20 september 2022

Karthuizerklooster, laatmiddeleeuwse bezittingen (Jaarboek 34 2011 pg 10-16)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 34, pagina 10

Laatmiddeleeuwse bezittingen van het Karthuizerklooster in Bakkum en Castricum

Het Karthuizerklooster door een anoniem tekenaar.
Het Karthuizerklooster door een anoniem tekenaar
(Collectie Koninklijk Oudheidkundig Genootschap, atlas J. van Eck).

Het Karthuizerklooster heeft van 1393 tot 1597 bij Amsterdam gestaan en in die periode een aantal stukken land in Bakkum en Castricum verworven. De reformatie en de beeldenstorm betekenen ook de ondergang van het Karthuizerklooster. De vele bezittingen worden vervolgens door het Amsterdamse stadsbestuur toegewezen aan het Burgerweeshuis te Amsterdam. In 1810 heeft het Burgerweeshuis het oorspronkelijke bezit van de Karthuizers verkocht aan verschillende Castricummers.

De veldnamen, die in de late middeleeuwen voor die landerijen werden gebruikt, blijken vijfhonderd jaar later nog steeds voor die stukken land te worden gebezigd. Doordat de oorkonden over het bezit van het Karthuizerklooster bewaard zijn gebleven en inmiddels zijn ontcijferd en gepubliceerd, is ook het bezit van percelen land in Bakkum en Castricum bekend geworden. Dit grondbezit dateert uit een periode dat er over percelen land en veldnamen in onze dorpen nauwelijks iets beschreven staat en dit unieke karakter is voldoende reden om daaraan aandacht te schenken.

Het vierkante kloostercomplex was gelegen buiten de stadsmuren en van de buitenwereld afgeschermd door muren en sloten. Het complex werd omgeven door uitgestrekte landerijen. De plaats is nu te vinden in de Jordaan bij de Karthuizerstraat.
Het vierkante kloostercomplex was gelegen buiten de stadsmuren en van de buitenwereld afgeschermd door muren en sloten. Het complex werd omgeven door uitgestrekte landerijen. De plaats is nu te vinden in de Jordaan bij de Karthuizerstraat.

De stichting van het Karthuizerklooster in 1392

Amsterdam heeft bijna twee eeuwen lang, van 1392 tot 1578, een groep kloosterlingen geherbergd, die de strenge Karthuizer-regel hebben nageleefd in hun convent St.-Andries-ter-Zaliger-haven. Dit Karthuizerklooster wordt gesticht in 1392 en behoort tot de vroegste Amsterdamse kloosters. In Nederland zijn in de 14e-15e eeuw in totaal negen Karthuizerkloosters gesticht.

De Karthuizerorde is aan het einde van de elfde eeuw ontstaan als een afsplitsing van de Benedictijnen. Het eerste klooster wordt door Bruno van Keulen gesticht in La Chartreuse, aan welke plaats de orde haar naam ontleent.

Pas in de veertiende eeuw heeft de orde zich verspreid buiten Frankrijk. De orde onderscheidt zich van de meeste andere orden door haar sterk contemplatieve en introverte karakter. De Karthuizers leven niet gezamenlijk, maar leiden in aparte cellen of kluizen afgezonderd van elkaar een kluizenaarsbestaan. Men ziet elkaar alleen bij de collectieve gebeden en bij de gemeenschappelijke maaltijd op zon- en feestdagen. Een ander onderdeel van het Karthuizerleven is het vasten, waarbij een absoluut vleesverbod geldt.

Einde van het klooster in 1579

Het Amsterdamse klooster kent zijn grootste bloei in de eerste helft van de vijftiende eeuw en telt dan rond de dertig kloosterlingen. In de loop van de vijftiende eeuw raakt de orde over haar hoogtepunt heen en heeft het grootste deel van


Jaarboek 34, pagina 11

haar aantrekkingskracht op de bevolking verloren, wanneer rond 1520 de Reformatie dit deel van ons land bereikt.

Het klooster wordt ten tijde van de Beeldenstorm in 1566 geplunderd; dit herhaalt zich een jaar later door een radicale groepering mennonieten (doopsgezinden).

In 1572 verwoesten de watergeuzen onder Lumey een deel van het klooster en in 1577 worden de gebouwen bezet door de geuzen onder Sonoy.

Na het afzetten van de katholieke stadsregering van Amsterdam wordt in 1579 het klooster definitief opgeheven; zijn bezittingen worden geconfisqueerd en toegewezen aan het Burgerweeshuis. In de gebouwen van het Burgerweeshuis aan de Kalverstraat is sinds 1975 het Amsterdams Historisch Museum gevestigd.

Gezicht op de overblijfselen van het Karthuizerklooster Sint-Andries-ter-Zaliger-Haven. Van links naar rechts is zichtbaar de westelijke buitenmuur van het voormalige kloosterhof, twee tegen de buitenkant van de muur gebouwde kloostercellen, de zeskantige rosmolen van het klooster en een kaapstander aan het water. De tekening is van Claes Jansz. Visscher uit 1607/08 (Stadsarchief Amsterdam).
Gezicht op de overblijfselen van het Karthuizerklooster Sint-Andries-ter-Zaliger-Haven. Van links naar rechts is zichtbaar de westelijke buitenmuur van het voormalige kloosterhof, twee tegen de buitenkant van de muur gebouwde kloostercellen, de zeskantige rosmolen van het klooster en een kaapstander aan het water. De tekening is van Claes Jansz. Visscher uit 1607-1608 (Stadsarchief Amsterdam).

De bezittingen van het Karthuizerklooster

Het klooster ‘St.-Andries-ter-Zaliger-Haven’ is met afstand het rijkste klooster van de stad Amsterdam. Ingetreden kloosterlingen laten door overdracht van al hun goederen, of door het afstaan van hun toekomstige nalatenschap aan het klooster, het vermogen toenemen.

