Cafés en kasteleins in Bakkum (Jaarboek 39 2016 pg 57-67)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over Bakkum:
Bakkum, de Heerlijkheid en zijn ambachtsheren – Bakkum, einde gemeenteBakkum in de 18e eeuwBakkum omstreeks 1830Bakkum na 1930, de huizen en hun bewonersBakkum, vijftig jaar kerkBewoningsgeschiedenis Bakkum NoordBoenstraatje te BakkumCafĂ©s en kasteleins in BakkumKampeerterrein BakkumKermis in BakkumKlompenbuurt in BakkumKoninklijk Landgoed Bakkum (deel 1)Koninklijk Landgoed Bakkum (deel 2)Ongevallen in Bakkumï»ż

Verschenen artikelen over middenstanders in Castricum: architectbakkersbioscoopbouwbedrijfcafĂ© / hotelcafĂ©s en kasteleins in Bakkum –  drukkersexpeditiegasfabriekgroenteboerengroenteveilingkruideniersmelkboerenmelkfabriekmolenaarrestaurantschelpenvissersschilder – schildersbedrijf – slagerssmidsmederijstoomwasserijstrandvonderveldwachtersvrachtrijderijwereldwinkel


Jaarboek 39, pagina 57

Cafés en kasteleins in Bakkum

Net zoals de vele winkels die Bakkum heeft gekend, verdwenen er in deze dorpskern ook verschillende cafés. Alleen hotel-café-restaurant Borst wist zich 100 jaar te handhaven. Voor zover was na te gaan in archieven of via familieleden van vroegere eigenaren, passeren in dit artikel alle Bakkumse cafés de revue.

De vertrouwde kermis in de jaren 1980.
De vertrouwde kermis in de jaren 1980.

Kermis

Hoewel Bakkum ruim 100 jaar geleden een veel kleiner aantal inwoners had dan Castricum, werden er in Bakkum in verhouding meer drankvergunningen verleend. Ook de bouw van ‘Duin en Bosch’ (1904-1909) was aanleiding voor de opening van meer cafĂ©s. Een vestiging aan de Bakkummerstraat droeg zelfs enige tijd de naam van het provinciaal ziekenhuis.
Op basis van de drankwet van 15 oktober 1904, houdende bepalingen tot regeling van de kleinhandel in sterken drank en tot beteugeling van openbare dronkenschap, stelde de gemeenteraad van Castricum op 22 februari 1905 een verordening vast regelende het heffen van vergunningsrecht voor de uitoefening van de kleinhandel in sterke drank. Het recht bedroeg jaarlijks 12,50 gulden voor elke 50 gulden huurwaarde met een minimum van 25 gulden.

Bakkummer kermis in 1947 voor café Borst.
Bakkummer kermis in 1947 voor café Borst. V.l.n.r. Floor de Graaf, Jaap Borst, Ber van Benthem, Cees Cornelisse, Rie Strik, Cees Duijn, Han Brakenhoff en Jaap Tiebie.

CafĂ©bezoek en kermisviering waren toen al nauw met elkaar verbonden. Een druk bezochte kermis betekende voor de kasteleins een aanzienlijke verhoging van hun inkomen. Vandaar dat de cafĂ©houders er alles aan was gelegen om zoveel mogelijk publiek te trekken. En ondanks de bescheiden omvang van de Bakkummer kermis kon het er in die tijd, als het weer meezat, bijzonder druk zijn. De kermis was lange tijd berucht om de vechtpartijen en stond daarom bekend als ‘Bakkummer oorlog’. Het verhaal gaat ook dat er tussen de kasteleins ten noorden en ten zuiden van de Zeeweg tijdens de kermisdagen een felle concurrentiestrijd woedde. Dit was met name aan de orde toen Cees Castricum naast zijn zaak aan de Heereweg een grote feesttent liet zetten om de dansende kermisvierders wat ruimte te geven. De Zuid-kasteleins wisten burgemeester Mooij zodanig te bepraten dat de tent van Castricum werd verboden. Cees trok zich daar echter niets van aan en zette, volgens Rinus de Ruijter in zijn boek ‘Schippers van het Stet’, een nog grotere tent neer. De burgemeester is toen met de kermisdagen maar bij zijn dochter in Amsterdam gaan logeren en liet het handhaven van de openbare orde over aan veldwachter Koelewijn, die veel gezag had in Bakkum. Met veel tact wist hij de vrede te bewaren en de danstent kwam elk jaar terug …

Café De Hoop in 1905.
Café De Hoop in 1905.

Borst, Van Oldenbarneveldweg 25

De voorganger van Hotel Borst was cafĂ© ‘De Hoop’, waarmee Wub Joosten in 1903 startte. Eind 1904 verkocht hij het cafĂ© aan zijn broer Jacobus Joosten, die bakker was in Beverwijk. In 1911 verkocht Jacobus het geheel weer door aan zijn broer Martinus, winkelier van beroep. Enige tijd later kocht Jacobus er nog een stuk grond bij, maar in 1915 had hij een grote betalingsachterstand opgebouwd en kwam daardoor in acute geldnood. Als gevolg daarvan werd hij gedwongen om zijn gehele bezit te verkopen. Op 16 september vond er in het lokaal van Van Benthem in Castricum een openbare verkoping plaats en kocht land-


Jaarboek 39, pagina 58

bouwer Willem Borst (1887-1974) voor een bedrag van 2.215 gulden het café dat toen het adres Duinbuurt 473 had, maar later werd omgedoopt in Van Oldenbarneveldweg 25. De volledige inventaris bestond uit 16 stoelen, vier houten tafeltjes, zes kelkjes en twee kop en schotels. De caféruimte was niet groter dan zes bij acht meter, dus alles paste er net in.

Willem Borstï»ż
Willem Borst

Willem, die in 1918 met Heintje de Winter trouwde, nam de exploitatie van het café zelf ter hand. Aanvankelijk woonde het gezin in een kleine kamer met keuken achter de schuifdeuren van het café. In 1921 werd er aan de zuidkant van het café een serre gebouwd en aan de westkant een veranda. Nadat er voor de serre een gezellige theetuin was ingericht, veranderde de naam café De Hoop definitief in café W. Borst.

CafĂ© Borst kreeg rond 1928 een theetuin en heette tijdelijk ‘Bondshotel Berg en Bosch’. Vader Willem poseert hiervoor met links op de foto zijn kinderen Dirk en Annie.
CafĂ© Borst kreeg rond 1928 een theetuin en heette tijdelijk ‘Bondshotel Berg en Bosch’. Vader Willem poseert hiervoor met links op de foto zijn kinderen Dirk en Annie.

Toen de jongste zoon Dirk in 1928 was geboren, werden zowel het woonhuis als het cafĂ© verbouwd. In deze periode breidde Willem het aantal logeerkamers eveneens uit en presenteerde zijn hotel en theetuin trots als ‘Bondshotel Berg en Bosch’. Twee jaar later werd ook de open veranda aan de voorkant in een serre veranderd.
Het naastgelegen woonhuis van de familie Zonneveld werd door Willem in 1931 gekocht en afgebroken voor de bouw van een toneelzaal. Langzamerhand kreeg de zaak de aanblik die vele jaren in stand werd gehouden.

Vader Willem was een inventieve en handige man. Het bier bewaarde hij koel in de kelder onder de gelagkamer. Om niet steeds het trappetje af te moeten, ontwierp hij een stok met daaraan een haak, waarmee hij de flesjes achter


Jaarboek 39, pagina 59

de kroonkurk kon aanhaken en daarna ophijsen.
Tijdens een openbare verkoping tikte Willem een orgel met echte pijpen op de kop. Dat orgel kwam naast de grote kolenkachel te staan en zou jarenlang de dansliefhebbers begeleiden.
De vijf kinderen van Willem en Hendrika hielpen van jongs af aan mee in de zaak. Dochter Trien (1920-2006) en zoon Kees (1919-1996) assisteerden moeder in de bediening en zoon Dirk (1927-2004), die aanvankelijk voor aannemer Borst werkte, ruilde op een gegeven moment zijn troffel om voor het koksmes in de keuken. Later ging hij zich met zijn vrouw Corrie (1928) meer richten op het hotelbedrijf.

Tante Trien achter de bar.
Tante Trien achter de bar.

Trien Borst, die voor heel Bakkum bekend was als Tante Trien, vertelde in het Noord-Hollands Dagblad van 31 maart 1998:
“Vanaf mijn dertiende werkte ik mee en ik heb dat vijfenzestig jaar volgehouden. Sinds kort doe ik het wat rustiger aan. Ik ben een nachtmens. Het was in de kleine uurtjes voordat ik naar huis kon, want we hadden altijd wel een paar klanten die ook na sluitingstijd bleven zitten. Dan gingen de deuren op slot en praatten we na totdat soms de politie met grote zaklampen door de ramen scheen. Hoewel we dan buiten zicht trachtten te blijven door onder het biljart te kruipen of achter de bar, werden we wel eens gesnapt. Ik werd daarom verscheidene keren bij de burgemeester op het matje geroepen. Ook gebeurde het wel dat ik mijn echtgenoot Dirk, die veehandelaar was, ’s morgens vroeg op straat tegen kwam. Hij ging dan de ene kant op naar de veemarkt en ik de andere kant, naar bed…”

In het verleden heeft het nabijgelegen psychiatrisch ziekenhuis Duin en Bosch een flinke stempel gedrukt op de exploitatie van café Borst. Als de patiënten tussen de middag moesten eten, ging de familie vaak voor de lunch naar Borst. Daar zat het iedere zondag stampvol.

Een biljartgroep bij Borst in 1994.
Een biljartgroep bij Borst in 1994. V.l.n.r. achterste rij: Jan Castricum, Wil Castricum en René Glorie; tweede rij: René Hooijschuur, Jan Reijnders, Karel Glorie, William Borst, Nol van Wandelen, Erik Zonneveld en Rick Weerstand; geknield: Hans van der Himst, Nico Mooij, Dick Zonneveld, Wil Lute, René Hoogeboom en Jan Willem Zonneveld.

Omdat de inrichting jarenlang ouderwets knus was, werd Borst vaak ‘de grootste huiskamer van Bakkum’ genoemd. Talloze vergaderingen, optredens, bruiloften en andere feesten hebben in zaal Borst plaatsgevonden en deze fungeerde soms ook als bioscoop. Artiesten als Snip en Snap, Kees Stet, De Mounties, Rudi Carell en Tom Manders hebben er in de jaren 1950 en 1960 op het podium gestaan en ook de plaatselijke toneelverenigingen hadden hier jarenlang hun domicilie. Bovendien was de Castricumse popgroep The Frogs vanaf 1964 daar acht jaar lang elke zondag van 20.00 tot 23.00 uur goed voor een enorme publieke belangstelling. Hotel Borst werd in die tijd de belangrijkste poptempel in de regio genoemd (zie ook het artikel over de popmuziek in het 31e Jaarboek, 2008).

Een andere ‘artiest’ die opviel, zoals Trien Borst in een artikel in het Noord-Hollands Dagblad van 31 maart 1998 vertelt, was pater Henri de Greve. Hij was een gedreven man en goed verteller, die zeer bekend was geworden door zijn radio-praatjes in het programma ‘Lichtbakens’ van de KRO. De Greve richtte in 1938 de ‘Bond zonder Naam’ op, een beweging gericht op naastenliefde, los van geloofsovertuiging of levensbeschouwing. Toen hij in 1949 naar Borst kwam, liep heel Bakkum uit. Zowel de grote zaal als de kleine zijzalen zaten tot aan de nok toe vol. Er waren zelfs mensen die een ladder tegen het gebouw zetten en op het platte dak klommen om via de geopende ramen van de twee glazen koepels mee te kunnen luisteren naar de wondermooie moralistische verhalen van deze pater.

De naam Borst is sinds mensenheugenis gekoppeld aan de Bakkummer kermis. Op de tweede zondag van oktober ontmoeten jong en oud elkaar voor de terrassen en kan je spreken van een heuse reĂŒnie. Weer of geen weer, elk jaar is het een gedrang van jewelste en vloeit het bier rijkelijk.


Jaarboek 39, pagina 60

Vogelschieten bij Borst

Het ouderlijk huis van Cor Mooij, waar hij in 1920 is geboren, bevond zich vlak achter Hotel Borst. Zijn vader had daar zijn tuinderij.
Cor herinnerde zich dat in de (negentien)twintiger jaren achter het hotel twee keer per jaar schietwedstrijden werden gehouden:
“Op twee palen werd dan een houten vogel geplaatst. Die had een romp met een kop, een staart en twee vleugels. Er zat een klein blikken bandje aan. Als je meedeed met schieten betaalde je per schot. Dat geld kreeg je dan weer terug als je er wat vanaf schoot. Je moest het doel in het midden raken, anders draaide de vogel gewoon een slag in de rondte. Wij jongens zochten de loden kogels op en verkochten die dan weer voor een paar centen aan de schutters. Het zorgde voor aardig wat klandizie bij Borst. De schutters kwamen overal vandaan; eentje zelfs helemaal uit de Haarlemmermeer. De inleg werd verdeeld. Voor ieder onderdeel van de vogel was een bedrag bepaald. Het meeste geld kreeg de schutter die de romp eraf schoot.”
Nog niet zolang geleden vond iemand op het land bij de Van Tienhovenhoeve een bijzondere kogel. Natuurlijk wist Cor Mooij direct waar die vandaan kwam …

Na de kermis van oktober 2015 onderging het café-restaurant een metamorfose en verdween na een verbouwing van vijf weken Borst-in-oude-stijl voorgoed. Het nieuwe restaurant kreeg een eigentijdse uitstraling met veel hout en een bruinleren interieur. De twee zalen werden samengevoegd tot één, met in totaal 80 zitplaatsen. Dat het café verleden tijd was, deed de huidige eigenaars William Borst (1960) en zoon Fabian (1989) zeer. William reageerde in het Dagblad Kennemerland van 29 oktober 2015 als volgt:
“Toen ik vijf jaar was zag alles er al uit zoals het hier tot en met de kermis was. Dus het was wel even slikken. Ik ben opgegroeid in het cafĂ©. Er was altijd gekkigheid, gasten die dansten op het biljart. Een heel breed publiek kwam hier. Van clochards tot miljonairs; een doorsnee van de bevolking van Bakkum. De hotelfunctie blijft en dat geldt ook voor evenementen als de kermis, popquiz, ringsteken en Jazz in Bakkum”.

De familie- en personeelsleden van Fase Fier Eten & Drinken voor de opening in november 2015
De familie- en personeelsleden van Fase Fier Eten & Drinken voor de opening in november 2015. V.l.n.r. staand: Suzanne van de Ven, Jolanda Groot, Sharon Clarke, Thimo van der Meij, Ella Zijlstra, Connor Smith, Fabian Borst, Ranil Vergonet en William Borst; gehurkt: Tamara Molenaar, Ellen Borst, Nikki Groenheide en Saskia de Wit.

Per 23 november 2015 werd er nog een grote verandering ingevoerd. Sindsdien draagt de ruim een eeuw oude horecavestiging de naam ‘Fase Fier Eten & Drinken’. De betekenis hiervan werd op die dag door Fabian onthuld:
“Omdat het roer volledig is omgegaan, vonden we een nieuwe naam passend bij een nieuwe start. Fier staat niet alleen voor de vier generaties Borst, maar ook voor trots en zelfverzekerdheid die we graag willen uitdragen.”

Café De Duinstreek in 1937.
Café De Duinstreek in 1937.

De Duinstreek, Bakkummerstraat 75

Het pand Bakkummerstraat 75, dat tot 1930 alleen diende als brandstoffenhandel, liet Willem de Groot (1888-1959) in 1930 verbouwen tot cafĂ© dat de naam ‘De Duinstreek’ kreeg. Achter het pand bleef de opslag van kolen, briketten en turf gehandhaafd.
Willem was getrouwd met Trijntje Borst (geen familie van Hotel Borst) en hun inmiddels overleden jongste dochter Agaath (1922-2016) wist nog veel over de zaak te vertellen:
“Mijn vader had een volledige vergunning. Dat hield in dat hij mocht tappen en tegelijkertijd sterke drank mocht verkopen. Wij woonden ernaast op nummer 75a. Met mijn broers en zuster heb ik altijd geholpen in de zaak. Dat begon met eenvoudige klusjes als glazen spoelen en later mocht ik ook serveren. Het cafĂ© was niet groot en telde ongeveer 30 stoelen. Vooral in de winter was het er rustig. Vaak kwamen er vertegenwoordigers koffie drinken die hun eigen brood meenamen. Er werden ook veel vergaderingen gehouden van bijvoorbeeld de VVV, Vrouwenbond, Middenstandsvereniging en de Postduivenclub. We waren dagelijks open en gingen nooit op vakantie. Af en toe was er tijd voor een familiebezoekje, maar meer ook niet.


Jaarboek 39, pagina 61

Het bier, dat we inkochten bij drankenhandel Koop uit Beverwijk, werd in houten vaten geleverd en ’s zomers gekoeld met ijsblokken van de melkfabriek.
Van concurrentie met Borst was totaal geen sprake. Zij hadden een grote zaal en er kwam ook ander publiek. Het café was ook niet de grootste bron van inkomen voor ons gezin. In de eerste plaats hield vader de brandstoffenhandel aan en daarnaast vervoerde hij met paard en wagen aardbeien naar Beverwijk. Vader had trouwens wel een hekel aan schenken op de pof, want dat kostte klanten, zei hij altijd. Als iemand in het krijt stond, was hij namelijk bang dat die naar een ander café zou gaan.

In 1953 hield de VVV hield haar ledenvergadering in café W. de Groot te Bakkum.
In 1953 hield de VVV hield haar ledenvergadering in café W. de Groot te Bakkum.

We hadden veel vaste klanten die een kaartje kwamen leggen of een biljartje maakten. Ook zagen we steeds dezelfde gasten van kampeerterrein Bakkum. Dat waren rasechte Amsterdammers, waar je ontzettend mee kon lachen. Op een keer kwam eens een stel kampeerders binnen met een jongetje van een jaar of zes dat moest plassen. In die tijd legden we altijd een schijfje citroen in het urinoir voor de frissigheid. Toen het jongetje terugkwam zat hij lekker te sabbelen op het citroenschijfje …

Ik kan mij niet herinneren dat er problemen zijn geweest door dronkenschap of dat de politie erbij moest komen. Vader kon goed met mensen overweg en had bovendien handen als kolenschoppen. Vaak ging hij ’s morgens om een uur of tien met een bak koffie op de veranda zitten. Op een gegeven moment kwam er een man aanrennen die op weg was naar de kerk. Vader hield de man staande en zei tegen hem dat hij zich niet hoefde te haasten, omdat de kerk pas om 11.00 uur zou beginnen. Toen bleek dat de voorbijganger op weg was naar de gereformeerde kerk, waar vader natuurlijk nooit aan gedacht had!

Van de oorlogsjaren weet ik niet veel meer, alleen dat het cafĂ© een aantal jaren werd gesloten en volgens mij was dat tijdens de evacuatieperiode. De kermistijd staat mij nog wel helder voor de geest. Dat betekende een hogere omzet, maar ook meer kosten. Zo hadden we speciaal voor die dagen twee kelners in dienst. Dat waren Ber Schermer en Joop Zentveld. Om de sfeer te verhogen hadden we ook de toen alom bekende kermisband ‘De drie musketiers’ van Cees Nat ingehuurd en dat kostte ook wel een paar centen. Nee, het was een onzeker avontuur, want de opbrengsten waren ook erg afhankelijk van het weer. Als het droog en zonnig was gingen de mensen een rondje lopen langs alle cafĂ©s en daar moest je het tenslotte van hebben.

Ook hebben we de nodige bruiloften en partijen meegemaakt. Die werden vanaf het begin in een bovenzaal gehouden, wat heel wat voeten in de aarde had. Tijdens het gebruik moest de zaal namelijk gestut worden om de vloer meer draagkracht te geven. Een nadeel was ook dat we steeds de trap op moesten met eten en drinken en dat was geen pretje. Mijn vader is na een jaar of zeven gestopt met de bovenzaal, omdat het toch praktischer was om alles beneden te houden. Maar dat had weer tot gevolg dat het loodzware biljart er elke keer uit moest om te worden opgeslagen in de schuur. Dat gebeurde dan met behulp van acht mannen.

De mensen konden overigens wel feesten in die tijd. Een bruiloft begon meestal na de kerk om een uur of elf met koffie en een broodmaaltijd. Daarna een borreltje, receptie en aan het eind van de middag een driegangendiner. De gasten leverden zelf het eten als groente, vlees, aardappelen, broodjes etc. en wij bereidden alles in onze keuken. Na het diner begon de feestavond en ging men weer vrolijk verder. We hebben zelfs op zaterdagavonden meegemaakt dat de mensen ’s nachts door wilden gaan tot de volgende morgen als het kerk- of melkerstijd was. In ieder geval werd elk feest afgesloten met koffie en broodjes. Daarna konden wij weer aan de gang om alles schoon te maken. Het afrekenen ging heel eenvoudig, want de borreltjes werden per fles betaald. De aangebroken flessen mocht men mee naar huis nemen. Het was zo’n andere tijd, je kunt je dat nu bijna niet meer voorstellen.

In 1955 koos De Groot voor de slijterij in plaats van een café.
In 1955 koos De Groot voor de slijterij in plaats van een café.

In 1955 splitste de gemeente alle drankvergunningen en moest vader kiezen waar hij mee door wilde gaan. Hij koos voor de slijterij, dus vanaf dat moment is het cafĂ© opgeheven en werd het interieur verbouwd tot winkel.”

Agaath ging de slijterij samen met haar zus leiden. Zij stopten daarmee in 1970 en vanaf dat jaar verhuurden zij de zaak aan Paul Nolet, die het pand in 1980 kocht van de twee zusters. Nolet had daar zijn drankwinkel tot 1998 en verplaatste zijn slijterij toen naar de Stationsweg, waar Taxi Tervoort voorheen was gevestigd. Het pand heeft daarna nog tijdelijk een winkelfunctie gehad, maar die werd spoedig opgeheven en omgezet in een woonbestemming.

De Dukdalf, Van der Mijleweg 1

De Dukdalf is het jongste café dat Bakkum heeft gekend. Cees Lute was daarvan de eerste eigenaar. Hij kocht het


Jaarboek 39, pagina 62

pand rond 1975 van Niek Bakker, die er een kapperszaak annex sigarenwinkel runde. In de jaren 1930 en 1940 was daarnaast garage Dijkhuizen gevestigd. Lute verbouwde het pand tot cafetaria ‘De Vluchtheuvel’ en in het linkerdeel begon hij een bar onder de naam ‘De Dukdalf’.

