15 april 2024

AV Castricum, een vereniging om trots op te zijn (Jaarboek 44 2021 pg 60-70)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 44, pagina 60

AV Castricum, een vereniging om trots op te zijn

Atletiek Vereniging Castricum (AVC).
Atletiek Vereniging Castricum (AVC).

Atletiek Vereniging Castricum (AVC) bestaat bijna zestig jaar (in 2021). Het is een sociale vereniging met een rijke historie, die Castricummers bindt en in beweging houdt. Bij AVC is iedereen, onafhankelijk van de leeftijd of het niveau, welkom. De locatie van de vereniging ligt op een bijzonder mooie plek in de duinen, op hardloopafstand van het strand. Door de jaren heen zijn meer dan duizend vrijwilligers actief geweest.

Voorzitter Joop Beentjes vertelt: “Sinds 2013 ben ik als voorzitter, samen met vier bestuursleden, actief in het dagelijks bestuur van AVC. De vereniging heeft momenteel een paar honderd vrijwilligers, die zich met veel plezier inzetten voor hun club. De accommodatie moet onderhouden worden, bij wedstrijden is onze bar open, we hebben een wedstrijdorganisatie, we hebben ouders die bij de trainingen assisteren, er is een EHBO-ploeg en een communicatieteam voor de website en social media, we hebben iemand die bij wedstrijden als speaker actief is, een starter enzovoort; het is een heel fijn team dat harmonieus met elkaar samenwerkt, geniet van de prestaties en het plezier van de deelnemers.”

In de zomer organiseert AVC baanwedstrijden met loopnummers zoals sprintonderdelen, hordenlopen, middellange (400, 800 en 1.500 meter) en lange afstanden (vanaf 3.000 meter). Daarnaast zijn er technische onderdelen zoals hoogspringen, verspringen, speerwerpen, kogelstoten en discuswerpen.

Sportpark De Duinloper.
Sportpark De Duinloper, ideaal gelegen in het bos nabij de duinen en het strand.

Joop: “In de winter organiseren wij de Strand- en Duinlopen, waar lopers uit de hele regio graag aan meedoen, omdat de route over onze prachtige duinen en het strand gaat. De start in mijn rol als voorzitter was de vernieuwing van onze accommodatie; in 2014 hebben we ons clubhuis geheel vernieuwd. Met hulp van een groot aantal leden hebben we de kleedkamers gerenoveerd, een nieuwe fitnessruimte gerealiseerd en de kantine verfraaid. Dat hebben we gevierd met een geweldig openingsfeest. De daaropvolgende periode hebben wij, samen met bestuur, onze trainers en vrijwilligers, de organisatie van onze vereniging geoptimaliseerd en van AVC een groeiende en bloeiende atletiekvereniging kunnen maken.”

Joop hoopt als voorzitter dit jaar het stokje door te kunnen geven aan een opvolger en als atleet nog enkele jaren actief te blijven.


Jaarboek 44, pagina 61

De oprichting

Begin jaren (negentien) zestig wilde Kees Kabel, bestuurslid van de plaatselijke volleybalvereniging Dynamo, eens polsen of er in Castricum ook belangstelling was voor een atletiekvereniging. Geïnteresseerden konden zich onder meer opgeven bij de kruidenierswinkel van Klaas Wokke aan de Bakkummerstraat. Tien personen meldden zich, waaronder Andries en Mieke Broekhuizen, Peter Vlaarkamp en Dick Schermer. Broekhuizen bleek de enige van de groep met een atletiekachtergrond. Dit groepje vormde het begin van de atletiekvereniging, die officieel op 1 juli 1962 werd opgericht.

Eind jaren (negentien) zeventig met van links naar rechts Dick Schermer, Dick Tiebie, Paul Vlaarkamp en Nico Brakenhoff.
Eind jaren (negentien) zeventig met van links naar rechts Dick Schermer, Dick Tiebie, Paul Vlaarkamp en Nico Brakenhoff.

De allereerste trainer hield het na drie weken al voor gezien, omdat hij het te druk zou hebben. Zijn plaats werd ingenomen door Wim Ruiters, die in een regionaal bestuur van de KNAU (tegenwoordig Atletiekunie) zat. Verder was hij ook looptrainer. Net zoals ook dat nu nog het geval is, bestonden in die beginfase de meeste leden van de atletiekvereniging uit hardlopers. Maar Dick Schermer besloot zich ook te willen toeleggen op de technische atletiekonderdelen. Hij was de eerste atleet binnen de club die, behalve hardlopen, ook onderdelen als speerwerpen en hoogspringen beoefende.

Opening van de spelen van Atletiekvereniging AVC aan het Kroftveld.
Opening van de spelen van Atletiekvereniging AVC aan het Kroftveld, het atletiek terrein aan de Zeeweg 4 in Bakkum. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

Als eerste trainingsveld werd gekozen voor het Kroftveld in de duinen. De training verliep toen nog heel simpel: rondjes lopen, sprintjes trekken en wat oefeningen doen. Atletiekmateriaal was er nog niet. Dat kwam pas later dankzij een paar Castricumse sponsors. Met hun steun werden de eerste discussen, kogels en speren aangeschaft.

Niet lang nadat de trainingen in de duinen van start waren gegaan, groeide het idee om meer visueel zichtbaar te gaan trainen in Castricum. Op het Kroftveld in de duinen zagen maar weinig mensen dat er in Castricum nu toch echt aan atletiek werd gedaan. De keuze viel uiteindelijk op een braakliggend terrein bij de Juliana van Stolbergstraat.

Juliana van Stolbergstraat in Castricum, 1965.
Juliana van Stolbergstraat in Castricum, 1965.

Er werd ook voor gezorgd dat er elke week een stukje over de atletiekvereniging in het Nieuwsblad voor Castricum verscheen, waarbij tot slot altijd het aanmeldingsadres voor nieuwe leden werd genoemd. Om publicitaire redenen werden er op de Brink atletiekwedstrijden gehouden. In die tijd was het Castricumse politiebureau nog naast dit plein gevestigd en daar kon men zich omkleden.

AVC op eigen benen

In het begin was de atletiekvereniging nog onderdeel van Dynamo Castricum. Andries Broekhuizen zat toen in het bestuur als vertegenwoordiger van de atletiekafdeling. Na een jaar werd besloten om zelfstandig verder te gaan. De atletiekafdeling kon intussen op eigen benen staan. In 1966 had AVC 86 leden. Pupillen waren er toen nog niet, de minimumleeftijd om lid te worden was twaalf jaar.

Andries Broekhuizen in 1988.
Andries Broekhuizen in 1988. Hij was bestuurslid als vertegenwoordiger van de atletiekvereniging, toen AVC nog deel uitmaakte van Dynamo Castricum.

Al vanaf het begin wilden de leden graag trainen op het huidige atletiekterrein aan de Zeeweg. Dat werd in die tijd gebruikt door voetbalvereniging CSV. Het verzoek aan die vereniging om van hun veld gebruik te mogen maken, kon niet worden ingewilligd, omdat de voetballers maar twee velden hadden. Dat bood geen ruimte voor nog een atletiekvereniging. Na wat omzwervingen via het veld van korfbalvereniging Helios aan de Oranjelaan en het sportterrein Wouterland, kon door het vertrek van CSV naar het nieuw aangelegde sportpark Noord-End uiteindelijk dan toch het mooie veld aan de Zeeweg worden betrokken.


Jaarboek 44, pagina 62

Eind 1976 werd het voetbalterrein overgedragen aan AVC, om uiteindelijk op 11 juni 1977 officieel te worden geopend als ‘De Duinloper’. Sommige leden hebben nog steeds een beetje heimwee naar de nostalgische grasbaan en kijken terug naar de heroïsche duels die er plaatsvonden.

Clubblad ‘De Duinloper’

In oktober 1963 verscheen de eerste uitgave van het clubblad ‘De Duinloper’. Vanaf de oprichting een jaar eerder speelde het jonge bestuur met het idee om een echte clubkrant uit te geven. Voorzitter Andries Broekhuizen nam de taak als redacteur op zich. Het clubblad voor AVC’ers bleef bestaan en werd persoonlijk rondgebracht in het dorp. Het clubblad was vroeger een dubbel velletje papier dat gestencild werd in het clubhuis. Drijvende kracht hierachter was Lilian Schreuder. De allerlaatste editie verscheen in januari 2012. Sindsdien houdt de vereniging haar leden op de hoogte via een maandelijkse digitale ledennieuwsbrief. AVC heeft een communicatieteam van twee vrijwilligers dat zorgt voor dagelijks nieuws en foto’s op de website www.avcastricum.nl en social media.

Nederlandse Grasbaan Kampioenschappen

Atletiek werd traditioneel beoefend op een sintelbaan (sintels zijn afval van verbrande steenkool). Eind jaren (negentien) zestig vond een revolutie plaats en kwamen er kunststofbanen. Deze banen zorgden voor veel betere prestaties en waren ook minder gevoelig voor slechte weersomstandigheden. Tegenwoordig heeft bijna elke Nederlandse atletiekvereniging wel een kunststofbaan.

Toby Schulte (links) en Gerrie Zonneveld in actie op de grasbaan.
Toby Schulte (links) en Gerrie Zonneveld in actie op de grasbaan. Toby is tegenwoordig trainer van de CD-junioren.

AVC had, voordat het in 1998 een fraaie kunstbaan kreeg, ook een grasbaan op het sportpark De Duinloper. In de jaren 1980-1990 werden er jaarlijks de Nederlandse Grasbaan Kampioenschappen gehouden; een kampioenschap dat alleen openstond voor leden van verenigingen met een grasbaan. Het laatste NK-grasbaanatletiek werd in 1990 in Castricum gehouden met een groot aantal deelnemers, waaronder velen van AVC.

Wim Luijckx en Jacco Verhulst tijdens een van de Nederlandse Grasbaan Kampioenschappen.
Wim Luijckx (voor) en Jacco Verhulst (midden) tijdens een van de Nederlandse Grasbaan Kampioenschappen.

Oud-voorzitter en vrijwilliger Wim Res

Wim Res is lid geworden van AVC in juni 1979, hij was toen 31 jaar. Zijn vrouw Tineke is ook zo’n trouw lid; zij is in 1982 lid geworden. Sinds begin jaren (negentien) tachtig was Wim actief voor de vereniging als vrijwilliger. Hij werd voorzitter in 1992 en had één grote wens, namelijk het realiseren van een kunststofbaan.

Wim Res.
Wim Res, die zich al ruim veertig jaar inzet voor de vereniging, had één grote wens: het realiseren van een kunststofbaan.

Wim: “In die jaren had de vereniging een grasbaan op de huidige locatie aan de Zeeweg. Aan de oostkant van de huidige atletiekbaan is er veertig meter bijgekomen, want de grasbaan lag diagonaal en de kunststofbaan die ik wenste voor de vereniging, paste helemaal niet in de ruimte. Er waren op de grasbaan maar twee of drie lanen. Midden jaren (negentien) tachtig is dat extra stuk erbij gekomen. Toen is de grasbaan verlegd, kreeg die het huidige model en werd het aantal banen uitgebreid naar zes.”

Aanleg van een nieuwe baan voor Atletiek Vereniging Castricum.
Aanleg van een nieuwe baan voor Atletiek Vereniging Castricum aan de Zeeweg 4 in Bakkum, 1985. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

Jaarboek 44, pagina 63

Strand-, bos- en duinlopen

Sinds 1981 is Wim betrokken bij het organiseren van de boslopen van AVC; hij coördineerde dit samen met Peter Vlaarkamp en Els Foekema. “Er werden in de beginjaren twee aparte strandlopen en twee aparte boslopen georganiseerd. De strandloop startte bij het strand. Vlak voor de start werd bekendgemaakt welke kant de lopers op gingen, omdat er in die tijd wel eens lopers waren die geen geld over hadden voor een inschrijving. Om illegale lopers te mijden, werd deze truc bedacht.”

De start van een van de populaire strand- en duinlopen.
De start van een van de populaire strand- en duinlopen.

Er waren ook twee boslopen, de start daarvan was bij de Leplaan, een groot parkeerterrein van Camping Bakkum, bij een meertje. Inmiddels is dat meertje er niet meer.

“In die tijd was sportpark De Duinloper al in gebruik als accommodatie voor de vereniging, maar daar mochten niet zoveel auto’s parkeren. De politie regelde motoragenten om het verkeer om te leiden en het parkeren te begeleiden. Wegens de grote animo ging de frequentie omhoog van twee naar vier boslopen, genaamd Bosloop Castricum; er kwam zelfs een halve marathon bij. Later ging deze wedstrijd Strand- en Duinloop heten.”


Jaarboek 44, pagina 64

Deze boslopen startten vroeger op het pad tussen de ijsbaan en AVC, dat nu naar Kinnehin leidt. Er werd een startdoek opgehangen. Toen waren er nog geen startnummers, maar de deelnemers kregen een papieren label om te laten zien dat zij zich ingeschreven hadden. Tot 1991 heeft Wim dit voornamelijk zelf georganiseerd. Inmiddels is er een grote groep vrijwilligers actief bij de strand- en duinlopen en vervult hij daar nog steeds een rol in.

De Dubbele Lus

In 1982 kwam er een nieuwe wedstrijd bij voor AVC: ‘de Dubbele Lus van Castricum’. Bij die wedstrijdorganisatie is Wim 33 keer actief geweest als vrijwilliger. Aan de eerste elf lopen heeft hij zelf ook deelgenomen.

De Dubbele Lus door het centrum van Castricum.
De Dubbele Lus door het centrum van Castricum. Tijdens de gloriedagen deden meer dan duizend jonge en oudere lopers mee.

“De Dubbele Lus was oorspronkelijk een wielerronde. Een andere sportvereniging was eerst gevraagd om mee te helpen om vlaggen te leveren en parcoursposten. De organisatie had bedacht om er ook een stratenloopje bij te organiseren, dat steeds groter werd. De wielerronde startte om 18.00 uur en vanaf 20.00 uur werd de wielerronde voor de topamateurs gehouden. Voorafgaand aan de wielerrondes startte de stratenloop om 17.00 uur. Ik wilde de loop graag om 19.00 uur laten beginnen om meer lopers te trekken. Het lukte uiteindelijk om meer dan duizend deelnemers aan de start te krijgen.”

Ton van Rooij (met nummer 79) in 1999.
Ton van Rooij (met nummer 79) in 1999. Hij volgde drie jaar later Wim Res op als voorzitter.

Na 33 edities is de wielerronde van de Dubbele Lus gestopt, maar de loop is nog een aantal keren gehouden onder leiding van AVC-lid Ton van Rooij. Het evenement is uiteindelijk helemaal gestopt; er waren steeds minder sponsors en deelnemers. Het parcours moest bijna jaarlijks worden aangepast, omdat de gemeente steeds meer vluchtheuvels ging aanleggen in het dorpscentrum.

Wim heeft ook jarenlang de jeugdcross op de camping georganiseerd. In maart 2020 organiseerde hij nog een finale, waarbij er twaalfhonderd deelnemende kinderen en zestig verenigingen op bezoek kwamen uit Noord en Midden Nederland.

De kunststofbaan

De wens om een kunststofbaan te realiseren heeft Wim in 1997 bij de gemeente in de week gelegd en vervolgens heeft hij in november 1997 met de Atletiekunie contact opgenomen. Een van haar adviseurs zegde de medewerking toe en zei dat hij wel geduld moest hebben, want zo’n proces zou wel vijf jaar kunnen duren. En uiteindelijk kwam die voorspelling uit, want in oktober 2002 werd de baan opgeleverd.

De feestelijke opening van de kunststofbaan op De Duinloper in 2002.
De feestelijke opening van de kunststofbaan op De Duinloper in 2002.

Die vijf jaren waren nodig om medewerking te krijgen van de gemeente. Wim heeft een nota geschreven ‘Van eindsprint naar kunststof’, een dik rapport van veertig pagina’s. Tijdens een bijeenkomst in de kantine overhandigde hij het boekwerk aan de wethouder sportzaken van de gemeente Castricum. De wethouder gaf toen aan dat de hockeyclub eerst een tweede kunststofveld moest krijgen en dat atletiek helaas geen prioriteit had. Burgemeester en wethouders stonden wel achter het plan dat Wim had ingediend, maar de gemeenteraad nog niet. Een heikel punt, dat opgelost moest worden, betrof de financiën.

Onthulling nieuw bord sportpark Duinloper van atletiekvereniging AVC.
Onthulling nieuw bord sportpark Duinloper van atletiekvereniging AVC. Links Wim Res, rechts Willem Kaandorp.Het bord was gemaakt door schildersbedrijf Nico Castricum. Zeeweg 4 in Bakkum, 2000. Collectie Nieuwsblad voor Castricum. Toegevoegd.

De grond van de accommodatie was van Dijk en Duin; er gold een 25 jaar durend erfpachtcontract en er moest zekerheid gegeven worden. Wim heeft de betreffende personen van de gemeente Castricum uitgenodigd voor een rondleiding op het terrein. Daarna kwam de zaak eindelijk in beweging. De plannen moesten voorbereid worden met tekeningen. Er werd gekozen voor leverancier Oranjewoud om de kunststofbaan te realiseren. Inmiddels was de tijd er meer dan rijp voor, want er werd een fusie voorbereid van de gemeente met Limmen en Akersloot.

Tijdens de raadsvergadering stemden dertien raadsleden voor aanleg van de kunststofbaan en negen tegen. Tijdens een latere commissievergadering over de kunststofbaan kwam Wim aanzetten met twee spikes. Hij overhandigde de wethouder een van de spikes om te laten voelen hoe licht zo’n schoen is. Daarna volgde de tweede spike, alleen die was gevuld met een kilo lood. De wethouder was hier natuurlijk niet op bedacht en liet de spike uit z’n handen vallen.


Jaarboek 44, pagina 65

“Kijk, zo voelt de financiële last van een kunststofbaan voor ons”, gaf Wim als commentaar. De financiële steun van de gemeente was noodzakelijk om een nieuwe atletiekbaan te realiseren. In maart 2002 is de grasbaan ontmanteld en is Oranjewoud gestart met de werkzaamheden. In oktober 2002 is de kunststofbaan opgeleverd.

Luchtfoto van de prachtige baan van AVC, Atletiek Vereniging Castricum.
Luchtfoto van de prachtige baan van AVC, Atletiek Vereniging Castricum. Foto Lars Tervoort. Toegevoegd.

Officieuze en een officiële opening

Tijdens de eerste training werd de kunststofbaan officieus geopend. De officiële opening was met een groot feest, waarbij een wedstrijd werd georganiseerd. Een aantal sportieve gemeenteraadsleden liep mee met een 400 meter. De dag voor de officiële opening werd een nieuwe hoogspringmat geplaatst, die door een harde storm op het naastgelegen fietspad waaide. Gelukkig was de nieuwe mat nog wel bruikbaar.

Wim is voorzitter geweest van 1992 tot april 2002. Toen zijn droom van de kunststofbaan werd verwezenlijkt, is hij teruggetreden en heeft Ton van Rooij het voorzitterschap overgenomen.

Voorzitters

1962-1977 Nelis Wokke
1977-1983 Martin Laman
1983-1987 Corry van der Aar
1987-1990 Theo Wortman
1990-1994 Martin Laman
1986-2002 Wim Res
2002-2005 Ton van Rooij
2005-2013 Marga van der Wurf
2013-heden (2021) Joop Beentjes

Tegenwoordig is Wim actief in de wedstrijdcommissie en geniet ervan om atleten te zien presteren bij de wedstrijden op de atletiekbaan. Ook coördineert hij al tien jaar het klussenteam, dat elke vrijdag zorgt dat kleine en grote werkzaamheden op de accommodatie worden uitgevoerd. Wim heeft een echt AVC-hart. Hij is al veertig jaar actief als vrijwilliger en hij blijft zelf actief als hardloper. Al 55 keer heeft hij een halve marathon gelopen.

De trainers

AVC heeft voor de volwassenen tien trainingsgroepen, met in totaal dertien trainers en een aantal assistenten. Voor de jeugdleden zijn er dertien pupillentrainers en zeven juniorentrainers. Zij zijn allemaal lid van de vereniging en zelf ook actief (geweest) als atleet, op loopnummers of technische onderdelen. De pupillentrainers zijn veelal oudere jeugdatleten (junioren); de soms nog maar vijftienjarige trainers geven met veel enthousiasme atletiektrainingen aan de allerjongste pupillen. De oudste is de 82-jarige Jurg van der Wel.

Een groepje jeugdleden van AVC in 1986.
Een groepje jeugdleden van AVC in 1986.

Maria Sofan is actief als trainster sinds 2002. In het begin gaf zij drie keer per week training. In het dagelijks leven is zij gymdocente op lagere en middelbare scholen. Zij geeft atletiektraining aan de CD-junioren. Dat is de groep van elf tot vijftien jaar. De trainingen gaf ze in het begin samen met Hans Walchers, Ari Smit en Alan Pijlman, ook atleten van AVC. Maria geeft aan dat de jeugdatletiek steeds meer aandacht kreeg van het bestuur. Loes Pijlman heeft vanuit haar bestuursrol gezorgd dat het steeds beter ging lopen en dat er jeugdtrainers bij kwamen. Maria ging samen met Loes kijken naar junioren, die zo enthousiast waren over de atletieksport dat ze twee keer per week trainingen wilden gaan geven aan de jongere pupillen.


Jaarboek 44, pagina 66

Daaruit zijn weer trainers voortgekomen als Sten van der Moer en Hanke Pijlman, die al jarenlang pupillentraining geven en zelf ook nog actief zijn als atleet. Ook Kees Vrolijk geeft al bijna tien jaar training, eerst aan pupillen en nu looptraining aan de junioren. Maria’s passie ligt bij de technische onderdelen. Ze is opgegroeid in Roemenië, waar ze ook atlete was. Ze vindt dat er bij AVC veel veranderd is in positieve zin: “Het aantal pupillen is enorm gegroeid en daardoor zijn er ook veel meer junioren gekomen. De opzet van de trainingen is veranderd; doordat er nu veel meer jeugdleden zijn, zijn er veel actieve wedstrijdatleten. Ook een verandering is dat alles nu digitaal gaat. Vroeger had ik een schriftje mee naar de training. Ik moedigde de atleten aan om mee te doen aan wedstrijden en schreef in het schriftje op wie welke afstand wilde doen en gaf dat door aan de wedstrijdcommissaris.”

Maria vindt het belangrijk om naast de trainingen andere activiteiten te organiseren, zoals het Sinterklaas-dobbelspel, Oliebollentrainingen en het jaarlijkse zomerkamp. Haar favoriete onderdeel zijn de horden. Ze is zelf middellange afstandsloopster geweest (800/1.000 meter en de korte cross). Ze vindt hordelopen zo’n mooi onderdeel, omdat een atleet daarvoor veel kwaliteiten nodig heeft: snelheid, lenigheid én kracht.

Ari Smit is al sinds 2001 actief als hardlooptrainer. Hij geniet ervan om atleten meer kennis bij te brengen, waardoor ze beter gaan presteren. En hij loopt zelf ook actief mee, dat doet hij drie keer per week. Zijn groep is de grootste van de vereniging en bestaat uit ongeveer tachtig leden. Zijn atleten hebben een aantal vaste momenten waarvoor ze trainen. Dat is in januari de Halve van Egmond, in februari de Groet uit Schoorl Run en voor de Strand- en duinlopen die AVC zelf organiseert.

Ari: “De sfeer in de loopgroep is heel goed. Er is jaarlijks een gezellige barbecue, we gaan samen een weekend weg en de avond na de Halve marathon van Egmond genieten we van een gezellig etentje in het clubhuis.”

Ari is zelf nog steeds actief als atleet; hij heeft 23 keer meegedaan aan de Halve van Egmond en ook zo vaak aan de Groet uit Schoorl Run, dus zijn schat aan ervaring brengt hij graag over.

Jorg van der Wel in 1988.
Jorg van der Wel in 1988. Inmiddels is de 82-jarige Jorg de oudste trainer van AVC.

Met zijn 82 jaar is Jorg van der Wel de oudste trainer van AVC, en misschien wel van heel Nederland. Vroeger was Jorg actief als meerkamper. Tegenwoordig verzorgt hij een hardlooptraining op woensdagavond en dat doet hij al jarenlang. Zijn buurjongen van vroeger was Arend Koet, die alle clubrecords van AVC in de leeftijdsklasse 70-75 en 75-79 op zijn naam heeft staan. Jorg begeleidt zijn groep atleten op de fiets als ze de duinen ingaan. Zijn dochter Carola van der Wel was een goede atlete op de 400 meter en zijn schoonzoon Louis Dam is actief als looptrainer bij Team Distance Runners.

Wedstrijden

Oud-trainer Wim Kaandorp herinnert zich dat AVC in de jaren tachtig een sterke groep jeugdige meisjes had die twee keer kampioen van Nederland zijn geweest.

“Deze competitieploeg was niet te verslaan, ook niet door de jeugd van ADA uit Amsterdam en DEM uit Beverwijk. Dit was een heel getalenteerde lichting, waar verschillende Nederlandse jeugdkampioen uit voortkwamen: Marjolein van Elk, Janneke van Elk, Carola van de Wel, Helga Poel, Martine Kok, Heleen de Bats, Desirée Lute, Suzanne de Ruyter en Angelique Grippeling. Als ploeg behoorden de meisjesjunioren D en C tot de landelijke top en individueel behaalden ze vele prijzen. Ook als estafetteploegen waren ze onverslaanbaar.”

Hugo van den Broek in actie, namens AVC.
Hugo van den Broek in actie, namens AVC in 1990. Foto Frank Boske. Collecie Nieuwsblad voor Castricum. Toegevoegd.

In de jaren (negentien) negentig had AVC sterke veteranenploegen, waarmee zeer mooie prestaties behaald werden. In de periode 26 juni tot 4 juli 1995 nam een delegatie AVC-veteranen deel aan het EK-veteranen in Kristiansand Noorwegen. Op de 800 meter: Peter Jonker, Hans Beentjes, Nico Brakenhoff en Eugène van Kruchten. Op de 1.500 meter: Peter Jonker, Nico Brakenhoff, Peter Vlaarkamp. 5-kamp: Rob Dekker.

In de jaren (negentien) negentig had AVC sterke veteranenploegen, waarmee zeer mooie prestaties behaald werden.
In de jaren (negentien) negentig had AVC sterke veteranenploegen, waarmee zeer mooie prestaties behaald werden. Deze foto is in 1993 genomen.

Tijdens het NK-estafette in 1988 in Lisse liepen twee AVC-teams een sterke wedstrijd, waarin in beide gevallen een clubrecord werd gelopen. In de afgelopen 33 jaar is met enige regelmaat door AVC diverse estafetteteams geprobeerd deze records te verbeteren, maar tot dusver niet succesvol. Daarmee behoren deze twee clubrecords tot de oudste van AVC en de uitdaging is er nog steeds om die te verbeteren. Het team van de vier keer 800 meter, bestaande uit Hans Beentjes, Eugène van Kruchten, Willem Luijks en Jacco Verhulst liep een tijd van 7.57,75; dat van de vier keer 1.500 meter met Peter Vlaarkamp, Piet Kuys, Jeroen Losekoot en Jacco Verhulst liep 16.39,88.

Peter Res in actie voor AVC.
Peter Res van PR Sportvoedingsadvies is binnen TDR verantwoordelijk voor de begeleiding op sportvoedingsgebied. Peter is een autoriteit geworden in zijn vakgebied. Frank van Zwol. Collectie Nieuwsblad voor Castricum. Toegevoegd.

AVC-lid Frank Stam houdt alle clubrecords bij en dat zijn de beste prestaties die door AVC-leden geleverd zijn. Er staan op de website https:// www.avcastricum.nl/records verschillende categorieën: out- door, indoor, baanrecords, wegrecords en parcoursrecords van de strand- en duinlopen.


