Castricum wordt een badplaats. Deel 3: 1926-1928

Vervolg vanCastricum wordt een badplaats. Deel 2: 1925-1926

door Eric Bor

Tenten op het strand

In 1926 signaleerde de gemeenteraad, dat het wild kamperen in het duin en op het strand hand over hand toenam. Via de krant liet het gemeentebestuur weten waar men voor kamperen een vergunning kon krijgen. Een tent opzetten voor een stranddagje kon zonder vergunning, daar waren ook tenten voor te huur. Vanuit de tent op het strand mocht niet worden gebaad en je mocht je er ook niet geheel of gedeeltelijk ontkleed voor bevinden.

In de Bakkumse duinen was al sinds 1914 een kampeerterrein, aanvankelijk voor enkelingen. In 1920 kampeerden er blijkens het jaarverslag van Provinciale Staten elf dames en negen heren. In 1927 werd de toegangsweg verbreed en later ook verhard. Er kwam een aansluiting op het drinkwaternet en er werden (openlucht) wasgelegenheden en  toiletgebouwen neergezet. De kampeerkosten gingen daardoor echter wel omhoog en daar mopperden de merendeels Amsterdamse gezinnen flink over.

Strandbeeld met links de strandtent van Schotvanger en Borst en rechts die van Bakker

Vooral uit de Zaanstreek kwamen er langzaamaan steeds meer bezoekers. Een busonderneming opende in 1926 een pendeldienst tussen Koog aan de Zaan en het strand, tot ongenoegen van de Nederlandse Spoorwegen. Door toedoen van de Spoorwegen werd de busdienst in 1927 opgeheven. Vanuit het dorp kon men nu ook met de fiets naar het strand, want het rijwielpad langs de Zeeweg kwam in 1926 gereed. Een stalling ontbrak nog, waardoor veel fietsen werden meegenomen op het strand.

Op allerlei manieren werd gezorgd voor entertainment voor de bezoekers. Op het strand konden zij ezeltje rijden, in een gesloten draagstoel door twee man het zilte nat in worden gedragen of in juli in het duinterrein een toneelvoorstelling bezoeken, ten behoeve waarvan er een tribune was opgebouwd voor maar liefst 700 toeschouwers. De KLM wilde  rondvluchten vanuit het duingebied gaan verzorgen, hetgeen (gelukkig) niet doorging en bij paviljoen Armeria kon men dansen. Nou ja, bijna altijd, want op zondag mocht het van de burgemeester uitsluitend tussen 3 en 8 uur in de namiddag. Bovendien had de burgervader een hele lijst restricties voor houders van dansgelegenheden opgesteld, die hoogst vermakelijk is om te lezen.
Voor de liefhebbers neem ik die lijst (uit de Haagse krant Het Vaderland van 7 juli 1920) hieronder op.

Dansen te Castricum

In Castricum mag men op Zondag dansen. De burgemeester aldaar heeft er geen bezwaar tegen, mits het slechts geschiedt tusschen 3 en 8 uur nm. Op andere uren van den Zondag is het verboden.

Verder heeft dc zorgzame burgervader van Castricum den houders van dansgelegenheden gelukkig gemaakt met een schrijven, waarin hij erop wijst, dat bepaald is:

a. dat niet meer paren tot het dansen mogen worden toegelaten dan voor een behoorlijk dansen gewenscht is;
b. dat geen twee heeren met elkander mogen dansen;
c. dat geen mechanische muziek daartoe mag worden gemaakt, uitgezonderd radio;
d. dat alleen mag worden gedanst in afzonderlijk daartoe ingerichte lokalen of op afzonderlijk daarvoor aangelegde dansvloeren;
e. dat in die gelegenheden geen buffet mag zijn;
f. dat de dans in hoofdzaak mag worden toegestaan voor den gaanden en komenden gast;
g. dat het dansen alleen een tijdelijke verpoozing mag zijn, zoodat alleen nu en dan een dansje mag worden toegestaan en
h. dat geen toegangsprijzen mogen worden geheven.
Neen, dan zijn we hier toch nog, ondanks ons gemor, heel wat beter af.

