Volleybalverenigingen, de Castricumse (Jaarboek 39 2016 pg 32-43)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over Verenigingen in Castricum:
amateurtuindersBakkerijbiljartcarnavalfanfare (muziek)gymnastiek (atletiek) – hengelsport –Kennemer ijsbaan – Perspectief – scoutingtennistoneelvoetbalvolleybal


Jaarboek 39, pagina 32

De Castricumse volleybalverenigingen

De eerste volleybalvereniging in ons dorp, The Smash, werd bijna 65 jaar geleden opgericht. Zes jaar later, in 1958, volgde een tweede club onder de naam Dynamo. Waar de eerste vereniging zich meer richtte op het bereiken van een zo hoog mogelijk niveau, stelde de tweede vereniging recreatie meer centraal. De verenigingen fuseerden in 1999 tot een nieuwe vereniging met de naam Croonenburg.

Volleybal is een sport die is ontwikkeld door de Amerikaan William G. Morgan. Hij vindt het toen al bekende basketbal wat te hard en bedenkt in 1895 een nieuw soort spel. Morgan zoekt spelregels bij elkaar van diverse sporten en combineert die tot de sport volleybal. Het duurt nog even voordat men in Nederland ook deze sport gaat beoefenen. Na zijn bezoek aan Amerika brengt pater Simon Buis het spel naar Nederland. Heel populair wordt het nog niet: het wordt vooral gespeeld in missiehuizen en seminaries. Als militairen uit Canada, Polen en Amerika in 1945 overal in het land volleybal spelen, wint deze sport aan bekendheid. In 1947 besluit sportleraar Dick Schmüll daarom de Landelijke Volleybal Commissie op te richten. Die neemt de voorbereiding op zich voor het oprichten van de Nederlandse Volleybal Bond (Nevobo), die op 1 januari 2016 ruim 114.000 leden telt.

The Smash

Logo van 'The Smash'.
Logo van ‘The Smash’.

Oprichting

Een groepje Castricumse jongeren wil wel wat meer dan het uurtje volleybal op hun school. Ze beginnen op vrije middagen te spelen op het veldje bij Johanna’s Hof en gebruiken een bal die ze gekocht hebben van wat bij elkaar gelegd geld. Maar ze snakken naar meer. Op 17 april 1952 komen ze bijeen in de zaal van café De Harmonie om een volleybalvereniging op te richten. De naam ‘The Smash’ wordt meteen vastgesteld. De groep blijft trainen op het veldje bij Johanna’s Hof en als het regent wijken ze uit naar de zaal van Hotel Borst. Vanaf de oprichting doet The Smash al mee aan de competities van de Nevobo in de afdeling Alkmaar. De wedstrijden worden in de Alkmaarse veilinghal gespeeld.

Ondergraven

Bill Super, de eerste voorzitter, schrijft in het jubileumnummer van het ledenblad ’t Smashertje’ dat in de beginjaren vaak getracht is de vereniging te ondergraven:
Leden, die ook voetbalden, werden verzocht te bedanken voor The Smash. Een gymnastiekzaal was niet beschikbaar voor het trainen. We moesten ons behelpen met buitentraining. Later mochten we in zaal Borst, welke zaal totaal ongeschikt was voor volleybal. Wanneer er per keer niet meer dan één lamp sneuvelde waren we blij. De veilinghal was iets minder kwetsbaar, maar ook verre van ideaal. Vaak moesten de leden na afloop van de training nog over stapels kisten klauteren om een bal te zoeken.
Maar tegen de verdrukking in groeit de vereniging en wat vooral belangrijk is: zij krijgt een zeer goede naam. Al heel snel komen er uitnodigingen voor deelname aan toernooien en in de afdeling Alkmaar behoort het eerste herenteam al spoedig tot de sterkste teams. Door het succesvol organiseren van een pinkstertoernooi was de naam van The Smash al helemaal gemaakt.

Dit jeugdteam werd kampioen in 1960.
Dit jeugdteam werd kampioen in 1960. V.l.n.r. staand: Jaap Schoute, Hans Morelis, Henk Biesterbos, Dick Purmer en Billy Brouwer; knielend: Rob Eggers, Jan Metselaar en Tom Quarree.

Met de trein naar Alkmaar

De accommodatie blijft een probleem, maar desondanks wordt het jeugdteam (tot en met 16 jaar) in het seizoen


Jaarboek 39, pagina 33

1959-1960 kampioen. Ze spelen in Alkmaar, ‘in een of andere school vlakbij het station’. Het team reist vooral in het begin voornamelijk met de trein. Hans Morelis in het jubileumblad:
We maakten er een sport van om zo in te stappen dat de conducteur ons niet controleerde. Terug in Castricum wisselden we het kaartje dan weer in en zeiden dat we met de auto gegaan waren. Nadat dit drie weken goed was gegaan, kreeg de loketbeambte argwaan en vroeg hij nadrukkelijk met achterdochtige oogjes of we ons niet vergisten. Nee hoor, zeiden Jan Metselaar en ik met een stalen gezicht (mijn vader had niet eens een auto!). Oh, zei de man ons doordringend aankijkend, jij bent er eentje van Metselaar, is het niet? Hij gaf ons de reiskosten terug en greep de telefoongids. Allemachtig, wat hebben we ons toen rot gerend om voor dat telefoontje thuis te zijn. Uiteindelijk liep het toch goed af. Thuis gekomen bleek er niet gebeld te zijn.”
Dit was gelijk de laatste keer dat de jongens dit geintje hebben uitgehaald.

Het eerste damesteam dat in 1964 kampioen werd en promoveerde naar de Overgangsklasse.
Het eerste damesteam dat in 1964 kampioen werd en promoveerde naar de Overgangsklasse. V.l.n.r. staand: H. Torenbeek (official afdeling Alkmaar), Marianne Balk, Tine Zwaan, Ineke Severins, coach Wim Metselaar en Geesje van Surksum; knielend: Marijke van ’t Loo, Ingrid Meijer en Annelies van der Pauw.

Veel kampioenen in de jaren 1960

Het jaar 1963-1964 is erg succesvol voor de dames. Het eerste damesteam wordt kampioen van de eerste klasse en promoveert naar de overgangsklasse. Ook de heren zijn succesvol in de jaren 1960. In het seizoen 1965-1966 behaalt het eerste herenteam op sublieme wijze het kampioenschap en keert terug naar de overgangsklasse van waaruit het voorgaande jaar was gedegradeerd. De ploeg verslaat alle vijf tegenstanders en alleen in de laatste wedstrijd, toen ze al gepromoveerd waren, verliezen ze een set.

Trainer/coach Jan Smit met zijn kampioensteam in 1966.
Trainer/coach Jan Smit met zijn kampioensteam in 1966. Links van hem Cas Freling en Piet Kaspers en rechts Jan Vredenduin; knielend v.l.n.r. Hans Touber, Jan Metselaar, Frans Ursem en Ger Dik.

Jan Karel Smit

In 1956 verhuist Jan Karel Smit van Amsterdam naar Castricum en wordt gymleraar op zowel de openbare als katholieke Mulo en de toen nog bestaande Huishoudschool. Al snel wordt hij door het gemeentebestuur ingeschakeld als adviseur voor technische sportzaken. Zijn eerste klus is in 1957: de inrichting van de gymzaal aan de Juliana van Stolbergstraat. Ook het sportpark Wouterland krijgt zijn aandacht.

In zijn vrije tijd heeft Smit ook veel bijgedragen aan verbeteringen van het sportklimaat in het dorp. Hij wordt door velen om advies gevraagd. In 1966 is hij trainer van het team van The Smash dat promoveerde naar de overgangsklasse.
In oktober 2016 is Jan Smit 90 jaar oud geworden. Zijn belangstelling voor alles op sportgebied is tot op de dag van vandaag gebleven.

Het eerste herenteam dat kampioen werd in 1968 en promoveerde naar de hoofdklasse.
Het eerste herenteam dat kampioen werd in 1968 en promoveerde naar de hoofdklasse. V.l.n.r. staand: Hans Mol, trainer Arnold Elout, Ger Dik, Jan Liefting, Peter Over en coach Wim Metselaar; knielend: Frans Dik, Hans Touber, Jan Metselaar en Jan Vredenduin.

De triomftocht wordt voortgezet in het volgende seizoen. Het eerste herenteam behaalt in 1968 na een bijzonder spannend duel tegen het Amsterdamse Armada het kampioenschap in de overgangsklasse. Al een aantal keren waren ze er bijna, maar dit is voor het eerst dat de Castricummers de titel ook daadwerkelijk in de wacht slepen. Uit het wedstrijdverslag blijkt dat het geen eenvoudige strijd is geweest:
De finalewedstrijd tegen Armada was een titanenstrijd. Hoewel de ploeg met 3-1 won, was het allerminst een gemakkelijke wedstrijd geweest. De ploeg heeft de vele supporters, die hen naar Amsterdam hadden vergezeld, lange tijd in het onzekere gelaten, voordat zij al


Jaarboek 39, pagina 34

feestend naar het overwinningsfeest in Castricum konden gaan. Het werd een glorieus feest tot in de kleine uurtjes!

Het bestuur van The Smash in 1972.
Het bestuur van The Smash in 1972. V.l.n.r. Fransjan Meijer, Jan Metselaar, Wil Simons, Cock Hageman, Margriet Lute en George Hageman.

Cock Hageman

De man die het langst voorzitter was van The Smash is de 91-jarige Cock Hageman. Hij vertelt:
“Ik ben 17 jaar voorzitter geweest. Mijn drie zoons en vier dochters waren allemaal lid en hebben ook competitie gespeeld. De oudste zoon George (nu net 65 geworden) was de eerste en door hem zijn de andere kinderen ook bij de club betrokken geraakt. Zodoende werden we een echte volleybalfamilie. Toen voorzitter Donker in 1968 aftrad, vroeg onder anderen Jan Metselaar of ik mij verkiesbaar wilde stellen. Daar zei ik ‘ja’ op en ik heb het altijd leuk gevonden om te doen. Ik ging veel mee naar uitwedstrijden en zat ook in de strafcommissie die toezag op naleving van de regels van de bond. De grote veranderingen in de volleybalsport, zoals een nieuwe telling of teamopstelling, heb ik echter als voorzitter niet meegemaakt. Het was een hele verrassing voor me dat ik in 1985 bij mijn aftreden werd benoemd tot erevoorzitter.”

Professionalisering

De vereniging groeit flink in de jaren 1970 en het aantal trainingsuren voor de jeugdleden moet zelfs worden uitgebreid. Er wordt ook nog een nieuwe afdeling opgestart, die een sterke groei kent in haar beginperiode: de afdeling mini-volleybal.
Door middel van advertenties van de middenstand, banken en enkele grote firma’s in het clubblad wordt getracht dekking te vinden voor het tekort op de begroting en daarin is de vereniging toen aardig geslaagd. Er wordt voor het eerst gedacht aan een sponsor. De firma Commandeur uit Beverwijk geeft The Smash een bijdrage, waardoor de financiële positie van de vereniging verbetert.

Vanaf 1976 kan er in sporthal ‘De Bloemen’ worden gevolleybald.
Vanaf 1976 kan er in sporthal ‘De Bloemen’ worden gevolleybald.

Ook de accommodatie verandert in die tijd. Op 31 oktober 1974 neemt de gemeenteraad van Castricum met grote meerderheid het besluit om een sporthal in Castricum te bouwen. Dit is voor The Smash een zeer belangrijk bericht, gezien hun noodsituatie om ‘thuiswedstrijden’ in Beverwijk te moeten spelen. Op 24 april 1975 wordt, na enkele maanden van strubbelingen rond de situering van de sporthal, besloten dat deze definitief aan De Bloemen in Noord-End gebouwd gaat worden. Op 25 september 1976


Jaarboek 39, pagina 35

wordt Sporthal De Bloemen officieel geopend en door sportminnend Castricum in gebruik genomen.
Eindelijk ‘thuis’ in Castricum te kunnen spelen is een voldoening schenkende gewaarwording. Het is een prachtige hal, die met trots getoond kan worden aan bezoekende verenigingen”, aldus het toenmalige bestuur.

n het eerste seizoen na de opening van de nieuwe sporthal (1976-1977) wordt het ledental van 250 overschreden. Daar is de vereniging erg blij mee, maar het levert ook problemen op voor de invulling van functies als coach, begeleider en scheidsrechter en de kosten nemen ook toe. Een financiële impuls is opnieuw nodig. Via reclameborden en een overeenkomst met de Rabobank is de vereniging voorlopig weer even gered.

In 1977 wordt het 25-jarig jubileum gevierd. Bill Super laat in de jubileumeditie van ’t Smashertje weten dat hij trots is op deze mijlpaal en constateert dat The Smash met de leeftijd van 25 jaar tot de oudste volleybalverenigingen in ons land behoort.

Toernooien

Heerlijk in de zon lopen of zitten en naar leuke wedstrijden kijken kan maar eens in het jaar op tweede pinksterdag. Op deze dag organiseert The Smash namelijk jaarlijks op de voetbalvelden van CSV een groot toernooi. In ’t Smashertje van mei 1980 wordt gezegd dat men na het eerste toernooi nooit had kunnen verwachten hoe succesvol dit evenement zou worden. Het clubblad meldt:
Dat de initiatiefnemers enkele jaren na de oprichting van onze vereniging van het buitentoernooi ooit gedacht hebben het 25-jarig bestaan daarvan te zullen beleven, is niet te achterhalen, maar een feit is het, dat dit buitentoernooi niet is weg te denken.

Pinkstertoernooi bij CSV aan de Zeeweg.
Pinkstertoernooi bij CSV aan de Zeeweg.

Dat het toernooi valt en staat met het aantal vrijwilligers, blijkt wel uit ’t Smashertje van indertijd. Er worden zo’n 25 personen gezocht om de 22 volleybalvelden op te bouwen op eerste pinksterdag. De werkzaamheden omvatten het belijnen van de velden, het plaatsen van de palen met scheerlijnen en het op hoogte hangen van de netten. ’s Ochtends zijn er op tweede pinksterdag zo’n tien mensen nodig om de velden te controleren en de kassa te bemensen.
Het Pinkstertoernooi is een belangrijk evenement voor The Smash geweest, vertelt Rein Luijckx:
Het was gebruikelijk dat teams buitentoernooien afgingen. Het Pinkstertoernooi had een belangrijke regionale functie en ook zelfs een nationale.”
Het toernooi geeft een financiele impuls aan de vereniging en heeft ook als doel om de volleybalsport in zijn algemeenheid te promoten.
Luijckx:“Hans Boske was een van de actievelingen van het Pinkstertoernooi. Hij leende altijd bij iedereen keukentrapjes, waar de scheidsrechters op konden zitten of staan. Het gerucht gaat dat hij ze soms vergat terug te geven, of niet meer wist welk van wie was en dat hij thuis nog een heel arsenaal aan keukentrapjes heeft …

De volleybaltoernooien op scholen krijgen vanaf het seizoen 1974-1975 een vaste vorm. In samenwerking met de afdeling Sportzaken van de gemeente worden de scholen voor voortgezet onderwijs van Castricum uitgenodigd aan een toernooi deel te nemen. Dit betekent dat naast het eigen Pinkstertoernooi jaarlijks ook een scholentoernooi wordt georganiseerd.

Dames I kampioen in 1981.
Dames I kampioen in 1981. V.l.n.r. staand: Marjan Liefting, Elly Over, Annelien Kooiman, Anneke Tervoort en coach Peter Over; knielend: Margriet Lute, Marlène van der Valk, Anita Schootemeyer en Marianne Willenborg.

De competities

De dames kennen in de jaren 1980 veel hoogtepunten. In 1979 promoveren zij nog ongeslagen van de derde naar de tweede divisie en in 1980 naar de eerste divisie. In 1981 wordt de ononderbroken promotiereeks voortgezet met het behalen van het eredivisieschap. In 1988 spelen de dames alweer vier jaar eerste divisie en weten ze zich in deze klasse goed te handhaven.

Speler en trainer Peter Over

In 1960 wordt Peter Over (1944) lid van The Smash. Hij begint in het derde herenteam:
“We speelden in de veilinghal in Alkmaar, waar we soms de kratten met wortelen aan de kant moesten schuiven. Er waren dusdanig veel teams, dat we soms pas tegen 12 uur ’s nachts klaar waren”, vertelt hij. Zijn debuut blijkt erg succesvol, want het jaar daarop gaat hij in één keer door naar het eerste team.
Zijn tijd bij The Smash is echter van korte duur. Het gaat wat minder voortvarend met de Castricumse volleybalvereniging en dus gaat Peter Over naar een Haarlemse club:
“Ik heb daar een trainerscursus gevolgd. Na twee jaar ben ik teruggekeerd naar The Smash en in 1967 met Heren 1 gepromoveerd naar de hoofdklasse.


Jaarboek 39, pagina 36

Van dit team was ik aanvoerder.”

Bij een volgende mindere periode gaat Peter wederom weg bij The Smash. De Alkmaarse club, waar hij naartoe gaat, speelt in de eerste divisie, een klasse hoger dan The Smash. Ook als trainer ontwikkelt hij zich verder. Peter wordt bondscoach van Jong Oranje in 1975 en vanaf 1980 traint hij het eerste damesteam van The Smash. Daarmee promoveert hij naar de eredivisie.

In 1985 begint Peter Over de heren te trainen:
“Die speelden eerste divisie, maar wilden dolgraag naar de eredivisie. In 1987 worden ze derde, in 1988 tweede en pas in 1989 zijn ze kampioen van de eerste divisie. Helaas hebben ze het nét niet gehaald in de eredivisie.”
De loopbaan van Peter bij The Smash wordt vervolgd bij Croonenburg. Zijn dochter begint met volleybal en dat maakt Peter enthousiast om jeugdtrainer te worden. Tot 2005 heeft hij dames 1 nog getraind, waarna hij zijn volleyballoopbaan heeft beëindigd.

Het eerste herenteam dat in 1989 kampioen werd en naar de eredivisie promoveerde.
Het eerste herenteam dat in 1989 kampioen werd en naar de eredivisie promoveerde. V.l.n.r. staand: Michel Sep, Mathijs van Essen, Peter Paul Wiersma, Walter Beentjes, Ron Kieft, coach Peter Over en een vertegenwoordiger van de Nevobo; knielend: Rob Oosterbrugge, Bart Meester, Martin van der Horst, Rob de Winter en Paul Hageman.

Ook de heren weten zich steeds in de eerste divisie te handhaven. Eind jaren 1980 is het team in de bovenste regionen geëindigd en in 1989 promoveert het zelfs naar de eredivisie. Ook de jeugdleden doen het goed: het aantal is dusdanig toegenomen in de (negentien)tachtiger jaren dat er naast het selectieteam van zowel de jongens als meisjes twee jongensteams en drie meisjesteams in de aspirantencompetitie spelen. Daarnaast zijn er nog drie teams met mini’s (8-11 jaar).

Directeur Cas Bottemanne van Bosta ondertekent het sponsorcontract. Naast hem links secretaris Piet van Rij en rechts voorzitter Ulbe Pauzenga van The Smash. Rechts van Pauzenga kijkt penningmeester Fransjan Meijer toe.
Directeur Cas Bottemanne van Bosta ondertekent het sponsorcontract. Naast hem links secretaris Piet van Rij en rechts voorzitter Ulbe Pauzenga van The Smash. Rechts van Pauzenga kijkt penningmeester Fransjan Meijer toe.

Omdat de financiële basis van The Smash te beperkt is, gaat de club in 1987 in zee met Bosta, die hoofdsponsor wordt. Het bedrijf, dat zich bezighoudt met beregeningsapparatuur, verbindt zelfs zijn naam aan The Smash, die vanaf dat moment Bosta/The Smash heet. Deze sponsordeal levert de club de financiële middelen op om hogerop te gaan. Hierdoor spelen er twee teams in de eredivisie, wat uniek is. De club heeft de overtuiging dat dit ook jeugdleden aantrekt.

De talenten

Omdat The Smash regelmatig op hoog niveau heeft gespeeld, is het ook niet verwonderlijk dat de ver-


Jaarboek 39, pagina 37

eniging diverse talenten heeft geleverd aan districts- of nationale teams. Zo heeft Martin van der Horst (1965), die van 1983 tot 1989 bij The Smash speelde, regelmatig met het Nederlands team meegedaan aan Europese kampioenschappen en zelfs aan de Olympische spelen. De voormalig international was maar liefst 2.15 meter lang.
Elly Over (1953), de vrouw van de eerder besproken Peter, kwam in 1975 uit voor het Nederlands damesteam.

Jenny Turkstra in haar glorietijd.
Jenny Turkstra in haar glorietijd.

Ook Jenny Turkstra (1939) en voormalig toptennisster Tine Zwaan (1947) waren getalenteerde volleybalsters en werden geselecteerd voor districtswedstrijden of interlands. Jenny vertelt over haar carrière:
“In 1956 werd ik door mijn medeleerlingen van de Rijks H.B.S. in Velsen (Jan en Henk van ’t Loo, Tineke en Andries Terpstra en Wim Metselaar) enthousiast gemaakt voor de volleybalsport en het lidmaatschap van The Smash. Ik werd opgenomen in het eerste damesteam, dat het tot het niveau van de toenmalige overgangsklasse bracht. In de jaren 1957-1959 belandde ik in het distrtictsteam van Noord-Holland. Eerder had ik de sporten handbal en tennis vaarwel gezegd en mij verder geconcentreerd op volleybal.

Na afloop van deelname aan een Paastoernooi in Alkmaar in 1959 viel de eerste uitnodiging voor het Nederlands team in de bus. Al snel volgden wedstrijden en toernooien op internationaal niveau, voornamelijk binnen Europa. De trainingen werden op donderdagavond en zaterdagmiddag in Den Haag in het MILVA-kamp gehouden. Trainer-coach was de roemruchte Henk Blok, docent aan de Haagse Academie voor Lichamelijke Opvoeding. In die tijd was Den Haag het middelpunt van de volleybalsport. Een andere grote naam in die tijd was Cees van Zweeden, trainer-coach van het Nederlands herenteam.

Omdat ik bij The Smash te weinig wedstrijdervaring op hoog niveau kon opdoen, stapte ik op dringend advies van Henk Blok over naar de Amsterdamse damesclub ‘Boemerang’ die in de hoogste klasse van Nederland (toen nog hoofdklasse) speelde. Ik werd direct geselecteerd voor het eerste damesteam, dat in drie achtereenvolgende jaren clubkampioen van Nederland werd en daarnaast uitgeroepen werd tot West-Europees kampioen. Zes speelsters maakten tevens deel uit van het Nederlands team!

Ik bleef in Castricum wonen en in Alkmaar werken. In Utrecht volgde ik vanaf 1962 een deeltijdstudie, waarvan de colleges op zaterdag werden gegeven. Er moest dus veel worden gereisd en het was een druk bestaan. Gelukkig verleende mijn werkgever veel medewerking en kreeg ik zelfs vrije dagen voor afwezigheid tijdens toernooien. Er was toen nauwelijks sprake van onkostenvergoeding, betaling en medische begeleiding door de volleybalbond. Hoe anders is dat tegenwoordig! Hoogtepunten in mijn carrière waren ongetwijfeld de deelname aan de wereldkampioenschappen in Moskou (1962) en de Europese kampioenschappen in Boekarest (1963).

Ik ben in 1964 gestopt met actief wedstrijdvolleybal. In het seizoen 1964-1965 ben ik nog wel op het oude nest teruggekeerd als trainster van The Smash. Nadat ik in 1965 trouwde met Theo van der Kuil (ook Smash-lid), zijn we naar Oss verhuisd. In 1969 verkasten we naar Alphen aan den Rijn. Ik werd weer lid van Boemerang en werd opgenomen in het vroegere kampioensteam, dat nu als veteranenteam deelnam aan de afdelingscompetitie Amsterdam. Op verzoek van de club heb ik nog even meegespeeld in het eerste damesteam, dat toen in de eredivisie uitkwam.”

Het 40-jarig jubileum

In 1992 bestaat de vereniging 40 jaar. Burgemeester Schouwenaar stelt in een jubileumboekje dat het 40-jarig bestaan van een vereniging iets is om bij stil te staan:
Stilstaan is echter iets dat niet goed bij Bosta/The Smash past. Zij hebben dan ook de twaalf spelers van het Nederlandse team uitgenodigd om een volleybal-clinic te verzorgen.” Het is een groot spektakel geworden. Aan 1400 toeschouwers laat het nationaal team zien wat nu precies topvolleybal betekent.
Castricum stond even op z’n kop en terecht, een groot compliment aan de organiserende vereniging Bosta/The Smash”, aldus De Castricummer.

De viering van het jubileum is een groot succes. Toch typeert Rein Luijckx de jaren 1990 als een ‘zeurende tijd’. Er zijn veel bestuurswisselingen en het ledenaantal loopt terug. Het is een mindere tijd voor de vereniging en een fusie met de andere volleybalclub in Castricum lijkt noodzakelijk te worden.

Dynamo

Logo van Dynamo.
Logo van Dynamo.

De beginjaren

Ruim zes jaar na de oprichting van The Smash wordt op initiatief van Kees Kabel een tweede volleybalvereniging in Castricum opgericht en wel op 1 september 1958. Kees trekt er zelf op uit om de nodige leden te werven. Hij slaat een


Jaarboek 39, pagina 38

goede slag door een grote Castricumse familie te bewegen zich aan te melden als lid: de familie Wokke. Deze familie groeit zo’n beetje uit tot hofleverancier.
De eerste jaren traint de vereniging in de zaal van café Borst in Bakkum. Later worden de trainingen gehouden in de toen nieuwe gymzaal aan de Juliana van Stolbergstraat. Vanaf die tijd gaat het bergopwaarts met Dynamo. De vereniging speelt vanaf het seizoen 1959-1960 in de volleybal- competitie. Ook de competitiewedstrijden van Dynamo worden in de veilinghal in Alkmaar gespeeld.

Een jeugdteam van Dynamo begin jaren 1960 met staande links en rechts de teamleiders resp. Dik en Klaas Wokke.
Een jeugdteam van Dynamo begin jaren 1960 met staande links en rechts de teamleiders resp. Dik en Klaas Wokke.

Gymles

Klaas en Dik Wokke worden in de beginperiode lid van Dynamo. Dik zit in het laatste jaar van de Mulo en gymdocent Jan Karel Smit heeft hem enthousiast gemaakt voor de volleybalsport. Smit, die volleybal heel actief promoot in zijn lessen, is een van de ledenwervers voor de vereniging. Ook Klaas, de broer van Dik, is er vroeg bij. Op de leeftijd van 17 jaar wordt hij al penningmeester. Vrij snel daarna worden de statuten gewijzigd, waarin bepaald wordt dat de penningmeester meerderjarig moet zijn. Klaas wordt tweede penningmeester, maar eigenlijk blijft hij nog steeds de boekhouding doen.
In de jaren 1962 en 1963 worden door het zeer actieve bestuur ook nog afdelingen voor atletiek en basketbal opgezet. Beide afdelingen hebben echter binnen Dynamo geen lang leven gehad. Klaas Wokke:
We wilden een brede vereniging worden en het idee was om alles onder één dak te doen. De sporten waren echter te verschillend en ook de kosten waren niet vergelijkbaar. Het was dus niet met elkaar te rijmen.”

De atletiektak gaat zelfstandig verder onder de naam ‘Atletiek Vereniging Castricum’ en de basketbaltak onder de naam ‘Sea Devils’. Na deze bewogen jaren wordt Dynamo weer volledig een volleybalclub en wordt er een nieuw bestuur gevormd met als voorzitter René Gort.

Het spelen in de competitie in Alkmaar kost veel inzet en financiële offers. Het nieuwe bestuur vraagt daarom een overschrijving aan naar district IJmond, zodat in de sporthal in Heemskerk gespeeld kan worden. Het spelpeil ligt in deze afdeling echter hoger, wat betekent dat zowel het eerste dames- als herenteam alle zeilen moet bijzetten om een goed figuur te slaan. De financiële zorgen blijven echter bestaan en ook het noodgedwongen wisselen van de trainers doet daar geen goed aan. Desalniettemin blijft het gezelligheidsaspect een grote rol spelen. Er worden regelmatig feestavonden op touw gezet, waarvoor destijds veel belangstelling is. Een grote animator hierbij is Klaas Wokke. Zo organiseert hij ook cabaretavonden. In 1972 wordt hij voorzitter.

Ton Kenter.
Ton Kenter.

Een bijzondere vereniging

Oud-voorzitter Ton Kenter stelt dat Dynamo een bijzondere vereniging was. Bijzonder, omdat het leveren van prestaties niet de hoogste prioriteit heeft. Leden van Dynamo beoefenen het volleybalspel als een stuk ontspanning en noodzakelijk tegenwicht voor de dagelijkse inspanning, waarbij het plezier in de sportbeoefening voorop staat:
Men spant zich tot het uiterste in en als dan een wedstrijd toch verloren gaat, tillen leden van Dynamo daar niet zo aan. Opvallend is dan ook de prettige sfeer binnen de vereniging die ‘Ontspanning door Inspanning’ een waar woord laat zijn. Dynamo voorziet daardoor in de behoefte van de vooral wat oudere volleybalspelers(sters), waardoor prestaties niet meer primair zijn.”

Jaren 1980

Het begin van de jaren ’80 blijkt erg succesvol te zijn. In het seizoen ‘80-‘81 wordt het tweede herenteam kampioen van de tweede klasse. Ze spelen hun kampioenswedstrijd tegen hun plaatsgenoten van The Smash. Het team had vier sets nodig om tot een overwinning van 3-1 te komen.

Het seizoen 1982-1983 is erg geslaagd voor de dames. In de competitie verliezen ze slechts één wedstrijd. Op 11 maart vieren zij hun kampioenschap als ze van de dames van WVV ’72 uit Wijk aan Zee met 0-3 winnen. Onder de bezielende leiding van Alie Rozemeijer komt het eerste damesteam daarmee weer terug in de eerste klasse, waaruit de dames drie jaar eerder op ongelukkige wijze degradeerden.


Jaarboek 39, pagina 39

In 1983 heeft Dynamo 140 leden, allemaal senioren. Naast een recreatieve afdeling nemen in totaal vier heren- en vijf damesteams deel aan de competitie.

Het vierde damesteam dat in 1983 kampioen werd.
Het vierde damesteam dat in 1983 kampioen werd. V.l.n.r. staand: Coach Leo van der Linden, Gerda Weener, Joke Zuur, Josefien Snijders, Gatha Briefjes en trainer Frank Bruggeling; gehurkt: Carla Janzen, Rina Jonker, Lieneke Cools en Marianne Jansen.

Zilveren jubileum

Het 25-jarig jubileum wordt in 1983 gevierd met een drietal volleybaltoernooien in de wedstrijd- en recreatieve sfeer. Een van de toernooien is het MIX-toernooi. Dit toernooi werd eerder al aan het eind van ieder seizoen gespeeld. Klaas Wokke:
“Alle teams werden gemixt. Jong en oud, man of vrouw, alles werd door elkaar gegooid. Het winnende team won de houten stoof. Die maakte ik indertijd zelf, want ik was timmerman-meubelmaker.”
Dat de familie Wokke veel leden levert, blijkt wel in dit jubileumjaar. In het jubileumblad voor het zilveren jubileum wordt gesteld dat het nog een hele klus is om alle teams in te delen:
Dat zal nooit naar ieders wens gaan, kijk maar: er zijn zo veel Wokke’s (oud en nieuw), zodat alleen al daarvan teams te maken zijn.” Het is een druk toernooi geworden met maar liefst 120 aanmeldingen van zowel leden als oud-leden.

Een tweede toernooi op het jubileumfeest in 1983 is het Castricums Volleybaltoernooi: een evenement voor diverse sportverenigingen, politie, muziekvereniging Emergo, buurtverenigingen etc. In totaal nemen er 19 organisaties aan deel. Dit evenement blijkt een groot succes. Het jaar daarop wordt het toernooi opnieuw georganiseerd en doen er 28 teams mee. Na de openingsspeech van voorzitter Ton Kenter slaat wethouder Wokke de eerste bal. Het is een groot spektakel. Op de publieke tribune wordt er veelvuldig aangemoedigd en het spelpeil groeit per gespeelde serie. Zelfs spandoeken zijn aanwezig. In de finale strijden AVC en TC Bakkum tegen elkaar voor het winnen van de wisselbokaal. Als Bakkum aan scoren toekomt, is de tijd om. AVC wint met 17-1.

Het eerste damesteam van Dynamo dat in 1993 kampioen werd in de eerste klasse.
Het eerste damesteam van Dynamo dat in 1993 kampioen werd in de eerste klasse. V.l.n.r. staand: Margreet Cools, Lia de Ruyter, Maureen Rozemeijer en trainer/coach Bert van Leijden; gehurkt: Joke van der Horst, Annie Wokke en Alie Beentjes; zittend: Marja Boeters, Iris Stuifbergen en Janneke Kunst.

Ook bij Dynamo gaat het in de jaren 1990, net als bij The Smash, niet zo goed als in eerdere jaren. Het ledenaantal loopt terug en het wordt steeds moeilijker om vrijwilligers en bestuursleden te vinden. Een fusie met The Smash lijkt dus ook voor Dynamo onvermijdelijk. Er worden nog wel wat teams kampioen, zoals het eerste damesteam in 1993 en het tweede herenteam in 1994.

Het tweede herenteam van Dynamo dat in 1994 kampioen werd in klasse 3b van het district Zaanstreek/ IJmond.
Het tweede herenteam van Dynamo dat in 1994 kampioen werd in klasse 3b van het district Zaanstreek/ IJmond. V.l.n.r. staand: Jan Zonneveld, Martin van Zijtveld, Paul Meyerhof en trainer Rein Luijckx; knielend: Frank Bruggeling, Hans van Weenen, Nico Sprenkeling, Erik Bosma en Jacob Prins.

Jaarboek 39, pagina 40

Croonenburg

Logog van Croonenburg.
Logog van Croonenburg.

Een fusie tussen The Smash en Dynamo wordt in 1986 voor het eerst besproken. Er zijn echter geruchten dat er al eerder besprekingen zijn geweest. Het initiatief tot een fusie gaat in 1986 uit van Piet van Rij, lid van The Smash. In het Noordhollands Dagblad zegt hij:
Bij The Smash wordt een belangrijk deel van het verenigingsgebeuren bepaald door de topteams. Het recreatiegedeelte wordt steeds kleiner, waardoor de mogelijkheden in die sector afnemen.
Bij Dynamo ligt het zwaartepunt juist op de recreatie. Een samengaan van de clubs zou een sterke, grote vereniging tot gevolg hebben, waarin prestatie- en recreatiesport goed vertegenwoordigd zouden zijn
.”

Maar bij Dynamo zorgt deze prestatiementaliteit juist voor angst. De leden van Dynamo geven in een ledenvergadering in april 1986 het bestuur van hun club geen toestemming om verder te gaan met de fusiebesprekingen. Op de vergadering zijn 70 van de 160 leden aanwezig en een meerderheid blijkt de plannen van het bestuur niet te ondersteunen. Kenter vertelt dat de leden bang waren dat de ontspannen manier van volleyballen verloren zou gaan bij een fusie. Dynamo had namelijk een brede basis maar een smalle top, terwijl het bij The Smash juist andersom was. Ook het financiële aspect speelt hierbij een rol. De kosten van topsport zijn een stuk hoger dan de kosten van recreatiesport. De conclusie van de ledenavond is dan ook dat de doelstellingen van beide clubs nog te ver uit elkaar liggen. Kenter ziet op dat moment echter nog steeds mogelijkheden tot samenwerking. In het Noordhollands Dagblad van 18 april 1986 stelt hij:
Een samengaan van de twee clubs in de gemeente Castricum is ontegenzeggelijk in het belang van de volleybalsport in zijn algemeenheid. De contacten zullen blijven bestaan. Dynamo is er nu nog niet rijp voor, maar misschien over enkele jaren wel.
Het duurt nog meer dan tien jaar voordat een fusie werkelijkheid wordt. Beide verenigingen hebben steeds grotere moeite om leden te behouden en om voldoende vrijwilligers te werven. In juli 1998 wordt een enquête over de fusieplannen onder de leden van beide verenigingen gehouden. De leden reageren hier positief op. Bij Dynamo is zelfs 80 procent voor de fusie. Na deze positieve uitslag wordt er een fusiecommissie in het leven geroepen, waarvan Ton Kenter voorzitter is.

