Schoolstraat, rond 1950 (Jaarboek 39 2016 pg 74-82)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over de Schoolstraat: geschiedenispand Resrond 1950ruiterspoor


Jaarboek 39, pagina 74

De Schoolstraat en haar bewoners rond 1950

Het onderwijs en het bestuur in Castricum waren door de eeuwen heen geconcentreerd nabij de oude dorpskerk. Er werd school gehouden in het oude rechthuis of in een afgeschot gedeelte van de kerk. Er was nog geen eigen schoolgebouw. Daarin kwam in 1854 verandering. Er werd een school gebouwd naast het raadhuis met drie lokalen langs de Dorpsstraat en later drie lokalen langs de om die reden zo genoemde Schoolstraat. De oudste vermelding van de naam vinden we pas in een notariële akte uit 1907 bij de verkoop van twee huizen in deze straat. Voor die tijd werd dit gebied Kerkbuurt genoemd met een doorlopend huisnummer. De Schoolstraat begint bij de Dorpsstraat en eindigt bij de overgang van Breedeweg – Overtoom.
In dit artikel wordt de situatie rond 1950 beschreven: wie woonden er en welke bedrijfjes waren er gevestigd?

Situatieschets van de eerste openbare lagere school op de hoek van de Dorpsstraat en Schoolstraat.
Situatieschets van de eerste openbare lagere school op de hoek van de Dorpsstraat en Schoolstraat.

De even genummerde huizen in de Schoolstraat (oostzijde)

In onderstaand kaartje wordt de huisnummering van de Schoolstraat getoond. Vanaf de Dorpsstraat was er oorspronkelijk een onbebouwd gedeelte, een boomgaard met moestuin, behorende bij het aan de overkant van de Dorpsstraat gelegen landhuis Hermana State. Het eerste huis aan de oostzijde van de Schoolstraat was van de dorpssmid en begon met nummer 6. De nummers 2 en 4 waren gereserveerd voor latere bebouwing; alleen nummer 2 is daarvan gebruikt.

Huisnummers en panden van de Schoolstraat.
Huisnummers en panden van de Schoolstraat.

Het merendeel van de huizen aan de oostzijde van de Schoolstraat is zeer gelijkvormig; dat betreft dan de nummers 12 t/m 26. Deze huizen zijn in de periode 1900-1910 gebouwd door Jacobus Res, die zijn bouwbedrijf vooraan in de Schoolstraat had. Jacobus Res kocht in het jaar 1900 een stuk grond van 1230 vierkante meter van de erfgenamen van Klaas van de Kamer en bouwde deze woningen, die hij met uitzondering van de nummers 18 en 20 in eigendom hield en verhuurde. Voor de bouw van deze huizen zou gebruik zijn gemaakt van (afgekeurd) bouwmateriaal van provinciaal ziekenhuis Duin en Bosch, dat werd gebouwd van 1904-1909. Voor de gelijksoortige huizen in de Rooie Buurt aan de Alkmaarderstraatweg, nu Dorpsstraat geheten, zou dit materiaal ook zijn gebruikt.


Jaarboek 39, pagina 75

Na het overlijden van Jacobus Res in 1953 worden de bezittingen onder zijn kinderen verdeeld. Zoon Jan erfde de woningen nummers 12, 14 en 16 en zoon Frits Res de nummers 22, 24 en 26. Het woonhuis aan de overzijde van de Schoolstraat op nummer 9 erfde dochter Maria Res, die getrouwd was met Cornelis Brandjes.

Schoolstraat nummer 2

In 1909 werd op de hoek van de Dorpsstraat-Schoolstraat in opdracht van Jan Hendrik Heideman een woon- en winkelhuis gebouwd. De winkel had zijn ingang aan de Dorpsstraat. Na enkele uitbreidingen kon kleinzoon Jan Heideman na de oorlog daar zijn handel ín 1946 voortzetten onder de naam ‘Manufacturenmagazijn De Zon’. Het was een winkel in manufacturen en vloerbedekking. De woning stond aan de Schoolstraat nummer 2. Hier woonde Jan Heideman met zijn vrouw Annie Twisk en hun twee kinderen: Henk en Lida. Via de winkelingang aan de Dorpsstraat was de woning toegankelijk.

Op de hoek het gedeelte van het pand van Huitenga dat aan Welkers werd verhuurd. Aan de overkant van de Dorpsstraat zien we de winkel van Louman met speelgoed en huishoudelijke artikelen. De tuinstoelen hoorden bij het assortiment van Huitenga.
Op de hoek het gedeelte van het pand van Huitenga dat aan Welkers werd verhuurd. Aan de overkant van de Dorpsstraat zien we de winkel van Louman met speelgoed en huishoudelijke artikelen. De tuinstoelen hoorden bij het assortiment van Huitenga.

In 1955 ging Jan Heideman in Egmond aan Zee wonen en werd het pand gekocht door Cornelis (Cees) Huitenga, die de activiteiten later verlegde van textiel naar woninginrichting.

Uitzicht op het woonhuis van Huitenga.
Uitzicht op het woonhuis van Huitenga.

Vanaf 1952 had Heideman een gedeelte van het winkelpand verhuurd aan de firma Welkers, die huishoudelijke artikelen verkocht. In 1962 verliet Welkers het pand en vestigde zich in het oude postkantoor op de hoek Burg. Mooijstraat-Geelvinckstraat.

Schoolstraat nummer 6

Hier woonde Dorus de Groot, echtgenote Anne Castricum en hun kinderen. Dorus oefende het vak van smid uit, zoals het beslaan van paarden, het smeden van ijzer en het onderhoud van kolenkachels. Vanaf de weg kon je Dorus aan het werk zien, omdat de deur van zijn smederij vaak open stond. Zijn zoons: Kees en Piet groeiden in het smidsbedrijf op. Dorus bleef er werken tot 1966, waarna Kees en Piet de smederij overnamen. Dorus ging inwonen bij zoon Piet op Schoolstraat nummer 26Kees trok in de woning bij de smederij; hij overleed in 1992.

In de loop der jaren is de smederij veranderd in een winkel voor haarden, kachels en siersmeedwerk. De winkel heeft dienst gedaan tot eind 1985.
In de loop der jaren is de smederij veranderd in een winkel voor haarden, kachels en siersmeedwerk. De winkel heeft dienst gedaan tot eind 1985.

In de loop der jaren veranderde de smederij in een winkel voor haarden, kachels en siersmeedwerk. Het smidsvuur verhuisde naar een schuur achter het huis. De winkel heeft dienst gedaan tot eind 1985. Kees was de laatste smid van Castricum. Hij was net als zijn vader een enthousiast vrijwilliger bij de Castricumse brandweer. In het 13e Jaarboekje (1990) wordt de geschiedenis van deze dorpssmederij behandeld.

De eierhandel van Frans Glorie.
De eierhandel van Frans Glorie.

Schoolstraat nummers 8 en 10

Dit dubbele pand met de nummers 8 en 10 werd gedeeld bewoond. Het perceel had een oppervlakte van 1624 vierkante meter en bij de woningen stond ook een schuur. Het was eigendom van expediteur Reinier Stet. Deze had het pand verkregen in 1945 bij de verdeling van de nalatenschap van zijn schoonvader Cornelis Steeman.
Reinier verkocht zijn bezit in 1951 aan de 71-jarige eierenhandelaar Frans Glorie. Frans ging wonen op nummer 8 en bleef daar wonen tot zijn overlijden in 1962. Zijn


Jaarboek 39, pagina 76

zoon Nic (1925-1976), gehuwd met Rie Poel, woonde al vanaf 1952 aan de Schoolstraat 10, zette het bedrijf voort en richtte op nummer 8 een kantoortje in. Na het overlijden van Nic in 1976 kwam het bedrijf in handen van twee zonen van het echtpaar Glorie – Poel: Hein en Nico. Zij maakten het bedrijf groot, dat startte onder de naam Eierenglorie. In 1997 verhuisde het bedrijf naar Beverwijk, waar het fuseerde met eierenhandel Vermeulen uit Uitgeest en verder ging onder de naam Eierenglorie Vermeulen.

Vrachtwagens van Eierenglorie met links op de foto Nic Glorie en rechts Arie Stengs. Nu is hier de toegang tot het woonproject Eihof.
Vrachtwagens van Eierenglorie met links op de foto Nic Glorie en rechts Arie Stengs. Nu is hier de toegang tot het woonproject Eihof.

Als weduwe bleef Rie Poel er nog wonen, tot zij in 1984 naar de Ruiterweg ging. Haar zoon Hein met echtgenote Wil Wokke werden de bewoners van Schoolstraat 10. Achter het woonhuis 8 en 10 werd op de plaats van de bedrijfsgebouwen van Eierenglorie rond 2010 het woonproject Eihof gerealiseerd. De bouw omvatte 28 woningen en 2 winkelunits aan de Dorpsstraat op het terrein van het voormalige café ‘d’ Oude Schimmel’.

Maarten Duijn en Guurtje de Graaf met hun kinderen naast het huis.
Maarten Duijn en Guurtje de Graaf met hun kinderen naast het huis; v.l.n.r. Cees, vader Maarten, Jaap, Nel, Martien, Gré, Truus, moeder Guurtje en Coba. Dochter Truus is de oma van de bekende bioloog Freek Vonk. (Schoolstraat nr. 12)

Schoolstraat nummer 12

Maarten Duijn bewoonde vanaf zijn huwelijk in 1908 met Guurtje de Graaf als eerste dit nieuwe huis aan de Schoolstraat. Zijn bijnaam was ‘Lange Maarten’ en hij was kaas- en botermaker op de melkfabriek ‘De Holland’, die vlak bij zijn woning stond. Zij kregen drie zoons en vier dochters. Maarten overleed op 70-jarige leeftijd in 1951, Guurtje bleef hier nog tot 1967 wonen. Zij overleed in 1969 in Hilversum.
Dit huis werd in 1967 gesloopt om een bredere toegang tot het bedrijf Eierenglorie mogelijk te maken.

Schoolstraat nummer 14

Vanaf 1947 woonde hier Barend Heistek met zijn echtgenote Els Sanders en hun drie dochters: Maartje, Froukje en Corrie. Barend was als productiemedewerker werkzaam op de blikfabriek in Krommenie. Hij overleed in 1974 en zijn tweede echtgenote Grietje Elzer bleef er wonen tot 1980. De volgende bewoners waren Hein Glorie en Wil Wokke, tot zij in 1985 verhuisden naar Schoolstraat nummer 10.


Jaarboek 39, pagina 77

Gezin van Gerrit Rozemeijer en Geertje Kuijs met de kinderen Niek, Jan en Ed.
Gezin van Gerrit Rozemeijer en Geertje Kuijs met de kinderen Niek, Jan en Ed.

Schoolstraat nummer 16

Op de nationale boomfeestdag op 31 maart 1993 wordt door scholieren een zogeheten zuileneik geplant in aanwezigheid van burgemeester Schouwenaar voor het huis van mevr. G. Rozemeijer. Zij hielp de scholieren een handje en dat viel in goede aarde.
Op de nationale boomfeestdag op 31 maart 1993 wordt door scholieren een zogeheten zuileneik geplant in aanwezigheid van burgemeester Schouwenaar voor het huis van mevr. G. Rozemeijer. Zij hielp de scholieren een handje en dat viel in goede aarde.

Hier woonde vanaf 1945 Gerrit Rozemeijer (1901-1982) met echtgenote Geertje Kuijs en hun kinderen Niek, Jan en Ed. Gerrit was fabrieksarbeider bij de Lassiefabriek in Zaandam. Hij overleed in 1982 en woonde toen nog op de Schoolstraat. Zijn vrouw bleef daar wonen en overleed op 87-jarige leeftijd in 1995.

Het gezin van Willem Schermer en Anna Kroone achter hun huis aan de Schoolstraat.
Het gezin van Willem Schermer en Anna Kroone achter hun huis aan de Schoolstraat. V.l.n.r. zittend: Kees, Paul, moeder Anna Kroone, vader Willem Schermer, Wim en Joke; staand Dick, Rie en Jan. Op de achtergrond de huizen aan de Nuhout van der Veenstraat.

