Dagboek kapelaans (Jaarboek 08 1985 pg 8-24)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over WO1: eerste Wereldoorlog
Verschenen artikelen over WO2Castricum in oorlogstijd – Dagboek kapelaans – De dood van Arie Hageman – Duin en Bosch, evacuatie – Duinkant, een verdwenen dorpje – Oorlogsherinneringen Nardus Bos – Oorlogsverhaal Tiny van Vlaanderen-Boot – verdedigingswerken – verzetsstrijders – Leenaers, dokter – tante Sientje


Jaarboek 8, pagina 8

Fragmenten uit een dagboek

Oorlogsdagboek van de kapelaans te Castricum.
Oorlogsdagboek van de kapelaans te Castricum: het originele dagboek dat in het Regionaal archief in Alkmaar ligt met daarboven de transcriptie die ter gelegenheid van 75 jaar bevrijding uitgegeven is door de Werkgroep Oud-Castricum. Collectie Werkgroep Oud-Castricum. Toegevoegd.

Op 6 maart 1942 zijn 3 kapelaans van de Romms-Katholieke Parochie St. Pancratius een dagboek gestart over de oorlogsjaren.
De auteurs waren F. Holthuizen, F. Verheul en J. van der Zalm. Verheul heeft het einde van het dagboek niet kunnen meemaken, aangezien hij in december 1942 geëvacueerd werd naar Amsterdam, waar hij in de Vondelkerk tot kapelaan benoemd werd. Holthuizen en Verheul hebben het boek tot enige maanden na de bevrijding tot de val van Japan voortgezet. Dankzij dit voor Castricum unieke document is het mogelijk om ons zo vele jaren na die verschrikkelijke oorlog een beeld van die tijd te vormen.

Het geeft een opsomming van vaak schokkende gebeurtenissen, misdaden begaan door een totalitair Nazi-regiem.
Niet genoeg kan de nadruk gelegd worden op wat mensen in hun drang naar macht vermogen.
Het boek was te uitgebreid om in zijn geheel opgenomen te worden.
De woordelijk opgenomen fragmenten geven de belangrijkste gebeurtenissen weer.

De samensteller, F. Baars

Fragmenten uit het dagboek van de RK Pastorie te Castricum uit de oorlogsjaren 1940-1945

1e Jaargang

6 maart 1942
Als Hebdomodarius open ik dit dagboek. De indruk heeft zich in ons gevestigd, dat de oorlog althans in Europa zijn einde nadert.
Europa rekent op de vrede in september. Spannende dagen naderen, daarom openen wij een dagboek, zowel voor onszelf om later de gebeurtenissen te kunnen reconstrueren, als voor anderen, die interesse hebben voor wat zich in deze benarde tijden in de brein van een paar kapelaans afspeelden. In het Oosten gaat het slecht, Singapore viel een week of drie geleden, vandaag viel Batavia. O Engeland, wat onderschat je de Japanner. Vrijwel zonder hulp kan het dappere Indische leger het nooit winnen, ik heb al een weddenschap lopen, dat op 23 maart Java is gevallen. Arme missie!! Voorspellingen doen nog steeds de ronde. Gisteravond hoorde ik nog van een horoscooptrekker, die 6 jaren geleden de oorlog van 6 mei 1940 had voorspeld toen ook al heeft voorzegd, dat er in aanstaande mei een bloedige opstand in Amsterdam zou ontstaan waarbij de paarden tot de enkels in het bloed zouden lopen op de Dam. Als het maar waar is …

7 maart
Het wordt hopeloos, vliegtuigen zijn er haast niet. Ze kunnen het beter opgeven. Laat Engeland en Amerika het nu zelf maar eens opknappen.

8 maart
Er is groot gebrek aan kolen. Transportmoeilijkheden, geen benzine, geen goederenwagens, grote rivieren bevroren. In de Jordaan worden de deuren bij gebrek aan brandstof gesloopt.

10 maart
Mussert spreekt voor de radio. Hij wijst er op, dat het Nederlandse Rijk bezet is. Moederland door Duitsland, Oost-lndië door Japan. West-Indië door Amerika. Het zingen van het Wilhelmus deed mij op dat moment pijn.

11 maart
Een Engels vliegtuig op terugreis naar huis moest het boven Beverwijk begeven. De noodlanding gebeurde op het land van een NSB-er.

21 maart
Deze week werd van Ginhoven wegens spionage gefusilleerd. De dominee uit Castricum was 1 uur bij hem.

26 maart
Bordjes “Verboden voor Joden” mogen niet in de katholieke instellingen opgehangen worden en verenigingen mogen zich niet aansluiten bij de Cultuurkamer. Er woedt een zware strijd met de doktoren. Van het topcomité bestaande uit 8 personen zijn er 5 gearresteerd maar het comité vult zich zelf weer aan. De strijd gaat tegen de oprichting van de artsenkamer. Wij hebben een sinaasappel met zijn allen gedeeld. Dokter Leenaers kreeg ook een stukje. Onze enige kip legt om de 2 dagen een ei!

28 maart
Het werk aan de toren van 90 meter hoog, die voor de Duitsers moet worden gebouwd, is stopgezet. Waarom? Er wordt in ernst verteld, dat er parachutisten zijn gedaald in de buurt van Alkmaar, Haarlem en Den Haag.

31 maart
Voor het personeel van de PWN en PEN werd er in Haarlem een groot appèl gehouden. Bedoeling van de vergadering: de zegeningen van de Nieuwe Orde. Onder de verschillende toespraken toonden de arbeiders tekenen van verkoudheid. Onder de toespraak van een Duitser was het doodstil, men kon hem toch niet verstaan.

6 april
De inspecteur van de Marine Lazaretten van het Westelijk front heeft op bezoek in Heiloo gezegd: De verliezen in Rusland zijn zeer groot. De Engelse invasies zijn van weinig betekenis. Essen is flink gebombardeerd. Veel doden. De fabrieken van Krupp zijn moeilijk te kwetsen. Een haag van afweergeschut omgeeft de fabriek. Langs de weg veel militair verkeer. Strandpaviljoen Armeria moet verdwijnen. De bouw van de 100 meter hoge toren in de duinen gaat weer door.

13 april
De vliegvelden op Schiphol, De Koog en Bergen zijn door de Duitsers onklaar gemaakt door middel van betonnen palen. Collega v.d. Zalm ontving een kaart: “Verboden voor Joden” om op te hangen in het Jeugdhuis. Hij hangt nu op zijn kamerdeur.


Jaarboek 8, pagina 9

Hotel Armeria dat tijdens de oorlogsjaren werd afgebroken.
afb. 1 Hotel Armeria dat tijdens de oorlogsjaren werd afgebroken.

18 april
De richtingborden worden weggehaald in de kuststreek.

19 april
De strijd tegen het streven van het Nationaal Socialisme is nog steeds niet geluwd. In een herderlijk schrijven hebben de bisschoppen van Nederland sterk geprotesteerd tegen de onbarmhartigheid van de Jodenvervolging. Het grote gevaar van de Arbeidsdienst werd scherp in het licht gesteld, met de ernstige vermaning aan de ouders om hun kinderen er niet heen te sturen.

20 april
Een plaatselijk NSB-er heeft een poging gedaan om de pastoor, het hoofd van het schoolbestuur, over te halen reclameplaten van de Nationale Jeugdstorm in zijn school op te hangen. Geen succes.

23 april
in het parochiearchief is een beschrijving gevonden van de veldslag te Castricum tussen het Russisch/Engelse leger tegen de Frans/Bataafse troepen in 1799 geschreven door pastoor Bommer.

28 april
De NSB-sche kameraadskes hebben de raad gekregen zich uit de kuststrook te verwijderen. 2 Kameraadskes hebben zich ter zake van zenuwen bij dokter van Nievelt gemeld. Diverse aanplakbiljetten van de NSB worden door de eigenaars verwijderd zogenaamd wegens de schoonmaak. Angst voor de landing van de Engelsen, of voorbereiding voor 10 mei, als de NSB de macht in handen krijgt? De NSB-ers schijnen bewapend te zijn.

1 mei
Er komen veel soldaten in het dorp. De Christelijke school op Bakkum is bezet, alsook een koloniehuis. Er staan kanonnen op de duinen te Bakkum.

5 mei
Bergen aan Zee is ontruimd. Evacuatie is aan de orde van de dag. In Egmond zijn gisteren vijf mensen bij de Gestapo ontboden, boterhammen en een verschoning meenemen! Enkele NSB-ers zijn vertrokken.

8 mei
Een Castricummer is in Lübeck gedood bij een bombardement, zijn naam is Beentjes. De Castricumse NSB-ers zijn naar Mussert geweest met het doel gevangenname te vragen van enkele eerzame Castricummers.

9 mei
Er is een ontzagwekkend aantal arrestaties verricht. Alleen in Utrecht al 70. Wie van enige betekenis is, wordt gearresteerd. De burgemeester en commissaris van politie te Velsen zijn spoorloos verdwenen. De burgemeester van Beverwijk is na een dag arrest weer thuisgekomen. (Later ontslagen en toen weer gearresteerd).

10 mei
Het is nu 2 jaar geleden, dat de Pruis Nederland is binnengevallen. Tot nu toe is het niet gelukt de Nederlanders te winnen voor de Nieuwe Orde. Wanneer er een nieuwe gemeenschap moet komen dan zullen we die zelf in vrijheid opbouwen, maar dan op Christelijke grondslag. Een nieuwe orde kan geen vrucht zijn van geweld, slavernij en gijzeling.

11 mei
De Duitse knecht Anton Mussert is vandaag jarig. Op zich is dit feit te onbenullig voor ons dagboek. De omstandigheden waaronder dit feest gevierd wordt, wettigen om er melding van te maken. Door het lot zijn uit de elf provincies elf NSB-ers gekozen, die aan tafel genodigd zijn door Mussert. Wat grootmoedig! Zullen ze zelf hun bonnen mee moeten nemen? Was Anton niet zo dik dan kon hij in de schaduw staan bij zijn führer.

23 mei
Bakkum heeft veel soldaten. Paarden en mannen ingekwartierd. Tentenkamp bezet. De rijwielpaden naar Beverwijk en Egmond zijn grondig vernield. Op het huis van de weduwe Twisk een ballon gedaald uit Engeland. Dat land bestaat dus nog.

24 mei
In IJmuiden wilden 13 officieren in een botter naar Engeland vluchten. Ze zaten in het vooronder verborgen. Er was verraad, want juist die botter werd onderzocht. Ze kregen schoppen — volgens ooggetuigen — en later de kogel, ook de bemanning van het schip.

26 mei
De krant zegt, dat Duitsland de vernietigingsslag heeft beëindigd in de buurt van Charkow en de Russen moeten ook al zo winnen. Ra, ra …

30 mei
Een vooraanstaand “partijman” heeft beweerd, dat de lijst van gijzelaars van iedere plaats bestaat uit degenen die bij strafmaatregelen de wacht hebben moeten houden. Een pijnlijke zaak voor collega Verheul, die in de loop van deze winter in een wacht van 12 tot 2 uur wacht heeft moeten houden in de duinen. Ter opluchting meldde genoemde man er bij, dat uitgezonderd waren NSB-ers en priesters. Twee Gestapomannen hebben enige uren in het bevolkingsregister in het raadhuis gezocht.

1 juni
Men wordt aangehouden. De portemonnaie wordt nagezien. Voor iedere koperen cent krijgt men 1 gulden boete.

5 juni
Heydrich is verhuisd naar de Germaansche hemel. Gratias! (red: Dank u wel!) Gedurende enkele nachten heeft een geweldige overtocht plaats van Engelse vliegtuigen. Met duizenden. De Amerikaanse zijn er nog niet bij. Keulen en Essen zijn flink geraakt. Volgens zeggen is de grote houten stellage in de duinen van Noord Bakkum gebouwd als peilstation voor vliegtuigen.

11 juni
Duin en Bosch moet ontruimd worden, beroering in het dorp. Ook de Eenheid en Antoniushoeve. De Heilooërs gaan naar Heiloo terug, een ander deel gaat naar “Voorburg” bij Vught.


Jaarboek 8, pagina 10

De echte Duin en Boschers worden over 6 a 7 huizen verdeeld. Wat zal er komen? Een gevangenkamp of een echt leger? Vitesse is uitgenodigd om tegen de Duitsers te spelen.

Vakantiekoloniehuis "De Eenheid" werd aanvankelijk gebruikt als legerplaats voor de Duitse troepen, later afgebroken.
afb. 2 Vakantiekoloniehuis “De Eenheid” werd aanvankelijk gebruikt als legerplaats voor de Duitse troepen, later afgebroken.

13 juni
Deken van Beverwijk eet vanmiddag geen groente. Dankzij de uitstekende zorgen van Stien Meyer eten wij wel groente, immer dezelfde groene.
Waar moeten de koperen centen heen? Kees de Koster weet gelukkig een gaatje.

16 juni
In Amsterdam stond op een schutting geschreven: Rotterdam-Keulen 1-1. Het mijn en dijngevoel gaat er lelijk op achteruit. In de RK meisjesschool, Jeugdhuis (buit: 3 biljartballen) bonnen gestolen in de Geelvinckstraat, in de Nuhout v.d. Veenstraat etc. etc. Philips uit Eindhoven zorgt voor miswijn, hij levert gloeilampen aan Spanje, zij de wijn. Castricum heeft nog steeds geen burgemeester. 5 Personen zouden geweigerd hebben.

19 juni
Cor Spaanse heeft een brief van een kennis uit Keulen ontvangen: “Het bombardement op Keulen is ‘viel schlimmer’, dan dat van Rotterdam. Dan is het bepaald 2-1 geweest. Sebastopol wordt zwaar bedreigd. Tobroek wordt door Rommel bedreigd. De oorlog is nog lang niet afgelopen. Het nageslacht gelieve te onthouden, dat de Nederlanders vanaf 12 juni hun ontbijt moeten verorberen zonder daarbij te genieten van hun ochtendkrantje. Alle ochtendbladen (bestaand uit een enkel vel) zijn opgeheven. De pastorie zonder aardappelen!

20 juni
Duin en Bosch is leeggekomen. Wordt het een munitiedepot? Vandaag cirkelden er urenlang vliegtuigen boven.

5 juli
Deze week mocht Castricum zijn nieuwe burgemeester krijgen; bankbediende W. Masdorp, lid der NSB – stamboeknummer 33.310. Over zijn persoon weinig nieuws. De aardbeiencampagne is in volle gang, een enkele aardbei bereikt de veiling, de rest wordt verspreid per trein en fiets. De granaatwerpers hebben in de duinen proefgestoomd. Zullen zij nog eens echt gebruikt worden? Vandaag vielen meerderen flauw in de kerk. Spant het slechte eten samen met de warmte? De algemene stemming wordt down. Niemand rekent nog op een spoedige afloop. Men maakt zich op voor een ellendige winter. De nood is zover dat ik mijn geliefde kanarie (Piet geheten) een sinistere vrijheid heb gegeven. Het Jeugdhuis wordt klaargemaakt voor de gasoorlog, de brandweer repeteert.

11 juli
De Duitsers zijn de Don overgestoken, waar blijven de Don-Kozakken?

14 juli
De vervolging van de Joden is weer hevig. ‘s Nachts worden de Joden vervoerd naar Polen. De angst onder hen is erg groot. Verscheidenen zijn in het water gesprongen, anderen hebben zichzelf gedood door gasverstikking. Het optreden van de Grüne Polizei is bepaald pervers.
Wij durven niet te helpen, anders worden wij op gelijke manier behandeld.

22 juli
Het is een regenachtige en waaierige zomer, geen dag schijnt de zon. Niet zo aardig, vooral nu menig Nederlander moet lopen. De Duitse Wehrmacht neemt alle herenfietsen in beslag.

8 augustus
Hoogspanning! Slechts één vraag beheerst allen: komen ze? Gauw? Dit Jaar? Opstand in Duitsland? Waar komen ze? De Duitsers intimideren ons met dikke berichten over geweldige bewapening in het Westen. Allerlei gebouwen zijn met prikkeldraad omgeven, stations en bruggen worden bewaakt. Walcheren moet ontruimd worden. Wie gedurende 24 uur een vreemdeling herbergt, moet hem opgeven. Er is in Castricum geen enkel rookartikel meer te krijgen. Niet iedereen is overtuigd van Engelands overwinning. De successen aan de Kaukasus zijn toch wel erg groot. Dit zal toch niet allemaal tactiek zijn?

17 augustus
Er zijn weer 5 gijzelaars doodgeschoten. Vooraanstaande landgenoten. Razernij in Nederland. Gandhi en Nehroe zijn gearresteerd. Mag er alleen op vergunning gereisd worden? De treinen zijn overvol. Een jongeman, die te werk werd gesteld in Duitsland was van de honger teruggekomen. In Haarlem werd hij achternagezeten door de Grüne Polizei. Hij struikelde, als een konijn werd hij neergeschoten. De moordenaar stak na afloop rustig een sigaret op. Beschaving! De ooggetuigen wonen in Castricum. De tweede grote toren kan niet afgebouwd worden wegens gebrek aan materialen, het is in Keulen gebombardeerd.

19 augustus
Drie robuuste jongens uit Castricum zijn zondag jongstleden in Amsterdam gearresteerd door de Grüne Polizei.

29 augustus
Onze nieuwe burgemeester is vandaag geïnstalleerd. De NSB-vlag wapperde van de toren van de Protestantse kerk (gemeentetoren) en van het raadhuis. Bij al die ‘gebeurlijkheden’ was geen mens op straat. Het was gloeiend heet. De ouders lieten de kinderen met tobben water spelen; als ze maar niet op straat gingen. Van de genodigden waren alleen de NSB-ers en de ambtenaren gekomen. Ontbraken: doktoren, pastoor, dominees, notaris en vele anderen. Bij de opening van het kringhuis is gesproken door Herbschleb, plaatselijk leider der partij: “Geestelijken en doktoren zijn hier in Castricum de aanstokers van het verzet. Hier moet worden opgetreden”.
De eenpansmaaltijd is mislukt. De 60 WA-mannen zaten met het eten – en dat in deze tijd! Kinderen werden van de straat gehaald, sommige ontvluchten, bang dat er vergift in zat.

31 augustus
De strijd om Stalingrad duurt voort. Als ze de stad hebben, zal Hitler wel weer eens spreken, dat is al 3 maanden geleden. Amerika wordt wakker. Zes van de Salomonseilanden zijn heroverd.

6 september
In de kuststrook (5 km) mag niet meer getelefoneerd worden.


Jaarboek 8, pagina 11

Bij de installatie van burgemeester Masdorp.
afb. 3 Bij de installatie van burgemeester Masdorp.

19 september
In Castricum zijn 25 jongemannen opgeroepen voor de Arbeidsdienst in januari aanstaande.

24 september
De vreselijke bombardementen op Duitse steden duren voort. Düsseldorf moet op 10 september al heel erg getroffen zijn. Bijna dag en nacht gaan er vliegtuigen. Woensdagmiddag zijn de Hoogovens geraakt.

Er waren 7 doden. Ook Castricum heeft zijn eerste katholieke oorlogsslachtoffer, namelijk Cor Tromp uit de Pernéstraat.

26 september
Woensdag is er een vergadering van de NVD. De ambtenaren van de gemeente kregen een brief, waarin stond: wie weg blijft, toont de eisen van de moderne tijd niet te begrijpen met de consequenties vandien. We schijnen een slavenvolk te zijn geworden.

10 october
Heel Castricum praat over evacueren. Naar Zutfen wordt gemompeld. Eerst vrijwillig dan gedwongen. In 3 uur tijd zou Castricum leeg kunnen zijn.

15 october
Er moet een zeer groot aantal Castricummers naar Duitsland. Speciaal degenen, die voor zichzelf of voor de handel verdacht worden van smokkelen, of degenen, die geen groenten aan de veiling leverden. Praktisch zeker dat we moeten evacueren.
Naar Drente en Friesland. Waar zullen we over een maand zijn? Hoera, we moeten weer kabelen. Er zou weer een kabel doorgesneden zijn (De storm zal het wel gedaan hebben). Van 8 uur ‘s avonds tot 8 uur ‘s morgens moeten er telkens 80 man lopen, voorlopig 4 weken. Speciaal zal de burgemeester nemen degenen “die zo’n haat ten opzichte van hun evennaaste hebben, dat ze hun steentje aan den armen weigerden bij de Winterhulpcollecte”. Het eerst moest dinsdagavond lopen een zeker iemand, die de burgemeester als volgt te woord stond: “s.d.m. (red: sodemieter) op met die rotzooi”.

17 october
Het is thans zeker, dat we weg moeten.

19 october
Dr. Leenaers, arts te Castricum heeft vandaag zijn ontslag gehad als gemeentearts. De burgervader vroeg hem waarom hij niet groette? “Ik erken alleen burgemeesters, die door de koningin benoemd zijn”. Onverschrokken en onverdroten getuigt onze dokter voor het vaderland. Tot voorbeeld van ons nageslacht willen we even wijzen op de grote naastenliefde, die door de dokter wordt beoefend. Honderden zakken aardappelen en graan zijn door hem opgekocht voor arme arbeiders. De spanning in ons dorp groeit met dag en uur. Zullen we evacueren en waarheen? Geheel Castricum zal ontruimd worden. Alleen boeren en tuinders mogen blijven.

23 october
Twee ambtenaren komen de pastoor onder geheimhouding meedelen, dat de evacuatie officieel vast staat. De pastoor gaat de burgemeester polsen. Hij zal nu voor het eerst kennis maken met de NSB-burgemeester … Een zware gang …

30 october
Geruchten dat de evacuatie niet door gaat.

31 october
De burgemeester komt op de pastorie mededelen, dat de evacuatie niet door gaat.

6 november
De spanning van de evacuatie was gedaald, maar laait nu weer op. Heerenveen zegt men.

8 november
Enkele huizen bij den Papenberg moeten ontruimd worden onder andere het huis van de familie Heere en van Ant en Trijn Stuifbergen. Bij drukker Nagengast zijn de evacuatiebulletins om 2.30 uur ter perse gegaan. Op een bijeenkomst om 3.00 uur worden de HH Nielen, Louter en de Nijs, personeel van het gemeentehuis gemist. Evacuatie voorbereiden?

Volgens Nielen zullen morgen de bulletins opgehangen worden, ‘s middags om 13:30 uur.

9 november
In de scheerwinkel van Moeder Griet lopen rond de middag de buren van de pastorie te hoop om daar het bevelschrift te lezen. Evacuatie gaat niet door! (18:00 uur)

10 november
De evacuatie gaat wel door; vóór 30 november moeten de zogenaamde misbaren vertrokken zijn.

11 november
Als plaatsen waar we de woontenten zullen moeten opslaan, worden genoemd Onstwedde en Nieuwe Schans. Oude- en Nieuwe Pekela en Vlagtwedde. In mijn geest een saai en spookachtig gebied.

13 november
Bekendmaking van de evacuatie.


Jaarboek 8, pagina 12

24 november
Dagelijks worden huizen gevorderd, vooral Bakkum en Beverwijkerstraatweg.

28 november
Enkele huizen en boerderijen worden binnenkort afgebroken. Alle boerderijen van de Brakersweg (vanaf de Kooiweg). Enkele huizen op de Beverwijkerstraatweg en de Oosterbuurt. Dominee Seulijn moest eerst zijn huis uit, later weer niet, toen weer wel. Ging er uit met zijn inboedel en moest het weer terugbrengen. Hij trok zich dat zo aan, dat hij ‘s nachts is overleden. Meeleven en woede in het dorp. Hoogovens weer zwaar gebombardeerd.

12 december
Deze week gingen meerdere boerderijen tegen de vlakte. Dr. Leenaers mag blijven.