Voorzitter Arjen Pauzenga (links) overhandigt het jeugdplan aan jeugdvoorzitter Rein Luijckx.
Voorzitter Arjen Pauzenga (links) overhandigt het jeugdplan aan jeugdvoorzitter Rein Luijckx.

Arjen Pauzenga zit namens The Smash in de fusiecommissie en vertelt dat het er tot het laatste moment om hing


Jaarboek 39, pagina 41

of de fusie door zou gaan. Ook Ton Kenter beaamt dit. In een gezamenlijke ledenvergadering in 1999 zou het besluit genomen worden.
Er was een ontzettend grote opkomst en het was tot het laatste moment spannend of alle leden akkoord gingen. Gelukkig was dit het geval!”, aldus Pauzenga. Kenter denkt dat de voorspoedige fusie te maken heeft met de grondige voorbereidingen van de fusiecommissie:
“In ieder stadium zijn de leden op de hoogte gehouden door middel van een fusiekrant. In de commissie werden we het over alle aspecten eens, waardoor er voor niemand verrassingen waren. Een goede basis was dat beide clubs op dat moment financieel gezond waren. De contributies verschilden niet veel. We hadden gekozen om voor alle secties de middenweg te nemen, waardoor de verhogingen of verlagingen tot enkele guldens beperkt werden. Ter compensatie van verhogingen waren de trainingstijden uitgebreid.”
 Er werd voor gekozen om de teamsamenstellingen niet te wijzigen in de eerste jaren. “We wilden iedereen de gelegenheid geven om te wennen aan de nieuwe situatie. Er was tijd nodig om elkaar te leren kennen en sommige teamleden speelden al zo lang samen in een team. Het zou te rigoureus zijn om die teams uit elkaar te trekken”, aldus Kenter.

De fusievereniging is een feit op 1 juli 1999 en Herman Bouwhuis is de eerste voorzitter. Maar hoe komen de volleyballers nu aan de naam Croonenburg? Het blijkt dat ze deze naam te danken hebben aan Arjen Pauzenga:
“We hadden een wedstrijd uitgeschreven, maar hier kwamgeen goede naam uit voort. Alleen maar van die slappe of flauwe namen. In het zaaltje waar we op een gegeven moment aan het vergaderen waren, hing een kalender met daarop slot Croonenburg. En toen riep ik: Is dat geen leuke naam?”
Een leuk detail is dat Oud-Castricum aan deze kalender heeft meegewerkt.

De A-jongens van Croonenburg werden derde van Nederland in 2012.
De A-jongens van Croonenburg werden derde van Nederland in 2012. V.l.n.r. Tim Schoon, Thijs Liefting, Robin Molenaars, Auke Pauzenga, Tobias van der Stelt, Jannes van der Ham, Elmar Hoberg, Bas Oudejans en Arjen Pauzenga (coach).

De eerste jaren van VV Croonenburg

Het behouden van leden blijkt echter ook voor de nieuwe vereniging een probleem. De eerste jaren van de fusie gaat het dan ook niet veel beter. In 2005 staan Arjen Pauzenga en Rein Luijckx op: “We moeten er iets van maken, anders verpietert de boel!” Pauzenga en Luijckx zetten zich daarom in om nieuwe jeugdleden te werven. Bij voldoende jeugdleden zou de vereniging namelijk vanzelf gezond blijven, omdat zij weer doorstromen naar de hogere teams als ze ouder worden. In 2006 wordt een jeugdplan gepresenteerd. De ambitie is het bereiken van honderd jeugdleden en dat wordt ook gehaald. Pauzenga:
We gingen duidelijker communiceren dat we goede trainers hebben en echt kwaliteit kunnen bieden. En we gaven bijvoorbeeld clinics op basisscholen. De vereniging leefde echt weer helemaal op. Je merkte bijvoorbeeld ook dat oud-eredivisiespelers weer clinics gingen geven en zowel de jongens als de meisjes deden mee aan het Nederlands kampioenschap voor clubteamsDe jongens en meisjes van de A-jeugd werden in 2012 respectievelijk derde en vijfde van Nederland en dat is toch een mooi resultaat te noemen!


Jaarboek 39, pagina 42

Luijckx vult hem aan: “Deze twee jeugdteams vormden de basis voor de eerste teams. Het eerste herenteam van Croonenburg heeft derde divisie gespeeld en het eerste damesteam kwam tot het seizoen 2015-2016 uit in de tweede divisie. Beide teams spelen nu in de promotieklasse. Bijna alle spelers komen uit de eigen jeugd voort, wat het succes van het jeugdplan bevestigt.”

In februari van dit jaar verwelkomt Croonenburg haar 200e lid. De gelukkig is Jan Verberne die een bloemetje ontvangt uit handen van voorzitter Rein Luijckx.
In februari van dit jaar verwelkomt Croonenburg haar 200e lid. De gelukkig is Jan Verberne die een bloemetje ontvangt uit handen van voorzitter Rein Luijckx.

In februari 2016 wordt het 200e lid van Croonenburg hartelijk begroet. Penningmeester Ed Kuhlman is daar volgens het Nieuwsblad voor Castricum van 24 februari j.l. erg blij mee:
“Ik ben sinds september vorig jaar penningmeester en ik zie dat we in het afgelopen jaar al meer dan 40 nieuwe aanmeldingen hebben gehad. De trend zet zich ook in 2016 door. Op naar de 250!”

Ereleden en erevoorzitters

De nieuwe volleybalvereniging heeft de ereleden en erevoorzitter van The Smash overgenomen. Dynamo kende deze titels niet. Hans Boske en Arjen Pauzenga werden door Croonenburg benoemd.

Bill Super
Bill Super

Ereleden:

  • Bill Super
  • Jan Borst
  • Hans Boske
  • Cas Bottemanne
  • Jan Metselaar
  • Andries Terpstra
  • Dorine Uljee

Erevoorzitters:

  • Cock Hageman
  • Arjen Pauzenga

Jaarboek 39, pagina 43

Nieuwe projecten

De club blijft op zoek naar nieuwe projecten. Zo heeft het bestuur zich ingezet voor het realiseren van een beach-volleybalveld in Castricum.
We zijn zelf op zoek gegaan naar een locatie en ontdekten een groenstrook bij AVC (Atletiekvereniging Castricum). De gemeente was eerst enthousiast, maar ging daarna toch moeilijk doen. Uiteindelijk is het toch gelukt. We hebben echt letterlijk alles zelf gedaan, zelfs het zagen en schroeven van de palen. En zonder een cent subsidie!”, aldus een trotse Pauzenga.

Het beachvolleybaltoernooi werd in 2016 voor de 25e keer gehouden.
Het beachvolleybaltoernooi werd in 2016 voor de 25e keer gehouden.

Rein Luijckx, die voorzitter Arjen Pauzenga in oktober 2015 opvolgde, vertelt dat het beachvolleybaltoernooi de functie van het vroegere Pinkstertoernooi heeft overgenomen:
De cultuur van buitentoernooien afgaan bestaat niet echt meer, maar beachvolleybal is ontzettend populair geworden. We vinden het belangrijk dat mensen het hele jaar door kunnen volleyballen. Als de zomerstop eind april begint, dan kan men na de meivakantie beginnen met beachvolleybal. Van de zaal naar het zand, noemen we het.
Aan het Bakkum Beachvolleybaltoernooi kunnen zowel recreanten als competitiespelende teams meedoen. Dit jaar werd het evenement voor de 25e keer gehouden, wat gevierd werd met een reünie.

Naast het beachvolleybaltoernooi organiseerde Croonenburg een aantal jaren het GFT-toernooi. Luijckx zegt daarover:
“Dit was echt een toernooi voor Castricum. We deelden het dorp in op basis van de inzamelingswijken. Vandaar dus de naam GFT. In eerste instantie hadden we de grootste ambities en zagen we helemaal voor ons hoe er meerdere voorrondes gespeeld werden in de diverse wijken. Zo’n succes werd het niet, maar we hebben een hoop lol gehad. We speelden op de grasveldjes bij de Vondellaan en Arjan Lute was zogenaamd de grasmeester. Frank Boske schreef stukjes voor de lokale kranten, waarin hij stelde dat Arjan ook gevraagd was grasmeester te worden in de Arena. Je zag dan een foto van Arjan met een loep bij het gras. Ook hebben we een brief gestuurd naar de NOC*NSF om te vragen of de Olympische Spelen van Sydney (in 2000) niet verplaatst konden worden, omdat ze op dezelfde dag vielen als het GFT-toernooi …”

Nijntje Beweegdiploma kun je halen bij Croonenburg.
Nijntje Beweegdiploma kun je halen bij Croonenburg.

Ook op dit moment (in 2016) is Croonenburg nog druk bezig met vernieuwen. Ze zijn dit jaar begonnen met ‘Funvolley’. Dat is volleybal voor 2- tot 6-jarigen die het Nijntje Beweegdiploma behalen na het volgen van het Funvolley beweegprogramma. Een uniek programma, want Croonenburg is de eerste volleybalvereniging die dit diploma aanbiedt. Daarnaast is de club druk bezig om zich meer te richten op recreatievolleybal in samenwerking met andere partijen. Zo is de club een project gestart met GGZ-instelling Dijk en Duin. Cliënten van deze instelling spelen samen met de volleyballers van Croonenburg. De cliënten van Dijk en Duin ervaren op deze manier minder drempels om door te stromen naar een reguliere sportvereniging als Croonenburg en de volleyballers van Croonenburg hebben zo de mogelijkheid om een uurtje extra te trainen.

Slotwoord

De volleybalsport kent een bewogen geschiedenis in Castricum, maar heeft door de oprichting van Croonenburg een stabiele basis gevonden. De fusievereniging blijft zich continu ontwikkelen en vernieuwen. Men zal in de toekomst dus nog genoeg gaan horen van deze actieve volleybalclub.

Laurette Levi
Hans Boot

Bronnen:

  • Archiefmateriaal volleybalverenigingen;
  • Archief Werkgroep Oud-Castricum;
  • Diverse regionale kranten.

Met dank aan:
 Frank Bruggeling, Cock HagemanTon Kenter, Jenny van der Kuil – Turkstra, Rein Luijckx, Jan Metselaar, Peter Over, Arjen Pauzenga, Marijke Renooij – van ’t Loo, Lia de Ruyter, Jan Karel Smit, Hans van Weenen, Dik Wokke, Klaas Wokke en Joke Zuur.

Bakkerij, De – 40 jaar (Jaarboek 38 2015 pg 38-47)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over Verenigingen in Castricum:
amateurtuindersBakkerijbiljartcarnavalfanfare (muziek)gymnastiek (atletiek) – hengelsport –Kennemer ijsbaan – Perspectief – scoutingtennistoneelvoetbalvolleybal


Jaarboek 38, pagina 38

De Bakkerij 40 jaar: van jeugdsociëteit tot poppodium

‘De Bakkerij’ is al ruim 40 jaar een begrip in Castricum. In dit artikel, waaraan door diverse betrokkenen is meegewerkt, leest u hoe De Bakkerij aan zijn naam komt, hoe die eerste jaren waren en over de sluiting van het pand aan het Bakkerspleintje na 33 jaar in augustus 2007. Ook komt de oprichting van de Vereniging Vrienden van De Bakkerij in 2005 aan de orde. Daarnaast worden de rol van de jongerenwerkers en de diverse activiteiten en evenementen belicht. Uiteraard wordt er ook niet voorbijgegaan aan de strijd die moest worden geleverd om ‘De nieuwe Bak’ te verkrijgen en te kunnen uitbreiden.

Er zijn vele rommelmarkten gehouden voor De Bakkerij. Hier proberen de veilingmeesters geld in te zamelen op 27 augustus 1973.
Er zijn vele rommelmarkten gehouden voor De Bakkerij. Hier proberen de veilingmeesters v.l.n.r. Willem Heesterbeek, Paul Schekkerman en Gerard Bouwhuis geld in te zamelen op 27 augustus 1973.

Ongeorganiseerde jeugd

Eind jaren 1960 nam het idee van een jeugdsociëteit voor de ‘ongeorganiseerde’ jeugd van Castricum steeds vastere vormen aan.
“Ongeorganiseerde jeugd was vooral de jeugd die niet bij de sportclub, culturele of andersoortige verenigingen kwam”, zegt Hans van Balgooi, die als 20-jarige betrokken was bij de totstandkoming van De Bakkerij. Maar wat wilde de jeugd? Er waren toch al genoeg kroegen in het dorp? Immers in die tijd kwam half Noord-Holland in Castricum stappen. Wat wil je dan nog? Hans:
“We wilden het vooral zelf doen, zelf activiteiten organiseren. Maar vooral wilden we een eigen plek waar we niet weggejaagd zouden worden.”

De jongeren die achter dit idee stonden, klopten aan bij de gemeente. De ongeorganiseerde jeugd wilde zich organiseren. Een geschikt pand was moeilijk te vinden. De initiatiefnemers hebben toen heel wat omzwervingen gemaakt door Castricum en omgeving. Zo had je de schuur van Heesterbeek aan de Oude Haarlemmerweg, waar wel eens activiteiten georganiseerd werden. Hans: “De politie is daar wel eens binnengevallen, omdat er ‘exotische geuren’ gemeld waren. Op dat moment zaten er 30 mensen te vergaderen; allemaal netjes aan de cola.”

De elfde rommelmarkt wordt voorbereid.
De elfde rommelmarkt wordt voorbereid. V.l.n.r.: Dick van der Kolk, Saskia Modder, Jan Willem van Wetering, Jan Vos en Hans Hofstra.

De voorgeschiedenis

De wens om ruimte voor jongeren werd al in 1954 in de gemeenteraad geuit door het bevlogen raadslid mevrouw Jacobs – Wentink. Het Castricums Centraal Jeugdoverleg, dat 32 verenigingen vertegenwoordigde, brak in 1965 een lans voor een jeugdcentrum. In de naoorlogse jaren was de aandacht vooral gericht op wederopbouw, infrastructuur en onderwijsvoorzieningen. Grote wensen als een bejaardencentrum of een zwembad konden nog niet in vervulling gaan. Pas toen het aantal inwoners sterk begon te stijgen door realisering van de wijk Molendijk, eind jaren (negentien)zestig, werd er meer mogelijk. Burgemeester Van Boxtel zette in 1969 het begrip samenlevingsopbouw op de agenda en de gemeente liet door het Provinciaal Opbouworgaan, in de persoon van drs. Absil, een onderzoek uitvoeren. Een van de conclusies was dat een activiteitencentrum en daarbij een jeugdsociëteit in een behoefte zou voorzien. De gemeenteraad nam in april 1971 die aanbeveling over. Tot uitvoering is het echter nooit gekomen.


Jaarboek 38, pagina 39

Opnieuw een initiatief

Nadat eind jaren (negentien)zestig in Castricum meerdere initiatieven vanuit de jeugd voor een eigen organisatie vroegtijdig sneuvelden (onder andere B.O.C., Live in Peace en C.C.C.), namen enkele jongeren opnieuw het initiatief om tot een eigen organisatie te komen. Piet van der Schilde, Angèle Veldt en Hans van Balgooi maakten een stencil met de oproep aan jongeren om op 14 april 1971 in de schuur van Heesterbeek aan de Hollaan in Castricum bij elkaar te komen. Ondanks dat Ajax op de TV tegen Atlético Madrid moest spelen, kwamen die avond 60 jongeren bijeen en vormden een Startgroep Jeugdsociëteit, die met begeleiding van de Provinciale Jeugdraad aan de slag zou gaan. De basis voor de jeugdsociëteit, die later De Bakkerij zou gaan heten, is toen gelegd.

Eerst moesten er financiële middelen komen. Na een aantal vergaderingen van de startgroep en de gemeente, begin 1971, vond op 28 augustus van dat jaar de eerste rommelmarkt plaats. In de maand daarvoor gingen ruim 75 jongeren met een bakfiets door Castricum om oude spullen op te halen. De rommelmarkt, inclusief loterij en veiling, was een groot succes; er was een opbrengst van ruim 4.000 gulden.

In die tijd ging de startgroep op bezoek bij andere jeugdinitiatieven in de buurt. De groep bestond toen uit een aantal van die ongeorganiseerde jeugdleden, te weten Marga Bakker, Frans Borst, Gerard Bouwhuis, André Dekker, Theo Kaandorp, Marian Luijckx, Piet van de Schilde, Egbert Tates, Wim Heesterbeek, Peter Borst en Evert Hissink. Daarnaast werden ze ondersteund vanuit de provincie. In september 1971 kwam de startgroep met de ‘Nota Jeugdsociëteit Castricum’ en vroeg aan de gemeente hulp bij het zoeken naar een accommodatie en financiële steun. Van Balgooi
In de bijna drie jaar dat het duurde om een eigen onderkomen te vinden, hebben we in en om Castricum in totaal ruim 24 panden bezocht. Dat waren onder andere de Breedeweg 40, de Duinrandschool en de boerderij van Kuijs aan de Alkmaarderstraatweg, Zelfs de mogelijkheid van een tijdelijke voorziening aan de Walingstuin werd overwogen.”

Er werd een stichtingsakte voor de Stichting Jeugdsociëteit Castricum opgesteld, waarin de doelstelling als volgt werd omschreven:
het bieden en realiseren van mogelijkheden voor ontmoeting, vorming en recreatie van jongeren. De stichting tracht dit doel te bereiken door het inrichten en exploiteren van een voor het werk van de stichting benodigde accommodatie.
De akte werd op 25 mei 1972 gepasseerd en ook de formele start van de jeugdsociëteit was toen een feit.

Het pand dat van Gerard Hemmer werd gekocht.
Het pand dat van Gerard Hemmer werd gekocht.

In oktober 1972 berichtten burgemeester en wethouders de gemeenteraad dat een oplossing voor het ruimtevraagstuk nog niet in zicht was. Nog geen twee weken later stuurde het college een nieuw voorstel naar de raad. Een ambtenaar was met het idee gekomen om de jeugdsociëteit te vestigen in de voormalige bakkerij van Gerard Hemmer aan de Dorpsstraat. Bestuur van de jeugdsociëteit, de startgroep en de consulent van de Provinciale Jeugdraad: iedereen was enthousiast. De onderhandelingen begonnen en er werden inrichtingsplannen gemaakt.

Hans van Balgooi: “Hemmer wilde zijn oude bakkerij verhuren aan de gemeente, maar begon te twijfelen. De gemeente meldde op dinsdag 15 mei 1973 dat ze er niet uitkwamen. De jongeren merkten dat ze er bijna waren. Diezelfde dag werd er een brief naar de gemeente gestuurd dat er gedemonstreerd zou worden op zaterdag 19 mei. Het zou de grootste demonstratie worden die ooit in Castricum is gehouden. Uiteindelijk kreeg de Jeugdsociëteit Castricum het bericht dat wethouder Van Hemert toch op 18 mei een voorlopige koopovereenkomst had gesloten. De demonstratie werd daarop afgeblazen.”
Op 28 juni 1973 stelde de gemeenteraad 105.000 gulden beschikbaar voor de verbouwing.

Voorzitter Tineke Raimond opent De Bakkerij op 5 oktober 1974.
Voorzitter Tineke Raimond opent De Bakkerij op 5 oktober 1974.

Opening

Op de dag na Kerst 1973 werd het pand overgedragen. Gerard Hemmer was daar natuurlijk bij, maar achteraf met een tragische afloop. Hij werd namelijk onwel tijdens de overdracht en is later die dag overleden.


Jaarboek 38, pagina 40

De verbouwing begon. De grote ruimte beneden was geschikt voor optredens; daarnaast was er nog een ruimte voor kleinschalige activiteiten, een bestuurskamer en de voormalige meelzolder werd later het bekende koffiehuis. De entree van het gebouw kwam aan de vroegere achterzijde. Op 5 oktober 1974 werd De Bakkerij geopend. Het weiland, later een parkeerplaats, werd het Bakkerspleintje genoemd.

In 1902 nam Hendrik Hemmer de bakkerij van Nicolaas Kehl over. In 1927 liet hij dit dubbel pand bouwen.
In 1902 nam Hendrik Hemmer de bakkerij van Nicolaas Kehl over. In 1927 liet hij dit dubbel pand bouwen.

Miranda Giling – Hemmer over het gebouw van De Bakkerij aan het Bakkerspleintje:
“Hendrikus Hemmer, de vader van mijn opa Gerard, had een bakkerij en winkel-woning op de Ruiterweg 71. Deze heette Bakkerij De Hoop. Later werd dit van mijn opa Gerard.
Aan de Dorpsstraat 52a stond een schuur van bollenboer Nicolaas Kehl, die ook bakker was. In deze bollenschuur bevond zich een bakkerij. Dit pand had Hendrikus Hemmer in 1902 gekocht, gesloopt en daarop bouwde hij de winkelpanden Dorpsstraat 50 en 52.
In de oorlog is Bakkerij De Hoop gesloopt door de Duitsers en werden mijn opa en vader gedwongen naar de Dorpsstraat te verhuizen, waar zij boven de winkel gingen wonen. Na de oorlog heeft mijn opa de winkels en bakkerij verhuurd. De Bakkerij (achter de winkelpanden) werd aan de gemeente verkocht.”

De Bakkerij, een kweekvijver van eigen talenten

Direct na de opening is er door de jongeren in Castricum gretig gebruik gemaakt van de nieuwe ruimte. Het werd onder andere een plek waar het krioelde van muzikale talenten. Ondermeer Jakob, Kees en Leon Klaasse, Peter van Straten, Peter ‘PeeWee’ Warnier, Erik Mooijman, Jos van Beest, Bert Baars, Ian Boelens, Gerard Bouwhuis, Frans Hendriks, Toon Hollanders, Hans Oldenburg en Rini Oudhuis speelden en oefenden in De Bakkerij en zouden zeer bekende namen in de Nederlandse muziekwereld worden.

Zo ontstond in 1978 in De Bakkerij een eigen huisband, ‘Pee Wee and the Specials’, genoemd naar de oprichter Peter Warnier die zijn eerste gitaar had gekocht en vol bravour verkondigde dat hij de beste basgitarist van Nederland zou worden. Beroemd werd hij wel. Met Pee Wee waren zij elke vrijdagavond live op de radio in het VPRO-programma De Suite van onder anderen Jan Donkers. Ook zaten zij minimaal een dag per week met Wim T. Schippers, alias Harko Wind, in de Vara-studio’s.

De groep Bram Vermeulen en de Toekomst in 1979 voor De Bakkerij.
De groep Bram Vermeulen en de Toekomst in 1979 voor De Bakkerij. Achter Bram v.l.n.r. Jakob Klaasse, Peter Warnier, Erik Mooijman, Frans Hendriks en Jan de Hont.

Vier van hen vormden samen met Jan de Hont (‘ZZ en de Maskers’) en Bram Vermeulen (‘Neerlands Hoop’) de groep ‘Bram Vermeulen en de Toekomst’, waarmee ze zelfs een Edison verdienden. Jacob en Frans werkten als producer mee aan vele succesvolle platen. Jacob werd ook bekend als toetsenist bij Boudewijn de Groot. Frans Hendriks en Peter Warnier specialiseerden zich in geluid. Frans begon een eigen geluidstudio in Limmen en daar werden veel bekende Nederlandse producties opgenomen. Peter begon een studio in Amsterdam, gespecialiseerd in geluid bij TV-series en films, en zijn bedrijf kreeg meerdere keren een Gouden Kalf voor het beste filmgeluid. Erik speelde jarenlang bij ‘De Maskers’ en nu nog steeds bij de in West-Friesland wereldberoemde ‘Oôs Joôs’.
Jos van Beest is niet alleen in Nederland bekend geworden, maar vooral ook in Japan. Gerard Bouwhuis is beroemd geworden als pianist bij vele orkesten en ensembles, onder meer bij het ‘Xenakis ensemble’ en hij werd docent hedendaagse muziek bij het Koninklijk Conservatorium.
Dit zijn slechts enkele voorbeelden. De lijst van alle Castricumse jongeren die hun talent ontwikkeld hebben in De Bakkerij, is bijna onuitputtelijk geworden.

Behalve muziek werden er ook andere activiteiten opgezet. Dat kon niet allemaal zonder begeleiding. Met overheidsbijdragen werd het mogelijk om jongerenwerkers aan te stellen. Er kon zelfs gebruik gemaakt worden van de regeling voor ‘Tewerkstelling van erkende gewetensbezwaren militaire dienst’.
Chris van der Hoeven was vanaf 1977 tot medio 1980 projectleider bij De Bakkerij en werd daarna betrokken bij de opstelling van een gemeentelijk beleidsplan voor het sociaal-cultureel werk. Chris: “In mijn herinnering


Jaarboek 38, pagina 41

bruiste De Bakkerij dankzij zo’n 60 vrijwilligers van allerlei activiteiten op het gebied van muziek, film, theater enzovoort. Er werd yogales gegeven, er was een teken- en schildercursus en wekelijks een biologisch eethuisje. Op woensdagmiddag werd er van alles voor kinderen georganiseerd en zelfs het vrouwencafé vond er onderdak. Bands oefenden en speelden er. Ook schrijvers, waaronder Jules Deelder, zijn er opgetreden. Het was soms hectisch, intensief en spannend, maar ik kijk er met een goed gevoel op terug.”

Punkfestival in 1979 met de groep The Ex.
Punkfestival in 1979 met de groep The Ex.

Halverwege 1979, in juni, klaagden veel buurtbewoners over hinder van geluidsoverlast bij optredens en oefensessies. De Bakkerij organiseerde haar eigen punkfestival, volgens overlevering het eerste punkfestival van Nederland. Oorspronkelijk zou het festival drie dagen duren, maar dat heeft het niet gehaald. Het volgende ooggetuigenverslag komt uit het punkblad STRIJD-ZWEET (september-oktober 1979):
“Toen we op het station aankwamen was het daar al gezelliger gemaakt. Het concert begon om 20.00 uur met de nieuwe groep The Ex. (..) Ze speelden nummers die langzaam begonnen en later sneller werden. Persoonlijk vond ik de langzame stukken te lang duren en de snelle stukken te kort.”
Na The Ex volgden nog de Workmates en De Kapotjes. Daarna was de avond voorbij.
Maar wie dacht dat de punkers weer rustig naar het station vertrokken, heeft het goed mis. Uit het ooggetuigenverslag:
“Een heleboel punkers gingen dus naar het station. Onderweg hebben wat dronken punkers de nodige ruiten ingegooid en hier en daar nog wat gevochten, wordt beweerd. Op het station aangekomen gingen er punks op de rails liggen en sloopten reclameborden. De trein zou om 23.44 uur vertrekken, maar vertrok pas een half uur later.”

Burgemeester Gmelich Meijling besloot om de rest van het festival af te gelasten. ‘Dit met instemming van het bestuur’ volgens de krant. Het bestuur kreeg van de organisatie in elk geval de zwarte Piet toegespeeld.

De gemeente besloot na dat jaar om de geluidswering van De Bakkerij te verbeteren om de hinder, die buurtbewoners ondervonden, te beperken. Hierin werd 47.000 gulden geïnvesteerd. In september 1980 zijn duidelijke afspraken gemaakt tussen het bestuur en burgemeester Gmelich Meijling over het inroepen van assistentie van de politie. Het bestuur van De Bakkerij merkte dat de sfeer van gezelligheid en gelijkheid bedreigd werd door jongeren uit de Zaanstreek en Amsterdam. Bij de ingang werd het lidmaatschap gecontroleerd en niet-leden werden weggestuurd. De jeugdsociëteit en de gemeente hadden iedere maand een gesprek over de gang van zaken.

Vanaf 1980 bleef het soms nog onrustig door verschillende groepen jongeren die ‘niet binnen de filosofie van De Bakkerij’ vielen. Vrouwen werden bij sommige optredens lastig gevallen, consumpties werden niet betaald etc. etc. Met de gemeente werden afspraken gemaakt over het tijdelijk niet meer organiseren van grote evenementen en het doen van aangifte door het bestuur als er weer iets zou voorvallen. De jaren daarna, behoudens een enkel incident, bleef het rustig in en om De Bakkerij en ontwikkelde daarentegen vooral de Dorpsstraat met haar horeca zich als uitgaanscentrum en onrustplek.

Castricum als uitgaanscentrum

Castricum was vanaf de jaren (negentien)zestig tot beginjaren (negentien)negentig van de vorige eeuw het uitgaanscentrum in de omgeving. Uit de Zaanstreek en uit Alkmaar trokken in het weekend veel mensen naar Castricum. Op zaterdagavonden was het dorp vol bezoekers die van kroeg naar kroeg togen. Het liep regelmatig uit de hand en er was veel onrust rondom de horeca. Zo erg, dat er politie te paard werd aangetrokken om het uitgaanspubliek in toom te houden.
Omdat er ook veel op het station en in de trein vernield werd, stopten in het weekend de laatste treinen tussen Amsterdam en Alkmaar niet meer in Castricum. Burgemeester Schouwenaar stelde uiteindelijk het zogenaamde twaalf uur verbod in. Na twaalf uur mocht je niet meer van kroeg wisselen. Deze maatregel werd streng gehandhaafd. Het werd rustiger in de Dorpsstraat, ook omdat er bijvoorbeeld in Uitgeest een grote uitgaansgelegenheid bijkwam.

De onrust bij de cafés op de Dorpsstraat in die tijd stond in schril contrast met de rust die leefde op het Bakkerspleintje. De bezoekers van De Bakkerij trokken meestal niet van kroeg naar kroeg, maar kwamen voor de muziek en de sfeer of waren werkzaam als vrijwilliger. De sociale controle en zorg van de groep vrijwilligers zorgden ervoor dat er zich vrijwel geen problemen voordeden. Bovendien werd er, naast frisdranken, alleen bier en wijn geschonken en beperkte het drugsgebruik zich tot soft drugs. Harddrugsgebruikers werden zonder pardon het pand uitgezet.


Jaarboek 38, pagina 42

Voorzitter Ria Beens reikt een medaille uit aan vrijwilliger Mark Borst van De Bakkerij.
Voorzitter Ria Beens reikt een medaille uit aan vrijwilliger Mark Borst van De Bakkerij.

Ria Beens; mijn eigen ervaringen

“In 1983 ben ik in Castricum komen wonen samen met mijn man en drie kinderen in de leeftijd van 12, 13 en 16 jaar. Om in te burgeren zocht ik vrijwilligerswerk. Zo kwam ik terecht in het bestuur van de Stichting Open jeugd- en jongerenwerk De Bakkerij, snel daarna werd ik voorzitter. Ik had geen enkele ervaring met dit soort werk en was onbekend met het uitgaansleven en drank- en drugsgebruik. Wel kreeg ik van verschillende kanten waarschuwingen en mensen zeiden vaak dat ik niet wist waar ik aan begon.

De Bakkerij werd, in die tijd, nog ruim gesubsidieerd door de gemeente. Er werkten twee jongerenwerkers en een administratieve kracht. Het bestuur bestond uit oudere mensen aangevuld met een paar vrijwilligers. De Bakkerij was elke middag en avond open en ook ’s morgens kwamen er nogal eens jongeren binnenlopen. Iedereen was welkom, zo kwam ook Jan de Wildt vaak een kopje koffie drinken. En als jongeren problemen hadden, konden ze terecht bij de jongerenwerkers of de administratieve kracht.
Naast muziek- en theateravonden in het weekend werd er nog veel meer georganiseerd: theatercursussen, thema- en meisjesavonden, Koninginnedag, activiteiten voor jongere kinderen en dergelijke. Overdag was het koffiehuis open. Jonge mensen konden elkaar hier ontmoeten, hun huiswerk doen, hun problemen bespreken, een spelletje doen of alleen maar hangen.
Er waren meestal tussen de 50 à 60 vrijwilligers actief, die toen nog ondersteund werden door de jongerenwerkers. En die jonge mensen namen hun verantwoording; zij letten op elkaar en op de bezoekers. Als het ergens fout ging, als iemand te veel dronk of te veel blowde, werd hij of zij daarop aangesproken. Meisjes werden niet lastig gevallen en als dat welgebeurde, werd er onmiddellijk actie ondernomen.

Na alles wat ik gezien en meegemaakt heb in De Bakkerij, wist ik dat het negatieve imago van De Bakkerij niet klopte. In plaats van een drugshol was het een goede en veilige plek om te verblijven en dat gold voor de punker, maar ook voor mensen die het niet zo getroffen hadden in het leven, zoals patiënten van Duin en Bosch of kinderen die op school buiten de boot vielen. De Bakkerij was een gelegenheid waar ik mijn kinderen graag naar toe zou sturen.
Al met al kijk ik met veel plezier terug op de tijd dat ik voorzitter was. Er is voor De Bakkerij veel veranderd en het is een wonder dat na 40 jaar nog steeds jonge vrijwilligers (nu zonder ondersteuning) het oude gevoel levend hebben gehouden. Nog steeds is De Bakkerij een goede en veilige plek om uit te gaan en als je van muziek houdt, kom je altijd aan je trekken, zeker als je zelf vrijwilliger wordt.
Ik heb groot respect voor de jongeren, die ondanks alle tegenslagen en gebrek aan geld erin slagen om in Castricum het jongerenwerk vorm te geven.”

Bestuursleden Theo Smit en Janine Cornel - Draijer in 1994. Er was even sprake van dat de naam De Bakkerij zou veranderen in een vraagteken, maar van dat idee werd snel afgestapt.
Bestuursleden Theo Smit en Janine Cornel – Draijer in 1994. Er was even sprake van dat de naam De Bakkerij zou veranderen in een vraagteken, maar van dat idee werd snel afgestapt.

In 1990 (rectificatie uit jaarboek 39: Ria Beens is voorzitter van de Bakkerij tot 1 mei 1990; zij werd opgevolgd door Janine Cornel-Draijer) begon Janine Cornel – Draijer als voorzitter van De Bakkerij. De tijden waren veranderd, maar de instelling en ideeën waren nog dezelfde als ruim tien jaar eerder. Op de top van de hype werd er bijvoorbeeld in 1994 een ruilbeurs georganiseerd voor Flippo’s. Dat waren schijfjes die bij de chips zaten en waarop verschillende stripfiguren waren afgebeeld.
“Dat was een leuke middag, maar het was wel apart om ouders te zien ruziën over een bepaalde Flippo”, vertelt Janine. “De vroegste plannen voor de nieuwbouw op het Bakkerspleintje waren er al in 1986.


Jaarboek 38, pagina 43

In die tijd waren er ook lezingen en optredens van nu bekende artiesten en vertellers. Zo trad Sanne Wallis de Vries wel eens op, gaf Midas Dekkers een lezing over zijn boeken, Roberto Jacketti &the Scooters waren te beluisteren en ook Hans Dulfer was een graag geziene gast.”

In De Bakkerij hebben ook bestuurders ervaring opgedaan. Jane Postelmans, de eerste secretaris van de Stichting Jeugdsociëteit Castricum, is wethouder in Castricum geworden, evenals Chris van der Hoeven. Ria Beens is in verschillende gemeenten wethouder en waarnemend-burgemeester geweest. Janine Cornel – Draijer kwam in de gemeenteraad en Arda Gerkens is zelfs lid van de Eerste Kamer geworden. Egbert Tates en Peter Broer, ook Bakkerij-ers van het eerste uur, zijn directeur geworden van grote welzijnsinstellingen. Zo hebben meerdere personen bestuurlijke roots in De Bakkerij liggen.

Oprichting Stichting Welzijn

Wethouder Jan Postma ging in januari 1994 de discussie aan om te komen tot een fusie van de Gemeenschapsraad, de Bakkerij en de Stichting Dienstverlening Ouderen Castricum in een te vormen Stichting Welzijn. De overweging was dat de drie instellingen geïsoleerd van elkaar werkten en dat door het bij elkaar brengen van beroepskrachten een kwaliteitsverbetering kon worden bewerkstelligd en doeltreffender op maatschappelijke ontwikkelingen gereageerd kon worden. De huidige doelgroep van De Bakkerij werd te beperkt gevonden.