Schoolstraat nummer 18

Tegen het einde van de oorlog in december 1944 kwam hier het echtpaar Willem Schermer (1913-1990) en Anna Kroone wonen met hun eerste kind Ria; er zullen daar nog zes kinderen worden geboren: Jan, Dick, Kees, Joke, Willem en Paul. Willem was eerst tuinder, later fabrieksarbeider en centrifugist op de Hollandse Melksuiker te Uitgeest. In 1985 verhuisden ze naar de Offenbachstraat en kwam zoon Jan hier wonen. Van hun kinderen waren er twee die uitblonken op sportgebied. Dick op alle onderdelen van de atletiek met de hoogste classificatie in het speerwerpen en Kees was een uitstekend motorcoureur en deelnemer aan internationale motorraces. Kees was aangestoken door zijn overbuurman, de bekende coureur Jan Dekker.

Freek Stuifbergen en Jannetje Berkhout.
Freek Stuifbergen en Jannetje Berkhout.

Schoolstraat nummer 20

Hier woonde vanaf 1948 Freek Stuifbergen (1907-1994). Freek was geboren op de Hoogevoort als zoon van Teun Stuifbergen en Antje Duinmeijer. Hij was in 1938 getrouwd met Jannetje Berkhout en zij hadden drie kinderen: Truus, Antoon en Nico. Freek woonde hiervoor aan de Schoolstraat op nummer 22. Hij was postbode. In 1966 verhuisde hij naar de Ruiterweg en woonde enkele jaren later op de Mient. Freek heeft zich zeer verdienstelijk gemaakt door op 78-jarige leeftijd zijn jeugdherinneringen op te schrijven en vooral hoe Castricum er omstreeks 1915


Jaarboek 39, pagina 78

heeft uitgezien. Gestimuleerd door zijn beroep als postbode legde hij per straat de namen vast van de bewoners, vaak nog met hun bijnamen.
In 1966 kwam hier Huug Korsman, timmerman, wonen met echtgenote Ans de Zeeuw. Zij waren in 1962 getrouwd en woonden daarvoor aan de Eerste Groenelaan.

Cor Nanne en Geertje Druijven in de steeg naast het huis nummer 22 met de drie oudste kinderen.
Cor Nanne en Geertje Druijven in de steeg naast het huis nummer 22 met de drie oudste kinderen, v.l.n.r. Piet, Wim en Annie.

Schoolstraat nummer 22

Hier woonde vanaf 1934 groenteboer Cor Nanne, die achter de woning in de schuur een winkeltje had in groente en fruit. In 1938 verhuisde hij naar een nieuw pand op de hoek van de Breedeweg en de Nuhout van der Veenstraat. Hierna kwam de op nummer 20 besproken Freek Stuifbergen er wonen. Hier werden zijn drie kinderen geboren. Hij verhuisde in 1948 met zijn gezin, waarvan de jongste dan nog maar enkele maanden oud is, naar het naastgelegen huis.
Na Freek werd Cor Kuijs (1920-2005) de nieuwe bewoner. Cor trouwde in 1948 met Jeanne Hopman en het jonge stel ging in dat jaar hier wonen; drie van hun vier kinderen werden hier geboren. Cor woonde daarvoor bij zijn ouders op de boerderij aan de Breedeweg 49. Hij was eerst slager. Zijn vader Dorus Kuijs overleed in 1952. Cor kocht in 1953 de boerderij aan de Breedeweg, waar hij aan het einde van dat jaar met zijn gezin ging wonen. Daar begon hij met het houden van kippen, wat uiteindelijk uitgroeide tot legbatterijen met in totaal wel 5000 stuks. Cor ruilde in 1953 met zijn moeder Guurtje Stuijt, die het huis toen aan de Schoolstraat betrok met haar ongehuwde dochter Jo. Guurtje overleed in 1959 en dochter Jo bleef er wonen; zij verhuisde in 1981 naar de Offenbachstraat en de volgende bewoner op nummer 22 werd medio 1982 Rie Res (1923-2014), die daarvoor een drogisterij had in Velsen. Zij was een dochter van Frits Res en Maartje Liefting en bleef ongehuwd.

Het gezin van Klaas Lute en Ploon Kuil met de kinderen.
Het gezin van Klaas Lute en Ploon Kuil met de kinderen. Staand v.l.n.r. Hil, Gaath, Trien, Dook, Niek en Jan. Zoon Tinus staat tussen zijn ouders.

Schoolstraat nummer 24

Hier woonde Klaas Lute (1891-1949), die in 1915 trouwde met Apollonia (Ploon) Kuil. Hij was aanvankelijk tuinder en later arbeider op een oliefabriek. Zij kregen vier zoons en drie dochters, waarvan zoon Niek een verdienstelijk voetballer en later trainer bij Vitesse ’22. De zoons Tinus en Dook waren beiden werkzaam bij de firma Jac. de Nijs, alwaar Tinus zich opwerkte tot directeur van de interieurbouw en Dook tot economisch directeur.
Klaas Lute overleed in 1949. Tinus trouwde met Joke Kraakman en ging wonen in de ouderlijke woning. Hij bouwde een huisje voor zijn moeder achter de woning. Tinus en Joke kregen drie dochters: Helma, Joke en Lonneke. Zij zijn, evenals hun ouders, erg muzikaal en waren diverse keren te beluisteren op de ‘Castricumse avonden’ onder leiding van Dick Groot. Het gezin Lute verhuisde met moeder in 1968 naar De Loet.

Schoolstraat nummer 26

Op nummer 26 woonde Dirk de Graaf met echtgenote Jans Bos en kinderen; zij verhuisden in 1953 naar Schou-


Jaarboek 39, pagina 79

tenbosch. In dat jaar erfde Frits Res deze woning van zijn vader en op dezelfde dag verkocht hij deze aan hoefsmid en machinebankwerker Piet de Groot, die toen nog op nummer 6 in de Schoolstraat woonde.

Piet de Groot met echtgenote Annie de Ruyter met hun drie dochters.
Piet de Groot met echtgenote Annie de Ruyter met hun drie dochters, v.l.n.r. Nelly, José en Anja.

In diezelfde maand trouwde Piet met Annie de Ruyter en zij gingen op nummer 26 wonen. Het echtpaar kreeg drie dochters: Anja, José en Nelly. Zijn vader Dorus kwam op hoge leeftijd in 1966 bij hen inwo- nen, tot hij in 1980 op 89-jarige leeftijd overleed.

Schoolstraat nummer 28

Kort na de oorlog in september 1945 kwam Cor de Graaf (1914-1995) hier wonen. Het winkeltje met muziek en elektrische artikelen van zijn vader aan de Overtoom verhuisde naar deze woning. Cor had samen met zijn broer Jaap een bedrijf in elektrotechnische artikelen. In 1952 ging hij met zijn vrouw Anna Beentjes bij de zaak (Expert – De Graaf) in de Torenstraat wonen.

Piet van Kessel, schoenmaker in de Schoolstraat.
Piet van Kessel, schoenmaker in de Schoolstraat.

Nieuwe bewoner werd schoenmaker Piet van Kessel (1923- 2002), gehuwd met Alie Res, dochter van Johannes Res, de aannemer van Schoolstaat 5. Piet en Alie kregen op nummer 28 vier kinderen: Jos, Peter, Ada en Jan.
De schoenmakerij was aan de voorkant gevestigd. Piet zat vaak in de deuropening om volledig zicht te hebben op het reilen en zeilen in de straat. Het huurhuis werd in 1952 hun eigendom. Piet verhuisde in 1963 naar de Bakkummerstraat 108, waar hij de schoenenzaak overnam van Willem van Heijningen en met hem van woning ruilde. Piet zette de winkel in Bakkum voort en ging daar ook visbenodigdheden verkopen.

Kinderen van Piet van Kessel en Alie Res in de Schoolstraat: Peter, Ada en Jan.
Kinderen van Piet van Kessel en Alie Res in de Schoolstraat: Peter, Ada en Jan.

Belevenissen van Peter van Kessel

Peter van Kessel woonde een aantal jaren in de Schoolstraat, waar zijn vader Piet een schoenmakerij had op nummer 28. Peter wist zich nog de volgende belevenissen te herinneren.

Graszoden

Mijn vader had in de schoenmakerij een kacheltje, waarin hij afvalresten en ook hout stookte. Toen ’s winters het kacheltje stond te snorren en er om het huis een lucht hing van verbrand leer, klommen een paar jongens op het dak en legden een graszode op de pijp. Binnen no time was het hele hok vergeven van de rook. Piet vloog naar buiten en zag nog net wie er van het dak afgleden. Maar eerst moest hij het dak op om de graszode te verwijderen en daarna ging hij even bij de betreffende ouders verhaal halen over deze streek. Ach streek …, het viel allemaal wel mee in die tijd.

Piet plagen

Buurjongen Nico (Dub) Stuifbergen had mijn vader weer eens uitgedaagd en in zijn bloembak gepiest. Dub rennen en Piet erachteraan tot in de huiskamer van de familie Stuifbergen. Daar kreeg hij Dub te pakken. Inmiddels kwam vader Stuifbergen op het geroep van Dub de huiskamer binnen rennen met een groot mes. Het bloed zat er aan, want hij was net konijnen aan het slachten. Hij hief het mes op naar Piet en sprak op dreigende toon: “Als jij Dub aanraakt, dan is Alie vanavond weduwvrouw.” Gelukkig bleef het bij verbaal geweld en keerde weldra de rust terug in de Schoolstraat.


Jaarboek 39, pagina 80

Appels jatten

Achter het Armenhuis was de tuin van de dominee en daar groeiden de lekkerste appels, peren en pruimen. Tegen de tijd dat ze rijp waren, gingen wij daar appeltjes jatten. Wij waren in de bomen geklommen en begonnen het fruit te plukken. Plots kwamen de inwoners van het Armenhuis op ons af en sloten ons in. Wij zaten nog in de boom terwijl de oudjes, zeventigers/tachtigers met stok, daaronder stonden te zwaaien. Wij gingen er echt niet uit, ook niet toen ze de takken begonnen te schudden.
Op een gegeven moment, na zeker een half uur, kwam Anton Stuifbergen langs. Hij werkte bij Bruynzeel en kwam net van zijn werk. Dub riep uit de boom: “Anton ze houden ons gevangen hier!” Anton gooide toen zijn tas neer, sprong over het hek en holde de boomgaard in. De bewoners stoven naar binnen en tegen de tijd dat wij allemaal uit de boom waren, had één van de oudjes de tas van Anton meegenomen naar binnen. Die heeft Anton met enige stemverheffing, de hele buurt kon meegenieten, toch weer teruggekregen.

Er was altijd wel wat te doen in de Schoolstraat. Televisie was er amper. Alleen oma Res had er één en dan mochten wij op woensdagmiddag af en toe kijken. Verder speelde alles zich buiten af: verstoppertje, bussie trap, cowboytje spelen en veel kattenkwaad uithalen. Alles bleef echter heel, want slopen was er niet bij!

De ingang van de Schoolstraat vanaf het Schoutenbosch met op de hoek de kruidenierswinkel van Klaas Zonneveld.
De ingang van de Schoolstraat vanaf het Schoutenbosch met op de hoek de kruidenierswinkel van Klaas Zonneveld.

Schoolstraat nummer 30

Vanaf 1948 woonde hier Klaas Zonneveld (1922-1997), werkzaam op de melkfabriek als botermaker. Hij was gehuwd met Catharina Dijkman. Zij kregen vier dochters: Ina, Els, Mieke en Monique. Klaas stond bekend als een verdienstelijk keeper van het eerste van Vitesse ’22. In 1960 nam hij de naastgelegen winkel over van Johan Dijkstra en verhuisde naar nummer 32. Hij ruilde van huis met Johan Dijkstra die in 1966 eigenaar werd van het huurhuis nummer 30 en hier tot 1972 is blijven wonen.

