

Over het klassement om de grootst gevangen karper meldde dezelfde krant: “H. Woudenberg voerde de ranglijst aan met een karper van 50,5 centimeter. Zoals bekend stelde de hengelsportzaak Van Kessel voor de winnaar van dit klassement een werphengel met molen beschikbaar.”

In 1974 nam Gerrit Terol wegens ziekte afscheid als voorzitter. Hij werd opgevolgd door Cor Nuijens, die deze functie tot 1996 vervulde. De leden van het jeugdbestuur gingen in 1975 op in het gewone bestuur.

Door de vele nieuwbouwwijken met hun nieuw gegraven vijvers groeide de belangstelling voor de hengelsport naar ongekende hoogte. In 1983 bereikte de vereniging haar hoogtepunt met 838 seniorleden en 650 jeugdleden. Met zoveel hengelaars viel er ook met de verkoop van hengelmateriaal geld te verdienen.

In oktober 1971 startte Piet ten Wolde in de bloemenwinkel van zijn ouders aan de Henri Schuijtstraat 17 een filiaal van Peeters Hengelsport. En in 1980 ging Bart Holwerda in zijn dierenwinkel aan de Burgemeester Lommenstraat 4 ook hengelsportartikelen verkopen.

Het Biljartcentrum van de gebroeders Ber en Jan Veldt werd vanaf 1982 gebruikt als het clublokaal van de vereniging. Naast de prijsuitreikingen van de wedstrijden hield de vereniging daar ook klaverjasavonden.

Cor Nuijens
Cor Nuijens

Interview met Cor Nuijens

Cor Nuijens, geboren in 1942 in Limmen, bloemenexporteur, heeft veel betekend voor de Castricumse hengelsport. Hij vertelt: “Als jongetje viste ik al in de Grote Tocht, een sloot die in het weiland ten westen van de Westerweg in Limmen loopt. Hier heb ik menig uurtje doorgebracht. Zeelt, brasem, voorns enzovoorts waren er volop. In 1962 werd ik lid van Hengelsportvereniging Limmen. Op mijn 21e trouwde ik met Anneke Veenstra uit Bakkum en gingen we inwonen bij mijn schoonouders op de Bakkummerstraat. De Hengelsportvereniging Castricum (HVC) had toen net het visrecht in de nieuw gegraven vijver aan de Hendrik Casimirstraat gekregen. Omdat ik in Castricum woonde, wilde ik lid worden van de HVC, maar ook blijven vissen in de Groot-Limmerpolder. Dat kon eerst niet, want de HVC had maar 48 ‘poldervergunningen’ voor haar toenmalige 100 leden en alleen de eerste 48 leden hadden het recht op die poldervergunning. Met Valkering, voorzitter van HSV Limmen, heb ik kunnen regelen dat ik mijn poldervergunning van Limmen mee mocht nemen naar de Castricumse vereniging. Het bestuur van de HVC ging akkoord en zo werd ik in 1964 lid in Castricum.

In mijn jonge jaren was ik een fervent karpervisser en viste vaak met Bernard Louman, een oudere man die een potten- en pannenwinkel had aan de Dorpsstraat. Dat gebeurde op de dinsdagmiddagen (de winkels waren dan gesloten). Het karpervissen deden we in de Startingervaart bij het ‘Gemaal 1879’ in Akersloot. We visten met vaste hengels van bamboe, een dikke nylonlijn en een grote haak met als aas een aardappel. Op een keer kreeg ik er een grote karper aan die niet te houden was en (ik) gooide mijn bamboehengel in het water. Wat later kreeg ik mijn hengel weer te pakken en was de karper moe gezwommen. Zo ving ik een boerenkarper van 69 cm en won daarmee de beker voor de ‘Grootste Karper’. Deze beker werd jaarlijks door de HVC uitgereikt.


Jaarboek 41, pagina 38

Verder heb ik leuke herinneringen aan de baarswedstrijden van de HVC. In november en maart gingen we met een Naco-bus vol met baarsvissers naar de kop van Noord-Holland. We visten dan een hele dag op baars met na afloop de prijsuitreiking in hotel Kuilman.
Op een keer bij het Noord-Hollands kanaal schoot het tweede deel van mijn hengel in het kanaal. Wat te doen? Toen heb ik mijn kleren maar uitgetrokken en ben in het koude water gesprongen om het hengeldeel te zoeken. En dat lukte me zowaar ook nog, zodat ik de wedstrijd verder kon vervolgen.

De baarsvissers bij het Noord-Hollandskanaal in Het Zand tijdens het 60-jarig jubileum in 1986.
De baarsvissers bij het Noord-Hollandskanaal in Het Zand tijdens het 60-jarig jubileum in 1986. Van links naar rechts staand B. Holwerda, J. Korsman, G. Groentjes, R. Stal, G. Schermer junior, C. Schotten, B. Veldt, G. Lute, S. de Groot, A. Groot, K. Meijne, G. Schermer, S. Zijp, K. Louwe, O. Bleijendaal, S. de Jong, H. Nuijens, R. Reinders, M. Maas, W. Schermer, W. van de Nieuwboer, A. Steij, A. de Haay, C. Nuijens en G. Gijzen; zittend P. Verbiest, K. Rond, H. Korsman, J. Hollenberg, H. Gruis, A. Theissling, C. Duinmeijer, S. Groentjes, M.M. van Ewijk, W. Ooms en D. Zentveld; liggend J. Veldt en K. Hoekstra.

Gaandeweg raakte ik meer betrokken bij de HVC. In 1968 begon de vereniging een jeugdafdeling met een apart ‘jeugdbestuur’. Ik werd voorzitter van dit bestuur en we vergaderden bij mij thuis aan de Oranjelaan. De jeugdafdeling groeide als kool en dat viel op bij het bestuur. Omdat er ook toen al moeilijk mensen voor een bestuursfunctie te vinden waren, vond men het nodig dat we samen met het ‘grote bestuur’ gingen vergaderen. Dat gebeurde eerst nog bij Kuilman en later bij Anton de Rooij aan de Dorpsstraat. Na afloop van de vergadering werd er dan nog een kaartje gelegd, klaverjassen. Voor ons jongelui was het er dan om te doen om Gerrit Terol, de voorzitter van het grote bestuur, te laten verliezen, want die man kon daar absoluut niet tegen.

Toen Gerrit Terol aftrad in 1974 als voorzitter, werd ik zijn opvolger. In die periode werd de landelijke ‘Algemene Hengelaars Bond’ (AHB) gereorganiseerd tot ‘Nederlandse Vereniging van Sportvissersfederaties’ (NVVS). Er werd een stichting gevormd ter voorbereiding van de ‘Federatie Midden Noord-Holland’. In deze stichting had ik ook zitting. Daarna ben ik vanaf 1975 nog tien jaar penningmeester geweest van de federatie. De vergaderingen van het federatiebestuur waren bij mij thuis aan De Bloemen. Dat hadden vaak korte nachtjes tot gevolg, omdat ik vanwege de bloemenexport de volgende dag weer vroeg naar Duitsland moest rijden. Maar het was een leuke tijd en ik heb er veel goede vrienden aan overgehouden. In die periode viste ik veel in het Alkmaardermeer vanuit mijn bootje de ‘Eridan’, genoemd naar mijn zoons Erik en Danny.

In 1984 werd ik voor mijn rug afgekeurd, maar bleef tot 1996 voorzitter van de HVC. De laatste jaren komt er van vissen niet veel meer, maar ik heb nog steeds aanloop van mijn oude visvrienden.


Jaarboek 41, pagina 39

De periode 1984 tot en met heden

In het jaar 1984 is de landelijke “Algemene Hengelaars Bond” (AHB) omgevormd tot de “Nederlandse Vereniging Van Sportvissersfederaties” (NVVS) waarbij de verenigingen bij regionale federaties zijn aangesloten. Vroeger trok iedere rechtgeaarde hengelaar er op 1 juni, de opening van het visseizoen, voor dag en dauw op uit om te gaan vissen.

De visserijwet is in 1984 gewijzigd. De gesloten tijden zijn afgeschaft, zodat men nu het hele jaar kan vissen. Sindsdien is de lol van de opening van het nieuwe visseizoen op 1 juni verdwenen, wat een geleidelijke afname van het aantal leden van de vereniging tot gevolg had.

Voor de jeugd kwamen er andere (sport) activiteiten op zodat ook daar de belangstelling voor het vissen terugliep. In 2006 werd het dieptepunt bereikt met 400 seniorleden en 100 jeugdleden. Van de hengelsportwinkels wist alleen die van Henk Nuijens aan de Dorpsstraat 12 zich staande te houden.

De jeugdbegeleiders van de HVC in 1993.
De jeugdbegeleiders van de HVC in 1993: Sjoerd de Jong (door NVVS onderscheiden als Jeugdbegeleider van het jaar!), Anton Steij en Herman Scholten.

In de periode 1990-2000 schommelde het aantal jeugdleden tussen 200 en 250 en er werd veel tijd geïnvesteerd in de vissende jeugd. Op 26 juni 1993 werd er in de vijver aan de Henri Dunantsingel en in Sportcentrum De Bloemen door de Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij (OVB) en de Nederlandse Vereniging Van Sportvissersfederaties (NVVS) de examendag van de cursus Jeugdbegeleiding gehouden. Dit ging gepaard met de nodige publiciteit en had een opleving van het jeugdvissen tot gevolg. De NVVS onderscheidde toen Castricummer Sjoerd de Jong als ‘Jeugdbegeleider van het jaar 1993’.

De hengelsportverenigingen zetten zich van oudsher ook in voor de kwaliteit van hun viswater. Vanaf 1976 tot en met 2005 bemonsterden hun vrijwilligers, in het kader van het Water- en Visstandbeheer van de NVVS, maandelijks het zuurstofgehalte. Tegenwoordig wordt de hengelsport regelmatig tegengewerkt door ‘moderne’ natuurbeheerders.

Het Meertje van Vogelenzang werd in 1995 uitgebaggerd en slechts door inschakeling van de landelijke hengelsportorganisatie NVVS kon de vereniging in dit unieke stukje natuur blijven vissen. Dit saneringsproject is mede gerealiseerd met een provinciale subsidie in het kader van het Integraal Waterbeheer (Natuurbeheer en Hengelsport werken samen).

Met ingang van 2007 zijn het zelfstandig bestuursorgaan van de overheid OVB en de landelijke hengelsportorganisatie NVVS gefuseerd tot ‘Sportvisserij Nederland’. Dit leidde tot de invoering van de Vispas in het jaar 2007. Met het lidmaatschap van de plaatselijke vereniging krijgt men de Vispas en kan men in vrijwel al het viswater van aangesloten verenigingen vissen.

Het ledental van de Castricumse vereniging stabiliseert zich nu op circa 500 seniorleden en 100 jeugdleden. Het clublokaal van de vereniging is sinds 2012 het onderkomen van zeehengelvereniging ‘De Salamander’ op het sportcomplex Wouterland.

Van de oorspronkelijke gezelligheid van de wedstrijdvisserij op baarsjes en het daaropvolgende cafébezoek is tegenwoordig weinig meer over. Deze traditie heeft bij onze Castricumse vereniging nog lang stand gehouden dankzij het biljartcentrum van de gebroeders Veldt. Er worden bij de HVC in 2016 nog steeds baarswedstrijden gehouden, maar die trekken nog slechts tien deelnemers. De overkoepelende afdeling Sportvisserij MidWest Nederland houdt deze typisch Noord-Hollandse traditie nog in stand met twee selectiewedstrijden en het Nederlands Kampioenschap Baarsvissen.

Kees Bedeke

Bronnen:

  • Amsterdamse vischcolleges, Visionair nummer 20 juni 2011;
  • Archiefstukken van Hengelsportvereniging Castricum;
  • Herinneringen van Kees Bedeke (secretaris van 1989 tot 2012);
  • Notulen van G. Casteele (secretaris van 1926 tot 1955).

Met dank aan: Cor Nuijens.

7 augustus 2023

Perspectief vijftig jaar (Jaarboek 40 2017 pg 31-35)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 40, pagina 31

Perspectief vijftig jaar

Zelfportret Cor Heeck (1910-1992). Vanaf de oprichting was hij het gezicht van Perspectief.
Zelfportret Cor Heeck (1910-1992). Vanaf de oprichting was hij het gezicht van Perspectief.

Al vóór 1967 was geprobeerd in Castricum een schilderclub van de grond te krijgen. De amateurschilders uit ons dorp waren aangewezen op Tintoretto in Heiloo. Zo’n zeven dames en heren uit Castricum waren lid van deze club, die door de Bakkumse kunstschilder Cor Heeck werd begeleid. Dat moest toch anders kunnen, vonden Gerard en Ans Lunow, nieuwe inwoners van Castricum. Samen met Cor Heeck werd besloten te onderzoeken of er voldoende belangstelling was.

Gerard Lunow heeft zijn herinneringen aan die beginperiode vastgelegd: “Eind 1964 vestigde ons gezin zich in Castricum, in een nieuwbouwwijk in de weilanden, ver buiten het centrum. Zo uit de grote stad tussen de koeien: een grote verandering. Mijn vrouw ging weer schilderen. Ze hoorde van de amateurschilderclub in Heiloo, Tintoretto. We gingen er op een avond heen en werden voorgesteld aan de docent Cor Heeck. Hij wilde wel meewerken aan de oprichting van een club in Castricum. We besloten een oproep te plaatsen in het Nieuwsblad voor Castricum. Op 31 januari 1967 verscheen het artikel onder de kop ‘Schilderclub in Castricum?’. Ruim een week later werd de vraag in een persbericht al positief beantwoord.”

Er waren niet minder dan 26 aanmeldingen. De eerste bijeenkomst werd in de oude dorpskerk gehouden. In deze historische omgeving vond op 2 mei 1967 de oprichting plaats. Doel van de vereniging zou zijn: creatieve ontspanning en ontwikkeling; in die volgorde. De naam ‘Perspectief’ werd gekozen op voorstel van Cees Bakker. Een voorlopig bestuur was snel gevormd. Gerard Lunow voorzitter, Hans van Herwijnen secretaris en Ans Lunow penningmeester. Cor Heeck wilde de begeleiding van de club op zich nemen.

De oude school met den Bijbel, nu het onderkomen van Perspectief.
De oude school met den Bijbel, nu het onderkomen van Perspectief. Van Oldenbarneveldweg 37 in Bakkum, 2005. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Het jonge bestuur onderzocht verschillende huisvestingsmogelijkheden en liet al direct het oog vallen op de oude school aan de Van Oldenbarneveldweg. Voorlopig was het gebouw nog als school in gebruik, maar Perspectief meldde zich bij de gemeente als ‘ernstig gegadigde’.

Om in de onmiddellijke behoefte te voorzien, nam het kersverse bestuur contact op met de heer C.H. Freling, hoofd van de Jac. P. Thijsse mavo in Bakkum over de mogelijkheid van het gebruik van het handenarbeidlokaal in deze school. De heer Freling was bereid mee te werken aan het tijdelijk gebruik en de gemeente stemde ermee in voor de prijs van twee gulden per uur.

Er kon gestart worden met een werkgroep schilderen en aquarelleren. Woensdagavond 6 september 1967 was de eerste clubavond. Met Cor Heeck was afgesproken dat de deelnemers een werkstuk mee zouden nemen, zodat hij een indruk kon krijgen van de schilderkwaliteiten. Het lokaal was voor de schilderkunst niet ideaal. Cor Heeck heeft nog eens verteld hoe de schilders zich moesten behelpen met prullenbakken voor ondersteuning van hun werkstukken.

De eerste secretaris van de vereniging en van 1976 tot het jaar 2000 voorzitter Hans van Herwijnen, herinnert zich ook de primitieve omstandigheden waaronder gewerkt moest worden: de onmogelijke hoge tafels met krukken, het schoonmaken van de werkplekken iedere avond en het in diepe duisternis verlaten van het schoolterrein. Toch vormde zich al spoedig een vaste kern van rond de 24 personen, die vrijwel nooit een avond oversloegen.

Naar de Van Oldenbarneveldweg

De grote doorbraak voor de vereniging kwam toen er een lokaal in de uit 1904 daterende lagere school in Bakkum in gebruik genomen kon worden. In februari 1975 berichtte de gemeente Castricum aan Schilderclub Perspectief dat zij bereid was de oude Duinrandschool aan de Van Olden-


Jaarboek 40, pagina 32

barneveldweg te bestemmen voor sociaal-culturele doeleinden, nadat het nieuwe gebouw voor deze school aan de Prof. Winklerlaan gereed was gekomen. Dat bericht werd bij de vereniging met enthousiasme ontvangen.

Vanaf 1976 huurde Perspectief enkele lokalen in de oude Duinrandschool. In 1994 werd het gebouw van de gemeente overgenomen, waarvoor de stichting De Duinrand werd opgericht.
Vanaf 1976 huurde Perspectief enkele lokalen in de oude Duinrandschool. In 1994 werd het gebouw van de gemeente overgenomen, waarvoor de stichting De Duinrand werd opgericht.

Naast Perspectief waren de eerste gebruikers het Rode Kruis en de kunstenaars Berthy Müller, Ton van Beest en Otto Heuvelink. De gemeente zorgde voor de eerste inrichting. Secretaris Van Herwijnen stelde een lijst op van alle benodigdheden, zoals atelier-ezels, stapelkrukken en tafelezels. De begroting kwam uit op ruim 10.000 gulden. Geweldig om nu te beschikken over een eigen atelier. Er kwam al snel een extra werkgroep schilderen en een etsgroep.

Na vertrek van het Rode Kruis kwam een tweede lokaal beschikbaar voor Perspectief. De tussenmuur werd in 1981 met hulp van vrijwilligers weggebroken en er ontstond een echt groot atelier. De prachtige ruimte gaf de club vleugels en het aantal werksoorten werd in de loop der jaren uitgebreid met textiele werkvormen, beeldhouwen en keramiek. In 1989 kon een derde lokaal gehuurd worden. De verbinding met dat lokaal werd onder leiding van Jaap van der Poll door klussers van de vereniging eveneens verbeterd.

Cor Heeck in discussie met Jaap van der Poll.
Cor Heeck in discussie met Jaap van der Poll.

Een volgend hoogtepunt voor de vereniging was de overname in 1994 van het gebouw van de gemeente. Al vanaf 1990 werd er overleg over gevoerd. Wethouder Postma was een groot voorstander van de overdracht van het beheer van gemeentelijke gebouwen aan de gebruikers. De gemeente had eerder verschillende plannen overwogen, zoals de bouw van bungalows en een appartementencomplex, maar dankzij protesten was daarvan afgezien.

Na jaren van overleg, wikken en wegen, stemde de gemeenteraad na enige aarzelingen in met de verkoop van het gebouw en een erfpacht overeenkomst voor de grond. Voor veel Castricummers en Bakkummers was het een opluchting dat het fraaie gebouw, dat inmiddels is aangewezen als gemeentelijk monument, behoed werd voor de slopershamer. Perspectief kon het voor de boekwaarde van rond 6.800 gulden kopen en kreeg een bedrag van 75.000 gulden, dat de gemeente inschatte als het benodigde bedrag, om het achterstallig onderhoud uit te voeren.

Op advies van de toenmalige penningmeester Anneke van Wallenburg richtte het bestuur van Perspectief een aparte stichting op voor onderhoud en beheer van het gebouw. Het bestuur bestond uit vijf leden met als eerste voorzitter Klaas Weijdema. De bestuursleden werden door het bestuur van Perspectief benoemd.

Op 20 mei 1994 werd het gebouw eigendom van ‘Stichting De Duinrand’. Perspectief werd de huurder van drie lokalen. Ook de kunstenaars Berthy Müller en Ruud Lans huurden een lokaal. Middels inzamelingsacties, een kunstveiling en het opstarten van een kunstuitleen werd het budget voor het opknappen van het gebouw verruimd. De renovatie van het gebouw is krachtig ter hand genomen. Het houtwerk en metselwerk werden door de aannemer Borst en schildersbedrijf Huipen hersteld en geschilderd, met als leidraad de stijl van het basisontwerp uit 1904. Ook de riolering werd vernieuwd, vooral dankzij de grote inzet van vrijwilliger Gerard van Houweninge. Klaas Weijdema wist de vervanging van de oude gaskachels door centrale verwarming voor elkaar te krijgen.

Op 2 september 1994 opende burgemeester Schouwenaar het gebouw met de nieuwe naam ‘Ateliers De Duinrand’. Hier is hij in gesprek met de initiatiefnemers van de vereniging: Ans en Gerard Lunow en voorzitter Hans van Herwijnen.
Op 2 september 1994 opende burgemeester Schouwenaar het gebouw met de nieuwe naam ‘Ateliers De Duinrand’. Hier is hij in gesprek met de initiatiefnemers van de vereniging: Ans en Gerard Lunow en voorzitter Hans van Herwijnen.

Op 2 september 1994 is het gebouw door burgemeester Schouwenaar geopend door de onthulling van de gemeentewapens van Castricum en Bakkum, die samen met de nieuwe naam ‘Ateliers De Duinrand’ op de gevel prijken.

Begeleiders van Perspectief

De vereniging heeft het geluk gehad steeds uitstekende begeleiders te kunnen aantrekken, onder wie de inmiddels overleden Cor Heeck en Jaap Dekker.

Cor Heeck begeleidde de schilderclub van 1967 tot 1980. Hij kreeg een afscheidsexpositie en werd benoemd tot ere-lid. In het 20e Jaarboek van Oud-Castricum is zijn levensverhaal opgenomen. Hij was als kunstschilder een begrip in Castricum.

Cor Heeck en zijn echtgenote Kitty Witte.
Cor Heeck en zijn echtgenote Kitty Witte.

Jaarboek 40, pagina 33

Klaas Weijdema schreef in het verenigingsblad Perspectiviteiten: “Iedereen bij Perspectief heet Jan, Piet of Klaas, zonder dat we achternamen kennen, maar Cor Heeck is voor de meesten toch steeds Mijnheer Heeck gebleven. Niet omdat hij zo autoritair is, of zich op een hoog voetstuk plaatst, maar gewoon uit respect. Uit respect voor de vakkennis die nooit geleid heeft tot schoolmeesterachtig optreden. Met wat zelfspot gelardeerd, werd ons steeds verteld dat wat hij nu ging doen met ons mislukte kunstwerk misschien niet het juiste was, hij wist het ook niet zeker, maar je kon nooit weten enzovoorts, enzovoorts.

Of die arme beginnende olieverfschilder, die netjes heel zuinig kwakjes verf op zijn nieuwe palet had uitgestald. Die kreeg te horen dat hij wel zuinig op z’n vrouw, maar nooit op de verf moest zijn. Toen de stakker nog zei dat olieverf duur was, kreeg hij natuurlijk te horen dat z’n vrouw meer geld kostte, vandaar.“

Toen Cor Heeck eens werd gevraagd naar een omschrijving van zijn eigenwerk (stillevens, landschappen en portretten, die op veel tentoonstellingen te bezichtigen zijn geweest), zei hij ooit – na lang nadenken: “Het is net boerenkool met worst; je kan er niet over praten, je moet het proeven.”

In het juninummer van 1992 stond in Perspectiviteiten een In Memoriam: “Cor Heeck is op 10 mei 1992 overleden op 81-jarige leeftijd. Vanaf de oprichting tot 1980 bepaalde Cor Heeck het gezicht van Perspectief. Veel van onze leden hebben bij hem de fijne kneepjes van de schilderkunst onder de knie gekregen. Zijn persoonlijke manier van lesgeven en de kunst om de essentie op humoristische wijze aan te duiden, heeft velen de stimulans gegeven die ze nodig hadden.

Tekenen en schilderen was Jaap Dekker met de paplepel ingegoten. Zijn vader, huisschilder en kunstschilder, had een amateurschilderclubje dat in huize Dekker kon schilderen. In de oorlog moest Cor Heeck vanuit Castricum evacueren naar Heiloo en door het contact tussen vader Dekker en Cor Heeck ontstond de schilderclub Tintoretto. De jonge Jaap volgde een opleiding op de grafische school en werd de opvolger van Cor Heeck als begeleider van Tintoretto. Kort na de oprichting werd hij ook begeleider bij Perspectief. Jaap: “Ik krijg daarbij te maken met deelnemers die het schilderen heel verschillend benaderen. Van fanatiek vooruit willen gaan tot eenmaal per week gezellig in een groep wat tekenen of schilderen zonder verdere aspiraties. Ik oordeel nooit, maar probeer ieder in zijn waarde te laten.”

Jaap Dekker in gesprek met zijn groep.
Jaap Dekker in gesprek met zijn groep.

Op 1 januari 1968 startte de jeugdschilderclub onder begeleiding van Jaap. Die club is wegens gebrek aan belangstelling in 1974 opgeheven. Jaap ging andere groepen begeleiden, dit alles naast zijn werk als veelzijdig kunstenaar. In april 1982 werd hij aangesteld als begeleider van de etsgroep.

In 1998 en in 2002 werden tentoonstellingen van zijn werk georganiseerd, toen hij 30 respectievelijk 35 jaar aan Perspectief was verbonden. Bij het 35-jarig bestaan werd Jaap in Dagblad Kennemerland geïnterviewd. Daaruit: “Docent Dekker heeft zelden moeite met het feit dat er allerlei verschillende niveaus aan het werk zijn. Ik ga vaak met de groep naar buiten om te schilderen. Ik laat ze dan juist in de zomer een winterlandschap maken om hun fantasie te prikkelen. Of ik laat ze in de duinen een beekje tekenen dat er helemaal niet is.”

In 2009 moest hij om gezondheidsredenen stoppen met zijn begeleidingswerk. In 2011 is hem een expositie aangeboden. Jaap Dekker overleed op 2 juni 2011.

Werksoorten

Perspectief is begonnen als schilderclub, maar al in 1968 polste het bestuur de belangstelling van de leden voor andere takken van beeldende kunst. In 1977 werd een werkgroep keramiek gevormd onder leiding van Topy ten Hove. In 1969 werd voor het eerst naar een model getekend. Cora Lunow begeleidde een werkgroep textiele werkvormen. Dirk Nab gaf tekenles en uit een cursus ‘Abstract’ van Jessica Keppel vloeide de groep abstract schilderen voort, die tegenwoordig (in 2017) door Eric Beets wordt begeleid.

De belangrijkste taak van de begeleiders is de individuele begeleiding van de leden in de beoefening en de ontwikkeling van hun creativiteit. Er worden bij de club alleen korte basiscursussen en workshops tekenen en schilderen, grafische technieken en beeldende vorming gegeven, dus geen opleidingen zoals bij de stichting Toonbeeld.

Perspectief begon als schilderclub, maar in de loop van de jaren is het aantal groepsactiviteiten uitgebreid met onder meer grafische technieken, keramiek en beeldhouwen. Leden kunnen aan alle werkgroepen deelnemen.
Perspectief begon als schilderclub, maar in de loop van de jaren is het aantal groepsactiviteiten uitgebreid met onder meer grafische technieken, keramiek en beeldhouwen. Leden kunnen aan alle werkgroepen deelnemen.

Jaarboek 40, pagina 34

Er zijn meer dan 18 groepsactiviteiten waaraan de leden kunnen deelnemen, die begeleid worden door 12 professionele kunstenaars.

Exposities

De eerste expositie van de schilderclub werd gehouden in de aula van de Juliana van Stolbergschool rond kerstmis 1968. Deze aula was in die tijd in Castricum de enige geschikte ruimte. De tentoonstelling omvatte 74 werken van volwassen leden en 33 van jeugdleden. De jongste exposanten waren 7 jaar.

Tientallen exposities op diverse plaatsen bij verschillende gelegenheden volgden. Ze werden dikwijls prachtig aangekleed met bloemstukken, verzorgd door Foeke en Gerda van Buren.
De kersttentoonstelling in 1982 stond in het teken van het 15-jarig bestaan. Bij die gelegenheid werd een vlag ontworpen door de groep textiele werkvormen.

In het atelier en op andere plaatsen zijn tientallen exposities gehouden. Foeke en Gerda van Buren zorgden vaak voor de decoratie.
In het atelier en op andere plaatsen zijn tientallen exposities gehouden. Foeke en Gerda van Buren zorgden vaak voor de decoratie.

Vele malen nam Perspectief deel aan de succesvolle tweejaarlijkse kersttentoonstellingen in de aula van het Bonhoeffercollege, die georganiseerd werden door de tentoonstellingscommissie van de Culturele Werkgroep Castricum. Deze tentoonstellingen, waaraan onder andere ook de Fotoclub Castricum deelnam, trokken duizenden bezoekers.

De gemeente Castricum stelde de hal en trappenhuis van het gemeentehuis beschikbaar voor exposities. Toen daar in 1988 de modeltekengroep onder leiding van Topy ten Hove exposeerde met modellen in verschillende staat van ontkleding, ontstond er grote ophef rond een schilderij van twee bij drie meter. Het zou te aanstootgevend zijn en te veel in het zicht hangen. Daarom moest het verwijderd worden. Het werd landelijk nieuws. Het bestuur van Perspectief was wel ontstemd over de affaire, maar kon de publiciteit rond deze expositie ook wel weer waarderen.