Vele discussies en rapporten volgden daarop. De drie instellingen ondertekenden op 9 maart 1998 een intentieverklaring. Daarna werd met hulp van een extern bureau begonnen aan een draaiboek voor de organisatie van een nieuwe geïntegreerde welzijnsinstelling. Op 20 april 2000 werd dan eindelijk de fusie van de drie instellingen bekrachtigd. Burgemeester Waal reikte de gemeentelijke legpenning uit aan de voorzitters van de Gemeenschapsraad, stichting Dienstverlening Ouderen en De Bakkerij, respectievelijk Jennie Plazier, Lyda de Nie en Fons Verbeek.

Stichting Welzijn en De Bakkerij

De gemeenteraad liet onderzoek doen naar een nieuw jeugdbeleid. Op basis van de beleidsnota ‘Preventief jeugdbeleid in de gemeente Castricum’ besloot de gemeenteraad in 1998 de aandacht meer te richten op tieners in plaats van twintigplussers, wat ook gevolgen moest hebben voor de inzet van jongerenwerkers. De door de gemeente gewenste doelgroep voor het jongerencentrum werd 12 tot hooguit 20 jaar, terwijl De Bakkerij zich altijd op een oudere groep richtte van 15 tot 25 jaar.

In verband met plannen voor een winkelcentrum aan het Bakkerspleintje werd de huur van de voormalige bakkerij opgezegd en in 1999 werd overeengekomen dat het pand nog gebruikt zou mogen worden tot de realisering van de nieuwe centrumplannen. De gemeente nam de inspanningsverplichting op zich om voor het jongerenwerk geschikte vervangende ruimte in het dorpscentrum te zoeken. Ondertussen ging de stichting Jeugdsociëteit Castricum op in de Stichting Welzijn. In 2003 kwam het pand van de discotheek Enjoy aan de Stationsweg te koop. Dat pand werd door de gemeente als een goede oplossing voor de nieuwe doelgroep gezien. De inmiddels gevormde stichting Welzijn oordeelde positief. De stichting opteerde voor een open inloopcentrum waar activiteiten voor tieners konden plaats vinden. Enjoy paste in de nieuwe gemeentelijke visie op jeugd- en jongerenwerk. De subsidie moest met name aangewend worden voor de doelgroep 12-18 jaar. Maar de vrijwilligers van De Bakkerij wilde zich blijven richten op de doelgroep tussen de 16 en 25 jaar. Met de gemeentelijke keuze voor het tienercentrum was de zoektocht voor vervanging van de oude Bakkerij dus nog niet afgesloten.

Op 15 september 2004 werd de huur van de Bakkerij formeel opgezegd en sloot het jongerencentrum. Uit onvrede hiermee werd de Vereniging Vrienden van De Bakkerij opgericht op 10 januari 2005. Deze nam het stokje over en kreeg toestemming om het oude gebouw nog te blijven gebruiken zo lang dat mogelijk was. Op 19 februari 2005 opende De Bakkerij haar deuren weer, nu zonder beroepskrachten of exploitatiesubsidie. De vrijwilligers vormden weer het bestuur.

Joris Pekel tijdens een optreden van de groep Kovitok.
Joris Pekel tijdens een optreden van de groep Kovitok.

Joris Pekel vertelde het volgende:
“Ik kwam op mijn 15e al in De Bakkerij. Het was de enige plek waar je vrij en fijn kon zitten met teveel gel in je haar, een brilletje en een trui die je moeder nog uitgezocht had (lekker warm).
En toen ging ie dicht. Er moest gebouwd worden. En dus hop, stichting Welzijn er uit en het pand leeg. Alleen de bouwvergunning was nog niet rond en zodoende zou de Bakkerij als een doorn in het oog leeg staan aan het Bakkerspleintje. Het was dus tijd voor actie. De Vereniging Vrienden van de Bakkerij werd een feit en opeens zaten we met de gemeente om tafel. Het hele proces kan ik me niet meer herinneren, maar na een aantal maanden was het hoge woord er uit: jullie krijgen niks, maar wel het pand zolang het niet echt plat gaat. Dat bleek stiekem het beste te zijn wat De Bakkerij ooit had kunnen over-


Jaarboek 38, pagina 44

komen: vier muren, een dak, een geluidsinstallatie, geen buren, geen geld, een bar en een heleboel vrijwilligers met meer motivatie dan ooit. En vergeet het koffiehuis niet. De bron van menig, wat later bleek, geniale avond, tevens ook de bron van veel waardeloze avonden maar die laat ik even buiten beschouwing (…).”

De gemeente had tijdens de eerste sluiting toegezegd om op zoek te gaan in Castricum naar een alternatieve locatie. Het poppodium kreeg echter niks en moest met niks alles doen. De activiteiten die op touw werden gezet liepen goed en De Bakkerij bevestigde zijn bestaansrecht in Castricum nog meer. Helaas kwam in december 2006 het ‘verlossende’ woord van de gemeente: ‘Er is geen alternatieve locatie voor De Bakkerij’. Een doffe klap voor de vrijwilligers, het bestuur en bezoekers.

Ondersteund door voldoende handtekeningen wisten Hans van Balgooi en Paul Schekkerman in 2007 door het eerste burgerinitiatief in Castricum een voorstel op de raadsagenda te krijgen voor een onderzoek naar vestiging op de locatie Dorpsstraat 24 en 24A. De gemeenteraad besloot op 8 maart 2007 een bedrag van 10.000 euro beschikbaar te stellen, maar het pand werd uiteindelijk aan derden verkocht.

Sluiting van De Bakkerij op 15 augustus 2007.
Sluiting van De Bakkerij op 15 augustus 2007.

De Bakkerij ging op 15 augustus 2007 definitief dicht. Rouwkransen, kaarsjes en liters lauwe Schultenbrau van de Aldi (liefkozend ook wel Sjoet genoemd) bezegelden het lot van ‘de ouwe bak’. In februari 2008 werd het pand definitief gesloopt om plaats te maken voor het nieuwe Bakkerspleintje.

Sloop van het pand in februari 2008.
Sloop van het pand in februari 2008.

De ‘Bakloze’ tijd

Tussen 2007 en 2010 is door de vrijwilligers en het bestuur gezocht naar een nieuw pand. Deze tijd staat in de historie van De Bakkerij bekend als de ‘Bakloze’ tijd. In die periode zijn er een heleboel leuke, toffe en interessante evenementen en optredens geweest in bevriende kroegen en podia. Erwin Bennink, heel actief betrokken bij de Bakloze tijd, heeft daarover het volgende geschreven:
“De Bakloze periode wordt het genoemd. Een ludieke, maar toch ook trieste verwijzing naar het feit dat De Bakkerij dakloos was geworden. Ik was toen net bezig om vrijwilliger te worden. Mijn carrière binnen De Bakkerij was al bijna voorbij, voordat deze goed en wel was begonnen. Gelukkig was dit niet direct het einde van De Bakkerij zelf. De vrijwilligers en de bezoekers van De Bakkerij zijn er de personen niet naar om snel op te geven. Waar een wil is, is een weg. Dat hebben ‘De Bakkerij-ers’, zowel recent als in het verleden, meerdere malen bewezen.

De bezoekers van De Bakkerij vonden tijdelijk onderdak in de leegstaande Voem Voembar aan de Dorpsstraat 52.
De bezoekers van De Bakkerij vonden tijdelijk onderdak in de leegstaande Voem Voembar aan de Dorpsstraat 52.

De Bakkerij kon toen terecht bij andere cafés en poppodia in de regio. Er werden afspraken gemaakt, avonden gepland en bandjes geboekt. Onze eigen apparatuur werd dan in de BakBus (een brandweerrode Ford Transit uit 1968) geladen en gereden naar de locatie. Met veel bellen, e-mailen en sms’en werden de chauffeurs, technici, til hulpen en entreeërs (de vrijwilligers die op een avond de entreegelden innen) tevoorschijn getoverd die de avonden voorbereidden en tot een succes maakten. De mensen hiervoor hadden we nog in huis of werden snel hiertoe opgeleid. Het werk kon verschillen van een rondje rijden met de BakBus (het lieve ding had nu eenmaal een eigen wil) tot een cursus geluidstechniek. Dat ging gepaard met een trouw publiek voor de avonden. Omdat er op een vrij


Jaarboek 38, pagina 45

regelmatige basis avonden werden georganiseerd, bleef men goed betrokken bij De Bakkerij. De avonden waren ook weer een gelegenheid om elkaar te spreken en het ‘wij-gevoel’ weer te beleven.”

Na de sluiting van De Bakkerij werd ongeveer een dag erna de leegstaande Voem Voembar aan de Dorpsstraat 52 gekraakt. De Voem Voem werd omgedoopt tot ‘De Voemerij’ en de Bakkerij-ers hadden wederom een pand. Het bestuur ‘wist natuurlijk van niets’, zoals het liet blijken in een brief van augustus 2007 naar het gemeentebestuur:
“Wij willen benadrukken dat deze actie niet door het bestuur van de vereniging is georganiseerd, doch dat het een actie betreft van een aantal bezoekers van De Bakkerij. Dit wil echter niet zeggen dat het bestuur geen begrip toont voor de actievoerders. Uit contacten die inmiddels hebben plaatsgevonden blijkt dat de kraak niet uit baldadigheid heeft plaatsgevonden, maar een protestactie is die als doel heeft om de grote behoefte te benadrukken aan een plek om activiteiten voort te zetten.” En verder: “De mate waarin de actievoerders hart voor de zaak ten toon spreiden, laat ons niet onberoerd.”

Er werd dus, net zoals in de periode 1971-1974, zonder succes weer gezocht naar een plek voor De Bakkerij. Daarentegen vond in de Bakloze tijd een mooi nieuw festival plaats. In 2016 zal zijn tiende editie gevierd worden.

Het Uit je Bak Festival trekt altijd veel bezoekers.
Het Uit je Bak Festival trekt altijd veel bezoekers.

Uit je Bak Festival

Het ‘Uit Je Bak Festival’ werd voor het eerst in 2007 georganiseerd op het ‘oude stijl’ Bakkerspleintje. De reden was dat De Bakkerij uit haar pand moest en de vrijwilligers, leden en bezoekers nog eenmaal een feestje wilden bouwen.

Erwin Bennink: “Het allereerste Uit Je Bak Festival was een laatste mogelijkheid om nog flink te knallen voor en in De Bakkerij op het Bakkerspleintje. Waar het idee precies vandaan kwam, weet ik niet meer, maar er werd een jaar daarop (2008) een tweede editie georganiseerd. Ditmaal op De Brink. Ter plekke werd er een podium gebouwd, stonden er een paar kraampjes met informatie over De Bakkerij en was er een bar. Alle ingrediënten voor een goede dag waren er. Het enige wat toen niet meehielp was het weer. De wind en de regen gooiden toen flink wat roet in het eten. Ondanks dat werd er besloten om in 2009 weer een Uit Je Bak festival te organiseren. Gelukkig konden we het jaar daarop in de oude campingwinkel Smitveld aan de Stetweg terecht. Het pand stond al enige tijd leeg en De Bakkerij kreeg het in bruikleen. Het podium, dat in de regen dienst had gedaan, bleek niet praktisch te zijn om elke keer opnieuw op te bouwen. In Smitveld werden door enkele handige mensen twee podiums gebouwd.
Smitveld betekende voor de mensen van De Bakkerij weer een plek om samen te komen, om te vergaderen en om te klussen. Het is zelfs de reden geweest om het Bakkerij Twitter-account te starten. Via Twitter werd er gecommuniceerd wanneer Smitveld, liefkozend Smiffelt genoemd, open zou zijn om te werken. De eerste tweet hierover is verstuurd op 21 juni 2009. Er kwamen in die tijd ook nieuwe vrijwilligers aanwaaien die meehielpen met het bedenken en maken van decorstukken. Een prachtige periode die werd gevolgd door een zeer succesvol Uit Je Bak. Het was in mijn ogen een kantelpunt in de roerige geschiedenis van De Bakkerij. Het liet nogmaals zien dat De Bakkerij bestaansrecht heeft in Castricum en in een behoefte voorziet. Wat wij allemaal wisten en waarvoor wij hard aan het werk waren, werd nu nogmaals duidelijk voor de inwoners van Castricum.”

Op zoek naar een plek voor de derde editie van Uit je Bak in 2009 stapte de organisatie in de BakBus en maakte een rondje door Castricum.
“Het buitenpodium op Dijk en Duin, Camping Bakkum, het park bij de Oosterweide, we hebben veel locaties bezocht”, zegt Laurette Levi. Uiteindelijk viel het oog op het Willem de Rijkepark nabij Geesterduin aan de Soomerwegh. De vergunning werd aangevraagd bij de gemeente en werd, tot verbazing maar ook blijdschap van sommige vrijwilligers, toegekend. Het parkje was namelijk nog nooit gebruikt voor iets anders. Laurette:
“In hetzelfde weekend was ook de kermis van Castricum, dus de gemeente was wat nerveus na het verlenen van de vergunning van Uit Je Bak. Op een zeker moment wilde de gemeente de vergunning terugtrekken, omdat twee grote evenementen in Castricum wellicht wat te veel was.”
Het bleek achteraf aardig mee te vallen. Tijdens de evaluatie met de gemeente in de week na het festival bleek zelfs dat de beheerder van de groenvoorziening laaiend enthousiast was geweest. Uit Je Bak had


Jaarboek 38, pagina 46

zijn plekje gevonden. Het festival kon tijdens de derde editie (de eerste in het park) groeien en door subsidie van de gemeente en het Europese Youth Action fonds kon de organisatie stappen zetten. Van een naar twee podia en met een line-up waar men nu U tegen zou zeggen: Go Back To The Zoo & Elle Bandita traden dat jaar op. 
“Go Back To The Zoo kwam optreden alleen voor een compensatie van de reiskosten”, vertelt Laurette trots. Nog geen half jaar later braken ze door en spelen tegenwoordig vaak op grote feesten en festivals.
Dat de programmeurs van Uit Je Bak het wel vaker aan het goede eind hadden blijkt uit het volgende. In 2010 trad de band Moss op, die eind augustus van dat jaar op Lowlands speelde. Op Uit Je Bak was deze band nog gratis en in een kleinere setting te zien. Andere bands die nu zijn doorgebroken, zijn onder andere Dearworld, John Coffey en I am Oak. Allemaal in het verleden te zien geweest op Uit Je Bak.
Ook op Koninginnedag of nu Koningsdag wordt al vanaf 1974 jaarlijks een festival georganiseerd door vrijwilligers van De Bakkerij.

Deze groepsfoto werd op 26 november 2008 genomen voor het pand van Fatels aan de Puikman. De Vereniging Vrienden van De Bakkerij wilde in de leegstaande aardbeienloods tijdelijk haar intrek nemen totdat de plannen voor een definitieve vestiging in café Me Tante gerealiseerd konden worden.
Deze groepsfoto werd op 26 november 2008 genomen voor het pand van Fatels aan de Puikman. De Vereniging Vrienden van De Bakkerij wilde in de leegstaande aardbeienloods tijdelijk haar intrek nemen totdat de plannen voor een definitieve vestiging in café Me Tante gerealiseerd konden worden.

Zoektocht naar ruimte wordt voortgezet

Verder met De Bakkerij zelf. Ergens in 2008 had het bestuur een ander pand op het oog: de ‘Strawberry Queen’, het oude pand van Fatels tussen de Puikman en het station, waar nu Huis van Hilde staat. Ook het voormalige pand van Smitveld, waar nu een tractor- en landbouwwinkel is gevestigd, had een oplossing kunnen zijn.

De volgende serieuze optie was de verdieping boven café ‘Me Tante’. Oorspronkelijk heette dit café uit 1911 ‘De Landbouw’, zoals nog leesbaar is op de gevel. Het was de bedoeling dat de bovenwoningen omgebouwd zouden worden, maar dat plan bleek niet haalbaar. Aankoop van het pand en uitbreiding daarvan met een zaal was de volgende optie. De gemeenteraad besloot op 26 februari 2009 om de 10.000 euro, eerder aan De Bakkerij toegekend naar aanleiding van het eerste burgeriitiatief van Castricum, ter beschikking te stellen voor onderzoek naar de haalbaarheid van deze plannen.

Ondertekening van het voorlopige contract voor aankoop van café Me Tante op 24 november 2009.
Ondertekening van het voorlopige contract voor aankoop van café Me Tante op 24 november 2009. V.l.n.r.: Laurette Levi, Jaap Jan Smit (eigenaar Me Tante), Paul Schekkerman, Fons Bleijendaal, Hans van Balgooi, Jarl Hector, Valentijn Brouwer en Eelco Zwikker (voorzitter De Bakkerij).

Een ondernemingsplan werd geschreven door de vrijwilligers en aan de bank voorgelegd. Er werd in principe positief gereageerd op een aanzienlijke financiering. Na maanden van onderhandelen sloten de Vereniging Vrienden van De Bakkerij en de eigenaar van café Me Tante in november 2009 een voorlopig koopcontract. Het grootste gedeelte van de aankoop werd door een hypotheek gefinancierd, een kleiner deel was nog niet gedekt. Daarvoor werd hulp gezocht vanuit de gemeenschap. De gemeenteraad ging in januari 2010 akkoord met ondersteuning van de aankoop van het pand aan de Dorpsstraat 30. Een achtergestelde lening (de gemeente wordt als eerste aangesproken bij een faillissement) werd verstrekt en daarmee werd de financiering mogelijk, mede dankzij de jaarlijkse gemeentesubsidie. Samen met belangrijke bijdragen van de provincie en het Oranjefonds werd het plan haalbaar. De verbouwing kon beginnen en in september 2010, na een grondige en creatieve verbouwing, was het dan zover. Een knallend openingsweekend zorgde voor een goede start.

Nieuwe zaal

Vanaf het begin was het de bedoeling om het pand om te bouwen tot een multifunctionele accommodatie.


Jaarboek 38, pagina 47

Aan de aankoop bleken een aantal haken en ogen te zitten. Het gebouw was niet geschikt als muziekcafé en zeker niet als poppodium. De geluidsisolatie liet zoveel te wensen over dat de Milieudienst in 2012 het geluid wilde beperken tot maximaal 78 dB. Ter vergelijking: in een druk restaurant wordt al een hoger geluidsniveau gehaald. Dat betekende dat de inkomstenverwachting fors naar beneden moesten worden bijgesteld. De Vereniging is tegen het opleggen van deze voorschriften in beroep gegaan en in november 2013 vond de rechtszaak plaats. De uitspraak in januari 2014 luidde dat de rechter het beroep gegrond verklaarde en het bestreden besluit van de gemeente vernietigde. Het besluit van de rechtbank kwam er op neer dat de isolatie die aan het pand was toegevoegd, voldoende was om te voldoen aan de geluidsnormen, gegeven de ligging van het pand.

In september 2012 werd een omgevingsvergunning afgegeven voor de bouw van de nieuwe zaal achter De Bakkerij en daartegen werden zes bezwaarschriften ingediend. In afwachting van de uitslag van de lopende procedures werd besloten om het bestaande café te verkleinen en van extra geluidsisolatie te voorzien om een betere exploitatie mogelijk te maken. In het café werd een extra wand aangebracht, de zaal werd verkleind, er kwamen deuren in de bogen aan de voorkant en het dak en de wanden werd extra geïsoleerd.

Pas in 2014 werden alle procedures met goed resultaat beëindigd. De geluidsproblemen, de opgelegde sancties en de lange periode voordat de omgevingsvergunning definitief was, veroorzaakten een financiële aderlating, zowel voor de Vereniging Vrienden van De Bakkerij als voor de Stichting Meergranen. Deze stichting beheert het pand en treedt als verhuurder op.

Aad de Wit en Hilbrand Klijnstra slaan de eerste paal voor de nieuwe zaal.
Aad de Wit en Hilbrand Klijnstra slaan de eerste paal voor de nieuwe zaal.

Wethouder Klijnstra en Aad de Wit, voorzitter van de Stichting Meergranen, sloegen op 4 oktober 2014, 40 jaar na de eerste opening van De Bakkerij, de eerste paal voor de nieuwe zaal die afgelopen zomer werd opgeleverd. De vrijwilligers hebben, met gelden van de actie ‘Bak een steen voor De Bakkerij’, de ruimte van binnen omgetoverd tot een waardig podium. Daarmee kwam een eind aan een lange strijd van veel vrijwilligers en sympathisanten. De Bakkerij wil met de nieuwe multifunctionele accommodatie samen met andere partijen uit het dorp aan een nieuw hoofdstuk beginnen.

De huidige voorgevel van het pand aan de Dorpsstraat 30.
De huidige voorgevel van het pand aan de Dorpsstraat 30.

Elke Ross

Bronnen:

  • Regionaal Archief Alkmaar.
  • Archief De Bakkerij.
  • Archief gemeente Castricum.
  • Noord-Hollands Archief.

Met dank aan:
Hans van Balgooi, Ria Beens, Erwin Bennink, Jurgen Brand, Janine Cornel – Draijer, Miranda Giling – Hemmer, Chris van der Hoeven, Hester Jonk, Laurette Levi, Erik Mooijman, Joris Pekel, Jorinde Reijnierse, Fons Verbeek, Aad de Wit en Eelco Zwikker.

Carnaval in Pieperduin (Jaarboek 36 2013 pg 48-58)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over Verenigingen in Castricum:
amateurtuindersBakkerijbiljartcarnavalfanfare (muziek)gymnastiek (atletiek) – hengelsport –Kennemer ijsbaan – Perspectief – scoutingtennistoneelvoetbalvolleybal


Jaarboek 36, pagina 48

Tien jaar carnaval in Pieperduin (1971-1981)

Op 11 november om precies 11.11 uur begint telkenjare het carnavalsseizoen. Het feest dat zes weken voor eerste paasdag losbarst, wordt vooral gevierd in Noord-Brabant en in Limburg, maar in 1971 brak het virus ook uit in Castricum. Nu, na 40 bestaansjaren, is het evenement tenslotte uitgemond in het huidige sociale carnaval voor mensen met een verstandelijke beperking van de ‘Stichting Sociaal Carnaval Castricum’. Carnavalsvereniging ‘De Windtrappers’ is op 11 november 2011 officieel opgeheven.
De herinnering aan de vele roemruchte prinsen,feesten en optochten is het waard te worden vastgelegd.

Orgelcomité

Sommigen noemen de R.-K. Pancratiuskerk in Castricum ‘de kathedraal van Kennemerland’, anderen noemen haar een moedertjeskerk, vanwege dat koorzoldertorentje dat tegen de flank van de grote toren zit aangeplakt. Hoe het ook zij, gezegd moet worden dat het gebouw zo’n uitzonderlijke akoestiek bezit, dat de geboeide luisteraar snel de harde zit op de houten kerkbank vergeet.

Daarom was het jammer dat de kerk ongeveer 40 jaar geleden geen groot pijporgel bezat en men het moest doen met een jammerend Hammondorgeltje, dat – door enige loze pijpen aan het gezicht van de gelovigen onttrokken – slechts plastic muziek voortbracht. Muziek, die misschien hemel-tergend, maar in ieder geval oren-tergend was.

Dat een aantal parochianen het initiatief nam de kerk aan een passend orgel te helpen was dan ook te verwachten. Dit ‘Orgelcomité’ bestond uit makelaar Nico Mooij, onderwijzeres Riekie Ostheimer, de latere koster Piet Kloes en André Balink, een student die zich in het orgelspel bekwaamd had. Deze personen organiseerden op zondag 12 december 1971 om 12.00 uur een vergadering in ‘De Harmonie’ op de hoek van de Burgemeester Mooijstraat en de Mient, waar thans een chinees restaurant gevestigd is.
Aanwezig waren Nico van Amsterdam, Dick Baltus, Theo Besteman, Cor Burgmeijer, Aad de Graaf, Han Knebel, Piet Kuijs, Piet van der Maat, Jan Mul, Cees de Nijs, Co Portegies, Jan Stet, Ben Zijlstra en de eerder genoemde leden van het Orgelcomité. Inderdaad waren al deze lieden vooraanstaande (en vaak ook vooraan knielende) katholieken. Het onderwerp van de bespreking was het verwerven van een kerkorgel uit Eindhoven, dat een houten beeld van koning David op het front droeg en daarom ‘Het Davids-orgel’ wordt genoemd. Een carnavalsfeestavond moest daarvoor geld opleveren.

Prins Carnaval met zijn staf (1972).
Prins Carnaval met zijn staf (1972). Staand v.l.n.r. Aad de Graaf, Nico Mooij, Co Portegies, Han Knebel (prins Gajus), Piet van der Maat, Piet Kloes, Jan Stet, Ben Zijlstra, Dick Baltus en Nico van Amsterdam. Knielend Cor Burgmeijer, Piet Kuijs en Jan Mul.

Jaarboek 36, pagina 49

Pieperduin

In de volgende tien vergaderingen werden vele afspraken gemaakt, zodat de feestavond steeds meer gestalte kreeg. De naam van Castricum in carnavalstijd vormde geen probleem, omdat de inwoners daarvan reeds bekend stonden onder de naam ‘Duinpiepers’; ons dorp ging dus ‘Pieperduin’ heten. De naam van de te stichten vereniging werd afgeleid van het feit, dat de meeste orgels indertijd nog werden aangedreven door lieden die de balgen van de orgels met de voeten bewerkten: ‘Windtrappers’.
Er werd ook een stemming gehouden over wie de carnavalsprins moest worden en tot verbazing van een ieder won Han Knebel het van Co Portegies, ondanks het feit dat Han pas twee jaar in Castricum woonde en voor de meeste aanwezigen een onbekende was.
Hij koos als naam ‘Prins Gajus de Eerste van Pieperduin’. (Vele, vele jaren later bekende een lid van de kiescommissie dat indertijd gesjoemeld was met de uitslag, omdat men Han nog een slagje gekker vond dan zijn opponent.)

De fel begeerde onderscheiding ‘Orde van de Luie Bul’ die meestal in het gemeentehuis werd uitgereikt.
De fel begeerde onderscheiding ‘Orde van de Luie Bul’ die meestal in het gemeentehuis werd uitgereikt.

Een carnaval zonder onderscheidingen bestaat niet. Nu had de nieuwe prins een zoontje dat dagelijks op de boerderij van Stuifbergen op het Bakkumse Achterlaantje speelde en op een avond thuis kwam met de verpletterende mededeling dat boer Stuifbergen een luie bul op stal had staan, een mate van luiheid, die een ontspannen carnavalshouding goed weergeeft. ‘De Orde van de Luie Bul’ werd dan ook met een zekere geestdrift als onderscheiding aanvaard. Een ingebracht ontwerp werd zeer snel in metaal gegoten en alle leden werden met het kleinood omhangen.

Bij het betreden van de feestzaal zijn zowel burgemeester Van Boxtel als de prins de richting kwijt.
Bij het betreden van de feestzaal zijn zowel burgemeester Van Boxtel als de prins de richting kwijt.

Burgemeester Van Boxtel

Castricum had in die tijd toevallig een burgemeester die het carnavalsgebeuren met de moedermelk had ingezogen, Van Boxtel heette en uit Breda kwam. Deze burgervader stelde zich beschikbaar om de onbekwame prins in te wijden in de geheimen van carnaval. Zijn taak zou ook zijn om de sleutels van het Castricumse bestuurscentrum gedurende de carnavalstijd aan zijn vervanger af te staan.

De eerste staatsiefoto van prins Gajus in de gordijnen van Piet Kuijs (1972).
De eerste staatsiefoto van prins Gajus in de gordijnen van Piet Kuijs (1972).

De kleding van de prins vormde nog een probleem. Dat werd evenwel op een creatieve wijze opgelost, toen bij Piet Kuijs enige oude gordijnen van zolder werden gehaald en om de fragiele gestalte van de toekomstige bestuurder werden gedrapeerd. Een muts, waarin een grote veer stak, completeerde het kostuum en zo kon de eerste statiefoto met staf en bierglas tegen de achtergrond van schoon metselwerk worden genomen in het huis van Piet.

Op 12 februari 1972 was de grote dag. De voorafgaande kaartverkoop was een dusdanig succes geweest dat De Harmonie die avond vol zat. De hoofdprijs in de loterij was een half speenvarken, dat zich uitdagend bloot gaf op een zilveren schaal.
De muziek zette in en daar verscheen de burgemeester in de zaal met de nieuwe prins aan zijn zijde. De overdracht


Jaarboek 36, pagina 50

van de dorpssleutels vond na een vurige speech plaats en de prins dankte in wat nerveuze bewoordingen voor de eer. Daarna kondigde hij als opening van het feest een foxtrot varié aan, met de burgemeester en echtgenote als startend danspaar. Dit paar schoot echter in een Brabantse lachbui door een foxtrot op klompen! De prins op zijn onbekwame vingers tikkend, zette de burgervader zich aan het hoofd van een enorme hospartij die de hele zaal in beweging bracht. Het werd een uitbundige avond, waarin Pieperduin zijn carnavaleske onschuld verloor; waarop een prins voor een snelcursus hossen slaagde en waarmee netto 3.062,35 gulden werd verworven. Het enige slachtoffer was eigenlijk het speenvarken en dan nog maar voor de helft.

Kindercarnaval.
Kindercarnaval.

Tweede carnavalsjaar

In het seizoen 1972-1973 trok het carnaval als een tornado over het liefelijk Pieperduin. De nieuwe carnavalsavond in De Harmonie op 3 maart 1973 werd omringd door feesten in de bejaardencentra De Hooghe Aert, De Santmark en De Boogaert en in verzorgingsflat Sans Souci. Daar werden ook de eerste onderscheidingen verleend aan de leiding van die instellingen, te weten zuster Van Kessel, de heren P. Siewers, N. Veldt en mevrouw Hermans.
De tieners werd een feestavond aangeboden in ‘Club 538’ van Theo Besteman, waar ‘Cardinal Point’ speelde, terwijl de jongere kinderen onder leiding van Trees Knebel uitbundig feestten in de gidsenhut ‘El Cabana’ naast de Pancratiuskerk. Daar werd ook de jeugdraad gekozen.
De burgemeester was weer aanwezig in De Harmonie. Hij was daartoe afgehaald met een machtige kraan van Winder uit Limmen, waaraan een enorme krat van de verhuizer Stet bungelde, die het burgemeestersechtpaar en prins ‘Gajus de Eerste’ over het Spoorslootje tilde en naar de feestzaal droeg. Een bijzondere stunt, die door de ingevallen duisternis echter door bijna niemand werd gezien. Het feest was weer bovenaards. De boerenkapel, die spontaan uit leden van de Castricumse drumband en fanfare was gerekruteerd, musiceerde onder trompettist Jo Lute van de Mient ook nu weer als een volmaakte carnavalsband. Vermeld dient nog te worden dat de burgervader wat nadere uitleg gaf over de zuidelijke feestelijkheden. Daar stond het carnaval op zich en was niet verbonden aan een goed doel. Deze opmerking leidde tot een discussie over de samenwerking tussen het orgelcomité en De Windtrappers. Een bijdrage voor het nieuwe David-orgel werd nog wel gegeven, maar de overige verdiensten waren nodig om de carnavalsvereniging financiële armslag te geven.

Biefstuk

In 1974 kwam het carnaval pas goed los. Alle activiteiten van het voorgaande jaar werden opnieuw aangevat, maar er waren belangrijke aanvullingen. Zo trok op 8 februari 1974 de eerste carnavalsoptocht door het dorp, waarin honderden verklede kinderen meeliepen. Velen als Arabier vanwege de toenmalige oliecrisis. De carnavalswagens waren in ruil voor een kilo biefstuk onder leiding van Nico van Haaster van een vuilnisbelt in De Zilk gehaald, opgeknapt en schaamteloos als eigen werk ingezet. Het fraaiste onderdeel van de stoet bevond zich in het midden. Daar reed een antiek open rijtuig, getrokken door twee blond-bruine paarden en met twee echte koetsiers op de bok. De Raad van Elf zat opeengepakt in een te kleine ‘Jan Pleizier’ en hield zich krampachtig vast aan een krat bier in hun midden om niet uit de kar te vallen.

De eerste optocht met horden kinderen, de Raad van Elf in een te kleine ‘Jan Plezier’ en de prins en de ceremoniemeester in hun staatsierijtuig.
De eerste optocht met horden kinderen, de Raad van Elf in een te kleine ‘Jan Plezier’ en de prins en de ceremoniemeester in hun staatsierijtuig.

Of het kwam door het schrale winterweer of door de spanning is niet bekend, maar hoe dichter de stoet het centrum van het dorp naderde, des te heviger voelde de prins dat er wateroverlast dreigde, die op de Verlegde Overtoom de grootte van een dijkbreuk aannam. Bij het, nu De Kern genoemde, jeugdhuis zag de prins zijn kans schoon. Hij gelaste de koetsier zijn rijtuig tot staan te brengen en snelde zeer onwaardig het gebouw binnen, alwaar hij de dreigende watersnood voorkwam. Niemand in de optocht had evenwel op zo’n gebeuren gerekend en het begin van de optocht werd vrolijk voortgetrokken door de Pieperduinse straten, zonder te weten dat de stoet zijn staart verloren had. De koetsier van het rijtuig boog zich naar achteren voor overleg. ‘Koetsier, de zweep erover!’ luidde het korte, krachtige bevel en dat deed de koetsier. De paarden zetten zich in galop.
‘Hé!’ dachten de volgende kinderen die het rijtuig zagen verdwijnen: ‘Daar gaat de prins’, en met opgeheven rokjes en wiebelende helmen holden zij achter de wagen aan. ‘Bliksems’, vloekte de bestuurder van de Jan Pleizier, ‘Dat wordt steigeren!’ en hij spoorde zijn zwarte hengsten tot spoed. Daar rende de optocht door de Dorpsstraat, verbluft nagestaard door de toeschouwers, die van de fraaie karren nauwelijks een glimp konden opvangen. Moeders zeulden moe wordende kinderen foeterend voort tot het gemeentehuis was


Jaarboek 36, pagina 51

bereikt. Daar stond de burgemeester rustig te wachten op de komst van de prins en terwijl de kinderen nog hijgend kwamen aanrennen, reikte hij de sleutels van de macht over aan zijn tijdelijke plaatsvervanger. De sanitaire stop werd later officieel in de optocht opgenomen.

Na de plechtigheden op het bordes van het gemeentehuis ging het gezelschap naar binnen. Daar werd een alternatieve vergadering gehouden, waarbij de echte gemeenteraad op de publieke tribune zat. Vervolgens werden gemeentelijke toestanden fijnzinnig bekritiseerd. Op de agenda stond ook een ingekomen stuk, dat de zaal werd binnengedragen. Het bleek een Pieperduinse schone te zijn die terstond door de prins in zijn portefeuille werd opgenomen.
De openbare feestelijkheden vonden ‘s avonds in café Borst plaats, waar het grote bal met hossen, een prijsuitreiking voor de fraaiste en leukste verkledingen en onderscheidingen werd gevuld. Om middernacht gingen de carnavalssteken, die door de dames van de vereniging zo fijnzinnig waren vervaardigd, af en denderde het feest op volle toeren door tot in de kleine uurtjes. Het spetterende feest doofde met een sisser uit.

De voorkant van de eerste ‘Pieperduinse Hoskrant’. Vier A4-tjes in de lengte gevouwen, maar met alle adverteerders in de prijspuzzel.
De voorkant van de eerste ‘Pieperduinse Hoskrant’. Vier A4-tjes in de lengte gevouwen, maar met alle adverteerders in de prijspuzzel.

Pieperduinse Hoskrant

Het was een goede greep van De Windtrappers om voor het jaar 1975 de aftandse prins Gajus in te ruilen voorde semi-autochtoon Theo Zijlstra, die de carnavalsnaam ‘Theo Trijpspijker’ droeg en die als ‘Prins Theo de Eerste van Pieperduin’ de troepen ging aanvoeren. Zijn foto prijkte in de eerste editie van ‘De Pieperduinse Hoskrant’, een blad dat met zijn advertenties hielp de penibele financiële situatie van de vereniging ietwat te verbeteren. De eerste activiteit van de prins was aanwezig te zijn bij de opening van het nieuwe autobedrijf van Baltus aan de Soomerwegh. Een stelling vol schroeven en bouten werd daar door een onvoorzichtig carnavalslid omver gestoten. Oorzaak: er werd, vanwege het Franse automerk, uitsluitend Franse cognac geschonken op dat dorstige uur van de dag. Een bedrijfsongeval dus.
Op 8 februari nam de carnavalsprins op het bordes van het gemeentehuis onder de ogen van vele dorpelingen de sleutels van de macht over van burgemeester Van Boxtel. Daarvoor had de prins al het hele dorp doorkruist in een enorm, holklinkend biervat.

