1 augustus 2022

VVV 90 jaar (Jaarboek 32 2009 pg 52-60)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 32, pagina 52

VVV Castricum 90 jaar

Advertentie van de VVV.
Advertentie van de VVV. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.


De oudste archiefstukken van de VVV ‘Castricum Vooruit’ zijn ruim een jaar geleden bij toeval gevonden op een nauwelijks bereikbaar zoldertje van een bedrijfspand. Lang werd gedacht dat het archief bij een brand verloren was gegaan, maar door een verbouwing kwamen daar de oude notulenboeken en andere papieren tot ieders verrassing tevoorschijn.

Ter gelegenheid van het 90-jarig bestaan van de VVV kunnen we nu even terugkijken naar de geschiedenis van deze organisatie en tegelijk zien hoe recreatie en toerisme in Castricum langzamerhand tot ontwikkeling kwamen.

Pas eind jaren (negentien) twintig begon de opkomst van Castricum als vakantieoord. In vergelijking met andere dorpen die aan zee en aan de duinen liggen, is dat aan de late kant. Belangrijke oorzaken waren dat de duinen in handen waren van grootgrondbezitters, die hun terreinen voor het publiek gesloten hielden en dat de weg naar het strand nauwelijks begaanbaar was. Het terrein van het gesticht Duin en Bosch was ook verboden gebied. Toegangskaartjes voor het duingebied kon je ook niet overal kopen. Het werd de toerist niet makkelijk gemaakt.

In 1903 kocht de provincie de duinbezittingen van prinses Von Wied, die voorheen eigendom waren geweest van koning Willem I. De zuidgrens lag ongeveer ter hoogte van het begin van de Zanderij.

Toen de Zanderij werd afgegraven was de Mient nog onbewoond.
Toen de Zanderij werd afgegraven was de Mient nog onbewoond. Enkele arbeiders uit de omliggende polders die op de Zanderij werkzaam waren, bouwden hier hun meestal schamele huisjes. Antje Breetveld, ook wel Zwarte Ant genaamd en Griet Miggel waren getrouwd met 2 van deze polderjongens zoals men de zandgravers toendertijd betitelde. In 1914 werden de vervallen bouwsels afgebroken. Voor het huis de vrouwen in klederdracht en links het huisje van Jan Vader. De behuizing is hoewel schilderachtig vooral primitief. Het huisje van Jan Vader was geen officieel café. Veel jongelui legden hier een kaartje. De Mient als zandpad, Castricum 1900. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Ontginning en verbetering van gronden en bosbouw waren de voornaamste motieven voor de aankoop. Aan recreatieve doeleinden werd nog helemaal niet gedacht. Pas vele jaren later sloegen de eerste kampeerders hun tenten op in het bos tegenover de boerderij Johanna’s Hof van Willem Twisk. Officiële kampeervergunningen zijn in 1920 verleend en toen werden er ook 273 toegangsbewijzen verkocht.

P.H.L.J. Lommen was burgemeester van Castricum van 1918 tot zijn overlijden in 1936. Op zijn initiatief werd op 12 september 1919 de VVV ‘Castricum Vooruit’ opgericht.
P.H.L.J. Lommen was burgemeester van Castricum van 1918 tot zijn overlijden in 1936. Op zijn initiatief werd op 12 september 1919 de VVV ‘Castricum Vooruit’ opgericht.

Vooruitgang

De oprichting van de VVV ‘Castricum Vooruit’ markeerde de feitelijke start van Castricum als recreatie- en vakantie-oord. Op uitnodiging van burgemeester Lommen werd op 12 september 1919 een groot aantal inwoners bijeengeroepen. Lommen had burgemeester Mooij op 1 juli 1918 opgevolgd. Hij was er van overtuigd dat Castricum aan de vooravond stond van grote veranderingen.

Het verslag van de eerste vergadering begint als volgt:
“Op uitnodiging van de burgemeester vond een bijeenkomst plaats van neringdoenden en burgers om te komen tot een vereeniging beogende de vooruitgang op alle gebied van Castricum.”
De burgemeester zelf leidde de eerste vergadering. Maar liefst 50 mensen, waaronder de oud-burgemeester, waren op de eerste vergadering aanwezig; een aantal dat in de daarop volgende 90 jaar nooit meer gehaald is.

De nieuwe vereniging stelde zich de bevordering van het vreemdelingenverkeer ten doel, maar daarnaast stonden bevordering van industrie, uitbreiding van het dorp en verbetering van het vaarwater (de Schulpvaart) en straatverlichting hoog genoteerd.

De gemeente, met nog geen 4.500 inwoners, was volgens de burgemeester te veel afhankelijk van het tuinbouwbedrijf. Verbetering van wegen en voorzieningen in het dorp zag hij als een voorwaarde om het dorp als vakantieoord meer kansen te geven en ‘Castricum Vooruit’ zou een belangrijke medespeler van het gemeentebestuur kunnen zijn. Bij de keuze van bestuursleden uit alle delen van de gemeente mochten politieke opvattingen geen rol spelen.

Kruidenierswinkel de Haas.
Kruidenierswinkel de Haas. Dorpsstraat 63 in Castricum, 1916. Op de gevellijst staat ondermeer het jaartal 1884. Rechts van de winkel een open loods, met daarin een wagen met opschrift: M. de Haas Castricum. Op de winkelgevel borden met diverse opschriften: Wijndepot van Andrau & Co, Zebra Kachelglans, Maggi en Brasso. Aan de zijkant een groot bord met opschrift: Solo en pionier. Het gebouw bestaat oorspronkelijk uit drie aaneengelegen pandjes. Dit is te zien aan de verschillende verdiepingshoogten.

Tot eerste voorzitter en secretaris werden respectievelijk ondernemer J. de Haas en gemeentesecretaris Van Lunen gekozen. Verder bestond het bestuur uit de heren J. Harbers, A. van Benthem, M. Olgers, A.C. Borst. H. Hemmer en C. de Groot.

Bakkerij Hemmer aan de Ruiterweg.
Bakkerij Hemmer aan de Ruiterweg 71-73 in Castricum. De bakkerij
 stond op de plaats waar nu de Helmkade begint. Het pand is gesloopt in 1943. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Hemmer, die een bakkerij had aan de Ruiterweg, volgde De Haas al spoedig op en bekleedde deze functie naar ieders tevredenheid vervolgens 12 jaar. Schilder Sijf Portegies heeft hem qua zittingsduur overigens ruim verslagen. Hij was 25 jaar bestuurslid, waarvan vele jaren penningmeester.

Het eerste besluit dat het bestuur nam, was de instelling van een commissie die de uitdieping van de Schulpvaart moest onderzoeken. Bestuurslid Olgers, eigenaar van enkele beurtschepen, zal daar debet aan zijn geweest. Een volgend punt was de realisering van een ijsbaan op het land bij Fochteloo. De aanwezige heer Rommel verklaarde zich daartegen: “Iedereen moet vrij zijn en de mogelijkheid is niet uitgesloten dat de Katholieken dan weer afzonderlijk beginnen.” Het tekende wel een beetje de verhouding tussen katholieken en niet-katholieken. Het


Jaarboek 32, pagina 53

voorstel werd toch aangenomen. Voor de investering van 300 gulden werd een obligatielening uitgeschreven, die staande de vergadering voltekend werd.

De vereniging hield zich in de daarop volgende jaren bezig met onderwerpen zoals de verbetering van wegen, de treinenloop, het dempen van slootjes, de vestiging van een telefoonkantoor, de straatverlichting, de aansluiting op het waterleidingnet enzovoorts.

Samen met de gemeenteraad verzette de VVV zich met succes tegen de dreigende omleiding van de rijksweg oostelijk van het dorp. De nieuwe weg zou via een ‘luchtbrug’ over de spoorbaan worden geleid. Het is wel begrijpelijk dat de ‘neringdoenden’ bang waren dat de nieuwe weg tot omzetverlies zou leiden.

 De voorpagina van enkele VVV-gidsen die tussen 1925 en 1936 verschenen. Burgemeester Lommen was voorzitter van de redactiecommissie.
De voorpagina van enkele VVV-gidsen die tussen 1925 en 1936 verschenen. Burgemeester Lommen was voorzitter van de redactiecommissie.

Natuurwaarden

Het bestuur werkte graag mee aan een publicatie over Castricum in het tijdschrift ‘Buiten’ van 1 mei 1920. Of het helemaal zo heeft uitgepakt als de bedoeling was, moet worden betwijfeld, want na een beschrijving van het nog onbedorven landelijke gebied schreef de journalist: “Er is sinds korte tijd een vereeniging ‘Castricum Vooruit’ die daarin verandering wil brengen en met gemengde gevoelens hebben wij het vernomen. Want ach hoeveel landelijkheid dreigt hier weder te loor te gaan!”

Aan de voet van de Papenberg.
Aan de voet van de Papenberg. Castricum, 1928. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Het bestuur was zich toch wel degelijk bewust van de te beschermen natuurwaarden. In 1924 nam men met ontzetting kennis van het bericht dat de familie Gevers in onderhandeling was getreden met de N.V. Ballast Mij. te Amsterdam over de afzanding van de voorduinen, waaronder de Papenberg. De vergadering was van oordeel dat dit een niet te herstellen verlies zou betekenen voor het natuurschoon. Men zag heel goed in dat dit Castricum minder aantrekkelijk zou maken als woonplaats en dat het ook ten koste zou gaan van het vreemdelingenverkeer. Het bestuur werd gemachtigd alles te doen om dat te voorkomen. De verdere afzanding is gelukkig tot een kleiner stuk beperkt gebleven.

Ook spande de vereniging een proefproces aan tegen de familie Gevers, die de wandelwegen in het duin had afgesloten. De kantonrechter gaf de eigenaar gelijk. Het bestuur wilde zich er nog niet bij neerleggen, maar van verder procederen is het toch niet gekomen.

In het Geversduin met zicht op Kijk Uit.
In het Geversduin met zicht op Kijk Uit. Helmweg in Castricum. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Toen de provincie in 1933 het Geversduin kocht, was de VVV er als de kippen bij om Gedeputeerde Staten te vragen dit deel van de duinen, net als het landgoed Bakkum, open te stellen. De vreugde was groot toen dat verzoek in maart 1934 werd ingewilligd. De openstelling was voor beide delen nog niet helemaal gelijk. Geversduin zou bezocht kunnen worden van 1 mei tot en met 30 september, terwijl Bakkum het hele jaar was opengesteld. Pas in 1942 werd de regeling voor de toegang gelijk getrokken.

Strandweg

De aanleg van een weg naar zee, toen nog de Strandweg genoemd, heeft de gemoederen behoorlijk bezig gehouden. ‘Castricum Vooruit’ blies haar partijtje mee.

Strandweg in Bakkum, later Zeeweg genoemd.
Strandweg in Bakkum, later Zeeweg genoemd. Rechts klein Fochtelo. Links voor de fietsers de oude Heereweg. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

De provincie zag de aanleg van het eerste gedeelte tot het kampeerterrein en Johanna’s Hof als een provinciaal belang en het vervolg tot aan het strand vooral als een gemeentelijk belang.
In een ledenvergadering van ‘Castricum Vooruit’, die op 25 oktober 1922 in De Rustende Jager werd gehouden, deelde de burgemeester mee dat de verharding van het tweede deel tot aan de voet van de duinen 12.500 gulden zou kosten. De provincie vond dat 90 procent van de kosten voor rekening van de gemeente moest komen. De burgemeester wilde daar wel in meegaan en de VVV steunde de burgemeester van harte. De gemeenteraad was niet zo enthousiast. Raadslid Middelveld was erop tegen om een bedrag aan te bieden aan de rijke provincie en de heer Spaansen wilde het besluit uitstellen tot de begrotingsbehandeling. Kortom, de raad werkte niet mee en het kwam niet tot een gezamenlijke aanleg van de hele weg. De provincie stopte met de bestrating bij het Commissarishuis (de boerderij die ter hoogte van het kampeerterrein stond).

Het commissarishuis aan de Zeeweg.
Het commissarishuis aan de Zeeweg in Bakkum, 1925. Men is bezig met het maken van een ereboog voor de opening van de verharde Zeeweg.  De naam commissarishuis komt van het huis waarin de commissarissen van Konings Duin vergaderden. Het commissarishuis is gesloopt 1946. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Bij de opening van het eerste deel in 1922 organiseerde de VVV een optocht door het dorp en over de verharde Zeeweg, waarin onder meer een draaiorgel meereed en Piet Wulp als omroeper fungeerde. Er reed ook een groot aantal schelpenkarren mee. Zolang het tweede deel van de Strandweg nog niet was aangelegd, stalden de strandbezoekers hun fietsen bij Johanna’s Hof en bij het Commissarishuis en liepen het laatste stuk.

Theehuis Johanna's Hof.
Theehuis Johanna’s Hof. Johannisweg 3 in Bakkum, 1930. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Het VVV-bestuur bleef aandringen op doortrekking van de weg. Op 30 april 1924 togen de toenmalige voorzitter van Castricum Vooruit, D.R. de Jong en de secretaris Jac. van Hoeve (directeur van de gasfabriek), naar Haarlem. De provincie was van mening dat de bestrating voor de gemeente Castricum van groot belang was en zag zelf geen direct belang bij de doortrekking. Een belangrijke financiële bijdrage van de gemeente en voldoende politie toezicht langs de Strandweg en aan het strand bleven de provinciale voorwaarden. De provincie was bereid enkele vergunningen te verlenen voor ‘ververschingstenten’ op provinciaal terrein en aan het eind van het seizoen kon worden bekeken of er schade aan de provinciale landgoederen was ontstaan. Tegen de winter zou dan door Gedeputeerde Staten een besluit worden genomen over het al of niet doortrekken van de bestrating.

De delegatie van het VVV-bestuur voerde aan dat geen extra beschadigingen van een goed begaanbare weg waren te verwachten en vroeg om de provinciale voorwaarden zo spoedig mogelijk aan het gemeentebestuur voor te leggen.


Jaarboek 32, pagina 54

Dan zou de verbinding met het strand, waarvoor Provinciale Waterstaat de plannen al klaar had liggen, misschien nog voor het volgende zomerseizoen gereed kunnen zijn.

De provincie hield zich aan die afspraak en stelde de gemeenteraad voor dat de provincie en de gemeente ieder 50 procent van de aanleg- en de onderhoudskosten zouden betalen; gunstiger dus dan de eerste aanbieding.

Het VVV-bestuur besloot een wagen door het dorp te laten rijden met een oproep aan de ingezetenen voor een bezoek aan de raadsvergadering, die op 27 mei 1924 werd gehouden. Tot ieders opluchting werd het voorstel van de provincie nu door de gemeenteraad aanvaard. Burgemeester Lommen verklaarde verheugd dat de Raad door dit besluit in het waarachtig belang van Castricum had gehandeld en een zeer prijzenswaardige daad had verricht.

Aanleg van het tweede deel van de Zeeweg.
Aanleg van het tweede deel van de Zeeweg in Bakkum, 1923. Stratenmakers poseren. In 1924 werd de Zeeweg bestraat, een grote verbetering voor de schelpenvissers. De officiële opening vond plaats in mei 1925 door burgemeester Lommen. een jaar later kwam er ook een fietspad en in 1930 een voetpad. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Op 17 maart 1925 stelde de gemeente de naam Zeeweg vast voor ‘den verharden Strand- of Schelpweg’; op 19 mei 1925 vond de opening plaats. Castricum Vooruit organiseerde op verzoek van de gemeente een groot feest, inclusief optocht en muziekkorpsen. Bestuurslid Borst zorgde voor de erepoort op de Zeeweg. De ontsluiting van het strand was eindelijk een feit. Het oude dorp was de jongste badplaats geworden.

De opening van de verharde Zeeweg in 1925 was een mijlpaal in de ontwikkeling van Castricum als recreatie gemeente.
De opening van de verharde Zeeweg in 1925 was een mijlpaal in de ontwikkeling van Castricum als recreatie gemeente.

Bezoekers uit de Zaanstreek en Amsterdam moesten nog wel via de Brakersweg of de Mient hun weg naar het strand zien te vinden. De provinciale weg tussen Uitgeest en Limmen kwam in pas in 1933 gereed en de aansluitende Zeeweg richting Bakkum, met viaduct over de spoorlijn, nog drie jaar later. Zo ontstond de wegenstructuur zoals we die tot vandaag nog steeds kennen.

De aanleg van het viaduct over de spoorlijn.
De aanleg van het viaduct over de spoorlijn. Zeeweg in Bakkum, 1934. Het zand is gehaald uit het duin en zo is het meertje van Vogelenzang ontstaan. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Gids voor Castricum

Toen de bestrating van de Zeeweg was voltooid, kon Castricum zich als vakantieoord presenteren. In 1924 gaf de VVV al een plattegrond uit van het provinciaal landgoed Bakkum, het vroegere Koningsduin en het Geversduin. De opbrengst van de advertenties dekte de kosten. De kaart was belangeloos getekend door de toenmalige voorzitter D.R. de Jong. Over de uitvoering kreeg hij hevig ruzie met directeur Winkler van de plaatselijke drukkerij ‘Dante Alighieri’, waarop hij bedankte als voorzitter.

Een jaar later besloot de VVV een complete gids uit te geven. Voorzitter van de redactiecommissie was burgemeester Lommen persoonlijk. Met een bijdrage van de gemeente en de opbrengst van de advertenties lukte het ook die uitgave te bekostigen.

De burgemeester schreef in zijn voorwoord:
“Castricum maakt zich gereed de vreemdelingen te ontvangen. Alles is nog in het begistadium, maar heeft daardoor de aantrekkelijkheid van het nieuwe.
Castricum gaat badplaats worden, eene badplaats naar wij hopen met een eigen karakter, eene badplaats gezocht en bezocht door hen, die in de rustige rust, het ongeschonden natuurschoon, het mooie strand en de heerlijke zee bevrediging vinden.

Zeker Castricum zal het zijn gasten aangenaam hebben te maken, voor afwisseling en afleiding – buiten het natuurschoon – hebben te zorgen, maar toch wenschen wij, dat dit steeds bijzaak moge blijven en dat het de mooie omgeving zal zijn, welke de vreemdeling doet besluiten Castricum te verkiezen als vacantie-oord of woonplaats.


Jaarboek 32, pagina 55

Ons ideaal is: het dorp de comfortabele woonplaats; het onmiddellijk daaraan grenzend natuurschoon ongerept.”

Ook in andere hoofdstukken van deze eerste toeristische gids wordt benadrukt dat Castricum beslist geen Scheveningen of Zandvoort wil zijn. “Wie van de natuur wil genieten kome hier, naar Castricum aan Zee.”

Een advertentie in de VVV-gids uit 1925, waaruit de tweeledige doelstelling van ‘Castricum Vooruit’ blijkt.
Een advertentie in de VVV-gids uit 1925, waaruit de tweeledige doelstelling van ‘Castricum Vooruit’ blijkt.

Woonplaats

In de gids worden de kwaliteiten van Castricum als woonplaats ruim onder de aandacht gebracht, passend binnen de doelstelling van ‘Castricum Vooruit’. Beschreven wordt het uitzicht vanaf de Papenberg.

Zicht op de Kramersweg vanaf de Papenberg.
Zicht op de Kramersweg vanaf de Papenberg. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

“Hier rust de blik met welgevallen op Castricum, als centrum der overige duidelijk zichtbare buurtplaatsen als Heemskerk, Uitgeest, Akersloot, Limmen, Heiloo en de Egmonden.”

Verder: “Staat dus den inwoner van Castricum de volle schoonheid der omgeving ten dienste, de plaats zelf biedt gelegenheid tot bouwen ten over. Een uitbreidingsplan is in wording, terwijl de gemeente voorziet in de behoefte van gas, water en elektriciteit, de provincie in die van leidingwater. De steeds toenemende vraag naar bouwterrein, vooral van de zijde van hen, die in Amsterdam of de Zaanstreek hun werk hebben, valt dan ook niet te verwonderen.”

In advertenties boden de Castricumse aannemers A. Borst, C. de Groot, A. Hopman, Jac. de Nijs, Joh. Res en Jb. Weel hun diensten aan, zowel voor de verkrijging van bouwgrond als voor de bouw van woningen.

De VVV kwam in 1933 en in 1936 met geactualiseerde uitgaven, waarin net als in de eerste gids Castricum als plaats voor ‘tijdelijk verblijf of als plaats voor blijvende vestiging’ werd aangeprezen.

Het jaar 1936 eindigde triest door het op 10 november overlijden van burgemeester Lommen, ere-voorzitter en oprichter van de VVV. Met moeite was het hem nog gelukt de zomerfeesten te openen; het zou zijn laatste openbare optreden zijn.
In het jaarverslag van 1936 wordt vermeld: “In overleg met mevrouw de weduwe Lommen werd voor de zielenrust van de overledene een Heilige mis gelezen, in plaats van het zenden van bloemen.”

Castricum aan Zee

In 1921 verrezen de eerste tentjes voor ‘ververschingen’ op het Castricumse strand. De gemeente huurde 100 meter van Rijkswaterstaat tegen een huurprijs van 0,05 gulden (vijf cent) per strekkende meter. De strandexploitanten waren Bakker, Buxtorff, Koelewijn, Vader en Van Velzen. Willem Borst en Piet Schotvanger hadden samen een ‘paviljoen’.

 Paviljoen Armeria dat in 1925 werd gebouwd.
Paviljoen Armeria dat in 1925 werd gebouwd.

Tussen de strandexploitanten, de VVV en de afdeling Castricum van de rooms-katholieke middenstandsvereniging De Hanze werd in 1931 een felle discussie gevoerd over het plan van het gemeentebestuur om een groot deel van het strand aan Johan Wilhelm Kockx uit Egmond aan Zee te verpachten, die dan met instemming van de provincie ook een ‘Badhotel’ zou bouwen. Er was nog al wat weerstand tegen het monopolie van de Egmonder.

Voor een meerderheid van de raad gaf de verbetering van de kwaliteit van de voorzieningen in Castricum aan Zee en de realisering van het Badhotel de doorslag. De rooms-katholieke middenstandsvereniging en de strandexploitanten spraken er hun afkeuring en diepe verontwaardiging over uit.


Jaarboek 32, pagina 56

Het badhotel Armeria werd in 1931 geopend. Het kwam in de plaats van het gelijknamige paviljoen. Op last van de bezetter is het badhotel in 1943 gesloopt.
Het badhotel Armeria werd in 1931 geopend. Het kwam in de plaats van het gelijknamige paviljoen. Op last van de bezetter is het badhotel in 1943 gesloopt.

Badhotel

De Alkmaarsche Courant schreef op 7 juli 1931:
“Eenvoudig en van architectonische waarde verheft zich het gebouw dat door een fraaie en degelijke trap is verbonden met de weg.
Beneden heeft men een ruim restaurant dat in een halve cirkel is gebouwd en uitzicht geeft op zee. De hal geeft met een trap verbinding met de op de verdieping gelegen slaapkamers, welke alle van stroomend water zijn voorzien en door een ruime deur toegang geven tot een flink balkon. Beneden aan het strand is een flink paviljoen gebouwd dat den weidschen naam draagt van Paviljoen Armeria. Hier heeft men naast een terras een flinke ruimte binnen, met een afzonderlijke dansgelegenheid.

Over het geheele strand zijn een groot aantal vlaggestokken geplaatst waaraan vlaggen van allerlei nationaliteiten zijn bevestigd. Ook op de ververschingsgelegenheden aan het strand en op het hotel wapperen de vlaggen dat het een lieve lust is.”

De parkeergarage van Maarten Biesterbos.
De parkeergarage van Maarten Biesterbos. Zeeweg Castricum aan Zee, 1933. In dit gebouw was plaats voor een veertigtal auto’s op de begane grond en in de kelder daaronder konden circa 3.000 fietsen worden gestald. Naast de garage was ook een parkeerplaats waar nog eens 200 auto’s konden worden geparkeerd. De fietsenstalling en de parkeergarage werden, evenals het badhotel, in de oorlogsjaren gesloopt.Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

M.J. Biesterbos kwam in 1931 ook tot een akkoord met de provincie en bouwde een autogarage voor 50 auto’s en een overdekte fietsenstalling voor 800 rijwielen naast een open stalling.
Castricum aan Zee was gereed om de badgasten te ontvangen. Het enige waar toen al over gemopperd werd, waren de parkeertarieven.

Hotels en pensions

Castricum telde volgens de toeristische gids uit 1925 drie hotels: ‘Van Benthem’ en ‘De Rustende Jager’ aan de Dorpsstraat en ‘de Harmonie’ op de hoek Burgemeester Mooijstraat en Stationsweg. Enkele jaren later boden ook het Badhotel in Castricum aan Zee, Borst, De Goede Verwachting (Heereweg), Johanna’s Hof, Kuilman, Maja (het latere Kornman en thans – in 2009 – Mezza Luna) hotelaccommodatie. Er waren toen maar liefst 9 hotels en daarnaast veel pensions of particulieren die kamers verhuurden.

Hotel en café-restaurant Kornman.
Hotel en café-restaurant Kornman. Mient 1 in Castricum. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Behalve de 40 adressen die in 1926 bij de VVV waren aangesloten, waren er nog tientallen huisgezinnen die zelfstandig verhuurden. Bij het station werden zelfs pensiongasten aangesproken en naar adressen begeleid door gidsen die daar weer een centje aan verdienden.
Het was volop crisistijd en iedereen wilde er graag wat bij verdienen. In 1932 werd het aantal huisgezinnen dat verhuurde geschat op 120. Veel mensen ontvingen ieder jaar dezelfde gasten en er ontstonden langdurige vriendschappen.

Vanaf 1937 gaf de VVV een hotel- en pensiongids uit. In bijna iedere advertentie werd in de beginjaren de aanwezigheid van ‘stroomend water’ als bijzonderheid vermeld. In 1962 veranderde het aanzien van de gids. Op verzoek van de Bakkummers werd naast Castricum voortaan ook Bakkum op de kaft van het gidsje genoemd. Behalve deze gids gaf de VVV nog verschillende promotiefolders uit met vertalingen in het Duits, Frans en Engels.

Boerderij Zeeveld met jeugdherberg.
Boerderij Zeeveld met jeugdherberg. Piet Mooij (staand) was naast boer ook twee seizoenen jeugdherberg vader. In de stal waar in de winter de koeien staan, slapen de meisjes. Voor de jongens zijn de slaapplaatsen ondergebracht in twee tenten op het erf en ook op de zolder. Achter in de boerderij, in de paardenstal, is de keuken, waar ieder zijn eigen potje kan koken. De dors deed dienst als dagverblijf. Noorderstraat 2 in Bakkum, 1930. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In juli 1930 was in de boerderij Zeeveld een jeugdherberg van start gegaan met als vader en moeder de heer en mevrouw Mooij. In het eerste seizoen maakten 195 personen, waaronder 6 uit het buitenland, gebruik van de provisorische accommodatie en in 1931 waren er meer dan 980 overnachtingen.

Jeugdherberg Koningsbosch.
Jeugdherberg Koningsbosch. Heereweg 84 in Bakkum. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Op 1 oktober 1931 legde de heer Gerhard, lid van Gedeputeerde Staten, de eerste steen voor de nieuwe jeugdherberg Koningsbosch. Hij zei daarbij onder andere: “De jeugd moet door de ouderen gewend worden aan orde en gehoorzaamheid, om daardoor meer vreugde te kunnen genieten en het saamhoorigheidsgevoel aan te kweeken.”

Cornelis Twisk en zijn vrouw Catharina Boots met twee jeugdherberggasten.
Cornelis Twisk en zijn vrouw Catharina Boots met twee jeugdherberg
gasten. Bleumerweg 3 in Bakkum. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In 1952 werd ook de rooms-katholieke Jeugdherberg ‘De Mantelmeeuw’ geopend. Wegens de grote toeloop van trekkers werd in juli van dat jaar het rooms-katholieke Jeugdhuis, thans De Kern, ook omgebouwd tot jeugdherberg.

Rooms-katholiek jeugdhuis de Kern werd vanaf 1955 in de zomer ook gebruikt als jeugdherberg
 voor meisjes.
Rooms-katholiek jeugdhuis de Kern werd vanaf 1955 in de zomer ook gebruikt als jeugdherberg voor meisjes. Overtoom 15 in Castricum, 1955. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De eerste administrateur

Castricum kwam al snel zo in de belangstelling, dat het werk voor een vrijwillige secretaris te veel werd om het er even bij te doen. Aanstelling van een functionaris die te allen tijde beschikbaar kon zijn, zowel voor pensionzoekenden als voor pensionhouders, was noodzakelijk.

6e huis aan de rechterkant: VVV kantoor.
4e huis aan de rechterkant: een VVV kantoor in drogisterij Het Jagertje van David Keetbaas, te zien aan een uithangbord. Doorkijk Bakkummerstraat 83, 85, 87, 89. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In de ledenvergadering van 4 april 1927 werd de historische beslissing genomen om er een ‘kantoor’ op na te houden. De eerste administrateur werd de heer Ehrenfeldt. Zijn jaarsalaris werd vastgesteld op 250 gulden. In 1932 kreeg hij het aan de stok met het bestuur, waarna de vroegere voorzitter D.R. de Jonge hem opvolgde. In februari 1937 werd die weer door de heer Ranshuijsen opgevolgd.

In 1937 behandelde administrateur Ranshuijsen 1251 aanvragen voor pensions, de jeugdherberg ontving 4.700 trekkers en de EHBO verleende 147 maal hulp op


Jaarboek 32, pagina 57

het strand. De tweeledige doelstelling van de VVV komt in het jaarverslag goed tot uitdrukking, want in een adem wordt vermeld dat er 46 bouwvergunningen voor 93 woningen werden afgegeven.

De opeenvolgende administrateurs werkten vanuit de eigen woning of winkel. Keetbaas deed het erbij in zijn drogisterij in de Bakkummerstraat. Administrateur Duinker werkte in het huis van drogist Van Exter in de Burgemeester Mooijstraat. Buxtorff heeft na 1938 de VVV-taken nog een aantal jaren waargenomen vanuit zijn consumptietentje bij het station.

 De eerste kiosk bij het oude station is in 1960 gebouwd.
De eerste kiosk bij het oude station is in 1960 gebouwd.

Pas in mei 1960 slaagde de VVV erin een eigen kiosk bij het station te bouwen. Het was er in de winter wel koud en er kwam dan ook een kacheltje in. De inmiddels 76-jarige heer Duinker had het er behoorlijk druk, zodat besloten werd een ‘pientere’ jongen of meisje ter assistentie aan te trekken.

Bemiddeling bij het vinden van logiesadressen nam een groot deel van de tijd in beslag. Castricum telde in 1960 nog 8 hotels met 140 bedden, 12 pensions met 100 bedden, 150 kamers met 800 bedden en 25 zomerhuisjes.

Uit landelijke cijfers blijkt dat tachtig procent van de vakantiegangers toen nog in eigen land verbleef en dat daar de badplaatsen het meest in trek waren. Ook kamperen werd steeds populairder. Op het kampeerterrein Bakkum stonden zo’n 1.350 tenthuisjes. Vanaf 1959 stond ook speciaal voor gemotoriseerde trekkers de ‘Camping Castricum’, later ‘Geversduin’ genoemd, ter beschikking.

Camping Geversduin.
Camping Geversduin. Beverwijkerstraatweg 205 in Heemskerk, 1980. Foto Fotopersbureau De Boer. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De spoorwegdagtochten, die in samenwerking met het P.W.N. werden georganiseerd, waren ook erg succesvol. Het aantal deelnemers steeg snel van 3328 in 1959 tot ruim 8000 in 1964.

Het aantal verkochte toegangskaarten voor het Noord-Hollands duinreservaat nam toe van 78.539 in 1939 tot 239.393 in 1964. Nu (in 2009) bedraagt het aantal bezoeken per jaar rond de 4 miljoen.

Zomerprogramma’s

De VVV organiseerde op 13 september 1920, gelijk met de kermis, voor het eerst volksfeesten. De evenementen bestonden uit spelletjes zoals mastklimmen, hardlopen, tonrijden, bal slaan en zaklopen en hardlopen voor ‘grooteren’ met hindernissen. Verder was een etalagewedstrijd uitgeschreven. Burgemeester Lommen, zijn echtgenote en de dorpssmid Cor Peperkamp maakten deel uit van de jury. Het feest werd een echt hoogtepunt. Na afloop trok een stoet door het dorp met de fanfare voorop en vond in de zaal van de heer Van Benthem (in de bocht van de Dorpsstraat) de prijsuitreiking plaats.

Het hotel-restaurant van Toon van Benthem.
Het hotel-restaurant van Toon van Benthem. Dorpsstraat 42 in Castricum, 1925. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In de loop van de jaren (negentien) twintig kreeg de organisatie van feestelijkheden, muziekconcoursen, optochten, vuurwerk en kinderspelen op het strand steeds meer aandacht. Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de VVV werd de eerste feestweek georganiseerd.

Het zomerseizoen werd in 1939 verstoord door de mobilisatie. Het strandfeest, dat al vele malen georganiseerd was door de bekende plaatsgenoten zuster Plas en Wub van Weenen, ging nog wel gewoon door. Er werd ook nog een tweedaags feest gehouden ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de VVV. Voor de leden werd in zaal Borst een revue opgevoerd, zoals gebruikelijk onder leiding van Wub van Weenen.

Revuegezelschap van Wub van Weenen.
Revuegezelschap van Wub van Weenen in de Rustende Jager. Dorpsstraat 60 in Castricum, 1934. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Een andere tijd

Het verenigingsleven kwam door de evacuatie en alle andere problemen tot stilstand.
De laatste ledenvergadering van de VVV, in aanwezigheid van 8 leden, vond plaats op 3 maart 1942. Voorzitter Broksma memoreerde de ernst der tijden.

In augustus 1942 werd het duingebied voor publiek gesloten. De uitgifte van de pensiongids (er was in januari 1942 nog een gestencild exemplaar gemaakt) had geen zin meer en werd gestaakt. De bezetter verbood om kaarten en plattegronden uit te geven. Zelfs VVV-kaarten zouden bij de verwachte invasie door de Engelse en Amerikaanse strijdkrachten immers van nut kunnen zijn.

De eerste bijeenkomst van het bestuur na de bevrijding was op 21 februari 1946. Van de 150 leden waren er nog 24 overgebleven. Het duingebied en het strand zijn


Jaarboek 32, pagina 58

vanwege mijnen en explosieven dan nog niet toegankelijk. Het badhotel (Armeria) was afgebroken, net als honderden woningen en andere gebouwen in het dorp. Het aantal inwoners was meer dan gehalveerd. De situatie was erbarmelijk, maar er werden al spoedig weer wat activiteiten georganiseerd. Het lukte zelfs om in 1946 de wielerronde weer te houden.

De eerste raadsvergadering van de nieuw gekozen gemeenteraad onder voorzitterschap van de pas benoemde burgemeester Smeets vond plaats op 3 september 1946. De wederopbouw werd ter hand genomen en langzamerhand steeg het aantal inwoners en tegelijk het aantal VVV-leden. Ook het kinderfeest op het strand en wandeltochten werden weer op het programma gezet.

Advertentie voor een ledenvergadering op 19 maart 1953 in café Borst.
Advertentie voor een ledenvergadering op 19 maart 1953 in café Borst.

In de zomer van 1950 organiseerde de VVV vier avonden met muziek, volksdans en gymnastiek, uitgevoerd door plaatselijke verenigingen. In 1951 en 1952 lukte het zelfs om samen met de VVV’s van Limmen en Heiloo een bloemencorso te houden. In 1958 werd een nationale marswedstrijd voor fanfare en harmoniekorpsen en drumbands georganiseerd, waaraan 20 korpsen deelnamen.

Een fietstocht start bij het station bij de VVV.
Een fietstocht start bij het station bij de VVV. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

De belangstelling voor de zomerprogramma’s daalde in de loop van de jaren (negentien)vijftig. De bezoekers hadden steeds minder behoefte aan dat soort vertier. Alleen het schatgraven op het strand en fiets- en wandeltochten bleven in trek.

Tijdens een van de ledenvergaderingen stelde voorzitter Broksma dat de VVV er niet in de eerste plaats is om feestjes te organiseren, maar om meer bekendheid te geven aan de gemeente als vakantieoord. Ook de oude doelstellingen om woningbouw en wegenaanleg te stimuleren en Castricum ‘Vooruit’ te stuwen waren op de achtergrond geraakt.

Inlichtingenbureau

Vanaf 1975 was het VVV-kantoortje bij het station ook in de wintermaanden halve dagen open. In de jaren (negentien) zeventig en (negentien) tachtig was het kantoor zelfs op zondag enkele uren geopend en draaiden vrijwillige bestuurders zondagsdiensten!

In die tijd kwam er ieder seizoen een aantal bussen met vakantiegangers uit Duitsland, Frankrijk of zelfs Tsjecho-Slowakije, die bij particulieren onder dak gebracht moesten worden. Jan van Pelt kwam op die manier in contact met de VVV en werd gedurende meer dan 10 jaar bestuurslid en secretaris.

Na nog enkele jaren van Oost-Europese belangstelling voor de bloeiende bollen, zakte de animo voor busreizen en verhuur van kamers door particulieren in de jaren (negentien) negentig volledig in. De mensen gingen meer eisen stellen en wensten een (hotel)kamer met douche en toilet; de vraag naar eenvoudige zomerhuisjes liep ook terug. Het kamperen bij de boer werd wel steeds populairder.

De landelijke invoering van de VVV-geschenkbon in 1974 werd een succes. In het algemeen kreeg de commerciële dienstverlening in de loop der jaren steeds meer aandacht. VVV-kantoren veranderden langzamerhand in VVV-winkels. Tot ver in de jaren (negentien) zeventig waren er nog veel VVV-bestuursleden die daar de nodige moeite mee hadden. Ook voor de bezoekers was het soms wennen dat voor sommige brochures of folders betaald moest worden en de service niet alleen gratis was. Het vroeg nog heel wat uitleg van de dames van de VVV.

In het kantoortje was een enorme hoeveelheid informatie opgeslagen. Het barstte bijna uit zijn voegen van de stapels folders, brochures en magazines. Behalve voor inlichtingen en reserveringen kon je er ook kaarten krijgen voor concerten, toneelvoorstellingen enzovoorts. Bij grote popconcerten stonden de klanten soms in een lange rij voor de deur. Het aantal werkzaamheden breidde zich flink uit.

 Het VVV-kantoor na de nieuwbouw van het station in 1969.
Het VVV-kantoor na de nieuwbouw van het station in 1969.

De in 1960 gebouwde houten kiosk was na de nieuwbouw van het station in 1969 vervangen door een stenen aanbouw, wat al een grote vooruitgang was. Toch was de ruimte nog steeds te klein. Met grote inzet van het bestuur werd in 1992 een herinrichting tot stand gebracht. Uitbreiding zat er helaas niet in. Het was opnieuw een verbetering, maar ook die bood nog onvoldoende soelaas.

Het was in het kantoortje bij het station woekeren met de ruimte, maar toch deden de informatrices hun werk met veel plezier. Ria Baars-Moll vervulde de functie meer dan 12 jaar. Hoofdinformatrice Hely van Ladesteijn-Allon en Janny Richters-Wieringa werkten er zelfs 25 jaar. Janny Richters en haar man hebben heel wat wandel- en puzzeltochten voor de VVV uitgezet. Nelly Flentge-Antoons, die ook hoofdinformatrice is geweest, heeft al bijna 20 jaar ervaring. Marina Marcker-Feeke heeft in 2006 de leiding overgenomen.

VVV – ANWB

Na bijna twintig jaar voorzitter te zijn geweest, nam in mei 1994 Jan van Hemert als erelid afscheid, omdat hij wethouder was geworden. Zijn voorganger Henk Wokke had dat traject ook gevolgd. Bestuurslid Roel Rieke nam de plaats van Van Hemert in. Hij begon met de organisatie van een feestje rond het 75-jarig bestaan om de VVV weer eens goed onder de aandacht te brengen.


Jaarboek 32, pagina 59

Van oudsher bemiddelde de VVV vooral bij de verhuur van vakantieverblijven. Vanaf 1990 was het accent, naast promotionele activiteiten, steeds meer komen te liggen op dienstverlening, informatievoorziening en theaterboekingen. De tijd dat zomerhuisjes druk bevolkt werden met vooral Duitse toeristen en hele gezinnen (delen van) hun huis verhuurden, behoorde tot het verleden. Automatisering vroeg de aandacht, waarvoor grote investeringen nodig waren. Er ontstond behoefte aan verbreding van het draagvlak, waarvoor aan samenwerking met de ANWB werd gedacht.

De opening van het nieuwe kantoor van de VVV-ANWB in de Rabobank in 1996 werd onder meer gevierd met een rijtoer.
De opening van het nieuwe kantoor van de VVV – ANWB in de Rabobank in 1996 werd onder meer gevierd met een rijtoer. Van links naar rechts burgemeester Schouwenaar, directeur ANWB Nouwen, voorzitter VVV Rieke en hoofdinformatrice Irma van Wanrooy-Laan.

Het zou nog een aantal jaren van overleg en afwegingen in beslag nemen, maar in 1996 werden er belangrijke stappen gezet. Er kwam een overeenkomst met de ANWB tot stand en er werd een nieuwe werkruimte gevonden in de Rabobank aan de Dorpsstraat. Er gloorde een nieuwe toekomst. De opening van de ANWB-vestiging op 23 april 1996 werd groots aangepakt. In een open koets maakten burgemeester Schouwenaar, ANWB directeur Nouwen, voorzitter Rieke en hoofdinformatrice Irma van Wanrooy een tochtje door het dorp.

 Zo’n vier jaar was de VVV-ANWB gevestigd in het inmiddels gesloopte pand Dorpsstraat 54.
Zo’n vier jaar was de VVV-ANWB gevestigd in het inmiddels gesloopte pand Dorpsstraat 54.

Dreigende sluiting

Na enige tijd bleek dat het nieuwe samenwerkingsverband toch niet het einde betekende van de financiële problemen. Het water steeg het bestuur zo tot de lippen, dat een faillissement in zicht kwam. Het gemeentebestuur stond ook niet direct klaar met aanvullende subsidie. Het bestuur zag geen andere oplossing dan sluiting per 1 januari 2001; het personeel werd ontslag aangezegd en de overeenkomst met de ANWB werd opgezegd.

De informatrices accepteerden niet dat hun kantoor, waar in Castricum zoveel mensen gebruik van maakten, zou worden opgeheven en verzamelden handtekeningen. Heel veel Castricummers tekenden protest aan tegen de sluiting. De gemeente schrok daar ook voor terug en besloot een nader onderzoek uit te voeren. In afwachting daarvan werden de tekorten in 2000 en 2001 nog gedekt. De ontslagen werden voorlopig weer ingetrokken.

Eind 2001, enkele maanden voordat de fusie met de gemeenten Akersloot en Limmen een feit zou zijn, stelde de raad aanvullende middelen beschikbaar en was de VVV – ANWB vestiging definitief gered. De afgetreden bestuursleden werden in 2002 opgevolgd door nieuwe bestuursleden, aangezocht door toen oud-wethouder Bert Meijer, die zelf voorzitter werd.

Begonnen werd met besprekingen over een fusie met de Regio VVV. In 2005 werd overeenstemming bereikt over een overdracht van promotie en marketing taken. Een volledige fusie bleek nog een brug te ver te zijn, vooral omdat er nogal wat onzekerheden waren over de toekomstige accommodatie.

Verhuizingen

De verhuizing naar de Rabobank in 1996 was een stap vooruit. Toen de bank in 2003 ging verbouwen en de VVV – ANWB moest verkassen, kon een naburig pand worden gehuurd, dat voor het nieuwe winkelhart ‘Bakkerspleintje’


Jaarboek 32, pagina 60

op termijn zou moeten verdwijnen. Door de grotere ruimte en de centrale ligging nam het bezoek aan de winkel en de ‘omzet’ sterk toe.

De informatrices zijn trots op hun nieuwe vestiging in de voormalige stationsrestauratie.
De informatrices zijn trots op hun nieuwe vestiging in de voormalige stationsrestauratie. Van links naar rechts Nellie Flentge-Antoons, Karin Liefting- Sikkens, Nellie Potgieter-Lokhoff, Irma van Wanrooy-Laan en hoofdinformatrice Marina Marcker-Feeke.

In 2007 moest volgens verwachting naar een andere ruimte worden omgezien. Met grote medewerking van het gemeentebestuur slaagde het VVV-bestuur erin om de al jaren leegstaande stationsrestauratie te huren en die vervolgens, gedeeltelijk met hulp van bestuursleden en vrijwilligers, op te knappen. Wethouder Christel Portegies opende op 31 augustus 2007 de prachtige winkelruimte. Na een onderbreking van ruim tien jaar was de VVV, nu met ANWB-agentschap, terug op de plaats waar in 1960 de eerste eigen kiosk geopend was.

Bijna gelijktijdig met de realisering van de nieuwe accommodatie in het stationsgebouw, bereikten alle partijen overeenstemming over het opgaan van de VVV Castricum in de Regio VVV Schiereiland Noord-Holland. In een ledenvergadering op 8 april 2008 vond de formele opheffing van de vereniging plaats.

De VVV - ANWB Castricum is opgegaan in de stichting Regio VVV Noord-Holland-Midden.
De VVV – ANWB Castricum is opgegaan in de stichting Regio VVV Noord-Holland-Midden. Links Marcel Serlier, directeur Regio VVV en rechts Bert Meijer, voorzitter VVV Castricum.

Toekomst

Vanaf de oprichting hebben de opeenvolgende besturen strijd geleverd om financieel het hoofd boven water te houden. De informatrices werden zuinig betaald en goed drukwerk was ook vaak te duur. Er was voortdurend een tekort aan geld. De gemeente hield de hand op de knip en ook het bedrijfsleven liet het nog al eens afweten, ondanks het feit dat de toeristische bestedingen voor velen een belangrijke bron van inkomsten zijn.

Als er niet zoveel vrijwilligers waren geweest, die zich met hart en ziel voor de organisatie hebben ingezet, dan zou de VVV de 90 jaar niet gehaald hebben. Ook aan opeenvolgende administrateurs en de vele betrokken informatrices is het te danken dat Castricum zijn VVV heeft behouden en dat die naar verwachting in veilige haven is gekomen.

Niek Kaan

Bronnen:

  • Archief VVV Castricum.
  • Archief gemeente Castricum aanwezig in het Regionaal Archief te Alkmaar.
  • Jaarboeken en archief Oud-Castricum.

26 juli 2022

Tennisverenigingen (Jaarboek 32 2009 pg 23-39)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 32, pagina 23

Tennisverenigingen

Op initiatief van Willem van Keeken werd op het terrein van Duin en Bosch een tennisbaan aangelegd, die in 1923 werd geopend.
Op initiatief van Willem van Keeken werd op het terrein van Duin en Bosch een tennisbaan aangelegd, die in 1923 werd geopend.

In ons dorp wordt er al zo’n vijfentachtig jaar getennist. De stichting van het provinciaal ziekenhuis Duin en Bosch bracht namelijk tal van nieuwe inwoners en invloeden met zich mee. Dat gold niet alleen voor de werkgelegenheid, maar ook voor de vrijetijdsbesteding. Het is daarom niet te verwonderen dat de eerste tennisbaan op het terrein van Duin en Bosch lag. Vandaag de dag (in 2009) kan men in Castricum en Bakkum terecht op totaal 21 buitenbanen en vier binnenbanen.

In 1922 kreeg Wilhelm van Keeken, hoofd van de Economische Dienst van Duin en Bosch, toestemming van de directie om op het terrein een tennisbaan aan te leggen.

Onder het personeel bleek belangstelling te bestaan voor deze toen nog wat elitaire sport. Castricum telde toen circa 4.800 inwoners. Voor de 250 werknemers van het ziekenhuis waren er in die tijd wel genoeg ontspanningsmogelijkheden op cultureel gebied, maar wat sport betreft was er niet veel meer te doen dan voetbal en gymnastiek.