De afgelopen jaren hebben bekende inwoners van Castricum een middag geposeerd in atelier De Duinrand. De resultaten waren te zien tijdens de tentoonstelling in het gebouw ter gelegenheid van de Kunstfietsroute. Onder andere burgemeester Toon Mans, Henny Huisman en Simone Veldt-Bakker waren bereid te poseren en mochten uiteindelijk hun voorkeur voor een van de werken uitspreken.

Meer dan het wekelijkse atelierbezoek

Vanaf 1985 is Perspectief gaan deelnemen aan de jumelage-uitwisselingen met Balatonfüred in Hongarije. Bij een bezoek in 1989 gingen er 17 leden mee. Ze stelden daar een tentoonstelling samen met 30 schilderijen en acht werken in brons en gips van de beeldhouwgroep. Bij de Hongaarse grens was nog sprake van uitkijktorens en gewapende militairen. Je ging echt door het IJzeren Gordijn. In 2005 kwam een delegatie uit Balatonfüred naar Castricum. Nog steeds worden er contacten onderhouden, alhoewel de officiële jumelage al jaren geleden is beëindigd.


Jaarboek 40, pagina 35

In de zomermaanden, als er geen groepsbijeenkomsten zijn, kan op verschillende locaties buiten worden geschilderd. Een aantal malen namen leden van Perspectief deel aan de Zeedijk teken- en schilderdag in Amsterdam. Bewoners van de wijk zaten dan model, zoals toen de oudste bewoonster tante Trui.

Leden van Perspectief, waaronder Pauline de Jong en Sonja Kaan, namen ook deel aan de schilder- en tekendagen op de Zeedijk in Amsterdam.
Leden van Perspectief, waaronder Pauline de Jong en Sonja Kaan, namen ook deel aan de schilder- en tekendagen op de Zeedijk in Amsterdam.

In 1984 en 1985 is een groep van Perspectief met zeilschip De Onderneming gaan varen op het Lauwersmeer en in 1986 werd een schilderweekend in Giethoorn gehouden. Jaarlijks waren er ook excursies naar Artis onder leiding van Jessica Keppel en later Jaap Dekker.

Veel leden hebben onvergetelijke weekenden op verschillende plaatsen in het land meegemaakt.

Sinds 2009 organiseren Perspectief en Toonbeeld de Kunstfietsroute. Op een groot aantal plaatsen kunnen dan exposities bezocht worden.

Viering jubilea

Aan de viering van jubilea heeft de vereniging altijd veel aandacht geschonken. Ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan werd in 1982 een tentoonstelling georganiseerd. Op 2 mei 1987 werd het 20-jarig bestaan van Perspectief gevierd met een tentoonstelling en een lunch bij Hotel Borst, de ‘buurman’.

Tevoren was in april een expositie gehouden met werk van de begeleiders van Perspectief.

Hotel-café Borst.
Hotel-café Borst. Van Oldenbarneveldweg 25 in Bakkum, 1989. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Bij het 25-jarig bestaan in 1992 verscheen een speciale jubileumuitgave van Perspectiviteiten. Ook werd een culturele verrassingstocht georganiseerd en maar liefst vier tentoonstellingen van de leden en van de docenten. Werk van leden werd ook in winkeletalages getoond. In de zaal van Borst was een feestavond, waarbij leden van Perspectief zorgden voor geschilderde decors, waaronder een van Adam en Eva in het paradijs, dat 2,5 x 2 meter groot was.

In mei 2002 werd het 35-jarig bestaan gevierd met een open huis en een feestelijke bijeenkomst.

Secretaris en later voorzitter Hans van Herwijnen was 32 jaar actief voor de vereniging en werd benoemd tot erelid.
Secretaris en later voorzitter Hans van Herwijnen was 32 jaar actief voor de vereniging en werd benoemd tot erelid.

Voorzitters van Perspectief:

1967-1976: Gerard Lunow
1976-2000: Hans van Herwijnen
2000-2004: Jan Spaaks
2004-2007: Peter de Man
2008-2012: Walter Driessen
2012-heden (2022): Sjoerd Dijkstra

Peter Heemskerk

Bronnen:

  • Archief Vereniging Perspectief;
  • Archief gemeente Castricum.

19 juni 2023

Volleybalverenigingen, de Castricumse (Jaarboek 39 2016 pg 32-43)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 39, pagina 32

De Castricumse volleybalverenigingen

De eerste volleybalvereniging in ons dorp, The Smash, werd bijna 65 jaar geleden opgericht. Zes jaar later, in 1958, volgde een tweede club onder de naam Dynamo. Waar de eerste vereniging zich meer richtte op het bereiken van een zo hoog mogelijk niveau, stelde de tweede vereniging recreatie meer centraal. De verenigingen fuseerden in 1999 tot een nieuwe vereniging met de naam Croonenburg.

Volleybal is een sport die is ontwikkeld door de Amerikaan William G. Morgan. Hij vindt het toen al bekende basketbal wat te hard en bedenkt in 1895 een nieuw soort spel. Morgan zoekt spelregels bij elkaar van diverse sporten en combineert die tot de sport volleybal.

Het duurt nog even voordat men in Nederland ook deze sport gaat beoefenen. Na zijn bezoek aan Amerika brengt pater Simon Buis het spel naar Nederland. Heel populair wordt het nog niet: het wordt vooral gespeeld in missiehuizen en seminaries. Als militairen uit Canada, Polen en Amerika in 1945 overal in het land volleybal spelen, wint deze sport aan bekendheid.

In 1947 besluit sportleraar Dick Schmüll daarom de Landelijke Volleybal Commissie op te richten. Die neemt de voorbereiding op zich voor het oprichten van de Nederlandse Volleybal Bond (Nevobo), die op 1 januari 2016 ruim 114.000 leden telt.

The Smash

Logo van 'The Smash'.
Logo van ‘The Smash’.

Oprichting

Een groepje Castricumse jongeren wil wel wat meer dan het uurtje volleybal op hun school. Ze beginnen op vrije middagen te spelen op het veldje bij Johanna’s Hof en gebruiken een bal die ze gekocht hebben van wat bij elkaar gelegd geld. Maar ze snakken naar meer.

Op 17 april 1952 komen ze bijeen in de zaal van café De Harmonie om een volleybalvereniging op te richten. De naam ‘The Smash’ wordt meteen vastgesteld. De groep blijft trainen op het veldje bij Johanna’s Hof en als het regent wijken ze uit naar de zaal van Hotel Borst. Vanaf de oprichting doet The Smash al mee aan de competities van de Nevobo in de afdeling Alkmaar. De wedstrijden worden in de Alkmaarse veilinghal gespeeld.

Ondergraven

Bill Super, de eerste voorzitter, schrijft in het jubileumnummer van het ledenblad ’t Smashertje’ dat in de beginjaren vaak getracht is de vereniging te ondergraven:
Leden, die ook voetbalden, werden verzocht te bedanken voor The Smash. Een gymnastiekzaal was niet beschikbaar voor het trainen. We moesten ons behelpen met buitentraining. Later mochten we in zaal Borst, welke zaal totaal ongeschikt was voor volleybal. Wanneer er per keer niet meer dan één lamp sneuvelde waren we blij. De veilinghal was iets minder kwetsbaar, maar ook verre van ideaal. Vaak moesten de leden na afloop van de training nog over stapels kisten klauteren om een bal te zoeken.

Maar tegen de verdrukking in groeit de vereniging en wat vooral belangrijk is: zij krijgt een zeer goede naam. Al heel snel komen er uitnodigingen voor deelname aan toernooien en in de afdeling Alkmaar behoort het eerste herenteam al spoedig tot de sterkste teams. Door het succesvol organiseren van een pinkstertoernooi was de naam van The Smash al helemaal gemaakt.

Dit jeugdteam werd kampioen in 1960.
Dit jeugdteam werd kampioen in 1960. Van links naar rechts staand Jaap Schoute, Hans Morelis, Henk Biesterbos, Dick Purmer en Billy Brouwer; knielend Rob Eggers, Jan Metselaar en Tom Quarree.

Met de trein naar Alkmaar

De accommodatie blijft een probleem, maar desondanks wordt het jeugdteam (tot en met 16 jaar) in het seizoen 1959-1960 kampioen. Ze spelen in Alkmaar, ‘in een of andere school vlakbij het station’. Het team reist vooral in het begin voornamelijk met de trein.


Jaarboek 39, pagina 33

Hans Morelis in het jubileumblad: “We maakten er een sport van om zo in te stappen dat de conducteur ons niet controleerde. Terug in Castricum wisselden we het kaartje dan weer in en zeiden dat we met de auto gegaan waren. Nadat dit drie weken goed was gegaan, kreeg de loketbeambte argwaan en vroeg hij nadrukkelijk met achterdochtige oogjes of we ons niet vergisten. Nee hoor, zeiden Jan Metselaar en ik met een stalen gezicht (mijn vader had niet eens een auto!). Oh, zei de man ons doordringend aankijkend, jij bent er eentje van Metselaar, is het niet? Hij gaf ons de reiskosten terug en greep de telefoongids. Allemachtig, wat hebben we ons toen rot gerend om voor dat telefoontje thuis te zijn. Uiteindelijk liep het toch goed af. Thuis gekomen bleek er niet gebeld te zijn.”

Dit was gelijk de laatste keer dat de jongens dit geintje hebben uitgehaald.

Het eerste damesteam dat in 1964 kampioen werd en promoveerde naar de Overgangsklasse.
Het eerste damesteam dat in 1964 kampioen werd en promoveerde naar de Overgangsklasse. Van links naar rechts staand H. Torenbeek (official afdeling Alkmaar), Marianne Balk, Tine Zwaan, Ineke Severins, coach Wim Metselaar en Geesje van Surksum; knielend Marijke van ’t Loo, Ingrid Meijer en Annelies van der Pauw.

Veel kampioenen in de jaren 1960

Het jaar 1963-1964 is erg succesvol voor de dames. Het eerste damesteam wordt kampioen van de eerste klasse en promoveert naar de overgangsklasse. Ook de heren zijn succesvol in de jaren 1960.

In het seizoen 1965-1966 behaalt het eerste herenteam op sublieme wijze het kampioenschap en keert terug naar de overgangsklasse van waaruit het voorgaande jaar was gedegradeerd. De ploeg verslaat alle vijf tegenstanders en alleen in de laatste wedstrijd, toen ze al gepromoveerd waren, verliezen ze een set.

Trainer/coach Jan Smit met zijn kampioensteam in 1966.
Trainer/coach Jan Smit met zijn kampioensteam in 1966. Links van hem Cas Freling en Piet Kaspers en rechts Jan Vredenduin; knielend van links naar rechts Hans Touber, Jan Metselaar, Frans Ursem en Ger Dik.

Jan Karel Smit

In 1956 verhuist Jan Karel Smit van Amsterdam naar Castricum en wordt gymleraar op zowel de openbare als katholieke Mulo en de toen nog bestaande Huishoudschool. Al snel wordt hij door het gemeentebestuur ingeschakeld als adviseur voor technische sportzaken. Zijn eerste klus is in 1957: de inrichting van de gymzaal aan de Juliana van Stolbergstraat. Ook het sportpark Wouterland krijgt zijn aandacht.

Juliana van Stolbergsschool met rechts de gymzaal.
Juliana van Stolbergsschool met rechts de gymzaal. Het platte gedeelte van de school was de aula. Juliana van Stolbergstraat 3 in Castricum, 1955. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In zijn vrije tijd heeft Smit ook veel bijgedragen aan verbeteringen van het sportklimaat in het dorp. Hij wordt door velen om advies gevraagd. In 1966 is hij trainer van het team van The Smash dat promoveerde naar de overgangsklasse.

In oktober 2016 is Jan Smit 90 jaar oud geworden. Zijn belangstelling voor alles op sportgebied is tot op de dag van vandaag gebleven.

Het eerste herenteam dat kampioen werd in 1968 en promoveerde naar de hoofdklasse.
Het eerste herenteam dat kampioen werd in 1968 en promoveerde naar de hoofdklasse. Van links naar rechts staand Hans Mol, trainer Arnold Elout, Ger Dik, Jan Liefting, Peter Over en coach Wim Metselaar; knielend Frans Dik, Hans Touber, Jan Metselaar en Jan Vredenduin.

De triomftocht wordt voortgezet in het volgende seizoen. Het eerste herenteam behaalt in 1968 na een bijzonder spannend duel tegen het Amsterdamse Armada het kampioenschap in de overgangsklasse. Al een aantal keren waren ze er bijna, maar dit is voor het eerst dat de Castricummers de titel ook daadwerkelijk in de wacht slepen.

Uit het wedstrijdverslag blijkt dat het geen eenvoudige strijd is geweest: “De finalewedstrijd tegen Armada was een titanenstrijd. Hoewel de ploeg met 3-1 won, was het allerminst een gemakkelijke wedstrijd geweest. De ploeg heeft de vele supporters, die hen naar Amsterdam hadden vergezeld, lange tijd in het onzekere gelaten, voordat zij al feestend naar het overwinningsfeest in Castricum konden gaan. Het werd een glorieus feest tot in de kleine uurtjes!


Jaarboek 39, pagina 34

Het bestuur van The Smash in 1972.
Het bestuur van The Smash in 1972. Van links naar rechts Fransjan Meijer, Jan Metselaar, Wil Simons, Cock Hageman, Margriet Lute en George Hageman.

Cock Hageman

De man die het langst voorzitter was van The Smash is de 91-jarige Cock Hageman. Hij vertelt:
“Ik ben 17 jaar voorzitter geweest. Mijn drie zoons en vier dochters waren allemaal lid en hebben ook competitie gespeeld. De oudste zoon George (nu net 65 geworden) was de eerste en door hem zijn de andere kinderen ook bij de club betrokken geraakt. Zodoende werden we een echte volleybalfamilie.

Toen voorzitter Donker in 1968 aftrad, vroeg onder anderen Jan Metselaar of ik mij verkiesbaar wilde stellen. Daar zei ik ‘ja’ op en ik heb het altijd leuk gevonden om te doen. Ik ging veel mee naar uitwedstrijden en zat ook in de strafcommissie die toezag op naleving van de regels van de bond.

De grote veranderingen in de volleybalsport, zoals een nieuwe telling of teamopstelling, heb ik echter als voorzitter niet meegemaakt. Het was een hele verrassing voor me dat ik in 1985 bij mijn aftreden werd benoemd tot erevoorzitter.”

Professionalisering

De vereniging groeit flink in de jaren (negentien) zeventig en het aantal trainingsuren voor de jeugdleden moet zelfs worden uitgebreid. Er wordt ook nog een nieuwe afdeling opgestart, die een sterke groei kent in haar beginperiode: de afdeling mini-volleybal.

Door middel van advertenties van de middenstand, banken en enkele grote firma’s in het clubblad wordt getracht dekking te vinden voor het tekort op de begroting en daarin is de vereniging toen aardig geslaagd. Er wordt voor het eerst gedacht aan een sponsor. De firma Commandeur uit Beverwijk geeft The Smash een bijdrage, waardoor de financiële positie van de vereniging verbetert.

Vanaf 1976 kan er in sporthal ‘De Bloemen’ worden gevolleybald.
Vanaf 1976 kan er in sporthal ‘De Bloemen’ worden gevolleybald.

Ook de accommodatie verandert in die tijd. Op 31 oktober 1974 neemt de gemeenteraad van Castricum met grote meerderheid het besluit om een sporthal in Castricum te bouwen. Dit is voor The Smash een zeer belangrijk bericht, gezien hun noodsituatie om ‘thuiswedstrijden’ in Beverwijk te moeten spelen. Op 24 april 1975 wordt, na enkele maanden van strubbelingen rond de situering van de sporthal, besloten dat deze definitief aan De Bloemen in Noord-End gebouwd gaat worden.


Jaarboek 39, pagina 35

Op 25 september 1976 wordt Sporthal De Bloemen officieel geopend en door sportminnend Castricum in gebruik genomen.

Eindelijk ‘thuis’ in Castricum te kunnen spelen is een voldoening schenkende gewaarwording. Het is een prachtige hal, die met trots getoond kan worden aan bezoekende verenigingen”, aldus het toenmalige bestuur.

In het eerste seizoen na de opening van de nieuwe sporthal (1976-1977) wordt het ledental van 250 overschreden. Daar is de vereniging erg blij mee, maar het levert ook problemen op voor de invulling van functies als coach, begeleider en scheidsrechter en de kosten nemen ook toe. Een financiële impuls is opnieuw nodig. Via reclameborden en een overeenkomst met de Rabobank is de vereniging voorlopig weer even gered.

In 1977 wordt het 25-jarig jubileum gevierd. Bill Super laat in de jubileumeditie van ’t Smashertje weten dat hij trots is op deze mijlpaal en constateert dat The Smash met de leeftijd van 25 jaar tot de oudste volleybalverenigingen in ons land behoort.

Toernooien

Heerlijk in de zon lopen of zitten en naar leuke wedstrijden kijken kan maar eens in het jaar op tweede pinksterdag. Op deze dag organiseert The Smash namelijk jaarlijks op de voetbalvelden van CSV een groot toernooi.

In ’t Smashertje van mei 1980 wordt gezegd dat men na het eerste toernooi nooit had kunnen verwachten hoe succesvol dit evenement zou worden.

Het clubblad meldt: “Dat de initiatiefnemers enkele jaren na de oprichting van onze vereniging van het buitentoernooi ooit gedacht hebben het 25-jarig bestaan daarvan te zullen beleven, is niet te achterhalen, maar een feit is het, dat dit buitentoernooi niet is weg te denken.

Pinkstertoernooi bij CSV aan de Zeeweg.
Pinkstertoernooi bij CSV aan de Zeeweg.

Dat het toernooi valt en staat met het aantal vrijwilligers, blijkt wel uit ’t Smashertje van indertijd. Er worden zo’n 25 personen gezocht om de 22 volleybalvelden op te bouwen op eerste pinksterdag. De werkzaamheden omvatten het belijnen van de velden, het plaatsen van de palen met scheerlijnen en het op hoogte hangen van de netten. ’s Ochtends zijn er op tweede pinksterdag zo’n tien mensen nodig om de velden te controleren en de kassa te bemensen.

Het Pinkstertoernooi is een belangrijk evenement voor The Smash geweest, vertelt Rein Luijckx: “Het was gebruikelijk dat teams buitentoernooien afgingen. Het Pinkstertoernooi had een belangrijke regionale functie en ook zelfs een nationale.”

Het toernooi geeft een financiële impuls aan de vereniging en heeft ook als doel om de volleybalsport in zijn algemeenheid te promoten.
Luijckx:“Hans Boske was een van de actievelingen van het Pinkstertoernooi. Hij leende altijd bij iedereen keukentrapjes, waar de scheidsrechters op konden zitten of staan. Het gerucht gaat dat hij ze soms vergat terug te geven, of niet meer wist welk van wie was en dat hij thuis nog een heel arsenaal aan keukentrapjes heeft …

De volleybaltoernooien op scholen krijgen vanaf het seizoen 1974-1975 een vaste vorm. In samenwerking met de afdeling Sportzaken van de gemeente worden de scholen voor voortgezet onderwijs van Castricum uitgenodigd aan een toernooi deel te nemen. Dit betekent dat naast het eigen Pinkstertoernooi jaarlijks ook een scholentoernooi wordt georganiseerd.

Dames I kampioen in 1981.
Dames 1 kampioen in 1981. Van links naar rechts staand Marjan Liefting, Elly Over, Annelien Kooiman, Anneke Tervoort en coach Peter Over; knielend Margriet Lute, Marlène van der Valk, Anita Schootemeyer en Marianne Willenborg.

De competities

De dames kennen in de jaren (negentien) tachtig veel hoogtepunten. In 1979 promoveren zij nog ongeslagen van de derde naar de tweede divisie en in 1980 naar de eerste divisie. In 1981 wordt de ononderbroken promotiereeks voortgezet met het behalen van het eredivisieschap. In 1988 spelen de dames alweer vier jaar eerste divisie en weten ze zich in deze klasse goed te handhaven.

Speler en trainer Peter Over

In 1960 wordt Peter Over (1944) lid van The Smash. Hij begint in het derde herenteam: “We speelden in de veilinghal in Alkmaar, waar we soms de kratten met wortelen aan de kant moesten schuiven. Er waren dusdanig veel teams, dat we soms pas tegen 12 uur ’s nachts klaar waren”, vertelt hij. Zijn debuut blijkt erg succesvol, want het jaar daarop gaat hij in één keer door naar het eerste team.

Zijn tijd bij The Smash is echter van korte duur. Het gaat wat minder voortvarend met de Castricumse volleybalvereniging en dus gaat Peter Over naar een Haarlemse club: “Ik heb daar een trainerscursus gevolgd. Na twee jaar ben ik teruggekeerd naar The Smash en in 1967 met Heren 1 gepromoveerd naar de hoofdklasse. Van dit team was ik aanvoerder.”


Jaarboek 39, pagina 36

Bij een volgende mindere periode gaat Peter wederom weg bij The Smash. De Alkmaarse club, waar hij naartoe gaat, speelt in de eerste divisie, een klasse hoger dan The Smash. Ook als trainer ontwikkelt hij zich verder. Peter wordt bondscoach van Jong Oranje in 1975 en vanaf 1980 traint hij het eerste damesteam van The Smash. Daarmee promoveert hij naar de eredivisie.

In 1985 begint Peter Over de heren te trainen: “Die speelden eerste divisie, maar wilden dolgraag naar de eredivisie. In 1987 worden ze derde, in 1988 tweede en pas in 1989 zijn ze kampioen van de eerste divisie. Helaas hebben ze het nét niet gehaald in de eredivisie.”

De loopbaan van Peter bij The Smash wordt vervolgd bij Croonenburg. Zijn dochter begint met volleybal en dat maakt Peter enthousiast om jeugdtrainer te worden. Tot 2005 heeft hij dames 1 nog getraind, waarna hij zijn volleyballoopbaan heeft beëindigd.

Het eerste herenteam dat in 1989 kampioen werd en naar de eredivisie promoveerde.
Het eerste herenteam dat in 1989 kampioen werd en naar de eredivisie promoveerde. Van links naar rechts staand Michel Sep, Mathijs van Essen, Peter Paul Wiersma, Walter Beentjes, Ron Kieft, coach Peter Over en een vertegenwoordiger van de Nevobo; knielend Rob Oosterbrugge, Bart Meester, Martin van der Horst, Rob de Winter en Paul Hageman.

Ook de heren weten zich steeds in de eerste divisie te handhaven. Eind jaren (negentien) tachtig is het team in de bovenste regionen geëindigd en in 1989 promoveert het zelfs naar de eredivisie. Ook de jeugdleden doen het goed: het aantal is dusdanig toegenomen in de jaren (negentien) tachtig dat er naast het selectieteam van zowel de jongens als meisjes twee jongensteams en drie meisjesteams in de aspirantencompetitie spelen. Daarnaast zijn er nog drie teams met mini’s (8-11 jaar).

Directeur Cas Bottemanne van Bosta ondertekent het sponsorcontract. Naast hem links secretaris Piet van Rij en rechts voorzitter Ulbe Pauzenga van The Smash. Rechts van Pauzenga kijkt penningmeester Fransjan Meijer toe.
Directeur Cas Bottemanne van Bosta ondertekent het sponsorcontract. Naast hem links secretaris Piet van Rij en rechts voorzitter Ulbe Pauzenga van The Smash. Rechts van Pauzenga kijkt penningmeester Fransjan Meijer toe.

Omdat de financiële basis van The Smash te beperkt is, gaat de club in 1987 in zee met Bosta, die hoofdsponsor wordt. Het bedrijf, dat zich bezighoudt met beregeningsapparatuur, verbindt zelfs zijn naam aan The Smash, die vanaf dat moment Bosta/The Smash heet. Deze sponsordeal levert de club de financiële middelen op om hogerop te gaan. Hierdoor spelen er twee teams in de eredivisie, wat uniek is. De club heeft de overtuiging dat dit ook jeugdleden aantrekt.

De talenten

Omdat The Smash regelmatig op hoog niveau heeft gespeeld, is het ook niet verwonderlijk dat de vereniging diverse talenten heeft geleverd aan districts- of nationale teams.


Jaarboek 39, pagina 37

Zo heeft Martin van der Horst (1965), die van 1983 tot 1989 bij The Smash speelde, regelmatig met het Nederlands team meegedaan aan Europese kampioenschappen en zelfs aan de Olympische spelen. De voormalig international was maar liefst 2,15 meter lang.

Elly Over (1953), de vrouw van de eerder besproken Peter, kwam in 1975 uit voor het Nederlands damesteam.

Jenny Turkstra in haar glorietijd.
Jenny Turkstra in haar glorietijd.

Ook Jenny Turkstra (1939) en voormalig toptennisster Tine Zwaan (1947) waren getalenteerde volleybalsters en werden geselecteerd voor districtswedstrijden of interlands.

Jenny vertelt over haar carrière: “In 1956 werd ik door mijn medeleerlingen van de Rijks H.B.S. in Velsen (Jan en Henk van ’t Loo, Tineke en Andries Terpstra en Wim Metselaar) enthousiast gemaakt voor de volleybalsport en het lidmaatschap van The Smash. Ik werd opgenomen in het eerste damesteam, dat het tot het niveau van de toenmalige overgangsklasse bracht. In de jaren 1957-1959 belandde ik in het distrtictsteam van Noord-Holland. Eerder had ik de sporten handbal en tennis vaarwel gezegd en mij verder geconcentreerd op volleybal.

Na afloop van deelname aan een Paastoernooi in Alkmaar in 1959 viel de eerste uitnodiging voor het Nederlands team in de bus. Al snel volgden wedstrijden en toernooien op internationaal niveau, voornamelijk binnen Europa. De trainingen werden op donderdagavond en zaterdagmiddag in Den Haag in het MILVA-kamp gehouden. Trainer-coach was de roemruchte Henk Blok, docent aan de Haagse Academie voor Lichamelijke Opvoeding. In die tijd was Den Haag het middelpunt van de volleybalsport. Een andere grote naam in die tijd was Cees van Zweeden, trainer-coach van het Nederlands herenteam.

Omdat ik bij The Smash te weinig wedstrijdervaring op hoog niveau kon opdoen, stapte ik op dringend advies van Henk Blok over naar de Amsterdamse damesclub ‘Boemerang’ die in de hoogste klasse van Nederland (toen nog hoofdklasse) speelde. Ik werd direct geselecteerd voor het eerste damesteam, dat in drie achtereenvolgende jaren clubkampioen van Nederland werd en daarnaast uitgeroepen werd tot West-Europees kampioen. Zes speelsters maakten tevens deel uit van het Nederlands team!

Ik bleef in Castricum wonen en in Alkmaar werken. In Utrecht volgde ik vanaf 1962 een deeltijdstudie, waarvan de colleges op zaterdag werden gegeven. Er moest dus veel worden gereisd en het was een druk bestaan. Gelukkig verleende mijn werkgever veel medewerking en kreeg ik zelfs vrije dagen voor afwezigheid tijdens toernooien. Er was toen nauwelijks sprake van onkostenvergoeding, betaling en medische begeleiding door de volleybalbond. Hoe anders is dat tegenwoordig! Hoogtepunten in mijn carrière waren ongetwijfeld de deelname aan de wereldkampioenschappen in Moskou (1962) en de Europese kampioenschappen in Boekarest (1963).

Ik ben in 1964 gestopt met actief wedstrijdvolleybal. In het seizoen 1964-1965 ben ik nog wel op het oude nest teruggekeerd als trainster van The Smash. Nadat ik in 1965 trouwde met Theo van der Kuil (ook Smash-lid), zijn we naar Oss verhuisd. In 1969 verkasten we naar Alphen aan den Rijn. Ik werd weer lid van Boemerang en werd opgenomen in het vroegere kampioensteam, dat nu als veteranenteam deelnam aan de afdelingscompetitie Amsterdam. Op verzoek van de club heb ik nog even meegespeeld in het eerste damesteam, dat toen in de eredivisie uitkwam.”

Het 40-jarig jubileum

In 1992 bestaat de vereniging 40 jaar. Burgemeester Schouwenaar stelt in een jubileumboekje dat het 40-jarig bestaan van een vereniging iets is om bij stil te staan: “Stilstaan is echter iets dat niet goed bij Bosta/The Smash past. Zij hebben dan ook de twaalf spelers van het Nederlandse team uitgenodigd om een volleybal-clinic te verzorgen.”

Het is een groot spektakel geworden. Aan 1400 toeschouwers laat het nationaal team zien wat nu precies topvolleybal betekent.

Castricum stond even op z’n kop en terecht, een groot compliment aan de organiserende vereniging Bosta/The Smash”, aldus De Castricummer.