Diverse winkelbedrijven en verenigingen hadden ingehaakt op de uitnodiging ook een bijdrage aan de optocht te leveren en dat bracht veel variatie, zoals een rijdende en rokende broodoven van bakkerij Burgmeijer.
De nieuwe dignitaris werd geconfronteerd met een elftal optredens. Naast het normale programma bezocht hij zustervereniging ‘De Groene Kakatoe’ in Alkmaar, de Castricumse Mixed Hockeyclub, zorgcentrum ‘De Tunnel’ en hij hield een dweiltocht langs Pieperduinse cafés.
Bij de hockeyclub ontbrandde een uitbundig feest, dat niet geremd werd door de toespraak van de ceremoniemeester. Daarin werd aan lieden met een hoge rug aangeraden op korfballen te gaan, maar mensen met een hoge borst konden beter bij een hockeyclub terecht.
De avond eindigde ietwat chaotisch toen een lid van de carnavalsclub beticht werd van het misdrijf op de bips vaneen feestgangster te hebben getikt. Nu is het carnaval een lijfelijk feest, daar niet van, maar een latere, nauwkeurige reconstructie van het gebeurde liet van deze beschuldiging geen spaan heel.

Hanneke van Poeteren, fan van alle carnavalsprinsen. Hier met prins Ramsoes de Eerste (Ben Kuilman).
Hanneke van Poeteren, fan van alle carnavalsprinsen. Hier met prins Ramsoes de Eerste (Ben Kuilman).

Bij de bejaardencentra was de stemming euforisch. Vele aanwezigen kenden de prins al vanaf zijn jongste jaren, hadden hem toen op schoot getrokken en geknuffeld. Ook de prins kende verscheidene mensen bij naam en reikte vele jaaronderscheidingen uit.
De Orde van de Luie Bul viel dat jaar ten deel aan dorpsdichter T. Teiwes, oud-wethouder N.Veldt en de bevlogen schoolmeester C.G. Bodewes, naar wie later een straat genoemd is. Het carnaval van dat jaar smaakte naar meer.

Trien Borst

In het volgende carnavalsseizoen 1975-1976 mochten de Pieperduiners hun prins Theo weer toejuichen, maar omdat de prins een drukbezet man was, werd hij diverse malen vervangen door anderen.
Het programma leek sterk op dat van het jaar daarvoor met als hoogtepunt natuurlijk weer de sleuteloverdracht


Jaarboek 36, pagina 52

op het door de carnavalsclub uitgebouwde bordes van het gemeentehuis na de optocht. Vanaf dat bordes werden de prins en de burgemeester weer eens de lucht in gehesen om gezamenlijk hun leed te overzien.

Daarvoor was er echter een bezoek van het bonte gezelschap aan het ziekenhuis Duin en Bosch.
’s Middags al kwamen patiënten en hun bezoek samen in De Clinghe en werden de sleutels van het complex aan de prins overhandigd. Prins Theo viel bij vele aanwezigen in de smaak en vooral Hanneke van Poeteren, die verzot was op al die carnavalslui, belaagde de prinselijke hoogheid aanhankelijk.
Na het feest werd een broodje genuttigd en toen ging het gezelschap met de mook van het duo Ab Glas enige paviljoens bezoeken. Daar werd gehost en gezongen en er werden vele onderscheidingen uitgedeeld. De dag werd besloten met een uitbundig carnavalsfeest in De Clinghe. Het seizoen eindigde met een carnavalsbal in café Borst, dat de laatste energie uit het bonte gezelschap perste. Men was daar weer te gast bij Trien Borst, die wel een boegbeeld van gastvrijheid genoemd mocht worden.

Staatssecretaris Mertens, eregast in 1977.
Staatssecretaris Mertens, eregast in 1977.

Staatssecretaris Mertens op bezoek

Op het prinsenbal bij Borst op 13 november 1976, waar de nieuwe prins voor het zesde carnavalsseizoen werd aangewezen, was er slechts één kandidaat en wel Dick Baltus (Dick Regulateur), die tot ‘Prins Olievier de Eerste van Pieperduin’ werd gekroond. Hij nam zijn rol erg serieus en droeg ook altijd een washandje onder zijn prinsencape om opwellend zweet weg te wissen. Ben Kuilman was zijn ceremoniemeester.

Prins Olievier (Dick Baltus).
Prins Olievier (Dick Baltus) en verder v.l.n.r. Theo Lute, Jan de Nijs, Ton Burgmeijer, Han Knebel, Nico van Haaster, Jan Mul, Jan Groenland, Theo Zijlstra, Theo Besteman, Piet Krom, Piet Tromp en Ben Kuilman.

Op de nieuwjaarsreceptie van het gemeentebestuur trad de prins voor het eerst op en wel in vol ornaat. Daar gaf de burgemeester in een heimelijk onderonsje te kennen, dat hij een vriend uit Breda wilde uitnodigen om het carnavalsfeest eens boven de rivieren mee te beleven. Het bleek de oud-staatssecretaris Mertens te zijn, de man die eens de opmerking maakte, dat Nederland geregeerd werd door slechts 300 personen (de ‘Driehonderd van Mertens’). Afgesproken werd dat deze dignitaris op de dag van de optocht aanwezig zou zijn.
De prins bewees met zijn aanwezigheid eer aan de gebruikelijke festiviteiten bij Duin en Bosch, De Boogaert, de bejaardensoos in De Kern en het kindercarnaval in de gidsenhut El Cabana.

Toen kwam de dag van de optocht met eregast Mertens en burgemeester Van Boxtel. Zij werden in een staatsiekoets vervoerd. Alles verliep naar wens en zonder problemen zocht de optocht zich een weg door Pieperduin. Omdat het motto van dat jaar luidde: ‘We zijn er zo gezait voor in de wieg gelait’, had de commissie buitengebeuren een passende stunt bedacht. Er was een stalen draad vanuit een dakraam van het gemeentehuis naar de overzijde gespannen en daaraan hingen drie wiegen, waarvan één de sleutel van het gemeentehuis verborg. Onder aan de wiegen hingen touwtjes en een korte ruk moest de


Jaarboek 36, pagina 53

wiegen doen opengaan, zodat de inhoud naar beneden viel. De heer Mertens, daartoe uitgenodigd, greep het eerste touw en trok … het touwtje liet los en de wieg bleef hermetisch gesloten. Gelach! Toen was de burgemeester aan de beurt. Hij trok wat voorzichtiger en daar opende zich de tweede wieg. Wat als confetti naar beneden had moeten dwarrelen, viel als een bom op de onderstaanden. Gebrul! Daar trad Prins Olievier op het derde touwtje toe, gaf een ruk en bleef met het losse eindje in zijn hand staan, Gegier ! Er verscheen een rood hoofd uit het dakvenster van het gemeentehuis; de derde wieg werd nabij getrokken en op handkracht geopend. Allen zagen hoe de felbegeerde sleutel, rustig op een dwarslatje, de loop der gebeurtenissen lag af te wachten en weigerde zich naar beneden te storten. Geschater! Veel geschud bracht het ding eindelijk naar de begane grond en de plechtige overdracht kon, onder applaus, eindelijk plaats vinden. De staatssecretaris, de burgemeester, de prins en de Raad van Elf hadden voor joker gestaan en Pieperduin had in een deuk gelegen.

Na een korte receptie begaf het gezelschap van prins, ceremoniemeester en de heren Mertens en Van Boxtel zich naar het restaurant Kornman op de Mient, waar de vereniging haar gasten een copieus diner aanbood. Dat liep zo uit, dat de disgenoten veel te laat en aangeschoten bij de feestzaal aankwamen voor het grote bal, dit tot verontwaardiging van de overige carnavalsleden. De festiviteiten slaagden desondanks.
Later dankte de heer Mertens in een groot lovend interview in het Nieuwsblad voor Castricum de vereniging voor haar gastvrijheid.
Met een tienercarnaval bij Borst en een jongerencarnaval in Club 538 werden de festiviteiten afgesloten. Een carnavalspas en de oprichting van de ‘Club van 200’ werden dit jaar met veel succes ingevoerd en de Pieperduinse Hoskrant beleefde haar derde editie.

De majorettes voor het oude raadhuis in 1978. Omkijken was voor deze kleintjes nog niet verboden.
De majorettes voor het oude raadhuis in 1978. Omkijken was voor deze kleintjes nog niet verboden.

Majorettekorps

De voorbereidingen voor het nieuwe seizoen begonnen eigenlijk al het jaar daarvoor. De door de gemeente in het leven geroepen evenementencommissie, die onder meer de koninginnedagfeesten in Castricum organiseerde, miste bij het carnaval al jaren een majorettekorps. Op 24 januari 1977 deden de dames Wil Harff en Trees Knebel van genoemde commissie een poging zo’n korps op te richten. Een artikeltje daarover in Onze Krant leverde liefst 40 kandidaten op, meisjes tussen zes en tien jaar. Meteen werden Wil Foekema en Inge Haentjes – Dekker als instructrices aangetrokken. Ook de kostuumontwerpster Gerry Geerders hielp mee en sneed de jasjes uit rode stof. Een flinke groep moeders naaide de jasjes en zwarte rokjes in elkaar en er werden witte laarsjes, zwarte hoeden met een veer en batons (red: twirling stokjes) gekocht. Het benodigde geld werd door de VVV en de winkeliersverenigingen gefourneerd. Al spoedig vond het korps onderdak bij de Castricumse Fanfare en Drumband Emergo. Vooral het hanteren van de batons was moeilijk te leren. Bij het opgooien en vangen van deze apparaten kukelden hele bossen tegen de grond. ‘Blijven doordansen, meisjes!’ zeiden de juffrouwen dan.

Prins Anton (Ton Verhoeven) met de gegroeide majorettes (1984).

Het eerste echte optreden van het korps vond plaats toen Prins Hannes (Han Pennelikker), met gekruiste benen achter op een tandem gezeten, op 25 januari 1978 door zijn zwetende ceremoniemeester Ben Kuilman (Ben Baklucht) het terrein van Duin en Bosch werd opgezeuld. Ook


Jaarboek 36, pagina 54

de Raad van Elf zat op rijwielen die zij op het station hadden gehuurd. (Die huur werd later kwijtgescholden. Hulde!) De muziek voor de meisjes werd verzorgd door Ruud Molenaar met zijn geluidswagen. Zo startte de uitgebreide deelname van het korps aan het carnaval.
Op Duin en Bosch ging het carnaval wonderlijk van start. Men had nog geen bandje om ‘s middags de festiviteiten te ondersteunen en daarom was een theaterbureau gebeld, dat inderdaad een stel feestenmakers wist. Dat was dus oké. Zo arriveerde die middag een viertal oude heertjes, gestoken in blauwe blazer en grijze pantalon. Beduusd door de aanblik van de prins en het bonte gezelschap gingen ze wat doenerig hun instrumenten uitpakken. Er verscheen een drumstel, een heuse viool en een dikbuikige contrabas. De vierde man zette zich aan de piano en vervolgens werd de feestelijke potpourri van ‘Hoeperdepoep zat op de stoep’ ingezet. Via ‘Laat de klok maar luiden’ bereikten zij ‘Het bal waar de meisjes zijn’. Het klonk zo ontwapenend dat de prins en zijn raad in de polonaise bleven steken en luisterden naar het wat magere gefiedel. Het bejaarde gezelschap speelde evenwel onverdroten voort en vertelde muzikaal wat je te wachten staat als je pas getrouwd bent. Het feestcomité was in paniek, want er zat weinig hoempa in dit orkest, maar de carnavalsgangers begonnen de grap ervan in te zien en huppelden improviserend naar het einde van de feestmars. Na enige speeches was de muziek weer aan de beurt en men bracht wat emotionele flarden uit opera’s ten gehore. Daar viel geen kuitenflikker op te dansen.
Daarna was het tijd voor het bezoek aan enige paviljoens. Dat gaf veel gesleep met de piano en de andere instrumenten. De artiesten stelden zich op in het trappenhuis en onder de klanken van de schone blauwe Donau André-Rieu-den de prins en de raad van elf het gebouw binnen. Dat gaf me toch een geweldige boost zeg!

Het volgende onderdeel van het programma werd opgevuld met een speech van de prins en het verlenen van onderscheidingen aan verdienstelijke
bewoners. De ceremoniemeester gaf de muzikanten een teken en waarachtig: de viool, de contrabas en de drummer staakten hun spel. Maar de pianist had er pas goed de gang in en bleef geducht op de toetsen hameren met zijn voet steevast op het pedaal. Toen zetten de collega’s ook maar weer in. De ceremoniemeester werd dit te dol en hij sloot langzaam, doch vastberaden de klep van de piano. De bespeler van het instrument, ietwat hardhorend, vroeg toen op luide toon wat dat te betekenen had: ‘Stelletje barbaren!’
De rest van de dag trachtten vereniging en orkest tevergeefs elkaar te vinden in een gezamenlijke viering. Na afloop spraken de muzikale heren het verlangen uit om de carnavalsvereniging nooit meer tegen te komen. Dat was eigenlijk wel jammer, want een ieder had genoten van dit zonderlinge samentreffen.

De Windtrappers waren ook nog op een ander terrein actief. Men kon van aannemer Flink een nissenhut cadeau krijgen als deze snel werd afgebroken. Maar waar moest het gebouwtje geplaatst worden? Hans Groen, die een boerderij aan de Kerkedijk bezat, gaf toestemming om het bouwwerk op zijn erf te plaatsen en dat is toen bliksemsnel gebeurd. Nu hoefde men voor het opbouwen van de praalwagens minder vaak het dorp uit. Hans werd ook meteen lid van De Windtrappers.
Het grote feesten kon beginnen en het eerste gedeelte van het gebruikelijke programma werd weldra afgerond.

Het standbeeld van prins Hannes als profielschets van een nieuwe burgemeester.
Het standbeeld van prins Hannes als profielschets van een nieuwe burgemeester.

Na de optocht met twaalf praalwagens, vier muziekkorpsen, twee majorettekorpsen en vijfhonderd fraai verklede kinderen werd de prins ontvangen door de loco-burgemeester Henk Wokke, omdat de heer Van Boxtel zijn ambt in Pieperduin had neergelegd. De prins nam de sleutels van het dorp in ontvangst en onderstreepte in zijn speech dat hijzelf uitstekend paste in de profielschets van de nieuwe burgemeester, zoals door de gemeenteraad omschreven. Als bewijs liet hij door de heer Wokke alvast voor het gemeentehuis zijn standbeeld onthullen en waarachtig: het leek een beetje, hoewel er toch meer van een ‘schertsprofiel’ dan van een ‘profielschets’ sprake was. Er ontstond hierna een spontane en uitbundige hospartij in de Dorpsstraat.
Onvermeld mag blijven hoe de prins de verdere feesten bezocht, begeleid door de majorettes en boerenkapel ‘De Lekke Emmers’, om op het ‘tranenbal’ door de dames van de carnavalsvereniging van zijn prinselijke versierselen te worden ontdaan.

Prins Ramsoes de Eerste

Na een lange zomer zonder vertier brak op 8 oktober 1978 eindelijk de carnavalstijd weer aan. De mannen kwamen op 8 november bijeen om uit hun midden een carnavalsprins te kiezen. Na een zinderende strijd werd Ben Kuilman (‘Ben Baklucht’ zogezeid) gekozen tot toekomstig heerser over Pieperduin en omstreken. Hij droeg als naam: ‘Prins Ramsoes de Eerste’ en koos als motto: ‘Kijk naar je eige‘, om aan te geven dat uitbundig gedrag tijdens de feesten niets afkeurenswaardigs had. Als jaaronderscheiding werd een handspiegeltje gefiguurzaagd en aan verdienstelijke personen uitgereikt ter beschouwing van het eigen gelaat. Later deelde de missionaris Theo Lute (Theo Gaspedaal) deze attributen uit, waarmee hij de aanwezigen tot het ware carnavalsgeloof trachtte te bekeren.

Om goed te beginnen organiseerde de vereniging een ‘Bokkenbal’ bij Borst. Opvallend was dat op het biljart bij Borst een oude kinderbox werd geplaatst, waarin een heuse bok (‘Barrel de Eerste’) tevergeefs trachtte het groene laken aan te vreten.
Wat met veel geestdrift was opge-


Jaarboek 36, pagina 55

zet, eindigde in een catastrofe, omdat de bezoekers wegens de gladheid nauwelijks over het stoepetje voor Borst durfden. Met krampachtige geestdrift en weinig feestelingen werd het bal gevierd en uiteindelijk werd Barrel onder de aanwezigen verloot en is nimmer weergezien.
“Reclame kan nooit kwaad” dacht Joop Remijnse (Joop Stekenleger) en op 10 februari 1978 crosste hij met zijn oude bont geschilderde caravan (Hossovan) door het dorp, begeleid door het muziekvehikel van Ruud Molenaar en het majorettecorps dat bij de plaatselijke winkeliers de carnavalsposters ophing.

Modeshow van de Raad van Elf.
Modeshow van de Raad van Elf.

Om de komende feesten wat op te leuken had zich een cabaretgroepje uit de carnavalsleden gevormd, dat op de feesten wat voordrachten verzorgde. Zo bracht de Raad van Elf op het prinsenbal een modeshow in dameskledij op de catwalk.
Als laatste bijzonderheid kan nog vermeld worden dat na de sleuteloverdracht een touwtrek wedstrijd werd georganiseerd tussen de Raad van Elf en de gemeenteraad, die door eerstgenoemde werd gewonnen (een machtige tractor, die heimelijk aan hun einde van touw was gekoppeld, leek ietwat op vals spel). Ook de feestelijke raadsvergadering in het gemeentehuis droeg een hilarisch karakter. Dit werkstuk is in de archieven van de vereniging terug te vinden.

Prins Dokus (Theo Lute) die in 1986 terugkeerde als prins Gahoz.
Prins Dokus (Theo Lute) die in 1986 terugkeerde als prins Gahoz.

Prins Dokus

In het seizoen 1979-1980 was de Hossovan weer van stal gehaald om de aandacht van Castricum voor zijn eigen carnavalsfeest te vragen. Diverse winkelzaken namen feestartikelen op in hun assortiment en de toen beroemde drogisterij en speelgoedwinkel Vaalburg ging carnavalskleding en -speeltjes verkopen.

Carnaval was HOT in Pieperduin en de nieuwe prins, Theo Lute (Theo Gaspedaal), die zich ‘Prins Dokus de Eerste’ van het feestdorp wenste te noemen, was uiterst populair. Hij had een groot gevoel voor humor, zijn invallen waren vaak hilarisch en hij schaamde zich er niet voor om uitbundig te lachen om zijn eigen grappen. Dat hij werd gekozen tijdens de prinsverkiezing op 30 oktober 1979 was dus voorspelbaar.
Hij was het ook die de sanitaire stop, zoals die in de optocht was opgenomen, wist uit te bouwen door alle bewoners rondom de Pernéstraat erop voor te bereiden dat zij de kans maakten de prins te mogen ontvangen als plek voor dit gebeuren. Dat zou dan een collectors item opleveren, meende hij. Volgens waarnemers moet dat adres uiteindelijk Brakenburgstraat 39 geworden zijn. ‘Wij steken er de draak mee!’ was het motto van onze prinselijke rugbyfanaat.
Dat hij de prins was, werd vooral in de vierde jaargang van de Pieperduinse Hoskrant zichtbaar. Hij plaatste er een artikel in over de Castricumse bijnamen, waarin vele inwoners hun familie bijnaam genoemd zagen. Een stamboom van hemzelf, die terug ging tot de dorpsstichter Petrus Lute in 1850, werd in navolging van de jaarboeken van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum, in de krant opgenomen.
Natuurlijk had deze prins veel succes, zowel bij het bestuur van de gemeente met burgemeester Gmelich Meijling (burgemeester Smiling volgens hem) als bij de feestvierders.

In een uitvoerig gedicht in de Hoskrant werden de grote kwaliteiten van Prins Dokus weergegeven.
Nog bonter maakte het de verslaggever van ‘het Nieuwsblad voor Castricum’, die onder andere een verslag maakte van de vergadering in het gemeentehuis na de optocht. Op alle wethouders van dat ogenblik had prins Dokus commentaar. Aan het beleid van wethouder Wokke ten opzichte van het gemeenschappelijk gasbedrijf had een luchtje gezeten. Wethouder Roos werd geprezen voor zijn beleid rondom het naaktstrand, maar hij had zich wel als ‘Kop van Jut’ laten gebruiken bij het verpachten van de kermis. Wethouder Ritzer had maar wat aangeritzeld, maar wel dag en nacht de dorpsmonumenten, ‘Beatrixklok’ en ‘s werelds droogste waterfontijn ‘Pegasus’ bewaakt. Zo stak de wakkere prins met een ieder de draak.

De politieagent met de lange armen (Trees Knebel) in de optocht (1993).
De politieagent met de lange armen (Trees Knebel) in de optocht (1993).

In de optocht van dat jaar verscheen voor het eerst de onvergetelijke politie-agent met de lange armen, die het verkeer en de stoet van verklede kinderen in goede banen wist te leiden.


Jaarboek 36, pagina 56

Vergadering van de Raad van Elf in het gemeentehuis van Pieperduin in 1981 onder voorzitterschap van prins Ramsoes de Eerste, alias Ben Kuilman.
Vergadering van de Raad van Elf in het gemeentehuis van Pieperduin in 1981 onder voorzitterschap van prins Ramsoes de Eerste, alias Ben Kuilman. V.l.n.r. Klaas Scheerman, Jan Groenland, Ton Verhoeven, Nico Geluk, prins Ramsoes, Gerard Veldt, Co Portegies, Nico van Amsterdam en Theo Lute.

Tien jaar Carnaval

In 1981 moesten De Windtrappers het helemaal maken. Zij zouden hun tienjarig bestaan vieren en het begon al meteen feestelijk, want de nissenhut op het erf van Hans Groen kon worden ingewijd. Met vreugde namen de leden hun nieuwe onderkomen, waar voortaan de kleurrijke feestwagens gebouwd konden worden, in bezit. Meteen werden twee coördinatoren, Hans Groen en Nico Zoontjes, aangewezen voor de leiding. Op hun aanwijzingen zou het betonijzer gebogen en gelast worden tot ludieke carnavalsreuzen. Het eerste feestje smaakte voortreffelijk. Nu is De Windtrappers altijd een democratische vereniging geweest. Een ieder was kandidaat voor het prinsschap en de verkiezing moest immer uit vier ronden bestaan. In de laatste ronde zou het uiteindelijk gaan om de twee kandidaten met de meeste stemmen. Er brak dit keer een luidruchtige verkiezingsstrijd uit tussen Jan de Nijs en Ben Kuilman. Laatstgenoemde kreeg de meeste stemmen en de voorzitter sprak plechtig: ‘Habemus principem!’ (red: we hebben een prins)
Toen Ben Kuilman dan ook te laat op de bijeenkomst verscheen, werd hij meteen gelukgewenst met zijn uitverkiezing, hetgeen hem met verbijstering sloeg. Hij wilde kortaf weigeren, maar zijn carnavalsvrienden zeiden dat hij weliswaar geen springpaard was, maar toch gediskwalificeerd kon worden wegens weigering. Toen aanvaardde de gekozene toch maar zijn lot.

Op de elfde van de elfde werd de nieuwe magistraat aan den volke getoond in het monumentale dubbelcafé ‘De Speckkooper’ / ’De Pimpelaer’, omdat de oorspronkelijke naam ‘d’Oude Schimmel’ niet meer mocht worden gebruikt na een schietpartij, die het seizoen daarvoor rondom die zaak had plaatsgevonden tussen de rivaliserende motorclubs de ‘Hell’s Angels’ uit Amsterdam en de ‘Collars’ uit Castricum. De prins maakte wel van de gelegenheid gebruik om met zijn Raad van Elf zijn echtgenote, Tiny Kuilman – Kuijs in het ziekenhuis te bezoeken, waar zij zijn zoon Bart ter wereld had gebracht. Dat was een blijde afwisseling voor de zaalgenoten die eindelijk over iets anders praatten dan over weeën en stuit liggingen. Zij lagen zelf in een stuip ligging. Misschien stamt het motto van dat jaar wel uit deze gebeurtenis. ‘Carnavalsblauw past bij jou!’ wijst toch enigermate op een vorm van benauwdheid.
Voor de receptie van het tienjarig bestaan bij restaurant Kornman (thans – in 2013 – Mezza Luna) op de Mient werden 115 uitnodigingen verstuurd en het feest werd een uitbundig succes met de dames in grand gala. De penningmeester moest echter geen veer laten, maar was een hele indianen-hoofdtooi kwijt.


Jaarboek 36, pagina 57

Wel hadden de dames toen de smaak te pakken. Zij lieten oude overhemden door Mary Verhoeven tot bonte blouses omtoveren en organiseerden zo met hun mannen een grote Mexicaanse show vol trommels, enorme hoeden en zingende tamboerijnen. Samen met ‘De Vogeltjesdans’ werden hun bedenksels uitgevoerd in de bejaardencentra, Borst en Duin en Bosch, begeleid door de Castricumse Accordeonvereniging.

Op 23 februari 1981 ontving de vereniging een gemeentelijke brief, waarin de toestemming voor de carnavalsoptocht stond. Speciaal werd benadrukt dat geen confetti het gemeentehuis mocht worden binnengesmokkeld en dat eventuele schade voor rekening van de vereniging zou komen. Dat ontlokte aan Jan Stet de opmerking: ‘Dat we dan al goed begonnen waren door een verkeersbord, dat in de weg stond, al vast uit de grond te slopen.’ Het vrolijke volksfeest werd toch nog keurig afgerond.

Heel bijzonder in dit seizoen was het carnavalsfeest dat op 25 maart 1981 in het huis van Klaas Molenaar werd gegeven in aanwezigheid van Georg Kessler en het kampioenselftal van AZ. De spelers liepen daar vrij rond en je kon ze zomaar aanraken. Klaas wilde eerst als prins optreden, maar omdat hij daarin schromelijk tekort schoot, liet hij dat verder maar aan de geroutineerde Prins van Pieperduin en zijn trawanten over.

Prins Ramsoes met zijn idool ‘de Luie Bul’. Een nek-aan-nekrace van die twee.
Prins Ramsoes met zijn idool ‘de Luie Bul’. Een nek-aan-nekrace van die twee.

Dit waren de krenten uit de enorme kuip van de eerste tien jaren carnavalspap. Nog dertig verdere jaren wachten op vastlegging in de Castricumse historie. Dat wordt nog een geweldige klus, maar is ten volle de moeite waard. Als voorproefje daarvan is bij dit verslag de lijst van alle Pieperduinse prinsen opgenomen.

Han Knebel

Naschrift
Gebruik is gemaakt van het archiefmateriaal en foto’s van De Windtrappers (thans in bezit van de Werkgroep Oud-Castricum) en documentatie in het bezit van de schrijver. In de afgelopen veertig jaren is een aantal personen, die in dit artikel genoemd zijn, overleden. Wij hebben ervan afgezien om deze informatie op te nemen.

Prinsengalerij van Carnavalsvereniging de Windtrappers

Genoemd worden de naam van de prins en de jaren dat hij op carnaval als prins optrad:

1972 t/m 1974, 1978, 1991 Han Knebel
1975, 1976 Theo Zijlstra
1977 Dick Baltus
1979, 1981 Ben Kuilman
1980, 1986 Theo Lute
1982, 1983 Joop Remijnse
1984 Ton Verhoeven
1985 Co Portegies
1987 Jan Langeveld
1988 Ruud Kuijs
1989, 1990 Nico Zoontjes
1992, 1995 Nico Hoetjes
1993, 1994, 2001, 2007 Peter van Daalen
1996, 1998 Henk Schipper
1997 John Burgmeijer
1999 Henk Oudhoff
2000 Kees Poel
2002 Frank van Hoof
2003, 2004, 2005, 2008 Frans Hendriks
2006 Simon Zijlstra
2009 Peter Zonneveld
2010 Gerard Zoontjes

Han Knebel als Prins Carnaval.
Han Knebel als Prins Carnaval.

Han Knebel

Onze gastschrijver, Han Knebel (1928), verhuisde in 1969 van Amsterdam naar Castricum. Hij was hoofd personeelszaken in verschillende ziekenhuizen in Amsterdam en eindigde zijn loopbaan bij het Academisch Medisch Centrum. Han werd lid van het zangkoor van de Pancratiuskerk en trad zelfs enkele malen op als solist. Hij heeft in Castricum zijn sporen wel verdiend als vrijwilliger voor vele organisaties. Zo was hij redacteur van de clubkranten van Sportclub Castricum en de Tafeltennisvereniging. Hij was mede-oprichter van de wielerronde ‘De Dubbele Lus’, schrijver van de Dubbele Luskrant en speaker bij diverse gelegenheden, vrijwilliger bij de serviceverlening van de Gemeenschapsraad / Stichting Welzijn Castricum en verzorgde de ledenadministratie van de Pancratiuskerk. Ook zijn echtgenote Trees zette zich


Jaarboek 36, pagina 58

enorm in, onder meer voor het dorpshuis De Kern en voor vakantieactiviteiten voor kinderen.
Han Knebel behoorde tot de oprichters van de Carnavalsvereniging Pieperduin, werd vijf keer tot Prins Carnaval gekozen, was ook secretaris van de vereniging en samensteller van de zeer humoristisch geschreven Hoskrant, die vanaf 1975 ieder jaar verscheen. In 2013 ontving Han een koninklijke onderscheiding vanwege zijn verdiensten voor de samenleving.

Nico Zoontjes
Nico Zoontjes

Nico Zoontjes, de man achter de wagens

Wie zich in het fenomeen ‘Pieperduins carnaval’ verdiept, komt automatisch bij de carnavalsoptochten terecht en wie daar terecht komt, stuit onontkoombaar op Nico Zoontjes. Dat is immers de man die het bouwen van praalwagens tot grote hoogte heeft gebracht. Tientallen kleurige, grappige wagens zijn onder zijn leiding en volgens zijn aanwijzingen tot stand gekomen en die enorme klus heeft hij bijna veertig jaar lang geklaard. Hoe dat in zijn werk ging, was alleen waar te nemen door hen die op korte afstand zijn activiteiten volgden. Hij wist vier groepen wagenbouwers te inspireren om eenmaal per week te komen opdraven voor dit gezellige, maar zware werk. Hij ontving deze mensen van maandag tot en met donderdagavond. Hij bereidde de werkzaamheden voor met hulp van zijn zonen Robert en Gerard. Met Robert ontwierp hij groteske figuren, die later door de Pieperduinse straten gevoerd werden en daaruit bleek hun artistieke aanleg. Zo’n ontwerp hing aan de muur van de werkplaats geprikt en bestond vaak uit enkele lijnen. Gerard hielp mee om deze figuren uit betonijzer te buigen en tot frames vast te lassen. Daarna volgden de plakkers en de schilders. Nico en zijn zonen zijn vakkundige metaalbewerkers. Wie van de carnavalsleden dat wilde, kon van hen zelfs leren lassen.

Praalwagen voor de loods van carnavalsvereniging 'De Windtrappers'.
Praalwagen voor de loods van carnavalsvereniging ‘De Windtrappers’.

Nico beheerde ook het roerend en onroerend goed van de vereniging, trad op als lid van de Raad van Elf en als carnavalsprins. De bouw van de nissenhut op het erf van Hans Groen heeft onder zijn leiding plaatsgevonden. Samen met de leden van de vereniging verzorgde hij ook de overplaatsing van een enorme loods van de linoleumfabriek naar een stuk grond op de Castricummer Werf. De Windjammers hebben hierdoor die fraaie praalwagens kunnen bouwen en beleefden daardoor vele succesvolle jaren.
Dat alles is een luid ‘ALAAF’ waard.








IJsbaan, Vereniging Kennemer (Jaarboek 36 2013 pg 4-17)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over Verenigingen in Castricum:
amateurtuindersBakkerijbiljartcarnavalfanfare (muziek)gymnastiek (atletiek) – hengelsport –Kennemer ijsbaan – Perspectief – scoutingtennistoneelvoetbalvolleybal


Jaarboek 36, pagina 4

De Vereniging Kennemer IJsbaan

Ons dorp beschikt al bijna 80 jaar over de ijsbaan aan de Zeeweg. Op 24 januari 1933 werd de ijsvereniging ‘Eensgezindheid’ opgericht. Uit een verenigingsreglement van 11 februari 1935 blijkt dat deze naam werd gewijzigd in IJsclub ‘Kennemer IJsbaan’, die in 1967 weer veranderde in ‘Vereniging Kennemer IJsbaan’ (VKIJ). Het doel van de vereniging luidde oorspronkelijk: ‘Het bevorderen van het ijsvermaak in het algemeen en het houden van wedstrijden’. In de laatste statuten uit 1981 is de doelstelling gewijzigd in: ‘Het doen beoefenen en het bevorderen van de schaatssport in al zijn verschijningsvormen en al hetgeen daarmee in de meest ruime zin des woords verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn’. VKIJ viert dit jaar haar 80-jarig bestaan.

De eerste ijsbanen

Tijdens de oprichtingsvergadering van de VVV in 1919 werd een lening uitgeschreven om voorzieningen te treffen aan de ‘Diepe Sloot’ en de ‘Schulpvaart’. Dat warende eerste ijsbanen waarop in de jaren 1920 geschaatst kon worden. De eerste locatie bevond zich op de plaats waar nu sportcomplex Wouterland liggen de Schulpvaart is een nog steeds bestaande waterloop langs de Zeeweg.
Freek Hollenberg, die op het Stet woonde, was regelmatig te vinden op de ijsbaan achter het huisje van Jannetje Hopman. Freek veegde de baan en dreef zelf een kleine koek-en-zopie. Ook organiseerde hij wedstrijden; dan zaten en stonden de toeschouwers op de spoordijk. De prijzen bestonden uit sigaretten en nieuwe leren schaatstuigen. Op drukke dagen werd er zo’n honderd liter chocolademelk geschonken,waarvoor men vijf tot tien cent per mok betaalde. ’s Avonds werd de ijsbaan verlicht door middel van petroleumlampen die aan palen hingen. Omdat de Diepe Sloot en de Schulpvaart niet zo gauw dichtvroren, week men begin jaren 1930 uit naar een weiland van Jan Koper, dat grensde aan de Diepe Sloot en ’s winters bijna altijd onder water stond. Bij kans op vorst werd de waterstand extra verhoogd met behulp van een pomp van de firma W. L. Borst en zo hadden de Bakkummers een echte ijsbaan.

Ledenvergadering IJsclub Eensgezindheid.
Ledenvergadering IJsclub Eensgezindheid.

Rond 1933 was er serieus sprake van een organisatie die verantwoordelijk was voor het onderhoud, het heffen van entreegeld, het houden van toezicht etc. Dit had de oprichting van de ijsvereniging ‘Eensgezindheid’ tot gevolg. Mensen van het eerste uur waren Henk Broksma, dokter Van der Sluis en mevrouw Van den Born – Bakker.

Sineke van der Sluis knipte in 1936 het lint door tijdens de opening van de Kennemer IJsbaan. Na ruim 77 jaar kwam zij terug aan de Zeeweg voor opnames van een film van Hans Kinders(rechts) over de geschiedenis van de ijsbaan.
Sineke van der Sluis knipte in 1936 het lint door tijdens de opening van de Kennemer IJsbaan. Na ruim 77 jaar kwam zij terug aan de Zeeweg voor opnames van een film van Hans Kinders(rechts) over de geschiedenis van de ijsbaan.