Bronnen:

  • Diverse kranten uit die tijd

  • Foto’s:
  • Beeldbank Werkgroep Oud-Castricum
  • Castricum wordt een badplaats. Deel 2: 1925-1926

    Vervolg vanCastricum wordt een badplaats. Deel 1: 1924-1925

    door Eric Bor

    Strandkoetsjes

    Na de officiële opening van de Zeeweg waren er op het strand volgens het Algemeen Handelsblad “enkele badstoelen, een tent en wat koetsjes”. De ‘tent’ was waarschijnlijk de strandtent van Piet Schotvanger en Willem Borst, daarnaast stond de kiosk van Piet Vader, waar je ijs, kogelflesjes en fruit kon kopen. De strandkoetsjes waren nodig voor degenen die het water in wilden. Vanaf de negentiende eeuw gingen de meeste vrouwen in alles bedekkende hansoppen of badhemden vanuit een koets te water. Dat moest ook wel, want zelfs blote benen waren op het Castricumse strand verboden! In 1926 debatteerde de gemeenteraad over deze kwestie. De uitkomst was halfslachtig: “bloote beenen worden aan het strand oogluikend toegelaten”. Voor de liefhebbers zet ik onder dit artikeltje het ironische commentaar op deze raadsvergadering van de socialistische krant ‘Het Volk’.

    Gedeputeerde Staten van Noord-Holland kwamen met een vergaand plan: aan het eind van de Zeeweg moesten de duintoppen worden afgevlakt om op 11 à 12 meter boven N.A.P. een plateau aan te leggen, dat aansloot op een nieuwe weg bovenop de duinrand in noordelijke richting met een open bebouwing van hotels en grotere pensions. Landinwaarts kon het duin worden bebouwd met enkele huizen bestemd voor permanente bewoning, winkels en werkplaatsen.

    Strandtent Dirk Bakker

    Foto’s van de strandtent van Schotvanger en Borst (met op het duin erboven paviljoen Armeria) en van de snoeptent van Vader (‘de duiventil’), die stond naast de strandtent van Schotvanger en Borst.

    Tot teleurstelling van VVV ‘Castricum Vooruit’  gingen Provinciale Staten niet meteen akkoord met dit plan. Zij stemden er wel mee in dat er een fietspad naast de Zeeweg zou komen.   

    In 1926 startten J. Borst, H. Twisk en Th. Veldt een busdienst tussen dorp en strand met een oude autobus van reisbureau Lissone. Op het strand waren strandtenten van het tweetal Piet Schotvanger en Willem Borst en van Dirk Bakker (op de bekende Bakker-plek).

    Bus van het drietal Borst, Twisk en Veldt

    Bronnen:

  • Algemeen Handelsblad,
  • Werkgroep Oud-Castricum,
  • Het Volk
  • N.B. Rectificatie. In deel 1 van deze column staat vermeld dat de provincie het duingebied in 1894 van prinses Von Wied kocht. Dit moet zijn 1903.

    Tot slot, zoals beloofd, voor de liefhebbers het stukje uit ‘Het Volk’ van 13 juli 1926.

    Castricum badplaats

    Bloote beenen oogluikend toegelaten
    – Van onzen korrespondent

    Castricum is een badplaats geworden, wat voor ons gemeentebestuur eigenaardige moeilijkheden heeft meegebracht. Want dit bestuur is goed katholiek en heeft dus de politieverordening als een waakhond voor de zedelijkheid gelegd. Of liever voor dat, wat de officieele roomschen onder zedelijkheid verstaan. Natuurlijk bleef de kermis met al haar uitspattingen en ontuchtige gevolgen gehandhaafd. Maar „het loopen aan het strand met ontbloote beenen” was strikt verboden.