De viering van het jubileum is een groot succes. Toch typeert Rein Luijckx de jaren 1990 als een ‘zeurende tijd’. Er zijn veel bestuurswisselingen en het ledenaantal loopt terug. Het is een mindere tijd voor de vereniging en een fusie met de andere volleybalclub in Castricum lijkt noodzakelijk te worden.

Dynamo

Logo van Dynamo.
Logo van Dynamo.

De beginjaren

Ruim zes jaar na de oprichting van The Smash wordt op initiatief van Kees Kabel een tweede volleybalvereniging in Castricum opgericht en wel op 1 september 1958. Kees trekt er zelf op uit om de nodige leden te werven.


Jaarboek 39, pagina 38

Hij slaat een goede slag door een grote Castricumse familie te bewegen zich aan te melden als lid: de familie Wokke. Deze familie groeit zo’n beetje uit tot hofleverancier.

De eerste jaren traint de vereniging in de zaal van café Borst in Bakkum. Later worden de trainingen gehouden in de toen nieuwe gymzaal aan de Juliana van Stolbergstraat. Vanaf die tijd gaat het bergopwaarts met Dynamo. De vereniging speelt vanaf het seizoen 1959-1960 in de volleybalcompetitie. Ook de competitiewedstrijden van Dynamo worden in de veilinghal in Alkmaar gespeeld.

Een jeugdteam van Dynamo begin jaren 1960 met staande links en rechts de teamleiders resp. Dik en Klaas Wokke.
Een jeugdteam van Dynamo begin jaren 1960 met staande links en rechts de teamleiders, respectievelijk Dik en Klaas Wokke.

Gymles

Klaas en Dik Wokke worden in de beginperiode lid van Dynamo. Dik zit in het laatste jaar van de Mulo en gymdocent Jan Karel Smit heeft hem enthousiast gemaakt voor de volleybalsport. Smit, die volleybal heel actief promoot in zijn lessen, is een van de ledenwervers voor de vereniging.

Ook Klaas, de broer van Dik, is er vroeg bij. Op de leeftijd van 17 jaar wordt hij al penningmeester. Vrij snel daarna worden de statuten gewijzigd, waarin bepaald wordt dat de penningmeester meerderjarig moet zijn. Klaas wordt tweede penningmeester, maar eigenlijk blijft hij nog steeds de boekhouding doen.

In de jaren 1962 en 1963 worden door het zeer actieve bestuur ook nog afdelingen voor atletiek en basketbal opgezet. Beide afdelingen hebben echter binnen Dynamo geen lang leven gehad. Klaas Wokke:
We wilden een brede vereniging worden en het idee was om alles onder één dak te doen. De sporten waren echter te verschillend en ook de kosten waren niet vergelijkbaar. Het was dus niet met elkaar te rijmen.”

De atletiektak gaat zelfstandig verder onder de naam ‘Atletiek Vereniging Castricum’ en de basketbaltak onder de naam ‘Sea Devils’. Na deze bewogen jaren wordt Dynamo weer volledig een volleybalclub en wordt er een nieuw bestuur gevormd met als voorzitter René Gort.

Het spelen in de competitie in Alkmaar kost veel inzet en financiële offers. Het nieuwe bestuur vraagt daarom een overschrijving aan naar district IJmond, zodat in de sporthal in Heemskerk gespeeld kan worden. Het spelpeil ligt in deze afdeling echter hoger, wat betekent dat zowel het eerste dames- als herenteam alle zeilen moet bijzetten om een goed figuur te slaan. De financiële zorgen blijven echter bestaan en ook het noodgedwongen wisselen van de trainers doet daar geen goed aan. Desalniettemin blijft het gezelligheidsaspect een grote rol spelen. Er worden regelmatig feestavonden op touw gezet, waarvoor destijds veel belangstelling is. Een grote animator hierbij is Klaas Wokke. Zo organiseert hij ook cabaretavonden. In 1972 wordt hij voorzitter.

Ton Kenter.
Ton Kenter.

Een bijzondere vereniging

Oud-voorzitter Ton Kenter stelt dat Dynamo een bijzondere vereniging was. Bijzonder, omdat het leveren van prestaties niet de hoogste prioriteit heeft. Leden van Dynamo beoefenen het volleybalspel als een stuk ontspanning en noodzakelijk tegenwicht voor de dagelijkse inspanning, waarbij het plezier in de sportbeoefening voorop staat:
Men spant zich tot het uiterste in en als dan een wedstrijd toch verloren gaat, tillen leden van Dynamo daar niet zo aan. Opvallend is dan ook de prettige sfeer binnen de vereniging die ‘Ontspanning door Inspanning’ een waar woord laat zijn. Dynamo voorziet daardoor in de behoefte van de vooral wat oudere volleybalspelers(-sters), waardoor prestaties niet meer primair zijn.”

Jaren (negentien) tachtig

Het begin van de jaren (negentien) tachtig blijkt erg succesvol te zijn. In het seizoen 1980-1981 wordt het tweede herenteam kampioen van de tweede klasse. Ze spelen hun kampioenswedstrijd tegen hun plaatsgenoten van The Smash. Het team had vier sets nodig om tot een overwinning van 3-1 te komen.

Het seizoen 1982-1983 is erg geslaagd voor de dames. In de competitie verliezen ze slechts één wedstrijd. Op 11 maart vieren zij hun kampioenschap als ze van de dames van WVV ’72 uit Wijk aan Zee met 0-3 winnen. Onder de bezielende leiding van Alie Rozemeijer komt het eerste damesteam daarmee weer terug in de eerste klasse, waaruit de dames drie jaar eerder op ongelukkige wijze degradeerden.


Jaarboek 39, pagina 39

In 1983 heeft Dynamo 140 leden, allemaal senioren. Naast een recreatieve afdeling nemen in totaal vier heren- en vijf damesteams deel aan de competitie.

Het vierde damesteam dat in 1983 kampioen werd.
Het vierde damesteam dat in 1983 kampioen werd. Van links naar rechts staand coach Leo van der Linden, Gerda Weener, Joke Zuur, Josefien Snijders, Gatha Briefjes en trainer Frank Bruggeling; gehurkt Carla Janzen, Rina Jonker, Lieneke Cools en Marianne Jansen.

Zilveren jubileum

Het 25-jarig jubileum wordt in 1983 gevierd met een drietal volleybaltoernooien in de wedstrijd- en recreatieve sfeer. Een van de toernooien is het MIX-toernooi. Dit toernooi werd eerder al aan het eind van ieder seizoen gespeeld.

Klaas Wokke: “Alle teams werden gemixt. Jong en oud, man of vrouw, alles werd door elkaar gegooid. Het winnende team won de houten stoof. Die maakte ik indertijd zelf, want ik was timmerman-meubelmaker.”

Dat de familie Wokke veel leden levert, blijkt wel in dit jubileumjaar. In het jubileumblad voor het zilveren jubileum wordt gesteld dat het nog een hele klus is om alle teams in te delen:
Dat zal nooit naar ieders wens gaan, kijk maar: er zijn zo veel Wokke’s (oud en nieuw), zodat alleen al daarvan teams te maken zijn.
Het is een druk toernooi geworden met maar liefst 120 aanmeldingen van zowel leden als oud-leden.

Een tweede toernooi op het jubileumfeest in 1983 is het Castricums Volleybaltoernooi: een evenement voor diverse sportverenigingen, politie, muziekvereniging Emergo, buurtverenigingen enzovoorts. In totaal nemen er 19 organisaties aan deel. Dit evenement blijkt een groot succes.

Het jaar daarop wordt het toernooi opnieuw georganiseerd en doen er 28 teams mee. Na de openingsspeech van voorzitter Ton Kenter slaat wethouder Wokke de eerste bal. Het is een groot spektakel. Op de publieke tribune wordt er veelvuldig aangemoedigd en het spelpeil groeit per gespeelde serie. Zelfs spandoeken zijn aanwezig. In de finale strijden AVC en TC Bakkum tegen elkaar voor het winnen van de wisselbokaal. Als Bakkum aan scoren toekomt, is de tijd om. AVC wint met 17-1.

Het eerste damesteam van Dynamo dat in 1993 kampioen werd in de eerste klasse.
Het eerste damesteam van Dynamo dat in 1993 kampioen werd in de eerste klasse. Van links naar rechts staand Margreet Cools, Lia de Ruyter, Maureen Rozemeijer en trainer/coach Bert van Leijden; gehurkt Joke van der Horst, Annie Wokke en Alie Beentjes; zittend Marja Boeters, Iris Stuifbergen en Janneke Kunst.

Ook bij Dynamo gaat het in de jaren (negentien) negentig, net als bij The Smash, niet zo goed als in eerdere jaren. Het ledenaantal loopt terug en het wordt steeds moeilijker om vrijwilligers en bestuursleden te vinden. Een fusie met The Smash lijkt dus ook voor Dynamo onvermijdelijk. Er worden nog wel wat teams kampioen, zoals het eerste damesteam in 1993 en het tweede herenteam in 1994.

Het tweede herenteam van Dynamo dat in 1994 kampioen werd in klasse 3b van het district Zaanstreek/ IJmond.
Het tweede herenteam van Dynamo dat in 1994 kampioen werd in klasse 3b van het district Zaanstreek/IJmond. Van links naar rechts staand Jan Zonneveld, Martin van Zijtveld, Paul Meyerhof en trainer Rein Luijckx; knielend Frank Bruggeling, Hans van Weenen, Nico Sprenkeling, Erik Bosma en Jacob Prins.

Jaarboek 39, pagina 40

Croonenburg

Logog van Croonenburg.
Logo van Croonenburg.

Een fusie tussen The Smash en Dynamo wordt in 1986 voor het eerst besproken. Er zijn echter geruchten dat er al eerder besprekingen zijn geweest. Het initiatief tot een fusie gaat in 1986 uit van Piet van Rij, lid van The Smash.

In het Noordhollands Dagblad zegt hij: “Bij The Smash wordt een belangrijk deel van het verenigingsgebeuren bepaald door de topteams. Het recreatiegedeelte wordt steeds kleiner, waardoor de mogelijkheden in die sector afnemen. Bij Dynamo ligt het zwaartepunt juist op de recreatie. Een samengaan van de clubs zou een sterke, grote vereniging tot gevolg hebben, waarin prestatie- en recreatiesport goed vertegenwoordigd zouden zijn.”

Maar bij Dynamo zorgt deze prestatiementaliteit juist voor angst. De leden van Dynamo geven in een ledenvergadering in april 1986 het bestuur van hun club geen toestemming om verder te gaan met de fusiebesprekingen. Op de vergadering zijn 70 van de 160 leden aanwezig en een meerderheid blijkt de plannen van het bestuur niet te ondersteunen. Kenter vertelt dat de leden bang waren dat de ontspannen manier van volleyballen verloren zou gaan bij een fusie.

Dynamo had namelijk een brede basis maar een smalle top, terwijl het bij The Smash juist andersom was. Ook het financiële aspect speelt hierbij een rol. De kosten van topsport zijn een stuk hoger dan de kosten van recreatiesport. De conclusie van de ledenavond is dan ook dat de doelstellingen van beide clubs nog te ver uit elkaar liggen. Kenter ziet op dat moment echter nog steeds mogelijkheden tot samenwerking.

In het Noordhollands Dagblad van 18 april 1986 stelt hij:
Een samengaan van de twee clubs in de gemeente Castricum is ontegenzeggelijk in het belang van de volleybalsport in zijn algemeenheid. De contacten zullen blijven bestaan. Dynamo is er nu nog niet rijp voor, maar misschien over enkele jaren wel.

Het duurt nog meer dan tien jaar voordat een fusie werkelijkheid wordt. Beide verenigingen hebben steeds grotere moeite om leden te behouden en om voldoende vrijwilligers te werven. In juli 1998 wordt een enquête over de fusieplannen onder de leden van beide verenigingen gehouden. De leden reageren hier positief op. Bij Dynamo is zelfs 80 procent voor de fusie. Na deze positieve uitslag wordt er een fusiecommissie in het leven geroepen, waarvan Ton Kenter voorzitter is.

Voorzitter Arjen Pauzenga (links) overhandigt het jeugdplan aan jeugdvoorzitter Rein Luijckx.
Voorzitter Arjen Pauzenga (links) overhandigt het jeugdplan aan jeugdvoorzitter Rein Luijckx.

Arjen Pauzenga zit namens The Smash in de fusiecommissie en vertelt dat het er tot het laatste moment om hing of de fusie door zou gaan.


Jaarboek 39, pagina 41

Ook Ton Kenter beaamt dit. In een gezamenlijke ledenvergadering in 1999 zou het besluit genomen worden.
Er was een ontzettend grote opkomst en het was tot het laatste moment spannend of alle leden akkoord gingen. Gelukkig was dit het geval!”, aldus Pauzenga.

Kenter denkt dat de voorspoedige fusie te maken heeft met de grondige voorbereidingen van de fusiecommissie: “In ieder stadium zijn de leden op de hoogte gehouden door middel van een fusiekrant. In de commissie werden we het over alle aspecten eens, waardoor er voor niemand verrassingen waren. Een goede basis was dat beide clubs op dat moment financieel gezond waren. De contributies verschilden niet veel. We hadden gekozen om voor alle secties de middenweg te nemen, waardoor de verhogingen of verlagingen tot enkele guldens beperkt werden. Ter compensatie van verhogingen waren de trainingstijden uitgebreid.”

Er werd voor gekozen om de teamsamenstellingen niet te wijzigen in de eerste jaren. “We wilden iedereen de gelegenheid geven om te wennen aan de nieuwe situatie. Er was tijd nodig om elkaar te leren kennen en sommige teamleden speelden al zo lang samen in een team. Het zou te rigoureus zijn om die teams uit elkaar te trekken”, aldus Kenter.

De fusievereniging is een feit op 1 juli 1999 en Herman Bouwhuis is de eerste voorzitter. Maar hoe komen de volleyballers nu aan de naam Croonenburg? Het blijkt dat ze deze naam te danken hebben aan Arjen Pauzenga: “We hadden een wedstrijd uitgeschreven, maar hier kwam geen goede naam uit voort. Alleen maar van die slappe of flauwe namen. In het zaaltje waar we op een gegeven moment aan het vergaderen waren, hing een kalender met daarop slot Croonenburg. En toen riep ik: Is dat geen leuke naam?”

Een leuk detail is dat Oud-Castricum aan deze kalender heeft meegewerkt.

De A-jongens van Croonenburg werden derde van Nederland in 2012.
De A-jongens van Croonenburg werden derde van Nederland in 2012. Van links naar rechts Tim Schoon, Thijs Liefting, Robin Molenaars, Auke Pauzenga, Tobias van der Stelt, Jannes van der Ham, Elmar Hoberg, Bas Oudejans en Arjen Pauzenga (coach).

De eerste jaren van VV Croonenburg

Het behouden van leden blijkt echter ook voor de nieuwe vereniging een probleem. De eerste jaren van de fusie gaat het dan ook niet veel beter. In 2005 staan Arjen Pauzenga en Rein Luijckx op: “We moeten er iets van maken, anders verpietert de boel!”

Pauzenga en Luijckx zetten zich daarom in om nieuwe jeugdleden te werven. Bij voldoende jeugdleden zou de vereniging namelijk vanzelf gezond blijven, omdat zij weer doorstromen naar de hogere teams als ze ouder worden. In 2006 wordt een jeugdplan gepresenteerd. De ambitie is het bereiken van honderd jeugdleden en dat wordt ook gehaald.

Pauzenga: “We gingen duidelijker communiceren dat we goede trainers hebben en echt kwaliteit kunnen bieden. En we gaven bijvoorbeeld clinics op basisscholen. De vereniging leefde echt weer helemaal op. Je merkte bijvoorbeeld ook dat oud-eredivisiespelers weer clinics gingen geven en zowel de jongens als de meisjes deden mee aan het Nederlands kampioenschap voor clubteamsDe jongens en meisjes van de A-jeugd werden in 2012 respectievelijk derde en vijfde van Nederland en dat is toch een mooi resultaat te noemen!


Jaarboek 39, pagina 42

Luijckx vult hem aan: “Deze twee jeugdteams vormden de basis voor de eerste teams. Het eerste herenteam van Croonenburg heeft derde divisie gespeeld en het eerste damesteam kwam tot het seizoen 2015-2016 uit in de tweede divisie. Beide teams spelen nu in de promotieklasse. Bijna alle spelers komen uit de eigen jeugd voort, wat het succes van het jeugdplan bevestigt.”

In februari van dit jaar verwelkomt Croonenburg haar 200e lid. De gelukkig is Jan Verberne die een bloemetje ontvangt uit handen van voorzitter Rein Luijckx.
In februari van dit jaar verwelkomt Croonenburg haar 200e lid. De gelukkig is Jan Verberne die een bloemetje ontvangt uit handen van voorzitter Rein Luijckx.

In februari 2016 wordt het 200e lid van Croonenburg hartelijk begroet. Penningmeester Ed Kuhlman is daar volgens het Nieuwsblad voor Castricum van 24 februari jongstleden erg blij mee: “Ik ben sinds september vorig jaar penningmeester en ik zie dat we in het afgelopen jaar al meer dan 40 nieuwe aanmeldingen hebben gehad. De trend zet zich ook in 2016 door. Op naar de 250!”

Ereleden en erevoorzitters

De nieuwe volleybalvereniging heeft de ereleden en erevoorzitter van The Smash overgenomen. Dynamo kende deze titels niet. Hans Boske en Arjen Pauzenga werden door Croonenburg benoemd.

Bill Super
Bill Super

Ereleden:

  • Bill Super
  • Jan Borst
  • Hans Boske
  • Cas Bottemanne
  • Jan Metselaar
  • Andries Terpstra
  • Dorine Uljee

Erevoorzitters:

  • Cock Hageman
  • Arjen Pauzenga

Jaarboek 39, pagina 43

Nieuwe projecten

De club blijft op zoek naar nieuwe projecten. Zo heeft het bestuur zich ingezet voor het realiseren van een beach-volleybalveld in Castricum.

We zijn zelf op zoek gegaan naar een locatie en ontdekten een groenstrook bij AVC (Atletiekvereniging Castricum). De gemeente was eerst enthousiast, maar ging daarna toch moeilijk doen. Uiteindelijk is het toch gelukt. We hebben echt letterlijk alles zelf gedaan, zelfs het zagen en schroeven van de palen. En zonder een cent subsidie!”, aldus een trotse Pauzenga.

Rein Luijckx, die voorzitter Arjen Pauzenga in oktober 2015 opvolgde, vertelt dat het beachvolleybaltoernooi de functie van het vroegere Pinkstertoernooi heeft overgenomen: “De cultuur van buitentoernooien afgaan bestaat niet echt meer, maar beachvolleybal is ontzettend populair geworden. We vinden het belangrijk dat mensen het hele jaar door kunnen volleyballen. Als de zomerstop eind april begint, dan kan men na de meivakantie beginnen met beachvolleybal. Van de zaal naar het zand, noemen we het.

Aan het Bakkum Beachvolleybaltoernooi kunnen zowel recreanten als competitiespelende teams meedoen. Dit jaar werd het evenement voor de 25e keer gehouden, wat gevierd werd met een reünie.

Het beachvolleybaltoernooi werd in 2016 voor de 25e keer gehouden.
Het beachvolleybaltoernooi werd in 2016 voor de 25e keer gehouden.

Naast het beachvolleybaltoernooi organiseerde Croonenburg een aantal jaren het GFT-toernooi. Luijckx zegt daarover:
“Dit was echt een toernooi voor Castricum. We deelden het dorp in op basis van de inzamelingswijken. Vandaar dus de naam GFT. In eerste instantie hadden we de grootste ambities en zagen we helemaal voor ons hoe er meerdere voorrondes gespeeld werden in de diverse wijken. Zo’n succes werd het niet, maar we hebben een hoop lol gehad. We speelden op de grasveldjes bij de Vondellaan en Arjan Lute was zogenaamd de grasmeester. Frank Boske schreef stukjes voor de lokale kranten, waarin hij stelde dat Arjan ook gevraagd was grasmeester te worden in de Arena. Je zag dan een foto van Arjan met een loep bij het gras. Ook hebben we een brief gestuurd naar de NOC*NSF om te vragen of de Olympische Spelen van Sydney (in 2000) niet verplaatst konden worden, omdat ze op dezelfde dag vielen als het GFT-toernooi …”

Nijntje Beweegdiploma kun je halen bij Croonenburg.
Nijntje Beweegdiploma kun je halen bij Croonenburg.

Ook op dit moment (in 2016) is Croonenburg nog druk bezig met vernieuwen. Ze zijn dit jaar begonnen met ‘Funvolley’. Dat is volleybal voor 2 tot 6-jarigen die het Nijntje Beweegdiploma behalen na het volgen van het Funvolley beweegprogramma. Een uniek programma, want Croonenburg is de eerste volleybalvereniging die dit diploma aanbiedt.

Daarnaast is de club druk bezig om zich meer te richten op recreatievolleybal in samenwerking met andere partijen. Zo is de club een project gestart met GGZ-instelling Dijk en Duin. Cliënten van deze instelling spelen samen met de volleyballers van Croonenburg. De cliënten van Dijk en Duin ervaren op deze manier minder drempels om door te stromen naar een reguliere sportvereniging als Croonenburg en de volleyballers van Croonenburg hebben zo de mogelijkheid om een uurtje extra te trainen.

Slotwoord

De volleybalsport kent een bewogen geschiedenis in Castricum, maar heeft door de oprichting van Croonenburg een stabiele basis gevonden. De fusievereniging blijft zich continu ontwikkelen en vernieuwen. Men zal in de toekomst dus nog genoeg gaan horen van deze actieve volleybalclub.

Laurette Levi
Hans Boot

Bronnen:

  • Archiefmateriaal volleybalverenigingen;
  • Archief Werkgroep Oud-Castricum;
  • Diverse regionale kranten.

Met dank aan:
 Frank Bruggeling, Cock HagemanTon Kenter, Jenny van der Kuil-Turkstra, Rein Luijckx, Jan Metselaar, Peter Over, Arjen Pauzenga, Marijke Renooij-van ’t Loo, Lia de Ruyter, Jan Karel Smit, Hans van Weenen, Dik Wokke, Klaas Wokke en Joke Zuur.

24 april 2023

Bakkerij, De – 40 jaar (Jaarboek 38 2015 pg 38-47)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 38, pagina 38

De Bakkerij 40 jaar: van jeugdsociëteit tot poppodium

‘De Bakkerij’ is al ruim 40 jaar een begrip in Castricum. In dit artikel, waaraan door diverse betrokkenen is meegewerkt, leest u hoe De Bakkerij aan zijn naam komt, hoe die eerste jaren waren en over de sluiting van het pand aan het Bakkerspleintje na 33 jaar in augustus 2007. Ook komt de oprichting van de Vereniging Vrienden van De Bakkerij in 2005 aan de orde.

Daarnaast worden de rol van de jongerenwerkers en de diverse activiteiten en evenementen belicht. Uiteraard wordt er ook niet voorbijgegaan aan de strijd die moest worden geleverd om ‘De nieuwe Bak’ te verkrijgen en te kunnen uitbreiden.

Er zijn vele rommelmarkten gehouden voor De Bakkerij.
Er zijn vele rommelmarkten gehouden voor De Bakkerij. Hier proberen de veilingmeesters van links naar rechts Willem Heesterbeek, Paul Schekkerman en Gerard Bouwhuis geld in te zamelen op 27 augustus 1973.

Ongeorganiseerde jeugd

Eind jaren 1960 nam het idee van een jeugdsociëteit voor de ‘ongeorganiseerde’ jeugd van Castricum steeds vastere vormen aan.
“Ongeorganiseerde jeugd was vooral de jeugd die niet bij de sportclub, culturele of andersoortige verenigingen kwam”, zegt Hans van Balgooi, die als 20-jarige betrokken was bij de totstandkoming van De Bakkerij. Maar wat wilde de jeugd? Er waren toch al genoeg kroegen in het dorp? Immers in die tijd kwam half Noord-Holland in Castricum stappen. Wat wil je dan nog?

Hans: “We wilden het vooral zelf doen, zelf activiteiten organiseren. Maar vooral wilden we een eigen plek waar we niet weggejaagd zouden worden.”

De jongeren die achter dit idee stonden, klopten aan bij de gemeente. De ongeorganiseerde jeugd wilde zich organiseren. Een geschikt pand was moeilijk te vinden. De initiatiefnemers hebben toen heel wat omzwervingen gemaakt door Castricum en omgeving.

Zo had je de schuur van Heesterbeek aan de Oude Haarlemmerweg, waar wel eens activiteiten georganiseerd werden. Hans: “De politie is daar wel eens binnengevallen, omdat er ‘exotische geuren’ gemeld waren. Op dat moment zaten er 30 mensen te vergaderen; allemaal netjes aan de cola.”

De elfde rommelmarkt wordt voorbereid.
De elfde rommelmarkt wordt voorbereid. Van links naar rechts Dick van der Kolk, Saskia Modder, Jan Willem van Wetering, Jan Vos en Hans Hofstra.

De voorgeschiedenis

De wens om ruimte voor jongeren werd al in 1954 in de gemeenteraad geuit door het bevlogen raadslid mevrouw Jacobs-Wentink. Het Castricums Centraal Jeugdoverleg, dat 32 verenigingen vertegenwoordigde, brak in 1965 een lans voor een jeugdcentrum. In de naoorlogse jaren was de aandacht vooral gericht op wederopbouw, infrastructuur en onderwijsvoorzieningen. Grote wensen als een bejaardencentrum of een zwembad konden nog niet in vervulling gaan.

Pas toen het aantal inwoners sterk begon te stijgen door realisering van de wijk Molendijk, eind jaren (negentien) zestig, werd er meer mogelijk. Burgemeester Van Boxtel zette in 1969 het begrip samenlevingsopbouw op de agenda en de gemeente liet door het Provinciaal Opbouworgaan, in de persoon van drs. Absil, een onderzoek uitvoeren.

Een van de conclusies was dat een activiteitencentrum en daarbij een jeugdsociëteit in een behoefte zou voorzien. De gemeenteraad nam in april 1971 die aanbeveling over. Tot uitvoering is het echter nooit gekomen.


Jaarboek 38, pagina 39

Opnieuw een initiatief

Nadat eind jaren (negentien)zestig in Castricum meerdere initiatieven vanuit de jeugd voor een eigen organisatie vroegtijdig sneuvelden (onder andere B.O.C., Live in Peace en C.C.C.), namen enkele jongeren opnieuw het initiatief om tot een eigen organisatie te komen. Piet van der Schilde, Angèle Veldt en Hans van Balgooi maakten een stencil met de oproep aan jongeren om op 14 april 1971 in de schuur van Heesterbeek aan de Hollaan in Castricum bij elkaar te komen. Ondanks dat Ajax op de TV tegen Atlético Madrid moest spelen, kwamen die avond 60 jongeren bijeen en vormden een Startgroep Jeugdsociëteit, die met begeleiding van de Provinciale Jeugdraad aan de slag zou gaan. De basis voor de jeugdsociëteit, die later De Bakkerij zou gaan heten, is toen gelegd.

Eerst moesten er financiële middelen komen. Na een aantal vergaderingen van de startgroep en de gemeente, begin 1971, vond op 28 augustus van dat jaar de eerste rommelmarkt plaats. In de maand daarvoor gingen ruim 75 jongeren met een bakfiets door Castricum om oude spullen op te halen. De rommelmarkt, inclusief loterij en veiling, was een groot succes; er was een opbrengst van ruim 4.000 gulden.

In die tijd ging de startgroep op bezoek bij andere jeugdinitiatieven in de buurt. De groep bestond toen uit een aantal van die ongeorganiseerde jeugdleden, te weten Marga Bakker, Frans Borst, Gerard Bouwhuis, André Dekker, Theo Kaandorp, Marian Luijckx, Piet van de Schilde, Egbert Tates, Wim Heesterbeek, Peter Borst en Evert Hissink. Daarnaast werden ze ondersteund vanuit de provincie. In september 1971 kwam de startgroep met de ‘Nota Jeugdsociëteit Castricum’ en vroeg aan de gemeente hulp bij het zoeken naar een accommodatie en financiële steun.

Boerderij. Breedeweg 40 in Castricum.
Boerderij van Cor Poel (later P. Bakker). Breedeweg 40 in Castricum. Op deze plaats is nu ongeveer de parkeerplaats van zwembad De witte brug. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Van Balgooi: “In de bijna drie jaar dat het duurde om een eigen onderkomen te vinden, hebben we in en om Castricum in totaal ruim 24 panden bezocht. Dat waren onder andere de Breedeweg 40, de Duinrandschool en de boerderij van Kuijs aan de Alkmaarderstraatweg, Zelfs de mogelijkheid van een tijdelijke voorziening aan de Walingstuin werd overwogen.”

Er werd een stichtingsakte voor de Stichting Jeugdsociëteit Castricum opgesteld, waarin de doelstelling als volgt werd omschreven:
het bieden en realiseren van mogelijkheden voor ontmoeting, vorming en recreatie van jongeren. De stichting tracht dit doel te bereiken door het inrichten en exploiteren van een voor het werk van de stichting benodigde accommodatie.