Jaarboek 44, pagina 67

Uitzonderlijke prestaties

Sinds de oprichting van AVC zijn door de atleten talrijke uitzonderlijke prestaties geleverd, die door de clubrecordcommissie minutieus zijn bijgehouden. De clubrecordlijsten bevatten momenteel 707 prestaties op door de Atletiekunie voor de verschillende categorieën aanbevolen wedstrijdonderdelen.

‘Mister clubrecord’ is ongetwijfeld wijlen Arend Koet, van wie in de huidige clubrecordlijsten over de periode 1998 tot 2007 maar liefst veertig prestaties terug te vinden zijn.
‘Mister clubrecord’ is ongetwijfeld wijlen Arend Koet, van wie in de huidige clubrecordlijsten over de periode 1998 tot 2007 maar liefst veertig prestaties terug te vinden zijn.

Sommige clubrecords verdienen wat extra aandacht. ‘Mister clubrecord’ is ongetwijfeld wijlen Arend Koet, van wie in de huidige clubrecordlijsten over de periode van 1998 tot 2007 maar liefst veertig prestaties terug te vinden zijn. Arend Koet lanceerde zich in 2007 als 76-jarige master met de polsstok over een hoogte van 2,40 meter, terwijl Jent de Reuver in 2019 als zesjarige minipupil 2,41 meter ver sprong. In 1968 landde Theo Bouwen na 12,52 meter in de zandbak bij het hinkstapspringen, waarmee hij een clubrecord vestigde bij de A-junioren en senioren, dat nog steeds onaangetast is.

Kampioeen bij AVC.
Kampioenen bij AVC in 1993. Boven Junioren B van links naar rechts Daniël Hake, Hugo van de Broek, Joris Jonker en Christian de Lie. Onder Junioren D van links naar rechts Niels Jonker, Peter Wolters, Barend Derriks en Joeri Zonneveld. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

Van de 707 clubrecords worden er elf door twee atleten gedeeld, waarvan één record wel heel speciaal is. Het clubrecord discuswerpen bij de meisjes C-junioren wordt namelijk gedeeld door de zusjes Janneke en Marjolein van Elk, die de schijf met een afstand van 30,02 meter exact even ver in het gras lieten landen in respectievelijk 1981 en 1982. Na in 1981 met zijn estafetteteam een clubrecord op de vier keer 100 meter bij de C-junioren te hebben gevestigd in een tijd van 49,2 seconden, verbrak Frank Stam, 38 jaar later, in 2019 het clubrecord op de individuele 100 meter bij de masters M50-54 door een tijd van 13,05 seconden te laten klokken.


Jaarboek 44, pagina 68

Sommige prestaties zijn zo sterk dat ze niet alleen als clubrecord, maar ook nog steeds als Nederlands record gelden. De eerder gememoreerde Arend Koet heeft in de leeftijdsklasse M70-74 het Nederlands record op de tienkamp op zijn naam staan, alsook in de leeftijdsklasse M75-79 de tienkamp, het hoogspringen en het polsstokhoogspringen. Marc van Vliet grossiert in Nederlandse records bij het polsstokhoogspringen. Rob Dekker sprong als master M65-69 1,47 meter hoog en het masterteam M50-54, bestaande uit Hans Beentjes, Ton van Rooij, Wim Kaandorp en Dirk Klanker, liep de Zweedse estafette in 2 minuten en 20,0 seconden, waarmee het eveneens een Nederlands record opeiste.

Het verhaal van Theo Bouwen

In 1968 was AVC een jonge vereniging en beschikte niet over een eigen accommodatie. Een groep atleten trainde voornamelijk op het terrein van DEM in Beverwijk. De 19-jarige Theo Bouwen was een van hen, hoewel hij eigenlijk helemaal niet meedeed aan de trainingen. De wedstrijden, en dan vooral het gebeuren er omheen, vond Theo een stuk interessanter.

Theo Bouwen, een natuurtalent, zette tot ieders verbazing toptijden neer.
Theo Bouwen, een natuurtalent, die geen zin had om te trainen en meer belangstelling had voor de wedstrijden en vrouwelijke fans, zette tot ieders verbazing toptijden neer.

Hij was steeds samen met zijn maatje wijlen Peter Vlaarkamp en een groep dames; deze dames waren geen atletes, maar zij juichten voor hun vriendjes die zij bewonderden. Theo bleek een natuurtalent. Hij liep met zijn enorm lange benen razendsnelle tijden op de 100 en 200 meter sprint. Dat viel ook de KNAU (nu Atletiekunie) op. Zij nodigde de talentvolle Theo uit voor een testwedstrijd over 400 meter.

Nietsvermoedend ging Theo van start, want 400 meter was tenslotte twee maal 200 meter. Hij vloog over de baan, uit zijn ooghoek zag hij een uitzinnig publiek op het 300 meter-punt. Het werd een toptijd: onder de vijftig seconden! Maar Theo, die kotsend over de reling hing, kon nog net uitbrengen: “Dit doe ik nooit meer.” En hij deed het nooit meer, zelfs niet toen de KNAU hem uitnodigde als 400 meterloper met de nationale selectie mee te gaan op trainingsstage naar Suriname. Theo bedankte er vriendelijk voor.

Op een zekere dag toog Theo met een groepje atleten in de auto van de trainer (die hij nog nooit ontmoet had omdat Theo nooit trainde) naar sportpark Ookmeer in Amsterdam voor een belangrijke wedstrijd. Maar onderweg ging het mis. Ze kwamen in de file, hoogst ongebruikelijk in die jaren. De oorzaak van de file was de kapotte Hempont. Naar Amsterdam ging je met de pont; de tunnels waren er nog niet. Tegen de tijd dat de pont gerepareerd was en het groepje atleten met hun trainer op de atletiekbaan arriveerde, was het sprintnummer waar Theo zich voor had ingeschreven, al lang voorbij.

De memorabele sprong van 12,52 meter van Theo Bouwen.
De memorabele sprong van 12,52 meter van Theo Bouwen staat bij AVC in de boeken als clubrecord. Destijds gesprongen als junior, was het ook meteen goed voor het seniorenrecord. Het is op dit moment nog steeds het alleroudste clubrecord binnen de vereniging. Twee bekers heeft Theo laten maken; een voor de junioratleet en een voor de senioratleet die dit clubrecord weet te verbeteren. Het is nog steeds niet gelukt.

Theo wendde zich tot de organisatie en legde uit wat er gebeurd was. “Je kunt nog starten op de 800 meter”. Dat was weliswaar het favoriete onderdeel van Peter Vlaarkamp; het was elke wedstrijd weer even spannend of Vlaar de 800 meter onder de twee minuten zou lopen. Maar Theo zag 800 meter niet zitten, want dat is tweemaal die vreselijke 400 meter. Hink-stap-sprong dan misschien? Dat onderdeel stond ook nog op het programma. Het leek Theo wel wat, hij zou dan in ieder geval niet kotsend aan de reling eindigen.


Jaarboek 44, pagina 69

Met wat tips en aanwijzingen van een ‘Grote Surinamer’ maakte Theo zich klaar voor zijn eerste sprong ooit. Die ‘Grote Surinamer’ bleek de kampioen en wist altijd de hink-stap-sprongwedstrijden te winnen. Behalve op de avond dat Theo te laat kwam voor zijn sprintonderdeel. Hij nam een flinke aanloop, hinkte, landde en voelde een enorme pijn. Hij stapte en weer die pijn, nu in zijn andere been; weg van de pijn en hup met zijn lange benen de zandbak in. Theo sprak wederom de woorden “Dit doe ik nooit meer” uit. En zo werd zijn eerste poging ooit tevens zijn laatste poging. De ‘Grote Surinamer’ deed nog een tweede en derde poging om Theo’s afstand voorbij te komen. Maar Theo was de kampioen die avond, met een winnende sprong van 12,52 meter.

Dit waargebeurde verhaal speelde zich vijftig jaar geleden af. Theo is inmiddels de zeventig gepasseerd, pensionado, en al jaren gelukkig getrouwd met Lenneke, een van die juichende dames. Hij leidde in zijn arbeidzame leven een bloeiende onderneming. Toen de computer zijn intrede deed in zijn bedrijf, deed Theo iets wat we allemaal wel eens doen: zijn eigen naam googelen. En wat hij nooit had kunnen vermoeden: zijn memorabele sprong van 12,52 meter stond bij AVC in de boeken als clubrecord. Destijds gesprongen als junior, was het ook meteen goed voor het seniorenrecord. In die tijd hield Els Foekema de clubrecords van AVC bij en zo eenmaal per jaar hadden beiden contact. Het verbaasde Theo steeds meer dat in inmiddels vijftig voorbije jaren helemaal niemand bij AVC zijn clubrecord had weten te verbeteren. Het is op dit moment zelfs nog steeds het alleroudste clubrecord binnen de vereniging. Twee bekers heeft Theo laten maken, qua formaat in stijl met de ouderdom van de records. Een beker voor de junioratleet en een beker voor de senioratleet die het clubrecord weet te verbeteren. Als stimulans, en voor wie het record breekt, wordt een nieuw plaatje gegraveerd, met naam, datum en resultaat.

Toptalenten

In haar bijna zestigjarige bestaan heeft AVC diverse atleten gehad die het tot de (inter)nationale atletiektop hebben gebracht en gezorgd hebben voor Nederlandse kampioenen en medailles bij NK’s. Ook hebben enkele AVC-leden deelgenomen aan internationale toernooien zoals EK cross, EK/WK marathon, WK junioren et cetera. Sommige van deze atleten zijn altijd lid gebleven van AVC, andere hebben er een goede basis gelegd en zijn later overgestapt naar andere verenigingen en/of trainers.

Hugo van den Broek is een talentvolle langeafstandsloper, die zich heeft gespecialiseerd in de marathon.
Hugo van den Broek (met nummer 75) is een talentvolle langeafstandsloper, die zich heeft gespecialiseerd in de marathon.

Atleten die internationaal of nationaal goed gepresteerd hebben, zijn onder anderen Katja Staartjes, de bekende Mount Everest beklimster, die ook een heel verdienstelijke 800 meterloopster was. Hugo van den Broek heeft twee keer een vijfde plaats behaald op de NK en heeft goed gepresteerd op de marathon in 2004 in Amsterdam. Elly van Beuzekom en Ingrid Lammerstma (beiden speerwerpen) behaalden Nederlandse titels en records. Mike van Kruchten (sprint en 110 meter horden) is als pupil lid geweest bij AVC. Zijn vader Eugène is actief als looptrainer. Oscar Schermer (speerwerpen) staat nog steeds met zijn prestatie van 74,64 twaalfde op de NL-ranglijst allertijden. Toen was hij lid van AV Lycurgus. Lang was hij echter lid van AVC. Marjolein van Elk (meerkamp) was als junior onder andere lid van AVC. Zij heeft later als lid van AV Lycurgus heel goed gepresteerd op de meerkamp. Hilde Kibet werd Europees kampioene veldlopen in 2008 en Nederlandse kampioene 10 km in 2008. Ook won ze de marathon in 2009. Silvia Kruijer is lid geweest van AVC tussen haar lidmaatschappen van AV Nova en Hellas. Ze behaalde gedurende haar atletiekcarrière elf nationale jeugdtitels en werd achtmaal kampioene bij de senioren. Inge de Jong is sinds 2018 lid van AVC. Haar grote looptalent bevestigde ze in 2009 tijdens het Nederlands kampioenschap halve marathon waar ze de zilveren medaille won.


Jaarboek 44, pagina 70

De Jong werd in 2015 eerste Nederlandse tijdens de Marathon van Amsterdam. In 2016 werd ze Nederlands kampioene halve marathon. Tijdens het NK-veldlopen won ze brons.

Martin Lauret is een voormalige Nederlandse langeafstandsloper, die gespecialiseerd was in de 5.000 meter, 10.000 meter, de halve marathon en de marathon. In datzelfde jaar liep Martin in Chicago een van de vijf grootste marathons ter wereld. Hij leverde hier zijn beste prestatie door onder hoge temperaturen in 2008 een tijd van 2:15.10 neer te zetten. Lauret werd zelfs vierde in de Elite Men’s Race en liet vele Afrikaanse topatleten achter zich, die veel snellere persoonlijke records achter hun naam hadden staan.

Ton Wiggers, TDR en ook AVC, was tweevoudig Nederlands kampioen bij de senioren, vijfvoudig Nederlands kampioen bij de junioren en tevens tweemaal Nederlands studentenkampioen. In totaal behaalde hij negentien medailles op Nederlandse kampioenschappen, nam hij deel aan zes Europese kampioenschappen, drie keer de Europacup voor landenteams en eenmaal de wereldkampioenschappen voor junioren. Wiggers is begonnen met atletiek bij AV Hylas en is later lid geworden van AVC en AV Haarlem.

Michel Butter is een van de snelste Nederlandse marathonlopers aller tijden en nog steeds lid van AVC.
Michel Butter is een van de snelste Nederlandse marathonlopers aller tijden en nog steeds lid van AVC.

Nog steeds lid van AVC is Michel Butter (veel lange afstandstitels 10km, marathon, deelnames EK cross). Michel is een van de snelste Nederlandse marathonlopers aller tijden. In 2012 behaalde hij een zevende plaats tijdens de Boston Marathon. In 2017 liep hij in New York de beste marathon uit zijn carrière door tot het einde toe mee te strijden en uiteindelijk als zesde te eindigen. In april 2021 liep hij de limiet voor de Olympische spelen in Tokyo.

Team Distance Runners

Het Team Distance Runners (TDR) is in het jaar 2000 door AVC-lid Guido Hartensveld opgericht en uitgegroeid tot een zeer succesvol regionaal atletiek trainings- en opleidingscentrum. De groei van TDR is tot 2002 een natuurlijk proces geweest. Atleten meldden zich aan op eigen initiatief. Na een wederzijdse kennismakingsperiode werd al dan niet tot een lidmaatschap besloten. Op deze wijze is een prachtige atletengroep van rond de dertig personen ontstaan.

Sinds 2005 heeft TDR ook haar eigen scoutingsproject: het ‘TDR Running Talents Project’. Dit houdt in dat TDR op middelbare scholen uit de regio gaat scouten naar nieuw talent. TDR wil door middel van ‘Running Talents Project’ op structurele wijze nieuw talent aanboren van buiten de atletiek. De beste scholieren krijgen de mogelijkheid door te stromen naar de jeugdopleiding van TDR.

De leden van TDR trainen regelmatig aan de Zeeweg. AVC is er trots op dat een aantal getalenteerde leden aangesloten is bij TDR, waaronder Michel Butter, Ryan Clarke. Eva van Zoonen en Jesse Scheltema.

Groei van de vereniging

Het ledenaantal van AVC groeide. In 1962 waren er 86 leden. In mei 2016 is dit aantal 460, dat in april 2021 fors is gegroeid naar 616 leden. De aanwas komt met name door nieuwe jeugdleden. Dit is deels te danken aan de nieuwe wijk Koningsduin die in 2012 naast AVC op het terrein van Duin en Bosch is gebouwd en waar veel jonge gezinnen wonen.

Op 1 juli 2012 vierde AVC haar vijftigjarige jubileum. Op het sportpark werd een wedstrijd georganiseerd, waarbij de jongste leden een hardloopwedstrijdje liepen tegen de oudste leden. Ook was er een fototentoonstelling in het clubhuis; burgemeester Mans van Castricum was aanwezig en er was een meerkamp voor ouders en pupillen.

Kennemer Cross Circuit in 2002.
Kennemer Cross Circuit in 2002, georganiseerd door de atletiek
vereniging Castricum. Fotopersbureau De Boer. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

AVC is voor iedereen

Minder bekend is dat er ook al dertig jaar een wandelgroep is. Die bestaat uit een aantal dames die samen met trainer Irma Straver op donderdagochtend in de duinen wandelen. En elke dinsdagmorgen stond Annerieke Osinga klaar om training te geven aan een groepje die ook samen wandelen. Deze groep noemde zich de DiMo groep. Annerieke heeft haar groep meer dan dertig jaar begeleid.

Uniek was in 1978 de oprichting van Blijf fit, een groep speciaal voor mannen in de leeftijd van circa vijftig jaar en ouder, die gezellig samen gingen sporten. Dick Onrust was de nestor daarvan. Toen hij 85 jaar was, trainde hij nog steeds mee in deze groep en deed dat al 41 jaar lang. Dick is op 92-jarige leeftijd overleden in december 2020. Nelis Wokke, een van de oprichters en leden van het eerste uur van AVC, heeft ook lang training gegeven aan Blijf fit. De laatste jaren traint deze groep onder begeleiding van Wim Behrens.

Joop Beentjes is voorzitter sinds 2013.
Joop Beentjes is voorzitter sinds 2013. Hij is trots op de vele actieve vrijwilligers en leden van AVC.

“Als ik onze accommodatie bezoek, ik ben zelf actief als hardloper en ook opa van een jeugdlid, dan geeft het me altijd een fijn gevoel als ik zie met hoeveel plezier er gesport wordt. AVC is een vereniging om trots op te zijn”, besluit voorzitter Joop Beentjes.

Annette IJzer
Paula Vrolijk-de Vries

Bronnen:

  • Jubileumboek 50 jaar AVC (1962-2012);
  • Website van AVC.

Met dank aan: Joop Beentjes; Wim Kaandorp; Eugène van Kruchten; Wim Res; Dick Schermer; Ari Smit, Maria Sofan en Frank Stam.

18 maart 2024

Tachtig jaar bridgen in Castricum (Jaarboek 43 2020 pg 68-70)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 43, pagina 68

Bricas, bridgeclub Castricum.
Bricas, bridgeclub Castricum.

Tachtig jaar bridgen in Castricum

Wat doe je als een groep mannen, die dagelijks gebruikmaakt van de trein, te maken krijgt met regelmatige vertragingen? Dan ga je met een aktetas op schoot samen een potje kaarten. Tenminste, zo ging dat in 1940. Toen brak het moment aan dat een van de mannen voorstelde een club op te richten. Dat was het begin van Bricas, de grootste bridgeclub in de regio. Bricas werd op 10 september 1940 opgericht en viert dit jaar het tachtigjarige bestaan.

De originele uitnodiging voor de oprichtingsvergadering.
De originele uitnodiging voor de oprichtingsvergadering in het toenmalige hotel Bakker, nu steakhouse De Buurvrouw.

De officiële oprichting vond plaats op een dinsdag als een klein protestsymbool tegen de Duitsers die Nederland sinds mei 1940 bezetten. Op dinsdag 17 september 1940 zou het Prinsjesdag moeten zijn, met de opening van de Staten-Generaal, de troonrede van de koningin en een rijtoer per koets door Den Haag. Maar nu was Nederland in handen van de Duitsers. De oprichters van Bricas, oranjegezind zoals velen destijds, kozen juist voor die datum, zodat ze de derde dinsdag van september van start konden gaan in clubverband. Tot vele jaren na de oorlog is de derde dinsdag van september de start geweest van het nieuwe seizoen.

Bestuur Bricas 1940.
Bestuur Bricas 1940. Van links naar rechts J. Teerink, C. Peters, W. Padt, G. Klaasse, B. Hopman en J. Morelis.

Het bestuur bestond bij de oprichting uit J. Teerink, C. Peters, W. Padt, G. Klaasse, B. Hopman en J. Morelis. De echtgenotes van de bestuurders Morelis en Teerink hebben tot op zeer hoge leeftijd gebridged; beiden zijn ruim zestig jaar lid geweest. De naam Bricas is een samenvoeging van bridgeclub en Castricum.


Jaarboek 43, pagina 69

Voorzitters van 1940 tot heden

1940-1952 meneer B. Hopman
1952-1952 meneer H. Broksma
1952-1955
meneer W. Wemmers
1955-1956 meneer G. Schutter
1956-1974 meneer J. de Vries
1974-1980
meneer H. Smalt
1980-1984
meneer H. Galavazi
1984-1992
meneer R. de Beer
1992-1996 meneer G. Bremer
1996-2006 meneer J. Braams
2006-2007
meneer E. Castelein
2008-2012
meneer Th. Rakké
2012- 2017
meneer Ph. Breedveld
2017- 2018
meneer E. Castelein
2019-heden
(=2020) meneer F. van Gool

Eerste drive

In het huishoudelijk reglement werd ook voorzien in een ballotagecommissie, waarmee nieuwe aanmeldingen geweigerd konden worden als ze bijvoorbeeld Duitsgezind waren. Na enige weken meldde een echtpaar zich aan, lid van de NSB. Het echtpaar werd toegelaten en bij de herenclub werden voortaan ook dames welkom. Het is niet bekend of er door de avondklok in de oorlog nog gebridget werd of dat er in die tijd gewoon te weinig leden in Castricum waren. Maar in het najaar van 1945 schoven de meeste leden weer aan en werd het spel hervat.

De uitslagen in de krant van 4 oktober 1940.
De uitslagen in de krant van 4 oktober 1940.

De eerste drive werd gehouden in wat toen café Roozendaal heette op de Dorpsstraat 75. De prijswinnaars gingen met een mud kolen, een pakje boter of een stukje kaas naar huis. Na elke speelavond werden de uitslagen gecontroleerd en de volgende ochtend afgeleverd voor plaatsing in de krant en opgehangen in de etalage van juwelier Plas in de Burgemeester Mooijstraat. De eerste bridgers kwamen al voor 9.00 uur langs om te kijken hoe ze gespeeld hadden.

Café Roozendaal.
Café Roozendaal. Links de Doorrijstal. Dorpsstraat 75 in Castriucm, rond 1960. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Bricas heeft na café Roozendaal gespeeld in café Broksma (nu Okawari), hotel Kornman (nu Bij de Buurvrouw) en sinds 45 jaar in cultureel centrum Geesterhage.

Klassenfoto van de Augustinusschool, met op de onderste rij 2e van links Meester Piet Bouwen.
Klassenfoto van de Augustinusschool, met op de onderste rij 2e van links meester Piet Bouwen. Dorpsstraat in Castricum, 1962. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Meester Bouwen van de Augustinusschool was lange tijd lid van de bridgevereniging. Tijdens de laatste periode maakte hij gebruik van een zuurstoftank in een tas, tot hij in 2002 overleed. Er wordt met plezier aan hem teruggedacht. “Het was een fijne tegenstander en hij probeerde je altijd op een leuke manier pootje te lichten. Als je tegen hem speelde en iets fout deed, zei hij steevast: ‘Ja jongen, jij hebt op de verkeerde school gezeten’. Een andere keer begon hij plotseling slecht te spelen. We keken een beetje verbaasd tot hij zei: ‘Aha, ik zie het al. Mijn zuurstoftank stond nog dicht.’ Het antwoord luidde: ‘Mooi, dan weten nu hoe we de volgende keer kunnen winnen’.

Ereleden

1952 meneer B. Hopman (+ Erevoorzitter)
1955 meneer J. Teerink
1955 mevrouw A. Teerink
1965 meneer W. Padt
1965 meneer A. van Kluyve
1984 meneer J. Morelis
1984 mevrouw H. Morelis
1995 meneer J. Bruijnse
2005 meneer R. de Beer
2013 meneer K. Gregorius

Het vijftigjarig bestaan in 1990.
Het vijftigjarig bestaan in 1990. Op de voorgrond toenmalige voorzitter Rob de Beer, direct daar achter de toenmalige voorzitter van de NBB, André Boekhorst. Hij kwam een koffertje met gouden spellen overhandigen. Dat kregen alle clubs die vijftig jaar bestonden.

Jaarboek 43, pagina 70

Gemiddelde leeftijd

In de jaren (negentien) tachtig zond de AVRO een bridgecursus uit op televisie en dit zorgde voor een enorme aanwas van bridgers. In de hoogtijdagen in de jaren (negentien) negentig had de club 375 leden en was daarmee de derde grootste club van het land. Deze aanwas zorgde ook voor een breed kader binnen de club: wedstrijdleiders, arbiters, docenten en veel vrijwilligers werden ingezet. Het aantal speelmomenten breidde zich door de jaren heen uit naar vijf. Veel spelers bridgeten op meerdere dagen en sommige ook nog bij andere clubs. In de directe omgeving waren nog vijftien bridgeclubs actief. Vroeger zag de bridgezaal blauw van de rook, maar in de loop der jaren is de rookstrijd beslecht.

De feestcommissie ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan.
De feestcommissie ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan. Van links naar rechts Loes Fris, Ans Eichhorn, Rita ten Broek, voorzitter Jan Braams en Marjan ter Laare.

Marjan ter Laare (1939) is inmiddels veertig jaar lid van Bricas en zij heeft zich altijd met veel plezier ingezet voor de club, zoals ze vertelt: “Dat begon met het uitrekenen van de scorekaartjes na het spelen, bridgelessen geven en het vervullen van diverse bestuursfuncties, waaronder die van secretaris. Mijn hoogtepunten waren echter het mede-organiseren van de jubileumdrives.”

Bricas organiseert sinds 1950 jubileumfeesten en Marjan was betrokken bij diverse lustra. Zij vervolgt: “Dat was een geweldige ervaring en toen mij later werd gevraagd dit evenement te helpen organiseren, was ik zeer vereerd. In 1995 vierden we het 55-jarig bestaan. Ik zat toen in het bestuur met Gert-jan Bremer en samen regelden wij na de middagdrive een buffet voor leden met hun partner.

In 2000 organiseerden voorzitter Jan Braams en ik met de toenmalige ‘Lief en Leed commissie’ een boottocht over de Vecht met een bridgedrive. We huurden drie Engelse bussen, waarmee de leden werden gebracht en gehaald. Op de kade in Utrecht stond een doedelzakspeler om ons te verwelkomen. Tijdens de boottocht genoten we van een lunch en een High Tea.

In 2005 vierden we het 65-jarig bestaan in Geesterhage in het bijzijn van de burgemeester. We hadden een heus casino ingericht en in de bridgezaal trad een Ierse groep op met volksmuziek.

Vijf jaar later was ik voor de laatste keer actief in het bestuur. Onder voorzitterschap van Theo Rakke maakten we de plannen voor het 70-jarig bestaan, die echter gedeeltelijk in duigen vielen; het duo dat zou optreden met bridgegrappen was op het laatste moment verhinderd en de muzikale act kwam in afgeslankte vorm. Er werd toen besloten om tijdens de lustrumdrives mensen, die veel voor de club deden, in het zonnetje te zetten met een bronzen tulp als Lid van Verdienste. In 2005 waren dat Gert-Jan Bremer en Liesbeth Aarnts. Na ons aftreden werden Theo en ik ook vereerd met deze onderscheiding.”

Spelende leden van Bricas.
Een gemiddelde speelmiddag bij Bricas. Een ieder is geconcentreerd aan het spelen en toch is het gezellig.

Op dit moment telt de vereniging 290 leden. De gemiddelde leeftijd op de bridgeclub is hoog. Het oudste lid is nu 88 en er lopen meer krasse tachtigers rond die nog op een redelijk hoog niveau strijden. In samenwerking met de Nederlandse Bridge Bond worden activiteiten georganiseerd om bridge bekender en aantrekkelijk te maken voor de jeugd. De leden van Bricas hopen ondertussen aan het tachtigjarig bestaan nog eens tachtig jaar toe te voegen, want zo wordt gesteld: ‘Bridge is een sport die de hersenen fit en actief houdt. Bridge houdt je jong’.

Gert-Jan Bremer

Bronnen:

Met dank aan: Marjan ter Laare-van den Abeele.

18 maart 2024

CasRC al vijftig jaar een bloeiende rugbyclub (Jaarboek 43 2020 pg 52-67)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 43, pagina 52

CasRC al vijftig jaar een bloeiende rugbyclub

CasRC Castricumse Rugby Club 50 jaar.
CasRC Castricumse Rugby Club 50 jaar.

De jaren (negentien) zestig worden in Castricum gekenmerkt door groei van het dorp en het ontstaan van allerlei initiatieven vanuit de bewoners. Tot dan toe wordt sport in het dorp vooral bepaald door de gymnastiek– en voetbalverenigingen, maar daar komt snel verandering in. Sinds 1968 wordt ook de rugbysport hier beoefend, waardoor ons dorp ook internationaal op de kaart is gezet.