Afbraak in volle gang, Beverwijkerstraatweg 120.
afb. 4 Afbraak in volle gang, 1943, Beverwijkerstraatweg 120.
Vele boerderijen gingen tegen de vlakte, dit is de sloop van die van de familie Al aan de Alkmaarderstraatweg.
afb. 5 Vele boerderijen gingen tegen de vlakte, dit is de sloop van die van de familie Al aan de Alkmaarderstraatweg.
Een dergelijke ontruimingsbevel werd door vele Castricummers ontvangen.
afb. 6 Een dergelijke ontruimingsbevel werd door vele Castricummers ontvangen.

Nieuwjaar 1943
Nieuwsjaarsreceptie zonder sigaar en koekjes.

16 januari 1943
De evacuatie van Castricum gaat met bekwame spoed verder. Binnen 2 x 24 uur moet men zijn huis verlaten hebben. In Amsterdam zijn honderden magazijnen en opslagplaatsen leeggehaald zoals De Bijenkorf, Gerzon en dergelijk, de voorraden gaan naar Duitsland. Het personeel komt vrij en wordt ook naar Duitsland gestuurd. Schmidt heeft weer gesproken: “Alle intellectuelen moeten ook maar eens leren werken”, ze moeten naar Duitsland.

23 januari
Allerlei geëvacueerden komen terug.

27 januari
Langs heel de kust worden met koortsachtige haast zware bunkers gebouwd.

30 januari
Vrijdagavond moesten zich weer jongemannen voor arbeidsdienst op het gemeentehuis meiden. Het Duitse leger bij Stalingrad is van 330.000 tot 5.000 man geslonken. Berlijn werd twee keer gebombardeerd. Het 8e leger is na de verovering van Tripoli Tunis binnengerukt.

9 februari
Generaal Seyffardt, leider van het Nederlandse Legioen is in Den Haag vermoord. Studenten worden gearresteerd, meest jongemannen van 17-25 jaar, ze gaan naar Vught. De Russen rukken aan alle kanten op, Charkov en Rostov gevallen.

17 februari
De club, die zondag tegen Vitesse moest spelen, arriveerde 3 kwartier te laat. Wat was er aan de hand? Het Sperrgebiet was ingegaan. Castricum is slechts te betreden met een Ausweis. Sinds enige dagen moeten we om 10 uur ‘s avonds binnen zijn. Het gerucht gaat, dat dokter Leenaers binnen 2 weken Castricum moet verlaten. Hij protesteert in Den Haag.

20 februari
Dokter Leenaers de held van Castricum is nu — zij het eervol — ontslagen. Hij moet evacueren. Hij gaat naar Heiloo. Het nageslacht zij vermeld, dat hij zich zeer dapper heeft gedragen.

5 maart
Een Engels vliegtuig heeft de bunkers bij de Brakersweg beschoten, ‘s Nachts vliegen grote eskaders Engelse vliegtuigen over om Duitsland te bombarderen. De lucht is vol zoeklichten en geronk van motoren.


Jaarboek 8, pagina 13

2e Jaargang

6 maart 1943
Wij zijn allemaal enigszins bedrukt over ‘t lange en gruwzame en onheilspellende en niet te voorziene verloop van de oorlog.

10 maart
Verschillende Castricummers mogen terugkomen. De hele evacuatie is een onding. Langs de weg wordt niet gecontroleerd en aan het station ook niet altijd.

24 maart
3 Meisjes zijn in het sperrgebiet aangehouden zonder ausweis. Straf: gedurende 2 uur het gemeentehuis schoonmaken.

27 maart
De Nederlandse artsen zijn in volle oorlog met de Artsenkamer. Zij weigerden medewerking en hebben bijna allen hun baan er aan gegeven. Overal is het woordje “arts” op de borden aan de deur verwijderd, zodat men alleen ziet staan: oog, oor, keel- of zenuw-. Dokter Nievelt mocht een overledene niet doodverklaren, dat moest een andere arts nu doen.

29 maart
Gerucht: Dokter Leenaers zou zijn opgepakt.

30 maart
Dokter Leenaers, Barnhoorn en Hoekstra zijn opgepikt. Bevolkingsregister van Amsterdam is afgebrand dankzij verklede WA- en politie.

31 maart
De kerkklok luidt voor het laatst. Hij wordt weggehaald. Gerucht gaat, dat in Bakkum “Mongolen” ondergebracht worden. Afschuwelijke verhalen doen onder de bevolking de ronde over ongedierte, lange messen, kinderroof en dergelijke.

1 april
Gisteren haalde Kees de Ausweis van de pastoor, “Sperrgebiet” was doorgestreept. De onze kon hij niet krijgen, daar Kees de identiteitskaart niet bij zich had. Afgesproken werd, dat ik naar de kommandant zou stappen. De Winterhulpgift zou slechts in uiterste noodzaak gegeven worden.

2 april
Er geweest. Ortskommandant, jonge welwillende man. “Zo weinig mogelijk mag in ‘t sperrgebiet”, zei hij. Hij nam alle paperassen mee, gaf de mijne terug, ,,’t sperrgebiet” er op, maar de Pfarrer dat kon niet. “Nu geeft u zeker wel iets voor de Winterhulp?” “Als dat nötig is”. Hij lachte: “Erg nötig voor arme mensen” enzovoorts.
Ik zei: “Ik bedoel in andere zin”. Hij bleef maar staan. Door zijn snedig en vrolijk antwoord was het ijs helaas teveel gebroken; bovendien miste ik de woordenkeus om ‘t op waardige wijze te weigeren. Hij had mij fatsoenlijk ontvangen en een stoel gegeven. Ik zei toen: “Omdat u dit gegeven hebt, zal ik u wat geven” en heb een gulden betaald. Die gulden ging er niet in, toen zei ik: “Het is toch blijkbaar niet nötig, hij is al vol”. Toen zei hij: “Er zijn nog meer bussen.” Hij houdt van humor. Het allerergste is, dat dit geschiedt is in aanwezigheid van twee getuigen, vermoedelijk NSB-ers. Het Nederlandse volk moge het mij vergeven, als ik niet principiëel gehandeld heb. Men denke zich echter de bovengeschetste psychologische situatie in en oordele pas daarna.

3 april
De klepel van de klok is niet meegegaan en wordt als een relikwie bewaard. Leenaers heeft tandenborstel, scheergerei en vitaminen gevraagd. Hij zit in cel Weteringschans.

5 april
De doktoren hebben een ultimatum gekregen, dat ze voor 7 uur zaterdagavond hun naambordjes weer moeten ophangen. Zo niet, dan zouden er 10 (volgens anderen 100) gefusilleerd worden. Ze zijn hiervoor gezwicht. Er zijn, naar men zegt, 200 artsen gearresteerd.

12 april
Vanmiddag zijn enkele hoge functionarissen van de NSB op het raadhuis geweest om inlichtingen in te winnen over 7 mensen. Men vermoedt, dat het in verband staat met dokter Leenaers. Het kunnen ook aspirant-gijzelaars zijn.

16 april
Geruchten over terugkeer van een deel van de Castricumse bevolking. Wij hebben een concurrente ontdekt. Ook een journaliste. Vrouw Stuifbergen op de Achterlaan, die voor haar zoon in Afrika alle gebeurtenissen te boek stelt. In 1950 zullen de beide boeken vermoedelijk tesamen worden uitgegeven. Een ei kost in Castricum 0,90 en in Amsterdam 1,20 gulden.

30 april
Grote verslagenheid in Nederland. Heel onze weermacht zal in krijgsgevangenschap worden weggevoerd. Geruchten over relletjes. In Castricum betreft het 200 man. De Hoogovens staakt, ook het Gasbedrijf en de Waterleiding in Alkmaar staakt. We moeten om 8 uur binnen zijn, wie nog buiten is, wordt beschoten. Politiestandrecht is afgekondigd. Wie deelneemt aan samenscholingen (5 man), staakt, wapens draagt, vlugschriften verspreid, zal ‘principieel’ met de dood gestraft worden.

1 mei
Verscheidene personen hebben vannacht vastgezeten. De staking schijnt in mekaar gestort te zijn.

4 mei
We moeten om 8 uur ‘s avonds binnen zijn. Het zijn sombere dagen voor Nederland. Met geweld zijn de stakingen onderdrukt. Zondag zijn er 26 mensen doodgeschoten. Arbeiders van de Blikfabriek in Krommenie, van de Hoogovens en enkele mijnwerkers in Maastricht. Ook de stationschef in IJmuiden, omdat hij gezegd zou hebben, dat de Spoorwegen ook moesten gaan staken.

8 mei
Alle mannen van 18 tot 35 jaar worden opgeroepen voor Duitsland. Er duiken zeer veel mensen onder. Er stonden weer 6 doodvonnissen in de krant. Men let er al niet eens meer op.

22 mei
Vandaag gaat de held van Castricum, dokter Leenaers, naar het kamp te Vucht. Maandag is een vliegtuig laag vliegend over

Restanten van gesloopte woningen in de Tweede wereldoorlog, Beverwijksestraatweg in Castricum.
Restanten van gesloopte woningen in de Tweede wereldoorlog, Beverwijksestraatweg in Castricum.

Jaarboek 8, pagina 14

Castricum gevlogen, links en rechts schietend. Geruchten over een totale evacuatie van Castricum. Een groot deel van Castricum zal worden afgebroken onder andere Geelvinckstraat, Mient, Burgemeester Mooystraat.

30 mei
Alle radiotoestellen moeten worden ingeleverd.

6 juni
Uit Vught is dezer dagen weer een parochiaan teruggekeerd, kaal geknipt, 4,5 maand weggeweest. Beschuldiging: ‘mannetje laten tekenen op ausweis, die op een Rus leek’. Hij vertelde, dat dokter Leenaers, arts te Vught er niet best uitzag.

10 juli
In Duitsland worden onze jongemannen meermalen gedwongen met Duitse meisjes op één kamer te slapen.

Invasie in Europa begonnen
In de nacht van 9 op 10 juli 1943 is de invasie begonnen op Sicilië.
Syracuse is gevallen.

11 juli
Er zijn al 70 Castricumse jongemannen naar Duitsland. De bouw van de tankgracht is begonnen. De Geallieerden zijn op Sicilië geland!

21 juli
Ook de meisjes worden opgeroepen voor werkzaamheden in Duitse fabrieken, oogsten, ateliers en gezinshulp.

25 juli
‘s Middags 15:15 luchtalarm. Er is hier een Duits jagertje neergeschoten. De piloot is per parachute gered.

26 juli
Iedereen weet het, de Duce is afgezet, of afgetreden, de mensen feliciteren elkaar.

4 augustus
Geruchten over evacuatie van nog 2.000 Castricummers. Het dorp had 8.500 inwoners, nu nog 4.300. Kanonnen zijn gearriveerd, staan opgesteld op de duinen bij de Sifriedstraat.

13 augustus
Afbraak bekend gemaakt van: Vinkebaan, Onderlangs, Kramersweg, Mient, Stetweg, Schulpstet (Kalkovens), Brakersweg, 1e- en 2e Groenelaan en Kooiweg.

Ook de kalkovens aan de Stetweg gingen voorgoed verloren.
afb. 8 Ook de kalkovens aan de Stetweg gingen voorgoed verloren.

16 augustus
Afbraak is begonnen.

3 september
De Engelsen zijn geland op ‘t vasteland van Italië. Na bombardementen der kustbatterijen door verdragend zeegeschut zijn ze de Straat van Messina overgestoken.

8 september
De afbraak van de Brakersweg enzovoorts is 14 dagen uitgesteld. Castricum biedt een hopeloze aanblik. Wat is het toch erg, dat verschillende Castricummers meewerken aan de afbraak van hun eigen geboorteplaats. Italië capituleert!!!!
Om 3 voor zeven werd het ons bekend door de zoon van de notaris. Het gaat als een lopend vuur door het dorp, er moeten nog wel radio’s zijn, tientallen mensen wilden het ons vertellen. Wanneer volgt Duitsland? Europa juicht. De Russen bereikten ook een prachtoverwinning, ze bevrijdden het Donetzbekken. Vandaag is de sloop van Leenaers huis begonnen, hij weet het niet.

Kramersweg, zoals het er vlak voor de sloop uitzag. Het zou nooit weerkeren.
afb. 9 Kramersweg, zoals het er vlak voor de sloop uitzag. Het zou nooit weerkeren.

19 september
Dokter Leenaers is vrijgelaten. Er gaan lijsten rond om hem iets cadeau te geven, een soort adhaesiebetuiging.

22 september
De lijst is bij de Ortskommandant gebracht. De lijsten zijn verbrand. De organisator loopt gevaar. In de Limburger Koerier heeft een foto van de terreuraanval op Castricum gestaan. In werkelijkheid niets anders dan de afbraak gefotografeerd. In Berlijn draait in de bioscoop ook de terreuraanval op Castricum.

30 september
De gedupeerde boeren en tuinders hebben in een suikerzoet taaltje een aanbieding gekregen om naar de Noord-Oost Polder te verhuizen. Uit verdachte bron vernomen, dat deze week de evacuatie weer verder gaat.

1 october
Intussen weer meisjes en getrouwde vrouwen opgeroepen. Het verhaal van de evacuatie is juist. Zo even zijn de paperassen rondgebracht. Allerlei mensen moeten op 6 october ‘inlichtingen’ geven. Wat hangt er boven ons hoofd? Het dorp is in rep en roer.

6 october
De pastoor heeft nadere inlichtingen gehaald. 15 November moeten er 2000 weg zijn.
Ramen van het huis van de burgemeester ingegooid.


Jaarboek 8, pagina 15

7 october
In Saarbrücken is Jan Kroone van de Alkmaarderstraatweg door een bombardement omgekomen.
Heel de Gemeente heeft medelijden met de middenstanders, die weg moeten. Vanavond wordt er een vergadering gehouden over een voorstel om de ambtenaren te laten evacueren in plaats van de middenstand die brodeloos wordt.

19 october
Bakkummerstraat afgesloten.
De meeste van de 2.000 evacués gaan naar Zaandam, (250 gezinnen), verder Zaandijk, Wormerveer, Uitgeest en Koog-Zaandijk.

Waar nu het zandpad ligt was in de tweede wereldoorlog een diepe brede tankval met water. Vinkebaan Bakkum.
Waar nu het zandpad ligt was in de tweede wereldoorlog een diepe brede tankval
 met water. Vinkebaan, Bakkum. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

De tankval vordert snel, er wordt ‘s nachts gewerkt.
Van de week verscheen er een vliegtuig, ze werkten met volle lichten. De man, die voor de electriciteit verantwoordelijk was, had zijn hokje afgesloten en was naar huis gegaan. Toen was het een gemakkelijk mikpunt. Geweldige klappen, in Limmen sprongen de ruiten en een kalf was dood. Nu wordt er ‘s nachts niet meer gewerkt.

26 october
Anna Wokke werd aangehouden in het Sperrgebiet. Zij reed door. De Ortskommandant schoot in de lucht. Zij vluchtte een zijweg in; maar stapte toen af. Aldaar kreeg zij de zoveelste preek in haar leven.

27 october
Anna Wokke, die tegen de Ortskommandant zei: “Ga naar Duitsland om de boel af te breken”, moet evacueren. Heldin!! Welke man heeft dat tegen hem durven zeggen.

1 november
Er is steeds sprake van een eventuele evacuatie van 1 of 2 kapelaans, omdat de bevolking verminderd is. Pastoor en Kapelaans naar de “Bommenwerper”, dat is de Ortskommandant in de oude Nederlandse Hervormde pastorie aan de Overtoom, om de zaak te bepleiten.

5 november
2.000 koeien uit de kuststrook moeten door een N.S.B-man in Akersloot en omgeving worden ondergebracht.
In Eysden zijn 9 mensen opgehangen, ze hadden Joden geholpen.

10 november
Op het Gemeentehuis ligt weer een nieuwe lijst van mensen die moeten evacueren: 150 personen zegt men.

12 november
In Wildervanck (zie vorige jaargang) zijn Duitsers gearriveerd. De oorspronkelijke bewoners zijn verjaagd.
De geëvacueerde Castricummers mochten blijven!
Op het postkantoor heeft iemand voor 10.000 gulden postzegels gekocht. Debat of dat wel geldbelegging is.

26 november
Oud burgemeester Sloet moet een schadevergoeding hebben ingediend van 125.000 gulden wegens zijn ontslag als burgemeester. De grüne polizei kwam toen op hem af. Hij is ondergedoken.
Berlijn is de meest gebombardeerde stad. 12.000 ton bommen zegt men.

28 november
Hitler en Goebbels houden vol: We capituleren nooit.

1 december
In Duin en Bosch zijn circa 400 werklui van de tankgracht ondergebracht.

4 december
Weer is er een Castricumse jongen gedood.
Gebombardeerd in Berlijn. Cor Res van de Mient.
Geweldig afweergeschut donderdagavond. Een geheimzinnig projectiel ontploft op de kerk, paniek onder de biechtelingen. Een kapelaan rent met zijn stool om naar buiten. Pastoor roept: “Mensen kalm blijven. Er is niets gebeurd.”

11 december
In Berlijn moet een geweldige chaos zijn. Van verschillende jongens is bekend dat ze zwervend zijn.

16 december
Dorpstraat en Beverwijkerstraatweg nabij spoor moeten ontruimd worden.

22 december
We wachten maar af wat nu toch dat geheimzinnige vergeldingswapen zal zijn, waar de kranten vol van staan.
De pastoor stuurt een kerstbrief naar alle geëvacueerden. Er zijn in Castricum nu 2.800 zielen.
Ook scheermesjes zijn nu op de bon.
Er is niets meer te krijgen of je moet de oude inleveren. Men fluistert dat je bij de geboorte aangifte van een kind een oud mannetje in moet leveren.

30 december
In de kerstnacht kwam een Unterofficier na de Heilige Mis op bezoek (zeer ongelegen) en verzekerde dat Duitsland de oorlog zou winnen. Hij vroeg hoe ze er in Holland over dachten. Ik zei dat 90 procent dacht dat Duitsland al lang al verloren was. Hij gaf toe dat de vliegtuigen en U-boten niet veel meer voorstelden, maar beweerde dat het Geheime Wapen een onverwacht einde aan de oorlog zou brengen.
Vergiftigd door propaganda?
Tot opperbevelhebber van het invasieleger is generaal Eisenhower benoemd, onder hem Montgommery. In het voorjaar zal het nu wel komen.

Nieuwjaar 1944
Met angstige bezorgdheid treedt de wereld het nieuwe jaar in. Beide partijen zeggen onomwonden dat dit het beslissende jaar gaat worden.

3 januari
Vannacht zijn er 2 vliegtuigen neergeschoten, 1 in Egmond en 1 in Oudorp. Die in Egmond plofte met bommen en al uit elkaar.

10 januari
Nieuwe bepalingen: “De jeugd onder 20 jaar moet om 6 uur binnen zijn” (plaatselijke bepaling).

15 januari
Mijn nieuwe Ausweis kan verlengd worden tot eind 1945. Wat denken ze wel!
De Ortskommandant is niet erg gezien in Castricum. Hij heeft mensen van de Oud Haarlemmerweg weer verjaagd — vroegere bewoners van de Beverwijkerstraatweg — die daar pas 1 week woonden. Waarschijnlijke reden: Het was buiten hem om gegaan.
Jongeren die zich niet aan de nieuwe bepaling houden worden uit bioscopen gehaald. Er patrouilleren Duitsers, N.S.B.-ers en marechaussees. De Russen zitten al 70 kilometer in Polen.

16 januari
Enkele Castricummers gearresteerd wegens clandestien slachten en voor valse bonnen. Goed nagemaakt en uit België hier gebracht.


Jaarboek 8, pagina 16

2 februari
Bij luchtalarm in Castricum kruipen de kinderen van de klassen beneden onder de schoolbanken, die van één hoog rennen naar beneden. Deze maatregelen zijn niet overbodig: in Limmen is laatst door een neergevallen benzinereservoir brand ontstaan in de kerk: Maria-altaar, preekstoel en stoeltjes voor de zusters zijn verbrand.
Vrij Nederland verspreidt richtlijnen voor een eventuele invasie. Zo langzamerhand komen we weer in de “invasie-stemming.”

14 februari
Geen wereldschokkend nieuws. Stilte voor de storm?
De tankval vordert snel. Men kan nu niet meer vanaf de Brakersweg en Groenelaan op Bakkum komen.

17 februari
Inundatie van een deel van Nederland.
De waterlinie van 1940 wordt weer in werking gesteld. Het land komt een decimeter onder water te staan, vele boerderijen in de polders ontruimd. Den Helder is een eiland geworden.
Bij een overval op het stadhuis in Alkmaar is een 18-jarige jongen gegrepen – naar men zegt – een Castricummer. Hij had een revolver en handgranaten bij zich. (Jan Hoberg, red.)

Jan Hoberg.
afb. 10 Jan Hoberg werd gegrepen bij een overval op het stadhuis te Alkmaar. Hij werd op 18-jarige leeftijd gefusilleerd na opgesloten te zijn geweest aan de Weteringschans te Amsterdam.

Zou de invasie nog voor 8 maart komen? De ijzerzaag arriveert deze week. Wij gaan in de kelder zitten, maar hebben een ijzerzaag nodig om er uit te komen als het huis instort. Vrolijk vooruitzicht. Als er jongens uit Duitsland van de arbeidsdienst met verlof komen, gaat er bijna niemand meer terug naar hun Lager. De meesten duiken onder.

23 februari
Veel overvallen op distributiekantoren en raadhuizen. Duizenden onderduikers moeten onderhouden worden met gestolen bonnen. In de kerk is een extra branddeur gemaakt in verband met brandgevaar. Ook zand en water is opgeslagen.

28 februari
Mijn handen trillen nog een beetje, want er is huiszoeking geweest. ‘s Morgens vroeg werden op straat al mensen gecontroleerd en jongemannen gearresteerd. Vanaf 8 uur werd huis aan huis huiszoeking gedaan. Om half tien stapten 3 Duitsers met geweer op de schouders het huis binnen. Ze doorzochten eerst de kerk, daarna de pastorie. Er wordt gezocht naar gestolen wapens. Dit boek heeft met de fietsbanden een angstige reis gemaakt. De pastoor gaf inlichtingen als: “Dit zijn alte Speiker”, “Wir haben kein Spek” enzovoorts. In het dorp zijn enkele auto’s gevonden, die niet geregistreerd waren onder andere van Cor Spaanse en Dirk Wokke (een voorwereldlijk Fordje) In het land van Dijkman werd een radio gevonden. “Niemand” weet van wie. De wapens die ze gevonden hebben, zijn een paar kogeltjes die bij de Luchtbescherming lagen en een paar oude sabels op het raadhuis! Er werd vanmorgen weer zwaar gevlogen. Het bombardement op Nijmegen kostte meer dan 400 doden.

16 maart
Strengere ausweiscontrole.
Vandaag dook een Amerikaanse jager 3 maal boven de spoorlijn bij de Kooiweg/Groenelaan.
Enkele gewonden, locomotieven geraakt.
Pastorienieuws: de kelder is in orde gemaakt als schuilkelder, maar als het gevaarlijk is, gaat iedereen buiten staan kijken.

21 maart
Finland heeft geweigerd de wapenstilstandvoorwaarden van Rusland aan te nemen. Dapper volk. Toch zullen ze boeten voor hun moed.
Hongarije bezet door Duitsland. De Russen snellen voorwaarts. Eén derde van Noord-Holland is geïnundeerd. Tussen Uitgeest en Krommenie staat ook alles onder water.