De akte werd op 25 mei 1972 gepasseerd en ook de formele start van de jeugdsociëteit was toen een feit.

Het pand dat van Gerard Hemmer werd gekocht.
Het pand dat van Gerard Hemmer werd gekocht.

In oktober 1972 berichtten burgemeester en wethouders de gemeenteraad dat een oplossing voor het ruimtevraagstuk nog niet in zicht was. Nog geen twee weken later stuurde het college een nieuw voorstel naar de raad. Een ambtenaar was met het idee gekomen om de jeugdsociëteit te vestigen in de voormalige bakkerij van Gerard Hemmer aan de Dorpsstraat. Bestuur van de jeugdsociëteit, de startgroep en de consulent van de Provinciale Jeugdraad: iedereen was enthousiast. De onderhandelingen begonnen en er werden inrichtingsplannen gemaakt.

Hans van Balgooi: “Hemmer wilde zijn oude bakkerij verhuren aan de gemeente, maar begon te twijfelen. De gemeente meldde op dinsdag 15 mei 1973 dat ze er niet uitkwamen. De jongeren merkten dat ze er bijna waren. Diezelfde dag werd er een brief naar de gemeente gestuurd dat er gedemonstreerd zou worden op zaterdag 19 mei. Het zou de grootste demonstratie worden die ooit in Castricum is gehouden. Uiteindelijk kreeg de Jeugdsociëteit Castricum het bericht dat wethouder Van Hemert toch op 18 mei een voorlopige koopovereenkomst had gesloten. De demonstratie werd daarop afgeblazen.”

Op 28 juni 1973 stelde de gemeenteraad 105.000 gulden beschikbaar voor de verbouwing.

Voorzitter Tineke Raimond opent De Bakkerij op 5 oktober 1974.
Voorzitter Tineke Raimond opent De Bakkerij op 5 oktober 1974.

Opening

Op de dag na Kerst 1973 werd het pand overgedragen. Gerard Hemmer was daar natuurlijk bij, maar achteraf met een tragische afloop. Hij werd namelijk onwel tijdens de overdracht en is later die dag overleden.


Jaarboek 38, pagina 40

De verbouwing begon. De grote ruimte beneden was geschikt voor optredens; daarnaast was er nog een ruimte voor kleinschalige activiteiten, een bestuurskamer en de voormalige meelzolder werd later het bekende koffiehuis. De entree van het gebouw kwam aan de vroegere achterzijde. Op 5 oktober 1974 werd De Bakkerij geopend. Het weiland, later een parkeerplaats, werd het Bakkerspleintje genoemd.

In 1902 nam Hendrik Hemmer de bakkerij van Nicolaas Kehl over. In 1927 liet hij dit dubbel pand bouwen.
In 1902 nam Hendrik Hemmer de bakkerij van Nicolaas Kehl over. In 1927 liet hij dit dubbel pand bouwen.

Miranda Giling-Hemmer over het gebouw van De Bakkerij aan het Bakkerspleintje: “Hendrikus Hemmer, de vader van mijn opa Gerard, had een bakkerij en winkel-woning op de Ruiterweg 71. Deze heette Bakkerij De Hoop. Later werd dit van mijn opa Gerard.

Aan de Dorpsstraat 52a stond een schuur van bollenboer Nicolaas Kehl, die ook bakker was. In deze bollenschuur bevond zich een bakkerij. Dit pand had Hendrikus Hemmer in 1902 gekocht, gesloopt en daarop bouwde hij de winkelpanden Dorpsstraat 50 en 52.

In de oorlog is Bakkerij De Hoop gesloopt door de Duitsers en werden mijn opa en vader gedwongen naar de Dorpsstraat te verhuizen, waar zij boven de winkel gingen wonen. Na de oorlog heeft mijn opa de winkels en bakkerij verhuurd. De Bakkerij (achter de winkelpanden) werd aan de gemeente verkocht.”

De Bakkerij, een kweekvijver van eigen talenten

Direct na de opening is er door de jongeren in Castricum gretig gebruik gemaakt van de nieuwe ruimte. Het werd onder andere een plek waar het krioelde van muzikale talenten. Ondermeer Jakob, Kees en Leon Klaasse, Peter van Straten, Peter ‘PeeWee’ Warnier, Erik Mooijman, Jos van Beest, Bert Baars, Ian Boelens, Gerard Bouwhuis, Frans Hendriks, Toon Hollanders, Hans Oldenburg en Rini Oudhuis speelden en oefenden in De Bakkerij en zouden zeer bekende namen in de Nederlandse muziekwereld worden.

Zo ontstond in 1978 in De Bakkerij een eigen huisband, ‘Pee Wee and the Specials’, genoemd naar de oprichter Peter Warnier die zijn eerste gitaar had gekocht en vol bravour verkondigde dat hij de beste basgitarist van Nederland zou worden. Beroemd werd hij wel. Met Pee Wee waren zij elke vrijdagavond live op de radio in het VPRO-programma De Suite van onder anderen Jan Donkers. Ook zaten zij minimaal een dag per week met Wim T. Schippers, alias Harko Wind, in de Vara-studio’s.

De groep Bram Vermeulen en de Toekomst in 1979 voor De Bakkerij.
De groep Bram Vermeulen en de Toekomst in 1979 voor De Bakkerij. Achter Bram van links naar rechts Jakob Klaasse, Peter Warnier, Erik Mooijman, Frans Hendriks en Jan de Hont.

Vier van hen vormden samen met Jan de Hont (‘ZZ en de Maskers’) en Bram Vermeulen (‘Neerlands Hoop’) de groep ‘Bram Vermeulen en de Toekomst’, waarmee ze zelfs een Edison verdienden. Jacob en Frans werkten als producer mee aan vele succesvolle platen. Jacob werd ook bekend als toetsenist bij Boudewijn de Groot.

Frans Hendriks en Peter Warnier specialiseerden zich in geluid. Frans begon een eigen geluidstudio in Limmen en daar werden veel bekende Nederlandse producties opgenomen. Peter begon een studio in Amsterdam, gespecialiseerd in geluid bij TV-series en films, en zijn bedrijf kreeg meerdere keren een Gouden Kalf voor het beste filmgeluid. Erik speelde jarenlang bij ‘De Maskers’ en nu nog steeds bij de in West-Friesland wereldberoemde ‘Oôs Joôs’.

Jos van Beest is niet alleen in Nederland bekend geworden, maar vooral ook in Japan. Gerard Bouwhuis is beroemd geworden als pianist bij vele orkesten en ensembles, onder meer bij het ‘Xenakis ensemble’ en hij werd docent hedendaagse muziek bij het Koninklijk Conservatorium.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden. De lijst van alle Castricumse jongeren die hun talent ontwikkeld hebben in De Bakkerij, is bijna onuitputtelijk geworden.

Behalve muziek werden er ook andere activiteiten opgezet. Dat kon niet allemaal zonder begeleiding. Met overheidsbijdragen werd het mogelijk om jongerenwerkers aan te stellen. Er kon zelfs gebruik gemaakt worden van de regeling voor ‘Tewerkstelling van erkende gewetensbezwaren militaire dienst’.

Chris van der Hoeven was vanaf 1977 tot medio 1980 projectleider bij De Bakkerij en werd daarna betrokken bij de opstelling van een gemeentelijk beleidsplan voor het sociaal-cultureel werk.


Jaarboek 38, pagina 41

Chris: “In mijn herinneringbruiste De Bakkerij dankzij zo’n 60 vrijwilligers van allerlei activiteiten op het gebied van muziek, film, theater enzovoort. Er werd yogales gegeven, er was een teken- en schildercursus en wekelijks een biologisch eethuisje. Op woensdagmiddag werd er van alles voor kinderen georganiseerd en zelfs het vrouwencafé vond er onderdak. Bands oefenden en speelden er. Ook schrijvers, waaronder Jules Deelder, zijn er opgetreden. Het was soms hectisch, intensief en spannend, maar ik kijk er met een goed gevoel op terug.”

Punkfestival in 1979 met de groep The Ex.
Punkfestival in 1979 met de groep The Ex.

Halverwege 1979, in juni, klaagden veel buurtbewoners over hinder van geluidsoverlast bij optredens en oefensessies. De Bakkerij organiseerde haar eigen punkfestival, volgens overlevering het eerste punkfestival van Nederland. Oorspronkelijk zou het festival drie dagen duren, maar dat heeft het niet gehaald.

Het volgende ooggetuigenverslag komt uit het punkblad STRIJD-ZWEET (september-oktober 1979):
“Toen we op het station aankwamen was het daar al gezelliger gemaakt. Het concert begon om 20.00 uur met de nieuwe groep The Ex. (..) Ze speelden nummers die langzaam begonnen en later sneller werden. Persoonlijk vond ik de langzame stukken te lang duren en de snelle stukken te kort.”

Na The Ex volgden nog de Workmates en De Kapotjes. Daarna was de avond voorbij.

Maar wie dacht dat de punkers weer rustig naar het station vertrokken, heeft het goed mis. Uit het ooggetuigenverslag:
“Een heleboel punkers gingen dus naar het station. Onderweg hebben wat dronken punkers de nodige ruiten ingegooid en hier en daar nog wat gevochten, wordt beweerd. Op het station aangekomen gingen er punks op de rails liggen en sloopten reclameborden. De trein zou om 23.44 uur vertrekken, maar vertrok pas een half uur later.”

Burgemeester Gmelich Meijling besloot om de rest van het festival af te gelasten. ‘Dit met instemming van het bestuur’ volgens de krant. Het bestuur kreeg van de organisatie in elk geval de zwarte Piet toegespeeld.

De gemeente besloot na dat jaar om de geluidswering van De Bakkerij te verbeteren om de hinder, die buurtbewoners ondervonden, te beperken. Hierin werd 47.000 gulden geïnvesteerd. In september 1980 zijn duidelijke afspraken gemaakt tussen het bestuur en burgemeester Gmelich Meijling over het inroepen van assistentie van de politie.

Het bestuur van De Bakkerij merkte dat de sfeer van gezelligheid en gelijkheid bedreigd werd door jongeren uit de Zaanstreek en Amsterdam. Bij de ingang werd het lidmaatschap gecontroleerd en niet-leden werden weggestuurd. De jeugdsociëteit en de gemeente hadden iedere maand een gesprek over de gang van zaken.

Vanaf 1980 bleef het soms nog onrustig door verschillende groepen jongeren die ‘niet binnen de filosofie van De Bakkerij’ vielen. Vrouwen werden bij sommige optredens lastig gevallen, consumpties werden niet betaald, enzovoorts.

Met de gemeente werden afspraken gemaakt over het tijdelijk niet meer organiseren van grote evenementen en het doen van aangifte door het bestuur als er weer iets zou voorvallen. De jaren daarna, behoudens een enkel incident, bleef het rustig in en om De Bakkerij en ontwikkelde daarentegen vooral de Dorpsstraat met haar horeca zich als uitgaanscentrum en onrustplek.

Castricum als uitgaanscentrum

Castricum was vanaf de jaren (negentien) zestig tot beginjaren (negentien) negentig van de vorige eeuw het uitgaanscentrum in de omgeving. Uit de Zaanstreek en uit Alkmaar trokken in het weekend veel mensen naar Castricum. Op zaterdagavonden was het dorp vol bezoekers die van kroeg naar kroeg togen. Het liep regelmatig uit de hand en er was veel onrust rondom de horeca. Zo erg, dat er politie te paard werd aangetrokken om het uitgaanspubliek in toom te houden.

Omdat er ook veel op het station en in de trein vernield werd, stopten in het weekend de laatste treinen tussen Amsterdam en Alkmaar niet meer in Castricum. Burgemeester Schouwenaar stelde uiteindelijk het zogenaamde twaalf uur verbod in. Na twaalf uur mocht je niet meer van kroeg wisselen. Deze maatregel werd streng gehandhaafd. Het werd rustiger in de Dorpsstraat, ook omdat er bijvoorbeeld in Uitgeest een grote uitgaansgelegenheid bijkwam.

De onrust bij de cafés op de Dorpsstraat in die tijd stond in schril contrast met de rust die leefde op het Bakkerspleintje. De bezoekers van De Bakkerij trokken meestal niet van kroeg naar kroeg, maar kwamen voor de muziek en de sfeer of waren werkzaam als vrijwilliger. De sociale controle en zorg van de groep vrijwilligers zorgden ervoor dat er zich vrijwel geen problemen voordeden. Bovendien werd er, naast frisdranken, alleen bier en wijn geschonken en beperkte het drugsgebruik zich tot soft drugs. Harddrugsgebruikers werden zonder pardon het pand uitgezet.


Jaarboek 38, pagina 42

Voorzitter Ria Beens reikt een medaille uit aan vrijwilliger Mark Borst van De Bakkerij.
Voorzitter Ria Beens reikt een medaille uit aan vrijwilliger Mark Borst van De Bakkerij.

Ria Beens; mijn eigen ervaringen

“In 1983 ben ik in Castricum komen wonen samen met mijn man en drie kinderen in de leeftijd van 12, 13 en 16 jaar. Om in te burgeren zocht ik vrijwilligerswerk. Zo kwam ik terecht in het bestuur van de Stichting Open jeugd- en jongerenwerk De Bakkerij, snel daarna werd ik voorzitter. Ik had geen enkele ervaring met dit soort werk en was onbekend met het uitgaansleven en drank- en drugsgebruik. Wel kreeg ik van verschillende kanten waarschuwingen en mensen zeiden vaak dat ik niet wist waar ik aan begon.

De Bakkerij werd, in die tijd, nog ruim gesubsidieerd door de gemeente. Er werkten twee jongerenwerkers en een administratieve kracht. Het bestuur bestond uit oudere mensen aangevuld met een paar vrijwilligers. De Bakkerij was elke middag en avond open en ook ’s morgens kwamen er nogal eens jongeren binnenlopen. Iedereen was welkom, zo kwam ook Jan de Wildt vaak een kopje koffie drinken. En als jongeren problemen hadden, konden ze terecht bij de jongerenwerkers of de administratieve kracht.

Naast muziek- en theateravonden in het weekend werd er nog veel meer georganiseerd: theatercursussen, thema- en meisjesavonden, Koninginnedag, activiteiten voor jongere kinderen en dergelijke. Overdag was het koffiehuis open. Jonge mensen konden elkaar hier ontmoeten, hun huiswerk doen, hun problemen bespreken, een spelletje doen of alleen maar hangen.

Er waren meestal tussen de 50 à 60 vrijwilligers actief, die toen nog ondersteund werden door de jongerenwerkers. En die jonge mensen namen hun verantwoording; zij letten op elkaar en op de bezoekers. Als het ergens fout ging, als iemand te veel dronk of te veel blowde, werd hij of zij daarop aangesproken. Meisjes werden niet lastig gevallen en als dat wel gebeurde, werd er onmiddellijk actie ondernomen.

Na alles wat ik gezien en meegemaakt heb in De Bakkerij, wist ik dat het negatieve imago van De Bakkerij niet klopte. In plaats van een drugshol was het een goede en veilige plek om te verblijven en dat gold voor de punker, maar ook voor mensen die het niet zo getroffen hadden in het leven, zoals patiënten van Duin en Bosch of kinderen die op school buiten de boot vielen. De Bakkerij was een gelegenheid waar ik mijn kinderen graag naar toe zou sturen.

Al met al kijk ik met veel plezier terug op de tijd dat ik voorzitter was. Er is voor De Bakkerij veel veranderd en het is een wonder dat na 40 jaar nog steeds jonge vrijwilligers (nu zonder ondersteuning) het oude gevoel levend hebben gehouden. Nog steeds is De Bakkerij een goede en veilige plek om uit te gaan en als je van muziek houdt, kom je altijd aan je trekken, zeker als je zelf vrijwilliger wordt.
Ik heb groot respect voor de jongeren, die ondanks alle tegenslagen en gebrek aan geld erin slagen om in Castricum het jongerenwerk vorm te geven.”

Rectificatie uit jaarboek 39: Ria Beens is voorzitter van de Bakkerij tot 1 mei 1990; zij werd opgevolgd door Janine Cornel-Draijer). In 1990 begon Janine Cornel-Draijer als voorzitter van De Bakkerij.

Bestuursleden Theo Smit en Janine Cornel - Draijer in 1994. Er was even sprake van dat de naam De Bakkerij zou veranderen in een vraagteken, maar van dat idee werd snel afgestapt.
Bestuursleden Theo Smit en Janine Cornel-Draijer in 1994. Er was even sprake van dat de naam De Bakkerij zou veranderen in een vraagteken, maar van dat idee werd snel afgestapt.

De tijden waren veranderd, maar de instelling en ideeën waren nog dezelfde als ruim tien jaar eerder. Op de top van de hype werd er bijvoorbeeld in 1994 een ruilbeurs georganiseerd voor Flippo’s. Dat waren schijfjes die bij de chips zaten en waarop verschillende stripfiguren waren afgebeeld.

“Dat was een leuke middag, maar het was wel apart om ouders te zien ruziën over een bepaalde Flippo”, vertelt Janine. “De vroegste plannen voor de nieuwbouw op het Bakkerspleintje waren er al in 1986.


Jaarboek 38, pagina 43

In die tijd waren er ook lezingen en optredens van nu bekende artiesten en vertellers. Zo trad Sanne Wallis de Vries wel eens op, gaf Midas Dekkers een lezing over zijn boeken, Roberto Jacketti & the Scooters waren te beluisteren en ook Hans Dulfer was een graag geziene gast.”

In De Bakkerij hebben ook bestuurders ervaring opgedaan. Jane Postelmans, de eerste secretaris van de Stichting Jeugdsociëteit Castricum, is wethouder in Castricum geworden, evenals Chris van der Hoeven. Ria Beens is in verschillende gemeenten wethouder en waarnemend-burgemeester geweest. Janine Cornel-Draijer kwam in de gemeenteraad en Arda Gerkens is zelfs lid van de Eerste Kamer geworden. Egbert Tates en Peter Broer, ook Bakkerij-ers van het eerste uur, zijn directeur geworden van grote welzijnsinstellingen. Zo hebben meerdere personen bestuurlijke roots in De Bakkerij liggen.

Oprichting Stichting Welzijn

Wethouder Jan Postma ging in januari 1994 de discussie aan om te komen tot een fusie van de Gemeenschapsraad, de Bakkerij en de Stichting Dienstverlening Ouderen Castricum in een te vormen Stichting Welzijn. De overweging was dat de drie instellingen geïsoleerd van elkaar werkten en dat door het bij elkaar brengen van beroepskrachten een kwaliteitsverbetering kon worden bewerkstelligd en doeltreffender op maatschappelijke ontwikkelingen gereageerd kon worden. De huidige doelgroep van De Bakkerij werd te beperkt gevonden.

Vele discussies en rapporten volgden daarop. De drie instellingen ondertekenden op 9 maart 1998 een intentieverklaring. Daarna werd met hulp van een extern bureau begonnen aan een draaiboek voor de organisatie van een nieuwe geïntegreerde welzijnsinstelling.

Op 20 april 2000 werd dan eindelijk de fusie van de drie instellingen bekrachtigd. Burgemeester Waal reikte de gemeentelijke legpenning uit aan de voorzitters van de Gemeenschapsraad, stichting Dienstverlening Ouderen en De Bakkerij, respectievelijk Jennie Plazier, Lyda de Nie en Fons Verbeek.

Stichting Welzijn en De Bakkerij

De gemeenteraad liet onderzoek doen naar een nieuw jeugdbeleid. Op basis van de beleidsnota ‘Preventief jeugdbeleid in de gemeente Castricum’ besloot de gemeenteraad in 1998 de aandacht meer te richten op tieners in plaats van twintigplussers, wat ook gevolgen moest hebben voor de inzet van jongerenwerkers. De door de gemeente gewenste doelgroep voor het jongerencentrum werd 12 tot hooguit 20 jaar, terwijl De Bakkerij zich altijd op een oudere groep richtte van 15 tot 25 jaar.

Uitbreidingsplannen Bakkerspleintje 1995.
Vele uitbreidingsplannen werden gemaakt en in 1995 was een van de plannen het ontwikkelen van te bouwen woningen aan het Bakkerspleintje en aan de Burgemeester Mooijstraat. Deze plannen werden later weer gewijzigd. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd

In verband met plannen voor een winkelcentrum aan het Bakkerspleintje werd de huur van de voormalige bakkerij opgezegd en in 1999 werd overeengekomen dat het pand nog gebruikt zou mogen worden tot de realisering van de nieuwe centrumplannen.

De gemeente nam de inspanningsverplichting op zich om voor het jongerenwerk geschikte vervangende ruimte in het dorpscentrum te zoeken. Ondertussen ging de stichting Jeugdsociëteit Castricum op in de Stichting Welzijn.

Discotheek Enjoy.
Discotheek Enjoy. Stationsweg Castricum in 2000. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

In 2003 kwam het pand van de discotheek Enjoy aan de Stationsweg te koop. Dat pand werd door de gemeente als een goede oplossing voor de nieuwe doelgroep gezien. De inmiddels gevormde stichting Welzijn oordeelde positief. De stichting opteerde voor een open inloopcentrum waar activiteiten voor tieners konden plaats vinden.

Enjoy paste in de nieuwe gemeentelijke visie op jeugd- en jongerenwerk. De subsidie moest met name aangewend worden voor de doelgroep 12-18 jaar. Maar de vrijwilligers van De Bakkerij wilde zich blijven richten op de doelgroep tussen de 16 en 25 jaar. Met de gemeentelijke keuze voor het tienercentrum was de zoektocht voor vervanging van de oude Bakkerij dus nog niet afgesloten.

Jongerencentrum De Bakkerij vlak voor de sloop.
Jongerencentrum De Bakkerij vlak voor de sloop. Bakkerspleintje 1 in Castricum, 2007. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Op 15 september 2004 werd de huur van de Bakkerij formeel opgezegd en sloot het jongerencentrum. Uit onvrede hiermee werd de Vereniging Vrienden van De Bakkerij opgericht op 10 januari 2005. Deze nam het stokje over en kreeg toestemming om het oude gebouw nog te blijven gebruiken zo lang dat mogelijk was. Op 19 februari 2005 opende De Bakkerij haar deuren weer, nu zonder beroepskrachten of exploitatiesubsidie. De vrijwilligers vormden weer het bestuur.

Joris Pekel tijdens een optreden van de groep Kovitok.
Joris Pekel tijdens een optreden van de groep Kovitok.

Joris Pekel vertelde het volgende:
“Ik kwam op mijn 15e al in De Bakkerij. Het was de enige plek waar je vrij en fijn kon zitten met teveel gel in je haar, een brilletje en een trui die je moeder nog uitgezocht had (lekker warm).

En toen ging ie dicht. Er moest gebouwd worden. En dus hop, stichting Welzijn er uit en het pand leeg. Alleen de bouwvergunning was nog niet rond en zodoende zou de Bakkerij als een doorn in het oog leeg staan aan het Bakkerspleintje. Het was dus tijd voor actie. De Vereniging Vrienden van de Bakkerij werd een feit en opeens zaten we met de gemeente om tafel.

Het hele proces kan ik me niet meer herinneren, maar na een aantal maanden was het hoge woord er uit: jullie krijgen niks, maar wel het pand zolang het niet echt plat gaat. Dat bleek stiekem het beste te zijn wat De Bakkerij ooit had kunnen over-


Jaarboek 38, pagina 44

komen: vier muren, een dak, een geluidsinstallatie, geen buren, geen geld, een bar en een heleboel vrijwilligers met meer motivatie dan ooit. En vergeet het koffiehuis niet. De bron van menig, wat later bleek, geniale avond, tevens ook de bron van veel waardeloze avonden maar die laat ik even buiten beschouwing (…).”

De gemeente had tijdens de eerste sluiting toegezegd om op zoek te gaan in Castricum naar een alternatieve locatie. Het poppodium kreeg echter niks en moest met niks alles doen. De activiteiten die op touw werden gezet liepen goed en De Bakkerij bevestigde zijn bestaansrecht in Castricum nog meer. Helaas kwam in december 2006 het ‘verlossende’ woord van de gemeente: ‘Er is geen alternatieve locatie voor De Bakkerij’. Een doffe klap voor de vrijwilligers, het bestuur en bezoekers.

Woonhuis. Dorpsstraat 24 in Castricum.
Woonhuis. Dorpsstraat 24 in Castricum. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Ondersteund door voldoende handtekeningen wisten Hans van Balgooi en Paul Schekkerman in 2007 door het eerste burgerinitiatief in Castricum een voorstel op de raadsagenda te krijgen voor een onderzoek naar vestiging op de locatie Dorpsstraat 24 en 24A. De gemeenteraad besloot op 8 maart 2007 een bedrag van 10.000 euro beschikbaar te stellen, maar het pand werd uiteindelijk aan derden verkocht.

Sluiting van De Bakkerij op 15 augustus 2007.
Sluiting van De Bakkerij op 15 augustus 2007.

De Bakkerij ging op 15 augustus 2007 definitief dicht. Rouwkransen, kaarsjes en liters lauwe Schultenbrau van de Aldi (liefkozend ook wel Sjoet genoemd) bezegelden het lot van ‘de ouwe bak’. In februari 2008 werd het pand definitief gesloopt om plaats te maken voor het nieuwe Bakkerspleintje.

Sloop van het pand in februari 2008.
Sloop van het pand in februari 2008.

De ‘Bakloze’ tijd

Tussen 2007 en 2010 is door de vrijwilligers en het bestuur gezocht naar een nieuw pand. Deze tijd staat in de historie van De Bakkerij bekend als de ‘Bakloze’ tijd. In die periode zijn er een heleboel leuke, toffe en interessante evenementen en optredens geweest in bevriende kroegen en podia.

Erwin Bennink, heel actief betrokken bij de Bakloze tijd, heeft daarover het volgende geschreven: “De Bakloze periode wordt het genoemd. Een ludieke, maar toch ook trieste verwijzing naar het feit dat De Bakkerij dakloos was geworden. Ik was toen net bezig om vrijwilliger te worden. Mijn carrière binnen De Bakkerij was al bijna voorbij, voordat deze goed en wel was begonnen. Gelukkig was dit niet direct het einde van De Bakkerij zelf. De vrijwilligers en de bezoekers van De Bakkerij zijn er de personen niet naar om snel op te geven. Waar een wil is, is een weg. Dat hebben ‘De Bakkerij-ers’, zowel recent als in het verleden, meerdere malen bewezen.

De Bakkerij kon toen terecht bij andere cafés en poppodia in de regio. Er werden afspraken gemaakt, avonden gepland en bandjes geboekt. Onze eigen apparatuur werd dan in de BakBus (een brandweerrode Ford Transit uit 1968) geladen en gereden naar de locatie. Met veel bellen, e-mailen en sms’en werden de chauffeurs, technici, til hulpen en entreeërs (de vrijwilligers die op een avond de entreegelden innen) tevoorschijn getoverd die de avonden voorbereidden en tot een succes maakten. De mensen hiervoor hadden we nog in huis of werden snel hiertoe opgeleid. Het werk kon verschillen van een rondje rijden met de BakBus (het lieve ding had nu eenmaal een eigen wil) tot een cursus geluidstechniek. Dat ging gepaard met een trouw publiek voor de avonden.


Jaarboek 38, pagina 45

Omdat er op een vrij regelmatige basis avonden werden georganiseerd, bleef men goed betrokken bij De Bakkerij. De avonden waren ook weer een gelegenheid om elkaar te spreken en het ‘wij-gevoel’ weer te beleven.”

Na de sluiting van De Bakkerij werd ongeveer een dag erna de leegstaande Voem Voembar aan de Dorpsstraat 52 gekraakt. De Voem Voem werd omgedoopt tot ‘De Voemerij’ en de Bakkerij-ers hadden wederom een pand.

De bezoekers van De Bakkerij vonden tijdelijk onderdak in de leegstaande Voem Voembar aan de Dorpsstraat 52.
De bezoekers van De Bakkerij vonden tijdelijk onderdak in de leegstaande Voem Voembar aan de Dorpsstraat 52.

Het bestuur ‘wist natuurlijk van niets’, zoals het liet blijken in een brief van augustus 2007 naar het gemeentebestuur: “Wij willen benadrukken dat deze actie niet door het bestuur van de vereniging is georganiseerd, doch dat het een actie betreft van een aantal bezoekers van De Bakkerij. Dit wil echter niet zeggen dat het bestuur geen begrip toont voor de actievoerders. Uit contacten die inmiddels hebben plaatsgevonden blijkt dat de kraak niet uit baldadigheid heeft plaatsgevonden, maar een protestactie is die als doel heeft om de grote behoefte te benadrukken aan een plek om activiteiten voort te zetten.”
En verder: “De mate waarin de actievoerders hart voor de zaak ten toon spreiden, laat ons niet onberoerd.”