De Dukdalf sponsorde in 1982 het B2-team van Vitesse ’22.
De Dukdalf sponsorde in 1982 het B2-team van Vitesse ’22. V.l.n.r. staand: Ron Scholten, Bob Res, reserveleider Jaap Veldt, Arend Koet, Jeroen Konijn, Dennis Lammers, Jeroen de Swart, Falco van der Miesen, Frans Schermer en trainer Peter Lambert; zittend: Marcel Zoontjes, Dave Jonker, Jeroen de Jonge, Otto Spaan, Sander van der Klei en leider Arie Glorie.

In 1977 kregen de broers Jan en Ben Castricum het beheer over de horecavoorzieningen. Jan (1947), die getrouwd is met Marry, dochter van de vroegere caféhouder Jaap Tuin aan de Heereweg, vertelde over De Dukdalf:
“In 1980 hebben we het pand overgenomen van Cees Lute. Alles bij elkaar hebben mijn broer en ik met onze echtgenotes 27 jaar in de zaak gestaan. Het cafĂ© is in de loop der tijd wel van functie veranderd. In het begin deed het alleen dienst als bar en discotheek. In 1983 hebben we de zaak verbouwd en is er een zaaltje bijgekomen voor feesten en partijen.

Een advertentie uit 1983.
Een advertentie uit 1983.

In de beginperiode hadden we veel vaste gasten, zoals de leden van de reddingsbrigade en een klaverjasclub. Ook kwamen vaak dezelfde mensen langs om een biljartje te maken. Tijdens het ‘eerste deuntje’ van de Bakkummer kermis was het extra druk en huurden we een muziekduo in. In de zomer hadden we ook bezoekers van de jeugdherberg en het kampeerterrein.
Onze biervaten, geleverd door de groothandel Noord-Holland Noord uit Alkmaar, werden in de kelder onder de voorbar opgeslagen.

Cafetaria De Vluchtheuvel met links café De Dukdalf begin jaren 1990.
Cafetaria De Vluchtheuvel met links café De Dukdalf begin jaren 1990.

De laatste jaren werd het darten populair en dat trok nogal wat publiek. We organiseerden toen een aantal keren een toernooi dat ging om het kampioenschap van Castricum. Per 31 december 2004 verkochten we de zaak aan snackbarketen Family. De vroegere caféruimte werd vanaf die tijd af en toe nog gebruikt voor feesten en klaverjassen, totdat het omstreeks 2009 werd opgeheven en de ruimte bij het cafetaria werd getrokken. Family is daar trouwens nog steeds gevestigd.
Natuurlijk hebben we in al die jaren een hoop leuke en gekke dingen meegemaakt. Ik herinner mij dat er een keer een jongen in De Vluchtheuvel zat en een taxi bestelde. In de auto vroeg de chauffeur waar hij naartoe moest, waarop het antwoord luidde: naar De Dukdalf …”


Jaarboek 39, pagina 63

Menno Twisk als diskjockey.
Menno Twisk als diskjockey.

Herinneringen van Menno Twisk

Menno Twisk (1957) was diskjockey in De Dukdalf van 1976 tot 2000. Bij hem kwamen de volgende her naar boven:
“De eerste DJ was Ron Lute. Daarna draaiden Co Wiendels en Uke Rorije platen en ben ik ‘aangeschoven’. We hebben vanaf midden (negentien)zeventiger jaren samen ook tijdens kermissen gedraaid voor de nieuwe eigenaren, de gebroeders Castricum. Daarnaast ben ik ook nog een aantal jaren in de Voem Voem als diskjockey gaan werken, maar bleef dat ook altijd doen (totaal meer dan 20 jaar) bij bruiloften en partijen in De Dukdalf.

In die tijd was het nog de kunst om niet te mixen maar de muziek ‘aan elkaar te praten’ om het zo maar te noemen en op die manier de bezoekers te ‘entertainen’. Met kermissen of grote feesten moest er altijd flink geĂŻmproviseerd worden. De stoppen sloegen geregeld door of de vinylplaten op de draaitafels moesten ‘nat’ gedraaid worden. Met verzwaring van een voorwerp op de kop van de naald in de arm van de pick-up werd het ‘overslaan’ van de muziek in het feestgedruis voorkomen. De kermissen werden toen nog gevierd met drank in glas en het kon er wel eens om spannen als er een knokpartij uitbrak tijdens ‘de ‘Bakkummer oorlog’. Meestal konden we dit soort spanningen binnen De Dukdalf met de vaste bezoekers in de kiem smoren door trucjes als het draaien van ‘verkeerde’ muziek of het aandoen van de grote lichten. In tegenstelling tot wat sommigen denken was het juist de onrustige situatie buiten de horecagelegenheden en op het kermisterrein zelf dat het afschaffen van het eerste deuntje op de maandag in de hand werkte.

Kenmerkend voor onze manier van platen draaien in De Dukdalf was, dat bijvoorbeeld een bruiloft met een (stijl)dansavond gepaard kon gaan, zonder dat er een band ingehuurd hoefde te worden. Daar werden dan gelijk (dans)ruimte en budget mee gewonnen. Hiervoor moesten we wel noodgedwongen ook wat Engelstalige en modernere hitsingles gebruiken, waar men niet zo aan gewend was om op te stijldansen. Het kwam dan ook wel eens voor dat ik samen met Marry van Jan Castricum, of met de bruid een quickstep of Engelse wals op een stukje popmuziek moest voordansen, wat vaak tot grote hilariteit leidde. In veel gevallen hebben we naast het huwelijksfeest ook het 12,5-jarige huwelijksfeest voor hetzelfde echtpaar verzorgd en in twee gevallen werd zelfs nog het zilveren huwelijk gevierd.

De fijnste herinneringen heb ik aan de belevenissen tijdens de lange samenwerking met de altijd optimistische en humoristische Dirk Heintzberger die op feestavonden als barkeeper of ober werkte. In mijn ogen een geboren entertainer die helaas in 2015 plotseling en te vroeg overleden is. Wat hebben wij met hem veel meegemaakt en enorm kunnen lachen. Daarover zouden we een boek op zichzelf kunnen schrijven. Misschien komt dat er nog een keertje van. Dirk zou dat in ieder geval verdienen.”

Café 'De Goede Verwachting' van Willem Castricum aan de Heerweg 38 te Bakkum in 1920.
CafĂ© ‘De Goede Verwachting’ van Willem Castricum aan de Heerweg 38 te Bakkum in 1920.

De Goede Verwachting, Heereweg 36

aldus een verhaal van Jan Castricum, dat is opgetekend in De Castricummer van 30 juni 1999.

Van oorsprong was het pand Heereweg 36 een boerderij, waarin Lammert Hageman een herberg annex cafĂ© begon. In 1859 werd deze uitspanning, die ‘De Roskam’ heette, voortgezet door Dirk de Winter sr. (1828-1902). Volgens het boek ‘Historie van Castricum en Bakkum’ van Derk van Deelen zou de herberg op 2 juli 1860 door brand geheel verloren zijn gegaan. Na de herbouw werd Dirk de Winter jr. (1859-1937), onder andere jachtopziener en tuinder van beroep, eigenaar van de zaak van 1902 tot 1905. Het cafĂ© werd vanaf 1905 gerund door Dieuwertje Stroomer, die getrouwd was met schelpenvisser en vrachtrijder Cees Castricum (1861-1925). Het echtpaar woonde vanaf dat jaar aan de Heereweg. Cees, later ook bekend als kastelein, kocht het pand in 1905 en gaf het de naam ‘De Goede Verwachting’. Na zijn overlijden verkocht Dieuwertje het in 1926 aan Johan van der Velden, een cafĂ©houder uit Leiden. Een jaar later kwam hij in financiĂ«le problemen en kocht Dieuwertje het cafĂ© alweer terug tijdens een openbare verkoping. Het pand kwam in 1928 in handen van haar zoon Willem (1887-1953), die achter het cafĂ© een transportbedrijf had.

De familie Castricum met personeel voor De Goede Verwachting rond 1915.
De familie Castricum met personeel voor De Goede Verwachting rond 1915. In het midden met donkere blouse Dieuwertje Stroomer en geheel rechts haar man Cees Castricum.

De crisis trof ook de familie Castricum. ‘De kamers boven het cafĂ© werden in die tijd verhuurd, waardoor de gezinsleden soms op het biljart in slaap moesten zien te raken’,


Jaarboek 39, pagina 64

Een foto uit de jaren 1930, nu met duidelijk de speeltuin in beeld en daarachter de theetuin.
Een foto uit de jaren 1930, nu met duidelijk de speeltuin in beeld en daarachter de theetuin.

Bij het cafĂ© hoorden ook een open terras en een speeltuin. Op een aangrenzend landje kon men tijdens de kermis ‘katknuppelen’. Dit oude volksvermaak was toen echter al niet zo wreed meer als de naam doet vermoeden. Tussen twee palen hing een vat, waarin zich – in plaats van oorspronkelijk een kat – een stukje hout bevond dat ‘de kat’ werd genoemd. Naar dit vat werd gegooid met knuppels of staven. Winnaar werd degene die de kat losgooide van het vat. Tijdens dit spel ging de fles kwistig rond en als toeschouwer kon men maar het beste op een flinke afstand blijven. Tijdens de kermis werd er uiteraard volop gedanst. Dat gebeurde op de klanken van een bijzonder mooi elektrisch pierement. Er stond dan rechts van het cafĂ© een grote tent en de kermisgangers liepen heen en weer tussen cafĂ© Borst en De Goede Verwachting.

Een ploeg die tijdens de kermis meedeed aan het katknuppelen naast De Goede Verwachting.
Een ploeg die tijdens de kermis meedeed aan het katknuppelen naast De Goede Verwachting. Namen voor zover bekend: staand vierde van links Dirk Koppes en vijfde van links Cor de Winter; zittend tweede van links Piet Borst.

Jaarboek 39, pagina 65

Siem Castricum (1926-1992), een van de elf kinderen van Willem en echtgenote Mien Mors, zwaaide met echtgenote Ans Swart de scepter over het café van 1948 tot 1960. Wij spraken met hun oudste zoon Piet (1951), die zich nog een en ander wist te herinneren:
“Mijn vader werkte ook voor het transportbedrijf van de familie, totdat de zaak in 1977 failliet ging. Moeder stond er dus vaak alleen voor, maar zij werd wel met allerlei werkzaamheden geholpen door haar schoonzusters. Als het Bakkummer kermis was moest ik vanwege de drukte met mijn oudste zus Ria uit logeren naar familie in Zijdewind. Voor de muziek huurde mijn vader dan een duo in. Dat pakte elk rondje graag aan, met als gevolg dat de muzikanten aan het eind van de avond zo lam waren dat ze nog maar Ă©Ă©n nummertje konden spelen. Toen heeft vader ze voorgesteld om de jenever maar stiekem achter zich met behulp van een trechtertje in flessen te gieten. Zodoende gingen ze met een aardige voorraad naar huis toe …

Ik weet ook nog goed dat wij een van de eerste waren die televisie hadden die in het cafĂ© stond. Op woensdag- en zaterdagmiddag kwamen de kinderen uit de buurt dan kijken, terwijl hun ouders gezellig aan de bar gingen zitten. Omdat ik boven het cafĂ© sliep en het erg gehorig was, hoorde ik regelmatig bijzondere geluiden als de gemoederen beneden soms wat verhit werden. Er waren in die tijd al gasten die met de auto kwamen. Als die te veel hadden gedronken, eiste mijn moeder hun sleutels op en vervolgens werd taxi ‘Jan Pret’ gebeld om ze naar huis te brengen. Ook mijn ouders hadden het niet breed en daarom gingen we niet echt op vakantie, maar soms wel dagjes weg, bijvoorbeeld naar de Julianatoren in Apeldoorn.
Verder kan ik mij herinneren dat mijn vader onbreekbare glazen had gekocht. Dat was iets nieuws, maar het werd een fiasco want als er een koud biertje in de zon stond spatte het glas in duizenden stukjes uiteen.

Mijn ouders stopten met het cafĂ© in 1960, aangezien mijn moeder het niet meer aankon. Toen werd de zaak overgenomen door de familie Tuin en verhuisde ons gezin naar Heereweg 15. Vanaf die tijd stond het cafĂ© bekend als ‘CafĂ© Tuin’. Jaap Tuin haalde het biljart eruit en plaatste er een grote bar in.”

Een suikerzakje van café Tuin.
Een suikerzakje van café Tuin.

Henk Snabilie werd in 1973 de laatste eigenaar, die het cafĂ© verwaarloosde en gebruikte voor de opslag van speelautomaten. In augustus 1998 werd het pand gesloopt om plaats te maken voor de bouw van een restaurant met bovenwoningen. In 1999 opende barbecuerestaurant Gonzales daar haar deuren. Sinds 2008 was hier restaurant ’t Mirakel van Bakkum’ gevestigd, waarvan Renato Holshuijsen de uitbater was.
Per 1 april 2016 ging de huur van het pand over op Arnold Nijen Twilhaar, die het restaurant voortzette onder de naam ‘De Heerlijkheid van Bakkum’.

Gert van Egmond voor zijn herberg annex café De Onderneming in 1920.
Gert van Egmond voor zijn herberg annex café De Onderneming in 1920.

De Onderneming, Heereweg 12

Over dit pand is aan de hand van verkoopaktes bekend dat er sinds 1905 een ‘koffiehuis’ was gevestigd, waarmee toen ook een cafĂ© werd aangeduid. Uitbaters, die in vergunningen uit die periode worden genoemd, waren Johannes Kamp en Klaas Brantjes. Jo Borst, een broer van Willem Borst, werd in 1913 eigenaar van de woning met winkel en koffiehuis op dit adres. Zijn zwager Gert van Egmond, een tuinder uit Heemskerk, kocht het geheel in 1917 en runde vanaf die tijd samen met zijn vrouw de herberg annex cafĂ© ‘De Onderneming’. Gert werkte op het land en hield zich vooral met de aardbeienteelt bezig.

In 1925 verkocht Van Egmond het huis aan de achterzijde aan Jan Wester, die er een bakkerij begon.
Het horecabedrijf werd beëindigd in 1928. Vanaf 1930 tot 1974 woonden hier achtereenvolgens de bakkers Jan Wester, Toon Huisman en Harry Matze.


Jaarboek 39, pagina 66

Café Duin en Bosch is nog net links achteraan zichtbaar.
Café Duin en Bosch is nog net links achteraan zichtbaar.

Duin en Bosch, Bakkummerstraat tussen 98 en 100

Aan de Bakkummerstraat, op de plaats waar nu de Van der Mijleweg begint, werd in 1905 een cafĂ© gebouwd dat ‘Duin en Bosch’ heette. De eigenaar was Leonardus Burgering, die in de notariĂ«le stukken koffiehuishouder en melkverkoper werd genoemd. Leonardus kreeg al in 1906 financiĂ«le problemen, want op 28 december van dat jaar vond op verzoek van een bank de openbare verkoop van het pand plaats tengevolge van wanbetaling. Het bezit, dat bestond uit een koffiehuis, woonhuis met erf, een doorrijstal en een perceel bouwterrein, werd voor een bedrag van 4.885 gulden gekocht door Albertus Leonardus Burgering, een broer van Leonardus.
Heel veel meer is er over de periode Burgering niet bekend, behoudens dat uit vertellingen van Wim Kuijs (zie 35e Jaarboek, pag. 4) blijkt dat er in het café in 1916 de eerste filmvertoningen plaats vonden.

The Willy Jazzband die in het café van Metzer speelde.
The Willy Jazzband die in het café van Metzer speelde. V.l.n.r. Jaap Castricum, Wim Jacobs, Klaas Nobel en Cees Blei.

Het café werd eind 1925 overgenomen door Anthonius Metzer uit Arnhem. De uitspanning stond bekend door optredens van de in die tijd bekende accordeonist Kees Kranenburg, die tijdens de kermisdagen veel belangstellenden trok. Ook de eerste Bakkumse jazzband met de muzikanten Jaap Castricum, Wim Jacobs, Klaas Nobel en Cees Blei was daar te beluisteren.

Op 15 september 1928 kwam er een einde aan het hotel-café, toen het in brand vloog. In een verhaal van Derk van Deelen over de Bakkummerstraat in het Nieuwsblad voor Castricum van 21 maart 1969 staat hierover:
“De eigenaar, de heer Metzer, was alleen thuis en plotseling stond het pand in lichterlaaie. Metzer stond in zijn ondergoed voor een bovenraam te schreeuwen. De brandweer was snel ter plaatse maar ze kon niets uitvoeren, ze hadden geen water. De heer Metzer sprong uit het bovenraam op de serre en werd door de brandweer op de begane grond geholpen. De burgemeester had angst voor het ontploffen van koolzuurflessen. De kastelein kon hem echter geruststellen, want de flessen waren opgeborgen in de kelder.”

Metzer verhuisde in 1929 met zijn vrouw naar Hamburg en vanwege de aanleg van de Van der Mijleweg werd het pand niet meer herbouwd.
De restanten van het café met de grond werden in hetzelfde jaar in het openbaar verkocht op last van de schuldeisers en de brandverzekering. Een van de schuldeisers was Albertus Leonardus Burgering, die eigenaar was voor Metzer de zaak overnam. Burgering werd door de openbare verkoop opnieuw eigenaar en verkocht het geheel enkele maanden later aan de gemeente.

In dit huis aan de Heereweg 8, dat in 1993 is afgebroken, was café Het Haasje gevestigd.
In dit huis aan de Heereweg 8, dat in 1993 is afgebroken, was café Het Haasje gevestigd.

Het Haasje, Heereweg 8

Dit pand, afgebroken in 1993, stond bekend als de woning van de familie Groentjes, waar dochter Neeltje op 6 oktober 1799 tijdens de Slag bij Castricum werd doodgeschoten. Nadat het huis een paar keer was doorverkocht, werd Pieter Zonneveld eigenaar in 1870. Hij verhuurde het pand aan zijn broer Hendrik, die er een cafĂ© begon. Nadat Hendrik Zonneveld overleed in 1875, werd het cafĂ© door zijn vrouw Trijntje Boon voortgezet tot 1888. Toen nam Floris Twisk het van haar over en gaf daaraan de naam ‘Het Haasje’. Op de buitenmuur zou volgens het boek van Derk van Deelen te lezen zijn geweest:

‘Het Haasje geswint.
Kom binnen mijn vrind.
Wie niet met droge keel wil lopen,

Kan in ’t Haasje een borreltje kopen.’


Jaarboek 39, pagina 67

Floris Twisk overleed in 1889 en vanaf die tijd werd de zaak gerund door zijn echtgenote Bet Castricum. Het cafĂ© heette toen in de volksmond ‘CafĂ© van Bet van Floor’. Ondanks de krappe ruimte werd er ook tijdens de kermis gedanst. In 1903 nam Jan Zonneveld de huur van het cafĂ© van Bet over, tot de zaak in 1908 werd opgeheven. De drankvergunning werd verkocht aan Jan Kamp, die de vergunning gebruikte voor eerdergenoemd cafĂ© De Onderneming aan de Heereweg 12.

Hendrik Zonneveld, zoon van de eigenaar Pieter Zonneveld, trouwde in 1908 en ging wonen in het voormalige café. Hendrik bleef er wonen tot 1936. Direct daarna werd het pand bewoond door Jan de Ruijter, die het in 1957 kocht en er tot 1974 woonde. Het pand kwam daarna nog in handen van twee leden van de familie De Ruijter.

Café Peijs in 1907.
Café Peijs in 1907.

Peijs, Van Oldenbarneveldweg 2

Klaas Peijs (1876-1939) was sigarenhandelaar, koopman, manufacturier, brievengaarder en caféhouder.
Vanaf 1905 bewoonde hij op de hoek van de Bakkummerstraat en de Van Oldenbarneveldweg (toen Bergerweg geheten) een groot wit woon- en winkelhuis, waarin Klaas een café had. Dat brandde af in 1911, waarna hij op deze plek een nieuw pand met daarin een textielzaak en een hulppostkantoor liet bouwen. Het café heeft dus maar zes jaar bestaan. In de loop der tijd waren er diverse winkels in het pand gevestigd, zoals een sigaren- en een groentezaak. Al geruime tijd wordt het volledig als woning gebruikt.

De laatste ronde

Dit artikel laat zien dat Bakkum in vroegere tijden een bloeiende cafétijd heeft gekend. Nu vinden we er alleen nog restaurants en hotels. Zelfs de bruine kroeg van Borst heeft het onderspit moeten delven. Het is alweer lang geleden dat men van café tot café kon gaan en er in De Goede Verwachting de volgende spreuk boven de bar hing:
“Toen Mozes op de rotsen klopte, gebeurde het wonder dat het water dropte. Maar een groot wonder gebeurt er hier, want als men klopt dan komt er bier.”

Hans Boot
Arend Bron

Bronnen:

  • Archief gemeente Castricum (drankvergunningen).
  • Deelen, D. van, Historie van Castricum en Bakkum, 1973.
  • Edities Alkmaarsche Courant, De Castricummer, Nieuwsblad voor Castricum en Noord-Hollands Dagblad.
  • Heideman H., De oude generatie van Bakkum en Castricum (1900-1940), 1982.
  • Heideman H., De oude generatie van Bakkum en Castricum Deel 2 (1900-1950), 1994.
  • NotariĂ«le archieven.
  • Ruijter W. Jzn., Q de, Schippers van het Stet, 1974.
  • Ruyter, L. de, Hotel Borst 100 jaar, 2015.
  • Stichting Werkgroep Oud-Castricum, Castricum-Bakkum in vervlogen jaren Deel 1, 1996.

Met dank aan:
William Borst, Jan Castricum, Marry Castricum – Tuin, Piet Castricum, Agaath de Groot, Cor Mooij en Menno Twisk.

Koninklijk Landgoed Bakkum deel 2 (Jaarboek 39 2016 pg 17-22)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over Bakkum:
Bakkum, de Heerlijkheid en zijn ambachtsheren – Bakkum, einde gemeenteBakkum in de 18e eeuwBakkum omstreeks 1830Bakkum na 1930, de huizen en hun bewonersBakkum, vijftig jaar kerkBewoningsgeschiedenis Bakkum NoordBoenstraatje te BakkumCafĂ©s en kasteleins in BakkumKampeerterrein BakkumKermis in BakkumKlompenbuurt in BakkumKoninklijk Landgoed Bakkum (deel 1)Koninklijk Landgoed Bakkum (deel 2)Ongevallen in Bakkum


Jaarboek 39, pagina 17

Koninklijk Landgoed Bakkum (deel 2)

Het aanzien van het duingebied is het resultaat van natuurlijke processen en menselijk handelen. Er werd gejaagd, er vond akkerbouw plaats, vee graasde in de duinen en er werd zand afgegraven. Voor dit alles was toestemming nodig van de duineigenaar, veelal van adel of een rijk geworden koopman.
In 1829 kocht koning Willem I het duingebied achter Bakkum aan voor ontginningsdoeleinden. Vooral in die periode is het menselijke ingrijpen in het duinmilieu groot geweest. Na koning Willem I was landgoed Bakkum nog twee generaties lang koninklijk bezit.