27 maart
Gistermiddag IJmuiden zeer zwaar gebombardeerd, 600 bommen op de vissershaven en de duikboothaven.
10 Schepen vernield. De hele dag rijden Rode Kruiswagens af en aan. Men praat over 500-1.000 Duitsers dood.

29 maart
In het hele land zijn verscheidene pastoors en kapelaans opgepakt wegens bezit van radio’s en wegens hulp aan onderduikers.
Distributiekantoor van Castricum door sabotage verbrand. Dinsdagmorgen om 1 uur is het kleine kantoor van de distributie verbrand, het stond ineens in lichterlaaie. Toen de 2 wachten werden gewaarschuwd door een buurman, richtten deze doodsbenauwd 2 revolvers op hem, ze durfden eerst niet eens open te doen. Veel aan waarde is er niet verbrand. Aaf Veldt, de werkster is verhoord, de districtsleider en 4 medewerkers zijn tot ‘s ochtends gevangen gezet. Er wordt gefluisterd, dat “de partij” het gedaan heeft om enkele distributieambtenaren er uit te drukken.
Veel Castricummers moeten eens in de een of twee weken voor de weermacht werken. Boeren worden soms in het holst van de nacht gehaald met hun paard en wagens. Kom je niet, volgt er arrestatie.


Jaarboek 8, pagina 17

Op de achtergrond een beeld van het distributiekantoor. Maart 1943.
afb. 11 Op de achtergrond een beeld van het distributiekantoor. Maart 1943.

1 april
De geruchten gaan weer dat hier algehele evacuatie zal komen eind mei begin juni, kan best, we zitten midden in de stellingen. In Velsen-Noord is een beruchte politieman doodgeschoten. Ze zijn bang voor represailles. Hier zijn nog geen represailles geweest van de brand in het distributiekantoor. Het is een troosteloos gezicht dit volkomen uitgebrande gebouw te zien staan als waarschuwing voor de buren van het raadhuis er tegenover. Veel Castricummers werken nu (vrijwel zonder uitzondering) voor de Wehrmacht, eens in de 3-4 weken (sommigen maanden).

13 april
Er is wraak genomen voor de gehate vermoorde N.S.B.-politieman in Velsen. Vooraanstaande figuren worden gepakt en doodgeschoten. Ieder die zich bedreigd voelt, duikt onder. Ook in Castricum. De geallieerden zijn een geweldig luchtoffensief begonnen, het gaat dag en nacht door. Je went aan het gebrom boven je hoofd. De controle aan het station is nu zeer streng geworden. Ook aan de Heereweg wordt weer zwaar gecontroleerd (alleen bij donker).

14 april
Jan Hoberg gefusilleerd, was ingesloten in de Weteringschans te Amsterdam (18 jaar).
De geruchten dat Castricum in mei helemaal leeg moet zijn, blijven aanhouden. De Nederlandse landwacht zal controle gaan uitoefenen op de ausweisen en smokkel.

15 april
7 Uur ‘s avonds: vanmiddag om 12:30 is de held van Castricum dokter Leenaers langs geweest. Hij ziet er goed uit en is nog even strijdvaardig. Om 12:15 stopten er 2 auto’s, een kolonel en een 7-tal officieren gingen de scholen bezichtigen. Ze hebben meteen de pastorie bezichtigd en het zusterhuis. Ze zijn met mijn sleutel naar de jongens.school gegaan, er kwam er een woedend terug. De sleutel paste niet. Toen ben ik maar meegegaan. De kolonel was verontwaardigd, zijn ridderkruis bibberde. Ik heb ze de goede deur gewezen, toen ik weg wilde gaan, brulde er een: “Halt, stehen bleiben.” Hij gaf bevel om de kolonel te führen. Dit gedaan zijnde vertrok het hoge gezelschap naar het dorp. Wat hangt ons boven het hoofd?

18 april
Het huis van Heideman (Hermana State) moet binnen enkele dagen ontruimd zijn, door de bewoners wel te verstaan. Verder moet alles blijven staan. Hermana State moet eerst geschilderd en behangen worden vóór de heren officieren er ingaan.

De “Bommenwerper” wordt vervangen, zo gaat er een gerucht. Zondagmorgen is er in Beverwijk een enorme razzia gehouden op jongemannen. Ze werden uit de kerk gehaald!
Alle huizen gecontroleerd; 400 tot 500 man zijn per beestenwagon afgevoerd naar Amersfoort en Arnhem.
Men zegt dat ze 1.000 jongemannen nodig hebben als represaille voor de steeds doorgaande moorden in Beverwijk (Vrijdag 2, Zaterdag 1 op N.S.B.-ers). Eén van de getroffenen was nog niet dood en mocht zijn 4 grootste vijanden noemen, die zijn nu gearresteerd en één is er doodgeschoten. Alle jongemannen in de buurt zijn doodsbenauwd geworden.
Dr. Kuier is verantwoordelijk gesteld voor het leven van de gewonde N.S.B.-er. Nou deze infectie heeft gekregen is dokter Kuier ondergedoken.

5 mei
Een boer moest rijden met paard en wagen in de duinen voor de weermacht. Het paard trapte op een landmijn en moest worden afgemaakt. De Duitsers weten niet precies waar de mijnen liggen.
Om half tien kwam Arie de Nijs van de provincie vragen of er een geestelijke in de duinen wilde komen daar er een ongeluk gebeurd was. Kapelaan Holthuizen is gezeten tussen W.A. mannen in de gemeente-auto naar het pompstation gegaan. Het bleek Arie Hageman te zijn, vroeger van de Heereweg, nu geëvacueerd naar Uitgeest. Ik ben de droeve mare in Uitgeest gaan vertellen.
Er waren oefeningen, er is een kogel verdwaald en dwars door zijn hoofd gegaan, 38 jaar, twee kinderen. De boeren durven de duinen niet meer in.
Het vliegveld Bergen zwaar gebombardeerd. Opvallend zijn de zware aanvallen op Noord-Frankrijk en België.

13 mei
In Heiloo werden zonder bloedvergieten alle bonnen op het distributiekantoor buitgemaakt. Het personeel werd in de kluis gestopt. Daders spoorloos.
Vervanging van de “Bommenwerper” is uitgesteld.
De aangekondigde verlofdatum 15 mei voor de jongens in Duitsland is voor onbepaalde tijd uitgesteld. Er kwam nl. bijna niemand meer terug, als hij verlof had, dook men onder.
De nacht van Sint Pancratius was erg onrustig voor alle bewoners uit onze streken. Zwaar kust of scheepsgeschut. Het huis stond te dreunen.

28 mei
Overal in het land zijn palen geslagen tegen het landen van vliegtuigen. Speciaal zweefvliegtuigen.

1 juni
De laatste week worden veel treinen beschoten.

5 juni
Rome in handen der Geallieerden.

Invasie begonnen

6 juni
Kapelaan Holthuizen komt met het enerverende bericht dat de invasie begonnen is. Er blijkt een sterk leger te landen in Normandië (in de buurt van Le Havre). Wij drinken een borrel. Er worden allerlei plannen gesmeed:
le een graf zal in de tuin gemaakt worden met het omhulsel dat anders in een echt graf zit. Pracht schuilplaats.
2e wat te doen als Pastoor of kapelaan v.d. Zalm gehaald worden? Elders slapen.

6 juni
‘s Avonds 23:45. Pastoor met pyama naar de zusters. Kapelaan v.d. Zalm z’n bed gespreid, maar hij wacht nog even af. Pastoor


Jaarboek 8, pagina 18

Martens zal opendoen, als er gebeld wordt, hem moeten ze toch niet hebben. Dit alles omdat we bang zijn dat er een partij gijzelaars worden opgepikt. Slaap zacht!!
Caen is veroverd, neen niet waar; Bayeux wel. Het moet een fantastische veldtocht zijn. 4.000 Schepen en 13.000 vliegtuigen.

8 juni
Er wordt op veel meer landingen gerekend. De meeste mensen zijn zenuwachtig doch iedereen is optimistisch. Vele valse geruchten. Steden binnen 35 kilometer van de kust zouden gebombardeerd worden. Dokter Leenaers ligt ernstig ziek in Tilburg.
Alle soldaten uit Limmen en Heiloo vertrekken, ook een deel van Castricum. Men zegt vannacht invasie in Rotterdam of Vlissingen. Er moet een vloot klaarliggen. Veel vliegtuigen boven Rotterdam. De Hemel spare ons!!

11 juni
Vele geruchten. Zeker is vrijdagnacht een zeegevecht tussen Duitse en Engelse schepen voor IJmuiden.
Groot alarm in Nederland.
Zeker is ook: Zaterdagmiddag hebben de Duitsers het vliegveld van Bergen in de lucht laten vliegen. Of ze bang zijn.

16 juni
In het Heilooër bos worden tanks opgesteld, ook de Herman Göring-divisie zou deze kant opkomen.

1 juli
Cherbourg gevallen.
Sinds twee weken schiet Duitsland op Londen met een soort raketbom, V1 genoemd. De uitwerking moet vreselijk zijn.
In Rusland een enorm offensief tegen de stad Minsk. Een debacle voor Duitsland.
Verschillende Castricumse meisjes lopen met militairen. Sommigen worden nogal eens ‘s nachts om 3 uur thuisgebracht. De ouders staan machteloos.

8 juli
In de steden wordt honger geleden. Duizenden trekken naar het platteland om voedsel te halen.
Dokter Leenaers is bediend. Nog een slachtoffer van de behandeling in Vught.
Nadere berichten over nieuwe evacuatie: er moeten zovelen weg, dat nog slechts 250 gezinnen overblijven, alleen boeren en tuinders.

Evacuatie van de bewoners van het af te breken pand Duinenboschweg 20-22, alles wat rijden kon werd gebruikt voor de verhuizing.
afb. 12 Evacuatie van de bewoners van het af te breken pand Duinenboschweg 20-22, alles wat rijden kon werd gebruikt voor de verhuizing.

Aanslag op de Führer

20 juli
Begin van het einde?
Hitler spreekt, hoewel licht gewond.

22 juli
Dokter Leenaers in Tilburg op 42-jarige leeftijd overleden.

27 juli
Begrafenis dokter Leenaers. Erg plechtig.
Men wilde het lijk van het station ophalen, de burgemeester verbood dat, hoewel hij hem hoogachtte notabene!!
Toen zouden een 30-tal mensen (van corporaties) naar het station gaan, maar de politie stuurde die ook weg.
Er was een krans: “Uit dankbaarheid van hen wier lijden gij in het kamp hielp verlichten.” Dit was een krans uit Vught.

5 augustus
De trein waarin ons distributiepersoneel zat, is beschoten. Castricums meisje gedood. De treinbeschietingen worden veelvuldig.

15 augustus
De Engelse zender is optimistisch. Tweede landing in Zuid Frankrijk.

22 augustus
Maastricht hevig gebombardeerd: 100 doden. Ook Brussel, Gent en Kortrijk.
Komt er een derde invasie in Zeeland en België?
Mocht dit zo zijn dan zullen overal gijzelaars gearresteerd worden. In Castricum is dit een lijst van 13 personen. Uit goede bron is bekend, dat kapitein v.d. Zalm lijstaanvoerder is. Ook staan erop: Joop Zandbergen, Piet v.d. Goes en Jan Rozing. We zullen maar afwachten, maar leuk is het niet.
Zondag om half twee had de landwacht een goede vangst. Een van de overvallers (9.000 bonkaarten) op het distributiekantoor in Oudorp was gepakt. Op het raadhuis gaf hij de Leeuw een klap en sprong toen uit het raam, daar is hij door handige manipulaties verdwenen.
Pastoor en kapitein Holthuizen gaan rustig op vakantie. Dat zullen latere lezers ongelooflijk vinden, maar veel Nederlanders gaan ondanks gevaar nog op vakantie.
Bij boer Poel is juist een paard gestolen. Het was juist gevorderd!! Er wordt enorm gestolen.
Weer een jongen in Duitsland gedood, Jaap Lute, de 2e zoon van die familie die in Duitsland bij een bombardement omkomt. Parijs is gevallen.

2 september
Intussen zijn hier SS-troepen gearriveerd.
Wij zullen toch geen egelstelling worden?
Gisteren zijn de Geallieerden België binnengetrokken.

4 september
Evacuatie gaat toch door, ondanks het feit dat ze op 60 kilometer van onze grens staan. Elk paard of auto, die op straat komt wordt gevorderd. Hoe moet men dan verhuizen?
Gen. Eisenhower heeft order gegeven aan Nederland: geen openlijke opstand, geheime sabotage, gehoorzamen aan vrijscharen, overheidsdienstmensen geweldig sabotteren.
Brussel en Antwerpen bevrijd. Finland gecapituleerd.
Een historische dag:


Jaarboek 8, pagina 19

Troepen op nederlands grondgebied.

5 september
(Dolle Dinsdag, redactie)
Vanmorgen is bekend gemaakt, dat Breda al bevrijd was. De Geallieerde troepen zouden al aan de Rijn staan.
‘s Middags 4 uur: Zonderlinge dag: niettegenstaande de radio weten wij niets. Wij zitten te berekenen hoever de Engelsen moeten zijn. Er gaan geruchten over Noordwijk.
Duitsers vertrekken spoorslags, gepakt en gezakt, richting Beverwijk. Onze vlaggen liggen klaar. Kinderen worden uit school gehaald. Allerlei mensen slapen ergens anders uit angst voor de laatste streken van de NSB en Duitsers.
Het ziet er naar uit dat de Engelsen en Amerikanen Castricum zonder slag of stoot krijgen. Het Lager in Bakkum is weggestroomd.
Kapitein v.d. Zalm is op toernee door het dorp om te informeren. Zo even 5 uur gearriveerd.
Utrecht is gevallen, dat moet officieel zijn. Anderen zeggen: Sassenheim gevallen, NSB-ers zijn op de vlucht. In Beverwijk stonden verschillende mensen te praten. De Duitsers openden het vuur. Verschillende doden, de rest gearresteerd. Uitzonderingstoestand in Nederland.
8 uur. Tot onze verwondering is de pastoor heel rustig thuisgekomen. De treinen rijden nog tot Dordrecht. Vanmorgen in Breda nog niemand te zien. In Zoeterwoude hebben een tijdje de vlaggen uitgehangen op het bericht dat Noord- en Zuid Holland waren vrijgegeven.

De Alkmaar Packet met Duitsers in het Noordzeekanaal in brand geschoten. Patiënten van Heiloo met Rodekruistreinen afgevoerd. De aanvankelijke spanning “vannacht zijn ze hier” is dus weer verdwenen voor de nuchtere werkelijkheid.
De telefoon gaat ook weer!
De Engelse luchtmacht is zeer actief. 7 Locomotieven in Alkmaar beschoten. Doordat ook alle autoverkeer stil ligt, begint er voedselschaarste te komen. Hoe zal de toekomst in de steden zijn?

7 september
Moord in Castricum.
Woensdagavond 20:15 is in Castricum een moord gepleegd.
Aan de Kooiweg wilde een beruchte WA man hier ter plaatse een auto controleren. De 2 inzittenden waren vrije Nederlanders zonder papieren. Zij hebben de man 6 kogels gegeven, waarvan 3 raak waren. Op slag dood. Het dorp in rep en roer. Angst voor gijzelaars, hoewel ik dat niet geloof omdat de daders geen Castricummers waren. Een politieman, een persoonlijke vijand van het slachtoffer is ondergedoken. Verschillende NSB-ers zijn met families vertrokken, naar men zegt, de mannen naar Duitsland, de vrouwen naar kamp Westerbork in Drente, waar vroeger de Joden zaten!

11 september
Wegens de moord in Castricum is een aantal gijzelaars doodgeschoten, aldus meldt een rood aanplakbiljet in het dorp.

13 september
Volgens berichten van een privé-koerier is Eindhoven bevrijd. Treinen lopen nu nog slechts ‘s morgens vroeg en ‘s avonds. Bij onze ondergrondse is blijkbaar enige onenigheid. Tegenstelling Christelijk – Communistisch?

14 september
Terreur.
In de zaanstreek zijn 40 gijzelaars opgepakt. Elke dag zullen er 4 gedood worden, als de Engelse parachutisten niet te voorschijn komen. Gisteren zijn de eerste gedood. Zichtbaar van de weg af. De lijken liet men uren liggen. Gruwzaam. Vanmiddag zou er weer een terechtstelling zijn. Inmiddels schijnen zich 6 parachutisten gemeld te hebben.
Het huis van dokter van Oppen in Limmen is met brandbommen bewerkt. Ook een huis van een dokter en een tandarts in Heiloo; vanwege een dynamietaanslag op een trein.

17 september
Vanmiddag is het eerste parachutistenleger geland in de buurt van Eindhoven en Nijmegen. Maastricht vrijdag verovert. Beneden Rijn en Lek moeten verzetsgroepen in actie komen. Momenteel gaan hier geregeld laag vliegtuigen over. Zouden wij ook parachutisten krijgen plus een landing? Het is weer spannend vandaag.
Lanterfanterende mannen tussen 16-50 jaar worden zonder pardon op transport naar Duitsland gezet, aldus de Deutsche Zeitung.

18 september
In de Zaanstreek wapens gevonden in de protestantse kerk. De dominee is doodgeschoten. Nu de Todt (red: speciale Duitse leger-instelling) weg is, had men vóór vertrek benzine en olie aan Jan Stengs verkocht.
Is ontdekt. Jan gedoken, vrouw gepakt, weer los. Vader en knecht zouden gefusilleerd worden. Na 10 tellen moesten ze zeggen waar hij was, anders een schot. Bij de 10e tel kregen ze een paar opstoppers.

19 september
Vanwege de fietsenvordering fungeren kolenhok en lijkenhuisje als schuilplaats.
Onheilspellend nieuws. Vele dorpen in de omtrek moeten binnen 4 dagen ontruimd zijn. Niets meenemen!
Velsen moet vanavond weg zijn. Gaan de fabrieken de lucht in? Blijkbaar zal IJmuiden verdedigd worden. De positie van Castricum wordt er niet vrolijker op.

Men begrijpe de situatie: geen trein, geen autobus, geen fiets, geen paard en wagen, geen post, geen telefoon. Organiseer maar een verhuizing! De kelder wordt in gereedheid gebracht. De ijzeren spijlen worden verwijderd. Oppervlakkig gezien zitten we veilig.

21 september
Gisteravond werd door de dorpsomroeper Dorus Kuys uit de Oosterbuurt omgeroepen, dat alle fietsen moesten worden ingeleverd. Het was half 8. Niemand ging, behalve enkele NSB-ers. Vanmorgen vroeg werd bekend gemaakt dat als er voor 12 uur niet een groot aantal fietsen gearriveerd was, er tien huizen in brand gingen.
Enkele mensen die op de nominatie stonden, waren hun huis al aan het leegsiepen. Toen zijn er 300 fietsen gebracht, heel oude karretjes.
Om 12 uur werd omgeroepen, dat als om 4 uur niet alle fietsen ingeleverd waren, 10 Castricummers zouden worden doodgeschoten.
6 uur: Zojuist wordt gemeld dat er ongeveer 1.200 fietsen zijn ingeleverd. Om half zeven mag men zijn fiets terughalen.
8 uur: Bijna alle fietsen zijn teruggegeven, de 100 mooiste hebben ze gehouden.
De Kommandant kwam zelfs een fiets voor de kapelaan brengen. Hij had er een voor mij gevorderd, nu heb ik er 2. Het is een prachtfiets met nieuwe banden. Er stond op: PWN 150. De betonweg Velsen — Amsterdam wordt opgeblazen — enorme knallen.
Noord-Holland wordt opgesloten.

22 september
Vandaag zijn de Coenhaven en de dokken in Amsterdam de lucht ingegaan.

26 september
De pastoor reorganiseert het lager onderwijs. Allerlei ongediplomeerde krachten zorgen dat alles doorgaat.
Barre strijd bij Arnhem. De parachutisten zitten ingesloten.


Jaarboek 8, pagina 20

30 september
De slag bij Arnhem is verloren. Er zijn nieuwe troepen gearriveerd. Ik zag er een met een koe lopen! Duizend man zouden nu in de bunkers en koloniehuizen zitten.

1 october
Walcheren onder water gezet.
Putten is totaal platgebrand, wegens moord op enkele Duitsers. Alle mannen 15-50 jaar gaan naar Duitsland.
Velsen is de lucht ingegaan. Tussen Hoogovens en Papierfabriek staat niets meer.

7 october
Vanaf aanstaande maandag geen licht meer in Noord-Holland, geen kolen, geen kaarsen, geen olie.

9 october
Om 8:33 is mijn elektrische klok stil blijven staan. In Apeldoorn de hele mannelijke bevolking opgeroepen om loopgraven te spitten, er kwamen er 3, waarvan 2 NSB-ers. Er zijn 22 man doodgeschoten.
De helft werd doodgestoken en als voorbeeld op de hoeken van de straat neergelegd.
Er zijn vanmorgen tijdbommen gelegd op de rails tussen Alkmaar en de Koog.
Om 4:15 kregen de bewoners van drie huizen: v. Eyk, kapper Bakker en Verduin een kwartier de tijd om nog wat uit hun huizen te halen.
Wat kleedjes, fosfor, auto’s wat weggezet en staken de boel in brand. Na een kwartier mocht de brandweer erbij, die op de hoek stond te wachten. Het volk is woedend. De Grüne Polizei rookte er een sigaret bij! Vannacht om 5 uur is de boerderij van Groen in de brand gegaan. In de hooibergen waren kostbare instrumenten bewaard. De Duitsers speelden voordat de boerderij in brand ging op de piano.
In Uitgeest 7 huizen.
Worden de tijdbommen niet te schadelijk?

17 october
Ik ben naar Den Haag gefietst, een waagstuk. Er heerst daar volslagen hongersnood. Ik zag duizenden mensen lopend met gebrekkige karretjes en fietsen zonder banden om voedsel te zoeken. Linnengoed en lakens mee om aardappelen te ruilen. De gaarkeukens hebben het erg druk. Bomen worden bij honderden gerooid. Men kan alleen nog op een houtfornuis koken.

18 october
In Alkmaar distributie van water. Piet van Duyn — hij weet altijd raad — heeft voor de verlichting gezorgd, accu’s en 15 kaarslampen voor elke kamer, de keuken 10 – standverschil.
Churchill met Eden bij Stalin geweest. Wantrouwen, de Poolse kwestie nog steeds niet afgelost. De Russen veroverden verschillende plaatsen in Hongarije. De Amerikanen zijn op de Philippijnen geland. Aken veroverd. (Generaal) Rommel is dood.

30 october
Breda, Tilburg en Bergen op Zoom bevrijd. Ook Goes, een reden voor een borrel van de pastoor?
In Amsterdam en Haarlem nieuwe fusillades als represaille voor moord op Gestapo mensen.

2 november
Terreur op grote schaal.
Er wordt hier een gaarkeuken geopend; leider Marcker, kok Jacob van Diepen: 1 liter per persoon.

Op een illegaal pamflet op een boom voor de kerk staat een prijsbepaling voor de noodzakelijke levensbehoeften.
In de Wormer is een boer — zwarthandelaar — neergeschoten. Alle Duitse steden worden platgebombardeerd.

14 november
Massale razzia’s in R’dam 10.000 – 15.000 man (17-40 jaar) worden afgevoerd naar Drente, 54 wagons — beestenwagons — stonden in Haarlem.
Londen en Antwerpen worden bestookt met de V2 raketbommen.
Voor de kerk van Heemstede is een verdwaalde terechtgekomen, enorme schade.
500 Deelnemers aan de centrale keuken.