Er werd dus, net zoals in de periode 1971-1974, zonder succes weer gezocht naar een plek voor De Bakkerij. Daarentegen vond in de Bakloze tijd een mooi nieuw festival plaats. In 2016 zal zijn tiende editie gevierd worden.

Uit je Bak Festival

Het ‘Uit Je Bak Festival’ werd voor het eerst in 2007 georganiseerd op het ‘oude stijl’ Bakkerspleintje. De reden was dat De Bakkerij uit haar pand moest en de vrijwilligers, leden en bezoekers nog eenmaal een feestje wilden bouwen.

Het Uit je Bak Festival trekt altijd veel bezoekers.
Het Uit je Bak Festival trekt altijd veel bezoekers.

Erwin Bennink: “Het allereerste Uit Je Bak Festival was een laatste mogelijkheid om nog flink te knallen voor en in De Bakkerij op het Bakkerspleintje. Waar het idee precies vandaan kwam, weet ik niet meer, maar er werd een jaar daarop (2008) een tweede editie georganiseerd. Ditmaal op De Brink. Ter plekke werd er een podium gebouwd, stonden er een paar kraampjes met informatie over De Bakkerij en was er een bar. Alle ingrediënten voor een goede dag waren er. Het enige wat toen niet meehielp was het weer. De wind en de regen gooiden toen flink wat roet in het eten.

Ondanks dat werd er besloten om in 2009 weer een Uit Je Bak festival te organiseren. Gelukkig konden we het jaar daarop in de oude campingwinkel Smitveld aan de Stetweg terecht. Het pand stond al enige tijd leeg en De Bakkerij kreeg het in bruikleen. Het podium, dat in de regen dienst had gedaan, bleek niet praktisch te zijn om elke keer opnieuw op te bouwen. In Smitveld werden door enkele handige mensen twee podiums gebouwd.

Campingwinkel Smitveld.
Campingwinkel Smitveld. Stetweg 39 in Bakkum, 1997. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

Smitveld betekende voor de mensen van De Bakkerij weer een plek om samen te komen, om te vergaderen en om te klussen. Het is zelfs de reden geweest om het Bakkerij Twitter-account te starten. Via Twitter werd er gecommuniceerd wanneer Smitveld, liefkozend Smiffelt genoemd, open zou zijn om te werken. De eerste tweet hierover is verstuurd op 21 juni 2009.

Er kwamen in die tijd ook nieuwe vrijwilligers aanwaaien die meehielpen met het bedenken en maken van decorstukken. Een prachtige periode die werd gevolgd door een zeer succesvol Uit Je Bak. Het was in mijn ogen een kantelpunt in de roerige geschiedenis van De Bakkerij. Het liet nogmaals zien dat De Bakkerij bestaansrecht heeft in Castricum en in een behoefte voorziet. Wat wij allemaal wisten en waarvoor wij hard aan het werk waren, werd nu nogmaals duidelijk voor de inwoners van Castricum.”

Op zoek naar een plek voor de derde editie van Uit je Bak in 2009 stapte de organisatie in de BakBus en maakte een rondje door Castricum.

Uit je bak festival.
Uit je bak festival. Willem de Rijkelaan in Castricum, 30 juli 2017. Enige fans van het festival: boven van links naar rechts onbekend, Poel, onbekend, Hans Glorie, onbekend, Willem Poel, Hans van der Himst. Onder Kees van der Himst, onbekend, Annelies Poel. Foto Henk Hommes. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

“Het buitenpodium op Dijk en Duin, Camping Bakkum, het park bij de Oosterweide, we hebben veel locaties bezocht”, zegt Laurette Levi. Uiteindelijk viel het oog op het Willem de Rijkepark nabij Geesterduin aan de Soomerwegh. De vergunning werd aangevraagd bij de gemeente en werd, tot verbazing maar ook blijdschap van sommige vrijwilligers, toegekend. Het parkje was namelijk nog nooit gebruikt voor iets anders.

Laurette:
“In hetzelfde weekend was ook de kermis van Castricum, dus de gemeente was wat nerveus na het verlenen van de vergunning van Uit Je Bak. Op een zeker moment wilde de gemeente de vergunning terugtrekken, omdat twee grote evenementen in Castricum wellicht wat te veel was.”

Het bleek achteraf aardig mee te vallen. Tijdens de evaluatie met de gemeente in de week na het festival bleek zelfs dat de beheerder van de groenvoorziening laaiend enthousiast was geweest.


Jaarboek 38, pagina 46

Uit Je Bak had zijn plekje gevonden. Het festival kon tijdens de derde editie (de eerste in het park) groeien en door subsidie van de gemeente en het Europese Youth Action fonds kon de organisatie stappen zetten. Van een naar twee podia en met een line-up waar men nu U tegen zou zeggen: Go Back To The Zoo & Elle Bandita traden dat jaar op.

“Go Back To The Zoo kwam optreden alleen voor een compensatie van de reiskosten”, vertelt Laurette trots. Nog geen half jaar later braken ze door en spelen tegenwoordig vaak op grote feesten en festivals.

Dat de programmeurs van Uit Je Bak het wel vaker aan het goede eind hadden blijkt uit het volgende. In 2010 trad de band Moss op, die eind augustus van dat jaar op Lowlands speelde. Op Uit Je Bak was deze band nog gratis en in een kleinere setting te zien. Andere bands die nu zijn doorgebroken, zijn onder andere Dearworld, John Coffey en I am Oak. Allemaal in het verleden te zien geweest op Uit Je Bak.

Ook op Koninginnedag of nu Koningsdag wordt al vanaf 1974 jaarlijks een festival georganiseerd door vrijwilligers van De Bakkerij.

Zoektocht naar ruimte wordt voortgezet

Verder met De Bakkerij zelf. Ergens in 2008 had het bestuur een ander pand op het oog: de ‘Strawberry Queen’, het oude pand van Fatels tussen de Puikman en het station, waar nu Huis van Hilde staat. Ook het voormalige pand van Smitveld, waar nu een tractor- en landbouwwinkel is gevestigd, had een oplossing kunnen zijn.

Deze groepsfoto werd op 26 november 2008 genomen voor het pand van Fatels aan de Puikman. De Vereniging Vrienden van De Bakkerij wilde in de leegstaande aardbeienloods tijdelijk haar intrek nemen totdat de plannen voor een definitieve vestiging in café Me Tante gerealiseerd konden worden.
Deze groepsfoto werd op 26 november 2008 genomen voor het pand van Fatels aan de Puikman. De Vereniging Vrienden van De Bakkerij wilde in de leegstaande aardbeienloods tijdelijk haar intrek nemen totdat de plannen voor een definitieve vestiging in café Me Tante gerealiseerd konden worden.

De volgende serieuze optie was de verdieping boven café ‘Me Tante’. Oorspronkelijk heette dit café uit 1911 ‘De Landbouw’, zoals nog leesbaar is op de gevel. Het was de bedoeling dat de bovenwoningen omgebouwd zouden worden, maar dat plan bleek niet haalbaar.

Aankoop van het pand en uitbreiding daarvan met een zaal was de volgende optie. De gemeenteraad besloot op 26 februari 2009 om de 10.000 euro, eerder aan De Bakkerij toegekend naar aanleiding van het eerste burgerinitiatief van Castricum, ter beschikking te stellen voor onderzoek naar de haalbaarheid van deze plannen.

Ondertekening van het voorlopige contract voor aankoop van café Me Tante op 24 november 2009.
Ondertekening van het voorlopige contract voor aankoop van café Me Tante op 24 november 2009. Van links naar rechts Laurette Levi, Jaap Jan Smit (eigenaar Me Tante), Paul Schekkerman, Fons Bleijendaal, Hans van Balgooi, Jarl Hector, Valentijn Brouwer en Eelco Zwikker (voorzitter De Bakkerij).

Een ondernemingsplan werd geschreven door de vrijwilligers en aan de bank voorgelegd. Er werd in principe positief gereageerd op een aanzienlijke financiering. Na maanden van onderhandelen sloten de Vereniging Vrienden van De Bakkerij en de eigenaar van café Me Tante in november 2009 een voorlopig koopcontract.

Café Me Tante.
Café Me Tante. Dorpsstraat 28-30 in Castricum, rond 2000. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Het grootste gedeelte van de aankoop werd door een hypotheek gefinancierd, een kleiner deel was nog niet gedekt. Daarvoor werd hulp gezocht vanuit de gemeenschap. De gemeenteraad ging in januari 2010 akkoord met ondersteuning van de aankoop van het pand aan de Dorpsstraat 30. Een achtergestelde lening (de gemeente wordt als eerste aangesproken bij een faillissement) werd verstrekt en daarmee werd de financiering mogelijk, mede dankzij de jaarlijkse gemeentesubsidie. Samen met belangrijke bijdragen van de provincie en het Oranjefonds werd het plan haalbaar.

De verbouwing kon beginnen en in september 2010, na een grondige en creatieve verbouwing, was het dan zover. Een knallend openingsweekend zorgde voor een goede start.

Nieuwe zaal

Vanaf het begin was het de bedoeling om het pand om te bouwen tot een multifunctionele accommodatie.


Jaarboek 38, pagina 47

Aan de aankoop bleken een aantal haken en ogen te zitten. Het gebouw was niet geschikt als muziekcafé en zeker niet als poppodium. De geluidsisolatie liet zoveel te wensen over dat de Milieudienst in 2012 het geluid wilde beperken tot maximaal 78 decibel. Ter vergelijking: in een druk restaurant wordt al een hoger geluidsniveau gehaald. Dat betekende dat de inkomstenverwachting fors naar beneden moesten worden bijgesteld.

De Vereniging is tegen het opleggen van deze voorschriften in beroep gegaan en in november 2013 vond de rechtszaak plaats. De uitspraak in januari 2014 luidde dat de rechter het beroep gegrond verklaarde en het bestreden besluit van de gemeente vernietigde. Het besluit van de rechtbank kwam er op neer dat de isolatie die aan het pand was toegevoegd, voldoende was om te voldoen aan de geluidsnormen, gegeven de ligging van het pand.

In september 2012 werd een omgevingsvergunning afgegeven voor de bouw van de nieuwe zaal achter De Bakkerij en daartegen werden zes bezwaarschriften ingediend. In afwachting van de uitslag van de lopende procedures werd besloten om het bestaande café te verkleinen en van extra geluidsisolatie te voorzien om een betere exploitatie mogelijk te maken. In het café werd een extra wand aangebracht, de zaal werd verkleind, er kwamen deuren in de bogen aan de voorkant en het dak en de wanden werd extra geïsoleerd.

Pas in 2014 werden alle procedures met goed resultaat beëindigd. De geluidsproblemen, de opgelegde sancties en de lange periode voordat de omgevingsvergunning definitief was, veroorzaakten een financiële aderlating, zowel voor de Vereniging Vrienden van De Bakkerij als voor de Stichting Meergranen. Deze stichting beheert het pand en treedt als verhuurder op.

Aad de Wit en Hilbrand Klijnstra slaan de eerste paal voor de nieuwe zaal.
Aad de Wit en Hilbrand Klijnstra slaan de eerste paal voor de nieuwe zaal.

Wethouder Klijnstra en Aad de Wit, voorzitter van de Stichting Meergranen, sloegen op 4 oktober 2014, 40 jaar na de eerste opening van De Bakkerij, de eerste paal voor de nieuwe zaal die afgelopen zomer (2015) werd opgeleverd. De vrijwilligers hebben, met gelden van de actie ‘Bak een steen voor De Bakkerij’, de ruimte van binnen omgetoverd tot een waardig podium. Daarmee kwam een eind aan een lange strijd van veel vrijwilligers en sympathisanten. De Bakkerij wil met de nieuwe multifunctionele accommodatie samen met andere partijen uit het dorp aan een nieuw hoofdstuk beginnen.

De huidige voorgevel van het pand aan de Dorpsstraat 30.
De huidige voorgevel van het pand aan de Dorpsstraat 30.

Elke Ross

Bronnen:

  • Regionaal Archief Alkmaar.
  • Archief De Bakkerij.
  • Archief gemeente Castricum.
  • Noord-Hollands Archief.

Met dank aan:
Hans van Balgooi, Ria Beens, Erwin Bennink, Jurgen Brand, Janine Cornel-Draijer, Miranda Giling-Hemmer, Chris van der Hoeven, Hester Jonk, Laurette Levi, Erik Mooijman, Joris Pekel, Jorinde Reijnierse, Fons Verbeek, Aad de Wit en Eelco Zwikker.

2 februari 2023

Carnaval in Pieperduin (Jaarboek 36 2013 pg 48-58)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 36, pagina 48

Tien jaar carnaval in Pieperduin (1971-1981)

Carnaval in Pieperduin (Castricum).
Carnaval in Pieperduin (Castricum), 13 februari 1991. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

Op 11 november om precies 11.11 uur begint telkenjare het carnavalsseizoen. Het feest dat zes weken voor eerste paasdag losbarst, wordt vooral gevierd in Noord-Brabant en in Limburg, maar in 1971 brak het virus ook uit in Castricum.

Nu, na 40 bestaansjaren, is het evenement tenslotte uitgemond in het huidige sociale carnaval voor mensen met een verstandelijke beperking van de ‘Stichting Sociaal Carnaval Castricum’. Carnavalsvereniging ‘De Windtrappers’ is op 11 november 2011 officieel opgeheven.

De herinnering aan de vele roemruchte prinsen,feesten en optochten is het waard te worden vastgelegd.

Orgelcomité

Sommigen noemen de rooms-katholieke Pancratiuskerk in Castricum ‘de kathedraal van Kennemerland’, anderen noemen haar een moedertjeskerk, vanwege dat koorzoldertorentje dat tegen de flank van de grote toren zit aangeplakt. Hoe het ook zij, gezegd moet worden dat het gebouw zo’n uitzonderlijke akoestiek bezit, dat de geboeide luisteraar snel de harde zit op de houten kerkbank vergeet.

Daarom was het jammer dat de kerk ongeveer 40 jaar geleden geen groot pijporgel bezat en men het moest doen met een jammerend Hammondorgeltje, dat – door enige loze pijpen aan het gezicht van de gelovigen onttrokken – slechts plastic muziek voortbracht. Muziek, die misschien hemeltergend, maar in ieder geval orentergend was.

Het orgel in de Pancratiuskerk.
Het David-orgel – gebouwd in 1953 – uit de Pancratiuskerk in Castricum is afkomstig uit de St. Antonius van Padua kerk te Eindhoven. Op 26 november 1972 is het orgel ingewijd en ingespeeld. Het oorspronkelijke Eindhovense orgel telde 25 registers maar door aankopen van 4 registers uit het orgel van de voormalige De Zaaier te Amsterdam werd de dispositie van het pedaal (voetklavier) uitgebreid. De heer Hubert Schreurs bouwde het orgel op, wijzigde de dispositie, intoneerde alle pijpen en zorgde dat de klank paste in de gunstige akoestiek van de St. Pancratius. In 1987 werd een nieuw register geschonken: een Vox coelestis (hemelse stem). In latere jaren volgden nog een Violon, een Cymbel en een Fluit harmoniek. Het orgel  telt nu 34 registers. Het Orgel- en Klokkencomite draagt de verantwoording voor het in goede staat houden van het orgel. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Dat een aantal parochianen het initiatief nam de kerk aan een passend orgel te helpen was dan ook te verwachten. Dit ‘Orgelcomité’ bestond uit makelaar Nico Mooij, onderwijzeres Riekie Ostheimer, de latere koster Piet Kloes en André Balink, een student die zich in het orgelspel bekwaamd had. Deze personen organiseerden op zondag 12 december 1971 om 12.00 uur een vergadering in ‘De Harmonie’ op de hoek van de Burgemeester Mooijstraat en de Mient, waar thans een chinees restaurant gevestigd is.

Aanwezig waren Nico van Amsterdam, Dick Baltus, Theo Besteman, Cor Burgmeijer, Aad de Graaf, Han Knebel, Piet Kuijs, Piet van der Maat, Jan Mul, Cees de Nijs, Co Portegies, Jan Stet, Ben Zijlstra en de eerder genoemde leden van het Orgelcomité. Inderdaad waren al deze lieden vooraanstaande (en vaak ook vooraan knielende) katholieken. Het onderwerp van de bespreking was het verwerven van een kerkorgel uit Eindhoven, dat een houten beeld van koning David op het front droeg en daarom ‘Het Davids-orgel’ wordt genoemd. Een carnavalsfeestavond moest daarvoor geld opleveren.

Prins Carnaval met zijn staf (1972).
Prins Carnaval met zijn staf (1972). Staand van links naar rechts Aad de Graaf, Nico Mooij, Co Portegies, Han Knebel (prins Gajus), Piet van der Maat, Piet Kloes, Jan Stet, Ben Zijlstra, Dick Baltus en Nico van Amsterdam. Knielend Cor Burgmeijer, Piet Kuijs en Jan Mul.

Jaarboek 36, pagina 49

Pieperduin

In de volgende tien vergaderingen werden vele afspraken gemaakt, zodat de feestavond steeds meer gestalte kreeg. De naam van Castricum in carnavalstijd vormde geen probleem, omdat de inwoners daarvan reeds bekend stonden onder de naam ‘Duinpiepers’; ons dorp ging dus ‘Pieperduin’ heten. De naam van de te stichten vereniging werd afgeleid van het feit, dat de meeste orgels indertijd nog werden aangedreven door lieden die de balgen van de orgels met de voeten bewerkten: ‘Windtrappers’.

Er werd ook een stemming gehouden over wie de carnavalsprins moest worden en tot verbazing van een ieder won Han Knebel het van Co Portegies, ondanks het feit dat Han pas twee jaar in Castricum woonde en voor de meeste aanwezigen een onbekende was.
Hij koos als naam ‘Prins Gajus de Eerste van Pieperduin’. (Vele, vele jaren later bekende een lid van de kiescommissie dat indertijd gesjoemeld was met de uitslag, omdat men Han nog een slagje gekker vond dan zijn opponent.)

De fel begeerde onderscheiding ‘Orde van de Luie Bul’ die meestal in het gemeentehuis werd uitgereikt.
De fel begeerde onderscheiding ‘Orde van de Luie Bul’ die meestal in het gemeentehuis werd uitgereikt.

Een carnaval zonder onderscheidingen bestaat niet. Nu had de nieuwe prins een zoontje dat dagelijks op de boerderij van Stuifbergen op het Bakkumse Achterlaantje speelde en op een avond thuis kwam met de verpletterende mededeling dat boer Stuifbergen een luie bul op stal had staan, een mate van luiheid, die een ontspannen carnavalshouding goed weergeeft. ‘De Orde van de Luie Bul’ werd dan ook met een zekere geestdrift als onderscheiding aanvaard. Een ingebracht ontwerp werd zeer snel in metaal gegoten en alle leden werden met het kleinood omhangen.

Bij het betreden van de feestzaal zijn zowel burgemeester Van Boxtel als de prins de richting kwijt.
Bij het betreden van de feestzaal zijn zowel burgemeester Van Boxtel als de prins de richting kwijt.

Burgemeester Van Boxtel

Castricum had in die tijd toevallig een burgemeester die het carnavalsgebeuren met de moedermelk had ingezogen, Van Boxtel heette en uit Breda kwam. Deze burgervader stelde zich beschikbaar om de onbekwame prins in te wijden in de geheimen van carnaval. Zijn taak zou ook zijn om de sleutels van het Castricumse bestuurscentrum gedurende de carnavalstijd aan zijn vervanger af te staan.

De eerste staatsiefoto van prins Gajus in de gordijnen van Piet Kuijs (1972).
De eerste staatsiefoto van prins Gajus in de gordijnen van Piet Kuijs (1972).

De kleding van de prins vormde nog een probleem. Dat werd evenwel op een creatieve wijze opgelost, toen bij Piet Kuijs enige oude gordijnen van zolder werden gehaald en om de fragiele gestalte van de toekomstige bestuurder werden gedrapeerd. Een muts, waarin een grote veer stak, completeerde het kostuum en zo kon de eerste statiefoto met staf en bierglas tegen de achtergrond van schoon metselwerk worden genomen in het huis van Piet.

Hotel Restaurant De Harmonie.
Hotel Restaurant De Harmonie. Burgemeester Mooijstraat 39 in Castricum, 1965. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Op 12 februari 1972 was de grote dag. De voorafgaande kaartverkoop was een dusdanig succes geweest dat De Harmonie die avond vol zat. De hoofdprijs in de loterij was een half speenvarken, dat zich uitdagend bloot gaf op een zilveren schaal.
De muziek zette in en daar verscheen de burgemeester in de zaal met de nieuwe prins aan zijn zijde. De overdracht


Jaarboek 36, pagina 50

van de dorpssleutels vond na een vurige speech plaats en de prins dankte in wat nerveuze bewoordingen voor de eer. Daarna kondigde hij als opening van het feest een foxtrot varié aan, met de burgemeester en echtgenote als startend danspaar. Dit paar schoot echter in een Brabantse lachbui door een foxtrot op klompen! De prins op zijn onbekwame vingers tikkend, zette de burgervader zich aan het hoofd van een enorme hospartij die de hele zaal in beweging bracht. Het werd een uitbundige avond, waarin Pieperduin zijn carnavaleske onschuld verloor; waarop een prins voor een snelcursus hossen slaagde en waarmee netto 3.062,35 gulden werd verworven. Het enige slachtoffer was eigenlijk het speenvarken en dan nog maar voor de helft.

Kindercarnaval.
Kindercarnaval.

Tweede carnavalsjaar

In het seizoen 1972-1973 trok het carnaval als een tornado over het liefelijk Pieperduin. De nieuwe carnavalsavond in De Harmonie op 3 maart 1973 werd omringd door feesten in de bejaardencentra De Hooghe Aert, De Santmark en De Boogaert en in verzorgingsflat Sans Souci. Daar werden ook de eerste onderscheidingen verleend aan de leiding van die instellingen, te weten zuster Van Kessel, de heren P. Siewers, N. Veldt en mevrouw Hermans.

De tieners werd een feestavond aangeboden in ‘Club 538’ van Theo Besteman, waar ‘Cardinal Point’ speelde, terwijl de jongere kinderen onder leiding van Trees Knebel uitbundig feestten in de gidsenhut ‘El Cabana’ naast de Pancratiuskerk. Daar werd ook de jeugdraad gekozen.

De burgemeester was weer aanwezig in De Harmonie. Hij was daartoe afgehaald met een machtige kraan van Winder uit Limmen, waaraan een enorme krat van de verhuizer Stet bungelde, die het burgemeestersechtpaar en prins ‘Gajus de Eerste’ over het Spoorslootje tilde en naar de feestzaal droeg. Een bijzondere stunt, die door de ingevallen duisternis echter door bijna niemand werd gezien.

Het feest was weer bovenaards. De boerenkapel, die spontaan uit leden van de Castricumse drumband en fanfare was gerekruteerd, musiceerde onder trompettist Jo Lute van de Mient ook nu weer als een volmaakte carnavalsband.

Vermeld dient nog te worden dat de burgervader wat nadere uitleg gaf over de zuidelijke feestelijkheden. Daar stond het carnaval op zich en was niet verbonden aan een goed doel. Deze opmerking leidde tot een discussie over de samenwerking tussen het orgelcomité en De Windtrappers. Een bijdrage voor het nieuwe Davids-orgel werd nog wel gegeven, maar de overige verdiensten waren nodig om de carnavalsvereniging financiële armslag te geven.

Biefstuk

In 1974 kwam het carnaval pas goed los. Alle activiteiten van het voorgaande jaar werden opnieuw aangevat, maar er waren belangrijke aanvullingen. Zo trok op 8 februari 1974 de eerste carnavalsoptocht door het dorp, waarin honderden verklede kinderen meeliepen. Velen als Arabier vanwege de toenmalige oliecrisis.

De carnavalswagens waren in ruil voor een kilo biefstuk onder leiding van Nico van Haaster van een vuilnisbelt in De Zilk gehaald, opgeknapt en schaamteloos als eigen werk ingezet. Het fraaiste onderdeel van de stoet bevond zich in het midden. Daar reed een antiek open rijtuig, getrokken door twee blond-bruine paarden en met twee echte koetsiers op de bok. De Raad van Elf zat opeengepakt in een te kleine ‘Jan Pleizier’ en hield zich krampachtig vast aan een krat bier in hun midden om niet uit de kar te vallen.

De eerste optocht met horden kinderen, de Raad van Elf in een te kleine ‘Jan Plezier’ en de prins en de ceremoniemeester in hun staatsierijtuig.
De eerste optocht met horden kinderen, de Raad van Elf in een te kleine ‘Jan Plezier’ en de prins en de ceremoniemeester in hun staatsierijtuig.

Of het kwam door het schrale winterweer of door de spanning is niet bekend, maar hoe dichter de stoet het centrum van het dorp naderde, des te heviger voelde de prins dat er wateroverlast dreigde, die op de Verlegde Overtoom de grootte van een dijkbreuk aannam. Bij het, nu De Kern genoemde, jeugdhuis zag de prins zijn kans schoon. Hij gelaste de koetsier zijn rijtuig tot staan te brengen en snelde zeer onwaardig het gebouw binnen, alwaar hij de dreigende watersnood voorkwam.

Niemand in de optocht had evenwel op zo’n gebeuren gerekend en het begin van de optocht werd vrolijk voortgetrokken door de Pieperduinse straten, zonder te weten dat de stoet zijn staart verloren had. De koetsier van het rijtuig boog zich naar achteren voor overleg. ‘Koetsier, de zweep erover!’ luidde het korte, krachtige bevel en dat deed de koetsier. De paarden zetten zich in galop.

‘Hé!’ dachten de volgende kinderen die het rijtuig zagen verdwijnen: ‘Daar gaat de prins’, en met opgeheven rokjes en wiebelende helmen holden zij achter de wagen aan. ‘Bliksems’, vloekte de bestuurder van de Jan Pleizier, ‘Dat wordt steigeren!’ en hij spoorde zijn zwarte hengsten tot spoed. Daar rende de optocht door de Dorpsstraat, verbluft nagestaard door de toeschouwers, die van de fraaie karren nauwelijks een glimp konden opvangen. Moeders zeulden moe wordende kinderen foeterend voort tot het gemeentehuis was


Jaarboek 36, pagina 51

bereikt. Daar stond de burgemeester rustig te wachten op de komst van de prins en terwijl de kinderen nog hijgend kwamen aanrennen, reikte hij de sleutels van de macht over aan zijn tijdelijke plaatsvervanger. De sanitaire stop werd later officieel in de optocht opgenomen.

Na de plechtigheden op het bordes van het gemeentehuis ging het gezelschap naar binnen. Daar werd een alternatieve vergadering gehouden, waarbij de echte gemeenteraad op de publieke tribune zat. Vervolgens werden gemeentelijke toestanden fijnzinnig bekritiseerd.

Op de agenda stond ook een ingekomen stuk, dat de zaal werd binnengedragen. Het bleek een Pieperduinse schone te zijn die terstond door de prins in zijn portefeuille werd opgenomen.

Hotel Cafe Restaurant Borst.
Hotel Cafe Restaurant Borst. Van Oldenbarneveldweg 25 in Bakkum. Deze foto is genomen in 2007. Naast een verbouwing heeft het hotel ook een andere naam gekregen. Hotel Borst heet nu Hotel Fase Fier Eten en Drinken. In 2015 bestond het hotel 100 jaar en inmiddels heeft de 4e generatie Borst, vandaar de naam Fase Fier, het hotel en restaurant  overgenomen. De kroeg in het pand is verdwenen, Fase Fier is nu vooral een restaurant, inclusief nieuwe menukaart en koks, en hotel. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De openbare feestelijkheden vonden ‘s avonds in café Borst plaats, waar het grote bal met hossen, een prijsuitreiking voor de fraaiste en leukste verkledingen en onderscheidingen werd gevuld. Om middernacht gingen de carnavalssteken, die door de dames van de vereniging zo fijnzinnig waren vervaardigd, af en denderde het feest op volle toeren door tot in de kleine uurtjes. Het spetterende feest doofde met een sisser uit.

De voorkant van de eerste ‘Pieperduinse Hoskrant’. Vier A4-tjes in de lengte gevouwen, maar met alle adverteerders in de prijspuzzel.
De voorkant van de eerste ‘Pieperduinse Hoskrant’. Vier A4-tjes in de lengte gevouwen, maar met alle adverteerders in de prijspuzzel.

Pieperduinse Hoskrant

Het was een goede greep van De Windtrappers om voor het jaar 1975 de aftandse prins Gajus in te ruilen voorde semi-autochtoon Theo Zijlstra, die de carnavalsnaam ‘Theo Trijpspijker’ droeg en die als ‘Prins Theo de Eerste van Pieperduin’ de troepen ging aanvoeren. Zijn foto prijkte in de eerste editie van ‘De Pieperduinse Hoskrant’, een blad dat met zijn advertenties hielp de penibele financiële situatie van de vereniging ietwat te verbeteren.