De kruidenierswinkel op de hoek met nog uitzicht op het Armenhuis en de oude Dorpskerk (foto Paul Honigh).
De kruidenierswinkel op de hoek met nog uitzicht op het Armenhuis en de oude Dorpskerk (foto Paul Honigh).

Schoolstraat nummer 32

Op nummer 32 woonde vanaf 1953 Johan Harmen Dijkstra, die werkzaam was op ‘De Holland’ als melkcontroleur. Johan en echtgenote Marie Schuurman kregen vier kinderen: Joop, Truus, Wim en René. Bij hun woning was ook een tabaks- en snoepwinkel, die zij overgenomen hadden van de vorige eigenaar Anton Liefting. Deze had de bijnaam Anton Kiet en stond bekend als een voortreffelijke ijsmaker; zijn recept is onbekend gebleven.

De ijscoman

Daar is Anton, doodgewoon Anton
Ook al noemt men hem ook wel Anton Kiet
In de Schoolstraat op de hoek,
komen kinderen op bezoek
Hij geef ze ‘n ijssie, voor ‘n klein prijssie.

Daar is Anton, doodgewoon Anton
Ook al vind men hem soms een ouwe knar
Vergeet je pijntjes en verdriet
Neem een ijssie en geniet
Hier is Anton met zijn roomijskar.

Dit is een deel van het lied over Anton Liefting, gezongen op de Castricumse avond ‘Effe buurten in oktober 2013.

Johan Dijkstra was een ondernemende man. Naast zijn baan op de melkfabriek beheerde hij ook het winkeltje op het Vitesseterrein, waar hij frisdranken, koffie en andere versnaperingen verkocht. Op het kampeerterrein Bakkum pachtte hij een winkeltje voor de verkoop van snoepgoed en chocolade.
Johan verhuisde in 1960 naar Schoolstraat 30. De nieuwe bewoner werd Klaas Zonneveld. In 1965 verhuisde Klaas naar de Eerste Groenelaan en kwamen hier Johannes Dijkman en echtgenote Anna Baltus wonen.


Jaarboek 39, pagina 81

De oneven genummerde huizen in de Schoolstraat (westzijde)

Aan de westzijde van de Schoolstraat staan veel minder hui dan aan de oostzijde. De nummers zijn oneven. Vanaf de Dorpsstraat gerekend heeft de eerste woning nummer 5.

Naast het raadhuis is in 1937 de Juliana-Bernhardbank geplaatst. Hier een beeld uit 1955 met de bank omgeven door een vriendelijk parkje met een vijver.
Naast het raadhuis is in 1937 de Juliana-Bernhardbank geplaatst. Hier een beeld uit 1955 met de bank omgeven door een vriendelijk parkje met een vijver.

Aan het tussengelegen stuk was destijds tot 1934 de school te vinden. Nu staat achter op dit pleintje nog de Juliana-Bernhardbank, die in 1937 bij het huwelijk van het prinselijk paar op initiatief van het voorlopig Oranje-comité hier is neergezet. Volgens de officiële oorkonde werd het werk belangeloos uitgevoerd door negen werkloze metselaars en grondwerkers. De bank is een ontwerp van de gemeentearchitect D. van Diepen en 900 schoolkinderen hebben de verschillende soorten stenen bijeengebracht.

Op dit pleintje is naast het oude raadhuis een herdenkingsmonument opgesteld – een zwerfkei – voor de Joden die ingeschreven waren in Castricum en omkwamen in 1940-1945. Op een bronzen plaat worden hun namen vermeld (in totaal 33). Het monument werd op 16 april 2013 onthuld door burgemeester Mans.
Naast de Juliana-Bernhardbank is de ingang naar het kerkhof, gelegen naast en ten noorden van de oude dorpskerk; hier liggen de ‘Oorlogsgraven van het Gemenebest’.

De woning van Johannes Res met aan de linkerzijde van de woning de werkplaats. Aan de rechterzijde is de houtopslag.
De woning van Johannes Res met aan de linkerzijde van de woning de werkplaats. Aan de rechterzijde is de houtopslag.

Schoolstraat nummer 5

In 1902 werd Jacobus Res eigenaar van het timmerbedrijf aan de Schoolstraat op nummer 5, dat daarvoor eigendom was van zijn moeder Maartje Brakenhoff, weduwe van Johannes Res (1834-1881).
Jacobus Res (1868-1952) was ook aannemer en bouwde in 1911 aan de Dorpsstraat het nieuwe raadhuis (nu – in 2016 – hotel). Zijn bedrijf, bestaande uit het huis met aangebouwde timmerwerkplaats, werd in 1933 overgenomen door zijn zoon Johannes Jacobus (Jan) Res (1899-1962). Jan bouwde in 1939 nog een houtloods aan de westzijde van het pand. Als de werkplaatsdeur open stond, kwam de geur van geschaafd hout je tegemoet.
Door aannemer Jan Res is in Castricum veel gebouwd, waaronder de Henricus Mavo, de plaatselijke bioscoop Corso en vele woningen. Van Corso was hij mede-eigenaar samen met Roland Wefers Bettink.

Jan trouwde in 1925 met Adriana Fatels; zij kregen drie meisjes en zes jongens. Evenals buurman Jan Dekker waren de zoons Jaap en Jan verwoede motorrijders.
Na het overlijden van Jan Res in 1962 verhuisde zijn vrouw naar Dorpstraat 13. Zijn zonen Jaap (1930-1968) en Jan (1934-2001) zetten het bedrijf voort. Jan ging wonen op Schoolstraat nummer 5. Na het overlijden van Jaap bleef Jan alleen het bouwbedrijf runnen. Hij stopte hiermee in 1982 en begon op de Dorpsstraat de doe-het-zelf-zaak ‘Handy House’, later Doeland geheten. In 2004 werd de woning met werkplaats gesloopt en werden op deze plaats twee nieuwe woningen gebouwd (nummers 5 en 7).

Huis van de familie Brandjes, daarachter de werkplaats van Johannes Res.
Huis van de familie Brandjes, daarachter de werkplaats van Johannes Res.

Schoolstraat nummer 9

Dit huis was eigendom van aannemer Jacobus Res. Na zijn overlijden werden de bezittingen in 1953 onder de kinderen verdeeld, waarbij dit huis werd geërfd door dochter Maria Res, getrouwd met Cornelis (Cor) Brandjes (1885-1968).
Hier woonde al vanaf 1947 hun zoon Nico Brandjes (1919-1963), gehuwd met Ans Pepping. Zij kregen drie


Jaarboek 39, pagina 82

dochters en twee zoons. Nico was musicus, gaf piano- en accordeonlessen en ging later ook werken in de winkel van zijn vader op de Dorpsstraat, bekend als ‘Het Huis met de Kogel’, waar huishoudelijke artikelen en speelgoed werden verkocht. Vader Cor woonde boven de zaak. In 1959 ruilde vader en zoon van woning en Nico naam de zaak aan de Dorpsstraat van zijn vader over. Nico overleed in 1963. Zijn vrouw Ans zette samen met haar zoon Kees de zaak voort.
Vader Cor, inmiddels weduwnaar, ging eind 1967 naar Hilversum, waar hij drie maanden later overleed. Zijn dochter Maria bleef tot 1971 in het huis in de Schoolstraat wonen. De volgende bewoner is Jean Hanck, die bekend was als sologitarist van The Frogs; hij bleef er wonen tot 1974.

Woning en autospuiterij van Adriaan Dekker.
Woning en autospuiterij van Adriaan Dekker.

Schoolstraat nummer 13

In dit huis woonde al vanaf 1851 de familie Dekker. In 1927 kocht Adriaan Dekker (1898-1964) de woning van de erfgenamen van zijn grootvader. Adriaan was in 1926 gehuwd met Debora Kloes en ging daarna als huisschilder aan het werk. In 1933 liet hij op nummer 13 een nieuw huis en werkplaats bouwen. In deze werkplaats begon hij een autospuiterij, waar veel bedrijfswagens van een nieuwe laklaag en belettering werden voorzien. Een grote opdrachtgever was het zandtransportbedrijf van de firma Castricum aan de Heereweg. Adriaan was vaak buiten voor zijn spuiterij aan het letterzetten. Als kinderen daar aan het voetballen waren, kon Adriaan nog wel eens uit zijn slof schieten of je was de bal een paar uur kwijt. Zijn zoon Jan, werkzaam bij de Cemij, begon in 1959 als motorcoureur; hij zette in 1967 op het circuit van Zandvoort samen met Jan Bastiaans en Rob Noorlander het 24 uurrecord op hun naam. Tijdens een strenge winter was Jan wel in voor een aardigheidje om achter zijn motor sleetjes voort te trekken.

Tekening van de Schoolstraat door Nico Lute.
Tekening van de Schoolstraat door Nico Lute.

De Schoolstraat kan een apart dorpsstraatje genoemd worden; een wisselend beeld met enkele uitspringende huizen, de knik in de weg en een parkeerpleintje in de schaduw van de kerk en het oude raadhuis. Tussen de bewoners heeft een heel goede sfeer bestaan.

Op de hoek Schoolstraat - Breedeweg, waar Jan Dekker na een stevige sneeuwbui een aantal sleetjes aan zijn motor op sleeptouw nam.
Op de hoek Schoolstraat – Breedeweg, waar Jan Dekker na een stevige sneeuwbui een aantal sleetjes aan zijn motor op sleeptouw nam. Hier zien we Jos, Ada en Peter van Kessel, Piet Bakker, Wim Dijkstra, Irma Brandjes en moeder Alie van Kessel – Res.

Als er veel sneeuw gevallen was, was het groot feest; de hele straat deed mee aan het sneeuwballengevecht. Was in de (negentien)vijftiger jaren de Schoolstraat een straatje met veel bedrijfjes, zoals van een smid, een timmerman, een schoenmaker, een eierenhandel, een ijsboer, tegenwoordig heeft de straat uitsluitend een woonfunctie.

Wim Adrichem
René Dijkstra

Met dank aan de (oud)bewoners van de Schoolstraat of hun nabestaanden voor de verstrekte informatie.

Schoolstraat, geschiedenis (Jaarboek 39 2016 pg 68-73)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over de Schoolstraat: geschiedenispand Resrond 1950ruiterspoor


Jaarboek 39, pagina 68

De geschiedenis van de Schoolstraat

In dit artikel wordt een beeld geschetst van de Schoolstraat, zoals die er omstreeks 1830 heeft uitgezien. Dit beeld omvat dan vooral de huizen met hun bewoners. De percelen zijn in die periode voor het eerst voor het Kadaster nauwkeurig opgemeten en geregistreerd. Ook is er in datzelfde jaar een volkstelling gehouden. Met behulp van deze gegevens en die van het Kadaster zijn de bewoners van de negen huizen aan de Schoolstraat terug te vinden.

Op het kaartje zijn de perceelnummers vermeld; de huizen aan de Schoolstraat zijn in rood aangegeven. Rechtsboven nog zichtbaar het raadhuis van Castricum. Daaronder een groot, driehoekig terrein dat de dingstal werd genoemd en in vroeger eeuwen diende om een buurspraak te houden. Dit was een volksraadpleging in opdracht of met toestemming van schout en schepenen. Op deze centrale plaats in het dorp kwamen de inwoners (toen ook buren geheten) bij elkaar.
Op het kaartje zijn de perceelnummers vermeld; de huizen aan de Schoolstraat zijn in rood aangegeven. Rechtsboven nog zichtbaar het raadhuis van Castricum. Daaronder een groot, driehoekig terrein dat de dingstal werd genoemd en in vroeger eeuwen diende om een buurspraak te houden. Dit was een volksraadpleging in opdracht of met toestemming van schout en schepenen. Op deze centrale plaats in het dorp kwamen de inwoners (toen ook buren geheten) bij elkaar.