De start aan de Zeeweg

Het PWN besloot begin jaren 1930 om als werklozenproject een terrein aan de Zeeweg handmatig uit te laten graven met als doel dit ‘s winters als ijsbaan te gebruiken. De baan werd op 9 februari 1936 door burgemeester Lommen officieel geopend. Daarbij mocht Sineke, het driejarig dochtertje van dokter Van der Sluis, het lint doorknippen.
In de eerste jaren van de Kennemer IJsbaanwaren de winters zacht. De laatste Elfstedentocht dateerde van 1933 en pas in 1940 werd de volgende verreden. Toen was het dan ook raak en volgden nog twee strenge winters die de ijsbaan aan de Zeeweg haar nut deden bewijzen.

Gerrit Ronk heeft veel voor de vereniging gedaan.
Gerrit Ronk heeft veel voor de vereniging gedaan.

Elke winter zette aannemer Borst de baan weer onder water met een pompinstallatie. Er werd in eigen beheer een kantine gebouwd, die elk voorjaar werd afgebroken en opgeslagen. Alles liep via het PWN en elke activiteit moest gemeld worden. Met ingang van 1935 werd het ruim twee hectare grote terrein door het waterleidingbedrijf verhuurd aan de ijsclub gedurende de periode 1 december tot en met 31 maart. Jarenlang bedroeg deze huur 200 gulden met een toeslag voor (tekst loopt door op pagina 6)


Jaarboek 36, pagina 5

De opening van de Kennemer IJsbaan in februari 1936. Sineke, het driejarig dochtertje van dokter Van der Sluis, mag het lint doorknippen.
De opening van de Kennemer IJsbaan in februari 1936. Sineke, het driejarig dochtertje van dokter Van der Sluis, mag het lint doorknippen.
Een van de eerste schaatsfoto’s op de nieuwe ijsbaan.
Een van de eerste schaatsfoto’s op de nieuwe ijsbaan.
Nettie Ruijter met vriendinnen en schoolgenoten in 1939. V.l.n.r. Kees Blei, Tiny Boot, Ida Tiemstra, Hans Jacobs, Nettie Ruijter, John Bakker en Lenie van Leeuwen.
Gekostumeerd schaatsen begin jaren 1940.
Gekostumeerd schaatsen begin jaren 1940.

Jaarboek 36, pagina 6

de dagen waarop de baan open was. De totale huurprijs mocht echter niet hoger zijn dan 500 gulden.
Het ijs werd in die tijd ook al gekeurd. Dat werd gedaan door dokter Van der Sluis, die daarbij werd geassisteerd door ziekenfondsbode Cor Orij. Laatstgenoemde had ook zijn aandeel in het maaien van het gras, dat elk jaar moest gebeuren, zelfs als er na een natte zomer nog water op de baan stond.
De leden deden zoveel mogelijk zelf, zoals het vegen en het in orde brengen van de baan na een ijsdag. Er was zelfs muziek en elke schaatsdag werd afgesloten met het Wilhelmus. Voor de muziekrechten werd in 1940 al 2,40 gulden per dag door BUMA in rekening gebracht. De contributie bedroeg toen slechts 1 gulden per jaar en werd bewust laag gehouden om zoveel mogelijk leden te trekken. Begin 1940 telde de vereniging dan ook al 500 leden.


Zwaaien en zwieren

Nettie Ruijter (1927-2013) kon zich de start van de Kennemer IJsbaan goed herinneren:
“Rond 1933 schaatsten we nog op de Schulpvaart en de sloot langs de Zeeweg, die ‘Koningskanaal’ wordt genoemd. Ik woonde toen op de Heereweg en was zo bij het ijs. Vanaf het moment dat de ijsbaan geopend werd, gingen we daar natuurlijk heen. Hans Jacobs stal vaak de show met kunstrijden. Bij de hardrijders keek iedereen vol bewondering naar Dick Molenkamp,want niemand reed zo mooi als hij.
In die tijd schaatsten de meisjes over ’t algemeen in een rok, maar soms droeg ik een trainingspak waar ik ook in tenniste. Ik had geen doorlopers maar rondrijders, omdat ik het zwaaien en zwieren veel leuker vond dan rondjes rijden. Mevrouw Kriekaard, die ook bestuurslid was, had veel hoge schoenen en dan mocht ik er een paar van lenen om de schaatsen onder te binden. Mijn ouders vonden het namelijk maar niks om laarzen op het ijs te dragen. Van het gezin schaatsten mijn vader en mijn broer ook aan de Zeeweg, maar ik sprak altijd met vriendinnen af. Op de baan ontmoetten we dan weer schoolgenoten of bijvoorbeeld juffrouw Zinkweg die onderwijzeres was. Helaas stopte alles eind 1942 en gingen de schaatsen voorlopig in het vet …”


In de winters van 1940 en 1941 werd er nog wel geschaatst, zoals blijkt uit enkele foto’s van gekostumeerde rijders. Toen was het echter over, want het gebied rond de Zeeweg werd ‘Sperrgebiet’ en de ijsbaan mocht dus niet gebruikt worden. Op 22 november 1942 deelde secretaris Gerrit Ronk de directeur van het PWN schriftelijk mee dat de vereniging de activiteiten tijdelijk staakte ‘zulks door omstandigheden die U wel bekend zullen zijn’. Dat zat Ronk behoorlijk dwars. Hij werkte eraan mee om een en ander uit handen van de bezetter te houden door bijvoorbeeld de houten lichtpalen weg te halen en die met behulp van boswachter Jacobs in het duin te verstoppen.

Na de oorlog

Ook de IJsclub Kennemer IJsbaan krabbelde na de bevrijding weer op. Er kwam een nieuw bestuur onder leiding van voorzitter Pieter Hofman, die werd bijgestaan door mevrouw Jacobs – Haringa en de heren Henk Schürmann sr, Jan Broerse, Chris Beusman, Teun Polak en Izaäk Kriekaard. Hofman, die technisch ambtenaar was bij het PWN, leidde de vereniging maar liefst 24 jaar, waarvan zes jaar na zijn pensionering.

De voorzitters van 1933 tot 2013

1933 – 1936 Henk Broksma
1936 – 1960 Pieter Hofman
1960 – 1965 Gerrit Ronk
1966 – 1969 Daan Kernkamp
1969 – 1976 Mart Benard
1976 – 1982 Harry van Os
1982 – 1985 Cees Schulte
1985 – 1986 Koos van der Molen/Jan Breggeman
1986 – 2006 Herman Bosboom
2006 – 2008 Ron de Haan
2008 – heden (dat is 2013) Ronald Snijders

Al in 1946 waren er met wedstrijden aardige prijzen te winnen.
Al in 1946 waren er met wedstrijden aardige prijzen te winnen.

Het Nieuwsblad voor Castricum van 12 december 1945 meldde dat de ijsbaan open was, maar dat het PEN het gebruik van elektriciteit voor avondverlichting op alle banen verbood. De reactie daarop van de krant was: “Schaatsenrijden is een geliefde Hollandse sport en wij zouden het PEN willen aanraden tijdens de ijsdagen wat energie te onttrekken aan de nachtfuiven van vele instanties ten behoeve van schaatsend Nederland.”
In de (negentien)vijftiger jaren verzorgde Teun de Hoop van restaurant Johanna’s Hof lange tijd de koek-en-zopie en verkocht onder andere snert. Zijn nering werd naderhand overgenomen door Henk de Haan.
In 1953 werden, onder leiding van Chris Beusman, de oude houten lichtmasten vervangen rond het 20-jarig bestaan van de vereniging.
Bij het baanonderhoud was het dichtmaken van de scheuren altijd een moeilijke opgave. Voor de oorlog werd daarvoor heet water van de melkfabriek gebruikt en later kwam dat van Duin en Bosch. Afdoende was het nooit, want als de scheuren dichtvroren, ontstonden er meestal kuiltjes of bobbeltjes. Het is bij strenge vorst ook wel gebeurd dat men de brandweer inschakelde om de baan op te spuiten.


Jaarboek 36, pagina 7

De muziek die over de baan schalde, werd door de leden zelf op band gezet. Er werden altijd kortebaanwedstrijden gereden, waar eerst spek en worst mee waren te winnen en later ook geldprijzen.
De firma Hes uit Bakkum maaide het gras bij het droogvallen onder toeziend oog van het PWN en een bioloog. Bijna elk jaar werd de keet afgebroken, behalve in de jaren dat deze in het voorjaar en ’s zomers werd gehuurd door het Kampeerterrein Bakkum voor het gebruik als winkel of schooltje.
In die tijd deed de club ook al aan training in het ‘droogschaatsen’, die werd gegeven in het gymlokaal van de Centrale Openbare Lagere School in Bakkum.
Op 30 en 31 maart 1958 werd er voor de leden in hotel Borst een cabaretavond gehouden ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de vereniging.

Dick Molenkamp op zijn alternatieve ijsbaan bij Onderlangs.
Dick Molenkamp op zijn alternatieve ijsbaan bij Onderlangs.

Vallen en opstaan

Eind 1960 kreeg de ijsclub onverwachts concurrentie. Dick Molenkamp, een fervent schaatser en lid van de club, ging zelf een ijsbaan aanleggen op de tennisbanen van TC Bakkum en ODO aan Onderlangs. De banen werden met water bespoten als het vroor en zodoende werd het mogelijk om na één nacht ijs daarop te schaatsen. Daar maakte menigeen gebruik van zolang de Zeeweg nog niet open was. Molenkamp heeft zijn ijsbaan zo’n tien jaar geëxploiteerd.

Schoenmaker Gerbrand Heine tijdens een korte-baanwedstrijd.
Schoenmaker Gerbrand Heine tijdens een korte-baanwedstrijd.

Op de ijsbaan aan de Zeeweg vonden van tijd tot tijd veranderingen en verbeteringen plaats. In1963 schafte de vereniging voor 5000 gulden een tractor aan, waarmee ’s winters het ijs werd geveegd en ’s zomers het gras werd gemaaid. Het jaar daarop werd de Zeeweg verbreed met de nodige gevolgen. De gebouwen moesten worden verplaatst en de elektriciteitsleiding werd verlegd en verlengd. Deze werd in de winter van 1966 door de leden zelf ingegraven.

Joop Westerman en echtgenote aan het kunstrijden.

Per 1 oktober van dat jaar meldde de vereniging zich aan als lid van het Gewest Noord-Holland / Utrecht van de Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijdersbond (KNSB). Opeen druk bezochte ledenvergadering in diezelfde maand moest echter worden beslist over het voortbestaan van de vereniging, dat op dat moment aan een zijden draadje hing. Volgens het Nieuwsblad voor Castricum van 4 oktober 1966 was het aantal leden namelijk gedaald van 1200 naar 180 en dat had te maken met verschillende problemen, zoals het wanbeheer van materialen en een financiële chaos die het bestuur had achtergelaten. Daarom bleek het onmogelijk om een nieuwe lichtinstallatie van minstens 10.000 gulden aan te schaffen, omdat er op dat moment slechts 2.000 gulden in kas was.

Het nieuw gekozen bestuur onder leiding van voorzitter Kernkamp wilde er toch de schouders onder zetten, want de installatie was dringend noodzakelijk. Toen werd besloten aan de Castricumse bevolking per brief een oproep te doen om aan de verlichting extra steun te verlenen. Uiteindelijk lukte het om die winter een nieuwe installatie te plaatsen. Dat betekende wel dat de contributie van 2,50 gulden


Jaarboek 36, pagina 8

naar 5 gulden ging en dat de burgers werden uitgenodigd in te tekenen op een renteloze lening. Ook een inzameling onder de middenstand was noodzakelijk om het benodigde geld bij elkaar te krijgen.
Een jaar later werd in de ledenvergadering geconcludeerd dat de vereniging er weer redelijk voorstond en het aantal leden was toegenomen.

Op 19 april 1967 vroeg de vereniging Koninklijke goedkeuring aan om als rechtspersoon te worden erkend. Vanaf 2 juni van dat jaar ging de club als ‘Vereniging Kennemer IJsbaan’ (VKIJ) door het leven. In het najaar van dat jaar werd op advies van de KNSB de ijsbaan in tweeën gedeeld door een dijk aan te leggen, opdat de baan eerder berijdbaar ijs zou opleveren. Ook werd bij harde wind de golfslag door de dijk gebroken en konden er mensen op staan bij schaatsevenementen. De dijk is trouwens nog jarenlang gebruikt door bruidsparen voor huwelijksreportages.

Het bruidspaar Jan Breggeman en Joke Huitenga liet zich in februari 1970 ook fotograferen op de dam.

Dorpsdichter A. van Kluyve (1896-1983) schreef voor het Nieuwsblad voor Castricum een aantal gedichten over de Kennemer IJsbaan. Dit gedicht verscheen in de krant van 26 september 1967:

KENNEMER IJSBAAN

Wilt U van de winter schaatsen?
Zet Uw hoedje dan maar af
Voor het koppel harde werkers,
Dat zich zo elanvol gáf!

Toen de zomer zalig wenkte,
In het ijsbaan-wel-en-wee.
Maar ontplooiden zich als mánnen

Bruinden zij niet aan de zee.

Van het ‘wél’ was weinig over
Van het ‘wee’: een ijsbaan vol!
Vele jaren van berusting
Vroegen duidelijk hun tol!

Toen het nieuwe bloed ging stromen
Door ’t bestuur en ledental,
Trok men de registers open
Onder ’t motto: ’t moet en ’t zal!

De verlichting, wrak en molmig,
Is vernieuwd en licht U bij
In Uw ijsvermak’lijkheden,

Groep aan groep en rij aan rij.

Strijk Uw streek en schaats Uw baantje,
Krul Uw krul en trek Uw baan,
Maar, bedenk bij alle vreugde:
Wat al niet is hier gedaan.

Heel de opzet van de ijsbaan
Is gereorganiseerd!
Doch wordt dit wel bij de leden

Waarlijk ernstig gewaardeerd?

Wel, Uw kans is nú aanwezig
Om in ’t voorspel van de vorst
De vergad’ring te bezoeken:
Achtentwintig/negen: Borst!

Dáár doet men U uit de doeken
Hoe het met de ijsbaan zit.
Bent u nog niet aangesloten?
Wel, dan wordt U zeker lid!

A. van Kluyve

In de winter 1967-1968 organiseerde de schaatsclub voor het eerst bustochten naar de Jaap Edenbaan in Amsterdam, waar zeer grote belangstelling voor was. Om die reden werd dit initiatief het jaar daarop geprolongeerd.
Ook de muziek werd aan de tijd aangepast. Secretaris Theo van Nuysenburg verzorgde een tijd lang de muziekbanden en bracht er een nieuw element in door er tekst bij in te spreken.
Nieuwjaarsdag 1970 was geen geluksdag voor de vereniging. Schaatsenrijder Baltus uit Egmond brak op het ijs zijn enkel en diezelfde nacht werd de bandrecorder uit de kantine gestolen.

In 1978 werd een nieuwe kantine in gebruik genomen.

Jaarboek 36, pagina 9

Op 3 november 1975 verscheen er een noodkreet in de krant. Omdat meer dan de helft van het bestuur aftrad, dreigde het met liquidatie indien zich geen kandidaten voor de opengevallen plaatsen zouden aanmelden. Gelukig kwamen die er wel, evenals nieuwe leden, zodat de baan behouden bleef. De winter daarop werd gekenmerkt door veel kou en dus ook veel ijs.
Op 6 mei 1977 nam de vereniging voor 3.000 gulden een gebouwtje over van het PWN, wat de accommodatie duidelijk ten goede kwam.


Voorzitter Mart Benard.
Voorzitter Mart Benard.

Herinneringen van voorzitter Benard

Mart Benard (1928) leidde VKIJ van 1969 tot 1976 en vertelde hoe hij bij de club terecht kwam:
“Mijn gezin ging in 1965 in Castricum wonen. Ik was altijd een groot schaatsliefhebber en las in het najaar van 1966 in de krant dat er een vergadering was uitgeschreven waarin de Kennemer IJsbaan waarschijnlijk opgeheven zou worden. Ik ben daar toen naartoe geweest in de Harmonie, want ik vond dat zoiets niet mocht gebeuren. Samen met Kernkamp, Van der Meulen, Van Nuysenburg en Broerse heb ik toen mijn vinger opgestoken en ik nam met deze heren direct zitting in een nieuw bestuur onder leiding van Kernkamp.

Ik werd vice-voorzitter en kreeg wat technische zaken op mijn bordje, zoals het onderhoud van de baan en het verbeteren van de muziek en de verlichting. Omdat ik bij de Hoogovens werkte, was ik in de gelegenheid om wat gebruikte materialen tegen een zeer gereduceerde prijs over te nemen. Zodoende konden we beschikken over nieuwe lichtmasten, lampen en kabels. Op een zaterdag in november 1966 zijn we met een groep van ongeveer 25 man sleuven gaan graven en ’s middags lagen de kabels erin. Met behulp van een dieplader van transportbedrijf Piet Lute zijn de lichtmasten naar de Zeeweg gebracht en nadat wij een hoogwerker van Duin en Bosch konden lenen, zijn de masten geplaatst. Dit gebeurde allemaal onder toezicht van de heren Uiterwijk, Winkel en Nonnekes, die bij het PEN werkten.

In 1969 volgde ik Daan Kernkamp op als voorzitter. Helaas is er tijdens mijn periode weinig ijs geweest, maar de vereniging zat allerminst stil. Regelmatig gingen we met bussen vol kinderen en begeleiders naar de Jaap Edenbaan in Amsterdam. Naast mijn voorzitterschap had ik diverse nevenactiviteiten vanuit het gewest Noord-Holland / Utrecht van de KNSB. Een keer per jaar kwamen de voorzitters van de ijsverenigingen uit die provincies bij elkaar. Ook speelde in die jaren de oprichting van de kunstijsbaan in Alkmaar. Om die baan te kunnen financieren werd aan de voorzitters van de ijsclubs gevraagd certificaten te verkopen. Dat lukte vrij goed. In 1972 werd de baan in Alkmaar geopend en vanaf dat moment waren we in de gelegenheid om daar op vaste uren te gaan trainen.

De crisis vanwege onvoldoende bestuursleden in 1975 overleefden we gelukkig ook weer. Aangezien ik ook jeugdvoorzitter was van de naastgelegen voetbalclub CSV, kon ik beide functies niet meer combineren en trad ik in 1976 af als voorzitter van VKIJ. Toen kregen we ook nog te maken met het voorstel van voorzitter Duinker van CSV om de ijsbaan maar op te doeken en de grond te gebruiken voor de uitbreiding van de voetbalvelden. Gelukkig is het nooit zover gekomen!”


De winter van 1978 kende ook ijs, alleen was dat niet zo sterk. De veegmachine ging er dan ook prompt doorheen. Ook begin januari 1979 was de baan open. Door een enorme sneeuwval begon het ijs echter te scheuren en moest de sneeuw met handkracht weggeschept worden. Omdat er maar weinig vrijwilligers de handen uit de mouwen staken, werd er een oproep in het Dagblad Kennemerland gedaan voor mensen die de ijsbaan schoon wilden maken.

Het ijs wordt geveegd in 1979.
Het ijs wordt geveegd in 1979.

Vernieuwingen

De jaren 1980 stonden voor de vereniging in het teken van diverse vernieuwingen. Tot december 1981 konden alleen hoofden van gezinnen en alleenstaanden lid worden, maar later was een eigen lidmaatschap verplicht. Daarbij werd


Jaarboek 36, pagina 10

de minimumleeftijd om lid te kunnen worden verlaagdvan 17 naar 16 jaar.
Wat de schaatssport betreft werd er in de ijsloze winterssteeds meer gebruikt gemaakt van de kunstijsbaan in Alkmaar. Men organiseerde bustochten naar ‘De Meent’ voor zowel jong als oud, waar veel belangstelling voor was. De schaatstrainingsgroep ging na 10 jaar afwezigheid in het voorjaar van 1983 opnieuw van start op de zondagochtend.


De schaatstrainingsgroep onder leiding van Henk Schürmann in september 1971.

De Schaatstrainingsgroep

De eerste schaatstrainingsgroep ontstond spontaan in de jaren 1960 onder leiding van Dick Molenkamp. Men had toestemming gekregen van de heer Duinker van het PWN om ’s avonds het duin in te gaan en de ploeg werd steeds populairder. Molenkamp ging zelfs een cursus voor trainer volgen in Amersfoort. De groep zorgde eens voor hilariteit toen een patiënt van Duin en Bosch in een wit trainingspak was ontsnapt. Een broeder dacht hem te zien lopen en holde achter hem aan, maar toen bleek het de laatste man van de schaatstrainingsgroep te zijn …
Henk Schürmann jr. nam rond 1969 de training van Dick Molenkamp over en bouwde de groep verder uit met een aparte groep jeugdleden. Onenigheid en klachten over de opkomst leidden er echter toe dat men in de zomer van 1973 besloot om de groepen te ontbinden.

Op 1 juli 1981 ging men nog wel van start met een seniorenploeg en op 1 september van dat jaar werd de duintraining omgezet in een zaaltraining.
Op de jaarvergadering van 13 oktober 1982 kwam het punt schaatstrainingsgroep weer aan de orde. Omdat er geen nieuwe leden meer bijkwamen en het bestuur bang was dat de vereniging zou doodbloeden, bleek er behoefte onder de leden tot het oprichten van een nieuwe groep. Er werd vervolgens een oproep gedaan in de krant om zich hiervoor aan te melden, wat resulteerde in een lijst van enthousiaste mensen. Op 27 april 1983 werd de ‘Schaatstrainingsgroep Castricum / Bakkum’ opgericht. Onder leiding van Henk Zonneveld werd op 4 juni van dat jaar met de trainingen begonnen. Van de nieuwe schaatstrainingsgroep, afgekort STG, reden de leden Herman Becker, Rinus Spranger en Ton Rongen op 22 februari 1985 de Elfstedentocht uit. Een jaar later waren er zelfs twaalf leden die de tocht der tochten volbrachten.

Jan Breggeman.

Een van hen was Jan Breggeman, die al ruim 30 jaar actief is voor VKIJ en het volgende wist te vertellen:
“Ik ben mijn hele leven een schaatsliefhebber geweest en reed veel in de Zaanstreek, omdat ik tot 1972 in Krommenie heb gewoond. Daarna verhuisde ik naar Castricum en deed toen al mee met een loopgroepje, waar mijn zwager Ed Huitenga ook in zat. Ik ben eind 1982 lid geworden van de vereniging en nam direct zitting in het bestuur. Ook ging ik mij met de nieuwe schaatstrainingsgroep bezig houden en werd daar later na het volgen van een cursus ook trainer van. We trainden ’s winters op de zondagmorgen in het duin en op donderdagavond op het atletiekveld naast de ijsbaan. Op vrijdagavond schaatsten we dan in Alkmaar. Toen er een licentiegroep (bestemd voor talentvolle wedstrijdschaatsers waarvoor de KNSB speciale trainingsuren beschikbaar stelt) bij kwam voor jeugd, moesten we tijdelijk uitwijken naar de ijsbaan in Haarlem, omdat er in Alkmaar geen plaats meer was. In die tijd gaf ik vier keer per week les en dat heb ik volgehouden tot rond 2005, want je moet een keer


Jaarboek 36, pagina 11

stoppen. Daarnaast heb ik bijgedragen aan de oprichting van een marathonploeg voor veteranen, die nog steeds (in 2013) bestaat. Ook was ik betrokken bij diverse verbouwingen voor de club, omdat ik van origine bouwkundige ben. Nadat ik in 2008 met de VUT ging, heb ik voorgesteld een team van circa vijf personen te vormen die de baan en het clubhuis onderhouden. Ik ben nu het aanspreekpunt van de werkgroep Onderhoud, die prima functioneert, en regel de onderlinge contacten en die met het PWN. En wat het schaatsen betreft, dat doe ik nog altijd met veel plezier. Niet alleen aan de Zeeweg, maar ook op de kunstijsbaan. Daar blijft het niet bij, want ik rij zo gauw als het kan ook op natuurijs in Friesland en in de polders van Noord-Holland. Af en toe ga ik ook mee met een groep liefhebbers naar de Weissensee in Oostenrijk. Mijn grote wens is om aan mijn twee Elfstedentochten nog een derde toe te voegen en de tocht bij daglicht te kunnen volbrengen. Naast het schaatsen train ik ook nog met hardlopen en doe elk jaar nog mee aan de halve marathon van Egmond.”

De schaatstrainingsgroep in maart 1988.
De STG in maart 1988.

Na de schaatswinters van 1985 en 1986 zijn in de STG (schaatstrainingsgroep) twee groepen ontstaan: de tochtenrijders en de wedstrijdrijders. Een tocht op natuurijs is namelijk heel wat anders dan het zo snel mogelijk rondjes rijden opeen ijsbaan.
In 1989 werd de STG een zelfstandige vereniging onder de vleugels van VKIJ. Achtereenvolgens werden Rinus Sprangers, Klaas Wokke en Chris van Betuw voorzitter van de nieuwe vereniging.

Als natuurwinters uitblijven, zoekt een schaatser toch andere mogelijkheden. In 1989 kwam de Weissensee in Oostenrijk (ook wel alternatieve Elfstedentocht genoemd) in beeld: 200 km op natuurijs in 8 ronden van 25 km. Herman Becker, Bert Hendrikse, Frank Leonard, Rinus Sprangers en Tijmen de Vries namen daaraan deel. Een jaar later deden er nog meer STG’ers mee, te weten Geertje Becker, Iede Boorsma, Margriet Lok en André van der Zande.
Ook werd er in 1989 een licentiegroep voor de jeugd samengesteld. Voor de deelnemers gold de eis dat zij 500 meter in 60 seconden moesten kunnen rijden. In 1990 startte Henk Zonneveld met een fietstraining voor senioren die enorm aansloeg.

De STG organiseerde ook het gezamenlijk rijden van schaatstochten in Nederland als de vorst die mogelijk maakte. Een van de eerste was de Eilandspoldertocht, een rit van 35 km, die in de winter van 1990-1991 werd gereden.


Jaarboek 36, pagina 12

Mariska van Veen, het honderdste lid van STG, met links burgemeester Schouwenaar en rechts voorzitter Klaas Wokke.
Mariska van Veen, het honderdste lid van STG, met links burgemeester Schouwenaar en rechts voorzitter Klaas Wokke.

Op zondag 18 november 1991 kon het bestuur van de STG (schaatstrainingsgroep) het honderdste lid verwelkomen. Marisca van Veen kreeg de eer en werd door burgemeester Schouwenaar persoonlijk gelukgewenst.

Uit een overzicht uit 1993 blijkt dat de STG naast genoemde schaatswedstrijden ook vaak deelnam aan andere sportieve evenementen, zoals de Dam tot Damloop, de grachtenloop in Amsterdam, de halve marathon van Egmond, de wintertriatlon van Heerhugowaard en een fietstocht in de Dolomieten.

In 1996 leidde het zelfstandig opereren van het bestuur van STG binnen de vereniging tot onduidelijkheden en conflicten. Daarom benoemden de STG en VKIJ in1997 een commissie van wijze mannen om de meest gewenste organisatievorm te bepalen. Daarop werd besloten dat de STG weer onder de verantwoordelijkheid van VKIJ viel.
Er volgde na 1997 een lange periode waarin het ijs ontbrak, maar zowel door de jeugd als de oudere leden binnen de STG werd volop geoefend op de baan in Alkmaar. Ook werd de conditie van jaar tot jaar op peil gehouden door middel van loop- en fietstrainingen.
De STG nam in juni 2009 op ludieke wijze afscheid van het schaatsseizoen door een stepwedstrijd te houden tussen de licentie- en recreatieschaatsers over een tracé van 15 km door de Castricumse duinen. Daarvoor was het jarenlang een traditie om het seizoen af te sluiten met een taartenloop.
Anno 2013 is de STG volledig geïntegreerd in VKIJ, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen actieve leden en ‘vrienden’ van de vereniging.


Het nieuwe logo van VKIJ uit 1984.
Het nieuwe logo van VKIJ uit 1984.

Het eerste clubblad van VKIJ verscheen in maart 1984, dat direct met enthousiasme werd ontvangen. In hetzelfde jaar kwamen er logo’s voor de vereniging en de schaatstrainingsgroep. Dit resulteerde in strakke afbeeldingen met daarop twee schaatsers.

De keet die van het PWN werd overgenomen.
De keet die van het PWN werd overgenomen.

Een derde vernieuwing in dat jaar was de aanschaf van een keet, die voor 500 gulden van het PWN werd overgenomen en in september naast de bestaande accommodatie werd gezet. Dit gebouwtje stond bij Kijk-Uit en had tot die tijddienst gedaan als werkruimte en kantoor van het nabijgelegen filmmuseum.

De vereniging plaatste in de loop van 1985 een grotere kantine, die met toiletten, koud en warm water, een nieuwe balie en een kleedruimte voor de schaatstrainingsgroep volledig aan de eisen van de tijd voldeed.

Arie Lute en Piet Zomerdijk achter het loket in 1991.
Arie Lute en Piet Zomerdijk achter het loket in 1991.

De winter van 1985 telde 24 dagen natuurijs. Op een zondag in januari passeerden enkele duizenden bezoekers de kassa van de ijsbaan aan de Zeeweg. Op voorstel van Arjan Lute werd in die periode een draaiboek samengesteld voor de gang van zaken op en rond de ijsbaan. Op basis van nieuwe ideeën en ervaringen werd deze handleiding elk jaar zo nodig bijgewerkt.


Jaarboek 36, pagina 13

Begin 1986 werd afscheid genomen van Jan Zonneveld die meer dan 50 jaar actief was voor VKIJ.
Begin 1986 werd afscheid genomen van Jan Zonneveld die meer dan 50 jaar actief was voor VKIJ.

Nieuw was ook het in het leven roepen van werkgroep enom de nodige klussen beter te kunnen uitvoeren. Tijdens de officiële opening van het vernieuwde clubhuis begin1986 werd er hulde gebracht aan Jan Zonneveld die ruim 50 jaar actief was voor de club en nu afscheid nam als bestuurslid. Zonneveld verzorgde zaken als het onderwater zetten van de ijsbaan, de muziek en hij verkocht kaartjes. Als blijk van waardering voor zijn grote inzet werd hij benoemd tot erelid. De KNSB reikte hem in dat jaar de zilveren bondsspeld uit.

In januari 1987 konden voor het eerst de dweilmachines worden ingezet. Zo was men in staat om verraderlijke scheuren nog beter te dichten. Het resultaat mocht gezien worden, want naburige verenigingen kwamen zelfs kijken hoe VKIJ dat deed. Het was die winter weer druk aan de Zeeweg, waar een aantal activiteiten werd georganiseerd om de gezelligheid te verhogen. Zo kon men meedoen aan ijsdansen (zwier- en zwaaiavond), een ijsdisco-avond en werd er een kortebaanwedstrijd voor de jeugd gehouden. Een Castricumse opticien maakte van de strenge vorst gebruik door het volgende rijmpje in een plaatselijke krant te plaatsen:
“Een schaatser kwam in een wak, z’n zicht was tamelijk zwak, men raadde hem aan naar ons toe te gaan, nu ziet hij een wak met gemak.”

Ter gelegenheid van het 55-jarig bestaan van VKIJ werd er in 1988 een jubileumboekje uitgegeven. Jan Breggeman had daarvoor zoveel mogelijk feiten en gebeurtenissen uit de geschiedenis tot dat moment verzameld en deze ook beschreven. Het voorwoord was van oud-voorzitter Mart Benard en naast een hoofdstuk over de schaatstrainingsgroep bevatte het boekje onder andere een lijst met ereleden, bestuursleden en leden van verdienste. De vereniging telde toen ruim 800 leden.

Na vier jaar wachten op natuurijs kon er in februari 1991 weer geschaatst worden aan de Zeeweg, zij het voor zeer korte duur.


De jeugdschaatsklas in 2007 met trainer Theo Versteegen uiterst links.
De jeugdschaatsklas in 2007 met trainer Theo Versteegen uiterst links.

Jeugdschaatsen

Rond 1991 voerde Robert Pel een schaatsklas in, die enorm aansloeg. Kinderen van 9 – 12 jaar leerden zodoende gedurende 10 lessen de beginselen van de schaatskunst op de Meent. Na afloop kregen zij een schaatsdiploma, uitgegeven door de STG (schaatstrainingsgroep).


Jaarboek 36, pagina 14

In 1993 nam Eugene Valkonet de taak van Robert Pel over. Ellen Teeling assisteerde als stagiaire en werd later ook trainer. De jeugdschaatsklassen groeiden van12 naar 16 kinderen en werden een jaarlijks succes onderdeel van de vereniging. Van 1996 tot 2010 werd Theo Versteegen hoofdtrainer bij het jeugdschaatsen. De lessen werden uitgebreid en klassen werden vergroot tot 45 – 60 kinderen per seizoen met ondersteuning van meerdere trainers en begeleiders.
Al met al hebben zo’n 1000 kinderen inmiddels kennis gemaakt met het jeugdschaatsen binnen VKIJ. Op basis van de resultaten van de schaatsproeven zijn de deelnemers in het bezit van de officiële KNSB-diploma’s (opklimmend van A t/m F).


Vriezen en dooien

Bij brief van 25 oktober 1995 uitte VKIJ richting het college van burgemeester en wethouders een aantal bedenkingen tegen het plan van een projectontwikkelaar om in het voormalige Duin en Bosch paviljoen Kinnehin, dat zich vlakbij de ijsbaan bevond, luxe appartementen te realiseren. Het bestuur was namelijk bang dat deze woningen de exploitatie van de ijsbaan in de weg zouden staan vanwege mogelijke protesten van bewoners over geluid- en lichtoverlast. Ook maakte men zich zorgen over het gemeenschappelijk gebruik van het pad dat toegang biedt aan zowel de ijsclub als de toekomstige appartementen. Nadat de ontwikkelaar tegemoet was gekomen aan de zorgen van VKIJ, werd het bezwaarschrift ingetrokken.

Het seizoen 1996-1997 was een prima schaatsjaar, waarin naast de Elfstedentocht in het hele land tochten werden georganiseerd. De Kennemer IJsbaan is dat jaar 18 dagen open geweest en er werden veel mensen lid. Tweemaal vond er weer een ijsdisco plaats, wat opnieuw een groot succes bleek.
Tijdens deze ijsperiode heeft het bestuur een tevredenheidsonderzoek laten doen, dat als schoolproject werd uitgevoerd. Op de enquête reageerden 124 personen, waarvan de meeste lid waren van VKIJ. Over het algemeen was de meerderheid positief over de kwaliteit van de baan en het clubhuis. Over de kleedruimte was men wat minder enthousiast, maar deze lokaliteit kreeg nog altijd een voldoende. Omdat uit het onderzoek bleek dat veel mensen niet of nauwelijks op de hoogte waren van de veiligheidsvoorzieningen, achtte het bestuur het noodzakelijk dat er voortaan tijdens een ijsperiode meer aandacht werd besteed aan de EHBO.

Als gevolg van het opheffen van het bestuur binnen de STG (schaatstrainingsgroep), koos de algemene ledenvergadering van VKIJ op 29 oktober 1997 een geheel nieuw bestuur, bestaande uit negen leden.
In het kader van de ‘Jeugdvakantiecocktail’ organiseerde VKIJ in de zomer van 1998 een skeelertocht. Begin december van dat jaar lag de ijsbaan aan de Zeeweg er toen beslist nog niet schaatsklaar bij, omdat het welig tierende riet nog niet was weggehaald. Overigens had de vereniging wel een oplossing om jaarlijks het maaiwerk te omzeilen, maar daar ging de gemeente niet mee akkoord.

De baan is weer gemaaid.
De baan is weer gemaaid.

Men wilde graskarpers in de plas uitzetten, want die vreten al het gras en riet weg. De gemeente was echter van mening dat daarmee de biotoop van het gebied zou worden aangetast. “Er groeien namelijk ook zeldzame planten en er leven veel dieren. Verder is deze plas een zogeheten paddenpoel”, aldus het Noordhollands Weekblad uit die tijd.

De daaropvolgende jaren waren ronduit mager voor de vereniging door het simpele feit dat koning Winter het liet afweten. In het weekend van 19 januari 2001 kon nog wel op de linkerhelft van de ijsbaan worden geschaatst, maar daar hield het ook mee op.