De eerste activiteit van de prins was aanwezig te zijn bij de opening van het nieuwe autobedrijf van Baltus aan de Soomerwegh. Een stelling vol schroeven en bouten werd daar door een onvoorzichtig carnavalslid omver gestoten. Oorzaak: er werd, vanwege het Franse automerk, uitsluitend Franse cognac geschonken op dat dorstige uur van de dag. Een bedrijfsongeval dus.

Op 8 februari nam de carnavalsprins op het bordes van het gemeentehuis onder de ogen van vele dorpelingen de sleutels van de macht over van burgemeester Van Boxtel. Daarvoor had de prins al het hele dorp doorkruist in een enorm, holklinkend biervat.

Diverse winkelbedrijven en verenigingen hadden ingehaakt op de uitnodiging ook een bijdrage aan de optocht te leveren en dat bracht veel variatie, zoals een rijdende en rokende broodoven van bakkerij Burgmeijer.

Bakkerij Burgmeijer.
Bakkerij Burgmeijer. Torenstraat 40a in Castricum. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

De nieuwe dignitaris werd geconfronteerd met een elftal optredens. Naast het normale programma bezocht hij zustervereniging ‘De Groene Kakatoe’ in Alkmaar, de Castricumse Mixed Hockeyclub, zorgcentrum ‘De Tunnel’ en hij hield een dweiltocht langs Pieperduinse cafés.

Bij de hockeyclub ontbrandde een uitbundig feest, dat niet geremd werd door de toespraak van de ceremoniemeester. Daarin werd aan lieden met een hoge rug aangeraden op korfballen te gaan, maar mensen met een hoge borst konden beter bij een hockeyclub terecht.
De avond eindigde ietwat chaotisch toen een lid van de carnavalsclub beticht werd van het misdrijf op de bips vaneen feestgangster te hebben getikt. Nu is het carnaval een lijfelijk feest, daar niet van, maar een latere, nauwkeurige reconstructie van het gebeurde liet van deze beschuldiging geen spaan heel.

Bij de bejaardencentra was de stemming euforisch. Vele aanwezigen kenden de prins al vanaf zijn jongste jaren, hadden hem toen op schoot getrokken en geknuffeld. Ook de prins kende verscheidene mensen bij naam en reikte vele jaaronderscheidingen uit.
De Orde van de Luie Bul viel dat jaar ten deel aan dorpsdichter T. Teiwes, oud-wethouder N. Veldt en de bevlogen schoolmeester C.G. Bodewes, naar wie later een straat genoemd is. Het carnaval van dat jaar smaakte naar meer.

Trien Borst

In het volgende carnavalsseizoen 1975-1976 mochten de Pieperduiners hun prins Theo weer toejuichen, maar omdat de prins een drukbezet man was, werd hij diverse malen vervangen door anderen.

Het programma leek sterk op dat van het jaar daarvoor met als hoogtepunt natuurlijk weer de sleuteloverdracht


Jaarboek 36, pagina 52

op het door de carnavalsclub uitgebouwde bordes van het gemeentehuis na de optocht. Vanaf dat bordes werden de prins en de burgemeester weer eens de lucht in gehesen om gezamenlijk hun leed te overzien.

Daarvoor was er echter een bezoek van het bonte gezelschap aan het ziekenhuis Duin en Bosch.
’s Middags al kwamen patiënten en hun bezoek samen in De Clinghe en werden de sleutels van het complex aan de prins overhandigd. Prins Theo viel bij vele aanwezigen in de smaak en vooral Hanneke van Poeteren, die verzot was op al die carnavalslui, belaagde de prinselijke hoogheid aanhankelijk.

Hanneke van Poeteren, fan van alle carnavalsprinsen. Hier met prins Ramsoes de Eerste (Ben Kuilman).
Hanneke van Poeteren, fan van alle carnavalsprinsen. Hier met prins Ramsoes de Eerste (Ben Kuilman).

Na het feest werd een broodje genuttigd en toen ging het gezelschap met de mook van het duo Ab Glas enige paviljoens bezoeken. Daar werd gehost en gezongen en er werden vele onderscheidingen uitgedeeld. De dag werd besloten met een uitbundig carnavalsfeest in De Clinghe.

Trien Borst.
Catharina Mors-Borst. Zij stond bekend als tante Trien, het vertrouwde gezicht achter de bar van Hotel Café Borst. Tante Trien was moeder over heel wat barklanten en zorgde voor het ‘huiskamergevoel’. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Het seizoen eindigde met een carnavalsbal in café Borst, dat de laatste energie uit het bonte gezelschap perste. Men was daar weer te gast bij Trien Borst, die wel een boegbeeld van gastvrijheid genoemd mocht worden.

Staatssecretaris Mertens op bezoek

Op het prinsenbal bij Borst op 13 november 1976, waar de nieuwe prins voor het zesde carnavalsseizoen werd aangewezen, was er slechts één kandidaat en wel Dick Baltus (Dick Regulateur), die tot ‘Prins Olievier de Eerste van Pieperduin’ werd gekroond. Hij nam zijn rol erg serieus en droeg ook altijd een washandje onder zijn prinsencape om opwellend zweet weg te wissen. Ben Kuilman was zijn ceremoniemeester.

Prins Olievier (Dick Baltus).
Prins Olievier (Dick Baltus) en verder van links naar rechts Theo Lute, Jan de Nijs, Ton Burgmeijer, Han Knebel, Nico van Haaster, Jan Mul, Jan Groenland, Theo Zijlstra, Theo Besteman, Piet Krom, Piet Tromp en Ben Kuilman.

Op de nieuwjaarsreceptie van het gemeentebestuur trad de prins voor het eerst op en wel in vol ornaat. Daar gaf de burgemeester in een heimelijk onderonsje te kennen, dat hij een vriend uit Breda wilde uitnodigen om het carnavalsfeest eens boven de rivieren mee te beleven.

Staatssecretaris Mertens, eregast in 1977.
Staatssecretaris Mertens, eregast in 1977.

Het bleek de oud-staatssecretaris Mertens te zijn, de man die eens de opmerking maakte, dat Nederland geregeerd werd door slechts 300 personen (de ‘Driehonderd van Mertens’). Afgesproken werd dat deze dignitaris op de dag van de optocht aanwezig zou zijn.

De prins bewees met zijn aanwezigheid eer aan de gebruikelijke festiviteiten bij Duin en Bosch, De Boogaert, de bejaardensoos in De Kern en het kindercarnaval in de gidsenhut El Cabana.

Toen kwam de dag van de optocht met eregast Mertens en burgemeester Van Boxtel. Zij werden in een staatsiekoets vervoerd. Alles verliep naar wens en zonder problemen zocht de optocht zich een weg door Pieperduin.

Omdat het motto van dat jaar luidde: ‘We zijn er zo gezait voor in de wieg gelait’, had de commissie buitengebeuren een passende stunt bedacht. Er was een stalen draad vanuit een dakraam van het gemeentehuis naar de overzijde gespannen en daaraan hingen drie wiegen, waarvan één de sleutel van het gemeentehuis verborg. Onder aan de wiegen hingen touwtjes en een korte ruk moest de


Jaarboek 36, pagina 53

wiegen doen opengaan, zodat de inhoud naar beneden viel. De heer Mertens, daartoe uitgenodigd, greep het eerste touw en trok … het touwtje liet los en de wieg bleef hermetisch gesloten. Gelach! Toen was de burgemeester aan de beurt. Hij trok wat voorzichtiger en daar opende zich de tweede wieg. Wat als confetti naar beneden had moeten dwarrelen, viel als een bom op de onderstaanden. Gebrul! Daar trad Prins Olievier op het derde touwtje toe, gaf een ruk en bleef met het losse eindje in zijn hand staan, Gegier! Er verscheen een rood hoofd uit het dakvenster van het gemeentehuis; de derde wieg werd nabij getrokken en op handkracht geopend.

Allen zagen hoe de felbegeerde sleutel, rustig op een dwarslatje, de loop der gebeurtenissen lag af te wachten en weigerde zich naar beneden te storten. Geschater! Veel geschud bracht het ding eindelijk naar de begane grond en de plechtige overdracht kon, onder applaus, eindelijk plaats vinden. De staatssecretaris, de burgemeester, de prins en de Raad van Elf hadden voor joker gestaan en Pieperduin had in een deuk gelegen.

Hotel, café-restaurant Kornman.
Hotel, café-restaurant Kornman. Mient 1 in Castricum. Nu Steakhouse bij de Buurvrouw. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Na een korte receptie begaf het gezelschap van prins, ceremoniemeester en de heren Mertens en Van Boxtel zich naar het restaurant Kornman op de Mient, waar de vereniging haar gasten een copieus diner aanbood. Dat liep zo uit, dat de disgenoten veel te laat en aangeschoten bij de feestzaal aankwamen voor het grote bal, dit tot verontwaardiging van de overige carnavalsleden. De festiviteiten slaagden desondanks.

Later dankte de heer Mertens in een groot lovend interview in het Nieuwsblad voor Castricum de vereniging voor haar gastvrijheid.
Met een tienercarnaval bij Borst en een jongerencarnaval in Club 538 werden de festiviteiten afgesloten. Een carnavalspas en de oprichting van de ‘Club van 200’ werden dit jaar met veel succes ingevoerd en de Pieperduinse Hoskrant beleefde haar derde editie.

Majorettekorps

De voorbereidingen voor het nieuwe seizoen begonnen eigenlijk al het jaar daarvoor. De door de gemeente in het leven geroepen evenementencommissie, die onder meer de koninginnedagfeesten in Castricum organiseerde, miste bij het carnaval al jaren een majorettekorps.

De majorettes voor het oude raadhuis in 1978. Omkijken was voor deze kleintjes nog niet verboden.
De majorettes voor het oude raadhuis in 1978. Omkijken was voor deze kleintjes nog niet verboden.

Op 24 januari 1977 deden de dames Wil Harff en Trees Knebel van genoemde commissie een poging zo’n korps op te richten. Een artikeltje daarover in Onze Krant leverde liefst 40 kandidaten op, meisjes tussen zes en tien jaar. Meteen werden Wil Foekema en Inge Haentjes-Dekker als instructrices aangetrokken.

Ook de kostuumontwerpster Gerry Geerders hielp mee en sneed de jasjes uit rode stof. Een flinke groep moeders naaide de jasjes en zwarte rokjes in elkaar en er werden witte laarsjes, zwarte hoeden met een veer en batons (twirling stokjes) gekocht. Het benodigde geld werd door de VVV en de winkeliersverenigingen gefourneerd. Al spoedig vond het korps onderdak bij de Castricumse Fanfare en Drumband Emergo.

Vooral het hanteren van de batons was moeilijk te leren. Bij het opgooien en vangen van deze apparaten kukelden hele bossen tegen de grond. ‘Blijven doordansen, meisjes!’ zeiden de juffrouwen dan.

Prins Anton (Ton Verhoeven) met de gegroeide majorettes (1984).

Het eerste echte optreden van het korps vond plaats toen Prins Hannes (Han Pennelikker), met gekruiste benen achter op een tandem gezeten, op 25 januari 1978 door zijn zwetende ceremoniemeester Ben Kuilman (Ben Baklucht) het terrein van Duin en Bosch werd opgezeuld.


Jaarboek 36, pagina 54

Ook de Raad van Elf zat op rijwielen die zij op het station hadden gehuurd. (Die huur werd later kwijtgescholden. Hulde!) De muziek voor de meisjes werd verzorgd door Ruud Molenaar met zijn geluidswagen. Zo startte de uitgebreide deelname van het korps aan het carnaval.

Op Duin en Bosch ging het carnaval wonderlijk van start. Men had nog geen bandje om ‘s middags de festiviteiten te ondersteunen en daarom was een theaterbureau gebeld, dat inderdaad een stel feestenmakers wist. Dat was dus oké.

Zo arriveerde die middag een viertal oude heertjes, gestoken in blauwe blazer en grijze pantalon. Beduusd door de aanblik van de prins en het bonte gezelschap gingen ze wat doenerig hun instrumenten uitpakken. Er verscheen een drumstel, een heuse viool en een dikbuikige contrabas. De vierde man zette zich aan de piano en vervolgens werd de feestelijke potpourri van ‘Hoeperdepoep zat op de stoep’ ingezet. Via ‘Laat de klok maar luiden’ bereikten zij ‘Het bal waar de meisjes zijn’. Het klonk zo ontwapenend dat de prins en zijn raad in de polonaise bleven steken en luisterden naar het wat magere gefiedel.

Het bejaarde gezelschap speelde evenwel onverdroten voort en vertelde muzikaal wat je te wachten staat als je pas getrouwd bent. Het feestcomité was in paniek, want er zat weinig hoempa in dit orkest, maar de carnavalsgangers begonnen de grap ervan in te zien en huppelden improviserend naar het einde van de feestmars. Na enige speeches was de muziek weer aan de beurt en men bracht wat emotionele flarden uit opera’s ten gehore. Daar viel geen kuitenflikker op te dansen.

Daarna was het tijd voor het bezoek aan enige paviljoens. Dat gaf veel gesleep met de piano en de andere instrumenten. De artiesten stelden zich op in het trappenhuis en onder de klanken van de schone blauwe Donau André-Rieu-den de prins en de raad van elf het gebouw binnen. Dat gaf me toch een geweldige boost zeg!

Het volgende onderdeel van het programma werd opgevuld met een speech van de prins en het verlenen van onderscheidingen aan verdienstelijke bewoners. De ceremoniemeester gaf de muzikanten een teken en waarachtig: de viool, de contrabas en de drummer staakten hun spel. Maar de pianist had er pas goed de gang in en bleef geducht op de toetsen hameren met zijn voet steevast op het pedaal. Toen zetten de collega’s ook maar weer in.

De ceremoniemeester werd dit te dol en hij sloot langzaam, doch vastberaden de klep van de piano. De bespeler van het instrument, ietwat hardhorend, vroeg toen op luide toon wat dat te betekenen had: ‘Stelletje barbaren!’

De rest van de dag trachtten vereniging en orkest tevergeefs elkaar te vinden in een gezamenlijke viering. Na afloop spraken de muzikale heren het verlangen uit om de carnavalsvereniging nooit meer tegen te komen. Dat was eigenlijk wel jammer, want een ieder had genoten van dit zonderlinge samentreffen.

De Windtrappers waren ook nog op een ander terrein actief. Men kon van aannemer Flink een nissenhut cadeau krijgen als deze snel werd afgebroken. Maar waar moest het gebouwtje geplaatst worden? Hans Groen, die een boerderij aan de Kerkedijk bezat, gaf toestemming om het bouwwerk op zijn erf te plaatsen en dat is toen bliksemsnel gebeurd. Nu hoefde men voor het opbouwen van de praalwagens minder vaak het dorp uit. Hans werd ook meteen lid van De Windtrappers.

Het grote feesten kon beginnen en het eerste gedeelte van het gebruikelijke programma werd weldra afgerond.

Het standbeeld van prins Hannes als profielschets van een nieuwe burgemeester.
Het standbeeld van prins Hannes als profielschets van een nieuwe burgemeester.

Na de optocht met twaalf praalwagens, vier muziekkorpsen, twee majorettekorpsen en vijfhonderd fraai verklede kinderen werd de prins ontvangen door de locoburgemeester Henk Wokke, omdat de heer Van Boxtel zijn ambt in Pieperduin had neergelegd. De prins nam de sleutels van het dorp in ontvangst en onderstreepte in zijn speech dat hijzelf uitstekend paste in de profielschets van de nieuwe burgemeester, zoals door de gemeenteraad omschreven. Als bewijs liet hij door de heer Wokke alvast voor het gemeentehuis zijn standbeeld onthullen en waarachtig: het leek een beetje, hoewel er toch meer van een ‘schertsprofiel’ dan van een ‘profielschets’ sprake was. Er ontstond hierna een spontane en uitbundige hospartij in de Dorpsstraat.

Onvermeld mag blijven hoe de prins de verdere feesten bezocht, begeleid door de majorettes en boerenkapel ‘De Lekke Emmers’, om op het ‘tranenbal’ door de dames van de carnavalsvereniging van zijn prinselijke versierselen te worden ontdaan.

Prins Ramsoes de Eerste

Na een lange zomer zonder vertier brak op 8 oktober 1978 eindelijk de carnavalstijd weer aan. De mannen kwamen op 8 november bijeen om uit hun midden een carnavalsprins te kiezen. Na een zinderende strijd werd Ben Kuilman (‘Ben Baklucht’ zogezeid) gekozen tot toekomstig heerser over Pieperduin en omstreken. Hij droeg als naam: ‘Prins Ramsoes de Eerste’ en koos als motto: ‘Kijk naar je eige‘, om aan te geven dat uitbundig gedrag tijdens de feesten niets afkeurenswaardigs had.

Als jaaronderscheiding werd een handspiegeltje gefiguurzaagd en aan verdienstelijke personen uitgereikt ter beschouwing van het eigen gelaat. Later deelde de missionaris Theo Lute (Theo Gaspedaal) deze attributen uit, waarmee hij de aanwezigen tot het ware carnavalsgeloof trachtte te bekeren.

Om goed te beginnen organiseerde de vereniging een ‘Bokkenbal’ bij Borst. Opvallend was dat op het biljart bij Borst een oude kinderbox werd geplaatst, waarin een heuse bok (‘Barrel de Eerste’) tevergeefs trachtte het groene laken aan te vreten.


Jaarboek 36, pagina 55

Wat met veel geestdrift was opgezet, eindigde in een catastrofe, omdat de bezoekers wegens de gladheid nauwelijks over het stoepetje voor Borst durfden. Met krampachtige geestdrift en weinig feestelingen werd het bal gevierd en uiteindelijk werd Barrel onder de aanwezigen verloot en is nimmer weergezien.

“Reclame kan nooit kwaad” dacht Joop Remijnse (Joop Stekenleger) en op 10 februari 1978 crosste hij met zijn oude bont geschilderde caravan (Hossovan) door het dorp, begeleid door het muziekvehikel van Ruud Molenaar en het majorettecorps dat bij de plaatselijke winkeliers de carnavalsposters ophing.

Om de komende feesten wat op te leuken had zich een cabaretgroepje uit de carnavalsleden gevormd, dat op de feesten wat voordrachten verzorgde. Zo bracht de Raad van Elf op het prinsenbal een modeshow in dameskledij op de catwalk.

Modeshow van de Raad van Elf.
Modeshow van de Raad van Elf.

Als laatste bijzonderheid kan nog vermeld worden dat na de sleuteloverdracht een touwtrek wedstrijd werd georganiseerd tussen de Raad van Elf en de gemeenteraad, die door eerstgenoemde werd gewonnen (een machtige tractor, die heimelijk aan hun einde van touw was gekoppeld, leek ietwat op vals spel). Ook de feestelijke raadsvergadering in het gemeentehuis droeg een hilarisch karakter. Dit werkstuk is in de archieven van de vereniging terug te vinden.

Prins Dokus

In het seizoen 1979-1980 was de Hossovan weer van stal gehaald om de aandacht van Castricum voor zijn eigen carnavalsfeest te vragen. Diverse winkelzaken namen feestartikelen op in hun assortiment en de toen beroemde drogisterij en speelgoedwinkel Vaalburg ging carnavalskleding en -speeltjes verkopen.

Prins Dokus (Theo Lute) die in 1986 terugkeerde als prins Gahoz.
Prins Dokus (Theo Lute) die in 1986 terugkeerde als prins Gahoz.

Carnaval was HOT in Pieperduin en de nieuwe prins, Theo Lute (Theo Gaspedaal), die zich ‘Prins Dokus de Eerste’ van het feestdorp wenste te noemen, was uiterst populair. Hij had een groot gevoel voor humor, zijn invallen waren vaak hilarisch en hij schaamde zich er niet voor om uitbundig te lachen om zijn eigen grappen. Dat hij werd gekozen tijdens de prinsverkiezing op 30 oktober 1979 was dus voorspelbaar.

Hij was het ook die de sanitaire stop, zoals die in de optocht was opgenomen, wist uit te bouwen door alle bewoners rondom de Pernéstraat erop voor te bereiden dat zij de kans maakten de prins te mogen ontvangen als plek voor dit gebeuren. Dat zou dan een collectors item opleveren, meende hij. Volgens waarnemers moet dat adres uiteindelijk Brakenburgstraat 39 geworden zijn. ‘Wij steken er de draak mee!’ was het motto van onze prinselijke rugbyfanaat.

Dat hij de prins was, werd vooral in de vierde jaargang van de Pieperduinse Hoskrant zichtbaar. Hij plaatste er een artikel in over de Castricumse bijnamen, waarin vele inwoners hun familie bijnaam genoemd zagen. Een stamboom van hemzelf, die terug ging tot de dorpsstichter Petrus Lute in 1850, werd in navolging van de jaarboeken van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum, in de krant opgenomen.

Natuurlijk had deze prins veel succes, zowel bij het bestuur van de gemeente met burgemeester Gmelich Meijling (burgemeester Smiling volgens hem) als bij de feestvierders.

In een uitvoerig gedicht in de Hoskrant werden de grote kwaliteiten van Prins Dokus weergegeven.

Nog bonter maakte het de verslaggever van ‘het Nieuwsblad voor Castricum’, die onder andere een verslag maakte van de vergadering in het gemeentehuis na de optocht. Op alle wethouders van dat ogenblik had prins Dokus commentaar. Aan het beleid van wethouder Wokke ten opzichte van het gemeenschappelijk gasbedrijf had een luchtje gezeten. Wethouder Roos werd geprezen voor zijn beleid rondom het naaktstrand, maar hij had zich wel als ‘Kop van Jut’ laten gebruiken bij het verpachten van de kermis. Wethouder Ritzer had maar wat aangeritzeld, maar wel dag en nacht de dorpsmonumenten, ‘Beatrixklok’ en ‘s werelds droogste waterfontijn ‘Pegasus’ bewaakt. Zo stak de wakkere prins met een ieder de draak.

De politieagent met de lange armen (Trees Knebel) in de optocht (1993).
De politieagent met de lange armen (Trees Knebel) in de optocht (1993).

In de optocht van dat jaar verscheen voor het eerst de onvergetelijke politie-agent met de lange armen, die het verkeer en de stoet van verklede kinderen in goede banen wist te leiden.


Jaarboek 36, pagina 56

Vergadering van de Raad van Elf in het gemeentehuis van Pieperduin in 1981 onder voorzitterschap van prins Ramsoes de Eerste, alias Ben Kuilman.
Vergadering van de Raad van Elf in het gemeentehuis van Pieperduin in 1981 onder voorzitterschap van prins Ramsoes de Eerste, alias Ben Kuilman. Van links naar rechts Klaas Scheerman, Jan Groenland, Ton Verhoeven, Nico Geluk, prins Ramsoes, Gerard Veldt, Co Portegies, Nico van Amsterdam en Theo Lute.

Tien jaar Carnaval

In 1981 moesten De Windtrappers het helemaal maken. Zij zouden hun tienjarig bestaan vieren en het begon al meteen feestelijk, want de nissenhut op het erf van Hans Groen kon worden ingewijd. Met vreugde namen de leden hun nieuwe onderkomen, waar voortaan de kleurrijke feestwagens gebouwd konden worden, in bezit. Meteen werden twee coördinatoren, Hans Groen en Nico Zoontjes, aangewezen voor de leiding. Op hun aanwijzingen zou het betonijzer gebogen en gelast worden tot ludieke carnavalsreuzen. Het eerste feestje smaakte voortreffelijk.

Nu is De Windtrappers altijd een democratische vereniging geweest. Een ieder was kandidaat voor het prinsschap en de verkiezing moest immer uit vier ronden bestaan. In de laatste ronde zou het uiteindelijk gaan om de twee kandidaten met de meeste stemmen. Er brak dit keer een luidruchtige verkiezingsstrijd uit tussen Jan de Nijs en Ben Kuilman. Laatstgenoemde kreeg de meeste stemmen en de voorzitter sprak plechtig: ‘Habemus principem!’ (we hebben een prins)
Toen Ben Kuilman dan ook te laat op de bijeenkomst verscheen, werd hij meteen gelukgewenst met zijn uitverkiezing, hetgeen hem met verbijstering sloeg. Hij wilde kortaf weigeren, maar zijn carnavalsvrienden zeiden dat hij weliswaar geen springpaard was, maar toch gediskwalificeerd kon worden wegens weigering. Toen aanvaardde de gekozene toch maar zijn lot.

Restaurant De Speckkoper.
Restaurant De Speckkoper. Dorpsstraat 75 in Castricum, 1980. In 1977 brak voor het cafébedrijf een nieuwe toekomst aan. Het Nieuwsblad voor Castricum berichtte hierover: “Het pand Dorpsstraat 75, beter bekend als “d’Oude  Schimmel” is in oude luister hersteld. Het pand is inmiddels op de monumentenlijst geplaatst. Nieuwe eigenaar is het echtpaar J. Kossen uit Schoorl. Zij streken 8 maanden geleden in het nieuwe bedrijf neer en hebben eerst de kat uit de boom gekeken alvorens met een verbouwingsplan te komen. Jan Kossen is tevens de chefkok. De verbouwingsplannen zijn in de gemeenteraad behandeld om op de normen van de Monumentencommissie te worden beoordeeld.” Kossen doopte het restaurantgedeelte van zijn pand ‘De Speckkoper’, een naamgeving die suggereert dat hij streefde naar een ‘Oud-Hollandse’ uitstraling, wat ook blijkt uit een uithangbord dat hij ontwierp. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Op de elfde van de elfde werd de nieuwe magistraat aan den volke getoond in het monumentale dubbelcafé ‘De Speckkooper’ / ’De Pimpelaer’, omdat de oorspronkelijke naam ‘d’Oude Schimmel’ niet meer mocht worden gebruikt na een schietpartij, die het seizoen daarvoor rondom die zaak had plaatsgevonden tussen de rivaliserende motorclubs de ‘Hell’s Angels’ uit Amsterdam en de ‘Collars’ uit Castricum.

De prins maakte wel van de gelegenheid gebruik om met zijn Raad van Elf zijn echtgenote, Tiny Kuilman-Kuijs in het ziekenhuis te bezoeken, waar zij zijn zoon Bart ter wereld had gebracht. Dat was een blijde afwisseling voor de zaalgenoten die eindelijk over iets anders praatten dan over weeën en stuit liggingen. Zij lagen zelf in een stuip ligging. Misschien stamt het motto van dat jaar wel uit deze gebeurtenis. ‘Carnavalsblauw past bij jou!’ wijst toch enigermate op een vorm van benauwdheid.

Voor de receptie van het tienjarig bestaan bij restaurant Kornman op de Mient werden 115 uitnodigingen verstuurd en het feest werd een uitbundig succes met de dames in grand gala. De penningmeester moest echter geen veer laten, maar was een hele indianen-hoofdtooi kwijt.


Jaarboek 36, pagina 57

Wel hadden de dames toen de smaak te pakken. Zij lieten oude overhemden door Mary Verhoeven tot bonte blouses omtoveren en organiseerden zo met hun mannen een grote Mexicaanse show vol trommels, enorme hoeden en zingende tamboerijnen. Samen met ‘De Vogeltjesdans’ werden hun bedenksels uitgevoerd in de bejaardencentra, Borst en Duin en Bosch, begeleid door de Castricumse Accordeonvereniging.

Op 23 februari 1981 ontving de vereniging een gemeentelijke brief, waarin de toestemming voor de carnavalsoptocht stond. Speciaal werd benadrukt dat geen confetti het gemeentehuis mocht worden binnengesmokkeld en dat eventuele schade voor rekening van de vereniging zou komen.

Dat ontlokte aan Jan Stet de opmerking: ‘Dat we dan al goed begonnen waren door een verkeersbord, dat in de weg stond, al vast uit de grond te slopen.’ Het vrolijke volksfeest werd toch nog keurig afgerond.

Heel bijzonder in dit seizoen was het carnavalsfeest dat op 25 maart 1981 in het huis van Klaas Molenaar werd gegeven in aanwezigheid van Georg Kessler en het kampioenselftal van AZ. De spelers liepen daar vrij rond en je kon ze zomaar aanraken. Klaas wilde eerst als prins optreden, maar omdat hij daarin schromelijk tekort schoot, liet hij dat verder maar aan de geroutineerde Prins van Pieperduin en zijn trawanten over.

Prins Ramsoes met zijn idool ‘de Luie Bul’. Een nek-aan-nekrace van die twee.
Prins Ramsoes met zijn idool ‘de Luie Bul’. Een nek-aan-nekrace van die twee.

Dit waren de krenten uit de enorme kuip van de eerste tien jaren carnavalspap. Nog dertig verdere jaren wachten op vastlegging in de Castricumse historie. Dat wordt nog een geweldige klus, maar is ten volle de moeite waard. Als voorproefje daarvan is bij dit verslag de lijst van alle Pieperduinse prinsen opgenomen.

Han Knebel

Naschrift
Gebruik is gemaakt van het archiefmateriaal en foto’s van De Windtrappers (thans in bezit van de Werkgroep Oud-Castricum) en documentatie in het bezit van de schrijver. In de afgelopen veertig jaren is een aantal personen, die in dit artikel genoemd zijn, overleden. Wij hebben ervan afgezien om deze informatie op te nemen.