Ook door anderen wordt het klooster rijkelijk met schenkingen begunstigd. Dit grote vermogen maakt het mogelijk om vele percelen land in de loop der jaren aan te kopen, waardoor een buitengewoon groot bezit aan goederen wordt verworven.

Het klooster is bijzonder goed gedocumenteerd: in het kloostercartularium (register) zijn vele honderden oorkonden opgenomen, die voor het beheer van het kloostergoed van groot belang zijn. De oorkonde dient als schriftelijk bewijsstuk voor het bezit van de daarin genoemde onroerende goederen. De schat aan oorkonden is bewaard gebleven in het archief van het Burgerweeshuis.

Deze laatmiddeleeuwse bronnen zijn inmiddels ontcijferd en gepubliceerd in het ‘Oorkondenboek van het Karthuizerklooster St.-Andries-ter-Zaliger-Haven bij Amsterdam’.

Het oorkondenboek

Aan het oorkondenboek is door de samenstellers negen jaar gewerkt (1987-1997) en het bevat 764 oorkonden. Het boek is van groot belang voor de bestudering van de late middeleeuwen rond Amsterdam; het beschrijft het goederenbezit van de Karthuizers.

Vooral waar het kleinere dorpen en ambachten betreft, hebben we relatief vroege bewijsstukken van percelen met veldnamen, veelal de naam van de verkopende eigenaar, van de eigenaren van de belendende percelen en eventueel van een aangrenzende weg. De aankoop van grond in een bepaalde plaats geschiedt voor het gerecht van de betreffende banne (later gemeente genoemd).

Dit gerecht wordt gevormd door de schout en enkele schepenen. De oorkonden zijn veelal opgesteld in notarisachtige teksten om rechtsgeldig te laten zijn en worden vaak met een bruin waszegel door de schout bezegeld.

Van de 764 oorkonden betreffen er drie de aankoop door de Karthuizers van grond te Bakkum en zes van grond te Castricum. Bakkum en Castricum waren voor 1812 nog afzonderlijke bannen met elk zijn eigen bestuur en plaatselijk gerecht.

Kaartje van omstreeks 1594 met bezittingen van het Burgerweeshuis. Hierop is het Weezenkroftje ingetekend ten noorden van de Bleumerweg en grenzend aan de Heereweg. Het kaartje is getekend door Pieter Bruin en laat Zuid-Bakkum zien met onder andere de Cunerakapel aan de Heereweg op de hoek met de Achterlaan (Archief Burgerweeshuis, Stadsarchief Amsterdam).
Kaartje van omstreeks 1594 met bezittingen van het Burgerweeshuis. Hierop is het Weezenkroftje ingetekend ten noorden van de Bleumerweg en grenzend aan de Heereweg. Het kaartje is getekend door Pieter Bruin en laat Zuid-Bakkum zien met onder andere de Cunerakapel aan de Heereweg op de hoek met de Achterlaan (Archief Burgerweeshuis, Stadsarchief Amsterdam).

Grondaankopen

In dit artikel worden de grondaankopen in Bakkum en Castricum per dorp in chronologische volgorde behandeld. Ook worden enkele aankopen behandeld die zijn gepasseerd voor de schout van Limmen (vier oorkonden). Het betreft percelen land, gelegen in de banne van Limmen bij de grens met Bakkum in de omgeving van de Zanddijk.

Kaartje uit 1879 met daarin aangegeven het perceel ‘Rijn’, langs de grens met Bakkum aan de kant van Limmen.
Kaartje uit 1879 met daarin aangegeven het perceel ‘Rijn’, langs de grens met Bakkum aan de kant van Limmen.

In Bakkum:

1473 (mei 24), oorkonde nummer 534
De schout van Bakkum, Gerijt Soyersz., oorkondt dat IJsbrand Steffensz. ten overstaan van de schepenen van Bakkum 10 gers hooiland, genaamd Rijm, overgedragen heeft aan Willem van Berckenrode, om het daarna van hem in erfpacht te nemen.

Als volgt worden de belendene percelen beschreven: “een stuck hoijlants, groot wesende omtrent thien geerssen ende is geheten Rijm, gelegen in den ban van Backom voors., dair lenden of zijn an de noortzijden Pieter Claes Alitten weduwe mit hoeren kinderen, an die oostzijde Dirick Heinricxz. ende an die westzijde Meijs Bartsz.”

De veldnaam ‘Rijm’ wordt na 1800 in notariële akten vermeld als ‘Rijn’. Volgens een boedelscheiding in 1842


Jaarboek 34, pagina 12

blijkt dit perceel te liggen aan de grens van Bakkum en Limmen, binnen de gemeente Limmen (sectie C, nummer 390). Het perceel ligt ongeveer 350 meter ten oosten van het einde van de huidige Bleumerweg.

Kaart uit 1822 met daarop aangegeven het Weezenkroftje.
Kaart uit 1822 met daarop aangegeven het Weezenkroftje.

1481 (november 4), oorkonde nummer 561
De schout van Bakkum, Willem Tyelmanszoon, oorkondt dat lJsbrand Steffensz. ten overstaan van schepenen van Bakkum 2,5 gers land verkocht heeft aan Willem van Berckenrode, om het daarna van hem in pacht te nemen (een gers is gelijk aan 1/3 morgen=0,32 hectare).

In 1473 verkocht IJsbrand ook al aan Willem van Berckenrode.
Belendende percelen zijn van Symon Geerijtszoon in het zuiden, van Geerijt Willem in het oosten, van Jacob Aerntsz. in het noorden; de Heereweg ligt aan de westzijde. Als buren van IJsbrand worden genoemd Willem Diricxzoon ende Gheerijt Willem Florijszoon.