Prins Frederik der Nederlanden (1797-1881).ï»ż
Prins Frederik der Nederlanden (1797-1881).

Prins Frederik der Nederlanden (1797-1881)

Na het overlijden van koning Willem I in 1843 te Berlijn is bij de verdeling van de nalatenschap de Bakkumse bezitting eigendom geworden van zijn tweede kind prins Willem Frederik Karel. Deze prins Frederik werd in 1797 in Berlijn geboren. Tijdens zijn leven bekleedde hij meerdere militaire functies. Zo nam hij ook deel aan het beleg van Brussel in 1830. In 1825 trouwde hij met zijn nicht Louise van Pruisen. Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren, waarvan zijn twee zonen jong zijn overleden. In 1840 trok hij zich terug uit het openbare leven en ging op zijn landgoed De Paauw in Wassenaar wonen. Hij heeft daar tot aan zijn dood in 1881 gewoond. Prins Frederik bezat behalve landgoed De Paauw nog veel meer buitenplaatsen. Zo bemachtigde hij in die tijd ook de Drie Papegaaien, Ter Horst, Groot Haesebroek, Backershagen, de Hertekamp, Raaphorst en Eikenhorst.

Voorzijde van het in classicistische stijl gebouwde landhuis De Paauw. Na de aankoop door de gemeente Wassenaar in 1925 is het landhuis in gebruik als raadhuis.
Voorzijde van het in classicistische stijl gebouwde landhuis De Paauw. Na de aankoop door de gemeente Wassenaar in 1925 is het landhuis in gebruik als raadhuis.

Het vervolg

Over 1843 en de verdere eigendomsperiode van prins Frederik zijn niet zulke uitvoerige gegevens over het landbouwbedrijf op landgoed Bakkum bekend als daarvoor. De schaarse gegevens die wel beschikbaar zijn, zijn van belang omdat daarmee de voorspelling waaraan Gevers zich in zijn bekroonde verhandeling had gewaagd, globaal is te toetsen. Volgens Gevers waren de duinbezittingen tot rentegevende bezittingen te maken. Geconcludeerd kan worden dat de Bakkumse onderneming boven de koopsom van rond 23.000 gulden en gedurende de jaren 1829-1849 een investering van 100.000 gulden, vijftig jaar na het ontginningsavontuur als de hoogste netto-opbrengst 3.000 gulden opleverde. Dat is gerekend over het gehele areaal van rond 1000 hectare gemiddeld 3 gulden per hectare.
Over de resultaten van de exploitatie van het aangrenzende duinterrein van Gevers zijn ook geen reeksen gegevens over een langere periode bekend. Ook Gevers zal hier nauwelijks voor zijn energie en durf beloond zijn geworden met rentabiliteit van zijn bezitting. Gevers is in zijn duinterrein niet overgegaan tot stichten van nieuwe landbouwbedrijven met gebouwen. De uit omstreeks 1770 daterende boerderij De Brabantse Landbouw is in het Geversduin dan ook de enige gebleven. Ook heeft Gevers de schapenhouderij op het grondgebied van de koning


Jaarboek 39, pagina 18

bevorderd. Uit een brief aan Van Lennep blijkt dat Gevers ten noorden van de boerderij in 1852 wel een nieuwe schaapskooi heeft laten bouwen. Aan de veeverkopingen op Johanna’s Hof werd ook met vee uit het Geversduin deelgenomen en de houtverkopingen werden eveneens gezamenlijk gehouden. Omdat de ontwatering en aanleg van duinwegen op elkaar waren afgestemd, kan gesproken worden van Ă©Ă©n groot exploitatieplan van de valleien in een aaneengesloten duingebied van rond 1700 hectare groot. Het is daarmee het grootste ontginningsexperiment dat ooit in de duinen is ondernomen. De duinontginningen onder Bakkum en Castricum hebben nog een voortzetting gehad tot in het zuiden van het duingebied van Egmond, op de gronden nabij de nu nog bestaande duinboerderij Berwout. Schapenhouderij en akkerbouw leverden hier eens een bestaan op. Echt florerend zijn de duinboerderijen nooit geweest.

Prinses Marie von Wied en haar echtgenoot, geportretteerd in 1896 (Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie).
Prinses Marie von Wied en haar echtgenoot, geportretteerd in 1896 (Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie).

Marie, prinses Von Wied, Prinses der Nederlanden (1841-1910)

Na het overlijden van prins Frederik in 1881 ging het totale Bakkumse bezit naar zijn dochter, prinses Marie von Wied. Prinses Marie (Wilhelmina Frederika Anna Elisabeth Maria), geboren op 5 juli 1841 in Huize De Paauw te Wassenaar, was de tweede en jongste dochter van prins Frederik en zijn vrouw prinses Louise van Pruisen. Haar ouders hoopten haar uit te huwelijken aan de prins van Wales, de latere Britse koning Eduard VII. Maar die verbintenis ging niet door. Op 30-jarige leeftijd huwde prinses Marie in 1871 met prins Wilhelm Adolph Maximilian Carl von Wied (1845-1907), de vijfde vorst van Wied en een Duits militair. Het paar kreeg vier zonen, waarvan één jong is overleden, en twee dochters. Hun twee dochters zijn ongehuwd gebleven. Marie en Wilhelm woonden afwisselend in Duitsland, op het familieslot Neuwied en op Huize De Paauw in Wassenaar, dat Marie van haar vader had geërfd.

Schloss Neuwied in 1860. Het landhuis is nog steeds van de familie Von Wied. (P.Vogel, sammlung Alexander Duncker)
Schloss Neuwied in 1860. Het landhuis is nog steeds van de familie Von Wied. (P.Vogel, sammlung Alexander Duncker)

Als derde in de lijn van opvolging kon prinses Marie aanspraak maken op de Nederlandse troon. Dat was eind 19e eeuw geen formaliteit, want het Huis Oranje-Nassau dreigde uit te sterven. In de opvolgingskwestie kwam verandering door de geboorte van prinses Wilhelmina. Na de dood van koning Willem III zou zijn dochter Wilhelmina op de troon komen. Na de geboorte van Juliana vervielen ook voor de zonen van prinses von Wied de aanspraken op de troon.

Jachthuis Fochteloo, gebouwd in 1890.
Jachthuis Fochteloo, gebouwd in 1890.

Ook over de periode dat prinses Von Wied eigenaresse was van landgoed Bakkum is weinig bekend. Prinses Marie had de jacht verpacht aan baron Van Zuylen van Nijevelt. Aan de rechterkant aan het begin van de Zeeweg staat het voormalige jachthuis, dat in 1890 in opdracht van de baron als jachthuis en woning voor de jachtopziener werd gebouwd. Blijkbaar had de bouw de instemming van de prinses. Het huis droeg de naam Fochteloo, de geboorteplaats van deze jachtopziener, Albertus van der Wolff.

Landgoed Bakkum te koop

In 1903 werden haar omvangrijke goederen in Nederland te koop aangeboden, zo ook landgoed Bakkum. De provincie Noord-Holland had eerst alleen belangstelling voor een langs de binnenrand gelegen gedeelte, ongeveer 80 hectare groot. Die belangstelling had te maken met de voorgenomen bouw van een provinciaal ziekenhuis voor zwakzinnigenverpleging, het latere Duin en Bosch. Midden 1903 kwam de aankoop tot stand voor 54.000 gulden. De provincie kreeg echter ook de gelegenheid een bod uit te brengen op het overige deel van het landgoed, 970 hectare groot. Het kwam tot een akkoord. Op de laatste dag van hetzelfde jaar vond de eigendomsoverdracht plaats voor de som van 240.000 gulden. Na meer dan 70 jaar kwam daarmee een einde aan het koninklijk bezit van landgoed Bakkum.


Jaarboek 39, pagina 19

In het begin veranderde er weinig. Het vaste personeel, een opzichter en twee werklieden die in dienst waren van de prinses, werd door de provincie overgenomen. Marie, prinses Von Wied, is in 1910 te Neuwied overleden. In 1925 verwierf de gemeente Wassenaar landhuis De Paauw en een gedeelte van de gronden. Het landhuis werd als raadhuis in gebruik genomen en die functie heeft het nog steeds.

Het einde van het agrarische duingebruik

Na overname van landgoed Bakkum is het jachthuis Fochteloo gedeeltelijk in gebruik geweest als kantoor van de Provinciale Landgoederen. Later is die naam overgegaan op het PWN-kantoor op de hoek Van Oldenbarneveldweg-Zeeweg, de vroegere geneesheer-directeurswoning van het Provinciaal Ziekenhuis Duin en Bosch. Aanvankelijk werd de exploitatie van landgoed Bakkum door de provincie op dezelfde voet voortgezet, maar het einde van het agrarische gebruik van de ontginningsgronden kwam al in zicht. De veehouderij op Van Lennepsoord, zo genoemd naar commissaris van Lennep, werd al in 1880 beëindigd. Ook de akkerbouw liep terug. Latere bewoners van de boerderij hebben nog bijverdiensten gezocht in de schelpenvisserij en ongeoorloofde wildvangst. De boerderij werd een tijd in tweeën bewoond door twee verschillende families Zonneveld. Als laatste bewoners verlieten zij in 1929 de boerderij die spoedig daarna is afgebroken. Met het bedrijf, dat eens op de gronden bij het Commissarishuis werd uitgeoefend, is het niet veel beter gegaan. De bewoners hebben eerst nog enige gronden buiten het duingebied in gebruik gehad en ook een nevenverdienste in de schelpenvisserij gezocht. In de jaren 1923-1925 is de zandweg, nu de Zeeweg, bestraat. Toen het gedeelte van de Zeeweg tot aan het Commissarishuis gereed was, kwam de recreatieve trek naar het strand op gang.

De zuidwesthoek van boerderij Johanna’s Hof. De boerderij is hier nog in agrarisch gebruik.
De zuidwesthoek van boerderij Johanna’s Hof. De boerderij is hier nog in agrarisch gebruik.

Gerrit Zonneveld en zijn gezin hebben van deze ontwikkelingen kunnen profiteren door de verkoop van verfrissingen aan passanten. Buiten gezette stoelen, tafeltjes en banken gaven aan het Commissarishuis in die dagen het aanzien van een geïmproviseerde uitspanning. Na de bestrating van de Zeeweg tot aan het strand en de opkomst van strandexploitatie bij Castricum aan Zee liepen de inkomsten terug. Ook het in opdracht van de provincie gebouwde restaurantbedrijf Johanna’s Hof leidde bij het Commissarishuis tot omzetverlies. In de oorlog moest het Commissarishuis op last van de bezetter worden ontruimd. Na de bevrijding kwamen er geen nieuwe bewoners en vond in 1946 afbraak plaats. Boerderij Johanna’s Hof was omstreeks 1920 agrarisch niet meer van belang. Het pand werd het laatst bewoond door de familie Twisk en werd in 1927 gesloopt. In de plaats van de boerderij kwam in 1933 aan de overkant van de Johannisweg het hiervoor al genoemde gelijknamige restaurant.

Foto van omstreeks 1908 van de familie Mooij bij de ‘Schaapherderswoning’.
Foto van omstreeks 1908 van de familie Mooij bij de ‘Schaapherderswoning’.

De Kroftwoning was al in 1914 onder de slopershamer gevallen. De laatste bewoners waren de families De Ruijter en Zonneveld. Het grote speelveld aan de Van Speykweg behoorde bij deze boerderij. In 1908 verhuisde de familie Mooij van de ‘Schaapherderswoning’ naar boerderij Zeeveld. Tot de sloop in 1914 werd de ‘Schaapherderswoning’ door de familie Brasser bewoond. Tot deze boerderij behoorde de grote open vlakte die nog steeds de ‘Wei van Brasser’ wordt genoemd, naar de laatste pachter van dit boerenbedrijf. Tot ver in de 20e eeuw werd de grond nog als los bouwland verpacht aan landbouwer Lanser uit de Haarlemmermeer. In het begin van 1997 is er een natuurbouwproject gerealiseerd. De door bemesting ontstane monotone begroeiing van voornamelijk duinriet werd verwijderd door het afgraven van de toplaag tot aan het schrale kalkrijke duinzand. Daarna werd meer reliĂ«f in het gebied aangebracht, op enkele plaatsen tot op het grondwaterniveau.


Jaarboek 39, pagina 20

Het voormalige boerderijtje De Kwekerij op het terrein van Duin en Bosch. De open kapberg, voor opslag van hooi, is verdwenen.
Het voormalige boerderijtje De Kwekerij op het terrein van Duin en Bosch. De open kapberg, voor opslag van hooi, is verdwenen.

Het boerderijtje de Kwekerij was tot de beginjaren van de 20e eeuw een gemengd bedrijfje met wei- en akkerland. Het werd bewoond door de familie Hogenstijn. Toen het gebied werd bestemd voor de bouw van een psychiatrische inrichting, bleef het boerderijtje voor de slopershamer gespaard en heeft het verschillende functies gehad. Het is een opslagplaats geweest voor landbouwproducten en tuingereedschap, een theehuis voor patiĂ«ntenbezoekers en na een restauratie bij het 60 jarig bestaan van Duin en Bosch in 1969 zelfs in gebruik genomen als museum. In dit museum kon de collectie worden bekeken die betrekking had op de geschiedenis van de psychiatrische inrichtingen Medemblik en Duin en Bosch. De collectie is later overgegaan naar het nationaal museum van de psychiatrie Het Dolhuys in Haarlem. Vanaf 2008 tot eind 2013 is het boerderijtje in gebruik geweest als een kleinschalige horecavoorziening onder de naam Het Oude Theehuys. In 2015 is de voormalige boerenwoning verbouwd en uitgebreid tot woonhuis.

Berwout bestaat nog en houdt daarmee de herinnering levend aan vroegere bedrijvigheid in het zuidelijke gedeelte van het terrein Egmond. In het begin van de 21e eeuw is in het kader van natuurontwikkeling het aanliggende voormalige landbouwgebied, het Doornvlak, van de bovenlaag ontdaan en van een meer natuurlijk reliëf voorzien. Schotse hooglanders komen er hun dorst lessen aan de rand van een gegraven plas.

Schotse hooglanders in het Doornvlak.
Schotse hooglanders in het Doornvlak.

Het langst heeft veehouderijbedrijf Zeeveld stand gehouden. Het voortbestaan van dit bedrijf was echter niet uitsluitend gebaseerd op het gebruik van duinland, maar vooral op weidegronden in de polder, ook in eigendom van de provincie. Uiteindelijk was het in 1968 ook met boerderij Zeeveld als agrarisch bedrijf gedaan. De gronden die bij deze boerderij behoorden, inclusief de gronden achter Zeeveld, zijn deel gaan uitmaken van het agrarische bedrijf Van Tienhoven Hoeve. De familie Mooij verhuisde van Zeeveld naar deze vergrote boerderij aan de Heereweg. Nadat Zeeveld zijn agrarische bestemming had verloren, was het pand een aantal jaren in gebruik als Amsterdams kindervakantieverblijf. Daarna was het een poos gekraakt. Met behulp van de Mobiele Eenheid vond op maandag 4 juni 1984 ontruiming plaats. De ontruiming had te maken met de verkoop door de provincie aan de Amsterdamse Stichting Meditatiehuis Jan 17. Sinds 1984 is deze stichting onder de veranderde naam van Stichting Jan 17 in Zeeveld gehuisvest.

Een mysterieuze boerderij

Er stond ook een boerderij achter de voormalige directeurswoning van Provinciaal Ziekenhuis Duin en Bosch, nu Fochteloo, op de hoek Zeeweg-Van Oldenbarneveldweg. Een boerderij daar, gelegen aan de binnenduinrand en zover van de zeereep, met de naam Zeeduin ligt niet


Jaarboek 39, pagina 21

voor de hand. Toch wordt deze boerderij in een akte van 3 oktober 1829 zo genoemd en ook nog met vermelding van de kadastrale aanduiding sectie B, nummer 11. Hiermee is de boerderij op de kadastrale kaart terug te vinden en blijkt bovengenoemde locatie te kloppen. Deze boerderij bestond dus al voor de aankoop van landgoed Bakkum door koning Willem I.
Opmerkelijk is dat Jelles in zijn ‘Geschiedenis van beheer en gebruik van het Noordhollands Duinreservaat’ het Zeeduin drie keer noemt, maar deze boerderij niet op het kaartje in zijn boek staat aangegeven. Van Deelen noemt de boerderij in zijn ‘Historie van Castricum en Bakkum’ (1973) de boerderij van de weduwe Asjes en anderen zijn hem daarin gevolgd. De boerderij werd echter niet het laatst door de weduwe Asjes bewoond, want na haar vertrek in 1900 wordt Jacob Jacobsz Kuijs de nieuwe huurder.

Boerderij Zeeduin, ook wel de boerderij van de weduwe Asjes genoemd. De weduwe Asjes staat links op de foto. De boerderij stond aan het begin van de Zeeweg nabij de voormalige directeurswoning van Provinciaal Ziekenhuis Duin en Bosch, nu Fochteloo. De foto zou dateren van 1892.
Boerderij Zeeduin, ook wel de boerderij van de weduwe Asjes genoemd. De weduwe Asjes staat links op de foto. De boerderij stond aan het begin van de Zeeweg nabij de voormalige directeurswoning van Provinciaal Ziekenhuis Duin en Bosch, nu Fochteloo. De foto zou dateren van 1892.

Jacob Kuijs betaalde 600 gulden aan pacht. Dit was verreweg de hoogste pacht die door een duinboer moest worden betaald. Voor boerderij Johanna’s Hof werd toen door Willem Twisk 200 gulden aan pacht betaald. Het grote verschil tussen de pachtsommen kan te maken hebben met het feit dat Kuijs de beschikking had over veel goede grond in de polder.
Voorafgaand aan de verkoop van grond aan de provincie schrijft op 13 oktober 1902 de zaakwaarnemer (notariskantoor Dietz en Verkoren in Den Haag) van prinses Von Wied aan mr. G. van Tienhoven, commissaris der Koningin in de provincie Noord-Holland, dat als de provincie kiest voor de bouw van een nieuwe boerderij voor Kuijs en de afbraak van de oude woning, de provincie een bedrag van 5.000 gulden moet betalen. Kiest de provincie voor de bouw van een nieuwe boerderij en het ter beschikking houden van de bestaande woning, dan moet een bedrag van 5.500 gulden worden betaald.

Hieruit kan begrepen worden dat de prinses, op haar eigendom, een vervangende boerderij laat bouwen die door de provincie wordt (mede)gefinancierd. Op 2 november 1902 meldt de zaakwaarnemer van de prinses aan de provincie dat de heer Kuijs bereid is af te zien van de huur van de te verkopen bezittingen, nodig voor de bouw van Duin en Bosch. Uit het concept koopcontract d.d. 4 juni 1903 blijkt dat de verkopende partij het belang van boer Kuijs niet uit het oog heeft verloren door het opnemen van de bepaling:
“Dat de koopster (de Provincie) haar gekochte onder gestanddoening der loopende huurovereenkomsten van enkele percelen, op heden aanvaardt, met uitzondering van de woning en verdere opstal, zich bevindende op het kadastrale perceel nummer 567 en van het daarbij gebruikt wordende erf, dat bij den tegenwoordigen bewoner Jacob Kuijs Jacobszoon in gebruik moet blijven uiterlijk tot den eersten September negentienhonderd drie of zooveel vroeger als de woning, welke elders op de bezittingen van de Hooge Verkoopster (de prinses) voor hem gebouwd wordt, ter bewoning gereed zal zijn.”

Met de aanleg van wat nu de Van Oldenbarneveldweg is, is in de eerste helft van de 19e eeuw de grote bocht in


Jaarboek 39, pagina 22

de route Castricum-Egmond eruit gehaald. Daardoor is de boerderij Zeeduin ten westen van de doorgaande weg komen te liggen en is het kadasternummer gewijzigd in sectie B 698. In 1882 vinden er enkele perceelscorrecties plaats en worden de percelen ten westen van de Heereweg overgeheveld naar sectie D; de boerderij krijgt nummer 567. Hiermee is het raadsel van de wijzigende kadastrale nummers opgelost.

De ligging van boerderij Zeeduin op de kadastrale kaart van 1832, getekend door F.J. Nautz, met daarop de voor 1841 gewijzigde route van Castricum naar Egmond, waardoor de boerderij aan de westkant van deze wegverbinding is komen te liggen.
De ligging van boerderij Zeeduin op de kadastrale kaart van 1832, getekend door F.J. Nautz, met daarop de voor 1841 gewijzigde route van Castricum naar Egmond, waardoor de boerderij aan de westkant van deze wegverbinding is komen te liggen.

Aanvankelijk zou de Van Tienhoven Hoeve op 1 augustus 1903 opgeleverd worden, maar wegens een spoorwegstaking in dat jaar moet later met de bouw worden begonnen en wordt de oplevering gesteld op 1 september 1903. Lang heeft Jacob Kuijs niet op de Van Tienhoven Hoeve gewoond, want in 1906 wordt de boerderij door de familie Beentjes bewoond

.In 1907 werden op de hoek van de Zeeweg-Van Oldenbarneveldweg de directeurswoning en de tuinbaaswoning gebouwd. Na opheffing van de agrarische functie heeft Zeeduin enkele jaren dienst gedaan als bergplaats en als onderkomen voor het tuinpersoneel van het ziekenhuis. Omdat de boerderij niet paste tussen de directeurswoning en de tuinbaaswoning, zou deze al voor 1914 zijn gesloopt.

Besluit

De verdroging als gevolg van de drinkwaterwinning zal zeker bijgedragen hebben aan de beĂ«indiging van het agrarische duingebruik. In 1924 kwam het hoofdpompstation achter Johanna’s Hof gereed en in het Bakkumse en Castricumse duingebied werden kleine pompstations in gebruik genomen die het grondwater uit de duinen gingen onttrekken. Door andere waterwin- en zuiveringstechnieken, waarbij voorgezuiverd water uit het IJsselmeer wordt ingelaten, is aan de verdroging van de duinen een einde gekomen. Maar ook zonder verdroging zouden de agrarische duinbedrijven door hun kleinschaligheid niet meer hebben kunnen bestaan.

Sporen uit het landbouwverleden zijn in het Bakkumse en Castricumse duingebied nauwelijks nog te vinden. De oplettende duinbezoeker vindt hier en daar nog een sloot of restanten van wallen. Een groot gedeelte van de voormalige landbouwgronden is in de jaren (negentien)dertig van de vorige eeuw in het kader van werkverschaffing met bomen beplant. Een gedeelte van het voormalige Castricumse ontginningsgebied is ingericht als infiltratiegebied voor de drinkwaterwinning. De overgebleven duinakkertjes kregen de bestemming ‘speelveld’ en grotere vlakke terreingedeelten zijn recentelijk omgevormd tot ‘natte’ natuur. In het Koningskanaal zijn dammen gelegd om het water zo lang mogelijk in de duinen vast te houden.