Opgericht door Kees Kabel

In ons dorp heeft Kees Kabel het voortouw genomen om veel nieuwe sporten uit de grond te stampen. De Telegraaf van 14 september 1968 publiceert een uitgebreid artikel over deze ‘verenigingsoprichter’ waarin meer dan vijftien sportverenigingen in Castricum worden opgesomd.

Het initiatief om een rugbyvereniging in Castricum op te richten komt ook uit de koker van Kees Kabel. Op de eerste krantenoproep in november 1967 komen weinig reacties. Voorjaar 1968 zijn er maar drie spelers aan het oefenen: Piet Zonneveld, Bob Hofstee en Dirk Groot.

De spelers komen bijeen op het grasveld bij Johanna’s Hof, waar nu De Hoep staat. Het water van de ijsbaan wordt als douche na de wedstrijd gebruikt. Om spelers te ronselen gaat Kees met een auto vol voetbalschoenen en broekjes de cafés langs. Dat levert een groep jongens op die in de zomer van 1968 het rugbyteam ’De Kannibalen’ vormen.

Er zijn op dat moment maar vijftien rugbyclubs in Nederland, vooral studentenclubs en clubs in enkele grote steden. Castricum is het eerste ‘dorp’ dat zich met een eigen rugbyclub bij de Nederlandse Rugby Bond aanmeldt en vooral in het begin worden ze nogal meewarig aangesproken als bollenrapers of duinkonijnen. Maar al binnen enkele jaren wordt duidelijk dat Castricum niet meer weg te denken is van de Nederlandse rugbytop.

Zomer 1968. Eerste wedstrijd tegen RC ’t Gooi op het grasveld bij Johanna’s Hof.
Zomer 1968. Eerste wedstrijd tegen RC ’t Gooi op het grasveld bij Johanna’s Hof.

Van Kannibalen naar Castricumse Rugby Club

Uiteindelijk wordt de eerste wedstrijd in oktober 1968 gespeeld tegen ‘t Gooi op het sportveld bij Johanna’s Hof. Helaas is deze met 8-36 verloren. Theo Lute drukt de eerste try voor Castricum. Er wordt nog in verschillende T-shirts gespeeld. En ook de eerste serie identieke shirts, gekregen van de eerste clubsponsor Hovor-mode, overleven hun eerste rugbywedstrijd niet.

Later wordt de naam van de vereniging op verzoek van de NRB (Nederlandse Rugby Bond) van ’Kannibalen’ gewijzigd in ’Castricumse Rugby Club’ (CasRC). In het eerste seizoen worden vier wedstrijden gewonnen en CasRC eindigt op een zevende plaats in de C poule van de Nederlandse Rugby Bond. Tannie Doorn, de vrouw van medeoprichter Piet Zonneveld, maakt de allereerste teamfoto op 18 mei 1969 in Hilversum. De club bestaat uit zestien leden en speelt haar wedstrijden op het Kroftveld in het duin bij de Zeeweg.

De dorpsclub trekt al snel publiciteit: De Telegraaf schrijft over het initiatief en Harry Vermeegen publiceert in De Tijd een groot artikel over ’De Kannibalen’, de eerste en enige rugbyclub in de kop van Noord-Holland. De publiciteit zorgt ervoor dat er regelmatig publiek komt kijken bij de thuiswedstrijden, gevolgd door supporters die zelfs meerijden naar uitwedstrijden in heel Nederland.

Ondertussen heeft bijna elke speler ook een organisatorische taak binnen de vereniging. De club gaat steeds meer op een echte vereniging lijken. Er moet een bestuur gevormd worden en de bond wil een vaste wedstrijdsecretaris die ook telefoon thuis heeft. Iemand moet de trainingen organiseren, het vervoer, enzovoorts.

Eerste buitenlandse spelers

Langzaam dringt het besef door dat Castricum een echte rugbyclub heeft, zelfs bij het buitenlandse personeel van Fluor in Zandvoort en de Hoogovens. Diverse Engelse spelers komen zelfs in ons dorp wonen: Dennis Williams en Mike Clements spelen jaren bij CasRC en verzorgen ook de training.

Gerrit Borst.
Gerrit Borst, geheel rechts. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Gerrit Borst is de eerste voorzitter en Piet van de Schilde de eerste wedstrijdsecretaris. Als clubhuis fungeert de schuur achter de boerderij van Bram Borst aan de Alkmaarderstraatweg. Ondertussen beginnen de
(tekst loopt door op pagina 54)


Jaarboek 43, pagina 53

Mei 1969. Eerste teamfoto.
Mei 1969. Eerste teamfoto. Van boven naar beneden van links naar rechts Nico Zijlstra,
Jos Zonneveld, Ben Borst, Frans Borst, Piet Hollenberg, Frank Hack, Dick Hamel, Theo Lute, Wim Peperkamp, Martin Baltus, René Stevenhage, Kees Zonneveld, Jaime Escriva, Has Beentjes, Nico Zijp en Piet Zonneveld.
Wethouder Baltus hijst de clubvlag bij een demonstratiewedstrijd op het CSV-terrein op 30 april 1971.
Wethouder Baltus hijst de clubvlag bij een demonstratiewedstrijd op het CSV-terrein op 30 april 1971.

Jaarboek 43, pagina 54

gesprekken met de gemeente over een eigen rugbyveld met de juiste maten en over de wens van eigen kleedkamers en een clubhuis.

September 1972. Laatste wedstrijd op het Kroftveld.
September 1972. Laatste wedstrijd op het Kroftveld.

In 1970 speelt de vereniging intussen thuis nog op het Kroftveld. De toenmalige voetbalclub CSV (na fusie met SCC is dat nu FC Castricum) stelt zijn kleedruimtes beschikbaar. Bij gebrek aan een eigen clubhuis speelt de ‘derde helft’ zich nog steeds af in de Anita Bar van Siem ’Beer’ Scheerman. Daar worden vele rugbysongs uitgewisseld en de wedstrijden nabesproken onder het genot van een vloeibare consumptie. Frank Hack wordt de eerste officiële scheidsrechter van de club. Al snel is een tweede team voor de competitie ingeschreven en de eerste echte rugbyshirts komen nu uit Engeland: okergeel met één zwarte balk over de borst.

Vergeefse poging damesteam op te richten

Als eerste club in Nederland probeert CasRC in 1970 ook al vroeg een damesteam van de grond te krijgen. Een groep enthousiaste vriendinnen van spelers begint zelfs met trainingen, maar er worden helaas geen tegenstanders gevonden. De vrouwen van Amstelveen trekken zich na een eerste toezegging terug, omdat te veel van hen net zwanger zijn geworden.

Ondertussen wordt Jan Kuijpers als eerste echte trainer aangesteld. Hij gaat de club meerdere jaren trainen. Om nog meer dorpsgenoten van het rugbyspel te laten genieten wordt besloten om op Koninginnedag een demonstratiewedstrijd op het CSV-terrein te organiseren. Wethouder Baltus, vader van twee spelers, is bereid gevonden om de eerste clubvlag te hijsen, die nog met de hand door de moeder van Ben Borst is gemaakt.

Jeugdtrip naar Boisfort België in maart 1975. Van links naar rechts Mats Marcker, Evertjan Velzeboer, Fred Borst, Henk Zonneveld, Karel Pons, Wiet van Duin, Peter Marcker, Paul Visser, Lex Veen en André Marcker.

Jaarboek 43, pagina 55

In 1971 stelt de gemeenteraad 20.000 gulden krediet beschikbaar om een tijdelijk rugbyveld aan de Duinenboschweg aan te leggen. Dat is nodig omdat de club zo hard gegroeid is. Dit vooral doordat binnen CasRC, als een van de weinige verenigingen in Nederland, onder leiding van Ben Borst ook een jeugdrugbyteam is opgericht.

Buitenlandse trips

De eerste buitenlandse trip gaat met een volle bus naar de vijflandenwedstrijd Frankrijk-Engeland in Parijs. De Castricummers spelen zelf nog niet in Parijs, maar het zal niet lang meer duren of een traditie van vele tientallen trips van senioren en/of jeugd naar het buitenland ontstaat, met vele wedstrijden tegen lokale clubs.

Een andere traditie wordt gestart door Ben Borst, die het eerste Nederlands Jeugd Seven-a-side-toernooi in ons dorp organiseert. De club gaat dit meer dan 15 jaar volhouden en vele honderden jeugdteams gaan de weg naar Castricum vinden. Aan die toernooien doen soms wel tachtig teams mee en daarom is soms wel uitgeweken naar het Vitesse-complex. Het jeugd Seven-a-side toernooi is ook één keer bij ADO20 in Heemskerk gespeeld vanwege de slechte velden in Castricum.

Van Kroftveld naar Duinenboschweg

Met weemoed wordt afscheid genomen van het Kroftveld, waar de lijnen niet van kalk zijn vanwege het waterwingebied: ze moeten met touwen worden uitgezet. En de hoge steigerpalen moeten telkens opnieuw worden vastgezet aan het voetbaldoel.

Complex aan de DuinenBoschweg.
Complex aan de DuinenBoschweg.

Op 10 september 1972 wordt het veld aan de Duinenboschweg ingewijd met een wedstrijd tegen de Utrechtse Rugby Club. Ondertussen heeft de club voor 1.500 gulden een oude bouwkeet gekocht en deze is met een dieplader naar de duinrand verhuisd. Om dit te bekostigen wordt een sponsorfietstocht georganiseerd en met eigen mensen wordt het eerste clubhuis neergezet en geschilderd. Ook wordt een sponsorbosloop met 285 deelnemers georganiseerd, die 2.000 gulden oplevert.

Om de kas te vullen schrijft het eerste team zich in bij de radioquiz ’Steiger B’ van de Tros met legendarisch resultaat: ze slagen erin om niet één vraag goed te beantwoorden. Maar de stemming zit er wel goed in.

Het bestuur in augustus 1972.
Het bestuur in augustus 1972. Van links naar rechts staand Piet Hollenberg, Piet Zonneveld, oprichter Kees Kabel en Jan Kuijpers; knielend Wim Peperkamp, Ben Borst, Theo Lute en Frank Hack.

Er ontstaan meer tradities: met Pasen komen drie Engelse teams in Castricum spelen, Old Reigatians, St Nicolas Grammar School en Oxford Old Boys. Daarbij blijkt dat de ‘derde helft’ eigenlijk het belangrijkste van de hele gebeurtenis is en de clubkas goed gespekt wordt door de omzet van consumpties.

Geselecteerd voor het Nederlandse team

Een andere legendarische gebeurtenis in 1973 is de wedstrijd aan de Duinenboschweg tussen het Nederlands jeugdteam en RFC Cleve uit Bristol. Bondscoach Dennis Power heeft Castricum-speler Wim Peperkamp gevraagd om met het Nederlands jeugdteam als gastspeler mee te doen. Wim maakt in die wedstrijd zoveel indruk dat hij direct voor het officiële Nederlands Rugbyteam wordt geselecteerd. Dat maakt bij het nationale team een bijzondere indruk, omdat zijn club Castricum op dat moment niet eens in de nationale top meespeelt.

Wim Peperkamp in een interland tegen West Duitsland in oktober 1977.
Wim Peperkamp in een interland tegen West Duitsland in oktober 1977.

Wim Peperkamp is de kleinzoon van Cor Peperkamp, de dorpssmid en oprichter van de eerste voetbalclub in Castricum. Wim is vanaf het begin lid van CasRC en zeer actief betrokken bij de vereniging. Hij speelt achttien jaar in het eerste team van CasRC, van 1968 tot 1986. Hij is bestuurslid geweest en haalt zijn diploma trainer A en B. Wim is trainer/coach van de jeugd, de senioren en de dames. Hij wordt geselecteerd voor het Nederlands team


Jaarboek 43, pagina 56

en zijn eerste interland is op 2 juni 1973 in Zoetermeer tegen Polen. In totaal komt hij 54 wedstrijden voor het Nederlands team uit, waarvan 22 officiële interlands.

In 1987 wordt hij benoemd tot Lid van Verdienste van de Castricumse Rugby Club en op 18 december 2010 wordt hij door de Rugby Bond benoemd als Lid van Verdienste van de NRB.

Dit laatste heeft hij niet alleen te danken aan zijn inzet als rugbyspeler, maar ook aan zijn bijdrage als eerste rugbycoach voor het nationaal damesrugbyteam, dat op 13 juni 1982 de allereerste damesinterland ter wereld tegen Frankrijk speelt. Zijn jarenlange enthousiasme en professionele inzet als sportfotograaf voor Rugby World, persbureau ANP, de NRB en het Internationaal Amsterdam Sevenstoernooi hebben ook hiertoe bijgedragen. Tevens maakt hij deel uit van de redactieraad Van Rugby Nieuws. Wim maakt ook faam vanwege zijn uitgebreid en gedetailleerd archief van rugbyfoto’s en rugby krantenartikelen.

Er zijn vraagtekens of Wim Peperkamp die top wel aan zou kunnen. Maar na zijn eerste interland tegen Polen staat de keuze niet meer ter discussie. Wim gaat meer dan 22 officiële interlands voor Nederland spelen en de naam van Castricum is definitief niet meer weg te denken uit het nationale rugby.

Na Wim zijn in de loop der jaren meer dan tweehonderd spelers en speelsters van Castricum geselecteerd voor een nationaal (jeugd)team.

Het eerste team in november 1974.
Het eerste team in november 1974. Van links naar rechts staand Kees Schmalz, Gerard Bakker, Herman de Graaf, Dennis Wiliams, Nico Zijlstra, Peter Bakker, Mike Clements, Has Beentjes en Martin Stengs; knielend Piet Zonneveld, Wim Peperkamp, Wim Molenaar, Piet Hollenberg, Jan van Ekeren en Theo Lute.

Eerste lustrum met promotie

Het eerste lustrum wordt afgesloten met een kampioenschap en promotie naar de B-poule. Trainer Jan Kuijpers vertrekt naar Alkmaar om daar een nieuwe rugbyclub op te richten en de Engelsman Mike Clements volgt hem op. Castricum gaat zelf ook in Engeland spelen tegen Old Reigatians en Oxford Old Boys. Omgekeerd komen in het paasweekend soms niet minder dan acht Engelse teams aan de Duinenboschweg spelen.

In Glasgow speelt zich nog een mooie gebeurtenis af. Tijdens een van de vele bezoeken van buitenlandse teams aan Castricum is de clubvlag van CasRC ’meegenomen’. Normaal zou die wel zoek gebleven zijn, maar niets bleek minder waar. Als Wim Peperkamp met Nederland B tegen Schotland B moet spelen, gaan tijdens de volksliederen in het stadion drie vlaggen omhoog: Schotland, Nederland en de clubvlag van moeder Borst/CasRC!


Jaarboek 43, pagina 57

De Schotten hebben in het programma gelezen dat er een speler uit Castricum mee gaat doen, dus zij nemen zich voor om bij het diner na de wedstrijd die vlag aan Wim te overhandigen. Maar bondscoach Dennis Power heeft een reservespeler een speciale opdracht gegeven: haal die clubvlag terug en stop die in de koffer van Wim. De Schotten kunnen slechts hun excuses aanbieden, maar het stukje huisvlijt van moeder Borst wappert daarna weer in Castricum.

Eerste vrouwenwedstrijd in Nederland op 5 oktober 1974. Van links naar rechts staand Jolein Laarman, Marjan Verhage, Naomie Morriën, Chrisan Laarman, Marijke de Kool, Paul Schekkerman en Marieke Haytema; knielend Martijn Raimond, Ingrid van Santen, Marcella Nebbeling, Marlies van Elst, Hannie Betz, Agnes Lute, Ellen van Leeuwen en Frouwina Pronk.

Start damesrugby

Op 4 oktober 1974 wordt eindelijk een damesrugbywedstrijd in Castricum gespeeld. Bij gebrek aan vrouwelijke tegenstanders – er was in Nederland veel weerstand tegen vrouwenrugby, omdat het gezien werd als een ‘echte mannensport’ – hebben de vriendinnen van onze spelers zelf maar een wedstrijd georganiseerd ter gelegenheid van de opening van jongerencentrum De Bakkerij. Meiden van De Bakkerij spelen op het rugbyveld van CasRC tegen een team van de Wereldwinkel uit Castricum. Onder leiding van onze eigen bondsscheidsrechter Ben Borst wordt deze allereerste damesrugbywedstrijd in Nederland gespeeld. Het gaat nog zeven jaar duren voordat de rugbybond niet meer om de enthousiaste meiden heen kan en eindelijk ook een officiële competitie voor hen gaat organiseren.

Eerste damesteam van CasRC op 12 april 1980.
Eerste damesteam van CasRC op 12 april 1980. Van links naar rechts staand Wim Peperkamp (trainer), Liesbeth van de Boogaard, Moniek Kuys, Adria van Voorst, Joke Stengs, Wil Broekhoff, Wilma van Hal, Annelies Veldman, Myrna Rühl, Genette Brakenhoff. Nancy Coté, Cora Elbers, Syvia Houtenbosch, Yoan Borst, Yvonne van der Molen en Nel van Jelgerhuis; knielend Jolanda Joosse, Annelien Glorie, Annemiek Verhage, José Welboren, Leontien Hendriks, Nicoline van Rijn, Marcella Nebbeling, Tine Hagedoorn en Marian Verhage.

Na zes jaar met vele pogingen lukt het CasRC eindelijk om op Koninginnedag 1980 de eerste dameswedstrijd tussen clubteams te spelen tegen de vrouwen van RC Den Helder. Ook doen de vrouwen mee aan het toernooiweekend bij rugbyclub Greate Pier in Friesland. Ze winnen het eerste damestoernooi in Castricum en ze worden tweede bij het nationaal kampioenschap in Nijmegen. De vrouwen uit Castricum komen erg veel in de publiciteit op radio en televisie, in het bioscoopjournaal en in dag- en weekbladen.

Op 13 juni 1982 wordt zelfs internationaal rugbygeschiedenis geschreven vanwege de allereerste damesinterland ter wereld, die in Utrecht wordt gespeeld tussen Nederland en Frankrijk. Het Nederlands team wordt mede getraind door Wim Peperkamp. Niet minder dan zes Castricumse speelsters zijn daarvoor geselecteerd: Cora Elbers, Jacqueline van der Lem, Divera Twisk, Marga Haentjes Dekker, Leontien Hendriks en Mirjam Baars. De laatste twee speelsters halen ook nog het rugbytrainersdiploma.


Jaarboek 43, pagina 58

Improviseren

Ondertussen gaat de groei van de club gestaag door. Er worden demonstratiewedstrijden in Noord-Holland georganiseerd, bijvoorbeeld in Ilpendam en tijdens de kermis in ’t Veld, waar tot hilariteit van de toeschouwers een hoge doelpaal tijdens de wedstrijd afbreekt. In Castricum doet CasRC mee aan de carnavalsoptocht met een eigen praalwagen ‘de scrumbok’.

Het onderkomen van de Rugbyclub aan de Duin en Boschweg/Duinpad.
Het onderkomen van de Rugbyclub aan de Duin en Boschweg/Duinpad. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

De spelers improviseren rond het veld in Castricum een ’lichtinstallatie’ van oude lantaarnpalen en bouwlampen. In 1976 besluit de gemeente om verplaatsbare kleedunits voor de club aan te schaffen, omdat er nog steeds provisorisch gedoucht wordt in een keetwagen. Maar de situatie wordt steeds meer onhoudbaar door gebrekkige verlichting en slechte hygiëne. Omdat het terrein officieel nog bollengrond is en de rugby slechts tijdelijk gedoogd wordt op die plek, zijn echt goede investeringen niet toegestaan. De gemeente kan geen definitieve plaats voor de rugbyvereniging in Castricum vinden en uiteindelijk verlengt zij met tegenzin de bestaande situatie aan de Duinenboschweg voor vijf jaar. Dat betekent voor de club nog langer improviseren. Terwijl CasRC in Nederland steeds hoger gaat spelen en er aan de accommodatie meer eisen worden gesteld.

De vele publiciteit en de stijgende prestaties van CasRC zorgen er mede voor dat de gemeente besluit om verplaatsbare kleedunits aan te schaffen, om tegemoet te komen aan de onhoudbare situatie aan de Duinenboschweg.

Ben Borst haalt in 1976 zijn scheidsrechter-B-diploma en mag dan in Nederland op het hoogste niveau fluiten. In 1977 wordt voor het eerst een Engelse tegenstander in Castricum verslagen: CasRC-Harwell RFC 36-0.

De door de gemeente gekochte kleedunits worden op het terrein aan de Duinenboschweg geplaatst en dan kunnen de spelers eindelijk na tien jaar normaal douchen. Het terrein krijgt echter nog niet definitief de bestemming van sportveld, tot teleurstelling van de club, omdat zij graag verder wil investeren in haar accommodatie. Maar op sportief niveau gaat het steeds beter. CasRC bereikt de kwartfinale van het nationale Sevenstoernooi in Amsterdam. Aan het nationaal jeugd Seven-a-side-toernooi in Castricum doen inmiddels een recordaantal van 72 teams mee. Piet van der Himst komt de club versterken als speciale conditietrainer.

De zes Marcker broers, van links naar rechts Wim, Mats, Theo, Hans, Peter en André.

Familie Marcker is rugbyfamilie geworden

Hans Marcker wordt in 1974 als eerste jeugdlid van CasRC voor een nationale jeugdselectie opgesteld in een wedstrijd tegen Duitsland. Heel veel jeugdleden van CasRC gaan hem volgen.

De eerste wedstrijden worden in 1974 in Engeland gespeeld tegen Old Reigatians en Oxford Old Boys met een bezoek aan vijflandenwedstrijd Engeland-Wales in Twickenham.
Aan het jeugdsevenstoernooi van Castricum doen inmiddels Boisfort en Avia uit België mee. Wim Peperkamp haalt zijn diploma rugby-oefenmeester B.

Twee jaar later debuteert Hans Marcker voor het eerst als eigen jeugdspeler samen met Frans de Graaf in het eerste team van CasRC. De eerste ’eigen kweek’ is gerealiseerd.

In 1978 wordt Hans Marcker door de bond uitgenodigd voor een rugbystage in Engeland. De familie Marcker valt steeds meer op in Rugby Nederland. Het nationale bondsorgaan besteedt een speciaal artikel aan vader Mats Marcker met zijn zes zonen uit Castricum.

Het tweede lustrum wordt onder grote publieke belangstelling gevierd op het grasveld waar nu het gemeentehuis staat. Dertig tegen dertig spelers geven een enerverende demonstratiewedstrijd oude stijl, zoals rugby ooit ontstaan is in Engeland. De ledenaanwas zorgt ervoor dat een derde team geformeerd kan worden.

Op nieuwjaarsdag 1980 wordt een nieuwe traditie gestart met een wedstrijd tussen Jong Castricum en Oud Castricum. Medeoprichter Piet Zonneveld speelt zijn laatste rugbywedstrijd en gaat verder als wedstrijdsecretaris en als bondsscheidsrechter. In die laatste hoedanigheid mag hij op het hoogste niveau fluiten, met als hoogtepunt de interland Nederland-Zweden.

Het Coltsteam uit 1981.
Het Coltsteam uit 1981. Van links naar rechts staand John Diepeveen, Paul van de Boogaard, Jeroen van Waas, Tinus Hopman, Stef Huisman, Bart Wierenga, John Dam, Rick Verhoeven, Wiet van Duin, Ian Deaville, Michael Diepeveen en Frans Groenland; knielend Olaf Borst, Marco Martens, André Marcker, Graham Shepley, Henk Heinen, Mats Marcker, Jurgen van de Port en Paul Tol.

Talenten bij de jeugd

Ook de jeugd rugbyclub begint naam te maken in Nederland. André Marcker wordt door de bond gekozen tot jeugdspeler van het jaar en John Dam mag op stage naar Engeland. Het Colts-team wint in 1981 alles wat er voor hen te winnen valt: ze worden Nederlands kampioen, kampioen van het nationale jeugdtoernooi en nationaal kampioen Seven-a-side.

De hechte vriendenclub die dit team vormt, heeft opvallend veel super rugbytalenten in zich, die het gezicht van de club tot op heden bepalen. Onder hen Wiet van Duin, John Dam en Peter Marcker. Velen worden international voor Nederland. Ze vormen nu al jarenlang het rugbyhart van de club bij de vele kampioenschappen die zouden volgen. Later worden ze trainer en ook de vader van jeugdspelers. Zo wordt het eerste team kampioen van de promotieklasse en promoveert naar de ereklasse in Nederland.


Jaarboek 43, pagina 59

Bouwteam op politiebureau

De relatie met de gemeente is langzamerhand nogal wispelturig aan het worden. De club is meer dan teleurgesteld dat de gemeente haar geen definitieve locatie toekent. Men zit nog steeds op de tijdelijke locatie aan de Duinenboschweg, waar het veld niet aan de officiële eisen voldoet en de provisorische veldverlichting met oude bouwlampen niet verbeterd mag worden. Ze schrijft daarover een brandbrief naar de gemeenteraad. De gemeente wil vervolgens de tijdelijke gedoogconstructie verlengen en opnieuw een tijdelijk clubhuis daar toestaan. Maar die bouwvergunning voor het tweede clubhuis wordt plotseling weer ingetrokken door de gemeente.

Dit leidt ertoe dat alle vrijwilligers die met de bouw bezig zijn (zij stortten net beton voor de fundering) een avond op het politiebureau moeten doorbrengen. De gemeente wil nu ook de club beperkingen opleggen in het gebruik van haar nog te bouwen kantine, waardoor er zelfs bezwaarprocedures tot bij de Raad van State gevoerd moeten worden. Bij het derde lustrum in 1983 wordt daarom huis-aan-huis een jubileumkrant verspreid om meer druk op de gemeente uit te oefenen. Aan de Duinenboschweg wordt uiteindelijk toch het tweede tijdelijke clubhuis geopend door Henk Heinen senior, die Theo Lute als voorzitter is opgevolgd.
Op dit terrein spelen zowel de heren als de dames oefenwedstrijden tegen het Nederlands team.

Het eerste team speelt al jaren aan de top in de ereklasse en het zo begeerde Nederlands kampioenschap komt steeds dichterbij. Vooral de strijd tegen DIOK uit Leiden en regerend landskampioen Hilversum leidt tot grote publieke belangstelling vanuit Castricum. De club weet sensationeel te winnen van Hilversum, maar wordt net geen landskampioen door verlies in de slotfase van Den Haag.

Dag en nacht zelf bouwen aan nieuwe rugbyaccommodatie in 1985.
Dag en nacht zelf bouwen aan nieuwe rugbyaccommodatie in 1985.

Eindelijk naar Wouterland

De gemeente stelt uiteindelijk in 1984 voor om de rugbyclub op Noord-End te vestigen, maar komt daar ook weer op terug. Het Overlegorgaan van de Sport (toenmalige voorganger van de huidige gemeentelijke Sportraad) raakt daardoor in conflict met de gemeente over het gebrek aan besluitvorming over de rugbyclub. Ze vraagt zich zelfs af of CasRC het ongewenste kind van de Castricumse sport is: ze zijn het gesol met de vereniging beu. De gemeente besluit daarop om te gaan onderzoeken of de club naar Wouterland kan verhuizen. In maart 1985 besluit de gemeenteraad om het rugbyveld inderdaad definitief naar Wouterland te verplaatsen. In overleg met de gemeente neemt de club zelf de regie over de aanleg van het nieuwe complex.


Jaarboek 43, pagina 60

Een scrum op Wouterland.
Een scrum op Wouterland. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Club legt zelf nieuw rugbycomplex aan op Wouterland

In maart 1985 besluit de gemeente dat de rugbyclub naar Wouterland moet verhuizen. De gemeente zal de velden aanleggen en twee units beschikbaar stellen als kleedkamers. De club besluit op haar beurt echter, na overleg met de gemeente, om deze hele operatie in eigen hand te nemen en een grote accommodatie met kantine, fitnessruimte en bestuurskamer te bouwen.