Op 5 mei 1923 werd de uit grijze cementtegels bestaande tennisbaan officieel geopend door Dr. Benders in het bijzijn van 40 enthousiaste personeelsleden. Er waren enige artsen die, evenals Van Keeken zelf, al eerder hadden getennist en die bereid waren om belangstellende medewerkers enige elementaire regels van het spel bij te brengen. Na ruim drie jaar bleek dat er behoefte was om in clubverband te gaan spelen.

Vier personen op de tennisbaan.
Vier personen op de tennisbaan.

Tennis is ontstaan uit het Franse ‘Jeu de Paume’, dat letterlijk vertaald ‘spel met de handpalm’ betekent. De bedoeling van het spel was dat de spelers met hun blote handen een balletje oversloegen. Hiermee werd in de 11e eeuw begonnen. In de14e eeuw speelde alleen de rijke bevolking uit Europa dit spel. Vanaf het jaar 1500 ging men een soort racket gebruiken en leek het steeds meer op het tennis van nu.

De naam tennis is waarschijnlijk ook afgeleid uit het Frans. De speler die de eerste bal opsloeg, riep: “tenez”, wat staat voor ‘pak aan’. Sommige mensen denken echter dat de sport in Engeland is ontstaan, omdat er zoveel Engelse woorden in worden gebruikt. Het is wel zo dat de regels van het huidige tennis in 1873 door Walter Clopton Wingfield, een


Jaarboek 32, pagina 24

Engelse majoor, zijn bedacht. Vanaf dat moment was het een serieuze sport en werden de eerste kampioenschappen in Engeland gehouden.

Tot de jaren (negentien)zeventig was tennissen zeker geen volkssport en werd doorgaans met het etiket ‘elite’ bestempeld. Langzamerhand werd de sport steeds meer bereikbaar voor alle lagen van de bevolking en steeg de populariteit fors.

Tennisclub Bakkum

Op 26 oktober 1926 werd ‘Tennisclub Bakkum’ opgericht. De vereniging was in eerste instantie bestemd voor personeelsleden van Duin en Bosch en hun gezinsleden. Een enkel buitenlid werd toegelaten. De club begon met 30 dames- en 13 herenleden. Het ‘journaal’ uit de eerste jaren laat zien dat men voor het lidmaatschap 4,80 gulden per jaar betaalde en dat dit bedrag door het merendeel van de leden in termijnen van 40 cent werd voldaan.

Wilhelm van Keeken.
Wilhelm van Keeken, economisch-directeur van Duin en Bosch achter zijn bureau in het A.gebouw. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Wilhelm van Keeken werd de eerste voorzitter-secretaris. Hij zou dat meer dan 25 jaar blijven, bijgestaan door Wim Martens, die de functie van penningmeester bekleedde. De club sloot zich spoedig aan bij de landelijke tennisbond. In 1927 werd met twee seniorenteams deelgenomen aan de competitie. Voor de jeugd en de ongeoefende jongere spelers trad men in hetzelfde jaar toe tot de Zaanse bond.

Het primitieve houten clubhuisje deed tegelijkertijd dienst als keukentje en ‘tribune’.

In 1930 werd de tegelbaan vervangen door een baan van rood gewapend beton. Daarnaast beschikten de spelers over een zeer primitieve outillage (voorziening), bestaande uit een houten clubhuisje dat tegelijkertijd dienst deed als keukentje en ‘tribune’. Achter een gordijn konden de spelers zich verkleden voor de competitie.

Jaren later schreef Piet Kuijper, de man die in zijn functie van bewegingstherapeut veel betekend heeft voor de sportbeoefening binnen Duin en Bosch, hierover de volgende regels in zijn gedicht:

Bij mij op zolder ligt een oud verschoten gordijn
dat speelde een leuke rol in mijn tennisleven,
de meer dan zestig tennisjaren vonden hier de basis,
van mijn sport en hobby in een eindeloos fijn beleven.

Later verkleedde men zich in de mandenmakerij en ook in het theehuis in de buurt van de tennisbaan. Overigens speelden de mannen toen vaak in gewone kleren, in lange broek met bretels.

Tennisbaan met Paardenwei Duin en Bosch.
Tennisbaan met Paardenwei Duin en Bosch. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Bij de ontvangst van teams gingen de leden van TC Bakum doorgaans per fiets naar het station om de tennissers op te wachten. De tassen werden vervolgens op de fietsengeladen en zo trok men richting Duin en Bosch. Ook werd wel het trammetje gepakt dat toen nog naar het ziekenhuis reed.

Het voordeel van de betonnen baan was dat tegenstanders die meestal gewend waren aan het langzamere gravel, door de soms technisch zwakkere Bakkummers nog wel eens werden verslagen. Als het geregend had, bleven er grote plassen liggen. Die werden dan met grote jute zakken opgedweild. Een nadeel was ook dat ballen en schoenen sneller sleten en ook verstuikte enkels waren soms het gevolg.

Voor de ballen betaalde ieder een dubbeltje per week. Zodra er genoeg geld bijeen was, werden er weer nieuwe gekocht, maar nooit meer dan drie tegelijk per groep, want dat werd te duur.

Voordat de jongeren mochten tennissen bij TC Bakkum, werden zij door Van Keeken verplicht ballen te rapen bij competitiewedstrijden. Zijn verklaring was: “Daar leer je van, want dan kijk je goed.”

Deze bezigheid werd wel beloond met een gulden per dag, waarover Herman Horjus, bekend speler uit die tijd, eens opmerkte: “Was je met meerdere ballenjongens, dan moest je die gulden delen. Was je alleen, dan rende je je rot!”

Het was ook een ijzeren wet dat de ouderen eerst met nieuwe ballen speelden, waarna de jeugd ze pas kreeg.


Jaarboek 32, pagina 24

Chris van Keeken.
Chris van Keeken.

De zoon van

Chris van Keeken heeft de liefde voor de tennissport van huis uit meegekregen. Hoe kan het ook anders als je vader zo lang voorzitter-secretaris is geweest van een tennisclub en daarnaast diverse functies had binnen de tennisbond. Ook de moedervan Chris speelde jaren bij TC Bakkum en reikte de prijzen uit van het jeugdtoernooi, dat na het overlijden van haar man naar hem is genoemd. Dat vertelde de nu 86-jarige Chris, die met enthousiasme terugkijkt op de beginperiode van TC Bakkum en op Dijk en Duin nog eens laat zien waar alles zich afspeelde.

”Mijn vader tenniste zelf ook. Hij pakte zijn racket over van de ene in de andere hand, omdat hij geen backhand had. Thuis werden wij absoluut niet gedwongen om ook te gaan tennissen; mijn zus Cis speelde wel, maar mijn broer Welly is nooit lid geweest.

Tennissen op Duin en Bosch.
Tennissen op Duin en Bosch, 1925. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Ik werd zelf jeugdlid rond 1930 en speelde regelmatig met Gerrit Koeman en de kinderen van de doktoren Ten Raa en Benders. Ons gezin woonde in een dienstwoning aan de Van Oldenbarneveldweg 30. Bij de voordeur hing een ballennetje en degenen die wilden spelen, haalden het netje weg en liepen dan binnendoor naar de tennisbaan.

Mijn vader was een heel vriendelijke, bescheiden en sociale man. En altijd aan het werk. ’s Morgens vroeg als ik beneden kwam, zat hij achter zijn schrijfmachine en had al vellen vol getypt. Voor de club bedacht ie van alles.

Wilhelm van Keeken zit op zijn zelf ontworpen tweepersoons scheidsrechterstoel.
Wilhelm van Keeken zit op zijn zelf ontworpen tweepersoons scheidsrechterstoel. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Uniek is de tweepersoons scheidsrechterstoel, die uiteraard op Duin en Bosch werd gemaakt. Het doel hiervan was dat er een jeugdlid naast hem kon zitten om alles van het spel te leren.

Ik onderbrak mijn tennisperiode van 1946 tot en met 1949 om als oorlogsvrijwilliger te dienen in het leger in Nederlands-Indië. Daarna pakte ik de draad weer op en speelde tot de jaren (negentien) zeventig samen met mijn echtgenote Loes, waarmee ik inmiddels alweer 57 jaar getrouwd ben. Wij hebben vanaf ons huwelijk in Limmen gewoond, waar de vader van Loes een bloembollenbedrijf had, maar bleven TC Bakkum altijd trouw. Ik werkte 30 jaar in het bedrijf van mijn schoonvader en was van 1980 tot en met 1988 directeur van de Santmark in Castricum om vervolgens van mijn pensioen te kunnen gaan genieten.

Onze dochter Brenda was ook actief lid van de Bakkumse tennisclub en leek wat organiseren betreft veel op haar opa. Ze tenniste zeer verdienstelijk en was ooit jeugdkampioene van Noord-Holland. Later gaf zij ook tennisles in Amsterdam naast haar universitaire studie. Brenda had jarenlang de leiding van het ‘Van Keekentoernooi’. Het is jammer dat onze achternaam al een aantal jaren niet meer voorkomt in de toernooinaam, omdat de sponsor belangrijker wordt gevonden. Gelukkig wordt de eer aan mijn vader bij de tennisclub sinds dit jaar weer enigszins hoog gehouden door de laatste week van de schoolvakantie de ‘Van Keeken Jeugdweek’ te noemen.”

Een foto uit de beginjaren (negentien)dertig.
Een foto uit de beginjaren (negentien)dertig. Vooraan links zit een nog jonge Chris van Keeken; voor het net met racket Rinus Zweedijk, daarnaast (met ijsje) Annie Peijs en in pak Lots Res. Geheel rechts staat het befaamde echtpaar Hannie en Walter Uhl. Zij bleven nog enkele jaren bij TC Bakkum spelen, nadat ze naar Utrecht waren verhuisd en daarvoor wekelijks per tandem (!) heen en weer reisden.

Oorlogsjaren en wederopbouw

In 1938 besloot het bestuur om voortaan ook spelers op te nemen die geen personeelslid waren van Duin en Bosch. De vereniging telde daarna jarenlang tussen de 40 en 50 leden, inclusief de jeugd en men bleef met twee ploegen uitkomen in competitieverband. Er bestonden in die tijd nog maar drie klassen en er werd natuurlijk in de laagste begonnen.

In de (negentien)dertiger jaren promoveerde het eerste team naar de tweede klasse. Aangezien er maar één baan was, kon er maar één team thuis spelen en kreeg het andere een uitwedstrijd. Voor de wedstrijden in Alkmaar of Zaandam werd de fiets gepakt, maar naar plaatsen als Amsterdam of Enkhuizen werd er per trein gereisd. Er werd zelfs ooit voor een wedstrijd in Den Helder een taxi


Jaarboek 32, pagina 26

gehuurd, waarvan de chauffeur de hele dag bij het team bleef. De kosten waren in totaal 5 gulden. Dat bedrag werd door het team opgebracht en dat was geen kleinigheid in die dagen.

Uit een besluitenlijstje van de algemene ledenvergadering van 8 februari 1941 blijkt dat er heel zorgvuldig met de middelen en materialen werd omgegaan. Zo werd onder andere bepaald dat er per week drie ballen uit de voorraad beschikbaar werden gesteld.

Na het seizoen 1941 ondervond TC Bakkum ook de gevolgen van de bezettingstijd. De in het ziekenhuis gelegerde Duitse bereden troepen gebruikten de tennisbaan als voeder- en drinkplaats voor hun paarden.

De finalisten bij het gemengd dubbelspel van de clubkampioenschappen 1950.
De finalisten bij het gemengd dubbelspel van de clubkampioenschappen 1950. Van links naar rechts Thea Martens, Frits Doods, Donny Martens-Blommaert en Joop Martens.

Na de bevrijding trof de club een bespeelbaar baanoppervlak en een totaal vernielde afrastering aan. Ook bleek dat de bezittingen van de vereniging waren verdwenen. De directie van Duin en Bosch ging gelukkig spoedig over tot het herstellen van de omheining en door bijdragen uit de clubreserve en van leden werd de inventaris op eenvoudige wijze vernieuwd.

Langzamerhand keerden de oude leden terug. Er werd weer deelgenomen aan competities en onderlinge wedstrijden. Ook traden er enkele nieuwe leden toe, maar de meeste aanvragers moesten teleurgesteld worden door gebrek aan speelruimte.

In het voorjaar van 1949 speelde het ene team in de competitie van de landelijke bond en het andere in die van de Zaanse bond. Het ledenaantal was inmiddels opgelopen tot ruim 70.

De omslag van de eerste ‘Umpire’, die in maart 1957 uitkwam.
De omslag van de eerste ‘Umpire’, die in maart 1957 uitkwam.

Het clubblad

Truus Lankamp en Dick van der Horst namen in 1951 het initiatief tot het uitbrengen van een clubblad. Dat kreeg de naam ‘De Wandkrant’. Die naam werd gekozen, omdat het blad niet meer was dan enige losse getypte vellen aan de wand van het ‘clubgebouw’. Het laatste nummer verscheen in oktober 1952. Een nieuw blad, de ‘Umpire’, kwam uit in maart 1957. De redactie en administratie bestond toen uit W. Beintema, H. Kuenen, W. Zaal Jr., G. Mulder en A. Terol. Het cluborgaan werd jarenlang door leden getypt en gestencild.

In het begin van de jaren (negentien) tachtig werd er overgestapt op drukwerk, toen de vereniging de beschikking kreeg over een kleine offsetpers. De jeugd bezorgde vanaf het begin de bladen. Het laatste geldt nog steeds als verplichting voor de jongeren, als ze de leeftijd van circa elf jaar hebben bereikt.

In 1985 werd het drukwerk uitbesteed aan Duin en Bosch, waar de productie in de sociale werkplaats werd uitgevoerd. Rond de eeuwwisseling werd deze klus overgedragen aan het arbeids- en activiteitencentrum ‘De Wissel’.

De Umpire verschijnt nog steeds tien keer per jaar. In de loop van 2009 is men overgegaan op een gedeeltelijke digitale verspreiding van het zo vertrouwde cluborgaan.

Het afscheid van Van Keeken

Op 6 oktober 1951 vierde TC Bakkum haar zilveren jubileum tijdens een feestavond in Hotel Borst met bal na. Op het programma stonden veel muzikale activiteiten, waaronder het zingen van het clublied. Het refrein daarvan luidde als volgt:

Bij ons in Bakkum
Daar kun je genieten van sport en van spel
Bij ons in Bakkum
Wordt er getennist soms sloom en soms fel
Bij ons in Bakkum
Lijkt er ons baantje wel ons huis
Altijd gastvrij en je voelt er je daad’lijk thuis.


Jaarboek 32, pagina 27

Voorzitter Van Keeken bracht een uitgebreid verslag bij de herdenking van het 25-jarig bestaan, waarin hij met name zijn medebestuurslid Martens bedankte voor zijn zuinig beheer van de kas. De voorzitter deelde ook met spijt mee dat het niet gelukt was om na de oorlog opnieuw over een enthousiaste, goed spelende jeugdgroep te beschikken.

In juni 1952 bejubelde de club twee kampioenen: het eerste en het derde team. In dat seizoen trad Van Keeken af, die ruim een kwart eeuw TC Bakkum op voortreffelijke wijze had geleid. Hij werd opgevolgd door Wim Martens, die tot dat moment penningmeester was geweest.

De oud-voorzitter overleed slechts een jaar later op 67-jarige leeftijd. Dit ging zeker niet onopgemerkt aan onze dorpsbewoners voorbij. In het Nieuwsblad voor Castricum van zaterdag 12 september 1953 werd namelijk maar liefst driekwart van de voorpagina gewijd aan de dood van deze pionier van de plaatselijke tennissport, die daarnaast nog diverse andere belangrijke maatschappelijke functies had vervuld. Hij was onder andere medeoprichter van de afdeling Castricum-Limmen-Uitgeest van het Nederlandse Rode Kruis en secretaris van deze afdeling tot aan zijn dood. Hij werd daarvoor door het Rode Kruis onderscheiden.

De feestelijke ingebruikneming van het nieuwe troepenhuis van Die Bogeheimers. De openingsrede werd in dichtvorm uitgesproken door de heer Van Keeken.
De feestelijke ingebruikneming van het nieuwe troepenhuis van Die Bogeheimers. De openingsrede werd in dichtvorm uitgesproken door de heer Van Keeken. Scoutingpad 1 inn Castricum, 1949. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Ook was Van Keeken instructeur en bondsgedelegeerde van de landelijke tennisbond, medeoprichter en secretaris van de plaatselijke afdeling van het Wilhelminafonds en bestuurslid van de scoutinggroep ‘Die Bogeheimers’. Voor met name zijn verdiensten voor de tennisjeugd ontving Van Keeken meerdere onderscheidingen van het bestuur van het District Noord-Holland Noord.

Hoewel er begin jaren (negentien)vijftig weinig gebruik meer werd gemaakt van de begraafplaats op Duin en Bosch, werd Wilhelm van Keeken daar als laatste personeelslid begraven volgens zijn uitdrukkelijke wens op zijn sterfbed.

De ereleden

1951 Wilhelm van Keeken (ere-voorzitter)
1951 Wim Martens senior
1959 Theo Immink
1960 Joop Martens
1964 Wim Zaal
1978 Harry van der Valk
1978 Co Veltman
1988 Job Joosse senior
1994 Gé Bouwhuis
2006 Dick van der Horst

Het nieuwe tennispark van TC Bakkum naast de begraafplaats Onderlangs.
Het nieuwe tennispark van TC Bakkum naast de begraafplaats Onderlangs.

Verhuizingen

In het midden van de jaren (negentien)vijftig kondigde de directie van Duin en Bosch aan dat de tennisbaan moest verdwijnen. Het ziekenhuis had de grond nodig voor de bouw van een paviljoen, dat de naam ‘Westlinge A’ kreeg.

Omdat de club toen al veel niet-personeelsleden telde, was het logisch dat er contact opgenomen werd met de gemeente. Een commissie van drie heren, bestaande uit Wim Martens, Job Joosse en Theo Immink, toog namens TC Bakkum naar de burgemeester om te pleiten voor een nieuwe locatie. Die werd gevonden naast de begraafplaats Onderlangs. Een bijzondere idyllische plaats, beschut tussen de Papenberg en hoge bomen.

De commissie legde aan het gemeentebestuur een plan voor, dat voorzag in een tennispark met drie banen. Wethouder Veldt deelde daarop mee dat de gemeente de aanleg van een complex met zelfs vier banen zou steunen.

Toen opheldering werd gevraagd over de vierde baan, verklaarde de wethouder dat deze bestemd was voor de inmiddels opgerichte katholieke tennisclub ODO (‘Oefening doet overwinnen’).

De tennisbanen naast begraafplaats Onderlangs.
De tennisbanen naast begraafplaats Onderlangs, 1958. Later zijn deze tennis
velden aan de begraafplaats toegevoegd. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Over de kosten was het nodige te doen. TC Bakkum kon in feite niet meer aan jaarhuur betalen dan 200 gulden per baan, maar de gemeente vroeg duizend gulden per baan meer, waarvan de club steil achterover sloeg. Door de contributie te verhogen van 11,50 per jaar tot 25 gulden en zelf het kleine onderhoud te gaan doen, werd de totale huurprijs vastgesteld op een haalbaar bedrag van 2.300 gulden. De vereniging had daarvoor volgens voordracht van burgemeester en wethouders van 2 december 1955 het ledenaantal moeten opvoeren tot 150. Tussen de tennisbanen en de begraafplaats zou een beplantingsstrook van 30 meter


Jaarboek 32, pagina 28

breed worden gehandhaafd. De 16 aanwezige volkstuinen moesten echter voor het complex wijken. Bij besluit van de gemeenteraad van 13 december 1955 werd de verhuur van de banen aan TC Bakkum bekrachtigd.

Advertentie uit de Hotel- en pensiongids van de VVV uit 1957.
Advertentie uit de Hotel- en pensiongids van de VVV uit 1957.

Toen het tennispark in 1956 door burgemeester Smeets werd geopend, was de vierde baan inderdaad een feit en maakten twee verenigingen gebruik van de faciliteiten vanhet clubhuis.

TC Bakkum bouwde een vriendschappelijke relatie op met Harry van der Valk, die voorzitter van ODO was. De katholieke club leed overigens een kwijnend bestaan en ging na opheffing in 1960 op in TC Bakkum,waarvoor zelfs de toestemming van de bisschop nodig was. Harry van der Valk werd daarop bestuurslid voor de jeugd. De club telde op dat moment ruim 200 leden.

IJsdansen op de schaatsbaan van de tennisclub.
IJsdansen op de schaatsbaan van de tennisclub. Onderlangs in Castricum, 1961. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Naast tennis werden de banen in de jaren (negentien) zestig ’s winters ook als ijsbaan gebruikt. De initiatiefnemer hiertoewas Dick Molenkamp, die zelf bij TC Bakkum speelde. Hij kwam op het idee om bij voldoende vorst een dunne laag water op de banen te spuiten, waardoor je er al snel op kon schaatsen. Aangezien er gebruik kon worden gemaakt van het clubhuis, was het complex met gehuurde verlichting en muziekinstallatie snel omgetoverd in een knusse ijsbaan.

Tine Zwaan na het behalen van de Nederlandse titel in het damesdubbel in 1967.
Tine Zwaan na het behalen van de Nederlandse titel in het damesdubbel in 1967.

De talenten

TC Bakkum heeft in de loop der jaren tal van prominenten voortgebracht in de tennissport. Het jeugdlid, dat later echt de top bereikte en mooie resultaten behaalde tijdens nationale en internationale wedstrijden en toernooien, is Tine Zwaan(1947), die op 14-jarige leeftijd bij de vereniging begon met tennissen.

Bij de Nederlandse kampioenschappen van 1967 won Tine met Judith Salomé de finale van de damesdubbel. Ook werd zij nationaal kampioene bij de dames enkel in 1976. Verder deed Tine mee aan verschillende buitenlandse toernooien en behaalde daar ook menig verdienstelijk resultaat. Vanaf 1989 speelde zij nog voor TV Castricum en werd in dat jaar Nederlands kampioene bij de veteranen.

TC Bakkum bracht nog meer talentvolle jeugdspelers voort, die het redelijk ver schopten. Hiervan moet absoluut Lisanne Balk (1987) worden genoemd. Zij werd lid van Bakkum op zevenjarige leeftijd, won verschillende nationale en internationale jeugdtoernooien in zowel de enkel als dubbel en werd kampioene van Nederland in de categorie tot en met 18 jaar. Bij de volwassenen bereikte Lisanne een aantal halve finales en een finale op hoog niveau.

Met spijt werd het fraaie complex op Onderlangs na 15 jaar verlaten.
Met spijt werd het fraaie complex op Onderlangs na 15 jaar verlaten.

Eind 1967 maakte de gemeente bekend dat het tennispark Onderlangs binnen afzienbare tijd zou moeten verdwijnen in verband met de noodzakelijke uitbreiding van de begraafplaats. De tennisclub pleitte voor een nieuw tennispark en de vergroting van het aantal banen. Het ledenaantal bedroeg toen 270. Tussen de gemeente en de club werd overeenstemming bereikt over de aanleg van acht banen op een terrein aan de Vinkebaan. Met spijt werd Onderlangs na 15 jaar verlaten, want zoals Joosse toen op-


Jaarboek 32, pagina 29

merkte: “Zulke rustige buren krijgen we nooit meer…”

Tennispark Vinkebaan.
Tennispark Vinkebaan. Achter de tennisbanen is de Zanderij zichtbaar en de Mient. Links zien we de woningen aan de Vinkebaan. Foto G. van Geenhuizen. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Op 4 mei 1970 werd de ‘Stichting Tennispark Vinkebaan’ opgericht. Job Joosse werd hiervan voorzitter. De gemeente stelde de grond beschikbaar voor een symbolisch bedrag. De stichting droeg zorg voor de aanleg van de banen en de bouw van het clubhuis. De financiering van het complex kwam uiteindelijk rond door giften en acties van de leden zelf.

Vanaf dat tijdstip beheert de stichting het complex en verhuurt de banen aan de tennisclub. Het park werd in een L-vorm aangelegd, met in de ene poot vier en in de andere vijf banen. Harry van der Valk was inmiddels clubvoorzitter geworden en nam ook de rol van ‘bouwpastoor’ op zich. Onder zijn stuwende leiding werd er door een grote groep vrijwilligers keihard gewerkt aan de bouw van een clubhuis. Voor de inrichting daarvan richtten de leden een fonds op.

Doorkijkje op de nieuwe locatie aan de Vinkebaan, begin jaren 1970. Op de achtergrond zijn de woningen aan de Mient en de spits van de oude dorpskerk zichtbaar.
Doorkijkje op de nieuwe locatie aan de Vinkebaan, begin jaren 1970. Op de achtergrond zijn de woningen aan de Mient en de spits van de oude dorpskerk zichtbaar.

Op 1 augustus 1970 nam de club vier nieuwe banen op ‘Tennispark Vinkebaan’ in gebruik. Weer was er sprake van een sterke ledengroei: 542. Ook de wachtlijst telde nog eens 204 personen.

Het clubhuis werd op 20 november van dat jaar geopend door burgemeester Van Boxtel door het onthullen van een nieuwe clubvlag. Het was een van de hoogtepunten van de tweedaagse feestviering, die begon met een receptie en eindigde met een feest voor eigen leden.

Omdat er slechts vier banen beschikbaar waren, werd in het seizoen 1970-1971 ook nog gespeeld op de oude banen op Onderlangs, die nog niet in gebruik waren genomen voor de uitbreiding van de begraafplaats.

Met ingang van 24 juli 1971 werden de andere vijf nieuwe banen aan de Vinkebaan opgeleverd. Dat was ook hard nodig, want het ledenaantal bedroeg inmiddels 751. De wachtlijst kon door deze uitbreiding worden ingekort tot 168 personen.

Jubilea en renovaties

In 1976 vierde de vereniging haar 50-jarig bestaan. In het jubileumnummer kwamen verschillende leden van het eerste uur aan het woord. Meermalen werd benadrukt dat TC Bakkum, in tegenstelling tot vele andere clubs, niet was ontstaan in elitekringen en dat kameraadschap altijd voorop stond. De jubileumcommissie organiseerde een geslaagde feestweek voor jong en oud.

Het eerste competitieteam promoveerde in het gouden jaar naar de overgangsklasse A.
Het eerste competitieteam promoveerde in het gouden jaar naar de overgangsklasse A. Van links naar rechts Ronald van der Horst, Ellen Bakker, Carla Kroone, Hans Moor en Onno Noordergraaf.

In het gouden jaar zorgde het eerste competitieteam voor een bijzonder passend jubileumgeschenk: het promoveerde naar de overgangsklasse A, die nog nooit door een Bakkums team was bereikt.

De club had toen 775 leden. Op de wachtlijst stonden maar liefst 385 mensen genoteerd en daar kwamen er binnen een jaar nog eens ruim 200 bij. Daarom werd gedacht aan een uitbreiding van het park. Een initiatief van een aantal wachtlijstleden en het stichtingsbestuur resulteerde echter in de oprichting van ‘Tennisvereniging Castricum’ (TVC).

Aangezien er steeds meer behoefte kwam aan het spelen in de avonduren, werd opnieuw de mogelijkheid onderzocht om verlichting aan te brengen. Deze werd rond 1980 gerealiseerd op de vijf banen langs de Vinkebaan.

Begin 1984 kwam TC Bakkum met een ambitieus plan om het wedstrijdtennis binnen de eigen vereniging op een hoger niveau te brengen. Om financiële middelen daarvoor te verwerven, vormde een sponsorcommissie met toestemming van het bestuur een sponsorgroep, die aanvankelijk bestond uit acht plaatselijke ondernemers. De gelden uit de sponsorpool dienden te worden gebruikt voor verbetering van trainingsfaciliteiten, zoals extra baan- en trainersuren. In geen geval mochten er spelers worden betaald of gekocht. Daarnaast werd het eerste team voor tenniskleding en materiaal reeds gesponsord door een landelijke fabrikant.

Altijd volop belangstelling voor het Van Keekentoernooi, dat uitgroeide tot een tennisevenement met internationale bekendheid.
Altijd volop belangstelling voor het Van Keekentoernooi, dat uitgroeide tot een tennisevenement met internationale bekendheid.

De toernooien en evenementen

In 1956 werd voor de eerste keer een open jeugdtoernooi georganiseerd. Het kreeg de naam ‘Van Keekentoernooi’ als hommage aan de in 1953 overleden erevoorzitter, die een groot stimulator van het


Jaarboek 32, pagina 30

jeugdtennis bij TC Bakkum was. Het toernooi zou in de loop der jaren uitgroeien van een regionaal toernooi tot een tennisevenement met internationale bekendheid. Niet alleen de sterke bezetting, maar vooral ook de gezellige sfeer waren daar debet aan.

De organisatie van het toernooi was vanaf de start in handen van zo’n 10 à 15 jonge, enthousiaste leden van TC Bakkum. Het principe daarbij is altijdgeweest: ‘Voor de jeugd, door de jeugd’.

Qua grootte was het ‘Van Keeken’ jarenlang het tweede jeugdtennistoernooi van Nederland. Later groeide het uit tot een van de belangrijkste internationale toernooien tot en met 18 jaar. Daarvoor schreven rond de 200 deelnemers uit 35 verschillende landen over de hele wereld zich jaarlijks in.

Naast de organisatie van het toernooi was het daarom altijd weer een hele klus om de deelnemers onder dak te brengen. Dat gebeurde voor een groot deel bij gastouders in Castricum en omgeving.

Voor de 30e editie van het toernooi in 1986 werd in het programmaboekje alle informatie in zowelhet Nederlands als het Engels gegeven. Toen werd al geconstateerd dat het toernooi niet haalbaar zou zijn zonder sponsoring. In die tijd werd de naam van de hoofdsponsor al aan het toernooi verbondenen was de officiële benaming bijvoorbeeld ‘W.E. van Keekentoernooi–Coca-Cola Internationale jeugdtenniskampioenschappen van Nederland’.

Een jeugdige Sjeng Schalken was in 1990 een van de winnaars van het ‘Van Keeken’. In 2009 kwam hij terug voor de opening van het ‘Biesterbos Open’.
Een jeugdige Sjeng Schalken was in 1990 een van de winnaars van het ‘Van Keeken’. In 2009 kwam hij terug voor de opening van het ‘Biesterbos Open’.

In 2000 werd de Biesterbos Groep voor het eerst hoofdsponsor en bleef dat tot aan de dag van vandaag. Het toernooi heet sinds 2007 het ‘Biesterbos Open’. Naast de hoofdsponsor mag de club zich tegenwoordig voor dit toernooi verheugen op de steun van ruim dertig subsponsors.

In het verleden hebben diverse latere toppers hun opwachting gemaakt op de banen van TC Bakkum. Daartoe behoorden Grand Slam-winnaars als Richard Krajicek en Gustavo Kuerten. Ook spelers als Martin Verkerk, Sebastian Grosjean, Raemon Sluiter, Sjeng Schalken en Dianara Safina behoorden ooit tot het deelnemersveld van het sterke jeugdtoernooi.

Raemon Sluiter verrichtte in 2008, samen met John van Lottum, een spetterende opening van de 52e editie van het Biesterbos Open, door het publiek een zeer vermakelijke demonstratiewedstrijd voor te schotelen. Tijdens het woordje vooraf merkte Sluiter op: “Toen ik hier het clubhuis weer binnenkwam, zag ik meteen het verschil met een paar jaar geleden: de flipperkast was verdwenen!”

In 1986 werd het eerste ‘Bakkum Dubbeltoernooi’ georganiseerd. Inmiddels staat dit toernooi, dat altijd eind juli wordt gehouden en ruim een week duurt, bekend als een van de gezelligste toernooien in de regio. De organisatie had nooit problemen om de bezetting in te vullen. Integendeel, ver voor de sluitingsdatum werd het maximale aantal inschrijvingen bereikt en moesten diverse late inschrijvers teleurgesteld worden.

De finalisten van het ‘Bakkum Dubbeltoernooi’ in 1998.
De finalisten van het ‘Bakkum Dubbeltoernooi’ in 1998.

Naast deze twee open toernooien beleefden de leden ook veel tennisplezier aan de jaarlijks terugkerende onderlinge toernooien als het openingstoernooi, het ouder-kindtoernooi en de clubkampioenschappen.

Tot slot is er een aantal gezelligheidstoernooien, waaraan door tennissers van Castricum, Akersloot, Bakkum en Limmen kan worden deelgenomen en die wisselend op de betrokken parken in september worden gehouden. Voor de jeugd is dat het ‘ABCL-toernooi’ en voor de senioren heeft het de naam ‘CALB-toernooi’ gekregen.

De club kende ook jarenlang een aantal vaste evenementen die veel hebben bijgedragen aan het clubgevoel en de prima sfeer binnen de vereniging. Zo werden er vaak bridge- en klaverjasavonden


Jaarboek 32, pagina 31

gehouden in de zalen van Funadama of De Oude Schimmel. Ook werd aan de voorjaarsvergadering in de jaren (negentien) zestig jaren regelmatig een cocktail dansant gekoppeld. Tot slot zijn de jaarlijkse feestavonden ter afsluiting van toernooien, barbecues en andere sociale evenementen, zoals een mosselavond en de nieuwjaarsreceptie niet meer weg te denken op het knusse park aan de Vinkebaan.

Van 7 tot en met 14 juni 1986 werd er een gevarieerde feestweek gehouden ter viering van het 60-jarig bestaan. Voorzitster Ien Hoenselaar zei in haar voorwoord dat er in de komende tien jaar veel aandacht moest worden besteed aan de jeugd en dat het streven was dat TC Bakkum een gezellige vereniging bleef en op niveau mee kon draaien. Zij complimenteerde ook de lustrumcommissie, die onder leiding van Rob de Beer stond. In het jubileumnummer werd nog even stilgestaan bij Theo Immink, die toen met 89 jaar een van de alleroudste ereleden was.

Het befaamde cabaretduo Coos Joosse en Loes van Keeken trad op in de feestweek ter viering van het 60-jarig bestaan in juni 1986.
Het befaamde cabaretduo Coos Joosse en Loes van Keeken trad op in de feestweek ter viering van het 60-jarig bestaan in juni 1986.

Tijdens de feestweek was er een optreden van het in die jaren befaamde cabaretduo Coos Joosse en Loes van Keeken. Beide dames waren lang actief bij de tennisclub en brachten op de avond van 10 juni een aantal succesnummers uit hun grote repertoire.

In 1990 werd het clubhuis grondig verbouwd. Zes jaar later volgde de bouw van een aparte materialenberging en aan de Vinkebaanzijde werd een afsluitbaar toegangshek geplaatst. Het clubhuis werd in 2000 voorzien van een commissiekamer en een werkplaats voor de beheerder.


Jaarboek 32, pagina 32

Hans Gielink.
Hans Gielink.

De parkbeheerder

Hans Gielink loopt inmiddels als onderhoudsman al 28 jaar rond op het park van TC Bakkum. In 1981 volgde Hans zijn oom Gé Bouwhuis op als groundsman van de tennisclub. Daarvoor had hij al enige ervaring opgedaan, want sinds 1977 hielp hij met het speelklaar maken van de banen. Langzamerhand werd zijn takenpakket steeds verder uitgebreid en kreeg hij ook meer verantwoordelijkheden. Het was dan ook een logisch gevolg dat Hans per 1 oktober 1989 officieel werd aangesteld als full-time parkbeheerder. Vanaf dat moment was hij verantwoordelijk voor het gehele dagelijks beheer van het complex, inclusief het clubhuis en de kantine.

Hij maakte zich in al die jaren erg geliefd onder het tennispubliek, maar soms ook berucht. De parkbeheerder is er namelijk erg op gesteld dat de leden zich aan de regels houden en als dat niet het geval is, wil hij nog wel eens uit zijn slof schieten.

Een welkome bijkomstigheid voor de club is dat Hans koken als hobby heeft en de leden zodoende al heel wat keren van zijn smakelijke gerechten hebben kunnen genieten. Hans Gielink werd in april 2006 door de vereniging flink in het zonnetje gezet bij het vieren van zijn 25-jarig jubileum. Op de vraag wanneer het volgende feest van de vereniging zou zijn, antwoordde de nu 52-jarige beheerder: “Dat zal wel vanwege mijn afscheid zijn!”

TC Bakkum 75-jarig bestaan.
TC Bakkum 75-jarig bestaan.

Onder voorzitterschap van mevrouw Tonny Hendriks stond de vereniging in hetzelfde jaar stil bij het 75-jarig bestaan. Er verscheen een fraaie huis-aan-huis krant en zoals gebruikelijk werd het jubileum uitgebreid gevierd. De voorzitster stelde in de feestkrant dat de club ondanks de respectabele leeftijd van 75 jaar nog heel dynamisch en springlevend was, die goed gedijde dankzij de vele tientallen vrijwilligers.

Na zo’n 30 jaar werd het ook tijd om alle gravelbanen te renoveren. Dat vond plaats in 2001, waarbij de banen van een nieuwe lavalaag en een toplaag werden voorzien.

Bij de gemeente vroeg de club vergunning aan voor het plaatsen van een lichtinstallatie op de vier banen, die grenzen aan de tuinen van de woningen aan de Sifriedstraat. Uiteraard waren de bewoners van de betrokken huizen daar niet blij mee en tekenden bezwaar aan. Dit leidde tot een lange juridische procedure. Pas in 2003 kon na een voor de club positieve uitspraak van de rechter opdracht worden gegeven voor de plaatsing van de lichtinstallatie op de banen 6 tot en met 9. Deze installatie werd in augustus van dat jaar officieel in gebruik genomen.

In hetzelfde jaar promoveerde het eerste team van TC Bakkum naar de eerste klasse van de zondagcompetitie.

Een jaar later maakte een grote toeloop van nieuwe leden de instelling van een wachtlijst opnieuw noodzakelijk. De club had op dat moment ruim 1.000 leden.

De afgelopen vijf jaren (2005-2009)

Ook in 2005 was er nog steeds een wachtlijst, die echter aan het eind van het jaar voor wat betreft de seniorleden kon worden opgeheven. De wachtlijst voor de jeugd werd weliswaar korter, maar moest worden gehandhaafd. Het eerste team van de zondagcompetitie promoveerde opnieuw naar de eerste klasse, nadat het daaruit in 2004 was gedegradeerd.

Het jaar 2006 was alweer het tachtigste verenigingsjaar van TC Bakkum. In de algemene ledenvergadering werd Dick van der Horst postuum benoemd tot erelid. Het maximum aantal leden werd voor dat jaar bepaald op 1.030, waarvan 780 senioren en 250 junioren.
Het Biesterbos/Dutch Junior Open (voormalig Van Keekentoernooi) beleefde in hetzelfde jaar zijn 50e editie en het Bakkum Dubbeltoernooi werd voor de 20e keer gehouden.Twee leden vierden hun 25-jarig jubileum. Dat waren parkbeheerder Hans Gielink en hoofdtrainer Geert Koeman.

Geert Koeman.
Geert Koeman.

De trainer

Een 83 jaar oude vereniging heeft naast veel leden ook een groot aantal trainers gekend. Het voert te ver om deze allemaal te noemen. Voor één man dient echter een uitzondering te worden gemaakt. Het is immers uniek als je al 28 jaar met zoveel plezier die taak bij een en dezelfde tennisclub uitoefent. We hebben het dan over hoofdtrainer Geert Koeman (1961).

Na het CIOS en het behalen van de officiële licentie als A-trainer veroverde Geert zich in de winter van 1981-1982 een plaats in het trainersteam van TC Bakkum. Zijn aanstelling was voor het bestuur geen punt van discussie, want de club kende hem al jaren als getalenteerd tennisser en gedreven competitiespeler. Zo gedreven bleek hij ook als trainer. Geert bekwaamde zich spoedig verder op het vakgebied van tennisleraar en behaalde ook de B- en


Jaarboek 32, pagina 33

C-licentie van de KNLTB. Als erkenning werd hij in 2000 aangesteld als hoofdtrainer en Geert bleef dat tot nu toe. Ondertussen vestigde hij zijn naam in de tenniswereld als toptrainer, die in staat is om selectiespelers tot grote hoogte te inspireren.

In juni 2006 werd het 25-jarig jubileum van Geert Koeman gevierd in een gezellig vol clubhuis en bood de selectie hem en zijn echtgenote een reisje aan. In een clubblad uit 1990 liet Geert weten dat hij de eerste twintig jaar wel voort kon in het trainersvak. Hij heeft deze uitspraak zo goed als waargemaakt en als het aan TC Bakkum ligt, mag hun hoofdtrainer nog best een poosje blijven.

In de winter van 2006-2007 werd de oude dubbele oefenkooi gerenoveerd. Een deel hiervan werd omgebouwd in een mini-tennisbaan. Hierop konden de allerjongsten les krijgen en zij hoefden niet meer op de seniorenbanen, die meestal te groot voor hen waren. Door de realisatie van dit project, dat in juni 2007 officieel werd geopend, werden tegelijkertijd de normale banen ontlast. In het clubgebouw verrees een geautomatiseerd afhangbord, dat duidelijk in een behoefte voorzag.

Begin 2009 werd het terras voor de kantine van een fraaie uitschuifbare overkapping voorzien.
Het eerste gemengde team sloot dit voorjaar de competitie sterk af door de titel in de tweede klasse in de wacht te slepen.

De ervaren voorzitter Tonny Hendriks, die vanaf 1998 leiding geeft aan TC Bakkum.

De ervaren voorzitter Tonny Hendriks, die vanaf 1998 leiding geeft aan TC Bakkum.

Na 83 jaar kan worden geconcludeerd dat TC Bakkum, onder leiding van de ervaren voorzitter Tonny Hendriks, nog steeds een bloeiende club is met het maximum aantal leden, waarbij voor het eerst voor zowel de ouderen als de jeugd de wachtlijst volledig kon worden weggewerkt. De kracht van de vereniging is nog altijd dat zij kan steunen op circa 125 vrijwilligers.

De voorzitters van 1926 tot 2009

1926-1952 Wilhelm van Keeken
1952-1958 Wim Martens senior
1958-1960 Co Veltman
1960-1966 Dick van der Horst
1966-1967 Ydo Fok
1967-1968 Frank Jolles
1968-1972 Harry van der Valk
1972-1976 Rob de Beer
1976-1979 Gert van Ravenzwaay
1979-1982 Piet Zandhuis
1982-1986 Ed Blauw
1986-1990 Ien Hoenselaar
1990-1992 Fred van Pesch
1992-1996 Rob de Beer
1996-1997 Bob Vreeling
1997-1998 Kick van de Linde
1998-heden (=2009) Tonny Hendriks


Tennisvereniging Castricum

In de loop van de jaren (negentien) zeventig stelde TC Bakkum een ledenstop in. Omdat er daar eind 1976 maar liefst 600 personen op een wachtlijst stonden, nam een zogenaamde ‘groep van 10’ het initiatief om na goedkeuring van de gemeente een nieuwe vereniging op te richten.

Op 25 april 1977 werd Castricum een tweede tennisvereniging rijker, die bij de KNLTB werd ingeschreven onder de naam ‘Tennisvereniging Castricum’, afgekort TVC geheten. De club beschikte op dat moment over een fors aantal leden, maar had helaas nog geen banen. Spelen was er daarom in het seizoen 1977-1978 nog niet bij. Eind 1977 telde de vereniging 1000 leden. De behoefte was overduidelijk.

Luchtfoto van de aanleg van het nieuwe tenniscomplex in Noord-End.
Luchtfoto van de aanleg van het nieuwe tenniscomplex in Noord-End.

Nieuw tenniscomplex in Noord-End

De gemeenteraad ging op 2 februari 1978 akkoord met de plannen voor de aanleg van een nieuw tenniscomplex in de jonge wijk Noord-End, bestaande uit de bouw van een tennishal met vier tennisbanen en twee squashbanen, alsmede de realisatie van tien gravelbuitenbanen en een bijkomende voorziening nabij de sporthal ‘De Bloemen’.

Aan de besluitvorming ging een stevige discussie vooraf. Zo was er aan de ene kant waardering voor het particuliere initiatief, maar gingen er aan de andere kant stemmen op voor een gemeentelijke vertegenwoordiging in het stichtingsbestuur. Raadslid Aad de Wit verzette zich vooral tegen de massale tennishal en vroeg zich af of Castricum in een tijd van schaarste zich de luxe van een tennis-squash-hal kon veroorloven. Uiteindelijk stemde de raad, met de stem van De Wit tegen, in met de ambitieuze plannen. Besloten werd tot het verstrekken van een geldlening van 3.300.000  gulden aan de stichting en het beschikbaar stellen van een krediet van 918.542 gulden voor de grond- en inrichtingskosten. Daarnaast ontving de stichting een eenmalige bijdrage van 166.500 gulden.

Eind juni van dat jaar werd een start gemaakt met de aanleg van de banen. Doordat men te kampen kreeg met vertraging, werd besloten om voorrang te geven aan de buitenbanen.
Op 14 april 1979 werden de tennisbanen door de ‘Stichting Tennispark Noord-End’ aan de vereniging in huur overgedragen.


Jaarboek 32, pagina 34

Gerrit Eveleens, eerste voorzitter van TVC, bedankt bouwpastoor Harry van der Valk (rechts) voor zijn bewezen diensten.
Gerrit Eveleens, eerste voorzitter van TVC, bedankt bouwpastoor Harry van der Valk (rechts) voor zijn bewezen diensten.

De bouwpastoor

Harry van der Valk, inmiddels 83 jaar oud, neemt al jaren een unieke positie in bij de Castricumse tennisverenigingen. Hij is namelijk erelid van zowel TC Bakkum als TVC. En dat is hij niet zomaar geworden. Nadat Harry voorzitter was geweest van de kleine katholieke tennisvereniging ODO op Onderlangs, werd hij in 1960 bestuurslid voor de jeugd van TC Bakkum. Zijn grote organisatorische kracht kwam vooral tot uiting bij de realisatie van het tennispark aan de Vinkebaan, waar hij de rol van ‘bouwpastoor’ op zich nam. Harry nam ook zitting in het bestuur van de Stichting Tennispark Vinkebaan.

Toen de wachtlijst in Bakkum in 1976 was opgelopen tot 600, riep Harry de wachtlijstleden op tot een vergadering en stelde hen voor om in eigen beheer een nieuw park te realiseren. Daarbij was hij bereid een adviserende taak op zich te nemen, maar het liep anders. Harry van der Valk werd vanwege zijn grote ervaring al snel een van de trekkers bij de aanleg van het complex in Noord-End. Hij werd bijgestaan door secretaris Jaap Scholte, die dagelijks ‘op de werkvloer’ aanwezig was.

Ook werd Harry voorzitter van de Stichting Tennispark Noord-End, waardoor hij zijn werkzaamheden bij TC Bakkum aan het stichtingsbestuur moest overdragen. Dat werd hem toen door de Bakkumleden niet in dank afgenomen, zoals blijkt uit zijn memoires in het jubileumnummer van TVC uit 2002. Niemand zal hem dat nu nog kwalijk nemen, want Harry wordt nog steeds door velen geprezen om zijn grote verdiensten voor het tennisgebeuren in Bakkum en Castricum.

De tennishal aan De Bloemen.
De tennishal. Bloemen 69 in castricum. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

TVC ging meteen deelnemen aan de zomercompetitie met 17 seniorenteams en drie jeugdteams. Paul Warren werd de eerste selectietrainer en kreeg daarbij assistentie van zijn echtgenote Lia en van Arthur Hoorn.

Op 1 september 1979 werd het tennispark ‘Bloemenbaan’ officieel geopend door burgemeester Gmelich Meijling. De eerste burger van Castricum zei daarbij dat de enorme


Jaarboek 32, pagina 35

groei van de tennissport de gemeentebestuurders zorgen baarde. Gebleken was namelijk dat de animo op dat moment zo groot was, dat het aantal beschikbare banen alweer te klein was om in de behoefte te voorzien.

Na afloop van de officiële plechtigheid volgde een receptie en werden er demonstratiewedstrijden gespeeld, waar de vroegere Nederlandse kampioene Tine Zwaan ook aan meedeed.

In datzelfde najaar werden voor het eerst de onderlinge clubkampioenschappen georganiseerd. De winnaars waren bij de dames Dini Paulsen, bij de heren Hans de Bont, bij de meisjes Annet Kaper en bij de jongens Michel Jonker.