Als onderdeel van het project Schoonwatervallei is de Diepe Sloot in het najaar van 2012 uitgebaggerd en van een schone zandbodem voorzien. Het doel hiervan is dat helder duinwater via deze sloot, een pijpleiding en een klein aquaduct wordt geleid naar de natuurgebieden Zeerijdtsdijkje en de Hooge Weide, gelegen in de duinrandpolder aan de oostkant van Bakkum. Voor het overige hebben mens en natuur de omvangrijke ontginningsactiviteiten van weleer toegedekt. Het Bakkumse en Castricumse duingebied is nu een onderdeel van het uitgestrekte Noordhollands Duinreservaat.

Ernst Mooij

Bronnen:

  • Blom, P., De stolpboerderijen in Castricum en Bakkum (7e deel), 33e Jaarboek Oud-Castricum (2010);
  • Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (Prins Frederik);
  • Jelles, ir. J.G.G., Geschiedenis van beheer en gebruik van het Noordhollands Duinreservaat (1968);
  • Kistermann, drs. H., Aspekten van de gebruiksgeschiedenis van het duinterrein Bakkum. Een historische verkenning ten behoeve van het natuurbeheer (1989) Archief PWN, Velserbroek;
  • Ruijter, Q. de, Over duinboerderijen en haar bewoners, 4e Jaarboekje Oud-Castricum (1981);
  • Zuurbier, S., De geschiedenis van Johanna’s Hof, 27e Jaarboek Oud-Castricum (2004);
  • Zuurbier, S., Beschikbaar gestelde kadastrale gegevens en aantekeningen, o.a. uit het Provinciaal archief Noord-Holland te Haarlem.

Koninklijk Landgoed Bakkum deel 1 (Jaarboek 38 2015 pg 25-32

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over Bakkum:
Bakkum, de Heerlijkheid en zijn ambachtsheren – Bakkum, einde gemeenteBakkum in de 18e eeuwBakkum omstreeks 1830Bakkum na 1930, de huizen en hun bewonersBakkum, vijftig jaar kerkBewoningsgeschiedenis Bakkum NoordBoenstraatje te BakkumCafĂ©s en kasteleins in BakkumKampeerterrein BakkumKermis in BakkumKlompenbuurt in BakkumKoninklijk Landgoed Bakkum (deel 1)Koninklijk Landgoed Bakkum (deel 2)Ongevallen in Bakkum


Jaarboek 38, pagina 25

Koninklijk Landgoed Bakkum (deel 1)

Het duingebied, zoals wij dat nu kennen, is het resultaat van natuurlijke processen en van de invloed die de mens er eeuwenlang op heeft gehad. Er werd gejaagd, geplant, vee geweid en zand afgegraven, voor zover de duineigenaar dit toestond. Eigenaren waren veelal adellijke families. Het duingebied achter Bakkum was zelfs drie generaties lang koninklijk bezit. Vooral in die periode zijn de ingrepen in het duinmilieu groot geweest.

Koninklijk bezit

Koning Willem I kocht in 1829 het Bakkumse duingebied uit de nalatenschap van Abraham Barnaart, grootgrondbezitter. Ook het aan de zuidzijde grenzende terrein van jhr. Lucas Boreel werd aangekocht. Verschillende namen verwijzen naar het vroegere koninklijk bezit. Een stuk duingebied wordt Koningsduin genoemd. De waterloop langs de Zeeweg, tussen het fietspad en de rijweg, draagt de naam Koningskanaal. Een noordelijker gelegen stuk bebost duinterrein heet Koningsbosch, waarnaar de vroegere jeugdherberg Koningsbosch werd vernoemd. Een van de bospaden in het duingebied achter Bakkum draagt de naam Van Wiedlaan, zo genoemd naar prinses Von Wied die ook eigenaresse van de Bakkumse duinen is geweest en een kleindochter was van koning Willem I.

Koning Willem I, voorstudie van het portret voor het Amsterdamse stadhuis (1816) van Charles Hodges (Rijksmuseum). Koning Willem I, geboren in 1772 in Den Haag als prins Willem Frederik, werd na de Franse tijd in 1813 koning der Nederlanden (Nederland en België).
Koning Willem I, voorstudie van het portret voor het Amsterdamse stadhuis (1816) van Charles Hodges (Rijksmuseum). Koning Willem I, geboren in 1772 in Den Haag als prins Willem Frederik, werd na de Franse tijd in 1813 koning der Nederlanden (Nederland en België).

Koning Willem I (1772-1843)

Nadat keizer Napoleon in 1813 bij Leipzig was verslagen, werd erfprins Willem Frederik gevraagd vanuit Engeland naar Nederland terug te keren. Op 2 december van dat jaar werd hij uitgeroepen tot soeverein vorst: koning Willem I. In 1815 werden de voormalige Oostenrijkse Nederlanden (het huidige BelgiĂ«) met het grondgebied van de Oude Republiek verenigd om te dienen als buffer tegen het verslagen Frankrijk. Zo ontstond het Verenigd Koninkrijk. De combinatie van industrieland BelgiĂ« en handelsland Nederland vond koning Willem I erg belangrijk. De energieke Willem, met als bijnaam ‘koning-koopman’, probeerde in zijn koninkrijk de economie te stimuleren. Hij liet kanalen graven en wegen aanleggen en had veel belangstelling voor ondernemingen op allerlei gebied, waarmee ook de werkgelegenheid verbeterd kon worden. Hij schroomde niet om met eigen financiĂ«le middelen aan projecten deel te nemen. Op het gebied van beheer en exploitatie van ontginningsprojecten had hij een leerschool doorlopen. Na in 1795 uit Den Haag te zijn vertrokken, kocht hij in 1797 en 1798 in het westen van Polen omvangrijke goederen. Hier werden vele experimenten op het gebied van ontginning, kolonisatie en schapenhouderij ondernomen. Later verwierf hij nog bezittingen in SileziĂ«, ook in Polen. Tijdens zijn koningschap kocht Willem ook in Nederland gronden aan. Zelf trad hij ook op als investeerder, zoals met de aankoop van landgoed Bakkum zal blijken.

Ondanks zijn zakelijke en commerciële activiteiten viel de koning bij de Belgen niet in de smaak. In 1830 brak er een opstand uit. Willem stuurde er een leger op af, maar dat mocht niet baten; België werd onafhankelijk. Pas in 1839 erkende Willem I de Belgische onafhankelijkheid. Een jaar later deed hij diep teleurgesteld afstand van de troon en vestigde hij zich in Berlijn. Hij werd opgevolgd door zijn oudste zoon koning Willem II.

Grondaankopen

Bij Koninklijk Besluit van 18 augustus 1829 machtigde koning Willem I de Amsterdamse makelaar Jan Twisk Cornelisz om op de openbare verkoping van 22 augustus te Beverwijk duinpercelen te Bakkum aan te kopen van de erfgenamen van Abraham Barnaart. Laatstgenoemde werd op 15 augustus 1754 te Haarlem geboren, was woonachtig in Amsterdam en overleed op 23 mei 1829 te Lisse.

Boerderij Zeeveld rond 1930. Toen koning Willem I in 1829 eigenaar werd van de duin gronden achter Bakkum, bestond de boerderij al. De schuur met varkensstal en hooiberging werd in 1928 bijgebouwd met afbraakmateriaal van de ontginningsboerderij Johanna’s Hof.
Boerderij Zeeveld rond 1930. Toen koning Willem I in 1829 eigenaar werd van de duin gronden achter Bakkum, bestond de boerderij al. De schuur met varkensstal en hooiberging werd in 1928 bijgebouwd met afbraakmateriaal van de ontginningsboerderij Johanna’s Hof.

De aankoop betrof de volgende drie duinpercelen:

  1. Een huis met stalling, schuur enz., een perceel duinen en annex wei-, teel-, en bosland genaamd het Zeeveld, staande en gelegen te Bakkum in de gemeente Castricum, samen groot ruim 490 hectare;
  2. Een huis met stalling, schuur enz., een perceel duinen en annex wei- en duinland genaamd het Zeeduin, staande en gelegen in de gemeente Castricum, samen groot ruim 183 hectare;
  3. Een stuk bosland, genaamd Jan Blommenkroft, liggende aan de Baccummerweg in de gemeente Castricum, groot bijna 1,5 hectare.

Ook het aan de zuidzijde grenzende bezit van jhr. Lucas Boreel (1780-1854) werd aangekocht. Hierop stond een boerenwoning, die nu (in 2015) nog te zien is als Oude Huys op landgoed Duin en Bosch. Lucas Boreel was houtvester en lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland en woonde te Beverwijk. Boreel had bij de verkoop van zijn


Jaarboek 38, pagina 26

bezit bedongen dat hij zijn leven lang het recht op de jacht zou behouden. Het jachtrecht op de aangekochte gronden van Barnaart werd aan Boreel verhuurd. Eigenlijk werd daarmee het jachtrecht gecontinueerd, want ook voor die tijd was het jachtrecht in dit duingedeelte aan Boreel en de heer Deutz van Assendelft verhuurd. Uit de bovengenoemde aankopen ontstond het 1000 ha grote landgoed Bakkum. De totale aankoopsom, inclusief de kosten van overdracht en dergelijke, bedroeg 22.671,80 gulden. Notaris Jan de la Chambre Karshoff was met de verkoop van alle bovengenoemde landgoederen belast.
Blijkbaar waren de aankopen en de ontginningsplannen al lang van te voren voorbereid, want de in 1829 door de koning benoemde beheercommissie kwam op 25 september, nog geen twee weken na haar instelling, met een werkplan en een kostenraming tot april 1830. Op 3 oktober verleende de koning goedkeuring aan het voorstel en kon met de werkzaamheden worden begonnen.

De aanloop tot de duinontginning

In de tweede helft van de 18e eeuw ontstond in ons land een groeiende belangstelling voor het agrarische bedrijf, waarbij ook de gedachte uitging naar ontginning van woeste gronden. Jan Kops, een Leids doopsgezind predikant en landbouwdeskundige, was een uitgesproken voorstander van het in cultuur brengen van de duinen. Tegen het einde van 18e eeuw werd een onderzoekscommissie ingesteld, de ‘Commissie Superintendentie over het onderzoek der duinen’, met Kops als secretaris. Het rapport uit 1798 van deze commissie bevat een analyse van de bestaande situatie van het duingebied van Vlieland tot Hoek van Holland. In 1799 verscheen het tweede deel met de aanbevelingen tot vruchtbaarmaking van de duinen. Het kwam echter niet tot uitvoering van de ontginningsplannen. De economische nood was groot, het land politiek afhankelijk en in financiĂ«le moeilijkheden. Bovendien ging de aandacht meer uit naar ontginning van de woeste gronden in het oosten van het land.

Jonkheer Gevers van Endegeest (1793-1877).
Jonkheer Gevers van Endegeest (1793-1877).

Pas na de Franse overheersing kwam de ontginning van de duinen weer in de belangstelling. Van grote betekenis in dit verband is het plan geweest van jhr. mr. Daniël Theodore Gevers van Endegeest, commies van Staat bij de Raad van State.
Gevers werd in 1793 in Rotterdam geboren. In 1828 trouwde hij met jkvr. Margaretha Johanna Deutz van Assendelft (1807-1895). Het huwelijk bleef kinderloos. Gevers overleed in 1877 op zijn landgoed Endegeest te Oegstgeest. Met de familie Gevers van kasteel Marquette in Heemskerk was er een verre familieband.

Na zijn afstuderen in 1817 als jurist wil Gevers meteen in staatsdienst treden, maar koning Willem I adviseert hem eerst twee jaar ervaring op te doen. Daarna gaat Gevers anderhalf jaar op reis in ItaliĂ«.In 1816 wordt door de ‘Maatschappij tot bevordering van den Landbouw’ een prijsvraag uitgeschreven voor het ontwerpen van een plan. Het moet de voor de landbouw geschikte duinvalleien ontsluiten door deze te voorzien van een goede afwatering en van toegangswegen. Gevers stuurt een omvangrijke rapport in dat in 1824 met goud wordt bekroond en met Koninklijke subsidie is uitgegeven onder de titel: ‘Verhandeling over het toegangbaar maken van de duinvalleien langs de kust van Holland’ (1826). Voor het hele duingebied van Scheveningen tot Bergen beschrijft hij zes afwateringsprojecten. Het graven van vaarten voor afwatering tot midden in de duinvalleien acht Gevers het aangewezen middel om de ontginning tot een succes te maken. Er hoeft volgens hem niet gevreesd te


Jaarboek 38, pagina 27

worden voor verzwakking van de duinen als zeewering door het graven van vaarten tot dicht bij zee, omdat overal langs de kust hoge duinen aanwezig zijn. Verdroging kan worden tegengegaan door de afstroom van het water te reguleren. Bovendien zakt al het regenwater dat op de duinen valt naar de duinvalleien en ontvangen deze ook nog water dat door regenval daar rechtstreeks op terecht komt. Wat de exploitatie voor de duinvalleien betreft, gaat zijn voorkeur eerder uit naar beweiding dan naar teelt van akkerbouwgewassen.

Twee projecten zijn uitgevoerd: het gebied van de ‘Waaldorpse afwatering’ ten noordwesten van Scheveningen en het gebied van de ‘Hoepbeekse afwatering’ in de duinen bij Castricum en Bakkum, met inbegrip van de omvangrijke duinontginningen. Wat de Castricumse en Bakkumse duinen betreft is de afwatering via de Schulpvaart op de Groot-Limmerpolder een belangrijk element in zijn voorstel.
Als lid van het in 1829 door de koning benoemde driemanschap mocht Gevers zelf meewerken aan de uitvoering van zijn ontginningsplan voor landgoed Bakkum. De andere twee leden van de commissie waren David Jacob van Lennep en Jacob Rendorp.

David Jacob van Lennep (1774-1853).
David Jacob van Lennep (1774-1853).

Van Lennep was behalve hoogleraar te Amsterdam ook een van de directeuren van de Maatschappij ter bevordring van den Landbouw. Van zijn vader erfde hij het Huis te Manpad bij Heemstede, waar hij de zomers doorbracht. Hij was zeer gehecht aan dit huis en het buitenleven. Als hoogleraar hield Van Lennep zich vooral bezig met les geven, maar als wetenschapper was hij minder actief. Hij stond bekend als een goed docent die vele studenten trok. Hij sprak uitstekend Latijn.

Jacob Rendorp van Marquette op latere leeftijd (1795-1879).
Jacob Rendorp van Marquette op latere leeftijd (1795-1879).

Rendorp nam als luitenant van het regiment Huzaren in augustus 1831 deel aan de Tiendaagse veldtocht, gericht tegen de Belgische afscheiding. Rendorp was grootgrondbezitter, bewoner van Marquette en ambachtsheer van Heemskerk en Wijk aan Zee en Duin, ook burgemeester van Heemskerk. Van 1852 tot 1868 was hij tevens burgemeester van Castricum.

Het duinontginningsproject Bakkum

Het plan van Gevers omvat de ontwikkeling van het duinterrein tot een compleet landgoed met een landhuis, wegen en vaarten, boerderijen met landbouwgronden en bospartijen voor houtkap. Maar ook aan jacht en recreatie is gedacht. Het landgoed moet een rendabele landbouw- onderneming worden en bovendien landschappelijk mooi zijn. Met landbouw wordt de ontwikkeling van de veeteelt bedoeld, waarbij de akkerbouw in dienst staat van de veeteelt. In het plan van Gevers tot ‘volbrenging der onderneming in 10 jaren’ komt de nadruk op veeteelt duidelijk naar voren. Na de goedkeuring van de koning wordt in oktober 1829 met de werkzaamheden begonnen.

Kaartdetail uit 1745 met de Hoepbeekse afwatering en de Schulpvaart. In de plannen van Ontwerpschets van het landhuis.Gevers zal de Hoepbeekse afwatering worden gekanaliseerd.
Kaartdetail uit 1745 met de Hoepbeekse afwatering en de Schulpvaart. In de plannen van Ontwerpschets van het landhuis.Gevers zal de Hoepbeekse afwatering worden gekanaliseerd.

De jaren 1829-1834 kunnen beschouwd worden als de proeftijd voor het project. Het eerste waarmee de commissarissen eind 1829 begonnen, zijn de waterstaatkundige werken. Dat betreft de aanleg van vaarten en afwateringssloten. De natuurlijke boogvormige Hoepbeekse afwatering wordt tot een duinvaart vergraven. Het zuidelijke deel van de Hoepbeek wordt Zuidvaart genoemd en het gedeelte naar het oosten de Hoofdvaart (het huidige Koningskanaal langs de Zeeweg). Het westelijke beginpunt van het Koningskanaal krijgt een zijtak naar het noorden voor de ontwatering van de daar aanwezige duinvalleien: het Halve Galgenveld en Groot Vogelwater. Deze watering krijgt de naam Geversvaart. In het verlengde van het Koningskanaal aan de oostzijde wordt een verbindingsvaart gegraven om een goede afwatering op de Schulpvaart te verkrijgen. Aan het eind van deze verbindingsvaart wordt een duiker met schuif aangebracht


Jaarboek 38, pagina 28

Het geplande landhuis omringd door een Engelse landschapstuin.
Het geplande landhuis omringd door een Engelse landschapstuin.

om de afwatering te kunnen reguleren. Ook wordt er een sloot gegraven voor het lozen van het water rondom de woning van de jachtopziener van de vroegere eigenaar Boreel. Aan het begin van de Hoofdvaart, vlakbij de zeeduinen, zou een nieuwe stortplaats voor schelpen worden aangelegd. Een scheepssluis zou de Hoofdvaart met het achterland moeten verbinden. Zowel de stortplaats als de scheepssluis zijn er nooit gekomen. Ten slotte worden er sloten gegraven rondom de gronden die het eerst als weilanden in gebruik genomen zullen worden. Tal van andere werkzaamheden volgen, waaronder de aanleg van windsingels voor bescherming van de te verkavelen valleien tegen wind en verstuiving. In een schrijven op 30 september 1830 aan Rendorp noemt Van Lennep het belang van windsingels een â€œconditio sine qua non”; met andere woorden: zonder singels geen ontginning. Wegen worden aangelegd, gronden geĂ«galiseerd, gebouwen neergezet en bospartijen aangeplant. Ook moet er een kwekerij komen om voor de komende jaren verschillende houtgewassen te kunnen kweken. Aan het streven naar een groot bosoppervlak liggen zowel commerciĂ«le als landschappelijke overwegingen ten grondslag. Dat men zich heeft laten inspireren door de Engelse tuinarchitectuur blijkt niet alleen uit de aanplant van heesters en sierstruiken, maar ook uit het wegenplan en de plannen om een landhuis met een belvĂ©dĂšre (en een manege) te bouwen. Twee schetsen van

Ontwerpschets van het landhuis.
Ontwerpschets van het landhuis.

Jaarboek 38, pagina 29

tuinontwerpen met een huis liggen in het Noord-Holland Archief, de een ingekleurd, de ander met een schets en wat aantekeningen over het huis. Plannen die nooit gerealiseerd zijn.

Van de geplande werkzaamheden is op 1 april 1830 een flink deel uitgevoerd. Het toegestane budget is overschreden, onder andere door het aan het werk houden van mensen die in de winter geen werk hebben. Er zijn reparaties verricht aan de al bestaande agrarische bebouwing zoals de Kwekerij, het Zeeduin en het Zeeveld. Er is geld besteed aan helmbeplanting en ook de aangestelde ‘Ingenieur der Werken’, de heer Jan Kros, wonende in Spaarndam, die Gevers ook behulpzaam is geweest bij zijn werk voor de prijsvraag, moet betaald worden. Gedurende de rest van dat jaar wordt het werk met voortvarendheid uitgevoerd. In het verslag over dat jaar berichten de commissarissen dat de duinvaart zonder moeite grotendeels kan worden bevaren en dat in de sloten voldoende water staat. In 1830 kan in de verkavelde weilanden het eerste vee (schapen en runderen) worden geweid. Het afbranden van ruigte, het egaliseren en scheuren van de grond, het spitten en/of ploegen, het inzaaien van klaver, gras en gewassen en ook bemesting moeten zorgen voor goede weidegrond. Ondertussen vindt ook duinbegrazing plaats. De hooiopbrengst wordt goed genoemd, maar uit voorzorg wordt er ook hooi aangekocht. Het Vogelwater is een zeer nat gebied. In 1831 schrijft Van Lennep daarover:
“nietegenstaande de droogte zagen wij nog groote plassen, ja halve meren in het Vogelwater.”

De ligging van de vaarten, met de verlenging van het Koningskanaal, de boerderijen en de locatie (zie rode stip) van het niet gebouwde landhuis. Op het oorspronkelijke kaartje staat boerderij Zeeduin niet ingetekend. Op dit bewerkte kaartje is de plaats van de boerderij met een groene stip aangegeven( naar Jelles bewerkt).
De ligging van de vaarten, met de verlenging van het Koningskanaal, de boerderijen en de locatie (zie rode stip) van het niet gebouwde landhuis. Op het oorspronkelijke kaartje staat boerderij Zeeduin niet ingetekend. Op dit bewerkte kaartje is de plaats van de boerderij met een groene stip aangegeven( naar Jelles bewerkt).

Besloten wordt om de noordelijke zijtak van het Koningskanaal tot nabij de grens met Egmond door te trekken. Tevens wordt besloten om in oostelijke richting, tot aan boerderij Het Zeeveld, een bevaarbare aftakking te maken, de nu nog aanwezige Diepe Sloot. Oorspronkelijk was dit een meanderende beek, die het duinwater van het natte Vogelwater naar de polder afvoerde. De indruk bestaat dat men het waterpeil in het landgoed redelijk goed onder controle heeft gekregen.

Het Commissarishuis omstreeks 1910. Een tiental jaren later is de schuine kap van de achter het voorhuis gelegen boerderij verticaal gemetseld. Verschillende generaties van de familie Zonneveld hebben hier gewoond.
Het Commissarishuis omstreeks 1910. Een tiental jaren later is de schuine kap van de achter het voorhuis gelegen boerderij verticaal gemetseld. Verschillende generaties van de familie Zonneveld hebben hier gewoond.