Door dit alles met eigen vrijwilligers te doen wordt heel veel geld bespaard en de door de gemeente begrote bedragen komen ten goede aan de club, die ook de aanleg van de velden in eigen regie realiseert Een zeer groot bouwteam onder leiding van voorzitter Henk Heinen senior (leraar bouwkunde), Hans Marcker en Hans van Balgooi heeft 1,5 jaar bijna dagelijks aan deze hele grote klus gewerkt. Er zijn zaterdagen bij dat er meer dan veertig vrijwilligers op het bouwterrein actief zijn.

Alles, maar dan ook alles, is zelf gedaan: gravelbaan verwijderen, bomen verwijderen, grond diepspitten, toegangswegen aanleggen, nutsvoorzieningen over 300 m aanleggen, het hele clubgebouw van 40×10 meter neerzetten, veldverlichting aanleggen, doelen maken en plaatsen, enzovoorts. Dit alles onder slechts gemeentelijk toezicht, maar vooral door de enorme inzet van heel veel vrije tijd en energie van de eigen leden. Na anderhalf jaar dagelijks bikkelen kan in september 1986 het droomcomplex worden geopend. De Castricumse Rugby Club heeft eindelijk na achttien jaar een volwaardige, eigen rugbyaccommodatie, waar in de sportwereld en bij de rugbybond met trots en jaloezie naar gekeken wordt.

Ondertussen spelen zeven vrouwen van Castricum mee in de interland in Malmö en levert Castricum drie mannen in de interland tegen Duitsland. Het eerste team wordt onder leiding van coach Ben Manshanden weer tweede (runner up) in de finale om het landskampioenschap. Piet Zonneveld wordt scheidsrechter in de ereklasse en nu mag Peter Marcker op rugbystage naar Engeland. Er wordt een tweede damesteam gevormd en een vierde herenteam wordt ingeschreven voor de competitie. De dames worden zelfs Nederlands kampioen Seven-a-side-rugby.

De Castricumse Rugby Club begint in Nederland steeds meer aan de weg te timmeren; de landelijke krant NRC prijst CasRC voor het verhogen van het peil van het Nederlandse rugby.

Het terrein aan de Duin en Boschweg is vervangen door het nieuwe rugbycomplex op Wouterland.
Het terrein aan de Duin en Boschweg is vervangen door het nieuwe rugbycomplex op Wouterland.

Afscheid van de Duinenboschweg

In 1986 wordt de laatste ledenvergadering in het clubhuis aan de Duinenboschweg gehouden. Ondertussen wordt hard gewerkt aan de bouw van het nieuwe complex op Wouterland en met ingang van het seizoen 1986-1987 wordt daar voor het eerst gespeeld tegen twee Canadese teams: Stoney Creek bij de heren en The Bangees bij de dames. Wethouder Postma opent het nieuwe clubhuis. Op het openingsfeest wordt de muziek verzorgd door ’The strange hands in my pants band’, die gevormd werd door eigen spelers van de club.

De "strange hands in my pand band" op het rugbyveld
De “strange hands in my pand band” op het rugbyveld. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

Het nieuwe complex wordt vol bewondering ontvangen door de Nederlands Rugby Bond en de eerste twee interlands worden aan Castricum gegund. Op de klanken van het Wilhelmus worden zowel de heren als de dames uit Zweden ontvangen met ieder vier spelers en speelsters uit Castricum. Piet Zonneveld mag daar zijn eerste interland fluiten. De wedstrijden worden op Wouterland zo spannend en door zoveel publiek bezocht dat zelfs NOS Studio Sport besluit om voor het eerst een rugbycompetitiewedstrijd op zondagavond op de televisie uit te zenden.

Mei 1987. Eindelijk Nederlands Kampioen.
Mei 1987. Eindelijk Nederlands Kampioen. Van links naar rechts staand Norbert Verhofstad, Aad Hanekamp, Erik Tabak, Hans van Oel, Paul Tol, Peter Bakker, John Dam, Peter Marcker, Peter Wopereis, Hans Marcker, Jan Beentjes, Jan Heinen en Ben Manshanden; knielend Hans van Amersfoort, Bart Wierenga, Bernd Verhofstad, Erik Gelauff, Erik van der Laan, Ben Scheerman, Sean Mallon en Mats Marcker.

Eerste landskampioenschap

In mei 1987 wordt Castricum dan eindelijk landskampioen tijdens een uitwedstrijd in Utrecht die overtuigend met 3-74 wordt gewonnen. Onder grote belangstelling van meegereisde supporters en burgemeester Schouwenaar wordt de kampioensbeker in ontvangst genomen. Het daaropvolgende feest wordt tot in de late uurtjes in Castricum voortgezet. De vele internationale contacten worden uitgebreid met de ontvangst van de Wasp ladies uit Engeland en St. Mary’s College uit Dublin. Het eerste team van Castricum gaat op zijn beurt, gekleed in clubblazers, op trip naar Frankrijk.

Het tweede landskampioenschap wordt in 1988 behaald in een memorabele thuiswedstrijd die met 15-6 van DIOK gewonnen wordt. Meer dan tweeduizend supporters langs de lijn, begeleid door een echt dweilorkest, zijn getuige van deze wedstrijd die door de NOS wordt uitgezonden. Castricum wint zelfs de nationale titel Seven-a-side-rugby met 36-12 tegen opnieuw DIOK uit Leiden.
Voor het eerst in de geschiedenis speelt Castricum, als kampioen van Nederland, tegen ASUB, de kampioen van België. CasRC wint die wedstrijd met 21-0.


Jaarboek 43, pagina 61

Het twintigjarig bestaan in 1988 viert de club onder andere door de gemeente drie rugbydoelen aan te bieden, die de club zal plaatsen op speelveldjes in Castricum en Bakkum.

Het Nederlands sevensteam wint in april 1989 in Hongkong de Bowl met zes CasRC spelers.
Het Nederlands sevensteam wint in april 1989 in Hongkong de Bowl met zes CasRC spelers. Van links naar rechts Hans Marcker, Sander Hadinegoro, André Marcker, Karel Dinkla, Mats Marcker, Dennis Power, Peter de Bruijn, Bernd Verhofstad, Marcel Eman, Bart Wierenga en Peter Marcker.

De club gaat internationaal

Op het internationale toernooi in Leiden verliest Castricum nog wel van de Franse kampioen Toulon, maar het wordt hofleverancier van de Nederlandse selecties. Niet minder dan zes spelers maken deel uit van het Nederlands Sevensteam dat in Hongkong op het grote internationale Sevenstoernooi mag spelen. Ze spelen zich internationaal sterk in de kijker door spectaculair te winnen van Italië en Spanje. Met het winnen van de Silver Bowl in Hongkong worden zij daar voorpaginanieuws.

In eigen land halen ze als eerste Nederlandse club de halve finale van het internationale Heineken-Sevenstoernooi. In de finale in Hannover verslaan ze Vilnius uit Litouwen. Thuis winnen ze van de Engelse promotieklasser Salisbury met 14-10. Maar helaas verliezen ze van Locomotiv Moskou. Maar dat zijn profspelers uit een land met 200.000 rugbyers en dat is niet te vergelijken met de nietige aantallen rugbyspelers in Nederland.


Jaarboek 43, pagina 62

Ontvangen buitenlandse teams in Castricum:

1972 Engeland
1974 België
1986 Canada
1986 Zweden
1987 Ierland
1989 Rusland
1990 Frankrijk
1992 Wales
1993 Zuid-Afrika
1995 Chili
1995 Georgië
1996 Schotland
1998 Australië
2004 Denemarken
2008 Duitsland
2013 Litouwen
2014 Nieuw Zeeland
2015 Oezbekistan
2016 Italië
2016 Spanje
2018 Roemenië

Op Wouterland wordt de derde interland gespeeld tegen rugby grootheid Frankrijk. De dames, met de Castricumse Divera Twisk in hun midden, verliezen helaas met 0-10. Onder de geuzennaam ’De Kannibalen’ spelen de veteranen van CasRC tegen een team van de Sussex Police. Na een legendarische ‘derde helft’, waarin menige consumptie met de Engelse politie wordt genuttigd, is die uitslag ’onbeslist’ gebleven.

Bloedstollend daarentegen is de finale van het grote Heineken-Sevenstoernooi tussen Castricum en de Backstabbers. Castricum verliest helaas met 8-6, waarbij André Marcker maar 50 centimeter tekort komt om de winnende try te scoren. Zijn broer Mats wordt tot de beste speler van dat toernooi benoemd. Sandra Lodewijks haalt als eerste dame haar scheidsrechtersdiploma en Divera Twisk speelt weer met Nederland voor de Worldcup in Wales.

Lief en leed rond het rugbyveld

Theo Lute neemt in 1990 het voorzitterschap van Henk Heinen over na de jaren van verhuizen en nieuwbouw. Bij de club wisselen de feesten zich af met grote persoonlijke verliezen. De club moet in hetzelfde jaar afscheid nemen van bestuurslid Mary Brouwer die aan kanker overlijdt. In 1991 sluit burgemeester Schouwenaar, op het veld tussen de palen, het huwelijk tussen Mats Marcker en Margreet Korsman.

rik van der Laan overlijdt op 1 november 1992 op het rugbyveld.
Erik van der Laan overlijdt op 1 november 1992 op het rugbyveld.

Het absolute dieptepunt doet zich voor als Eric van der Laan, speler van Castricum en het Nederlands team, op 1 november 1992 op het veld tijdens de wedstrijd tegen Hilversum, plotseling ineen zakt. De reanimatie op het veld, die al direct na enkele seconden wordt ingezet door de aanwezige arts en verzorgers, mag echter niet meer baten. Achteraf wordt vastgesteld dat Eric een fatale hartafwijking had. Hij wordt opgebaard in het clubhuis en na een indrukwekkende plechtigheid wordt hij door vele rugbyvrienden uit Castricum en de rest van Nederland op Onderlangs begraven.

Voor zijn vele verdiensten krijgt Mats Marcker senior op 4 september 1993 een koninklijke onderscheiding van burgemeester Schouwenaar.

Het bestuur CasRC in mei 1995.
Het bestuur CasRC in mei 1995. Van links nara rechts Jan Beentjes, Kees Steevens, Marina Marcker, Theo Lute, Divera Twisk, Johan Stuifbergen en Jan Feeke.

Na 25 jaar zorgen om gebrek aan opvolging

Castricum is zo succesvol dat de club zich zorgen gaat maken om het vervolg na deze bloeiende periode. Ben Manshanden stopt als coach van Castricum en als bondscoach na het wereldbekertoernooi voor Sevens in Schotland. Ook daar doen weer zes spelers van Castricum aan mee. Hans Marcker gaat met Dave Chilton samen de selectie trainen. Het 25-jarig bestaan wordt in 1993 uitgebreid gevierd met veel wedstrijden en toernooien en zelfs een


Jaarboek 43, pagina 63

zangwedstrijd. Hoogtepunt is de wedstrijd tegen Blakes RFC uit het Zuid-Afrikaanse Stellenbosch.
Naast het landelijk bekende Castricumse Jeugd-Sevenstoernooi is op initiatief van Peter Bakker ook een vriendentoernooi opgezet. Daaraan nemen vriendengroepen uit de omgeving van Castricum met maximaal twee rugbyspelers deel, om kennis te maken met de rugbysport. Vooral vanuit Heemskerk is daar grote belangstelling voor. Aan het vijfde vriendentoernooi doen 24 teams mee. Castricum gaat eigen jeugdtrainers opleiden en stuurt jeugdleden op stage naar Engeland. Na een terugval tot zeventien jeugdleden stijgt het aantal weer naar 37 jeugdspelers.

Mats Marcker is aanvoer- der van Nederland tegen Engeland in november 1998.
Mats Marcker is aanvoerder van Nederland tegen Engeland in november 1998.

Mats Marcker krijgt de eervolle uitnodiging van de FIRA om aan grote internationale toernooien deel te nemen in Punta del Este in Uruguay en Mar del Plata in Argentinië. Hij scoort tegen het Nieuw-Zeelandse team de winnende try en wint daarmee de plate. Hij speelt met de Samurais mee op het Heineken-Sevenstoernooi en wint met hen de finale. In Castricum wordt hij tot sportman van het jaar gekozen.
Zijn rugbydroom gaat in vervulling als captain van het Nederlands team tegen Engeland. Een wedstrijd die zeer ruim verloren wordt maar die hij, ondanks een gebroken pink, wel uitspeelt.

CasRC in nieuwe shirts van John Moen.
CasRC in nieuwe shirts van John Moen (opticien). Bovenste rij staand van links naar rechts John Moen, ?, Chris Kaptein, Theo de Jong, Maarten Kat, Joeri Peperkamp, Jacob Meiboom, Rob Niesten, Wiet van Duin, Alex van Timmeren, Ben Scheerman en Ton Liefting. Knielend van links naar rechts Arno Vos, Steve van Dijk, Maarten Snijder, Bart Min, Lex Muller, Henk Zonneveld, Jeroen Stuifbergen, Mark Allan en Mats Marcker. Foto Wim Peperkamp. Toegevoegd.

Ambitieus toekomstplan

In 1998 draagt Theo Lute de voorzittershamer over aan Mart Kat en onder zijn leiding wordt gewerkt aan een nieuw ambitieus toekomstplan. De club kiest ervoor om actief buitenlandse rugbyspelers naar Castricum te halen om het spelniveau van de vereniging nog meer te verbeteren. Met behulp van vele sponsors worden niet minder dan zeven spelers uit Nieuw-Zeeland gehaald. De mentaliteit van de All Blacks, de wereldkampioenen rugby, laat zich direct binnen de club voelen. Sommigen van de Kiwi’s, de bijnaam van de spelers uit Nieuw-Zeeland, vormen nu nog steeds een ware kolonie in Castricum, compleet met Castricumse vrouwen en kinderen.

Een periode van enorme verbetering van het rugbyspel bij CasRC breekt aan. Er volgen nog zes jaren waarin de Castricumse Rugbyclub Nederlands kampioen zal worden.


Jaarboek 43, pagina 64

Op 9 april 2000 wordt het kampioenschap behaald door met 29-15 van DIOK te winnen op Wouterland in een wedstrijd met 1500 toeschouwers en een dweilorkest. Ook deze wedstrijd wordt door NOS Studio Sport uitgezonden.

Renovatie sportpark Wouterland

In 2001 besluit de gemeente het sportpark te renoveren. Alle sportclubs op Wouterland protesteren tevergeefs tegen de gemeentelijke plannen om een afvaldepot voor grofvuil bij het park aan te leggen. Ondanks de daardoor ontstane krapte op het complex krijgt CasRC twee volwaardige rugbyvelden met verlichting. Maar het trainingsveld moeten ze inleveren, terwijl de hockeyclub er twee kunstgrasvelden bij krijgt. Dankzij een schenking van Bernard Shaw (een gulle gever die al jaren in Castricum woont) kan de club zelf met eigen handen een echte tribune langs het hoofdveld bouwen, waardoor de accommodatie steeds completer en publieksvriendelijker wordt.

Reüniegangers van het eerste uur in april 2002.
Reüniegangers van het eerste uur in april 2002. Van links naar rechts Nico Borst, Martin Stengs, Wim Molenaar, Marja Stet, Piet van der Schilde, Keja van der Schilde, Christin Marcker, Frank Hack, Laura van Kessel, Peter van Kessel, Lia Meijne, Anneke de Graaf, Yvonne Stadt, Wim Peperkamp, Nel van Jelgerhuis, Liesbeth Holleberg, Piet Hollenberg, Theo Lute, Ben Borst, Has Beentjes, Piet Zonneveld, Hans van Balgooi, Frans de Graaf, Herman de Graaf, Joke Stengs en Wolfgang Gnichwitz.

Op 23 april 2005 wordt er een grote reünie georganiseerd. Daar komen enkele honderden spelers en supporters uit de eerste verenigingsjaren bij elkaar. Ze halen alle herinneringen op en bezoeken plekken die verbonden zijn met spectaculaire acties van CasRC uit het verleden. Met name deze rondgang door Castricum langs legendarische plekken staat vele bezoekers ook na jaren nog bij, met als hoogtepunt de opgraving op het Kroftveld door Wim Peperkamp van ’de botten van de gesneuvelde speler’ uit Hilversum.

Castricum wint ING-cup

Niemand heeft in het begin kunnen bedenken dat het clubje uit het dorpje in de duinen zo’n grote club in Nederland zou worden met zoveel internationale contacten.
In de Europese cup speelt de club onder andere wedstrijden tegen het Franse Pont-a-Mousson en Ottignies, het Deense Frederiksberg, het Belgische Boisfort uit Dendermonde en ASUB uit Brussel. Uiteindelijk wordt door CasRC in 2005 de Europese ING-cup gewonnen.
Tijdens het EK in 2008 voor dames in Amsterdam is Castricum, met drie interlands op Wouterland, tevens gastheer voor het Franse team.

Marina Marcker.
Marina Marcker.

Binnen de vereniging wordt in 2004 Marina Marcker-Feeke benoemd tot erelid vanwege haar inzet voor de club.

Marina Marcker-Feeke (1960-2013) is meer dan 25 jaar zeer actief als vrijwilliger voor de Castricumse Rugby Club en Rugby Nederland. Via haar partner Hans Marcker komt zij in contact met de rugbysport.
Bij de CasRC vervult zij vele functies, maar zij is vooral bekend geworden als PR-functionaris en secretaris van het bestuur. Die functies heeft zij meer dan twintig jaar bekleed, waarvoor zij in 2004 wordt benoemd tot erelid.

Daarnaast heeft Marina zeer veel betekend voor de PR van de rugbysport in Nederland. Rugby Nederland heeft haar daarvoor de Hans Brian Media Award 2011 toegekend.
Zij heeft meer dan 1000 persberichten gemaakt en talloze interviews gegeven, waardoor Marina een icoon is geworden voor de PR van de rugbysport in Nederland.

Na een periode van inzinking van het damesrugby bij CasRC, waardoor er uiteindelijk zelfs geen team meer is, wordt vanaf 2004 weer met veel enthousiasme gewerkt aan een eigen vrouwenafdeling. In 2005 spelen de dames weer mee in de competitie en zelfs speelsters uit Australië en Zweden spelen bij Castricum. Ze winnen het beachrugbytoernooi van Oemoemenoe in Middelburg en doen mee aan het Ameland-toernooi en de Sevens. Ondertussen is het aantal jeugdleden bij CasRC opgelopen tot 130 jongens en meisjes. Het nationale jeugd-Sevenstoernooi wordt voor de laatste keer in Castricum gespeeld. Het verhuist naar het Nationaal Rugby Centrum in Amsterdam, omdat de twee velden in Castricum niet meer voldoende zijn voor dat toernooi.

Andere rugbyfamilies

Na de zonen Henk en Kees van oprichter Piet Zonneveld, dient zich nu met Dale Zonneveld de derde generatie zich aan. Dale weet – in opa Piets voetsporen na 40 jaar – ook zijn draai te vinden bij de jeugdafdeling van Castricum. Dankzij zijn talenten wordt hij zelfs met meerdere jeugdspelers van Castricum geselecteerd bij de nationale jeugdselecties. Hij behoort inmiddels tot de vaste krachten in de rugbytop. Van de familie Schermer uit Bakkum spelen ook drie zonen mee. Vader en moeder zitten in de organisatie van de club. Vooral de jongste zoon Roy valt op omdat hij vanaf zijn geboorte doof is. Ondanks die handicap speelt hij gewoon in de Nederlandse rugbytop mee, waar medespelers ook op het veld kunnen communiceren met gebarentaal. Hij wordt zelfs het middelpunt van speciale reportages bij de NOS en RTVNH over de integratie van gehandicapten in de sport.

Jan Beentjes met zijn vader Henk Beentjes.
Jan Beentjes met zijn vader Henk Beentjes. Zonen, kleinzonen en achterkleinzonen van Henk speelden bij CasRC.

Dat CasRC soms een echte familieclub is geworden, blijkt ook wel uit het feit dat alleen al van de familie Beentjes dertien familieleden meegespeeld hebben. De broers Jan, Anton, Theo en Jaap Beentjes vormen met hun kinderen Vincent, Kees, Tim en Matthijs, neef Frank met dochter Meike en de kleinkinderen van Jan, Wieger, Petter en Stella al jaren een harde kern van rugbyspelers.


Jaarboek 43, pagina 65

En dan de familie Wierenga. Opa Piet speelde in de jaren (negentien) zestig al rugby in het nationale team en later ontwierp hij als architect het Nationaal Rugby Stadion in Amsterdam en de clubhuizen van AAC en CasRC. Zijn beide zoons gingen ook op rugby. Bart en Bob speelden bij CasRC en Bart ging onder andere met Nederland naar de Hong Kong Sevens. Ook de kleinkinderen Pieterbob, Job, Dirk, Bart junior en Lotte werden lid van CasRC, waarvan Bart junior inmiddels bij een topclub in Frankrijk meespeelt. Bart senior is de tot nu toe laatste voorzitter van de Castricumse Rugby Club.

Onderaan de sportvelden van de Rugby club, Handbal en de Hockey Club.
Onderaan de sportvelden van de Rugby club, Handbal en de Hockey Club.

Uitbreiding clubhuis bij veertigjarig bestaan

Het veertigjarig bestaan van CasRC in 2008 wordt groots gevierd. De club publiceert een zeer dik en zwaar fotoboek over de geschiedenis van de club vanaf 1968. Er wordt een hele week vol met activiteiten georganiseerd. Onder meer Zinzane Brook, de vermaarde speler van de All Blacks uit Nieuw-Zeeland, luistert het feest op.

In de grote feesttent beëindigt een indrukwekkende Haka het achtste lustrum. De Haka is de beroemde traditionele Maori dans om de tegenstander uit te dagen. De dans wordt uitgevoerd samen met de Nieuw-Zeelandse Kiwi’s in het team van CasRC.

Niek Valk neemt in 2008 het voorzitterschap van Mart Kat over.

Voorzitters

1967-1968 Gerrit Borst
1969-1972 Frank Hack
1973-1974 Wolfgang Gnichwitz
1975-1976 Piet Zonneveld
1977-1978 Wim Peperkamp
1979-1981 Theo Lute
1982-1990 Henk Heinen senior
1990-1997 Theo Lute
1998-2001 Mart Kat senior
2002-2003 Peter Bartels
2003-2008 Mart Kat senior
2008-2012 Niek Valk
2012-2015 Graham Sheply
2016-2018 Niek Valk
2018-heden (=2020) Bart Wierenga

Willem Peperkamp, Hans van Balgooi, Frank Hak, Willem Molenaar, Niek Valk.
Op de foto van links naar rechts Willem Peperkamp, Hans van Balgooi, Frank Hak, Willem Molenaar, Niek Valk. Willem Peperkamp was de eerste Castricummer die in het Nederlands elftal speelde. Hans van Balgooi is nog steeds actief, na zijn spelers carrière, met allerlei zaken voor de club. Frank Hak was voor de gelegenheid over gekomen uit Noorwegen, daar woont hij al tientallen jaren. Hij wordt gezien als de eerste speler die de kroegen langs ging om meerdere spelers te zoeken. Willem Molenaar is lang zeer actief geweest binnen de club en is nog steeds bij veel wedstrijden aanwezig. Niek Valk is als voorzitter aangetreden in 2008 nadat Mart Kat het stokje wilde overgeven.

De club breidt in hetzelfde jaar het clubhuis op Wouterland nog verder uit. Er wordt een grote luxe keuken gebouwd met een aparte koel- en vriesruimte. De kantine wordt tweemaal zo groot en tussen het clubhuis en het hockeyveld worden twee extra kleedkamers aangebouwd. Zoals gewoonlijk wordt ook deze verbouwing uitgevoerd door een grote groep leden van CasRC.

Er breekt een periode aan waarin de vereniging geconfronteerd wordt met het verlies van mensen van het eerste uur van de club. Hans Beentjes wordt plotseling door een hartaanval getroffen en Theo Lute overlijdt onverwacht na een ernstige ziekte. Van Jan van Ekeren moet afscheid worden genomen en oprichter Kees Kabel komt te overlijden. De club wordt hard getroffen door een verkeersongeluk in Wijk aan Zee, waarbij jeugdspeler Duncan Niesten dodelijk verongelukt na terugkomst van een rugbytraining.

Regionaal Trainings Centrum

Mede op initiatief van Mats Marcker wordt gestart met een Regionaal Trainings Centrum. Dat biedt getalenteerde jeugdspelers de mogelijkheid om intensieve trainingen te volgen in combinatie met een aangepast schoolprogramma. Vanuit deze opleidingen worden met name de jeugdspelers voor de nationale jeugdteams geselecteerd. CasRC mag op 9 november 2013 op Wouterland haar achtste interland organiseren tussen Nederland en Litouwen, die door Nederland met 34-25 gewonnen wordt.

Het wereldkampioen sevensteam van de All Blacks demonstreert in juli 2014 de Haka-dans voor vijfduizend rugbyliefhebbers op Wouterland.
Het wereldkampioen sevensteam van de All Blacks demonstreert in juli 2014 de Haka-dans voor vijfduizend rugbyliefhebbers op Wouterland. Foto Hans Boot.

Wereldkampioen sevensrugby op Wouterland

Na jaren van lobbyen door Mats Marcker, die daarvoor ook drie maanden naar Nieuw-Zeeland was gegaan, lukt het hem uiteindelijk om de absolute wereldkampioen sevensrugby naar Castricum te krijgen. De All Blacks uit Nieuw Zeland blijken bereid om hun trainingsstage voor de Commonwealth Games in Schotland naar Castricum te verplaatsen.
Van 15 tot en met 21 juli 2014 komen zij naar Wouterland om zich voor te bereiden op hun trip naar Glasgow.
De rugbyclub pakt deze unieke gebeurtenis aan om een groots en publieksvriendelijk programma op te stellen, daarbij actief gesteund door een groot aantal vrijwilligers, die zich graag hiervoor in willen zetten. Na een traditioneel Maori-ontvangst met een legendarische Haka door de jeugd van CasRC is de ontvangst van officials van ambassade, regering, gemeente, rugbybond en massaal aanwezig


Jaarboek 43, pagina 66

publiek indrukwekkend. De All Blacks trainen niet alleen voor henzelf, zij verzorgen ook clinics en demonstraties voor rugbyliefhebbers uit heel Nederland.Ook de nationale en internationale pers is in grote getale aanwezig.
Op zondag zijn twee grote demonstratiewedstrijden gepland, voorafgegaan door een professioneel muziekkorps, dat een spetterende show op het veld geeft, compleet met een Haka.
Onder toezicht van ruim vijfduizend mensen mag de Castricumse Rugby Club, als regerend sevenskampioen van Nederland, onder coach Rodney Hermans, een demonstratiewedstrijd tegen de All Blacks spelen. Een evenement om nooit meer te vergeten. De All Blacks showen dat zij niet voor niets wereldkampioen zijn. De Castricumse rugbyers kunnen alleen hun respect tonen in een fraaie maar eenzijdige wedstrijd.
De All Blacks vinden de ontvangst in Castricum groots en kijken met volle tevredenheid terug op de trainingsstage in Noord-Holland.

De ambassade van Uzbekistan in Brussel benadert CasRC, kennelijk onder de indruk van de internationale publiciteit rond de trainingsstage van de All Blacks. Ze vragen of het nationale dames-Sevensteam van Uzbekistan in Castricum mag komen trainen. Opmerkelijk, omdat Uzbekistan een van de weinige islamitische landen is die een nationaal damesteam hebben. In 2015 heeft het team een week lang getraind op Wouterland met als hoogtepunt een wedstrijd tegen het Nederlands damesteam en een toernooi tegen vier andere teams, waaronder de dames van CasRC. Dat levert opnieuw internationale publiciteit op voor CasRC.