In 2003 ging de lang verwachte website de lucht in en sindsdien is de vereniging digitaal te bereiken onder www.vkij.nl.
Tijdens de algemene ledenvergadering op 27 september 2006 nam Herman Bosboom na 20 jaar afscheid als voorzitter en gingen de leden unaniem akkoord met het voorstel om hem aan het lijstje van ereleden toe te voegen.


Ereleden

1966 Izaäk Kriekaard
1967 Jan Broerse
1979 Mart Benard
1979 Daan Kernkamp
1979 Jan van der Meulen
1979 Harry van Os
1986 Jan Zonneveld
2006 Herman Bosboom

Doordat de verenigingsstukken incompleet zijn, is niet na te gaan welke personen tot 1967 benoemd zijn tot erelid. Ook is niet duidelijk in welk jaar Izaäk Kriekaard deze titel kreeg.


Pas in januari 2009 brak de schaatskoorts weer uit en ging het ook op de Kennemer IJsbaan na twaalf kwakkelwinters écht los! De bestuurders van VKIJ merkten wel dat


Jaarboek 36, pagina 15

er lang niet meer geschaatst was. “Veel mensen stonden wat onwennig op het ijs, er waren veel valpartijen. En elke dag stuurden onze EHBO’ers en BHV’ers (red: Bedrijfshulpverleners) wel een of twee mensen meteen gekneusde pols naar de dokter”, zo vertelde secretaris Judith Teeling aan het Nieuwsblad voor Castricum. Deze krant meldde ook dat de vereniging in de afgelopen vorstperiode veel nieuwe donateurs mocht begroeten, waarmee de toekomst van de ijsbaan en VKIJ voorlopig weer zeker gesteld was.


IJsmeester Hans Teeling.
IJsmeester Hans Teeling.

IJsmeesters aan het woord

We weten het allemaal van de Elfstedentochten. De rol van de ijsmeester is daarbij van cruciaal belang, omdat hij de dikte van het ijs meet en mede bepaalt of de tocht doorgang kan vinden. Ook de Kennemer IJsbaan heeft al die jaren een ijsmeester gekend. Hans Teeling (1961), die vanaf 1998 tot 2010 deze functie aan de Zeeweg uitoefende, vertelde:
“Ik schaats vanaf 1972 bij VKIJ en nam toen deel aan de Schaatstrainingsgroep. Na een crisis in de vereniging werd ik lid van een schaatsclub in Limmen en vervolgens in Alkmaar. Omdat mijn oudste zoon Jan bij VKIJ ging schaatsen, kwam ik in 1995 terug als vrijwilliger. Eerst was ik fietstrainer en daarna ijsmeester. Het meten van de ijsdikte gebeurde met een door mijn voorganger Henk Post bedachte meetstok. Ik moest echter wachten tot begin 2009 voordat ik de eerste keer mocht meten en bij zo’n zeven centimeter zwart ijs het sein mocht geven dat de baan open kon. Je merkt dan dat de hele vereniging tot leven komt en er plotseling allerlei klussen nodig zijn om geluidsinstallatie, verlichting etc. weer aan de praat te krijgen. Tijdens de ijswinter 2009-2010 was ik heel veel op de baan aanwezig. We waren twee weken achter elkaar open en mijn vrouw en ik waren toen blij dat het weer ging dooien. Overigens hebben we in die winter veel last gehad van sneeuwval. Daardoor krijg je fondant ijs, waarop je totaal niet kunt schaatsen. We hebben toen in een nacht met stevige vorst na overleg met het PWN de brandweer de baan laten opspuiten. Een zeerkoude en urenlange klus, maar de volgende avond stond iedereen weer bij ons op het ijs, terwijl er elders in de polder niet gereden kon worden. Ik ben er trouwens zelf wel eens met meten doorheen gezakt, omdat het ijs vooral op de kleine baan langs het fietspad heel verraderlijk kan zijn. In 2010 heb ik mijn functie overgedragen aan Jan Breggeman en Cees van Tinteren, maar bleef wel actief voor de club. Zo heb ik drie jaar geleden een mountain-bike groepje opgericht voor met name senioren die kampen met blessures, waardoor ze niet meer mee kunnen doen aan de looptraining.”


Jaarboek 36, pagina 16

IJsmeester Cees van Tinteren.
IJsmeester Cees van Tinteren.

De huidige ijsmeester Cees van Tinteren (1941) is al jaren actief binnen de vereniging:
“In 1984 hoorde ik voor het eerst van een schaatstrainingsgroep in Castricum. Mijn neef André van der Zande vond dat wel iets voor me en toen ben ik ook lid geworden van VKIJ. Met André heb ik de Elfstedentochten van 1986 en 1997 uitgereden en nog diverse andere grote tochten in binnen- en buitenland met in 2012 nog een keer een uitschieter naar de Weissensee. Vrijwel direct nadat ik lid werd van VKIJ ben ik in het klussenteam van Jan Breggeman opgenomen.
Vanaf 2000 geef ik twee middagen ijstraining aan senioren op de kunstijsbaan in Alkmaar. Sinds een paar jaar bekleed ik ook de functie van ijsmeester. Ik was in februari 2012 nog in Oostenrijk toen hier de baan aan de Zeeweg al open ging. Tijd om thuis even bij te komen was er niet bij en ’s avonds stond ik alweer op de schaats achter de borstelmachine om het ijs te prepareren, zodat de schaatsliefhebbers uit Castricum en omgeving weer optimaal van onze gezellige baan konden genieten. Afgelopen winter heeft de natuur ons bij de neus genomen. We hadden met veel handwerk een prachtige baan geschoven op zaterdag 19 januari en wilden de volgende dag ook de tweede helft sneeuwvrij schuiven. Daar was het ijs echter nog te dun om er met meerdere mensen op te gaan. De andere baan was 6 tot 6,5 cm dik en met nog twee nachten vorst hoopten we die dinsdag daarop open te kunnen gaan. Helaas begon het zondag te sneeuwen en toen ik maandagmorgen kwam kijken was al ons werk teniet gedaan. Ruim 10 cm sneeuw erop die was gaan broeien, waardoor de toplaag van het ijs aan het smelten was en er zich een paplaag onder de sneeuw had gevormd. Het leven van een ijsmeester gaat dus niet over rozen …”


Tijdens de nieuwjaarsreceptie van de vereniging op 18 januari 2009 werd het 75-jarig bestaan gevierd. Burgemeester Aaltje Emmens – Knol was ook naar het verjaardagsfeest gekomen om voorzitter Ronald Snijders de Koninklijke erepenning te overhandigen. Die wordt toegekend aan instellingen of verenigingen bij een 50-jarig bestaan of een veelvoud met 25 jaar. Daarnaast moet de te onderscheiden club een maatschappelijk doel hebben. De Kennemer IJsbaan heeft in ieder geval ruimschoots aan die voorwaarden voldaan.
In 2009 werd de weggezakte dijk van de ijsbaan door ophoging in ere hersteld, waarbij het werk grotendeels neerkwam op de schouders van vader en zoon Boots. Daarvoor hadden zij er ook al voor gezorgd dat het looppad naar de ingang van het clubgebouw werd bestraat.

IJsmeester Hans Teeling gaf in december van dat jaar goedkeuring om de baan open te stellen en in februari 2012 konden jong en oud eveneens genieten van een weekje schaatsplezier aan de Zeeweg.

Ook burgemeester Toon Mans (met lange zwarte jas) was aanwezig bij de jeugdwedstrijden in februari 2012.
Ook burgemeester Toon Mans (met lange zwarte jas) was aanwezig bij de jeugdwedstrijden in februari 2012.

Sportief gezien werden er de laatste jaren ook de nodige successen behaald. Zo won Rutger van der Klip in 2009 voor het eerst de Slikkerbokaal in de categorie neo-senioren / senioren op ijsbaan De Meent in Alkmaar. Deze wedstrijd wordt verreden over twee keer 100 en twee keer 300 meter. In februari 2011 won hij voor de tweede keer deze bokaal, wat nog nooit door iemand in deze categorie was gepresteerd. Ook de 13-jarige Thom de Vries leverde grote prestaties door de afgelopen vijf seizoenen alle clubrecords van VKIJ in zijn leeftijdscategorie te verbeteren. Hetzelfde werd bij de meisjes gepresteerd door de 14-jarige Pauline Verhaar.
Arjen Becker, die een aantal jaren lid was van VKIJ, groeide uit tot een bekende wedstrijdschaatser en legde tijdens de Nederlandse kampioenschappen marathonschaatsen op 23 december 2010 nog beslag op de derde plaats.

Ronald Snijders spreekt de leden toe tijdens de nieuwjaarsreceptie in 2012.
Ronald Snijders spreekt de leden toe tijdens de nieuwjaarsreceptie in 2012.

Een trotse voorzitter

Ronald Snijders (1958) volgde in 2008 Ron de Haan op als voorzitter van VKIJ. Ondanks dat er niet elk jaar ijs is, heeft hij zijn handen vol aan het leiden van de club:
“Uiteraard ben ik trots op onze locatie, want waar vind je een baan met zo’n prachtige ligging? Door de beschutting duurt het wel wat langer voordat hij open gaat, maar het voordeel is weer dat het ijs langer blijft liggen. Sinds mijn aantreden bij het bestuur kregen we gelijk te maken met een serieuze winter, waardoor de baan open kon. Al gauw bleek dat de verlichting vervangen moest worden. Dat jaar zijn er, mede met behulp van financiële steun van de Rabo-


Jaarboek 36, pagina 17

bank, drie lichtmasten aangeschaft; in 2012 zijn er nog eens vijf bijgekomen. Een belangrijke aanwinst is ook de totaal vernieuwde website die in 2009 werd ingevoerd, nadat het clubblad ophield te bestaan. Daarnaast beschikken we sinds twee jaar dankzij sponsors over clubkleding met opdruk van het nieuwe logo, dat is voorzien van een kroontje vanwege de Koninklijke erepenning die ons in 2009 werd toegekend.

De jeugdgroep in nieuwe sponsorkleding.
De jeugdgroep in nieuwe sponsorkleding.

Tevens is het wedstrijdschaatsen de afgelopen vijf jaar opeen hoger peil gebracht en zijn saamhorigheid, conditie en schaatstechniek bevorderd door onder andere skeeleren in de zomer en deelname aan marathonwedstrijden in de winter. Naast de exploitatie van de ijsbaan zal het bestuur zich de komende jaren moeten richten op een plan voor de toekomst, omdat verjonging van zowel actieve als recreatieve leden hard nodig is. De vereniging heeft genoeg te bieden en dat moet duidelijk zichtbaar zijn voorde buitenwereld.”

Slotwoord

Het mag een prestatie worden genoemd dat een club als VKIJ er na 80 jaar gezond voor staat. Een aantal keren was het namelijk de vraag of de vereniging als gevolg van een crisis kon blijven bestaan, maar steeds stonden er weer mensen op die de club van de ondergang wisten te redden. Jarenlang bleef VKIJ in winterslaap, omdat de weergoden niet meewerkten. Ongetwijfeld zullen de schaatsliefhebbers echter ook volgend jaar hun ijzers weer aan de Zeeweg onderbinden. IJs en weder dienende!

Hans Boot

Bronnen

  • Archiefmateriaal Vereniging Kennemer IJsbaan en PWN.
  • Edities Castricumse en regionale kranten.

Met dank aan: Mart Benard, Jan Breggeman, Nettie Ruijter (overl.), Cees Schulte, Ronald Snijders, Eric Tabak, Hans en Judith Teeling, Cees van Tinteren, Theo Versteegen, Roel van de Waal en Jan Zijlstra.


Biljartverenigingen (Jaarboek 35 2012 pg 75-86)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over Verenigingen in Castricum:
amateurtuindersBakkerijbiljartcarnavalfanfare (muziek)gymnastiek (atletiek) – hengelsport –Kennemer ijsbaan – Perspectief – scoutingtennistoneelvoetbalvolleybal


Jaarboek 35, pagina 75

De Castricumse biljartverenigingen

Biljarten in ‘De Rustende Jager’ rond 1900.
Biljarten in ‘De Rustende Jager’ rond 1900.

De oudste foto van biljarters in Castricum dateert van rond 1900. Deze is genomen in hotel-café-restaurant ‘De Rustende Jager’ aan de Dorpsstraat. Ook in café ‘Spoorzicht’ aan de Kramersweg in de tijdens de oorlog gesloopte buurt De Duinkant werd deze sport al beoefend. De oudste biljartvereniging in ons dorp is ‘Onder Ons’, die in 1935 werd opgericht. Aanvankelijk bestonden er zes verenigingen. Nu zijn dat er nog vijf, waarvan ‘Onder Ons’ en ‘Willen is Kunnen’ bij de landelijke bond zijn aangeslotenen in dat verband ook aan districtswedstrijden meedoen. De andere drie verenigingen, te weten de ‘Biljartclub voor Ouderen’, ’t Steegie’ en ’t Stetje’ spelen alleen onderling wedstrijden. ‘De Doorschieter’ is in 2011 opgeheven. Naast deze verenigingen hebben zich in Castricum nog diverse caféclubs gevormd.

Al in 1985 was er een damesclubje dat elke maandagavond de biljartkunst in Hotel Borst beoefende onder leiding van Jos Bijl, die hier onder vuur wordt genomen.
Al in 1985 was er een damesclubje dat elke maandagavond de biljartkunst in Hotel Borst beoefende onder leiding van Jos Bijl, die hier onder vuur wordt genomen. V.l.n.r.: Tiny Zonneveld – Van der Zwan, Els Liefting – Hopman, Ellen Borst, Hermien de Waard, Hetty Doekes – Brugsma, Vera Glorie – Post, Annemiek Glorie – Steevens, Gré Weerstand en Karin Borst – Glorie.

Geschiedenis van het biljartspel

Er is geen land ter wereld waar de biljartsport zo intensief beoefend wordt als in Nederland en België. De ouderdom van het spel is niet met zekerheid bekend, maar waarschijnlijk vond de geboorte van het biljarten ergens in het begin van de twaalfde eeuw plaats. Wat het land van herkomst betreft blijven de meningen eveneens verdeeld. De Fransen beweren dat het woord ‘billard’ een samenvoeging is van ‘bille’ en


Jaarboek 35, pagina 76

‘art’ en dus betekent ‘de kunst van het balspel’. De Engelsen beweren dat het een Engelse uitvinding is, omdat Bill Kew voor het eerst de bal met zijn ‘yard’ (ellestok) op de tafel zou hebben gespeeld. Biljarten was trouwens een spel van de betere standen en wordt daarom wel ‘het spel der koningen’ genoemd.
De uitvinding van de pomerans (leren dopje van de keu) in 1827 betekende een ware omwenteling inde biljartsport. Daardoor werd het mogelijk de nieuwe techniek van trekstoten toe te passen. Er zouden doorlopend nieuwe technieken toegepast worden en ook het materiaal werd steeds meer geperfectioneerd. Voor de tafelbladen ging men over op leisteen en de ballen werden gemaakt uit ivoor, dat later weer door kunsthars werd vervangen.
De meest beoefende spelsoorten zijn het libre-, het kader- en het driebandenspel.
Biljarten is een mannensport geworden sinds het hoofdzakelijk beoefend wordt in cafés. De laatste decennia hebben echter ook meer vrouwen de keu ter hand genomen. Omdat je het tot op hoge leeftijd kunt doen, zijn er momenteel nog heel veel ouderen die biljarten. Daarbij kampen de meeste verenigingen met het feit dat de aanwas van jongeren achterblijft.

21 december 1950: stand van de onderlinge competitie van biljart vereniging Onder-Ons.
21 december 1950: stand van de onderlinge competitie van biljart vereniging Onder-Ons.

De voorzitters van 1935 tot 2012

1935-1946 Henk Broksma
1946-1955 Piet Kuijs
1955-1961 Gerrit Twisk
1961-1963 Cor Theissling
1963-1965 Jaap Bregman
1965-1978 Cor Brinkhuijsen
1978-1992 Ber Zonneveld
1992-2000 Jan Levering
2000-2003 Ab Aarsman
2003-2006 Wim Kerssens
2006-heden (red: dat is in 2012) Hans Gosselink

Het voormalige ‘Bondshotel’, dat later bekend stond als het ‘biljartpaleis’ van Joop Leferink.
Het voormalige ‘Bondshotel’, dat later bekend stond als het ‘biljartpaleis’ van Joop Leferink.

ONDER ONS (1935)

De eerste Castricumse biljartvereniging werd in 1935 opgericht door de heren Broksma en Daniels. Er werd gespeeld in het voormalige ‘Bondshotel’ op de hoek Burgemeester Mooijstraat – Dorpsstraat, waarvan Henk Broksma de eigenaar was. Dit pand stond later bekend als het ‘biljartpaleis’ van Joop Leferink. De vereniging sloot zich aan bij de Nederlandse Biljart Bond (NBB). Deze bond werd in 1911 opgericht en stond vanaf 1951 bekend als Koninklijke Nederlandse Biljart Bond (KNBB).

Na de oorlog heeft Onder Ons ruim 50 districtskampioenen en 12 nationale kampioenen in de annalen mogen bijschrijven. De meest bekende daarvan is Jan Feeke, die in de periode van 1969 tot en met 1976 vijf keer Nederlands kampioen in het onderdeel kader 57/2 hoofdklasse werd. Piet en Arie Liefting behaalden beiden ook een nationale titel in respectievelijk de libre overgangsklasse in 1968 en kader 38/2 2e klasse in 1992. In latere jaren waren ook mannen als Frans Peperkamp, Jan Levering en Jan Visser meer dan eens succesvol tijdens districts- en gewestelijke kampioenschappen.


Jaarboek 35, pagina 77

Jan Feeke in zijn glorietijd.

Jan Feeke, vele malen kampioen

Jan Feeke (1928) is onbetwist de beste speler die Onder Ons heeft voortgebracht. Hij was een natuurtalent dat talloze wedstrijden op zijn naam schreef. Jan beoefende zijn sport zeer serieus en speelde beslist niet alleen voor de gezelligheid. Toen hij 13 jaar was, leerde hij het biljarten kennen:
“In 1941 ben ik begonnen. Ik woonde in Burgerbrug en de vader van een vriendje van me had een tafelbiljart. Al snel bleek ik aanleg voor het spelletje te hebben en mocht ik niet meer meedoen, omdat ik steeds won. Toen ben ik bij de vereniging ‘Het groene laken’ in mijn woonplaats gaan spelen en nam daar vanaf mijn 18e deel aan de clubwedstrijden. In 1947 zocht ik het hogerop bij ‘Excelsior’ in Alkmaar. Vanaf mijn trouwen in 1953 ben ik gestopt en in 1957 ging ik met mijn vrouw in Zuid-Afrika wonen. In Pretoria kon ik aan de slag als boekhouder, maar na onenigheid met mijn werkgever kwamen we in 1967 toch weer terug en konden een huis kopen in de Prins Hendrikstraat. Er woonde hier al wat familie en bovendien werd ik hoofdadministrateur bij Unilever in Wormerveer. Het biljarten heb ik toen weer opgepakt. Henk Marcker, die ik nog van vroeger kende, vroeg me om lid te worden van Onder Ons en dat deed ik. In 1968 speelde ik mijn eerste nationale kampioenschap en promoveerde naar de hoofdklasse. Een jaar later volgde de eerste titel in het ankerkader 57/2 en die prolongeerde ik vier jaar achter elkaar. Ook in de nog moeilijker eerste klasse kader 47/2 ben ik kampioen geworden. Dat was in 1979 in Rotterdam en was mijn mooiste titel. Ik heb in die jaren tegen diverse biljarttoppers gespeeld, zoals Piet van de Pol, Hans Vultink en Christ van der Smissen.”

In de periode van ca. 1930 tot 1948 droeg het pand links de naam ‘Bondshotel Broksma', naar de eigenaar Hendrik Broksma. Daarna werd het bondshotel Meijer, tot in 1959 Joop Lefering de zaak overnam en in het cafégedeelte het Biljart
paleis ging exploiteren met enkele echte wedstrijdtafels, waarvan dan ook door biljartvereniging 'Onder Ons' druk gebruik werd gemaakt.
In de periode van ca. 1930 tot 1948 droeg het pand links de naam ‘Bondshotel Broksma’, naar de eigenaar Hendrik Broksma. Daarna werd het bondshotel Meijer, tot in 1959 Joop Lefering de zaak overnam en in het cafégedeelte het Biljart
paleis ging exploiteren met enkele echte wedstrijdtafels, waarvan dan ook door biljartvereniging ‘Onder Ons’ druk gebruik werd gemaakt.

Van de Pol en Feeke speelden op 11 december 1947 een demonstratiepartij bij Broksma ten bate van de Nederlandse militairen in Indië (NIWIN). Het Nieuwsblad voor Castricum schreef er uitgebreid over. Wereldkampioen Van de Pol kwam die avond te laat aan, maar dat belette hem niet om in zes beurten 700 punten te maken. Feeke was uiteraard kansloos, maar dat mocht de pret niet drukken. De opbrengst van het evenement was netto 173,65 gulden, waar de penningmeester van het NIWIN erg blij mee was. Na afloop van de wedstrijd roemde Van de Pol nog even het zuivere biljart van Broksma, want Piet had bij andere demonstratiepartijen dikwijls op tafels moeten spelen die hij ‘hobbelpaarden’ noemde …

Voor de KNBB heeft Jan Feeke in diverse commissies gezeten. Ook was hij opleider-instructeur en begeleider van nationale en internationale arbiters. Om die reden werd Jan door de bond benoemd tot lid van verdienste.
Jan Feeke beschikt over diverse plakboeken die getuigen van zijn indrukwekkende biljartcarrière. In zijn glorietijd waren partijen in één beurt (250 caramboles) geen uitzondering voor hem. Naarmate zijn leeftijd vorderde, moest Jan echter een stapje terug doen:
“Vroeger lag mijn gemiddelde om en nabij de 50. Nadat ik in 1991 stopte met nationale wedstrijden, is dat gedaald tot ongeveer vijf.  In juni 2011 ben ik ook gestopt bij Onder Ons, omdat ik de eerste verschijnselen van de ziekte van Parkinson kreeg en ook mijn ogen achteruit gingen. Tijdens de jaarvergadering heb ik afscheid genomen en werd ik benoemd tot erelid. Alles bij elkaar heb ik een prachtige tijd gehad bij Onder Ons. Het is een prestatiegerichte vereniging en die paste bij mij. Inmiddels ben ik 84 en op die leeftijd mis je de clubavonden niet meer. Ter compensatie ben ik een schildercursus gaan volgen bij Perspectief.”

De leden van Onder Ons in 1984.
De leden van Onder Ons in 1984. V.l.n.r.staand: Henk Woudenberg, Nico Tessel, Ber Zonneveld, Piet Liefting, Willem Baltus, Cor Brinkhuijsen, Jan Visser, Dick Pruis, Willem Schermer, Ber Veldt, Kees Lute, Nico de Jong, Frans Peperkamp, Cees Liefting, Jan Feeke, Hans Smit, Jan Hemmer en Sjef van Opstal; zittend: Arie Liefting, Jan Veldt, Piet de Graaf, Marieke Schigt – Van Duin en Joop Tuynman.

Biljartlocaties

Tot 1980 kon de vereniging terecht in het ‘biljartpaleis’ van Joop Leferink. Toen dat een andere bestemming kreeg, verhuisde Leferink naar het oude veilinggebouwtje dat even verderop stond. Dat kwam het spelpeil niet ten goede. Omdat Leferink er al binnen twee jaar mee stopte, moest worden uitgeweken naar een andere locatie. De club kreeg onderdak in de biljartsociëteit van Cees Kaandorp aan de Westerweg in Heiloo, waar wel weer goede resultaten werden behaald. Een vereniging als Onder Ons hoorde echter in Castricum thuis en daarom werd naarstig gezocht naar een nieuw onderkomen in ons dorp. De oplossing werd in december 1981 gevonden toen de gebroeders Ber en Jan Veldt aankondigden een biljartcentrum te willen beginnen in een leegstaand pand aan de Jac. Rens-dorpstraat.

Ber Veldt (1942): “De voormalige werkplaats van schildersbedrijf Zoontjes kwam daar vrij en die voldeed aan de eisen voor eventuele horeca. De gemeente zag het ook wel zitten, alleen raadde men ons aan eerst de buren van onze plannen in kennis te stellen. Die hadden er gelukkig niet veel problemen mee en zo konden de benodigde vergunningen worden aangevraagd. Ik had al een vestigingsvergunning en moest alleen nog even een horeca papiertje in de avonduren halen. Eind van de zomer 1982 gaf de


Jaarboek 35, pagina 78

Burgemeester Gmelich Meijling verrichtte de openingsstoot in het biljartcentrum aan de Jac. Rensdorpstraat.

gemeente toestemming en werd met de verbouw van de garageboxen begonnen. Vele zaterdagen en avonden is er keihard gewerkt, want we wilden alles voor de start van het nieuwe biljartseizoen in september af hebben en dat lukte allemaal. Burgemeester Gmelich Meijling verrichtte onder grote belangstelling de afstoot op 27 april 1982. Tevens werd zijn naam aan een wisselbeker verbondenen die heeft hij vele malen uitgereikt, zelfs toen hij allang geen burgemeester van Castricum meer was.”

Ber, Gonnie en Jan Veldt tijdens de afscheidsreceptie op 2 juli 2011.

Voor Ber en Jan Veldt was het realiseren van dit biljartcentrum natuurlijk heel bijzonder, want de broers financierden het en hadden er naast hun werk zomaar een horeca zaakje bij.
Jan (1946): “Ook de biljartvereniging was met de vier biljarttafels in haar nopjes. Naast de clubavond op maandag was het zaaltje ook op zaterdagmiddag open en dat trok veel biljartliefhebbers. Zo kwamen er binnen niet


Jaarboek 35, pagina 79

al te lange tijd twee verenigingen (De Doorschieter en ’t Steegie) bij en werd het zelfs druk. Na zeven jaar werd om diverse redenen de locatie verruild voor een nieuw onderkomen bij het winkelcentrum Geesterduin, waar mijn broer Ber en ik ook eigenaar van werden. Daar kon op donderdag-, vrijdag- en zaterdagmiddag worden gespeeld. Op 1 september 1989 werd het centrum feestelijk geopend en we hebben dat met veel plezier bestierd tot 1 juli 2011. Toen vonden wij het na 29 jaar wel goed zo en is het beheer overgedragen aan de nieuwe Stichting Belangenbehartiging Biljartsport Castricum (SBBC). Deze stichting, die wordt gevormd door de verenigingen Onder Ons en ’t Steegie, huurt het pand voorlopig voor vijf jaar en alles wordt nu gerund door vrijwilligers. De Doorschieter is per 1 juli vorig jaar opgehouden te bestaan, maar sommige leden zijn in Geesterduin blijven spelen. Ik ben overigens nog gewoon lid van Onder Ons en speel zelf op de maandagavond. Daarnaast draaien mijn broer en ik bardiensten.Het is wel even wennen om er niet meer dagelijks naar toe te moeten. Dat geldt ook voor mijn vrouw Gonnie. Zij ging bijna altijd met me mee om de boel schoon te maken en alles op te ruimen. We hebben in het winkelcentrum een schitterende tijd gehad en vele toernooien gehouden, zoals het Henk Marckertoernooi en het Geesterduintoernooi.”

Leden

Onder Ons mag zich al jaren verheugen over leden die de club heel lang trouw zijn. Op dit moment (in 2012) telt de vereniging rond de 25 leden. Mensen als Jan Hemmer, Cees Liefting, Ber Zonneveld, Jan Feeke en Ber en Jan Veldt zijn al tussen de 40 en 50 jaar lid. Henk Marcker is zelfs meer dan 70 jaar bij de vereniging en was maar liefst 50 jaar secretaris.

Het niveau van de club is de laatste jaren wel een stuk minder geworden. Had Onder Ons voorheen nog tien kaderspelers, nu moet de club het doen met nog maar één speler in deze spelsoort en 23 spelers in de klasse libre. Het is wel heel bijzonder voor de vereniging dat Marieke Schigt al 32 jaar het enige vrouwelijke lid is.

Henk Marcker biljartte in 1961 met een sigaar in zijn mond.
Henk Marcker biljartte in 1961 met een sigaar in zijn mond.

Erelid en bondsridder

Henk Marcker (1922) verhuisde op vijfjarige leeftijd met zijn ouders van Amsterdam naar Castricum. Zijn moeder was een vriendin van de vrouw van eigenaar Henk Broksma van het Bondshotel. Zodoende kwam Marcker in aanraking met de biljartsport en werd in1940 lid van Onder Ons. Marcker: “Ik speelde onder anderen met ‘Slappe’ Piet Kuijs van de zaadhandel, Bank Beentjes, Piet Res en Jan Visbeen. Een hoogvlieger was ik niet, maar wel een gemiddelde speler. Eén keer (in 1976) ben ik districtskampioen geworden in de hoofdklasse libre. Op bestuurlijk gebied was ik ook behoorlijk actief. Bij Onder Ons ben ik secretaris geweest van 1945 tot 1999. Daarnaast was ik 25 jaar districtsbestuurder en 23 jaar districtsarbiter.”
Tijdens de viering van het 75-jarig bestaan in 2010 werd hij lid van verdienste. Daarvoor was hij al tot erelid benoemd. Ook werd hij lid van verdienste en erelid van het district Alkmaar. Hier bleef het echter niet bij, want de Castricumse biljarter werd op 17 april 1990 ook nog eens door KNBB-voorzitter Maarten Hendriks tot bondsridder geslagen. Aan het eind van ons gesprek in zijn woning liep Henk nog even naar de gang en toonde de oorkonde van de ‘Luie bul’ die hij in 1985 kreeg van Prins Carnaval.

De enige vrouw van Onder Ons

Marieke Schigt – Van Duin (1955) rijdt al 32 jaar elke maandagavond van haar woonplaats Zuid-Scharwoude naar het biljartcentrum in Geesterduin om de onderlinge wedstrijden van Onder Ons te regelen. Zij doet dat echter met veel plezier:
“Ik ben al jaren arbiter voor het district Alkmaar en daardoor kwam ik in de jaren (negentien)zeventig ook op bezoek bij Onder Ons. Dat leek mij een leuke vereniging om bij te spelen en daarom ben ik in 1980 lid geworden en nooit meer weggegaan. Ik voel mij hier heerlijk thuis en heb alle mannen onder de duim. Ze doen ook alles voor me en ik kreeg al gauw de bijnaam ‘Koningin van de vereniging’. Voor het vele vrijwilligerswerk bij de club en voor de bond in 31 jaar werd ik onderscheiden. Daarnaast ben ik lid van verdienste van zowel de club als het district. Ook ben ik gehuldigd voor 30 jaar lidmaatschap van Onder Ons. Voor het district ben ik nog steeds actief als docent arbitersopleiding en gewestelijk arbiter. Bij de vereniging maak ik roosters voor de onderlinge wedstrijden en de finales. Ik geniet elke maandagavond ten volle als alles draait en ik zie dat iedereen het naar zijn zin heeft!”


Jaarboek 35, pagina 80

75-jarig bestaan.
75-jarig bestaan. V.l.n.r. Marieke Schigt – Van Duin, Jan Hemmer, Cees Suurmond, Ber Zonneveld, Henk Marcker, Jan Levering en Hans Gosselink.

Jubilea

In 1985 vierde Onder Ons het gouden jubileum. Naar aanleiding daarvan verscheen een boekwerkje, waarin aandacht werd besteed aan diverse hoogtepunten. Burgemeester Gmelich Meijling feliciteerde in zijn voorwoord de vereniging met het 50-jarig bestaan en wees erop dat biljarten niet alleen ontspanning brengt, maar ook inspanning en training vergt. Het programma omvatte een receptie op 2 maart in het clublokaal en de volgende dag was er voor de leden en partners een feestavond in Uitgeest.
In 2010 stond de vereniging stil bij het 75-jarig bestaan en recipieerde (red: ontving genodigden) ter ere daarvan op 2 maart in het biljartcentrum van de gebroeders Veldt. Tijdens deze bijeenkomst werden Henk Marcker (70 jaar lid), Jan Hemmer (55 jaar lid), Ber Zonneveld (50 jaar lid) en Marieke Schigt (30 jaar lid) benoemd tot lid van verdienste. Tenslotte werd secretaris Jan Levering door Jan Visser, afgevaardigde van de KNBB, benoemd tot lid van verdienste van het district Alkmaar.

Ledenvergadering Onder Ons op 29 mei 2012.
Ledenvergadering Onder Ons op 29 mei 2012. V.l.n.r. staand: Wim Schermer, Ber Zonneveld, Jan Veldt, Arie Liefting, Gert Jonkman, Ber Veldt, Ferry Rommel, Ab Schuit, Herman Mooij, Frans Peperkamp, Dick Pruis, Jan Hemmer,
Aart Waterman en Cees Liefting; zittend: Jan Feeke (erelid), Jan Levering (secretaris), Marieke Schigt – Van Duin (wedstrijdleider), Hans Gosselink (voorzitter), Cees Suurmond (penningmeester) en Henk Marcker (erelid).

WILLEN IS KUNNEN (1965)

Op 15 oktober 1965 werd in De Rustende Jager een nieuwe biljartclub opgericht, die dezelfde naam kreeg als het etablissement. Daar speelden Cees Burgmeijer, Anton Steij en Nico de Jong hun wekelijkse potje biljart. De Jong hanteerde ook als eerste de voorzittershamer. Al snel telde de club ruim 20 leden.


Jaarboek 35, pagina 81

Het kampioensteam van WIK in 1967.
Het kampioensteam van WIK in 1967. V.l.n.r. Anton Steij, Nico de Jong, Cees Burgmeijer en Gert Lute.

Enkele maanden na de oprichting trad de vereniging toe tot de KNBB en ging spelen in district Alkmaar, waar menig kampioenschap werd behaald. Bovengenoemd drietal werd met Gert Lute erbij zelfs in 1967 Nederlands kampioen in de vierde klasse libre. Een unieke prestatie voor zo’n jonge club. Bij de huldiging kregen de Castricummers een compliment van de voorzitter van de bond voor hun kleding. In die tijd was het namelijk de gewoonte om in een zwarte trui te spelen, maar de biljarters van ‘De Rustende Jager’ deden dat in een zwart vest.
Na de sloop van De Rustende Jager in1976 moest de vereniging naar een andere locatie uitzien en kwam toen terecht in het biljartpaleis van Leferink. Vanwege het verdwijnen van ‘De Rus’ besloot men de naam te veranderen in ‘Willen Is Kunnen’ (WIK). Mede door meer biljartmogelijkheden kon ook het aantal leden worden uitgebreid.

Biljarters van WIK in actie aan de Stetweg.
Biljarters van WIK in actie aan de Stetweg.

Evenals Onder Ons verhuisde de club in 1980 naar het voormalige veilinggebouwtje in de Dorpsstraat. Samenwerking met enkele andere verenigingen, waaronder een aantal bridgeclubs, leidde ertoe dat WIK in 1982 opnieuw verkaste. Toen werd het onderkomen gevestigd in het biljart- en bridgecentrum aan de Stetweg, waar men nu nog speelt. Daar beschikt de club ook over vier prachtige wedstrijdtafels. Op 27 oktober 1990 hield de vereniging daar een receptie ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum.

De vereniging kende tot nu toe slechts vier voorzitters. Daarvan is Peter Vos de langst zittende.

De voorzitters van 1965 tot heden

1965 – 1973  Nico de Jong
1973 – 1978 Ko van Maldegem
1978 – 1980 Jaap van der Himst
1990 – heden (red: dat is in 2012) Peter Vos

Plezier

WIK is geen vereniging meer die op hoog niveau speelt. Enkele spelers zijn naar een club gegaan die beter bij hun ambities paste. Van de drie oprichters speelt momenteel Cees Burgmeijer(1939) nog steeds bij WIK. Cees merkte het volgende op: “Met Gert Lute, die er vlak na de oprichting bij kwam, ben ik inmiddels 47 jaar lid; wij beiden zijn erelid. Verschillende spelers zijn al meer dan 30 jaar lid, want over ’t algemeen zijn Wikkers honkvast. Het ledenaantal is ongeveer 25 en dat blijft constant. Elk jaar doen verschillende spelers mee aan districtswedstrijden in diverse spelsoorten en af en toe wordt een mooi succes gehaald. Het belangrijkste is echter dat de leden veel plezier beleven aan hun hobby en daar iedere week naar uitzien. WIK is naast een biljartclub ook een gezelligheidsclub, want meerdere keren per jaar worden ook de partners van de leden uitgenodigd om samen aan een activiteit deel te nemen.”