Toernooiwinnaars bij tennisvereniging Castricum.
Toernooiwinnaars bij tennisvereniging Castricum. Gesponsord door ‘Castricum Centrum’. De Bloemen 69 in Castricum, 1994. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De eerste toernooien

Het eerste team van TVC behaalde in het voorjaar van 1980 het kampioenschap en won ook zijn promotiewedstrijden.
In hetzelfde jaar vond er na het geslaagde kennismakingstoernooi in 1978 weer een uitwisseling met TC Bakkum plaats en dit keer gebeurde dat op de Bloemenbaan. Ook werden in 1980 de ladderwedstrijden geïntroduceerd. Samen met drie andere verenigingen uit de omgeving werd eveneens gestart met een zondagcompetitie gedurende de winter in de tennishal, waar op hoog niveau werd gespeeld.

In april 1981 werd het allereerste John Moentoernooi georganiseerd. Tijdens dit toernooi streden de kinderen van TC Bakkum en TV Castricum om de punten en de prijzen.

De competitie in het jaar 1982 was voor de club alleszins geslaagd te noemen, want vijf van de zes gemengde teams en drie van de vier herenteams werden kampioen van hun afdeling.

In juni 1982 werd het eerste lustrum gevierd met een feest in ‘English style’.
In juni 1982 werd het eerste lustrum gevierd met een feest in ‘English style’.

In de maand juni daarop werd het eerste lustrum gevierd. Voor de jeugd werden er onder andere een disco-avond en ballenspeurtocht gehouden. De ouderen konden zich in het slotweekend uitleven op een feest in ‘English style’ of meedoen aan een puzzeltocht per auto of fiets. Tijdens deze zeer geslaagde lustrumviering werd Harry van der Valk benoemd tot eerste erelid van de vereniging.
Op de maandag na de festiviteiten startte onder leiding van Hans Eijkman het eerste Open Veteranentoernooi.

In 1983 nam Pieter Vijn de voorzittershamer over van Gerrit Eveleens, die bij zijn afscheid ook het erelidmaatschap kreeg. Op 28 mei van dat jaar werd het eerste ouder-kindtoernooi gespeeld. Ook werd in juni het eerste nacht toernooi gehouden.

Voor de jeugd werd er in 1985 een nieuw toernooi geïntroduceerd onder de naam ‘Koen kampioen’. Dat hield in dat de spelertjes op drie woensdagmiddagen naar de baan mochten komen om onderlinge wedstrijdjes te spelen. De beste werd uitgeroepen tot ‘Koen kampioen’. De namen van de winnaars werden vermeld op een prachtige bokaal.

De senioren moesten hun ogen goed open houden tijdens het ‘Nachttoernooi’, dat in de nacht van 7 op 8 juni 1985 werd gehouden. In hetzelfde jaar werd het eerste gemengde team op de zaterdag kampioen van het district Noord-Holland.

Het eerste gemengd zaterdagteam dat in 1985 kampioen werd van het district Noord-Holland.
Het eerste gemengd zaterdagteam dat in 1985 kampioen werd van het district Noord-Holland. Van links naar rechts Nic Jonker, Alie Rozemeijer-Beentjes, Thea Jonker-Stuifbergen en Michel Jonker.

In het team speelden maar liefst drie leden uit het gezin Jonker, namelijk vader Nic, moeder Thea en zoon Michel. Alie Rozemeier completeerde het trio.

Op zaterdagavond 26 oktober 1985 bracht Tom Okker een bezoek aan de Bloemenbaan om demonstratiewedstrijden te spelen.


Jaarboek 32, pagina 36

Eigendom en beheer van het tennispark in Noord-End

Na overdracht van de banen in april 1979 door de Stichting Tennispark Noord-End aan TVC, bleef de stichting juridisch eigenaar van het complex en verantwoordelijk voor de exploitatie en het beheer daarvan. Leo Verschoor pachtte de ontmoetingsruimte en runde ook het restaurant, dat hiervan deel uitmaakte. Dat bleek echter te ambitieus te zijn opgezet, want binnen een paar jaar kwam hieraan een eind.
Op grond van de voorwaarden die waren verbonden aan de gemeentelijke lening, verviel het tennispark spoedig weer aan de gemeente.

Midden jaren (negentien) tachtig heerste er binnen de tennisvereniging en de squashvereniging Reflex de nodige onrust. De gemeente kampte namelijk al ettelijke jaren met tekorten op de exploitatie van het vrij luxe opgezette sportcomplex, omdat de stichting de lasten niet meer kon dragen.

Daarom wilde de gemeente opnieuw tot privatisering overgaan. In april 1986 was de druk enigszins van de ketel, toen het college besloot het complex te verkopen aan Holland Sport Exploitaties BV. De directeur van deze vennootschap was Ruud Keesman. Zoon Frank ging met zijn echtgenote Bertha het park beheren.

Een tweede belangrijke wijziging in de eigendomssituatie van het tennispark vond plaats in 1992. Door het faillissement van Holland Sport Exploitaties werd de gemeente voor de tweede keer eigenaar en bood het complex weer te koop aan. Met Henk Boontje, tevens eigenaar en exploitant van het tennispark ‘De Voetel’ in Limmen, werd overeenstemming bereikt. De vereniging ging vanaf dat moment 10 banen huren van de nieuwe eigenaar. Boontje liet binnen een paar jaar twee nieuwe banen aanleggen ten behoeve van de particuliere verhuur.

Multisportpark Berg en Bal.
Multisportpark Berg en Bal.

Na diverse verbouwingen was het complex in 2000 veranderd in een multisportpark, met onder andere een klimwand, fitnesscentrum en squashbanen. Boontje gaf er de naam ‘Berg en Bal’ aan. Het park is vanwege zijn gunstige ligging en fraaie inrichting zeer geliefd onder de tennisliefhebbers.

Het competitieseizoen 1986-1987 bleek succesvol te zijn, want maar liefst zes teams werden kampioen. Van 21 tot en met 27 juni 1987 vierde de vereniging haar 10-jarig bestaan met als slot een feestavond, die werd opgeluisterd door zangeres Imca Marina.

Zowel in 1987 als 1988 vond er op initiatief van vader en zoon Keesman een uitwisseling plaats met de Groningse tennisclub ‘Cream Crackers’. Eerst ging TVC met een bus vol leden op bezoek in het hoge noorden en het jaar daarop vond de ontmoeting in Castricum plaats.

In 1989 vierde de TVC-bridgeclub ‘de Doubletjes’ haar 10-jarig bestaan. Hans Eijkman werd in dat jaar voorzitter.

Hans Eijkman.
Hans Eijkman.

Hans Eijkman

In 1979 kwam Hans Eijkman in Castricum wonen om bij de gemeente (Sportzaken) te gaan werken. Toen werd hij lid van de nieuwe
tennisvereniging, die heel veel  aan zijn inzet heeft te danken. Hij nam al snel zitting in de recreatiecommissie en was betrokken bij het open toernooi van TVC, dat jarenlang in het najaar werd gehouden als een van de laatste evenementen in de regio. Voordat Hans voorzitter werd, zat hij ook in de wedstrijd- en technische commissie.

De finalisten van het ‘Open Veteranentoernooi’ in 1991.
De finalisten van het ‘Open Veteranentoernooi’ in 1991. Geheel rechts staat Dick Molenkamp, die vanaf het eerste uur lid was van TC Bakkum en tot op hoge leeftijd bleef tennissen.

In 1982 organiseerde Hans het eerste ‘Open Veteranentoernooi’ en deed dat in 2009 alweer voor de 27e keer op zijn eigen vertrouwde wijze.

Hans Eijkman is negen jaar voorzitter geweest. Bij zijn afscheid in 1997 werd hij benoemd tot erelid. Kort na zijn afscheid trad Hans weer aan als lid van de technische commissie. Toen de vereniging eind 2005 zonder voorzitter kwam te zitten, toonde hij zich opnieuw bereid om ad interim twee jaar lang de club te leiden. Tegenwoordig vervult Hans de functie van vice-voorzitter en maakt deel uit van de PR-commissie.

 Rick van Eijk (rechts op de foto) werd in 1990 Nederlands indoor- tenniskampioen bij de jongens tot en met 16 jaar. Later ging hij in Amsterdam wonen. In april 2009 kwam hij terug bij TVC om een demonstratiewedstrijd te spelen tegen trainer Roy Boontje, die links van het net staat.
Rick van Eijk (rechts op de foto) werd in 1990 Nederlands indoor- tenniskampioen bij de jongens tot en met 16 jaar. Later ging hij in Amsterdam wonen. In april 2009 kwam hij terug bij TVC om een demonstratiewedstrijd te spelen tegen trainer Roy Boontje, die links van het net staat.

Veranderingen

In het voorjaar van 1990 werd het TVC-talent Rick van Eijk verrassend Nederlands indoor-tenniskampioen bij de jongens tot en met 16 jaar. De seniorencompetitie van dat jaar leverde voor het eerste, tweede en derde gemengde team op de zondag het kampioenschap op. In augustus deed een nieuw evenement zijn intrede bij TVC. Dat was het ‘Straten-wijken-toernooi’, waar teams aan meededen die bestonden uit leden die bij elkaar in een straat of wijk woonden. Het toernooi was jarenlang een topper.

Het derde lustrum was in 1992 een feit en ter ere daarvan konden de leden op 5 april meedoen aan een fietsrally. Ook werd er een casino-avond georganiseerd.

Eind maart 1993 kon de jeugd van Castricum kennismaken met de tennissport via een grote instuif, die door de jeugdcommissie werd georganiseerd. Aan het evenement in de tennishal van de Bloemenbaan deden maar liefst 330 kinderen van 13 basisscholen mee. In hetzelfde jaar kreeg de jeugd van TVC een eigen jeugdspecial in het clubblad de ‘Zetpoint’.


Jaarboek 32, pagina 37

De clubkampioenschappen van 1994 werden overschaduwd door het overlijden van Ger de Jager, die veel betekende voor de vereniging en de stuwende kracht was achter de organisatie van deze onderlinge wedstrijden. Daarom werd het toernooi afgebroken. Als eerbetoon aan dit clublid wordt vanaf 1995 tijdens de clubkampioenschappen de ‘Ger de Jager Trofee’ uitgereikt.

Het 20-jarig bestaan werd in juni 1997 gevierd. Het thema van de feestweek was ‘geschiedenis en toekomst’. Zeer apart was het ‘houten racket mix toernooi’ dat werd gehouden. Ook was er veel belangstelling voor de ‘Lustrum games’ en de grote feestavond, waarvoor de Bloemenhal werd omgetoverd tot danshal en alles in het teken van de sixties stond. Er waren onder andere optredens van de band Poker (voormalige Frogs) en de Blues Brothers. Tijdens deze avond ontving Alie Roos de gouden TVC-speld, omdat zij vanaf het verschijnen van de eerste Zetpoint al die jaren de distributie van het clubblad verzorgde.

In 1997 nam Martin Wilson het voorzitterschap over van Hans Eijkman.

De voorzitters van 1977 tot 2009

1977-1983 Gerrit Eveleens
1983-1986 Pieter Vijn
1986-1989 Frans Bruggeman
1989-1997 Hans Eijkman
1997-2003 Martin Wilson
2003-2005 Gerrit Eveleens (ad interim)
2005-2007 Hans Eijkman (ad interim)
2007-heden (=2009) Jos Verkleij

Op 1 april 1998 werd de tenniszuil geïntroduceerd, waardoor het mogelijk werd om via een computer een baan te reserveren. De vereniging was een van de eerste waar dit systeem werd toegepast.
In 2002 stond het seizoen grotendeels in het teken van het zilveren jubileum, dat in juni werd gevierd. Het programma hield onder andere een clinic van Jacco Eltingh voor de jeugd in en uiteraard een feestavond. Ook was er een prachtige foto-expositie te bezichtigen over de afgelopen 25 jaar en vond er een receptie plaats, gevolgd door een reünie. Voorts werd er in 2002 stilgestaan bij het feit dat de trimclub van Guus Paulsen 25 jaar bestond.


Jaarboek 32, pagina 38

De trimclub

Guus Paulsen, lid van TVC vanaf het eerste uur, kwam vlak na de oprichting van de nieuwe Castricumse tennisvereniging met het idee om een trimgroep op te richten, zodat de leden de gelegenheid werd geboden om fit de winter door te komen. Dat idee sloeg enorm aan, want Guus verzamelde al snel een grote groep om zich heen, die trouw elke zondagochtend bij Johanna’s Hof paraat stond om vervolgens te gaan trimmen of diverse rek- en strekoefeningen te gaan doen. Guus hield dat jaren vol en verzaakte nooit, weer of geen weer.

De trimclub van Guus in de jaren 1980.
De trimclub van Guus in de jaren (negentien) tachtig. Van links naar rechts staand: Guus Paulsen, Gerard de Vlieger, Jabbe Miettinen, Sjef Pronk, Johan van Caspel, Jan Brakenhoff, Betty Kuijs, Ger van Grijswijk, Mar Lute, Otto Visser, Tonny Veenboer, Gerard Beentjes, Dini Paulsen en Peter-Paul van Emmerik; knielend: Hans Eijkman, Tineke Kaandorp, Hans Balk, Hannie Knol, Jan Brouwer, Hans Veenboer en Ruud Simons.

In 2002 vierden tijdens een reünie bij Johanna’s Hof vele leden en oud-leden het feit dat Guus de trimclub inmiddels 25 jaar leidde. De gedreven en zeer sportieve trimtrainer werd toen flink in het zonnetje gezet. In 2008 stopte Guus op 71-jarige leeftijd met zijn activiteiten, waarmee hij zo’n 30 jaar de conditie van talloze TVC’-ers op peil had gehouden.

Magere jaren

Vanaf 2003 kwam TVC in wat moeilijker vaarwater terecht. Het ledenaantal was afgenomen tot ruim 700 en daardoor huurde de vereniging steeds minder banen van exploitant Boontje. Desondanks werden er nog wel de nodige prestaties behaald. Zo werd het eerste jongensteam kampioen in de derde klasse en greep het eerste damesteam net naast de nationale districtstitel.

In de zomer van 2003 ontstonden er wat problemen met de eigenaar van Berg en Bal, die zich afvroeg of de tennisvereniging nog wel op zijn complex kon blijven spelen. Door deze onrust gingen er binnen TVC stemmen op om uit te kijken naar een nieuwe locatie. Martin Wilson trad aan het eind van dat jaar af als voorzitter en werd het vierde erelid van de vereniging.

De algemene ledenvergadering ging op 11 april 2005 akkoord met de oprichting van de vereniging ‘TV Nieuw’, die de opdracht kreeg om in samenwerking met de gemeente de mogelijkheden van verhuizing te onderzoeken. Dit heeft niet tot resultaat geleid, waarna de nieuwe vereniging eind 2008 werd opgeheven.

De toekomst

Anno 2009 kan de conclusie worden getrokken dat TV Castricum zich goed heeft hersteld van een mindere periode. Er heerst onder leiding van de nieuwe voorzitter Jos Verkleij een goede sfeer binnen de vereniging, die tegenwoordig (in 2009) ruim 600 leden telt.

In de ledenvergadering van 2 februari 2009 stelde TVC een activiteitenplan voor de komende jaren vast.
In de ledenvergadering van 2 februari 2009 stelde TVC een activiteitenplan voor de komende jaren vast.

In de ledenvergadering van 2 februari 2009 werd een activiteitenplan voor de komende jaren vastgesteld.


Jaarboek 32, pagina 39

Slotwoord

De tennissport heeft ook in ons dorp een enorme ontwikkeling meegemaakt. Halverwege de jaren (negentien) zeventig klopten steeds meer mensen voor het lidmaatschap aan bij de oudste vereniging in Bakkum, waardoor het noodzakelijk bleek om een tweede vereniging op te richten.

De huidige accommodaties, materialen en technieken zijn niet meer te vergelijken met de wijze waarop deze sport in het begin van de vorige eeuw werd beoefend. Het spelplezier is echter minstens zo belangrijk gebleven.

Hans Boot

Bronnen:

  • Archiefstukken TC Bakkum en TV Castricum.
  • Diverse edities Nieuwsblad voor Castricum.

Met dank aan:

AnneMarie van Aken, Hans Eijkman, Hans Gielink, Tonny Hendriks, Wim Hespe, Ronald van der Horst, Nic en Thea Jonker, Dirk Joosse, Chris en Loes van Keeken, Piet Kuijper, Ernst Lawa, Jaap Scholte, Erica Veldmans, Truus Witkamp en Tine Zwaan.


27 december 2021

Voetbalverenigingen, de Castricumse (Jaarboek 29 2006 pg 3-29)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 29, pagina 3

De Castricumse voetbalverenigingen

Sportveld Vitesse '22.
Sportveld Vitesse ’22 in 1932. Dit is op de plaats waar nu de Jan Hoberg en Leo Toepoelstraat zijn. Van links naar rechts boven: P. Stuifbergen, P. Res, L. Res, G. Heideman, C.v.d.Berg. Midden: S. Stuifbergen, Fr. Schut, B.v.Benthem. Onder: C. Beentjes, Th. Schermer, Th. Schut. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Voetbal is al sinds jaar en dag de grootste volkssport in Nederland. In bijna elke plaats werd minstens één voetbalvereniging opgericht. Ook Castricum bleef daarin zeker niet achter.

Duizenden inwoners hebben hun voetsporen liggen op de velden van Vitesse ’22, de Castricumse Sportvereniging (CSV) of Sport Club Castricum (SCC). De twee laatstgenoemde clubs zijn in 2002 opgegaan in FC Castricum.

De maatschappelijke betekenis van de verenigingen is indrukwekkend. Begin jaren (negentien) zestig was bijvoorbeeld een derde van het aantal Castricumse jongens lid van de Vitesse- of CSV-familie. Daarnaast ondersteunden vele vrijwilligers de voetbalverenigingen. Hieronder wordt teruggeblikt op de talloze herinneringen aan het in clubverband beoefenen van de voetbalsport in ons dorp. De eerste officiële aftrap vond ongeveer vijfennegentig jaar geleden plaats (red: gerekend vanaf 2006).

Het allereerste eljial van de eerste vereniging CSV (circa I911- 1925).
Het allereerste eljial van de eerste vereniging CSV (circa 1911-1925). Van links naar rechts zittend: Iet Strijkers, Jaap van der Wolff, Jan Res Gzn., Jan Goes en Jaap Borst; knielend: Dirk Joos en. Cor de Haas en Jan Res Bzn.; spelers staand: Wim Jacobs, Dorus Schermer en Jan Castricum Wzn.; overigen staand: Willem Scherme1; Piel Schermer; scheidsrechter Jacob Jacobs, Gerrit. van der Wel en voorzitter Cor Peperkamp.

Wie was de eerste?

Vaak wordt gedacht dat Vitesse een oudere vereniging is dan CSV, uitgaande van de respectievelijke oprichtingsjaren 1922 en 1930. Maar wat velen niet weten, is dat er voor Vitesse al een CSV bestond.

Die vereniging zou rond 1911 van start zijn gegaan. Tot nu toe zijn hiervan geen bewijsstukken gevonden. Het exacte oprichtingsjaar is helaas niet meer te achterhalen. CSV komt pas vanaf 1917 op de adreslijsten van de KNVB voor. De vereniging speelde op een terrein aan het eind van de Haagscheweg. Het entreegeld bij wedstrijden bedroeg 15 cent. Van enige verzorging van spelers en toeschouwers op het terrein was aanvankelijk geen sprake. Het omkleden kon alleen bij café Borst geschieden.

Pas na verloop van tijd werd er een kiosk op het terrein neergezet, waar kogelflesjes en Kwattarepen gekocht konden worden. Men speelde eerst in witte shirts met witte of zwarte broeken en zwarte kousen. Sommigen gebruikten hun overhemd kennelijk als shirt en hielden de stropdas om, zoals een van de oudste foto’s laat zien. Later veranderde het tenue, in wat werd omschreven als: ‘Zwartjersey trui met breede roode baan in het midden verticaal, roode kraag en manchetten, zwaite broek’.

Dorpssmid Cor Peperkamp werd de eerste voorzitter van de vereniging. De eerste secretaris was Gerrit van der Wolff. Het bestuur bestond verder uit de heren Schermer, lmmink en Kok. Het was vooral Van der Wolff die stimuleerde dat er een sterk eerste elftal ontstond, waarin de namen voorkwamen van doelman Dorus Schermer en veldspelers als Willem Jacobs, Jaap van der Wolff, Hannes van Koot, Nic. Goes, Jaap Borst, Jan Castricum, Jan Res, Piet Stuifbergen en Frans van de Torren.

CSV kwam vele jaren uit in de eerste klasse van de Noord-Hollandse Voetbalbond. Men ontmoette voor die tijd reeds sterke clubs, zoals Stormvogels uit IJmuiden. Er werd opp0rtunistisch voetbal gespeeld, gezwoegd en gevochten voor de overwinning. Quirinus de Ruijter vertelt in zijn boek ‘Schippers van ’t Stet’ dat’ Ant van Bertus’, de moeder van keeper Dorus Schermer, tijdens de wedstrijden een bijzondere rol vertolkte. Gewapend met een paraplu koos zij altijd positie naast een van de palen van het doel van haar zoon, dat hij als zijn heiligdom verdedigde. Als CSV scoorde, maakte Dorus met z’n moeder een indianendansje. Maar het oude mensje was totaal van de kook als het doel van haar zoon onder vuur werd genomen. En na afloop meldde zij luid en duidelijk: “Onze Dorus was weer goed, hè!”

Tussen de vele sp0rtvrienden van CSV vormde zich een hechte band. Naar ‘geloof’ werd niet gevraagd, men speelde ‘voetbal’.
Helaas voor de club keerde het tij. De verzuiling nam in de jaren (negentien) twintig  scherpere vormen aan. Katholieken en niet-katholieken leefden steeds meer gescheiden. De ene groep kocht niet bij de andere en omgekeerd. Ook in de gemeenteraad kwam het toenemende ‘separatisme’, zoals de door de Katholieke kerk voorgestane scheiding ook wel werd aangeduid, aan de orde. Wethouder Hemmer merkte eens op: “De kerkelijke overheid treft geen verwijt, dat zij althans de jeugd in eigen kring opgevoed wil zien, want het gevaar voor gemengde huwelijken is niet denkbeeldig. “

Tegen die achtergrond moet het initiatief van de kerk worden gezien om naast de bestaande algemene voetbalvereniging een rooms-katholieke vereniging op te richten.
De nieuwe vereniging kwam er en dat betekende praktisch de doodsteek voor CSV. De meeste tooms-katholieke spelers volgden de door de kerk aangewezen weg en voor CSV werd het steeds moeilijker om zich te handhaven. Het eerste elftal zakte af naar de tweede klasse en in mei


Jaarboek 29, pagina 4

1923 werd in een bestuursvergadering van de Noord-Hollandse Voetbalbond het verzoek ingewilligd om het tweede elftal van CSV uit de competitie terug te trekken. De vereniging werd in 1925 ontbonden. Zij zou echter vijf jaar later onder dezelfde naam terugkeren in het Castricumse voetballeven.

De oprichtingsfoto van Vitesse.
De oprichtingsfoto van Vitesse. Van links naar rechts grensrechter J. Olgers, H. Beentjes, J. Brasser, C. Twisk, B. van Benthem, P. Kuijs, C. Res, J. de Nijs, C. Kabel, C. Res, S. Bakker en P. de Nijs.

Vitesse ’22

Op uitnodiging van kapelaan Starrenburg komt een groepje mannen bijeen, wat resulteert in de oprichting van een katholieke voetbalvereniging op 11 mei 1922. Er wordt gekozen voor de naam ‘Vitesse’, het Franse woord voor ‘snelheid’. De toevoeging van het jaartal wordt later noodzakelijk, omdat er meerdere clubs in ons land zijn die dezelfde naam dragen.

De eerste wedstrijden vinden plaats op het weiland van Jac. Schuit, waar nu de Brink is. Later verhuist de club naar een weiland ten zuiden van het huidige Vitesse-terrein met alleen wat greppels en sloten er omheen. Een kleedkamer is er niet.

Kapelaan Starrenburg wordt benoemd tot geestelijk adviseur van de vereniging. Een dergelijke functionaris had het laatste woord als het ging om zaken die de kerk raakten. Meester Koot van de Augustinusschool is de eerste voorzitter, die onder andere wordt bijgestaan door G. de Nijs Mzn. (secretaris) en P. Bakker (penningmeester).

Spoedig worden er plannen gesmeed voor de aanleg van een veld aan de Oudeweg, achter de Dorpsstraat (waar nu straten als Rusthof en Jan Hobergstraat zijn gelegen). Op zekere dag komen veertig jongens bijeen om twaalfhonderd kubieke meter zand te verplaatsen en gras in te zaaien. De doelpalen en een summiere afrastering worden in de werkplaats van timmerman/aannemer Kabel gemaakt, zoals dochter Tiny beschrijft in het jubileumboek ‘Vitesse 75 jaar’. Als het gras nog maar net is opgekomen, worden de eerste competitiewedstrijden al gespeeld. De aanleg van het terrein heeft in totaal circa 180 sigaretten gekost …

Spelmoment uit de wedstrijd Vitesse-ADO op het terrein aan de Oudeweg. Herman van Velzen gooit in voor Vitesse. Rechts volgen Jan Zonneveld en Jac. Roozing (ADO) de bal.
Spelmoment uit de wedstrijd Vitesse-ADO op het terrein aan de Oudeweg. Herman van Velzen gooit in voor Vitesse. Rechts volgen Jan Zonneveld en Jac. Roozing (ADO) de bal.

De beginperiode

In het begin trokken de spelers hun voetbaltenue thuis al aan, omdat er geen kleedgelegenheid op het veld was. Na afloop van de wedstrijd ging het ook thuis weer uit.

Het tenue

Het eerste tenue van Vitesse bestond uit een blauw-zwart verticaal gestreept shirt. Over de kleur van de broek of kousen is niets bekend, maar uit de eerste foto’s blijkt dat beide zwart waren. De kousen werden later blauw-zwart gestreept.

Vanaf 1950 wordt er gesproken over een donkerblauw shirt met witte kraag of hals en witte manchetten, een zwarte broek en blauwe kousen met of zonder een witte boord. De club is deze outfit grotendeels trouw gebleven. Aan het eind van de jaren (negentien) zestig wordt hiervan door het eerste team nog wel eens afgeweken en is het tenue bijvoorbeeld vrijwel geheel wit met een blauwe baan op het shirt. Vanaf de jaren 1970 worden de shirts van met name het eerste team ook voorzien van rugnummers. Nadat sponsoring een bekend verschijnsel wordt in de jaren 1990, krijgen de shirts van diverse teams bij zowel de senioren als de jeugd de opdruk van een bedrijfsnaam.

Vitesse startte op de onderste sport van de voetballadder in de 3e klasse A van de Diocesane Haarlemse Voetbalbond (DHVB), een onderafdeling van de IVCB. Het eerste jaar bracht direct succes, want de ploeg legde beslag op de titel en promoveerde naar de 2e klasse. De financiën baarden echter zorgen; de inkomsten waren zeer laag. De opbrengst aan entreegelden uit de eerste competitiewedstrijd bedroeg bijvoorbeeld zestig cent.


Jaarboek 29, pagina 5

Binnen enkele jaren promoveerde Vitesse achtereenvolgens naar de 1e klasse DHVB en de 4e klasse van de IVCB-competitie.

Langzaam maar zeker kwamen er betere voorzieningen op het terrein aan de Oudeweg. Kabel bouwde een echt kleedlokaal met aparte ruimtes voor de thuisploeg en de bezoekende club. In het midden bevond zich een kiosk. De eerste beheerder was Jan Castricum, melkboer uit de Dorpsstraat. Na verloop van tijd zorgde men ook voor een waterleiding, werd een hoge afrastering om het veld gerealiseerd en verrees bij de ingang een hokje voor de kaartjescontrole. Tot slot werd zelfs een echte tribune opgetrokken, die plaats bood aan honderd toeschouwers. Het hele dorp liep op zondagmiddag uit voor een bezoek aan de thuiswedstrijden van het eerste elftal. Na afloop gingen de spelers naar café De Landbouw om te biljarten.

In de jaren (negentien) dertig was Vitesse de ploeg van de middenmoot. Spelers waren onder andere Cor Bakker, Jan Kabel, Lots Res, Siem Bakker, Thijs Schut, Tinus Admiraal, Piet Lute, Joop Hageman, Piet Veldt, Niek de Zeeuw, Toon Hollenberg, Toon Lute, Nic. van Weenen, Piet Stengs, Gerard de Groot, Jan Tromp, Twan Toepoel, Willem de Wildt, Klaas Zonneveld, Herman van Velzen en Henk Zeeman.

De economische crisis drukte in deze tijd ook haar stempel op het verenigingsleven. Er heerste een grote werkloosheid. Sommige leden konden hun contributie niet meer voldoen en het publiek had moeite om entreegeld te betalen. Toch wist de club zich dankzij enkele gulle gevers te handhaven.
Ten gevolge van de mobilisatie waren vele jongemannen eind jaren (negentien) dertig onder de wapenen. Bij het dreigende oorlogsgeweld zag het er somber uit voor de vereniging.

Uit donker dal naar successen

Spoedig na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwam Vitesse uit in de KNVB, omdat de IVCB daarin was opgenomen op last van de bezetter. Ondanks gedwongen tewerkstelling van verschillende spelers in Duitsland slaagde de club erin om in 1942 het kampioenschap van de 4e klasse te behalen. De promotiewedstrijden tegen ADO ’20 uit Heemskerk gingen echter verloren, zodat men geen treetje hoger mocht spelen.

Vanwege de oorlogssituatie kon Vitesse haar eigen veld niet meer betreden. De club zag zich genoodzaakt haar thuiswedstrijden elders te spelen en daarvoor bood GVO in Krommenie onderdak. Dat was echter van korte duur, want de competitie 1944-1945 kwam in zijn geheel stil te liggen.

Een week na de bevrijding speelde Vitesse haar eerste wedstrijd tegen ADO ’20. De Castricummers wonnen maar liefst met 5-1. Zij kwamen in die periode ook uit tegen de Binnenlandse Strijdkrachten en een team bestaande uit soldaten van de geallieerden.

Vanaf oktober 1945 werd een eigen clubblad uitgegeven. Het gestencilde blaadje kreeg de naam ‘Climax’ en genoot vanaf het begin grote populariteit, omdat het vol stond met gezellige Vitesse-nieuwtjes.

Het bestuur van Blauw-Zwart tijdens het 25-jarig bestaan van de supportersvereniging in 1970.
Het bestuur van Blauw-Zwart tijdens het 25-jarig bestaan van de supportersvereniging in 1970. Van linksn naar rechts zittend: Siem Admiraal, voorzitter Bank Bakker en Jan Bakker; staand: Piet Kok, Nico Beentjes en Rikus Beerse.

De supportersvereniging

Op 15 augustus 1945 werd de supportersvereniging ‘Blauw-zwart’ opgericht. De naam ontleende men aan de clubkleuren van Vitesse. Gerrit Lute Bzn. was de eerste voorzitter. De doelstelling was het geven van morele steun aan de club in de ruimste zin van het woord. Daaronder werd onder andere verstaan het ‘smeden van een hechte band tussen de supporters en het kweken van een sportieve geest’ door het organiseren van contact- en spelregelavonden. Ook beijverde de club zich in de beginperiode voor het meereizen van de supporters naar uitwedstrijden tegen een gereduceerde prijs. De contributie bedroeg toen een kwartje per maand.

In 1970 werd de supportersvereniging in het zonnetje gezet ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan. Blauw-Zwart zorgde zelf voor een grootse feestavond in De Clinghe met na afloop bal bij Endstra in De Rustende Jager.

Ook tijdens het 75-jarig bestaan van Vitesse was Blauw-zwart springlevend en organiseerde volop loterijen, klaverjasdrives enzovoorts. Zij beschikte toen over 500 leden. Het bestuur werd gevormd door Kees Louter (voorzitter), Henny Reijnders (secretaris), Jos Kos (penningmeester) en de leden Nico Lute, Rikus Beerse en Piet Nieuwenhuizen. Al zo’n kleine 40 jaar is de door Blauw-Zwart gehouden ‘ouderenmiddag’ in de kantine op de Puikman een jaarlijkse traditie. De senioren kunnen dan, onder het genot van een borreltje, meedoen aan allerlei spelletjes.

In augustus 2005 werd er een receptie gehouden ter gelegenheid van het 60-jarig jubileum van Blauw-Zwart. Tevens was dit de afscheidsreceptie voor Kees Louter, die bijna 26 jaar bestuurslid was geweest van de supportersvereniging, waarvan 14 jaar als voorzitter. Hij werd opgevolgd door Henny Reijnders.

De eerste poging om de derde klasse te bereiken strandde in de laatste wedstrijd van het seizoen 1945-1946. Tegen VVB uit kreeg Vitesse vlak voor tijd een penalty tegen. De Velsenaren maakten er dankbaar gebruik van en promoveerden.

Het seizoen 1946-1947 bracht wel het verdiende succes: het kampioenschap en promotie naar de derde klasse. Vitesse had in die tijd ook een bloeiende handbalafdeling.

Tot 1947 kon Vitesse op het terrein aan de Oudeweg blijven voetballen. Door de geplande woningbouw aldaar moest men verkassen naar het noodterrein aan de Oude Haarlemmerweg achter de boerderij van Jaap Beentjes. De jeugdelftallen speelden op een tweede noodterrein aan de Doodweg.

 Annie Zijlstra zamelt geld in om artikelen te kopen voor de Vitesse-jongens in Indië.
Annie Zijlstra zamelt geld in om artikelen te kopen voor de Vitesse-jongens in Indië.

Ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de vereniging verscheen op 11 mei 1947 een extra uitgave van de Climax. In het voorwoord werd naast de feestvreugde stilgestaan bij het feit dat een groot aantal leden in Indië vertoefde. Naar deze jongens stuurde men bij elkaar gespaarde pakketten met artikelen zoals postpapier, scheerzeep, pepermunt en een zang- en kerkboekje. Ook werd er onder de militairen een prijsvraag gehouden. Daarbij ging het om het aangeven van zoveel mogelijk namen van de 160 personen op een foto, die ter ere van het zilveren jubileum was gemaakt.

Het kampioenselftal uit 1948.
Het kampioenselftal uit 1948. Van links naar rechts knielend: Theo Tromp, Herman van Velzen, Klaas Zonneveld, Willem de Wildt en Jan Tool; staand: grensrechter Jan Tromp, Wim Zonneveld, Arie van der Valk, Antoon Hollenberg, Henny Eickhoff, Nick van Weenen en Floor Zonneveld.

In 1948 eindigde Vitesse opnieuw als kampioen. De promotiewedstrijden tegen Alkmaarse Boys, Zaandijk en De Meteoor leverden echter, ondanks de extra treinen met Castricumse supporters, niet meer dan een derde plaats op.


Jaarboek 29, pagina 6

Foto circa 1948: Vitesse speler Arie van der Valk.
Foto uit circa 1948: Vitesse speler Arie van der Valk.

De vedette: Arie van der Valk

Arie van der Valk, geboren op 12 augustus 1927, was een voetbalartiest met een fluwelen techniek. Hij kwam uit Beverwijk en verhuisde in 1945 naar Castricum, waar hij lid werd van Vitesse. Jarenlang was hij een vaste keus in het eerste. Ooit sloeg hij een aanbod van Alkmaar ’54 af.

Arie was ook populair bij de jeugd, zoals blijkt uit een anekdote van Henk Hommes: “Als jongetje ging ik al mee naar de uitwedstrijden van Vitesse en ik vond het een hele eer om de koffer van Arie van der Valk te mogen dragen. Toen er een keer entreegeld voor me werd gevraagd, zei Arie: mijn zoon gaat gratis naar binnen, want anders wordt er vanmiddag niet gevoetbald!”

In de jaren (negentien) zestig hoorde Arie met spelers als Henny Eickhoff en de tweeling Henk en Jan Borst bij Vitesse tot de groep die zich vanwege meningsverschillen liet overschrijven naar CSV. Een aantal van hen voetbalde nog geruime tijd in het eerste van die club. Arie van der Valk zou zich daar onsterfelijk maken in een belangrijke wedstrijd tegen ADO. De Castricummers stonden op degraderen en de Heemskerkers konden kampioen worden. ADO kwam op 0-1, maar na rust kwam Arie in het veld. Hij maakte twintig minuten voor tijd de gelijkmaker en op zijn aangeven werd het zelfs 2-1 voor CSV. Mede daardoor ging promotie aan ADO voorbij en werd Arie nog lange tijd vervloekt in Heemskerk. Arie hing op z’n 38e zijn kicksen aan de wilgen. Daarna werd het stil rondom deze vedette. Hij werkte als magazijnbediende op Duin en Bosch en overleed op 5 januari 1997 op 69-jarige leeftijd.

Omdat Vitesse een eigen sportpark wilde, gingen pastoor Goes en de heer J.P. Bos het gevecht aan met diverse instanties om deze wens in vervulling te doen gaan. Na veel vergaderen en onderhandelen kwam het complex tot stand op de Puikman, gelegen aan de voet van de Papenberg. Het werd in 1951 geopend.

Voetbalcomplex Vitesse '22 aan de Puikman.
Voetbalcomplex Vitesse ’22 aan de Puikman.

De velden aan de Puikman

1951 Opening van het sportpark. De aanleg vond plaats in het kader van het wederopbouwplan. Het complex bestond uit drie speelvelden, zes kleedlokalen en een kleine bestuursruimte. De grond is deels eigendom van de kerk en deels van de gemeente. Het deel van de kerk wordt gepacht door de gemeente Castricum, waarvan Vitesse de velden huurt.

1959 Ingebruikname van de overdekte tribune (met 350 zitplaatsen), een kantine en een staantribune (‘drietraps’ staantalud aan de zijde van de Beverwijkerstraatweg). De financiële middelen hiervoor kwamen uit reclameborden en de plaatselijke middenstand.

1962 Uitbreiding van de zittribune met 150 plaatsen en realisatie van zes kleedkamers onder het nieuwe gedeelte. Een paar jaar later kwamen er nog eens 150 zetels bij. Het ging maar door, onder invloed van de gedachte de Puikman niet te willen verlaten. Er bestonden namelijk rond die tijd plannen voor een randweg, waartegen de club zich met hand en tand verzette. In 1962 genoot Vitesse ook de primeur van terreinverlichting en trainer Verschuur mocht de eerste training onder de lichmasten geven.


Jaarboek 29, pagina 7

Burgemeester Smeets trapt af bij de opening van het sportpark aan de Puikman.
Burgemeester Smeets trapt af bij de opening van het sportpark aan de Puikman.

1967 Het bestuur kreeg een goede vergaderruimte; ook werd er een massagekamer ingricht.

1968 Vergroting van de keuken en de kantine. Ook werd eindjaren (negentien) zestig vanwege de grote bloei van de jeugdafdeling het clubhuis uitgebreid met support van lokale ondernemers.

1970 Aanleg van een nieuw seniorenveld, waardoor het totaal op zes velden kwam.

1972 Realisatie van een geheel nieuwe terreinverlichting op het toenmalige B-veld.

1974 Broodnodige facelift van de Puikman dankzij de inzet van wethouder voor sportzaken L.W. Stam. Daarn1ee was het voortbestaan van de vereniging gewaarborgd.

1977 Door de overname van het beheer en onderhoud kreeg het complex het karakter van een gemeentelijk sportpark.

1978 Op 14 april werd de eerste steen gelegd voor een nieuwe kleedaccommodatie. Deze bevatte zes kleedlokalen, zes scheidsrechterskamers, een magazijnruimte en een EHBO/massage-ruimte. In dat jaar werden ook de parkeerplaats voor fietsen en auto’s, de toegang, het hekwerk om het complex, de trainingshoek met verlichting en de drainering geheel vernieuwd.

jaren 1980 Uitbreiding met velden voor de honk- en softbalvereniging, die als onderdeel van Vitesse werd beschouwd. De honk- en softballers gebruiken het sponsorhome als kantine sinds de ‘Club van 1000’ is opgeheven.

1998 Aanleg van een speeltuintje en opening door Henny Huisman.

1999 Aanleg van een boardingveldje langs de Beverwijkerstraatweg, dat de naam ‘Jeugd Arena’ kreeg en bestemd werd voor de jongste pupillen van de club.

2004 Voorstel van het bestuur aan de kerk om een deel van de grond te verkopen aan de gemeente, die daarop woningbouw zou kunnen ontwikkelen. In ruil daarvoor zou er een herindeling van het complex moeten plaatsvinden, inhoudende de sloop van de huidige kantine met kleedkamers en herbouw daarvan. Ook eiste de club twee kunstgrasvelden. Omdat de provincie woningbouw in dit gebied niet toestond, was dit plan in 2005 van de baan. Toen besloot het bestuur een verbouwplan in te dienen bij de gemeente, daar de opstallen sterk verouderd waren. Het complex kreeg in hetzelfde jaar reeds een facelift door vernieuwing van het toegangspad en de hekwerken. Bovendien werd het hoofdveld van een nieuwe grasmat en drainage voorzien.

2006 Goedkeuring verbouwplan en start uitvoering.

De terreinknechten

De velden aan de Puikman zijn jarenlang verzorgd door trouwe vrijwilligers als Jan Valkering, Cor Zonneveld, Riekus Beerse en Bank Breedveld.

Vanzelfsprekend maakten de terreinknechten allerlei belevenissen mee. Hier volgen er twee. Tijdens een wedstrijd van het tweede vonden de spelers dat de bal te zacht was en ook de scheidsrechter beaamde dat. Cor Zonneveld werd toen gevraagd of hij de bal in de rust even wilde oppompen. Na afloop van de wedstrijd vroeg hij de jongens of de bal hard genoeg was geweest. Het antwoord luidde: “Prima, Cor.” En Cor kon toen lachen, want hij had niets aan de bal gedaan.

Jan Valkering was erg populair bij de spelers, maar dat betekende niet dat zij hem nooit voor de gek hielden. Een van de terugkerende streken was het aan de vloer spijkeren van zijn rubberlaarzen. Jan ging daar echter nooit op in. Op een gegeven dag prezen de jongens Jan omdat hij niets had laten merken en beloofden, onder het aanbieden van een doos sigaren, dat ze het nooit meer zouden doen. Jan knikte goedkeurend, stak de sigaren in zijn zak en antwoordde: “Dat is best jongens, dan zal ik voortaan mijn pruim niet meer in de theepot gooien …”

Het elftal van Vitesse dat in 1959 de titel pakte en promoveerde naar de 2e klasse van de KNVB.
Het elftal van Vitesse dat in 1959 de titel pakte en promoveerde naar de 2e klasse van de KNVB. Van links naar rechts hurkend: Nico Stuijbergen, Jan de Zeeuw, Martin Res, Theo de Groot, Henk Zonneveld en Nico Jonker; staand: Gerard Jonker, Piel Beentjes, Nico Lute, Henny Jonker, Fred Res, Toon Groot en grensrechter Jan Tromp.

‘Eeuwige tweede’

Vanaf 1955 gingen de prestaties in stijgende lijn. Vitesse verbleef steeds in het bovenste deel van de ranglijst.

In 1959 bereikte men het kampioenschap en de promotie naar de 2e klasse. Dat was voor een groot deel te danken aan trainer Jan Hagenaars. Deze oud-doelman van de Volewijckers had Vitesse vijf jaar onder zijn hoede.

Na het seizoen 1958-1959 zag men voor het eerst een speler vertrekken naar het betaalde voetbal. Het was Nico Jonker, die naar Haarlem ging en daar vele jaren zou spelen. De ploeg leed een ernstig verlies, dat echter gecompenseerd werd door een goede opvolger, Dick Twisk.

Toch werd de competitie 1959-1960 met gematigd optimisme ingezet. Na drie wedstrijden stond Vitesse op de laatste plaats. Gelukkig kwam de ommekeer op tijd en men had zelfs na 20 wedstrijden nog kans op de titel. Die werd echter in een adembenemende slotfase net niet bereikt.

Het jaar daarop eindigde Vitesse op de tweede plaats en mocht met OVVO uit Amsterdam om de promotie strijden. De eerste wedstrijd uit werd nog wel gewonnen, maar de thuiswedstrijd en de beslissingswedstrijd op het neutrale terrein van KHFC eindigden met een negatieve score. Vitesse bleef dus opnieuw tweedeklasser.


Jaarboek 29, pagina 8

De evenementen en toernooien

Vitesse heeft in haar lange historie verschillende evenementen en toernooien georganiseerd, die vaak terugkeerden.

Het traditionele gezamenlijke ontbijt in 1962.
Het traditionele gezamenlijke ontbijt in 1962.

In het verleden werd jaarlijks rond de oprichtingsdag het traditionele gezamenlijke ontbijt gehouden in Hotel Borst. Hieraan ging een Heilige Mis in de St.-Pancratius vooraf. In de periode 1964 tot en met 1988 werd de jeugd in de gelegenheid gesteld om diverse sportkampen te bezoeken, bedoeld als een weekje ontspanning met sport en vermaak. Het allereerste kamp vond in het Duitse Stadskyll plaats. Daarna volgde deelname aan sportkampen in Berg en Dal, Zundert, Bergen (Limburg), Horst, Wassenaar, Borculo, Weert en ook op Texel werden de tenten een paar keer opgeslagen.

Uit de kampeertijd in jaren (negentien) zestig is nog een mooi verhaal bewaard gebleven; dat gaat over Gé de Wit. Hij had als jonge leider op een avond de wacht bij de Vitesse-tent. Rond middernacht kwamen twee jongens uit de tent vragen of zij naar de wc mochten. Gé stemde daarmee in, mits ze weer heel stil hun tent wilden ingaan. Na een kwartiertje volgden nog vijf jongens met hetzelfde verzoek en … een half uur later bleken zes tenten leeg. Iedereen had de grootste lol, behalve leider De Wit, die besloot met de eerste de beste trein naar huis te gaan. Hij werd echter overgehaald om te blijven en was liefst dertig jaar jeugdleider bij Vitesse.

ln het seizoen 1963-1964 ging het grote ‘Zilveren Hert-toernooi’ voor pupillen op het Vitesse-terrein van start. De parade van de deelnemende ploegen, zoals Ajax, DWS eo Blauw Wit, was door vlagvertoon en muziek indrukwekkend. Het was een groots en feestelijk toernooi.

Het werd een paar jaar niet gehouden, maar kreeg in 2002 een doorstart voor alle jeugdteams. Ook het ‘Oliebollentoernooi’ in de sporthal voor de jeugd rond Nieuwjaar is al jaren zeer populair.

 Prijsuitreiking op het 'Bank Breetveldtoernooi '. Bank overhandigt een beker aan één van de winnaars.
Prijsuitreiking op het ‘Bank Breetveldtoernooi ‘. Bank overhandigt een beker aan één van de winnaars.

Uit vroegere tijd kan nog het ‘Bank Breetveldtoernooi’ voor de pupillen worden genoemd.

Vitesse richtte zich in 1967 tot de Stichting Euro Sport Ring, die in Europees verband sportuitwisselingen tot stand beoogde te brengen. Zodoende kwam men in contact met de Duitse sportverenigingen Aichach en Ausbach ’29. Beide clubs waren een lang weekend in Castricum te gast en een week later brachten de A-junioren van Vitesse een tegenbezoek. In totaal vonden er vijftien uitwisselingen plaats en het wederzijdse contact heeft zeker bijgedragen aan de sportverbroedering tussen Nederland en onze oosterburen.


Jaarboek 29, pagina 9

Vele jaren werd de jeugd opgevangen tijdens het ‘ Luilak-toernooi’, dat in 1998 voor het laatst werd gehouden.

Ook het ‘Familietoernooi’ is sinds 1981 jarenlang een traditie geweest. Aan het eind van het seizoen werd dan op een zondag door diverse families een elftal op de been gebracht, waarbij de gezelligheid voorop stond en de prestaties van ondergeschikt belang waren. Sommigen hielden er rekening mee in hun vakantieplanning. Het groeide uit tot een regionaal spektakel met als hoogtepunt een deelname van 106 teams, verdeeld over dames- en herenelftallen en die met een gemengde samenstelling. In de loop der jaren liep de animo wat terug, maar sinds kort is er nieuw leven ingeblazen.