De “Nieuw Zeeland Ambassadors” te gast bij de Castricumse rugbyclub om zich voor te bereiden op het WK sevens.
De “Nieuw Zeeland Ambassadors” te gast bij de Castricumse rugbyclub om zich voor te bereiden op het WK sevens.Dit is een rugby wedstrijdvariant met 7 spelers in plaats van 15 spelers. Wouterland 18 juni 2016. Het is een invitatieteam uit heel Europa en de spelers zijn semi of prof. De Ambassadors worden ook wel gezien als opstap naar de echte grote jongens, de All Blacks. Op de foto wordt door de spelers waarschijnlijk de Ka Mate gedanst. (De Haka is een verzamelnaam voor meerdere ceremoniële dansen om onder andere hun voorvaderen aan te roepen). Nieuw Zeeland speelde tegen een samengesteld team van de beste Nederlandse seven spelers waaronder een aantal spelers uit Castricum. In de week voorafgaand op dit unieke spektakel werd er door de “Nieuw Zeeland Ambassadors” voluit getraind op sportpark Wouterland. Foto Theo Beentjes. Toegevoegd.

Rugbybond bijna failliet

Zo goed als het met de club CasRC gaat, zo slecht gaat het financieel bij de Nederlandse Rugby Bond. Eind 2014 moet het bestuur van CasRC er zeer veel tijd aan besteden om de bond van de financiële ondergang te redden. Met name dankzij de notariële deskundigheid van CasRC-voorzitter Graham Shepley wordt, tezamen met de andere rugbyclubs in Nederland, een financieel reddingsplan bedacht. Met onder meer een lening van 17.000 euro van de Castricumse Rugbyclub kan het slechte tij nog net op tijd gekeerd worden. Sindsdien doet de Bond weer pogingen om financieel gezond te worden.


Jaarboek 43, pagina 67

Groei van de rugbysport

Vooral mede dankzij de televisie-aandacht – ook in Nederland – voor de World Cup Rugby 2015 in Engeland, is de populariteit van de rugbysport in Nederland sterk gestegen. Op dit moment zijn er meer dan 11.000 spelers en speelsters van elke leeftijd vanaf drie jaar actief. Naast de vrouwen doen tegenwoordig ook meisjes intensief mee. En nog steeds levert Castricum enige tientallen jeugd- en seniorspelers en -speelsters voor de nationale selecties.

De Cas Ladies promoveren in 2018 naar de ereklasse.
De Cas Ladies promoveren in 2018 naar de ereklasse. Van links naar rechts Debbie Geurts, Brigitte Willems, Simone Kamphuijs, Lydia van Amersfoort, Lynn Koelman, Lotte Rendering, Jitske van Bruggen, Merel van Velzen, Tessa van der Brink, Martine Mooij, Linde van der Velden, Sophie Touber, Lisa Tempelaar, Hiske Blom, Inge van der Velden, Liesbeth Meijer, Anna Kat en Nathalie Admiraal. Foto Theo Beentjes.

In 2016 wordt het eerste meisjesrugbytoernooi op Wouterland gespeeld. En in 2018 promoveert het eerste damesteam naar de ereklasse. Linde van der Velde is zelfs de eerste rugbyvrouw die een semi-prof contract aangeboden krijgt van Toulouse, een van de topclubs in Frankrijk. Het wordt ook steeds gebruikelijker dat spelers uit Castricum tijdens een sabbatical gaan trainen en spelen in het buitenland, zoals in Nieuw-Zeeland, Frankrijk of Engeland.

De jubileum poster van CasRC.
De jubileum poster van CasRC. Op 1 september 2018 hield de Castricumse rugbyclub zijn 50-jarig jubileumfeest. het is op deze datum exact 50 jaar geleden dat ze zich inschreven als vereniging bij de rugbybond.

50 jaar rugby in Castricum

Met een groot feest is in 2018 het tiende lustrum (50 jaar) van de club op gepaste wijze gevierd. Niet minder dan vijf leden van het eerste uur zijn officieel bedankt voor hun inzet met een speciale herinneringsspeld. En Ben Borst wordt met zijn 77 jaar vereerd met een erelidmaatschap voor zijn inzet voor rugby in Castricum de afgelopen vijftig jaar.

Voorzitter Niek Valk overhandigt op 24 juni 2017 Ben Borst het erelidmaatschap voor vijftig jaar inzet voor CasRC.
Voorzitter Niek Valk overhandigt op 24 juni 2017 Ben Borst het erelidmaatschap voor vijftig jaar inzet voor CasRC.

Zo is de opmerking van Kees Kabel, bij de oprichting in 1968 tegen de Rugby Bond, toch echt uitgekomen: “Rugby is in Castricum niet meer weg te denken.”

Hans van Balgooi

Bronnen:

  • Foto- en krantenarchief Wim Peperkamp;
  • Jubileumboek 40 jaar Castricumse Rugby Club.

Met dank aan: Wim Peperkamp.

18 september 2023

Hengelsport Vereniging Castricum (Jaarboek 41 2018 pg 31-39)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 41, pagina 31

Hengelsport Vereniging Castricum 90 jaar

Logo Hengelsport-vereniging 'Castricum'.
Logo Hengelsport-vereniging ‘Castricum’.

Het verenigingsleven nam aan het einde van de 19e eeuw een grote vlucht. Liefhebbers van de hengelsport bleven niet achter. Rond 1890 waren er in Amsterdam al zo’n 25 baarsvisclubs actief.
In 1906 werd de landelijke Algemene Hengelaars Bond AHB opgericht. Dit om tegenwicht te bieden tegen de aangekondigde visserijwet, waarin de sportvissers achtergesteld zouden worden ten opzichte van de beroepsvisserij.

Op 28 november 1926 werd de ‘Hengelaarsvereeniging Castricum en Omstreken’ opgericht. In 2018, dus ruim 90 jaar geleden, een mooi moment om terug te blikken.

De oprichting

Gijsbertus Casteele was een Amsterdamse sportvisser die, omdat hij bij Duin en Bosch ging werken, in 1909 naar de Zeeweg nummer 7 te Castricum verhuisde. Hij is tot 1955 secretaris geweest.
Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de club schreef hij een verslag over het ontstaan van de vereniging, waaruit het volgende is ontleend.

“Hij zag in Castricum maar weinig liefhebbers van het vissen. Het bij veel Amsterdammers beroemde viswater Groot-Limmerpolder werd bijna niet gebruikt. In 1925 werd de Schulpvaart gebaggerd. Jongens, die op het Stet stekeltjes aan het vangen waren, zagen ‘zulke grote vissen’ zwemmen en boven het water uitspringen. Liefhebbers van het vissen ontdekten inderdaad grote karpers die op de zandbodem waren afgekomen. Er werd vanaf die tijd veel gevist. Er waren geluksvogels die met meer dan tien bovenmaatse karpers thuis kwamen.

De Schulpvaart in Castricum. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De pachter van het visrecht de beroepsvisser heer Dirkson stuurde echter de Rijkspolitie op de vissers af om ze te doen stoppen. De Schulpvaart was een openbaar vaarwater, net als de rest van de Groot-Limmerpolder.
Bij Koninklijk Besluit van 23 juli 1921 viel het echter onder een uitzonderingsbepaling en er was een vergunning nodig om daar te mogen vissen.

Enkele hengelaars staken de koppen bij elkaar. Men moest een hengelsportvereniging oprichten want collectief viel meer te bereiken dan individueel. Iedereen die men wel eens met een hengel had zien lopen, werd dus benaderd en heel wat van deze liefhebbers verklaarden zich bereid om lid te worden van een op te richten vereniging.
Op 25 november 1926 had de oprichtingsvergadering van ‘Hengelaarsvereeniging Castricum en Omstreken’ plaats in hotel De Rustende Jager.

Daar werd het eerste bestuur gekozen bestaande uit:

  • J. Mulder, voorzitter;
  • J.F. Rommel, tweede voorzitter;
  • G. Casteele, secretaris;
  • J. Kijzers, tweede secretaris;
  • F.A. Metzer, penningmeester;
  • J.P. Baas, commissaris;
  • J.G. Ehrenfeldt, commissaris.

Van de in 1908 opgerichte Haagse Hengelaarsvereniging had men een huishoudelijk reglement ontvangen dat in klein comité al pasklaar gemaakt was voor de jonge vereniging. De contributie werd vastgesteld op 10 cent per week, te innen per drie maanden bij vooruitbetaling. Daarnaast zou men een entree-geld van 2,50 gulden moeten betalen. Verder was men unaniem van mening dat de vereniging zich moest aansluiten bij de Algemeene Hengelaars Bond.

De eerste opdracht voor het bestuur was te zorgen dat de leden een goed viswater kregen. Het bestuur ging eens praten met de heer Dirkson, die aanvankelijk niet bereid bleek om iets van zijn water af te staan. Na heel veel praten en onderhandelen lukte het Casteele en Kijzers uiteindelijk op 11 mei 1927 om een stuk van de Schulpvaart, vanaf het Bakkummer Stet tot aan de Hooge Brug in de Uitgeesterweg, te pachten.


Jaarboek 41, pagina 32

Voor het drie kilometer lange viswater werd een pacht betaald van 50 gulden per jaar en daarnaast moest er nog over een periode van vier jaren jaarlijks 60 gulden extra worden betaald als vergoeding voor de pootvis die Dirkson had uitgezet.

Het viswater in de Groot Limmerpolder tijdens het jaar 1937.
Het viswater in de Groot Limmerpolder tijdens het jaar 1937.

Na twee jaar kwam hier verandering in nadat voorzitter Mulder de Visserij inspectie in Den Haag had geraadpleegd. Hetzelfde stuk water moest toen worden gepacht tegen een vergoeding van 1 gulden per lid bij een maximum van 50 uit te geven vergunningen. Daarnaast was de vereniging verplicht een bedrag van 0,50 gulden per vergunning over te maken aan het polderbestuur om jonge vis in het water uit te zetten. In 1927 werd besloten om het café ‘Duin en Bosch’ van de heer Metzer als clublokaal te gaan gebruiken. Op 15 september 1928 werd dit café door brand verwoest, waarbij ook de kas van de vereniging, inhoudende ruim 50 gulden in vlammen opging.

Algemeene Hengelaars Bond.
Algemeene Hengelaars Bond.

Vanaf 1932 tot ongeveer 1970 was de lunchroom van Ben Kuilman aan de Van der Mijleweg het clublokaal, wat duidelijk getoond werd door het groene bordje naast de deur met daarop een baarsje en de tekst ‘Algemeene Hengelaars Bond / Bondscafé’.

Periode 1926 tot 1948

Tot 1948 beschikte de vereniging alleen over het viswater in de Groot-Limmerpolder. Deze polder beviste men samen met Hengelsportvereniging Limmen (opgericht 1931) en De Sander (opgericht 1935) in Akersloot. Een groei van de vereniging was onmogelijk vanwege de bepaling dat de Castricumse vereniging maximaal 50 visvergunningen voor de Groot-Limmerpolder mocht uitgeven; een bepaling van het Polderbestuur die tot 1982 in stand werd gehouden en bedoeld was om niet te veel mensen tot de landerijen toegang te geven.


Jaarboek 41, pagina 33

In de overeenkomst van 1939 staat het volgende: “De besturen der hengelvereenigingen hebben te waken tegen het stroopen door hun leden, het meenemen van vreemden (niet-ingezetenen, niet-leden) en jongens. In het hooiland mag niet geloopen worden. Het houden van hengelconcoursen is in de wateren van den polder verboden.”

Vaak was het niet eens mogelijk om zomaar ergens te gaan zitten en je hengeltje uit te gooien. De grasbermen waren verpacht en de pachter wilde daar soms geen publiek op hebben. Na de aanleg van de Zeeweg (N513) van Bakkum naar Limmen moest de vereniging voor het betreden van het gras langs de Schulpvaart bij de Grote Bocht en bij de Limmervoort een looprechtvergunning van de Provincie hebben.

De grote bocht in de Schulpvaart.
De grote bocht in de Schulpvaart. Schilder Nico Lute. Foto Jacques Schermer. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In deze beginperiode van de vereniging was het vissen beperkt tot de Groot-Limmerpolder en was men, net als de eerste Amsterdamse visclubs (visclubs waren baarscolleges genaamd), bezig met het houden van viswedstrijden op baars en de gezelligheid van het samenzijn in het clublokaal. De eerste baarswedstrijd werd in maart 1927 gehouden in de Egmondervaart.

Voor hun hengelmaterialen konden ze vanaf 1934 terecht bij de hengelaar Jan Heideman, die in zijn manufacturenzaak aan de Dorpsstraat 69 ook visspullen ging verkopen.

De Winkel van Jan Heideman.
De Winkel van Jan Heideman. Dorpsstraat 69-71 in Castricum, 1943. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Dat het houden van een baarswedstrijd in die tijd een serieuze zaak was, blijkt uit de wedstrijd op 6 december 1936 ter gelegenheid van het 10-jarig jubileum van de vereniging. Men viste in de Ringvaart te Heerhugowaard met een gezamenlijke reis per autobus vanaf De Rustende Jager en de lunchroom van Ben Kuilman. Dat het binnenwater in Noord-Holland toen anders was dan nu, blijkt uit het gegeven dat men niet als aas een worm maar de steurkrab (een brakwater garnaal) gebruikte. Na de wedstrijd werden in de lunchroom van Ben Kuilman, onder het genot van enige consumpties, de wisselmedaille en de prijzen in de vorm van hengelsportgereedschap uitgereikt.

De baarsvissers op 6 december 1936 tijdens de wedstrijd wegens het 10-jarig bestaan.
De baarsvissers op 6 december 1936 tijdens de wedstrijd wegens het 10-jarig bestaan. Van links naar rechts voorste rij A. Hogenstijn, J. Zentveld, G. Casteele, K. Welsenes, J. Kijzers, C. Borst, C. Nijman, J. Zonneveld, L. Eggers en C. Orij; achterste rij J. Vessies, H. Heideman, H. Eikhof, P. Bleijendaal, D. Hoogland, E.C. van der Vijgh, W.T. Martens, G. Schermer, Chr. de Geer, C. Brakenhoff, A. van Weenen en G. van Straaten.

Tijdens de eerste oorlogsjaren ging het verenigingsleven nog gewoon door. Voor het houden van een ledenvergadering moest er sinds 21 juni 1940 toestemming worden verleend door de politie, waarbij de locatie, het aantal deelnemers, de tijd en de agenda moesten worden overlegd. Op 12 juli 1942 hield men een gezamenlijke visdag in het kanaal bij De Stolpen. ’s Morgens vroeg vertrok men toen per fiets vanaf Kuilman naar het station in Alkmaar. Van daar ging de reis met de bus naar De Stolpen.

Bakkerij en hotel restaurant Kuilman.
Bakkerij en hotel restaurant Kuilman. Van der Mijleweg 22-24 in Bakkum. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

In december 1942 werden de leden aangeschreven met de vraag of ze per 1 januari 1943 nog lid wilden blijven, want bijna alle leden waren toen vanwege de evacuatie vertrokken naar elders.

Pas in 1946 begon er weer leven in de club te komen. Het visrecht van beroepsvisser Dirkson was op 1 april 1945 verlopen en de Castricumse hengelaars hebben er toen


Jaarboek 41, pagina 34

niet achteraan gezeten om zelf het visrecht in de polder te verwerven, want men had vlak na de oorlog wel andere zorgen.

Hengelsportvereniging Limmen had haar zaakjes blijkbaar beter voor elkaar: zij verwierf het visrecht op schubvis terwijl vishandel Gebroeders Dil uit Akersloot het visrecht op aal en zeelt in handen kreeg.

Voor de Castricumse vereniging betekende het uiteindelijk dat ze voor de Groot-Limmerpolder weer slechts 50 visvergunningen mocht gaan uitgeven. Dit was de Castricumse voorzitter Gerrit Terol een doorn in het oog en had jaren van onmin tussen beide verenigingen tot gevolg. Want wie in Castricum lid wilde worden, moest wachten tot er iemand zijn lidmaatschap opzegde of kwam te overlijden. In 1948 had de club al 50 leden. In het contributieboek van dat jaar staat bij de nieuwe leden C.L. Bedeke en O.P. Bleijendaal de aantekening ‘voor eigen risico’. Het was namelijk niet zeker of ze wel een visvergunning zouden krijgen.

Periode 1948 tot 1956

Tijdens de bezetting was er door de Duitsers een tankgracht van Bakkum tot aan Egmond aangelegd. Na de bevrijding wilden de eigenaren natuurlijk hun weilanden weer terug en werd de tankgracht gedempt. Wegens gebrek aan voldoende zand bleven een paar stukjes van deze tankgracht gespaard. In Bakkum-Noord ligt er aan de Bleumerweg (kadasternummer 124 in sectie A) nog een stukje met de naam ‘Tankval De Kroft’.

Op voorstel van het lid Piet van Duin zou men proberen de tankval te pachten om hierin karpers uit te zetten. Begin maart 1948 brachten vier bestuursleden een bezoek aan de eigenaar Reinier Duijn. De tankval was al verpacht aan een inwoner van Limmen. Maar Reinier wilde wel eens met deze pachter gaan praten. Deze heren zijn het eens geworden, zodat de vereniging de tankval kon huren voor zes jaar en zes optiejaren. Hiermee hadden de Castricumse hengelaars er een stuk viswater bij en konden er nieuwe leden worden toegelaten.

Op 31 maart 1949 zette de vereniging 400 edelkarpertjes en 100 zeeltjes uit. Met de bevissing werd gewacht totdat de karpers de wettelijke maat van 35 cm hadden bereikt. Op voorstel van voorzitter Gerrit Terol plaatste men er een bord ‘Verboden te vissen AHB’.

Op zondag 11 juni 1950 werd er een eerste proefwedstrijd gehouden waaraan 33 leden deelnamen. Toen ving men 137 karpers die allemaal ondermaats waren. De winnaar was Theo de Graaf die 19 karpertjes ving.

Op zondag 17 juni 1951 werd de tweede karperwedstrijd gehouden met 44 leden. Die keer ving men 27 karpers waarvan er negen bovenmaats waren. Om de prijzen moest worden geloot, want er waren vijf deelnemers die ieder twee karpers vingen: Jan Immink, Arie van Weenen, Feije Tiemstra, Cees Bedeke en Willem Rozing.

Bij het huren van de tankval was gebleken dat de hengelsportvereniging geen formele status als rechtspersoon had, omdat ze niet Koninklijk goedgekeurd was. Bij Koninklijk besluit van 4 oktober 1955 werden de statuten van ‘Hengelsportvereniging Castricum’ (afgekort HVC) goedgekeurd en kon ze als een volwaardige vereniging verder.

Het verenigingslogo van de Hengelsportvereniging anno 1956.
Het verenigingslogo van de Hengelsportvereniging anno 1956. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In gevolge daarvan trad in 1956 het oude bestuur af en werd er een volledig nieuw bestuur gekozen. Volgens de nieuwe statuten waren er ook aspirantleden van 8 tot 14 jaar en juniorleden van 14 tot en met 17 jaar mogelijk. Als viswater voor de aspiranten en junioren was alleen tankval De Kroft aan de Bleumerweg beschikbaar. Het deelnemen aan de wedstrijden was voorbehouden aan de seniorleden van 18 jaar en ouder. Het zal zeker met het cafébezoek na de wedstrijden te maken hebben gehad.

Periode 1956 tot 1966

In deze periode werden er in Castricum veel nieuwe woonwijken gebouwd en diverse vijvers gegraven voor de waterafvoer en verfraaiing van de buurt. De eerste vijver was die aan de Helmkade, waar vooral de Castricumse jeugd een hengeltje uitgooide.

Helmkade met zicht op woningen aan de Schelgeest.
Helmkade met zicht op woningen aan de Schelgeest. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

In deze periode was er één hengelsportwinkel, namelijk van Siem Swart aan de Dorpsstraat 41.

Siem Swart in de deur van zijn hengelsportwinkel artikelen aan de Dorpsstraat.
Siem Swart in de deur van zijn hengelsportwinkel artikelen. Dorpsstraat 41 in Castricum, 1960. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In 1962 verkreeg de vereniging het visrecht in de pas gegraven vijver aan de Hendrik Casimirstraat. Er werden jaarlijks 80 kilogram tweezomerige pootkarpers in uitgezet. De vijver werd met gaas afgesloten van de overige vijvers en zo ontstond er een ware karperput. Het vissen in de Casimirvijver was toen nog voorbehouden aan de seniorleden en gebonden aan een groot aantal regeltjes. Er mochten in die vijver maximaal tien hengelaars tegelijkertijd vissen. De gepensioneerden mochten er bijvoorbeeld niet vissen op zaterdagen, zondagen en werkdagen na 18 uur.De dinsdagmiddag was gereserveerd voor de middenstanders, die dan hun winkel sloten.

Vijver met vissende mensen aan de Hendrik Casimirstraat.
Vijver met vissende mensen aan de Hendrik Casimirstraat. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Het vissen onder de ogen van de omwonenden lokte natuurlijk ook klachten uit, die via de gemeente op het bord van de hengelsportvereniging werden gedeponeerd. In een brief van 19 juni 1962 staat:

  • “Op de zondagen 3 en 10 juni bevond zich bij de vijver een hengelaar die een luid spelende draagbare radio bij zich had, welke een hinderlijk lawaai veroorzaakte;
  • Het geheel wordt ontsierd door urinerende vissers;
  • Op 11 juni raakte een der zwanen verward in een vislijn.”

Op de naleving van de regels werd toezicht gehouden door twee leden die als controleurs werden aangesteld: Henk Serlijn en Cor Bartling.


Jaarboek 41, pagina 35

Op overtredingen stonden ook behoorlijke sancties. Vooral de heer Bartling was fanatiek, wat hem niet geliefd maakte bij zijn clubgenoten. Barend Kappers werd voor een maand geschorst, omdat hij een ondermaatse karper in zijn leefnet had. Feije Tiemstra (74 jaar) werd twee maanden geschorst wegens onbehoorlijk gedrag, terwijl Piet van Kessel met royement werd gedreigd vanwege het geluidsniveau van zijn draagbare radio. Zelfs het zeer gewaardeerde erelid Jan Korver (67 jaar) kreeg een schorsing vanwege het incident met de bewuste zwaan, die overigens een uurtje later door twee andere hengelaars van het snoer was verlost. De ‘slachtoffers’ konden nog wel in beroep gaan bij voorzitter Gerrit Terol, maar je had bij hem weinig in te brengen.

Gerrit Terol drukte zijn stempel op de vereniging; hij was voorzitter van 1937 tot 1956 en van 1959 tot 1974.
Gerrit Terol drukte zijn stempel op de vereniging; hij was voorzitter van 1937 tot 1956 en van 1959 tot 1974.

Aan de Castricumse jongeren had de vereniging nog steeds niets te bieden anders dan het viswater aan de Bleumerweg. Het vissen werd bij de jeugd steeds populairder, omdat er nu ook vijvers lagen langs de Kastanjelaan, de Anna Paulownastraat en de Jan van Nassaukade, waar ze ook de door de vereniging uitgezette karpertjes konden vangen.

De jeugd had geen begrip van en voor het vergunningenstelsel en viste illegaal de vis uit de vijvers. Politieman Jacob Kloos, zelf ook een hengelaar, stuurde wel eens vissende kinderen weg bij de vijvers als hij op zijn motorfiets met zijspan langs kwam rijden. Maar dat was met zoveel jeugd natuurlijk niet vol te houden.

Advertentie Piet van Kessel.
Advertentie Piet van Kessel.

De hengelsport werd steeds populairder en de vereniging groeide naar 125 leden in 1965. Hengelsportwinkelier Siem Swart stopte in 1966 met zijn winkel. In dat jaar startte Henk Nuijens aan de Dorpsstraat 12 een winkel voor tuinbenodigdheden en hengelsportartikelen. Ook Piet van Kessel breidde zijn schoenenwinkel aan Bakkummerstraat 108 uit met hengelsportartikelen. De schoenmaker was geliefd bij zijn hengelsportklantjes die hij met raad en daad bijstond en daar ook rustig alle tijd voor nam. Hij stond vaak op straat over het vissen te praten, terwijl zijn vrouw de honneurs in de schoenenwinkel waarnam.

Vissen in het Meertje van Vogelenzang

In 1933 was mede in het kader van de werkverschaffing aan het eind van de Haagscheweg in Bakkum-Noord het Meertje van Vogelenzang gegraven. Met het vrijkomende zand werd de Zeeweg doorgetrokken naar Limmen en een viaduct over het spoor aangelegd.

Het PWN zette karpers en andere vis in het meertje uit. De vissen deden het geweldig op de verse bodem, maar hengelen was er ten strengste verboden. Beroepsvisser Van den Kommer uit Uitgeest werd door PWN regelmatig ingeschakeld om er vissen te oogsten. Rond 1960 had het PWN karpers uitgezet in de infiltratiekanalen aan de Van Oldenborghweg als proef om de bodem doorlaatbaar te houden. Maar de karpers bleken niet bestand tegen het gechloreerde water in de infiltratiekanalen. Het PWN verhuisde ze daarom maar naar het Meertje van Vogelenzang. De grote karpers in het meertje trokken veel publiek dat de vissen kwam voeren; het meertje stond al gauw bekend als de Karpervijver.

Het Meertje van Vogelenzang.
Het Meertje van Vogelenzang. Ook bekend als de Karpervijver. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Ook bij de hengelsportvereniging werd er al vele jaren met begerige ogen naar dit prachtige viswater gekeken. Voorzitter Gerrit Terol, die werkzaam was bij het pompstation, wist het bij zijn PWN-superieuren in Bloemendaal voor elkaar te krijgen dat de vereniging in 1966 visvergunningen voor het Meertje van Vogelenzang mocht gaan uitgeven. Voor deze zogenaamde machtiging betaalde men toen 350 gulden per jaar.

De Kamer voor de Binnenvisserij maakte echter bezwaar, want de prijs was gezien de grootte van het water veel te hoog. De Kamer zou slechts toestemming verlenen als het huurbedrag tot 175 gulden zou worden teruggebracht. Dat men dit unieke viswater kon verwerven, was zo belangrijk dat de vereniging wel akkoord ging met de machtiging van 350 gulden.

Omdat het vissen in het meertje vanaf de oevers onmogelijk was, moesten er eerst de nodige vissteigers komen. Het toenmalige bestuur en een aantal enthousiaste leden staken vele vrije zaterdagen en avonden in het bouwen van tien vissteigers rondom het meertje. Deze eerste steigers werden gemaakt van eiken boomstammetjes afkomstig uit het duinterrein die door Olof Bleijendaal (tweede penningmeester van de club van 1956 tot 1996 en tevens terreinwerker bij PWN) vakkundig werden geschild.

Kees Bedeke sr. tijdens de aanleg van vissteigers in het duinmeer.
Kees Bedeke senior tijdens de aanleg van vissteigers in het duinmeer.

Op 1 juni 1966 kon de visserij in het duinmeertje van start gaan. Vissen in het meertje was alleen toegestaan aan de leden van de vereniging die 18 jaar of ouder waren


Jaarboek 41, pagina 36


en bovendien ingezetenen van de gemeente Castricum moesten zijn. De eerste jaren (1966 tot 1974) werden er fenomenale vangsten gedaan. Hengelsportwinkelier Piet van Kessel kon toen regelmatig hengelaars noteren voor de toenmalige ‘Kanjerkoningcompetitie van de KRO’ met karpers groter dan 90 cm en palingen groter dan 100 cm.

Jan Veldt met een karper bij het duinmeertje.
Jan Veldt met een karper bij het duinmeertje.

De visserij in het Meertje van Vogelenzang was zo geliefd dat de vereniging in 1967 de grens van 200 seniorleden overschreed. De overgrote meerderheid van de leden kwam niet in aanmerking voor een visvergunning van de Groot-Limmerpolder. Die was immers voorbehouden aan de eerste 50 leden met de oudste rechten. Dat was natuurlijk niet vol te houden en de 50 poldervergunningen werden toen gesplitst in 50 zomervergunningen en 50 wintervergunningen. Bij de uitgifte van die vergunningen gold het principe ‘Wie het eerst komt, wie eerst het eerst maalt’.