Het land wordt gepacht voor een Engelse nobel per jaar. De nobel was van oorsprong een Engelse gouden munt, die voor het eerst werd geslagen in de 14e eeuw onder Koning Eduard III. Deze munt werd vanaf 1388 ook in de Nederlandse gewesten geslagen en is tot in de 17e eeuw in gebruik geweest. De waarde was 50 stuivers.

1517 (mei 11), oorkonde nummer 639
De schout van Bakkum, Aerijan van Rijedwijck, oorkondt dat IJsbrand Willemsz. van Rijedwijck ten overstaan van schepenen van Bakkum twee percelen land verkocht heeft aan prior en procurator van het Karthuizerklooster.


Jaarboek 34, pagina 13

IJsbrand woont in Egmond. Het eerste perceel is een weiland genaamd Packenweide. Aan de westzijde ligt land van de prelaat van Egmond, aan de noordzijde van de weduwe van Simon Jansz., aan de oostzijde van Cornelis Gherritsz. en aan de zuidzijde van Cornelis Claesz. van Alcmaer.

Het tweede perceel is omgeven door het land van Aelbert Dijrick Gherijtsz. aan de noordzijde, een boomgaard van Claes Florijsz. aan de oostzijde, het land van de weduwe Hijllegont Mijes Sijmonsz. aan de zuidzijde en in het westen grenzend aan de Heereweg.

Als schepenen en buren van Bakkum worden genoemd Dijrick Pijetersz. Bijl en Michijel Gerrit Willemz.

Dit tweede perceel is het land dat bij de verkoop door het Burgerweeshuis in 1810 bekend stond onder de naam ‘Weezenkroftje’. Het ligt aan de Heereweg (sectie A, nummer 206).

Kaart van de Oosterbuurt van omstreeks 1900 met de ligging van de Weere en de Wolversven.
Kaart van de Oosterbuurt van omstreeks 1900 met de ligging van de Weere en de Wolversven.

In Castricum:

1432 (24 juli), oorkonde nummer 301
Oude Hendrik, heer van Kronenburg en Loenen, ridder, verkoopt de landen Die Weyrn en Wolver Ven te Castricum aan het Karthuizerklooster, waarvoor hij en zijn vrouw Catharina van der Lek vrijwaring beloven.

De Weere ligt ongeveer op de locatie C.F. Smeetslaan, Walingstuin, Duyncroft, Toermalijnschool, (sectie C, nummer 40). De Wolversven ligt nog altijd zichtbaar aan de noordzijde van de Uitgeesterweg. De dijk aan de westzijde is de huidige Kerkedijk, Molendijk. Op de plaats van het rietbos ligt nu het water oost van de Schippersweide. Volgens het kadaster is het gelegen in sectie C en opgesplitst in drie percelen nummers 29 tot en met 31.

Ridder Hendrik de Oude, heer van Kronenburg en Loenen, gehuwd met Catharina van de Leck, was beleend met het huis te Castricum, dat in 1441 voor het eerst in oude akten Kronenburg wordt genoemd.

In 1327 was de ambachtsheerlijkheid Castricum in bezit gekomen van het geslacht Van Polanen en Van de Leck. Op 8 september van dat jaar beleende Willem, graaf van Holland, Jan van Polanen, ‘onzen trouwen knape’, onder andere met het ambacht van Castricum. Het Huis te Castricum wordt in deze grafelijke leenakte niet afzonderlijk genoemd.

De bewoners van dit Huis moeten niet gezocht worden in de kringen van de directe leenmannen van de graven van Holland, maar onder de achterleenmannen, en dat betekende in de veertiende en vijftiende eeuw de leenmannen van het geslacht Van Polanen en Van de Leck.

Kasteel Kronenburg te Utrecht (ets uit 1710 door Jacob Schijnvoet naar een prent van Roeland Roghman).
Kasteel Kronenburg te Utrecht (ets uit 1710 door Jacob Schijnvoet naar een prent van Roeland Roghman).

Uit een akte van 6 mei 1440 blijkt dat Henrick de Oude, heer van Kronenburg en van Loenen te Utrecht, getrouwd met Catharina van de Leck, al zijn land en het huis gelegen te Castricum, dat hij in leen hield van Jan van de Leck, overdroeg aan Jan van de Leck, zijn ‘lieve zwager’.


Jaarboek 34, pagina 14

1432 (24 juli), oorkonde nummer 302
De schout van Castricum, Symon Claesz., oorkondt dat oude Hendrik, heer van Kronenburg en Loenen, ten overstaan van getuigen de landen Die Weyrn en Wolver Ven te Castricum overgedragen heeft aan het Kartuizerklooster.

1466 (5 februari), oorkonde nummer 507
De schout van Castricum, Claes Symonsz., oorkondt dat Wigger Jansz. ten overstaan van getuigen 4 hond land verkocht heeft aan het Karthuizerklooster (een hond is gelijk aan 1/6 morgen= 0,16 hectare).
Het stuk land waar het om gaat wordt als volgt beschreven:

Een stuk land met de halve sloot. Willam en Rembrant (of Rembout) hebben gemeten dat het vier hond lants (ca. 0,64 hectare) is. Belendingen zijn onder andere het land van de zusters van Sint Michiels te Haarlem en aan de noordzijde de Laghe Wech. Interessant is dat er in 1466 in Castricum een Laghe Wech is geweest. Deze naam komt ook voor op de kaart van de Heerlijkheid van Castricum van Rollerus uit 1737.

Kaartje uit 1879 met de Schoenmakerswerf aan de Doodweg.
Kaartje uit 1879 met de Schoenmakerswerf aan de Doodweg.