Prinsengalerij van Carnavalsvereniging de Windtrappers

Genoemd worden de naam van de prins en de jaren dat hij op carnaval als prins optrad:

1972 tot en met 1974, 1978, 1991 Han Knebel
1975, 1976 Theo Zijlstra
1977 Dick Baltus
1979, 1981 Ben Kuilman
1980, 1986 Theo Lute
1982, 1983 Joop Remijnse
1984 Ton Verhoeven
1985 Co Portegies
1987 Jan Langeveld
1988 Ruud Kuijs
1989, 1990 Nico Zoontjes
1992, 1995 Nico Hoetjes
1993, 1994, 2001, 2007 Peter van Daalen
1996, 1998 Henk Schipper
1997 John Burgmeijer
1999 Henk Oudhoff
2000 Kees Poel
2002 Frank van Hoof
2003, 2004, 2005, 2008 Frans Hendriks
2006 Simon Zijlstra
2009 Peter Zonneveld
2010 Gerard Zoontjes

Han Knebel

Onze gastschrijver, Han Knebel (1928), verhuisde in 1969 van Amsterdam naar Castricum. Hij was hoofd personeelszaken in verschillende ziekenhuizen in Amsterdam en eindigde zijn loopbaan bij het Academisch Medisch Centrum. Han werd lid van het zangkoor van de Pancratiuskerk en trad zelfs enkele malen op als solist.

Hij heeft in Castricum zijn sporen wel verdiend als vrijwilliger voor vele organisaties. Zo was hij redacteur van de clubkranten van Sportclub Castricum en de Tafeltennisvereniging. Hij was mede-oprichter van de wielerronde ‘De Dubbele Lus’, schrijver van de Dubbele Luskrant en speaker bij diverse gelegenheden, vrijwilliger bij de serviceverlening van de Gemeenschapsraad / Stichting Welzijn Castricum en verzorgde de ledenadministratie van de Pancratiuskerk. Ook zijn echtgenote Trees zette zich


Jaarboek 36, pagina 58

enorm in, onder meer voor het dorpshuis De Kern en voor vakantieactiviteiten voor kinderen.

Han Knebel als Prins Carnaval.
Han Knebel als Prins Carnaval.

Han Knebel behoorde tot de oprichters van de Carnavalsvereniging Pieperduin, werd vijf keer tot Prins Carnaval gekozen, was ook secretaris van de vereniging en samensteller van de zeer humoristisch geschreven Hoskrant, die vanaf 1975 ieder jaar verscheen. In 2013 ontving Han een koninklijke onderscheiding vanwege zijn verdiensten voor de samenleving.

Nico Zoontjes, de man achter de wagens

Wie zich in het fenomeen ‘Pieperduins carnaval’ verdiept, komt automatisch bij de carnavalsoptochten terecht en wie daar terecht komt, stuit onontkoombaar op Nico Zoontjes. Dat is immers de man die het bouwen van praalwagens tot grote hoogte heeft gebracht.

Nico Zoontjes
Nico Zoontjes

Met Robert ontwierp hij groteske figuren, die later door de Pieperduinse straten gevoerd werden en daaruit bleek hun artistieke aanleg. Zo’n ontwerp hing aan de muur van de werkplaats geprikt en bestond vaak uit enkele lijnen. Gerard hielp mee om deze figuren uit betonijzer te buigen en tot frames vast te lassen. Daarna volgden de plakkers en de schilders. Nico en zijn zonen zijn vakkundige metaalbewerkers. Wie van de carnavalsleden dat wilde, kon van hen zelfs leren lassen.

Tientallen kleurige, grappige wagens zijn onder zijn leiding en volgens zijn aanwijzingen tot stand gekomen en die enorme klus heeft hij bijna veertig jaar lang geklaard. Hoe dat in zijn werk ging, was alleen waar te nemen door hen die op korte afstand zijn activiteiten volgden. Hij wist vier groepen wagenbouwers te inspireren om eenmaal per week te komen opdraven voor dit gezellige, maar zware werk. Hij ontving deze mensen van maandag tot en met donderdagavond. Hij bereidde de werkzaamheden voor met hulp van zijn zonen Robert en Gerard.

Praalwagen voor de loods van carnavalsvereniging 'De Windtrappers'.
Praalwagen voor de loods van carnavalsvereniging ‘De Windtrappers’.

Nico beheerde ook het roerend en onroerend goed van de vereniging, trad op als lid van de Raad van Elf en als carnavalsprins. De bouw van de nissenhut op het erf van Hans Groen heeft onder zijn leiding plaatsgevonden. Samen met de leden van de vereniging verzorgde hij ook de overplaatsing van een enorme loods van de linoleumfabriek naar een stuk grond op de Castricummer Werf. De Windjammers hebben hierdoor die fraaie praalwagens kunnen bouwen en beleefden daardoor vele succesvolle jaren.

Dat alles is een luid ‘ALAAF’ waard.








16 januari 2023

IJsbaan, Vereniging Kennemer (Jaarboek 36 2013 pg 4-17)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 36, pagina 4

De Vereniging Kennemer IJsbaan

Er wordt een wedstrijd gestart op de ijsbaan.
Er wordt een wedstrijd gestart op de ijsbaan in het bijzijn van burgemeester Mans. Zeeweg, Bakkum in 2012. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Ons dorp beschikt al bijna 80 jaar over de ijsbaan aan de Zeeweg. Op 24 januari 1933 werd de ijsvereniging ‘Eensgezindheid’ opgericht. Uit een verenigingsreglement van 11 februari 1935 blijkt dat deze naam werd gewijzigd in IJsclub ‘Kennemer IJsbaan’, die in 1967 weer veranderde in ‘Vereniging Kennemer IJsbaan’ (VKIJ).

Het doel van de vereniging luidde oorspronkelijk: ‘Het bevorderen van het ijsvermaak in het algemeen en het houden van wedstrijden’. In de laatste statuten uit 1981 is de doelstelling gewijzigd in: ‘Het doen beoefenen en het bevorderen van de schaatssport in al zijn verschijningsvormen en al hetgeen daarmee in de meest ruime zin des woords verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn’. VKIJ viert dit jaar haar 80-jarig bestaan.

De eerste ijsbanen

Tijdens de oprichtingsvergadering van de VVV in 1919 werd een lening uitgeschreven om voorzieningen te treffen aan de ‘Diepe Sloot’ en de ‘Schulpvaart’. Dat warende eerste ijsbanen waarop in de jaren 1920 geschaatst kon worden. De eerste locatie bevond zich op de plaats waar nu sportcomplex Wouterland ligt en de Schulpvaart is een nog steeds bestaande waterloop langs de Zeeweg.

De Schulpvaart met rechts de begroeiing langs de Zeeweg.
De Schulpvaart met rechts de begroeiing langs de Zeeweg. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Freek Hollenberg, die op het Stet woonde, was regelmatig te vinden op de ijsbaan achter het huisje van Jannetje Hopman. Freek veegde de baan en dreef zelf een kleine koek-en-zopie. Ook organiseerde hij wedstrijden; dan zaten en stonden de toeschouwers op de spoordijk. De prijzen bestonden uit sigaretten en nieuwe leren schaatstuigen. Op drukke dagen werd er zo’n honderd liter chocolademelk geschonken, waarvoor men vijf tot tien cent per mok betaalde. ’s Avonds werd de ijsbaan verlicht door middel van petroleumlampen die aan palen hingen.

Links G. Ronk met ijsstok, en rechts Hollenberg.
Links G. Ronk met ijsstok, en rechts Freek Hollenberg. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Omdat de Diepe Sloot en de Schulpvaart niet zo gauw dichtvroren, week men begin jaren 1930 uit naar een weiland van Jan Koper, dat grensde aan de Diepe Sloot en ’s winters bijna altijd onder water stond. Bij kans op vorst werd de waterstand extra verhoogd met behulp van een pomp van de firma W. L. Borst en zo hadden de Bakkummers een echte ijsbaan.

Ledenvergadering IJsclub Eensgezindheid.
Ledenvergadering IJsclub Eensgezindheid.

Rond 1933 was er serieus sprake van een organisatie die verantwoordelijk was voor het onderhoud, het heffen van entreegeld, het houden van toezicht enzovoorts. Dit had de oprichting van de ijsvereniging ‘Eensgezindheid’ tot gevolg. Mensen van het eerste uur waren Henk Broksma, dokter Van der Sluis en mevrouw Van den Born-Bakker.

Sineke van der Sluis knipte in 1936 het lint door tijdens de opening van de Kennemer IJsbaan. Na ruim 77 jaar kwam zij terug aan de Zeeweg voor opnames van een film van Hans Kinders(rechts) over de geschiedenis van de ijsbaan.
Sineke van der Sluis knipte in 1936 het lint door tijdens de opening van de Kennemer IJsbaan. Na ruim 77 jaar kwam zij terug aan de Zeeweg voor opnames van een film van Hans Kinders(rechts) over de geschiedenis van de ijsbaan.

De start aan de Zeeweg

Het PWN besloot begin jaren 1930 om als werklozenproject een terrein aan de Zeeweg handmatig uit te laten graven met als doel dit ‘s winters als ijsbaan te gebruiken. De baan werd op 9 februari 1936 door burgemeester Lommen officieel geopend. Daarbij mocht Sineke, het driejarig dochtertje van dokter Van der Sluis, het lint doorknippen.

In de eerste jaren van de Kennemer IJsbaan waren de winters zacht. De laatste Elfstedentocht dateerde van 1933 en pas in 1940 werd de volgende verreden. Toen was het dan ook raak en volgden nog twee strenge winters die de ijsbaan aan de Zeeweg haar nut deden bewijzen.

Schaatsen op de ijsbaan in Bakkum aan de Zeeweg.
Schaatsen op de ijsbaan in Bakkum aan de Zeeweg. Naast de “Diepe Sloot”, lag een laag gelegen weiland, dat doorsneden werd door de zogenaamde “Ondiepe Sloot”. Dit land van Jan Koper, lag ’s winters altijd onder water. Bij kans op vorst werd de waterstand nog extra vergroot met behulp van een pomp van de firma Borst. Zo ontstond een ijsbaan die eerder dicht vroor dan kanalen en vaarten. Op deze foto van links naar rechts Ab van Dijk knecht bij G. Ronk, Nelis Wilbrink, kleermaker op Duin en Bosch, Cees Cornelissen, Bob Breemer, journalist, Klaas Stuifbergen, later geëmigreerd naar Canada. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Elke winter zette aannemer Borst de baan weer onder water met een pompinstallatie. Er werd in eigen beheer een kantine gebouwd, die elk voorjaar werd afgebroken en opgeslagen. Alles liep via het PWN en elke activiteit moest gemeld worden. Met ingang van 1935 werd het ruim twee hectare grote terrein door het waterleidingbedrijf verhuurd aan de ijsclub gedurende de periode 1 december tot en met 31 maart. Jarenlang bedroeg deze huur 200 gulden met een toeslag voor

(tekst loopt door op pagina 6)


Jaarboek 36, pagina 5

De opening van de Kennemer IJsbaan in februari 1936. Sineke, het driejarig dochtertje van dokter Van der Sluis, mag het lint doorknippen.
De opening van de Kennemer IJsbaan in februari 1936. Sineke, het driejarig dochtertje van dokter Van der Sluis, mag het lint doorknippen.
Een van de eerste schaatsfoto’s op de nieuwe ijsbaan.
Een van de eerste schaatsfoto’s op de nieuwe ijsbaan.
Nettie Ruijter met vriendinnen en schoolgenoten in 1939. Van links naar rechts Kees Blei, Tiny Boot, Ida Tiemstra, Hans Jacobs, Nettie Ruijter, John Bakker en Lenie van Leeuwen.
Gekostumeerd schaatsen begin jaren 1940.
Gekostumeerd schaatsen begin jaren 1940.

Jaarboek 36, pagina 6

de dagen waarop de baan open was. De totale huurprijs mocht echter niet hoger zijn dan 500 gulden.

Het ijs werd in die tijd ook al gekeurd. Dat werd gedaan door dokter Van der Sluis, die daarbij werd geassisteerd door ziekenfondsbode Cor Orij. Laatstgenoemde had ook zijn aandeel in het maaien van het gras, dat elk jaar moest gebeuren, zelfs als er na een natte zomer nog water op de baan stond.

Gras maaien op de ijsbaan.
Het maaien van het ondergelopen land om de ijsbaan gereed te maken voor de komende winter. Mocht dit niet gebeuren dan groeit het riet zo snel dat het de baan overwoekert. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De leden deden zoveel mogelijk zelf, zoals het vegen en het in orde brengen van de baan na een ijsdag. Er was zelfs muziek en elke schaatsdag werd afgesloten met het Wilhelmus. Voor de muziekrechten werd in 1940 al 2,40 gulden per dag door BUMA in rekening gebracht. De contributie bedroeg toen slechts 1 gulden per jaar en werd bewust laag gehouden om zoveel mogelijk leden te trekken. Begin 1940 telde de vereniging dan ook al 500 leden.

Zwaaien en zwieren

Nettie Ruijter (1927-2013) kon zich de start van de Kennemer IJsbaan goed herinneren:

“Rond 1933 schaatsten we nog op de Schulpvaart en de sloot langs de Zeeweg, die ‘Koningskanaal’ wordt genoemd. Ik woonde toen op de Heereweg en was zo bij het ijs. Vanaf het moment dat de ijsbaan geopend werd, gingen we daar natuurlijk heen. Hans Jacobs stal vaak de show met kunstrijden. Bij de hardrijders keek iedereen vol bewondering naar Dick Molenkamp, want niemand reed zo mooi als hij.

In die tijd schaatsten de meisjes over ’t algemeen in een rok, maar soms droeg ik een trainingspak waar ik ook in tenniste. Ik had geen doorlopers maar rondrijders, omdat ik het zwaaien en zwieren veel leuker vond dan rondjes rijden. Mevrouw Kriekaard, die ook bestuurslid was, had veel hoge schoenen en dan mocht ik er een paar van lenen om de schaatsen onder te binden. Mijn ouders vonden het namelijk maar niks om laarzen op het ijs te dragen. Van het gezin schaatsten mijn vader en mijn broer ook aan de Zeeweg, maar ik sprak altijd met vriendinnen af. Op de baan ontmoetten we dan weer schoolgenoten of bijvoorbeeld juffrouw Zinkweg die onderwijzeres was. Helaas stopte alles eind 1942 en gingen de schaatsen voorlopig in het vet …”

In de winters van 1940 en 1941 werd er nog wel geschaatst, zoals blijkt uit enkele foto’s van gekostumeerde rijders. Toen was het echter over, want het gebied rond de Zeeweg werd ‘Sperrgebiet’ en de ijsbaan mocht dus niet gebruikt worden.

Op 22 november 1942 deelde secretaris Gerrit Ronk de directeur van het PWN schriftelijk mee dat de vereniging de activiteiten tijdelijk staakte ‘zulks door omstandigheden die U wel bekend zullen zijn’. Dat zat Ronk behoorlijk dwars. Hij werkte eraan mee om een en ander uit handen van de bezetter te houden door bijvoorbeeld de houten lichtpalen weg te halen en die met behulp van boswachter Jacobs in het duin te verstoppen.

Gerrit Ronk heeft veel voor de vereniging gedaan.
Gerrit Ronk heeft veel voor de vereniging gedaan.

Na de oorlog

Ook de IJsclub Kennemer IJsbaan krabbelde na de bevrijding weer op. Er kwam een nieuw bestuur onder leiding van voorzitter Pieter Hofman, die werd bijgestaan door mevrouw Jacobs-Haringa en de heren Henk Schürmann senior, Jan Broerse, Chris Beusman, Teun Polak en Izaäk Kriekaard. Hofman, die technisch ambtenaar was bij het PWN, leidde de vereniging maar liefst 24 jaar, waarvan zes jaar na zijn pensionering.

De voorzitters van 1933 tot 2013

1933-1936 Henk Broksma
1936-1960 Pieter Hofman
1960-1965 Gerrit Ronk
1966-1969 Daan Kernkamp
1969-1976 Mart Benard
1976-1982 Harry van Os
1982-1985 Cees Schulte
1985-1986 Koos van der Molen/Jan Breggeman
1986-2006 Herman Bosboom
2006-2008 Ron de Haan
2008-heden (=2013) Ronald Snijders

Al in 1946 waren er met wedstrijden aardige prijzen te winnen.
Al in 1946 waren er met wedstrijden aardige prijzen te winnen.

Het Nieuwsblad voor Castricum van 12 december 1945 meldde dat de ijsbaan open was, maar dat het PEN het gebruik van elektriciteit voor avondverlichting op alle banen verbood. De reactie daarop van de krant was: “Schaatsenrijden is een geliefde Hollandse sport en wij zouden het PEN willen aanraden tijdens de ijsdagen wat energie te onttrekken aan de nachtfuiven van vele instanties ten behoeve van schaatsend Nederland.”

In de jaren (negentien) vijftig verzorgde Teun de Hoop van restaurant Johanna’s Hof lange tijd de koek-en-zopie en verkocht onder andere snert. Zijn nering werd naderhand overgenomen door Henk de Haan.
In 1953 werden, onder leiding van Chris Beusman, de oude houten lichtmasten vervangen rond het 20-jarig bestaan van de vereniging.

Bij het baanonderhoud was het dichtmaken van de scheuren altijd een moeilijke opgave. Voor de oorlog werd daarvoor heet water van de melkfabriek gebruikt en later kwam dat van Duin en Bosch. Afdoende was het nooit, want als de scheuren dichtvroren, ontstonden er meestal kuiltjes of bobbeltjes. Het is bij strenge vorst ook wel gebeurd dat men de brandweer inschakelde om de baan op te spuiten.


Jaarboek 36, pagina 7

De muziek die over de baan schalde, werd door de leden zelf op band gezet. Er werden altijd kortebaanwedstrijden gereden, waar eerst spek en worst mee waren te winnen en later ook geldprijzen.

De firma Hes uit Bakkum maaide het gras bij het droogvallen onder toeziend oog van het PWN en een bioloog. Bijna elk jaar werd de keet afgebroken, behalve in de jaren dat deze in het voorjaar en ’s zomers werd gehuurd door het Kampeerterrein Bakkum voor het gebruik als winkel of schooltje.

De keet maakt tegenwoordig deel uit van het clubgebouw van de Kennemer IJsbaan.
De keet maakt tegenwoordig deel uit van het clubgebouw van de Kennemer IJsbaan. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In die tijd deed de club ook al aan training in het ‘droogschaatsen’, die werd gegeven in het gymlokaal van de Centrale Openbare Lagere School in Bakkum.

Op 30 en 31 maart 1958 werd er voor de leden in hotel Borst een cabaretavond gehouden ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de vereniging.

Dick Molenkamp op zijn alternatieve ijsbaan bij Onderlangs.
Dick Molenkamp op zijn alternatieve ijsbaan bij Onderlangs.

Vallen en opstaan

Eind 1960 kreeg de ijsclub onverwachts concurrentie. Dick Molenkamp, een fervent schaatser en lid van de club, ging zelf een ijsbaan aanleggen op de tennisbanen van TC Bakkum en ODO aan Onderlangs. De banen werden met water bespoten als het vroor en zodoende werd het mogelijk om na één nacht ijs daarop te schaatsen. Daar maakte menigeen gebruik van zolang de Zeeweg nog niet open was. Molenkamp heeft zijn ijsbaan zo’n tien jaar geëxploiteerd.

Schoenmaker Gerbrand Heine tijdens een korte-baanwedstrijd.
Schoenmaker Gerbrand Heine tijdens een kortebaanwedstrijd.

Op de ijsbaan aan de Zeeweg vonden van tijd tot tijd veranderingen en verbeteringen plaats. In1963 schafte de vereniging voor 5.000 gulden een tractor aan, waarmee ’s winters het ijs werd geveegd en ’s zomers het gras werd gemaaid. Het jaar daarop werd de Zeeweg verbreed met de nodige gevolgen. De gebouwen moesten worden verplaatst en de elektriciteitsleiding werd verlegd en verlengd. Deze werd in de winter van 1966 door de leden zelf ingegraven.

Joop Westerman en echtgenote aan het kunstrijden.

Per 1 oktober van dat jaar meldde de vereniging zich aan als lid van het Gewest Noord-Holland/Utrecht van de Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijdersbond (KNSB). Op een druk bezochte ledenvergadering in diezelfde maand moest echter worden beslist over het voortbestaan van de vereniging, dat op dat moment aan een zijden draadje hing. Volgens het Nieuwsblad voor Castricum van 4 oktober 1966 was het aantal leden namelijk gedaald van 1.200 naar 180 en dat had te maken met verschillende problemen, zoals het wanbeheer van materialen en een financiële chaos die het bestuur had achtergelaten. Daarom bleek het onmogelijk om een nieuwe lichtinstallatie van minstens 10.000 gulden aan te schaffen, omdat er op dat moment slechts 2.000 gulden in kas was.

Het nieuw gekozen bestuur onder leiding van voorzitter Kernkamp wilde er toch de schouders onder zetten, want de installatie was dringend noodzakelijk. Toen werd besloten aan de Castricumse bevolking per brief een oproep te doen om aan de verlichting extra steun te verlenen. Uiteindelijk lukte het om die winter een nieuwe installatie te plaatsen. Dat betekende wel dat de contributie van 2,50 gulden


Jaarboek 36, pagina 8

naar 5 gulden ging en dat de burgers werden uitgenodigd in te tekenen op een renteloze lening. Ook een inzameling onder de middenstand was noodzakelijk om het benodigde geld bij elkaar te krijgen.

Een jaar later werd in de ledenvergadering geconcludeerd dat de vereniging er weer redelijk voorstond en het aantal leden was toegenomen.

Op 19 april 1967 vroeg de vereniging Koninklijke goedkeuring aan om als rechtspersoon te worden erkend. Vanaf 2 juni van dat jaar ging de club als ‘Vereniging Kennemer IJsbaan’ (VKIJ) door het leven. In het najaar van dat jaar werd op advies van de KNSB de ijsbaan in tweeën gedeeld door een dijk aan te leggen, opdat de baan eerder berijdbaar ijs zou opleveren. Ook werd bij harde wind de golfslag door de dijk gebroken en konden er mensen op staan bij schaatsevenementen. De dijk is trouwens nog jarenlang gebruikt door bruidsparen voor huwelijksreportages.

Het bruidspaar Jan Breggeman en Joke Huitenga liet zich in februari 1970 ook fotograferen op de dam.

Dorpsdichter A. van Kluyve (1896-1983) schreef voor het Nieuwsblad voor Castricum een aantal gedichten over de Kennemer IJsbaan. Dit gedicht verscheen in de krant van 26 september 1967:

KENNEMER IJSBAAN

Wilt U van de winter schaatsen?
Zet Uw hoedje dan maar af
Voor het koppel harde werkers,
Dat zich zo elanvol gáf!

Toen de zomer zalig wenkte,
In het ijsbaan-wel-en-wee.
Maar ontplooiden zich als mánnen

Bruinden zij niet aan de zee.

Van het ‘wél’ was weinig over
Van het ‘wee’: een ijsbaan vol!
Vele jaren van berusting
Vroegen duidelijk hun tol!

Toen het nieuwe bloed ging stromen
Door ’t bestuur en ledental,
Trok men de registers open
Onder ’t motto: ’t moet en ’t zal!

De verlichting, wrak en molmig,
Is vernieuwd en licht U bij
In Uw ijsvermak’lijkheden,

Groep aan groep en rij aan rij.

Strijk Uw streek en schaats Uw baantje,
Krul Uw krul en trek Uw baan,
Maar, bedenk bij alle vreugde:
Wat al niet is hier gedaan.

Heel de opzet van de ijsbaan
Is gereorganiseerd!
Doch wordt dit wel bij de leden

Waarlijk ernstig gewaardeerd?

Wel, Uw kans is nú aanwezig
Om in ’t voorspel van de vorst
De vergad’ring te bezoeken:
Achtentwintig/negen: Borst!

Dáár doet men U uit de doeken
Hoe het met de ijsbaan zit.
Bent u nog niet aangesloten?
Wel, dan wordt U zeker lid!

A. van Kluyve

In de winter 1967-1968 organiseerde de schaatsclub voor het eerst bustochten naar de Jaap Edenbaan in Amsterdam, waar zeer grote belangstelling voor was. Om die reden werd dit initiatief het jaar daarop geprolongeerd.

Ook de muziek werd aan de tijd aangepast. Secretaris Theo van Nuysenburg verzorgde een tijd lang de muziekbanden en bracht er een nieuw element in door er tekst bij in te spreken.
Nieuwjaarsdag 1970 was geen geluksdag voor de vereniging. Schaatsenrijder Baltus uit Egmond brak op het ijs zijn enkel en diezelfde nacht werd de bandrecorder uit de kantine gestolen.

In 1978 werd een nieuwe kantine in gebruik genomen.

Jaarboek 36, pagina 9

Op 3 november 1975 verscheen er een noodkreet in de krant. Omdat meer dan de helft van het bestuur aftrad, dreigde het met liquidatie indien zich geen kandidaten voor de opengevallen plaatsen zouden aanmelden. Gelukkig kwamen die er wel, evenals nieuwe leden, zodat de baan behouden bleef. De winter daarop werd gekenmerkt door veel kou en dus ook veel ijs.

Op 6 mei 1977 nam de vereniging voor 3.000 gulden een gebouwtje over van het PWN, wat de accommodatie duidelijk ten goede kwam.

Voorzitter Mart Benard.
Voorzitter Mart Benard.

Herinneringen van voorzitter Benard

Mart Benard (1928) leidde VKIJ van 1969 tot 1976 en vertelde hoe hij bij de club terecht kwam:

“Mijn gezin ging in 1965 in Castricum wonen. Ik was altijd een groot schaatsliefhebber en las in het najaar van 1966 in de krant dat er een vergadering was uitgeschreven waarin de Kennemer IJsbaan waarschijnlijk opgeheven zou worden. Ik ben daar toen naartoe geweest in de Harmonie, want ik vond dat zoiets niet mocht gebeuren. Samen met Kernkamp, Van der Meulen, Van Nuysenburg en Broerse heb ik toen mijn vinger opgestoken en ik nam met deze heren direct zitting in een nieuw bestuur onder leiding van Kernkamp.

Ik werd vice-voorzitter en kreeg wat technische zaken op mijn bordje, zoals het onderhoud van de baan en het verbeteren van de muziek en de verlichting. Omdat ik bij de Hoogovens werkte, was ik in de gelegenheid om wat gebruikte materialen tegen een zeer gereduceerde prijs over te nemen. Zodoende konden we beschikken over nieuwe lichtmasten, lampen en kabels. Op een zaterdag in november 1966 zijn we met een groep van ongeveer 25 man sleuven gaan graven en ’s middags lagen de kabels erin. Met behulp van een dieplader van transportbedrijf Piet Lute zijn de lichtmasten naar de Zeeweg gebracht en nadat wij een hoogwerker van Duin en Bosch konden lenen, zijn de masten geplaatst. Dit gebeurde allemaal onder toezicht van de heren Uiterwijk, Winkel en Nonnekes, die bij het PEN werkten.

In 1969 volgde ik Daan Kernkamp op als voorzitter. Helaas is er tijdens mijn periode weinig ijs geweest, maar de vereniging zat allerminst stil. Regelmatig gingen we met bussen vol kinderen en begeleiders naar de Jaap Edenbaan in Amsterdam. Naast mijn voorzitterschap had ik diverse nevenactiviteiten vanuit het gewest Noord-Holland/Utrecht van de KNSB.

Een keer per jaar kwamen de voorzitters van de ijsverenigingen uit die provincies bij elkaar. Ook speelde in die jaren de oprichting van de kunstijsbaan in Alkmaar. Om die baan te kunnen financieren werd aan de voorzitters van de ijsclubs gevraagd certificaten te verkopen. Dat lukte vrij goed. In 1972 werd de baan in Alkmaar geopend en vanaf dat moment waren we in de gelegenheid om daar op vaste uren te gaan trainen.

De crisis vanwege onvoldoende bestuursleden in 1975 overleefden we gelukkig ook weer. Aangezien ik ook jeugdvoorzitter was van de naastgelegen voetbalclub CSV, kon ik beide functies niet meer combineren en trad ik in 1976 af als voorzitter van VKIJ. Toen kregen we ook nog te maken met het voorstel van voorzitter Duinker van CSV om de ijsbaan maar op te doeken en de grond te gebruiken voor de uitbreiding van de voetbalvelden. Gelukkig is het nooit zover gekomen!”

De winter van 1978 kende ook ijs, alleen was dat niet zo sterk. De veegmachine ging er dan ook prompt doorheen. Ook begin januari 1979 was de baan open. Door een enorme sneeuwval begon het ijs echter te scheuren en moest de sneeuw met handkracht weggeschept worden. Omdat er maar weinig vrijwilligers de handen uit de mouwen staken, werd er een oproep in het Dagblad Kennemerland gedaan voor mensen die de ijsbaan schoon wilden maken.