Tot slot was het van oudsher de gewoonte om op 1 januari voor de nieuwjaarsreceptie een wedstrijd te spelen. Nadat men hiermee een aantal jaren geleden was gestopt, werd deze traditie op de eerste dag van 2006 in ere hersteld en werden er diverse wedstrijden gespeeld tussen de huidige spelers en oud-spelers.

Sportcommentator Bob Spaak leidde de receptie ter gelegenheid van het veertig jarig bestaan.
Sportcommentator Bob Spaak leidde de receptie ter gelegenheid van het veertig jarig bestaan.

In het voorjaar van 1962 bestond Vitesse veertig jaar. In het jubileumnummer feliciteerde burgemeester Smeets de vereniging. Vriendschap en verdraagzaamheid werden door voorzitter Hoogervorst beschouwd als de kroon op 40 jaar Vitesse-arbeid. Het jubileum werd onder andere gevierd met een receptie, die op voortreffelijke wijze werd geleid door de bekende sportcommentator Bob Spaak. Ook traden er diverse artiesten uit de stal van Ben Essing op in de veilinghal aan de Kramersweg. Te zien en te beluisteren waren de Blue Diamonds, Anneke Grönloh en Willeke Alberti.

Vitesse slaagde er in het seizoen 1962-’63 opnieuw net niet in om kampioen te worden.

De resultaten in de competitie daarna waren minder florissant, want men wist zich ternauwernood te handhaven. Het semi-profvoetbal sloeg toen voor de tweede keer zijn grijparmen uit naar Vitesse. Nu tekende Dick Twisk een contract bij KFC, dat later opging in Alkmaar/Zaanstreek en vervolgens in AZ ’67.

Voor het seizoen 1964-1965 werd oud-international Bram Wiertz aangetrokken als trainer en het lukte hem, met assistentie van oud-speler Nico Lute, om Vitesse langzamerhand weer op een hoger plan te brengen.

In 1966 ging de strijd om de titel tussen Hollandia uit Hoorn en de Castricummers. Voor de zoveelste keer struikelde Vitesse in de eindfase en kreeg daardoor het etiket ‘eeuwige tweede’ opgeplakt.

In 1968 bleef Vitesse degradatie uit de 2e klasse bespaard. Een jaar later draaide de ploeg weer volop mee en eindigde … als tweede, omdat Hollandia weer de sterkste was. Het seizoen daarop vielen de blauw-zwarten in herhaling: voor de zoveelste keer tweede, nu één punt achter Zandvoortmeeuwen.

Het bestuur van Vitesse tijdens het 50-jarig jubileum in 1972.
Het bestuur van Vitesse tijdens het 50-jarig jubileum in 1972. Van lins naar rechts zittend: B. lute, voorzitter C. Oudejans, A. van de Ven. C. Singerling en J. de Boer: staand: P liefting, A. Weda, N. Twisk, F. Zonneveld, A. Horvat, J. de Zeeuw, J. Kaandorp, C. de Groot, P Bakker en E. leenaers.

Twee jubilea en eindelijk naar de eerste klasse

Ook vanaf 1970 hing Vitesse jarenlang tegen de eerste klasse van de KNVB aan, maar haalde het toch niet.

Het gouden jubileum van de club in 1972 werd groots gevierd. In de bijzondere feestuitgave schreef burgemeester Van Boxtel een gelukwens namens het gemeentebestuur en voorzitter Oudejans het voorwoord. Daarnaast gingen oud-kapelaan Starrenburg en de aalmoezeniers Brandsen en Van der Linden in hun bijdragen in op de historie van Vitesse. Ook vormde een leuke anekdote voor de Christelijke Sport Vereniging Vitesse uit Breukelen de aanleiding om haar naamgenoot te feliciteren.

Op een zaterdagmiddag in 1971 moest het eerste team van deze club uit Breukelen namelijk tegen Jonathan uit Zeist. De hiervoor aangewezen scheidsrechter kwam echter niet opdagen, omdat hij naar Castricum was afgereisd. Hij had weliswaar van de KNVB het bericht gekregen dat hij de wedstrijd CSV Vitesse – Jonathan moest fluiten, maar had dit niet goed gelezen. Daardoor was deze arbiter in de veronderstelling dat hij de plaatselijke derby tussen CSV en Vitesse moest leiden.

Als uitzondering op de regel eindigde de ploeg in 1974 slechts als vijf-


Jaarboek 29, pagina 10

de op de ranglijst. Met ingang van het seizoen 1974-1975 werd echter verwacht dat de kans op promotie zou worden vergroot door invoering van de hoofdklasse.

Aan het eind van het seizoen 1975-1976 bereikten de blauw-zwarten een met DEM gedeelde tweede plaats, op twee punten achter kampioen Ilpendam. De race om de titel ging een jaar later tussen SVW ’27 uit Heerhugowaard en Vitesse. Een vernietigende nederlaag op eigen terrein in de voorlaatste wedstrijd betekende echter weer geen kampioenschap.

De mannen die in 1978 kampioen werden; zij promoveerden eindelijk naar de eerste klasse.
De mannen die in 1978 kampioen werden; zij promoveerden eindelijk naar de eerste klasse. Van links naar rechts zittend: Arie Schram, Adrie Hollenberg, André Vermorken, Frans Huisman, Ernst Ranzijn, Henk Bakker en Nico Castricum; staand: leider Jan de Zeeuw, Nico Duinmeijer; verzorger Jan Wester; Hans Touber; Peter lambert, Harry Poel, Kees Kuijs, Jan Kuijs, trainer Rob Kramer; Richard Beentjes, Nico Lute en trainer Gerard Kesselaar.

Toen brak het voor Vitesse zo belangrijke seizoen 1977-1978 aan. Onder leiding van hoofdtrainer Rob Kramer startte het eerste team uitstekend en stond na vijf wedstrijden fier en ongeslagen aan kop. De laatste competitiewedstrijd was op 23 april 1978 thuis tegen HRC. Eerst kwam Vitesse achter met 0-1 , maar wist dankzij een verwoestend schot van Nico Duinmeijer een gelijkspel en daarmee tevens het kampioenschap te behalen. De feestvreugde over de titel galmde lang na over Castricum en aan de kampioensreceptie bewaarde men zeer goede herinneringen. Eindelijk promoveerde Vitesse dus naar de felbegeerde eerste klasse.

Hiervan zou zij echter niet lang mogen genieten. De hogere klasse bleek geen eenvoudige zaak. Na een jaar degradeerde de ploeg alweer en speelde vanaf dat moment op het oude vertrouwde niveau.

Vitesse bereikte op 11 mei 1982 de leeftijd van zestig jaar. Ook dit keer gaf de redactie van de Climax een speciale editie uit. Van tevoren had burgemeester Gmelich Meijling de vereniging al gefeliciteerd met de woorden: “Proficiat, en op naar de 75 in 1997.”

In de jubileumuitgave kwamen vele prominenten aan het woord. Uiteraard werd er ook een overzicht van de festiviteiten gegeven. De KNVB wijdde ook aandacht aan het jubileum en schreef dat de Castricumse club gedurende de laatste tien jaar een grote groei had doorgemaakt.

Gerrie Mühren was in november 1983 op De Puikman de grote trekpleister voor de voetballende jeugd. Hij verzorgde met onder meer Bobby Haarms van Ajax een voetbaltraining.

In het het seizoen 1986-1987 werkten hoofdtrainer Toon Gerrits en jeugdtrainer Peter Lambert flink aan de uitbouw van de Vitesse-voetbalschool. Dit had een sterke groei en bloei van de jeugdafdeling tot gevolg.

Gerrie Mühren kwam in 1988, nu vergezeld door zijn broer Arnold, nog eens naar de Puikman om een demonstratie te geven.

De pupil van de week

Eind jaren (negentien) tachtig werd bij alle Castricumse voetbalverenigingen de ‘Pupil van de week’ ingevoerd. Dit houdt in dat de jongste pupillen bij toerbeurt een middag de gast zijn van het eerste elftal bij thuiswedstrijden. De pupil van de week maakt bij samenkomst van het team kennis met de spelers, trainer en leiders en is ook aanwezig bij de voorbespreking en het omkleden in de kleedkamer. Doorgaans ontvangt hij ook iets ter herinnering aan deze dag, zoals een voetbalshirt of bal. Uiteraard vindt elke pupil van de week het schitterend om mee te mogen doen met de warming-up van de ploeg. Het hoogtepunt vindt echter vlak voor de aftrap plaats, als hij alleen vanaf de middenstip naar de keeper van de tegenpartij mag dribbelen en dan alle gelegenheid krijgt om te scoren.

In 1998 was Rick Admiraal pupil van de week bij Vitesse. Hij was enorm onder de indruk, zoals blijkt uit het volgende verslag dat Rick maakte: “Vitesse hep gewonnen van LSVV. De stand was 4-0. Ik mogt in de dukaut zitten en toen de wedstreit afgelopen was, had ik een bal gekregen met alle handtekeningen, en Hans Kaandorp stont er ook op. En Richard ging heel veel grapjes maken. En ik vont het heel leuk.”

Hans Kaandorp won driemaal de Kennemer-goalgetterscup.
Hans Kaandorp won driemaal de Kennemer-goalgetterscup.

De jaren (negentien) negentig

Bij aanvang van het seizoen 1990-1991 stelde trainer Job Dragtsma zich op het standpunt dat Vitesse maar weer eens uit die tweede klasse moest zien te komen. In dat jaar wisselde de ploeg uitmuntende prestaties af met curieuze verliespartijen. Eind 1990 ontving Hans Kaandorp voor de derde achtereenvolgende keer de Kennemer-goalgetterscup.


Jaarboek 29, pagina 11

In maart 1991 liet Vitesse een uitgelezen kans op een periodetitel liggen, maar op 5 mei van dat jaar was er na dertien jaar weer een titel binnen door het behalen van het kampioenschap in de tweede klasse A, district West 1 van de KNVB. Op één speler na was het gehele team afkomstig uit de eigen jeugdafdeling. Bevrijdingsdag 1991 werd met gouden letters in de clubhistorie bijgeschreven.
Het eerste jaar in de eerste klasse verliep zeer voorspoedig en bijna werd zelfs de hoofdklasse bereikt.

Daarna ging het een stuk moeilijker. De frontlinie werd een stuk zwakker, doordat Hans Kaandorp lager ging spelen en Frank Donker naar Limmen vertrok. In februari 1993 werd zelfs Jos Jonker (42) uit het vierde gehaald om Vitesse weer op het rechte spoor te zetten. Opnieuw mocht men in 1993 aan de nacompetitie deelnemen, maar de hoofdklassedroom spatte in Oostzaan tegen OSV uiteen.

Jos Jonker.
Jos Jonker.

De profs en de bijna-profs

Vitesse heeft in de loop der jaren een groot aantal talenten geleverd aan het betaalde voetbal. De spelers die geruime tijd in het eerste elftal van een profclub speelden, zijn in chronologische volgorde van vertrekjaar:

  • Nico Jonker (1959, Haarlem, Telstar)
  • Dick Twisk (1963, KFC, Alkmaar/Zaanstreek, later AZ ’67)
  • Jos Jonker (1970, Telstar; Den Haag, AZ’67)
  • Hans Reijnders (1975, AZ’67)
  • Arjan de Zeeuw (1992, Telstar; Barnsley, Wigan Athletic, Portsmouth, Manchester City, opnieuw Wigan Athletic)
  • Thijs Sluijter (2000 , Heracles)
  • Tom Zoontjes (2005, Sparta, Stormvogels Telstar).

Van deze voetballers heeft Jos Jonker het ’t verst geschopt. Tijdens zijn AZ-periode kwam hij een keer uit voor het Nederlands Elftal. Arjan de Zeeuw maakte het meest furore in Engeland en was met zijn ploeg Wigan Atheletic in het seizoen 2005-2006 nog zeer succesvol in de premier league.

Vorig jaar (in 2005) bleek dat Prime Minister Blair een groot supporter van hem was, want hij noemde Arjan zijn favoriete speler. Behalve deze profs waren er nog meer jongens die ook het betaalde voetbal, maar niet de top haalden. Dat waren onder andere Johan Baltus, Dick-Jan Ente, Henk Bakker en zijn zoon Robin.

Bij Vitesse speelden ook veelbelovende talenten die wel de kans, maar niet de ambitie hadden om van hun liefhebberij hun beroep te maken. Een groot voorbeeld hiervan is Hans Kaandorp, die in de jaren (negentien) tachtig diverse aanbiedingen liet schieten. Hij vond het namelijk belangrijker om te kiezen voor een maatschappelijke carrière en bleef het liefst in Castricum.

In september 1993 richtte Vitesse een ‘Club van Duizend’ op, met een eigen sponsorhome in de kantine. Het was de bedoeling dat bedrijven 1000 gulden per jaar zouden storten voor het financieren van bepaalde verenigingsactiviteiten.

Deze opzet is echter niet goed van de grond gekomen, waarna de sponsorclub is opgeheven. Hiervoor in de plaats kwam ‘Vrienden van Vitesse’, bestaande uit leden die voor de invoering van de euro 100 gulden per jaar betaalden en nu 50 euro om de activiteiten van de jeugd te ondersteunen.

Het seizoen 1994-1995 beleefde de enerverende bekerontmoeting tussen Vitesse en hoofdklasser ADO ’20. De strijd eindigde in 4-3 winst voor de Castricummers en zodoende bereikte de ‘underdog’ de vierde ronde van het bekertoernooi.

In de competitie van datzelfde jaar brak aanvallend onvermogen Vitesse op. De supporters uitten hun ongenoegen over de tegenvallende resultaten. Na een mislukte race om lijfsbehoud keerde de ploeg terug in de tweede klasse.

Trainer Job Dragtsma nam in 1995 na vijfjaar afscheid en werd opgevolgd door Nico Nooij. Deze begon het nieuwe seizoen vol goede moed, maar kon niet voorkomen dat zijn mannen na de winterstop in een verwoede strijd tegen degradatie terechtkwamen. Het bestuur besloot dat Nooij het seizoen mocht afmaken, maar zijn contract zou niet worden verlengd.

Zijn opvolger werd Rob Kramer, die de club van nieuwe impulsen moest voorzien. Het ledenbestand omvatte in 1996 ruim 550 actieve voetballers. Ook het damesvoetbal had inmiddels zijn intrede binnen Vitesse gedaan. Deze afdeling telde zo’n 60 leden.


Jaarboek 29, pagina 12

De jubileumcommissie voor het 75 jarig bestaan.
De jubileumcommissie voor het 75-jarig bestaan. Van links naar rechts zittend: Loek Zonneveld, Cor van der Zee, Jaap Veldt en Jaap Stuifbergen; staand: Gerard Bleijendaal, Kees Louter; Jan de Zeeuw, Cor Kramer en Gé de Wit.
Het 75-jarig jubileum van Vitesse.
Het 75-jarig jubileum van Vitesse.

In 1997 vierde men het vijfde jubileum ter ere van het 75-jarig bestaan. De jubileumcommissie zorgde voor het verschijnen van een fraai jubileumboek en de organisatie van een aantal evenementen, waaronder een tentoonstelling over de historie van de club, een reünie, een feestdag in circussfeer voor de jeugd en drie feestavonden.

Dit keer sprak burgemeester Schouwenaar zijn felicitaties uit. Hij stelde dat de vereniging nog steeds jong en bruisend was en dat men er bij Vitesse absoluut niet tegenop zag om iets nieuws te beginnen.

Niemand kon toen echter vermoeden dat het seizoen 1997-1998 eindigde in een dieptepunt voor de club. De hoofdmacht degradeerde namelijk naar de derde klasse, die zij 39 jaar eerder had verlaten.

Een jaar later verspeelde Vitesse de titel op de slotdag in Heiloo door met 2-1 van HSV te verliezen. Het was een grote kater voor de spelers en de vele Castricumse supporters die op het duel waren afgekomen.

Gelukkig slaagde trainer Kramer er spoedig in om zijn mannen weer scherp te krijgen, want het seizoen 1999-2000 werd wel glorieus afgesloten met een kampioenschap. Vitesse behaalde maar liefst 51 punten uit 22 wedstrijden en de voorsprong op de nummer twee bedroeg 15 punten.

Vitesse in de 21e eeuw

Na de knappe titel in het millenniumjaar kreeg Vitesse toch al gauw weer te maken met golfbewegingen in de resultaten. Door het vertrek van zeven belangrijke selectiespelers was het eerste niet lang bij machte om zich in de tweede klasse te handhaven, zodat de derde klasse zich in 2002 opnieuw aankondigde.

De vereniging stond in mei van dat jaar stil bij het 80-jarig bestaan. In het kader hiervan werd een veiling georganiseerd, waarvan de opbrengst, groot 20.000 euro, werd besteed aan de verbetering van het sportcomplex. Daarnaast werd een seniorentoernooi met feestavond gehouden, een jeugddag en een reünie met een fantastische slotavond.

Tot aan het seizoen 2004-2005 presteerde het eerste elftal wisselend. De vereniging wist zich te versterken met enige nieuwe aanwinsten, die het oude nest hadden hervonden na een avontuur op een hoger niveau. Onder leiding van Dick-Jan Ente werd er door de mix van jong talent en ervaren spelers een evenwichtig team opgebouwd, dat makkelijk meedraaide in de top.

Dat resulteerde aan het eind van het seizoen 2005-2006 in het kampioenschap, waardoor opnieuw de tweede klasse van de KNVB werd bereikt.

Gesteld mag worden dat Vitesse ’22 anno 2006 een kerngezonde voetbalvereniging is. “De organisatie staat prima op de rails, het ambitieniveau is hoog en er wordt vooral veel aandacht besteed aan een goede opleiding en begeleiding van de jeugd”, aldus Gé de Wit, die de vereniging 6 jaar als voorzitter leidde.

Niet voor niets staat daarom op een groot bord op de hoek Beverwijkerstraatweg/Puikman de tekst: ‘Vitesse ’22: een club in beweging’.

De vereniging telt momenteel (in 2006) zo’n 600 voetballende leden, die verdeeld zijn over 10 senioren- en 34 jeugdteams. Behalve die teams mogen nog 60 jongetjes van 5 en 6 jaar zich wekelijks in de ‘Jeugd Arena’ uitleven. Tot slot staan er 400 vrijwilligers klaar om de hele club te runnen.

Vitesse '22.
Vitesse ’22.

De resultaten

De belangrijkste resultaten in de historie van het eerste elftal van Vitesse zijn de volgende:
1922 indeling in de 3e klasse DHVB
1923kampioen 3e klasse DHVB en promotie naar de 2e klasse
rond 1925 kampioen 3e klasse DHVB en promotie naar de 1e klasse
rond 1927 kampioen 3e klasse DHVB en promotie naar de 4e klasse ICVB (wordt begin van de oorlog opgenomen in KNVB)
1942 kampioen 4e klasse KNVB (geen promotie)
1947 kampioen 4e klasse KNVB en promotie naar de 3e klasse
1948 kampioen 3e klasse KNVB (geen promotie)
1959 kampioen 3e klasse KNVB en promotie naar de 2e klasse
1978 kampioen 2e klasse KNVB en promotie naar de 1e klasse
1979 degradatie naar de 2e klasse KNVB
1991 kampioen 2e klasse KNVB en promotie naar de le klasse
1995 degradatie naar de 2e klasse KNVB
1998 degradatie naar de 3e klasse KNVB
2000 kampioen 3e klasse KNVB en promotie naar de 2e klasse
2002 degradatie naar de 3e klasse KNVB
2006 kampioen 3e klasse KNVB en promotie naar de 2e klasse

De voorzitters van 1922 tot 2006

1922-1925 Wouter Koot
1925-1937 Willem Groot
1937-1952 Dorus Schermer
1952-1964 Henk Hoogervorst
1964-1972 Gerrit Oudejans
1972-1988 Frans van Wijk
1988-1994 Ruud Vermorken
1994-1996 Tino Klein
1996-1999 Ton Hoffman
1999-2005 Gé de Wit
2005-2006 Gerard Boeters

2018 Hans Kaandorp


Jaarboek 29, pagina 13

CASTRICUMSE SPORTVERENIGING – CSV

Op 3 april 1930 werd in De Rustende Jager besloten tot oprichting van de nieuwe vereniging CSV. Chris Dijkhuizen was de eerste voorzitter, die in het dagelijks bestuur werd bijgestaan door de heren G. L. Grijzen (secretaris) en A. Stolte (penningmeester). De clubkleuren rood en zwart van het oude CSV werden aangehouden.

Nadat rentmeester Vogelenzang van de Provinciale Landgoederen voorlopig voor een jaar toestemming had gegeven om een terrein bij Johanna’s Hof te bespelen, ging de bal rollen. Het speelveld was niet al te groot, maar werd toch goedgekeurd. Daarnaast bleken de doellatten 50 cm te kort te zijn, zodat er met spoed een stuk werd aangelast. Een kleedlokaal werd gratis geleverd door aannemer en hoteleigenaar Willem Borst. Dat was maar goed ook, want over geld beschikte de vereniging nog niet. Rijksveldwachter Koelewijn was bereid om een paar netten te breien. Het bleek echter een behoorlijke klus en zo gebeurde het dat de eerste thuiswedstrijd met één doelnet moest worden gespeeld, omdat het tweede nog niet af was.

Het eerste elftal bestond onder andere uit H. Zomer, de gebroeders Uhl, D. de Jong, de gebroeders Bakker, B. Vogel, F. Peijs, H. van Koot, G. Grobbe, H. Dijkhuizen en P. van der Woude.

Aan het eind van het oprichtingsjaar kwam CSV al ter sprake in de raadsvergadering, waarin de gemeentebegroting voor 1931 werd behandeld. Raadslid Aukes bepleitte subsidie aan CSV, omdat een neutrale vereniging minder op bijdragen van particulieren zou kunnen rekenen. Daaraan werd toegevoegd dat de vereniging zelfs rooms-katholieke leden telde en aangezien de gymnastiekvereniging VIOS via het rooms-katholieke jeugdwerk ook werd gesubsidieerd, vond Aukes een bijdrage aan CSV ook wenselijk. Er werd hiervoor toen 50 gulden in de begroting opgenomen.

De eerste jaren

Na enkele vriendschappelijke wedstrijden werd in het seizoen 1930-1931 aan de competitie deelgenomen en wel in de 2e klasse van de Noordhollandse Voetbalbond (NHVB). Lange tijd prijkte CSV bovenaan de ranglijst, maar er kwam verandering in toen het pas opgerichte Alkmaarse Boys ook aan de competitie ging deelnemen. De Alkmaarders maakten korte metten met elke tegenstander en het kampioenschap ging aan de neus van CSV voorbij. Het jaar daarop kwam CSV terug. De ploeg legde beslag op de titel, gevolgd door promotie naar de eerste klasse van de onderbond.

Vertrek vanafde Van der Mijleweg voor de beslissingswedstrijd Koog Zaandijk-CSV in 1938.
Vertrek vanaf de Van der Mijleweg voor de beslissingswedstrijd Koog Zaandijk-CSV in 1938.
CSV kampioen in 1938.
CSV kampioen in 1938. Van links naar rechts knielend: Freek Peijs, Jan Schenk en Ton van Zon; staand: trainer Dirk Keek, Joop Bakker; Gerrit van Straaten, Dik Helsingfors, Henk Koelewijn, Jaap de Beurs, Arie Kassen, Wim Hoogeboom en Cor Boot. Oorspronkelijk droegen de spelers van CSV een zwart shirt met een rode verticale baan in het midden en een zwarte broek. Rond 1950 is het shirt blauw en de broek zwart. In 1959 gaat men over op een witte broek. De kousen zijn dan doorgaans geheel blauw of voorzien van een wille omslag. In de jaren 1970 krijgt het eerste elftal een gevarieerd tenue. Het shirt is dan bijvoorbeeld blauw met witte mouwen, de broek blauw en de kousen wit. De shirts krijgen dan ook een rugnummer: net als bij Vitesse worden de shirts van diverse teams van CSV later voorzien van een sponsornaam.

Daarna richtte men zich op het bereiken van de KNVB-competitie. Dat liet nog wel zes jaar op zich wachten, want pas in 1938 slaagde CSV erin om na twee beslissingswedstrijden op het KFC-terrein in Koog aan de Zaan tegen OFC zich kampioen van haar afdeling te kunnen noemen. Ter gelegenheid van het kampioenschap werd Dr. P.E.M. Teenstra, arts van het provinciaal ziekenhuis Duin en Bosch, verzocht het ere-voorzitterschap te willen aanvaarden. ln deze functie heeft hij CSV tot 1945 met raad en daad terzijde gestaan.

Eind jaren (negentien) dertig beschikte de club naast het eerste elftal slechts over een reserve- en een aspirantenelftal en telde zo’n 70 leden. Inmiddels was men verhuisd naar een ander terrein aan de Zeeweg, dat in beheer was bij Duin en Bosch. Oorspronkelijk was het een bollenveld. Met vereende krachten werd het terrein van een grasmat voorzien en mede dankzij de opbrengst uit een driedaagse bazar kon er spoedig een mooie tribune worden gebouwd. Het veld was door de zandgrond altijd droog en goed bespeelbaar. Later werd er naast het hoofdveld een tweede veld aangelegd. Dit sportcomplex, dat tegenwoordig in gebruik is bij Atletiekvereniging Castricum, zou voor vele jaren het domicilie zijn van CSV.

Herstel na de bevrijding

De oorlogsperiode was voor CSV een moeilijke tijd. Kon de vereniging in oktober 1942 het 12,5-jarig bestaan nog herdenken in de vorm van een wedstrijd tegen Vitesse, niet lang daarna namen de bezetters bezit van het terrein aan de Zeeweg. CSV vond onderdak bij Vitesse en zo goed en zo kwaad als het ging, werd de vereniging in stand gehouden. Dit was, ook in verband met de evacuatie van het dorp en het daarmee gepaard gaande vertrek van veel spelers, een zware


Jaarboek 29, pagina 14

opgave. De club hield stand totdat in de hongerwinter van 1944 een einde kwam aan alle verenigingsleven.

Op hel bevrijdingsfeesl vroeg CSV via deze praalwagen sleun voor de wederopbouw van de club.
Op hel bevrijdingsfeesl vroeg CSV via deze praalwagen sleun voor de wederopbouw van de club. De jongens van links naar rechts S. Burgering, C. Bruinsma, J. Duinker: H. van Kool, N. Bellingen J. Ronk.

In 1945 krabbelde de vereniging weer overeind en keerde in Castricum terug. Op het terrein aan de Zeeweg was een puinhoop achtergelaten. Tribune, opstallen, alles was vernield. Opnieuw ondervond men de gastvrijheid van de zustervereniging. Onder de stuwende leiding van voorzitter Duinker bloeide de vereniging op.

Hel karakteristieke clubhuis dat door archilecl Kaper werd ontworpen.
Hel karakteristieke clubhuis dat door architect Kaper werd ontworpen.

Spoedig werd met de renovatie van het verwoeste terrein begonnen, waarvoor ontzaglijk veel werk door de leden werd verzet. Zodoende konden in het voorjaar van 1946 de thuiswedstrijden worden hervat.

Binnen enkele jaren beschikte CSV over twee prachtige velden (waarvan één met een terreinverlichting), een open zittribune, behoorlijke staantribunes en een karakteristiek clubhuis, dat werd ontworpen door architect D. Kaper, die werkzaam was bij Duin en Bosch.

CSV werd in 1948 uitgebreid met een dameshandbalclub en een tafeltennisvereniging. In datzelfde jaar werd ook de supportersvereniging opgericht.


De supportersvereniging

Op initiatief van enige supporters leidde een feestelijke bijeenkomst in hotel Borst in mei 1948 tot de oprichting van de ‘Supportersvereniging CSV’. Gestart werd met een vijftigtal leden. De belangrijkste doelstelling in het begin was het geven van steun bij wedstrijden van het eerste elftal. In de loop der tijd ging de supportersvereniging zich ook toeleggen op andere activiteiten zoals het organiseren van busreizen bij uitwedstrijden, het leveren van financiële bijdragen voor het trainingsfonds, het houden van feestavonden, klaverjasdrives en het Sinterklaasfeest voor de jeugd.

Bekende bestuurders waren onder meer Freek Peijs, Hannes van Koot, Chris Pieterse, Hans Jacobs, Jan Kooij, Chris de Leeuw, Frits Schefferli, Willem Brouwer, Klaas Peijs en Cor Boot.

Tijdens het zilveren jubileum van CSV in 1955 telde de supportersvereniging nog ruim 350 leden. Vanaf de jaren (negentien) zeventig liep de belangstelling voor het bezoeken van feestavonden terug en was er door de opkomst van het eigen vervoer geen behoefte meer aan gezamenlijke reizen.

De supportersvereniging hield zich toen voornamelijk nog bezig met de klaverjasdrives tot zij rond 1975 werd opgeheven.


Hel elftal dat in 1950 kampioen werd in de vierde klasse KNVB.
Hel elftal dat in 1950 kampioen werd in de vierde klasse KNVB. Van links naar rechts knielend: A. Docter; G. de Heer en G. van ’t Hul; staand: C. Blei, H. Jacobs, J. Kimmelaar; H. Tiemstra, C. Boot, J. de Beurs, B. Beumer; F. Klashors en leider J. Hopman.

In 1950 behaalde CSV het kampioenschap van de 4e klasse. Een werkelijk verbluffende promotie-competitie met ADO ’20, Succes en OFC bracht CSV toen in de 3e klasse. Het elftal bestond uit G. de Heer, C. Boot, J. de Beurs, A. Docter, H. Tiemstra, C. Blei, H. Jacobs, J. Kimmelaar, F. Klashorst, J. Hopman en G. van ’t Hul. Trainer was J. Eijkmans.

Met wisselend succes gingen de jaren 1951-1955 in de 3e klasse van de KNVB voorbij.

Het CSV-bestuur tijdens hel 25-jarig beslaan.
Het CSV-bestuur tijdens hel 25-jarig beslaan. Van links naar rechts zittend: F. Peijs, J. de Beurs, voorziller P.L. Duinker; J. Peijs en J. Sprangers; staand: J. Boot, E. de Vries, W. van de Berg, J. Bruinsma en J. Morelis.

Ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum werd in april 1955 onder redactie van Joop Boot en Jan Edam een fraai jubileum nummer samengesteld. De vereniging had op dat moment 4 senioren-, 1 junioren-, 2 aspiranten- en 4 welpenteams.
Op 4 november 1957 trof de vereniging een zware slag door het plotseling overlijden van secretaris Jan Peijs, die al 27 jaar bestuurslid was.


Jaarboek 29, pagina 15

A. van Kluyve.
A. van Kluyve.

De Castricumse voetbaldichter

De bekende dorpsdichter A. van Kluyve (1896-1983) was een fervent voetballiefhebber en sinds 14 december 1973 lid van verdienste van CSV. Voor deze vereniging was hij actief betrokken bij de vervaardiging van het clubblad en het beheer van de sporttoto-formulieren. Uiteraard vormde CSV nogal eens het onderwerp van zijn gedichten. Van Kluyve schreef ook de tekst van het eerste clublied van CSV, waarvan het refrein als volgt begint:

“Aan de Zeeweg, bij de bomen,
En het ruisen van de zee,
Speel! de club van onze dromen,
Speel! ons dierbaar C.S.V.!”

Het sierde de dichter dat hij even gemakkelijk zijn pen ter hand nam om Vitesse te berijmen en zich in de onderlinge verstandhouding tussen beide clubs altijd uiterst neutraal en sportief opstelde. De wijze waarop hij de verenigingen lof toezwaaide wordt geïllustreerd door de volgende eerste en laatste strofe van de gedichten ter gelegenheid van het 25- en 40-jarig jubileum van respectievelijk CSV en Vitesse.

25 jaar CSV (1955)
Nu liggen de jaren in zinnen geschreven
Van bladzij tot bladzij is ’t kloek en kordaat,
Hier ligt thans het kostlijk en roemrijk beleven
Van ‘Ons CSV’ in een feestlijk gewaad.
Een kwart-eeuw van sport staat in klankvolle woorden
Straks wacht weer de strijd (door dit feest onderbroken)
In ’t hart van de club, die actief jubileert,
De bomen alom zingen wondre accoorden;
Bestuur, onze dank!
En gefeliciteerd!!!

40 jaar Vitesse (1962)
Hier ligt dan Vitesse’s herdenkingshistorie
De helden der velden, alreeds veertig jaar!
Dus nu, krans omhangen, vol glinstring en glorie
Maakt al wat aan sport doet een feestelijk gebaar.
Vecht verder, sportief, fair en vrij onverveerd,
Naar taak en naar toekomst!
De tijd heeft gesproken!
Slechts rest mij:
Vitesse gefeliciteerd!

De kampioensploeg uit 1964.
De kampioensploeg uit 1964. Van links naar rechts knielend: Henk Pieterse, George Warmenhaven, Bob Brouwer, Dick Hoberg en Jan Tijms; staand: Cees Edam, Arie van der Valk, grensrechter Dirk Grandiek, Peter de Graaf, Piet de Heer; Cor Blaauw, Piel van Maarleveld, Koos Glastra en Hans Stolk.

Groei en achteruitgang

In 1961 werd de bouw van een overdekte tribune voltooid en in het seizoen daarop werd er een nieuwe lichtinstallatie in gebruik genomen. In datzelfde jaar werd het eerste versterkt door de komst van Cor Blaauw, oud-speler van Alkmaar ’54. Hij was twee jaar speler/trainer, maar kon niet voorkomen dat de ploeg in 1963 degradeerde naar de vierde klasse.

Onder zijn leiding werd CSV echter weer kampioen in 1964 na een grote zege van 6-1 op De Valken in Venhuizen. Tijdens de receptie ter gelegenheid van het behalen van deze titel ontving voorzitter Duinker vanwege zijn vele verdiensten voor de vereniging en de KNVB de zilveren bondsspeld. Duinker was een zeer actieve voorzitter, die sterk zijn stempel drukte op CSV. Omdat hij tijdens zijn voorzitterschap ook hoofd was van het PWN-kantoor aan de Zeeweg, schroomde hij niet om zijn personeel op allerlei manieren voor de vereniging in te schakelen.

De club beleefde in de jaren (negentien) zestig nog een bijzonder avontuur met een buitenlandse ‘voetballer’. De heer Waagmeester uit Limmen wendde zich namelijk tot CSV met de mededeling dat de nieuwe Italiaanse vriend van zijn dochter, Louizi Vitalli genaamd, een geweldig talent was en zo in het eerste team kon worden opgenomen. Louizi werd lid, maar bij zijn komst bleek dat hij alleen erg snel was maar totaal niet kon voetballen. Het verhaal ging ook nog dat hij voor het eerst voetbalschoenen had gekocht …

Omdat het oude houten clubhuis niet meer voldeed, werd er in het seizoen 1965-1966 een nieuw stenen gebouw neergezet. Dit werd op 23 april 1966 onder grote belangstelling feestelijk geopend door burgemeester Smeets. Kort daarop trad voorzitter Duinker af, die de vereniging maar liefst 25 jaar met strakke hand had geleid.

De voorzitters van 1930 tot 2002

1930 – 1941 Chris Dijkhuizen
1941 – 1966 Paul Duinker
1966 – 1974 Frans Dik senior
1974 – 1975 Bob Zeegers
1975 – 1980 Hans Beijersbergen
1980 – 1984 Huug Stuvel
1984 – 1988 Dirk Logchies senior
1988 – 1991 Cees Jansen
1991 – 1995 John Scholten
1995 – 1997 Cor Bosch
1997 – 1998 Aart Leemhuis
1998 – 2002 Cees Jansen


Jaarboek 29, pagina 16

Uit september 1966 dateert het verhaal van eerste elftalspeler Billy Brouwer en zijn vader. Billy kan er na 40 jaar nog kostelijk om lachen en vertelt: “Tijdens een wedstrijd tegen Helder liep ik door op de keeper. Zonder dat er opzet in het spel was ging ik knock-out en liep daarbij een fikse wond boven mijn oog op. Mijn vader zag de keeper als de schuldige en vloog het veld op om bij hem verhaal te halen. Deze bereikte hij echter niet, want hij werd door twee supporters van CSV in toom gehouden, zij het met de nodige moeite. Toen ik geheel groggy was afgevoerd per brancard, viel mijn vrouw Anneke flauw en verdween onder de brancard. Vervolgens stelde dokter Van Leesten mij een vraag om mijn bewustzijn te testen. Mijn vader beantwoordde deze vraag en kreeg vervolgens nog een uitbrander van de huisarts.” Billy hield uiteindelijk een lichte hersenschudding over aan deze wonderlijke middag.

Na afloop van het seizoen 1966-1967 degradeerde CSV en kwam er voorlopig een einde aan het derdeklasserschap, dat 17 jaar had geduurd.

Na een bloedstollende laatste wedstrijd tegen St. Adelbert behaalde CSV de titel in 1970.
Na een bloedstollende laatste wedstrijd tegen St. Adelbert behaalde CSV de titel in 1970. Spelers van links naar rechts knielend: George Warmenhaven, Billy Brouwer; Bert Tuijn, Nico Klinkenberg. Cees Lok en John Hauser; staand: Cees Edam, Frans Dik, Hans Mol, Rob Edam en Piet de Heer: Uiterst links staan trainer De Ridder en voorzitter Dik.

Na drie jaar in de vierde klasse te hebben vertoefd, slaagde men er in 1970 toch weer in om kampioen te worden. De beslissing viel in een bloedstollende laatste wedstrijd tegen mede-kampioenskandidaat St. Adelbert in Egmond-Binnen, die op een zeer hobbelig veld met 2-3 door CSV werd gewonnen. Het elftal werd aangevoerd door Hans Mol, die vlak na dit kampioenschap prof zou worden. De trainer van St. Adelbert, Gerrit de Heer, de vroegere keeper en trainer van CSV, feliciteerde spontaan na afloop zijn oude club. Dat seizoen was de Amsterdammer Ben de Ridder trainer van CSV, die overigens maar een jaar bij de club bleef.

De prof en de bijna-prof

CSV heeft in haar lange bestaan maar één speler gehad die de stap maakte naar het profvoetbal. Het was Hans Mol, die overigens al 23 jaar was toen hij in 1970 door AZ een contract kreeg aangeboden. CSV ontving daarvoor 4000 gulden


Jaarboek 29, pagina 17

(wat een tijd!). Hans kwam direct in de hoofdmacht van de Alkmaarders en ging dus in één keer van de 4e klasse KNVB naar de eredivisie. Hij kreeg bij AZ de positie van rechtsback en had al gauw spelers als Piet Keizer en Coen Moulijn tegenover zich. Hans beleefde in Alkmaar zeven mooie jaren en speelde vervolgens nog anderhalf jaar bij Volendam. Op 31-jarige leeftijd keerde hij terug op het oude nest en was nog een aantal seizoenen een welkome versterking voor het eerste van CSV. Daarna bleef hij in andere functies actief voor de vereniging, want zijn stelling was altijd: “CSV is mijn cluppie. “

Bij CSV was er in het verleden nog wel een speler die even mocht ruiken aan een profcarrière. Dat was de befaamde keeper Gerrit de Heer, die jaren lang de betrouwbare sluitpost van het eerste elftal was. Het was maar liefst Ajax dat interesse in hem had. Gerrit mocht op jonge leeftijd meetrainen met de selectie van de Amsterdammers en het leek erop dat hij voorbestemd was om in het eerste te komen. Toen Frans de Munck echter gelijktijdig werd aangetrokken, was het avontuur bij Ajax na drie weken voorbij en keerde Gerrit terug naar de club aan de Zeeweg.

Er was echter nog een belangrijke aanleiding voor de beslissing om de overstap naar Ajax niet te maken. Gerrit werkte namelijk als administratief medewerker op het PWN-kantoor aan de Zeeweg. De toenmalige voorzitter Duinker van CSV, die tevens de leiding had over het PWN-kantoor, wilde Gerrit de Heer beslist niet laten gaan, omdat hij van te grote waarde was voor CSV. Daarom oefende de autoritaire voorzitter de nodige druk uit op zijn medewerker. Het resultaat was dat Gerrit én CSV, én PWN nog lange tijd trouw bleef!

Ook in 1970 viel het kampioenschap samen met een jubileum. In april van dat jaar werd het 40-jarig bestaan gevierd. Ter gelegenheid hiervan werden er onder meer een druk bezochte receptie in Funadama en twee feestavonden in de Oude Schimmel gehouden. Ook verscheen een jubileumkrant in de vorm van een extra editie van het Nieuwsblad voor Castricum. Daarin liet voorzitter Dik weten dat CSV was uitgegroeid tot een kerngezonde, bloeiende vereniging met een zeer grote jeugdafdeling. In verband hiermee wees hij in zijn toespraak tijdens de jubileumreceptie op het grote tekort aan velden.

Het inwonersaantal van Castricum maakte in die tijd een grote groei door. In 1967 was ook een zaterdagafdeling aan de vereniging toegevoegd, waardoor CSV maar liefst 26 elftallen telde, die het met twee velden moesten doen. Daarom drong Dik er bij het gemeentebestuur op aan om zo spoedig mogelijk voor uitbreiding te zorgen. De noodzaak daartoe werd al erkend in de gemeentelijke sp0rtnota van 1968.

Sportief gezien waren de resultaten van CSV in 1971 en 1972 onder leiding van trainer Fred Vonk (een broer van de toenmalige AZ-speler Theo) nog redelijk te noemen. Maar het jaar daarop eindigde het eerste elftal met slechts 7 punten op de laatste plaats van de derde klas A van de KNVB en dat betekende het definitieve afscheid van het hoogste niveau dat de club in zijn historie heeft bereikt.

Deze degradatie zou een periode inluiden, waarin de club steeds verder wegzakte.

In die tijd ontstonden er ook problemen tussen de zondag- en zaterdagafdeling. De aanleiding hiertoe was een steeds groter wordende concurrentie tussen beide afdelingen. Het spelen op zaterdag was namelijk zeer populair geworden, deels uit overtuiging en deels op pragmatische gronden. Het bestuur van CSV moest met lede ogen toezien dat veel zondagspelers op zaterdag gingen voetballen, waardoor de onderlinge sfeer verslechterde. Uiteindelijk barstte de bom in 1973 met als gevolg dat de zaterdagafdeling zich afscheidde en een nieuwe vereniging oprichtte.

In 1974 belandde het eerste van CSV in de hoofdklasse van de afdeling Noord-Holland. Dat jaar werden er in het algemeen slechte resultaten door de voetballers behaald. Voor de vereniging braken onrustige tijden aan, die werden gekenmerkt door twee voorzitterswisselingen binnen een periode van anderhalf jaar.

De officiële openingshandeling van het nieuwe sportpark door loco-burgemeester Wokke.
De officiële openingshandeling van het nieuwe sportpark door loco-burgemeester Wokke.

CSV naar Noord-End

Een van de belangrijkste gebeurtenissen voor CSV in de jaren (negentien) zeventig was de verhuizing van het knusse sportpark aan de Zeeweg naar het nog kale, splinternieuwe complex in Noord-End. Hierover hadden vanaf november 1970 onderhandelingen tussen de gemeente en de verenigingen plaats gevonden. Op 25 november 1971 ging de raad akkoord met de ‘aanleg sportvelden en gedeelte groenvoorziening in het plan Noord-End’. Het betrof in totaal een gebied van ruim 21 hectare, waarvan ongeveer de helft bestemd was als sportcomplex.

Om de kosten van een nieuw clubhuis zo laag mogelijk te houden werd in 1972 het comité ‘Help CSV naar Noord-End’ opgericht, dat allerlei acties organiseerde om geld in te zamelen. Aan de leden van de vereniging werd bijvoorbeeld gevraagd om gedurende drie jaar naast de contributie een bijdrage van 2,50 gulden per maand te storten. Ook werd er in juli 1972 voor dit doel op sportpark Wouterland een voetbalwedstrijd gespeeld tussen een Castricums elftal (bestaande uit de beste spelers van CSV en Vitesse en aangevuld met profs) en het zogenaamde Kampelftal. Hoewel het duel compleet verregende, kwamen er nog honderd toeschouwers op af.

In oktober 1976 werd de actie beëindigd en kon het comité ruim 41.000 gulden aan het bestuur overhandigen. Vijf maanden daarvoor was reeds de eerste steen gelegd voor het nieuwe clubhuis door het oudste lid (Cor Boot) en de jongste aanwinst van de vereniging (Guido van Hattem).

Cor Boot.
Cor Boot.

De vedette: Cor Boot

Cor Boot werd geboren op 23 juli 1921 in Castricum en was jarenlang het oudste lid van CSV. Hij begon als midvoor in het aspiranten elftal en scoorde in een competitie 60 van de 62 doelpunten. Op zijn zestiende (1937) werd hij direct in het eerste opgesteld en deelde een jaar later mee in de feestvreugde van het kampioenschap.

Met uitzondering van de oorlogsjaren speelde Cor 20 jaar lang in het eerste elftal. Hij groeide uit tot een verdediger van grote klasse Samen met keeper Gerrit de Heer vormde hij een gouden koppel in de jaren (negentien) vijftig, de glorietijd van CSV. Cor werkte 43 jaar als


Jaarboek 29, pagina 18

onderhoudsmonteur bij de Nederlandse Spoorwegen zonder een dag ziek te zijn. Daar voegt hij steevast aan toe: “Ik zou bij mijn pensionering een lintje krijgen, maar ze waren vergeten het aan te vragen.” Cor voetbalde ook in het landelijk team van de NS.

Op 14 april 1957 nam hij afscheid van het eerste elftal, maar bleef nog jaren voetballen, onder andere bij de veteranen. Ook was Cor actief binnen de supportersvereniging en vlagde een paar jaar bij de wedstrijden van het eerste. Hij werd lid van verdienste en erelid van de vereniging en ontving van de KNVB de zilveren bondsspeld.

De vroegere vedette woont nu (in 2006), 85 jaar oud, in De Santmark en nog steeds wordt door vele dorpsgenoten zijn naam genoemd als er over CSV wordt gesproken.

Hoewel het clubgebouw nog niet was opgeleverd, ging CSV vanaf het seizoen 1976-1977 toch al op Noord-End spelen. Daarom werd met de KNVB geregeld dat de eerste wedstrijden zoveel mogelijk uit werden gepland, maar het gebeurde ook dat de spelers zich bij thuiswedstrijden in de open lucht of in een tent moesten omkleden. De training op het nieuwe sportcomplex was vanaf oktober 1976 mogelijk en voor een groot aantal teams vond de eerste thuiswedstrijd voor de competitie pas plaats in het weekend van 6 en 7 november van dat jaar.

Op zaterdag 26 maart 1977 zou burgemeester Van Boxtel de officiële openingshandeling van het sportpark verrichten. De burgervader werd echter onwel, waarna loco-burgemeester Wokke het van hem overnam. Voor de jeugd was er die dag ook van alles te doen, zoals strafschoppen nemen op keeper Paul van der Meeren van Telstar. ’s Avonds vond de eerste feestavond in het nieuwe clubhuis voor de CSV-familie plaats.

Het nieuwe complex bood CSV voldoende ruimte door de aanwezigheid van 4 prachtige velden (waarvan één verlicht) en een verlicht trainingsveld. Het clubgebouw bestond uit een grote kantine, een bestuurskamer, een redactie-ruimte en acht kleedkamers.

Het bestuur toen CSV 50 jaar bestond.
Het bestuur toen CSV 50 jaar bestond. Van links naar rechts Huug Stuvel, Sonja Vermanen, Victor Kijzers, Dick Rinkel, voorzitter Hans Beijersbergen, Jan Raven, Rea Gras, Hans Grootendorst en Jack de Lange (afwezig Michael Boerée).

In mei 1980 werd alweer het gouden jubileum gevierd en ook dat werd groots aangepakt door een feestweek te houden. Het programma bestond onder andere uit een reünie, een ‘langste voetbalwedstrijd van de wereld’, diverse toernooien en een ouderwetse CSV-revue in de Clinghe, die geheel door eigen leden werd bedacht en uitgevoerd. Er werd ook een feestelijk logo ontworpen voor het bedrukken van toegangskaarten, stickers en linnen tasjes. Bij het 50-jarig bestaan telde de club 500 leden en 31 elftallen.