Bij de verkoop van de bezittingen in 1810 blijkt een perceel weiland ter grootte van circa 1 hectare, geheten de Schoenmakerswerf, tot het bezit te behoren van het Burgerweeshuis. De Schoenmakerswerf ligt aan de Doodweg in sectie B, nummer 520. De Doodweg werd in de 19e eeuw ook Achterweg genoemd. Mogelijk dat eerder de naam Lage weg ook voor dit deel van de weg werd gebruikt.

Kaart uit 1822 met op de hoek Dorpsstraat-Cieweg het Amsterdammerweidje.
Kaart uit 1822 met op de hoek Dorpsstraat-Cieweg het Amsterdammerweidje.

1481 (oktober 19), oorkonde nummer 560
De schout van Castricum, Claes Symonsz, oorkondt dat Dirk Dirksz. ten overstaan van buren een weiland verkocht heeft aan het Karthuizerklooster.

Dirk Dirksz. naam komt ook voor in de oorkonde van 1453. Het verkochte weiland ligt met de noordzijde aan de Cieweg, de oostzijde is land van Rembrant Pouwelszoen en het land aan de westkant is van Katherij Aerntsdochter. De buren heten Dirck Peterszoen en Peter Aerntsz.

Een fragment: “daer lenden van sijn an die noertzijde die Zijwech, an die oestzijde Rembrant Pouwelszoen, aen die westzi Katherij Aerntsdochter.”

Dit perceel wordt bij de verkoop in 1810 genoemd ‘het Amsterdammerweidje’ en ligt langs de Cieweg grenzend aan de Dorpsstraat, (sectie B, nummers 384, 385).

Kaartje uit 1879 met daarin aangegeven Grietje Gerbrandsven.
Kaartje uit 1879 met daarin aangegeven Grietje Gerbrandsven.

1504 (augustus 11), oorkonde nummer 615
De schout van Castricum en Limmen, Jan Claesz., oorkondt dat Pieter Mathijsz. ten overstaan van schepenen van Castricum en schepenen van Limmen weiland verkocht heeft aan het Karthuizerklooster.
Pieter Mathijsz. woont op dat moment in de Nupoert (red: Nieuwpoort? Dat is mogelijk in Alkmaar).

Het gaat om een perceel weiland waarvan 8,5 gers in Castricum ligt en 4 gers in Limmen. Aan de noordkant lag


Jaarboek 34, pagina 15

land van de overleden Willem van Rijdwijck (baljuw van Egmond) en van Aecht Pouwels, aan de oostzijde land van Jan Dircz., aan de zuidzijde land van het Oude Begijnhof te Alkmaar en aan de westkant ligt de Brakersweg.

Dit perceel wordt bij de verkoop door het Burgerweeshuis in 1810 genoemd ‘Griete Gerbrandsven’. Volgens het latere kadaster is het Castricumse perceel gelegen in sectie C, nummer 90 met een grootte van 2,10 hectare; het aangrenzende deel gelegen in Limmen met dezelfde naam heeft een grootte van 1,39 hectare.

Kaartje uit 1879 met daarin aangegeven het perceel ‘De Vernagelde Ven’.
Kaartje uit 1879 met daarin aangegeven het perceel ‘De Vernagelde Ven’.

1520 (juli 14), oorkonde nummer 647
De schout van Castricum, Jan Claesz., oorkondt dat Jacob Gijsbertsz. ten overstaan van schepenen van Castricum de helft van het weiland ‘die Vernagelden Vennen’ verkocht heeft aan het Karthuizerklooster.
Jacob verkoopt het halve weiland. Aan de noordzijde van het hele weiland ligt de Lijmmer Weijst made, aan de oostzijde het land van Cornelis Sijmon Woutersz., aan de zuidzijde land van Dijrijck Claesz. uit de Koog en aan het westeinde ligt land van de Regulieren uit Beverwijk. Regulieren zijn leden van een kloosterorde.
Betrokken als getuigen zijn de buren en schepenen Aelbert Jansz. en Pieter Willemsz.

Een fragment uit de oorkondetekst luidt: “die gherechte helliffte van een weijde lants gheheeten die Vernagelden Vennen, ghelegen bijnnen den banne van Castrijcom” Naamsverklaring van De Vernagelde Ven: Vernagelen, vernachelen, vernaggelen betekent in het Middelnederlands beetnemen of verneuken.

In Limmen:

1429 (25 april), oorkonde nummer 276
De schout van Limmen, Wouter Baertsz., oorkondt dat Bartholomeus, Klaas en Reinier Laurensz. ten overstaan van drie getuigen het land ‘Die Hemme’ aan de noordzijde van de Zanddijk verkocht hebben aan Aris Pietersz.

Deze oorkonde is interessant vanwege de nog steeds bekende veldnaam ‘De Hem’. De eigenaren van de belendende percelen zijn ten westen de abt van Egmond, ten oosten Gherut Woutersz. en ten noorden Martijn Walichsz.

1453 (6 maart), oorkonde nummer 424
Schepenen van Amsterdam oorkonden dat Dirk Dirksz. zijn helft van het land dat hij gemeenschappelijk met Margriet van Yperen bezit aan de Zanddijk te Limmen, verkoopt aan Catharina, weduwe van Tiemen de zeepzieder. Het belendende perceel ten westen is eigendom van de abt van Egmond en ten oosten van Stephaen Aerntsz. De veldnaam van het verkochte perceel wordt helaas niet vermeld.

Kaartje uit 1879 met de omgeving van de Zanddijk met De Hemme.
Kaartje uit 1879 met de omgeving van de Zanddijk met De Hemme.