Het dorpscentrum heette in die periode Kerkbuurt en de huizen hadden binnen de hele gemeente een doorlopend volgnummer; de huizen aan wat later de Schoolstraat is gaan heten, waren in dat jaar genummerd 87 tot en met 95. Het betreft volgens het Kadaster de percelen in de sectie B de nummers 405 tot en met 417. In het onderstaande kaartje zijn deze perceelnummers aangegeven. De huizen worden onderstaand behandeld in deze volgorde. Daarbij wordt de straat gemakshalve Schoolstraat genoemd, ook al bestond deze naam toen nog niet.

Huizen en bewoners in 1830

Het woonhuis en bedrijfspand van Jacobus Res (1868-1952) omstreeks 1920. De man met de zwarte pet is de eigenaar.
Het woonhuis en bedrijfspand van Jacobus Res (1868-1952) omstreeks 1920. De man met de zwarte pet is de eigenaar.

405 en 406: het timmerbedrijf van Hendrik Beugeling

De 55-jarige meester-timmerman Hendrik Beugeling woont hier met zijn vrouw Naatje Bakker, de 4-jarige kleindochter Naatje van Twuijver (van de inmiddels overleden dochter Eva Beugeling, gehuwd met Pieter van Twuijver) en de 13-jarige werkbode Aaltje Bergering uit Velsen.
Hendrik Beugeling (1774-1831) heeft de aan elkaar grenzende huizen 405 en 406 in bezit. Het eerste is ingericht als timmermanswinkel.

Hendrik heeft deze huizen geërfd van zijn vader Hermanus Beugeling (1750-1823), timmerman en wagenmaker, geboren in Beverwijk, die in 1766 als 16-jarige met zijn ouders in Castricum is komen wonen. Deze Hermanus koopt in 1812 voor afbraak de korenmolen en het naastliggende huis aan de Alkmaarderstraatweg (toen Soomerwegh), hoek Boogaertsdijk, ook Molendijk genoemd. Zoon Hendrik Beugeling verkoopt beide panden aan de Schoolstraat op 24-12-1829 aan Klaas de Vries, timmerman uit Zaandijk, die het timmerbedrijf op deze locatie voortzet; hier worden zijn vijf kinderen geboren. Klaas verkoopt het bedrijf in 1842 aan Hendrik Handgraaf, die op dat moment timmerman is in Santpoort. Na diens overlijden verkoopt zijn echtgenote in 1865 het timmerbedrijf aan Johannes Res. In 1870 vinden er gedeeltelijke sloop en verbouwing plaats met als gevolg dat er een groot huis met erf (844 m2) en een afzonderlijk huisje zonder erf


Jaarboek 39, pagina 69

(36 vierkangte meter) voor in de plaats komen. Het laatste huisje wordt verhuurd, achtereenvolgens aan schoenmaker Johannes Schaap, timmerman Petrus Gijzen en scheepstimmerman Aris de Groot.
Het timmerbedrijf zal door de familie Res op deze plaats nog tot 1982 worden voortgezet (zie verder hierover het 28e Jaarboek).

407: metselaar Cornelis de Groot met zijn gezin

Naast Hendrik Beugeling woont de 42-jarige Cornelis de Groot (1787-1847), metselaarsknecht, met zijn vrouw Maartje Schavemaker en hun zeven kinderen, dan in leeftijd variërend tussen 1 en 17 jaar: Cornelis, Neeltje, Jan, Aaltje, Neeltje, Maartje en Lourens. De oudste zoon Cornelis staat in 1830 ook al vermeld met het beroep metselaarsknecht. De familie De Groot zal vele metselaars voortbrengen (zie ook het 29e Jaarboek, De Castricumse familie De Groot). Cornelis de Groot is in 1810 getrouwd met Maartje Schavemaker en woont in het huis van zijn ouders, die beiden reeds zijn overleden. Het huis en erf worden door de erfgenamen, de vier broers De Groot, pas verdeeld in 1819. Cornelis neemt dan het deel van zijn drie broers over. Hij kan dan ook nog een stukje grond kopen van zijn buurman en zwager Pieter Schavemaker, waarmee hij zijn perceel tot 260 vierkante meter vergroot.
Cornelis overlijdt in 1847; zijn vrouw Maartje is al in 1833 overleden. De kinderen en erfgenamen verkopen het huis in 1851 aan zwager Adrianus Dekker, gehuwd met hun zus Aaltje de Groot. Dit echtpaar zal in dit huis al vanaf hun huwelijk in 1847 hebben gewoond.

Kees, meester Dirk, zijn vrouw Maartje en Adriaan.
Dirk Dekker was onderwijzer aan de openbare lagere school van 1879 tot 1921. V.l.n.r. Kees, meester Dirk, zijn vrouw Maartje en Adriaan.

Adrianus Dekker (1815-1899) is een veelzijdig figuur. Hij is achtereenvolgens broodbakkersknecht, bloemkweker, klerk, gemeenteontvanger en makelaar. Hij was ooit de enige ambtenaar op het ‘om de hoek’ gelegen gemeentehuis. Adriaan en Aaltje krijgen negen kinderen, waarvan er drie zeer jong overlijden. Hun kinderen Kees, Dirk en Maartje blijven ongehuwd en in het huis aan de Schoolstraat wonen. Genoemde zoon Dirk geeft als meester Dekker les op de Openbare Lagere School, die in 1854 was gebouwd naast het gemeentehuis (over meester Dekker een uitvoerig artikel in het 27e Jaarboek).

408: broodbakker Pieter Schavemaker

Dit perceel grenst deels aan de Schoolstraat en deels aan de Overtoom; het is ten opzichte van de overige percelen heel groot en omvat volgens de kadastrale beschrijving in 1832 een huis met erf en stal met een oppervlakte van 900 vierkante meter. De eigenaar is Pieter Schavemaker (1774-1831), broodbakker van beroep.
Pieter koopt in 1797 het huis van zijn ouders Jan Schavemaker en Maartje Schermer. In 1830 is Pieter 56 jaar; hij is in 1796 gehuwd met Grietje Castricum en woont in dit huis met drie kinderen: Catharina (23 jaar), Elisabeth (21 jaar), Dirk (13 jaar) en de boerenknecht Jan Kooij uit Oudesluis. Het grote huis, een stal en de boerenknecht wijzen erop dat naast de broodbakkerij ook vee wordt gehouden, een combinatie die vroeger vaker voorkwam.
Pieter en Grietje krijgen in totaal elf kinderen, waarvan er zes als kind overlijden. Pieter overlijdt in 1831 en Grietje in 1832. Het bedrijf wordt geërfd door de oudste zoon Jan Schavemaker, die in 1826 trouwt met Aaltje van Wienen uit Schoten (nu gemeente Haarlem).

Jan en Aaltje wonen in 1830 met hun nog twee zeer jonge kinderen op hetzelfde perceel. Uiteindelijk krijgen zij negen kinderen. Ook dit gezin wordt niet gespaard. Hoewel er ‘maar’ één kind jong overlijdt, wordt Aaltje in 1842 al weduwe met acht nog jonge kinderen. Aaltje zet het broodbakkersbedrijf voort en hertrouwt anderhalf jaar later met de 14 jaar jongere 28-jarige broodbakker Jacob van Voorst uit Egmond-Binnen. Jacob was waarschijnlijk al als broodbakkersknecht bij haar werkzaam. Aaltje van Wienen overlijdt drie jaar later in 1847. Haar jonge kinderen worden bij verschillende gezinnen in Castricum ondergebracht.

Het perceel 408 met de opstallen worden in een openbare verkoping op 21 maart 1848 verkocht aan Dirk van der Velde, zonder beroep, dan wonende te Uitgeest.
Het perceel wordt dan omschreven als: ‘Een huizinge, waarin broodbakkerij en winkelnering wordt uitgeoefend, met deszelfs stallingen, erf, werf en tuin, staande en gelegen te Castricum in de Kerkbuurt, kadastraal bekend in sectie B, nummer 408, ter grootte van negen roeden.’Dirk van der Velde (1820-1893) trouwt anderhalve maand later met Neeltje van der Park, die geboren was in Assendelft en in 1835 met haar ouders Jan van der Park en Petronella Brakenhoff verhuisde naar Castricum. Haar moeder had in dat jaar een boerderij aan de Oosterbuurt(weg) geërfd van haar vader Jan Franszoon Brakenhoff.

Dirk van der Velde zet als broodbakker het bedrijf voort, daarnaast wordt hij ook landbouwer en landman genoemd. Dit gecombineerde bedrijf blijkt ook in 1873, als hij het geheel in het openbaar verkoopt dat wordt omschreven als: ‘Een huis, waarin de broodbakkerij wordt uitgeoefend met annexe boerderij en stalling, hooiberg, dorsch en verdere getimmerten, benevens erf, werf en tuin te Castricum in de Kerkbuurt, Kadaster Sectie B, nummer 910, groot negen aren.’


Jaarboek 39, pagina 70

Koper wordt de 37-jarige Bazilius Zonjee (1835-1924). Bas is geboren in Uitgeest als zoon van Hermanus Zonjee, toen uitbater van herberg De Ooievaar. Hij trouwt in 1870 met Cornelia Kuijt, dochter van de dorpssmid Pieter Kuijt, ook wonende in de Schoolstraat. Bas is bij zijn huwelijk al broodbakker en woont in Castricum. In 1873 staat hij als bloemkweker te boek en verkoopt een maand later na de koop van de broodbakkerij zijn bloembollenbedrijf in de Oosterbuurt; hij is dan verder vooral broodbakker, hoewel hij in de loop der jaren enkele hectaren weiland koopt. Bas Zonjee gaat als weduwnaar in 1904 terug naar Uitgeest.

De nieuwe bewoner van het pand wordt in 1904 Pieter Schotvanger (1881-1957). Pieter is dan broodbakker en woont er met zijn vrouw Anna Bisschop. Hier worden zijn oudste drie kinderen geboren. Het gezin Schotvanger blijft niet lang, maar vertrekt drie jaar later in juni 1907 naar Heiloo en vestigt zich vijf maanden later weer in Castricum. Pieter wordt dan uitbater van café De Harmonie in de Burgemeester Mooijstraat en vanaf 1924 is hij ook strandexploitant.

Als bewoner en broodbakker wordt Pieter Schotvanger in 1907 opgevolgd door Willebrordus Punt (1871-1917), geboren in Heiloo, die al vanaf 1905 in Castricum woont en als broodbakkersknecht werkzaam is; hij trouwt in 1908 met Johanna Clazina Schotvanger, een nichtje van Pieter. Het echtpaar Punt verhuist in december 1909 naar Alkmaar. In dat jaar zijn plannen door de gemeente ontwikkeld om de boerderij, annex bakkerij te kopen voor afbraak met het aangrenzende oude armenhuis om de bouw van een veel groter armenhuis mogelijk te maken. In 1911 wordt met de bouw daarvan begonnen en op 16 mei 1912 is het nieuwe armenhuis in gebruik genomen. In dit gebouw, nabij de hoek Schoolstraat-Verlegde Overtoom, zijn nu appartementen gevestigd.

Het armenhuis werd in 1911 gesloopt. In de boerderij op de achtergrond en het naastgelegen schuurtje was een bakkersbedrijf gevestigd.
Het armenhuis werd in 1911 gesloopt. In de boerderij op de achtergrond en het naastgelegen schuurtje was een bakkersbedrijf gevestigd.

409: schoenmaker Jan Raman

Op nummer 409 woont in 1830 de 36-jarige Guurtje Molenaar, weduwe van Jan Raman, met haar twee kinderen Paulus en Arie van respectievelijk 6 en 5 jaar. Jan Raman heeft dit huis in 1826 gekocht met het erf, groot 135 vierkante meter; hij overlijdt in oktober 1829 op 41-jarige leeftijd. Hier woont in 1830 ook Cornelis Langemuur, 31 jaar, die uit Katwijk aan Zee komt en schoenmaker is. Het heeft er alle schijn van dat hij kostganger is en de schoenmakerij van Jan Raman voortzet. Het huis wordt in oktober 1832 onderhands verkocht aan Aldert Zonderzorg, landman in Bergen. Aldert zal dit mogelijk als geldbelegging hebben gekocht. Hij gaat er namelijk niet wonen, maar verkoopt het in april 1834 aan Klaas Zoontjes.