Boerderijenbouw

Er worden vier barakken voor de 80 arbeiders geplaatst en spoedig daarna wordt overgegaan tot de bouw van een woning met schuren aan het Koningskanaal. In de woning was ook een kamer voor de commissarissen, vandaar de latere benaming Commissarishuis. Later volgden nog twee andere boerderijen: Van Lennepsoord en Johanna’s Hof. De laatste werd vernoemd naar Margaretha Johanna Deutz van Assendelft, de vrouw van Gevers. Haar roepnaam was Johanna. Bijzonder is dat voor de bouw van Johanna’s Hof, maar ook van verschillende andere ontginningsboerderijen, niet is gekozen voor de stolp, maar voor het hallehuistype met losstaande hooiberging. Opvallend zijn de overeenkomsten met de boerderijen in het Zuid-Hollandse kustgebied. De redenen waarom er voor het Zuid-Hollandse boerderijtype is gekozen, zijn niet bekend. Dit zou te maken kunnen hebben met de Zuid-Hollandse afkomst van Gevers.

Ontginningsboerderij Johanna’s Hof voor 1927. De lange boerderij lag evenwijdig langs het Koningskanaal, met de voorgevel naar het oosten. Opvallend is de overeenkomst met boerderijen in het Zuid-Hollandse kustgebied.
Ontginningsboerderij Johanna’s Hof voor 1927. De lange boerderij lag evenwijdig langs het Koningskanaal, met de voorgevel naar het oosten. Opvallend is de overeenkomst met boerderijen in het Zuid-Hollandse kustgebied.

Opzichter Gerrit Willems is al vanaf 1829 de assistent-in-het-veld van hoofdopzichter Kros en ook woonachtig in Spaarndam. In oktober 1832 betrekken Willems en zijn drie kinderen als eerste bewoners Johanna’s Hof. Kort voor de verhuizing had Willems zijn vrouw aan cholera verloren. Hij trouwt voor de tweede keer. Uit dit huwelijk worden drie dochters geboren. Willems blijft tot zijn overlijden op 5 juni 1858 op Johanna’s Hof wonen.


Jaarboek 38, pagina 30

Bij de Verlaten Kroften, later kortweg Kroften genoemd, werd in 1836 boerderij de Kroftwoning gebouwd, de enige ontginningsboerderij die wel als een Noord-Hollandse stolp werd gebouwd en werd bewoond door Piet Zonneveld en tenslotte door Willem de Ruijter met hun gezinnen.

De Verlaten Kroften was een verwaarloosd stuk duinland dat al voor de duinontginning in agrarisch gebruik was. De vroegere verkaveling (oude sloten) werd door Gevers gehandhaafd, toen deze velden in 1831 opnieuw voor agrarisch gebruik geschikt werden gemaakt. Het nu nog bestaande Kroft- of Krochtveld behoorde tot dat gebied. Uitgezonderd in het voorjaar van 1833 werd over echt watergebrek nauwelijks gesproken. Het voorjaar van 1833 was zo droog dat er te weinig gras voor het vee was. Als Gevers in mei het landgoed bezoekt, valt hem de hoeveelheid voer in Vogelwater nog wel mee, maar wat betreft het Zuidveld is hij minder positief. Ook de toestand van de beesten valt hem tegen. Gevers is zeer bezorgd over de aanhoudende droogte: â€œWelk een schroomelijke droogte! Wij zullen later als het zo doorgaat ons vee niet houden!”, verzucht hij. Ondanks het gebrek aan regen bestaat de indruk dat het grondwater in het landgoed nog redelijk op peil is. De Hoofdvaart blijft voortdurend goed bevaarbaar. In 1833 koopt men twee vletten: de een voor gebruik buiten het landgoed voor aanvoer van hooi en mest en de ander voor het gebruik binnen het landgoed.

Het Koningskanaal langs de Zeeweg, een restant van het duinontginningsproject.
Het Koningskanaal langs de Zeeweg, een restant van het duinontginningsproject.

De beweidingsplannen gaan onverminderd door. Vogelwater wordt als de beste plek voor een schaapskooi beschouwd. De schapen kunnen dan zowel in het Vogelwater als in de duinen worden geweid. Later kan er misschien nog een kooi bijkomen tegenover boerderij Van Lennepsoord, aan de westkant van de Zuidvaart.


Jaarboek 38, pagina 31

Bemesting

Mest en bemesting spelen een belangrijke rol op het landgoed, zowel voor de veeteelt als voor de akkerbouw. Kunstmest bestond toen nog niet. De bemesting gebeurt in de eerste plaats met mest van de eigen veestapel. Bij de beweiding buiten de velden moet mest worden verzameld. De eigen mestproductie is, zeker in de eerste jaren van de ontginning en waarschijnlijk ook in latere jaren, niet toereikend. Voortdurend wordt er mest aangekocht. Men probeert het met Alkmaars straatvuil (twee jaar oud, vet en vermengd met as), maar dat voldoet niet. Amsterdams straatvuil blijkt duurder dan koemest te zijn. Soms wordt de hand gelegd op bagger uit de polder of op enige haardas. Haardas, zo was de overtuiging, zou verzuring en mosgroei vooral op de lager gelegen stukken land tegengaan. Eind 1832 doet Gevers het voorstel bemesting met zeewier eens te proberen. Kros laat in maart daarop weten dat er dat jaar te weinig zeewier op het strand te vinden is om als mest te gebruiken.

Over de jaren na 1834 zijn er wat betreft de veeteelt regelmatig berichten in de verslagen van de commissarissen over verkoop van het vee en soms over de omvang van de veestapel. Toch is voor de voedselbehoefte van het vee het weiden in de duinen regelmatig noodzakelijk. De aardappelteelt neemt in de akkerbouw een belangrijke plaats in. De meeste pachters op het landgoed pachten grond voor met name de aardappelteelt, maar ook de onderneming zelf teelt aardappelen. Er vindt zelfs verkoop aan het hof plaats!

Verstuiving

Om verstuiving tegen te gaan werd ook helmbeplanting toegepast. De kosten bleven beperkt, omdat de provincie er jaarlijks geld voor beschikbaar stelde. Kros merkt op dat de verstuivingen in de zeeduinen aanzienlijk zijn. Tijdens het plantseizoen van 1830 beperkt men zich tot het vastleggen van de meest stuivende duinen in de duinenrij, grenzend aan de velden. De beplantingen krijgen echter zoveel zand uit de meer zeewaarts gelegen duinen, dat het gevaar bestaat dat deze onderstuiven. In juni 1833 richt een orkaan aanzienlijke schade aan onder bomen en gewassen. Volgens Kros moet het verschrikkelijk gestoven hebben. Gedurende dat jaar zijn er wat stuivende plekken aan de Paviljoensberg en op paden en wegen. Van helmbeplanting is dat jaar geen sprake. In vergelijking met de berichten in de beginfase van de ontginningen had men de jaren daarna weinig last van verstuivingen. De aanleg van windsingels, bospercelen en de afzetting van akkers met wilgentenen en doornstruiken hebben de problemen grotendeels opgelost.

Over de jaren die volgen zijn de commissarissen optimistisch. Ze zijn niet teleurgesteld dat de belangstelling voor het pachten van de verkavelde gronden niet groot is en de exploitatie gedeeltelijk in eigen hand genomen moet worden. Ook is men tevreden over de groei van de houtgewassen. Al in 1831 overweegt Gevers om een nieuwe kwekerij op te richten in het oostelijke deel van het elzenbos bij Zeeveld. Hij wil dat op een slingerende manier doen in de stijl van een Engelse tuin om zo het sierlijke met het nuttige te verenigen.
In 1833 wordt met de aanleg begonnen. Van het elzenbos moet een brede strook blijven staan als windsingel. De al bestaande kwekerij is zo’n groot succes dat men vanaf 1834 geen zaadgoed of jonge bomen meer hoeft te kopen. Met ingang van 1835 is het landgoed in staat jaarlijks hout te verkopen.

Eind 1834 bestaat de veestapel uit 82 stuks jong en oud rundvee, 65 schapen en 18 paarden. De oppervlakte aan windsingels en bos (inclusief de kwekerijen) is eind 1834 flink toegenomen. Na 1834 vinden er haast geen ontginningen meer plaats, omdat de meeste gronden, die daarvoor geschikt worden geacht, inmiddels tot bouw- en weiland zijn omgewerkt. Het accent in het werk komt meer te liggen op onderhoud en op boomaanplant. In 1841 bestaat de oppervlakte aan bouw- en weiland uit 215 hectare. Hiervan wordt tweederde deel in eigen beheer geëxploiteerd. Het resterende deel wordt gedeeltelijk verpacht aan bestaande bedrijven, gedeeltelijk als los land aan diverse pachters. Dat gebeurt ook aan enkele arbeiders die de in 1833 gebouwde stenen huisjes bewonen en wat vee houden. Omdat minder arbeiders nodig zijn, kunnen die uit Bakkum en Castricum worden aangetrokken, dit in tegenstelling tot de voorgaande periode, waarin men op arbeiders van elders was aangewezen.

De Paviljoensberg staat ook nu nog bloot aan verstuiving.ï»ż
De Paviljoensberg staat ook nu nog bloot aan verstuiving.

Tegenvallende resultaten

Blijven de verslagen aanvankelijk nog optimistisch van toon, geleidelijk aan komen er ook minder positieve berichten. In 1837 erkennen de commissarissen dat de ontginning tot dan toe was tegengevallen. Een vergelijking met bijvoorbeeld de Brabantse Landbouw (in de duinen tussen Castricum en Heemskerk) kon zij niet doorstaan. Zij schrijven de tegenvallende resultaten vooral toe aan de schadelijke invloed van de zeewind en aan ongunstige opeenvolgende jaren. Bovendien wordt de grond van de onderneming van minder goede kwaliteit gevonden dan in het aangrenzend Castricumse duinterrein.

Door vererving aan zijn echtgenote Margaretha Johanna Deutz van Assendelft is commissaris Gevers in 1833 zelf eigenaar van het Castricumse duingebied geworden. Ook hier was men overgegaan op omheining van de duinval-


Jaarboek 38, pagina 32

leien en had bewerking van de bovenlaag ter verbetering van de grond tot weiland en bouwland plaatsgehad. Nieuwe en bestaande wegen en wateringen werden aangesloten op die van het landgoed Bakkum. De koning had welwillend gereageerd op het verzoek van Gevers om van de zuidelijke duinvaart en het Koningskanaal gebruik te mogen maken voor af- en aanvoer van producten en materialen van en naar zijn duingronden. In hetzelfde jaar (1834) kregen de commissarissen vergunning om het smalle zuidelijke gedeelte van de duinvaart op volle breedte te brengen. Behalve voor het bedrijfsvervoer was dit ook van belang voor een betere ontwatering van het Geversduin.

Over de jacht zijn er opvallend weinig berichten. Dit is opmerkelijk, omdat de heren commissarissen en vooral Rendorp enthousiaste jagers waren. In december 1831 meldt Kros het schieten van een goed dozijn hazen; ze zijn:
“dik en vet door ons ongelukkig koolzaad en te lekker om in het duin kwaad te blijven doen!”
Over het jaar 1841 rapporteren de commissarissen dat de duinen een rijke jachtwarande is, maar vermelden zij niets over wildschade. Het lijkt erop dat men van konijnen veel minder last ondervond dan van hazen. In een verslag over 1838 staat dat er nagenoeg geen konijnen waren. Mogelijk is dit het gevolg van de toestemming die de dorpsbewoners hadden om op konijnen te mogen jagen. Het aantal hazen en patrijzen zou in die tijd wel zijn toegenomen. Het belang van de veeteelt en daarmee van grasland verklaart waarschijnlijk de grotere aantallen hazen. Hazen hebben een voorkeur voor grasland. Een bericht uit 1843 betreft een jachtpartij van Rendorp, waarbij op patrijzen en hazen wordt gejaagd.

Volgens een in 1842 voor het laatst verschenen jaarverslag werden op de akkergronden rogge, haver, gerst, aardappelen en koolzaad verbouwd en in mindere mate wortelen en paardenbonen. In de loop van de jaren waren de oogstopbrengsten nogal wisselvallig. Met het verpachten van gronden ging het steeds minder; in 1842 nog maar 22 ha. De veeteelt geschiedde bijna uitsluitend in eigen beheer. De noodzaak om hooi bij te kopen was voor de bedrijfsvoering een belangrijk nadeel. Het lijkt erop dat de commissarissen in de loop van de jaren hebben aanvaard dat, als de voersituatie dat vereist, teruggevallen moet worden op buiten de voor beweiding bedoelde velden. Eind 1842 bestond de veestapel uit 104 stuks rundvee, 299 schapen en 19 paarden. Op Johanna’s Hof vonden de jaarlijkse veeverkopingen plaats. De zuivelproducten werden op de markt in Alkmaar verkocht. Eind 1842 was de ontginning bijna voltooid en daarmee was het aantal werkkrachten tot 16 afgenomen. Landgoed Bakkum was minder bevolkt dan de bedoeling was. Sinds Jan Kros naar Leiden was vertrokken, heeft commissaris Rendorp de algemene leiding op zich genomen. Door de armoede in de zeedorpen werd schade ondervonden in de vorm van houtdiefstallen. Rendorp is daarom in 1836 overgegaan tot de aanstelling van twee veldwachters.

Koninklijk bezoek

De Alkmaarsche Courant meldde dat koning Willem I op 29 juli 1839 een bezoek aan Castricum heeft gebracht. Aan dit bezoek werd landelijke bekendheid gegeven, want het Dagblad van ‘s-Gravenhage en zelfs de Bredasche courant berichtten bijna in dezelfde bewoordingen daarover. Bovendien doet de verslaggeving denken aan wat we tegenwoordig een pr-activiteit noemen. Het doel van de koning was de bezichtiging van zijn duinontginning. Al om negen uur ’s morgens werd hij bij Johanna’s Hof opgewacht door burgemeester Jan de Quack en dominee Canne. Na de begroeting ging de koning, begeleid door twee van zijn adjudanten en de commissarissen van de ontginning, boerderij Johanna’s Hof binnen. Daar hadden de vrouwen van Rendorp en Gevers voor Zijne Majesteit een dejeunĂ© (red: ontbijt dat het middagmaal moet vervangen, net zoiets als brunch) in gereedheid gebracht. Hierna werd de koning in zijn rijtuig in de duinontginning rondgereden. Het krantenbericht sluit af met:
“Na hierop nog eenige oogenblikken in Johanna’s Hof te hebben vertoefd, nam Zijne Majesteit de terugreis aan naar ‘s-Gravenhage, vergezeld en gevolgd door het luide hoezee en het leve de Koning! van allen, die getuigen waren geweest, hoe Nederlands Koning de vader is van al zijne onderdanen!”

Of hij toen ook Zeeveld heeft bezocht, vermeldt de krant niet. Q. de Ruijter vertelt uit overlevering vernomen te hebben dat koning Willem I eens tijdens een bezoek aan het duinterrein op Zeeveld vertoefde. Daar zou hij zijn bewondering hebben uitgesproken over een fraaie oude staartklok die in de huiskamer hing. Nog steeds is de plek te zien waar de klok heeft gehangen. Bij het witkalken van de muur bleef de klok aan de muur hangen. In de loop van de jaren is daar omheen een dikke laag witkalk ontstaan waardoor de contouren van de klok op de muur zichtbaar zijn geworden.

Ernst Mooij

Bronnen:

  • Belonje, mr. J., Het Zeeveld te Noord-Bakkum, 7e Jaar- boekje Oud-Castricum (1984);
  • De Canon van Nederland (Koning Willem 1);
  • Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (Prins Frederik/Lucas Boreel);
  • Jelles, ir. J.G.G., Geschiedenis van beheer en gebruik van het Noordhollands Duinreservaat (1968);
  • Kistermann, drs. H., Aspekten van de gebruiksgeschiedenis van het duinterrein Bakkum. Een historische verkenning ten behoeve van het natuurbeheer (1989) Archief PWN, Velserbroek;
  • Koninklijke Bibliotheek, Bredasche courant 3 augustus 1839;
  • Koninklijke Bibliotheek, Dagblad van ’s-Gravenhage 2 augustus 1839;
  • Molhuysen, P.C., en Blok P.J., Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel 3 (1914), (DaniĂ«l Theodore Gevers van Endegeest);
  • Ruijter, Q. de, Over duinboerderijen en haar bewoners, 4e Jaarboekje Oud-Castricum (1981)
  • Stichting Historisch Boerderij-Onderzoek, Het boerderijenboek (2003)
  • Zuurbier, S., Wie was … Jacob Rendorp, 10e Jaarboekje Oud-Castricum (1987);
  • Zuurbier, S., De geschiedenis van Johanna’s Hof, 27e Jaarboek Oud-Castricum (2004);
  • Zuurbier, S., Beschikbaar gestelde kadastrale gegevens en aantekeningen uit Noord-Holland Archief.

Bakkum, einde gemeente (Jaarboek 35 2012 pg 87)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over Bakkum:
Bakkum, de Heerlijkheid en zijn ambachtsheren – Bakkum, einde gemeenteBakkum in de 18e eeuwBakkum omstreeks 1830Bakkum na 1930, de huizen en hun bewonersBakkum, vijftig jaar kerkBewoningsgeschiedenis Bakkum NoordBoenstraatje te BakkumCafĂ©s en kasteleins in BakkumKampeerterrein BakkumKermis in BakkumKlompenbuurt in BakkumKoninklijk Landgoed Bakkum (deel 1)Koninklijk Landgoed Bakkum (deel 2)Ongevallen in Bakkum


Jaarboek 35, pagina 87

Tweehonderd jaar geleden einde gemeente Bakkum

Op 1 januari 2012 was het tweehonderd jaar geleden dat Bakkum en Castricum werden samengevoegd. Tot dat moment was Bakkum een zelfstandige gemeente met ongeveer 110 inwoners en een eigen gemeentebestuur. De grens tussen beide gemeenten liep ter hoogte van de huidige Zeeweg en de Schulpvaart. Het grondgebied van de toenmalige gemeente Bakkum is het gedeelte van de gemeente Castricum dat wij nu Bakkum-Noord noemen.

De vroegere kapel, zoals Andries Schoemaker haar schetste in 1726.
De vroegere kapel, zoals Andries Schoemaker haar schetste in 1726 (’s-Gravenhage, Koninklijke Bibliotheek).

Het gemeentebestuur van Bakkum vergaderde in het rechthuis; dat stond aan de oostzijde van de Heereweg bij de Achterlaan. Het rechthuis was ondergebracht in de voormalige Cunerakapel; de geschiedenis van deze kapel gaat vele eeuwen terug (zie hiervoor het uitvoerige artikel van Chris ten Raa in het 25e Jaarboek van Oud-Castricum). In 1576 was de kapel verlaten en in het begin van de 17e eeuw werd zij ingericht als ‘regthuys’ voor bestuur en rechtspraak door schout en schepenen en tevens als schooltje. Tot in de Franse tijd, in 1812, heeft het gebouw als zodanig dienst gedaan. Nadien was het nog geruime tijd als woonhuis in gebruik. Omstreeks 1870 werd het pand gesloopt.

De gemeentelijke samenvoeging vond plaats in de Franse tijd. Bij keizerlijk decreet werden per 1 januari 1812 meerdere gemeenten in onze regio samengevoegd en wel naast Bakkum bij Castricum ook Wimmenum bij Bergen, Limmen bij Heiloo, Groet bij Schoorl en Veenhuizen met Oterleek bij Heerhugowaard.

Na de Franse overheersing werden op 1 mei 1817 deze samenvoegingen weer teniet gedaan. Dat gold alleen niet voor de samenvoeging van Bakkum en Castricum, wat niet zijn oorzaak vond in het geringe inwoneraantal van Bakkum. Wimmenum werd namelijk ook weer zelfstadig met 68 inwoners. Het kwam vooral doordat Bakkum toch al nauw verbonden was met Castricum, vanwege het feit dat we al sinds 1749 toebehoorden aan dezelfde ambachtsheer en dezelfde schout hadden. Ook zou het opnieuw inrichten van een plaatselijk bestuur voor Bakkum wel eens lastig geweest kunnen zijn. Nog in 1811 wordt Jan van Bruijnswaard benoemd als burgemeester van Bakkum. Direct na zijn aanstelling heeft hij hemel en aarde bewogen om hem dit niet aan te doen, want hij achtte zich door zijn hoge leeftijd, zijn slechte gehoor, zijn onvoldoende opleiding en het niet beheersen van de Franse taal niet capabel om dit ambt te vervullen. Desondanks werd hij niet ontslagen.
Op 1 januari 1812 ging de nieuwe gemeente officieel heten: Castricum en Bakkum. Tot burgemeester werd Jacob Nuhout van der Veen benoemd, zoon van de voormalige schout.
Op 5 januari daaropvolgend werd de nieuwe gemeenteraad op het raadhuis van Castricum geĂŻnstalleerd.
De raadsleden zijn Wouter de Bie, Fulps Ranke, Gerrit Brasser, Evert Asjes, Pieter Schavemaker, Arie Admiraal,Simon Duinmaijer, Albert Knaap en Willem Brakenhoff. Van hen hebben de laatste vier deel uitgemaakt van het bestuur van de opgeheven gemeente Bakkum.

Simon Zuurbier

Ongevallen in Bakkum (Jaarboek 34 2011 pg 61-63)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over Bakkum:
Bakkum, de Heerlijkheid en zijn ambachtsheren – Bakkum, einde gemeenteBakkum in de 18e eeuwBakkum omstreeks 1830Bakkum na 1930, de huizen en hun bewonersBakkum, vijftig jaar kerkBewoningsgeschiedenis Bakkum NoordBoenstraatje te BakkumCafĂ©s en kasteleins in BakkumKampeerterrein BakkumKermis in BakkumKlompenbuurt in BakkumKoninklijk Landgoed Bakkum (deel 1)Koninklijk Landgoed Bakkum (deel 2)Ongevallen in Bakkum


Jaarboek 34, pagina 61

Twee tragische ongevallen in Bakkum

Stilte heerst er op de in 1963 formeel gesloten begraafplaats op het terrein van het vroegere Provinciaal Ziekenhuis Duin en Bosch in Bakkum. Zachtjes ritselen de bladeren aan de bomen en er klinkt gezang van bosvogels. Het is alsof bij het betreden van de paden het knisperen van de schelpen al te veel geluid maakt. Welke voorbije levens gaan er schuil achter enige raadselachtige teksten op grijze en soms verzakte grafstenen?

De gesloten begraafplaats op het terrein van het vroegere Provinciaal Ziekenhuis Duin en Bosch.
De gesloten begraafplaats op het terrein van het vroegere Provinciaal Ziekenhuis Duin en Bosch.

Op de begraafplaats bevinden zich onder meer graven van mensen die in de geschiedenis van Duin en Bosch en de Castricumse gemeenschap een belangrijke functie hebben vervuld. Zo is het graf van Dr. Jacobi, de grondlegger en de eerste geneesheer-directeur van Duin en Bosch, nog altijd aanwezig. Dat geldt ook voor het graf van Wilhelm E. van Keeken, destijds hoofd Economische Dienst van het ziekenhuis en medeoprichter van de Bakkumse tennisclub.
Ook liggen er jonge mensen begraven waarvan het overlijden diepe indruk heeft gemaakt op de plaatselijke bevolking. Hiertoe behoren de twee volgende tragische ongevallen in Bakkum.