De jaren 1982 en 1983 waren absoluut niet goed wat de resultaten betreft, omdat de club degradeerde naar respectievelijk de 2e en 3e klasse van de afdeling Noord-Holland. Zodoende kwam CSV na 53 jaar in dezelfde klasse terecht, waarin zij ooit begon.

De resultaten

Het eerste elftal van CSV behaalde in zijn bestaan de volgende belangrijkste resultaten

1930 indeling in de 2e klasse NHVB
1932 kampioen 2e klasse NHVB en promotie naar de Ie klasse
1938 kampioen Ie klasse NHVB en promotie naar de 4e klasse KNVB
1950 kampioen 4e klasse KNVB en promotie naar de 3e klasse
1963 degradatie naar de 4e klasse KNVB
1964 kampioen 4e klasse KNVB en promotie naar de 3e klasse
1967 degradatie naar de 4e klasse KNVB
1970 kampioen 4e klasse KNVB en promotie naar de 3e klasse
1973 degradatie naar de 4e klasse KNVB
1974 degradatie naar de hoofdklasse afd. Noord-Holland
1978 degradatie naar de 1e klasse afd. Noord-Holland
1982 degradatie naar de 2e klasse afd. Noord-Holland
1983 degradatie naar de 3e klasse afd. Noord-Holland
1985 promotie naar de 2e klasse afd. Noord-Holland
1986 degradatie naar de 3e klasse afd. Noord-Holland
1990 kampioen 3e klasse afd. Noord-Holland en promotie naar de 2e klasse
1991 kampioen 2e klasse afd. Noord-Holland en promotie naar de 1e klasse
1999 degradatie naar de 7e klasse KNVB (afdeling Noord-Holland opgeheven)
2000 door herindeling automatisch naar de 6e klasse KNVB
2002 laatste wedstrijd in 6e klasse KNVB


Jaarboek 29, pagina 19

Roerige jaren

In mei 1988 uitte een groep leden van CSV hevige kritiek op het gevoerde bestuursbeleid. De oppositie constateerde dat er met name voor de jeugd te weinig werd gedaan en vond dat het roer om moest om leegloop te voorkomen. Het gevolg was dat het zittende hoofdbestuur en bloc opstapte. Tijdens een bijzondere, algemene ledenvergadering werd een interim-bestuur gekozen, dat de taak had om de vorming van een nieuw bestuur voor te bereiden. De verkiezing daarvan vond in de ledenvergadering op 27 juni van dat jaar plaats. Cees Jansen hanteerde vanaf dat moment de voorzittershamer.

Voor de viering van het 60-jarig bestaan stonden in april 1990 diverse festiviteiten en activiteiten op het programma. Begonnen werd met een officiële receptie in de eigen kantine, waar vele sprekers CSV in het zonnetje zetten en het bestuur passende geschenken aanboden. Voor het grootste cadeau zorgden een dag later evenwel de spelers van het eerste, die onder leiding van trainer Jan Kooij na een zenuwslopend duel tegen WMC het kampioenschap in de derde klasse van de afdeling Noord-Holland in de wacht sleepten.

Deze 5 CSV-leden fietsten in de zomer van 1990 naar Zuid-Frankrijk om geld bij elkaar te krijgen voor de bouw van een tribune.
Deze 5 CSV-leden fietsten in de zomer van 1990 naar Zuid-Frankrijk om geld bij elkaar te krijgen voor de bouw van een tribune. Van links naar rechts Jan Kooij, Arnold Boot, Hans Mol, Bert Tuijn en voorzitter Cees Jansen.

In de zomer van hetzelfde jaar leverden 5 leden van CSV een bijzondere prestatie door naar Zuid-Frankrijk te fietsen met als doel zoveel mogelijk geld bij elkaar te krijgen voor de bouw van een tribune. Voorzitter Jansen was een van hen en hij werd vergezeld door Bert Tuijn, Hans Mol, Arnold Boot en Jan Kooij, die de zestig al was gepasseerd. Voor elke kilometer die werd afgelegd, werden zij gesponsord door de leden. Na die loodzware tocht van 1725 kilometer kon een geweldige opbrengst van 10.000 gulden worden genoteerd. Een andere actie voor de tribunebouw bestond uit de verkoop van ‘bouwstenen’, waarvoor 10 gulden per stuk werd betaald.

Onder regie van Henk ter Punt en uitvoerder Bert Tuijn werd twee jaar later langs het hoofdveld een fraaie, overdekte zittribune gerealiseerd, die op 15 mei 1993 werd geopend. Het bouwwerk kreeg de naam ‘Chris de Leeuw tribune’, vernoemd naar het erelid dat vanaf het eerste uur een tomeloze inzet voor CSV had getoond bij vooral het onderhoud van de velden en de verzorging van het clubblad.

Legendarische ‘rooie’ Chris was ook nog lange tijd leider van een seniorenteam en voetbalde zelf jaren bij CSV tot en met de veteranen. Hij kan geweldig vertellen over vroeger en zijn geheugen laat hem daarbij zelden in de steek. Onlangs haalde hij deze anekdote nog aan:
“Eindjaren 1950 speelden we met het tweede elftal tegen GVO in Krommenie. In die tijd waren nog niet alle velden van een afrastering voorzien en dat gold ook voor het B-veld van GVO, dat alleen omgeven was met sloten. Op een gegeven moment zou ik even een corner nemen. ik liep echter zover achteruit dat ik met bal en al in de sloot belandde …”

Het clubblad

Evenals de vereniging heeft het clubblad van CSV een boeiende historie gekend. Tijdens een feestavond op 31 januari 1948 zag het eerste clubblad het levenslicht. Het was geredigeerd door Hans Jacobs, de journalist die later het televisieprogramma ‘Achter het nieuws’ zou presenteren. Piet Gorter maakte een paar illustraties en Joop Boot versloeg samen met Joop Smit gespeelde wedstrijden. De rubriek ‘Wat CSV’ers ervan zeggen’ werd ingevuld door Joop Westerman. Het duurde daarna ruim een maand voor het tweede nummer uitkwam, nu met Rooseboom en Sietses als vaste redacteuren.

Het blaadje verscheen de eerste twee jaren tweewekelijks. Naast opstellingen, standen en verslagen werd menig nummer gevuld door dichterlijke bijdragen van de beer A. van Kluyve. Eind 1948 ging het krantje naar 135 abonnees. In 1950 werd het blad bij Drukkerij Boesenkool gemaakt. Overigens was dat van korte duur, want men kon een oude stencilmachine aanschaffen en nam de vervaardiging zelf ter hand ten huize van de familie Edam aan de Schelgeest. De redactie en administratie waren toen in handen van Joop Boot en Jan Edam. Opa De Haan inde trouw elke maand bij de lezers het abonnementsgeld ad 0,65 gulden.

Vanaf 1962 leidde het clubblad geen zelfstandig bestaan meer en werd het abonnementsgeld in de contributie opgenomen. Toen werd de wekelijkse uitgave een feit. Na verloop van tijd nam Chris de Leeuw de administratie van Jan Edam over en zette ook de heer Van Kluyve zich wekelijks in om de CSV-er tot stand te brengen. Een dieptepunt volgde in 1966. De redactie was gereduceerd tot één man: Chris de Leeuw. Het voortbestaan stond op het spel, maar gelukkig trad Ruud Nijsse tot de redactie toe en Jan de Koning nam de distributie op zich. Vanaf eind 1968 werd het blad een periode bij Chris de Leeuw thuis in Uitgeest gedraaid. In het clubjaar daarop deed Anton Mulder zijn entree als redacteur en werd bijgestaan door Wil Gras.

Rond die tijd ontving de redactie uit handen van de supportersvereniging een vergaarmachine, waardoor de werkzaamheden aan het blad aanzienlijk werden verkort. Na de opening van het nieuwe complex op Noord-End beschikte men over een riante redactiekamer, vier schrijfmachines en een vast team van medewerkers dat 40 weken per jaar garant stond voor een oplage van 500 exemplaren. Zo zullen Ineke van der Wal en Carla Niemeijer heel wat pagina’s hebben volgetypt.

Door de voortschrijdende techniek heeft de CSV-krant in de


Jaarboek 29, pagina 20

laatste 25 jaar van haar bestaan een stormachtige ontwikkeling meegemaakt. In de jaren 1980 werden de stencilmachines vervangen door offsetpersen.

 Jan Boesenkool en Chris de Leeuw, twee CSV- ers die van onschatbare waarde zijn geweest voor de vervaardiging van het clubblad.
Jan Boesenkool en Chris de Leeuw, twee CSV- ers die van onschatbare waarde zijn geweest voor de vervaardiging van het clubblad.

CSV had daarbij het geluk dat ze Jan Boesenkool had. Jan, nu 85 jaar oud, was 14 jaar toen hij in het drukkersvak begon en is daarin nu (in 2006) nog af en toe actief. Al vanaf de jaren (negentien) vijftig hielp Jan mee het clubblad te vervaardigen en hij heeft dit voortgezet bij de nieuwe fusieclub. Hij regelde ooit voor CSV een gratis drukpers, waar nu nog mee gewerkt wordt. Uit de periode aan de Zeeweg vertelde hij de volgende anekdote: “Toen we een keer het krantje maakten, vierden we ook de verjaardag van een van de medewerkers. Dat was reuze gezellig, maar het liep niet goed af. Een andere medewerker reed namelijk met zijn auto, met op de achterbank de hele partij clubbladen, de sloot in. Het gevolg was dat een groot deel van de bladen in het water dreef. De volgende dag hingen ze toen te drogen aan de waslijn van de echtgenote van de pechvogel, want ze moesten evengoed bezorgd worden …”

Andere mensen die jarenlang actief waren voor het clubblad, waren Co Scholtens, Ben Kroesen, Cees Gorter, Bram en Suze Mizee, mevrouw Van der Geest en niet te vergeten Cor Nuijens, die tot het einde van de vereniging op zeer creatieve wijze de lay-out voor zijn rekening nam.

Trainer Hans Touber kijkt op zijn horloge. CSV is bijna kampioen in 1991.
Trainer Hans Touber kijkt op zijn horloge. CSV is bijna kampioen in 1991.

Onder leiding van Hans Touber, de nieuwe trainer van CSV, werd het eerste team in 1991 opnieuw kampioen via een benauwde zege op Koedijk. De club was dus weer enigszins in de lift en keerde na negen jaar terug in de eerste klasse van de afdeling Noord-Holland. Het seizoen 1990-1991 was trouwens over de gehele linie voortreffelijk, want naast de hoofdmacht werden het tweede en derde team plus de junioren A1, C1 en D1 kampioen.

Doordat de afdeling Noord-Holland met ingang van het seizoen 1996-1997 werd opgeheven, kwam het eerste vanaf dat jaar uit in de zesde klasse van de KNVB.

Met name door een verkeerde trainerskeus ging het in het jaar 1998-1999 bergafwaarts met CSV. De club verloor na een volledig mislukt seizoen met 2-1 de degradatiewedstrijd tegen JVC in Bergen en daalde af naar de zevende klasse. Het jaar daarop speelde CSV echter vanwege een herindeling bij de KNVB toch een klasse hoger.

Oud-voorzitter Dik reikt een prijs uit op het laatste 'Familie Diktoernooi', dat in 1997 werd gehouden.
Oud-voorzitter Dik reikt een prijs uit op het laatste ‘Familie Diktoernooi’, dat in 1997 werd gehouden.

De evenementen en toernooien

Naast de festiviteiten in het kader van jubilea heeft CSV talloze ontspanningsavonden georganiseerd. In de eerste 20 à 30 jaar waren dat vooral de feestavonden bij Borst met eigen revues of optredens van diverse bekende Amsterdamse artiesten. De belangstelling hiervoor liep echter steeds meer terug na de intrede van de televisie. Wel werden altijd de klaverjasdrives goed bezocht.

Wat voetbal betreft hield de club jarenlang in juni een druk bezocht veteranentoernooi, dat wijd en zijd bekend stond. Ook de jeugd kende diverse toernooien, waar vaak de naam aan verbonden was van een persoon of familie, die veel voor CSV had betekend. Dit waren het ‘Jan Peijs-toernooi’, het ‘P.L. Duinkertoernooi’ en het ‘Familie Diktoernooi’. In de jaren 1990 was het kampeerweekend ‘Nacht van de jeugd’ op eigen terrein een groot succes. Dat gold ook voor het zaalvoetbaltoernooi tussen Kerstmis en Nieuwjaar.

Met de jeugd werden ook diverse sportkampen bezocht. Vroeger beperkte dat zich tot Nederland, maar in de jaren 1970 werd er ook gekampeerd en meegedaan aan toernooien in Frankrijk en Italië via de Euro-Sportring.

De senioren van CSV hebben ook een paar internationale ervaringen gehad. Al in 1954 was de Engelse club FC Wembley een week te gast bij de CSV-familie, waarvoor een uitgebreid dagprogramma met diverse uitstapjes was samengesteld. De Britten speelden uiteraard ook voetbal en deden dat niet alleen tegen CSV, maar ook tegen Vitesse en De Kennemers.

Vele zomers in de jaren (negentien) vijftig en zestig jaren werd er op het CSV-terrein een wedstrijd gespeeld tussen het eerste elftal en vakantiegangers van het kampeerterrein Bakkum. De kampbewoners konden in die tijd vaak over bekende profvoetballers van clubs als Ajax, Blauw-Wit of DWS beschikken. Er zijn nu nog Castricummers die zich erop beroemen, dat ze ooit gespeeld hebben tegen Bennie Muller of Cootje Prins.

In 1972 maakten de eerste teams van de voetbal en handbal van CSV met Pinksteren een trip naar Duitsland. Men logeerde bij pleeggezinnen in het dorpje Schwabendorf. Na een groot feest in de danszaal van het dorp, waar het bier rijkelijk vloeide, slaagden de Castricumse voetballers met zware hoofden en benen er toch in om de volgende dag hun wedstrijd tegen de Duitsers te winnen.

Een vaste traditie binnen het seizoen waren heel wat jaren het afsluittoernooi, de Zomer Zeskamp en een avond voor alle


Jaarboek 29, pagina 21

De handen van v.l.n.r.: Cees Jansen (voorzitter CSV), wethouder Bert Meijer en Peter van Splunter (voorzitter SCC) gaan in april 2001 op elkaar voor een fusie van de twee voetbalverenigingen (foto Kees Blokker).
De handen van van inks naar rechts Cees Jansen (voorzitter CSV), wethouder Bert Meijer en Peter van Splunter (voorzitter SCC) gaan in april 2001 op elkaar voor een fusie van de twee voetbalverenigingen (foto Kees Blokker).

Fusieperikelen en afscheid

Vanaf 1995 werd tussen CSV en de ook op Noord-End spelende zaterdagvereniging SCC overleg gevoerd over het aangaan van een fusie. De reden om samen te gaan was dat beide verenigingen overtuigd waren van het feit dat één vereniging met een zaterdag- en zondagafdeling de beste waarborg vormde voor een duurzaam voortbestaan. Ondanks dat gezamenlijke uitgangspunt duurde het nog jaren voordat alle voetangels en klemmen waren weggenomen en de tijd rijp was om te fuseren.

Op zich niet zo vreemd, want de liefde tussen CSV en SCC was, met name door de voorgeschiedenis van de zaterdagclub, niet bijster groot. De twee verenigingen hadden duidelijk hun eigen cultuur en moesten beide bereid zijn om veel water bij de wijn te doen. Omdat er door een fusie grond en een clubgebouw beschikbaar zouden komen, speelde de gemeente uiteraard ook een zeer belangrijke rol in het gehele proces.

In de algemene ledenvergaderingen van CSV en SCC, beide gehouden op 15 april 1997, gingen de leden akkoord met de benoeming van een gezamenlijke fusiebegeleidingscommissie. Deze commissie kwam met een onderzoek naar alle facetten die een samengaan met zich meebrengt, zoals een nieuwe organisatiestructuur, huisvesting, naam en financiële consequenties. Het fusieplan werd eind januari 1998 door de leden van CSV en SCC goedgekeurd.

Maar kort daarop kwam er een kink in de kabel. Er kon geen overeenstemming met het gemeentebestuur worden bereikt over de voorwaarden van verkoop van het SCC-gebouw. De fusie werd een jaar uitgesteld. In juni 1998 ontstond een vertrouwensbreuk tussen CSV en SCC. Teleurgesteld besloot CSV te stoppen met verdere fusiegesprekken en zodoende waren de clubs terug bij af.

De ‘Club van 100’

In augustus I998 werd er een ‘Club van 100’ opgericht, die zich richtte op het bieden van extra geldelijke steun aan de jeugdafdeling. Degenen die zich hierbij aansloten, betaalden jaarlijks 100 gulden. In totaal toonden een kleine 65 leden van CSV zich bereid om hun medewerking te verlenen. Veel resultaat hebben zij, gelet op de fusie met SCC, van hun bijdragen echter niet gezien. Bovendien hield men een flinke kater over aan de bekendmaking dat een deel van het saldo van de club zonder medeweten van de leden besteed was aan een negatieve advertentie met betrekking tot het fusieproces.


Jaarboek 29, pagina 22

In april 2001 zochten de clubs toch weer toenadering, omdat door ledenverlies de noodzaak was toegenomen om samen een sterke jeugdafdeling te vormen. De emoties waren inmiddels wat afgezakt en er was wederzijds de wil om het fusietraject weer op te pakken. Er werd opnieuw een fusiewerkgroep samengesteld. Ook de gemeente was er alles aan gelegen dat het dit keer zou lukken en stelde een fors hogere bijdrage in het vooruitzicht.

In september 2001 stemde de gemeenteraad in met de aankoop van het clubgebouw van SCC voor een bedrag van een half miljoen gulden. De werkgroep leverde een fusievoorstel voor de gezamenlijke bespreking in december 2001.

Op 27 februari 2002 stemden de leden van beide clubs in een afzonderlijke vergadering over het aangaan van een juridische fusie. Bij SCC werd de vereiste meerderheid gehaald, maar bij CSV was de uitslag ongeldig, omdat er met stemmen was geknoeid. Het gevolg was dat er een herstemming moest worden gehouden, die drie weken later plaats vond. Toen kwam het voorstel er met 186 stemmen voor en 17 tegen gemakkelijk doorheen.

Op 10 juli 2002 werd de notariële akte betreffende de fusie bij de notaris gepasseerd. Dat betekende na ruim 72 jaar het einde van de Castricumse Sportvereniging CSV. Daarvoor was in mei onder het motto ‘CSV … tabé!’ de feestelijke en sportieve afsluiting van de club reeds gevierd.

De allerlaatste wedstrijd van CSV 1 werd gespeeld op 12 mei 2002. De Castricumse zesdeklasser won weliswaar, maar kwam een punt te kort om aan de nacompetitie te mogen deelnemen. Het laatste clubblad verscheen twee dagen later, waarin Cees Jansen tot slot schreef: “Wij sluiten een rijke periode af en beginnen aan een nieuw bestaan dat hopelijk op diverse fronten zeer succesvol zal zijn.”

In mei 1945 speelden Vitesse en CSV gebroederlijk tegen de bevrijders.
In mei 1945 speelden Vitesse en CSV gebroederlijk tegen de bevrijders.

De verhouding tussen Vitesse en CSV

Het valt niet te ontkennen dat er tussen Vitesse en CSV altijd een zekere mate van rivaliteit was, alhoewel dat vroeger veel meer speelde dan in de laatste jaren dat CSV nog bestond

Wat in de eerste vijftig jaar soms zwaar woog, was het geloofsverschil tussen beide verenigingen. Heel simpel gezegd: als je katholiek was ging je naar Vitesse en de ‘openbaren’ werden lid van CSV. Het kwam toen wel voor dat spelers van Vitesse zich wegens onvrede bij CSV aanmeldden, maar andersom gebeurde dat niet.

Een andere reden voor de wedijver was het feit dat Vitesse altijd veel groter was en een of meerdere klassen hoger heeft gespeeld. Desondanks was de relatie tussen de twee clubs niet slecht te noemen en werd er ook aan gewerkt om zo goed mogelijk met elkaar om te gaan. Een mooi voorbeeld hiervan blijkt uit het Nieuwsblad voor Castricum van 10 juli 1946, waarin verslag wordt gedaan van de algemene jaarvergadering van Vitesse. Voorzitter Schermer verklaarde toen dat de verhouding met CSV toch zeker goed moest worden genoemd en dat enkele geschillen inmiddels waren bijgelegd. Spreker hekelde de lasterpraatjes en zei dat vooral in een plaats als Castricum tweedracht moest worden vermeden.

Op de velden troffen diverse jeugd- en seniorenteams van Vitesse en CSV elkaar regelmatig en het was doorgaans vooral voor CSV een eer om te winnen. Een van de eerste onderlinge ontmoetingen van de eerste elftallen eindigde in 2-2. Dat was onbevredigend voor de CSV-ers, die zich toen nog superieur voelden. Zij zinden op wraak in de return aan de Zeeweg, maar een geladen Vitesse keerde na afloop met een 0-8 zege huiswaarts.

Op nieuwjaarsdag in 1945 versloeg CSV Vitesse met 0-1 door een doelpunt van Cor Boot. De krant schreef: “Het laaiende enthousiasme van de CSV-aanhang leek het CSV-elftal naar voren te stuwen. CSV won, tegen veler verwachting, deze plaatselijke wedstrijd. Vitesse kon haar meerderheid na de rust door het gebrek aan schutters niet in doelpunten uitdrukken.” In mei van dat jaar was er van rivaliteit tussen beide verenigingen even geen sprake. Toen speelde men gebroederlijk tegen de bevrijders die hier waren gelegerd.

Vanaf 1971 wilden Vitesse en CSV een traditie opbouwen door elk jaar op nieuwjaarsdag tegen elkaar te spelen en daarna een gezamenlijke receptie te houden. De eerste keer vond dit gebeuren op het Vitesse-terrein plaats en het jaar daarop bij CSV. Zo ging dat om en om totdat de traditie in 1982 werd afgeschaft.

Naast de nieuwjaarswedstrijden speelden de eerste elftallen ook vele vriendschappelijke wedstrijden tegen elkaar of voor een goed doel. Zo werd er in de Castricummer krant van 30 augustus 1947 een ontmoeting van beide hoofdmachten aangekondigd om de gemeentebeker, waarvan de opbrengst ten goede zou komen aan een kerstpakketten actie.

In de laatste decennia van de vorige eeuw is de rivaliteit tussen Vitesse en CSV steeds minder geworden.

Ook niet-katholieken werden lid van Vitesse, meestal omdat ze een hoger niveau hoopten te bereiken of dat de Puikman vanaf hun woning dichterbij was dan Noord-End.


Jaarboek 29, pagina 23

Sport Club Castricum – SCC

De derde Castricumse voetbalvereniging, Sport Club Castricum genaamd of kortweg SCC, werd na een druk bezochte adspirant-ledenvergadering op 13 april 1973 in Johanna’s Hof opgericht. Het bestuur van CSV had namelijk gesteld dat een vrije keus voor het voetballen op zaterdag alleen behouden zou kunnen worden, indien er een nieuwe vereniging bij zou komen.

Daar werd drie jaar daarvoor echter nog heel anders over gedacht. Toen schreef Jelle van der Meulen, een van de initiatiefnemers en secretaris van de zaterdagtak, in de jubileumkrant van CSV: “Met ons principe wordt geheel rekening gehouden en zo er al eens moeilijkheden waren, dan traden wij elkaar als vrienden tegemoet mei de vaste wil een oplossing te vinden.” En hij eindigde zijn bijdrage met de uit zijn hart gegrepen leuze: “Knoop dit in je oren, CSV gaat nooit verloren!”

Kort daarop ging het toch fout. De vergaderingen werden grimmiger en men beschuldigde elkaar over en weer ervan de beste spelers in te pikken. Aangezien de splitsing onvermijdelijk bleek, stapte men naar wethouder Stam met het voorstel om een zaterdagclub op te richten. Het gemeentebestuur stond hier uiteindelijk positief tegenover.

Jan Kok, de eerste voorzitter van SCC.
Jan Kok, de eerste voorzitter van SCC.

Een stormachtig begin

Het eerste bestuur onder leiding van Jan Kok stond na de oprichting voor de niet eenvoudige taak om de vereniging op te bouwen. Jelle van der Meulen en Wim Brouwer waren respectievelijk de eerste secretaris en penningmeester. Improvisatie was noodzakelijk in de beginfase.

Men beschikte nog niet over een eigen accommodatie en zodoende werden de eerste thuiswedstrijden ver buiten Castricum gespeeld, zoals bij KSV in Heerhugowaard. Later kon men ook terecht op complex Wouterland in Bakkum.

De eerste hoofdmacht behaalde de titel in 1974 van de 3e klasse afdeling Noord-Holland.
De eerste hoofdmacht behaalde de titel in 1974 van de 3e klasse afdeling Noord-Holland. Van links naar rechts knielend: Nico Stuifbergen, Dirk Dekkers, Tonny van Campen, Wim Kok, Martin de Kleyn en Jan Weenink; staand: Douwe Visser; Cees Schram, Wouter Uiterwijk Winkel. Hans Dijkens, Cor Molenaar; Peter Eibers en Jaap Dekkers.

Van een gelijkmatige leeftijdsopbouw was bij de start in het geheel geen sprake en soms was het een hele klus om de teams samen te stellen. Zo laat een van de eerste clubblaadjes zien dat er bij de opstelling van het eerste elftal bij de keeper een vraagteken staat. De verklaring hiervoor was dat in verband met de blessures van enkele keepers de opstelling van de doelverdedigers pas op de training van de komende week definitief kon worden bepaald.

Voor de keuze van het tenue ging men aanvankelijk uit van een zo voordelig mogelijke aanschaf. Omdat de meeste spelers vanuit hun CSV-tijd al beschikten over een witte broek, een wit reserveshirt en blauwe kousen, werd daarin gestart. In een nieuwe ledenvergadering werd beslist dat ook de kousen wit moesten zijn en zo speelde men vanaf 1 september 1973 geheel in het wit.

Als embleem werd gekozen voor een adelaar op een bal in een cirkel die rood was ingekleurd. Alle spelers waren verplicht het embleem op de linkerborst van het voetbalshirt te dragen.

Een van de gevolgen voor de nieuwe zaterdagclub was ook dat het eerste elftal twee klassen lager werd ingedeeld ten opzichte van de klasse waarin het bij CSV speelde. Daardoor werd men in het eerste jaar, onder leiding van trainer Arie Hoff,


Jaarboek 29, pagina 24

gemakkelijk kampioen in de 3e klasse A van de zaterdagcompetitie van de KNVB afdeling Noord-Holland. De vreugde was er echter niet minder om en door de promotie naar de tweede klas lagen er interessante wedstrijden in het verschiet.

Tijdens de feestavond voor het behalen van het kampioenschap blikte voorzitter Kok vooruit. De vereniging vond het van groot belang dat er in het nieuwe seizoen met een aantal jeugd elftallen kon worden begonnen om in de toekomst een goede doorstroming te verzekeren.

Aan het eind van het seizoen 1974-1975 werd het eerste weer kampioen en keerde terug naar de 1e klasse van de afdeling Noord-Holland. SCC had in die periode een seniorenteam, waarvan de spelers wegens te veel praten regelmatig uit het veld werden gestuurd door de scheidsrechter. Helmut Schmidt was de grootste boosdoener, want hij praatte aan een stuk door. Op een gegeven moment werd de scheidsrechter er helemaal gek van. Hij vroeg aan aanvoerder Anne Mantel, wijzend naar Schmidt, wat de naam van de speler was. Hierop antwoordde Mantel: “Helmut Schmidt, u weet wel de bondskanselier:” Vervolgens staakte de scheidsrechter de wedstrijd!

Op 22 april 1978 werd het nieuwe clubgebouw van SCC en DVC op Noord-End geopend.
Op 22 april 1978 werd het nieuwe clubgebouw van SCC en DVC op Noord-End geopend.

Eindelijk een eigen stek

Per 1 oktober 1976 kreeg SCC tijdelijk de beschikking over de velden en de kantine aan de Zeeweg, die door CSV waren verlaten wegens het vertrek naar sportpark Noord-End. SCC bleef daarnaast echter ook op Wouterland spelen. Dat was ook hard nodig, want voor de club kwamen op dat moment wekelijks 10 seniorenteams, een juniorenteam en 4 pupillenteams in actie. Ondertussen werd er met Dames Voetbalclub Castricum (DVC) onderhandeld om samen een accommodatie te betrekken op sportcomplex Noord-End. Gezamenlijk werd de Stichting Noord-End in het leven geroepen, met als doel te komen tot het oprichten en in stand houden van een kantine met bestuurskamers en bijbehorende inventaris.

In maart 1977 deed voorzitter Kok een oproep aan alle leden. De bouw van de nieuwe SCC-kantine op Noord-End was namelijk in volle gang en er was veel zelfwerkzaamheid noodzakelijk om de kosten te drukken. De totale kosten waren geraamd op 300.000 gulden. De gemeente nam daarvan 73.000 gulden voor haar rekening. Samen met DVC moest er voor het resterende bedrag gezorgd worden. Het bestuur ging ervan uit dat er 50.000 gulden verdiend kon worden door de bouw voor een groot deel in eigen beheer uit te voeren. Daarom werden vaklieden onder de leden gevraagd zich hiervoor op te geven. Die oproep was niet tevergeefs, want er werd door heel veel leden bergen werk verzet tijdens de bouw.

Na de zomer van 1977 kon SCC aan de Zeeweg nog maar gebruik maken van één veld. De Castricumse atletiekvereniging werd namelijk de nieuwe huurder van het complex en voor de aanleg van een sintelbaan moest er een veld worden ingeleverd.

Vanaf 22 april 1978 kon er gelukkig een punt worden gezet achter alle huisvestingsproblemen. Op die dag werd het nieuwe clubgebouw op Noord-End in samenwerking met DVC geopend en kreeg SCC de beschikking over twee velden. Ter gelegenheid daarvan werd een week later een six-toemooi voor alle spelers gehouden en een feestavond voor senioren, junioren en ouders van jeugdleden. Tevens vierde de club toen haar eerste lustrum.

Tijdens een wedstrijd van SCC 1 tegen SRC in januari 1980 brak Peter van Splunter (eigenaar en monteur van een benzinestation) zijn neusbeentje. In het ziekenhuis vroeg Peter aan de chirurg: “U zet hem toch wel weer goed recht, hè? Ik ben fotomodel, ziet u.” De arts antwoordde toen: “Ik dacht al aan je handen te zien dat je zoiets was.” Peter stond diezelfde middag alweer met een rechte neus in de kantine met een pilsje in zijn hand…

Na ruim zeven jaar als voorzitter de kar te hebben getrokken, trad Jan Kok tijdens de algemene ledenvergadering van 12 september 1980 af. Hij werd opgevolgd door Jan Spierenburg.

Het SCC-bestuur tijdens het 10-jarig bestaan in 1983.
Het SCC-bestuur tijdens het 10-jarig bestaan in 1983. Van links naar rechts Hans Dijkens, Ad Soeters, Mieke Lensink, voorzitter Jan Spierenburg, Piet Verveer; Wim Jobse, Jan Drost en Foppe Kooistra.

De voorzitters van 1973-2002

1973-1980 Jan Kok
1980-1983 Jan Spierenburg
1983-1988 Piet Verveer
1988-1990 Ad Soeters
1990-1993 Tino Klein
1993-1997 Ad Soeters
1997-2002 Peter van Splunter


Jaarboek 29, pagina 25

De evenementen en toernooien

Sportclub Castricum heeft in haar 29-jarig bestaan talloze evenementen op touw gezet, omdat veel waarde werd gehecht aan een goede verenigingssfeer en gezelligheid. Vele activiteiten keerden jaarlijks terug. Hiervan moet met name het eindtoernooi voor jong en oud worden genoemd. Eerst stond dit bekend als ‘Six-toemooi’ en sinds mei 1997 als ‘Familiedag’. Daarnaast werd begin januari altijd een strandloop gehouden, gevolgd door een brunch. Deze traditie is ook na de fusie voortgezet.

Ook waren er diverse toernooien voor de jeugd, zoals het luilaktoernooi voor pupillen of er werd een kampeerweekend of ‘Voetbal-driedaagse’ georganiseerd. In juni 1996 organiseerde sec voor het eerst samen met CSV het ‘Geesterduintoernooi’ voor de jeugd.

Net als bij de andere verenigingen in ons dorp hadden sommige teams van SCC ook internationale ontmoetingen. De jeugd ging regelmatig naar België en voor een eigen jeugdtoernooi werden elftallen van de Engels club Tulse Hill ontvangen. Het 10e veteranenteam kende een zeer aangename uitwisseling met een Frans brandweerelftal.

Tot slot mogen de alle jaren gehouden klaverjasdrives en slotavonden aan het eind van het seizoen in deze opsomming niet ontbreken.

SCC werd voor de laatste keer kampioen in 1983 en promoveerde naar de 4e klasse KNVB.
SCC werd voor de laatste keer kampioen in 1983 en promoveerde naar de 4e klasse KNVB. Van links naar rechts knielend: Hans de Koning, Frans Kok, Gerard Balm, Jan Tervoort, Jan Weber en Menno Admiraal; staand: trainer Hans Perels, Peter van Splunter; Peter Eibers, Maurice Laan, Kees Uiterwijk Winkel, Peter Welbedacht, Frank Bark, Ed de Haan, leider Kees Brouwer; verzorger Cees Lok en voorzitter Jan Spierenburg.

Drie jubilea

Sport Club Castricum vierde in haar 29-jarige geschiedenis drie maal op feestelijke wijze een jubileum. In de eerste plaats was dat in 1983, toen de vereniging 10 jaar bestond. Ter gelegenheid hiervan verscheen er een jubileumkrant, waarin onder andere burgemeester Gmelich Meijling de nog jonge club feliciteerde. De burgemeester keek nog even in voetbaltermen terug op de wat moeizame start, maar constateerde ook dat SCC een mooie groei had doorgemaakt en de sportieve prestaties naar verluidt goed waren.

In die periode werd de vereniging ‘gedragen’ door zo’n 350 enthousiaste leden en verwante familieleden. Veel gezinsleden leverden een bijdrage aan een van de vele SCC-activiteiten, zoals kantinedienst, carnavalsoptocht, disco-avond, klaverjasdrive, clubbladvervaardiging enzovoorts. De club telde toen 15 jeugd- en 9 seniorenteams. Het feestprogramma toonde verschillende onderdelen voor jong en oud, waaronder een receptie, toernooien, een ballonnenwedstrijd, een familiedag en uiteraard een groot jubileumfeest voor de leden.

Op 7 mei 1983 werd het eerste opnieuw kampioen en promoveerde daarop naar de vierde klasse van de KNVB. Preses Spierenburg trad in het najaar af en Piet Verveer nam de voorzittershamer van hem over. Op 17 juni 1985 vond er een buitengewone ledenvergadering plaats, waarin het bestuursvoorstel voor uitbreiding van de kleedkamer accomodatie werd behandeld. Gebleken was namelijk dat er, gezien het ledenaantal, dringend behoefte was aan 2 à 3 extra kleedkamers. Voor de financiering van een deel van de bouwkosten gingen de leden in de vergadering van 27 september van dat jaar akkoord met de verhoging.


Jaarboek 29, pagina 26

van de contributie en de kantineprijzen. De bouw zou echter voorlopig op zich laten wachten. Ondertussen konden de problemen voor een deel worden opgelost, omdat de club gebruik mocht maken van de kleedkamers van CSV.

Om de clubkas te spekken organiseerde men in mei 1987 een sponsorloop waar iedereen die de club een warm hart toedroeg, aan mee kon doen. De opbrengst, groot circa 10.000 gulden was bestemd voor speciale jeugdprojecten en aanschaf van diverse apparatuur.

Het eerste team stond in dat seizoen weken op de onderste plaats van de ranglijst en ontsnapte op de valreep aan degradatie door een beslissingswedstrijd tegen De Kennemers met 4-1 te winnen. In de score had Maurice Laan een groot aandeel dankzij een onvervalste hattrick. De hoofdmacht draaide in die periode een aantal seizoenen redelijk tot goed mee in de vierde klasse, maar kwam nog net iets te kort om te promoveren.

1e voorzitter Jan Kok en 1e secretaris Jelle van der Meulen bij één van de vele evenementen van SCC.
1e voorzitter Jan Kok en eerste secretaris Jelle van der Meulen bij één van de vele evenementen van SCC.

In oktober 1991 kon er eindelijk worden gestart met de bouw van nieuwe kleedkamers, die in februari 1992 in gebruik werden genomen. Dat jaar ontstond er een bestuurlijke crisis vanwege financiële problemen. Het bleek zelfs noodzakelijk om een bijzondere algemene ledenvergadering uit te schrijven om diverse bestuursvacatures te kunnen invullen.

Tijdens het voorjaar van 1993 werd uitgebreid stilgestaan bij het heuglijke feit dat de vereniging 20 jaar bestond. Dat werd gevierd met een feestweek die duurde van 12 tot en met 17 april. De vereniging besloot in maait 1994 ook een ‘Club van 100’ in het leven te roepen.

Voor SCC gebeurde er veel in het seizoen 1994-1995. DVC had grote geldzorgen en zag zich genoodzaakt te vertrekken. SCC kwam daardoor op eigen benen te staan voor wat betreft de exploitatie van het clubgebouw. Dat betekende een financiële tegenvaller, die echter onmiddellijk werd gecompenseerd door het invoeren van een extra contributieverhoging en het binnenhalen van een aantal belangrijke sponsors.

Een andere aderlating was het inleveren van het B-veld, dat de gemeente opeiste voor realisatie van het schoolgebouw van het Jac. P. Thijssecollege. Dit had tot gevolg dat de andere velden wat meer belast werden. Daarnaast mocht men gebruik maken van het C-veld van CSV.

Met ingang van het seizoen 1995-1996 trad er een belangrijke wijziging op in de bezetting van de redactie van het clubblad. Na 15 jaar trouwe dienst zette Adrie de Wispelaere een punt achter zijn werkzaamheden als algemeen redacteur en werd de redactie verdeeld over drie personen.

Als gevolg van een reorganisatie van de KNVB kwam het eerste elftal in het seizoen 1996-1997 uit in de derde klasse, zonder daarvoor te hoeven promoveren.

In 1998 werd in een jubileumuitgave aandacht besteed aan het 25-jarig bestaan van Sport Club Castricum. Er werd stil gestaan bij het feit dat zo’n 120 medewerkers heel veel vrije tijd in de organisatie van allerlei activiteiten staken. Ook werd gesteld dat de vereniging zich kon beroemen op een uitstekende jeugdopleiding.

In het voorjaar van 1999 voetbalden de aankomende talenten van SCC, met die van CSV en Vitesse, in een Castricums combinatieteam tegen een Nederlands elftal, bestaande uit spelers met een handicap. Aan de wedstrijd gingen indrukwekkende zaken vooraf, zoals het voorstellen van de spelers en het zingen van het Wilhelmus.

De laatste fase

Na het zilveren jubileum was het vizier van SCC grotendeels gericht op het fusieproces, dat onder het hoofdstuk CSV is toegelicht. Ook binnen de zaterdagclub viel het in eerste instantie niet mee om alle handen hiervoor op elkaar te krijgen. Logisch, want men had in zo’n kleine 30 jaar een goede sfeer gekweekt. Gezelligheid stond hoog in het vaandel en de leden waren verknocht aan hun eigen kantine en hoofdveld. Langzamerhand groeide toch het besef dat het huwelijk met CSV doorgang moest vinden en schikten de leden zich in de verhuizing naar de buren. De jeugd van SCC en CSV speelde al samen vanaf 2001 en een jaar later ging de nieuwe fusieclub van start.

Aan het eind van het seizoen 2000-2001 was het eerste elftal nog heel dichtbij promotie naar de 2e klasse. Dat lukte echter net niet, omdat in de laatste beslissende wedstrijd tegen Dindua met penalty’s werd verloren.

Op 1 juni 2002 werd er middels een afscheidsfeest met leden en oud-leden teruggekeken op een periode met vele hoogte- en enkele dieptepunten.
Een maand later werden alle leden van de vereniging overgeschreven naar de nieuwe FusieClub Castricum.

SCC Sportclub Castricum.
SCC Sportclub Castricum.

De resultaten

De hoofdmacht van SCC behaalde de volgende resultaten. Het verschil ten opzichte van CSV en Vitesse is dat de club nooit degradeerde.

1973 indeling in de 3e klasse afdeling Noord-Holland
1974 kampioen 3e klasse afdeling Noord-Holland en promotie naar de 2e klasse
1975 kampioen 2e klasse afdeling Noord-Holland en promotie naar de 1e klasse
1983 kampioen Ie klasse afdeling Noord-Holland en promotie naar de 4e klasse KNVB
1996 door herindeling automatisch naar de 3e klasse KNVB
2002 laatste wedstrijd in de 3e klasse KNVB


Jaarboek 29, pagina 27

FC Castricum.
FC Castricum.

FC Castricum

De nog prille vereniging FC Castricum ging in de zomer van 2002 ambitieus van start. Eerst werd het bestaande clubhuis van CSV grondig verbouwd. Er kwamen nieuwe vergaderruimtes bij en een grote kamer voor de vervaardiging van het clubblad. In de kantine werd op twee opvallende muren het fraaie logo van de nieuwe club geplaatst. Bas Mulder, ontwerper van dit logo, liet zich hiervoor inspireren door de leeuw in het Castricumse gemeentewapen.

Voor het tenue werd gekozen voor een shirt met verticale blauwe en witte banen, een combinatie van de clubkleuren van de twee opgeheven verenigingen. De broek bleef wit en de kousen waren in principe effen blauw of blauw/wit gestreept.

De organisatie werd goed op poten gezet en met name de jeugdopleiding kreeg veel aandacht. Men slaagde erin om ‘good-old’ Rob Kramer aan te trekken als hoofd jeugdopleidingen.

Volgens afspraak bij de fusie-onderhandelingen werd Cees Jansen, de laatste voorzitter van CSV, de eerste leidende man van de Football Club Castricum voor een periode van twee jaar.

Ter ere van de oprichting van FC Castricum en de opening van het clubgebouw werd op 7 september 2002 ’s avonds een receptie gehouden.

Het zondagteam van FC Castricum promoveerde in 2003 in en tegen Nieuwe Niedorp.
Het zondagteam van FC Castricum promoveerde in 2003 in en tegen Nieuwe Niedorp.

De eerste successen

Het eerste verenigingsjaar werd afgesloten met vele kampioenschappen en promoties binnen de jeugdafdeling. Ook het eerste zondagteam promoveerde en wel naar de vijfde klasse door een zinderende beslissingswedstrijd in de nacompetitie met 2-3 te winnen in en tegen Nieuwe Niedorp.

De hoofdmacht van de zaterdag moest nog een jaartje wachten op succes, maar toen was het ook raak. Onder leiding van de nieuwe trainer Ron van Aanholt speelde het team een ijzersterke competitie, die in 2004 werd bekroond met een glorieus kampioenschap en promotie naar de sterke tweede klasse, wat uitbundig werd gevierd. Men maakte zelfs een rondrit door het dorp op een platte kar, die van de Carnavalsvereniging werd gehuurd.

In datzelfde seizoen zat het de zondag 1 helaas op alle fronten tegen. De ploeg werd geteisterd door blessures en verloor de meeste wedstrijden op zeer ongelukkige wijze. Het gevolg was dat men weer een trapje lager moest.

Ondertussen had Peter van Splunter de voorzittershamer van Cees Jansen overgenomen.

Het zaterdagteam van de football club behaalde haar eerste succes in 2004: kampioen en promotie naar de 2e klasse KNVB.
Het zaterdagteam van de FC Castricum behaalde het eerste succes in 2004: kampioen en promotie naar de 2e klasse KNVB.

Het seizoen 2004-2005 bracht ook weer eens succes voor het eerste van de zondag. Dat gaf trainer Marcel Blank (na een verblijf van 6 jaar inclusief zijn CSV-periode) een prachtig afscheidscadeau door het kampioenschap van de zesde klasse te behalen.

Eind 2005 ging voor FC Castricum een wens in vervulling, waarop men lang had moeten wachten. Bij het begin van de fusie was namelijk de doelstelling uitgesproken om tussen de beide clubgebouwen op het complex een boardingveld met kunstgras te realiseren voor de jeugd. Daarvoor moest echter eerst een noodlokaal worden gesloopt dat al jaren in gebruik was bij de blaaskapel de ‘Windjammers’. Nadat voor deze groep in de herfst van 2005 een ander onderkomen op het complex was gevonden, werd direct met de aanleg van het boardingveld begonnen. Zodoende kon wethouder Könst de naam ‘Evergreen’ voor deze fraaie aanwinst van de club op 9 december van dat jaar feestelijk onthullen.

Na vier jaar (gerekend vanaf 2006) kan worden geconcludeerd dat FC Castricum in een rap tempo is uitgegroeid tot een volwassen club, die momenteel onderdak biedt aan 16 senioren-, 28 jeugd- en 4 damesteams. De vereniging telt in totaal een kleine 700 spelende leden en beschikt over circa 300 medewerkers.

De vroegere ‘Clubs van 100’ hebben plaats gemaakt voor de ‘Vrienden van FC Castricum’. Dit onderdeel van de vereniging wist in een paar jaar tijd zo’n 100 personen te werven, die jaarlijks 50 euro storten ten bate van diverse verenigingsactiviteiten. Jeugddoeleinden staan ook hierbij voorop.


Jaarboek 29, pagina 28

In 2006: het 1e damesteam van FC Castricum.
In 2006: het eerste damesteam van FC Castricum.

Damesvoetbal in Castricum

In het voorjaar van 1972 werd binnen CSV voorzichtig gestart met een damesteam. Op initiatief van de CSV-leden Jan Kooij en Henk ter Punt werd op 6 maart 1973 de Dames Voetbalvereniging Castricum (DVC) opgericht. De club behaalde grote successen en speelde vanaf 1975 op sportpark Noord-End.

In 1994 werd DVC opgeheven en de dames maakten per 1 juli van dat jaar de overstap naar Vitesse. Het integratieproces verliep in het eerste jaar voorspoedig, mede doordat het volledige kader van DVC ook overstapte. Aan het eind van dat jaar wist het eerste damesteam zich te handhaven in de interregionale klasse.

Onder de vlag van Vitesse werd in 1995 het eerste internationale toernooi voor dames op sportpark de Puikman gehouden. Bij de Vitesse-dames waren er in het seizoen 1996-1997 nog twee seniorenteams, één juniorenteam en twee pupillen-zeventallen in actie en was de hoop op de jeugd gevestigd. Spoedig liep de animo echter stevig terug als gevolg van conflicten en verbrokkeling. Het was clan ook niet te vermijden dat het damesvoetbal van Vitesse in 1999 een langzame dood stierf.

In januari 2006 trachtte men de draad echter weer opnieuw op te pakken en vonden de eerste trainingen van het nu genoemde ‘meidenvoetbal’ plaats.

FC Castricum begon in maart 2003 met damesvoetbal en probeerde dit te promoten door de damesinterland Nederland-Tsjechië naar Noord-End te halen en daaromheen allerlei activiteiten te organiseren. In eerste instantie werd er voornamelijk getraind en speelden de dames alleen vriendschappelijke wedstrijden. Vanaf 2004 nemen een senioren- en een juniorenteam (14-18 jaar) deel aan de competitie. ln 2005 zijn daar nog eens twee meisjes-teams (12-14 jaar) aan toegevoegd.


Jaarboek 29, pagina 29

DVC in haar gloriejaren.
DVC in haar gloriejaren.

Slotwoord

Bovenstaande geschiedenis leert ons dat de voetbalsp0rt al bijna een eeuw zeer populair is in ons dorp. Ondanks vele veranderingen in onze maatschappij wordt er ook anno 2006 gevoetbald door jongens en meisjes, mannen en vrouwen.