25 november
De ondergrondse doet hier nogal van zich spreken. Een zwarte manufacturier moet 500 gulden betalen, omdat hij door veel te hoge prijzen te vragen zijn dorpsgenoten uitzuigt. Een beetje vreemde methode vinden wij op de pastorie. “Strijd” wordt regelmatig rondgebracht.
Straszburg is veroverd, over een front van 600 kilometer woedt een hevige strijd. Wanneer zal er een doorbraak komen?

28 november
In Rotterdam zijn geen 10.000 maar 50.000 man opgepikt.

1 december
Twee marechausses kwamen via via waarschuwen dat er vannacht razzia zou zijn.
Verschillende mannen hebben de nacht in de schuilplaats boven de sacristie doorgebracht.
Ik ben nog op onderzoek uitgegaan, maar werd niet veel wijzer. Bovendien zat ik er niet rustig, er werd vlak achter mij in het donker geschoten, op wie? Ik ben zelf maar naar huis gegaan. Zo gaat het altijd: geruchten.

Leo Toepoel.
afb. 13 Leo Toepoel, hij werd enige maanden voor de bevrijding op zijn vluchtweg naar bevrijd Nederland gepakt en gefusilleerd. Hij werd slechts 23 jaar.

Jaarboek 8, pagina 21

11 december
Een dronken officier had gezegd, dat hij voor 300 man voedsel moest zorgen. Razzia’s dus, zegt men. Alles wordt nu zo uitgelegd.
Stoeten mensen komen langs uit de grote steden, eten bedelend en onderdak vragend. De bevolking is nogal gastvrij. Ook de manufacturier herbergt regelmatig mensen. Tragische verhalen over sterfgevallen onderweg, over een boer die slechts wilde ruilen voor schoenen die iemand aan had. Broodrantsoenen weer verlaagd. Typhus in Amsterdam.

16 december
In de grote steden heerst grote hongersnood. Deze week razzia’s in Limmen, Heiloo en Beverwijk.
Duitse tegenaanval.
Tot allergrote verrassing hebben de Duitsers een groot tegenoffensief opgezet. Doorbraak bij Malmedy. Wanhoopspoging of toch nog kracht?
Wat een misrekening.

28 december
De ondergrondse adviseert ons geen Ausweis meer te halen. Alle mannen van 16-40 jaar worden opgepakt. Er kan geen man meer op straat, iedereen heeft schuilplaats in huis. Wanhopig. Het offensief van de Duitsers is tot stilstand gebracht, ze waren al bij Dinant.
Leo Toepoel is gefusilleerd toen hij naar bevrijd gebied wilde ontsnappen. R.I.P. (red: Hij ruste in vrede).

30 december
Burgeroorlog in Griekenland, en dat in een bevrijd land. Strijd tegen het communisme? Voorspel voor de volgende oorlog: Rusland – Engeland?

5 januari 1945
Bevolkingsregister door S.D. soldaten weggehaald, ze hebben de namen en adressen van onze jongemannen.
De gaarkeuken botert niet zo best, iedereen moppert. Mensen genoeg, maar geen eten.

6 januari
Er is een WA man dood gevonden op de weg naar Uitgeest Limmen. Op ons territorium dus. Gevolgen?

7 januari
Van 5 tot 8 januari moeten alle mannen zich melden. Ondergronds parool: Ga niet. Vrijdagavond heeft Vrij Nederland zich op het arbeidsbureau laten insluiten, en alle gegevens meegenomen.
Op de plaats van de moord op de primaire weg zijn 10 of 12 gijzelaars doodgeschoten, nadere berichten ontbreken.
In een bunker aan de Brakersweg schoot een soldaat zijn vriend per ongeluk dood. Hij heeft zichzelf in e.en andere bunker doodgeschoten. Wat is tegenwoordig een mensenleven?

23 januari
Er worden kinderen uit Amsterdam en Den Haag in Castricumse gezinnen opgenomen.
De Russen staan op 60 kilometer van de Oder.

26 januari
Broodrantsoenen gehalveerd. 500 gram.
In de steden staan de lijken soms een week boven aarde, ze worden niet meer opgehaald. Men begraaft per bakfiets, in kratten.
De stadsreiniging werkt niet meer, men leegt zijn vuilnisemmer op straat. Tot overmaat van ramp sneeuwt het al een week lang. Vele tobben, de aardappelmannen en -vrouwen, banen zich een weg naar de “noord”, waar trouwens niet veel meer te halen valt.
Kunnen de Engelsen ons niet bevrijden?

31 januari
De sneeuwperiode is voorbij, sterke dooi. Optimistisch. Johanna’s Hof is afgebrand.

9 februari
Onder gejuich hadden we gisteravond weer licht, maar na 2 minuten zaten we weer in het Egyptische duister.
Verschillende boeren hebben de vorige week gedorst en aan de komende en gaande man 5 of 2 pond uitgedeeld.

10 februari
Nog steeds komen vele aardappelhalers langs. Vanmorgen werd onze WC vereerd door het bezoek van Romme, voormalig minister.

19 februari
Deze week was de grote Krimconferentie. Duitsland zal geheel bezet worden.
Berlijn door de Geallieerden.

21 februari
De meest onmogelijke situaties bij het kinderen plaatsen: velen willen er weer van af, anderen ruilen eigenmachtig. Er is een comité opgericht.

23 februari
Vanmorgen om half elf gierde over het huis een kleine jager, een vreselijk geluid. 700 a 800 meter van de kerk is het toestel met piloot te pletter gevallen. Ik ben er met het Heilig Oliesel nog geweest, niets meer aan te doen. De Duitsers kwamen als gekken met 50 man aangerend met getrokken revolver. Arme piloot R.l.P. (red: Hij ruste in vrede)

4 maart
De Führer heeft weer eens gesproken: “Ich profziere dasz Deutschland soll siegen”.
De kinderuitzending behoort tot het moeilijkste sociale werk, dat wij tot nu toe gedaan hebben.
Boeren moeten alle melk aan de fabriek afstaan, anders worden alle koeien afgenomen.
Het vervoer langs de weg is levensgevaarlijk, allen worden systematisch van de weg geschoten. Dorus Schermer gaat gewoon zijn gang. Heeft zeker een aparte engelbewaarder. Geruchten over bouw aanleg van een startbaan voor V1 of V2’s. Deze dagen hebben wij ons laten wegen. Het blijkt dat de oorlog danig in onze lichamen heeft huisgehouden (min 16 tot min 22 pond)!
Piet Groen is dezer dagen door ondervoeding gestorven. Zoeven verneem ik dat de V1 startbaan op het ijsclubterrein komt en een andere op het kampeerterrein.
Overval op de tarwevoorraad van dorsende mannen, die 10 procent tarwe als loon van de boeren bedongen hadden. Ze verkochten het voor 1.000 gulden per mud.
Een fiets is gekocht voor 2.200 gulden.

5 maart
Vanavond komen zeer optimistische berichten binnen. De Duisers trekken zich terug over de Rijnbruggen. Het Ruhrgebied ligt onder artillerievuur.


Jaarboek 8, pagina 22

4e Jaargang

6 maart 1945
Als hebdomarius open ik deze vierde jaargang van ons dagboek in de overtuiging, dat deze vierde jaargang de laatste zal zijn. Traditiegetrouw eerst een overzicht. Mondiale visie:
De Geallieerden hebben de overmacht en bombarderen Duitsland letterlijk plat. Het lijkt uitgesloten dat dit regime ooit zal capituleren.
Het gevolg is een eindeloze moordpartij. Japan wordt ook gekraakt en zal wel spoedig na Duitsland vallen.
Nationale visie: Hongersnood in de 3 provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht. Tenzij de bevrijding spoedig komt, de hongersdood voor velen. Wij hopen geen gevechtsterrein te worden. Dorpsvisie: Als IJmuiden een tweede St. Nazaire gaat worden, dan zijn wij hier nog niet klaar. Meerdere gezinnen lijden aan ernstige ondervoeding.

9 maart
Over de Rijn.
Als een lopend vuurtje verspreidde zich vandaag het bericht dat de Amerikanen over de Rijn getrokken zouden zijn.
Vandaag kreeg ik een zogenaamd. wonderkacheltje dat bovenop een gewone kachel gestookt moet worden met kleine houtjes.

13 maart
In Den Haag erbarmelijke toestanden. Een nieuwe ziekte: hongeroedeem.
Dagelijks sterven honderden met opgezwollen ledematen. Het Bezuidenhoutkwartier is zaterdag 3 maart van de wereld verdwenen. 30.000 Mensen alles kwijt, 1.500 doden. Het Velserpont vaart niet meer, we zitten op een eiland.
Volgens geruchten is er aan aanslag op Rauter gedaan, er zouden 1.000 mensen als represaille gefusilleerd worden. Wel is het zeker dat een aantal gevangenen van de Weteringschans (20) zijn doodgeschoten.

22 maart
Een rookgordijn dag en nacht tussen Düsseldorf en Emmerich gelegd. Komen ze?
We schaffen olie en carbid aan 35 per liter en 50 gulden per kilo. Bijna alle soldaten in Castricum zouden weg zijn, ook de Luftwaffe, in Bakkum zijn er nog 5.
Er is de laatste dagen veel gebeurd. Na het bruggehoofd te Remagen, dat kennelijk per geluk is veroverd, zijn de Geallieerden ook bij Wesel en Frankfort de Rijn overgestoken. Het overwicht aan materiaal is groot. Door de permanente bomaanvallen is er totaal geen Duitse aanvoer meer. De linker Rijnoever is geheel in handen der Geallieerden. Eisenhower heeft verklaard, dat het Duitse leger verslagen is.

2 april
Vandaag aanval met 20 jagers in de buurt van Heemskerk. Prachtig gezicht, ze wierpen kleine bommen uit. De Engelse zender deelt mee, dat er een grote aanval is begonnen op Arnhem, Nijmegen. De Duitsers trekken zich uit Noord- en Zuid-Holland terug. Het Roergebied is omsingeld.
80.000 man opgesloten.

5 april
Hoe lang nog, Heer …

15 april
Roergebied ingerekend. Opmars naar Bremen en Hamburg. De Russische machine nadert Berlijn. Ons land is bevrijd ten Oosten van de IJssel. Roosevelt gestorven. Broodrantsoenen zijn weer verlaagd, wij krijgen ‘s morgens pap als bijvoeding.

18 april
De bevrijding nadert met rasse schreden en toch zijn we niet blij, omdat we niet weten, hoe de strijd hier zal verlopen. Wij zijn bang, dat alle verslagen troepen naar Castricum verjaagd worden. Vanmiddag om 2 uur zijn de sluizen van Den Oever opengezet om de Wieringermeer te inunderen.
Kilometers tarwe gaan verloren. Verleden week kregen wij voor het eerst Zweeds brood van het Rode Kruis, smakelijk. De eindstrijd om Berlijn is begonnen, een wedloop. De Russen op 50 kilometer, de Geallieerden op 80 kilometer.

19 april
Groningen, Friesland, Drente en Overijsel zijn officieel bevrijd. En, ze zijn nog maar 35 km van Amsterdam, anderen zeggen 20.
Maar dat water, dat water … Alles wordt geïnundeerd.
De Duitsers in de bunkers aan de Brakersweg lezen ook de ondergrondse blaadjes. Ze hebben alle vier een burgerpakje gekocht.

22 april
De Russische en Amerikaanse legers herenigd in de omgeving van Dresden. De Canadezen staan voor het inundatiegebied, dat zich uitstrekt van Amersfoort tot de Zuiderzee.

29 april
Het bericht van 22 april schijnt wat voorbarig te zijn geweest. Pas in de loop van deze week hebben de legers elkaar ontmoet. Als internationaal teken van vriendschap zoenden ze elkaar. De Geallieerden hebben afgekondigd, dat zij pakketten levensmiddelen zouden droppen. De Duitsers mogen niet op de vliegtuigen schieten, anders zijn het “oorlogsmisdadigers”. De Engelsen zijn voorshands niet van plan de waterlinie te doorbreken. West Nederland is blijkbaar de meest onneembare vesting van Europa! Berlijn waarbinnen Hitler zich moet bevinden, is omsingeld en voor 2/3 veroverd. Is Goering afgetreden of vermoord? Het kristalletje zei, dat op de conferentie van San Francisco gezegd was, dat slechts een onvoorwaardelijke capitulatie aanvaard zal worden.
Hitler zou stervend zijn, figuurlijk of letterlijk bedoeld? Moorden door Duitsers in Oudorp en Heemskerk. De Nazi’s in Berlijn hebben nog slechts de regeringsgebouwen en de dierentuin.
Wij beleven historische dagen.
Mussolini is dood, gefusilleerd. Lijk met dat van 17 aanhangers in Milaan tentoongesteld, hangend aan een benzinepomp.

1 mei
Zo even komt het bericht, dat Himmler aan het capituleren is. Ruzie in San Francisco om Polen.
Algemeen werd de capitulatie vanmiddag verwacht. Tot op heden geen nieuws. Churchill antwoordde, toen het Lagerhuis

Burgemeester Masdorp neemt de door de Geallieerden gedropte voedselpakketten in ontvangst.
afb. 14 Burgemeester Masdorp neemt de door de Geallieerden gedropte voedselpakketten in ontvangst.

Jaarboek 8, pagina 23

hem vroeg hoe het nu met de capitulatie stond, dat hij daarover niets had mee te delen. Alleen dat de oorlog er iets beter voorstond dan 5 jaar geleden!!!
Al 2,5 millioen kilo eten afgeworpen boven de 3 hongerende provincies. Er zijn een aantal concentratiekampen bevrijd onder andere Dachau en Buchenwald. Toestanden zijn onbeschrijflijk. Wat waren die Duitsers toch een barbaren geworden.

2 mei
De zoveelste teleurstelling. Geen capitulatie. Toch wel goed nieuws: Hitler is dood. 1 Mei 7 uur ‘s avonds in Berlijn. Admiraal Dönitz tot opvolger benoemd, die alleen voor Engeland en Amerika wil capituleren, niet voor Rusland. Gisteravond vierde Beverwijk voorbarig feest.

4 mei
Plechtige mededeling gedaan door kapelaan Holthuizen: “Hoera, wij zijn vrij”.
Politie Weel kwam zeggen, dat Radio Eindhoven Herrijzend Nederland de capitulatie bekend had gemaakt. Wij hoorden het om 21:22 uur ‘s avonds. Nog twijfel.
De radio van het kristal bracht om 21:45 en 22:01 in het Frans en Duits zekerheid. Wij vierden feest met vooroorlogse sigaretten (5 jaar bewaard), eigen teelt sigaren, wijn, omelet en het Wilhelmus.

5 mei
Een eigenaardige dag. Geen feest en toch feest. Gewoon school. De Zaanstreek en Amsterdam vlagt, Castricum doet niets. Wij brengen het vandaag niet verder dan een paar oranje strikjes in het haar van een paar kindertjes. De S.S. is hier nogal fel. De burgemeester komt brutaalweg nog in het raadhuis. De eerste Engelse pakketten zijn hier gearriveerd. De ondergrondse wordt bovengronds. Hoofdredacteur van “Strijd” P. v.d. Goes duikt weer op.

6 mei
De vlag mag eindelijk uit. Spoedig was Castricum in feesttooi. We worden aangemaand om ons kalm te houden.
De kinderen houden een optochtje langs het huis van de zogenaamde burgemeester, de gordijnen gingen dicht. De jongensschool is gevorderd door de NBS. Blom was de aanvoerder. ‘s Avonds ouderwetse bijeenkomst; goede sigaar en zelfs champagne!!

7 mei
Het wachten op de Canadezen begint vervelend te worden. De kinderen zijn in permanente oranjestemming. De vreugde werd vandaag geremd:

Een glorieus moment voor de ondergrondse, die op 5 mei 1945 weer bovengronds kon worden.
afb. 15 Een glorieus moment voor de ondergrondse, die op 5 mei 1945 weer bovengronds kon worden.

Van links naar rechts: Jan Rozing (K.P.), Piet van de Goes +, Kees Kulk, Piet Fijn, Kees v.d. Key (K.P.) +, Klaassen – directeur van het postkantoor +, Gert van Weel (K.P.), Jan Blom (commandant K.P.J.).

Aftocht van de Duitsers: "Ze maken geen grootse indruk meer".
afb. 16 Aftocht van de Duitsers (red. langs Stationsweg): “Ze maken geen grootse indruk meer”.
  1. De Nederlandse S.S. geeft zich niet over, verschanst bij de Grebbelinie, bloedig oponthoud van 24 uur.
  2. Cor Beentjes doodgeschoten door de Mof, toen hij palen uit een weiland haalde. De Duitsers weten zich toch wel gehaat te maken.
  3. Intussen begint de nieuwe overheid zich te roeren: Masdorp gevangen, het Gemeentehuis in bezit genomen, NSB-ers geschorst. Nielen geïnstalleerd als plaatsvervanger van de burgemeester van Limmen.
  4. Door allerlei verhalen over schietende Duitsers zullen wij ons pas veilig voelen als de Geallieerden hier zijn. De verwachting is dat het morgen zal gebeuren. Woensdag zal dan de officiële feestdag zijn. Onder leiding van Bodewes, het Oranjecomité voelt zich gepasseerd.

Intussen is de ondergrondse langzamerhand bovengronds geworden: De Delta, raad van verzet in ons dorp was: dokter van Nievelt, Jan Rozing, Blom, Weel en van Eyk.

De eerste Canadezen
afb. 17 De eerste Canadezen aan de Dorpsstraat, hoek Torenstraat in Castricum, 1945.

8 mei
Vanmorgen kwamen de eerste Canadezen. De hele dag een voortdurend doortrekken van Canadese wagens. Bruine gezichten, witte tanden, waardig zegevierend de V-teken makend. Victorie: zo trokken ze alle hoofdsteden binnen. Heden enige meisjes kaalgeknipt.
De Canadezen blijven doortrekken: koplampen op: verduistering is niet meer nodig. De telefoon gaat weer. Tot ieders spijt zijn de feestelijkheden uitgesteld. Het valt nu op 11 mei. De vrede is er.

9 mei
Dorys Kuys bazuint het rond: vanaf half twee mag niemand meer buiten komen. Een razzia maar nu op de NSB-ers. Wanneer en hoe zullen wij dit boek besluiten?


Jaarboek 8, pagina 24

10 mei
Er schijnen zo’n 300 NSB-ers en sympathisanten opgesloten te zijn. Opgesloten in Duin en Bosch. Nog steeds zijn de moffen in Bakkum niet ontwapend. Vanavond een auto door ons dorp: de beulen van Vught. Ze stonden achter prikkeldraad: “Verboden deze dieren aan te raken of te voederen”. Ze waren in Limmen opgepakt. In het dorp grote discipline. Vanmorgen zijn de moffengrieten opgehaald.

12 mei
Door al die arrestaties is het dorp een groot roddeltoneel geworden.

Vele mensen bij bevrijdingsfeest met optocht, Geelvinckstraat 1945.
Vele mensen bij bevrijdingsfeest met optocht, Geelvinckstraat 1945. Collectie `Werkgroep Oud-Castricum. Toegevoegd.

14 mei
Morgen zal dan als mosterd na de maaltijd vermoedelijk in regen en storm ons dorpsfeest gevierd worden.

15 mei
Het is meegevallen, het weer en de stemming vielen beide mee. Als novum voor ons dorp werd ook volksdans uitgevoerd. Dokter Leenaers heeft zijn straat gekregen. ‘s Avonds was het dankzij de harmonie en de hossende slierten jongelui gezellig in het dorp.

19 mei
Terug van Den Haag, twee keer wind tegen. Het is daar nog niet best. Er zijn daar veel Nederlandse soldaten. Om beurten vieren de straten groot feest. De BS is in Nederland niet gezien, ze zullen wel gauw verdwijnen. Het interneringskamp Duin en Bosch is lang geen ideaal, de leiding deugt niet.

22 mei
Dezer dagen: chocolade, knakworstjes, scheepsbeschuit, wij genieten overal van. De eerste kranten verschijnen weer. Maasbode, Volkskrant, Nieuwe Dag, Het Binnenhof. De Castricumse “Strijd” blijkt een banaal blad te zijn. Politiek is alles onzeker en vaag.

24 mei
De radiodistributie gaat weer.

30 mei
In Duin en Bosch zijn thans 500 arrestanten. De derde commandant is er al. Er komen in Duin en Bosch spoedig 5.000 loges. De Koningin heeft twee kabinetsformateurs benoemd; Schermerhorn en Drees. Duizenden Duitsers marcheren naar Den Helder. Ze maken geen grootste indruk meer. Thans kan ik mededelen, dat wij steeds naar de radio hebben geluisterd. Ik had mijn toestel verborgen tussen het plafond van mijn kamer aan de achterkant van het huis. De luidspreker er uit gehaald, daar die met een magnetisch apparaat ons kon verraden. Toen de stroom wegviel, heb ik een oud toestel geleend (met een accu) en verstopt onder de grond. Via een lichtknopje bij de wastafel had men Engeland. Tot de accu niet meer geladen kon worden.

De laatste weken luisterde ik met een kristalletje. Hier zij dank gebracht aan de firma’s die hielpen. Zo hebben wij in de loop der jaren altijd nieuws gehoord en is ons moreel op peil gebleven.

16 juni
Jeugdbewegingen herrijzen.

21 juni
De bevrijdingsfeesten zijn niet altijd even prettig. De jeugd is bandeloos.

De begrafenis van Joop Zandbergen.
afb. 18 De begrafenis van Joop Zandbergen, hij kwam na de bevrijding om door een per ongeluk afgegaan geweer op 30 juni 1945.

6 juli
De tijd vroeger gespendeerd met het bijhouden van “het boek” wordt nu onder andeere in beslag genomen door het lezen van talloze kranten; nu weer: De Typhoon en het Nieuw Noord Hollands Dagblad. Er gebeurt haast niets, zodat het dagboek gaat kwijnen.
Kapper Zandbergen is overleden door een per ongeluk afgegaan geweer.
Door de BS in uniform is hij begraven.

10 juli
In Duin en Bosch 600 gevangenen er bij. De bankbiljetten van 100 gulden zijn ongeldig verklaard. Pastoor wist het van te voren. Hij ruimde er bijtijds 180 op!! Verleden week is door NSB sabotage de munitie in de duinen van Beverwijk aangestoken.
Geen ruit heel in Beverwijk.

16 juli
Onthulling van gedenkplaat in de kerk. In Duin en Bosch 800 gevangenen bijgekomen.

29 juli
Er zijn geen fietsbanden meer. Steeds lekke banden.

11 augustus
Japans aanbod tot capitulatie door twee belangrijke feiten:

  1. Toepassing van de atoombom, die de steden Hirosjima en Nagasaki in een puinhoop veranderde.
  2. De oorlogsverklaring van Rusland woensdag jongstleden.

Eind augustus zal Castricum 4 volle dagen bevrijdingsfeesten gaan vieren. Er heerst grote ontevredenheid in Nederland.

15 augustus
Nederlaag van Japan. De oorlog is nu overal voorbij.
De staten die afgoderij pleegden zijn vernederd.
Het zwaard kan weer omgesmeed worden tot ploegschaar. De atomen kunnen heel blijven, of voor vredelievende doeleinden worden gesplitst.
Ik heb mijn collega voorgesteld om het dagboek te sluiten. Hij stemde er mee in.
Moge dit boek dat ons in donkere jaren dikwijls een aangename verpozing bracht, voor het nageslacht enige betekenis hebben, ter lering, ter afschrikking, ten voorbeeld, ten vermake.
Als hebdomodarius sluit ik dit dagboek.

w.g. F. Holthuizen

15 augustus
Met weemoed schrijf ook ik mijn laatste woorden in dit dagboek.
Moge dit boek jarenlang worden bewaard en veel gelezen. Wij vragen zeer dringend, dat niemand van ons nageslacht dit boek zal ontvreemden, het is een geschenk aan de parochie en dient in het archief te worden bewaard. Aparte leugens staan niet in dit boek, wel worden er ook geruchten in vermeld, doch zij staan als zodanig vrijwel altijd aangekondigd … Moge Nederland en ons Indië herrijzen uit de chaos waarin het zich bevindt.
Lang leve de Koningin.

w.g. J. v.d. Zalm, pr.