Volgert Koeman en Johanna Maria Blei met hun twee kinderen Gerrit en Henk.
Volgert Koeman en Johanna Maria Blei met hun twee kinderen Gerrit en Henk.

De gebroeders Koeman

Op het eerste grafveld, links van het toegangspad, bevindt zich een graf met twee achter elkaar geplaatste stenen. Het is het graf van Gerrit en Henk Koeman, kinderen van Volgert Koeman en Johanna Maria Blei. Volgert was verpleger, die met zijn gezin nabij het ziekenhuis woonde in een van de zogenaamde ‘broederwoningen’. Hun zoon Gerrit, geboren op 23 januari 1916, overleed op 12 december 1921 als gevolg van een infectieziekte. Op de slecht leesbare grafsteen staat: ‘Hier rust onze lieve jongen Gerrit Koeman, Overl. 12 Dec. 1921’.

ï»żHenk Koeman op 12-jarige leeftijd.
Henk Koeman op 12-jarige leeftijd.

Gerrit was nog geen 6 jaar oud. Zijn broer Henk kwam in 1929 op 12-jarige leeftijd op tragische wijze om het leven door een ongeval. Voor de aanleg van de Prof. Winklerlaan en de bouw van enkele woonhuizen tegenover de huidige Antoniusschool is een stuk duinterrein afgegraven. In dit voormalige stukje duin, nabij het huis van zijn ouders, had Henk in de herfstvakantie met zijn vrienden een diepe kuil gegraven en deze afgedekt met boomstammetjes, takken, een oud vloerkleed en daar weer aarde bovenop. Het werd een onzichtbare hut, die ook de maanden daarna door de jongens werd bezocht. Toen Henk op een bepaald moment alleen in de kuil was, stortte deze in. De andere jongens konden met hun blote handen weinig beginnen en renden naar de ouderlijke woning van Henk om hulp te halen. Helaas duurde dit te lang. Na enige tijd werd de jongen levenloos uit het zand gehaald.

Tiny van Vlaanderen – Boot (1925) kan zich het ongeval uit de verhalen van haar moeder nog goed herinneren:
“Wij woonden destijds naast het gezin Koeman, omdat mijn vader ook verpleger was bij Duin en Bosch. Mijn broers Joop en Cor waren vrienden van Henk en hadden meegeholpen aan het maken van de hut. De jongens waren daar erg enthousiast over. Ze hadden er allerlei dingen in verborgen en brandden er kaarsen. Toen de kuil was ingestort, waren mijn vader en die van Henk met behulp van buren lange tijd bezig om het zand weg te krijgen. Henk was echter niet meer te redden. Het werd daarna een


Jaarboek 34, pagina 62

vreselijke nacht. Wij hoorden door de muren onafgebroken het huilen van zijn moeder en zijn zusjes. Mijn moeder was er steeds om ze bij te staan en mijn broers waren totaal van streek. Zij beseften heel goed dat ze net aan de dood waren ontsnapt …”
Het is te begrijpen dat vader en moeder Koeman, hun twee dochters Mien en Truus en hun (tweede) zoon Gerrit na het plotselinge overlijden van Henk totaal ontredderd waren.

De grafstenen van de broertjes Gerrit en Henk Koeman.
De grafstenen van de broertjes Gerrit en Henk Koeman.

De grafsteen van Henk is er slecht aan toe, maar de tekst is nog goed te lezen en luidt: ‘Hier rust onze lieve jongen Hendrik Jacobus Koeman, Geb. 18/3 1917, Overl. 2/12 1929’.

Jantje Blei op een zomerse dag op het strand. Waarschijnlijk is hij in diezelfde zomer om het leven gekomen.
Jantje Blei op een zomerse dag op het strand. Waarschijnlijk is hij in diezelfde zomer om het leven gekomen.

Het ongeval met Jan Blei

Jan Blei was het vierde kind uit het huwelijk van Johannes Hendricus Blei en Catharina Cornelia Lute. Het gezin woonde aan de Dr. Jacobilaan. Op 24 juli 1936 was Jan aan het spelen op ‘Het duintje’, dat tussen de Van der Mijleweg en de broederwoningen lag. Daar stonden houten radio-antennepalen, met aan de bovenkant een zinken kapje om inwateren tegen te gaan. Door onbekende oorzaak is een van die palen plotseling omgevallen, waardoor het hoofd van het spelende kind werd getroffen. Jan, die net 5 jaar was geworden, was op slag dood. In 1937 werd Janny, het vijfde kind, geboren. Ook vader Blei was verpleger op Duin en Bosch.

Het graf van Jan Blei, in 1977 bezocht door een jong familielid.
Het graf van Jan Blei, in 1977 bezocht door een jong familielid.

Het zag er naar uit dat het graf van Jan niet meer gevonden kon worden, maar een foto uit 1977 bracht daar verandering in. Op de foto staat een gebroken zuil op een onderbouw. In die onderbouw zit aan de voorzijde een


Jaarboek 34, pagina 63

witmarmeren tekstplaat met het opschrift: ‘Hier rust onze lieveling Jan Blei, Geboren 10 Juli 1931, Overleden 24 Juli 1936’. Het grafmonument staat binnen een rechthoek van natuurstenen banden met daarop zes natuurstenen kettingpaaltjes. Op de foto staat ook een grafsteen met de naam Frans Bakker. Omdat die grafsteen er nog staat, kon het graf van Jan Blei worden gevonden. De zuil met de onderbouw bestaat niet meer, maar de tekstplaats ligt midden op het graf, verborgen onder afgevallen bladeren. Het graf wordt nog slechts gemarkeerd door de al eerder genoemde stenen banden met de kettingpaaltjes.

Jantje Blei, met de hond van de buren geportretteerd, in 1938 door Henri Braakensiek aan de hand van een foto.
Jantje Blei, met de hond van de buren geportretteerd, in 1938 door Henri Braakensiek aan de hand van een foto.

Een schilderij

Twee jaar na zijn dood is van Jan aan de hand van een foto een schilderij gemaakt. Toen dat een keer uit de lijst was gehaald, bleek het gesigneerd te zijn door de vrij bekende Henri Braakensiek met de toevoeging ’38. Braakensiek werd in 1891 in Amsterdam geboren. Hij maakte tekeningen en schilderijen van landschappen, stadsgezichten, figuren uit het mondaine leven, portretten en naakten. Zijn werk is zeer gevarieerd en zeker niet typisch Hollands, omdat hij beïnvloed werd door verschillende internationale stromingen. Henri Braakensiek is in 1941 te Amsterdam overleden.

Familierelatie

Opmerkelijk is dat tussen de zo ongelukkig getroffen gezinnen een familierelatie bestond.
Johanna Maria Blei, echtgenote van Volgert Koeman, en Johannes Hendricus Blei waren halfzus en halfbroer, met als gemeenschappelijke vader Hendrik Jacobus Blei. De ouders Koeman – Blei hebben hun tweede kind Hendrik Jacobus, geheel volgens de traditie, vernoemd naar de vader van moeders kant. De ouders Blei – Lute hebben, ook al volgens traditie, hun eerste kind Hendrik Jacobus naar de vader van vaders kant vernoemd. Zonder elkaar gekend te hebben waren de jong overleden kinderen Koeman en Blei neven van elkaar.

Ernst Mooij
Hans Boot

Bronnen:

Met dank aan: Loes Wormsbecher – Blei, Janny Blei – Altena, Tiny Boot – van Vlaanderen en mevr. H. Koeman – De Haan.

Bakkum na 1930, de huizen en hun bewoners (Jaarboek 25 2002 pg 37-54)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over Bakkum:
Bakkum, de Heerlijkheid en zijn ambachtsheren – Bakkum, einde gemeenteBakkum in de 18e eeuwBakkum omstreeks 1830Bakkum na 1930, de huizen en hun bewonersBakkum, vijftig jaar kerkBewoningsgeschiedenis Bakkum NoordBoenstraatje te BakkumCafĂ©s en kasteleins in Bakkum – Kampeerterrein BakkumKermis in BakkumKlompenbuurt in BakkumKoninklijk Landgoed Bakkum (deel 1)Koninklijk Landgoed Bakkum (deel 2)Ongevallen in Bakkum


Jaarboek 25, pagina 37

De huizen en hun bewoners in Bakkum na 1930

In de afgelopen jaren is in het jaarboekje telkens een artikel gewijd aan een of meerdere straten, hun geschiedenis en de huizen en hun bewoners van kort voor de Tweede Wereldoorlog. In het kader van het thema Bakkum wordt in dit artikel aandacht besteed aan de inwoners in het oorspronkelijke Bakkum en met name die in Zuid-Bakkum aan de Heereweg, Haagscheweg, Achterlaan en Bleumerweg, en die in Noord-Bakkum aan de Heereweg, Duinweg, Madeweg, Hoogeweg, Groenelaantje en Limmerweg. Hieraan voorafgaande wordt ook iets verteld over de voorgeschiedenis van deze straten.

De Heereweg

De Heereweg loopt door Bakkum, de Egmonden, Bergen en Schoorl. Deze weg is al heel oud. De naam Heereweg geeft aan dat de weg een speciale legerweg (heirweg) was van de Heeren (Graven), die waarschijnlijk ook zelf een rol hebben gespeeld bij de aanleg van of de verbeteringen aan de weg.
Met de toestand van deze verbindingsweg van Castricum met de Egmonden was het in het verleden heel slecht gesteld. Honderd jaar geleden was deze weg niet veel meer dan een smalle verharde zandweg die slecht werd onderhouden, veel kuilen en gaten had en in de duinen van Noord-Bakkum last had van overstuivingen. Voor het dorp Castricum was toentertijd de hoofdweg naar het noorden de vanaf 1820 als rijksweg geldende weg, die onder andere liep van Beverwijk over Castricum (de Dorpsstraat) naar Limmen. Verbeteringen van deze weg werden bekostigd door het heffen van tol.
Uit bronnen in het gemeentearchief zien we in een reeks van jaren de klachten van de inwoners over de slechte toestand van de Heereweg, de plannen tot verbeteringen, de beperkte uitvoering hiervan tengevolge van de slechte financiële situatie enzovoorts, telkens terugkomen. Tachtig jaar geleden (red: gerekend vanaf 2002) was de Heereweg nog een zogeheten paardenpad met alleen een smalle strook klinkers in het midden van de weg.
De belangrijkste weg verbeteringen speelden in de (negentien)twintiger jaren van de vorige (20ste) eeuw. Er werden plannen ontwikkeld ter verbetering van de weg tussen Castricum, Egmond en Bergen, die deel uitmaakten van een groter plan tot verbetering van de weg langs de duinvoet tussen Castricum en Den Helder. Voor het traject Castricum – Bergen werden begrotingen opgesteld die voor de weggedeelten in de gemeenten Castricum, Egmond en Bergen resp. 145.000, 177.000 en 78.000 gulden bedroegen.
Bij de ontwikkeling van de plannen speelde de Castricumse burgemeester Lommen een grote rol. Als voorzitter van het wegencomité van het gehele traject ontplooide hij allerlei initiatieven. Zo ging hij op excursie naar Brussel om een weg te bezichtigen die met een nieuw soort materiaal was bedekt (asfalt). Dit wegmateriaal zou leiden tot een sterke vermindering van het onderhoud. Lommen nam als enige burgemeester in een gezelschap van directeuren van publieke werken van de hoofdsteden en hoofdingenieurs deel aan deze excursie.

De weg naar de Egmonden – toen ook wel geheten de Bakkummerweg – werd in 1925 vernieuwd en verbreed. De aanpassingen liepen vanaf de woning van Dirk Wokke in de later zo genoemde Bakkummerstraat tot aan de grens met Egmond-Binnen. Het eerste gedeelte tot de Zeeweg kreeg een breedte van vijf meter, het tweede gedeelte naar Egmond een breedte van vier meter. Bij het tweede gedeelte werd aan weerszijden een berm van drie meter aangehouden voor toekomstige verbredingen (en rijwielpaden). De voor de wegverbreding benodigde stukken grond werden door de gemeente Castricum aangekocht.

Het weggedeelte vanaf de boerderij van Kees Twisk (ongeveer tegenover jeugdherberg Koningsbosch) tot aan de afslag met de Duinweg, moest volledig nieuw worden aangelegd en werd beschouwd als het doortrekken van de Bakkummerweg. Tot die tijd maakte de Bakkummerweg vanaf kort voor de boerderij van Kees Twisk een bocht naar links, liep langs boerderij Zeeveld (nu (in 2002) is hier Stichting Jan 17 gevestigd) om vervolgens, na een bocht naar rechts, nabij de splitsing van de Duinweg uit te komen.
Deze omleiding was bij een eerdere wegverharding en aanleg omstreeks 1875 tot stand gekomen door een financiële bijdrage van Marie, prinses von Wied, prinses der Nederlanden. Zij was de eigenares van het duingebied onder Bakkum. Tot haar eigendommen behoorde ook boerderij Zeeveld en zij had belang bij een goede wegverbinding naar de boerderij.
Bij het doortrekken van de Bakkummerweg in 1925 ontstaat er onenigheid met de provincie Noord-Holland. De provincie is van mening dat het onderhoud van de weg langs ‘het Zeeveld’ ten laste komt van de gemeente Castricum en vindt dat dit weggedeelte openbaar moet blijven. Castricum is het daarmee niet eens, maar moet uiteindelijk na een langdurige briefwisseling met Gedeputeerde Staten zich hierbij neerleggen. Nu blijkt de praktijk toch anders geworden te zijn: een groot deel van het tracĂ© van het voormalige weggedeelte is nauwelijks nog in het landschap waar te nemen.
In 1935 wordt tussen Bakkum en Egmond de wegbreedte van 4 op 5 meter gebracht en worden aan weerskanten van de weg vrij liggende fietspaden aangelegd (breed 1,25 m).

De bewoners in 1930

De bewoning van de huizen in Noord- en Zuid-Bakkum in 1930 is vrij nauwkeurig te reconstrueren. In de hiernavolgende overzichten wordt een beeld geschetst van de huizen en hun bewoners van omstreeks 1930. Na de (negentien)dertiger jaren zijn onze gegevens over huizen en bewoners onvolledig. Waar mogelijk wordt aanvullende informatie gegeven over huizen die relatief kort na 1930 zijn gebouwd en ook over de bewoners van na die tijd.
Op de kaarten 1 en 2 zijn respectievelijk voor Zuid- en Noord-Bakkum de volgnummers vermeld van de huizen die in 1930 bestonden en onder dat nummer in de tekst worden beschreven.
Voor de na 1930 gebouwde huizen worden de actuele huisnummers in de tekst genoemd. De aangegeven leeftijden van de bewoners betreffen de situatie in 1930.


Jaarboek 25, pagina 38

Kaart 1 Zuid-Bakkum: de huizen die genummerd zijn, bestaan in 1930; onder de volgnummers 1 t/m 50 worden de bijbehorende huizen en bewoners in de tekst beschreven (tekening Jort Boot).
Kaart 1 Zuid-Bakkum: de huizen die genummerd zijn, bestaan in 1930; onder de volgnummers 1 t/m 50 worden de bijbehorende huizen en bewoners in de tekst beschreven (tekening Jort Boot).

Zuid-Bakkum

Op de Van Tienhovenhoeve (zie 1) woonde de familie Beentjes. In 1968 kwam Simon Mooij op de boerderij.
Op de Van Tienhovenhoeve (zie 1) woonde de familie Beentjes. In 1968 kwam Simon Mooij op de boerderij.

De oostzijde van de Heereweg

We volgen de Heereweg komende vanuit Castricum en beschrijven eerst de bewoning aan de oostzijde en beginnen bij de Van Tienhovenhoeve.

Kaart 1 volgnummer 1
Op de Van Tienhovenhoeve woonde Piet Beentjes, 60 jaar, veehouder en gehuwd met Anna Bruin. Zij kregen 14 kinderen. Vanaf 1945 werd de boerderij bewoond door zoon Klaas Beentjes. Vanaf 1968 woonde hier Simon Mooij.
Deze boerderij is gebouwd in 1904 op het terrein dat door de Provincie was aangekocht onder andere voor de bouw van provinciaal ziekenhuis Duinenbosch. De boerderij werd genoemd naar de persoon die in die periode Commissaris van der Koningin was in Noord-Holland: mr. Gijsbert van Tienhoven.

Voorbij de boerderij zijn er tot aan de hoek met de Achterlaan in verschillende jaren huizen gebouwd.
Achtereenvolgens nr 3 in 1939 met als bewoonster Cornelia van Keulen, verpleegster, (vanaf 1980 woont hier Dirk Nab, kunstschilder);
nr 5 in 1949 (hier woonde vanaf 1961 Piet Mooij van boerderij Zeeveld); nr 7 en nr 7a in 1957, nr 7b in 1970 en nr 9 (‘de Stuifhoek’) in 1950.
Vanaf de hoek Achterlaan richting Bleumerweg vinden we aan de Heereweg eerst een dubbel woonhuis (nr 9a en 9b, gebouwd ca. 1958);


Jaarboek 25, pagina 39

Foto genomen in de vijftiger jaren van de Heereweg in noordelijke richting vanaf even voorbij de Achterlaan.
Foto genomen in de vijftiger jaren van de Heereweg in noordelijke richting vanaf even voorbij de Achterlaan.

dan drie huizen uit de (negentien)dertiger jaren met als bewoners Cornelis Roosenschoon, journalist op nr 11 (vanaf 1948 Kees Meijne), Martinus Wilbrink, stukadoor op nr 13 (vanaf 1965 Piet Beentjes en Ali Zomerdijk); Wander Harms, arbeider, op nr 15 (vanaf 1959 Simon Castricum en Ans Swart). In het volgende, wat naar achteren gebouwde, witte huisje (nr 17a) woonde vanaf 1945 Hendrik Hageman, gehuwd met Corrie Sijs, Dit pand was oorspronkelijk een schuur bij het huisje nr 17 (zie 2).
In dit lage, witte huisje kort langs de weg (nr 17) woonde de 52-jarige Jan Hageman, tuinder en gehuwd met Willemijntje Meijne. Zij hadden vier kinderen. Vanaf 1965 woont hier nu Wil van Wonderen.
Voorbij dit huis zijn eveneens in de (negentien)dertiger jaren twee huizen gebouwd met als bewoners, bakker Jo Krimp op nr 19 en Bank Groentjes, tuindersknecht bij Frits Res en gehuwd met Afra Hageman (nr 21); nu woont hier hun dochter Wil Groentjes.

Voor de bakkerswinkel van Jo Krimp, die zelf in de deuropening staat.
Voor de bakkerswinkel van Jo Krimp, die zelf in de deuropening staat.

Dit is het woonhuis (nr 23) van Aad Hageman, 25 jaar, tuinder, en zoon van de hiervoor genoemde Jan Hageman. Aad is in de oorlog door een ongelukkig toeval doodgeschoten; zijn vrouw Griet Groentjes woonde hier tot haar overlijden in 1978. Vanaf 1963 woont hier Jan van Campen, gehuwd met Tiny Hageman. Hier (nr 25) woont Cor de Winter, kruidenier en melkslijter, gehuwd met Maria Schouten. In dit jaarboekje komt in het artikel over de familie De Winter onder nr 27 dit gezin uitvoerig aan bod.
Petrus Meijne, 48 jaar, landbouwer en gehuwd met Mien Liefting. Zij woonden hier (nr 27) met hun vijf kinderen. In 1978 is op dezelfde plaats een nieuw huis gebouwd voor Jan Groentjes. Dit huis (nr 29) stond voor aan de weg; daarachter stond de boerderij. In het huis woonde de 75-jarige Trijntje Stet, weduwe van Pieter Duijn, veehouder, landbouwer. Na het overlijden van Trijntje in 1932 woonden hier haar ongehuwde kinderen Wub, Jan en Doortje Duijn. Vanaf 1951 woonden er Gerard Duijn en Truus Poel en vanaf 1978 Kees Duijn, gehuwd met Gitta van Diepen. In 1990 zijn huis en boerderij afgebroken en is hier de fraaie boerderij ‘Duijnhoeve’ van Gerard de Zeeuw gebouwd.
Tot aan de hoek met de Bleumerweg zijn hier in de dertiger jaren enkele huizen gebouwd met als eerste bewoners Theodorus de Jong (nr 31), kantoorbediende, Johannes Schreuder (nr 33), en Wolter Hemmes (nr 35 – vanaf 1954 tot 1987 woonden hier Theo Verdwaald en Annie Onderwater.

Het woonhuis van de familie Duijn in 1913 (zie 6). Links nog juist zichtbaar de achter de woning aanwezige boerderij. In 1990 is op deze plaats boerderij 'Duijnhoeve' van Gerard de Zeeuw verschenen. Op de foto V.l.n.r.: Trijntje Stet (wed. van Pieter Duijn), Door, Jan en Wub Duijn, en Joop Orij.
Het woonhuis van de familie Duijn in 1913 (zie 6). Links nog juist zichtbaar de achter de woning aanwezige boerderij. In 1990 is op deze plaats boerderij ‘Duijnhoeve’ van Gerard de Zeeuw verschenen. Op de foto V.l.n.r.: Trijntje Stet (wed. van Pieter Duijn), Door, Jan en Wub Duijn, en Joop Orij.

Kaart 1 volgnummer 7
Op de hoek voorbij de Bleumerweg in de boerderij (nr 37) woonde Dirk Twisk, 64 jaar, landbouwer, gehuwd met Maria Nagel. Zij kregen zes kinderen.
Het eerstvolgende huis (nr 41) werd als eerste bewoond in 1955 door Jacobus van Dijk. Daaropvolgend zijn er in de (negentien)dertiger jaren drie dubbele woonhuizen gebouwd, waarvan de bewoners achtereenvolgens waren: Jannetje Kat, pensionhoudster (kort nadien Gerben Wouters – nr 43), Theodorus Wouters, kantoorbediende (daarna Maarten Tuijn – nr 45), Johannes Nijkamp, schilder (nr 47), de wed. Antje Kleiboer- Jager (nr 49), Hermanus de Jong, jachtopziener (vanaf 1952 Gerrit de Rooy – nr 51), Jacob de Vries, verpleger (vanaf 1945 Jan Duinmeijer met Marie Zonneveld – nr 53) en Jacobus Sinnige (vanaf 1943 Cornelis Twisk en vanaf 1947 Anthoon Castricum – nr 55).


Jaarboek 25, pagina 40

Hier (nr 57) woonde Jan Zonneveld, 55 jaar, tuinder, later onder andere tuinman bij Duinenbosch, gehuwd met Grietje Admiraal. Zij hadden zeven kinderen. Vanaf 1946 woonde hier zijn zoon Willem Zonneveld met Geertje Stet.