De periode 1968 tot 1983

Het vissen in de Casimirvijver was voorbehouden aan de seniorleden en de Castricumse jeugd liet men haar gang gaan in de andere vijvers. Dit leidde tot ongewenste situaties, want in een brief uit 1967 van Klaas Rond (secretaris van 1967 tot 1985) aan de gemeente Castricum staat het volgende: “Gezien het feit dat door de jeugd van Castricum (5 tot 20 jaar) op ongehoorde wijze gewerkt wordt aan de totale vernietiging van de door ons opgebouwde visstand en het vernielen van de plantsoenen rond de gemeentelijke vijvers, willen wij de jeugd van 8 tot en met 17 jaar onderbrengen in een jeugdafdeling van onze vereniging. Wij willen deze aspiranten een eigen jeugdbestuur geven, waarvoor wij reeds van vijf jonge leden een toezegging hebben gekregen. De HVC wil trachten in samenkomsten met de jeugd door het geven van goede voorlichting over de hengelsport en dergelijke te bereiken dat ze weten hoe ze zich hebben te gedragen aan de waterkant.”

Dit viel bij de gemeente in goede aarde en de vereniging verkreeg per 1 januari 1968 het volledige visrecht in alle Castricumse vijvers. Er kwam een jeugdafdeling met een eigen bestuur, bestaande uit jonge seniorleden:

  • voorzitter Cor Nuijens (met Huug Korsman als tweede voorzitter);
  • secretaris Ber Veldt;
  • penningmeester Jan Veldt;
  • commissaris Piet ten Wolde, Ton Res, André Meselaar en Henk Serlijn.
De prijzen op het Kooiplein.
De prijzen op het Kooiplein; met map Cor Nuijens, knielend Jan Veldt en Ber Veldt.

Na een berichtje in de plaatselijke krant kon men al op 12 mei 1968 het 100e jeugdlid noteren. In dat eerste jaar zou het aantal jeugdleden nog verder oplopen tot maar liefst 496.

Om de jeugd de kunst van het vissen bij te brengen werd er op 25 mei 1968 een instructiebijeenkomst gehouden in de Juliana van Stolbergschool. De opkomst was die middag al bijzonder groot.
Er werd besloten om jaarlijks vijf viswedstrijden voor de jeugd te organiseren. De jeugdleden werden met een convocatie voorzien van reclame van sponsors voor iedere wedstrijd uitgenodigd.

Voor de viswedstrijden verzamelde de jeugd zich zaterdagochtend om kwart voor zeven op het Kooiplein waar na afloop ook de prijsuitreiking werd gehouden. De stoet begaf zich onder de hoede van acht controleurs naar het strijdperk (de vijvers aan de Van Speykkade en de Beethovensingel).

In de krant van 11 juni 1968 staat het volgende verslag van de eerste jeugdviswedstrijd: “Op 8 juni 1968 werd door niet minder dan 65 jeugdige leden van de Hengelsportvereniging Castricum deelgenomen aan een grote viswedstrijd aan de Van Speykkade. Na een spannende strijd, waarbij het ging om zoveel mogelijk visjes te vangen, werd C. Tak eerste met in totaal 17 visjes. J.M. Benard werd tweede, D. de Bood derde en H. Serlijn vierde. Na afloop van dit zeer geslaagde visfestijn werden de jeugdige vissers getrakteerd op ijs.”

De eerste jeugdviswedstrijd bij de Van Speykkade; de toeschouwer is Lou Veldt.
De eerste jeugdviswedstrijd bij de Van Speykkade; de toeschouwer is Lou Veldt.

Jaarboek 41, pagina 37

Over het klassement om de grootst gevangen karper meldde dezelfde krant: “H. Woudenberg voerde de ranglijst aan met een karper van 50,5 centimeter. Zoals bekend stelde de hengelsportzaak Van Kessel voor de winnaar van dit klassement een werphengel met molen beschikbaar.”

In 1974 nam Gerrit Terol wegens ziekte afscheid als voorzitter. Hij werd opgevolgd door Cor Nuijens, die deze functie tot 1996 vervulde. De leden van het jeugdbestuur gingen in 1975 op in het gewone bestuur.

Door de vele nieuwbouwwijken met hun nieuw gegraven vijvers groeide de belangstelling voor de hengelsport naar ongekende hoogte. In 1983 bereikte de vereniging haar hoogtepunt met 838 seniorleden en 650 jeugdleden. Met zoveel hengelaars viel er ook met de verkoop van hengelmateriaal geld te verdienen.

In oktober 1971 startte Piet ten Wolde in de bloemenwinkel van zijn ouders aan de Henri Schuijtstraat 17 een filiaal van Peeters Hengelsport. En in 1980 ging Bart Holwerda in zijn dierenwinkel aan de Burgemeester Lommenstraat 4 ook hengelsportartikelen verkopen.

Het Biljartcentrum van de gebroeders Ber en Jan Veldt werd vanaf 1982 gebruikt als het clublokaal van de vereniging. Naast de prijsuitreikingen van de wedstrijden hield de vereniging daar ook klaverjasavonden.

Cor Nuijens
Cor Nuijens

Interview met Cor Nuijens

Cor Nuijens, geboren in 1942 in Limmen, bloemenexporteur, heeft veel betekend voor de Castricumse hengelsport. Hij vertelt: “Als jongetje viste ik al in de Grote Tocht, een sloot die in het weiland ten westen van de Westerweg in Limmen loopt. Hier heb ik menig uurtje doorgebracht. Zeelt, brasem, voorns enzovoorts waren er volop. In 1962 werd ik lid van Hengelsportvereniging Limmen. Op mijn 21e trouwde ik met Anneke Veenstra uit Bakkum en gingen we inwonen bij mijn schoonouders op de Bakkummerstraat. De Hengelsportvereniging Castricum (HVC) had toen net het visrecht in de nieuw gegraven vijver aan de Hendrik Casimirstraat gekregen. Omdat ik in Castricum woonde, wilde ik lid worden van de HVC, maar ook blijven vissen in de Groot-Limmerpolder. Dat kon eerst niet, want de HVC had maar 48 ‘poldervergunningen’ voor haar toenmalige 100 leden en alleen de eerste 48 leden hadden het recht op die poldervergunning. Met Valkering, voorzitter van HSV Limmen, heb ik kunnen regelen dat ik mijn poldervergunning van Limmen mee mocht nemen naar de Castricumse vereniging. Het bestuur van de HVC ging akkoord en zo werd ik in 1964 lid in Castricum.

In mijn jonge jaren was ik een fervent karpervisser en viste vaak met Bernard Louman, een oudere man die een potten- en pannenwinkel had aan de Dorpsstraat. Dat gebeurde op de dinsdagmiddagen (de winkels waren dan gesloten). Het karpervissen deden we in de Startingervaart bij het ‘Gemaal 1879’ in Akersloot. We visten met vaste hengels van bamboe, een dikke nylonlijn en een grote haak met als aas een aardappel. Op een keer kreeg ik er een grote karper aan die niet te houden was en (ik) gooide mijn bamboehengel in het water. Wat later kreeg ik mijn hengel weer te pakken en was de karper moe gezwommen. Zo ving ik een boerenkarper van 69 cm en won daarmee de beker voor de ‘Grootste Karper’. Deze beker werd jaarlijks door de HVC uitgereikt.


Jaarboek 41, pagina 38

Verder heb ik leuke herinneringen aan de baarswedstrijden van de HVC. In november en maart gingen we met een Naco-bus vol met baarsvissers naar de kop van Noord-Holland. We visten dan een hele dag op baars met na afloop de prijsuitreiking in hotel Kuilman.
Op een keer bij het Noord-Hollands kanaal schoot het tweede deel van mijn hengel in het kanaal. Wat te doen? Toen heb ik mijn kleren maar uitgetrokken en ben in het koude water gesprongen om het hengeldeel te zoeken. En dat lukte me zowaar ook nog, zodat ik de wedstrijd verder kon vervolgen.

De baarsvissers bij het Noord-Hollandskanaal in Het Zand tijdens het 60-jarig jubileum in 1986.
De baarsvissers bij het Noord-Hollandskanaal in Het Zand tijdens het 60-jarig jubileum in 1986. Van links naar rechts staand B. Holwerda, J. Korsman, G. Groentjes, R. Stal, G. Schermer junior, C. Schotten, B. Veldt, G. Lute, S. de Groot, A. Groot, K. Meijne, G. Schermer, S. Zijp, K. Louwe, O. Bleijendaal, S. de Jong, H. Nuijens, R. Reinders, M. Maas, W. Schermer, W. van de Nieuwboer, A. Steij, A. de Haay, C. Nuijens en G. Gijzen; zittend P. Verbiest, K. Rond, H. Korsman, J. Hollenberg, H. Gruis, A. Theissling, C. Duinmeijer, S. Groentjes, M.M. van Ewijk, W. Ooms en D. Zentveld; liggend J. Veldt en K. Hoekstra.

Gaandeweg raakte ik meer betrokken bij de HVC. In 1968 begon de vereniging een jeugdafdeling met een apart ‘jeugdbestuur’. Ik werd voorzitter van dit bestuur en we vergaderden bij mij thuis aan de Oranjelaan. De jeugdafdeling groeide als kool en dat viel op bij het bestuur. Omdat er ook toen al moeilijk mensen voor een bestuursfunctie te vinden waren, vond men het nodig dat we samen met het ‘grote bestuur’ gingen vergaderen. Dat gebeurde eerst nog bij Kuilman en later bij Anton de Rooij aan de Dorpsstraat. Na afloop van de vergadering werd er dan nog een kaartje gelegd, klaverjassen. Voor ons jongelui was het er dan om te doen om Gerrit Terol, de voorzitter van het grote bestuur, te laten verliezen, want die man kon daar absoluut niet tegen.

Toen Gerrit Terol aftrad in 1974 als voorzitter, werd ik zijn opvolger. In die periode werd de landelijke ‘Algemene Hengelaars Bond’ (AHB) gereorganiseerd tot ‘Nederlandse Vereniging van Sportvissersfederaties’ (NVVS). Er werd een stichting gevormd ter voorbereiding van de ‘Federatie Midden Noord-Holland’. In deze stichting had ik ook zitting. Daarna ben ik vanaf 1975 nog tien jaar penningmeester geweest van de federatie. De vergaderingen van het federatiebestuur waren bij mij thuis aan De Bloemen. Dat hadden vaak korte nachtjes tot gevolg, omdat ik vanwege de bloemenexport de volgende dag weer vroeg naar Duitsland moest rijden. Maar het was een leuke tijd en ik heb er veel goede vrienden aan overgehouden. In die periode viste ik veel in het Alkmaardermeer vanuit mijn bootje de ‘Eridan’, genoemd naar mijn zoons Erik en Danny.

In 1984 werd ik voor mijn rug afgekeurd, maar bleef tot 1996 voorzitter van de HVC. De laatste jaren komt er van vissen niet veel meer, maar ik heb nog steeds aanloop van mijn oude visvrienden.


Jaarboek 41, pagina 39

De periode 1984 tot en met heden

In het jaar 1984 is de landelijke “Algemene Hengelaars Bond” (AHB) omgevormd tot de “Nederlandse Vereniging Van Sportvissersfederaties” (NVVS) waarbij de verenigingen bij regionale federaties zijn aangesloten. Vroeger trok iedere rechtgeaarde hengelaar er op 1 juni, de opening van het visseizoen, voor dag en dauw op uit om te gaan vissen.

De visserijwet is in 1984 gewijzigd. De gesloten tijden zijn afgeschaft, zodat men nu het hele jaar kan vissen. Sindsdien is de lol van de opening van het nieuwe visseizoen op 1 juni verdwenen, wat een geleidelijke afname van het aantal leden van de vereniging tot gevolg had.

Voor de jeugd kwamen er andere (sport) activiteiten op zodat ook daar de belangstelling voor het vissen terugliep. In 2006 werd het dieptepunt bereikt met 400 seniorleden en 100 jeugdleden. Van de hengelsportwinkels wist alleen die van Henk Nuijens aan de Dorpsstraat 12 zich staande te houden.

De jeugdbegeleiders van de HVC in 1993.
De jeugdbegeleiders van de HVC in 1993: Sjoerd de Jong (door NVVS onderscheiden als Jeugdbegeleider van het jaar!), Anton Steij en Herman Scholten.

In de periode 1990-2000 schommelde het aantal jeugdleden tussen 200 en 250 en er werd veel tijd geïnvesteerd in de vissende jeugd. Op 26 juni 1993 werd er in de vijver aan de Henri Dunantsingel en in Sportcentrum De Bloemen door de Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij (OVB) en de Nederlandse Vereniging Van Sportvissersfederaties (NVVS) de examendag van de cursus Jeugdbegeleiding gehouden. Dit ging gepaard met de nodige publiciteit en had een opleving van het jeugdvissen tot gevolg. De NVVS onderscheidde toen Castricummer Sjoerd de Jong als ‘Jeugdbegeleider van het jaar 1993’.

De hengelsportverenigingen zetten zich van oudsher ook in voor de kwaliteit van hun viswater. Vanaf 1976 tot en met 2005 bemonsterden hun vrijwilligers, in het kader van het Water- en Visstandbeheer van de NVVS, maandelijks het zuurstofgehalte. Tegenwoordig wordt de hengelsport regelmatig tegengewerkt door ‘moderne’ natuurbeheerders.

Het Meertje van Vogelenzang werd in 1995 uitgebaggerd en slechts door inschakeling van de landelijke hengelsportorganisatie NVVS kon de vereniging in dit unieke stukje natuur blijven vissen. Dit saneringsproject is mede gerealiseerd met een provinciale subsidie in het kader van het Integraal Waterbeheer (Natuurbeheer en Hengelsport werken samen).

Met ingang van 2007 zijn het zelfstandig bestuursorgaan van de overheid OVB en de landelijke hengelsportorganisatie NVVS gefuseerd tot ‘Sportvisserij Nederland’. Dit leidde tot de invoering van de Vispas in het jaar 2007. Met het lidmaatschap van de plaatselijke vereniging krijgt men de Vispas en kan men in vrijwel al het viswater van aangesloten verenigingen vissen.

Het ledental van de Castricumse vereniging stabiliseert zich nu op circa 500 seniorleden en 100 jeugdleden. Het clublokaal van de vereniging is sinds 2012 het onderkomen van zeehengelvereniging ‘De Salamander’ op het sportcomplex Wouterland.

Van de oorspronkelijke gezelligheid van de wedstrijdvisserij op baarsjes en het daaropvolgende cafébezoek is tegenwoordig weinig meer over. Deze traditie heeft bij onze Castricumse vereniging nog lang stand gehouden dankzij het biljartcentrum van de gebroeders Veldt. Er worden bij de HVC in 2016 nog steeds baarswedstrijden gehouden, maar die trekken nog slechts tien deelnemers. De overkoepelende afdeling Sportvisserij MidWest Nederland houdt deze typisch Noord-Hollandse traditie nog in stand met twee selectiewedstrijden en het Nederlands Kampioenschap Baarsvissen.

Kees Bedeke

Bronnen:

  • Amsterdamse vischcolleges, Visionair nummer 20 juni 2011;
  • Archiefstukken van Hengelsportvereniging Castricum;
  • Herinneringen van Kees Bedeke (secretaris van 1989 tot 2012);
  • Notulen van G. Casteele (secretaris van 1926 tot 1955).

Met dank aan: Cor Nuijens.

7 augustus 2023

Perspectief vijftig jaar (Jaarboek 40 2017 pg 31-35)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 40, pagina 31

Perspectief vijftig jaar

Zelfportret Cor Heeck (1910-1992). Vanaf de oprichting was hij het gezicht van Perspectief.
Zelfportret Cor Heeck (1910-1992). Vanaf de oprichting was hij het gezicht van Perspectief.

Al vóór 1967 was geprobeerd in Castricum een schilderclub van de grond te krijgen. De amateurschilders uit ons dorp waren aangewezen op Tintoretto in Heiloo. Zo’n zeven dames en heren uit Castricum waren lid van deze club, die door de Bakkumse kunstschilder Cor Heeck werd begeleid. Dat moest toch anders kunnen, vonden Gerard en Ans Lunow, nieuwe inwoners van Castricum. Samen met Cor Heeck werd besloten te onderzoeken of er voldoende belangstelling was.

Gerard Lunow heeft zijn herinneringen aan die beginperiode vastgelegd: “Eind 1964 vestigde ons gezin zich in Castricum, in een nieuwbouwwijk in de weilanden, ver buiten het centrum. Zo uit de grote stad tussen de koeien: een grote verandering. Mijn vrouw ging weer schilderen. Ze hoorde van de amateurschilderclub in Heiloo, Tintoretto. We gingen er op een avond heen en werden voorgesteld aan de docent Cor Heeck. Hij wilde wel meewerken aan de oprichting van een club in Castricum. We besloten een oproep te plaatsen in het Nieuwsblad voor Castricum. Op 31 januari 1967 verscheen het artikel onder de kop ‘Schilderclub in Castricum?’. Ruim een week later werd de vraag in een persbericht al positief beantwoord.”

Er waren niet minder dan 26 aanmeldingen. De eerste bijeenkomst werd in de oude dorpskerk gehouden. In deze historische omgeving vond op 2 mei 1967 de oprichting plaats. Doel van de vereniging zou zijn: creatieve ontspanning en ontwikkeling; in die volgorde. De naam ‘Perspectief’ werd gekozen op voorstel van Cees Bakker. Een voorlopig bestuur was snel gevormd. Gerard Lunow voorzitter, Hans van Herwijnen secretaris en Ans Lunow penningmeester. Cor Heeck wilde de begeleiding van de club op zich nemen.

De oude school met den Bijbel, nu het onderkomen van Perspectief.
De oude school met den Bijbel, nu het onderkomen van Perspectief. Van Oldenbarneveldweg 37 in Bakkum, 2005. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Het jonge bestuur onderzocht verschillende huisvestingsmogelijkheden en liet al direct het oog vallen op de oude school aan de Van Oldenbarneveldweg. Voorlopig was het gebouw nog als school in gebruik, maar Perspectief meldde zich bij de gemeente als ‘ernstig gegadigde’.

Om in de onmiddellijke behoefte te voorzien, nam het kersverse bestuur contact op met de heer C.H. Freling, hoofd van de Jac. P. Thijsse mavo in Bakkum over de mogelijkheid van het gebruik van het handenarbeidlokaal in deze school. De heer Freling was bereid mee te werken aan het tijdelijk gebruik en de gemeente stemde ermee in voor de prijs van twee gulden per uur.

Er kon gestart worden met een werkgroep schilderen en aquarelleren. Woensdagavond 6 september 1967 was de eerste clubavond. Met Cor Heeck was afgesproken dat de deelnemers een werkstuk mee zouden nemen, zodat hij een indruk kon krijgen van de schilderkwaliteiten. Het lokaal was voor de schilderkunst niet ideaal. Cor Heeck heeft nog eens verteld hoe de schilders zich moesten behelpen met prullenbakken voor ondersteuning van hun werkstukken.

De eerste secretaris van de vereniging en van 1976 tot het jaar 2000 voorzitter Hans van Herwijnen, herinnert zich ook de primitieve omstandigheden waaronder gewerkt moest worden: de onmogelijke hoge tafels met krukken, het schoonmaken van de werkplekken iedere avond en het in diepe duisternis verlaten van het schoolterrein. Toch vormde zich al spoedig een vaste kern van rond de 24 personen, die vrijwel nooit een avond oversloegen.

Naar de Van Oldenbarneveldweg

De grote doorbraak voor de vereniging kwam toen er een lokaal in de uit 1904 daterende lagere school in Bakkum in gebruik genomen kon worden. In februari 1975 berichtte de gemeente Castricum aan Schilderclub Perspectief dat zij bereid was de oude Duinrandschool aan de Van Olden-


Jaarboek 40, pagina 32

barneveldweg te bestemmen voor sociaal-culturele doeleinden, nadat het nieuwe gebouw voor deze school aan de Prof. Winklerlaan gereed was gekomen. Dat bericht werd bij de vereniging met enthousiasme ontvangen.

Vanaf 1976 huurde Perspectief enkele lokalen in de oude Duinrandschool. In 1994 werd het gebouw van de gemeente overgenomen, waarvoor de stichting De Duinrand werd opgericht.
Vanaf 1976 huurde Perspectief enkele lokalen in de oude Duinrandschool. In 1994 werd het gebouw van de gemeente overgenomen, waarvoor de stichting De Duinrand werd opgericht.

Naast Perspectief waren de eerste gebruikers het Rode Kruis en de kunstenaars Berthy Müller, Ton van Beest en Otto Heuvelink. De gemeente zorgde voor de eerste inrichting. Secretaris Van Herwijnen stelde een lijst op van alle benodigdheden, zoals atelier-ezels, stapelkrukken en tafelezels. De begroting kwam uit op ruim 10.000 gulden. Geweldig om nu te beschikken over een eigen atelier. Er kwam al snel een extra werkgroep schilderen en een etsgroep.

Na vertrek van het Rode Kruis kwam een tweede lokaal beschikbaar voor Perspectief. De tussenmuur werd in 1981 met hulp van vrijwilligers weggebroken en er ontstond een echt groot atelier. De prachtige ruimte gaf de club vleugels en het aantal werksoorten werd in de loop der jaren uitgebreid met textiele werkvormen, beeldhouwen en keramiek. In 1989 kon een derde lokaal gehuurd worden. De verbinding met dat lokaal werd onder leiding van Jaap van der Poll door klussers van de vereniging eveneens verbeterd.

Cor Heeck in discussie met Jaap van der Poll.
Cor Heeck in discussie met Jaap van der Poll.

Een volgend hoogtepunt voor de vereniging was de overname in 1994 van het gebouw van de gemeente. Al vanaf 1990 werd er overleg over gevoerd. Wethouder Postma was een groot voorstander van de overdracht van het beheer van gemeentelijke gebouwen aan de gebruikers. De gemeente had eerder verschillende plannen overwogen, zoals de bouw van bungalows en een appartementencomplex, maar dankzij protesten was daarvan afgezien.

Na jaren van overleg, wikken en wegen, stemde de gemeenteraad na enige aarzelingen in met de verkoop van het gebouw en een erfpacht overeenkomst voor de grond. Voor veel Castricummers en Bakkummers was het een opluchting dat het fraaie gebouw, dat inmiddels is aangewezen als gemeentelijk monument, behoed werd voor de slopershamer. Perspectief kon het voor de boekwaarde van rond 6.800 gulden kopen en kreeg een bedrag van 75.000 gulden, dat de gemeente inschatte als het benodigde bedrag, om het achterstallig onderhoud uit te voeren.

Op advies van de toenmalige penningmeester Anneke van Wallenburg richtte het bestuur van Perspectief een aparte stichting op voor onderhoud en beheer van het gebouw. Het bestuur bestond uit vijf leden met als eerste voorzitter Klaas Weijdema. De bestuursleden werden door het bestuur van Perspectief benoemd.

Op 20 mei 1994 werd het gebouw eigendom van ‘Stichting De Duinrand’. Perspectief werd de huurder van drie lokalen. Ook de kunstenaars Berthy Müller en Ruud Lans huurden een lokaal. Middels inzamelingsacties, een kunstveiling en het opstarten van een kunstuitleen werd het budget voor het opknappen van het gebouw verruimd. De renovatie van het gebouw is krachtig ter hand genomen. Het houtwerk en metselwerk werden door de aannemer Borst en schildersbedrijf Huipen hersteld en geschilderd, met als leidraad de stijl van het basisontwerp uit 1904. Ook de riolering werd vernieuwd, vooral dankzij de grote inzet van vrijwilliger Gerard van Houweninge. Klaas Weijdema wist de vervanging van de oude gaskachels door centrale verwarming voor elkaar te krijgen.

Op 2 september 1994 opende burgemeester Schouwenaar het gebouw met de nieuwe naam ‘Ateliers De Duinrand’. Hier is hij in gesprek met de initiatiefnemers van de vereniging: Ans en Gerard Lunow en voorzitter Hans van Herwijnen.
Op 2 september 1994 opende burgemeester Schouwenaar het gebouw met de nieuwe naam ‘Ateliers De Duinrand’. Hier is hij in gesprek met de initiatiefnemers van de vereniging: Ans en Gerard Lunow en voorzitter Hans van Herwijnen.

Op 2 september 1994 is het gebouw door burgemeester Schouwenaar geopend door de onthulling van de gemeentewapens van Castricum en Bakkum, die samen met de nieuwe naam ‘Ateliers De Duinrand’ op de gevel prijken.

Begeleiders van Perspectief

De vereniging heeft het geluk gehad steeds uitstekende begeleiders te kunnen aantrekken, onder wie de inmiddels overleden Cor Heeck en Jaap Dekker.

Cor Heeck begeleidde de schilderclub van 1967 tot 1980. Hij kreeg een afscheidsexpositie en werd benoemd tot ere-lid. In het 20e Jaarboek van Oud-Castricum is zijn levensverhaal opgenomen. Hij was als kunstschilder een begrip in Castricum.

Cor Heeck en zijn echtgenote Kitty Witte.
Cor Heeck en zijn echtgenote Kitty Witte.

Jaarboek 40, pagina 33

Klaas Weijdema schreef in het verenigingsblad Perspectiviteiten: “Iedereen bij Perspectief heet Jan, Piet of Klaas, zonder dat we achternamen kennen, maar Cor Heeck is voor de meesten toch steeds Mijnheer Heeck gebleven. Niet omdat hij zo autoritair is, of zich op een hoog voetstuk plaatst, maar gewoon uit respect. Uit respect voor de vakkennis die nooit geleid heeft tot schoolmeesterachtig optreden. Met wat zelfspot gelardeerd, werd ons steeds verteld dat wat hij nu ging doen met ons mislukte kunstwerk misschien niet het juiste was, hij wist het ook niet zeker, maar je kon nooit weten enzovoorts, enzovoorts.

Of die arme beginnende olieverfschilder, die netjes heel zuinig kwakjes verf op zijn nieuwe palet had uitgestald. Die kreeg te horen dat hij wel zuinig op z’n vrouw, maar nooit op de verf moest zijn. Toen de stakker nog zei dat olieverf duur was, kreeg hij natuurlijk te horen dat z’n vrouw meer geld kostte, vandaar.“

Toen Cor Heeck eens werd gevraagd naar een omschrijving van zijn eigenwerk (stillevens, landschappen en portretten, die op veel tentoonstellingen te bezichtigen zijn geweest), zei hij ooit – na lang nadenken: “Het is net boerenkool met worst; je kan er niet over praten, je moet het proeven.”

In het juninummer van 1992 stond in Perspectiviteiten een In Memoriam: “Cor Heeck is op 10 mei 1992 overleden op 81-jarige leeftijd. Vanaf de oprichting tot 1980 bepaalde Cor Heeck het gezicht van Perspectief. Veel van onze leden hebben bij hem de fijne kneepjes van de schilderkunst onder de knie gekregen. Zijn persoonlijke manier van lesgeven en de kunst om de essentie op humoristische wijze aan te duiden, heeft velen de stimulans gegeven die ze nodig hadden.

Tekenen en schilderen was Jaap Dekker met de paplepel ingegoten. Zijn vader, huisschilder en kunstschilder, had een amateurschilderclubje dat in huize Dekker kon schilderen. In de oorlog moest Cor Heeck vanuit Castricum evacueren naar Heiloo en door het contact tussen vader Dekker en Cor Heeck ontstond de schilderclub Tintoretto. De jonge Jaap volgde een opleiding op de grafische school en werd de opvolger van Cor Heeck als begeleider van Tintoretto. Kort na de oprichting werd hij ook begeleider bij Perspectief. Jaap: “Ik krijg daarbij te maken met deelnemers die het schilderen heel verschillend benaderen. Van fanatiek vooruit willen gaan tot eenmaal per week gezellig in een groep wat tekenen of schilderen zonder verdere aspiraties. Ik oordeel nooit, maar probeer ieder in zijn waarde te laten.”