Jaarboek 35, pagina 82

WIK-leden tijdens het 30-jarig bestaan in 1995.
WIK-leden tijdens het 30-jarig bestaan in 1995. V.l.n.r. achterste rij: Theo Bijman, Rob Tijms, Henk Smolenaars, Ber Beentjes, Peter Vos, Gert-Jan Beentjes en Peter Groenendaal; middelste rij: Anton Steij, Cees Burgmeijer, Cor Stroet, Klaas Ulder, Hans Beijersbergen, Piet Liefting, Hans Gosselink en Gerard Ursem; voorste rij: Jan Plug, John Heeze, Peter Ent, Jan Kamp, Jan van der Zon en Gert Lute.

Theo de Graaf deed poging werelduurrecord biljarten

Het biljarten in Castricum kwam in de zomer van 1971 volop in het nieuws. Binnen de biljartclub Duinzicht, die in het gelijknamige café aan de Beverwijkerstraatweg speelde, was namelijk het idee ontstaan om een aanval te doen op het wereldrecord non-stop biljarten, dat op dat moment stond op 67 uur en 32 minuten. Theo de Graaf (1951) wilde wel een poging doen om dat record te verbreken en startte met zijn marathon op donderdag 15 juli om 16.00 uur, nadat de acquitstoot was verricht door niemand minder dan zanger Johnny Jordaan.

Theo de Graaf aan het begin van zijn recordpoging, waarbij Johnny Jordaan eregast was.
Theo de Graaf aan het begin van zijn recordpoging, waarbij Johnny Jordaan eregast was.

Theo: “In het begin had ik nogal last van zenuwen, wel weer. Voor deze poging had ik van biljartfabriek Feller uit Hoorn een mooie keu gekregen die goed in de hand lag. De medische verzorging was prima geregeld. Huisarts Van den Bergh controleerde regelmatig mijn conditie en fysiotherapeut Rob Schouten masseerde mij van tijd tot tijd. Ook waren leden van de Castricumse EHBO onafgebroken aanwezig om een oogje in het zeil te houden. Ik moest mij daarbij aan een uitgekiend dieet houden met zo weinig mogelijk calorieën, dat onder andere bestond uit een appel, zuurkool, beschuit, thee, bouillon, citroen en karnemelk. Uiteindelijk hield ik het vol tot zondag 18 juli 12.03 uur en toen vond ik het na 68 uur en 3 minuten welletjes. Daarmee werd het oude record dus verbeterd met 28 minuten. Overigens hing dat succes nog even aan een zijden draadje, toen ik in de nacht van zaterdag op zondag een black-out kreeg. De slaap overviel me en ik dreigde volkomen in elkaar te zakken. Na een massage, een rondje hardlopen in de frisse buitenlucht en een koude douche wisten ze mij echter weer klaar te stomen voor de slotfase. Toen het moment eenmaal daar was, bleek dat ik in totaal 3725 caramboles had gemaakt, oftewel een gemiddelde van 1,04. Dat was hoger dan mijn algemeen gemiddelde bij de club! Tijdens deze marathon speelde ik trouwens tegen mijn eigen clubleden die steeds rouleerden.
Na afloop was het tot diep in de nacht groot feest met optredens van de Wico’s en de Amsterdamse zanger Bolle Jan. Ik werd bedolven onder de bloemen.


Jaarboek 35, pagina 83

Daarna maakte ik met Willem Harder, de toenmalige uitbater van Duinzicht en organisator van dit biljartspektakel, een rondedans voor de enthousiaste supporters, familieleden, vrienden en vele andere belangstellenden. Ook mocht ik diverse geschenken en een geldbedrag in ontvangst nemen. De enige smet op mijn prestatie is dat het record niet erkend kon worden door het Guinness Book of Records, omdat de poging door twee spelers dient te worden ondernomen. De tweede kandidaat van Duinzicht haakte echter af. Toen besloot ik het maar in mijn eentje te doen. Met veel plezier kijk ik hierop terug en ik sta nog steeds achter mijn uitspraak vlak na het behalen van het record: “Dit was eens, maar nooit weer!”

Het eerste bestuur van de Stichting Biljart- en Bridge Centrum. Dit zijn vertegenwoordigers van Bridgekring 1966, Biljartvereniging WIK en de Biljartvereniging voor Ouderen.
Het eerste bestuur van de Stichting Biljart- en Bridge Centrum. V.l.n.r. achterste rij: Maarten Voogt, Jaap van der Himst, Piet van der Maaten, Jan Edam; voorste rij: Theo Bijman, Ko van Maldegem en Jaap van der Werf. Dit zijn vertegenwoordigers van Bridgekring 1966, Biljartvereniging WIK en de Biljartvereniging voor Ouderen

BILJARTCLUB VOOR OUDEREN (1981)

Begin jaren 1980 bleek er draagvlak te zijn voor een nieuwe biljartvereniging, omdat ook de vergrijzing in ons dorp sterk was toegenomen. Op 23 maart 1981 zag de ‘Biljartclub Voor Ouderen’ (BVO) het levenslicht. Ko van Maldegem was de eerste voorzitter.

 Ook deze vereniging vond in de eerste dagen van haar bestaan onderdak bij café Leferink. De leden waren aanvankelijk blij hier te kunnen biljarten, maar misten toch wel een eigen accommodatie. Die werd gelukkig vrij snel gevonden boven de nieuwgebouwde bakkerij van Kuilman aan de Stetweg. Samen met enkele andere verenigingen ging de BVO deel uitmaken van de Stichting Biljart- en Bridge Centrum. Uit de beginjaren komen namen voor als die van Ko van Maldegem, Anton Ellermeijer en Jan Edam, bestuurders van het eerste uur, die met hun enthousiasme en doorzettingsvermogen de vereniging door de eerste roerige jaren hebben geloodst.

De voorzitters van 1981 tot heden

1981 – 1990 Ko van Maldegem
1990 – 1994 Joop Lamers
1994 – 2003 Jan van der Vliet
2003 – 2009 Andy van Ollefen
2009 – heden (red: dat is in 2012) Rob Smit

Een van de oprichters

Jan Edam (1919-2012) was met Ko van Maldegem (1921-2004) een van de oprichters van BVO. De inmiddels overleden Jan vertelde daar het volgende over:
“Er waren rond 1980 zoveel ouderen die wilden biljarten dat er behoefte was aan een nieuwe club. In De Kern vond de oprichtingsvergadering plaats en in het begin hebben we nog even bij Leferink gespeeld tot we overstapten naar het pand van Kuilman aan de Stetweg. Dat heeft ons, maar ons niet alleen, vele slapeloze nachten bezorgd. Er was een bedrag van 120.000 gulden nodig voor de inrichting van de speelruimte en voor de aanschaf van materialen. Dat bedrag hadden we niet en de beide andere verenigingen, de biljartvereniging WIK en Bridgekring 1966 evenmin. Op subsidie van de gemeente hoefden we niet te rekenen. Een verzoek aan een van de Castricumse banken om een lening had ook geen resultaat. De bank liet weten dat er onvoldoende onderpand zou zijn om, als we het niet zouden redden, bij het opheffen van de stichting de lening terug te betalen. Over de helft van het bedrag zou eventueel te praten zijn. We hebben toen een obligatielening uitgeschreven en binnen 14 dagen was dankzij het enthousiasme van de verenigingen en hun leden het benodigde bedrag van 60.000 gulden binnen. De bank ging toen ook overstag en de Stichting Biljart- en Bridgecentrum kon van start. BVO had als deelnemende vereniging een eigen home! De eerste jaren waren mager en elke cent werd omgedraaid. Over een koekje bij de koffie moest in het stichtingsbestuur worden gestemd … Ik weet ook nog goed dat we geen personeel in dienst konden nemen voor buffet- en schoonmaakwerkzaamheden, omdat er dan belasting was verschuldigd over de betalingen. Daarom vroegen we maar vrijwilligers via een advertentie en daar kwamen voornamelijk vrouwen op af. Zij kregen dan een vergoeding van maximaal 1.500 gulden per jaar en als ze dat bedrag hadden bereikt, moesten ze van de boekhouder vertrekken en mochten pas het jaar daarop weer terugkomen … Toch is alles op zijn pootjes terechtgekomen en na 10 jaar waren alle schulden afgelost en was de gehele inventaris afgeschreven.
Ik heb bij BVO een hele leuke tijd gehad. We speelden onderlinge wedstrijden, maar ook tegen Alkmaar en Heemskerk. Toen ik in 2006 in De Santmark ging wonen, vond ik het mooi geweest en ben ik gestopt met biljarten. Mijn keu heb ik echter nog steeds bewaard.


Jaarboek 35, pagina 84

De BVO voorzag in een grote behoefte, want het ledental steeg jaar na jaar. In 1994 moest er zelfs een ledenstop worden ingevoerd, omdat het toen ingestelde maximum van 154 leden was bereikt en dat aantal dreigde behoorlijk te worden overschreden.
Het grote voordeel van deze vereniging is dat er wekelijks op zeven verschillende dagdelen in clubverband kan worden gebiljart. Daarnaast kan er op twee middagen vrij worden gespeeld.

BVO-voorzitter Rob Smit (rechts) feliciteert Gert Lute met het behalen van het clubkampioenschap in 2012.
BVO-voorzitter Rob Smit (rechts) feliciteert Gert Lute met het behalen van het clubkampioenschap in 2012.

Bij het 30-jarig jubileum in 2011 blikte de huidige (in 2012) voorzitter Rob Smit (1946) terug en zei tot slot:
“De BVO is een club met een groot aantal trouwe leden. Het overgrote deel biljart voor zijn plezier in een gemoedelijke sfeer, soms ook wel fanatiek, maar zonder het ‘mes op tafel’. Gelukkig maar, de biljartlakens gaan hier dan ook vrij lang mee.
Er zijn heel veel leden, zonder hier namen te noemen, die in het verleden een enorm actieve rol hebben gespeeld binnen de vereniging. Maar één naam springt er nadrukkelijk uit en dat is Anton Ellermeijer, die in 2000 wegens zijn grote verdiensten voor de vereniging gedurende 15 jaar werd benoemd tot erelid. Hij is tot nu toe ook de enige die deze eer ten deel viel. En als ik Anton Ellermeijer heb genoemd, mag ik ook de naam van Jan van Vliet niet vergeten. Met een ongelooflijk goed humeur en geduld wist hij veel lastige ledenvergaderingen tot een goed einde te brengen, Hij was negen jaar voorzitter en hij bleef altijd vrolijk.
Goed vandaag dus 30 jaar BVO, op naar het volgende lustrum. Al die jaren zijn wij al een bloeiende vereniging en dat willen wij graag blijven. Aan het bestuur zal het niet liggen, aan u ongetwijfeld ook niet, want er wordt nog steeds veel plezier aan het spelletje beleefd. Ik heb zojuist gememoreerd dat wij in 1994 over 154 leden beschikten. Nu schommelt het ledenaantal rond de honderd, 109 om precies te zijn. Van die leden is een kwart 80 jaar en ouder, sterker nog, drie zijn er over de 90.
Het is wel zaak om het ledenaantal vast te houden en liefst nog wat te vergroten!”

DE DOORSCHIETER (1982)

De Doorschieter werd op 1 september 1982 opgericht door en voor biljarters van allerlei pluimage: jong en oud; beginner en gevorderde; man en vrouw. De eerste voorzitter was Nico Tessel, die werd bijgestaan door secretaris Jan de Jong en penningmeester Jaap Brugman. Ook deze club begon in de garageboxen aan de Jac. Rensdorpstraat en verhuisde in 1989 mee naar het nieuwe biljartcentrum in Geesterduin. Daar werden elke woensdagavond de wedstrijden gespeeld.

Marcel Klomp werd in 1999 eerste in de 5e klasse libre. Links clubgenoot Eric Hansman.
Marcel Klomp werd in 1999 eerste in de 5e klasse libre. Links clubgenoot Eric Hansman.

De nadruk van De Doorschieter lag op de gezelligheid in combinatie met het streven naar een zo goed mogelijke prestatie. Daarom werd er vanaf 1985 voor de bond in het district Alkmaar in diverse disciplines gespeeld. De kampioenen deden daarna mee aan de gewestelijke wedstrijden. Zo was Marcel Klomp succesvol in november 1999 door in Lisse de finale te winnen van de 5e klasse libre. Hij was ook de enige Doorschieter die mee mocht doen aan een landelijk kampioenschap, overigens zonder daarbij in de prijzen te vallen.

Het KNBB-team van De Doorschieter in het seizoen 2006-2007.
Het KNBB-team van De Doorschieter in het seizoen 2006-2007. V.l.n.r. staand: Cees van Oostrom, Joop van der Wijst, (sponsor) Marc van Delden en Janhans Berg; zittend: Eric Hansman, Frans Lute, Theo Zentveld en Tiddo Luttjeboer.

In de discipline ‘teams’ werd één keer gewestelijk meegedaan door De Doorschieter en wel in 2001. Het team stond onder leiding van Gerard van Oostrom, het enige lid van deze biljartvereniging die in 2007 werd benoemd tot erelid vanwege zijn vele bestuursfuncties en zijn 25-jarig lidmaatschap. Voor velen was deze club namelijk een doorgangshuis, want in al die jaren werden in totaal 77 leden genoteerd (waaronder circa 10 dames) , terwijl het ledental jaarlijks varieerde van 16 tot 25. De leden die tijdens wedstrijdavonden nog niet aan de beurt waren, verveelden zich overigens nooit, want er werd veel geklaverjast en dat werd vaak tot in de kleine uurtjes voortgezet. Eens per jaar werd het gezelligheidstoernooi ’10 over Rood’ gespeeld, waarbij om de clubbokaal werd gestreden. Ook werden er meerdere feestjes gehouden, zoals in 1992 en 2007 tijdens de vieringen van respectievelijk het 10-jarig en 25-jarig bestaan. Toch zag deze club geen kans te overleven, nadat de gebroeders Veldt per 1 juli 2011 stopten met hun biljartcentrum. Toen viel ook het doek voor


Jaarboek 35, pagina 85

De Doorschieter. Vele leden zegden dat jaar hun lidmaatschap op om verschillende redenen, waarvan er een was dat men geen verplichtingen wilde aangaan ten opzichte van de stichting die per die datum het centrum in Geesterduin ging beheren. Omdat er nog maar zes leden overbleven, heeft het bestuur onder voorzitterschap van Frans Lute toen maar besloten om de vereniging op te heffen.

De eerste acht van ’t Steegie in 1996.
De eerste acht van ’t Steegie in 1996. V.l.n.r. staand: Nico Scheerman, Bert Zonneveld, Piet Glorie en Toon Stuifbergen; zittend: Huib Moot, Pé Zonneveld, Jan Glorie en Arno Nooij.

’t Steegie (1988)

Van een vereniging met een historie van 24 jaar mag je toch verwachten dat er een en ander op papier is terug te vinden. Dat geldt echter niet voor ’t Steegie, dat als vijfde Castricumse biljartvereniging op 28 november 1988 het levenslicht zag. Voorzitter Martin Res (1936) kon dat echter wel verklaren en wist gelukkig nog veel te vertellen:
“Ik kwam in de jaren 1980 nog wel eens een biljartje maken bij de gebroeders Veldt aan de Jac. Rensdorpstraat. Jan Stet vroeg me op een gegeven moment of ik er iets voor voelde om mee te helpen een club op te richten. We wilden namelijk niet bij Onder Ons spelen, want dat niveau was te hoog voor ons. Al snel hadden we 10 mannen die mee wilden doen en onder leiding van voorzitter Verner Oussoren gingen we van start. De naam ‘t Steegie werd bedacht door Klaas Tessel die zich liet inspireren door het feit dat je alleen via een steeg tegenover het zwembad de garageboxen van Veldt kon bereiken. Toen het biljartcentrum daar werd opgeheven, gingen we natuurlijk mee naar de nieuwe vestiging in Geesterduin. Ondertussen waren we uitgegroeid tot 22 leden. In 2005 wilde Oussoren onmiddellijk weg bij Veldt, omdat de gebroeders lieten doorschemeren dat ze wilden stoppen. De voorzitter schreef op dat moment zonder overleg of inspraak een brief aan alle leden, waarin hij meedeelde dat er vanaf september in het biljartcentrum aan de Steweg zou worden gespeeld. Dat veroorzaakte tweespalt binnen de vereniging, met als gevolg dat ongeveer de helft opstapte en een nieuwe vereniging oprichtte. De andere leden bleven bij Veldt spelen en doen dat nu nog. Ik werd na de breuk de nieuwe voorzitter van ’t Steegie en binnen anderhalf jaar zaten we weer op 22 leden. Waarschijnlijk heeft Oussoren, die inmiddels is overleden, alle papieren meegenomen en is er daarom bijna niets meer terug te vinden. Ook hebben we nog geen website, omdat de gemiddelde leeftijd 65 is en er niemand staat te dringen om ermee aan de gang te gaan. Ons jongste lid is ongeveer 55 jaar en ikzelf ben met 75 jaar zo’n beetje de oudste.
We spelen alleen onderlinge wedstrijden op de donderdagavond. Kenmerkend is de hoge opkomst. Er zijn veel avonden waarop iedereen er is en dat is voor een groot deel te danken aan de gezelligheid die bij ons voorop staat. Zo organiseren we op een vaste avond tussen kerst en nieuwjaar een spelletjesavond. Aan het eind van elk seizoen vindt de prijsuitreiking plaats en in juni hebben we een feestavond. Zo hou je het lang vol, alleen zou ik zo langzamerhand wel willen aftreden om plaats te maken voor een jonge voorzitter. Maar waar vind je die vandaag de dag?”

De leden van ’t Steegie in 2008.
De leden van ’t Steegie in 2008. V.l.n.r. achterste rij: Piet Bakker (Castricum), Joop Mooij, Piet Bakker (Heiloo), Herman Rab, John Sallehart, Ed Huitinga, Nico Veldt, Hans Oudejans en Ton Res; middelste rij: Gerard Borst, Jaap Spek, Piet Veldt, Jan van Zilt, Piet Duin, Bert Hooft, Piet Glorie en Toon Stuifbergen; voorste rij: Giel de Reus, Bert Zonneveld, Martien Res, Rob Stet en Nico Scheerman.

’t STETJE (2005)

De jongste biljartvereniging van Castricum heet ’t Stetje. Zoals al beschreven onder ’t Steegie, werd Verner Oussoren voorzitter van deze nieuwe vereniging die op 25 juli 2005 werd opgericht. Met 14 leden ging men puur als gezelschapsgroep van start in het biljartcentrum aan de Stetweg, waar


Jaarboek 35, pagina 86

vanzelfsprekend de naam van de vereniging mee verbonden is. Sinds het overlijden van Jan van de Kerkhof in april 2012 wordt de functie van voorzitter bekleed door Hans Molenaar. Momenteel (in 2012) telt de club alweer 20 leden die op vrijdagavond bij elkaar komen. In het voorjaar van 2011 werd het clubtenue, bestaande uit een zwarte of donkerblauwe broek en een wit overhemd, uitgebreid met een rood vestje dat werd voorzien van een geborduurd embleem.
‘t Stetje organiseert elk jaar drie toernooien, waarvoor ook andere verenigingen worden uitgenodigd. Verder wordt veel aandacht besteed aan de onderlinge band door middel vaneen clubblad en het jaarlijks organiseren van een barbecue of een andere gezellige avond. In november 2009 is men zelfs met de hele groep en partners drie dagen op stap geweest.

Groepsfoto van ’t Stetje uit 2010.
Groepsfoto van ’t Stetje uit 2010. V.l.n.r.achterste rij: Huib Moot, Jeroen van de Kerkhof, Siem Castricum, Jan van de Kerkhof, Henk Revers, Jaap de Boer, Piet Castricum, Jos Hes, Ronald Bijwaard, Jan Elting, Johan van Venetiën, Siem Groentjes en Kees Rörik; voorste rij: Piet Nieuwenhuizen, Stefan Castricum, Harm Regts, Cees Brouwer en Eugene Burgzorg.

Nastoot

In Bakkum en Castricum wordt er anno 2012 nog door circa 200 biljarters in clubverband gespeeld. Ondanks het feit dat de oorspronkelijke biljartsport door de opkomst van pool- en snookerbiljarts fors aan populariteit heeft moeten inboeten, telt ons dorp toch vijf gezonde verenigingen die deze edele sport beoefenen. Daarom is de verwachting dat er hier nog lange tijd wordt gekrijt!

Hans Boot

Bronnen:

  • Archiefmateriaal en websites biljartverenigingen;
  • Castricum-Bakkum in vervlogen jaren, 1996;
  • Heideman H., Dorpje aan de duinkant, 1986.

Met dank aan: Cees Burgmeijer, Jan Feeke, Hans Gosselink, Theo de Graaf, Eric Hansman, Jeroen van de Kerkhof, Jan Levering, Henk Marcker, Gerard van Oostrom, Martin Res, Marieke Schigt – Van Duin, Rob Smit, Ber Veldt, Jan Veldt, Maarten Voogt en Peter Vos.


Amateurtuindersvereniging (Jaarboek 34 2011 pg 81-92)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over Verenigingen in Castricum:
amateurtuindersBakkerijbiljartcarnavalfanfare (muziek)gymnastiek (atletiek) – hengelsport –Kennemer ijsbaan – Perspectief – scoutingtennistoneelvoetbalvolleybal


Jaarboek 34, pagina 81

Een halve eeuw Amateurtuindersvereniging Castricum

Castricum is van oorsprong een echt tuindersdorp, beroemd om zijn duinaardappelen en aardbeien. Vanaf 1915 telde het dorp maar liefst twee veilingen. In de vorige eeuw werd de tuinbouw verdreven door de ontwikkeling van de gemeente tot forensendorp. Voor de professionele groenteteelt kwamen de particuliere volkstuinen in de plaats. Daartoe werden tuinen gerekend die niet bij de eigen woning liggen. De nog aanwezige tuinderscultuur speelde zeker een rol bij de belangstelling voor volkstuinen. Net als de beroepstuinders werden de hobbyisten voortdurend van hun terreinen gejaagd. In 1961 hebben enkele Castricumse amateurtuinders een vereniging opgericht die zou kunnen opkomen voor de gezamenlijke belangen. De vereniging bestaat dus nu al weer 50 jaar. De geschiedenis wordt gemarkeerd door een lange strijd om de tuingrond en dat gevecht laait zo af en toe nog steeds op.

Ook in Castricum werd er vroeger al langs de spoorlijn getuind.
Ook in Castricum werd er vroeger al langs de spoorlijn getuind.

Geschiedenis volkstuinen

Volkstuinen zijn een typisch 19e-eeuws fenomeen dat samenvalt met de opkomst van de arbeidersklasse. In 1838 verhuurt voor het eerst een organisatie volkstuinen; dat gebeurde in Franeker door de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen. In de loop van de 19e eeuw verschijnen volkstuincomplexen in de Nederlandse steden. De gemeenten zijn de grondverhuurder. Rond de Eerste Wereldoorlog richtten de volkstuinders de eerste tuinverenigingen op, maar reeds toen moesten zij opkomen voor hun belangen, omdat ook in die tijd al het risico groot was dat ze moesten wijken voor uitbreidingsplannen. In 1928 stichtten de volkstuinverenigingen het Algemeen Verbond van Volkstuinverenigingen in Nederland (AVVN). Het AVVN komt al sinds de oprichtingsdatum op voor de belangen van hobbytuinders, in het bijzonder die van de momenteel meer dan 215 aangesloten tuinverenigingen en -bonden.

Co Huisman is lid vanaf de oprichting van de vereniging en nog steeds actief als volkstuinder.
Co Huisman is lid vanaf de oprichting van de vereniging en nog steeds actief als volkstuinder.

Amateurtuinders verenigen zich

Het is 1959. Overal in Nederland zijn amateurtuinders bezig groenten te kweken op de zogenaamde nutstuinen, zoals bijvoorbeeld langs de spoorlijnen.
Dat gebeurt ook in Castricum. In wat nu de bomenbuurt is, in de omgeving van de Eerste Groenelaan en de Lindenlaan, wordt door enkele Castricummers getuind. Co Huisman en Antoon van der Meer vertellen hierover:
De grond was eigendom van het Asjesfonds; de contactpersoon was de rentmeester Eddy Poeze. Een deel van deze grond werd verpacht aan boer Bijman. De pacht liep af en daar konden we terecht. Het aantal tuinders was niet zo groot; het waren er maar 4, soms 5 of 6. Velen van hen werkten op Duin en Bosch. Behalve ons beiden tuinden er ook: Martin Reinders, Piet Janzen en Jan van Velzen. We voelden ons af en toe net een stelletje vrijbuiters.
Op andere plaatsen in de gemeente, zoals aan de Breedeweg en Onderlangs, zijn eveneens tuinders bezig met hun liefhebberij. Na enkele jaren is het niet meer mogelijk gebruik te maken van het perceel aan de Eerste Groenelaan, omdat de gemeente de grond in 1966 onteigent. Ook het terrein aan de Lindenlaan moet worden opgegeven;


Jaarboek 34, pagina 82

vanwege uitbreidingsplannen wordt het aan de gemeente verkocht. De teleurstelling over het verlies van tuingrond is groot; de toekomst ziet er tamelijk somber uit.

Oprichting van de vereniging

Een van die amateurtuinders, Martin Reijnders, neemt samen met een aantal andere belangstellenden het initiatief om tot de oprichting van een volkstuinvereniging te komen. Daartoe wordt een bijeenkomst georganiseerd in Hotel Borst. Reijnders heeft een deskundige van het AVVN uitgenodigd, die als gespreksleider zal fungeren. En op 1 mei 1961 is het dan zover. Piet Janzen wordt de eerste voorzitter, Martin Reijnders secretaris en Gerrit Bruin penningmeester. De naam van de vereniging is ‘Amateur Tuinvereniging Castricum’; vanaf 1971 wordt dat ‘Amateur Tuindersvereniging Castricum’.

De leden kunnen dan nog terecht op de complexen aan de Lindenlaan, officieus tot 1970, en Onderlangs tot 1976. Dankzij de inbreng van de eerdergenoemde Eddy Poeze en het bestuur van het Asjesfonds, eigenaar van grond aan de Breedeweg, kan de vereniging daar vanaf 1964 een perceel huren voor de duur van zes jaar. Op elk van de drie genoemde complexen houdt een tuincommissie toezicht. Eind december 1967 zijn op het complex ‘Lindenlaan’ 20 tuinen bezet, op ‘Onderlangs’ 23 en op de ‘Breedeweg’ 77; totaal 120 tuinen. Op het complex Breedeweg worden voor het jaar daarop 48 tuinen ingehuurd. In dat jaar telt de vereniging 68 leden en 9 donateurs.

Ook de Amateur Tuinvereniging Castricum wordt lid van het AVVN. Er wordt echter een forse bijdrage per lid gevraagd, hetgeen binnen het bestuur de vraag doet rijzen of de voordelen van het lidmaatschap opwegen tegen de nadelen. Op 1 januari 1969 wordt besloten een punt te zetten achter het lidmaatschap. In 1999 wordt overwogen om opnieuw lid te worden vanwege de onzekerheid over het voortbestaan van de tuincomplexen. Het AVVN zou ter zake kundige ondersteuning kunnen verlenen. Maar het jaar daarop wordt op de Algemene Ledenvergadering het voorstel daartoe met grote meerderheid verworpen. Co Huisman:
Het kostte meer dan je ervoor terugkreeg; dat viel vooral bij de ouwe tuinders slecht. De contacten met de gemeente moest je toch zelf onderhouden.”

De voorzitters van 1961 tot 2011

1961-1963 Piet Janzen
1963-1965 Harm Pot
1965-1967 Niek Modder
1967-1968 Cock van Dansik
1968-1971 Piet Markus
1971-1972 Henk Dijkman
1972-1973  Arie de Graaf
1973-1976 Hans Duffels
1976-1978 Henk Zijm
1978-1984 Nic Hulsman
1984 1985 Ben Harmsen
1985-1989 Kees Pieters
1989-1996 Dick Rinkel
1996-2002 Michel Kerkhoff
2002-2003 Vacature
2003- heden (=2011) Arnold Broekmeijer

Organisatie van de vereniging

Het bestuur bestaat tenminste uit vijf personen, gekozen uit en door de leden van de vereniging.

Deze worden onderscheiden in drie groepen:

  • Leden die actief het volkstuinen beoefenen;
  • Leden zonder tuin, die door gebrek aan voldoende tuinen of om een andere reden (nog) geen tuin bewerken en zich als zodanig hebben laten inschrijven;
  • Ereleden: zij die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor de vereniging.

Voorts kent de vereniging een aantal donateurs.
Het lidmaatschap kost 10 euro per jaar en de jaarlijkse huur van een tuin is 0,25 euro per vierkante meter. Over het algemeen hebben de tuinen een oppervlakte van 100 of 200 vierkante meter.

In het Huishoudelijk Reglement zijn tal van zaken vastgelegd, zoals een functiebeschrijving van de complexleider. Elk complex heeft een complexleider, bijgestaan door een of meer assistenten. De complexleiders worden door de Algemene Ledenvergadering gekozen, evenals de beheers-, inkoop- , kas- en redactiecommissie.

Vanaf 1964 zijn de tuinen aan de Breedeweg in gebruik.
Vanaf 1964 zijn de tuinen aan de Breedeweg in gebruik.

De complexleider hoeft geen bestuurslid te zijn. Hij houdt toezicht en is aanspreekbaar voor de leden. Ook is hij belast met de indeling en verdeling van de werkzaamheden die door de leden periodiek moeten worden verricht. Jan Duinmeijer (‘De Bloemen’) en Piet Idema (‘Breedeweg’) vervullen deze functie al jarenlang; Henk Diepeveen (‘Haagscheweg’) en Frans Vlaarkamp (nu ‘Castricummerwerf’) sinds korte tijd.
De beheerscommissie adviseert over en houdt toezicht op de plaatsing, het onderhoud en het gebruik van alle onroerende goederen van de vereniging.
Eenmaal per jaar, omstreeks de maand juni, bezoekt het bestuur alle complexen en gaat na of de tuinen er naar behoren bij liggen. Als dat niet het geval is, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van te veel onkruid, krijgt de huurder van een dergelijke tuin de boodschap dat de tuin moet worden opgeknapt.


Jaarboek 34, pagina 83

Statuten van de vereniging

De doelstelling van de vereniging, zoals omschreven in de statuten, is in de loop van de jaren aangepast. Bij de oprichting van de vereniging in 1961 wordt nog gemeld dat “de vereniging zich ten doel stelt het bevorderen van de volkstuinderij in de gemeente Castricum als nuttige vrijetijdsbesteding”.
In de statuten van 11 januari 1978 wordt als eerste doelstelling geformuleerd “Het amateurtuinieren als ontspanning te bevorderen.” Deze verandering doet recht aan de intenties van het merendeel van de amateurtuinders.
Op 16 juli 1997 ontmoeten we de bestuurders van de vereniging wederom bij de notaris. Dan vinden we onder andere als doelstelling omschreven: “Het bevorderen bij haar leden tot het kweken van planten, bloemen, groenten en fruit, en hen daarbij, waar nodig, behulpzaam te zijn.” Nieuw is de toevoeging dat de vereniging het niet alleen als taak ziet het kweken van allerlei gewassen te bevorderen, maar daarbij ook de amateurtuinder van dienst te zijn, waarmee nog eens wordt geaccentueerd dat het bestuur niet aan de zijlijn staat, maar daadwerkelijk bezig wil zijn.

Tuincomplex
Tuincomplex

‘Tuincomplex’, huisorgaan van de vereniging

Siem Bakkum was in 1976 van mening dat een verenigingsblad in een behoefte zou kunnen voorzien. Via de ledenlijst snorde hij een journalist, een ingenieur en een leraar Nederlands op. Met zes enthousiaste redactieleden werd gewerkt aan de totstandkoming van het blad. Het eerste nummer verscheen in november 1976.

Siem Bakkum nam het initiatief tot de oprichting van ‘Tuincomplex’.
Siem Bakkum nam het initiatief tot de oprichting van ‘Tuincomplex’.

De omslagtekening kwam van de hand van Bert Ket en het stencilwerk werd gedaan door Hans van Hemert. In de eerste uitgave verscheen onder meer een volledige ledenlijst; er was toen sprake van een groeiend aantal leden, wat allerlei gevolgen met zich meebracht. Een ervan was de noodzaak van een betere organisatie van de verzorging van het gehele complex. In het eerste nummer wordt ingegaan op de verplichting van elk lid om vijf uren per jaar te besteden aan algemene werkzaamheden.
In oktober 1996 verscheen de 100e editie van het blad. In de opzet van de keuze van de artikelen was weinig verandering gekomen en ook nu is die nog zeer herkenbaar. Naast een bijdrage van het bestuur en de redactie vindt men in het blad nieuws van de inkoopcommissie (de winkel!), artikelen die voorlichting geven over het tuinieren, de karweikalender, een lijst met ledenmutaties, een recept en actueel nieuws. Eenmaal per jaar, in april, worden per complex de lijsten van de werkroosters gepubliceerd. Uiteraard maakte de redactie gebruik van de mogelijkheden die het computertijdperk bood. Vanaf 1995 werd Tuincomplex door Wim Suijkerbuijk met behulp van de computer in elkaar gezet. Hoewel al eerder sprake was van het opzetten van een website van de vereniging – Piet Van Gelderen kwam in 2000 met het idee – werd dit pas in 2006 uitgevoerd. Nu is www.atvcastricum.nl een eigentijdse mogelijkheid om informatie te vinden voor de leden of zij die in de vereniging geïnteresseerd zijn.

De strijd om de grond

De volgende geschiedenis over het ontstaan van de complexen toont aan dat de afwezigheid van voldoende grond en veelal de tijdelijkheid van de huurcontracten funest kunnen zijn voor de verdere ontwikkeling van de vereniging. Grondverbetering is duur en riskant, als men na veel arbeid toch het stuk grond zal moeten verlaten.
Maar ook is gebleken dat mede dankzij de tomeloze inzet van bestuursleden, complexleiders en enthousiaste leden, de vereniging zich staande heeft gehouden en het genoegen van de tuinders er niet door is afgezwakt.
In de loop der jaren is dan ook aan verschillende leden het erelidmaatschap aangeboden vanwege hun grote verdiensten voor de vereniging.

De ereleden

1975 Auke de Boer
1984 Piet Markus
1991 Johan Seijsener
2002 Co Huijsman
2003 Cees Meijne
2005 Jan Broerse
2008 Gezinus Koenes
2009 Nic Schumacher
2009 Loek Zonneveld
2011 Siem Bakkum


Jaarboek 34, pagina 84

Kaartje met de vier complexen in 2010.
Kaartje met de vier complexen in 2010.

In 1968 deelt het gemeentebestuur mee dat mettertijd alle complexen zullen moeten verdwijnen in verband met de geplande uitbreiding van woningbouw in Castricum.
In 1971 heeft de vereniging dan alleen nog de complexen Onderlangs en Breedeweg. Onderlangs zal het eerst worden opgeofferd. Deze grond zou namelijk nodig zijn voor de geplande aanleg van de westelijke randweg en de uitbreiding van de speelterreinen van Vitesse ’22. Als er geen nieuwe grond beschikbaar komt, zullen 23 tuinders gedupeerd worden.
Inmiddels ontstaat er mede als gevolg van de nieuwbouw in Castricum een piek wat het aantal leden betreft; in drie jaar tijd steeg het van circa 100 naar 316 leden in 1977. Waar kunnen al deze tuinders terecht? De toenmalige wethouder Henk Wokke stelt voor een gebied in de nabijheid van het ‘Krengenbos’ als volkstuingrond te bestemmen. Het stuk ‘Bij de bossen’ dat wordt aangeboden, wordt door de vereniging niet aantrekkelijk gevonden, want het is te ver weg. Een zoektocht heeft verder het complex ‘Oude Haarlemmerweg’ opgeleverd en nog later ‘De Bloemen’. Maar zo eenvoudig als het hier staat, zo gemakkelijk is het niet gegaan.