1475 (december 26), oorkonde nummer 543
Schepenen van Haarlem oorkonden dat Elisabeth Andriesdr. van Yperen haar helft van het land aan de Zanddijk te Limmen dat zij gemeenschappelijk met het Karthuizerklooster bezit, overdraagt aan haar zuster Margriet. In 1453 komen we ook al Margriet van Yperen tegen.

De Zanddijk.
De Zanddijk, een van de dijken langs Bakkum. Hij Loopt vanaf de Westerweg in Limmen naar Bakkum-Noord. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

1476 (januari 6), oorkonde nummer 544
De schout van Limmen, Jacop Jansz, oorkondt dat Marietje van Yperen ten overstaan van schepenen van Limmen haar helft van het weiland aan de Zanddijk dat zij gemeenschappelijk met het Karthuizerklooster bezit, verkocht heeft aan het klooster.

Marietje heeft een voogd genaamd Steffen Aernts. Het land aan de west- en noordzijde behoort toe aan de abt van Egmond en het oosteinde aan Jan Dircsz. tAlcmair. De zuidzijde grenst aan de Zanddijk.

Einde aan het bezit van het Burgerweeshuis

Na de opheffing van het Karthuizerklooster in 1579 komen alle goederen in bezit van het Burgerweeshuis van Amsterdam. De weilanden in Bakkum en Castricum worden verpacht. In het archief van het Burgerweeshuis vinden we nog de jaarrekeningen, waarin de huurinkomsten van de verschillende landerijen te Castricum zijn geadministreerd. Daarin staan ook de uitgaven van het Burgerweeshuis aan verschillende plaatselijke grondbelastingen,


Jaarboek 34, pagina 16

zoals molengeld, paalgeld en pachtgarst. In een van de oudst bewaard gebleven jaarrekeningen vinden we Claas Lourisz. Stuifbergen als huurder van een stuk land van het Burgerweeshuis voor een periode van vijf jaar (1708-1713). Deze Claas is de stamvader van de Castricumse familie Stuifbergen (zie 9e jaarboek, 1986). De opvolgende huurder in 1713 is zijn zoon Cornelis Claasz. Stuifbergen.

Kaartje van omstreeks 1594 met bezittingen van het Burgerweeshuis te Castricum.
Hierop zijn ingetekend, linksboven de Schoenmakerswerf; rechts, van boven naar beneden: het Amsterdammerweidje, de Weere en de Wolversven. Het kaartje is getekend door Pieter Bruin en laat Castricum zien met de oude dorpskerk en kasteel Cronenburg. In de omgeving van de later zo geheten boerderij ‘Albert’s Hoeve staat een watermolen (Archief Burgerweeshuis, Stadsarchief Amsterdam).
Kaartje van omstreeks 1594 met bezittingen van het Burgerweeshuis te Castricum. Hierop zijn ingetekend, linksboven de Schoenmakerswerf; rechts, van boven naar beneden: het Amsterdammerweidje, de Weere en de Wolversven. Het kaartje is getekend door Pieter Bruin en laat Castricum zien met de oude dorpskerk en kasteel Cronenburg. In de omgeving van de later zo geheten boerderij Albert’s Hoeve staat een watermolen (Archief Burgerweeshuis, Stadsarchief Amsterdam).

Eeuwenlang zijn de in dit artikel genoemde percelen in bezit gebleven van het Burgerweeshuis. Pas in de negentiende eeuw, op 5 maart 1810, wordt een aantal percelen te Bakkum en Castricum verkocht door Jacob Laarman, als gemachtigde van de regenten van het Burgerweeshuis van Amsterdam.

Voor de Schepenen van Bakkum, Simon Duinmeijer en Arie Admiraal, wordt slechts een perceel verkocht. Het betreft een stukje zaadland, genaamd ‘Het Weezenkroftje’, groot 450 roeden en belend ten noorden Pieter Krijter en ten westen de Heereweg, dat wordt verkocht aan Anna Jacoba Isabella Weldijk, wonende in Gouda. Uit de registers van het kadaster blijkt dit perceel te liggen in sectie A, nummer 206 (zie aankoop in 1517). Nog onduidelijk is wanneer de overige percelen in Bakkum werden verkocht.

De percelen gelegen in Castricum worden verkocht door het Burgerweeshuis en gepasseerd voor de Schepenen van Castricum: Jan Glorie en Albert Maartensz. Knaap.

Het betreft voor het merendeel de percelen die door het Karthuizerklooster in de late middeleeuwen zijn verworven. Hierop zijn enkele uitzonderingen. Zo wordt in 1810 een akker of stukje bosland verkocht ter grootte van 155 roeden (0,18 hectare), genaamd ‘Bloemweer’, gelegen aan de noordzijde van de Kramersweg (kadastrale sectie B, nummer 356). Dit perceel kunnen we niet terugvoeren tot de percelen die zijn aangekocht door het Karthuizerklooster.

Dat geldt ook voor het perceel dat door het Burgerweeshuis in 1810 wordt verkocht aan Dirk Nanne. Het betreft een stuk weiland genaamd ‘Vier akkers van Pieter Schuijt’, ter grootte van circa 1 hectare, belend de ‘Heerenweg’ ten westen en de watering ten noorden. Ditzelfde perceel wordt door de 70-jarige Dirk Nanne aan een van zijn zoons verkocht als een perceel bouwland genaamd ‘Bij de halve Appel’, kadastrale sectie B, nummer 252. Dit perceel ligt ten noorden van de Ruiterweg-Vinkebaan, ongeveer ter hoogte van de spoorlijn.

Het perceel weiland ‘De vernagelde Ven’ gelegen aan de Koogdijk te Castricum, dat in 1520 door de Karthuizers werd gekocht, wordt niet verkocht in 1810 door het Burgerweeshuis. Dit kan betekenen dat het perceel bij een andere gelegenheid is verkocht. In ieder geval was Cornelis Engelsz. Schrama eigenaar in 1826, want in dat jaar verkoopt hij ‘De Vernagelde Ven’ aan aannemer-metselaar Fulps Ranke.