Jaap Dekker in gesprek met zijn groep.
Jaap Dekker in gesprek met zijn groep.

Op 1 januari 1968 startte de jeugdschilderclub onder begeleiding van Jaap. Die club is wegens gebrek aan belangstelling in 1974 opgeheven. Jaap ging andere groepen begeleiden, dit alles naast zijn werk als veelzijdig kunstenaar. In april 1982 werd hij aangesteld als begeleider van de etsgroep.

In 1998 en in 2002 werden tentoonstellingen van zijn werk georganiseerd, toen hij 30 respectievelijk 35 jaar aan Perspectief was verbonden. Bij het 35-jarig bestaan werd Jaap in Dagblad Kennemerland geïnterviewd. Daaruit: “Docent Dekker heeft zelden moeite met het feit dat er allerlei verschillende niveaus aan het werk zijn. Ik ga vaak met de groep naar buiten om te schilderen. Ik laat ze dan juist in de zomer een winterlandschap maken om hun fantasie te prikkelen. Of ik laat ze in de duinen een beekje tekenen dat er helemaal niet is.”

In 2009 moest hij om gezondheidsredenen stoppen met zijn begeleidingswerk. In 2011 is hem een expositie aangeboden. Jaap Dekker overleed op 2 juni 2011.

Werksoorten

Perspectief is begonnen als schilderclub, maar al in 1968 polste het bestuur de belangstelling van de leden voor andere takken van beeldende kunst. In 1977 werd een werkgroep keramiek gevormd onder leiding van Topy ten Hove. In 1969 werd voor het eerst naar een model getekend. Cora Lunow begeleidde een werkgroep textiele werkvormen. Dirk Nab gaf tekenles en uit een cursus ‘Abstract’ van Jessica Keppel vloeide de groep abstract schilderen voort, die tegenwoordig (in 2017) door Eric Beets wordt begeleid.

De belangrijkste taak van de begeleiders is de individuele begeleiding van de leden in de beoefening en de ontwikkeling van hun creativiteit. Er worden bij de club alleen korte basiscursussen en workshops tekenen en schilderen, grafische technieken en beeldende vorming gegeven, dus geen opleidingen zoals bij de stichting Toonbeeld.

Perspectief begon als schilderclub, maar in de loop van de jaren is het aantal groepsactiviteiten uitgebreid met onder meer grafische technieken, keramiek en beeldhouwen. Leden kunnen aan alle werkgroepen deelnemen.
Perspectief begon als schilderclub, maar in de loop van de jaren is het aantal groepsactiviteiten uitgebreid met onder meer grafische technieken, keramiek en beeldhouwen. Leden kunnen aan alle werkgroepen deelnemen.

Jaarboek 40, pagina 34

Er zijn meer dan 18 groepsactiviteiten waaraan de leden kunnen deelnemen, die begeleid worden door 12 professionele kunstenaars.

Exposities

De eerste expositie van de schilderclub werd gehouden in de aula van de Juliana van Stolbergschool rond kerstmis 1968. Deze aula was in die tijd in Castricum de enige geschikte ruimte. De tentoonstelling omvatte 74 werken van volwassen leden en 33 van jeugdleden. De jongste exposanten waren 7 jaar.

Tientallen exposities op diverse plaatsen bij verschillende gelegenheden volgden. Ze werden dikwijls prachtig aangekleed met bloemstukken, verzorgd door Foeke en Gerda van Buren.
De kersttentoonstelling in 1982 stond in het teken van het 15-jarig bestaan. Bij die gelegenheid werd een vlag ontworpen door de groep textiele werkvormen.

In het atelier en op andere plaatsen zijn tientallen exposities gehouden. Foeke en Gerda van Buren zorgden vaak voor de decoratie.
In het atelier en op andere plaatsen zijn tientallen exposities gehouden. Foeke en Gerda van Buren zorgden vaak voor de decoratie.

Vele malen nam Perspectief deel aan de succesvolle tweejaarlijkse kersttentoonstellingen in de aula van het Bonhoeffercollege, die georganiseerd werden door de tentoonstellingscommissie van de Culturele Werkgroep Castricum. Deze tentoonstellingen, waaraan onder andere ook de Fotoclub Castricum deelnam, trokken duizenden bezoekers.

De gemeente Castricum stelde de hal en trappenhuis van het gemeentehuis beschikbaar voor exposities. Toen daar in 1988 de modeltekengroep onder leiding van Topy ten Hove exposeerde met modellen in verschillende staat van ontkleding, ontstond er grote ophef rond een schilderij van twee bij drie meter. Het zou te aanstootgevend zijn en te veel in het zicht hangen. Daarom moest het verwijderd worden. Het werd landelijk nieuws. Het bestuur van Perspectief was wel ontstemd over de affaire, maar kon de publiciteit rond deze expositie ook wel weer waarderen.

De afgelopen jaren hebben bekende inwoners van Castricum een middag geposeerd in atelier De Duinrand. De resultaten waren te zien tijdens de tentoonstelling in het gebouw ter gelegenheid van de Kunstfietsroute. Onder andere burgemeester Toon Mans, Henny Huisman en Simone Veldt-Bakker waren bereid te poseren en mochten uiteindelijk hun voorkeur voor een van de werken uitspreken.

Meer dan het wekelijkse atelierbezoek

Vanaf 1985 is Perspectief gaan deelnemen aan de jumelage-uitwisselingen met Balatonfüred in Hongarije. Bij een bezoek in 1989 gingen er 17 leden mee. Ze stelden daar een tentoonstelling samen met 30 schilderijen en acht werken in brons en gips van de beeldhouwgroep. Bij de Hongaarse grens was nog sprake van uitkijktorens en gewapende militairen. Je ging echt door het IJzeren Gordijn. In 2005 kwam een delegatie uit Balatonfüred naar Castricum. Nog steeds worden er contacten onderhouden, alhoewel de officiële jumelage al jaren geleden is beëindigd.


Jaarboek 40, pagina 35

In de zomermaanden, als er geen groepsbijeenkomsten zijn, kan op verschillende locaties buiten worden geschilderd. Een aantal malen namen leden van Perspectief deel aan de Zeedijk teken- en schilderdag in Amsterdam. Bewoners van de wijk zaten dan model, zoals toen de oudste bewoonster tante Trui.

Leden van Perspectief, waaronder Pauline de Jong en Sonja Kaan, namen ook deel aan de schilder- en tekendagen op de Zeedijk in Amsterdam.
Leden van Perspectief, waaronder Pauline de Jong en Sonja Kaan, namen ook deel aan de schilder- en tekendagen op de Zeedijk in Amsterdam.

In 1984 en 1985 is een groep van Perspectief met zeilschip De Onderneming gaan varen op het Lauwersmeer en in 1986 werd een schilderweekend in Giethoorn gehouden. Jaarlijks waren er ook excursies naar Artis onder leiding van Jessica Keppel en later Jaap Dekker.

Veel leden hebben onvergetelijke weekenden op verschillende plaatsen in het land meegemaakt.

Sinds 2009 organiseren Perspectief en Toonbeeld de Kunstfietsroute. Op een groot aantal plaatsen kunnen dan exposities bezocht worden.

Viering jubilea

Aan de viering van jubilea heeft de vereniging altijd veel aandacht geschonken. Ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan werd in 1982 een tentoonstelling georganiseerd. Op 2 mei 1987 werd het 20-jarig bestaan van Perspectief gevierd met een tentoonstelling en een lunch bij Hotel Borst, de ‘buurman’.

Tevoren was in april een expositie gehouden met werk van de begeleiders van Perspectief.

Hotel-café Borst.
Hotel-café Borst. Van Oldenbarneveldweg 25 in Bakkum, 1989. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Bij het 25-jarig bestaan in 1992 verscheen een speciale jubileumuitgave van Perspectiviteiten. Ook werd een culturele verrassingstocht georganiseerd en maar liefst vier tentoonstellingen van de leden en van de docenten. Werk van leden werd ook in winkeletalages getoond. In de zaal van Borst was een feestavond, waarbij leden van Perspectief zorgden voor geschilderde decors, waaronder een van Adam en Eva in het paradijs, dat 2,5 x 2 meter groot was.

In mei 2002 werd het 35-jarig bestaan gevierd met een open huis en een feestelijke bijeenkomst.

Secretaris en later voorzitter Hans van Herwijnen was 32 jaar actief voor de vereniging en werd benoemd tot erelid.
Secretaris en later voorzitter Hans van Herwijnen was 32 jaar actief voor de vereniging en werd benoemd tot erelid.

Voorzitters van Perspectief:

1967-1976: Gerard Lunow
1976-2000: Hans van Herwijnen
2000-2004: Jan Spaaks
2004-2007: Peter de Man
2008-2012: Walter Driessen
2012-heden (2022): Sjoerd Dijkstra

Peter Heemskerk

Bronnen:

  • Archief Vereniging Perspectief;
  • Archief gemeente Castricum.

19 juni 2023

Volleybalverenigingen, de Castricumse (Jaarboek 39 2016 pg 32-43)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 39, pagina 32

De Castricumse volleybalverenigingen

De eerste volleybalvereniging in ons dorp, The Smash, werd bijna 65 jaar geleden opgericht. Zes jaar later, in 1958, volgde een tweede club onder de naam Dynamo. Waar de eerste vereniging zich meer richtte op het bereiken van een zo hoog mogelijk niveau, stelde de tweede vereniging recreatie meer centraal. De verenigingen fuseerden in 1999 tot een nieuwe vereniging met de naam Croonenburg.

Volleybal is een sport die is ontwikkeld door de Amerikaan William G. Morgan. Hij vindt het toen al bekende basketbal wat te hard en bedenkt in 1895 een nieuw soort spel. Morgan zoekt spelregels bij elkaar van diverse sporten en combineert die tot de sport volleybal.

Het duurt nog even voordat men in Nederland ook deze sport gaat beoefenen. Na zijn bezoek aan Amerika brengt pater Simon Buis het spel naar Nederland. Heel populair wordt het nog niet: het wordt vooral gespeeld in missiehuizen en seminaries. Als militairen uit Canada, Polen en Amerika in 1945 overal in het land volleybal spelen, wint deze sport aan bekendheid.

In 1947 besluit sportleraar Dick Schmüll daarom de Landelijke Volleybal Commissie op te richten. Die neemt de voorbereiding op zich voor het oprichten van de Nederlandse Volleybal Bond (Nevobo), die op 1 januari 2016 ruim 114.000 leden telt.

The Smash

Logo van 'The Smash'.
Logo van ‘The Smash’.

Oprichting

Een groepje Castricumse jongeren wil wel wat meer dan het uurtje volleybal op hun school. Ze beginnen op vrije middagen te spelen op het veldje bij Johanna’s Hof en gebruiken een bal die ze gekocht hebben van wat bij elkaar gelegd geld. Maar ze snakken naar meer.

Op 17 april 1952 komen ze bijeen in de zaal van café De Harmonie om een volleybalvereniging op te richten. De naam ‘The Smash’ wordt meteen vastgesteld. De groep blijft trainen op het veldje bij Johanna’s Hof en als het regent wijken ze uit naar de zaal van Hotel Borst. Vanaf de oprichting doet The Smash al mee aan de competities van de Nevobo in de afdeling Alkmaar. De wedstrijden worden in de Alkmaarse veilinghal gespeeld.

Ondergraven

Bill Super, de eerste voorzitter, schrijft in het jubileumnummer van het ledenblad ’t Smashertje’ dat in de beginjaren vaak getracht is de vereniging te ondergraven:
Leden, die ook voetbalden, werden verzocht te bedanken voor The Smash. Een gymnastiekzaal was niet beschikbaar voor het trainen. We moesten ons behelpen met buitentraining. Later mochten we in zaal Borst, welke zaal totaal ongeschikt was voor volleybal. Wanneer er per keer niet meer dan één lamp sneuvelde waren we blij. De veilinghal was iets minder kwetsbaar, maar ook verre van ideaal. Vaak moesten de leden na afloop van de training nog over stapels kisten klauteren om een bal te zoeken.

Maar tegen de verdrukking in groeit de vereniging en wat vooral belangrijk is: zij krijgt een zeer goede naam. Al heel snel komen er uitnodigingen voor deelname aan toernooien en in de afdeling Alkmaar behoort het eerste herenteam al spoedig tot de sterkste teams. Door het succesvol organiseren van een pinkstertoernooi was de naam van The Smash al helemaal gemaakt.

Dit jeugdteam werd kampioen in 1960.
Dit jeugdteam werd kampioen in 1960. Van links naar rechts staand Jaap Schoute, Hans Morelis, Henk Biesterbos, Dick Purmer en Billy Brouwer; knielend Rob Eggers, Jan Metselaar en Tom Quarree.

Met de trein naar Alkmaar

De accommodatie blijft een probleem, maar desondanks wordt het jeugdteam (tot en met 16 jaar) in het seizoen 1959-1960 kampioen. Ze spelen in Alkmaar, ‘in een of andere school vlakbij het station’. Het team reist vooral in het begin voornamelijk met de trein.


Jaarboek 39, pagina 33

Hans Morelis in het jubileumblad: “We maakten er een sport van om zo in te stappen dat de conducteur ons niet controleerde. Terug in Castricum wisselden we het kaartje dan weer in en zeiden dat we met de auto gegaan waren. Nadat dit drie weken goed was gegaan, kreeg de loketbeambte argwaan en vroeg hij nadrukkelijk met achterdochtige oogjes of we ons niet vergisten. Nee hoor, zeiden Jan Metselaar en ik met een stalen gezicht (mijn vader had niet eens een auto!). Oh, zei de man ons doordringend aankijkend, jij bent er eentje van Metselaar, is het niet? Hij gaf ons de reiskosten terug en greep de telefoongids. Allemachtig, wat hebben we ons toen rot gerend om voor dat telefoontje thuis te zijn. Uiteindelijk liep het toch goed af. Thuis gekomen bleek er niet gebeld te zijn.”

Dit was gelijk de laatste keer dat de jongens dit geintje hebben uitgehaald.

Het eerste damesteam dat in 1964 kampioen werd en promoveerde naar de Overgangsklasse.
Het eerste damesteam dat in 1964 kampioen werd en promoveerde naar de Overgangsklasse. Van links naar rechts staand H. Torenbeek (official afdeling Alkmaar), Marianne Balk, Tine Zwaan, Ineke Severins, coach Wim Metselaar en Geesje van Surksum; knielend Marijke van ’t Loo, Ingrid Meijer en Annelies van der Pauw.

Veel kampioenen in de jaren 1960

Het jaar 1963-1964 is erg succesvol voor de dames. Het eerste damesteam wordt kampioen van de eerste klasse en promoveert naar de overgangsklasse. Ook de heren zijn succesvol in de jaren 1960.

In het seizoen 1965-1966 behaalt het eerste herenteam op sublieme wijze het kampioenschap en keert terug naar de overgangsklasse van waaruit het voorgaande jaar was gedegradeerd. De ploeg verslaat alle vijf tegenstanders en alleen in de laatste wedstrijd, toen ze al gepromoveerd waren, verliezen ze een set.

Trainer/coach Jan Smit met zijn kampioensteam in 1966.
Trainer/coach Jan Smit met zijn kampioensteam in 1966. Links van hem Cas Freling en Piet Kaspers en rechts Jan Vredenduin; knielend van links naar rechts Hans Touber, Jan Metselaar, Frans Ursem en Ger Dik.

Jan Karel Smit

In 1956 verhuist Jan Karel Smit van Amsterdam naar Castricum en wordt gymleraar op zowel de openbare als katholieke Mulo en de toen nog bestaande Huishoudschool. Al snel wordt hij door het gemeentebestuur ingeschakeld als adviseur voor technische sportzaken. Zijn eerste klus is in 1957: de inrichting van de gymzaal aan de Juliana van Stolbergstraat. Ook het sportpark Wouterland krijgt zijn aandacht.

Juliana van Stolbergsschool met rechts de gymzaal.
Juliana van Stolbergsschool met rechts de gymzaal. Het platte gedeelte van de school was de aula. Juliana van Stolbergstraat 3 in Castricum, 1955. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In zijn vrije tijd heeft Smit ook veel bijgedragen aan verbeteringen van het sportklimaat in het dorp. Hij wordt door velen om advies gevraagd. In 1966 is hij trainer van het team van The Smash dat promoveerde naar de overgangsklasse.

In oktober 2016 is Jan Smit 90 jaar oud geworden. Zijn belangstelling voor alles op sportgebied is tot op de dag van vandaag gebleven.

Het eerste herenteam dat kampioen werd in 1968 en promoveerde naar de hoofdklasse.
Het eerste herenteam dat kampioen werd in 1968 en promoveerde naar de hoofdklasse. Van links naar rechts staand Hans Mol, trainer Arnold Elout, Ger Dik, Jan Liefting, Peter Over en coach Wim Metselaar; knielend Frans Dik, Hans Touber, Jan Metselaar en Jan Vredenduin.

De triomftocht wordt voortgezet in het volgende seizoen. Het eerste herenteam behaalt in 1968 na een bijzonder spannend duel tegen het Amsterdamse Armada het kampioenschap in de overgangsklasse. Al een aantal keren waren ze er bijna, maar dit is voor het eerst dat de Castricummers de titel ook daadwerkelijk in de wacht slepen.

Uit het wedstrijdverslag blijkt dat het geen eenvoudige strijd is geweest: “De finalewedstrijd tegen Armada was een titanenstrijd. Hoewel de ploeg met 3-1 won, was het allerminst een gemakkelijke wedstrijd geweest. De ploeg heeft de vele supporters, die hen naar Amsterdam hadden vergezeld, lange tijd in het onzekere gelaten, voordat zij al feestend naar het overwinningsfeest in Castricum konden gaan. Het werd een glorieus feest tot in de kleine uurtjes!


Jaarboek 39, pagina 34

Het bestuur van The Smash in 1972.
Het bestuur van The Smash in 1972. Van links naar rechts Fransjan Meijer, Jan Metselaar, Wil Simons, Cock Hageman, Margriet Lute en George Hageman.

Cock Hageman

De man die het langst voorzitter was van The Smash is de 91-jarige Cock Hageman. Hij vertelt:
“Ik ben 17 jaar voorzitter geweest. Mijn drie zoons en vier dochters waren allemaal lid en hebben ook competitie gespeeld. De oudste zoon George (nu net 65 geworden) was de eerste en door hem zijn de andere kinderen ook bij de club betrokken geraakt. Zodoende werden we een echte volleybalfamilie.

Toen voorzitter Donker in 1968 aftrad, vroeg onder anderen Jan Metselaar of ik mij verkiesbaar wilde stellen. Daar zei ik ‘ja’ op en ik heb het altijd leuk gevonden om te doen. Ik ging veel mee naar uitwedstrijden en zat ook in de strafcommissie die toezag op naleving van de regels van de bond.

De grote veranderingen in de volleybalsport, zoals een nieuwe telling of teamopstelling, heb ik echter als voorzitter niet meegemaakt. Het was een hele verrassing voor me dat ik in 1985 bij mijn aftreden werd benoemd tot erevoorzitter.”

Professionalisering

De vereniging groeit flink in de jaren (negentien) zeventig en het aantal trainingsuren voor de jeugdleden moet zelfs worden uitgebreid. Er wordt ook nog een nieuwe afdeling opgestart, die een sterke groei kent in haar beginperiode: de afdeling mini-volleybal.

Door middel van advertenties van de middenstand, banken en enkele grote firma’s in het clubblad wordt getracht dekking te vinden voor het tekort op de begroting en daarin is de vereniging toen aardig geslaagd. Er wordt voor het eerst gedacht aan een sponsor. De firma Commandeur uit Beverwijk geeft The Smash een bijdrage, waardoor de financiële positie van de vereniging verbetert.

Vanaf 1976 kan er in sporthal ‘De Bloemen’ worden gevolleybald.
Vanaf 1976 kan er in sporthal ‘De Bloemen’ worden gevolleybald.

Ook de accommodatie verandert in die tijd. Op 31 oktober 1974 neemt de gemeenteraad van Castricum met grote meerderheid het besluit om een sporthal in Castricum te bouwen. Dit is voor The Smash een zeer belangrijk bericht, gezien hun noodsituatie om ‘thuiswedstrijden’ in Beverwijk te moeten spelen. Op 24 april 1975 wordt, na enkele maanden van strubbelingen rond de situering van de sporthal, besloten dat deze definitief aan De Bloemen in Noord-End gebouwd gaat worden.


Jaarboek 39, pagina 35

Op 25 september 1976 wordt Sporthal De Bloemen officieel geopend en door sportminnend Castricum in gebruik genomen.

Eindelijk ‘thuis’ in Castricum te kunnen spelen is een voldoening schenkende gewaarwording. Het is een prachtige hal, die met trots getoond kan worden aan bezoekende verenigingen”, aldus het toenmalige bestuur.

In het eerste seizoen na de opening van de nieuwe sporthal (1976-1977) wordt het ledental van 250 overschreden. Daar is de vereniging erg blij mee, maar het levert ook problemen op voor de invulling van functies als coach, begeleider en scheidsrechter en de kosten nemen ook toe. Een financiële impuls is opnieuw nodig. Via reclameborden en een overeenkomst met de Rabobank is de vereniging voorlopig weer even gered.

In 1977 wordt het 25-jarig jubileum gevierd. Bill Super laat in de jubileumeditie van ’t Smashertje weten dat hij trots is op deze mijlpaal en constateert dat The Smash met de leeftijd van 25 jaar tot de oudste volleybalverenigingen in ons land behoort.

Toernooien

Heerlijk in de zon lopen of zitten en naar leuke wedstrijden kijken kan maar eens in het jaar op tweede pinksterdag. Op deze dag organiseert The Smash namelijk jaarlijks op de voetbalvelden van CSV een groot toernooi.

In ’t Smashertje van mei 1980 wordt gezegd dat men na het eerste toernooi nooit had kunnen verwachten hoe succesvol dit evenement zou worden.

Het clubblad meldt: “Dat de initiatiefnemers enkele jaren na de oprichting van onze vereniging van het buitentoernooi ooit gedacht hebben het 25-jarig bestaan daarvan te zullen beleven, is niet te achterhalen, maar een feit is het, dat dit buitentoernooi niet is weg te denken.

Pinkstertoernooi bij CSV aan de Zeeweg.
Pinkstertoernooi bij CSV aan de Zeeweg.

Dat het toernooi valt en staat met het aantal vrijwilligers, blijkt wel uit ’t Smashertje van indertijd. Er worden zo’n 25 personen gezocht om de 22 volleybalvelden op te bouwen op eerste pinksterdag. De werkzaamheden omvatten het belijnen van de velden, het plaatsen van de palen met scheerlijnen en het op hoogte hangen van de netten. ’s Ochtends zijn er op tweede pinksterdag zo’n tien mensen nodig om de velden te controleren en de kassa te bemensen.

Het Pinkstertoernooi is een belangrijk evenement voor The Smash geweest, vertelt Rein Luijckx: “Het was gebruikelijk dat teams buitentoernooien afgingen. Het Pinkstertoernooi had een belangrijke regionale functie en ook zelfs een nationale.”

Het toernooi geeft een financiële impuls aan de vereniging en heeft ook als doel om de volleybalsport in zijn algemeenheid te promoten.
Luijckx:“Hans Boske was een van de actievelingen van het Pinkstertoernooi. Hij leende altijd bij iedereen keukentrapjes, waar de scheidsrechters op konden zitten of staan. Het gerucht gaat dat hij ze soms vergat terug te geven, of niet meer wist welk van wie was en dat hij thuis nog een heel arsenaal aan keukentrapjes heeft …

De volleybaltoernooien op scholen krijgen vanaf het seizoen 1974-1975 een vaste vorm. In samenwerking met de afdeling Sportzaken van de gemeente worden de scholen voor voortgezet onderwijs van Castricum uitgenodigd aan een toernooi deel te nemen. Dit betekent dat naast het eigen Pinkstertoernooi jaarlijks ook een scholentoernooi wordt georganiseerd.

Dames I kampioen in 1981.
Dames 1 kampioen in 1981. Van links naar rechts staand Marjan Liefting, Elly Over, Annelien Kooiman, Anneke Tervoort en coach Peter Over; knielend Margriet Lute, Marlène van der Valk, Anita Schootemeyer en Marianne Willenborg.

De competities

De dames kennen in de jaren (negentien) tachtig veel hoogtepunten. In 1979 promoveren zij nog ongeslagen van de derde naar de tweede divisie en in 1980 naar de eerste divisie. In 1981 wordt de ononderbroken promotiereeks voortgezet met het behalen van het eredivisieschap. In 1988 spelen de dames alweer vier jaar eerste divisie en weten ze zich in deze klasse goed te handhaven.

Speler en trainer Peter Over

In 1960 wordt Peter Over (1944) lid van The Smash. Hij begint in het derde herenteam: “We speelden in de veilinghal in Alkmaar, waar we soms de kratten met wortelen aan de kant moesten schuiven. Er waren dusdanig veel teams, dat we soms pas tegen 12 uur ’s nachts klaar waren”, vertelt hij. Zijn debuut blijkt erg succesvol, want het jaar daarop gaat hij in één keer door naar het eerste team.

Zijn tijd bij The Smash is echter van korte duur. Het gaat wat minder voortvarend met de Castricumse volleybalvereniging en dus gaat Peter Over naar een Haarlemse club: “Ik heb daar een trainerscursus gevolgd. Na twee jaar ben ik teruggekeerd naar The Smash en in 1967 met Heren 1 gepromoveerd naar de hoofdklasse. Van dit team was ik aanvoerder.”


Jaarboek 39, pagina 36

Bij een volgende mindere periode gaat Peter wederom weg bij The Smash. De Alkmaarse club, waar hij naartoe gaat, speelt in de eerste divisie, een klasse hoger dan The Smash. Ook als trainer ontwikkelt hij zich verder. Peter wordt bondscoach van Jong Oranje in 1975 en vanaf 1980 traint hij het eerste damesteam van The Smash. Daarmee promoveert hij naar de eredivisie.

In 1985 begint Peter Over de heren te trainen: “Die speelden eerste divisie, maar wilden dolgraag naar de eredivisie. In 1987 worden ze derde, in 1988 tweede en pas in 1989 zijn ze kampioen van de eerste divisie. Helaas hebben ze het nét niet gehaald in de eredivisie.”

De loopbaan van Peter bij The Smash wordt vervolgd bij Croonenburg. Zijn dochter begint met volleybal en dat maakt Peter enthousiast om jeugdtrainer te worden. Tot 2005 heeft hij dames 1 nog getraind, waarna hij zijn volleyballoopbaan heeft beëindigd.

Het eerste herenteam dat in 1989 kampioen werd en naar de eredivisie promoveerde.
Het eerste herenteam dat in 1989 kampioen werd en naar de eredivisie promoveerde. Van links naar rechts staand Michel Sep, Mathijs van Essen, Peter Paul Wiersma, Walter Beentjes, Ron Kieft, coach Peter Over en een vertegenwoordiger van de Nevobo; knielend Rob Oosterbrugge, Bart Meester, Martin van der Horst, Rob de Winter en Paul Hageman.

Ook de heren weten zich steeds in de eerste divisie te handhaven. Eind jaren (negentien) tachtig is het team in de bovenste regionen geëindigd en in 1989 promoveert het zelfs naar de eredivisie. Ook de jeugdleden doen het goed: het aantal is dusdanig toegenomen in de jaren (negentien) tachtig dat er naast het selectieteam van zowel de jongens als meisjes twee jongensteams en drie meisjesteams in de aspirantencompetitie spelen. Daarnaast zijn er nog drie teams met mini’s (8-11 jaar).