De accommodaties en materialen zijn weliswaar verbeterd en gemoderniseerd, maar voor de rest is er in feite weinig veranderd. In tegenstelling tot 50 jaar geleden neemt voetbal niet zo’n prominente plaats meer in door de komst van diverse andere sportverenigingen.

Velen blijven echter plezier houden in het spelletje met 22 spelers en een leren knikker. Daarom ziet het er niet naar uit dat voor de Castricumse voetbalverenigingen het laatste fluitsignaal ooit zal klinken.

Hans Boot

Bronnen:

  • Archiefstukken Vitesse ’22, CSV en SCC.
  • Regionaal Archief Alkmaar: archieven KNVB afd. Noord-Holland en District West 1.
  • Ruijter W. Jzn., Q. de, Schippers van het Stet, 1974.
  • Valk Gerrit, AZ is de naam!, 2004.

Met dank aan:

Jan van Baar, Cor Blaauw, Jan Boerée, Jan Boesenkool, Bill Brouwer, Wim Duijvis, Hans Dijkens, Arie Gorter, Henk Hommes, Chris de Leeuw, Kees Louter, Cor Nuyens, Ad Soeters, Harry Vermanen, Wim Vessies, Wim van Vliet, Gé de Wit en Loek Zonneveld.

9 december 2021

Scouting in Castricum (Jaarboek 28 2005 pg 26-40)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 28, pagina 26

Zestig jaar scouting in Castricum

Verblijven van de verkenners bij het scoutingpad.
Verblijven van de verkenners bij het scoutingpad. Aquarel van Ruud ter Laare. Foto Jacques Schermer. Toegevoegd.

Direct na de bevrijding kwam de Amsterdamse hopman Herman Slot met zijn vrouw in Castricum wonen. Hij leidde op dat moment twee padvindersgroepen in de hoofdstad. Nadat hem gevraagd werd of hij in Castricum een groep wilde starten, moest hij daar dan ook wel even over nadenken. Op zekere dag stonden er zes enthousiaste jongens voor zijn deur en toen besloot hij dat hun wens om padvinder te worden in vervulling kon gaan. Hopman Slot stond voor de niet eenvoudige taak om van deze jongens, die nauwelijks wisten dat padvinders korte broeken en hoeden met brede randen droegen, verkenners te maken.

Grondlegger Baden-Powell

Scouting, het Engelse woord voor padvinderij, bestaat in ons land sinds 1916. Een padvinder wordt door de ‘dikke Van Dale’ als volgt omschreven: “Knaap die aangesloten is bij de vereniging der boy-scouts, die ten doel heeft jongens door oefening op te leiden tot moedige, vaardige, opofferende, zelfstandige mannen.” Over scouting zijn de meningen altijd verdeeld geweest. De een ziet het als een leuke, leerzame en nuttige vrijetijdsbesteding voor de jeugd en de ander heeft er wat moeite mee dat deze liefhebberij oorspronkelijk op militaire leest geschoeid is. Het laatste is niet zo vreemd omdat de grondlegger, Robert Baden-Powell, generaal-majoor in het Engelse leger was. Vooral vroeger waren orde en netheid dan ook belangrijke onderdelen van scouting. Feit is echter dat scouting, na de start in Engeland in 1908, al snel een internationaal fenomeen is geworden. Ook in ons land sloeg de padvinderij aan.

De Castricumse groepen

De eerste openbare jongensgroep, die in mei 1945 werd opgericht, kreeg de naam ‘Die Bogeheimers’. Ongeveer gelijktijdig ontstonden in de maand daarop de katholieke jongensgroep ‘St. Wilfried’ en de katholieke meisjesgroep ‘St. Clara’.

Spoedig daarna volgden er nog twee. In 1946 zag de openbare meisjesgroep ‘Juliette Low’ het levenslicht. Deze groep werd vernoemd naar de oprichtster van de Girl Scouts die in 1912 in Amerika was opgestart. Daarnaast kende men in die tijd de christelijke ‘Abel Tasmangroep’, genoemd naar de ontdekkingsreiziger. Die Bogeheimers en de Juliette Lowgroep gingen in 2001 samenwerken en zijn vanaf 1 januari 2005 gefuseerd. De nieuwe groep is de enige die nu nog actief is onder de naam ‘Scouting JL Die Bogeheimers’.

Padvinders en leiding van Die Bogeheimers in 1946 voor hun onderkomen op Duin en Bosch.
Padvinders en leiding van Die Bogeheimers in 1946 voor hun onderkomen op Duin en Bosch.
De nummers vermelden, voor zover bekend, de volgende personen: 1. Henk van Elven?, 2. Rob Teeuw 3. Dolf Verhoeven, 4. Sijbrand Bakker 5. Huib van der Woude, 6. Piet van Maarleveld 7. Kees Blokdijk 8. Bob van Aalst 9. Jan-Jaap van Muijlwijk 10. Gert-Jan van Muijlwijk 11. bagheera Rie Boesenkool 12. ?, 13. Martien Smit 14. Henk van der Woude 15. chil Loes Kieft 16. Jacques van Eik 17. Theo van Straaten 18. Gerard van Straaten 19. akela Attie Slot 20. Jan Bakker 21. Sjaak Burgering 22. Jaap Mosterd 23. Paul Broekhuizen 24. Leo Bartels 25. Kees Verhoeven 26. Harrie van Diggelen 27. Ben Jacobs 28. Ben Smit?, 29. Koos van de Berg 30. ? 31. ? 32. Bob Wilhelm 33. Johan Schouten, 34. Puck Wouters 35. Bob Terol 36. Fred Baljé 37. George Jacobs 38. Nico Bettink 39. Bert de Vries 40. Bob van Gulik? 41. Jan Duinker 42. ? 43. Ed van Aalst en 44. Ton Kroonenburg.
De nummers vermelden, voor zover bekend, de volgende personen: 1. Henk van Elven?, 2. Rob Teeuw 3. Dolf Verhoeven, 4. Sijbrand Bakker 5. Huib van der Woude, 6. Piet van Maarleveld 7. Kees Blokdijk 8. Bob van Aalst 9. Jan-Jaap van Muijlwijk 10. Gert-Jan van Muijlwijk 11. bagheera Rie Boesenkool 12. ?, 13. Martien Smit 14. Henk van der Woude 15. chil Loes Kieft 16. Jacques van Eik 17. Theo van Straaten 18. Gerard van Straaten 19. akela Attie Slot 20. Jan Bakker 21. Sjaak Burgering 22. Jaap Mosterd 23. Paul Broekhuizen 24. Leo Bartels 25. Kees Verhoeven 26. Harrie van Diggelen 27. Ben Jacobs 28. Ben Smit?, 29. Koos van de Berg 30. ? 31. ? 32. Bob Wilhelm 33. Johan Schouten, 34. Puck Wouters 35. Bob Terol 36. Fred Baljé 37. George Jacobs 38. Nico Bettink 39. Bert de Vries 40. Bob van Gulik? 41. Jan Duinker 42. ? 43. Ed van Aalst en 44. Ton Kroonenburg.

Die Bogeheimers

Voor velen is het een raadsel hoe men aan de naam Bogeheimers is gekomen. Volgens schrijver W.J. Hofdijk stond ‘Bogeheim’ in de tijd van Karel de Grote voor Bakkum.

Boerderij op het terrein van Duin en Bosch.
Boerderij op het terrein van Duin en Bosch, genaamd ’t Oude Huis. Oorspronkelijk heette het De Kwekerij. Later museum en theehuis. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Het eerste onderkomen van de groep was ook in Bakkum te vinden en bestond uit twee houten werkkeetjes op het terrein van Duin en Bosch. Spoedig brandden deze echter af, waarna de scouts in de mandenmakerij van het provinciaal ziekenhuis werden gehuisvest. In 1946 verhuisden zij naar het oude boerderijtje op het terrein, dat later dienst deed als theehuis en museum.
Bij de oprichting werden de volgende jongens onder leiding van Herman Slot direct padvinder: Jan Bakker, Nico Bettink, Guus


Jaarboek 28, pagina 27

Glass, Ben en George Jacobs, Ton Kronenburg, Jaap Mosterd, Jan-Jaap van Muijlwijk, Gerrit Ronk, Gerard en Theo van Straaten, Kees Verhoeven en Puck Wouters. In het bestuur zaten in de beginjaren onder anderen de heren Van Gulik en Van Keeken. Later namen de heren Meyer, Van Goudoever, Van Aalst, Bakker en Bets daarin zitting. Chris van Keeken, zoon van de voorzitter, werd vaandrig en trouwde met akela Loes Kieft. Gré Tates was in die tijd ook akela. Zij is later getrouwd met Gerard van Straaten, die lid van het eerste uur was.

Terrein van Die Bogeheimers.
Terrein van Die Bogeheimers, Scoutingpad 3-5 in Castricum. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Nadat Die Bogeheimers zo rond 1947 niet meer op Duin en Bosch terecht konden, kregen zij hun onderkomen aan de rand van het duin en de Zanderij, waar ze nog steeds zijn gevestigd. De grond was vroeger eigendom van een Alkmaarder, die het terrein aan de padvinders verpachtte. Op een gegeven moment wilde deze de grond verkopen aan de bollenboeren die de omliggende velden in hun bezit hadden. Dankzij inzamelacties door de groep en donaties van ouders is er toen veel geld bij elkaar gebracht en konden de scouts de grond kopen. Daarnaast hadden ze nog dertig jaar een stuk in bruikleen van een Amsterdammer. Ook dit stuk is nu eigendom van Die Bogeheimers en zodoende zijn zij altijd de enige groep in Castricum gebleven die over eigen grond beschikte. Op hun stek verrees als eerste de verkennershut. Later werden hier nog het hordehol, stamhok, de keuken en de rowanbasis aan toegevoegd.

Die Bogeheimers maken voor het eerst een treinreis en poseren voor het oude station van Castricum.
Die Bogeheimers maken voor het eerst een treinreis en poseren voor het oude station van Castricum. Van links naar rechts akela Attie Slot, Kees Verhoeven, Ben Jacobs, Ton Kroonenburg, Ben Smit, Puck Wouters, Bob Wilhelm, George Jacobs, Ed van Aalst, Ben Willems, Fred Baljé, Sjaak Burgering, Jaap Mosterd en Jan Ronk.

In de beginperiode met Hopman Slot waren de aspirant-padvinders al spoedig erg enthousiast over het scoutinggebeuren. Ze voelden zich belangrijk omdat ze konden worden ingezet voor karweitjes zoals houthakken en zorgen voor de dagelijkse kost. Natuurlijk wilden ze ook van alles aanpakken wat met pionieren, woudlopen en kamperen te maken had. Dit enthousiasme werkte aanstekelijk en het duurde niet lang voordat vele Castricummers en ook jongeren uit Limmen en Uitgeest zich bij de groep aansloten. Om een goede padvinderstroep op te bouwen besloot de hopman tijdens de eerste opkomst een aantal jongens versneld op te leiden, zodat die later hun kennis konden doorgeven. Drie patrouilles van 7 man achtte hij ruimschoots voldoende voor een goede troep en het was niet gewenst dat deze zich onbeperkt zou uitbreiden. De goedgetrainde kern moest de geestkracht en capaciteiten bezitten


Jaarboek 28, pagina 28

om de padvindersgedachte in praktijk te brengen. De jongens die geschikt werden geacht om patrouilleleider te worden, waren Nico Bettink, Ben Smit en Kees Verhoeven. Zij werden met hun assistenten opgeleid en daar had hopman Slot zijn handen vol aan. Hij moest namelijk het opleidingsmateriaal overal vandaan halen.

Ook bestonden er in die tijd nog geen uniformen, dus de groep liep in een allegaartje en het was al prachtig als je iets van de ‘Canadezen’ wist te bemachtigen. Met wat fantasie kon men een Bogeheimer als padvinder herkennen; het uniform was gemaakt uit stoffen in alle kleurnuances tussen bruin en groen en degene die een Canadese battledress had weten te veroveren was spekkoper. Na enige maanden werd een groot gedeelte van de troep geïnstalleerd en na een paar jaar konden de patrouilleleiders hun leden opleiden tot ‘verkenner 2e klasse’, een rang die inmiddels niet meer bestaat. Vooral tijdens de districtwedstrijden bleek dat de jongens goed waren opgeleid, want zij sloegen tussen oudere en dus meer ervaren groepen een goed figuur.

Zomerkampen

In het oprichtingsjaar van Die Bogeheimers ging men direct al op zomerkamp naar Texel. Het kamp duurde twee weken voor de verkenners en een week voor de welpen. Dat was voor de leiding een buitengewone onderneming. De jongens waren immers onervaren en ook viel het niet mee om vlak na de oorlog aan voedsel en spullen te komen. Gelukkig wisten akela Attie Slot (de echtgenote van de hopman) en chil Loes Kieft het een en ander buiten de distributiebonnen om te bemachtigen. Het meeste van de kampuitrusting werd geleend, tot aan de achtpersoonstent en de pannen toe. Voor het koken werden naast de pannen van Duin en Bosch ook biscuitblikken gebruikt. Er werd overigens comfortabel geslapen op de zolder van de boerderij van boer Roeper. Het vervoer geschiedde per veewagen.

Een jaar later werd er weer op Texel gekampeerd. De kampuitrusting was inmiddels zodanig uitgebreid dat er een patrouille in tenten kon slapen en de rest in een hut van strobalen. Er waren nu ook meer pannen, maar de biscuitblikken werden ook nog steeds gebruikt. Omdat de scouts in een jaar geleerd hadden om ‘vuurtafels’ (zie betekenis veelgebruikte scoutingwoorden op pagina 29) te maken, trok het vuur beter en hadden ze geen last meer van schroeiplekken op de grond.

Tijdens de kampen moest er altijd hard gewerkt worden om het benodigde brandhout bij elkaar te krijgen. Na een dag van houthakken, sporten, stoken en spoorzoeken had men dan ook weinig lust tot keetschoppen en viel iedereen meestal als een blok in slaap. Het zomerkamp bleek echter ieder jaar weer een hoogtepunt van de activiteiten te zijn en Die Bogeheimers, die ook kampen in Bergen aan Zee, Schoorl en Overasselt hebben meegemaakt, zien hier met plezier op terug.

Guus Glass was een van de hopmannen na het vertrek van Herman Slot.
Guus Glass was een van de hopmannen na het vertrek van Herman Slot.

Tienjarig bestaan

Hopman Slot vertrok in 1947 naar Nijmegen. Daarna wisselde de troep voortdurend van leiding en men zag ook vele verkenners gaan en komen. Guus Glass was in die tijd een van de hopmannen. Het Nieuwsblad voor Castricum schreef in zijn krant van 19 oktober 1949 over de feestelijke ingebruikneming van het nieuwe troepenhuis van Die Bogeheimers. De openingsrede werd in dichtvorm uitgesproken door de heer Van Keeken. Hij memoreerde de ontzaglijke moeilijkheden die overwonnen moesten worden. Van harte betrok hij hierin de architect Kaper, de heer Brandwijk voor een jaar lang vakkundige bijstand en de heer Van Gulik voor het bijeenbrengen van de benodigde gelden. Tot slot vermeldde de krant dat de uit hun bunker verdreven meisjespadvinders ook zo’n troepenhuis wilden hebben.

Feestelijke ingebruikneming van het nieuwe troepenhuis van Die Bogeheimers in 1949.
Feestelijke ingebruikneming van het nieuwe troepenhuis van Die Bogeheimers in 1949.

In 1955 bestonden Die Bogeheimers tien jaar en dat moest natuurlijk gevierd worden. Op de uitnodiging voor de viering van dit heuglijke feit stond: “Zoals U vermoedelijk al weet, zullen we het 10-jarig bestaan vieren door een bonte avond te geven. Komt allen en brengt vrienden en kennissen mee, om zodoende mee te helpen aan het welslagen van onze tweede lustrumviering.” Men kampte in die tijd al met een tweetal problemen, die eigenlijk altijd zijn blijven bestaan. Dat is in de eerste plaats een tekort aan leiding en in de tweede plaats een gebrek aan geld.

De activiteiten

Bij scouting hebben van oudsher activiteiten plaatsgevonden die elk jaar terugkwamen. De jongensgroepen vieren altijd een midwinterfeest in december en Sint-Jorisfeest in april. Laatstgenoemd feest is opgehangen aan het ridderverhaal ‘Sint-Joris en de draak’. Elke feestdag wordt in het teken geplaatst van een thema, zoals een bepaald land. De scouts krijgen dan opdrachten of spelen die op dat land betrekking hebben. Aan het eind van de dag wordt er met de hele groep gegeten en wordt de avond afgesloten met een kampvuur.


Jaarboek 28, pagina 29

Tegenwoordig worden er in oktober in één weekend twee speciale activiteiten gehouden: de JOTA (Jamboree on the Air) en de JOTI (Jamboree on the Internet). Beide activiteiten hebben als kerndoel andere scouts van over de hele wereld te spreken. Bij de JOTA gaat dit via radiozenders en daarvoor is het nodig dat er een grote zendmast geplaatst wordt en er medewerking is van zendamateurs. Bij de JOTI ligt dit wat eenvoudiger, omdat er dan gewerkt wordt met speciale chats op de computer.

Zomerkamp van de Bogenheimers in Schoorl, 1947.
Zomerkamp van de Bogenheimers in Schoorl, 1947. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Voor alle duidelijkheid: een jamboree is een term die al sinds jaar en dag bij de scouting voorkomt en staat voor “internationaal padvinderskamp”. Het hoogtepunt voor de jongere scouts is nog altijd het jaarlijkse zomerkamp. De invulling hiervan verschilt per onderdeel (in scoutingtermen ‘speltak’ genoemd). De kleinste kinderen vanaf 7 jaar (esta’s genaamd) verblijven in een clubhuis en de scouts (11 tot 14 jaar) gaan kamperen. De wat oudere sherrows (15 tot 18 jaar) trekken er vaak met bepakking op uit in het buitenland. De esta’s kent men overigens pas sinds 2001. Daarvoor heetten ze bij de jongensgroepen welpen en bij de meisjesgroepen kabouters. De voorlopers van de sherrows waren weer de rowans en de sherpa’s bij respectievelijk de jongens en de meisjes.

Naast deze activiteiten is er verschillende keren een vossenjacht in het dorp georganiseerd. Dit gebeurde onder andere in 1985, 1999 en recentelijk in februari van 2005 ter ere van het 60-jarig jubileum. Om scouting te promoten konden hieraan ook kinderen van buitenaf meedoen.

Ook wordt er door de scouts jaarlijks aan wedstrijden in regioverband deelgenomen.

Vanzelfsprekend zijn er in de loop der tijd nieuwe activiteiten bijgekomen, die in het tijdsbeeld passen. Ook zijn er gebruiken afgeschaft, omdat ze verouderden. Een voorbeeld hiervan is de al lang verdwenen actie ‘Heitje voor een Karweitje’. Hiervoor gingen de padvinders de straat op om klusjes te doen en de opbrengst daarvan was bestemd voor de verenigingskas.

Betekenis van veel gebruikte scoutingwoorden

bivak = plaats waar de tenten worden opgezet (ook kamp genoemd)
hike = speurtocht
horde = troep welpen
hordehol = lokaal waarin horde speelt en werkt
hut = clubhuis
installatie = plechtige opneming in de vereniging
kring = groepje binnen onderdeel (bijv. bij kabouters)
logboek = boek waarin verslag wordt gedaan van activiteiten
opkomst = wekelijkse bijeenkomst op een vaste dag
overvliegen = overgaan van een groep naar een oudere groep
patrouille = groep verkenners
pionieren = van alles ontdekken en jezelf redden
platte rust = verplicht een uur rust tijdens kamp
sjorren = stokken of palen stevig vastmaken met touw
speltak = onderdeel van de groep (bijv. sherpa’s)
stam = eenheid jongeren uit diverse groepen die te oud zijn voor scouting
troep = eenheid verkenners of padvinders
vuurtafel = tafel met aarde waarop gestookt werd (in feite ‘verhoogd’ kampvuur)

Vijfendertig jaar in vogelvlucht

Er was begin jaren (negentien) zeventig een grote belangstelling om welp te worden, waarvoor veel jongens op een wachtlijst stonden. Daarom werd besloten om de bestaande horde ‘De Bossluipers’ uit te breiden met een tweede horde, die de naam ‘De Duinklimmers’ kreeg. Tussen deze twee groepen bestond altijd een grote rivaliteit, want tijdens bijna elke opkomst moest er beslist worden wie de sterkste of beste was. Meestal wonnen de Bossluipers. Een spelletje vlaggenroof was doorgaans oorlog.

De uit die tijd bekende akela’s zijn Gré Tates, Margreet Bakker en Willem Huising (die later ook hopman werd). Bij de verkenners werden de namen genoemd van hopman Prins en zijn opvolger Nico Papineau Salm.

In 1972 werden de ouders van de welpen voor een ouderavond bijeen geroepen. Er moest namelijk een nieuw hordehol gebouwd worden en daarvoor was geld nodig. Voor extra inkomsten werd vooral door het ophalen van oude kranten gezorgd. Ze werden verzameld in een speciaal daarvoor gemaakt hok.

Ter ere van het 30-jarig bestaan werd er in 1975 een groepsweekend in Limmen gehouden, dat een enorm succes was. In hetzelfde jaar werd Paul van Beek als hopman bij de verkenners geïnstalleerd. Vanaf 1970 kende men bij scouting ook periodes waarin een ‘stam’ actief was. Een stam werd gevormd door de jongeren uit de diverse groepen die in feite te oud waren om nog langer tot de rowans of sherpa’s te behoren. Zij hadden echter nog wel behoefte om elkaar te zien of te spreken en daarvoor werden er speciale avonden georganiseerd.

Die Bogeheimers bieden burgemeester Gmelich Meijling een taart aan.
Die Bogeheimers bieden burgemeester Gmelich Meijling een taart aan ter gelegenheid van het 75 jarig bestaan van Scouting Nederland. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

In 1984 bestond Scouting Nederland 75 jaar. Die Bogeheimers grepen deze gelegenheid aan om hun activiteiten ook lokaal te promoten en boden burgemeester Gmelich Meijling een taart aan om hem mee te laten delen in de feestvreugde.

Het 45-jarig jubileum (van Die Bogeheimers) werd gevierd met een ouderdag op 19 en 20 mei 1990. In een clubblad uit dat jaar wordt een vergelijking gemaakt tussen scouting uit de oprichtingsperiode en die in 1990. Een citaat hieruit: “In de ogen van Lord Baden-Powell was scouting een voorbereiding van het leger. Tegenwoordig vind je hier gelukkig weinig van terug. Het uniform en de opening met de vlag zijn nog gebleven, maar het spel is niet meer te vergelijken met vroeger.” Opnieuw werd er stilgestaan bij een jubileum in 1995 en dat was uiteraard het 50-jarig bestaan. Ter gelegenheid daarvan vond er een groepsweekend plaats in IJmuiden en als thema maakten de leden met behulp van een tijdmachine een reis door het verleden van Die Bogeheimers.

De scoutinggroep Juliette Low.
De scoutinggroep Juliette Low. Op 15 september 1993 is er voor de kabouters een wedstrijd met zelfgemaakte zeilbootjes in de vijver van de kampvuurkuil. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

Rond 2000 bereikte de groepsraad het bericht dat de buren, de Juliette Lowgroep, te kampen hadden met te weinig leiding. Die Bogeheimers toonden zich daarop bereid om samen te gaan werken met deze meisjesgroep en na een proefperiode van een jaar werd besloten tot een fusie van de twee groepen onder de naam ‘Scouting JL Die Bogeheimers’.

Op dit moment (in 2005) bestaat de groep uit ongeveer 70 leden en met hun leiders en bestuursleden vierden zij in 2005 hun 60-jarig bestaan. Kaderlid Sander van Scheepen dook voor het jubileum in het archief


Jaarboek 28, pagina 30

van de groep om de geschiedenis zo goed mogelijk in beeld te brengen en de Werkgroep Oud-Castricum liftte daarop mee. Omdat er rond de jaren (negentien) zestig op de zolder van het clubhuis brand uitbrak, ging een deel van het archief echter helaas verloren en daardoor is het verhaal niet compleet.

Bewijs van lidmaatschap van Gré van Diepen van de St. Wilfriedgroep uit 1947.
Bewijs van lidmaatschap van Gré van Diepen van de St. Wilfriedgroep uit 1947.

St. Wilfried

Op 25 juni 1945 werd de rooms-katholieke scoutinggroep St. Wilfried opgericht. Sint-Wilfried, die in ons land beter bekend staat als Bonifatius, werd rond 672 in Engeland geboren en was de eerste zendeling die Nederland bezocht. Hij werd tot bisschop gewijd en in 754 bij Dokkum vermoord.

St.Wilfried welpen.
St.Wilfried welpen. Bovenaan kapelaan Bakker en Gré van Diepen. Castricum, circa 1950. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Een van de eerste welpenleidsters was Gré van Diepen. Zij werd geïnstalleerd op 8 juni 1946 en op die dag kwamen de volgende zes jongens voor de eerste keer naar de horde: Piet Klaasse, Wim Groot, George Bon, Frans Zaal, Ber Castricum en Jan Kaandorp. Twee weken later kwamen Piet Wester en Loek Kuijs daar nog bij. Op zondag 13 oktober van dat jaar werden de eerste twee welpen door Gré van Diepen geïnstalleerd en het Hoofdkwartier berichtte daarover in een krant: “Een dag om trotsch op te zijn. Ook zij hebben zich gesteld onder de veilige hoede van onzen patroon St.-Wilfried. Welpen hoe is ’t ook weer: Akela, wij doen ons best. Daar rekenen we dan ook op. Nu volgen er meer.”
In een snel tempo kwamen er ook meer, zodat er in twee hordes moest worden gedraaid. Akela Van Diepen leidde de ‘Kanhiwara-horde en akela Truus Veldt de ‘Limmershin-horde’.

Groep welpen van St. Wilfried groep.
Groep welpen van St. Wilfried groep, de kanhiwarahorde. Overtoom in Castricum, 8 juni 1946. Het karakteristieke pand waar de jongens voorstaan is de pastorie van de protestante kerk en na 1955 is het pand niet meer gebruikt en later gesloopt. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Het onderkomen voor de welpen was in de beginjaren de zolder van het Jeugdhuis (nu De Kern).

Bij de installatie kregen de nieuwe welpen hun insignes opgespeld en werd de witte das vervangen door een rood-groene (rood = aardbeien en groen = duinen). Een welp die nog niet geïnstalleerd was, noemde men teerpoot; daarnaast kende men nog de grijsbroer. Dat was een welp die eigenlijk al zou moeten ‘overvliegen’ naar de verkenners, maar daar nog geen zin in had. De grijsbroers mochten de leiding helpen met allerlei kleine klusjes. Andere welpen die de leiding hielpen, waren de gidsen en de hulpgidsen.
Aan het begin van iedere opkomst werd er heel formeel geopend. Dit bestond uit het hijsen van de vlag en een uniforminspectie.
Dat hield in dat de dassen recht moesten hangen, de schoenen er netjes moesten uitzien en dat er gekeken werd wat de welpen in hun broekzakken hadden.

De opkomst op zaterdagmiddag bestond uit pionieren, seinen, kompas leren lezen, volksdansen, veel zingen en heel veel in het duin spelen. Met het uitvoeren van speciale opdrachten, bijvoorbeeld EHBO of seinen, kon de welp een ster voor op zijn pet verdienen.

Het eerste zomerkamp van de welpen in 1947 in Schoorl.
Het eerste zomerkamp van de welpen in 1947 in Schoorl.

De activiteiten

Ook voor de welpen van St. Wilfried was het hoogtepunt het zomerkamp. Samen met kapelaan Van der Zalm en burgemeester Smeets zocht de leiding in 1947 de eerste geschikte kampplek. Er werd gekozen voor Schoorl, waar gedurende vijf dagen in augustus onderdak werd gevonden bij een boer. Voor het vervoer van alle bagage zorgde expeditiebedrijf Stet. Tijdens het kamp werden er allerlei leuke bezigheden en uitstapjes georganiseerd en de welpen genoten hiervan volop. Per groep gingen er 3 leidsters mee en een kookster, die voor al het eten moest zorgen, zodat de leiding alle aandacht en tijd aan de welpen kon geven. Dat eerste kamp was al, zoals de meeste zomerkampen die nog zouden volgen, een themakamp.

Behalve de wekelijkse opkomsten en de zomerkampen waren er nog diverse andere activiteiten waar de welpen en de leiding aan meededen, zoals:

  • de maandelijkse groepsmis, waar alle leden in de kerk om 6.45 uur op de eerste vrijdag van de maand in volledig uniform aanwezig dienden te zijn;
  • de jaarlijkse sinterklaasviering;
  • correspondentie met de strijders tijdens de oorlog in Indië;
  • oude mensen helpen oversteken en boodschappen doen voor de goede daad;
  • het eerdergenoemde ‘Heitje voor een Karweitje’;
  • de herdenkingsdagen van St.-Wilfried, St.-Joris en Baden-Powell.

De welpen hadden ook een districtsdag. Dat was een themadag, waar alle welpen van de omliggende scoutinggroepen aan mochten deelnemen. Ook St. Wilfried heeft deze dag een keer georganiseerd. Toen kwamen de groepen uit Akersloot, Uitgeest, Velsen etc. naar het schietterrein van de Castricumse politie. In de loop der jaren is de invloed van de kerk afgenomen en zijn de kerkelijke activiteiten verdwenen.


Jaarboek 28, pagina 31

Het ‘Heitje voor een Karweitje’ werd later omgedoopt in een ‘Knaak voor een taak’, omdat het wat moderner klonk en er nog steeds mensen waren die de welp maar een kwartje gaven na het uitvoeren van zijn karwei.

De St. Wilfriedwelpen met hun leiding in 1949 op de Kaasmarkt in Alkmaar.
De St. Wilfriedwelpen met hun leiding in 1949 op de Kaasmarkt in Alkmaar. Van links naar rechts op de 3e rij de akela’s Truus Veldt, Gré van Diepen, Nel Sneekes en Tini de Nijs. Op de 2e rij: Aad de Graaf, Ber Castricum, Piet Westen, Piet Klaasse, Ron Boeraart, Gerard Glorie, Nico van de Boogaard, Wim Groot en Jan Castricum. Tussen de 2e en 1e rij: Jan van Amsterdam. Op de 1e rij: Jan Kaandorp, André Bakker, Jan Res, Theo van der Himst, Frans Zaal, Theo Groot en Jaap Liefting.

Hoe verging het de Wilfriedwelpen verder?

Na de grote groep in de beginperiode liep het ledenaantal terug zodat de Kanhiwara-orde moest worden opgeheven. In het begin van de jaren 1960 kwam er echter alweer een tweede horde bij om aan het ledenaanbod plaats te kunnen bieden. Men koos toen voor een nieuwe naam: de ‘Sioni-horde’. Omdat er maar één hordehol was, draaide de ene horde op woensdagmiddag en de andere op zaterdagochtend.

De Massuahut naast De Kern die tot 1995 door de Wilfriedwelpen werd gebruikt.
De Massuahut naast De Kern die tot 1995 door de Wilfriedwelpen werd gebruikt.

Na ruim 20 jaar op de zolder van het jeugdhuis te hebben vertoefd, werd op 4 februari 1967 een nieuwe hut betrokken. Dit was de Massuahut aan de Leo Toepoelstraat (naast De Kern).

Aan het begin van de jaren (negentien) zeventig werden de twee hordes samengevoegd en daarna is er steeds één horde geweest.

Er is in de loop der tijd veel leiding gekomen en gegaan. Naast de vrouwelijke leiding waren er ook mannen die zich hiervoor beschikbaar stelden. Alleen waren die op één hand te tellen.

Toen er in 1994 opnieuw een tekort was, vroeg men aan oud-akela Gré Portegies-Liefting of ze de kampleiding zou willen helpen en begeleiden, totdat ze alles zelf konden regelen. Ze heeft die taak drie jaar op zich genomen.
De Massuahut is in 1995 verruild voor de oude hut van de St. Claragroep (achter de kerk in Bakkum).

Ondertussen werd de hut in het duin (links van de twee andere gebouwen) verbouwd met als doel de welpen daar samen met de verkenners en rowans onder te brengen. Uiteindelijk is dit ook gelukt, maar aan alles kwam een einde toen de St. Wilfriedgroep in de zomer van 2002 ophield te bestaan.

De verkenners

In augustus 1945 heeft men op verzoek van de Pancratius-parochie de verkennerij St. Wilfried opgezet. De beginselen van de verkennerij zijn de leiders bijgebracht door Wil Seignette, districtscommissaris uit Beverwijk. Niek de Graaf en Kees Steeman gaven in het begin leiding aan een groep van 10-12 jongens.

Op 6 december 1945 werd hopman Niek de Graaf geïnstalleerd door kapelaan Van der Zalm. Ondertussen waren er twee troepen gevormd, de Jan Hobergtroep en de Jan van Hoofftroep. De eerste troep werd geleid door onder andere Niek de Graaf, vaandrig Kees Steeman en later de vaandrigs André Hurkmans en Nico Zonneveld. De tweede troep stond onder leiding van onder andere hopman Joop Zijlstra en de vaandrigs Theo Tromp en Jan Groot.

De twee troepen waren vernoemd naar twee verzetshelden uit de Tweede Wereldoorlog. De eerste was de Castricummer Jan Hoberg (zie artikel ‘Wie waren … Leo Toepoel, Jan Hoberg en Huibert van Ginhoven, in dit jaarboekje) en de tweede, Jan van Hooff, was een verkenner uit Nijmegen die meehielp om de Waalbrug voor de geallieerde strijdkrachten te behouden en daarbij sneuvelde. Uit het feit dat deze namen zijn gekozen door de verkenners zelf, blijkt wel dat de oorlog een diepe indruk op de jongens had gemaakt.

De eerste uniformen werden vanwege gebrek aan betere materialen gemaakt van onder andere Zweedse meelzakken die kaki werden geverfd. Dassen waren mitella’s die een rood en groen verfje kregen. Rood staat hierbij voor de liefde en groen voor de hoop. De hoed werd gemaakt van een oude herenhoed, die werd voorzien van 4 deuken en waarvan de rand plat werd gemaakt. Het verschil in uniform tussen de twee troepen was minimaal. Bij de Jan Hobergtroep zat er een gele stip op de punt van de das. De jongens die witte dassen droegen, waren nog niet geïnstalleerd.

Cursussen voor de leiding werden gehouden in Heliomare, waar men werd bijgespijkerd in vaardigheden als pionieren en koken. Ook werd deelgenomen aan de zogenaamde kamp- of Gilwellcursus in het Overijsselse Ommen.
De bijeenkomsten van de verkenners waren in het allereerste begin in een schuur van Niek Steeman op de Overtoom. Deze schuur was echter een bouwval en spoedig verhuisde men ook naar het jeugdhuis. Eerst zaten ze beneden in de Burchtzaal en daarna werd de zolder betrokken. Deze was gedeeltelijk betimmerd en dan had je natuurlijk altijd wel een paar jongens die langs de zijkant op de balken liepen. Toen Chris Dijkman dat een keer deed, belandde hij op tafel bij de gezellen, die een verdieping lager een kaartje aan het leggen waren. Ook de verkenners hielden zich op zaterdagmiddag of zaterdagavond met allerlei activiteiten bezig. Pionieren gebeurde achter het jeugdhuis op een grasveldje. De jongens maakten ook zelf kalenders, die aan de bevolking werden verkocht. Vaak trok hopman De Graaf


Jaarboek 28, pagina 32

de duinen in om met de troep te gaan ‘sluipen’. Hiervoor had men een vergunning aangevraagd bij het PWN, waarvoor maar liefst 50 gulden moest worden betaald.

In augustus 1946 gingen de twee troepen samen op kamp in Wijk aan Zee, waar men op de fiets heen ging. Later trok men ook naar Bergen op Zoom en toen was de vrachtauto van Stet weer het vervoermiddel. Op kamp ging er altijd een aalmoezenier mee en elke eerste vrijdag van de maand was er ’s morgens een verplichte groepsmis. Naast genoemde kapelaan Van der Zalm was ook kapelaan Bakker in die beginperiode van de partij.

De betekenis van de totem

Vlak na de oprichting van de verkenners heeft vaandrig Groot een totempaal voor de groep gemaakt uit een lindeboom die in Castricum heeft gestaan. Na het uitsnijden is de paal bewerkt met lijnolie voor het conserveren. Hij is dan ook meer dan 50 jaar intact gebleven. De totempaal bestond uit een franse lelie met daarachter een kruis, dat staat voor de katholieke verkennerij. Daaronder volgden drie zuilen die de verkennersbeloften symboliseerden. Hieronder stond het devies van de verkenners: “Weest Paraat”, dan volgden een wereldbol, de tekst “Eretotem van de verkenners van de St. Wilfriedgroep Castricum”, het wapen van Castricum en tot slot twee blazende windgoden waarmee de roerige tijd werd aangeduid.

Ook de welpen droegen in een processie hun totem mee. Deze werd beschouwd als een soort familiewapen en betekende voor de scouting wat een vlag of vaandel voor iedere andere vereniging betekent. Aan de totem werden herinneringen gehangen, bijvoorbeeld aan de installatie van een welp of de viering van St.-Joris, ouderavond, bivak, enzovoorts.

De leiders van de welpen en de verkenners van St. Wilfried in 1949.
De leiders van de welpen en de verkenners van St. Wilfried in 1949. Van links naar rechts staand: Jan Groot, Cornelia Castricum, Tini de Nijs, Niek Zonneveld, Ben van de Berg, Tini Res, Agatha Welboren en Engel Zonneveld; zittend: Gré van Diepen, Niek de Graaf, kapelaan Cees Bakker, Joop Zijlstra en Truus Veldt.
De installatie van een verkenner van de St. Wilfriedgroep in de jaren vijftig. Kapelaan Van der Linden kijkt toe.
De installatie van een verkenner van de St. Wilfriedgroep in de jaren (negentien) vijftig. Kapelaan Van der Linden kijkt toe.
Het onderkomen van de verkenners en rowans van de St. Wilfriedgroep.
Het onderkomen van de verkenners en rowans van de St. Wilfriedgroep.

Het Nieuwsblad voor Castricum van 11 mei 1949 maakte melding van de installatie van de twee aspiranten Cees Castricum en Gerard Borst als verkenner bij de Jan Hobergtroep.
De hopmannen De Graaf en Zijlstra vertrokken in het begin van de jaren (negentien) vijftig om plaats te maken voor vers bloed in de personen van Siem Plijter en Jan Groot.

het onderkomen van de scouting op de Zanderij.
Het onderkomen van de scouting op de Zanderij, het donkere gebouw helemaal rechts op de foto. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In het begin van de jaren (negentien) zestig verhuisden de verkenners van de dan geheten St.-Jorisgroep naar de blokhut ‘De Kanninefaten’ aan de Zanderij.
Er werd in die tijd één keer per jaar een ouderavond georganiseerd in de toneelzaal van Piet Roozendaal. Op die avond deden de patrouilles toneelstukjes en dansten of zongen de jongens iets.

Een ander evenement was het districts-weekend ‘Distorama’, waar de verkenners uit het district Beverwijk aan meededen. In 1965 organiseerde St. Wilfried onder leiding van groepsleider Schreuder, hopman Maas en vaandrig Van de Avoort de derde Distorama en dat werd een enorm succes.
Op 11 oktober 1979 was er voor het eerst via Scouting Nederland contact met de Engelse scoutinggroep ‘1st Burgess Hill‘, omdat de Wilfriedgroep een buitenlandse groep wilde leren kennen. Er werd vervolgens door 3 leiders van de Engelsen een bezoek gebracht aan


Jaarboek 28, pagina 33

Een groep Wilfriedverkenners in 1950.
Een groep Wilfriedverkenners in 1950. Van links naar rechts helemaal achteraan staand: hopman Jan de Groot en kapelaan Cees Bakker; daarvoor staand: Nico Rozemeijer, Hans de Nijs, Piet Deen, Johan Zonneveld, Kees Bakker, Alfons van Westen, Co van de Ven, hopman Joop Zijlstra, Mats de Nijs, André Bakker, Kees de Nijs en Jan Nebeling: gehurkt: Chris Dijkman, Kees Tromp, Nico de Graaf, Jan Louwe, Jan Beentjes, Jan Hoebe, Wim Nanne, Mats Kaandorp, Kees de Nijs (in het gips), Joop Marcker, Jan van Amsterdam en Henk Poel.

hopman Brakenhoff, groepsvoorzitter Lambers en de vaandrigs Theissling en Brakenhoff. In 1984 stonden de 1st Burgess Hill en St. Wilfried op een terrein in West-Sussex, waar 2.400 scouts uit 23 landen bijeenkwamen op het ‘WS84 Camp’. De patrouilles waren tijdens dat kamp gemengd. De Castricumse deelname werd grotendeels bekostigd door de verkenners zelf. Zij hadden in de voorafgaande seizoenen auto’s gewassen op de parkeerterreinen van het Bakkerspleintje en winkelcentrum Geesterduin.
Daarna waren de verkenners nog geruime tijd actief tot ook voor hen het doek viel in 2002.

De rowans

In 1964 werd de rowanafdeling opgezet, waaraan de oudere verkenners vanaf 15 jaar konden deelnemen. Daarvoor was het fiat nodig van het landelijk comité van Scouting Nederland. De eerste acht rowans werden in Egmond aan den Hoef bij de Zusters Carmelitessen geïnstalleerd. Piet Hein van Cranenburgh werd chef van de rowanafdeling en aangezien deze groep de 72e was in Nederland, kreeg die de naam ‘RA 72’.

De rowans kregen hun eigen plek in de blokhut op de Zanderij, maar daarvoor moest de hut wel worden uitgebreid. In de hut hadden ze de ruimte voor allerlei hobby’s en zelfs hun huiswerk mochten ze er maken. Een van de activiteiten was fotograferen en ontwikkelen. Dit groeide uit tot het ‘Film-Dia-Foto-Weekend-Castricum’, waaraan andere groepen uit de omgeving ook meewerkten.

Andere projecten in die tijd waren het maken van een speelfilm ‘De Gevangene’ en het maken van kunststof kano’s. Ook werd er veel gesport en de rowans hielden zich regelmatig bezig met oriënteren en kaartlezen.

De Rowans op trektocht door het Sauerland in 1965.
De Rowans op trektocht door het Sauerland in 1965.

Op een van de eerste rowankampen werden de jongens met de vrachtwagen (ook van Stet) naar Limburg gebracht, vanwaar ze verder gingen naar België. Tegen het einde van de vakantie bleek echter dat het geld op was en werd er in kleine groepjes naar Limburg gelift, waar Stet ze weer oppikte. Later werd er per trein, autobus of een personenbusje gereisd en dat was wat makkelijker. Tijdens de vakantie werd er met de rugzak van de ene plaats naar de andere gelopen en er werd gekampeerd bij een boer, kerk of school.
’s Avonds werd er vaak een kampvuur gebouwd, waarbij werd gezongen en gitaar gespeeld. Deze loopvakanties zorgden voor een goede groepssfeer en een nauwe band tussen de jongens. Een goed voorbeeld hiervan was de trektocht door het Sauerland in 1965. Er werden toen vanuit Duitsland eigengemaakte ansichtkaarten naar het thuisfront gestuurd.
De rowankampen waren vaak zwaar, maar er zijn nooit grote ongelukken gebeurd. Aan het eind van de vakantie werd er een rowanraad voor het nieuwe seizoen gekozen.

In 1978 kreeg Piet Hein van Cranenburgh versterking in de leiding met Marcel de Geest. Het begin van dat jaar was echter niet de beste tijd voor de rowans, want de sfeer en motivatie waren minder geworden. Op 21 juni kreeg men ook nog eens met een geweldige tegenslag te maken. Toen werd de hut door vandalen in brand gestoken en was de stemming begrijpelijk erg down. Na het zomerkamp zetten de rowans en leiding de schouders er echter onder en er kwam een strijdplan om de hut weer op te bouwen. In vier zaterdagen lukte het om, met behulp van ouders, vrijwilligers en bouwbedrijf M.J. de Nijs, een heel nieuw pand uit de grond te stampen. Zo kon op 17 december 1978 de nieuwe hut officieel geopend worden. Toen bleek dat, hoe raar het ook klinkt, deze brand had bijgedragen aan het herstel van het saamhorigheidsgevoel en teamverband binnen de groep.

Piet Hein van Cranenburgh met zijn rowans, waaraan hij ruim 15 jaar leiding gaf.
Piet Hein van Cranenburgh met zijn rowans, waaraan hij ruim 15 jaar leiding gaf.

In 1979 gaf Piet Hein van Cranenburgh, na ruim 15 jaar leiding te hebben gegeven, het stokje over aan Marcel de Geest.
Ook de rowans hielden zich in de loop van hun bestaan met diverse activiteiten bezig. Ieder jaar werd er vlak voor Kerstmis een kersttocht georganiseerd. Na de kerstviering werd dan iedereen naar het strand gereden en liep men naar ‘het licht’. Eerst gebeurde


Jaarboek 28, pagina 34

dat van Wijk aan Zee naar de hut en later van Castricum naar de vuurtoren in Egmond. Daarna was er dampende erwtensoep in de hut om weer warm te worden.

Direct vanaf de oprichting van de rowans ging een krantenactie van start. Dat gebeurde vooral om wat geld bij elkaar te krijgen voor bijvoorbeeld een zomerkamp. Men kreeg al gauw vaste ophaaladressen en op het laatst werden er maandelijks drie containers met oud papier gevuld. In 1991 werden de rowans beloond voor hun jarenlange inzet en ontvingen ze uit handen van wethouder Rouwhorst de milieuprijs.

Behalve ‘De Gevangene’ werden er nog twee films gemaakt. Ook werden er ruim 200 clubbladen door de groep uitgegeven onder de naam ‘Ronderons’ (rowans onder ons).

In de leiding deed zich in de loop der jaren een aantal mutaties voor. Sjors Molenaar en Fred Duineveld namen in 1984 na het 20-jarig jubileum de leiding over van Marcel de Geest. Na het zomerkamp in 1986 trad Sjef de Nijs tot de leiding toe en omdat Sjors Molenaar en Fred Duineveld in de zomer van 1991 afscheid namen, kreeg hij versterking van Jemmy van der Putten en Bas Windt.
Vanaf 1995 nam de belangstelling voor de rowans steeds meer af en dit had tot gevolg dat deze groep begin 2002 werd opgeheven.

Scouting bij de St. Wilfriedgroep in de jaren negentig.
Scouting bij de St. Wilfriedgroep in de jaren (negentien) negentig.

De vlam gedoofd

In januari 1949 kwam het eerste clubblad van de St. Wilfriedgroep uit onder de titel ‘De laaiende vlam’. Het was bestemd voor verkenners en welpen en werd in de pastorie gestencild en ingekleurd. De stukjes gingen over nieuwe leden, installaties, activiteiten etc. Voor zover bekend is het blad 4 jaar verschenen. Ook van het verkennerskrantje ‘De Zanderijkoerier’ werden enige exemplaren uitgegeven en dat gebeurde in 1962.

In 1971 werd er een poging gedaan om een echt groepsblad te maken onder de naam ‘Roverwelp’. Dit blad, waarin stukjes stonden van zowel de leiding als het oudercomité en de leden zelf, was echter geen lang leven beschoren.

Het 50-jarig bestaan van St. Wilfried werd in 1995 groots gevierd. Voor het feest beschikte men over een ledenlijst die vanaf 1945 zo’n 300 namen telde. Daarna keerde het tij en de vlam van St. Wilfried doofde tenslotte medio 2002. De groep was dusdanig uitgedund dat er geen bestaansrecht meer was en men besloot zichzelf op te heffen. Wel hield men de stichtingsvorm in tact om het beheer te kunnen blijven voeren over de hut, die nog steeds aan groepen wordt verhuurd.

St. Clara

Vrij kort na de oprichting van St. Wilfried kwam er een groep voor katholieke meisjes onder beheer van de Pancratiusparochie, die de naam St. Clara kreeg. Helaas zijn er uit de beginjaren van het bestaan van deze groep zeer weinig gegevens te vinden. Wel is bekend dat de eerste groepsruimte een lokaal was van de St.-Bernadette-kleuterschool. Daarna kwamen de meisjes in de bollenschuur van Arie Castricum achter het Corso-theater terecht en rond 1950 verkasten ze naar de verkennershut van de St. Wilfried aan de Leo Toepoelstraat achter het jeugdhuis. Vervolgens kregen ze een hut in de tuin van de pastorie van de Pancratiuskerk.