Luchtfoto van complex Oude Haarlemmerweg in de jaren 1970.
Luchtfoto van complex Oude Haarlemmerweg in de jaren 1970.

Complex Oude Haarlemmerweg

In 1973 vindt een gesprek plaats tussen wethouder Cor Baltus en het dagelijks bestuur van de Amateurtuindersvereniging over de mogelijkheid van een tijdelijk volkstuincomplex. Tussen beide partijen wordt overeenstemming bereikt over het huren van een stuk grond aan de Duinenboschweg, zij het voor de duur van één jaar. Wel wordt toegezegd dat verlenging van jaar tot jaar tot de mogelijkheden behoort. Het bestuur van de vereniging doet een dringend beroep op de gemeente om zo spoedig mogelijk gelegenheid te scheppen voor een definitief complex.
Dan krijgt het bestuur in 1973 een tip dat de eigenaar van een stuk grond aan de Oude Haarlemmerweg, de heer C. Breetveld, bereid is dit perceel te verhuren. Een afvaardiging van het bestuur, bestaande uit Hans Duffels, Wim Plukker en Siem Bakkum gaat in gesprek met de eigenaar. De overeenkomst die wordt gesloten betreft de huur van een stuk grond ter grootte van 1,3 ha met als ingangsdatum 1 maart 1974. Het acute probleem van ruimtetekort is voor korte tijd opgelost; op lange termijn biedt dit echter nog niet voldoende perspectief.
De situatie in 1975 is dat op de drie gehuurde complexen alle tuinen zijn bezet; de ledenwachtlijst telt nog 30 kandidaten en het aantal liefhebbers stijgt met het jaar!

De vereniging wordt in 1984 geconfronteerd met een huuropzegging voor een deel van het terrein aan de Oude Haarlemmerweg, waardoor maar liefst 30 tuinders gedupeerd worden. Directe aanleiding is de aan te leggen ontsluitingsweg van het nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein ten oosten van de Oude Haarlemmerweg, later de Castricummerwerf genoemd. De vereniging wist overigens wel dat een dergelijke maatregel haar boven het hoofd hing, maar achtte de kans op realisering erg klein. Sjaak Laghuwitz, secretaris van de vereniging, erkent:
Formeel staat de gemeente in haar recht. Daar gaat het ons echter niet om. Het is onverteerbaar en onacceptabel dat de gemeente de huuropzegging zonder aanbieding van enigerlei compensatie vergezeld laat gaan en dat nog wel in een tijd dat alom de sociale functie van dergelijke complexen wordt erkend en gestimuleerd.”
Ook bestaat de kans dat na het voltooien van de ontsluitingsweg opnieuw tuinen zullen verdwijnen, omdat de gemeente het restant als vervangende grond wil aanbieden aan beroepstuinders die elders in de gemeente hun grond hebben afgestaan. De vereniging staat met de rug tegen


Jaarboek 34, pagina 85

de muur. Op 1 november volgt een extra ledenvergadering, waarbij ook de betrokken wethouders Postelmans en Wokke aanwezig zijn.

Het verlaten complex Oude Haarlemmerweg in 2011.
Het verlaten complex Oude Haarlemmerweg in 2011.

Achter de schermen worden door het gemeentebestuur plannen gemaakt en na veel overleg verschijnt dan in januari 1985 het collegevoorstel aan de gemeenteraad dat een einde kan maken aan de ruimteproblematiek van de vereniging. Door een ruil met de heer Breetveld krijgt de gemeente de beschikking over de grond die nog nodig was voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein en kan de vereniging een ander perceel huren.
In de loop van 1984-1985 wordt de weg naar het bedrijventerrein aangelegd, die het gehuurde perceel van de heer Breetveld in tweeën verdeelt, een west- en een oostkant. Door terugloop van het aantal leden wordt vanaf 1998 echter alleen nog de westkant door de tuinders gebruikt en wordt het andere deel verhuurd aan derden.
In 2011 verhuizen de tuinders naar de oostkant (tegenwoordig complex ‘Castricummerwerf’ genoemd), omdat het westelijke deel door een projectontwikkelaar gekocht zal worden met woningbouw als bestemming. Een en ander ging met problemen gepaard, maar het laat zich aanzien dat de toekomst voor de tuinders aldaar veilig is gesteld.

Het huidige complex aan de Breedeweg.
Het huidige complex aan de Breedeweg.

Complex Breedeweg

Nadat het complex in 1964 is betrokken, wordt enige tijd erna een commissie benoemd die diverse aanpassingen moet voorbereiden. Vier jaar later is een groot deel van de greppels uitgegraven, zijn de paden verbreed en is de notweg geëgaliseerd, die pas in 1975 zou worden verhard. De volgende fase is het planten van ligusterhagen.
Als een zwaard van Damocles hangt echter nog steeds het voornemen van het gemeentebestuur boven de hoofden van de tuinders aan de Breedeweg: hoe lang mogen ze hun tuin nog behouden? Pas in 1976 zou duidelijk worden dat dit complex kan blijven bestaan.
In 1968 wordt een uitneembaar verenigingsgebouw geplaatst; het is een houten directiekeet die men op de kop heeft weten te tikken. De gemeente verleent een subsidie van 1.500 gulden voor de plaatsing en inrichting ervan.

 ‘Nieuw Kronenburg’
‘Nieuw Kronenburg’

Ongeveer 84 leden huren in 1971 een stukje grond en er wordt in 1972 een waterleiding aangelegd.
In 1979 wordt een nieuw onderkomen aangeschaft voor de prijs van 13.500 gulden. Sommigen vinden het een slechte koop: de kwaliteit is niet om over te juichen en de medewerkers in de winkel vinden de ruimte te klein.
Er is inmiddels ook een grote behoefte ontstaan aan een opslagruimte en in 1989 wordt een berging voor de inkoop gerealiseerd.
Het huidige gebouw verrijst in 1998. Het houten chaletachtige onderkomen wordt op zaterdag 3 januari door burgemeester Schouwenaar officieel in gebruik genomen. De sloop van het oude gebouw, de funderingswerkzaamheden, het metselwerk en de gehele afwerking wordt door de leden zelf verricht. De financiering, een bedrag van 100.000 gulden, komt tot stand door eigen middelen, een volgetekende obligatielening door de leden en een lening bij de Rabobank. Het nieuwe clubhuis met de naam ‘Nieuw Kronenburg’ heeft behalve sociale en bestuursfaciliteiten ook een tuinwinkel.


Jaarboek 34, pagina 86

Winkelplein ‘Buitenlust’.
Winkelplein ‘Buitenlust’.

Complex De Bloemen

Sinds 1969 hebben het bestuur van de tuindersvereniging en dat van de gemeente vele gesprekken gevoerd over de vestiging van een permanent volkstuincomplex in Castricum. In 1975 moet worden geconstateerd dat enigszins concrete plannen nog ontbreken. Nog meer onverteerbaar voor de tuinders is dat het gemeentebestuur nu echt tot actie overgaat door de huur op te zeggen van het perceel Onderlangs, het laatste stukje dat de vereniging van de gemeente huurt. De vereniging, daarbij gesteund door raadsnestor Piet Janzen, verzoekt het gemeentebestuur dan ook met klem niet tot deze stap over te gaan, tenzij tegelijkertijd althans een deel van een nieuw permanent complex in gebruik kan worden genomen. Bij toewijzing van weer een tijdelijk complex zou de volkstuinvereniging opnieuw voor een korte termijn veel geld en energie moeten investeren.
In februari 1976 daagt er weer enige hoop voor de tuinders. Het college doet de raad een voorstel om de amateurtuinders een definitief complex aan te bieden van drie hectare groot ten oosten van sportpark Noord-End, dat na aftrek van paden, plaatsing clubhuis en opbergruimte, goed is voor zo’n 100 tuinen van 250 vierkante meter. Daarbij bestaat de mogelijkheid van uitbreiding in de toekomst. De raad stemt hiermee in en stelt 15.000 gulden beschikbaar om de kosten van het maken van een plan te dekken. Ondanks het feit dat er een einde zou komen aan het gebruik van de complexen aan de Oude Haarlemmerweg en Onderlangs, is er reden tot enig optimisme. Het volkstuincomplex aan de Breedeweg blijft gehandhaafd, zodat de vereniging in de nabije toekomst dan over twee grote volkstuincomplexen zou kunnen beschikken.
Echter, in de het verdere verloop van 1976 is er toch weer slecht nieuws. Enkele pioniers zijn een paar maanden op het complex Noord-End aan de gang gegaan en hebben ervaren dat de grond totaal ongeschikt blijkt te zijn voor volkstuinieren. In grote delen van de grond bevindt zich de zogenoemde pikklei, een substantie die de waterhuishouding negatief beïnvloedt.
De toenmalige voorzitter Henk Zijm zei desgevraagd hierover het volgende:
“Voordat we het perceel in Noord-End aanvaardden, hebben we de structuur grondig laten onderzoeken. Land- en tuinbouwconsulenten hebben gezegd dat de grond niet best was, maar ze hebben niet gezegd dat verbetering erg kostbaar zou zijn. De tuinders waren al lang blij dat ze in Noord-End een complex konden inrichten en trokken erheen. Toen de gemeente nadien nog een onderzoek pleegde, kwam de aap uit de mouw. De grond, die altijd voor veeteelt is gebruikt, was met geen mogelijkheid geschikt voor akkerbouw. De pikklei (kattenklei!) is een moeilijk waterdoorlatende laag onder de oppervlakte. Die laag zou verwijderd moeten worden en vervangen door andere grond, een hels karwei, waarbij je je kan voorstellen dat dit in de papieren gaat lopen. Overigens is er ook goede grond op het perceel aanwezig, omdat het terrein ongelijk is wat de hoogte betreft. De mensen die op de wachtlijst van de vereniging staan, kunnen, als ze dat willen, van deze stukken gebruik maken, totdat de gemeente erin is geslaagd om andere grond voor de tuinders te vinden.

Het complex aan De Bloemen anno 2011.
Het complex aan De Bloemen anno 2011.

Henk Zijm is overigens zeer te spreken over de samenwerking met de gemeente om de hiervoor geschetste problematiek op te lossen.
De vereniging telt op dat moment zo’n 300 leden, inclusief een wachtlijst van 80 tuinlustigen. Het is dus een welkom gebaar dat de vereniging in staat wordt gesteld het complex aan de Oude Haarlemmerweg nog een jaartje langer te huren. Voorlopig blijft er echter wel een ledenstop van kracht, want de toekomst is te onzeker.
In 1980 wordt het ruimteprobleem verder vergroot in verband met de plannen van de gemeente om de sportvelden uit te breiden. Gelijkertijd verschijnt een rapport waarin wordt geadviseerd om toch over te gaan op diep spitten van het hele terrein. Er wordt besloten deze actie uit te voeren, zij het dat er een spreiding plaats vindt over 10 jaar vanwege de hoge kosten. De werkzaamheden worden verricht door het grondbedrijf van Kees Hes, waarbij een diepte van wel 6 meter wordt bereikt. Uiteindelijk kost de klus zo’n 30.000 gulden.


Jaarboek 34, pagina 87

Het afgebrande clubhuis in 1996.
Het afgebrande clubhuis in 1996.

Op 25 oktober 1986 wordt door burgemeester Schouwenaar een geheel nieuw clubhuis met berging geopend. Slechts 10 jaar hebben beide gebouwen dienst gedaan; in augustus 1996 branden ze geheel af.
Het onderzoek nadien kon geen oorzaak aanwijzen. Op de fundamenten van de voormalige bouwsels worden nog in hetzelfde jaar twee nieuwe onderkomens gerealiseerd, daartoe in staat gesteld door de uitkering van de verzekering van 35.000 gulden.
Alle problemen zijn echter beslist nog niet opgelost. In 1997 deelt de gemeente mee dat het huurcontract voor het complex De Bloemen ingaande 1 april 2000 niet wordt verlengd vanwege bouwplannen op vlek H van de wijk Albertshoeve.

In 1997 werd een nieuw onderkomen gerealiseerd.
In 1997 werd een nieuw onderkomen gerealiseerd.

Nadat er door het verenigingsbestuur flink is gelobbyd bij de verschillende politieke partijen, blijkt dat deze de intentie hebben de amateurtuinders in hun wensen te steunen, maar het college van B&W houdt voorlopig voet bij stuk. Hoewel wat ongebruikelijk, in elk geval opmerkelijk, volgt er een initiatiefvoorstel van de collegepartijen PvdA, VVD en CDA, waarin deze het opnemen voor de volkstuinders. Bij aanname door de raad zullen de tuinders een nieuw contract krijgen en zal het complex niet als bouwgrond gebruikt worden. Verbazing en hilariteit bij de oppositie ontstaan als het college erin meegaat, mits de vereniging de aanleg van een geluidswal op een deel van het terrein accepteert, een wending waarvan de coalitiepartijen totaal niet op de hoogte zijn! Maar uiteindelijk gaat de raad toch akkoord. En de volkstuinvereniging eveneens; de geluidswal vereist slechts een klein deel van het terrein.

Sinds 1985 beschikt de vereniging over grond aan de Haagscheweg.
Sinds 1985 beschikt de vereniging over grond aan de Haagscheweg.

Complex Haagscheweg

In april 1985 buigt de raadscommissie gemeentewerken en ruimtelijke ordening zich opnieuw over een voorstel van het college van B&W, waarin een oplossing wordt aangedragen voor het accommodatieprobleem van zowel de ‘Landelijke Rijvereniging’ als de Amateurtuindersvereniging Castricum. Uiteindelijk wordt afgesproken dat de rijvereniging een terrein huurt naast de accommodatie van schietvereniging ‘De Vrijheid’, dat grenst aan het stuk grond van de tuinvereniging. De vereniging zal een deel afstaan en in ruil daarvoor het perceel aan de Haagsche-

Voor de reeds gerealiseerde schuur aan de Haagscheweg moest alsnog een bouwvergunning worden aangevraagd. De gemeente verleende vervolgens ’bij wijze van hoge uitzondering’ vrijstelling en ruim een maand later was de schuur gelegaliseerd!
Voor de reeds gerealiseerde schuur aan de Haagscheweg moest alsnog een bouwvergunning worden aangevraagd. De gemeente verleende vervolgens ’bij wijze van hoge uitzondering’ vrijstelling en ruim een maand later was de schuur gelegaliseerd!

Jaarboek 34, pagina 88

weg in handen krijgen. De grond daar is zeer geschikt. Loek Zonneveld is de eerste leider op het complex. Hij was al jarenlang complexleider op de ‘Oude Haarlemmerweg’ en heeft één jaar lang het leiderschap op beide complexen vervuld. Tot 2000 bestierde hij de 16 tuinen aan de rand van het duingebied. Enkele tuinen worden naderhand in tweeën gesplitst (zoals dat op de andere complexen ook mogelijk is), waardoor het aantal tuinders toeneemt.

De tuinwinkel met enige medewerkers.
De tuinwinkel met enige medewerkers.

Van winkel tot distributiecentrum

Vanaf januari 1969 kunnen alle leden hun tuinbenodigdheden aanschaffen in de winkel op het complex Breedeweg. Co Huisman herinnert zich de beginjaren van de winkel nog goed.
“De inkoop voor de vereniging liep in het begin via de AVVN. We gebruikten hun aanbod en formulieren; we waren te klein om zelf in te kopen. Via mijn werk bij het magazijn van Duin en Bosch leerde ik leveranciers kennen. Dit bracht me op het idee om aan deze mensen te vragen of zij aan de vereniging konden leveren. Al gauw bleek dat we via deze telers goedkoper konden inkopen; daar werden onze suggesties trouwens niet zo op prijs gesteld. Later konden we bij de LTB ook korting krijgen, ook voor het gereedschap. Toen we uit de AVVN stapten, zijn we eigen formulieren gaan gebruiken. Ik deed het inkoopwerk, ging naar de leveranciers, maakte een voorlopige afspraak, overlegde met het bestuur en daarna werd de zaak beklonken. We kochten zoveel mogelijk los; dan moesten we zelf wel afwegen, maar dat was goedkoper. Piet Markus kwam erbij om te helpen, eerst bij ons thuis aan de Zeeweg, later in de keet op de Breedeweg. Ook Auke de Boer ging ons helpen. Het mooie was dat het niet verkochte spul terug kon naar de leverancier. Op enig moment raakte mijn schuur toch overvol. Voor dat probleem moesten we een oplossing vinden. Die werd gevonden in de keet aan de Breedeweg. De eerste keet verscheen via Piet Markus van de BP; de tweede kwam van de Hoogovens. En daarin begon de winkel.”

Via Auke de Boer – een van de iconen van de vereniging – kwam Arnold Broekmeijer in de tuinwinkel terecht. Hij verzorgt nu al zo’n jaar of twintig met een viertal leden de werkzaamheden met betrekking tot de winkel en ver- telt dat de zaken aanvankelijk op een tamelijk eenvoudige manier werden geregeld.
“Het was in vroeger jaren nog zo dat er zakjes en doosjes werden geleverd om de producten in te vriezen. Toen de vereniging groeide, werd er een meer professionele aanpak vereist. Bovendien veranderde het assortiment in de winkel. Ook zijn er nu veel meer gereedschappen, materialen en meststoffen voorradig en er worden ook fruitbomen, aardbeienstekken, braam- en bessenstruiken en wat dies meer zij aangeboden. Overigens heet de winkel vanaf 1989 ‘distributiecentrum’; tot deze naamswijziging is men overgegaan om te verduidelijken dat de vereniging niet uit is op commercieel gewin, maar er primair is om zaden, materialen en dergelijke te distribueren onder de leden.”

Producten van de tuin

Aardappelen – Groenten – Fruit’. Dat stond vroeger boven de deur bij de groenteboer. En dat is nog steeds de ‘core business’ van de amateurtuinder.
Er is heel veel vrijheid om zelf te kiezen wat men wil verbouwen. Van die vrijheid wordt heden ten dage dankbaar gebruik gemaakt. De diversiteit aan teelten is enorm; er worden zeker meer dan 100 soorten groenten verbouwd op de complexen, meer dan tien aardappelrassen, vele soorten kleinfruit en erg veel bloemen. Als je langs zo’n complex fietst, fiets je eigenlijk langs een biologische, maar ook culinaire schatkamer! Want het meeste ervan gaat ‘van grond tot mond’.
Groenten heb je in vele soorten en maten. Onder tuinders wordt een bepaalde indeling van groenten gebruikt, die weer verband houdt met wisselteelt. We onderscheiden aardappels, koolsoorten, peulvruchten, bladgroenten, wortelgroenten en vruchtgewassen. Op vrijwel iedere tuin worden koolsoorten geteeld, zoals bloemkool, witte kool, rode kool, savooiekool, boerenkool en spruitkool. Nieuwkomers zijn Chinese kool en broccoli.
Andere klassiekers zijn natuurlijk de peulvruchten: tuinbonen, erwten, peulen, kapucijners, sperziebonen, snijbonen en pronkbonen.

De zomer- en de winterwortels, de witlof, maar ook de pastinaak, de rammenas en de schorseneren (met de mooie bijnaam ‘keukenmeidenverdriet) worden uitgebreid geteeld. Verder zijn er natuurlijk de rode biet en vanzelfsprekend allerlei uiensoorten, zoals knoflook.
Ook de bladgroentegroep heeft zo z’n ‘evergreens’. Spinazie en raapstelen, andijvie en natuurlijk de sla. Een hoofdstuk apart vormen de vruchtgewassen (niet te verwarren


Jaarboek 34, pagina 89

met fruit). Van oudsher populair in onze omgeving zijn de tomaat en de komkommer, maar in de loop der jaren is deze groep uitgebreid met augurk, kalebas, meloen, pompoen, paprika, peper en courgette.
Behalve deze groenten is er nog een aantal specialiteiten. Asperges worden al decennia lang op bescheiden schaal op de Castricumse tuinen geteeld en ook de artisjok vindt men op een aantal tuinen. Rabarber heeft als inheems gewas een lange geschiedenis. Verder worden er verschillende aardappelsoorten geteeld.
En last but not least natuurlijk het fruit onder aanvoering van de aardbei. In het kleinfruitsegment komt de aalbes zeker op een tweede plaats en daarna komen de braam, de framboos, de zwarte bes, de kruisbes, de witte bes etc. Ook de fruitboom is ontegenzeggelijk in opmars: appels in vele soorten, peren, pruimen, abrikozen, kersen, mispels en kweepeer.

Miranda en Alie de Witte op De Bloemen.
Miranda en Alie de Witte op De Bloemen.

Veranderingen

Er verdwenen teelten, maar er kwamen er ook heel veel bij. Er zijn eigenlijk drie verschillende ontwikkelingen aan de gang die deze veranderingen beïnvloeden. Om te beginnen is de variëteit in het aanbod van zaden, pootgoed etc. sterk toegenomen. Voorts werden we rijker en konden er ook meer en andere hulpmiddelen aangeschaft worden. Gerard Peerenboom: “Er zijn ook steeds meer kassen op de complexen. Vroeger was dat een uitzondering, toen had je veel meer broeibakken met van die loeizware ramen. Nu heb ik een kas. Daarin teel ik druiven, verschillende soorten tomaten, paprika’s, komkommers, rode pepers en vroege bloemkool.
Op deze manier is het dus mogelijk om andere groenten te gaan telen of om het seizoen te verlengen. Hetzelfde geldt voor het toenemende gebruik van plastic of ander hulpmateriaal voor bijvoorbeeld tunneltjes.
Een heel grote verandering, die nog volop in gang is, is de aandacht voor ‘natuurlijke’ of ‘ecologische’ of ‘biologische’ teelt. Wisselteelt en combinatieteelt zijn in opmars. Composthopen zie je vaker. Gif wordt steeds minder gebruikt. Co Huisman zegt daarover:
“Vroeger spoten we DDT. Hele wolken. We losten het zo op in de gieter. Iedereen is veel voorzichtiger geworden. We gebruikten nicotine; een theelepel van dat spul en je vertelt het niet meer na. Parathion ook. We wisten dat je het eigenlijk niet moest gebruiken. De tuinders zeiden dat het goed ging. Zij gebruikten het gewoon, maar de import was er voorzichtiger mee, want ze waren er beter mee bekend.”
Dat de regels zich aanpassen aan de nieuwe tijdgeest is met name te lezen in het Huishoudelijk Reglement, waarin aanvankelijk stond gemeld dat een tuin uiterlijk op 1 april moest zijn omgespit; later is dit veranderd in ‘omgespit of onkruidvrij gemaakt’.

Jan Duinmeijer voor zijn kas.
Jan Duinmeijer voor zijn kas.

De groeiende aandacht voor de natuur en een andere manier van telen gaan hand in hand met de toenemende aandacht voor gezondheid. Steeds meer mensen zeggen zelf hun groenten te telen, omdat dat gezonder is dan groenten uit de winkel. Je hebt in elk geval wel zelf controle over de middelen die je wel en niet gebruikt. Een eigen tuin geeft natuurlijk ook veel lichaamsbeweging en frisse buitenlucht.
Misschien wel de belangrijkste verklaring voor allerlei veranderingen is dat de amateurtuinders zelf zijn veranderd, zoals blijkt uit de woorden van Co Huisman:
De tuinders van toen heb je niet meer. Er is veel import nu en er zijn nog maar een paar oude tuinders. Die tuinders vroeger wisten wat de beste grond was, de nieuwelingen wisten niets van de grond af. Maar als je zei dat er kalk bij moest, dan werd je uitgelachen door de oude garde. Vroeger deden ze veel uit gewoonte, nu is er meer kennis. Het idee van grondonderzoek werd ook weggelachen. Kostte te veel. Zo’n nutstuin moest iets opbrengen en zo min mogelijk kosten. Sommige mensen uit zeg maar ‘de stad’ praatten wel over biologisch-dynamisch, dat was leuk bedoeld, maar dat kwam niet over bij de oude garde. Men zat door elkaar, het was wel gemoedelijk, men liet


Jaarboek 34, pagina 90

elkaar in z’n waarde en de import zag wel dat die oude tuinders beter teelden. Die uit de stad, zeg maar overdreven, gingen bloemetjes telen, die hadden geen nutstuinen. Vroeger waren het allemaal nutstuinen, nu is het leuk als het wat opbrengt. Vroeger speelde het geld een rol.”
Minstens zo belangrijk als deze verandering in de samenstelling van de groep amateurtuinders is de toename van het aantal vrouwelijke tuinders, van 1 procent naar ca. 30 procent Vrouwen tuinieren niet per definitie anders dan mannen, maar doen dit wellicht minder vanuit een doorgegeven traditie en staan daardoor ook meer open voor verandering. Ook zijn de leden vergeleken met vroeger een stuk jonger, een groot aantal is rond de 40 jaar.

Tiny Markus in actie.
Tiny Markus in actie.

Tuinders aan het woord

Een van de bekendste volkstuinsters van de vereniging is Tiny Markus. Zij had eerst een tuintje op een van de oude complexen en is vanaf 1963 aanwezig op de Breedeweg. Toen zij 81 jaar was en nog volop haar hobby uitoefende, vertelde zij:
“Het is goed tuinen op de Breedeweg. Mooi bemeste zandgrond die prima te bewerken is en waar de gewassen goed groeien. Mijn man en ik zijn begonnen met een stuk van 250 vierkante meter en dat heb ik nu nog. Een deel van de tuin staat vol met fruitbomen en struiken. Mijn tuin is groot genoeg, brengt meer op dan ik in mijn eentje op kan. Tot voor kort deed ik alle onderhoud zelf, maar het spitwerk doet mijn achterbuurman Piet Idema. En ik maak voor hem een paar potjes met stoofperen. Ook de heg knip ik niet meer zelf. Wat bij mij op de tuin erg goed gaat, zijn witte asperges; het is bijna de eerste groente die ik ieder jaar kan oogsten. Ook heb ik nog steeds een flinke hoek met tal van soorten bloemen.
Ik denk er wel eens over om te stoppen. Maar als ik, door slecht weer of iets anders, een paar dagen noodgedwongen thuis moet zitten, verlang ik weer naar de tuin. Lekker buiten, een praatje met andere tuinders, je wisselt informatie uit over groeien en groenten, over nat en droog, over gelukt en niet gelukt. Ik ben niet altijd op de tuin aan het werk; ik geniet van het weer, de vogels en de tuin.”

Arnold Broekmeijer.
Arnold Broekmeijer.

De huidige (in 2011) voorzitter, Arnold Broekmeijer vertelt:
“Mijn beide opa’s, en nu nog steeds mijn moeder, hadden een moestuin. Toen ik 8 jaar was, mocht ik Auke de Boer helpen in zijn tuin achter zijn huis en op het complex Breedeweg. Hij is mijn grote stimulator en voorbeeld geweest. Van hem heb ik heel veel geleerd. Toen ik 12 jaar werd, dat was in 1971, kreeg ik op de Breedeweg een eigen volkstuin van 125 vierkante meter. Mijn vader betaalde de huur en via bijbaantjes na schooltijd kwam ik aan het geld voor de aankoop van zaden en andere benodigdheden. Dit jaar vier ik dus mijn 40-jarig jubileum als volkstuinder. In al die jaren heb ik heel veel plezier beleefd aan het tuinen.”

Jubilea

In 1971 bestond de vereniging 10 jaar. Ter gelegenheid daarvan werden in het najaar door de leden opgemaakte groentebakjes aan alleenstaande bejaarden aangeboden.

10 Jaar volkstuin

links en rechts van ’t middenpaadje
staan de boontjes op een rij
hier een bloem en daar in ’t gaatje
dat er vrij is nog wat prei.

tien jaar staat dit in het teken
van de tuinder-amateur
goed, het zijn misschien wel leken,
maar ze kweken kleur en fleur.

na de dagtaak nog wat spitten
d’andere dag het zaad er in
en als resultaat; wat zitten
met wat lendespitgewin.


echter als de eerste loten
van het uitgezaaid product
’t zij de peentjes of de kroten
zichtbaar zijn, dan is ’t gelukt


Jaarboek 34, pagina 91

kijk, dan is dat kleine stukje
één brok levende natuur
en je leven een gelukje
ied’re dag en ieder uur

als dan later de spinazie
bij ’t diner wordt opgediend
is er naast de consternatie
toch de vreugde: ’t is verdiend!

waarde jubileum-wieder
en gij feestdag-schoffelaar,
op dat akkertje lééft ieder
zonnig, zalig, kloek en klaar

strakjes valt de oogst met name
als een weelde in uw schoot
‘koude grond’ of via ramen!
’t maakt uw vreugde levensgroot.

Gedicht van A. van Kluyve in het Nieuwsblad voor Castricum bij het 10-jarig bestaan van de vereniging in 1971.

In 1981 en in 1986, toen de vereniging respectievelijk 20 en 25 jaar bestond, werd een receptie voor de leden georganiseerd; over het algemeen waren de feestelijkheden bescheiden van aard.
In 2001 vierde de vereniging haar 40-jarig jubileum. Op 5 mei was er een receptie voor leden met aanhang en genodigden; 125 personen waren van de partij. Op 30 juni werd het feest op De Bloemen succesvol verder gevierd met een barbecue.

Viering van het 50-jarig jubileum.
Viering van het 50-jarig jubileum.

Dit jaar zag de vereniging Abraham en vierde dat op 4 juni. De feestelijke dag begon vanuit het clubgebouw aan de Breedeweg met een fietspuzzeltocht langs de vier complexen en daarna was er een receptie met loterij. Muziekvereniging Emergo verzorgde de muzikale omlijsting. De 82-jarige Co Huisman vierde ook het feit dat hij 50 jaar lid was van de vereniging. Philie Broekmeijer, de 13-jarige dochter van de voorzitter, was op dat moment het jongste lid.

Kijkdagen

Op zaterdag 29 juni 1996 vindt er een primeur plaats op het tuincomplex Breedeweg. De vereniging organiseert een ‘Kijkdag’. Het doel van deze dag is meer bekendheid te geven aan de vereniging. Helaas kan de organisatie niet steunen op de medewerking van de weergoden: er waait een onaangename, straffe westenwind. Desondanks is deze kijkdag erg geslaagd. Zo kan secretaris Holt wat nieuwe leden noteren, al moeten enkele op een wachtlijst worden geplaatst, maar het laat zich aanzien dat dit van korte duur zal zijn. Ook op de complexen De Bloemen en Oude Haarlemmerweg zijn Kijkdagen gehouden en dat resulteert in het voornemen elk jaar een dergelijke ‘open dag’ te organiseren.

Educatie

Het bestuur beseft terdege dat een succesvolle toekomst te maken heeft met een groeiende belangstelling voor het tuinen, met name bij de jeugd. Het ontwikkelt dan ook plannen om op het complex aan de Korte Brakersweg schooltuinen in te richten. In 2000 krijgen


Jaarboek 34, pagina 92

deze plannen vaste vorm. Tien leerlingen uit groep zeven van de basisschool Toermalijn zijn vanaf 1 april ‘eigenaar’ van een stukje moestuin en worden in staat gesteld kennis te maken met alles wat groeit en bloeit. Twaalf begeleiders leren de scholieren hoe je een moestuin onderhoudt en hoe je zonder bestrijdingsmiddelen mooie bloemen en groenten kunt kweken. In het jaar daarop blijkt het enthousiasme enigszins af te nemen; de tuintjes zien er niet zo aantrekkelijk meer uit. In 2003 volgt een evaluatie van het project. Het bestuur besluit tot zijn grote spijt het project schooltuinen te beëindigen.

In de loop der jaren heeft de vereniging allerlei cursussen en lezingen georganiseerd over kleinfruit, snoeien van fruitbomen en struiken, bloemschikken, over spitsmuizen, mollen en egels enz. Voorts is er meerdere keren een plantenruilbeurs gehouden. Al jarenlang geeft Siem Bakkum nieuwe leden voorlichting over het volkstuinieren. Ook zijn er excursies georganiseerd, bijvoorbeeld naar botanische tuinen.

Jong geleerd ...
Jong geleerd …

Ledenbestand toen en nu

De eerste officiële ledenlijst dateert van januari 1967: er zijn dan 103 leden. Mede onder invloed van allerlei positieve maar ook negatieve factoren wisselde het ledental voortdurend. In 1979, nadat in Castricum op grote schaal woningbouw tot stand was gekomen, telde de vereniging 323 leden. Maar ten gevolge van de ramp met de kerncentrale in Tsjernobyl in 1986 hebben nogal wat leden afgehaakt; de overheid adviseerde om geen eigen groenten te gebruiken. Toen is er ook veel oogst afgeschoffeld. De laatste cijfers van 2011 laten een ledenbestand zien van 285 leden, waarvan 85 vrouwen. Van deze 285 leden zijn er 47 donateur, waaronder 19 vrouwen. Op drie van de vier complexen zijn alle tuinen bezet; alleen op De Bloemen zijn nog tuinen beschikbaar.
Het bestuur is blij met de toenemende verjonging van het ledenbestand.

Huidige situatie

De vereniging huurt de complexen De Bloemen en Haagscheweg van de gemeente; voor wat betreft de Breedeweg heeft de vereniging te maken met het Asjesfonds. Op deze drie complexen zijn de bepalingen die in de huurcontracten zijn opgenomen min of meer eensluidend. Het complex aan de Oude Haarlemmerweg is, zoals eerder is gemeld, verlaten; het nieuwe perceel aan de overzijde van de weg, dat inmiddels is betrokken, heeft de naam Castricummerwerf gekregen. Het huurcontract voor dit complex wijkt op vele punten af van dat van de overige complexen. Hoe het ook zij, er kan geconstateerd worden dat er over het algemeen sprake is van een stabiele situatie, iets wat in de voorbije periode beslist niet het geval was.

De huidige situatie geeft dan ook aanleiding tot enig optimisme. Voor alle vier complexen geven de gemeentelijke bestemmingsplannen aan dat de gronden bedoeld zijn voor volkstuinen.
Toch blijft altijd de kans bestaan dat de tuindersvereniging moet wijken voor gemeentelijke plannen. Zo ontstond er begin dit jaar onrust toen bekend werd dat de Korte Brakersweg mogelijk heringericht zou worden, wat ten koste zou gaan van een aantal tuinen langs het dijkweggetje op complex De Bloemen. Gezien het grote aantal bezwaren en de hoge kosten ziet het er op dit moment echter niet naar uit dat dit plan zal worden uitgevoerd.

Slotwoord

De huidige (in 2011) voorzitter Arnold Broekmeijer heeft vertrouwen in de toekomst van de vereniging:
”We halen de 100 jaar wel! We zien steeds meer vrouwen die een volkstuin huren en aan deze hobby veel plezier beleven. Ook vertrouw ik erop dat jongeren in de toekomst deze vorm van ontspannende vrijetijdsbesteding zullen gaan beoefenen.”
Niet voor niets wordt gesproken van ‘moedertje aarde’, hetgeen aangeeft dat onze planeet als de schenkster van leven wordt voorgesteld. Zowel voor degene die voor de uitoefening van zijn beroep zaden aan die aarde toevertrouwt en het proces van ontkieming, groei en oogst telkens meemaakt, als voor de hobbyist, de volkstuinder, blijft het steeds weer een verrassende, wonderlijke ervaring. Het kan dan ook niet anders dan dat er steeds mensen zullen zijn die de verknochtheid aan die gulle aarde gestalte willen geven en de mooie liefhebberij van volkstuinderij willen beoefenen. Hopelijk zullen ook steeds meer jongeren dit gaan ontdekken! In Castricum is na een jarenlange strijd daarvoor ruimte en gelegenheid ontstaan.

Jan Buijsman

Bronnen:

  • Archief Amateurtuindersvereniging Castricum;
  • Archief Gemeente Castricum;
  • Edities Nieuwsblad voor Castricum, De Castricummer en Dagblad Kennemerland;
  • Publicatie AVVN.

Met medewerking van:
Joke Bunnik, Edith Louman en Guus Wattel.

Met dank aan:
Siem Bakkum, Hans Boot, Arnold Broekmeijer, Arend Bron, Jan Duinmeijer, Co Huisman, Piet Idema, Niek Kaan, Antoon van der Meer, Gerard Peerenboom, Loek Zonneveld en Henk Zijm.