Directeur Cas Bottemanne van Bosta ondertekent het sponsorcontract. Naast hem links secretaris Piet van Rij en rechts voorzitter Ulbe Pauzenga van The Smash. Rechts van Pauzenga kijkt penningmeester Fransjan Meijer toe.
Directeur Cas Bottemanne van Bosta ondertekent het sponsorcontract. Naast hem links secretaris Piet van Rij en rechts voorzitter Ulbe Pauzenga van The Smash. Rechts van Pauzenga kijkt penningmeester Fransjan Meijer toe.

Omdat de financiële basis van The Smash te beperkt is, gaat de club in 1987 in zee met Bosta, die hoofdsponsor wordt. Het bedrijf, dat zich bezighoudt met beregeningsapparatuur, verbindt zelfs zijn naam aan The Smash, die vanaf dat moment Bosta/The Smash heet. Deze sponsordeal levert de club de financiële middelen op om hogerop te gaan. Hierdoor spelen er twee teams in de eredivisie, wat uniek is. De club heeft de overtuiging dat dit ook jeugdleden aantrekt.

De talenten

Omdat The Smash regelmatig op hoog niveau heeft gespeeld, is het ook niet verwonderlijk dat de vereniging diverse talenten heeft geleverd aan districts- of nationale teams.


Jaarboek 39, pagina 37

Zo heeft Martin van der Horst (1965), die van 1983 tot 1989 bij The Smash speelde, regelmatig met het Nederlands team meegedaan aan Europese kampioenschappen en zelfs aan de Olympische spelen. De voormalig international was maar liefst 2,15 meter lang.

Elly Over (1953), de vrouw van de eerder besproken Peter, kwam in 1975 uit voor het Nederlands damesteam.

Jenny Turkstra in haar glorietijd.
Jenny Turkstra in haar glorietijd.

Ook Jenny Turkstra (1939) en voormalig toptennisster Tine Zwaan (1947) waren getalenteerde volleybalsters en werden geselecteerd voor districtswedstrijden of interlands.

Jenny vertelt over haar carrière: “In 1956 werd ik door mijn medeleerlingen van de Rijks H.B.S. in Velsen (Jan en Henk van ’t Loo, Tineke en Andries Terpstra en Wim Metselaar) enthousiast gemaakt voor de volleybalsport en het lidmaatschap van The Smash. Ik werd opgenomen in het eerste damesteam, dat het tot het niveau van de toenmalige overgangsklasse bracht. In de jaren 1957-1959 belandde ik in het distrtictsteam van Noord-Holland. Eerder had ik de sporten handbal en tennis vaarwel gezegd en mij verder geconcentreerd op volleybal.

Na afloop van deelname aan een Paastoernooi in Alkmaar in 1959 viel de eerste uitnodiging voor het Nederlands team in de bus. Al snel volgden wedstrijden en toernooien op internationaal niveau, voornamelijk binnen Europa. De trainingen werden op donderdagavond en zaterdagmiddag in Den Haag in het MILVA-kamp gehouden. Trainer-coach was de roemruchte Henk Blok, docent aan de Haagse Academie voor Lichamelijke Opvoeding. In die tijd was Den Haag het middelpunt van de volleybalsport. Een andere grote naam in die tijd was Cees van Zweeden, trainer-coach van het Nederlands herenteam.

Omdat ik bij The Smash te weinig wedstrijdervaring op hoog niveau kon opdoen, stapte ik op dringend advies van Henk Blok over naar de Amsterdamse damesclub ‘Boemerang’ die in de hoogste klasse van Nederland (toen nog hoofdklasse) speelde. Ik werd direct geselecteerd voor het eerste damesteam, dat in drie achtereenvolgende jaren clubkampioen van Nederland werd en daarnaast uitgeroepen werd tot West-Europees kampioen. Zes speelsters maakten tevens deel uit van het Nederlands team!

Ik bleef in Castricum wonen en in Alkmaar werken. In Utrecht volgde ik vanaf 1962 een deeltijdstudie, waarvan de colleges op zaterdag werden gegeven. Er moest dus veel worden gereisd en het was een druk bestaan. Gelukkig verleende mijn werkgever veel medewerking en kreeg ik zelfs vrije dagen voor afwezigheid tijdens toernooien. Er was toen nauwelijks sprake van onkostenvergoeding, betaling en medische begeleiding door de volleybalbond. Hoe anders is dat tegenwoordig! Hoogtepunten in mijn carrière waren ongetwijfeld de deelname aan de wereldkampioenschappen in Moskou (1962) en de Europese kampioenschappen in Boekarest (1963).

Ik ben in 1964 gestopt met actief wedstrijdvolleybal. In het seizoen 1964-1965 ben ik nog wel op het oude nest teruggekeerd als trainster van The Smash. Nadat ik in 1965 trouwde met Theo van der Kuil (ook Smash-lid), zijn we naar Oss verhuisd. In 1969 verkasten we naar Alphen aan den Rijn. Ik werd weer lid van Boemerang en werd opgenomen in het vroegere kampioensteam, dat nu als veteranenteam deelnam aan de afdelingscompetitie Amsterdam. Op verzoek van de club heb ik nog even meegespeeld in het eerste damesteam, dat toen in de eredivisie uitkwam.”

Het 40-jarig jubileum

In 1992 bestaat de vereniging 40 jaar. Burgemeester Schouwenaar stelt in een jubileumboekje dat het 40-jarig bestaan van een vereniging iets is om bij stil te staan: “Stilstaan is echter iets dat niet goed bij Bosta/The Smash past. Zij hebben dan ook de twaalf spelers van het Nederlandse team uitgenodigd om een volleybal-clinic te verzorgen.”

Het is een groot spektakel geworden. Aan 1400 toeschouwers laat het nationaal team zien wat nu precies topvolleybal betekent.

Castricum stond even op z’n kop en terecht, een groot compliment aan de organiserende vereniging Bosta/The Smash”, aldus De Castricummer.

De viering van het jubileum is een groot succes. Toch typeert Rein Luijckx de jaren 1990 als een ‘zeurende tijd’. Er zijn veel bestuurswisselingen en het ledenaantal loopt terug. Het is een mindere tijd voor de vereniging en een fusie met de andere volleybalclub in Castricum lijkt noodzakelijk te worden.

Dynamo

Logo van Dynamo.
Logo van Dynamo.

De beginjaren

Ruim zes jaar na de oprichting van The Smash wordt op initiatief van Kees Kabel een tweede volleybalvereniging in Castricum opgericht en wel op 1 september 1958. Kees trekt er zelf op uit om de nodige leden te werven.


Jaarboek 39, pagina 38

Hij slaat een goede slag door een grote Castricumse familie te bewegen zich aan te melden als lid: de familie Wokke. Deze familie groeit zo’n beetje uit tot hofleverancier.

De eerste jaren traint de vereniging in de zaal van café Borst in Bakkum. Later worden de trainingen gehouden in de toen nieuwe gymzaal aan de Juliana van Stolbergstraat. Vanaf die tijd gaat het bergopwaarts met Dynamo. De vereniging speelt vanaf het seizoen 1959-1960 in de volleybalcompetitie. Ook de competitiewedstrijden van Dynamo worden in de veilinghal in Alkmaar gespeeld.

Een jeugdteam van Dynamo begin jaren 1960 met staande links en rechts de teamleiders resp. Dik en Klaas Wokke.
Een jeugdteam van Dynamo begin jaren 1960 met staande links en rechts de teamleiders, respectievelijk Dik en Klaas Wokke.

Gymles

Klaas en Dik Wokke worden in de beginperiode lid van Dynamo. Dik zit in het laatste jaar van de Mulo en gymdocent Jan Karel Smit heeft hem enthousiast gemaakt voor de volleybalsport. Smit, die volleybal heel actief promoot in zijn lessen, is een van de ledenwervers voor de vereniging.

Ook Klaas, de broer van Dik, is er vroeg bij. Op de leeftijd van 17 jaar wordt hij al penningmeester. Vrij snel daarna worden de statuten gewijzigd, waarin bepaald wordt dat de penningmeester meerderjarig moet zijn. Klaas wordt tweede penningmeester, maar eigenlijk blijft hij nog steeds de boekhouding doen.

In de jaren 1962 en 1963 worden door het zeer actieve bestuur ook nog afdelingen voor atletiek en basketbal opgezet. Beide afdelingen hebben echter binnen Dynamo geen lang leven gehad. Klaas Wokke:
We wilden een brede vereniging worden en het idee was om alles onder één dak te doen. De sporten waren echter te verschillend en ook de kosten waren niet vergelijkbaar. Het was dus niet met elkaar te rijmen.”

De atletiektak gaat zelfstandig verder onder de naam ‘Atletiek Vereniging Castricum’ en de basketbaltak onder de naam ‘Sea Devils’. Na deze bewogen jaren wordt Dynamo weer volledig een volleybalclub en wordt er een nieuw bestuur gevormd met als voorzitter René Gort.

Het spelen in de competitie in Alkmaar kost veel inzet en financiële offers. Het nieuwe bestuur vraagt daarom een overschrijving aan naar district IJmond, zodat in de sporthal in Heemskerk gespeeld kan worden. Het spelpeil ligt in deze afdeling echter hoger, wat betekent dat zowel het eerste dames- als herenteam alle zeilen moet bijzetten om een goed figuur te slaan. De financiële zorgen blijven echter bestaan en ook het noodgedwongen wisselen van de trainers doet daar geen goed aan. Desalniettemin blijft het gezelligheidsaspect een grote rol spelen. Er worden regelmatig feestavonden op touw gezet, waarvoor destijds veel belangstelling is. Een grote animator hierbij is Klaas Wokke. Zo organiseert hij ook cabaretavonden. In 1972 wordt hij voorzitter.

Ton Kenter.
Ton Kenter.

Een bijzondere vereniging

Oud-voorzitter Ton Kenter stelt dat Dynamo een bijzondere vereniging was. Bijzonder, omdat het leveren van prestaties niet de hoogste prioriteit heeft. Leden van Dynamo beoefenen het volleybalspel als een stuk ontspanning en noodzakelijk tegenwicht voor de dagelijkse inspanning, waarbij het plezier in de sportbeoefening voorop staat:
Men spant zich tot het uiterste in en als dan een wedstrijd toch verloren gaat, tillen leden van Dynamo daar niet zo aan. Opvallend is dan ook de prettige sfeer binnen de vereniging die ‘Ontspanning door Inspanning’ een waar woord laat zijn. Dynamo voorziet daardoor in de behoefte van de vooral wat oudere volleybalspelers(-sters), waardoor prestaties niet meer primair zijn.”

Jaren (negentien) tachtig

Het begin van de jaren (negentien) tachtig blijkt erg succesvol te zijn. In het seizoen 1980-1981 wordt het tweede herenteam kampioen van de tweede klasse. Ze spelen hun kampioenswedstrijd tegen hun plaatsgenoten van The Smash. Het team had vier sets nodig om tot een overwinning van 3-1 te komen.

Het seizoen 1982-1983 is erg geslaagd voor de dames. In de competitie verliezen ze slechts één wedstrijd. Op 11 maart vieren zij hun kampioenschap als ze van de dames van WVV ’72 uit Wijk aan Zee met 0-3 winnen. Onder de bezielende leiding van Alie Rozemeijer komt het eerste damesteam daarmee weer terug in de eerste klasse, waaruit de dames drie jaar eerder op ongelukkige wijze degradeerden.


Jaarboek 39, pagina 39

In 1983 heeft Dynamo 140 leden, allemaal senioren. Naast een recreatieve afdeling nemen in totaal vier heren- en vijf damesteams deel aan de competitie.

Het vierde damesteam dat in 1983 kampioen werd.
Het vierde damesteam dat in 1983 kampioen werd. Van links naar rechts staand coach Leo van der Linden, Gerda Weener, Joke Zuur, Josefien Snijders, Gatha Briefjes en trainer Frank Bruggeling; gehurkt Carla Janzen, Rina Jonker, Lieneke Cools en Marianne Jansen.

Zilveren jubileum

Het 25-jarig jubileum wordt in 1983 gevierd met een drietal volleybaltoernooien in de wedstrijd- en recreatieve sfeer. Een van de toernooien is het MIX-toernooi. Dit toernooi werd eerder al aan het eind van ieder seizoen gespeeld.

Klaas Wokke: “Alle teams werden gemixt. Jong en oud, man of vrouw, alles werd door elkaar gegooid. Het winnende team won de houten stoof. Die maakte ik indertijd zelf, want ik was timmerman-meubelmaker.”

Dat de familie Wokke veel leden levert, blijkt wel in dit jubileumjaar. In het jubileumblad voor het zilveren jubileum wordt gesteld dat het nog een hele klus is om alle teams in te delen:
Dat zal nooit naar ieders wens gaan, kijk maar: er zijn zo veel Wokke’s (oud en nieuw), zodat alleen al daarvan teams te maken zijn.
Het is een druk toernooi geworden met maar liefst 120 aanmeldingen van zowel leden als oud-leden.

Een tweede toernooi op het jubileumfeest in 1983 is het Castricums Volleybaltoernooi: een evenement voor diverse sportverenigingen, politie, muziekvereniging Emergo, buurtverenigingen enzovoorts. In totaal nemen er 19 organisaties aan deel. Dit evenement blijkt een groot succes.

Het jaar daarop wordt het toernooi opnieuw georganiseerd en doen er 28 teams mee. Na de openingsspeech van voorzitter Ton Kenter slaat wethouder Wokke de eerste bal. Het is een groot spektakel. Op de publieke tribune wordt er veelvuldig aangemoedigd en het spelpeil groeit per gespeelde serie. Zelfs spandoeken zijn aanwezig. In de finale strijden AVC en TC Bakkum tegen elkaar voor het winnen van de wisselbokaal. Als Bakkum aan scoren toekomt, is de tijd om. AVC wint met 17-1.

Het eerste damesteam van Dynamo dat in 1993 kampioen werd in de eerste klasse.
Het eerste damesteam van Dynamo dat in 1993 kampioen werd in de eerste klasse. Van links naar rechts staand Margreet Cools, Lia de Ruyter, Maureen Rozemeijer en trainer/coach Bert van Leijden; gehurkt Joke van der Horst, Annie Wokke en Alie Beentjes; zittend Marja Boeters, Iris Stuifbergen en Janneke Kunst.

Ook bij Dynamo gaat het in de jaren (negentien) negentig, net als bij The Smash, niet zo goed als in eerdere jaren. Het ledenaantal loopt terug en het wordt steeds moeilijker om vrijwilligers en bestuursleden te vinden. Een fusie met The Smash lijkt dus ook voor Dynamo onvermijdelijk. Er worden nog wel wat teams kampioen, zoals het eerste damesteam in 1993 en het tweede herenteam in 1994.

Het tweede herenteam van Dynamo dat in 1994 kampioen werd in klasse 3b van het district Zaanstreek/ IJmond.
Het tweede herenteam van Dynamo dat in 1994 kampioen werd in klasse 3b van het district Zaanstreek/IJmond. Van links naar rechts staand Jan Zonneveld, Martin van Zijtveld, Paul Meyerhof en trainer Rein Luijckx; knielend Frank Bruggeling, Hans van Weenen, Nico Sprenkeling, Erik Bosma en Jacob Prins.

Jaarboek 39, pagina 40

Croonenburg

Logog van Croonenburg.
Logo van Croonenburg.

Een fusie tussen The Smash en Dynamo wordt in 1986 voor het eerst besproken. Er zijn echter geruchten dat er al eerder besprekingen zijn geweest. Het initiatief tot een fusie gaat in 1986 uit van Piet van Rij, lid van The Smash.

In het Noordhollands Dagblad zegt hij: “Bij The Smash wordt een belangrijk deel van het verenigingsgebeuren bepaald door de topteams. Het recreatiegedeelte wordt steeds kleiner, waardoor de mogelijkheden in die sector afnemen. Bij Dynamo ligt het zwaartepunt juist op de recreatie. Een samengaan van de clubs zou een sterke, grote vereniging tot gevolg hebben, waarin prestatie- en recreatiesport goed vertegenwoordigd zouden zijn.”

Maar bij Dynamo zorgt deze prestatiementaliteit juist voor angst. De leden van Dynamo geven in een ledenvergadering in april 1986 het bestuur van hun club geen toestemming om verder te gaan met de fusiebesprekingen. Op de vergadering zijn 70 van de 160 leden aanwezig en een meerderheid blijkt de plannen van het bestuur niet te ondersteunen. Kenter vertelt dat de leden bang waren dat de ontspannen manier van volleyballen verloren zou gaan bij een fusie.

Dynamo had namelijk een brede basis maar een smalle top, terwijl het bij The Smash juist andersom was. Ook het financiële aspect speelt hierbij een rol. De kosten van topsport zijn een stuk hoger dan de kosten van recreatiesport. De conclusie van de ledenavond is dan ook dat de doelstellingen van beide clubs nog te ver uit elkaar liggen. Kenter ziet op dat moment echter nog steeds mogelijkheden tot samenwerking.

In het Noordhollands Dagblad van 18 april 1986 stelt hij:
Een samengaan van de twee clubs in de gemeente Castricum is ontegenzeggelijk in het belang van de volleybalsport in zijn algemeenheid. De contacten zullen blijven bestaan. Dynamo is er nu nog niet rijp voor, maar misschien over enkele jaren wel.

Het duurt nog meer dan tien jaar voordat een fusie werkelijkheid wordt. Beide verenigingen hebben steeds grotere moeite om leden te behouden en om voldoende vrijwilligers te werven. In juli 1998 wordt een enquête over de fusieplannen onder de leden van beide verenigingen gehouden. De leden reageren hier positief op. Bij Dynamo is zelfs 80 procent voor de fusie. Na deze positieve uitslag wordt er een fusiecommissie in het leven geroepen, waarvan Ton Kenter voorzitter is.

Voorzitter Arjen Pauzenga (links) overhandigt het jeugdplan aan jeugdvoorzitter Rein Luijckx.
Voorzitter Arjen Pauzenga (links) overhandigt het jeugdplan aan jeugdvoorzitter Rein Luijckx.

Arjen Pauzenga zit namens The Smash in de fusiecommissie en vertelt dat het er tot het laatste moment om hing of de fusie door zou gaan.


Jaarboek 39, pagina 41

Ook Ton Kenter beaamt dit. In een gezamenlijke ledenvergadering in 1999 zou het besluit genomen worden.
Er was een ontzettend grote opkomst en het was tot het laatste moment spannend of alle leden akkoord gingen. Gelukkig was dit het geval!”, aldus Pauzenga.

Kenter denkt dat de voorspoedige fusie te maken heeft met de grondige voorbereidingen van de fusiecommissie: “In ieder stadium zijn de leden op de hoogte gehouden door middel van een fusiekrant. In de commissie werden we het over alle aspecten eens, waardoor er voor niemand verrassingen waren. Een goede basis was dat beide clubs op dat moment financieel gezond waren. De contributies verschilden niet veel. We hadden gekozen om voor alle secties de middenweg te nemen, waardoor de verhogingen of verlagingen tot enkele guldens beperkt werden. Ter compensatie van verhogingen waren de trainingstijden uitgebreid.”

Er werd voor gekozen om de teamsamenstellingen niet te wijzigen in de eerste jaren. “We wilden iedereen de gelegenheid geven om te wennen aan de nieuwe situatie. Er was tijd nodig om elkaar te leren kennen en sommige teamleden speelden al zo lang samen in een team. Het zou te rigoureus zijn om die teams uit elkaar te trekken”, aldus Kenter.

De fusievereniging is een feit op 1 juli 1999 en Herman Bouwhuis is de eerste voorzitter. Maar hoe komen de volleyballers nu aan de naam Croonenburg? Het blijkt dat ze deze naam te danken hebben aan Arjen Pauzenga: “We hadden een wedstrijd uitgeschreven, maar hier kwam geen goede naam uit voort. Alleen maar van die slappe of flauwe namen. In het zaaltje waar we op een gegeven moment aan het vergaderen waren, hing een kalender met daarop slot Croonenburg. En toen riep ik: Is dat geen leuke naam?”

Een leuk detail is dat Oud-Castricum aan deze kalender heeft meegewerkt.

De A-jongens van Croonenburg werden derde van Nederland in 2012.
De A-jongens van Croonenburg werden derde van Nederland in 2012. Van links naar rechts Tim Schoon, Thijs Liefting, Robin Molenaars, Auke Pauzenga, Tobias van der Stelt, Jannes van der Ham, Elmar Hoberg, Bas Oudejans en Arjen Pauzenga (coach).

De eerste jaren van VV Croonenburg

Het behouden van leden blijkt echter ook voor de nieuwe vereniging een probleem. De eerste jaren van de fusie gaat het dan ook niet veel beter. In 2005 staan Arjen Pauzenga en Rein Luijckx op: “We moeten er iets van maken, anders verpietert de boel!”

Pauzenga en Luijckx zetten zich daarom in om nieuwe jeugdleden te werven. Bij voldoende jeugdleden zou de vereniging namelijk vanzelf gezond blijven, omdat zij weer doorstromen naar de hogere teams als ze ouder worden. In 2006 wordt een jeugdplan gepresenteerd. De ambitie is het bereiken van honderd jeugdleden en dat wordt ook gehaald.

Pauzenga: “We gingen duidelijker communiceren dat we goede trainers hebben en echt kwaliteit kunnen bieden. En we gaven bijvoorbeeld clinics op basisscholen. De vereniging leefde echt weer helemaal op. Je merkte bijvoorbeeld ook dat oud-eredivisiespelers weer clinics gingen geven en zowel de jongens als de meisjes deden mee aan het Nederlands kampioenschap voor clubteamsDe jongens en meisjes van de A-jeugd werden in 2012 respectievelijk derde en vijfde van Nederland en dat is toch een mooi resultaat te noemen!


Jaarboek 39, pagina 42

Luijckx vult hem aan: “Deze twee jeugdteams vormden de basis voor de eerste teams. Het eerste herenteam van Croonenburg heeft derde divisie gespeeld en het eerste damesteam kwam tot het seizoen 2015-2016 uit in de tweede divisie. Beide teams spelen nu in de promotieklasse. Bijna alle spelers komen uit de eigen jeugd voort, wat het succes van het jeugdplan bevestigt.”

In februari van dit jaar verwelkomt Croonenburg haar 200e lid. De gelukkig is Jan Verberne die een bloemetje ontvangt uit handen van voorzitter Rein Luijckx.
In februari van dit jaar verwelkomt Croonenburg haar 200e lid. De gelukkig is Jan Verberne die een bloemetje ontvangt uit handen van voorzitter Rein Luijckx.

In februari 2016 wordt het 200e lid van Croonenburg hartelijk begroet. Penningmeester Ed Kuhlman is daar volgens het Nieuwsblad voor Castricum van 24 februari jongstleden erg blij mee: “Ik ben sinds september vorig jaar penningmeester en ik zie dat we in het afgelopen jaar al meer dan 40 nieuwe aanmeldingen hebben gehad. De trend zet zich ook in 2016 door. Op naar de 250!”

Ereleden en erevoorzitters

De nieuwe volleybalvereniging heeft de ereleden en erevoorzitter van The Smash overgenomen. Dynamo kende deze titels niet. Hans Boske en Arjen Pauzenga werden door Croonenburg benoemd.

Bill Super
Bill Super

Ereleden:

  • Bill Super
  • Jan Borst
  • Hans Boske
  • Cas Bottemanne
  • Jan Metselaar
  • Andries Terpstra
  • Dorine Uljee

Erevoorzitters:

  • Cock Hageman
  • Arjen Pauzenga

Jaarboek 39, pagina 43

Nieuwe projecten

De club blijft op zoek naar nieuwe projecten. Zo heeft het bestuur zich ingezet voor het realiseren van een beach-volleybalveld in Castricum.

We zijn zelf op zoek gegaan naar een locatie en ontdekten een groenstrook bij AVC (Atletiekvereniging Castricum). De gemeente was eerst enthousiast, maar ging daarna toch moeilijk doen. Uiteindelijk is het toch gelukt. We hebben echt letterlijk alles zelf gedaan, zelfs het zagen en schroeven van de palen. En zonder een cent subsidie!”, aldus een trotse Pauzenga.

Rein Luijckx, die voorzitter Arjen Pauzenga in oktober 2015 opvolgde, vertelt dat het beachvolleybaltoernooi de functie van het vroegere Pinkstertoernooi heeft overgenomen: “De cultuur van buitentoernooien afgaan bestaat niet echt meer, maar beachvolleybal is ontzettend populair geworden. We vinden het belangrijk dat mensen het hele jaar door kunnen volleyballen. Als de zomerstop eind april begint, dan kan men na de meivakantie beginnen met beachvolleybal. Van de zaal naar het zand, noemen we het.

Aan het Bakkum Beachvolleybaltoernooi kunnen zowel recreanten als competitiespelende teams meedoen. Dit jaar werd het evenement voor de 25e keer gehouden, wat gevierd werd met een reünie.

Het beachvolleybaltoernooi werd in 2016 voor de 25e keer gehouden.
Het beachvolleybaltoernooi werd in 2016 voor de 25e keer gehouden.

Naast het beachvolleybaltoernooi organiseerde Croonenburg een aantal jaren het GFT-toernooi. Luijckx zegt daarover:
“Dit was echt een toernooi voor Castricum. We deelden het dorp in op basis van de inzamelingswijken. Vandaar dus de naam GFT. In eerste instantie hadden we de grootste ambities en zagen we helemaal voor ons hoe er meerdere voorrondes gespeeld werden in de diverse wijken. Zo’n succes werd het niet, maar we hebben een hoop lol gehad. We speelden op de grasveldjes bij de Vondellaan en Arjan Lute was zogenaamd de grasmeester. Frank Boske schreef stukjes voor de lokale kranten, waarin hij stelde dat Arjan ook gevraagd was grasmeester te worden in de Arena. Je zag dan een foto van Arjan met een loep bij het gras. Ook hebben we een brief gestuurd naar de NOC*NSF om te vragen of de Olympische Spelen van Sydney (in 2000) niet verplaatst konden worden, omdat ze op dezelfde dag vielen als het GFT-toernooi …”

Nijntje Beweegdiploma kun je halen bij Croonenburg.
Nijntje Beweegdiploma kun je halen bij Croonenburg.

Ook op dit moment (in 2016) is Croonenburg nog druk bezig met vernieuwen. Ze zijn dit jaar begonnen met ‘Funvolley’. Dat is volleybal voor 2 tot 6-jarigen die het Nijntje Beweegdiploma behalen na het volgen van het Funvolley beweegprogramma. Een uniek programma, want Croonenburg is de eerste volleybalvereniging die dit diploma aanbiedt.

Daarnaast is de club druk bezig om zich meer te richten op recreatievolleybal in samenwerking met andere partijen. Zo is de club een project gestart met GGZ-instelling Dijk en Duin. Cliënten van deze instelling spelen samen met de volleyballers van Croonenburg. De cliënten van Dijk en Duin ervaren op deze manier minder drempels om door te stromen naar een reguliere sportvereniging als Croonenburg en de volleyballers van Croonenburg hebben zo de mogelijkheid om een uurtje extra te trainen.

Slotwoord

De volleybalsport kent een bewogen geschiedenis in Castricum, maar heeft door de oprichting van Croonenburg een stabiele basis gevonden. De fusievereniging blijft zich continu ontwikkelen en vernieuwen. Men zal in de toekomst dus nog genoeg gaan horen van deze actieve volleybalclub.

Laurette Levi
Hans Boot

Bronnen:

  • Archiefmateriaal volleybalverenigingen;
  • Archief Werkgroep Oud-Castricum;
  • Diverse regionale kranten.

Met dank aan:
 Frank Bruggeling, Cock HagemanTon Kenter, Jenny van der Kuil-Turkstra, Rein Luijckx, Jan Metselaar, Peter Over, Arjen Pauzenga, Marijke Renooij-van ’t Loo, Lia de Ruyter, Jan Karel Smit, Hans van Weenen, Dik Wokke, Klaas Wokke en Joke Zuur.