Castricum in oorlogstijd (Jaarboek 08 1985 pg 3-7)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over WO1: eerste Wereldoorlog
Verschenen artikelen over WO2Castricum in oorlogstijd – Dagboek kapelaans – De dood van Arie Hageman – Duin en Bosch, evacuatie – Duinkant, een verdwenen dorpje – Oorlogsherinneringen Nardus Bos – Oorlogsverhaal Tiny van Vlaanderen-Boot – verdedigingswerken – verzetsstrijders – Leenaers, dokter – tante Sientje


Jaarboek 8, pagina 3

Castricum in oorlogstijd

Geversweg met telefooncentrale en tankmuur tijdens WO2.
Geversweg met telefooncentrale en tankmuur tijdens WO2. Collectie Werkgroep Oud-Castricum. Toegevoegd.

“Castricum bloedt uit vele wonden” schreef kapelaan F. Verheul op 18 december 1942 in het waardevolle dagboek dat hij en de kapelaans Dr. F. Holthuizen en J. van der Zalm van de Pancratiusparochie.in de oorlogsjaren bijhielden. Daaruit blijkt al wel dat de bezettingstijd heel ingrijpend is geweest voor de plaatselijke gemeenschap. Dat niet vanwege oorlogshandelingen, arrestaties, razzia’s of grote hongersnood maar vooral vanwege de evacuatie van vele gezinnen, de afbraak van honderden woningen en de lasten van de voortdurende Duitse bezetting.

De eerste oorlogsdagen

In de vroege ochtend van de 10e mei 1940 worden de mensen wakker van het geronk van Duitse vliegtuigen, die aanvallen doen op het vliegveld Bergen. Tussen het geronk door hoort men in de verte knallen van het afweergeschut. Op die stralende zomerse dag staan mensen in groepjes bijeen en bespreken de toestand. Sommigen hebben via de radio gehoord dat Duitsland Nederland heeft aangevallen en dat Nederland zich heeft verbonden met de geallieerden in de strijd tegen Duitsland. Alom verbijstering en ontzetting …

Enkele gebouwen van het ziekenhuis Duin en Bosch worden in de eerste oorlogsmaand door het Rode Kruis ingericht voor lichtgewonde en herstellende militairen. In totaal zijn 212 militairen daar verpleegd.
Vanaf 29 mei 1940 worden alle gebouwen weer ontruimd en de nog aanwezige patiënten naar elders overgebracht.

Op 14 mei 1940 worden de Nachtwacht, schilderijen van Van Gogh en vele andere kunstschatten voorlopig ondergebracht in een betonnen schuilkelder in de Castricumse duinen, niet ver van Kijk-Uit.
Deze kelder was in april 1940 voor dat doel gereed gekomen.

Castricum is vluchtoord voor een aantal gemeenten, gelegen in een gebied dat in verband met de verdediging mogelijk onder water gezet zal worden. Op 13 mei komen geëvacueerde inwoners van Ankeveen en Kortenhoef hier per trein aan en worden ingekwartierd.
Enkele dagen na de capitulatie op 15 mei 1940 vindt de terugkeer al weer plaats. In het geheel zijn ongeveer 1.500 personen uit Ankeveen en Kortenhoef hier gehuisvest geweest.

Duitse bezetting

Het aantal Duitse soldaten in ons dorp neemt toe. Castricum krijgt een Ortskommandant, die het de bevolking bijzonder moeilijk maakt. Hij wordt de “Bommenwerper” genoemd.

De Ortskommandantur wordt gevestigd in de Hervormde Pastorie aan de Overtoom. Tengevolge van alle verwikkelingen rond de ontruiming komt ds. (dominee) Seulijn plotseling te overlijden. Vele huizen en gebouwen worden gevorderd, zoals de jeugdherberg Koningsbosch, de vacantiekoloniehuizen Sint Antonius en De Eenheid en ook het badhotel bij het strand.
In opdracht van de bezettende macht worden de Prinses Julianastraat, Koningin Wilhelminalaan, Prins Bernhardstraat en Prinses Beatrixstraat omgedoopt in resp. M.H. Trompstraat, Piet Heinlaan, Jan Evertsenstraat en Daendelsstraat. Burgemeester Sloet doet een beroep op de hoofden van scholen om te voorkomen dat jeugdigen zich op demonstratieve wijze gedragen.
De burgemeester heeft geconstateerd dat politieke andersdenkenden en zelfs Rijksduitsche personen op de openbare weg worden uitgejoeld. Bij dergelijke gelegenheden roepen deze groepen “OZO” (“Oranje Zal Overwinnen”), steken de rechterarm met uiteengespreide duim en wijsvinger in de vorm van de letter V omhoog en houden op deze wijze een betoging!

Joodse kinderen mogen in opdracht van de burgemeester met ingang van 1 september 1941 niet meer op openbare scholen worden toegelaten.

Paviljoen Duin en Bosch na de bomexplosie.
afb. 1 Paviljoen Duin en Bosch na de bomexplosie.

In de nacht van 12 op 13 augustus 1940 wordt het ziekenhuis Duin en Bosch kort na middernacht getroffen door brisantbommen en brandbommen.
In één van de paviljoens ontstaat grote schade.
Twee patiënten worden vrijwel onmiddellijk gedood, acht raken gewond.

In juni 1942 wordt het ziekenhuis op last van de bezetter geheel ontruimd.
Bijna 800 patiënten worden ondergebracht in psychiatrische inrichtingen te Warnsveld, Den Dolder, Medemblik en Rosmalen.

De Joodse patiënten, die naar Den Dolder en Rosmalen waren geëvacueerd, konden uit de handen van de bezetter worden gehouden; die te Medemblik en Warnsveld zijn slachtoffer van de terreur geworden.

Evacuatie en afbraak

Dan komt in november 1942 het bevel dat de inwoners van Castricum, met uitzondering van de land- en tuinbouwers en een aantal personen, wier verblijf noodzakelijk wordt geacht, de gemeente moeten verlaten.


Jaarboek 8, pagina 4

Degenen die geen werk hebben, moeten op 30 november 1942 weg zijn; de anderen op 31 december 1942. Een eigen evacuatie-adres kan worden gekozen en anders wijst de burgemeester er een aan: onder andere in de gemeenten Wildervank, Oude en Nieuwe Pekela en Vlagtwedde vinden Castricummers onderdak.
Een aantal huizen en boerderijen nder andere aan de Oosterbuurt, Alkmaarderstraatweg, Brakersweg en Beverwijkerstraatweg moeten worden afgebroken. Dit zou nodig zijn voor verruiming van het schootsveld. Op grote schaal wordt begonnen met de bouw van bunkers, tankmuur, tankgracht, enzovoorts, waaraan een afzonderlijk artikel in het jaarboekje is gewijd.
De hele gemeente wordt “Sperrgebiet”, waar uitsluitend bezitters van een Ausweis mogen komen.
Bakkum is alleen met speciale vergunning toegankelijk.

In januari 1943 is met inbegrip van de bewoners van het Provinciaal Ziekenhuis Duin en Bosch ongeveer de helft van de bevolking geëvacueerd. In een brief van 18 januari 1943 schrijft de in 1942 nieuw benoemde NSB-burgemeester Masdorp aan de commissaris der provincie Noord-Holland dat in het Sperrgebiet ten westen van de Spoorlijn, waar voorheen 1.162 gezinnen woonden, er nu nog 232 verblijven, hoofdzakelijk tuinders. Uit dit gebied zijn 930 gezinnen verhuisd, waarvan 368 naar het gedeelte van de gemeente, dat als woongebied is aangewezen: 562 gezinnen verhuisden naar elders.

In september 1943 komt er weer een bevel dat nog 2.000 inwoners moeten evacueren.
Ongeveer 250 huizen aan de Vinkebaan, Onderlangs, Kramersweg, Mient, Stetweg, Brakersweg, Kooiweg en 1e en 2e Groenelaan worden gesloopt. De wijk ten westen van de spoorlijn en ten zuiden van de Geversweg verdwijnt nagenoeg.
Het aantal inwoners, dat op 1 januari 1942 8.964 bedroeg, was op 1 januari 1944 gedaald tot 3.009.

Afgebroken woningen aan de westzijde van de Mient nabij de aansluiting op de Ruiterweg.
afb. 2 Afgebroken woningen aan de westzijde van de Mient nabij de aansluiting op de Ruiterweg.

Het aantal percelen in Castricum bedroeg kort voor de oorlog 1.875; hiervan werden er 267 afgebroken, waaronder het badhotel, vakantiekoloniehuis De Eenheid, 40 winkels en bedrijven en 49 agrarische bedrijven.
Van de overgebleven 1.608 woningen waren er aan het eind van de oorlog nog 967 bewoond en in behoorlijke staat.
Van de 641, welke leeg hadden gestaan of waren gebruikt door de Duitsers, zijn er 541 zwaar beschadigd.

Arbeidsinzet/Wachtdiensten

Op bevel van de Duitse Wehrmacht moeten alle mannen in de leeftijd van 17 tot 41 jaar zich voor werk in Duitsland aanmelden.
Strenge straffen worden gesteld op onderduiken.
Ook in Castricum zijn er veel slachtoffers van deze zogenaamde arbeidsinzet.
Vanaf 1941 worden Castricumse burgers regelmatig opgeroepen om bewakingsdiensten te verrichten. Aanleiding is dat kabels van de Wehrmacht zijn doorgesneden. Deze wachtdiensten worden in Castricum “kabelen” genoemd.
Ook moeten wachtdiensten worden verricht langs de wegen, spoorbaan en straten, waarlangs de zogenaamde dekkingsgaten en schuttersputten zijn gegraven.

Fietsenrazzia

In beslagneming van paarden, wagens, radio’s en fietsen komt regelmatig voor, maar op 20 september 1944 moeten op last van de plaatselijke S.S.-commandant alle fietsen worden ingeleverd.
In het dagboek van de kapelaans van de Pancratius-parochie is daarover vermeld dat de dorpsomroeper, de beroemde Dorus Kuys, met dit bericht het dorp rondging.
Niemand geeft gehoor aan dat bericht uitgezonderd een enkele N.S.B.-er.
De volgende dag wordt bekend gemaakt, dat als vóór 12:00 uur niet een groot aantal fietsen ingeleverd is, er tien huizen in brand gaan. Toen is er een aantal fietsen gebracht, plusminus 300 meest heel oude karretjes.
Om 12:00 uur wordt vervolgens omgeroepen, dat als om 16:00 uur niet alle fietsen er zijn, er tien mannen van Castricum worden doodgeschoten.
Er was een lijst samengesteld van deze personen, waarbij onder andere de directeur van het Postkantoor de heer G.P. Klaase, notaris van Cranenburg, Tj. van Eik, directeur van de Zuivelfabriek “De Holland”, pastoor G. Goes en de kapelaans J. van der Zalm en F. Holthuizen.
Een vuurpeleton staat voor de uitvoering van deze daad gereed. Dan worden ongeveer 1.100 fietsen ingeleverd plus een groot aantal rijwielonderdelen! Niet meer dan 150 fietsen worden uitgezocht en meegenomen.

Represaillemaatregelen

Naar aanleiding van een bomaanslag van de illegaliteit op de spoorlijn, worden op 9 oktober 1944 door de Grüne Polizei drie huizen met inboedel in de Pernéstraat in brand gestoken, waaronder dat van de directeur van de Zuivelfabriek. Op 10 oktober 1944 wordt vervolgens de boerderij van Cornelis Groen aan de spoorlijn tussen Uitgeest en Castricum in brand gestoken, wegens een vermeende beschieting van leden van de Duitse Wehrmacht langs deze spoorlijn.

Afgebrande woningen in de Pernéstraat.
afb. 3 Afgebrande woningen in de Pernéstraat.

Jaarboek 8, pagina 5

Voor de boerderij in brand gaat, spelen de Duitsers eerst op de piano …
Vreselijke gebeurtenissen spelen zich af op 7 januari en op 6 april 1945.
Bij de Provinciale Weg Limmen-Uitgeest zijn toen, uit wraak voor aanslagen op een Duitse soldaat en op een Landwacht, twee maal tien mannen gefusilleerd.
Een 18-jarig meisje uit Castricum wordt gedwongen de fusillade van 6 april aan te zien.
Het monument voor de gevallenen is niet ver van de plaats van de fusillades opgericht.

Distributie

Met de instelling van distributiediensten was al voor de oorlog een begin gemaakt. Het land was in ruim 500 distributiekringen ingedeeld.
Castricum vormde een kring met Limmen en Uitgeest.
ledere inwoner had een zogenaamde. distributiestamkaart ontvangen op grond waarvan men periodiek bonkaarten voor levensmiddelen kreeg; met die bonnen van de bonkaart kon men, uiteraard tegen normale betaling in de winkels levensmiddelen kopen voorzover ze gerantsoeneerd waren.

Bekendmaking van de fusillade op 6 april 1945 bij de provinciale weg.
afb. 4 Bekendmaking van de fusillade op 6 april 1945 bij de provinciale weg.

De winkelier plakte de ontvangen bonnen op vellen, leverde die vellen bij de distributiedienst in en kreeg dan van die dienst weer toewijzingsbonnen, waarna hij weer via de groothandel herbevoorraad kon worden.
De distributie greep vanaf het begin van de bezetting steeds verder om zich heen.
Steeds meer zaken komen op de bon zoals brood, aardappelen, melk, bloem, boter, vet en vlees, maar ook voor fietsbanden, klompen, steenkolen of tabaksartikelen zijn bonnen nodig. De rantsoenen worden echter steeds kleiner. Het rantsoen per week voor 2 personen bedraagt in juli 1944 onder andere 1 pond suiker, 175 gram vlees, 1 procent liter tapte melk, 1 ons kaas en 1 tot 1,5 kilogram aardappelen.
De heer H. Nielen wordt als ambtenaar bij de afdeling sociale zaken gedetacheerd als leider bij de distributiedienst. In 1942 wordt de dienst naast de bioscoop tegenover het gemeentehuis gevestigd.
Op 28 maart 1944 ‘s nachts om plusminus 1:00 uur breekt in het kantoor een felle brand uit, die nagenoeg het gehele gebouw met inhoud in de as legt.
Er zijn duidelijke aanwijzingen gevonden dat van brandstichting sprake is. Tot represaillemaatregelen van de Duitsers heeft deze brand wonderlijk genoeg niet geleid.

Centrale keuken

In 1941 wordt al een poging gedaan om te komen tot de oprichting van een gemeentelijke centrale keuken.
De belangstelling daarvoor is dan nog zo gering dat de burgemeester van dat voornemen afziet.
Op 13 november 1944 komt de centrale keuken wel in bedrijf, ook al omdat de gasvoorziening is stopgezet.
De keuken is gevestigd in de garage van het tegenwoordige taxibedrijf aan de Stationsweg. Vervolgens begint de strijd om aan voldoende aardappelen, groenten enz. te komen.
Het aantal klanten van de keuken loopt op van 500 tot 2.000 deelnemers in mei 1945.
ledere dag, zondag inbegrepen, worden maaltijden verstrekt. Het eten wordt thuis bezorgd. Zo’n 8 of 9 mannen met diverse handkarren trekken eerst het dorp in om de lege pannen bij hun klanten op te halen. Ook passanten uit de steden, die op weg zijn om eten te halen voor hun hongerende familieleden, maken gebruik van de centrale keuken. Over de kwaliteit van het eten, hoofdzakelijk verschillende soorten stamppot is men tevreden. De “capucijnersstamp” is één van de meest geliefde en voedzame maaltijden.
Tot juli 1945 blijft de keuken funktioneren. Daarna werkt deze uitsluitend nog voor de districtsgevangenis, die in het ziekenhuis Duin en Bosch wordt gevestigd.

Verzet

Bruut optreden van Duits militair geweld, alsmede het steeds verder gebukt gaan onder telkens weer nieuwe Duitse bekendmakingen en angst voor de met de Duitsers sympathiserende personen, huiszoekingen, vordering van radio’s en fietsen, kerkklokken en koperwaren, beperking van artikelen op distributiebonnen, waren even zovele oorzaken dat de Duitse bezettende macht de haat opwekte van de bevolking.
“Het was geen wonder dat daardoor ‘t verzet tegen de Duitse bezetting ook in Castricum al vrij vroeg georganiseerde vorm kreeg”, aldus de heer G. van Weel in een artikel “Castricum rond de bevrijding” dat in 1970 in een speciale uitgave verscheen.

Het verzet kon in een aantal groepen worden onderscheiden. De O.D.-M.I.D. (Orde-Dienst-Militaire Inlichtingendienst) was een organisatie, waarin oud-militaire kaderleden, deelnamen. Dan was er de L.O.-L.K.P. (Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers en de Landelijke Knokploeg).
Deze groepen waren mede belast met de illegale voedselvoorziening, casu quo (red: in dit geval) verstrekking van stam- en distributiekaarten. Dan was er de C.I.D. (Centrale Inlichtingen Dienst), die o.a. de uitgifte van het plaatselijke illegale blad “Strijd” verzorgde. Stencil- en typemachine werden in de oorlogsjaren in Castricum, vijf keer naar een ander onderduikadres verplaatst.
Eén van die adressen was het huisje van mevrouw Veldt, beter bekend als tante Sientje aan de Kooiweg. Over haar verscheen een artikel in het 3e jaarboekje van de Werkgroep Oud- Castricum.
Ook was een verspreidgroep van illegale bladen als “Vrij Nederland” en “Trouw” actief.
Tenslotte waren er dan nog de individuele verzetsstrijders, die werkzaam waren in buitengemeentelijke verzetsorganisaties zoals de Raad van Verzet (R.V.V.) en de Geuzengroep, het Artsenverzet en het Studentenverzet.
Zeker zijn hier ook toe te rekenen de onderduikgezinnen, de voedselhulpverleners, vervoerders van illegale wapens en diverse goederen.
Op 5 september 1944 is zowel landelijk als plaatselijk het verzet, ingevolge het zgn. “Deltaplan” samengebundeld in een militaire organisatie onder de naam “Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten” (B.S.) met o.a. de afdelingen S.G. (Strijdend Gedeelte), B.T. (Bewakingstroepen) en LD. (Inlichtingendienst).


Jaarboek 8, pagina 6

Vanuit de plaatselijke melkfabriek “De Holland” is melkpoeder en boter geleverd aan de Raad van Verzet ten behoeve van krijgsgevangenen en onderduikers. contactpersoon was daarbij eerst Cor Beentjes van de Van Tienhovenhoeve en later de zo bekend geworden Hannie Schaft.
Met eerbied wordt herdacht de geliefde arts Dokter Leenaers, die een van de leiders was van de landelijke verzetsorganisatie van artsen. In het dagboek van de kapelaans wordt op 19 oktober 1942 vermeld: “Onverschrokken en onverdroten getuigt onze dokter voor het vaderland. Tot voorbeeld voor ons nageslacht willen we even wijzen op de grote naastenliefde, die door de dokter wordt beoefend. Honderden zakken aardappelen en graan zijn door hem opgekocht voor arme arbeiders.” Dr. Leenaers wordt in 1943 naar een kamp in Vught gestuurd. Op 22 juli 1944 overlijdt hij in Tilburg op 42-jarige leeftijd na een ernstige ziekte en wordt op 27 juli in Castricum begraven. Er was ook een krans uit Vught waarop stond;
“Uit dankbaarheid van hen wier lijden gij in het kamp hielp verlichten”.
Zijn grafschrift en tevens devies was “alleen een vrij man kan een goed geneesheer zijn”.

Verzetsman dokter H.J.M. Leenaers.
afb. 5 Verzetsman dokter H.J.M. Leenaers.

Na de oorlog is het Dokterspad omgedoopt in “Dr. Leenaersstraat”. Ook de uit Castricum afkomstige verzetsstrijders Huibert van Ginhoven, Jan Hoberg en Leo Toepoel zijn in straatnamen geëerd.

Huibert van Ginhoven werd op 17 maart 1942 te Laren gefusilleerd wegens spionage, verbinding met Engeland en verraad van Duitse staatsgeheimen.
Jan Hoberg (18 jaar) werd op 14 april 1944 op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd, nadat hij bij een overval op het stadhuis Alkmaar, in verband met het bemachtigen van distributiebescheiden, door de Duitsers was gearresteerd. Op 13 december 1944 werd Leo Toepoel wegens spionage-activiteiten te Velp door een vuurpeloton doodgeschoten.
De graven van Dr. Leenaers, Jan Hoberg en Leo Toepoel bevinden zich op de R.K. begraafplaats bij de St. Pancratiuskerk.

Oorlogsgeweld

In het laatste oorlogsjaar zijn grote golven geallieerde vliegtuigen in de lucht.
Veel bemanningen vinden op zee de dood en op het strand spoelen slachtoffers aan.
Op het kerkhof bij de Nederlands Hervormde Kerk bevinden zich 36 oorlogsgraven van 28 Engelsen, 1 Pool, 1 Nederlander en 6 onbekenden. Amerikanen en Fransen worden elders begraven. Locomotieven worden door Engelse en Amerikaanse vliegtuigen onder vuur genomen. In februari 1945 stort een Amerikaanse jager in de weilanden neer, daar waar nu het wijkje Molenweide is.
Op 29 augustus 1944 komt nog eens een schriftelijk bevel dat nog meer mensen moeten evacueren.
Deze evacuatie is echter niet doorgegaan. De medewerking wordt geweigerd, vooral nadat op Dolle Dinsdag, 5 september 1944 wilde geruchten de ronde deden.
Maastricht, Breda en Tilburg zouden al in handen van de geallieerden zijn. Tengevolge van deze geruchten verlaten nu anderen de gemeente vrijwillig. Dit zijn de Nationaal Socialisten, die een veilig heenkomen zoeken.
Van nu af aan komt de spanning er steeds meer in. Dikwijls gaan grote goederentreinen leeg naar het noorden en komen volgeladen met oorlogstuig en soldaten terug om naar de fronten te worden gebracht.
De Duitsers worden driester en schieten op mensen die het wagen ‘s avonds na acht uur nog op straat te komen.

Bevrijding

Op 4 mei 1945 aanvaardt Veldmaarschalk Montgomery op de Lüneburgerheide in Noord-Duitsland de capitulatie van alle Duitse strijdkrachten in Noordwest-Europa.
Op 4 mei wordt ‘s avonds in de pastorie feest gevierd met vijf jaar bewaarde vooroorlogse sigaretten, eigen teelt sigaren, wijn, omelet en het Wilhelmus.
Op 5 mei werd in Hotel “De Wereld” te Wageningen de officiële capitulatie van de Duitse troepen getekend. Er wordt nog niet gevlagd in Castricum. De leiding van de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.) maant tot voorzichtigheid in verband met de aanwezigheid van zwaar bewapende Duitse soldaten. Het ogenblik, dat algemeen zal kunnen worden gevlagd, zal kenbaar worden gemaakt door vlaggen op de kerktorens.
Op maandag 7 mei nog wordt een Castricummer, Cornelis Beentjes, door een Feldwebel doodgeschoten, toen hij palen uit een weiland haalde.
Op 8 mei komen de eerste Canadezen Castricum binnen. De hele dag en avond is er een voortdurend doortrekken van Canadese wagens. Ze worden met grote blijdschap begroet.
In de nacht van 8 op 9 mei is er in het raadhuis aan de Dorpsstraat een officiële ontmoeting van de eerste Canadezen met de plaatselijke staf van de B.S., waarvan de heer J. Blom commandant is. Op 15 mei wordt een voorlopig maar niet minder vreugdevol bevrijdingsfeest gevierd met herdenking van de gevallenen, een optocht en volksdansen.
De grote bevrijdingsfeestweek begint op 31 augustus.