Opmerkelijk is wel dat de veldnamen die in de late middeleeuwen bij de aankoop worden genoemd, nog tot in de vorige eeuw zijn gebruikt.

Rino Zonneveld
Simon Zuurbier

Bronnen:

  • Archief Burgerweeshuis, Stadsarchief Amsterdam;
  • Bessem, R., Oorkondenboek van het Karthuizerklooster St.-Andries-ter-Zaliger-Haven bij Amsterdam (1352) 1392-1579 (1583), Amsterdam 1997;
  • Melker, B.R. de, Structuur en genese van het Liber Benefactorum van het Kartuizerklooster bij Amsterdam, Jaarboek Amstelodamum 81 (1989);
  • Regionaal Archief Alkmaar, Oud-Rechtelijke en Notariële Archieven Castricum;
  • Vink, Ester, Het Huis Kronenburg in Castricum, Rapport in opdracht van de Werkgroep Oud-Castricum, Amsterdam 2003.

19 oktober 2020

De sectie C – kadaster (Jaarboek 09 1986 pg 12-15)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 9, pagina 12

De Sectie C van Castricum

Het polderlandschap rond Castricum met duinen op de achtergrond.
Het polderlandschap rond Castricum met duinen op de achtergrond. Collectie Werkgroep Oud-Castricum. Toegevoegd. Collectie Werkgroep Oud-Castricum. Toegevoegd.

Inleiding

In de voorgaande artikelen is vooral het ontstaan van het zuid-oostelijke poldergebied van Castricum besproken. De eerste menselijke ingrepen in dit landschap was de aanleg van dijken en de bouw van eenvoudige boerenhoeven. Het polderlandschap werd middels kavelsloten opgedeeld in verschillende percelen, die in de loop der eeuwen elk een naam hebben gekregen. Deze ‘veldnamen’ werden gebruikt in de dagelijkse omgang, maar werden ook bij de verkoop van percelen door Schout en Schepenen in de oude akten vermeld, inclusief de namen van de eigenaren van de belendende percelen om de plaats van het verkochte land nader aan te duiden.
Enige perceelsregistratie bestond nog niet; pas na de oprichting van het Kadaster werd nauwkeurig bijgehouden de grootte, de ligging, de aard en de eigenaar van elk perceel. In 1830 waren voor geheel Castricum voor de eerste keer deze gegevens beschikbaar en opgenomen in de zogeheten oorspronkelijk aanwijzende tafel van het Kadaster.

Castricum was voor het Kadaster opgedeeld in vier secties met de namen: Bakkum (sectie A), Castricum (sectie B), Heemstede en Cronenburg (sectie C) en de Brabantsche Landbouw (sectie D). Op de afbeelding bij het voorwoord is deze sectie-indeling nader aangegeven.

Het hoofdthema van dit jaarboekje is gewijd aan het gebied dat is gelegen in sectie C en door het kadaster ,,Heemstede en Cronenburg” werd genoemd. In dit artikel wordt nader ingegaan op de oorspronkelijke veldnamen, de inrichting van dit gebied in 1830 en de veranderingen tot heden.

De situatie in 1830

Sectie C wordt omsloten ten noorden door de Alkmaarsestraatweg (tracé van voor 1970) tot Limmen, ten oosten en zuiden door de gemeentegrenzen van Limmen, Uitgeest en Heemskerk en ten westen door de Cieweg en de Heemstederweg.
in 1830 is sectie C in zijn geheel ruim 488 hectare groot en telt 264 perceelsnummers. Het aantal huizen in deze sectie is zeer gering; er staan drie huizen en een schuur op de hoek van de Cieweg en langs de Dorpsstraat; hier wonen achtereenvolgens de schilder, tevens ontvanger van de belastingen Wouter de Bie, de schulpenvisser Jacob Jansz. Kuijs met echtgenote (bij hen woonde de nog ongehuwde heelmeester/chirurgijn Bernardus Res uit Zaandam) en de dagloner (arbeider) Cornelis Duinmeijer met gezin.
Verder vinden we in sectie C het molenhuisje op de hoek van de Bogaardsdijk en de Alkmaarsestraatweg, waarin Willem IJpelaan met zijn gezin woont, de boerderij van Albert Asjes (de grootvader van de ons bekende Albert Asjes), de boerderij Kronenburg met het gezin van Pieter Muijs en nog 2 boerderijen op Heemstede met het gezin van Pieter Schipper (nu De Groene Klaver) en van Albert Lans (boerderij Heemstede aan de Korendijk). Tenslotte staat er nog een gebouwtje bij de eendenkooi, zodat het totaal aantal „gebouwen” in sectie C tien bedraagt.

Een luchtfoto van het Castricumse polderland uit 1958.
afb. 1 Een luchtfoto van het Castricumse polderland uit 1958.

Als we het grondgebied van deze sectie bekijken dan is verreweg het overgrote deel (95 procent) in gebruik als weiland (466 hectare); het resterende grondgebied van 22 hectare is in gebruik als volgt: water (vijvers en poldersloten) 6,9 hectare, bouwland 6,8 hectare, wegen 3,2 hectare, dijken 2,9 hectare, eendenkooi 0,9 hectare, de huizen en boerderijen met erven 0,9 hectare en tuin, boomgaard en bos 0,7 hectare.
Het bezit van de gronden in sectie C is voor ca. 25 procent in eigendom van personen en instellingen van buiten Castricum; driekwart deel is dus van de Castricummers. De tien eigenaren met het grootste grondbezit in sectie C zijn: de Rooms Katholieke Kerk (33,6 hectare), Jan Fransz Brakenhoff (30,6 hectare), Fulps Ranke (28,8 hectare), Pieter Muijs (27,0 hectare), Jacob Kuijs (18,3 hectare), Albert Asjes (17,0 hectare), Joachim Nuhout van der Veen (16,3 hectare), Pieter Schipper (15,9 hectare), Hendrik Beugeling (15,3 hectare) en Klaas Glorie (14,5 hectare).