Klaas Zoontjes (1798-1834) woonde aan de Hoogeweg in Noord-Bakkum. Een half jaar nadat hij het huis aan de Schoolstraat heeft gekocht, overlijdt hij en in datzelfde jaar overlijden twee van zijn jonge kinderen, zodat zijn vrouw Antje Bakkum overblijft met alleen haar driejarige dochter Leentje. Deze Leentje Zoontjes zal in 1859 trouwen met Josephus Sprenkeling; zij zijn de voorouders van alle Sprenkelingen in onze regio.
Het woonhuis met het erf wordt op 28 april 1849 door Antje Bakkum verkocht aan de Algemene Armen van Castricum, de gemeentelijke organisatie die de armenzorg behartigt.

Het huis met dubbele puntdak is in 1862 in gebruik genomen en heeft in 1912 plaats moeten maken voor nieuwbouw. De boerderij links was in gebruik als bakkerij en is waarschijnlijk in 1911 afgebrand.
Het huis met dubbele puntdak is in 1862 in gebruik genomen en heeft in 1912 plaats moeten maken voor nieuwbouw. De boerderij links was in gebruik als bakkerij en is waarschijnlijk in 1911 afgebrand.

Het oude armenhuis is in 1862 in gebruik genomen. De eerste weesmoeder is Hendrika Wijlaards en de eerste bewoner Cornelis Duijn. Het Armenhuis bestond uit twee woningen: de woning van Hendrika Wijlaards, weduwe van Barend Dubbeling, en een woning van gelijke afmetingen die daar later tegenaan is gebouwd.


Jaarboek 39, pagina 71

De bewoners van de Schoolstraat in het begin van de vorige eeuw; er waren veel kinderrijke gezinnen.
De bewoners van de Schoolstraat in het begin van de vorige eeuw; er waren veel kinderrijke gezinnen.

410: timmerman en barbier Hendrik Zweeren (nu Schoolstraat 32)

Op de hoek van de Schoolstraat en Breedeweg staat het huis van Hendrik Zweeren op een grondoppervlakte van 240 vierkante meter. Hendrik Zweeren (1777-1844) is geboren in Amsterdam, woont in 1811 al in Castricum en is dan baardscheerder, ook chirurgijn. In 1818 koopt hij het huis van timmerman Gerrit van Aken. Daarna komen we Hendrik als timmerman tegen; later in 1842 en bij zijn overlijden in 1844 wordt als beroep barbier vermeld. Hendrik woont hier in 1830 met zijn derde vrouw, Anna Schram uit Beverwijk, met wie hij in 1824 is getrouwd en ook met zijn twee kinderen uit zijn tweede huwelijk: Wandert en Kaatje Zweeren, respectievelijk 11 en 10 jaar oud.

Hendrik Zweeren verkoopt zijn huis in 1824 aan Cornelis Buijs, een koopman uit Westzaan, maar blijft verder als huurder in het huis wonen. Cornelis Buijs blijft eigenaar tot in 1841, want in dat jaar verkoopt hij het pand aan de in Castricum woonachtige kleermaker Georgius Josephus van der Heijden.
Laatstgenoemde verkoopt het een maand later aan Jacob Koelemeij, schilder en glazenmaker en wonende in Castricum. In 1877 wordt de volgende eigenaar kleermaker Jacobus Wedepoel, die er ook in dat jaar een deel van het naastgelegen perceel 411 van Klaas van de Kamer heeft bijgekocht. Na het overlijden van Wedepoel in 1887 kunnen de erfgenamen de kosten van de geldleningen niet meer voldoen en worden de bezittingen in 1888 verkocht.

De nieuwe eigenaar wordt Johannes Koopman, wagenmaker en kastelein van De Rustende Jager, die in 1896 het perceel verkoopt aan kapelaan Stanislaus Meeus. Als bewoner staat in 1898 Cornelis Duijn te boek. Cornelis is hier kruidenier, getrouwd met Neeltje Brakenhoff en heeft drie kinderen. Hij overlijdt in 1911; een jaar later koopt de weduwe Duijn, winkelierster, het huis, erf en pakhuis van de kapelaan, inmiddels pastoor Meeus en wonende te Schoten. Neeltje DuijBrakenhoff verkoopt het pand in 1920 als huis, erf en schuur aan tuinder Herman de Graaf. Zij was toen al gestopt als winkelierster.


Jaarboek 39, pagina 72

Links de winkel van Anton Liefting. De woning daarachter werd bewoond door Maartje Jannes. Links vooraan is nog het ijzeren hek zichtbaar van het Armenhuis met op de hoek nog een oude gaslantaarn.
Links de winkel van Anton Liefting. De woning daarachter werd bewoond door Maartje Jannes. Links vooraan is nog het ijzeren hek zichtbaar van het Armenhuis met op de hoek nog een oude gaslantaarn.

Herman de Graaf richt het pand als winkel in en wordt winkelier. Zijn nieuwe beroep was kennelijk niet voor hem weggelegd. Hij verkoopt huis en winkel bij een openbare verkoping in café De Vriendschap al op 4 mei 1921 aan tuinder Anthonius Liefting. Deze trouwt later in datzelfde jaar met Elisabeth Eijking, wordt kruidenier en verkoopt in dit pand kruideniers- en grutterswaren; later is het ook een ijs- en snoepwinkeltje. Het echtpaar krijgt negen kinderen.

413: dagloner Arie de Groot

In 1830 woont hier de 50-jarige Arie de Groot, dagloner, met zijn echtgenote Jannetje Eefsink en hun twee kinderen Geertje (13 jaar) en Willemijntje (10 jaar); dan woont hier nog de ongehuwde Marijtje Eefsink, een twee jaar oudere zuster van Jannetje, met haar twee kinderen, een tweeling van 8 jaar en verder de eveneens ongehuwde Petronel Heertjes, oud 39 jaar met haar driejarig zoontje.

Dit huis en de naastliggende tuin langs de Schoolstraat, die doorloopt tot het huis van Hendrik Zweeren (410), zijn eigendom van mr. Joachim Nuhout van der Veen, vroeger schout van Castricum en vanaf 1811 president van de rechtbank in Alkmaar. Na zijn overlijden worden zijn vele Castricumse bezittingen in 1833 in het openbaar verkocht. Cornelis Kieft, koopman en woonachtig in Limmen, wordt de koper van het huis en de twee percelen tuin. Het geheel heeft een oppervlak van 1490 vierkante meter. In de koopakte wordt nog melding gemaakt dat op de grensscheiding van het huis van Zweeren een rij iepen en abelen staat, die gemeenschappelijk eigendom zijn. Cornelis Kieft blijft in Limmen wonen, zal het geheel verhuurd hebben en verkoopt het in 1849 aan Klaas van de Kamer, winkelier en wonende in Castricum. Klaas wordt ook de bewoner van het huis en laat in 1853 een pakhuis bouwen op 411; omstreeks 1859 wordt dit pand schilderswerkplaats genoemd en waarschijnlijk in gebruik genomen door buurman Jacob Koelemeij. Klaas trouwt in 1855 op 45-jarige leeftijd met inmiddels zijn derde vrouw Antje Admiraal; de eerdere echtgenoten zijn jong overleden.
In 1877 verkoopt Klaas een stukje grond van 300 vierkante meter, een deel van nummer 411 aan kleermaker Jacobus Wedepoel. Als Klaas in 1889 overlijdt, gaat het bezit over op Antje Admiraal en na haar overlijden in 1902 op Engeltje van de Kamer, enig kind van Klaas en dochter uit zijn tweede huwelijk. Antje blijft er tot haar dood wonen en Engeltje, ongehuwd, verhuist in 1906 op 52-jarige leeftijd naar Naaldwijk.

In 1896 is het oude huis nummer 413 gesloopt en zijn er twee nieuwe huizen gebouwd; hier wonen weduwe Antje Admiraal en Barend Strooker, veldwachter en jachtopziener. In 1900 hebben Antje Admiraal en haar dochter hun grond ter grootte van 1230 vierkante meter verkocht aan Jacobus Res, die hier al eerder de twee huizen had gebouwd.

414: dagloner Gerrit Esseling (nu Schoolstraat 8)

De bewoners in 1830 zijn Gerrit Esseling, zijn vrouw Jannetje Mors met toen al hun vier kinderen. Gerrit is dan 42 jaar, geboren in Castricum en van beroep dagloner (arbeider). Hij staat bij het kadaster als schulpenvisser te boek en eigenaar van het huisje en de achterliggende tuin (nummer 414 en nummer 417) met een grootte van respectievelijk 124 en 290 vierkante meter. Het huisje valt in de op één na laagste (belasting)klasse. Gerrit zal dit bezit geërfd hebben van zijn ouders. Zijn vader Hermanus Esseling, de dorpssmid, had in 1787 het huis en de smederij gekocht met het ernaast gelegen huisje, genaamd ‘de Stalling’. Deze naam is in verband gebracht met de ertegenover liggende oude dorpskerk en de boeren die op zondag met paard en wagen naar de kerk kwamen.

Gerrit Esseling trouwt in 1810, wordt meestal dagloner genoemd; alleen in het jaar 1815 staat hij bekend als agent van politie. Volgens het bevolkingsregister van 1850 woont het echtpaar in hetzelfde huis aan de Schoolstraat met dan hun vijf zoons, allen dagloner, en een dochter Petronella. Gerrit Esseling en Jannetje Mors overlijden beiden in het jaar 1862, de dochter is dan al overleden. De drie zoons Wulbert, Jacob en Jan blijven ongehuwd en in het huis wonen. Zij overlijden respecctievelijk in 1870, 1873 en 1875. Alleen de zoons Hermanus (1815-1861) en Pieter Esseling (1822- 1900) treden in het huwelijk en krijgen kinderen.

Op 30 juni 1875 wordt het huis verkocht door de erfgenamen, zijnde zoon Pieter Esseling en de twee minderjarige kinderen van de overleden Hermanus Esseling. Koper is Pieter de Graaf Jacobszoon, koopman, wonende in Castricum en een zwager van Pieter Esseling, die met Aaltje de Graaf is gehuwd.

Pieter de Graaf is geboren in 1832 in Castricum, is winkelier in manufacturen en overlijdt in 1887. In 1868 trouwt hij met Geertje Breetveld. Uit dit huwelijk worden 10 kinderen geboren in de periode 1868 tot in 1881.
Pieter leent in 1884 duizend gulden van Hendrik Zonjee uit Uitgeest met als onderpand ‘Een huis, tuin en erf, staande en gelegen te Castricum in het dorp aan de Kerkbuurt, nummer 417, tuin, groot 290vierkante meter en nummer 1400 huis en erf, groot 124 vierkante meter, zijnde nummer 1400 afkomstig van nummer 414.’
Omdat het huis een nieuw kadasternummer heeft gekregen, zal de lening gebruikt zijn voor nieuwbouw of een aanzienlijke verbouwing van het huis; de perceelgrootte is hetzelfde gebleven. Geertje Breedveld (1845-1927) hertrouwt in 1889 met landbouwer Simon Theodorus Mors (1850-1911). Simon is bij Geertje dan nog met haar acht kinderen komen inwonen.

Op 4 september 1898 verkoopt Geertje samen met haar kinderen het bezit aan de Schoolstraat voor 1.000 gulden aan timmerman Jacobus Res. Bij de verkoop wordt het omschreven als ‘een huis, erf en tuintje te Castricum,’ nummer 1691, groot 414 vierkante meter (de percelen 417 en 1400 zijn samengevoegd tot 1691).
Simon Mors wordt in 1890 ingeschreven in het bevolkingsregister met het beroep ‘koopman in manufacturen’. Hij heeft dus het werk van de eerste echtgenoot van zijn vrouw overgenomen; zij blijven in hetzelfde huis wonen en zullen het dus huren van Jacobus Res.
Simon Mors verhuist omstreeks 1904, dan weer als landbouwer, samen met zijn vrouw Geertje Breetveld naar de Duinderbuurt; in dat jaar krijgt het huis namelijk een nieuwe eigenaar-bewoner.