Jaarboek 8, pagina 7

Aftocht van de Duitsers door de Dorpsstraat.
afb. 8 Aftocht van de Duitsers door de Dorpsstraat.

Castricum na de oorlog

Op 3 mei 1945 wordt een commissie van samenwerking geïnstalleerd, waarin alle illegale organisaties zijn vertegenwoordigd.
Deze commissie bestaat in Castricum uit 5 personen.
Dr. H.J. van Nievelt wordt gekozen als voorzitter, de heer Tj. van Eik ais sekretaris.
De andere leden zijn de heren J.C. Blom, C. van der Kaay en J. Rozing. Deze commissie fungeert als advies-commissie voor de waarnemend burgemeester van Castricum, de heer J.J. Nieuwenhuizen, burgemeester van Limmen.

Het hoofd van het distributiekantoor en aktief verzetsman H. Nielen wordt loco-burgemeester.
Op 10 december 1945 volgt dienst benoeming tot burgemeester van Heemskerk,
Op 16 november 1945 wordt de eerste na-oorlogse burgemeester benoemd: de heer C.F. Smeets.
Het bestuur van de gemeente wordt gevormd door de burgemeester en één wethouder, de heer Heliinga.
Een nieuw gekozen gemeenteraad komt op 3 september 1946 voor het eerst bijeen.
De heren P. de Vries en G. Meijer worden tot wethouder gekozen.
Voor Castricum en haar inwoners breekt een nieuwe periode aan.

N.A. Kaan

Bronnen

  • Archief van de gemeente Castricum.
  • Mondelinge en schriftelijke informatie van de heer G. van Weel, secretaris van de afdeling Midden-Kennemerland van de Vereniging van Oud-illegale Werkers.
  • Informatie van vele plaatsgenoten en oud-plaatsgenoten.

Tante Sientje (Jaarboek 03 1980 pg 24-26)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over WO1: eerste Wereldoorlog
Verschenen artikelen over WO2Castricum in oorlogstijd – Dagboek kapelaans – De dood van Arie Hageman – Duin en Bosch, evacuatie – Duinkant, een verdwenen dorpje – Oorlogsherinneringen Nardus Bos – Oorlogsverhaal Tiny van Vlaanderen-Boot – verdedigingswerken – verzetsstrijders – Leenaers, dokter – tante Sientje

Verschenen artikelen over personen: Asjes, AlbertBakker, ThijsBoreel van Hogelanden, JacobDeelen, Derk vanDekker, DirkGevers, FritsGinhoven van, HuibertHageman, ArieHeeck, CorHeideman, HenkHeimans EliHoberg, JanHurk, Gesina van derJacobi, Jan Willem – Jacobs-Wentink, Gré – Kieft, Pieter – Kortenoever, EldertKraakman, JacobKramer, MatthijsKrist, MeineLeenaers, HenriLommen, PietMooij, CorMooij, Geertje ten WoldeNuhout van der Veen, JoachimPeperkamp, CorPortegies, SijfQuack, Jan deRendorp, JacobRommel, AlbertSchotvanger, DirkStuyt, JanToepoel, LeoTulp, LideTwisk, EngelVeldt, KlaasVlaanderen-Boot, Tiny vanWeenen, Wub vanZaalberg, Hermanus


Jaarboek 3, pagina 24

Wie was … Tante Sientje

Tante Sientje op ca. 75-jarige leeftijd.
afb. 1 Tante Sientje op ca. 75-jarige leeftijd.

Het verzet in de 2e Wereldoorlog in Castricum

Deze bijdrage is een hommage aan de Castricumse verzetstrijders in de 2e wereldoorlog van 1940 – 1945, waarvoor wij Tante Sientje uitgekozen hebben als een van hen. Zij vormde als eenvoudige vrouw een van de onmisbare schakels in het net van de verzetsorganisaties.

Tante Sientje

Gesina van der Hurk werd op 1 nov. 1888 te Oudorp geboren als de dochter van Anthonius van der Hurk en Maria Zut. Op 22 maart 1911 vestigde zij zich als dienstbode te Alkmaar bij de heer J.J. Swets, administrateur wonend op het Luttik Oudorp.

Op 34 jarige leeftijd vertrok zij naar Castricum en trouwde op 23 april 1923 met Adrianus Veldt, geboren te Castricum op 28 juli 1892 als zoon van Klaas Veldt en Maartje Bakker. Zij woonden in een onopvallende tuinderswoning aan de Kooiweg. Haar man verdiende de kost als los werkman bij tuinders en boeren en reed ook een boodschappendienst met paard en wagen op Alkmaar. Op 10 nov. 1939 kwam haar man Adrianus Veldt reeds te overlijden. Uit hun huwelijk was op 12 okt. 1924 een zoon Nicolaas Cornelis Antonius geboren.
Tante Sientje is nooit hertrouwd; zij verdiende onder andere de kost als kraamverzorgster en stond bekend als een hardwerkende vrouw, die altijd klaar stond om iedereen te helpen.

Het begin van het verzet

Direct na de inval door de Duitsers op 10 mei 1940 met de daarop volgende bezetting en maatregelen kwam een klein deel van de Nederlandse bevolking in verzet.
Ook Castricum kende enkele verzetsmensen van het eerste uur, die zich geleidelijk in een georganiseerde ondergrondse verzetsbeweging verenigden.
Contacten tussen de verschillende verzetsgroepen in Noord Holland en ook daarbuiten moesten gelegd en onderhouden worden.
Door de Duitsers werd dit uiterst moeilijk en gevaarlijk gemaakt.
Zij voerden al snel controles uit op mensen, die onderweg waren, waarbij een systeem van persoonsbewijzen “ausweisen” ingevoerd werd.
Slechts degenen, die beroepsmatig over speciale pasjes beschikten, konden zich zonder argwaan te wekken vrijelijk op reis begeven. Deze mensen waren dan ook voor de onderlinge contacten nodig en ook voor het onderbrengen van de mensen, die zich voor de vijand schuil hielden: de onderduikers.

Castricum en Bakkum “sperrgebiet”

Van de grote gevechtshandelingen is Castricum bespaard gebleven, maar van de bezetting heeft de bevolking wel degelijk te lijden gehad.
De Duitsers verwachtten een gealliëerde invasie op de Hollandse kust.
Grote aantallen bunkers, tankmuren en wegversperringen van zwaar gewapend beton werden gebouwd en ook tankgrachten werden gegraven, waarmee een gigantische verdedigingswal werd opgeworpen.
Kanonnen stonden onder andere opgesteld op het hoge duin bij de Sifriedstraat. Enorme radartorens onder andere de “Grosse Elephant” van 90 meter hoogte werden langs de kust gebouwd. Castricum was een complete vesting geworden. Soldaten en officieren en ook werklieden voor de bouwwerken moesten ingekwartierd worden. Zeker zo’n 1000 Duitsers en in een later stadium nog eens 1500 man verbleven in onze gemeente. Woningen en grote gebouwen, zoals Duinenbosch en koloniehuizen, werden gevorderd en ontruimd.
Maar ook veel huizen en boerderijen moesten afgebroken worden, aangezien deze in het schootsveld van de kanonnen stonden. In het duingebied en op het strand werden duizenden landmijnen gelegd.


Jaarboek 3, pagina 25

Zo verdween een complete woonwijk tussen de Beverwijkerstraatweg, de Papenberg en de Kramersweg.
Door de sloop en de vordering van woningen kon een groot deel van de Castricumse bevolking natuurlijk niet in ons dorp blijven. In de jaren 1942 en 1943 werden vele duizenden gedwongen geëvacueerd naar onder andere plaatsen in Groningen, de Zaanstreek en ook in Limmen werden mensen ondergebracht. De duinkant van ons dorp werd vrijwel geheel ontruimd, alleen zij die er werkten, mochten er blijven wonen; dit gebied mocht bovendien slechts bezocht worden door mensen met speciale pasjes.

Deportatie mannelijke bevolking

Door de Duitsers werd de mannelijke bevolking tussen de 18 en 35 jaar gevorderd om in Duitsland werk te verrichten. Men moest zich in Amsterdam naar het Centraal Station begeven, waarna het de bedoeling was om in de trein naar Duitsland te stappen.
Aangezien in Amsterdam niet gecontroleerd werd of men wel in de trein stapte, was het mogelijk om vandaar te vluchten. Enkele Castricummers hadden een vluchtplan bedacht, waarbij sommige mannen op het perron van het CS. opgepikt werden om naar een onderduikadres gebracht te worden.
Onze plaatsgenoot Dorus Veldt had met zijn zonen een vrachtvervoersbedrijfje en hadden van de bezetter vergunning om in de oorlogsjaren vrachten te blijven vervoeren. Zodoende waren zij in staat om door middel van dit vrachtvervoer legaal in Amsterdam te komen.
De vrachtauto werd ergens in de buurt van het station achtergelaten, die volgeladen was met groentekisten, waarbij in het midden van de lading een ruimte was opengelaten.
De Castricumse mannen en voor zo ver er ruimte was ook wel anderen, werden op het perron opgepikt en konden met van te voren aangeschafte perronkaartjes het station een voor een verlaten.
Door het weghalen van enkele kisten op de auto kon men in de lege ruimte kruipen.
Men kon uiteraard niet naar huis terugkeren, zodoende was eerst voor onderduikadressen gezorgd. Deze adressen werden
meestal in de kop van Noord Holland: “de Noord” gevonden, waar men redelijk veilig was. Het vluchten lukte niet altijd en kon ook niet altijd, vandaar dat regelmatig Castricumse mannen in Duitsland terechtkwamen. Zo vermeldt een dagboek uit de oorlogsjaren op 11 juli 1943: “Er zijn al 70 Castricumse jongemannen in Duitsland”.
Om de ondergedoken mannen op te sporen werden ook regelmatig razzia’s gehouden, waarbij het dorp werd afgegrendeld en de huizen stuk voor stuk systematisch werden onderzocht.

Rechts Tante Sientje in de deuropening van haar huisje.
afb. 2 Rechts Tante Sientje in de deuropening van haar huisje.

Het huisje van Tante Sientje

Vaak konden de onderduikers niet gelijk naar “de Noord” overgebracht worden, dan moest voor een tijdelijk onderdak gezorgd worden.
Dat moest een onopvallende wat afgelegen woning zijn. Dat van Tante Sientje voldeed aan deze voorwaarden. In haar eenvoudige arbeidershuisje aan de toen nog landelijke, inmiddels verdwenen Kooiweg was het veilig.
Degenen, die aanklopten, vonden de deur op slot, zodat onderduikers even de tijd kregen om zich te verbergen Insiders wisten de sleutel wel in de lage dakgoot te vinden. Verschillende onderduikers hebben een of meerdere nachten in haar huisje doorgebracht, voordat men verstopt in de vrachtauto van Veldt overgebracht kon worden naar het definitieve adres ergens in de kop van Noord Holland.

Voedselzorgen

De ontvangst bij Tante Sientje was altijd hartelijk en de verzorging was goed. Voor de onderduikers was voedsel nodig. Gelukkig waren er betrouwbare buren op een boerderij, die zonder navraag te doen toch wel opvallende hoeveelheden melk gaven, die dagelijks afgehaald werden.
Door de bezetter werd in verband met de voedselschaarste een bonnensysteem ingevoerd. Aangezien deze niet aan de duizenden onderduikers verstrekt werden, moesten deze “verzorgd” worden. Door overvallen van knokploegen van de ondergrondse werden uiterst riskante invallen gedaan op distributiekantoren en gemeentehuizen om deze bonnen te veroveren


Jaarboek 3, pagina 26

Nieuwsverspreiding

Op bevel van de bezetter moesten op een gegeven moment alle radio’s ingeleverd worden om te voorkomen, dat men naar de Engelse BBC zender “Radio Oranje” zou luisteren.
Vele radio’s werden niet ingeleverd en in schuilplaatsen bewaard, zodat men in het geheim kon luisteren om zodoende op de hoogte te blijven van de oorlogstoestand.
Om dit nieuws te verspreiden, ontstonden overal illegale krantjes. Vervaardigd op stencil verscheen in Castricum zo het blaadje “Strijd”.
De stencil- en de typemachine kregen bij Tante Sientje onderdak. Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden was het op een gegeven moment te verwachten, dat een inval in haar huisje gedaan zou worden. De belastende apparatuur verdween in grote haast tussen de bessenbomen. De inval ging gelukkig niet door.
De “Strijd” moest natuurlijk ook rondgebracht worden, hetgeen uiterst omzichtig moest geschieden.
Ook hieraan verleende Tante Sientje haar medewerking door met een tas met krantjes ter kerke te gaan. Een oplettende toeschouwer zou geconstateerd kunnen hebben, dat zij met een andere tas de kerk na de mis verliet.

Het huisje aan de Kooiweg.
Afb. 3 Het huisje aan de Kooiweg.

Wat ongewoon vervoer

Vrij lange tijd was er een jong stel in haar huis ondergedoken, waarvan de vrouw in verwachting was. Voor de bevalling moest zij naar het ziekenhuis te Alkmaar. Om te voorkomen, dat de Duitsers achter haar ware identiteit zouden komen, werd zij als oud vrouwtje vermomd achterop de fiets naar Limmen gebracht. Zij werd hier langs de daar aanwezige wachtpost geloodst en verderop afgeleverd bij de dokter, die haar met zijn auto naar Alkmaar bracht.
Een enkele keer kwam het ook voor, dat een onderduiker binnen het dorp overgeplaatst moest worden. Een jong meisje werd dan gevraagd om als tijdelijke geliefde voor een voor haar wildvreemde man te fungeren om hem ongemerkt naar Sientjes huisje te brengen.

De laatste loodjes

Duizenden Castricummers werden in de loop der oorlogsjaren geëvacueerd, ook T ante Sientje kreeg het bevel om te verdwijnen en zij kwam in Limmen terecht.
Geleidelijk werd de toestand grimmiger. Vooral na 5 september
1944 “Dolle Dinsdag” leek de toestand nog onheilspellender te worden.
In het reeds vermelde dagboek uit de oorlogsjaren wordt deze episode in de geschiedenis van onze plaatselijke bevolking doorspekt met geruchten over het wereldgebeuren op vaak beklemmende wijze beschreven.
Als represaille voor sabotagedaden op onder.andere spoorlijnen, maar ook voor eenvoudige vergrijpen werden willekeurige Nederlanders gefusilleerd. Huizen werden in brand gestoken.
Op 9 oktober 1944 kregen na bomaanslagen op de rails 3 Castricumse gezinnen ‘s-middags 1 kwartier de tijd om hun huizen te verlaten, waarna de boel in vlammen opging. Diezelfde dag ging om 5 uur in de vroege ochtend de boerderij van Groen in de Oosterbuurt in vlammen op.
De winter van 1944/45 staat bovendien bekend als de lange beruchte hongerwinter, waarbij vooral mensen in de grote Hollandse steden de hongerdood stierven.
Ook in Castricum vielen slachtoffers.
Op 5 mei kwam aan de oorlog officieel een einde, waarna ook spoedig de eerste Engelse voedselpakketten gedropt werden, om de uitgehongerde bevolking in het westen te redden.
Na de bevrijding werd de “ondergrondse” weer bovengrondse door de benoeming van een commissie van advies, bestaande uit de gebundelde illegaliteit voortgekomen heren H.J. van Nievelt, J.J. Rozing, C.J. van der Kaay, J.C. Blom en Tj. van Eik. Ondanks hun gevaarlijke werk hadden zij en vele anderen de oorlog overleefd.
Tante Sientje en allen, die aan het verzet hadden deelgenomen, vonden zichzelf geen helden: “We deden eenvoudig, wat gedaan moest worden”.
Ook Tante Sientje heeft de oorlogsjaren ruimschoots overleefd. Zij stierf op 85- jarige leeftijd op 18 februari 1974 in het bejaardenhuis De Cameren te Limmen.

F. Baars
Mevr. E.A. Steeman-Borst

Hageman, Arie (Jaarboek 39 2016 pg 29-31)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over WO1: eerste Wereldoorlog
Verschenen artikelen over WO2Castricum in oorlogstijd – Dagboek kapelaans – De dood van Arie Hageman – Duin en Bosch, evacuatie – Duinkant, een verdwenen dorpje – Oorlogsherinneringen Nardus Bos – Oorlogsverhaal Tiny van Vlaanderen-Boot – verzetsstrijders – Leenaers, dokter – tante Sientje

Verschenen artikelen over personen: Asjes, AlbertBakker, ThijsBoreel van Hogelanden, JacobDeelen, Derk vanDekker, DirkGevers, FritsGinhoven van, HuibertHageman, ArieHeeck, CorHeideman, HenkHeimans EliHoberg, JanHurk, Gesina van derJacobi, Jan Willem – Jacobs-Wentink, Gré – Kieft, Pieter – Kortenoever, EldertKraakman, JacobKramer, MatthijsKrist, MeineLeenaers, HenriLommen, PietMooij, CorMooij, Geertje ten WoldeNuhout van der Veen, JoachimPeperkamp, CorPortegies, SijfQuack, Jan deRendorp, JacobRommel, AlbertSchotvanger, DirkStuyt, JanToepoel, LeoTulp, LideTwisk, EngelVeldt, KlaasVlaanderen-Boot, Tiny vanWeenen, Wub vanZaalberg, Hermanus


Jaarboek 39, pagina 29

De dood van Arie Hageman

Precies een jaar voor de bevrijding op 5 mei 1944 werd Arie Hageman in het duingebied gedood door een kogel van een Duitse soldaat. De toedracht en de gevolgen zijn beschreven door zijn zoon Jan. Bevrijdingsdag is voor het gezin nooit een feestdag geworden. Het overlijden van vader Arie liet diepe sporen na.

Het gezin van Arie Hageman omstreeks 1943.
Het gezin van Arie Hageman omstreeks 1943; Arie en zijn echtgenote Griet
Groentjes met hun kinderen Tiny en Jan.

Mijn naam is Johannes Pancratius Hageman. Jan, geboren 11 november 1934, zoon van Adrianus Cornelis (Arie) Hageman, geboren in Bakkum op 29 mei 1905 en van Margaretha (Griet) Groentjes, geboren in Castricum op 26 februari 1908. Hun trouwdag was 12 juni 1930. Op 2 oktober 1941 werd dochter Catharina Wilhelmina (Tiny) geboren.

Mijn vader was eerst vele jaren tuinder en had een depot voor zaaizaden van de firma Zaadnoordijk, gevestigd aan de Kaasmarkt in Alkmaar. De lokale boeren en tuinders konden bij hem het benodigde zaaizaad bestellen. Hij zorgde voor distributie van het bestelde.
Kort voor de mobilisatie in oktober 1939 werd mijn vader aangenomen bij de PWN in de bosbouw en als controleur van waterputten in het duinterrein. Hij volgde in die tijd een cursus bosbouw. Ik heb nog steeds een studieboek van hem.

Op 30 januari 1943 moesten we evacueren naar Heiloo. We werden ingekwartierd bij bewoners, een oudere man en vrouw, die plaats in hun woning hadden moeten maken. Dat bleken achteraf mensen van Joodse afkomst te zijn, want op een dag kwam ik uit school en was het huis leeg op één afgesloten kamer na. Mijn ouders wilden er naar mij toe niet veel over kwijt, maar later is het mij wel duidelijk geworden. Gedeporteerd!
Mijn vader kreeg in Heiloo bericht dat hij naar Duitsland moest om daar te werken, zoals zo velen met hem. De leiding van de PWN heeft hem toen als onmisbaar verklaard en hij hoefde zich niet te melden. Mijn moeder heeft later heel vaak gezegd: “Was hij maar gegaan dan had hij misschien nog geleefd.” Op grond van die verklaring mochten we op 19 juni 1943 weer terug naar Castricum. Niet naar Bakkum, maar naar de Geelvinckstraat 96, met als buurman dokter Van Nievelt. Het was van korte duur, want op 21 december moesten we weer evacueren, nu naar een hoekwoning in Uitgeest, Nieuwstraat 11.

Door al die evacuaties in zo’n korte tijd liep ik een achterstand met leren op en mijn ouders besloten dat ik weer naar de Augustinus jongensschool in Castricum moest. Samen met mijn vader reisde ik met de trein van 10 over 7 naar Castricum. Ik was dan keurig op tijd voor de H. Mis en kon daarna naar school. (Het misdienaarschap heb ik aan me voorbij laten gaan.) ’s Middags ging ik alleen met de trein terug naar Uitgeest. Tweemaal heb ik een beschieting van de trein meegemaakt en eenmaal een bombardement, waarbij we halverwege uit de trein moesten. Paniek natuurlijk.

Dat ging zo door tot die fatale 5 mei 1944. Mijn zusje Tiny was heel erg ziek van de mazelen en mijn vader twijfelde nog of hij wel naar zijn werk zou gaan. Maar helaas ging hij toch! ’s Morgens vroeg, samen met mijn vader, naar de trein. Afscheid als gewoonlijk. Dag pappa, dag Jan goed je best doen hè. Een kus en ik naar de kerk en hij op de fiets naar het pompstation. En daarna de bossen in. Dat was de laatste keer dat ik hem levend heb gezien.


Jaarboek 39, pagina 30

Ik bleef natuurlijk over tijdens de middagpauze. Enkele jongens die wel naar huis waren gegaan, kwamen weer terug op school en vertelden mij: ”Je vader is dood”. Ik geloofde daar natuurlijk helemaal niets van, want ik had hem een paar uur daarvoor nog gezien. Dat moest mijn opa zijn, die nog op Bakkum aan de Heereweg woonde en als tuinder niet geëvacueerd was. Want je moest oud zijn om dood te gaan.
Ik zat in de 4e klas bij meester Louwe. De lessen waren net begonnen toen de hoofdonderwijzer, meester Van Westen, samen met mijn ondergedoken neef Kees Bakker, de klas binnen kwamen en mij vroegen mee de gang op te gaan. Je bent 9,5 jaar oud, maar je begrijpt heel goed wat er verteld gaat worden. Het was dus toch waar wat ze me gezegd hadden!
Het was een moment om nooit te vergeten. Alles draaide om me heen. Neef Kees moest me vasthouden. Je kunt en je wilt het niet geloven. Je wereld stort in.
Het stuk weg van school naar de Nuhout van der Veenstraat, het huis van mijn oom Piet Bakker, waar mijn vader naar toe was gebracht, duurde een eeuwigheid. Het erge was dat oom Piet net een week daarvoor zijn vrouw (tante Anne, de zus van mijn moeder) verloren had. Voor zijn kinderen was het heel erg om nu al weer een dode in huis te hebben.
Het naar binnen gaan om daar mijn dode vader te zien liggen was verschrikkelijk. Ik weet nog dat moeder zei: “O, Jan wat zijn we ongelukkig. Hoe moet dat nou verder met ons.” Hij lag daar alsof hij sliep, een beetje bloed was uit zijn linker oor gelopen, verder zag je niets. Ik snapte niet hoe het had kunnen gebeuren. Later is het stukje bij beetje duidelijk geworden.