De veldnamen

Zoals reeds in de inleiding is genoemd was voor de invoering van het kadaster in 1830 de veldnaam en de belendingen de enige mogelijkheid om een perceel aan te duiden. Na 1830 moet in officiële documenten, hypotheekregisters en testamenten het kadastrale nummer en de kadastrale sectie worden gebruikt en verdwijnen geleidelijk de veldnamen in officiële stukken, in het mondelinge verkeer echter wordt tot op de dag van heden nog een aantal veldnamen gebruikt.
Om de veldnamen van de percelen in sectie C te achterhalen is de oudste akte van eigendomsoverdracht in de archieven opgespoord, die van elk perceel na 1830 heeft plaats gevonden. Vervolgens is nagegaan op welke datum (veelal voor 1830) en voor welke notaris of voor Schout of Schepenen de verkoper eerder in het bezit was gekomen en tenslotte zijn de veldnamen uit de betreffende akten genoteerd. Op deze wijze zijn van de meeste percelen de veldnamen bekend geworden, zoals ze in de vorige eeuw werden gebruikt, (zie pagina 15).
Op de afgebeelde detailkaart zijn de kadastrale perceelsnummers aangegeven. Afgezien van de bouw van de rooms-katholieke kerk, de nabij gelegen scholen en enkele huizen aan de Dorpsstraat, de aanleg van de spoorlijn en van de provincialeweg Limmen-Uitgeest, geeft deze kaart uit 1964 nagenoeg de situatie weer uit 1830 (zie afbeelding 2 op pagina 14).

De veranderingen tot heden

In het voorgaande is de situatie geschetst rond 1830. Volgen we de veranderingen van het grondgebied van sectie C dan zijn de grote veranderingen pas van de laatste 20 jaar. Vanaf 1830 tot 1858 worden enkele huisjes bijgebouwd aan de Dorpsstraat. De bouw van de nieuwe rooms-katholieke kerk in 1858 aan de Dorpsstraat dan nog te midden van de weilanden, gaf aan het dorpscentrum van toen een flinke uitbreiding in oostelijke richting.

Tekening van de Pancratius Kerk, pastorie en zusterhuis.
Tekening van de Pancratius Kerk, pastorie en zusterhuis, Dorpsstraat 111-113-115 in Castricum rond 1910. Collectie Werkgroep Oud-Castricum. Toegevoegd.

Met de bouw van de kerk werd ook een begraafplaats tot aan de Cieweg aangelegd. Voor die tijd gingen de Castricumse katholieken – en dat was bijna de gehele dorpsgemeenschap – naar de schuilkerk op de Breedeweg ter kerke.
De eerstvolgende ingreep op het landschap was de aanleg van de spoorlijn rond het jaar 1866; een aantal weilanden op Heemstede en ten oosten daarvan nabij de gemeentegrens met Heemskerk wordt door de spoorlijn doorsneden. Dan duurt het pas tot 1911 dat er opnieuw enige bouw van betekenis valt te vermelden; in dat jaar wordt de kleine oude rooms-katholieke kerk door de huidige veel grotere vervangen. Naast de kerk worden de pastorie, het zusterhuis en de daarachter gelegen kleuterschool gebouwd, in 1919 volgt de bouw van de Augustinusschool. In de


Jaarboek 9, pagina 13

loop der jaren is de open ruimte aan de Dorpsstraat tussen de rooms-katholieke kerk en de huisjes richting Cieweg volgebouwd.

Omstreeks 1932 wordt de provincialeweg Limmen-Uitgeest aangelegd. Het tracé volgt voor een deel de grens met de gemeente Limmen. Op deze grensscheiding lag oorspronkelijk de Brakersweg. De provincialeweg doorsnijdt een groot aantal weilanden in de Castricummer polder.

In 1955 wordt achter de rooms-katholieke kerk de Augustinusschool gebouwd, dan volgt in 1964 het bejaardencomplex “de Boogaert“. Was tot dan sprake van bebouwing op relatief kleine schaal, in 1966 beginnen de grote bouwactiviteiten met het bouwplan Molendijk Zuid (het gebied tussen Cieweg en Walingstuin), gevolgd in 1970 door het bouwplan Molendijk Noord (tussen Nansenlaan en Henri Dunantsingel) en in 1975 door het bouwplan Noord End (het nog resterende gebied ten oosten van de huidige Soomerwegh).

Helaas is het hiermee nog niet afgelopen. De grote oostelijke uitbreiding staat voor de deur. De uitvoering van de ruilverkavelingsplannen van de resterende polder zal het vele eeuwen oude polderlandschap onherkenbaar veranderen. Moge er voldoende stemmen opgaan om tenminste de cultuur-historisch belangrijke elementen voor het nageslacht te bewaren.

S.P.A. Zuurbier.


Jaarboek 9, pagina 14

De verdeling van sectie C in kadastrale percelen.
afb. 2 De verdeling van sectie C in kadastrale percelen.