Het ijs wordt geveegd in 1979.
Het ijs wordt geveegd in 1979.

Vernieuwingen

De jaren 1980 stonden voor de vereniging in het teken van diverse vernieuwingen. Tot december 1981 konden alleen hoofden van gezinnen en alleenstaanden lid worden, maar later was een eigen lidmaatschap verplicht. Daarbij werd


Jaarboek 36, pagina 10

de minimumleeftijd om lid te kunnen worden verlaagd van 17 naar 16 jaar.

Wat de schaatssport betreft werd er in de ijsloze winterssteeds meer gebruikt gemaakt van de kunstijsbaan in Alkmaar. Men organiseerde bustochten naar ‘De Meent’ voor zowel jong als oud, waar veel belangstelling voor was. De schaatstrainingsgroep ging na 10 jaar afwezigheid in het voorjaar van 1983 opnieuw van start op de zondagochtend.

De schaatstrainingsgroep onder leiding van Henk Schürmann in september 1971.

De Schaatstrainingsgroep

De eerste schaatstrainingsgroep ontstond spontaan in de jaren 1960 onder leiding van Dick Molenkamp. Men had toestemming gekregen van de heer Duinker van het PWN om ’s avonds het duin in te gaan en de ploeg werd steeds populairder. Molenkamp ging zelfs een cursus voor trainer volgen in Amersfoort. De groep zorgde eens voor hilariteit toen een patiënt van Duin en Bosch in een wit trainingspak was ontsnapt. Een broeder dacht hem te zien lopen en holde achter hem aan, maar toen bleek het de laatste man van de schaatstrainingsgroep te zijn …

Henk Schürmann junior nam rond 1969 de training van Dick Molenkamp over en bouwde de groep verder uit met een aparte groep jeugdleden. Onenigheid en klachten over de opkomst leidden er echter toe dat men in de zomer van 1973 besloot om de groepen te ontbinden.

Op 1 juli 1981 ging men nog wel van start met een seniorenploeg en op 1 september van dat jaar werd de duintraining omgezet in een zaaltraining.

Op de jaarvergadering van 13 oktober 1982 kwam het punt schaatstrainingsgroep weer aan de orde. Omdat er geen nieuwe leden meer bijkwamen en het bestuur bang was dat de vereniging zou doodbloeden, bleek er behoefte onder de leden tot het oprichten van een nieuwe groep. Er werd vervolgens een oproep gedaan in de krant om zich hiervoor aan te melden, wat resulteerde in een lijst van enthousiaste mensen.

Op 27 april 1983 werd de ‘Schaatstrainingsgroep Castricum/Bakkum’ opgericht. Onder leiding van Henk Zonneveld werd op 4 juni van dat jaar met de trainingen begonnen. Van de nieuwe schaatstrainingsgroep, afgekort STG, reden de leden Herman Becker, Rinus Spranger en Ton Rongen op 22 februari 1985 de Elfstedentocht uit. Een jaar later waren er zelfs twaalf leden die de tocht der tochten volbrachten.

Jan Breggeman.

Een van hen was Jan Breggeman, die al ruim 30 jaar actief is voor VKIJ en het volgende wist te vertellen:

“Ik ben mijn hele leven een schaatsliefhebber geweest en reed veel in de Zaanstreek, omdat ik tot 1972 in Krommenie heb gewoond. Daarna verhuisde ik naar Castricum en deed toen al mee met een loopgroepje, waar mijn zwager Ed Huitenga ook in zat. Ik ben eind 1982 lid geworden van de vereniging en nam direct zitting in het bestuur. Ook ging ik mij met de nieuwe schaatstrainingsgroep bezig houden en werd daar later na het volgen van een cursus ook trainer van.

We trainden ’s winters op de zondagmorgen in het duin en op donderdagavond op het atletiekveld naast de ijsbaan. Op vrijdagavond schaatsten we dan in Alkmaar. Toen er een licentiegroep (bestemd voor talentvolle wedstrijdschaatsers waarvoor de KNSB speciale trainingsuren beschikbaar stelt) bij kwam voor jeugd, moesten we tijdelijk uitwijken naar de ijsbaan in Haarlem, omdat er in Alkmaar geen plaats meer was. In die tijd gaf ik vier keer per week les en dat heb ik volgehouden tot rond 2005, want je moet een keer


Jaarboek 36, pagina 11

stoppen. Daarnaast heb ik bijgedragen aan de oprichting van een marathonploeg voor veteranen, die nog steeds (in 2013) bestaat. Ook was ik betrokken bij diverse verbouwingen voor de club, omdat ik van origine bouwkundige ben. Nadat ik in 2008 met de VUT ging, heb ik voorgesteld een team van circa vijf personen te vormen die de baan en het clubhuis onderhouden. Ik ben nu het aanspreekpunt van de werkgroep Onderhoud, die prima functioneert, en regel de onderlinge contacten en die met het PWN.

En wat het schaatsen betreft, dat doe ik nog altijd met veel plezier. Niet alleen aan de Zeeweg, maar ook op de kunstijsbaan. Daar blijft het niet bij, want ik rij zo gauw als het kan ook op natuurijs in Friesland en in de polders van Noord-Holland. Af en toe ga ik ook mee met een groep liefhebbers naar de Weissensee in Oostenrijk. Mijn grote wens is om aan mijn twee Elfstedentochten nog een derde toe te voegen en de tocht bij daglicht te kunnen volbrengen. Naast het schaatsen train ik ook nog met hardlopen en doe elk jaar nog mee aan de halve marathon van Egmond.”

De schaatstrainingsgroep in maart 1988.
De STG in maart 1988.

Na de schaatswinters van 1985 en 1986 zijn in de STG (schaatstrainingsgroep) twee groepen ontstaan: de tochtenrijders en de wedstrijdrijders. Een tocht op natuurijs is namelijk heel wat anders dan het zo snel mogelijk rondjes rijden opeen ijsbaan.
In 1989 werd de STG een zelfstandige vereniging onder de vleugels van VKIJ. Achtereenvolgens werden Rinus Sprangers, Klaas Wokke en Chris van Betuw voorzitter van de nieuwe vereniging.

Als natuurwinters uitblijven, zoekt een schaatser toch andere mogelijkheden. In 1989 kwam de Weissensee in Oostenrijk (ook wel alternatieve Elfstedentocht genoemd) in beeld: 200 kilometer op natuurijs in 8 ronden van 25 kilometer. Herman Becker, Bert Hendrikse, Frank Leonard, Rinus Sprangers en Tijmen de Vries namen daaraan deel. Een jaar later deden er nog meer STG’ers mee, te weten Geertje Becker, Iede Boorsma, Margriet Lok en André van der Zande.

Ook werd er in 1989 een licentiegroep voor de jeugd samengesteld. Voor de deelnemers gold de eis dat zij 500 meter in 60 seconden moesten kunnen rijden. In 1990 startte Henk Zonneveld met een fietstraining voor senioren die enorm aansloeg.

De STG organiseerde ook het gezamenlijk rijden van schaatstochten in Nederland als de vorst die mogelijk maakte. Een van de eerste was de Eilandspoldertocht, een rit van 35 kilometer, die in de winter van 1990-1991 werd gereden.


Jaarboek 36, pagina 12

Mariska van Veen, het honderdste lid van STG, met links burgemeester Schouwenaar en rechts voorzitter Klaas Wokke.
Mariska van Veen, het honderdste lid van STG, met links burgemeester Schouwenaar en rechts voorzitter Klaas Wokke.

Op zondag 18 november 1991 kon het bestuur van de STG het honderdste lid verwelkomen. Marisca van Veen kreeg de eer en werd door burgemeester Schouwenaar persoonlijk gelukgewenst.

Uit een overzicht uit 1993 blijkt dat de STG naast genoemde schaatswedstrijden ook vaak deelnam aan andere sportieve evenementen, zoals de Dam tot Damloop, de grachtenloop in Amsterdam, de halve marathon van Egmond, de wintertriatlon van Heerhugowaard en een fietstocht in de Dolomieten.

In 1996 leidde het zelfstandig opereren van het bestuur van STG binnen de vereniging tot onduidelijkheden en conflicten. Daarom benoemden de STG en VKIJ in1997 een commissie van wijze mannen om de meest gewenste organisatievorm te bepalen. Daarop werd besloten dat de STG weer onder de verantwoordelijkheid van VKIJ viel.

Er volgde na 1997 een lange periode waarin het ijs ontbrak, maar zowel door de jeugd als de oudere leden binnen de STG werd volop geoefend op de baan in Alkmaar. Ook werd de conditie van jaar tot jaar op peil gehouden door middel van loop- en fietstrainingen.

De STG nam in juni 2009 op ludieke wijze afscheid van het schaatsseizoen door een stepwedstrijd te houden tussen de licentie- en recreatieschaatsers over een tracé van 15 kilometer door de Castricumse duinen. Daarvoor was het jarenlang een traditie om het seizoen af te sluiten met een taartenloop.

Anno 2013 is de STG volledig geïntegreerd in VKIJ, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen actieve leden en ‘vrienden’ van de vereniging.

Het nieuwe logo van VKIJ uit 1984.
Het nieuwe logo van VKIJ uit 1984.

Het eerste clubblad van VKIJ verscheen in maart 1984, dat direct met enthousiasme werd ontvangen. In hetzelfde jaar kwamen er logo’s voor de vereniging en de schaatstrainingsgroep. Dit resulteerde in strakke afbeeldingen met daarop twee schaatsers.

De keet die van het PWN werd overgenomen.
De keet die van het PWN werd overgenomen.

Een derde vernieuwing in dat jaar was de aanschaf van een keet, die voor 500 gulden van het PWN werd overgenomen en in september naast de bestaande accommodatie werd gezet. Dit gebouwtje stond bij Kijk-Uit en had tot die tijddienst gedaan als werkruimte en kantoor van het nabijgelegen filmmuseum.

De vereniging plaatste in de loop van 1985 een grotere kantine, die met toiletten, koud en warm water, een nieuwe balie en een kleedruimte voor de schaatstrainingsgroep volledig aan de eisen van de tijd voldeed.

Arie Lute en Piet Zomerdijk achter het loket in 1991.
Arie Lute en Piet Zomerdijk achter het loket in 1991.

De winter van 1985 telde 24 dagen natuurijs. Op een zondag in januari passeerden enkele duizenden bezoekers de kassa van de ijsbaan aan de Zeeweg. Op voorstel van Arjan Lute werd in die periode een draaiboek samengesteld voor de gang van zaken op en rond de ijsbaan. Op basis van nieuwe ideeën en ervaringen werd deze handleiding elk jaar zo nodig bijgewerkt.


Jaarboek 36, pagina 13

Begin 1986 werd afscheid genomen van Jan Zonneveld die meer dan 50 jaar actief was voor VKIJ.
Begin 1986 werd afscheid genomen van Jan Zonneveld die meer dan 50 jaar actief was voor VKIJ.

Nieuw was ook het in het leven roepen van werkgroep enom de nodige klussen beter te kunnen uitvoeren. Tijdens de officiële opening van het vernieuwde clubhuis begin1986 werd er hulde gebracht aan Jan Zonneveld die ruim 50 jaar actief was voor de club en nu afscheid nam als bestuurslid. Zonneveld verzorgde zaken als het onderwater zetten van de ijsbaan, de muziek en hij verkocht kaartjes. Als blijk van waardering voor zijn grote inzet werd hij benoemd tot erelid. De KNSB reikte hem in dat jaar de zilveren bondsspeld uit.

In januari 1987 konden voor het eerst de dweilmachines worden ingezet. Zo was men in staat om verraderlijke scheuren nog beter te dichten. Het resultaat mocht gezien worden, want naburige verenigingen kwamen zelfs kijken hoe VKIJ dat deed. Het was die winter weer druk aan de Zeeweg, waar een aantal activiteiten werd georganiseerd om de gezelligheid te verhogen. Zo kon men meedoen aan ijsdansen (zwier- en zwaaiavond), een ijsdisco-avond en werd er een kortebaanwedstrijd voor de jeugd gehouden. Een Castricumse opticien maakte van de strenge vorst gebruik door het volgende rijmpje in een plaatselijke krant te plaatsen:
“Een schaatser kwam in een wak, z’n zicht was tamelijk zwak, men raadde hem aan naar ons toe te gaan, nu ziet hij een wak met gemak.”

Ter gelegenheid van het 55-jarig bestaan van VKIJ werd er in 1988 een jubileumboekje uitgegeven. Jan Breggeman had daarvoor zoveel mogelijk feiten en gebeurtenissen uit de geschiedenis tot dat moment verzameld en deze ook beschreven. Het voorwoord was van oud-voorzitter Mart Benard en naast een hoofdstuk over de schaatstrainingsgroep bevatte het boekje onder andere een lijst met ereleden, bestuursleden en leden van verdienste. De vereniging telde toen ruim 800 leden.

Na vier jaar wachten op natuurijs kon er in februari 1991 weer geschaatst worden aan de Zeeweg, zij het voor zeer korte duur.

De jeugdschaatsklas in 2007 met trainer Theo Versteegen uiterst links.
De jeugdschaatsklas in 2007 met trainer Theo Versteegen uiterst links.

Jeugdschaatsen

Rond 1991 voerde Robert Pel een schaatsklas in, die enorm aansloeg. Kinderen van 9-12 jaar leerden zodoende gedurende 10 lessen de beginselen van de schaatskunst op de Meent. Na afloop kregen zij een schaatsdiploma, uitgegeven door de STG (schaatstrainingsgroep).


Jaarboek 36, pagina 14

In 1993 nam Eugene Valkonet de taak van Robert Pel over. Ellen Teeling assisteerde als stagiaire en werd later ook trainer. De jeugdschaatsklassen groeiden van 12 naar 16 kinderen en werden een jaarlijks succes onderdeel van de vereniging.

Van 1996 tot 2010 werd Theo Versteegen hoofdtrainer bij het jeugdschaatsen. De lessen werden uitgebreid en klassen werden vergroot tot 45-60 kinderen per seizoen met ondersteuning van meerdere trainers en begeleiders.

Al met al hebben zo’n 1.000 kinderen inmiddels kennis gemaakt met het jeugdschaatsen binnen VKIJ. Op basis van de resultaten van de schaatsproeven zijn de deelnemers in het bezit van de officiële KNSB-diploma’s (opklimmend van A tot en met F).

Vriezen en dooien

Bij brief van 25 oktober 1995 uitte VKIJ richting het college van burgemeester en wethouders een aantal bedenkingen tegen het plan van een projectontwikkelaar om in het voormalige Duin en Bosch paviljoen Kinnehin, dat zich vlakbij de ijsbaan bevond, luxe appartementen te realiseren. Het bestuur was namelijk bang dat deze woningen de exploitatie van de ijsbaan in de weg zouden staan vanwege mogelijke protesten van bewoners over geluid- en lichtoverlast. Ook maakte men zich zorgen over het gemeenschappelijk gebruik van het pad dat toegang biedt aan zowel de ijsclub als de toekomstige appartementen. Nadat de ontwikkelaar tegemoet was gekomen aan de zorgen van VKIJ, werd het bezwaarschrift ingetrokken.

Het seizoen 1996-1997 was een prima schaatsjaar, waarin naast de Elfstedentocht in het hele land tochten werden georganiseerd. De Kennemer IJsbaan is dat jaar 18 dagen open geweest en er werden veel mensen lid. Tweemaal vond er weer een ijsdisco plaats, wat opnieuw een groot succes bleek.

Tijdens deze ijsperiode heeft het bestuur een tevredenheidsonderzoek laten doen, dat als schoolproject werd uitgevoerd. Op de enquête reageerden 124 personen, waarvan de meeste lid waren van VKIJ. Over het algemeen was de meerderheid positief over de kwaliteit van de baan en het clubhuis. Over de kleedruimte was men wat minder enthousiast, maar deze lokaliteit kreeg nog altijd een voldoende. Omdat uit het onderzoek bleek dat veel mensen niet of nauwelijks op de hoogte waren van de veiligheidsvoorzieningen, achtte het bestuur het noodzakelijk dat er voortaan tijdens een ijsperiode meer aandacht werd besteed aan de EHBO.

Als gevolg van het opheffen van het bestuur binnen de STG (schaatstrainingsgroep), koos de algemene ledenvergadering van VKIJ op 29 oktober 1997 een geheel nieuw bestuur, bestaande uit negen leden.

In het kader van de ‘Jeugdvakantiecocktail’ organiseerde VKIJ in de zomer van 1998 een skeelertocht. Begin december van dat jaar lag de ijsbaan aan de Zeeweg er toen beslist nog niet schaatsklaar bij, omdat het welig tierende riet nog niet was weggehaald. Overigens had de vereniging wel een oplossing om jaarlijks het maaiwerk te omzeilen, maar daar ging de gemeente niet mee akkoord.

De baan is weer gemaaid.
De baan is weer gemaaid.

Men wilde graskarpers in de plas uitzetten, want die vreten al het gras en riet weg. De gemeente was echter van mening dat daarmee de biotoop van het gebied zou worden aangetast. “Er groeien namelijk ook zeldzame planten en er leven veel dieren. Verder is deze plas een zogeheten paddenpoel”, aldus het Noordhollands Weekblad uit die tijd.

De daaropvolgende jaren waren ronduit mager voor de vereniging door het simpele feit dat koning Winter het liet afweten. In het weekend van 19 januari 2001 kon nog wel op de linkerhelft van de ijsbaan worden geschaatst, maar daar hield het ook mee op.

In 2003 ging de lang verwachte website de lucht in en sindsdien is de vereniging digitaal te bereiken onder www.vkij.nl.
Tijdens de algemene ledenvergadering op 27 september 2006 nam Herman Bosboom na 20 jaar afscheid als voorzitter en gingen de leden unaniem akkoord met het voorstel om hem aan het lijstje van ereleden toe te voegen.

Ereleden

1966 Izaäk Kriekaard
1967 Jan Broerse
1979 Mart Benard
1979 Daan Kernkamp
1979 Jan van der Meulen
1979 Harry van Os
1986 Jan Zonneveld
2006 Herman Bosboom

Doordat de verenigingsstukken incompleet zijn, is niet na te gaan welke personen tot 1967 benoemd zijn tot erelid. Ook is niet duidelijk in welk jaar Izaäk Kriekaard deze titel kreeg.

Pas in januari 2009 brak de schaatskoorts weer uit en ging het ook op de Kennemer IJsbaan na twaalf kwakkelwinters écht los! De bestuurders van VKIJ merkten wel dat


Jaarboek 36, pagina 15

er lang niet meer geschaatst was. “Veel mensen stonden wat onwennig op het ijs, er waren veel valpartijen. En elke dag stuurden onze EHBO’ers en BHV’ers (Bedrijfshulpverleners) wel een of twee mensen meteen gekneusde pols naar de dokter”, zo vertelde secretaris Judith Teeling aan het Nieuwsblad voor Castricum. Deze krant meldde ook dat de vereniging in de afgelopen vorstperiode veel nieuwe donateurs mocht begroeten, waarmee de toekomst van de ijsbaan en VKIJ voorlopig weer zeker gesteld was.

IJsmeester Hans Teeling.
IJsmeester Hans Teeling.

IJsmeesters aan het woord

We weten het allemaal van de Elfstedentochten. De rol van de ijsmeester is daarbij van cruciaal belang, omdat hij de dikte van het ijs meet en mede bepaalt of de tocht doorgang kan vinden. Ook de Kennemer IJsbaan heeft al die jaren een ijsmeester gekend. Hans Teeling (1961), die vanaf 1998 tot 2010 deze functie aan de Zeeweg uitoefende, vertelde:

“Ik schaats vanaf 1972 bij VKIJ en nam toen deel aan de Schaatstrainingsgroep. Na een crisis in de vereniging werd ik lid van een schaatsclub in Limmen en vervolgens in Alkmaar. Omdat mijn oudste zoon Jan bij VKIJ ging schaatsen, kwam ik in 1995 terug als vrijwilliger. Eerst was ik fietstrainer en daarna ijsmeester. Het meten van de ijsdikte gebeurde met een door mijn voorganger Henk Post bedachte meetstok.

Ik moest echter wachten tot begin 2009 voordat ik de eerste keer mocht meten en bij zo’n zeven centimeter zwart ijs het sein mocht geven dat de baan open kon. Je merkt dan dat de hele vereniging tot leven komt en er plotseling allerlei klussen nodig zijn om geluidsinstallatie, verlichting, enzovoorts weer aan de praat te krijgen.

Tijdens de ijswinter 2009-2010 was ik heel veel op de baan aanwezig. We waren twee weken achter elkaar open en mijn vrouw en ik waren toen blij dat het weer ging dooien. Overigens hebben we in die winter veel last gehad van sneeuwval. Daardoor krijg je fondant ijs, waarop je totaal niet kunt schaatsen. We hebben toen in een nacht met stevige vorst na overleg met het PWN de brandweer de baan laten opspuiten. Een zeer koude en urenlange klus, maar de volgende avond stond iedereen weer bij ons op het ijs, terwijl er elders in de polder niet gereden kon worden. Ik ben er trouwens zelf wel eens met meten doorheen gezakt, omdat het ijs vooral op de kleine baan langs het fietspad heel verraderlijk kan zijn.

In 2010 heb ik mijn functie overgedragen aan Jan Breggeman en Cees van Tinteren, maar bleef wel actief voor de club. Zo heb ik drie jaar geleden een mountainbike groepje opgericht voor met name senioren die kampen met blessures, waardoor ze niet meer mee kunnen doen aan de looptraining.


Jaarboek 36, pagina 16

IJsmeester Cees van Tinteren.
IJsmeester Cees van Tinteren.

De huidige – in 2013 – ijsmeester Cees van Tinteren (1941) is al jaren actief binnen de vereniging:

“In 1984 hoorde ik voor het eerst van een schaatstrainingsgroep in Castricum. Mijn neef André van der Zande vond dat wel iets voor me en toen ben ik ook lid geworden van VKIJ. Met André heb ik de Elfstedentochten van 1986 en 1997 uitgereden en nog diverse andere grote tochten in binnen- en buitenland met in 2012 nog een keer een uitschieter naar de Weissensee. Vrijwel direct nadat ik lid werd van VKIJ ben ik in het klussenteam van Jan Breggeman opgenomen.

Vanaf 2000 geef ik twee middagen ijstraining aan senioren op de kunstijsbaan in Alkmaar. Sinds een paar jaar bekleed ik ook de functie van ijsmeester. Ik was in februari 2012 nog in Oostenrijk toen hier de baan aan de Zeeweg al open ging. Tijd om thuis even bij te komen was er niet bij en ’s avonds stond ik alweer op de schaats achter de borstelmachine om het ijs te prepareren, zodat de schaatsliefhebbers uit Castricum en omgeving weer optimaal van onze gezellige baan konden genieten.

Afgelopen winter heeft de natuur ons bij de neus genomen. We hadden met veel handwerk een prachtige baan geschoven op zaterdag 19 januari en wilden de volgende dag ook de tweede helft sneeuwvrij schuiven. Daar was het ijs echter nog te dun om er met meerdere mensen op te gaan. De andere baan was 6 tot 6,5 centimeter dik en met nog twee nachten vorst hoopten we die dinsdag daarop open te kunnen gaan. Helaas begon het zondag te sneeuwen en toen ik maandagmorgen kwam kijken was al ons werk teniet gedaan. Ruim 10 centimeter sneeuw erop die was gaan broeien, waardoor de toplaag van het ijs aan het smelten was en er zich een paplaag onder de sneeuw had gevormd. Het leven van een ijsmeester gaat dus niet over rozen …

Tijdens de nieuwjaarsreceptie van de vereniging op 18 januari 2009 werd het 75-jarig bestaan gevierd. Burgemeester Aaltje Emmens-Knol was ook naar het verjaardagsfeest gekomen om voorzitter Ronald Snijders de Koninklijke erepenning te overhandigen. Die wordt toegekend aan instellingen of verenigingen bij een 50-jarig bestaan of een veelvoud met 25 jaar. Daarnaast moet de te onderscheiden club een maatschappelijk doel hebben. De Kennemer IJsbaan heeft in ieder geval ruimschoots aan die voorwaarden voldaan.

In 2009 werd de weggezakte dijk van de ijsbaan door ophoging in ere hersteld, waarbij het werk grotendeels neerkwam op de schouders van vader en zoon Boots. Daarvoor hadden zij er ook al voor gezorgd dat het looppad naar de ingang van het clubgebouw werd bestraat.

IJsmeester Hans Teeling gaf in december van dat jaar goedkeuring om de baan open te stellen en in februari 2012 konden jong en oud eveneens genieten van een weekje schaatsplezier aan de Zeeweg.

Ook burgemeester Toon Mans (met lange zwarte jas) was aanwezig bij de jeugdwedstrijden in februari 2012.
Ook burgemeester Toon Mans (met lange zwarte jas) was aanwezig bij de jeugdwedstrijden in februari 2012.

Sportief gezien werden er de laatste jaren ook de nodige successen behaald. Zo won Rutger van der Klip in 2009 voor het eerst de Slikkerbokaal in de categorie neo-senioren/senioren op ijsbaan De Meent in Alkmaar. Deze wedstrijd wordt verreden over twee keer 100 en twee keer 300 meter. In februari 2011 won hij voor de tweede keer deze bokaal, wat nog nooit door iemand in deze categorie was gepresteerd.

Ook de 13-jarige Thom de Vries leverde grote prestaties door de afgelopen vijf seizoenen alle clubrecords van VKIJ in zijn leeftijdscategorie te verbeteren. Hetzelfde werd bij de meisjes gepresteerd door de 14-jarige Pauline Verhaar.

Arjen Becker, die een aantal jaren lid was van VKIJ, groeide uit tot een bekende wedstrijdschaatser en legde tijdens de Nederlandse kampioenschappen marathonschaatsen op 23 december 2010 nog beslag op de derde plaats.

Ronald Snijders spreekt de leden toe tijdens de nieuwjaarsreceptie in 2012.
Ronald Snijders spreekt de leden toe tijdens de nieuwjaarsreceptie in 2012.

Een trotse voorzitter

Ronald Snijders (1958) volgde in 2008 Ron de Haan op als voorzitter van VKIJ. Ondanks dat er niet elk jaar ijs is, heeft hij zijn handen vol aan het leiden van de club:
“Uiteraard ben ik trots op onze locatie, want waar vind je een baan met zo’n prachtige ligging? Door de beschutting duurt het wel wat langer voordat hij open gaat, maar het voordeel is weer dat het ijs langer blijft liggen. Sinds mijn aantreden bij het bestuur kregen we gelijk te maken met een serieuze winter, waardoor de baan open kon. Al gauw bleek dat de verlichting vervangen moest worden. Dat jaar zijn er, mede met behulp van financiële steun van de Rabo-


Jaarboek 36, pagina 17

bank, drie lichtmasten aangeschaft; in 2012 zijn er nog eens vijf bijgekomen. Een belangrijke aanwinst is ook de totaal vernieuwde website die in 2009 werd ingevoerd, nadat het clubblad ophield te bestaan. Daarnaast beschikken we sinds twee jaar dankzij sponsors over clubkleding met opdruk van het nieuwe logo, dat is voorzien van een kroontje vanwege de Koninklijke erepenning die ons in 2009 werd toegekend.

De jeugdgroep in nieuwe sponsorkleding.
De jeugdgroep in nieuwe sponsorkleding.

Tevens is het wedstrijdschaatsen de afgelopen vijf jaar opeen hoger peil gebracht en zijn saamhorigheid, conditie en schaatstechniek bevorderd door onder andere skeeleren in de zomer en deelname aan marathonwedstrijden in de winter. Naast de exploitatie van de ijsbaan zal het bestuur zich de komende jaren moeten richten op een plan voor de toekomst, omdat verjonging van zowel actieve als recreatieve leden hard nodig is. De vereniging heeft genoeg te bieden en dat moet duidelijk zichtbaar zijn voorde buitenwereld.”

Slotwoord

Het mag een prestatie worden genoemd dat een club als VKIJ er na 80 jaar gezond voor staat. Een aantal keren was het namelijk de vraag of de vereniging als gevolg van een crisis kon blijven bestaan, maar steeds stonden er weer mensen op die de club van de ondergang wisten te redden. Jarenlang bleef VKIJ in winterslaap, omdat de weergoden niet meewerkten. Ongetwijfeld zullen de schaatsliefhebbers echter ook volgend jaar hun ijzers weer aan de Zeeweg onderbinden. IJs en weder dienende!

Hans Boot

Bronnen

  • Archiefmateriaal Vereniging Kennemer IJsbaan en PWN.
  • Edities Castricumse en regionale kranten.

Met dank aan: Mart Benard, Jan Breggeman, Nettie Ruijter (overleden), Cees Schulte, Ronald Snijders, Eric Tabak, Hans en Judith Teeling, Cees van Tinteren, Theo Versteegen, Roel van de Waal en Jan Zijlstra.