De Heereweg in de veertiger jaren in de omgeving van de driesprong met de Bleumerweg met de boerderij van Dirk Twisk (zie 7).
De Heereweg in de veertiger jaren in de omgeving van de driesprong met de Bleumerweg met de boerderij van Dirk Twisk (zie 7).

Uiterst links op de foto het huis van Lou Zonneveld (zie 9), daarnaast het huls van Willem Zonneveld (zie 8) en vervolgens de drie dubbele woonhuizen.
Uiterst links op de foto het huis van Lou Zonneveld (zie 9), daarnaast het huls van Willem Zonneveld (zie 8) en vervolgens de drie dubbele woonhuizen.

Nogmaals het huis van Lou Zonneveld (zie 9) met rechts dochter Marie Zonneveld.
Nogmaals het huis van Lou Zonneveld (zie 9) met rechts dochter Marie Zonneveld.

Kaart 1 volgnummer 9
Dit huis (nr. 59) was van Lou Zonneveld, 56 jaar, tuinder, broer van buurman Jan, gehuwd met Maria Delis. Zij hadden 9 kinderen. Tot voor enkele jaren woonde hier nog de ongehuwde dochter Cornelia. Inmiddels is dit huisje gesloopt en is hier nu (in 2002) een fraai huis in aanbouw.

Kaart 1 volgnummer 10
Hier (nr 61) woonde Albert Jacobs, 65 jaar, jachtopziener. Na zijn overlijden woonde hier zijn echtgenote Paulina Vasseur, die in 1939 is overleden. Het huis werd tot 1951 bewoond door Arie Zonneveld (Arie van Lou) en Marie Lute; daarna door Jan Zonneveld, gehuwd met Grietje Admiraal, die eerder woonde op nr 8. Sinds 1963 woont hier Henk Heideman met zijn gezin.

Kaart 1 volgnummer 11
Het huis (nr 63) was van Jan Duinmeijer, 57 jaar, schelpenvisser en tuinder, gehuwd met Aaltje Zonneveld. Zij kregen 16 kinderen. Vanaf 1953 woonden hier Gerrit Duinmeijer en Agatha Verver.

Kaart 1 volgnummer 12
Hier (nr 65) woonde Martinus Rozemuller, 26 jaar, landbouwer. Hij kwam in 1929 van Hellendoorn, was gehuwd met Sophia Peters en had drie kinderen. Vanaf 1937 woonde hier Jaap Zonneveld (Jaap van Kees), los arbeider, gehuwd met Cornelia Bakker. Vanaf 1951 woonde hier de eerder genoemde Arie Zonneveld, bloembollenkweker en gemeenteraadslid, gehuwd met Marie Lute. In 1985 is op deze plaats een dubbel woonhuis gebouwd.
In de drie volgende huizen, gebouwd omstreeks 1955, woonden achtereenvolgens op nr 67 Cornelis Hageman, op nr 69 ir. Willem Stam, gemeenteraadslid boerenpartij en ook landelijk politiek actief (sinds 1975 Gerrit Tenty) en op nr 71 Wilhelmina Wooning. Het huis daarnaast is gebouwd in 1937 voor Bertus Hageman, tuinder (nr 73).

Op de foto zijn nog net zichtbaar de drie gelijksoortige huisjes in de bocht en aan de oostzijde van de Heereweg met v.l.n.r, het huis van Arie Zonneveld (zie 12), van Jan Duinmeijer (zie 11) en van Lou Zonneveld (zie 9). Op de voorgrond v.l.n.r. Geert Stet (gehuwd met Willem Zonneveld), Marie en Cornelia Zonneveld (dochters van Lou Zonneveld en Maria Delis).
Op de foto zijn nog net zichtbaar de drie gelijksoortige huisjes in de bocht en aan de oostzijde van de Heereweg met v.l.n.r, het huis van Arie Zonneveld (zie 12), van Jan Duinmeijer (zie 11) en van Lou Zonneveld (zie 9). Op de voorgrond v.l.n.r. Geert Stet (gehuwd met Willem Zonneveld), Marie en Cornelia Zonneveld (dochters van Lou Zonneveld en Maria Delis).

Woonhuis en boerderij van Jan Brasser. In 1995 is dit pand gesloopt (zie 13).
Woonhuis en boerderij van Jan Brasser. In 1995 is dit pand gesloopt (zie 13).


Jaarboek 25, pagina 41

Kaart 1 volgnummer 13
Hier stond het woonhuis (nr 75) met stal van de 26-jarige Jan Brasser, tuinder, veehouder en gehuwd met Regina Heere. Zij hadden 6 kinderen. Dit huis heeft in 1995 plaats gemaakt voor een fraai woonhuis.

Kaart 1 volgnummer 14
Dit was de boerderij (nr 77) van Doris Twisk, 30 jaar, veehouder en gehuwd met Trijntje Borst. Zij hadden 8 kinderen. Momenteel (in 2002) woont hier hun zoon Gerard Twisk.

Kaart 1 volgnummer 15
Op deze boerderij (nr 87) woonde Kees Twisk, 54 jaar, veehouder en gehuwd met Johanna Dekker. Zij hadden vijf kinderen. Vanaf 1945 woonde hier hun zoon Jan Twisk, gehuwd met Annie Wassenaar. In 1968 is de boerderij gesloopt en is in de nabijheid voor laatstgenoemde en haar zoon een woonhuis gebouwd. Aannemer Thijs de Nijs bouwde het volgende landhuis (nr 89) in 1975 voor zichzelf. Inmiddels woont hier reeds een aantal jaren de tv-presentator Henny Huisman. Daarnaast staat in een zijpad van de Heereweg het in 1995 gebouwde woonhuis van bloembollenkweker Piet Zomerdijk jr.

De boerderij van Dorus Twisk (zie 14). Foto uit 1920 met Trijntje en Dirk Twisk en Jan Meijer (echtgenoot van Trijntje).
De boerderij van Dorus Twisk (zie 14). Foto uit 1920 met Trijntje en Dirk Twisk en Jan Meijer (echtgenoot van Trijntje).

De boerderij van Kees Twisk, vanaf 1945 woonde hier zijn zoon Jan (zie 15).
De boerderij van Kees Twisk, vanaf 1945 woonde hier zijn zoon Jan (zie 15).

De boerderij van Kees Twisk was in Zuid-Bakkum in 1930 het laatste huis aan de oostzijde van de Heereweg. Iets noordelijker, aan de westzijde van de Heereweg, vinden we boerderij Zeeveld. We volgen nu de Heereweg vanaf de splitsing met de Noorderstraat in zuidelijke richting.

De westzijde van de Heereweg

 Het kindervakantieoord 'De Eenheid', gebouwd aan de Heereweg op de hoek van de Noorderstraat, werd in 1944 gesloopt.
Het kindervakantieoord ‘De Eenheid’, gebouwd aan de Heereweg op de hoek van de Noorderstraat, werd in 1944 gesloopt.

In 1932 werd langs de Heereweg op de noordhoek van de Noorderstraat kindervakantieoord ‘De Eenheid’ (nr 162) gebouwd. In augustus 1944 werd het gebouw op last van de bezetter afgebroken, omdat het schootsveld belemmerd werd; in de lage duintjes aan de oostkant van de Heereweg werden meerdere bunkers gebouwd, waarvan er nu nog meerdere onder het zand zijn verborgen.
In 1934 verscheen het kinderhuis St.-Antonius (nr 114) en daarnaast in 1932 jeugdherberg Koningsbosch (nr 84). De eerste herbergvader was Jan Reinders, tevens kunstschilder, opgevolgd in 1945 door Leo Rommerts, die deze functie 15 jaren bekleedde en vervolgens zanger van beroep werd. In 2002 werd het 70-jarig jubileum van Koningsbosch gevierd.

Duinboerderij Zeeveld, tot 1968 nog als boerderij in gebruik door de familie Mooij (zie 16).
Duinboerderij Zeeveld, tot 1968 nog als boerderij in gebruik door de familie Mooij (zie 16).

Kaart 1 volgnummer 16
Op boerderij Zeeveld, die gelegen is aan de Noorderstraat nr 2, woonde Piet Mooij, 30 jaar, veehouder, gehuwd met Dirkje van den Berg. Zij kregen 4 kinderen. Vanaf 1968 is de boerderij niet meer als zodanig in gebruik. Momenteel (in 2002) is Stichting Jan 17 hier gevestigd (zie kaart nummer 2).

Foto omstreeks 1918 genomen voor de boerderij van de wed. Maartje Zonneveld - Levering. V.l.n.r. Hein Zonneveld, Maartje Levering, Kees Zonneveld, de buren Na (Anna) Gaarthuis en Gert Levering, en Engel Zonneveld (zie 17).
Foto omstreeks 1918 genomen voor de boerderij van de wed. Maartje Zonneveld – Levering. V.l.n.r. Hein Zonneveld, Maartje Levering, Kees Zonneveld, de buren Na (Anna) Gaarthuis en Gert Levering, en Engel Zonneveld (zie 17).

De boerderij van de Piet Zomerdijk (zie 17).
De boerderij van de Piet Zomerdijk (zie 17).

Kaart 1 volgnummer 17
In deze boerderij (nr 74) woonde de 79-jarige Maartje Levering, weduwe van Pieter Zonneveld, met haar ongetrouwde zoon Engel. Na haar overlijden ging hier in 1937 haar kleindochter Marie Borst wonen, gehuwd met Piet Zomerdijk, bloembollenkweker.


Jaarboek 25, pagina 42

De timmerwerkplaats van Jan Borst (zie 18). V.l.n.r. Aagje (nu Jo) Borst, het kind Ali Zomerdijk, Arie van Lou (Zonneveld) en Gerrit Borst (zoon van Piet); in het bovenraam: Gerrit Borst (zoon van Gerrit) en Jan Borst (zoon van Piet).
De timmerwerkplaats van Jan Borst (zie 18). V.l.n.r. Aagje (nu Jo) Borst, het kind Ali Zomerdijk, Arie van Lou (Zonneveld) en Gerrit Borst (zoon van Piet); in het bovenraam: Gerrit Borst (zoon van Gerrit) en Jan Borst (zoon van Piet).

Kaart 1 volgnummer 18
Hier (nr 72) woonde de 72-jarige Anna Gaarthuis, weduwe van Gerrit Levering. Vanaf 1936 woonde er Jan Kors, huisknecht op de kinderkolonie en vanaf 1941 de toen 61-jarige Piet Borst, gehuwd met Marijtje Zonneveld. Na zijn overlijden in 1962 woonde hier zijn jongste zoon Gerrit Borst, die in 1986 een ten westen van dit huis gebouwde bungalow betrok. Voor aan de weg stond een schuur die lange tijd in gebruik is geweest als timmerwerkplaats van diens broer Jan Borst; nu is dit een woonhuis.

Verder langs de Heereweg vinden we na een parkeerplaats een vijftal woonhuizen, gebouwd in 1976 (nrs 54 t/m 62).

Het huis van de familie Meijne (zie 19). V.l.n.r.: Mijntje Liefting (gehuwd met Pieter Meijne) met de dochters Aafje Meijne en Anna Meijne.
Het huis van de familie Meijne (zie 19). V.l.n.r.: Mijntje Liefting (gehuwd met Pieter Meijne) met de dochters Aafje Meijne en Anna Meijne.

Kaart 1 volgnummer 19
Het huis (nr 52) behoorde toe aan de 48-jarige Pieter Meijne, landbouwer, gehuwd met Mijntje Liefting. Zij hadden vijf kinderen. Vanaf 1945 woonden er hun zoon Jan Meijne en Marie Nijman.
In het volgende huis (nr 48) woonde vanaf 1959 Piet Slump.

Het huis van hakker Arie Kaandorp (zie 20). Hier Arie Kaandorp en Maartje Brink met hun oudste kinderen.
Het huis van hakker Arie Kaandorp (zie 20). Hier Arie Kaandorp en Maartje Brink met hun oudste kinderen.

Kaart 1 volgnummer 20
Hier (nr 46) woonde Arie Kaandorp, bakker, tuinder en veehouder, gehuwd met Maartje Brink. Zij hadden 14 kinderen. Vanaf 1951 woonden er Ber Scheerman en Door Castricum. Sinds 1991 woont hier Bal Molenaar, strandpaviljoenhouder, gehuwd met Hanny Castricum.

Het huis van Willem Schermer (zie 21). Voor het huis v.l.n.r. Theo, Dieuwertje, Johanna, Wilhelmina en Geertruida Schermer. Hiervan waren Dieuwertje en Johanna kinderen van Dirk en de overigen van broer Willem Schermer.
Het huis van Willem Schermer (zie 21). Voor het huis v.l.n.r. Theo, Dieuwertje, Johanna, Wilhelmina en Geertruida Schermer. Hiervan waren Dieuwertje en Johanna kinderen van Dirk en de overigen van broer Willem Schermer.

Kaart 1 volgnummer 21
In dit huis (nr 44) woonde Willem Schermer, 55 jaar, tuinder en kruidenier, gehuwd met Maartje van Velzen. Zij kregen 12 kinderen; hun zoon Bertus Schermer, ongehuwd, werd in 1952 eigenaar en woonde hier met zijn zus Dievera Schermer, weduwe van Gerrit Bult, tot haar overlijden in 1994. Vanaf 1995 woont hier nu haar kleinzoon Hans Bult, komiek en mimespeler.


Jaarboek 25, pagina 43

Kaart 1 volgnummer 22
Op nr 42 woonde de 71-jarige Dirk de Winter, tuinder, gehuwd met Maartje Lute. Zij kregen zeven kinderen. Vanaf 1935 woonde hier hun zoon Balthazar, die in 1937 naar Medemblik vertrok (zie artikel over familie De Winter gezin nr 16 en 26). Daarna woonde er van 1946 tot 1992 Jan Zonneveld, vletschipper, grondwerker, gehuwd met Maria Burger.

Hierop volgt het benzinepompstation, voorheen garage Fakkeldij.

Café 'De Goede Verwachting' (zie 23). Naast het café was er nog een open terras en een speeltuin. Tijdens de Bakkummer kermis werd hier het zogeheten 'kat knuppelen' gehouden.
CafĂ© ‘De Goede Verwachting’ (zie 23). Naast het cafĂ© was er nog een open terras en een speeltuin. Tijdens de Bakkummer kermis werd hier het zogeheten ‘kat knuppelen’ gehouden.

Café 'De Goede Verwachting' omstreeks 1915 (zie 23). Voor het café de familie Castricum: Dieuwertje Stroomer omgeven door haar kinderen en enkele aangetrouwden. Dieuwertje is getrouwd met Cees Castricum, schelpenvisser en vrachtrijder. Zij wonen vanaf 1895 aan de Heereweg en sindsdien runt Dieuwertje hier het café. V.l.n.r.: staand: Anne Castricum (gehuwd met Matthias de Nijs), Corrie Castricum, moeder Dieuwertje Stroomer, Aafje Castricum en haar man Simon Koper, onder: Piet Castricum (gehuwd met Maria Steeman), Johannes Roemer (echtgenoot van Corrie Castricum) en Doris Castricum (gehuwd met Afra Buur). Van het gezin staan niet op de foto: vader Cees Castricum en de oudste zoon Willem (gehuwd met Mien Mors).
CafĂ© ‘De Goede Verwachting’ omstreeks 1915 (zie 23). Voor het cafĂ© de familie Castricum: Dieuwertje Stroomer omgeven door haar kinderen en enkele aangetrouwden. Dieuwertje is getrouwd met Cees Castricum, schelpenvisser en vrachtrijder. Zij wonen vanaf 1895 aan de Heereweg en sindsdien runt Dieuwertje hier het cafĂ©. V.l.n.r.: staand: Anne Castricum (gehuwd met Matthias de Nijs), Corrie Castricum, moeder Dieuwertje Stroomer, Aafje Castricum en haar man Simon Koper, onder: Piet Castricum (gehuwd met Maria Steeman), Johannes Roemer (echtgenoot van Corrie Castricum) en Doris Castricum (gehuwd met Afra Buur). Van het gezin staan niet op de foto: vader Cees Castricum en de oudste zoon Willem (gehuwd met Mien Mors).

Kaart 1 volgnummer 23
In dit pand (nr 36) had Willem Castricum een transportbedrijf en het cafĂ© ‘De Goede Verwachting’. Hij was gehuwd met Mien Mors. Zij kregen 11 kinderen. Hun zoon Simon Castricum, gehuwd met Ans Swart, had van 1948 tot 1960 het cafĂ©. Daarna werd het overgenomen door de familie Tuin die het in 1973 overdeed aan Henk Snabilie. Deze liet het cafĂ© verpauperen en gebruikte het om er speelautomaten in op te slaan. Enkele jaren geleden is er op deze plaats een nieuw pand gebouwd met daarin onder andere een barbecue-restaurant ‘Gonzales’ dat sinds 2000 in gebruik is.
De drie huizen die dan komen, tot aan de Haagscheweg, zijn in 1961 gebouwd (nrs 34, 34a, 34b).


Jaarboek 25, pagina 44

Op de hoek van de Haagscheweg stond het huisje van Piet Kuijs en Marie de Zeeuw (zie 24).
Op de hoek van de Haagscheweg stond het huisje van Piet Kuijs en Marie de Zeeuw (zie 24).

Kaart 1 volgnummer 24
In dit huisje (nr 32) op de hoek van de Haagscheweg woonde eerst de 64-jarige Antje Kuijs, weduwe van Dirk Visbeen, met haar zoon Jan Visbeen. Na haar overlijden in 1930 woonden hier Piet Kuijs, 36 jaar, tuinder, gehuwd met Marie de Zeeuw, en hun 9 kinderen. Als het gezin ‘s avonds naar bed ging, moesten ze buitenom en dan met de ladder door het luik naar boven. Dit huis is afgebroken en er is in 1963 op deze plaats een dubbel woonhuis gebouwd, waarin de families Willemse en Van de Sandt gingen wonen.

Kaart 1 volgnummer 25
Hier (nr 30) woonden de 61-jarige Jacobus van der Woude en zijn vrouw Dirkje van den Oever. Na Jacobs overlijden in 1930 vertrok Dirkje naar Amsterdam en kwam hier Piet Sap wonen, chauffeur bij de firma Castricum en gehuwd met Jo, een dochter van Willem Castricum. Vanaf 1942 woonde hier Piet Castricum (broer van Jo) met zijn vrouw Maria van Velzen. Nu woont hier vanaf 1974 hun zoon Jan Castricum, gehuwd met Marry Tuin.

In het naastliggende huis (nr 28) woonde vanaf 1935 Jacobi Schmidt, straatmaker. Vanaf 1958 tot 1970 woonde hier Kobus Swart, daarna Bertus Boots en vanaf 1979 Hans Welp, gehuwd met Marian Ory.

Kaart 1 volgnummer 26
Dit huis (nr 26) was samen met nr 24 (zie bij 27) een van de weinige dubbele woonhuizen in 1930. Hier woonden toen Cornelis de Rooij, 56 jaar, arbeider, met zijn vrouw Maria Grooteboer en hun zes kinderen. Zij waren hier in 1929 komen wonen. Eind jaren (negentien)dertig woonde hier tot 1958 Johannes Delsasso, arbeider. Nadien hebben hier verschillende mensen gewoond, waaronder vanaf 1988 de als schrijver van jongensboeken bekend geworden Sjoerd Knijper, die enkele jaren geleden naar Bergen is verhuisd.

Kaart 1 volgnummer 27
Hier (nr 24) woonde Piet Verduin, 34 jaar, arbeider en gasfitter, gehuwd met Anna Berkhout met hun drie kinderen. Vanaf 1967 woont hier PĂ© Zonneveld, gehuwd met Truus Kuijs.

Kaart 1 volgnummer 28
In dit huis (nr 22) woonde de 61-jarige Aagje Dekker, weduwe van Jacob de Zeeuw. Na haar overlijden in 1937, woonde hier haar zoon Ab de Zeeuw. Dan wordt het oude huis in de (negentien)vijftiger jaren gesloopt en wordt hier enkele jaren later een nieuw huis gebouwd. Vanaf 1976 woonde hier de inmiddels overleden Paul Brave. Zijn echtgenote Aafke Faber woont hier nog.

Vooraan ooit het woonhuis van Jan Kuijs en Neeltje Rijs (zie 29). In de loop der jaren heeft het vele uitbreidingen en aanpassingen meegemaakt.
Vooraan ooit het woonhuis van Jan Kuijs en Neeltje Rijs (zie 29). In de loop der jaren heeft het vele uitbreidingen en aanpassingen meegemaakt.

Kaart 1 volgnummer 29
Hier (nr 20) woonde de 81-jarige Jan Kuijs, landbouwer, weduwnaar van Neeltje Rijs. Zij kregen 11 kinderen. Na zijn overlijden woonde hier vanaf 1936 de pikeur en paardenhandelaar Jan van Leeuwen. Vanaf 1955 woonde hier AH Groot, weduwe van Wilhelmus Noort. Zij trouwde daarna met Jaap Gaarthuis. Delen van de oude boerderij en hooibarg werden ingericht ‘s zomers voor badgasten en ‘s winters voor de opslag van tenthuisjes; later alleen voor bewoning. In 1983 werd het woonhuis voor aan de weg afgebroken en een nieuw woonhuis neergezet. Hier woont zoon Jos Gaarthuis, aannemer, gehuwd met Corina Beentjes. De zomerverblijven zijn in later jaren afgebroken.

Kaart 1 volgnummer 30
Het huis (nr 18) behoort toe aan Engel Zonneveld, 66-jaar, schelpenvisser, tuinder en strandvonder, gehuwd met Grietje Limmen. In 1972 is op deze plaats een modern woonhuis gekomen voor Jan Wenderhold.

Kaart 1 volgnummer 31
In dit huis (nr 16) woonde ook ene Engel Zonneveld, veelal ter onderscheiding van zijn buurman ‘Dikke Engel’ genoemd. Engel was 57 jaar, landbouwer en gehuwd met Jansje Opperveld. Vervolgens woonde hier tot zijn overlijden in 2002 hun zoon Jan Zonneveld, tuinder, gehuwd met Jans Scheerman.

Het naastgelegen huis (nr 14) is gebouwd omstreeks 1935 en werd bewoond door Piet Zonneveld, melkboer, kruidenier en gehuwd met Maria Admiraal.

Café 'De Onderneming' omstreeks 1906 (zie 32). In dit pand was vooraan een kruidenier gevestigd en achteraan was café 'De Onderneming'. In dit laatste gedeelte woonde vanaf 1930 achtereenvolgens de bakkers: Jan Wester, Toon Huisman en Harry Matze. In het eerste gedeelte (zie 33) woonde vanaf 1930 Gerrit Ruijter en vanaf 1963 Cor Liefting.
CafĂ© ‘De Onderneming’ omstreeks 1906 (zie 32). In dit pand was vooraan een kruidenier gevestigd en achteraan was cafĂ© ‘De Onderneming’. In dit laatste gedeelte woonde vanaf 1930 achtereenvolgens de bakkers: Jan Wester, Toon Huisman en Harry Matze. In het eerste gedeelte (zie 33) woonde vanaf 1930 Gerrit Ruijter en vanaf 1963 Cor Liefting.