Jaarboek 9, pagina 15

 
nummer – veldnaam

6 de Ciewegsven
8 Jan Evertsven
9 het Klaverland
10 de Kromme akkers,
11 ook wel Nieswerf met
12 Jan Jonge Jans Camp
13 de Paardevenne
14 de Bogersven of de Gieren
15 de Madendijk
16 de Zuurven en Polkamp
17 de Zeilven
18 de Hel
19 de Hellen ook wel Molenweidje
20 de Cieweg
21 de Rietkamp
22 de Lammert
23 de Voorweid
26 de Boterdijk
28 de Teelik
29 de Wolvenven
30 of
31 Wolvevenslaag
33 het Lutjeven
34 het Lutjeven en het Delfje
35 het Ooievaarsnest
36 het Kooistuk
37 het Middenstuk
38 het Paardenweidje
39 het Land voor Corten
40 de Weere
41 de drie Geers
43
47 de Kostersven
44 de Louwenven
46 het Almiskampje
48 Gerrit Jans Vennetje 52 Molenweid
53
54
56 het Braveld
55 Rinkelven en Braveld
57 Klein Braveld
58 het Breeveld
59
60 het Lange Stuk
61 het Klapweidje
62 de Aalmoeskamp
63 de Boschakkers ook wel het Kromme Stuk
64 de Kamp
65
69 Kist en Kamer
66 de Hoorns 149
67 de Achterhalen
70
71 de Braken
72 de Kamp
73 de achterste Kamp
74 de grootste Kamp
75 de voorste Kamp
77
78 de Bergven
79 de kleine Kamp
80 het Snippeltje ook wel het Bijltje
81 het Bijltje
82 het Laagje
83 de hoge Baartenven
84 de Lage en hoge Baartenven
85 de Buisenven
86 de lage Baartenven
87 de Baartenven 167
88 Spitsbergen
89 de Ossenweide
90 Grietje Gerbrandsven
91 het Oosterweidje

 
nummer – veldnaam

92 het Hakmes
93 de kamp van Cornelis Vennik, de Vennikkamp
94 de Bagijnenkamp
95 de Kamp van Noë
96 het Brakentje
97 klein IJzelweer
98 op den Brake
99 Uzelweere
100 de Hoorn
101 de Veenik
102 het Kampje bij de Veenik
103 de Vernagelde Ven
104 de Koogdijk
105 de Alidenkamp
106 Pieter Reijerskamp en het Kooltuintje
108 hel Aalmiskampje in de Koog
109 het Weidje in de Koog
111 de Kamp en de Galgenkamp
113 de Hoorn van Jan Jans
114
117 de Kitman
118 het Groote Hoog en het Middelweer
119 de Kitman en Droonen
120 de Halen
121 op den Halen
123
124 de Huin
125
126 de Slater
128 de Brakers- of Kerkenkampjes
129 de Bravelsmaat
130 de Tijtjesweid
131 de Ossenkamp
132 de Hoogeven
133 de Oude Ven
134 de Kostersvenne
136 het Kuurveld
137 de Groote Ven
138 de Bijl of Kleinvenne
139 het Lutje Langeveld
140 het Prikkelbusch
141 de Zuiderhalen
142 de oude Venne
143 de grote Bijstermaker, Denkhalen of Oosterhem
144 het Groote Gors
145
146 de Oosterhem
147 de Oostven
149
150 de Oude Ven
151
152 de Kabelsven
155 de Kuipers Uithoorn of het Kooistuk
157 )
158 ) de halve Abts Uithoorn, het halve Elstbos en de Lagerven
159 de Uithoorn
161 de Eendenkooi
162
163 de Uithoorn en de Kuipers Uithoorn
164 de halve Abts Uithoorn of de duizend Roeden
165 de Buiseven, Doeveven en Arisven
166 de Faalst
167
171 de Hesselkamp
168 de Speelmanskamp
169 de Arisven en Doeveven
170 de Middel

 
nummer – veldnaam

172 het Spekoord
174
175 het Dijs
176 de Denkhalen en Oosterhem, of de kleine Bijstermaker
177 de Lagenhem
178 Tames en Wijfjesbusch
181 de Holkamp
182
t/m
185 het Langeveld
186 de Groote Ven
187 de Pollemaat of de Tweemaat
188 het IJzeren Meetje of de IJzemaat
189 de kleine IJssemaat
190 de Rand (de Rankt)
192 de Borie (de Borrel)
193 de Kampjes aan het Koogdijkje
194 het Kinderland aan het Koogdijkje
195 het half Bommersweidje
196 Op Heemstee bij de Kousenlap of het buitendijks Akkertje
199 de Buitendijksakker
200)
202) de vijf Morgen of half Breukeven
201 Breukeven en Bommers Rietbusch of Kouselap
203 de Holkamp
204 de Hooiweid
205
206
207 de Boonenven
208
209
212 IJssemaat (IJzermaat)
210 het Unjerbusch
211 Dijksmeer en het Rietbusch aan de Zevenbergertocht
213 de Grote IJssemaat van Ramps
214
t/m
217 het Roobusch

 
nummer – veldnaam

218 de buitendijks Weid
219
220 het Leegje
221 de Oude Venslaag
222 het Fokkenhofje
223 de Zuiderteelik
224 de Voorweid
226 Cronenburg
228
229
230 de Achterweid bij de Vischkom
231
232 de Achterweid bij de Kapberg
233 het Kroftje
234 de Voorweid
235 de Loet
236 het Schapenwerfje
237 de lange Akkers
238 de Werven en de lange Akkers
241 de Goudtuinen
242 de Dijk op Heemstee
243
244 de Grote Weid
245 de Delweid of Schippersweid
246 het Binnen en het Nieuwland, het Kinderland of de Krocht
250
251
253 op Heemstee
252 Theunis Hofstee
254 twee Akkers op Heemstede
255 het Zeugenbosch
256 bij de Vlierboompjes
257 de Hofstee van Jan Beets en Guurt Wouters
258 de Geeren
259 de lange Akkers op Heemstee
261 Heemstede
262 Jacob Sijmansweid
263 de Weid op Heemstee
264 de Hofstee van Klaas Plattehuis