Jaarboek 39, pagina 73

Jacobus Res, timmerman met zijn bedrijf in de Schoolstraat, verkoopt dit pand onderhands op 4 mei 1904 voor 1.400 gulden aan Cornelis Steeman Janszoon, vrachtrijder alhier. Hij heeft de koper al kort daarvoor toestemming gegeven op zijn grond een schuur te bouwen. Het geheel krijgt het kadasternummer B1993.

Cornelis Steeman is vanaf 1890 vrachtrijder, hij gaat wonen in de Schoolstraat. Over zijn expeditiebedrijf vertelt hij uitvoerig in een artikel in het Nieuwsblad van Castricum in 1940, dat is gepubliceerd in het 32e Jaarboek. In dit jaarboek is ook een foto gepubliceerd van hem met zijn vrouw en kinderen omstreeks 1914 bij hun huis in de Schoolstraat.
Cornelis Steeman overlijdt in 1944 in zijn woning aan de Schoolstraat 8 en zijn vrouw Francisca Kuiper overlijdt al eerder in 1938.

415: smidsbaas Pieter Smit (nu Schoolstraat 6)

Dit laatste huis, gerekend vanaf de Breedeweg aan de oostzijde van de Schoolstraat, heeft als dorpssmederij een lange geschiedenis. Het perceel bestaat uit het huis dat is ingericht als smederij (415, groot 192 vierkante meter) en een tuin (416, groot 350 vierkante meter).
Hermanus Esseling uit de Zijpe heeft in 1787 het huis met de smederij gekocht met het ernaast gelegen huisje, waar later zijn zoon Gerrit is gaan wonen (nummer 414). Enkele jaren na het overlijden van Hemanus Esseling verkoopt zijn echtgenote in 1806 het huis met de smederij aan Klaas Mens, een smid uit Alkmaar. Na twintig jaar zijn beroep hier te hebben uitgeoefend, verkoopt de 69-jarige Klaas Mens de smederij in 1826 aan de van Velsen komende 28-jarige Pieter Smit. Deze Pieter vinden we als smid en bewoner in het register van 1830, samen met zijn vrouw Antje Spanjaard, hun twee nog zeer jonge kinderen en smidsknecht Jan Stokkers. Pieter blijft hier niet lang. In 1831 verkoopt hij de smederij aan zijn schoonvader Wouter Spanjaard, die van beroep tapper en later tolgaarder is en die de smederij verhuurt aan Pieter Kuijt. Deze Pieter is heel lang de dorpssmid van Castricum. Hij is in 1805 geboren in Houtrijk en Polanen, woont na zijn huwelijk in 1829 in Spaarndam en vanaf 1831 in Castricum. Twee dochters van Pieter trouwen met de Castricumse broers Dirk en Klaas Steeman. Pieter koopt de smederij van Wouter Spanjaard in 1837. Pas op 76-jarige leeftijd wordt bij de boedelscheiding na het overlijden van zijn vrouw het bedrijf in 1881 toegewezen aan zijn zoon Jacob Kuijt. Al twee jaar later verkoopt deze Jacob tijdens een openbare verkoping in 1883 de smederij aan de smid Jan de Groot, die vanaf 1909 een vennootschap aangaat met Dorus de Groot, die vanaf 1918 het bedrijf eerst alleen voortzet en later wordt opgevolgd door zijn zoons Kees en Piet de Groot.

De familie De Groot voor hun smederij aan de Schoolstraat in 1913.
De familie De Groot voor hun smederij aan de Schoolstraat in 1913. V.l.n.r. Gré, moeder Anna Castricum, Nel op haar arm, Ans en Rie, vader Dorus, Greet Beentjes, Klaas Wezel en Nelis Castricum.

Tussen de smederij en de Dorpsstraat ligt in 1830 een boomgaard die hoort bij het aan de overzijde van de Dorpsstraat gelegen landgoed Zorgvlied, in de vorige eeuw Hermana State geheten, dat in 1968 is gesloopt.

Simon Zuurbier

Bronnen:

  • Kadaster: Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels, Minuutplans en hypothecaire registers;
  • Archief Gemeente Castricum aanwezig op het Streek- archief te Alkmaar;
  • Notariële archieven te Alkmaar en Haarlem;
  • Bevolkingsregisters en Burgerlijke Stand.


Schoolstraat ruiterspoor (Jaarboek 33 2010 pg 62-63)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over de Schoolstraat: geschiedenispand Resrond 1950ruiterspoor


Jaarboek 33, pagina 62

Een verloren spoor in de Schoolstraat

Het in de Schoolstraat aangetroffen ruiterspoor.
Het in de Schoolstraat aangetroffen ruiterspoor.

Tijdens het archeologisch onderzoek in de Schoolstraat in juni 2004 (zie 28e jaarboek) is een ruiterspoor aangetroffen. Vanwege de sloop van een woonhuis en timmerwerkplaats van de firma Res en geplande nieuwbouw kon het gebied van 650 vierkante meter ten oosten van de dorpskerk worden onderzocht. Het ruiterspoor bevond zich in een dertiende-eeuwse woonlaag. Deze laag wordt in verband gebracht met een vermoedelijk woonstalhuis uit de volle middeleeuwen (ca. 1100 – ca. 1300 na Chr.).

Overzichtskaartje van de opgraving.
Overzichtskaartje van de opgraving.

Het ruiterspoor wordt gebruikt om het paard ‘aan te sporen’ en wordt gedragen aan de achterzijde van de voet, boven de hiel. De beugel gaat onder de enkel langs en wordt op zijn plaats gehouden door riemen over de wreef en onder de voetzool, waartoe de beugelarmen eindigen in één of twee ogen, waaraan de draagriemen worden bevestigd. Een ruiterspoor bestaat verder uit een schacht en een punt of een rad. Het spoor dat in de Schoolstraat werd ontdekt, bestaat uit een U-vormige beugel met een rechte schacht die eindigt in een ronde punt. Daarmee behoort het tot de categorie van de priksporen. Het gevonden exemplaar bestaat uit gecorrodeerd ijzer.

Röntgenfoto van het spoor.
Röntgenfoto van het spoor.

Jaarboek 33, pagina 63

In opdracht van de Werkgroep Oud-Castricum heeft het bedrijf Restaura deze vondst gerestaureerd. Men heeft eerst röntgenfoto’s gemaakt.
Men stelde het volgende vast: “Het ruiterspoor is overdekt met corrosieaanslag. Bewegende delen zijn gecorrodeerd. In het voorwerp zijn breuken aanwezig. Het oppervlak is aangetast, er zijn putjes ontstaan. Het oppervlak laat laagsgewijs los. Fragmenten van het oppervlak ontbreken. Het voorwerp is niet compleet, aan één kant ontbreekt de gesp.”

Het gerestaureerde ruiterspoor.
Het gerestaureerde ruiterspoor.

In 2009 is de grondige restauratie voltooid en is er toch een zeer gaaf exemplaar te voorschijn gekomen.

Dankzij archeologische vondsten en afbeeldingen is de ontwikkeling van de middeleeuwse ruitersporen redelijk goed bekend. Tot aan het einde van de dertiende eeuw is het prikspoor in gebruik. Hiervan eindigt de schacht in een punt. In de Vikingtijd had men al priksporen.

Het in de Schoolstraat gevonden exemplaar lijkt een combinatie van een prikspoor met een gelijkmatig gebogen beugel. Datering is tussen 1300 en 1350. Het behoort tot een van de meest fraaie ruitersporen.

Hoe zo’n spoor, dat tot de uitrusting van een middeleeuwse ruiter behoorde, op een plek in de Schoolstraat terechtkwam, dicht bij de kerk en de dingstal waar men recht sprak, blijft een open vraag.

Rino Zonneveld

Bronnen:

  • Baart, J. et al., 1977: Opgravingen in Amsterdam, 20 jaar stadskernonderzoek, Haarlem, p. 436-437.
  • R.A.M., Detector Magazine nr. 12, december 1993, Drachten, p. 6-7.
  • Restaura, Restauratierapport 2009, Haelen.
  • Smulders, S., De Schoolstraat al in de 1e eeuw bewoond, 28e Jaarboek Werkgroep Oud-Castricum, 2005, p. 3-10.
  • Weber, E., Heemskring nr. 32, Historische Kring Heemskerk, 2004, p. 48.

Schoolstraat, pand Res (Jaarboek 28 2005 pg 3-10)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over de Schoolstraat: geschiedenispand Resrond 1950ruiterspoor


Jaarboek 28, pagina 3

De Schoolstraat al in de 1e eeuw bewoond

Het was al weer ruim acht jaar geleden (gerekend vanaf 2005) dat er in Castricum in de Oosterbuurt een grote archeologische opgraving had plaatsgevonden. Daarom wekte een bericht eind november 2003 in het Nieuwsblad voor Castricum over de sloop en bouw van een nieuwe woning in de Schoolstraat onze belangstelling.
Het terrein ligt immers in de Kerkbuurt direct naast de oude Pancratiuskerk, een van de oudste monumenten in het dorp en nabij het raadhuis, vroeger ‘regthuys’ of ‘dinckstoel’ geheten. De geschiedenis van het regthuys op deze plaats gaat volgens een akte, aanwezig in de leenregisters van het graafschap Egmond, terug tot 1491. De Kerkbuurt is gelegen op de strandwal waar ook bij het vroegere hotel-restaurant De Rustende Jager, vondsten zijn gedaan uit de eerste eeuwen van de jaartelling.

Aangezien door de bouw de archeologische sporen in het terrein vernietigd zouden worden, verleenden de provincie Noord-Holland, de gemeente Castricum en de Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) toestemming aan de Stichting Werkgroep Oud-Castricum voor een noodopgraving, uit te voeren volgens voorgeschreven protocollen. In nauw overleg met de eigenaren, de gebroeders Res, werd een plan van aanpak opgesteld.

Luchtfoto van school en raadhuis ca. 1920.
Luchtfoto van school en raadhuis ca. 1920.

De Schoolstraat is een korte zijstraat van de Dorpsstraat. De naamgeving is het gevolg van het feit dat er op de hoek Dorpsstraat en Schoolstraat de eerste Openbare Lagere School in Castricum stond. Deze school is omstreeks 1934 gesloopt. Het opgravingsterrein wordt begrensd door de Schoolstraat en het kerkhof van de Ned. Hervormde kerk. De bouw van dit Castricumse monument kan gedateerd worden uit het begin van de 13e eeuw voor wat betreft het tufstenen middenschip terwijl de toren en het vergrote koor uit de 16e eeuw stammen.

Op het perceel Schoolstraat 5 (met een grootte van ca. 600 m ) bevond zich een woonhuis met aangrenzende timmerwerkplaats. De geschiedenis van dit pand en zijn bewoners wordt in het tweede deel van dit artikel beschreven, maar eerst willen we ingaan op de resultaten van het archeologisch onderzoek.

1 Het archeologisch onderzoek

Onderzoeksteam

Kort na de toestemming voor een noodopgraving wendde de Werkgroep Oud-Castricum zich tot de juist in oprichting zijnde Werkgroep Oer-IJ, een samenwerkingsverband van de archeologische werkgroepen van Castricum, Limmen, Akersloot, Egmond, Uitgeest en Heiloo. Hieruit is een kernteam gevormd bestaande uit: Mark van Raay (Oud-Limmen), coördinator veldwerk, Ron Duindam (Oud-Limmen) en Sjef Smulders (Oud-Castricum) uitgebreid met Cees van Roon en Mark Harsfeldt (Zaanstad), Ies de Zwart (Egmond), Paul Patist, Theo de Weerd, Rino Zonneveld en Paul Boesaart (allen Oud-Castricum); zij waren betrokken bij de dagelijkse werkzaamheden. Incidenteel werd assistentie verleend door studenten van de Universiteit van Amsterdam en de historische verenigingen uit Akersloot en Heiloo.
De financiering werd geregeld door de Werkgroep Oud- Castricum en de Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland (AWN), afdeling Noord-Holland Noord.