    Kan een badplaats gedijen, als het strand alleen zorgvuldig bedekte beenen mag zien ? Immers neen. Zoo bleek wat als een slagboom tegen de onzedelijkheid was gesteld, tevens een struikelblok voor de op zoete winstjes van badgasten hopende middenstanders, winkeliers èn pensionhouders.

    In den raad werd een vinnig debat over badplaats en zedelijkheid gevoerd. Bij den burgemeester gaf het laatste den doorslag. In felle kleuren maalde hij de gevolgen voor onze goede gemeente, als zij het voorbeeld van Scheveningen, Zandvoort, Domburg en Noordwijk zou volgen en bloote beenen op het strand toelaten; zelfs waagde hij er zich aan den vroeden vaderen de mogelijkheid van „dames met ontbloote broeken in zee” voor te houden.

    Voor de kampeerders was Castricum al geen Dorado. Sinds sommigen zich halfgekleed uit hun tent op het strand hadden begeven, was het baden met de tent als uitgangspunt verboden. En zóó zou Castricum een badplaats worden? De burgemeester zelfs begreep, dat deze voorschriften onhoudbaar waren. Zóó kon Castricum misschien een geliefkoosd strandoord voor zendelingen, nonnetjes en katecheseermeesters worden — maar wat valt daaraan te verdienen? 

    En dus beloofde de burgemeester, dat hij als concessie aan den geest des tijds in het vervolg de bloote beenen oogluikend zou toelaten, echter niet verder dan de knie, en het baden uit tenten echter op minstens 400 meter van den zeeweg. En dit alles alleen op werkdagen; de Zondag wordt te Castricum gevierd met schoenen en kousen aan, als vanouds. De wereldlingen kunnen komen: Castricum is badplaats geworden!

    Castricum wordt een badplaats. Deel 1: 1924-1925

    door Eric Bor

    Feestelijke opening Zeeweg

    In 1924 spraken Gedeputeerde Staten van Noord-Holland en de gemeenteraad van Castricum af, de Zeeweg -tot dan toe een zandpad- op gezamenlijke kosten te laten bestraten. De provincie had het landgoed rond de Zeeweg al in 1894 van Prinses Marie von Wied – van Oranje Nassau gekocht en was van plan de terreinen die aan de Zeeweg grensden, als bouwgrond te gaan exploiteren, zodat er een ‘Castricum aan Zee’ zou ontstaan. De sociaal-democratische politicus Henri Polak trok hier in zijn rubriek ‘Heemschut’ in het Algemeen Handelsblad fel tegen van leer.’ Hij spotte ook met de naam van de VVV: ‘Castricum Vooruit’:

    En nu zal Castricum waarachtig óók al vooruit gaan” ? Er zal “Castricum-aan-Zee” komen, want de weg van het dorp naar zee zal verhard en de gronden langs dien weg “in exploitatie gebracht” worden. Hetgeen zeggen wil dat ook dáár ‘t landschap door villaatjes-rommel geschoffeerd zal worden, de natuur zal moeten wijken voor allerlei kunstmatige akeligheden en Nederland met een nieuwe zevende-rangs badplaats “rijker” zich “verrijkt” zal zien.

    Optocht bij de opening van de Zeeweg. De weg ging toen nog met een bocht om het duin heen!

    Uiteraard kwam hierop een tegengeluid: iemand die zich ‘Observer’ noemde, verdedigde in een ingezonden brief het plan: Castricum zou juist een eersterangs badplaats worden. Polak reageerde hierop, door te verwijzen naar de grootscheepse verwoesting van de duinen aan de Vlaamse kust om badplaatsen te creëren.

    Grand Hôtel Knokke in 1925

    De bestrate Zeeweg kwam er en werd op 19 mei 1925 feestelijk geopend door burgemeester Lommen. De enige bebouwing was voorlopig een strandpaviljoen boven op het duin met de naam ‘Armeria’.

    Paviljoen Armeria

    Bronnen:

  • Algemeen Handelsblad,
  • Werkgroep Oud-Castricum,
  • www.zwinstreek.eu