Op 13 november 1945 werd de eerste leidstersbijeenkomst gehouden en op 13 juni 1946 werden voor het eerst gidsenleidsters benoemd. Volgens aantekeningen in de agenda van kapelaan Saulenn is de groep waarschijnlijk ook op laatstgenoemde datum officieel opgericht. Uit deze aantekeningen blijkt dat er jaarlijks vele bijeenkomsten waren, waarop werd vergaderd of installaties van leidsters plaats vonden.

Het is jammer dat er voor het verkrijgen van informatie geen beroep meer kan worden gedaan op Simone Martin, die op 20 mei 2004 is overleden. Zij werd in maart 1961 als groepsleidster aangesteld en heeft tot 1981 voor een groot deel de kar getrokken van de St. Claragroep. Een krant schreef in het voorjaar van 1961: “Na lang zoeken heeft de aalmoezenier dan eindelijk een groepsleidster gevonden. Hij was veel te ver van huis gegaan, want tot slot heeft hij ze in huis gevonden.” Simone Martin was namelijk de huishoudster van de pastorie. Guido Simone, de scoutingnaam waaronder zij bekend stond, liet een aantal logboeken en foto-albums na aan leidsters die ook jarenlang bij de groep waren betrokken. In een van haar logboeken uit 1961 wordt vermeld waaruit het bestuur van (tekst loopt door op pagina 36)


Jaarboek 28, pagina 35

Simone Martin als groepsleidster van de St. Claragroep aangesteld in 1961.
Simone Martin als groepsleidster van de St. Claragroep aangesteld in 1961.
Simone op kamp met aalmoezenier Herman Schrama.
Simone op kamp met aalmoezenier Herman Schrama.
Groepsfoto van de kabouters en gidsen ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van St. Clara.
Groepsfoto van de kabouters en gidsen ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van St. Clara. Naast kapelaan Graafmans en Guido Simone waren de volgende namen op de foto te achterhalen: Lia Adrichem, Colien Alleman. Wlima Alleman, Paula Bouwen, Winnie Braakman, Agnes Breetveld, Carla Bijman, Ineke Bijman, Annelies Dijkman, Marion Fisscher, Marian de Geest, Corrie Groentjes, Lida Groot, Anneke de Groot, Joke de Groot, Karin de Groot, Marijke de Groot, Karin Haker, Annet Heere, Lida Hes, Renée Hillebrink, Carla Klomp, Marijke Kooijman, Marga Korsman, Marie-Louise Linden, Truset Linden, Joke Lute, Anneke Peperkamp, Ineke Poppen, Petra Poppe, Toos Res, Sybille Speekman, Francis Stet, Carla Theissling, Cecille Vlaarkamp, Liesbeth Vlaarkamp, Yvonne Vlaarkamp en Linda Weel.

Jaarboek 28, pagina 36

de groep toen bestond. In het bestuur waren meerdere geestelijken vertegenwoordigd. Ook worden er diverse bijnamen van de leiding in genoemd. ‘Rea’ was bijvoorbeeld een kabouterkringleidster en de assistente daarvan heette ‘Radi’. De Claragroep telde toen 70 leden, waarvan 18 gidsen en 52 kabouters. De leiding bestond verder uit Gré Baltus, Lies Borst, Corrie de Zeeuw, Els Briefjes, Ineke van Riel en Ans Borst. Om alle zaken door te nemen kwam men regelmatig als ‘Groepsraad’ bij elkaar. Het ging om onderwerpen als op kamp gaan, de financiën en het vieren van Palm-Pasen, wat altijd een grote gebeurtenis was.

Het logboek van Simone vertelt ook dat de opbrengst van de actie ‘Heitje voor een Karweitje’ in april 1961 ruim 200 gulden was. Alle gidsen en kabouters kregen een reep chocola voor het harde werken. De helft van de opbrengst was voor eigen kas en de andere helft ging naar het District.
Op 6 juni 1961 werd Guido Simone officieel geïnstalleerd als groepsleidster voor de gidsen en kabouters. Daarbij waren onder andere pastoor Minnebo en de kapelaans Van der Linden, Groot en Schrama aanwezig.

Als onderdeel van de scouting organiseerde Simone rond 1963 reizen naar Lourdes. Door middel van spaaracties maakte zij het mogelijk dat voor veel zieke mensen hun wens in vervulling ging door deze Franse bedevaartsplaats te kunnen bezoeken.
Ook was zij actief betrokken bij de verhuizing van de St. Claragroep in de (negentien)zestiger jaren naar een gebouw naast de Pancratiuskerk. Dit onderkomen kreeg de naam ‘El Cabana’ (dat betekent strohut of stulpje).

Net als bij de andere groepen werd er veel plezier beleefd aan de zomerkampen van de St. Claragroep.
Vooral het 9-daagse kamp van de gidsen in een oud klooster in het Belgische Wernhout in 1967 was een groot succes. Marijke Bodewes-De Groot en Anneke Beentjes-De Groot kijken daar nu nog met veel plezier op terug. Zij zijn beiden lid geweest van de groep vanaf de periode dat Simone Martin de leiding kreeg en waren ook kabouterleidster of gidsenleidster tot 1977. Zij hebben heel veel creatieve activiteiten met de meisjes ontplooid, waarvan de plakboeken zeer goed getuigen. Er werden toen door de gidsen en sherpa’s ook veel leuke avonden georganiseerd voor de ouderen in het dorp, die daar echt van genoten.

Ook de kerst-inns stonden in het teken van de senioren. In de hut naast de kerk werd dan de mis opgedragen en men kon een maaltijd nuttigen.
De gidsen van St. Clara boekten ook succes tijdens wandel wedstrijden voor scoutinggroepen. Op 5 mei 1967 wonnen zij de eerste prijs in Bergen, waar zij meededen aan de jaarlijkse St.-Jorismars.
In de tweede helft van de jaren (negentien) zeventig moest ‘El Cabana’ plaats maken voor de vestiging van een rouwcentrum. Zodoende kreeg de groep haar vijfde onderkomen in een houten gebouw achter de Cuneraschool in Bakkum.

St. Clara werd officieel een stichting op 6 juli 1977. Nico Meijne was toen voorzitter van het bestuur. Trudy Glorie werd begin jaren (negentien) tachtig voorzitter en die functie zou zij zo’n 10 jaar bekleden.

Het later afgebrande clubhuis van de St. Claragroep.
Het clubhuis van de St. Claragroep. Eerste Groenelaan in Castricum. Dit gebouw is in 1973 neer gezet en in 1985 door brand verloren gegaan. Het stond achter de Curneraschool. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

Op 25 oktober 1985 werd de St. Claragroep dakloos door een fikse brand in het clubhuis. De Castricumse brandweer slaagde er weliswaar in om het vuur in bedwang te houden voor het gebouw helemaal in de as werd gelegd, maar men ontkwam er niet aan om het gehele onderkomen te slopen. De groep hoefde haar activiteiten gelukkig niet te staken, want zij kon voorlopig gebruik maken van de accommodaties van de zustergroepen. Al het foto- en archiefmateriaal van de jaren daarvoor was echter in vlammen opgegaan.

Met behulp van de leiding, scouts, ouders en een aannemer werd de hut spoedig herbouwd en ingericht. De opening van de nieuwe hut vond plaats op 24 mei 1986. Vanaf dat moment draaiden de kabouters, gidsen en sherpa’s weer volop op de zaterdagmorgen of de vrijdagavond, maar in de loop van de jaren (negentien) negentig bleek het steeds moeilijker om zelfstandig het hoofd boven water te houden.

Dit had tot gevolg dat de kabouters in september 1994 overgingen naar de St. Wilfriedgroep. Uiteindelijk zag men zich genoodzaakt om de meisjesgroep na een bestaan van bijna een halve eeuw met ingang van 1 januari 1995 op te heffen.

Juliette Low

De openbare meisjesgroep Juliette Low ging op 13 augustus 1947 van start. Echter nog niet onder deze naam, want die kreeg de groep pas in 1956. Eerst heeten zij ‘Woudlopers’ en waren een onderdeel van de Beverwijkse scouttinggroep ‘Wiawaha’.
De groep was onderverdeeld in twee leeftijdsgroepen, te weten de kabouters (toto en met 10 jaar) en de padvindsters (11 tot en met 14 jaar). De meisjes vanaf 15 jaar werden seniorenpadvindsters (later sherpa’s) genoemd.

In de beginperiode was het maar behelpen wat de huisvesting betreft. Het eerste onderkomen was een bollenschuur die op het terrein van Die Bogeheimers stond. Deze schuur werd in 1958 vervangen door een houten gebouwtje met een oppervlakte van 50 vierkante meter, dat in 1971 werd uitgebreid. Hierdoor verdubbelde de oppervlakte. In 1990 was er sprake van een riante verbetering toen er op dezelfde plek een stenen gebouw kon worden gerealiseerd. Bij de opening roemde wethouder Postma de zelfwerkzaamheid van ouders en andere direct betrokkenen. De groep beschikte vanaf dat moment over een onderkomen met aparte verblijven voor kabouters, padvindsters en sherpa’s. De bouw had ruim 300.000 gulden gekost en werd voor een groot deel gefinancierd via de zogenaamde ‘derde geldstroom’, bestaande uit gemeentelijke en provinciale subsidies en bijdragen van acties als Jantje Beton.

Bouk Riethorst, die ruim 40 jaar het boegbeeld is geweest van Juliette Low, wordt hiervoor onderscheiden in 1998 door districtsvoorzitter Bert Colijn.
Bouk Riethorst, die ruim 40 jaar het boegbeeld is geweest van Juliette Low, wordt hiervoor onderscheiden in 1998 door districtsvoorzitter Bert Colijn.

De kabouters

De vrouw die ruim 40 jaar het boegbeeld is geweest van de Juliette Lowgroep is Boukje Riethorst-Nijhuis. Zij begon op 20 april 1958 als leidster van de kabouters onder de bijnaam ‘Oehoe’, die staat voor wijze bruine uil. In 1969 werd ze groepsleidster en vanaf die tijd tot haar afscheid in juni 1999 was ze in feite de mentor van deze scoutinggroep. Vanaf 1969 kende men haar als ‘Wing’, omdat ze twee vleugels onder haar hoede had. Het was dan ook meer dan terecht dat zij op 10 maart 1990 de eerste steen mocht leggen voor de nieuwbouw.
Boukje Riethorst was geknipt voor de padvinderij. “Ik heb het altijd een geweldig leuke tijd gevonden en mis het nog steeds”,


Jaarboek 28, pagina 37

vertelde ze in het voorjaar van 2005. Ze betreurde het echter dat er altijd een tekort aan hulp was en bovendien dat er vele wisselingen waren in de leiding. Toen ze erbij kwam in 1958, werden de groepen gesplitst en kreeg zij, samen met leidster Wil Hensbergen, de leiding over de ‘paddestoelenkring’.

Kringvakantie van de kabouters in 1958.
Kringvakantie van de kabouters in 1958.

Aan talloze activiteiten met haar kabouters heeft ze dierbare herinneringen, zoals:

  • De ‘kringvakantie’; dat was een lang weekend in de blokhut, dat meestal in april of mei werd gehouden. Elk weekend had een thema en dat was vaak gebaseerd op een boek.
  • De Districtsdag die eenmaal per jaar plaatsvond en waar alle groepen uit de omgeving aan meededen. Ook de Juliette Lowgroep mocht die dag een keer organiseren en daarvoor werd een grote speurtocht met opdrachten in Castricum uitgezet.
  • De jaarlijkse oliebollenactie, waar ook de padvindsters bij betrokken waren. Dit evenement hield in dat er in de keuken van Johanna’s Hof door de moeders van de kabouters een flinke hoeveelheid oliebollen werd gebakken. Voorafgaand aan de verkoop ging men met intekenlijsten de straat op en de opbrengst ging uiteraard in de clubkas.
  • De ‘pannenkoekenfuif’, waarmee elk jaar werd afsloten. Alle ouders werden dan uitgenodigd en nadat er ’s middags toneelstukjes waren opgevoerd, werd de dag sfeervol met een gezamenlijke maaltijd beëindigd.

Vermeldenswaard is zeker ook dat Boukje Riethorst gedurende 15 jaar speladviseur voor de districtsleiding was.

Op 22 februari vierden de kabouters en de padvindsters jarenlang Baden-Powelldag, ter nagedachtenis aan de geboortedag van de grondlegger van de scouting. Die begon steevast met een opening om 7.00 uur op het terrein bij de vlag, waar ‘Hoort zegt het voort’ werd gezongen. Eén keer werd van deze locatie afgeweken en heeft men dit gebeuren gezamenlijk met de meisjes van St. Clara op de Brink laten plaatsvinden. Op Baden-Powelldag droegen de leden van Juliette Low een klimopblad met drie sneeuwklokjes op het uniform. Ze gingen ook in uniform naar school en kregen daarover de nodige vragen van leerkrachten en leerlingen, ’s Avonds was er een maaltijd in het clubhuis om de dag af te sluiten.

Verder is er natuurlijk nog van alles te vertellen over gebruiken die lange tijd bij de kabouters bestonden. Zo ging het er bij de installatie vroeger zeer plechtig aan toe. Een kabouter deed dan de belofte, waarbij twee vingers van de rechterhand omhoog werden gestoken en de linkerhand op de paddestoel moest worden gelegd. De belofte luidde: “Ik zal mijn best doen een echte kabouter te zijn, iedereen te helpen waar ik kan, vooral thuis.” Het was een van de 12 ‘mensenkind eisen’, waaraan volgens het zakboekje van de kabouters moest worden voldaan.

De padvindsters

De kabouters die de leeftijd van 11 jaar hadden bereikt, mochten ‘overvliegen’ naar de padvindsters. Dat gebeurde symbolisch met behulp van een touw. Aan de ene kant stonden de kabouters die via het touw naar de padvindsters aan de andere kant ‘vlogen’. Over ’t algemeen zagen de kabouters en de padvindsters elkaar echter niet vaak, omdat de opkomsten van de padvindsters op zaterdag waren en die van de kabouters op woensdagmiddag.

Om padvindster te worden moesten de meisjes opnieuw een eed afleggen. Deze was iets uitgebreider dan bij de kabouters en de linkerhand werd nu op de vlag gelegd. De eisen waar een padvindster in verschillende klassen aan moest voldoen, stonden op een kaart, waarop werd aangetekend wanneer een onderdeel werd afgerond en wie dat had afgenomen. Voorbeelden van eisen voor een 2e klas-padvindster waren: geschiedenis van de vlag kennen, sokken kunnen stoppen, een spoor van een mens of dier kunnen volgen, mitella kunnen aanleggen en stamppot kunnen bereiden.

Net als bij de kabouters spraken de padvindsters hun leidsters met hun bijnaam aan, die vaak door creatieve afkortingen tot stand was gekomen. Zo heetten de twee leidsters van het eerste uur, Stien van Goudoever en Joke Sinnema, respectievelijk ‘Abev’ (Altijd blij en vrolijk) en ‘Aatip’ (Altijd aardig tegen iedere padvindster’). Deze twee leidsters hebben overigens samen de naam ‘Juliette Low’ voor de groep voorgesteld.

De padvindsterswet uit 1959.
De padvindsterswet uit 1959.

Men kende in die tijd ook een wet, die omschreef wat een padvindster allemaal moest zijn. De eerste zin was: “Een padvindster is eerlijk” en de laatste regel luidde: “Een padvindster is rein in gedachten, woord en daad.” Achterop een uit 1959 bewaard gebleven wet staat getypt: “Onze Wet is voor ons een staf die ons steunt. Als een lamp die ons pad verlicht. Haar te volgen is vreugd, al valt het soms zwaar om te doen onze Padvindersplicht.”

Het klinkt bijna afgezaagd, maar ook de padvindsters van de Juliette Low hadden veel plezier tijdens hun zomerkampen. Soms waren dit ook lange weekenden die in de eigen blokhut plaatsvonden. Vanuit de hut ging men dan op pad en werden er verschillende leuke en nuttige opdrachten uitgevoerd.

Marion Boot beschreef zo’n kampdag in 1960:
“Om tien uur ’s morgens begon ons kamp. Na de vlaggenparade vertelde Abev dat ons kamp in het teken van het Veilig Verkeer stond. Abev vertelde ook dat ons kampmotto was:”Ga zo geruisloos mogelijk door het verkeer.” Daarna gingen we tenten opzetten. En toen koken. Per ronde kregen we andijvie, aardappels en spek. Eindelijk waren alle vuurtjes aan. Toen het eten klaar was kregen twee rondes ieder een leidster te eten. Toen de afwas klaar was


Jaarboek 28, pagina 38

kregen we platte rust. Na de platte rust hadden we totemtijd. In totemtijd kon je allerlei dingen maken waarmee je een plakkertje verdienen kon. De corvee-ronde maakte alvast brood klaar. Na totemtijd kregen we thee met koek van Tineke Swart. Voor het avondeten gingen we sjorren. Een driepoot moesten we maken om een bakje met water in te zetten om onze handen te wassen. Toen avondeten en na de afwas optocht voor ‘heitje voor een karweitje’. We moesten allemaal naar de Brink, daar begon de optocht. We moesten een stuk het dorp door, we kregen onze boekjes en toen op weg naar het kamp en ‘slapen’. De eerste nacht lukte het slapen niet z.o. Maar och wat geeft ’t.”

De padvindsters en kabouters van Juliette Low en St. Clara.
De padvindsters en kabouters van Juliette Low en St. Clara.
Op weg naar het Vitesse-terrein op een zomeravond in juni 1961 voor het maken van een film.
Op weg naar het Vitesse-terrein op een zomeravond in juni 1961 voor het maken van een film.

Op een zomeravond in juni 1961 waren de padvindsters en de kabouters van de Juliette Lowgroep, evenals die van St. Clara, aanwezig op het Vitesse-terrein voor het maken van een film.

De modernisering

Na de jaren (negentien) zestig veranderde er ook bij de Juliette Lowgroep het nodige en het werd wat informeler. De installatie van een padvindster bleef echter een plechtige aangelegenheid, waarbij familie werd uitgenodigd om er een feestelijk tintje aan te geven. Pas na de installatie mocht het officiële tenue gedragen worden: een beige scoutingblouse en een geruite das met het JL-logo en een dasring. De rok werd verruild voor een spijkerbroek. Op de blouse zaten het regioteken, het speltakteken en het JL-naambandje. Andere badges die erop bevestigd konden worden, moesten eerst verdiend worden, zoals insignes voor koken of kampvuur stoken. Ook konden er badges op van scoutingkampeerterreinen of speciale evenementen.

De opkomsten verliepen lange tijd volgens een vast schema. Er werd geopend met het openingslied en vervolgens werd het logboek voorgelezen. Iedere week kreeg een andere padvindster het logboek mee naar huis en beschreef daarin de activiteiten van de laatste opkomst. Deze waren heel verschillend. Ze konden leerzaam zijn, creatief, sportief of heel scouting gericht.


Jaarboek 28, pagina 39

Een nieuw stenen gebouw voor de Juliette Lowgroep, gerealiseerd in 1990.
Een nieuw stenen gebouw voor de Juliette Lowgroep, gerealiseerd in 1990.

Ook het kamp in de eerste week van de zomervakantie bleef een traditie en stond altijd in het teken van een speciaal thema. Een voorbeeld hiervan was ‘Robin Hood’. De padvindsters moesten tijdens dit kamp onder andere een pijl en boog maken en ze leerden boogschieten. De ‘platte rust’ werd ook gehandhaafd. Bovendien moest worden voldaan aan een aantal kampeisen, zoals het bouwen van een hut, twee uur zwijgen of een stukje voor het eindfeest bedenken.

Daarnaast was de speurtocht een vast onderdeel van het kamp, die ‘hike’ werd genoemd. De groep was dan gezamenlijk een dag op pad met een telefoonnummer van het eindpunt in een gesloten envelop voor noodgevallen. Uiteraard gingen er dan ook brood, drinken en snoep mee.

Een nieuw begrip in de loop der jaren werd de ‘kampdoop’, die werd ondergaan door degenen die voor het eerst een kamp meemaakten. Na twee uur slapen werden deze padvindsters wakker gemaakt en daarna moesten ze geblinddoekt allerlei opdrachten uitvoeren. Was hieraan naar tevredenheid voldaan, dan vond de doop plaats met een lepel koud water.

Als verschil met vroeger kan ook de toename van de oudere padvindsters (15-18 jaar) genoemd worden. Eerst heetten ze sherpa’s en sinds het samengaan met Die Bogeheimers maken ze deel uit van de gemengde groep die de naam ‘Sherrows’ kreeg. Zij hebben geen leiding meer en bedenken hun eigen programma, zoals het organiseren van spelavonden of een weekend met een andere groep van dezelfde leeftijd.

Omdat sommige padvindsters het ook op 18-jarige leeftijd moeilijk vonden om de scouting vaarwel te zeggen, werden zij zelf weer leidster bij een jongere speltak en dat werd vanzelfsprekend door het kader van harte toegejuicht. Desondanks ontstond er ook bij de Juliette Lowgroep rond de eeuwwisseling een tekort aan leiding, dat resulteerde in de recente fusie met de buren.

De welpen van de Abel Tasmangroep in 1947.
De welpen van de Abel Tasmangroep in 1947. Van links naar rechts staand: Kees Doekes, Pim Luttik, Hans van Weeren, Simon Kelder, Hans van Netten en akela Wil Grijze; geknield: bagheera Lien van Ginhoven, Ad Bastiaan, Pieter Hiemstra, Ruud van Jaarsveld en Folkert de Bruin; zittend: Sjaak Tuijn, Martin van Ginhoven, Frans van Netten en Dries Dikkeboom.

Abel Tasman

Helaas is er van de geschiedenis van de Abel Tasmangroep weinig te achterhalen. Dat is ook niet zo vreemd, want zij heeft maar een korte tijd bestaan. Zeer waarschijnlijk is deze groep, die viel onder de Nederlandse Christelijke Vereniging van Padvinders, opgericht in 1946 en in ieder geval voor 1954 weer opgeheven.

In het begin waren de opkomsten in de schaftkeet genaamd ‘Goudsbergen’. Deze keet stond vlakbij het voetbalveld van Duin en Bosch. Later konden zij terecht naast het museum van het provinciaal ziekenhuis. Bekend is ook nog dat de jongens van de Abel Tasmangroep heel nette oranje dassen droegen en dat zij samen met Die Bogeheimers en de St. Wilfriedgroep Sint-Jorisdag vierden. Zij kwamen dan voor schooltijd bij elkaar op het kermisterrein in het dorp en ontvingen allen een rode tulp.

De leiding van de groep was in handen van hopman Kelder, die werd bijgestaan door groepsleider Siem Mooij en de vaandrigs Butijn en Verbaan. Van de vrouwelijke leiding waren de namen van akela Wil Grijze en haar assistente bagheera Lien van Ginhoven (dochter van verzetsman Huibert van Ginhoven) terug te vinden.
Ongetwijfeld kwamen er bij de Abel Tasmangroep diverse activiteiten voor die andere groepen ook deden.

Epiloog

Gedurende de afgelopen zestig jaar (red: gerekend vanaf 2005) hebben vele Castricumse jongens en meisjes de hobby padvinderij of scouting kunnen beoefenen. Lange tijd hebben zij kunnen kiezen uit vier en enige tijd zelfs uit vijf padvindersgroepen. De padvinderij is van grote betekenis geweest binnen het jeugdwerk in ons dorp.
Zoals de meeste verenigingen kreeg scouting echter ook te maken


Jaarboek 28, pagina 40

met teruglopende ledenaantallen. De belangstelling voor het oorspronkelijke doel van de padvinderij nam af en men moest meer concurreren met vele andere clubs. De belangrijkste oorzaak van de opheffing van de meeste groepen is echter een tekort aan leiding. Het uiteindelijke resultaat is dat de jongeren in 2005 hier alleen nog maar bij de groep ‘Scouting JL Die Bogeheimers‘ terechtkunnen. Gelukkig is deze vereniging kerngezond gebleven. De leiding bestaat uit een aantal enthousiaste vrijwilligers en zodoende blijft de mogelijkheid van scouting voor de Castricumse jeugd behouden.

Hans Boot

Bronnen:

  • Archiefmateriaal van Die Bogeheimers, Juliette Lowgroep en St. Claragroep.
  • Castricum-Bakkum in vervlogen jaren, 1996.
  • De Sint Wilfriedgroep in 50 jaar van Kruisvaart tot scouting, 1995.
  • Heideman, H., School- en jeugdherinneringen van Bakkum en Castricum (1940-1959).

Met dank aan:

Sander van Scheepen , George Jacobs, Loes van Keeken-Kieft, Theo van Straaten, Bert de Vries, Marcel de Geest, Fred Weda, Marijke Bodewes-De Groot, Anneke Beentjes-De Groot, Trudy Glorie-Molenaar, Boukje Riethorst-Nijhuis, Marion van der Velden-Boot, Linda van de Velde en Henk Heideman.

De in 1989 nog vier bestaande Castricumse scoutinggroepen bijeen.
De in 1989 nog vier bestaande Castricumse scoutinggroepen bijeen.

15 november 2021

Tachtig jaar bridgen in Castricum (Jaarboek 43 2020 pg 68-70)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 43, pagina 68

Bricas, bridgeclub Castricum.
Bricas, bridgeclub Castricum.

Tachtig jaar bridgen in Castricum

Wat doe je als een groep mannen, die dagelijks gebruikmaakt van de trein, te maken krijgt met regelmatige vertragingen? Dan ga je met een aktetas op schoot samen een potje kaarten. Tenminste, zo ging dat in 1940. Toen brak het moment aan dat een van de mannen voorstelde een club op te richten. Dat was het begin van Bricas, de grootste bridgeclub in de regio. Bricas werd op 10 september 1940 opgericht en viert dit jaar het tachtigjarige bestaan.

De originele uitnodiging voor de oprichtingsvergadering.
De originele uitnodiging voor de oprichtingsvergadering in het toenmalige hotel Bakker, nu steakhouse De Buurvrouw.

De officiële oprichting vond plaats op een dinsdag als een klein protestsymbool tegen de Duitsers die Nederland sinds mei 1940 bezetten. Op dinsdag 17 september 1940 zou het Prinsjesdag moeten zijn, met de opening van de Staten-Generaal, de troonrede van de koningin en een rijtoer per koets door Den Haag. Maar nu was Nederland in handen van de Duitsers. De oprichters van Bricas, oranjegezind zoals velen destijds, kozen juist voor die datum, zodat ze de derde dinsdag van september van start konden gaan in clubverband. Tot vele jaren na de oorlog is de derde dinsdag van september de start geweest van het nieuwe seizoen.

Bestuur Bricas 1940.
Bestuur Bricas 1940. Van links naar rechts J. Teerink, C. Peters, W. Padt, G. Klaasse, B. Hopman en J. Morelis.

Het bestuur bestond bij de oprichting uit J. Teerink, C. Peters, W. Padt, G. Klaasse, B. Hopman en J. Morelis. De echtgenotes van de bestuurders Morelis en Teerink hebben tot op zeer hoge leeftijd gebridged; beiden zijn ruim zestig jaar lid geweest. De naam Bricas is een samenvoeging van bridgeclub en Castricum.


Jaarboek 43, pagina 69

Voorzitters van 1940 tot heden

1940-1952 meneer B. Hopman
1952-1952 meneer H. Broksma
1952-1955
meneer W. Wemmers
1955-1956 meneer G. Schutter
1956-1974 meneer J. de Vries
1974-1980
meneer H. Smalt
1980-1984
meneer H. Galavazi
1984-1992
meneer R. de Beer
1992-1996 meneer G. Bremer
1996-2006 meneer J. Braams
2006-2007
meneer E. Castelein
2008-2012
meneer Th. Rakké
2012- 2017
meneer Ph. Breedveld
2017- 2018
meneer E. Castelein
2019-heden
(=2020) meneer F. van Gool

Eerste drive

In het huishoudelijk reglement werd ook voorzien in een ballotagecommissie, waarmee nieuwe aanmeldingen geweigerd konden worden als ze bijvoorbeeld Duitsgezind waren. Na enige weken meldde een echtpaar zich aan, lid van de NSB. Het echtpaar werd toegelaten en bij de herenclub werden voortaan ook dames welkom. Het is niet bekend of er door de avondklok in de oorlog nog gebridget werd of dat er in die tijd gewoon te weinig leden in Castricum waren. Maar in het najaar van 1945 schoven de meeste leden weer aan en werd het spel hervat.

De uitslagen in de krant van 4 oktober 1940.
De uitslagen in de krant van 4 oktober 1940.

De eerste drive werd gehouden in wat toen café Roozendaal heette op de Dorpsstraat 75. De prijswinnaars gingen met een mud kolen, een pakje boter of een stukje kaas naar huis. Na elke speelavond werden de uitslagen gecontroleerd en de volgende ochtend afgeleverd voor plaatsing in de krant en opgehangen in de etalage van juwelier Plas in de Burgemeester Mooijstraat. De eerste bridgers kwamen al voor 9.00 uur langs om te kijken hoe ze gespeeld hadden.

Café Roozendaal.
Café Roozendaal. Links de Doorrijstal. Dorpsstraat 75 in Castriucm, rond 1960. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Bricas heeft na café Roozendaal gespeeld in café Broksma (nu Okawari), hotel Kornman (nu Bij de Buurvrouw) en sinds 45 jaar in cultureel centrum Geesterhage.

Klassenfoto van de Augustinusschool, met op de onderste rij 2e van links Meester Piet Bouwen.
Klassenfoto van de Augustinusschool, met op de onderste rij 2e van links meester Piet Bouwen. Dorpsstraat in Castricum, 1962. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Meester Bouwen van de Augustinusschool was lange tijd lid van de bridgevereniging. Tijdens de laatste periode maakte hij gebruik van een zuurstoftank in een tas, tot hij in 2002 overleed. Er wordt met plezier aan hem teruggedacht. “Het was een fijne tegenstander en hij probeerde je altijd op een leuke manier pootje te lichten. Als je tegen hem speelde en iets fout deed, zei hij steevast: ‘Ja jongen, jij hebt op de verkeerde school gezeten’. Een andere keer begon hij plotseling slecht te spelen. We keken een beetje verbaasd tot hij zei: ‘Aha, ik zie het al. Mijn zuurstoftank stond nog dicht.’ Het antwoord luidde: ‘Mooi, dan weten nu hoe we de volgende keer kunnen winnen’.

Ereleden

1952 meneer B. Hopman (+ Erevoorzitter)
1955 meneer J. Teerink
1955 mevrouw A. Teerink
1965 meneer W. Padt
1965 meneer A. van Kluyve
1984 meneer J. Morelis
1984 mevrouw H. Morelis
1995 meneer J. Bruijnse
2005 meneer R. de Beer
2013 meneer K. Gregorius

Het vijftigjarig bestaan in 1990.
Het vijftigjarig bestaan in 1990. Op de voorgrond toenmalige voorzitter Rob de Beer, direct daar achter de toenmalige voorzitter van de NBB, André Boekhorst. Hij kwam een koffertje met gouden spellen overhandigen. Dat kregen alle clubs die vijftig jaar bestonden.

Jaarboek 43, pagina 70

Gemiddelde leeftijd

In de jaren (negentien) tachtig zond de AVRO een bridgecursus uit op televisie en dit zorgde voor een enorme aanwas van bridgers. In de hoogtijdagen in de jaren (negentien) negentig had de club 375 leden en was daarmee de derde grootste club van het land. Deze aanwas zorgde ook voor een breed kader binnen de club: wedstrijdleiders, arbiters, docenten en veel vrijwilligers werden ingezet. Het aantal speelmomenten breidde zich door de jaren heen uit naar vijf. Veel spelers bridgeten op meerdere dagen en sommige ook nog bij andere clubs. In de directe omgeving waren nog vijftien bridgeclubs actief. Vroeger zag de bridgezaal blauw van de rook, maar in de loop der jaren is de rookstrijd beslecht.

De feestcommissie ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan.
De feestcommissie ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan. Van links naar rechts Loes Fris, Ans Eichhorn, Rita ten Broek, voorzitter Jan Braams en Marjan ter Laare.

Marjan ter Laare (1939) is inmiddels veertig jaar lid van Bricas en zij heeft zich altijd met veel plezier ingezet voor de club, zoals ze vertelt: “Dat begon met het uitrekenen van de scorekaartjes na het spelen, bridgelessen geven en het vervullen van diverse bestuursfuncties, waaronder die van secretaris. Mijn hoogtepunten waren echter het mede-organiseren van de jubileumdrives.”

Bricas organiseert sinds 1950 jubileumfeesten en Marjan was betrokken bij diverse lustra. Zij vervolgt: “Dat was een geweldige ervaring en toen mij later werd gevraagd dit evenement te helpen organiseren, was ik zeer vereerd. In 1995 vierden we het 55-jarig bestaan. Ik zat toen in het bestuur met Gert-jan Bremer en samen regelden wij na de middagdrive een buffet voor leden met hun partner.

In 2000 organiseerden voorzitter Jan Braams en ik met de toenmalige ‘Lief en Leed commissie’ een boottocht over de Vecht met een bridgedrive. We huurden drie Engelse bussen, waarmee de leden werden gebracht en gehaald. Op de kade in Utrecht stond een doedelzakspeler om ons te verwelkomen. Tijdens de boottocht genoten we van een lunch en een High Tea.

In 2005 vierden we het 65-jarig bestaan in Geesterhage in het bijzijn van de burgemeester. We hadden een heus casino ingericht en in de bridgezaal trad een Ierse groep op met volksmuziek.

Vijf jaar later was ik voor de laatste keer actief in het bestuur. Onder voorzitterschap van Theo Rakke maakten we de plannen voor het 70-jarig bestaan, die echter gedeeltelijk in duigen vielen; het duo dat zou optreden met bridgegrappen was op het laatste moment verhinderd en de muzikale act kwam in afgeslankte vorm. Er werd toen besloten om tijdens de lustrumdrives mensen, die veel voor de club deden, in het zonnetje te zetten met een bronzen tulp als Lid van Verdienste. In 2005 waren dat Gert-Jan Bremer en Liesbeth Aarnts. Na ons aftreden werden Theo en ik ook vereerd met deze onderscheiding.”

Spelende leden van Bricas.
Een gemiddelde speelmiddag bij Bricas. Een ieder is geconcentreerd aan het spelen en toch is het gezellig.

Op dit moment telt de vereniging 290 leden. De gemiddelde leeftijd op de bridgeclub is hoog. Het oudste lid is nu 88 en er lopen meer krasse tachtigers rond die nog op een redelijk hoog niveau strijden. In samenwerking met de Nederlandse Bridge Bond worden activiteiten georganiseerd om bridge bekender en aantrekkelijk te maken voor de jeugd. De leden van Bricas hopen ondertussen aan het tachtigjarig bestaan nog eens tachtig jaar toe te voegen, want zo wordt gesteld: ‘Bridge is een sport die de hersenen fit en actief houdt. Bridge houdt je jong’.

Gert-Jan Bremer

Bronnen:

Met dank aan: Marjan ter Laare-van den Abeele.

15 november 2021

CasRC al vijftig jaar een bloeiende rugbyclub (Jaarboek 43 2020 pg 52-67)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 43, pagina 52

CasRC al vijftig jaar een bloeiende rugbyclub

CasRC Castricumse Rugby Club 50 jaar.
CasRC Castricumse Rugby Club 50 jaar.

De jaren (negentien) zestig worden in Castricum gekenmerkt door groei van het dorp en het ontstaan van allerlei initiatieven vanuit de bewoners. Tot dan toe wordt sport in het dorp vooral bepaald door de gymnastiek– en voetbalverenigingen, maar daar komt snel verandering in. Sinds 1968 wordt ook de rugbysport hier beoefend, waardoor ons dorp ook internationaal op de kaart is gezet.

Opgericht door Kees Kabel

In ons dorp heeft Kees Kabel het voortouw genomen om veel nieuwe sporten uit de grond te stampen. De Telegraaf van 14 september 1968 publiceert een uitgebreid artikel over deze ‘verenigingsoprichter’ waarin meer dan vijftien sportverenigingen in Castricum worden opgesomd.

Het initiatief om een rugbyvereniging in Castricum op te richten komt ook uit de koker van Kees Kabel. Op de eerste krantenoproep in november 1967 komen weinig reacties. Voorjaar 1968 zijn er maar drie spelers aan het oefenen: Piet Zonneveld, Bob Hofstee en Dirk Groot.

De spelers komen bijeen op het grasveld bij Johanna’s Hof, waar nu De Hoep staat. Het water van de ijsbaan wordt als douche na de wedstrijd gebruikt. Om spelers te ronselen gaat Kees met een auto vol voetbalschoenen en broekjes de cafés langs. Dat levert een groep jongens op die in de zomer van 1968 het rugbyteam ’De Kannibalen’ vormen.

Er zijn op dat moment maar vijftien rugbyclubs in Nederland, vooral studentenclubs en clubs in enkele grote steden. Castricum is het eerste ‘dorp’ dat zich met een eigen rugbyclub bij de Nederlandse Rugby Bond aanmeldt en vooral in het begin worden ze nogal meewarig aangesproken als bollenrapers of duinkonijnen. Maar al binnen enkele jaren wordt duidelijk dat Castricum niet meer weg te denken is van de Nederlandse rugbytop.

Zomer 1968. Eerste wedstrijd tegen RC ’t Gooi op het grasveld bij Johanna’s Hof.
Zomer 1968. Eerste wedstrijd tegen RC ’t Gooi op het grasveld bij Johanna’s Hof.

Van Kannibalen naar Castricumse Rugby Club

Uiteindelijk wordt de eerste wedstrijd in oktober 1968 gespeeld tegen ‘t Gooi op het sportveld bij Johanna’s Hof. Helaas is deze met 8-36 verloren. Theo Lute drukt de eerste try voor Castricum. Er wordt nog in verschillende T-shirts gespeeld. En ook de eerste serie identieke shirts, gekregen van de eerste clubsponsor Hovor-mode, overleven hun eerste rugbywedstrijd niet.

Later wordt de naam van de vereniging op verzoek van de NRB (Nederlandse Rugby Bond) van ’Kannibalen’ gewijzigd in ’Castricumse Rugby Club’ (CasRC). In het eerste seizoen worden vier wedstrijden gewonnen en CasRC eindigt op een zevende plaats in de C poule van de Nederlandse Rugby Bond. Tannie Doorn, de vrouw van medeoprichter Piet Zonneveld, maakt de allereerste teamfoto op 18 mei 1969 in Hilversum. De club bestaat uit zestien leden en speelt haar wedstrijden op het Kroftveld in het duin bij de Zeeweg.

De dorpsclub trekt al snel publiciteit: De Telegraaf schrijft over het initiatief en Harry Vermeegen publiceert in De Tijd een groot artikel over ’De Kannibalen’, de eerste en enige rugbyclub in de kop van Noord-Holland. De publiciteit zorgt ervoor dat er regelmatig publiek komt kijken bij de thuiswedstrijden, gevolgd door supporters die zelfs meerijden naar uitwedstrijden in heel Nederland.

Ondertussen heeft bijna elke speler ook een organisatorische taak binnen de vereniging. De club gaat steeds meer op een echte vereniging lijken. Er moet een bestuur gevormd worden en de bond wil een vaste wedstrijdsecretaris die ook telefoon thuis heeft. Iemand moet de trainingen organiseren, het vervoer, enzovoorts.

Eerste buitenlandse spelers

Langzaam dringt het besef door dat Castricum een echte rugbyclub heeft, zelfs bij het buitenlandse personeel van Fluor in Zandvoort en de Hoogovens. Diverse Engelse spelers komen zelfs in ons dorp wonen: Dennis Williams en Mike Clements spelen jaren bij CasRC en verzorgen ook de training.

Gerrit Borst.
Gerrit Borst, geheel rechts. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Gerrit Borst is de eerste voorzitter en Piet van de Schilde de eerste wedstrijdsecretaris. Als clubhuis fungeert de schuur achter de boerderij van Bram Borst aan de Alkmaarderstraatweg. Ondertussen beginnen de
(tekst loopt door op pagina 54)


Jaarboek 43, pagina 53

Mei 1969. Eerste teamfoto.
Mei 1969. Eerste teamfoto. Van boven naar beneden van links naar rechts Nico Zijlstra,
Jos Zonneveld, Ben Borst, Frans Borst, Piet Hollenberg, Frank Hack, Dick Hamel, Theo Lute, Wim Peperkamp, Martin Baltus, René Stevenhage, Kees Zonneveld, Jaime Escriva, Has Beentjes, Nico Zijp en Piet Zonneveld.
Wethouder Baltus hijst de clubvlag bij een demonstratiewedstrijd op het CSV-terrein op 30 april 1971.
Wethouder Baltus hijst de clubvlag bij een demonstratiewedstrijd op het CSV-terrein op 30 april 1971.

Jaarboek 43, pagina 54

gesprekken met de gemeente over een eigen rugbyveld met de juiste maten en over de wens van eigen kleedkamers en een clubhuis.

September 1972. Laatste wedstrijd op het Kroftveld.
September 1972. Laatste wedstrijd op het Kroftveld.

In 1970 speelt de vereniging intussen thuis nog op het Kroftveld. De toenmalige voetbalclub CSV (na fusie met SCC is dat nu FC Castricum) stelt zijn kleedruimtes beschikbaar. Bij gebrek aan een eigen clubhuis speelt de ‘derde helft’ zich nog steeds af in de Anita Bar van Siem ’Beer’ Scheerman. Daar worden vele rugbysongs uitgewisseld en de wedstrijden nabesproken onder het genot van een vloeibare consumptie. Frank Hack wordt de eerste officiële scheidsrechter van de club. Al snel is een tweede team voor de competitie ingeschreven en de eerste echte rugbyshirts komen nu uit Engeland: okergeel met één zwarte balk over de borst.

Vergeefse poging damesteam op te richten

Als eerste club in Nederland probeert CasRC in 1970 ook al vroeg een damesteam van de grond te krijgen. Een groep enthousiaste vriendinnen van spelers begint zelfs met trainingen, maar er worden helaas geen tegenstanders gevonden. De vrouwen van Amstelveen trekken zich na een eerste toezegging terug, omdat te veel van hen net zwanger zijn geworden.

Ondertussen wordt Jan Kuijpers als eerste echte trainer aangesteld. Hij gaat de club meerdere jaren trainen. Om nog meer dorpsgenoten van het rugbyspel te laten genieten wordt besloten om op Koninginnedag een demonstratiewedstrijd op het CSV-terrein te organiseren. Wethouder Baltus, vader van twee spelers, is bereid gevonden om de eerste clubvlag te hijsen, die nog met de hand door de moeder van Ben Borst is gemaakt.

Jeugdtrip naar Boisfort België in maart 1975. Van links naar rechts Mats Marcker, Evertjan Velzeboer, Fred Borst, Henk Zonneveld, Karel Pons, Wiet van Duin, Peter Marcker, Paul Visser, Lex Veen en André Marcker.

Jaarboek 43, pagina 55

n 1971 stelt de gemeenteraad 20.000 gulden krediet beschikbaar om een tijdelijk rugbyveld aan de Duinenboschweg aan te leggen. Dat is nodig omdat de club zo hard gegroeid is. Dit vooral doordat binnen CasRC, als een van de weinige verenigingen in Nederland, onder leiding van Ben Borst ook een jeugdrugbyteam is opgericht.

Buitenlandse trips

De eerste buitenlandse trip gaat met een volle bus naar de vijflandenwedstrijd Frankrijk-Engeland in Parijs. De Castricummers spelen zelf nog niet in Parijs, maar het zal niet lang meer duren of een traditie van vele tientallen trips van senioren en/of jeugd naar het buitenland ontstaat, met vele wedstrijden tegen lokale clubs.

Een andere traditie wordt gestart door Ben Borst, die het eerste Nederlands Jeugd Seven-a-side-toernooi in ons dorp organiseert. De club gaat dit meer dan 15 jaar volhouden en vele honderden jeugdteams gaan de weg naar Castricum vinden. Aan die toernooien doen soms wel tachtig teams mee en daarom is soms wel uitgeweken naar het Vitesse-complex. Het jeugd Seven-a-side toernooi is ook één keer bij ADO20 in Heemskerk gespeeld vanwege de slechte velden in Castricum.

Van Kroftveld naar Duinenboschweg

Met weemoed wordt afscheid genomen van het Kroftveld, waar de lijnen niet van kalk zijn vanwege het waterwingebied: ze moeten met touwen worden uitgezet. En de hoge steigerpalen moeten telkens opnieuw worden vastgezet aan het voetbaldoel.

Complex aan de DuinenBoschweg.
Complex aan de DuinenBoschweg.

Op 10 september 1972 wordt het veld aan de Duinenboschweg ingewijd met een wedstrijd tegen de Utrechtse Rugby Club. Ondertussen heeft de club voor 1.500 gulden een oude bouwkeet gekocht en deze is met een dieplader naar de duinrand verhuisd. Om dit te bekostigen wordt een sponsorfietstocht georganiseerd en met eigen mensen wordt het eerste clubhuis neergezet en geschilderd. Ook wordt een sponsorbosloop met 285 deelnemers georganiseerd, die 2.000 gulden oplevert.

Om de kas te vullen schrijft het eerste team zich in bij de radioquiz ’Steiger B’ van de Tros met legendarisch resultaat: ze slagen erin om niet één vraag goed te beantwoorden. Maar de stemming zit er wel goed in.

Het bestuur in augustus 1972.
Het bestuur in augustus 1972. Van links naar rechts staand Piet Hollenberg, Piet Zonneveld, oprichter Kees Kabel en Jan Kuijpers; knielend Wim Peperkamp, Ben Borst, Theo Lute en Frank Hack.

Er ontstaan meer tradities: met Pasen komen drie Engelse teams in Castricum spelen, Old Reigatians, St Nicolas Grammar School en Oxford Old Boys. Daarbij blijkt dat de ‘derde helft’ eigenlijk het belangrijkste van de hele gebeurtenis is en de clubkas goed gespekt wordt door de omzet van consumpties.

Geselecteerd voor het Nederlandse team

Een andere legendarische gebeurtenis in 1973 is de wedstrijd aan de Duinenboschweg tussen het Nederlands jeugdteam en RFC Cleve uit Bristol. Bondscoach Dennis Power heeft Castricum-speler Wim Peperkamp gevraagd om met het Nederlands jeugdteam als gastspeler mee te doen. Wim maakt in die wedstrijd zoveel indruk dat hij direct voor het officiële Nederlands Rugbyteam wordt geselecteerd. Dat maakt bij het nationale team een bijzondere indruk, omdat zijn club Castricum op dat moment niet eens in de nationale top meespeelt.

Wim Peperkamp in een interland tegen West Duitsland in oktober 1977.
Wim Peperkamp in een interland tegen West Duitsland in oktober 1977.

Wim Peperkamp is de kleinzoon van Cor Peperkamp, de dorpssmid en oprichter van de eerste voetbalclub in Castricum. Wim is vanaf het begin lid van CasRC en zeer actief betrokken bij de vereniging. Hij speelt achttien jaar in het eerste team van CasRC, van 1968 tot 1986. Hij is bestuurslid geweest en haalt zijn diploma trainer A en B. Wim is trainer/coach van de jeugd, de senioren en de dames. Hij wordt geselecteerd voor het Nederlands team


Jaarboek 43, pagina 56

en zijn eerste interland is op 2 juni 1973 in Zoetermeer tegen Polen. In totaal komt hij 54 wedstrijden voor het Nederlands team uit, waarvan 22 officiële interlands.

In 1987 wordt hij benoemd tot Lid van Verdienste van de Castricumse Rugby Club en op 18 december 2010 wordt hij door de Rugby Bond benoemd als Lid van Verdienste van de NRB.