Voorbereidingen

In opdracht van de firma Res is in 2003 een sonderingsonderzoek op het terrein verricht naar mogelijke verontreinigingen van de grond. Uit het rapport werd duidelijk dat op enkele plaatsen op het terrein zich concentraties bevonden van carbolineum. Immers de vloeistof werd in de beginjaren van de 20e eeuw gebruikt in de timmerwerkplaats van aannemer Res ter conservering van hout. Daartoe werden houten palen en planken enkele dagen gedompeld in een carbolineumbad.

Eind juni/begin juli 2004 werden het woonhuis en de werkplaats gesloopt. Tevens vond toen een afstemming plaats van het ‘plan van aanpak’ met de eigenaren Res. Besloten werd tot een opgravingsperiode van in totaal 3 weken (bouwvakvakantie).
Op vrijdag 16 juli werd een vooronderzoek verricht door enkele werkgroepsleden middels een tiental boringen en enkele ‘kijkgaten’. Al spoedig werd geconstateerd dat zich mogelijk interessante scherf-concentraties in de grond bevonden op een gemiddelde diepte van 1 tot 1,5 meter. Echter gezien de aangetroffen carbolineumconcentraties werd van 19 t/m 24 juli de sanering van de grond uitgevoerd, waarbij het terrein werd afgesloten. De sanering vond plaats op een drietal plekken tot een diepte van 5 tot 7 meter. De vervuilde grond werd afgevoerd en vervangen door schoon zand.
Tijdens de werkzaamheden konden we constateren dat helaas twee oude houten waterputten compleet verwijderd werden alsmede een opgemetselde stortput. Van de geplande onderzoeksperiode bleven vervolgens nog maar twee weken over.


Jaarboek 28, pagina 4

Voorbereidende saneringswerkzaamheden.
Voorbereidende saneringswerkzaamheden.

De eerste opgravingen in vlak 1.
De eerste opgravingen in vlak 1.

Zorgvuldig wordt de bodem afgeschaafd en iedere vondst zorgvuldig bekeken.
Zorgvuldig wordt de bodem afgeschaafd en iedere vondst zorgvuldig bekeken.

Duidelijke greppelsporen tekenen zich af.
Duidelijke greppelsporen tekenen zich af.

Start opgraving

Op maandag 26 juli kon de Werkgroep Oer-IJ starten met het mechanisch graven van een sleuf lopend van west naar oost: breedte 5 meter, lengte 20 meter en diepte 1,5 meter. Voorzichtig werden de vrijgekomen terreindelen afgeschaafd en al spoedig werden vele grondsporen zichtbaar. Dit eerste vlak werd ingemeten en de sporen konden ingetekend worden. De uitgegraven grond (stort) werd direct met metaaldetectoren onderzocht. Midden in het vlak werd een ronde, van roodachtige bakstenen opgemetselde put blootgelegd. Er bevonden zich helaas geen scherven of andere voorwerpen in deze put. Aan de hand van de bakstenen is de ouderdom vastgesteld op de 18e eeuw.
Ook werd een vloer aangetroffen van 1 bij 1,5 meter, belegd met groen en bruin geglazuurde tegels (estrik), vastgezet in een dik cementbed. Het gebruiksdoel ervan is niet vast te stellen. Wellicht was het de vloer van een waterput uit de 19e eeuw.
Opmerkelijk waren de vele, van west naar oost lopende geulsporen, richting straatzijde. Met enige zekerheid kan gesteld worden dat evenwijdig aan de straat een vrij grote sloot heeft gelegen waarin de geulen konden afwateren.

Het profiel van de ‘straatsloot’ kon niet vastgesteld worden, aangezien deze tot onder de klinker-bestrating doorloopt.
Aan de oostzijde van het vlak werden duidelijke paalsporen waargenomen, lopend in een rechte lijn, op regelmatige afstand van 1,3 meter van elkaar, diameter 25 cm. Parallel aan, maar ook haaks op de paalsporen, waren diverse afwateringsgeulen zichtbaar.
In de noord westhoek van het vlak werden een opgemetselde muur en een vloer blootgelegd. Vlak daarbij werden één complete en enkele halve zogenaamde ‘kloostermoppen’ gevonden. Kloostermoppen zijn oude bakstenen met veelal een afmeting van 30 cm lang, 15 cm breed en 7-8 cm dik. Deze grote bakstenen werden in de Middeleeuwen veelvuldig door de monniken-bouwlieden gebakken voor de bouw van hun kerken en kloosters.

Bij het maken van een dwarsdoorsnede van de diverse greppel- en paalsporen werden onder meer scherven aangetroffen uit de Middeleeuwen en de Inheems-Romeinse tijd. In een van de sporen werd een redelijk complete (ca. 85 procent) slank gevormde schenkpot met oor aangetroffen. Ook een Overijsselse duit uit het jaar 1680 en een Franse uniformknoop werden gevonden. Vlak langs de straatzijde werd het geraamte van een koe gevonden, dat helaas niet in zijn geheel kon worden opgegraven aangezien een gedeelte zich nog onder de straatklinkers bevond.
In dit eerste vlak werden ruim tachtig sporen aangetekend en gelabeld. Ter plaatse gedetermineerde vondsten zijn afkomstig uit de 17e en 18e eeuw.


Jaarboek 28, pagina 5

Restanten van het muurtje en de vloer.
Restanten van het muurtje en de vloer.

Fraaie schenkpot van zogenaamd protosteengoed, 13e eeuw.
Fraaie schenkpot van zogenaamd protosteengoed, 13e eeuw.

Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.

Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.

Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.

Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.
Scherfrest uit de 17e en 18e eeuw.


Jaarboek 28, pagina 6

Leden van de Werkgroep Oer-IJ in actie.
Leden van de Werkgroep Oer-IJ in actie.

Het geraamte van een koe uit de 18e of 19e eeuw.
Het geraamte van een koe uit de 18e of 19e eeuw.

Een reconstructie van een stalwoning.
Een reconstructie van een stalwoning.

Paalsporen van het gebouw. De gele lijn geeft de omtrek van het gebouw aan.
Paalsporen van het gebouw. De gele (?) lijn geeft de omtrek van het gebouw aan.

Boerderijplattegrond

In de tweede week werd een tweede vlak van 5 x 15 meter opengelegd. Ook hierbij kwamen vele grondsporen vrij. En er werd, zoals reeds vermoed, een tweede rij paalsporen zichtbaar, die duidelijk in verband stond met de paalsporen uit vlak 1. Uit een reconstructie blijkt het te gaan om een gebouw (stalwoning?) van ca. 6,5 meter breed en minstens 20 meter lang, lopend van noord naar zuid en zeer vermoedelijk uit de 13 eeuw. Waarschijnlijk is het gebouw nog langer geweest. De begrenzing aan het pleintje aan de noordzijde hebben we vastgesteld, maar de begrenzing aan de zuidzijde was vanwege het eerder gesaneerde terreindeel niet meer te bepalen.
Naast de paalsporen werden de resten van de opgemetselde muur en vloer opgegraven. De vloer van een kelder(?) bevond zich op 1,8 meter diepte en bestond uit zorgvuldig naast elkaar geplaatste, los gelegde halve klinkertjes en diverse gele en rode kleinere steentjes. Op de eerste vloer was een tweede gelegd van gebakken en geglazuurde tegels in verbrokkelde kalkspecie waarop duidelijk brandsporen zichtbaar waren. Ons was reeds uit de archieven bekend dat er op 29 juli 1795 brand was ontstaan in de vierkante kap van een kleine boerderij direct ten noorden van de kerk en dat deze brand was overgeslagen naar vijf andere omliggende boerenwoninkjes. Het is heel goed mogelijk dat de aangetroffen brandsporen met deze brand in 1795 in verband staan.
Bestudering van de vloer en de muurresten wijzen op een datering uit het begin van de 18e eeuw.

Aan de uiterste rand van vlak 2, grenzend aan het kerkhofterrein, werd een sloot met veel afval blootgelegd, die was omgeven met enkele oude houten palen. De beschoeiing liep langs de gehele westelijke begrenzing van het kerkterrein (zoals werd waargenomen tijdens de eerdere sanering). Opvallend is dat de sloot ruim 1,8 meter onder het maaiveld lag. De grote diepte is merkwaardig, omdat men een glooiend verloop zou verwachten vanaf het kerkhofterrein naar het opgravingsterrein, in dit geval de sloot, en niet een direct verval van anderhalve meter. Een ongefundeerde theorie zou kunnen zijn dat de sloot er al was voordat de terp van de kerk en het kerkhof werd aangelegd, maar dan spreken we over de 12e eeuw.
Wel werd duidelijk dat de sloot in het verleden enkele malen is voorzien van een soort borstwering, vermoedelijk om


Jaarboek 28, pagina 7

het vollopen van zand vanaf de zijkanten te verhinderen. Uit de sloot kwam een grote hoeveelheid geglazuurde en ongeglazuurde scherven van kookpannen, enkele pijpenkopjes, stukken glas, diepgroen en delftsblauw aardewerk, alsmede een schoen met leerresten. Deze scherven kunnen we dateren uit de 18e en 19e eeuw. Ondanks vele pogingen konden er van alle scherven uit deze sloot geen reconstructies van enigerlei aardewerk gemaakt worden. Alles bleek zeer fragmentarisch.
Op de voorlaatste dag werden in vlak 2 op een diepte van 1,8 m nog de resten van een waterput, vervaardigd van houten duigen, aangetroffen. De opgraving ervan kon niet in rust geschieden, aangezien de vondst onder het grondwaterpeil lag en snel handelen dus geboden was. De duigen zijn onder water bewaard; de datering daarvan moet nog geschieden (ROB).
Meer tijd voor het onderzoek was niet beschikbaar, omdat de voorbereiding van de bouw een aanvang nam.

De keldervloer.
De keldervloer.

Waterput met houten duigen.
Waterput met houten duigen.

Publiciteit

Gedurende het onderzoek werd de opgraving bezocht door de burgemeester, mevrouw A. Emmens – Knol, alsmede wethouder Könst, enkele raadsleden en de heer Venema, ambtenaar voor monumentenzorg. Daarnaast werd dagelijks uitgebreide voorlichting door werkgroepleden gegeven aan de tientallen bezoekers. Ook in de pers (Noordhollands Dagblad, de Castricummer, Nieuwsblad voor Castricum en de Zondagskrant) verschenen uitgebreide artikelen en foto’s. Het maandblad ‘de Makelaar’ plaatste in haar augustus-uitgave een uitgebreid artikel met op de cover een foto van de opgraving. Zelfs Radio Noord-Holland besteedde aandacht aan dit archeologisch onderzoek.
Een verder onderzoek van het terrein was niet mogelijk, aangezien zich hierin de gesaneerde terreindelen bevonden, alsmede een terreindeel met tegelbestrating, dat gehandhaafd diende te worden als opslagterrein voor de toekomstige nieuwbouw. Nadat het opgravingsterrein weer genivelleerd was, ontstond de mogelijkheid om onderstaande unieke foto van de kerk te maken. Dit was tot nu toe, en dat zal ook voor de toekomst gelden, niet mogelijk omdat er altijd een woonhuis in de weg stond en zal staan.

Nederlands Hervormde kerk.
Nederlands Hervormde kerk.

Terugblik

Het was boeiend om weer eens een vrij grote opgraving te ondernemen met vele gedreven amateur-archeologen die tezamen weer een stukje geschiedenis toegevoegd hebben aan onze fraaie gemeente. Heel interessant is dat dit gebied vanaf de le/2e eeuw na Christus tot heden bewoond is geweest, dat er een huisplattegrond, waterputten en een keldervloer is aangetroffen en dat we een rijke verzameling aan scherven uit diverse periodes hebben gevonden.
De opgegraven scherven en sporen tonen onomstotelijk aan dat er toen al sprake was van bewoning op een van de strandruggen van het Oer-IJ-gebied, vele eeuwen voordat er ook maar sprake was van de naam Castricum.