Terwijl de PWN-mensen een koffiepauze hielden in hun schaftkeet rond 09.30 uur, waren een paar Duitse militairen met te veel schnaps op uit verveling gaan schijfschieten op die houten schaftkeet. Juist op het moment dat mijn vader een slok koffie uit de beker van zijn thermosfles nam met zijn hoofd achterover, vloog die noodlottige kogel door de houten wand zijn linker oor in en bleef in zijn hoofd steken. Hij was op slag dood en viel heel langzaam voorover. Verbijsterde collega’s dachten eerst nog dat hij een grap maakte, wat hij wel vaker deed. En er werd wel meer geschoten in het bos en duingebied. Maar dan op konijnen en fazanten. Ze zagen al heel snel dat het fout was. Mijn vader werd in paniek op een handkar naar het pompstation gebracht. Arie de Nijs is zo snel hij kon naar de pastorie gefietst, waarna heel snel door kapelaan Holthuizen nog de laatste sacramenten zijn toegediend. Daarna is hij met een gemeenteauto naar de pastorie gebracht. Kapelaan Van der Zalm is daarna op de fiets naar Uitgeest gereden. Hij moest dat verschrikkelijke bericht bij mijn moeder brengen. Daar ben ik niet bij geweest, maar kan me daar heel veel bij voorstellen. Ze heeft mijn zieke zusje goed ingepakt en is met lood in haar schoenen naar de pastorie gefietst. Daar wilden ze wel weten wat te doen. In overleg met mijn oom Piet is toen besloten om mijn vader in zijn huis op te baren.

Bij de PWN zat de schrik er ook goed in. Het is in de oorlogsjaren de enige keer dat de PWN ‘s middags al het personeel dat niet direct nodig was voor het drinkwater, als protest naar huis stuurde. Er was door het Duitse commando veiligheid gegarandeerd voor de mensen in de bossen. En nu dit! De afspraak was duidelijk: als er oefeningen waren, dan werden Bloemendaal en Fochteloo gewaarschuwd en werden er klusjes in het pompstation of op Fochteloo gedaan.
Daarbij was het natuurlijk een blamage voor het Duitse aanzien: twee dronken Duitsers die een PWN’er zinloos vermoorden. Het duurde dan ook niet lang of twee hoge Duitse officieren kwamen zich bij ons melden vergezeld door een tolk. De Ortskommandantur zat aan de Overtoom, in het huis van de dominee.
Via de tolk lieten ze mijn moeder weten dat beide schuldige militairen waren vastgezet en vroegen mijn moeder wat te doen: fusilleren of naar het Oostfront. (Ik was daarbij en er getuige van; sommige dingen vergeet je nooit.) Mijn moeder vroeg toen of ze daarmee haar man terugkreeg. Toen ze nogmaals spijt betuigden, heeft mijn moeder gezegd dat ze dat zelf maar moesten uitzoeken; ze had op dat moment zorgen genoeg.

De werkelijke reden van hun snelle bezoek was dat ze een afspraak met mijn moeder wilden maken. Of mijn moeder er akkoord mee wilde gaan dat de dood van mijn vader een ongeluk was tijdens oefeningen en dat het zo in de officiële stukken zou komen. Als tegenprestatie zouden ze zorgen dat we in de kortste keren weer in Castricum konden wonen. Mijn moeder was op dat moment volkomen apathisch en heeft dat goed gevonden. Iets waarvan we later veel spijt hebben gehad. Ze hebben woord gehouden, want op 31 mei 1944 verhuisden we naar een keurig schoongemaakte en gestoffeerde woning in de Nuhout van der Veenstraat (toen nummer 46). Wie er daar voor ons heeft plaats moeten maken, heb ik nooit geweten. Wilde ik ook niet weten.
Ook hebben de Duitsers de verhuizing vanuit Uitgeest geregeld en ze hebben via de toenmalige burgemeester Masdorp ervoor gezorgd dat mijn moeder voorzien werd van inkomen. Vader was in tijdelijke dienst bij de PWN en van pensioen of iets dergelijks was geen sprake. Merkwaardigerwijs was het inkomen tijdens dat laatste oorlogsjaar hoger dan de naoorlogse uitkering van de Stichting Oorlogsslachtoffers, later sociale zaken.

Eind augustus, begin september (ik weet het niet precies meer) ontstond een nieuw probleem. Mijn moeder was nog volop in het rouwproces (hartpatiënt), toen geheel onverwachts zonder waarschuwing vooraf familie van ons, twee gezinnen uit Velsen-Noord, bij ons voor de deur stonden. Ze waren met spoed uit Velsen geëvacueerd zonder enig adres waar ze naar toe konden. Ze wisten van ons redelijk ruime huis. Mijn moeder kon ze natuurlijk niet wegsturen.
Oom Cor (broer van mijn vader), zijn vrouw tante Nettie en hun kinderen Jan, Willie en Martien. Dan oom Hendrik (jongste broer van mijn vader) en zijn vrouw tante Corrie. Ze kwamen met een motorbakfiets vol met spullen. Toen nogmaals naar Velzen om ledikanten en matrassen op te halen. Een huis vol met ellende.
Dat ging een poosje goed, maar de ooms hadden geen inkomen, voedsel was schaars en drie kapiteins op een schip dat moest fout gaan. En dat ging het ook. Ik weet


Jaarboek 39, pagina 31

nog van de bijna slaande ruzie tussen mijn moeder en tante Corrie. Wij allemaal huilen. Dat ging zo niet langer en toen zijn oom Hendrik en tante Corrie met hun spullen en de motorbakfiets naar haar familie in Heerhugowaard gegaan. Tante Nettie geloofde het wel, zij liet het aan mijn moeder over.

Hoe het precies gegaan is weet ik niet, maar begin november 1944 kwam er een officier met tolk namens de Ortskommandant vragen of ze nog iets voor mijn moeder konden betekenen, want hij werd teruggeroepen naar Duitsland. Nou dat had mijn moeder wel. Buiten mijn man terug, wil ik naar mijn eigen huis in Bakkum. Dat is wat ik graag wil. Met die vraag zijn ze weggegaan. En o wonder het werd goed gevonden. De namen werden opgenomen, ook de namen van oom Cor en zijn gezin. Ausweisen werden verstrekt (Bakkum was ‘Sperrgebiet’) en op 13 november 1944 verhuisden we terug naar ons eigen huis aan de Heereweg.

Oom Cor ging bij zijn vader, mijn opa, in de tuin werken. Hij en zijn gezin zijn tot het einde van de oorlog bij ons blijven wonen. Een paar weken na het einde van de oorlog zijn ze weer naar Velsen-Noord vertrokken.
Oom Hendrik en tante Corrie zijn na de oorlog in Bakkum komen wonen in een verbouwde schuur van mijn opa, dus ook aan de Heereweg. Huize Willie stond op de gevel.

Conclusie: opgroeien zonder man en vader (hij was nog maar 38 jaar bij zijn overlijden, mijn moeder 37 jaar en mijn zusje 2,5) is vreselijk. De wetenschap dat het moord respectievelijk dood door schuld was. Dus GEEN ongeluk tijdens oefeningen!! Dat maakt het voor ons onverteerbaar. De armoede waarin mijn moeder jarenlang moest zien rond te komen! Pas op 65-jarige leeftijd kon ze met haar AOW en los van de bevoogding van allerlei instanties wat royaler leven. Ze overleed op 16 april 1978.

En nu je dan zelf je twee kinderen hebt zien opgroeien en je drie kleinkinderen volwassen ziet worden, besef je eens te meer wat mijn vader op zo’n jonge leeftijd door twee dronken idioten is ontnomen. En dat je nooit zult weten wat met die twee kerels is gebeurd. Mogelijk zelfs niets.

Ik weet niet precies meer in welk jaar, maar ik zal 12 of 13 zijn geweest, toen we een verzorgde vakantieweek hebben gekregen van de Stichting Het Vierde Prinsenkind. Samen met nog heel veel andere kinderen van oorlogsslachtoffers, waaronder Ko Beentjes, zoon van ook een Castricums oorlogsslachtoffer, mochten we een week in de barakken van deportatie kamp Westerbork verblijven! Een paar jaar later is mijn zusje daar ook een week geweest. Toen wisten we het niet. Het is nu een herdenkingsplaats en zoeken ze stukken van barakken ter restauratie. Eind jaren 1940, begin 1950, werd daar kinderen van oorlogsslachtoffers een vakantie aangeboden. Hoe kon het bestaan?

Ik denk dat ik redelijk compleet ben met mijn verslag. Het is niet iets om vrolijk van te worden. Heel raar, maar hoe ouder je wordt, hoe meer het aan je gaat knagen. Je kunt nog steeds geen vrede hebben met de toen gedane verdraaiing van de feiten.

Jan Hageman:”De 5e mei is voor ons nooit een feestdag geweest.”
Jan Hageman:”De 5e mei is voor ons nooit een feestdag geweest.”

Ten slotte mag het duidelijk zijn dat de 5e mei voor ons nooit een feestdag is geweest of zal worden. Ik ben wel blij dat op 4 mei de oorlogsslachtoffers nog steeds herdacht worden. Ook bij de herdenkingsplaat achter in de Pancratiuskerk, waarop ook zijn naam – naar ik hoop in blijvende herinnering – geschreven staat.

Jan Hageman

Eerste Wereldoorlog (Jaarboek 37 2014 pg 39-45)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over WO1: eerste Wereldoorlog 
Verschenen artikelen over WO2Castricum in oorlogstijd – Dagboek kapelaans – De dood van Arie Hageman – Duin en Bosch, evacuatie – Duinkant, een verdwenen dorpje – Oorlogsherinneringen Nardus Bos – Oorlogsverhaal Tiny van Vlaanderen-Boot – verzetsstrijders – Leenaers, dokter – tante Sientje


Jaarboek 37, pagina 39

Castricum en de Eerste Wereldoorlog

Buiten onze landsgrenzen woedde tussen 1914 en 1918 een gruwelijke oorlog die miljoenen slachtoffers eiste. Duitsland, Oostenrijk en Turkije stonden tegenover de geallieerden Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland. Toen de Verenigde Staten in 1917 de kant van de geallieerden kozen, raakten die aan de winnende hand.
Nederland was neutraal, maar het leger was wel gemobiliseerd om die neutraliteit te handhaven. Tienduizenden vluchtelingen stroomden ons land binnen. We kregen te maken met schaarste aan voedsel en groeiende werkloosheid door het teruglopen van de internationale handel, maar het was niets vergeleken bij de ellende op de slagvelden. Wat maakten de Castricummers en Bakkummers 100 jaar geleden mee tijdens de ‘Grote Oorlog’? Veel is er in de archieven niet van terug te vinden, maar de oorlog is toch zeker niet ongemerkt voorbij gegaan.

Castricum in 1914

De gemeente telde nog geen 3500 inwoners. De bebouwing was hoofdzakelijk te vinden langs de eeuwenoude wegen. Veeteelt en tuinbouw waren de voornaamste bronnen van bestaan met het provinciaal ziekenhuis als grootste werkgever.

Ten tijde van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, werd in Castricum na een jarenlange voorbereiding de gemeentelijke gasfabriek in bedrijf gesteld. Voor verlichting hadden de mensen nog alleen een petroleumlamp of kaarsen en om te koken werden hout, turf of steenkolen gebruikt. Er was geen waterleiding, elektriciteit, riolering of zelfs maar een vuilnisophaaldienst. Alleen de Rijksstraatweg/Dorpsstraat was bestraat en de andere wegen (waren) hooguit gedeeltelijk (bestraat).
Veel gezinnen telden zes of meer kinderen. Er waren twee openbare lagere scholen, een aan de Schoolstraat en een aan de Van Oldenbarneveldweg. Het bijzonder onderwijs zou pas zes jaar later zijn intrede doen. Dat was het dorp in 1914.

Jan Zonneveld links vooraan met zijn kameraden.
Jan Zonneveld links vooraan met zijn kameraden. Jan (1895-1976) was gehuwd met Cornelia Louter en een zoon van Aldert Zonneveld en Geertje Tromp.

Mobilisatie

Iedereen tot 40 jaar die in militaire dienst was geweest, werd op 31 juli 1914 onder de wapenen geroepen. Om 15.00 uur werden de mobilisatie oproepen op de gemeentehuizen aangeplakt en onder het luiden van de kerkklokken onder de aandacht van de bevolking gebracht. Zo’n 180.000 mannen spoedden zich de volgende dag naar hun mobilisatie bestemming. De treinen waren tjokvol met militairen. Op de stations heerste grote drukte. Van een dienstregeling was geen sprake meer. Overal was de spanning voelbaar. Iedereen leefde in grote onzekerheid, want het was toch nog lang niet zeker dat Nederland buiten de oorlog zou blijven. In de militieregisters komen we honderden namen tegen van


Jaarboek 37, pagina 40

dienstplichtige Castricummers. Niet iedereen heeft ook dienst gedaan, maar de familie Zonneveld is met liefst 70 man vertegenwoordigd, Brakenhoff en Kuijs ieder met 45, Lute 34, Stuifbergen 32 en Res 24. Dat deze families hun aandeel in ruime mate hebben geleverd, is wel duidelijk.

Van het personeel van het provinciaal ziekenhuis werden 28 mannen opgeroepen. Het vertrek van de verplegers maakte de ontruiming van twee afdelingen noodzakelijk. Eén van de ontruimde afdelingen werd op verzoek van het Rode Kruis ingericht voor het zo nodig opnemen van 50 zieken of gewonden. Ook de tweede afdeling zou snel als hospitaal kunnen worden ingericht.

Henk Twisk (1897-1979) woonde op de boerderij Johanna’s Hof in 1914. Hij vertelde: “De eerste kampeerders kwamen in 1913 en 1914. Ze waren rond de 20 jaar oud en dus waren er veel dienstplichtigen bij. Al die lui moesten vertrekken. Op 1 augustus 1914 was het terrein leeg en werd het gesloten.”

Albert Rommel (rechts) bereikte de rang van kapitein-luitenant ter zee.
Albert Rommel (rechts) bereikte de rang van kapitein-luitenant ter zee.

Op 4 augustus kon de mobilisatie als voltooid beschouwd worden. Samen met de militairen die al in actieve dienst waren, was het leger op een sterkte van 200.000 man gekomen. Op strategisch belangrijke punten als havens, sluizen, bruggen, langs de grens en de kust werden de militairen geposteerd. Plaatsgenoot kapitein Rommel moest zijn opleiding tot 1e stuurman afbreken en werd ingelijfd bij de militaire Kustwacht in Vlissingen. Later werd hij havencommandant op West-Terschelling, commandant van een fregat en tenslotte havencommandant in Willemstad. Hij eindigde zijn loopbaan als reserve-officier in de rang van kaptein-luitenant ter zee.

Gerrit Veldt, geboren in 1883 op de boerderij ‘De Plaats’ in Noordend, was er trots op dat hij het als jongen van het platteland met alleen lagere school tot sergeant had gebracht.
Gerrit Veldt, geboren in 1883 op de boerderij ‘De Plaats’ in Noordend, was er trots op dat hij het als jongen van het platteland met alleen lagere school tot sergeant had gebracht.

Gerrit Veldt (1883-1955), geboren op de boerderij ‘De Plaats’ op het Noordend, was ook een van de gemobiliseerden. Na het overlijden van zijn vader op 25 december 1914 moest hij gedurende zijn diensttijd de boerderij verhuren. Hij stuurde ansichtkaarten eerst aan zijn ouders


Jaarboek 37, pagina 41

en later aan zijn meisje, dat hij op de Bakkummer kermis in oktober 1916 had ontmoet. Uit de bewaard gebleven kaarten blijkt waar hij zoal gelegerd was: Chassékazerne in Breda, Budel, Soerendonk en Eindhoven. Hij bracht het als jongen van het platteland met alleen lagere school tot sergeant. Jan Veldt, schrijft in zijn boek ‘Kroniek van Veldt verhalen’:
“Hoe trots hij daarop is, zien we op sommige kaarten. Over zijn diensttijd praat hij graag en enthousiast, over de veldoefeningen waarin zijn praktisch inzicht blijkt, over de spanning die hij ondergaat bij grenscontroles van binnenstromende vluchtelingen uit België en deserteurs, zo uit de loopgraven gevlucht, met de munitie nog in hun zak en over de collegialiteit die hij ervaart.”

Klaas Veldt, broer van Gerrit, werd in mei 1905 opgeroepen voor de militaire dienst en ingedeeld bij het Regiment Vesting Artillerie. In 1913 wordt hij overgeschreven naar de Landweer en vervolgens was hij gemobiliseerd tot 31 december 1918.
Klaas Veldt, broer van Gerrit, werd in mei 1905 opgeroepen voor de militaire dienst en ingedeeld bij het Regiment Vesting Artillerie. In 1913 wordt hij overgeschreven naar de Landweer en vervolgens was hij gemobiliseerd tot 31 december 1918.

Ook Klaas (1885-1970), een jongere broer van Gerrit, is gemobiliseerd en ingedeeld bij het Regiment Vesting Artillerie. Hij wordt gestationeerd in Amsterdam, maar toen zijn commandant hoorde dat hij een vrouw en kind heeft, wordt hij overgeplaatst naar het fort aan Den Ham bij Uitgeest. Hij kan nu lopend naar huis, waar zijn vrouw Trijntje met zoon Jaap op de arm hem in de verte al ziet aankomen.

Engel Twisk (1925), zoon van smid Floris Twisk (1893- 1974), herinnerde zich dat zijn vader eerst te werk werd gesteld in Bergen waar hij Duitse geïnterneerden moest bewaken. Die waren vanuit België naar Nederland gevlucht. Omdat Nederland neutraal was, moesten soldaten van beide strijdende partijen (België en Duitsland) gevangen genomen worden. Maar het had niet veel van een gevangenis. De mannen prijsden zich gelukkig dat ze in Bergen zaten en niet in de loopgraven. Na korte tijd werd vader Floris overgeplaatst naar de Kustwacht in Den Helder. Hij verveelde zich net als veel andere collega’s en was blij dat hij daar de kanonnen mocht onderhouden. In de weekenden kon hij vaak naar huis en reisde dan samen met zijn buurjongen Wub van Weenen, die bekend werd als samensteller van vele revues die in het dorp werden opgevoerd en 49 jaar Sinterklaas vertegenwoordigde.

Meer dan vier jaar zouden de dienstplichtigen onder de wapenen blijven. Nadat de spanning van de eerste weken was verdwenen, werd de militaire taak voor velen een behoorlijke last. Ook voor de familieleden was het moeilijk. Vaak moesten zij de kostwinner van het gezin missen. Zij werden daarvoor schadeloos gesteld met een vergoeding van 0,90 tot 1,50 gulden bij drie kinderen of meer wat het gemis aan inkomsten in vele gezinnen niet compenseerde. Het regende verzoeken om aanvullende vergoedingen.

De IJmuider stoomtrawler Texel die in 1915 met tien opvarenden, waaronder matroos Arie Zwart uit Castricum, is vergaan.
De IJmuider stoomtrawler Texel die in 1915 met tien opvarenden, waaronder matroos Arie Zwart uit Castricum, is vergaan.

Op zee kwamen velen om. In de Alkmaarsche Courant verscheen in 1915 het bericht dat de lijken van de Engelse opvarenden, van de in de grond geboorde oorlogsschepen, in gemeenschappelijke graven in de zeeduinen ter aarde werden besteld. Voor het kustvak tussen Egmond en IJmuiden zou dat in Castricum plaatsvinden. De IJmuider stoomtrawler ‘Texel’ kwam in 1915 niet terug van een reis. Een van de tien opvarenden was matroos Arie Zwart uit Castricum. In 1917 verging de stoomtrawler ‘Bertha Elisabeth’. Schipper Dirk Groen en zijn broer Thijs en scheepskok Anton de Graaf, 43 jaar, van de Kramersweg, behoorden tot de elf slachtoffers.
Er waren verder nog twee voormalige inwoners die het leven hebben gelaten.

Anthoon Stuifbergen die in 1917 sneuvelde in dienst van het
Australische leger.
Anthoon Stuifbergen die in 1917 sneuvelde in dienst van het
Australische leger. Foto: Ton Stuifbergen – Noordwijk.

Anthoon Stuifbergen geboren op 16 april 1881, zoon van schoenmaker Piet Stuifbergen uit de Kerkbuurt, had in 1911 het geluk gezocht in Australië en was er een plantage voor suikerriet begonnen. Hij werd in september 1915 ingelijfd en in januari 1916 met zijn eenheid op een troepentransportschip via het Suezkanaal naar Europa vervoerd. In januari 1917 sneuvelde hij in Frankrijk bij het dorpje Corbie in de buurt van de Somme. Zijn graf is te vinden op het Australisch oorlogskerkhof bij Mericourt-L’Abbe.

De grafsteen van Anthoon Stuifbergen op het Australische oorlogskerkhof bij Mericourt-L’Abbe. Foto: Ton Stuifbergen - Noordwijk.
De grafsteen van Anthoon Stuifbergen op het Australische oorlogskerkhof bij Mericourt-L’Abbe. Foto: Ton Stuifbergen – Noordwijk.

Cornelis Kuijs, geboren in Bakkum op 1 november 1889,


Jaarboek 37, pagina 42

Voor Cornelis Kuijs is er een gedenksteen op de Amerikaanse begraafplaats van Meuse-Argonne. Zijn stoffelijke resten zijn niet teruggevonden.
Voor Cornelis Kuijs is er een gedenksteen op de Amerikaanse begraafplaats van Meuse-Argonne. Zijn stoffelijke resten zijn niet teruggevonden.

vertrok in 1912 naar Iowa in Amerika om daar te werken als landbouwersknecht. Ook hij moest in militaire dienst. Enkele dagen voor de officiële wapenstilstand, op 24 oktober 1918, is hij bij Verdun om het leven gekomen. Voor hem is er een ereteken op de Amerikaanse begraafplaats van Meuse-Argonne in Romagne.

Voor Cornelis Kuijs is er een gedenksteen op de Amerikaanse begraafplaats van Meuse-Argonne. Zijn stoffelijke resten zijn niet teruggevonden.
Voor Cornelis Kuijs is er een gedenksteen op de Amerikaanse begraafplaats van Meuse-Argonne. Zijn stoffelijke resten zijn niet teruggevonden.

Diep onder de indruk van de gebeurtenissen besloot de gemeenteraad in 1914 om de kermissen in Castricum en Bakkum af te gelasten. In juli 1915 hield raadslid Gerrit Louter (opnieuw) een pleidooi om de kermissen niet door te laten gaan vanwege de verschrikkingen van de oorlog. Het nog eens overslaan van de kermissen leek de gemeenteraad toen niet zo’n goed idee. Iedereen keek er zo enorm naar uit! In de daarop volgende jaren werden toch weer geen echte kermissen georganiseerd. De stemming was er niet naar.

Op demobilisatiedagen, als militairen met klein of groot verlof gingen, was er wel vaak sprake van uitbundige vreugde. De afdeling Castricum van de Nederlandse Vereniging tot afschaffing van alcoholhoudende dranken verzocht de gemeenteraad om op demobilisatiedagen alle cafés te sluiten. De gemeenteraad stelde in oktober 1916, ter voorkoming van drankmisbruik, inderdaad zo’n verordening vast.

Distributie

In het begin van de oorlog werd er flink gehamsterd. Minister Treub zorgde in augustus 1914 voor een wet tegen de prijsopdrijving van levensmiddelen en brandstoffen en stelde maximumprijzen in. Alle groenten en fruit mochten ook alleen via de veiling worden verkocht. Veilingen waren eerst gewoon in de openlucht op de zogenaamde Veelading bij de spoorwegovergang naar de Kramersweg. Pas in 1917 kocht de Tuinbouwvereniging het gebouwtje naast café Van Benthem dat nu een Italiaans restaurant (La Trattoria) is.