Dit laatste heeft hij niet alleen te danken aan zijn inzet als rugbyspeler, maar ook aan zijn bijdrage als eerste rugbycoach voor het nationaal damesrugbyteam, dat op 13 juni 1982 de allereerste damesinterland ter wereld tegen Frankrijk speelt. Zijn jarenlange enthousiasme en professionele inzet als sportfotograaf voor Rugby World, persbureau ANP, de NRB en het Internationaal Amsterdam Sevenstoernooi hebben ook hiertoe bijgedragen. Tevens maakt hij deel uit van de redactieraad Van Rugby Nieuws. Wim maakt ook faam vanwege zijn uitgebreid en gedetailleerd archief van rugbyfoto’s en rugby krantenartikelen.

Er zijn vraagtekens of Wim Peperkamp die top wel aan zou kunnen. Maar na zijn eerste interland tegen Polen staat de keuze niet meer ter discussie. Wim gaat meer dan 22 officiële interlands voor Nederland spelen en de naam van Castricum is definitief niet meer weg te denken uit het nationale rugby.

Na Wim zijn in de loop der jaren meer dan tweehonderd spelers en speelsters van Castricum geselecteerd voor een nationaal (jeugd)team.

Het eerste team in november 1974.
Het eerste team in november 1974. Van links naar rechts staand Kees Schmalz, Gerard Bakker, Herman de Graaf, Dennis Wiliams, Nico Zijlstra, Peter Bakker, Mike Clements, Has Beentjes en Martin Stengs; knielend Piet Zonneveld, Wim Peperkamp, Wim Molenaar, Piet Hollenberg, Jan van Ekeren en Theo Lute.

Eerste lustrum met promotie

Het eerste lustrum wordt afgesloten met een kampioenschap en promotie naar de B-poule. Trainer Jan Kuijpers vertrekt naar Alkmaar om daar een nieuwe rugbyclub op te richten en de Engelsman Mike Clements volgt hem op. Castricum gaat zelf ook in Engeland spelen tegen Old Reigatians en Oxford Old Boys. Omgekeerd komen in het paasweekend soms niet minder dan acht Engelse teams aan de Duinenboschweg spelen.

In Glasgow speelt zich nog een mooie gebeurtenis af. Tijdens een van de vele bezoeken van buitenlandse teams aan Castricum is de clubvlag van CasRC ’meegenomen’. Normaal zou die wel zoek gebleven zijn, maar niets bleek minder waar. Als Wim Peperkamp met Nederland B tegen Schotland B moet spelen, gaan tijdens de volksliederen in het stadion drie vlaggen omhoog: Schotland, Nederland en de clubvlag van moeder Borst/CasRC!


Jaarboek 43, pagina 57

De Schotten hebben in het programma gelezen dat er een speler uit Castricum mee gaat doen, dus zij nemen zich voor om bij het diner na de wedstrijd die vlag aan Wim te overhandigen. Maar bondscoach Dennis Power heeft een reservespeler een speciale opdracht gegeven: haal die clubvlag terug en stop die in de koffer van Wim. De Schotten kunnen slechts hun excuses aanbieden, maar het stukje huisvlijt van moeder Borst wappert daarna weer in Castricum.

Eerste vrouwenwedstrijd in Nederland op 5 oktober 1974. Van links naar rechts staand Jolein Laarman, Marjan Verhage, Naomie Morriën, Chrisan Laarman, Marijke de Kool, Paul Schekkerman en Marieke Haytema; knielend Martijn Raimond, Ingrid van Santen, Marcella Nebbeling, Marlies van Elst, Hannie Betz, Agnes Lute, Ellen van Leeuwen en Frouwina Pronk.

Start damesrugby

Op 4 oktober 1974 wordt eindelijk een damesrugbywedstrijd in Castricum gespeeld. Bij gebrek aan vrouwelijke tegenstanders – er was in Nederland veel weerstand tegen vrouwenrugby, omdat het gezien werd als een ‘echte mannensport’ – hebben de vriendinnen van onze spelers zelf maar een wedstrijd georganiseerd ter gelegenheid van de opening van jongerencentrum De Bakkerij. Meiden van De Bakkerij spelen op het rugbyveld van CasRC tegen een team van de Wereldwinkel uit Castricum. Onder leiding van onze eigen bondsscheidsrechter Ben Borst wordt deze allereerste damesrugbywedstrijd in Nederland gespeeld. Het gaat nog zeven jaar duren voordat de rugbybond niet meer om de enthousiaste meiden heen kan en eindelijk ook een officiële competitie voor hen gaat organiseren.

Eerste damesteam van CasRC op 12 april 1980.
Eerste damesteam van CasRC op 12 april 1980. Van links naar rechts staand Wim Peperkamp (trainer), Liesbeth van de Boogaard, Moniek Kuys, Adria van Voorst, Joke Stengs, Wil Broekhoff, Wilma van Hal, Annelies Veldman, Myrna Rühl, Genette Brakenhoff. Nancy Coté, Cora Elbers, Syvia Houtenbosch, Yoan Borst, Yvonne van der Molen en Nel van Jelgerhuis; knielend Jolanda Joosse, Annelien Glorie, Annemiek Verhage, José Welboren, Leontien Hendriks, Nicoline van Rijn, Marcella Nebbeling, Tine Hagedoorn en Marian Verhage.

Na zes jaar met vele pogingen lukt het CasRC eindelijk om op Koninginnedag 1980 de eerste dameswedstrijd tussen clubteams te spelen tegen de vrouwen van RC Den Helder. Ook doen de vrouwen mee aan het toernooiweekend bij rugbyclub Greate Pier in Friesland. Ze winnen het eerste damestoernooi in Castricum en ze worden tweede bij het nationaal kampioenschap in Nijmegen. De vrouwen uit Castricum komen erg veel in de publiciteit op radio en televisie, in het bioscoopjournaal en in dag- en weekbladen.

Op 13 juni 1982 wordt zelfs internationaal rugbygeschiedenis geschreven vanwege de allereerste damesinterland ter wereld, die in Utrecht wordt gespeeld tussen Nederland en Frankrijk. Het Nederlands team wordt mede getraind door Wim Peperkamp. Niet minder dan zes Castricumse speelsters zijn daarvoor geselecteerd: Cora Elbers, Jacqueline van der Lem, Divera Twisk, Marga Haentjes Dekker, Leontien Hendriks en Mirjam Baars. De laatste twee speelsters halen ook nog het rugbytrainersdiploma.


Jaarboek 43, pagina 58

Improviseren

Ondertussen gaat de groei van de club gestaag door. Er worden demonstratiewedstrijden in Noord-Holland georganiseerd, bijvoorbeeld in Ilpendam en tijdens de kermis in ’t Veld, waar tot hilariteit van de toeschouwers een hoge doelpaal tijdens de wedstrijd afbreekt. In Castricum doet CasRC mee aan de carnavalsoptocht met een eigen praalwagen ‘de scrumbok’.

Het onderkomen van de Rugbyclub aan de Duin en Boschweg/Duinpad.
Het onderkomen van de Rugbyclub aan de Duin en Boschweg/Duinpad. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

De spelers improviseren rond het veld in Castricum een ’lichtinstallatie’ van oude lantaarnpalen en bouwlampen. In 1976 besluit de gemeente om verplaatsbare kleedunits voor de club aan te schaffen, omdat er nog steeds provisorisch gedoucht wordt in een keetwagen. Maar de situatie wordt steeds meer onhoudbaar door gebrekkige verlichting en slechte hygiëne. Omdat het terrein officieel nog bollengrond is en de rugby slechts tijdelijk gedoogd wordt op die plek, zijn echt goede investeringen niet toegestaan. De gemeente kan geen definitieve plaats voor de rugbyvereniging in Castricum vinden en uiteindelijk verlengt zij met tegenzin de bestaande situatie aan de Duinenboschweg voor vijf jaar. Dat betekent voor de club nog langer improviseren. Terwijl CasRC in Nederland steeds hoger gaat spelen en er aan de accommodatie meer eisen worden gesteld.

De vele publiciteit en de stijgende prestaties van CasRC zorgen er mede voor dat de gemeente besluit om verplaatsbare kleedunits aan te schaffen, om tegemoet te komen aan de onhoudbare situatie aan de Duinenboschweg.

Ben Borst haalt in 1976 zijn scheidsrechter-B-diploma en mag dan in Nederland op het hoogste niveau fluiten. In 1977 wordt voor het eerst een Engelse tegenstander in Castricum verslagen: CasRC-Harwell RFC 36-0.

De door de gemeente gekochte kleedunits worden op het terrein aan de Duinenboschweg geplaatst en dan kunnen de spelers eindelijk na tien jaar normaal douchen. Het terrein krijgt echter nog niet definitief de bestemming van sportveld, tot teleurstelling van de club, omdat zij graag verder wil investeren in haar accommodatie. Maar op sportief niveau gaat het steeds beter. CasRC bereikt de kwartfinale van het nationale Sevenstoernooi in Amsterdam. Aan het nationaal jeugd Seven-a-side-toernooi in Castricum doen inmiddels een recordaantal van 72 teams mee. Piet van der Himst komt de club versterken als speciale conditietrainer.

De zes Marcker broers, van links naar rechts Wim, Mats, Theo, Hans, Peter en André.

Familie Marcker is rugbyfamilie geworden

Hans Marcker wordt in 1974 als eerste jeugdlid van CasRC voor een nationale jeugdselectie opgesteld in een wedstrijd tegen Duitsland. Heel veel jeugdleden van CasRC gaan hem volgen.

De eerste wedstrijden worden in 1974 in Engeland gespeeld tegen Old Reigatians en Oxford Old Boys met een bezoek aan vijflandenwedstrijd Engeland-Wales in Twickenham.
Aan het jeugdsevenstoernooi van Castricum doen inmiddels Boisfort en Avia uit België mee. Wim Peperkamp haalt zijn diploma rugby-oefenmeester B.

Twee jaar later debuteert Hans Marcker voor het eerst als eigen jeugdspeler samen met Frans de Graaf in het eerste team van CasRC. De eerste ’eigen kweek’ is gerealiseerd.

In 1978 wordt Hans Marcker door de bond uitgenodigd voor een rugbystage in Engeland. De familie Marcker valt steeds meer op in Rugby Nederland. Het nationale bondsorgaan besteedt een speciaal artikel aan vader Mats Marcker met zijn zes zonen uit Castricum.

Het tweede lustrum wordt onder grote publieke belangstelling gevierd op het grasveld waar nu het gemeentehuis staat. Dertig tegen dertig spelers geven een enerverende demonstratiewedstrijd oude stijl, zoals rugby ooit ontstaan is in Engeland. De ledenaanwas zorgt ervoor dat een derde team geformeerd kan worden.

Op nieuwjaarsdag 1980 wordt een nieuwe traditie gestart met een wedstrijd tussen Jong Castricum en Oud Castricum. Medeoprichter Piet Zonneveld speelt zijn laatste rugbywedstrijd en gaat verder als wedstrijdsecretaris en als bondsscheidsrechter. In die laatste hoedanigheid mag hij op het hoogste niveau fluiten, met als hoogtepunt de interland Nederland-Zweden.

Het Coltsteam uit 1981.
Het Coltsteam uit 1981. Van links naar rechts staand John Diepeveen, Paul van de Boogaard, Jeroen van Waas, Tinus Hopman, Stef Huisman, Bart Wierenga, John Dam, Rick Verhoeven, Wiet van Duin, Ian Deaville, Michael Diepeveen en Frans Groenland; knielend Olaf Borst, Marco Martens, André Marcker, Graham Shepley, Henk Heinen, Mats Marcker, Jurgen van de Port en Paul Tol.

Talenten bij de jeugd

Ook de jeugd rugbyclub begint naam te maken in Nederland. André Marcker wordt door de bond gekozen tot jeugdspeler van het jaar en John Dam mag op stage naar Engeland. Het Colts-team wint in 1981 alles wat er voor hen te winnen valt: ze worden Nederlands kampioen, kampioen van het nationale jeugdtoernooi en nationaal kampioen Seven-a-side.

De hechte vriendenclub die dit team vormt, heeft opvallend veel super rugbytalenten in zich, die het gezicht van de club tot op heden bepalen. Onder hen Wiet van Duin, John Dam en Peter Marcker. Velen worden international voor Nederland. Ze vormen nu al jarenlang het rugbyhart van de club bij de vele kampioenschappen die zouden volgen. Later worden ze trainer en ook de vader van jeugdspelers. Zo wordt het eerste team kampioen van de promotieklasse en promoveert naar de ereklasse in Nederland.


Jaarboek 43, pagina 59

Bouwteam op politiebureau

De relatie met de gemeente is langzamerhand nogal wispelturig aan het worden. De club is meer dan teleurgesteld dat de gemeente haar geen definitieve locatie toekent. Men zit nog steeds op de tijdelijke locatie aan de Duinenboschweg, waar het veld niet aan de officiële eisen voldoet en de provisorische veldverlichting met oude bouwlampen niet verbeterd mag worden. Ze schrijft daarover een brandbrief naar de gemeenteraad. De gemeente wil vervolgens de tijdelijke gedoogconstructie verlengen en opnieuw een tijdelijk clubhuis daar toestaan. Maar die bouwvergunning voor het tweede clubhuis wordt plotseling weer ingetrokken door de gemeente.

Dit leidt ertoe dat alle vrijwilligers die met de bouw bezig zijn (zij stortten net beton voor de fundering) een avond op het politiebureau moeten doorbrengen. De gemeente wil nu ook de club beperkingen opleggen in het gebruik van haar nog te bouwen kantine, waardoor er zelfs bezwaarprocedures tot bij de Raad van State gevoerd moeten worden. Bij het derde lustrum in 1983 wordt daarom huis-aan-huis een jubileumkrant verspreid om meer druk op de gemeente uit te oefenen. Aan de Duinenboschweg wordt uiteindelijk toch het tweede tijdelijke clubhuis geopend door Henk Heinen senior, die Theo Lute als voorzitter is opgevolgd.
Op dit terrein spelen zowel de heren als de dames oefenwedstrijden tegen het Nederlands team.

Het eerste team speelt al jaren aan de top in de ereklasse en het zo begeerde Nederlands kampioenschap komt steeds dichterbij. Vooral de strijd tegen DIOK uit Leiden en regerend landskampioen Hilversum leidt tot grote publieke belangstelling vanuit Castricum. De club weet sensationeel te winnen van Hilversum, maar wordt net geen landskampioen door verlies in de slotfase van Den Haag.

Dag en nacht zelf bouwen aan nieuwe rugbyaccommodatie in 1985.
Dag en nacht zelf bouwen aan nieuwe rugbyaccommodatie in 1985.

Eindelijk naar Wouterland

De gemeente stelt uiteindelijk in 1984 voor om de rugbyclub op Noord-End te vestigen, maar komt daar ook weer op terug. Het Overlegorgaan van de Sport (toenmalige voorganger van de huidige gemeentelijke Sportraad) raakt daardoor in conflict met de gemeente over het gebrek aan besluitvorming over de rugbyclub. Ze vraagt zich zelfs af of CasRC het ongewenste kind van de Castricumse sport is: ze zijn het gesol met de vereniging beu. De gemeente besluit daarop om te gaan onderzoeken of de club naar Wouterland kan verhuizen. In maart 1985 besluit de gemeenteraad om het rugbyveld inderdaad definitief naar Wouterland te verplaatsen. In overleg met de gemeente neemt de club zelf de regie over de aanleg van het nieuwe complex.


Jaarboek 43, pagina 60

Een scrum op Wouterland.
Een scrum op Wouterland. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Club legt zelf nieuw rugbycomplex aan op Wouterland

In maart 1985 besluit de gemeente dat de rugbyclub naar Wouterland moet verhuizen. De gemeente zal de velden aanleggen en twee units beschikbaar stellen als kleedkamers. De club besluit op haar beurt echter, na overleg met de gemeente, om deze hele operatie in eigen hand te nemen en een grote accommodatie met kantine, fitnessruimte en bestuurskamer te bouwen.

Door dit alles met eigen vrijwilligers te doen wordt heel veel geld bespaard en de door de gemeente begrote bedragen komen ten goede aan de club, die ook de aanleg van de velden in eigen regie realiseert Een zeer groot bouwteam onder leiding van voorzitter Henk Heinen senior (leraar bouwkunde), Hans Marcker en Hans van Balgooi heeft 1,5 jaar bijna dagelijks aan deze hele grote klus gewerkt. Er zijn zaterdagen bij dat er meer dan veertig vrijwilligers op het bouwterrein actief zijn.

Alles, maar dan ook alles, is zelf gedaan: gravelbaan verwijderen, bomen verwijderen, grond diepspitten, toegangswegen aanleggen, nutsvoorzieningen over 300 m aanleggen, het hele clubgebouw van 40×10 meter neerzetten, veldverlichting aanleggen, doelen maken en plaatsen, enzovoorts. Dit alles onder slechts gemeentelijk toezicht, maar vooral door de enorme inzet van heel veel vrije tijd en energie van de eigen leden. Na anderhalf jaar dagelijks bikkelen kan in september 1986 het droomcomplex worden geopend. De Castricumse Rugby Club heeft eindelijk na achttien jaar een volwaardige, eigen rugbyaccommodatie, waar in de sportwereld en bij de rugbybond met trots en jaloezie naar gekeken wordt.

Ondertussen spelen zeven vrouwen van Castricum mee in de interland in Malmö en levert Castricum drie mannen in de interland tegen Duitsland. Het eerste team wordt onder leiding van coach Ben Manshanden weer tweede (runner up) in de finale om het landskampioenschap. Piet Zonneveld wordt scheidsrechter in de ereklasse en nu mag Peter Marcker op rugbystage naar Engeland. Er wordt een tweede damesteam gevormd en een vierde herenteam wordt ingeschreven voor de competitie. De dames worden zelfs Nederlands kampioen Seven-a-side-rugby.

De Castricumse Rugby Club begint in Nederland steeds meer aan de weg te timmeren; de landelijke krant NRC prijst CasRC voor het verhogen van het peil van het Nederlandse rugby.

Het terrein aan de Duin en Boschweg is vervangen door het nieuwe rugbycomplex op Wouterland.
Het terrein aan de Duin en Boschweg is vervangen door het nieuwe rugbycomplex op Wouterland.

Afscheid van de Duinenboschweg

In 1986 wordt de laatste ledenvergadering in het clubhuis aan de Duinenboschweg gehouden. Ondertussen wordt hard gewerkt aan de bouw van het nieuwe complex op Wouterland en met ingang van het seizoen 1986-1987 wordt daar voor het eerst gespeeld tegen twee Canadese teams: Stoney Creek bij de heren en The Bangees bij de dames. Wethouder Postma opent het nieuwe clubhuis. Op het openingsfeest wordt de muziek verzorgd door ’The strange hands in my pants band’, die gevormd werd door eigen spelers van de club.

De "strange hands in my pand band" op het rugbyveld
De “strange hands in my pand band” op het rugbyveld. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

Het nieuwe complex wordt vol bewondering ontvangen door de Nederlands Rugby Bond en de eerste twee interlands worden aan Castricum gegund. Op de klanken van het Wilhelmus worden zowel de heren als de dames uit Zweden ontvangen met ieder vier spelers en speelsters uit Castricum. Piet Zonneveld mag daar zijn eerste interland fluiten. De wedstrijden worden op Wouterland zo spannend en door zoveel publiek bezocht dat zelfs NOS Studio Sport besluit om voor het eerst een rugbycompetitiewedstrijd op zondagavond op de televisie uit te zenden.

Mei 1987. Eindelijk Nederlands Kampioen.
Mei 1987. Eindelijk Nederlands Kampioen. Van links naar rechts staand Norbert Verhofstad, Aad Hanekamp, Erik Tabak, Hans van Oel, Paul Tol, Peter Bakker, John Dam, Peter Marcker, Peter Wopereis, Hans Marcker, Jan Beentjes, Jan Heinen en Ben Manshanden; knielend Hans van Amersfoort, Bart Wierenga, Bernd Verhofstad, Erik Gelauff, Erik van der Laan, Ben Scheerman, Sean Mallon en Mats Marcker.

Eerste landskampioenschap

In mei 1987 wordt Castricum dan eindelijk landskampioen tijdens een uitwedstrijd in Utrecht die overtuigend met 3-74 wordt gewonnen. Onder grote belangstelling van meegereisde supporters en burgemeester Schouwenaar wordt de kampioensbeker in ontvangst genomen. Het daaropvolgende feest wordt tot in de late uurtjes in Castricum voortgezet. De vele internationale contacten worden uitgebreid met de ontvangst van de Wasp ladies uit Engeland en St. Mary’s College uit Dublin. Het eerste team van Castricum gaat op zijn beurt, gekleed in clubblazers, op trip naar Frankrijk.

Het tweede landskampioenschap wordt in 1988 behaald in een memorabele thuiswedstrijd die met 15-6 van DIOK gewonnen wordt. Meer dan tweeduizend supporters langs de lijn, begeleid door een echt dweilorkest, zijn getuige van deze wedstrijd die door de NOS wordt uitgezonden. Castricum wint zelfs de nationale titel Seven-a-side-rugby met 36-12 tegen opnieuw DIOK uit Leiden.
Voor het eerst in de geschiedenis speelt Castricum, als kampioen van Nederland, tegen ASUB, de kampioen van België. CasRC wint die wedstrijd met 21-0.


Jaarboek 43, pagina 61

Het twintigjarig bestaan in 1988 viert de club onder andere door de gemeente drie rugbydoelen aan te bieden, die de club zal plaatsen op speelveldjes in Castricum en Bakkum.

Het Nederlands sevensteam wint in april 1989 in Hongkong de Bowl met zes CasRC spelers.
Het Nederlands sevensteam wint in april 1989 in Hongkong de Bowl met zes CasRC spelers. Van links naar rechts Hans Marcker, Sander Hadinegoro, André Marcker, Karel Dinkla, Mats Marcker, Dennis Power, Peter de Bruijn, Bernd Verhofstad, Marcel Eman, Bart Wierenga en Peter Marcker.

De club gaat internationaal

Op het internationale toernooi in Leiden verliest Castricum nog wel van de Franse kampioen Toulon, maar het wordt hofleverancier van de Nederlandse selecties. Niet minder dan zes spelers maken deel uit van het Nederlands Sevensteam dat in Hongkong op het grote internationale Sevenstoernooi mag spelen. Ze spelen zich internationaal sterk in de kijker door spectaculair te winnen van Italië en Spanje. Met het winnen van de Silver Bowl in Hongkong worden zij daar voorpaginanieuws.

In eigen land halen ze als eerste Nederlandse club de halve finale van het internationale Heineken-Sevenstoernooi. In de finale in Hannover verslaan ze Vilnius uit Litouwen. Thuis winnen ze van de Engelse promotieklasser Salisbury met 14-10. Maar helaas verliezen ze van Locomotiv Moskou. Maar dat zijn profspelers uit een land met 200.000 rugbyers en dat is niet te vergelijken met de nietige aantallen rugbyspelers in Nederland.


Jaarboek 43, pagina 62

Ontvangen buitenlandse teams in Castricum:

1972 Engeland
1974 België
1986 Canada
1986 Zweden
1987 Ierland
1989 Rusland
1990 Frankrijk
1992 Wales
1993 Zuid-Afrika
1995 Chili
1995 Georgië
1996 Schotland
1998 Australië
2004 Denemarken
2008 Duitsland
2013 Litouwen
2014 Nieuw Zeeland
2015 Oezbekistan
2016 Italië
2016 Spanje
2018 Roemenië

Op Wouterland wordt de derde interland gespeeld tegen rugby grootheid Frankrijk. De dames, met de Castricumse Divera Twisk in hun midden, verliezen helaas met 0-10. Onder de geuzennaam ’De Kannibalen’ spelen de veteranen van CasRC tegen een team van de Sussex Police. Na een legendarische ‘derde helft’, waarin menige consumptie met de Engelse politie wordt genuttigd, is die uitslag ’onbeslist’ gebleven.

Bloedstollend daarentegen is de finale van het grote Heineken-Sevenstoernooi tussen Castricum en de Backstabbers. Castricum verliest helaas met 8-6, waarbij André Marcker maar 50 centimeter tekort komt om de winnende try te scoren. Zijn broer Mats wordt tot de beste speler van dat toernooi benoemd. Sandra Lodewijks haalt als eerste dame haar scheidsrechtersdiploma en Divera Twisk speelt weer met Nederland voor de Worldcup in Wales.

Lief en leed rond het rugbyveld

Theo Lute neemt in 1990 het voorzitterschap van Henk Heinen over na de jaren van verhuizen en nieuwbouw. Bij de club wisselen de feesten zich af met grote persoonlijke verliezen. De club moet in hetzelfde jaar afscheid nemen van bestuurslid Mary Brouwer die aan kanker overlijdt. In 1991 sluit burgemeester Schouwenaar, op het veld tussen de palen, het huwelijk tussen Mats Marcker en Margreet Korsman.

rik van der Laan overlijdt op 1 november 1992 op het rugbyveld.
Erik van der Laan overlijdt op 1 november 1992 op het rugbyveld.

Het absolute dieptepunt doet zich voor als Eric van der Laan, speler van Castricum en het Nederlands team, op 1 november 1992 op het veld tijdens de wedstrijd tegen Hilversum, plotseling ineen zakt. De reanimatie op het veld, die al direct na enkele seconden wordt ingezet door de aanwezige arts en verzorgers, mag echter niet meer baten. Achteraf wordt vastgesteld dat Eric een fatale hartafwijking had. Hij wordt opgebaard in het clubhuis en na een indrukwekkende plechtigheid wordt hij door vele rugbyvrienden uit Castricum en de rest van Nederland op Onderlangs begraven.

Voor zijn vele verdiensten krijgt Mats Marcker senior op 4 september 1993 een koninklijke onderscheiding van burgemeester Schouwenaar.

Het bestuur CasRC in mei 1995.
Het bestuur CasRC in mei 1995. Van links nara rechts Jan Beentjes, Kees Steevens, Marina Marcker, Theo Lute, Divera Twisk, Johan Stuifbergen en Jan Feeke.

Na 25 jaar zorgen om gebrek aan opvolging

Castricum is zo succesvol dat de club zich zorgen gaat maken om het vervolg na deze bloeiende periode. Ben Manshanden stopt als coach van Castricum en als bondscoach na het wereldbekertoernooi voor Sevens in Schotland. Ook daar doen weer zes spelers van Castricum aan mee. Hans Marcker gaat met Dave Chilton samen de selectie trainen. Het 25-jarig bestaan wordt in 1993 uitgebreid gevierd met veel wedstrijden en toernooien en zelfs een


Jaarboek 43, pagina 63

zangwedstrijd. Hoogtepunt is de wedstrijd tegen Blakes RFC uit het Zuid-Afrikaanse Stellenbosch.
Naast het landelijk bekende Castricumse Jeugd-Sevenstoernooi is op initiatief van Peter Bakker ook een vriendentoernooi opgezet. Daaraan nemen vriendengroepen uit de omgeving van Castricum met maximaal twee rugbyspelers deel, om kennis te maken met de rugbysport. Vooral vanuit Heemskerk is daar grote belangstelling voor. Aan het vijfde vriendentoernooi doen 24 teams mee. Castricum gaat eigen jeugdtrainers opleiden en stuurt jeugdleden op stage naar Engeland. Na een terugval tot zeventien jeugdleden stijgt het aantal weer naar 37 jeugdspelers.

Mats Marcker is aanvoer- der van Nederland tegen Engeland in november 1998.
Mats Marcker is aanvoerder van Nederland tegen Engeland in november 1998.

Mats Marcker krijgt de eervolle uitnodiging van de FIRA om aan grote internationale toernooien deel te nemen in Punta del Este in Uruguay en Mar del Plata in Argentinië. Hij scoort tegen het Nieuw-Zeelandse team de winnende try en wint daarmee de plate. Hij speelt met de Samurais mee op het Heineken-Sevenstoernooi en wint met hen de finale. In Castricum wordt hij tot sportman van het jaar gekozen.
Zijn rugbydroom gaat in vervulling als captain van het Nederlands team tegen Engeland. Een wedstrijd die zeer ruim verloren wordt maar die hij, ondanks een gebroken pink, wel uitspeelt.

CasRC in nieuwe shirts van John Moen.
CasRC in nieuwe shirts van John Moen (opticien). Bovenste rij staand van links naar rechts John Moen, ?, Chris Kaptein, Theo de Jong, Maarten Kat, Joeri Peperkamp, Jacob Meiboom, Rob Niesten, Wiet van Duin, Alex van Timmeren, Ben Scheerman en Ton Liefting. Knielend van links naar rechts Arno Vos, Steve van Dijk, Maarten Snijder, Bart Min, Lex Muller, Henk Zonneveld, Jeroen Stuifbergen, Mark Allan en Mats Marcker. Foto Wim Peperkamp. Toegevoegd.

Ambitieus toekomstplan

In 1998 draagt Theo Lute de voorzittershamer over aan Mart Kat en onder zijn leiding wordt gewerkt aan een nieuw ambitieus toekomstplan. De club kiest ervoor om actief buitenlandse rugbyspelers naar Castricum te halen om het spelniveau van de vereniging nog meer te verbeteren. Met behulp van vele sponsors worden niet minder dan zeven spelers uit Nieuw-Zeeland gehaald. De mentaliteit van de All Blacks, de wereldkampioenen rugby, laat zich direct binnen de club voelen. Sommigen van de Kiwi’s, de bijnaam van de spelers uit Nieuw-Zeeland, vormen nu nog steeds een ware kolonie in Castricum, compleet met Castricumse vrouwen en kinderen.

Een periode van enorme verbetering van het rugbyspel bij CasRC breekt aan. Er volgen nog zes jaren waarin de Castricumse Rugbyclub Nederlands kampioen zal worden.


Jaarboek 43, pagina 64

Op 9 april 2000 wordt het kampioenschap behaald door met 29-15 van DIOK te winnen op Wouterland in een wedstrijd met 1500 toeschouwers en een dweilorkest. Ook deze wedstrijd wordt door NOS Studio Sport uitgezonden.

Renovatie sportpark Wouterland

In 2001 besluit de gemeente het sportpark te renoveren. Alle sportclubs op Wouterland protesteren tevergeefs tegen de gemeentelijke plannen om een afvaldepot voor grofvuil bij het park aan te leggen. Ondanks de daardoor ontstane krapte op het complex krijgt CasRC twee volwaardige rugbyvelden met verlichting. Maar het trainingsveld moeten ze inleveren, terwijl de hockeyclub er twee kunstgrasvelden bij krijgt. Dankzij een schenking van Bernard Shaw (een gulle gever die al jaren in Castricum woont) kan de club zelf met eigen handen een echte tribune langs het hoofdveld bouwen, waardoor de accommodatie steeds completer en publieksvriendelijker wordt.

Reüniegangers van het eerste uur in april 2002.
Reüniegangers van het eerste uur in april 2002. Van links naar rechts Nico Borst, Martin Stengs, Wim Molenaar, Marja Stet, Piet van der Schilde, Keja van der Schilde, Christin Marcker, Frank Hack, Laura van Kessel, Peter van Kessel, Lia Meijne, Anneke de Graaf, Yvonne Stadt, Wim Peperkamp, Nel van Jelgerhuis, Liesbeth Holleberg, Piet Hollenberg, Theo Lute, Ben Borst, Has Beentjes, Piet Zonneveld, Hans van Balgooi, Frans de Graaf, Herman de Graaf, Joke Stengs en Wolfgang Gnichwitz.

Op 23 april 2005 wordt er een grote reünie georganiseerd. Daar komen enkele honderden spelers en supporters uit de eerste verenigingsjaren bij elkaar. Ze halen alle herinneringen op en bezoeken plekken die verbonden zijn met spectaculaire acties van CasRC uit het verleden. Met name deze rondgang door Castricum langs legendarische plekken staat vele bezoekers ook na jaren nog bij, met als hoogtepunt de opgraving op het Kroftveld door Wim Peperkamp van ’de botten van de gesneuvelde speler’ uit Hilversum.

Castricum wint ING-cup

Niemand heeft in het begin kunnen bedenken dat het clubje uit het dorpje in de duinen zo’n grote club in Nederland zou worden met zoveel internationale contacten.
In de Europese cup speelt de club onder andere wedstrijden tegen het Franse Pont-a-Mousson en Ottignies, het Deense Frederiksberg, het Belgische Boisfort uit Dendermonde en ASUB uit Brussel. Uiteindelijk wordt door CasRC in 2005 de Europese ING-cup gewonnen.
Tijdens het EK in 2008 voor dames in Amsterdam is Castricum, met drie interlands op Wouterland, tevens gastheer voor het Franse team.

Marina Marcker.
Marina Marcker.

Binnen de vereniging wordt in 2004 Marina Marcker-Feeke benoemd tot erelid vanwege haar inzet voor de club.

Marina Marcker-Feeke (1960-2013) is meer dan 25 jaar zeer actief als vrijwilliger voor de Castricumse Rugby Club en Rugby Nederland. Via haar partner Hans Marcker komt zij in contact met de rugbysport.
Bij de CasRC vervult zij vele functies, maar zij is vooral bekend geworden als PR-functionaris en secretaris van het bestuur. Die functies heeft zij meer dan twintig jaar bekleed, waarvoor zij in 2004 wordt benoemd tot erelid.

Daarnaast heeft Marina zeer veel betekend voor de PR van de rugbysport in Nederland. Rugby Nederland heeft haar daarvoor de Hans Brian Media Award 2011 toegekend.
Zij heeft meer dan 1000 persberichten gemaakt en talloze interviews gegeven, waardoor Marina een icoon is geworden voor de PR van de rugbysport in Nederland.

Na een periode van inzinking van het damesrugby bij CasRC, waardoor er uiteindelijk zelfs geen team meer is, wordt vanaf 2004 weer met veel enthousiasme gewerkt aan een eigen vrouwenafdeling. In 2005 spelen de dames weer mee in de competitie en zelfs speelsters uit Australië en Zweden spelen bij Castricum. Ze winnen het beachrugbytoernooi van Oemoemenoe in Middelburg en doen mee aan het Ameland-toernooi en de Sevens. Ondertussen is het aantal jeugdleden bij CasRC opgelopen tot 130 jongens en meisjes. Het nationale jeugd-Sevenstoernooi wordt voor de laatste keer in Castricum gespeeld. Het verhuist naar het Nationaal Rugby Centrum in Amsterdam, omdat de twee velden in Castricum niet meer voldoende zijn voor dat toernooi.

Andere rugbyfamilies

Na de zonen Henk en Kees van oprichter Piet Zonneveld, dient zich nu met Dale Zonneveld de derde generatie zich aan. Dale weet – in opa Piets voetsporen na 40 jaar – ook zijn draai te vinden bij de jeugdafdeling van Castricum. Dankzij zijn talenten wordt hij zelfs met meerdere jeugdspelers van Castricum geselecteerd bij de nationale jeugdselecties. Hij behoort inmiddels tot de vaste krachten in de rugbytop. Van de familie Schermer uit Bakkum spelen ook drie zonen mee. Vader en moeder zitten in de organisatie van de club. Vooral de jongste zoon Roy valt op omdat hij vanaf zijn geboorte doof is. Ondanks die handicap speelt hij gewoon in de Nederlandse rugbytop mee, waar medespelers ook op het veld kunnen communiceren met gebarentaal. Hij wordt zelfs het middelpunt van speciale reportages bij de NOS en RTVNH over de integratie van gehandicapten in de sport.

Jan Beentjes met zijn vader Henk Beentjes.
Jan Beentjes met zijn vader Henk Beentjes. Zonen, kleinzonen en achterkleinzonen van Henk speelden bij CasRC.

Dat CasRC soms een echte familieclub is geworden, blijkt ook wel uit het feit dat alleen al van de familie Beentjes dertien familieleden meegespeeld hebben. De broers Jan, Anton, Theo en Jaap Beentjes vormen met hun kinderen Vincent, Kees, Tim en Matthijs, neef Frank met dochter Meike en de kleinkinderen van Jan, Wieger, Petter en Stella al jaren een harde kern van rugbyspelers.


Jaarboek 43, pagina 65

En dan de familie Wierenga. Opa Piet speelde in de jaren (negentien) zestig al rugby in het nationale team en later ontwierp hij als architect het Nationaal Rugby Stadion in Amsterdam en de clubhuizen van AAC en CasRC. Zijn beide zoons gingen ook op rugby. Bart en Bob speelden bij CasRC en Bart ging onder andere met Nederland naar de Hong Kong Sevens. Ook de kleinkinderen Pieterbob, Job, Dirk, Bart junior en Lotte werden lid van CasRC, waarvan Bart junior inmiddels bij een topclub in Frankrijk meespeelt. Bart senior is de tot nu toe laatste voorzitter van de Castricumse Rugby Club.

Onderaan de sportvelden van de Rugby club, Handbal en de Hockey Club.
Onderaan de sportvelden van de Rugby club, Handbal en de Hockey Club.

Uitbreiding clubhuis bij veertigjarig bestaan

Het veertigjarig bestaan van CasRC in 2008 wordt groots gevierd. De club publiceert een zeer dik en zwaar fotoboek over de geschiedenis van de club vanaf 1968. Er wordt een hele week vol met activiteiten georganiseerd. Onder meer Zinzane Brook, de vermaarde speler van de All Blacks uit Nieuw-Zeeland, luistert het feest op.

In de grote feesttent beëindigt een indrukwekkende Haka het achtste lustrum. De Haka is de beroemde traditionele Maori dans om de tegenstander uit te dagen. De dans wordt uitgevoerd samen met de Nieuw-Zeelandse Kiwi’s in het team van CasRC.

Niek Valk neemt in 2008 het voorzitterschap van Mart Kat over.

Voorzitters

1967-1968 Gerrit Borst
1969-1972 Frank Hack
1973-1974 Wolfgang Gnichwitz
1975-1976 Piet Zonneveld
1977-1978 Wim Peperkamp
1979-1981 Theo Lute
1982-1990 Henk Heinen senior
1990-1997 Theo Lute
1998-2001 Mart Kat senior
2002-2003 Peter Bartels
2003-2008 Mart Kat senior
2008-2012 Niek Valk
2012-2015 Graham Sheply
2016-2018 Niek Valk
2018-heden (=2020) Bart Wierenga

Willem Peperkamp, Hans van Balgooi, Frank Hak, Willem Molenaar, Niek Valk.
Op de foto van links naar rechts Willem Peperkamp, Hans van Balgooi, Frank Hak, Willem Molenaar, Niek Valk. Willem Peperkamp was de eerste Castricummer die in het Nederlands elftal speelde. Hans van Balgooi is nog steeds actief, na zijn spelers carrière, met allerlei zaken voor de club.
Frank Hak was voor de gelegenheid over gekomen uit Noorwegen, daar woont hij al tientallen jaren.
Hij wordt gezien als de eerste speler die de kroegen langs ging om meerdere spelers te zoeken.
Willem Molenaar is lang zeer actief geweest binnen de club en is nog steeds bij veel wedstrijden aanwezig. Niek Valk is als voorzitter aangetreden in 2008 nadat Mart Kat het stokje wilde overgeven.

De club breidt in hetzelfde jaar het clubhuis op Wouterland nog verder uit. Er wordt een grote luxe keuken gebouwd met een aparte koel- en vriesruimte. De kantine wordt tweemaal zo groot en tussen het clubhuis en het hockeyveld worden twee extra kleedkamers aangebouwd. Zoals gewoonlijk wordt ook deze verbouwing uitgevoerd door een grote groep leden van CasRC.

Er breekt een periode aan waarin de vereniging geconfronteerd wordt met het verlies van mensen van het eerste uur van de club. Hans Beentjes wordt plotseling door een hartaanval getroffen en Theo Lute overlijdt onverwacht na een ernstige ziekte. Van Jan van Ekeren moet afscheid worden genomen en oprichter Kees Kabel komt te overlijden. De club wordt hard getroffen door een verkeersongeluk in Wijk aan Zee, waarbij jeugdspeler Duncan Niesten dodelijk verongelukt na terugkomst van een rugbytraining.

Regionaal Trainings Centrum

Mede op initiatief van Mats Marcker wordt gestart met een Regionaal Trainings Centrum. Dat biedt getalenteerde jeugdspelers de mogelijkheid om intensieve trainingen te volgen in combinatie met een aangepast schoolprogramma. Vanuit deze opleidingen worden met name de jeugdspelers voor de nationale jeugdteams geselecteerd. CasRC mag op 9 november 2013 op Wouterland haar achtste interland organiseren tussen Nederland en Litouwen, die door Nederland met 34-25 gewonnen wordt.

Het wereldkampioen sevensteam van de All Blacks demonstreert in juli 2014 de Haka-dans voor vijfduizend rugbyliefhebbers op Wouterland.
Het wereldkampioen sevensteam van de All Blacks demonstreert in juli 2014 de Haka-dans voor vijfduizend rugbyliefhebbers op Wouterland. Foto Hans Boot.

Wereldkampioen sevensrugby op Wouterland

Na jaren van lobbyen door Mats Marcker, die daarvoor ook drie maanden naar Nieuw-Zeeland was gegaan, lukt het hem uiteindelijk om de absolute wereldkampioen sevensrugby naar Castricum te krijgen. De All Blacks uit Nieuw Zeland blijken bereid om hun trainingsstage voor de Commonwealth Games in Schotland naar Castricum te verplaatsen.
Van 15 tot en met 21 juli 2014 komen zij naar Wouterland om zich voor te bereiden op hun trip naar Glasgow.
De rugbyclub pakt deze unieke gebeurtenis aan om een groots en publieksvriendelijk programma op te stellen, daarbij actief gesteund door een groot aantal vrijwilligers, die zich graag hiervoor in willen zetten. Na een traditioneel Maori-ontvangst met een legendarische Haka door de jeugd van CasRC is de ontvangst van officials van ambassade, regering, gemeente, rugbybond en massaal aanwezig


Jaarboek 43, pagina 66

publiek indrukwekkend. De All Blacks trainen niet alleen voor henzelf, zij verzorgen ook clinics en demonstraties voor rugbyliefhebbers uit heel Nederland.Ook de nationale en internationale pers is in grote getale aanwezig.
Op zondag zijn twee grote demonstratiewedstrijden gepland, voorafgegaan door een professioneel muziekkorps, dat een spetterende show op het veld geeft, compleet met een Haka.
Onder toezicht van ruim vijfduizend mensen mag de Castricumse Rugby Club, als regerend sevenskampioen van Nederland, onder coach Rodney Hermans, een demonstratiewedstrijd tegen de All Blacks spelen. Een evenement om nooit meer te vergeten. De All Blacks showen dat zij niet voor niets wereldkampioen zijn. De Castricumse rugbyers kunnen alleen hun respect tonen in een fraaie maar eenzijdige wedstrijd.
De All Blacks vinden de ontvangst in Castricum groots en kijken met volle tevredenheid terug op de trainingsstage in Noord-Holland.

De ambassade van Uzbekistan in Brussel benadert CasRC, kennelijk onder de indruk van de internationale publiciteit rond de trainingsstage van de All Blacks. Ze vragen of het nationale dames-Sevensteam van Uzbekistan in Castricum mag komen trainen. Opmerkelijk, omdat Uzbekistan een van de weinige islamitische landen is die een nationaal damesteam hebben. In 2015 heeft het team een week lang getraind op Wouterland met als hoogtepunt een wedstrijd tegen het Nederlands damesteam en een toernooi tegen vier andere teams, waaronder de dames van CasRC. Dat levert opnieuw internationale publiciteit op voor CasRC.

De “Nieuw Zeeland Ambassadors” te gast bij de Castricumse rugbyclub om zich voor te bereiden op het WK sevens.
De “Nieuw Zeeland Ambassadors” te gast bij de Castricumse rugbyclub om zich voor te bereiden op het WK sevens.Dit is een rugby wedstrijdvariant met 7 spelers in plaats van 15 spelers. Wouterland 18 juni 2016. Het is een invitatieteam uit heel Europa en de spelers zijn semi of prof. De Ambassadors worden ook wel gezien als opstap naar de echte grote jongens, de All Blacks. Op de foto wordt door de spelers waarschijnlijk de Ka Mate gedanst. (De Haka is een verzamelnaam voor meerdere ceremoniële dansen om onder andere hun voorvaderen aan te roepen). Nieuw Zeeland speelde tegen een samengesteld team van de beste Nederlandse seven spelers waaronder een aantal spelers uit Castricum. In de week voorafgaand op dit unieke spektakel werd er door de “Nieuw Zeeland Ambassadors” voluit getraind op sportpark Wouterland. Foto Theo Beentjes. Toegevoegd.

Rugbybond bijna failliet

Zo goed als het met de club CasRC gaat, zo slecht gaat het financieel bij de Nederlandse Rugby Bond. Eind 2014 moet het bestuur van CasRC er zeer veel tijd aan besteden om de bond van de financiële ondergang te redden. Met name dankzij de notariële deskundigheid van CasRC-voorzitter Graham Shepley wordt, tezamen met de andere rugbyclubs in Nederland, een financieel reddingsplan bedacht. Met onder meer een lening van 17.000 euro van de Castricumse Rugbyclub kan het slechte tij nog net op tijd gekeerd worden. Sindsdien doet de Bond weer pogingen om financieel gezond te worden.


Jaarboek 43, pagina 67

Groei van de rugbysport

Vooral mede dankzij de televisie-aandacht – ook in Nederland – voor de World Cup Rugby 2015 in Engeland, is de populariteit van de rugbysport in Nederland sterk gestegen. Op dit moment zijn er meer dan 11.000 spelers en speelsters van elke leeftijd vanaf drie jaar actief. Naast de vrouwen doen tegenwoordig ook meisjes intensief mee. En nog steeds levert Castricum enige tientallen jeugd- en seniorspelers en -speelsters voor de nationale selecties.

De Cas Ladies promoveren in 2018 naar de ereklasse.
De Cas Ladies promoveren in 2018 naar de ereklasse. Van links naar rechts Debbie Geurts, Brigitte Willems, Simone Kamphuijs, Lydia van Amersfoort, Lynn Koelman, Lotte Rendering, Jitske van Bruggen, Merel van Velzen, Tessa van der Brink, Martine Mooij, Linde van der Velden, Sophie Touber, Lisa Tempelaar, Hiske Blom, Inge van der Velden, Liesbeth Meijer, Anna Kat en Nathalie Admiraal. Foto Theo Beentjes.

In 2016 wordt het eerste meisjesrugbytoernooi op Wouterland gespeeld. En in 2018 promoveert het eerste damesteam naar de ereklasse. Linde van der Velde is zelfs de eerste rugbyvrouw die een semi-prof contract aangeboden krijgt van Toulouse, een van de topclubs in Frankrijk. Het wordt ook steeds gebruikelijker dat spelers uit Castricum tijdens een sabbatical gaan trainen en spelen in het buitenland, zoals in Nieuw-Zeeland, Frankrijk of Engeland.

De jubileum poster van CasRC.
De jubileum poster van CasRC. Op 1 september 2018 hield de Castricumse rugby
club zijn 50-jarig jubileumfeest. het is op deze datum exact 50 jaar geleden dat ze zich inschreven als vereniging bij de rugbybond.

50 jaar rugby in Castricum

Met een groot feest is in 2018 het tiende lustrum (50 jaar) van de club op gepaste wijze gevierd. Niet minder dan vijf leden van het eerste uur zijn officieel bedankt voor hun inzet met een speciale herinneringsspeld. En Ben Borst wordt met zijn 77 jaar vereerd met een erelidmaatschap voor zijn inzet voor rugby in Castricum de afgelopen vijftig jaar.

Voorzitter Niek Valk overhandigt op 24 juni 2017 Ben Borst het erelidmaatschap voor vijftig jaar inzet voor CasRC.
Voorzitter Niek Valk overhandigt op 24 juni 2017 Ben Borst het erelidmaatschap voor vijftig jaar inzet voor CasRC.

Zo is de opmerking van Kees Kabel, bij de oprichting in 1968 tegen de Rugby Bond, toch echt uitgekomen: “Rugby is in Castricum niet meer weg te denken.”

Hans van Balgooi

Bronnen:

  • Foto- en krantenarchief Wim Peperkamp;
  • Jubileumboek 40 jaar Castricumse Rugby Club.

Met dank aan: Wim Peperkamp.