Jaarboek 28, pagina 8

2 De historie van het pand Schoolstraat 5

De situatie van de panden aan de Schoolstraat in 1822.
De situatie van de panden aan de Schoolstraat in 1822.

De dorpstimmerman meer dan twee eeuwen in de Schoolstraat

Als oudste vermelding in het Kadaster in 1832 komt Hendrik Beugeling voor als eigenaar van twee aan elkaar gebouwde huizen, die in de Kerkbuurt staan op een plaats waar in onze tijd het timmerbedrijf van de familie Res aan de Schoolstraat was gevestigd.
Hendrik Beugeling werd geboren in 1774 in Castricum als zoon van Hermanus Beugeling en Eva Jansdr.
Hij had deze panden geërfd van zijn vader, die in 1750 in Beverwijk was geboren en die al vanaf zijn trouwen in 1769 in Castricum woonde en hoogst waarschijnlijk toen al in de straat die later Schoolstraat zou gaan heten. Vader Hermanus Beugeling was timmerman en wordt genoemd bij de verkoop van het naastliggende huis.

Zoon Hendrik was meester timmerman en is in dit huis op 11 mei 1831 overleden. Hendrik trouwde op 10 augustus 1800 te Castricum met Johanna Bakker; uit dit huwelijk werden te Castricum vier kinderen geboren. De enige zoon Jan koos niet voor het beroep van zijn vader; hij trouwde in 1824 met een meisje uit Ursem en ging uiteindelijk in die plaats wonen. Hendrik Beugeling had in de loop der jaren veel land gekocht of geërfd. Hij had 3 huizen en ruim 27 hectare land in Castricum in zijn bezit, toen hij op 24 december 1829 de twee aaneengebouwde huizen in de Schoolstraat voor 1.500 gulden verkocht aan Klaas Dirkszoon de Vries, timmerman te Zaandijk. De grootte van het erf van het ene huis, dat als timmermanswinkel in gebruik is, is 620 vierkante meter (nr. 405) en van het andere erf 260 vierkante meter (nr. 406).

Klaas de Vries woont met zijn vrouw Hilletje de Vries in het pand in de Schoolstraat. Hier worden hun vijf kinderen geboren in de periode 1830 – 1838. Op 16 april 1842 verkoopt hij in een onderhandse akte de ‘twee aaneen verheelde huizen’, staande en gelegen aan de Kerkbuurt voor 2.000 gulden aan Hendrik Handgraaf, timmerman uit Santpoort. Hendrik Handgraaf overlijdt in 1863 en zijn vrouw Catharina Traan wordt dan eigenaar van het bedrijf. Catharina hertrouwt op 22 januari 1865 met weduwnaar Jan Dirksz Schotvanger, veehouder op het Noordend, waar zij gaat wonen. Enkele dagen na haar huwelijk houdt zij in het pand aan de Schoolstraat een publieke verkoping van timmermansgereedschappen, huisraad en inboedel. Een lijst, door de notaris opgemaakt, vermeldt 343 te verkopen stukken, die bij de verkoop in totaal ruim 400 gulden opbrengen. Nog weer enkele dagen later, op 1 februari 1865, verkoopt zij het timmerbedrijf aan de Schoolstraat voor 2.200 gulden aan Johannes Res, timmerman te Castricum.

Handtekeningen bij de verkoop van het timmerbedrijf in 1865 door Catharina Traan, haar man Jan Schotvanger en de nieuwe eigenaar Johannes Res.
Handtekeningen bij de verkoop van het timmerbedrijf in 1865 door Catharina Traan, haar man Jan Schotvanger en de nieuwe eigenaar Johannes Res.

Vijf generaties Res met een bouwbedrijf aan de Schoolstraat

Johannes Res wordt geboren op 18 oktober 1834 in Castricum als de oudste zoon van Bernardus Res, de plaatselijke heelmeester, en van Johanna Maria Kuin. (Zie stamboom familie Res in het 6e jaarboekje.)

Johannes Res, geb. in 1834 en eerste Res als timmerman aan de Schoolstraat.
Johannes Res, geb. in 1834 en eerste Res als timmerman aan de Schoolstraat.

Johannes Res en zijn broer Willem Res zijn de stamvaders van de Castricumse familie Res. Johannes trouwt in 1860 met Maartje Brakenhoff en koopt in dat jaar een stukje tuingrond ter grootte van 250 vierkante meter aan de Dorpsstraat en bouwt hierop een huis en schuur, waar zij gaan wonen (de plaats waar nu (in 2005) Stevens Mode is gevestigd). Johannes Res was timmerman, aannemer en bouwde onder andere in 1868 een nieuw raadhuis. Zijn eigen bezit aan de Schoolstraat onderging in 1870 een flinke verandering met als resultaat een groot pand, waarin de woning en de werkplaats waren ondergebracht op in totaal 844 m en daarnaast was er nog een afzonderlijk huisje van 36 vierkante meter.


Jaarboek 28, pagina 9

Uit zijn huwelijk met Maartje Brakenhoff werden dertien kinderen geboren, waarvan acht na hun verhuizing in 1870 op de Schoolstraat. Daar zullen ook vier kinderen op nog jonge leeftijd overlijden.

Johannes Res overlijdt in 1881 op 46-jarige leeftijd. Zijn vrouw wordt de nieuwe eigenaar. In 1884 en in 1902 wordt er bijgebouwd en het totale grondgebied anders opgesplitst, waardoor er in het laatstgenoemde jaar op een iets vergroot perceel een huis, schuur en erf (604 vierkante meter) staat dat eigendom wordt van zoon Jacobus Res jr. en nog twee kleine woonhuizen met erven van resp. 120 en 156 vierkante meter die eigendom blijven van Maartje Brakenhoff.
Na haar overlijden in 1907 wordt dit bezit door de erfgenamen in een openbare verkoping verkocht aan dezelfde Jacobus Res jr. Laatstgenoemde, geboren op 15 maart 1868, is timmerman, aannemer en in 1893 gehuwd met Alida Bibo; hij bouwt in 1911 aan de Dorpsstraat het nieuwe raadhuis dat het in 1868 door zijn vader gebouwde raadhuis vervangt. Nu (in 2005) is dit pand eigendom van het Landschap Noord-Holland.

Interieur van de timmerwerkplaats. De werkplaats fungeerde ook als timmerwinkel. Als dorpelingen hout, spijkers of schroeven nodig hadden, konden ze hier terecht. Doe-het-zelf-zaken bestonden nog niet. V.l.n.r.: Ber van Benthem, Jan Korsman en Jan Res.
Interieur van de timmerwerkplaats. De werkplaats fungeerde ook als timmerwinkel. Als dorpelingen hout, spijkers of schroeven nodig hadden, konden ze hier terecht. Doe-het-zelf-zaken bestonden nog niet. V.l.n.r.: Ber van Benthem, Jan Korsman en Jan Res.

Jacobus (Co) Res en Alida Bibo hebben zeven kinderen; hun zoon Johannes J. zal het bedrijf gaan voortzetten.
Johannes Jacobus (Jan) Res, geboren op 2 juli 1899, is ook timmerman-aannemer en trouwt in 1925 met Adriana Agatha Maria Fatels. Zij krijgen negen kinderen in de periode 1926 tot 1947. In 1933 neemt Jan voor 5.000 gulden het huis met aangebouwde timmerwerkplaats, erf en grond aan de Schoolstraat van zijn vader over. In 1939 wordt op deze grond nog een houtloods gebouwd.

Exterieur van de timmerwerkplaats: 3e van links zoon Jan Res en 2e van rechts met pet zijn vader Co Res.
Exterieur van de timmerwerkplaats: 3e van links zoon Jan Res en 2e van rechts met pet zijn vader Co Res.

Door aannemer Jan Res is veel gebouwd. In verband met de herbouwplicht nam dat direct na de oorlog grote vormen aan. Daarna werden in Castricum vele woningen in bestaande straten of in nieuwe wijken door de firma Res gebouwd. Ook de Henricus Mavo werd door Res gebouwd. Er werkte toen ongeveer 25 man personeel bij het bedrijf; van de familie Korsman waren er meerdere personen uit twee generaties bij het bedrijf werkzaam.

In juli 1962 overleed Jan Res plotseling. Bij de overdracht van de bezittingen kort na het overlijden aan zijn weduwe Adriana Fatels worden deze omschreven als: een woonhuis, werkplaats, schuur en erf aan de Schoolstraat nr. 5, te samen groot 625 vierkante meter. Het bedrijf stond bekend als de firma J.J. Res.

In april 1968 volgt de verkoop van het woonhuis, werkplaats, erf en verdere aanhorigheden voor 65.000,- gulden aan de zonen Jacobus Fredericus (Jaap) Res, geboren in 1930, aannemer, gehuwd met Maria Antonia Afra (Rie) Kuilman, aan Johannes Timotheus (Jan) Res, geboren in 1934, timmerman-aannemer, gehuwd met Agatha Maria de Waard en aan Reinier (René) Res, geboren in 1942, uitvoerder en gehuwd met Maartje Christina Ooms.

Kort na de overdracht overlijdt Jaap Res. Op 19 augustus 1969 draagt Rie Kuilman, die toen woonde aan de Dorpsstraat 15, haar aandeel in het woonhuis over aan haar zwagers Jan en René Res. Jan Res woont dan al in het pand aan de Schoolstraat. De omschrijving was toen: het woonhuis, kantoren, werkplaats, bergplaats, erf en grond en verdere aanhorigheden, staande en gelegen in de Gemeente Castricum, aan de Schoolstraat nummer 5, te samen groot 62 vierkante meter. In 1971 koopt Jan Res het deel van zijn broer René en zo komt het geheel in zijn bezit. In 1977 heeft Jan Res de bestaande en in slechte staat verkerende houtloods aan de voorzijde van het perceel herbouwd; in 1980 volgt nog een uitbreiding door in de ruimte tussen Schoolstraat 9 en het bedrijfspand een garage met enkele voorzieningen te bouwen.

In 1982 stopt Jan Res met het bouwbedrijf en begint aan de Dorpsstraat ‘Handy House’, een winkel voor de ‘doe-het-zelver’. De werkplaats en de schuur aan de Schoolstraat worden gebruikt als opslag voor de winkel. In 1988 sluit hij zich aan bij de landelijke Doeland-keten en wordt de naam van de winkel gewijzigd in ‘Doeland’. Zoon Paul Res werkt al jaren mee in het bedrijf en hij neemt de winkel in 1990 van zijn vader over. Een uitbreiding van het bedrijf volgt in 1995 als Paul samen met zijn broer John een pand overneemt op de Castricummerwerf. Deze zaak gaat in oktober van dat jaar van start als Big Boss, een franchise van een landelijke keten. Beide bedrijven zijn nu (in 2005) gezamenlijk bezit van Paul en John Res.

Agatha M. de Waard is in 1995 te Alkmaar overleden en haar man Jan Res op 67-jarige leeftijd in 2001 te Castricum. De ‘Doeland’-winkel aan de Dorpsstraat wordt gesloten en Paul en John Res geven nu samen leiding aan het bedrijf Big-Boss op de Castricummerwerf.

In 2004 worden aan de Schoolstraat de werkplaats, de schuur en de woningen nummer 5 en nummer 7 gesloopt en verrijzen op die plaats twee vrijstaande woningen. Hiermee komt een einde aan een eeuwenlange geschiedenis van timmerbedrijven aan de Schoolstraat.

Sjef Smulders


Jaarboek 28, pagina 10

Bronnen:

  • Castricumse archieven op het Regionaal Archief te Alkmaar.
  • Kadastrale gegevens te Alkmaar en Haarlem.
  • Blom, P.C.M., onderzoek perceel Schoolstraat 5, febr. 2005.
  • Zuurbier, S.P.A., De Castricumse familie … Res, 6e Jaarboekje

Werkgroep Oud-Castricum, 1984.

Met dank aan:
Huib Korsman, Bob en René Res.

Het bedrijf met woonhuis van de fa. J.J. Res gezien vanaf de noordzijde.
Het bedrijf met woonhuis van de fa. J.J. Res gezien vanaf de noordzijde.