Het ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel bood aan om levensmiddelen beschikbaar te stellen voor on- en minvermogenden voor prijzen die in augustus 1914 als normale prijzen golden. De gemeenteraad achtte de regeling moeilijk uitvoerbaar en in ieder geval voorlopig niet nodig, omdat er in een agrarische gemeente als Castricum nog wel voldoende levensmiddelen voorradig waren. Een grote groep inwoners drong er in februari 1916 bij de gemeente op aan om wel gebruik te maken van de mogelijkheden om bruine bonen, groene erwten, grauwe erwten en kapucijners te distribueren. Dit naar aanleiding van de steeds maar stijgende prijzen in de winkels. Of de gemeente hierop is ingegaan is niet duidelijk, maar een paar maanden later kwam het gemeentebestuur de inwoners tegemoet door de bestelling van een grote hoeveelheid Zuiderzee haring en bokking. De vis werd tegen kostprijs plus bezorgkosten onder de inwoners verdeeld.


Jaarboek 37, pagina 43

De Distributiewet werd in 1916 aangenomen en aansluitend werden ook in Castricum verdere distributie- en rantsoenering maatregelen getroffen. De gemeenteraad richtte een distributiedienst op die het ‘Levensmiddelenbedrijf’ werd genoemd. Ondanks alle overheidsmaatregelen ging het met de voedsel- en brandstofvoorziening steeds slechter. De aanvoer van met name aardappelen stagneerde.

De prijzen van het belangrijkste voedsel, aardappelen, waren voor sommigen niet meer op te brengen. Begin juli 1917 was sprake van een regelrechte oproer in de hoofdstad (Amsterdam), die de ‘aardappeloproer’ werd genoemd.
De winter van 1917-1918 was tot overmaat van ramp bijzonder streng. In verband met de schaarste aan brandstoffen besloot de gemeenteraad de schoolkinderen geen vrijaf te geven op woensdagmiddag en in plaats daarvan op zaterdagochtend de scholen te sluiten. Gas werd in 1918 nog maar enkele uren per dag, gedurende de etenstijden, geleverd.

In het hele land protesteerden steeds meer mensen tegen het distributiebeleid. Bij de al bestaande problemen kwam voor de mensen ook nog het gebrek aan vlees. De overheid ging omstreeks Pasen 1918 over tot het in beslag nemen van vee dat op de markten en bij slachthuizen werd aangeboden. Vlees werd gerantsoeneerd en de regering stelde twee vleesloze dagen per week in. Het vleesrantsoen werd alleen in de vorm van eenheidsworst, een mengsel van 10% varkensvlees en 90% rundvlees, verstrekt. Door de samenstelling leverde 85 kg (rund)vlees 100 kg worst op. Grote Jan Brakenhoff, die zijn boerderij aan het Slingerpad had in de buurt Duinkant, slachtte af en toe een schaap en verschafte de Castricummers tegen een redelijke prijs toch nog een stukje echt vlees, al was dat niet helemaal volgens de regels. Zo zullen er vast wel meer adresjes geweest zijn. Om de voedselvoorziening te verbeteren riep de regering op om grasland te scheuren tot akkers. De overheid besloot de graanoogst van 1917 op te kopen. Het leger werd ingeschakeld om achtergehouden oogsten op te sporen. Schapenhouders kregen de verplichting om wol aan het rijk te verkopen met name voor legerkleding. In Castricum werd bij 11 schapenhouders zo’n 300 kg wol ingezameld. De nood was hoog en de winkels verkochten steeds meer surrogaatproducten zoals cichorei (red: koffie surrogaat van een inheemse plant) in plaats van koffie en kunstsigaren gemaakt van kersenblad of aardappelloof.

Petroleum voor de olielampen was ontzettend duur. De gemeenteraad stelde kaarsen beschikbaar voor mensen die geen gas en licht hadden. Die werden in ambtelijke stukken ‘lichtloze’ gezinnen genoemd. In 1918 waren er in de gemeente nog 116 niet op het gasnet aangesloten woningen.

Bekendmaking van de uitreiking van de broodkaarten.
Bekendmaking van de uitreiking van de broodkaarten.

De gemeente plaatste aan de Schoolstraat een houten gebouwtje voor het Levensmiddelenbedrijf, omdat er onvoldoende ruimte was in het raadhuis. Twee ambtenaren regelden de geldelijke toeslagen en de verdeling van schaarse goederen. Veldwachter Bleijendaal werd belast met de controle van de regelingen. Het Levensmiddelenbedrijf begrootte in 1919 de uitgaven op 10.000 gulden. Blijkens een rapportage van de directeur ontvingen gezinnen vier keer per negen dagen bonnen, waarmee brood gekocht kon worden. Het door de bakkers ingeleverde aantal bonnen werd nauwgezet bijgehouden. De verdeling van meel onder de bakkers vond plaats naar evenredigheid van de omzet. Ook rijst, suiker, koffie, thee en boter gingen op de bon. Voor zieken, zwakken en kinderen beneden 6 jaar bestond de mogelijkheid melk te kopen tegen een verlaagde prijs.

De kostbare broodbonnen.
De kostbare broodbonnen.

Een straatlied uit de oorlog gaf op ironische wijze een indruk van de problemen waar de bevolking mee kampte.

Alles op de bon:
Een bon voor thee, een bon voor koffie,

Een bon voor karnemelkse pap.

Een bon voor vet, een bon voor grutten,
Een bonnetje bij elke hap,
Een bon ook voor een lief klein kindje,

Wat de ooievaar ons biedt,
Maar als je hem geen bon kunt geven,
Krijg je het kindje lekker niet.

Een bon voor zeep, een bon voor uien,
Aardappelen en verse vis,
Steenkolen en bruine bonen,

Voorzover … voorradig is.
Spoedig krijg je ook nog bonnen
Voor cigaretten en voor bier.
En je moet een bon meebrengen

Bij de meisjes van plezier.

Tot grote opluchting van iedereen kwam er in november 1918 een einde aan de verschrikkelijke oorlog. De schaarste aan bepaalde producten, zoals leer en steenkool, was nog niet voorbij; voor deze goederen bleef de distributie gehandhaafd. Pas in 1921 zou de rantsoenering van kolen worden opgeheven.


Jaarboek 37, pagina 44

In de laatste jaren van de oorlog had de ellende in Nederland verder toegeslagen: bedrijven gingen dicht en duizenden kwamen op straat te staan. Castricum stelde een ‘Werklozencommissie’ in. In 1919 ontvingen 26 mannen een uitkering, waarvan de helft door het rijk werd betaald. De oorlogsmoeheid, de schaarste en de rantsoenering drukten de stemming en verhoogden de onvrede. De Spaanse griep maakte duizenden slachtoffers. Het sterftecijfer in Castricum (54) zonder Duin en Bosch was ongeveer 20 hoger dan in de jaren voor en na de griepgolf. Ook in het ziekenhuis zelf waren er veel slachtoffers. In 1919 werden 78 mensen op de begraafplaats van de inrichting begraven.

Een nieuwe tijd

De heersende Spaanse griep was voor de regering een reden temeer om na de wapenstilstand van 11 november 1918 zo snel mogelijk te demobiliseren. De Duitse keizer Wilhelm trad af en vestigde zich in Doorn. Het eiland Wieringen werd het verbanningsoord voor zijn zoon, kroonprins Wilhelm. De geallieerden legden Duitsland zware vredesvoorwaarden op. De verontwaardiging in Duitsland was enorm en de kiem voor de Tweede Wereldoorlog was alweer gelegd.

De gemeenteraadsverkiezingen van 1919 werden de eerste met algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen. Castricum met voor het overgrote deel een rooms-katholieke bevolking stemde massaal op de R.-K. Staatspartij die vijf zetels haalde. Een zetel was er voor de combinatie CHU+ARP en eveneens een voor de SDAP.
Al eerder ging burgemeester Mooij na 30 dienstjaren met pensioen. Hij heeft in de laatste jaren van zijn loopbaan niet gemakkelijk gehad, al kreeg zijn gemeente niet te maken met grote aantallen vluchtelingen en met interneringskampen. Op 1 augustus 1918 trad de jonge en ambitieuze burgemeester Lommen aan. De gemeente bouwde een ambtswoning voor hem aan de Stationsweg. Het is de eerste woning die op het elektriciteitsnet werd aangesloten. In zijn periode veranderde er veel in het dorp. De woningbouw kwam op gang, er werden scholen gebouwd, nieuwe wegen aangelegd, waterleiding verving de welputten, de VVV Castricum Vooruit werd opgericht en het inwoneraantal steeg. Er ontstonden nieuwe kansen voor het dorp.

Niek Kaan

Opvang van kinderen na de Eerste Wereldoorlog

Er heerste nog jaren na de oorlog hongersnood in Oostenrijk en Hongarije. Vanaf 1919 werden duizenden kinderen naar Nederland gehaald om aan te sterken. Het plaatselijk r.-k. huisvestingscomité onder voorzitterschap van mevrouw Lommen – Maury zette zich daarvoor in. Weense kinderen, ‘Wienerferienkinder’ werden ze genoemd, vonden hier een goed onthaal. Vanaf 1920 verschenen er regelmatig berichtjes in het Weekblad voor Castricum over groepen die aankwamen of vertrokken. In 1920 waren er volgens pastorale notities tachtig kinderen uit Wenen gearriveerd. Er was een collecte gehouden om het reisgeld bij elkaar te krijgen. Op woensdagmiddag werden in het Duits aparte godsdienstlessen gegeven aan deze kinderen.

Edmund Travnicek (1914-2000).
Edmund Travnicek (1914-2000).

Onder hen ook Edmund Travnicek (1914- 2000) en zijn halfbroer Leopold Leitner (1911- 1962) Ze zijn nooit meer terug gegaan naar Oostenrijk en groot gebracht bij hun pleegouders. Hun ouders waren te arm om voor hen te zorgen. Travnicek en Leitner werden bekende namen in het dorp. Als dank aan de Castricumse gemeenschap voor de geboden hulp ontvingen burgemeester Lommen en zijn vrouw beiden een onderscheiding van het Oostenrijkse Rode Kruis.

Leopold Leitner (1911-1962).
Leopold Leitner (1911-1962).

Jaarboek 37, pagina 45

In 1924 en 1925 werden honderd Hongaarse kinderen opgenomen. Een van de kinderen was zo verzwakt dat het kort na aankomst overleed. Het kindje werd opgebaard in het Zusterhuis en onder grote belangstelling op het kerkhof achter de r.-k. kerk begraven. Ook deze kinderen behoefden de godsdienstlessen niet te ontberen. Tweemaal in de week werden de lessen in het Hongaars gegeven.

Edmund en Leo (op de voorste rij met strikken) kwamen in 1920 op de Augustinusschool.
Edmund en Leo (op de voorste rij met strikken) kwamen in 1920 op de Augustinusschool.

Bronnen:

  • De grote oorlog, kroniek 1914-1918, Martin Ros, Perry Pierik, Hans Andriessen;
  • Kroniek van Veldt Verhalen, Jan Veldt, Limmen, september 2013;
  • Buiten Schot, Paul Moeyes, Utrecht, maart 2014;
  • Archief Werkgroep Oud-Castricum;
  • Overzicht van de familie Kuijs, A. van Egmond – van Rookhuizen;
  • Overzicht van de familie Stuifbergen, 9 Jaarboek Oud-Castricum, 1986;
  • ‘Op zee gebleven’ uitgave Egmond Reeks;
  • ‘Pastorale notities’ uit archief R.-K. Kerk van pastoorVoets, 1971;
  • Regionaal Archief Alkmaar, archief gemeente Castricum.

Met dank aan: Hans Andriessen, Frits Scheffer, Freda Schilp – Metselaar, Ton Stuifbergen, Peter Travnicek, Engel Twisk, Jan Veldt en Patrick Wulp.

Oorlogsverhaal Tiny van Vlaanderen-Boot (Jaarboek 30 2007 pg 29-30)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over WO1: eerste Wereldoorlog
Verschenen artikelen over WO2Castricum in oorlogstijd – Dagboek kapelaans – De dood van Arie Hageman – Duin en Bosch, evacuatie – Duinkant, een verdwenen dorpje – Oorlogsherinneringen Nardus Bos – Oorlogsverhaal Tiny van Vlaanderen-Boot – verzetsstrijders – Leenaers, dokter – tante Sientje

Verschenen artikelen over personen: Asjes, AlbertBakker, ThijsBoreel van Hogelanden, JacobDeelen, Derk vanDekker, DirkGevers, FritsGinhoven van, HuibertHageman, ArieHeeck, CorHeideman, HenkHeimans EliHoberg, JanHurk, Gesina van derJacobi, Jan Willem – Jacobs-Wentink, Gré – Kieft, Pieter – Kortenoever, EldertKraakman, JacobKramer, MatthijsKrist, MeineLeenaers, HenriLommen, PietMooij, CorMooij, Geertje ten WoldeNuhout van der Veen, JoachimPeperkamp, CorPortegies, SijfQuack, Jan deRendorp, JacobRommel, AlbertSchotvanger, DirkStuyt, JanToepoel, LeoTulp, LideTwisk, EngelVeldt, KlaasVlaanderen-Boot, Tiny vanWeenen, Wub vanZaalberg, Hermanus


Jaarboek 30, pagina 29

Het oorlogsverhaal van koerierster Tiny van Vlaanderen – Boot

Er werden in de oorlog nogal wat mannen verliefd op Tiny. Daardoor kreeg ze veel voor elkaar tot groot voordeel van de verzetsbeweging.
Er werden in de oorlog nogal wat mannen verliefd op Tiny. Daardoor kreeg ze veel voor elkaar tot groot voordeel van de verzetsbeweging.

Evertina Hendrika Boot (roepnaam Tiny) werd geboren op 5 februari 1925 in Castricum. Haar ouders waren Iman Boot en Alberdina Gebke Urban, die beiden als verpleegkundige werkzaam waren op Duin en Bosch. Tiny begon op 18-jarige leeftijd te werken op het gemeentehuis van Castricum. Tijdens de oorlog was zij zeer actief in het verzetswerk en kende geen angst. Tiny vertelt haar spannende belevenissen uit die tijd in onderstaand verhaal. Zij schreef dit in Zuid-Afrika, waar zij alweer 59 jaar woont met haar echtgenoot Rinus van Vlaanderen.

“Ik begon te werken voor de gemeente Castricum in 1943 als hulp voor Piet van der Goes. Dit was maar tijdelijk bedoeld, maar er kwam steeds meer werk voor me te doen als typiste voor verschillende ambtenaren.
Zo werkte ik onder andere voor gemeentesecretaris Van Lunen. In 1944 ging ik over naar de distributiedienst, die door de staat was ingesteld om in crisistijd de verdeling van levensbehoeften te regelen. Daarnaast bleef ik echter ook werk doen voor de gemeente als dat nodig was. Ik werkte meestal voor Henk Nielen en Piet Gomes op de distributiedienst. We waren toen gehuisvest aan de overkant van het gemeentehuis. Het pand brandde in 1944 af om het verdwijnen van bonnen te camoufleren. Ik vermoedde dat er iets van dien aard zou gebeuren, want Piet van der Goes kwam mij, wetende dat ik alleen zou zijn, tussen de middag opzoeken en verkende het hele gebouw. Piet was mijn verzetshoofd, die ik veel geholpen heb. Ik stelde hem nooit vragen, maar hij liet mij na de brand weten dat hij daarvoor mede verantwoordelijk was. De administratie van de distributiedienst werd toen ondergebracht in het gemeentehuis en zodoende deelde ik mijn lessenaar met Piet Gomes. Deze hielp veel in de kluis om de distributiebonnen in en uit te boeken en te controleren aan de loketten.
Ik was een grote flirtster en zodoende werden er nogal wat mannen op me verliefd. Tot groot voordeel van de verzetsbeweging kon ik van alles en nog wat doen. Zo wond ik de NSB-ers en als het te pas kwam ook de Duitsers om mijn vinger.

Beeld van de Dorpsstraat in oorlogstijd (1942). Achrer het publiek rondom de ijscoman is het distributiekantoor zichtbaar.
Beeld van de Dorpsstraat in oorlogstijd (1942). Achrer het publiek rondom de ijscoman is het distributiekantoor zichtbaar.

Collega’s bij de gemeente waren onder anderen Jan Krom (ook een verzetswerker in Uitgeest), Admiraal, Tervoort en Koelman. Andere namen zijn me ontschoten.
Distributiecollega’s waren directeur Nielen, Verhoeven, Van Aalst, Iepenga, Ewald, Kemmink, Denneman, De Smalen, De Vries, De Boer en twee NSB-ers, waarvan ik de namen vergeten ben.
Piet Gomes, Verhoeven en Iepenga zorgden voor de bonkaarten voor de onderduikers. Toen we naar de Zaan geëvacueerd werden, nam ik deze kaarten vaak mee in de trein en bezorgde ze dan bij Verhoeven thuis. Hij zat zelf in de trein, maar het was te gevaarlijk voor een man om ze bij zich te hebben. In geval de Duitsers de trein kwamen doorzoeken, was het makkelijker voor een jong meisje om er doorheen te komen. Gelukkig is er nooit iets gebeurd.
Omdat het kantoor van Piet Gomes naast de kamer van burgemeester Masdorp was, wisten we meestal wanneer deze buiten de deur was. Dan kon ik gauw een stempel met zijn handtekening of een belangrijk document wegnemen en weer terugplaatsen. De burgemeester, die NSB-er was en in mijn ogen een oude vent, werd ook verliefd op me. Ik moest hem niet, maar kon hem niet afpoeieren, omdat ik regelmatig in zijn kamer moest zijn om het nodige te stelen.
Zoals gewoonlijk vroeg ik nooit waarom iets nodig was, hoe minder te weten hoe beter. Dat gold ook voor mijn koerierswerk. Ik wist niet wat de inhoud van enveloppen of pakjes was. Het gebruikelijke herkenningsteken was altijd de klop van Beethovens 5e symfonie.
Krosschell was een heel belangrijk persoon in de verzetsbeweging, maar ik weet niet of hij het hoofd was. Hij was altijd hulpvaardig en een goed mens. Ik kende hem alleen door de bulletins van radio Oranje, die ik bij hem thuis uittikte en op stencil afdraaide. (red: Een stencil is een sjabloon gemaakt van een materiaal dat inkt doorlaat en waarmee afdrukken kunnen worden gemaakt.) Dan vouwde ik de stencils op, stopte ze onder mijn jas en bracht ze rond naar de verschillende adressen. Ik was nooit bang, want iedereen dacht dat ik maar de gek speelde.


Jaarboek 30, pagina 30

Met Piet van der Goes, die een heel voorname rol in de verzetsbeweging speelde, had ik het meeste contact. Wij waren heel goede vrienden. Gedurende zijn onderduiktijd zagen we elkaar niet zoveel, ofschoon ik wist waar hij zat; dat was in een huis aan het eind van de Geelvinckstraat.
Piet liet me een fiets gebruiken van de burgemeestersvrouw, die nooit haar fiets hoefde in te leveren. Hij nam me ook mee achter op de motorfiets naar de bunkers in de duinen om de Engelse troepen te ontmoeten, die zich daar hadden gevestigd.

Ik kwam ook in contact met vele marechaussees, want die moesten ons bewaken bij het vervoer van bonkaarten naar Limmen of Uitgeest. Het vervoer vond plaats in een auto van Dijkhuizen, die een apparaat bevatte dat met hout werd gestookt om kracht te maken voor de motor. Dit ging met horten en stoten en soms begon het apparaat te koken, waardoor de chauffeur met al zijn kracht aan het stuur moest hangen. Dikwijls vlogen we de kant in en zaten we in spanning. Soms was burgemeester Masdorp er ook bij, want die was eveneens burgemeester van Uitgeest.
In het begin van mijn verzetswerk wist mijn familie (moeder en twee broers) daar niets van, totdat ik door Piet van der Goes gewaarschuwd werd voor een razzia. Ik moest alles verbranden wat er in huis was aan blaadjes enz. Toen moest ik wel met het geheim voor de dag komen en ik zal maar niet de boze woorden herhalen, die ik toen te horen kreeg. Niemand sliep die nacht, want er was een razzia bij de buurman die opgepikt werd. We woonden toen in Koog aan de Zaan.

In het verzetsleger kende ik verscheidene namen, maar ik weet er nu nog maar een paar. Namen als Niek Bakker, Tiemstra en Koelewijn heb ik onthouden. Ik had foto’s van het verzetsleger, maar heb die helaas al jaren geleden weggedaan, denkende dat die tijd voorbij is en niemand daarin meer is geïnteresseerd, vooral niet in Zuid-Afrika. De mannen droegen blauwe overalls en hadden geweren over de schouder. De foto’s waren gemaakt door fotograaf De Smalen.
De gaarkeuken was tegenover het station naast de bakkerij op de hoek van de Burgemeester Mooijstraat. De kok was Jacobs, die in dezelfde straat woonde. Het voedsel was gewoonlijk kool, biet en raap.
Lekker was het niet, maar het was eten, ook al vonden we er soms spinnen of andere insecten in.

Direct na de bevrijding haalden de mannen van het verzetsleger de NSB-ers met hun vrouwen en grote kinderen uit hun huizen en zij werden op Duin en Bosch in een paviljoen achter tralies opgesloten. Daar gingen Van der Goes en ik dan naar toe om ze te registreren. Ik denk wel dat ik een grote grijns op m’n gezicht had. Er waren ook meiden bij die altijd lagen te vrijen met de Duitsers. Ze waren doodsbenauwd dat hun hoofden kaalgeschoren zouden worden, wat veel gebeurde in die tijd.

De medewerkers van de distributiedienst in 1946 in de tuin achter hel kantoor. V.l.n.r.: slaand: Mar Quatfass, Tiny Gorter; Riek de Groot en Mien Schermer; zittend: Kemming, Janny Roemer; De Nooy, Trees de Nooy, Hein Zonjee, Tiny Boot en Van Zweden.
De medewerkers van de distributiedienst in 1946 in de tuin achter hel kantoor. V.l.n.r.: slaand: Mar Quatfass, Tiny Gorter; Riek de Groot en Mien Schermer; zittend: Kemming, Janny Roemer; De Nooy, Trees de Nooy, Hein Zonjee, Tiny Boot en Van Zweden.

Ik wil ook nog een gebeurtenis vertellen, die niets te maken heeft met het verzet.
Het was zaterdag en een prachtige zomerdag. Alle distributiecollega’s gingen per trein naar huis, want we waren geëvacueerd. We waren allemaal vrolijk gestemd en zaten bij elkaar in de eerste wagon te lachen en te praten. Opeens doken er twee Engelse vliegtuigen uit de lucht en begonnen de trein te beschieten. De bestuurder wist de trein te stoppen net voordat hij stierf. Het zusje van collega De Vries, dat tegenover mij zat, viel dood neer. Collega Ewald kreeg een kogel in zijn been en overleed hieraan een paar maanden later. Ik had alleen maar scherven in mijn billen, die er wel uitgehaald moesten worden door een dokter. Het was een afschuwelijke gewaarwording, temeer omdat het Engelse vliegtuigen waren. Er werd toen wel op ze gevloekt, want ze zagen duidelijk dat het een passagierstrein was, vooral toen we er verwilderd uitsprongen. Desondanks bleven ze schieten.

De grootste herinnering aan die periode is tot slot de dag na de 5e mei, toen het Castricumse verzetslegertje marcheerde voor het gemeentehuis en ik naast de gauw gekozen ‘burgemeester’ Nielen (het hoofd van de distributiedienst) stond. Dat was voor mij een hele eer, ofschoon het eigenlijk niets betekende. Ik zag mij namelijk nooit als heldin en deed alleen maar wat nodig was. Er zijn veel grotere daden verricht, ik was maar een kleine schakel.”

Tiny van Vlaanderen – Boot