Kaart 1 volgnummer 32
Hier (nr 12) was in het begin van de vorige eeuw cafĂ© ‘De Onderneming’ gevestigd. In 1930 woonde er bakker Jan Wester, 36 jaar, in 1918 uit Oterleek gekomen, gehuwd met Cornelia Neelissen. Zij kregen acht kinderen. Als bakker werd Jan Wester opgevolgd in 1953 door Toon Huisman; vanaf 1959 had Harry Matze hier een bakkerij. Sinds 1977 woont hier Willem van Zanten en Anke de Graaf.


Jaarboek 25, pagina 45

Kaart 1 volgnummer 33
Dit huis (nr 10) maakte deel uit van het voornoemde pand en was in het begin van de vorige eeuw een (kruideniers)winkel met een handel in koloniale waren. In 1930 woonde hier Gerrit Ruijter, 40 jaar, bloemist, afkomstig uit Uitgeest, gehuwd met Grietje Bot. Zij hadden twee kinderen. Vanaf 1963 ging hier Cor Liefting met zijn vrouw Jo Scheerman wonen.

Het begin van de Heereweg met vooraan links het huis van Jan de Ruijter (zie 34).
Het begin van de Heereweg met vooraan links het huis van Jan de Ruijter (zie 34).

Nu vanaf de rotonde komende links het huis met rieten kap gebouwd in 1951 en iets verder links van de Heereweg het huis van Jan de Ruijter (zie 34).
Nu vanaf de rotonde komende links het huis met rieten kap gebouwd in 1951 en iets verder links van de Heereweg het huis van Jan de Ruijter (zie 34).

Kaart 1 volgnummer 34
In dit huis (nr 8) werd in de oorlog van 1799 Neeltje Groentjes doodgeschoten. Het is later ook café geweest. In 1930 woonde hier Hein Zonneveld, 51 jaar, tuinder, los arbeider, gehuwd met Jansje Veldt. Zij hadden geen kinderen. Na het overlijden van Jansje in 1941 woonde hier Jan de Ruijter, tuinder, gehuwd met Beth Huijg en zoon van Willem de Ruijter en Neeltje Stet van de Achterlaan (zie 41). Het huis is in 1993 afgebroken. Hieraan voorafgaande is aan de westzijde een nieuw woonhuis gebouwd van Gerard de Ruijter.

Dan resteren nog twee huizen aan de Heereweg: het in 1951 gebouwde witte huis met rieten kap (hier woonde onder andere Pieter Boudewijns, directeur gemeentewerken) en het in 1957 gebouwde huis ‘De Kampen’ voor het echtpaar Hans Witkamp en Truus Lankamp.

De Haagscheweg

Deze foto van de Haagsche weg werd genomen vanaf de duinkant in de richting van de huizen aan de Heereweg.
Deze foto van de Haagsche weg werd genomen vanaf de duinkant in de richting van de huizen aan de Heereweg.

De Haagscheweg loopt vanaf de Heereweg in westelijke richting tot aan de duinrand. De naam van dit weggetje werd tweehonderd jaar geleden al in oude akten genoemd. De foto laat nog een zandpad zien.

Kaart 1 volgnummer 35
Hier (nr 1) woonde de 58-jarige Bertus Hageman, landarbeider en gehuwd met Alida Sprenkeling. Zij hadden 9 kinderen. Bertus ging in 1937 op de Heereweg wonen (zie 12). In dit huis woonde nadien Joop Hageman, bouwvakker, tuinder en vele jaren actief lid van de fanfare. In 1984 is hier een nieuw huis gebouwd van Jaap Rumping, expediteur, gehuwd met Bernardien Vrouwe.

Kaart 1 volgnummer 36
Dit huis (nr 3) werd bewoond door Teun Ooms, 36 jaar, terreinwerker, voorman bij PWN, zijn vrouw Wilhelmina Jacobs en hun twee kinderen. Vanaf 1958 woont hier nu Cor Mooij, boswachter, gehuwd met de inmiddels overleden Lien, dochter van Teun Ooms.

De Achterlaan

Zo’n honderdvijftig jaar geleden liep ‘de Agterlaan’ vanaf de Bleumerweg (toen ‘de Laan in Bakkum’ genoemd) naar het zuiden en liep dood in het weiland. Het verbindingsstuk vanaf de Heereweg naar de Agterlaan werd toen ‘het Laantje’ genoemd. Het Laantje kende toentertijd nog een scherpe knik. In 1874 is deze knik aanzienlijk verminderd door de aansluiting op de Heereweg te verplaatsen van het noorden naar het zuiden van de voormalige woning van Lourens Zonneveld. (Dit huis was eerder het raadhuis van Bakkum en daarvoor nog de Cunerakapel.)
In 1930 was boerderij Blauwhoef de enige bebouwing aan de zuidzijde van de Achterlaan.

Boerderij 'De Blauwhoef' aan de Achterlaan (zie 37).
Boerderij ‘De Blauwhoef’ aan de Achterlaan (zie 37).

Kaart 1 volgnummer 37
Op boerderij Blauwhoef (nr 5) woonde de 56-jarige Klaas Stuifbergen, veehouder, gehuwd met Wilhelmina Duijn. Zij hadden 8 kinderen. Later woonden hier tot 1980 hun zoon Co Stuifbergen en Truus Poel.


Jaarboek 25, pagina 46

Tussen de Heereweg en de Blauwhoef zijn twee woningen gekomen: in 1964 voor André Korsman (nr 3) en in 1970 voor Fred Meijer (nr 1).

Voorbij de Blauwhoef zijn aan de zuidzijde van de Achterlaan aan het einde van de zeventiger jaren vijf bungalows gebouwd. Destijds was hier veel oppositie tegen vanwege het verloren gaan van het open landelijke karakter van dit deel van de Achterlaan.

Eva 's Hof aan de Achterlaan (zie 38).
Eva ‘s Hof aan de Achterlaan (zie 38).

Kaart 1 volgnummer 38
Op boerderij Blauwhoef (nr 5) woonde de 5
In dit huis ‘Eva’s hof’ geheten (nr 6), woonden tot 1931 Jan Hogenstijn, 44 jaar, tuinder, gehuwd met Johanna Goedmaat, en hun zes kinderen. Tot 1940 woonde hier Bart Moes en vanaf 1947 Jaap Zonneveld, los werkman, gehuwd met Cornelia Bakker (zie ook bij 12). Na 1972 werd het huis niet meer bewoond en is het gesloopt. Op deze plaats verscheen in 1980 de fraaie woning van Jaap Vervoort. gehuwd met Mia Kaandorp (nr 2).

Naast Eva 's Hof de huizen van Jan Stroomer (zie 39) en Jan Meijne.
Naast Eva ‘s Hof de huizen van Jan Stroomer (zie 39) en Jan Meijne.

Kaart 1 volgnummer 39
Op boerderij Blauwhoef (nr 5) woonde de 5
Hier woonde (nr 8) in 1930 Jan Meijne, 37 jaar, postbode. In de dertiger jaren ging hij met zijn gezin wonen in het huis van zijn moeder op nr 10. Van 1947 tot 1953 woonde in huis nr 8 Lammert de Winter (zie artikel familie De Winter onder nr 34) en vanaf 1954 Jan Stroomer, metselaar, gehuwd met Anna Verver.

Nogmaals het huisje van Jan Meijne (zie 40).
Nogmaals het huisje van Jan Meijne (zie 40).

Kaart 1 volgnummer 40
Op boerderij Blauwhoef (nr 5) woonde de 5
In dit huis (nr 10) woonde in 1930 de 78-jarige Aafje van der Eng, weduwe van Cornelis Meijne. In de dertiger jaren komt hier haar zoon Jan Meijne wonen, gehuwd met Riek de Winter. Zij kregen zes kinderen. Na Jans overlijden woonde Riek hier nog een jaar; vervolgens is het huis gesloopt en werd een nieuw woonhuis gebouwd door Henk van Gelderen. Vanaf 1982 woont hier Arie de Vrij, gehuwd met Betty Roele.

De Achterlaan met hier nog geen bebouwing aan de zuidzijde. Tussen de bomen in nog juist zichtbaar de boerderij van Willem de Ruijter (zie 41).
De Achterlaan met hier nog geen bebouwing aan de zuidzijde. Tussen de bomen in nog juist zichtbaar de boerderij van Willem de Ruijter (zie 41).

Kaart 1 volgnummer 41
Op boerderij Blauwhoef (nr 5) woonde de 5
In deze boerderij (nr 16) woonde Willem de Ruijter, 61-jaar, veehouder, landbouwer en gehuwd met Neeltje Stet. Zij kregen 11 kinderen. Na het overlijden van Willem in 1949 bleven hier hun kinderen Wub, Han en Griet wonen. Vanaf 1974 woont hier hun oomzegger Jan de Ruijter met echtgenote Tine Zaal.

Kaart 1 volgnummer 42
Op boerderij Blauwhoef (nr 5) woonde de 5
In dit huis (nr 24) woonde Dirk Schermer, 52 jaar, tuinder en strandvonder, gehuwd met Jannetje van Velzen. Zij kregen 11 kinderen. Vervolgens woonde hier zoon Doris Schermer met zijn vrouw Cornelia Stuifbergen met hun kinderen.

Kaart 1 volgnummer 43
Op boerderij Blauwhoef (nr 5) woonde de 5
Hier (nr 17) woonde Pieter de Winter, 61 jaar, tuinder en gehuwd met Dieuwertje de Zeeuw. Zij kregen 17 kinderen in het kleine huisje aan de Achterlaan. (Zie het gezin nr 19 in het artikel over familie De Winter.)

De Bleumerweg

Zo’n honderdvijftig jaar geleden heette het eerste gedeelte van de Bleumerweg ‘De Laan in Bakkum’; deze liep vanaf de Heereweg tot het Jan Miessenlaantje. Het vervolg van de Bleumerweg, dat tussen de weilanden naar het oosten doodliep, heette toen Veldweg, soms al Bleumersche weg. In de 18e eeuw liep deze weg – in die tijd waarschijnlijk niet meer dan een zandpad – door naar Limmen en werd de ‘Zuydt Baccummer Dyck’ genoemd.


Jaarboek 25, pagina 47

Volgen we de Bleumerweg vanaf de Heereweg aan de zuidzijde, dan treffen we hier eerst een viertal nieuwe huizen aan – waarvan twee dubbele woonhuizen – omstreeks 1935 gebouwd voor van Amsterdam afkomstige bewoners: Benjamin Leuw, kruidenier (vanaf 1957 woont hier nu Cornelis Bijman – nr 1), Pieter Helmich (hier woonde vanaf 1968 Nicolaas Scheerman – nr 3), Johannes Bruno, kantoorbediende (vanaf 1958 Johannes Opdam – nr 5), Johannes van Putten (vanaf 1958 Nicolaas Schermer – nr 7), Pieter Cortel, vertegenwoordiger, (vanaf 1954 Hendrik Schipper – nr 9) en Pieter van der Linden, boekbinder (vanaf 1948 Johannes van Ekeren – nr 11).
Hierop aansluitend is in 1978 een bungalow gebouwd (nr 13) voor Gerard Duijn, gehuwd met Truus Poel.

In 1930 begon de bebouwing aan de zuidzijde van de Bleumerweg met boerderij Starrenburg.

Boerderij Starrenburg aan de Bleumerweg (zie 44).
Boerderij Starrenburg aan de Bleumerweg (zie 44).

Kaart 1 volgnummer 44
Op boerderij Starrenburg (nr 33) woonde de 38-jarige Willem de Zeeuw, veehouder en gehuwd met Gré van der Meij. Zij hadden 8 kinderen. Vanaf 1970 woonde hier Arnold Bruijnjé.

De boerderij van Reinier Duijn. Na de brand in 1930 is deze boerderij afgebroken (zie 45).
De boerderij van Reinier Duijn. Na de brand in 1930 is deze boerderij afgebroken (zie 45).

Kaart 1 volgnummer 45
Op deze boerderij (nr 49) woonden Reinier Duijn, 45 jaar, veehouder, met zijn vrouw Jansje Bakker en hun vijf kinderen. In 1930 is de boerderij afgebrand en heeft plaats gemaakt voor de huidige boerderij die inmiddels al vanaf ca. 1970 wordt bewoond door hun zoon Joh. Duijn en echtgenote Gré Gijzen.

Kaart 1 volgnummer 46
Aan het einde van de Bleumerweg voorbij de spoorlijn woonden in het spoorhuis de 39-jarige spoorbeambte Tjidre Scheltinga met zijn vrouw Arnolda van Dinter en zes kinderen. Het spoorhuis is inmiddels vele jaren geleden gesloopt. Nog voor de spoorlijn stond in 1930 aan de zuidzijde van de Bleumerweg een huisje dat niet meer werd bewoond en als schuur in gebruik was. Hier woonde tot aan het einde van de twintiger jaren Gert Kuijs, tuinder en gemeenteraadslid, gehuwd met Aagje Admiraal. Nadien is op deze plaats een nieuw huis gekomen, dat ook nu (in 2002) nog niet is aangesloten op het gas-, waterleiding- en elektriciteitsnet.


Jaarboek 25, pagina 48

Op deze foto uit ca. 1924 staan alle bewoners van de Bleumerweg.
Op deze foto uit ca. 1924 staan alle bewoners van de Bleumerweg.

De nummers vermelden de volgende personen: 1 Dirk Baltus, 2 Anna Borst (moeder van - voormalig - voorzitter Simon Zuurbier), 3 Maria de Waard (echtgenote van Bertus Schermer), 4 Willem de Zeeuw, 5 Reinier Duijn, 6 Henk Twisk, 7 Piet Borst, 8 Willem Twisk, 9 Dieuwer Schouten (echtgenote van Henk Twisk), 10 Gré van der Meij (echtgenote van Willem de Zeeuw), 11 Jansje Bakker (echtgenote van Reinier Duijn), 12 Marijtje Zonneveld (echtgenote van Piet Borst), 13 Marie Zonneveld, 14 Truus Duijn, 15 Piet Duijn, 16 Marie Borst, 17 Agie Borst, 18 Jo Nijman (echtgenote van Dirk Baltus), 19 Corrie Borst, 20 Antoon Baltus, 21 Joh. Duijn, 22 Gerard Duijn, 23 logeetje (Henk van der Zon), 24 Jan Twisk, 25 Jaap Duijn, 26 Wim Twisk, 27 Kees Twisk, 28 Jan Borst en 29 Gerrit Borst.
De nummers vermelden de volgende personen: 1 Dirk Baltus, 2 Anna Borst (moeder van – voormalig – voorzitter Simon Zuurbier), 3 Maria de Waard (echtgenote van Bertus Schermer), 4 Willem de Zeeuw, 5 Reinier Duijn, 6 Henk Twisk, 7 Piet Borst, 8 Willem Twisk, 9 Dieuwer Schouten (echtgenote van Henk Twisk), 10 GrĂ© van der Meij (echtgenote van Willem de Zeeuw), 11 Jansje Bakker (echtgenote van Reinier Duijn), 12 Marijtje Zonneveld (echtgenote van Piet Borst), 13 Marie Zonneveld, 14 Truus Duijn, 15 Piet Duijn, 16 Marie Borst, 17 Agie Borst, 18 Jo Nijman (echtgenote van Dirk Baltus), 19 Corrie Borst, 20 Antoon Baltus, 21 Joh. Duijn, 22 Gerard Duijn, 23 logeetje (Henk van der Zon), 24 Jan Twisk, 25 Jaap Duijn, 26 Wim Twisk, 27 Kees Twisk, 28 Jan Borst en 29 Gerrit Borst.

Kaart 1 volgnummer 47
In dit primitieve huisje (nr 22) woonde Hein Zonneveld, 41 jaar, tuinder, los arbeider, gehuwd met Klasina Oud. Zij kregen 7 kinderen. In 1956 is dit huisje gesloopt en is hier in 1958 een bungalow gebouwd waarin Albertus Scheen woonde.

De boerderij van Piet Borst (zie 48).
De boerderij van Piet Borst (zie 48).

Kaart 1 volgnummer 48
Op deze boerderij (nr 20) woonden de 50-jarige Piet Borst, tuinder, veehouder en gemeenteraadslid, met zijn vrouw Marijtje Zonneveld en hun acht kinderen. In 1941 zijn Piet en Marijtje aan de Heereweg gaan wonen (zie 18) en op de boerderij woonden nadien zoon Cor Borst en echtgenote Nel van Niekerk.

Kaart 1 volgnummer 49
Hier (nr 18) woonde tot 1930 Dirk Baltus, melkrijder, gehuwd met Jo Nijman. Daarna woonde hier Hendrik Sanders, 30 jaar, afkomstig uit Drenthe, arbeider, bloemist en gehuwd met Frauke Harms. Zij hadden vier kinderen. Kort daarop ging hier vanaf 1931 Gerrit Borst, melkrijder, met zijn vrouw Maria Liefting wonen. Hij had later ook een mest- en strohandel.

Kaart 1 volgnummer 50
In dit huis (nr 12) woonde Henk Twisk, 33 jaar, tuinder, veehouder en gemeenteraadslid, gehuwd met Dieuwertje Schouten. Zij hadden 9 kinderen. Vanaf 1960 is hij in het ernaast gelegen nieuw gebouwde huis (nr 10) gaan wonen en werd zijn zoon Piet hier de hoofdbewoner. Tegenwoordig (in 2002) is hier camping en kampeerboerderij ‘De Hooiberg’ gevestigd.

Aan de noordzijde van de Bleumerweg heeft een aantal jaren de rooms-katholieke jeugdherberg ‘De Mantelmeeuw’ gestaan die werd beheerd door Cornelis Twisk. Deze jeugdherberg is in 1975 afgebroken. Kort daarna is tussen huis 7 en de boerderij op de hoek van de Heereweg een vijftal huizen gebouwd.


Jaarboek 25, pagina 49

Noord Bakkum

(zie kaart 2)

De huidige wegen in Noord-Bakkum kunnen we al op de oudst gedetailleerde kaarten van Johannes Dou vinden. Het wegenpatroon is al vele eeuwen onveranderd. Ook het aantal bewoners is relatief gering gebleven. Stonden er in 1830 slechts drie huizen, in 1930 is dat aantal toegenomen tot 19. Tegenwoordig (in 2002) staan er 47 huizen in Noord-Bakkum, is het een eigen woongemeenschap, waarvan de kinderen in Egmond-Binnen naar de basisschool gaan en de telefoonnummers onder Limmen vallen.

De toestand van de wegen in Noord-Bakkum is vóór 1930 heel slecht, getuige de meerdere verzoekschriften die de bewoners van Noord-Bakkum hebben gericht aan het gemeentebestuur van Castricum. Onderstaand een letterlijke weergave van een dergelijk verzoekschrift dat vooral zo aardig is, omdat de handtekening van meerdere bewoners in onderstaand overzicht voorkomen:

Noord Bakkum December 1917
Edelachtbare Heer Burgemeester Heeren raadsleden,
Verleden jaar hebben wij bewoners van Noord Bakkum tot de raad het beleefd verzoek gericht om tot beharding van de zandijk over te gaan we hebben als antwoord daar op de toezegging mogen ontvangen dat de weg met sintels zou aan gevuld en bij gehouden zou worden.
Tot onze teleurstelling is het bij toezegging gebleven want de paar wagens sintels die er zijn aangebracht kunnen toch moeilijk als verbetering gelden. Daarom vragen wij opnieuw om verbetering. Mocht door de tijdsch omstandigheden het nu niet mogelijk zijn tot beharding over te gaan dan verzoeken wij met de meeste ernst ons uit onze nood toestand te helpen en de wegen in behoorlijk begaanbare toestand te brengen en te houden want zoo het thans gaat is het het spijt ons het te moeten schrijven een ongehoorde toestand. Sinds 1914 is er aan de zandijk nog de Limmerweg vanaf de zandijk tot de scheiding van Egmond-Binnen geen schop zand verwerkt we worden verplicht de gaten en kuilen zelf te dichten om ongelukken te voorkomen is dit geen ongehoorde toestand. Als belasting betaalende worden wij als burgers erkend en niet ontzien en rekenen wij daarom dat onze noode erkend en verholpen zullen worden en teekenen wij.

Handtekeningen van de inwoners van Noord-Bakkum in 1917.
Handtekeningen van de inwoners van Noord-Bakkum in 1917.

De Heereweg

In 1930 stonden er aan de Heereweg nog nabij de grens met Egmond-Binnen vier huizen; hiervan zijn de twee huizen aan de westzijde al jaren geleden gesloopt. In de (negentien)zestiger en (negentien)zeventiger jaren was er aan de westzijde van de weg tegen de grens met Egmond-Binnen, nog langs de weg, een klein woonwagenpark dat plaats bood aan enkele woonwagens. Dit smalle strookje grond, dat nog hoorde bij de gemeente Castricum, was voor de woonwagenbewoners letterlijk zover mogelijk weg uit het Castricumse woongebied.


Jaarboek 25, pagina 50

Kaart 2: Noord-Bakkum: de huizen die genummerd zijn, bestaan in 1930; onder de volgnummers 1 t/m 17 worden de bijbehorende huizen en bewoners in de tekst beschreven. (tekening Jort Boot)
Kaart 2 Noord-Bakkum: de huizen die genummerd zijn, bestaan in 1930; onder de volgnummers 1 t/m 17 worden de bijbehorende huizen en bewoners in de tekst beschreven. (tekening Jort Boot)


Jaarboek 25, pagina 51

Het huisje van Jan Stet in de Bakkummer duinen (zie 1).
Het huisje van Jan Stet in de Bakkummer duinen (zie 1).

Kaart 2 volgnummer 1
In dit kleine huisje (nr 178), op ruim honderd meter ten westen van de Heereweg in het duingebied, woonde in 1930 in zijn ouderlijk huis Jan Stet, 35 jaar, tuinder, los werkman, gehuwd met Geertje Groot. Zij hadden geen kinderen. In de oorlog is dit huisje gesloopt.

Kaart 2 volgnummer 2
Hier (nr 180) woonden in een klein huisje direct langs de weg Bertus Dirkson, 71 jaar, landbouwer en Antje van Velzen. Na zijn overlijden in 1937 woonde Antje daar nog tot 1940. Het huis werd nadien bewoond tot 1950 door Jan Renckens. Als laatste woonde hier vanaf 1954 Toos Maternum, gehuwd met Johannes Rumping, eerder met Ab de Winter. (Zie in het artikel over fa- milie De Winter onder nr 32.) Het huisje is in 1962 afgebroken. Dit huis werd in 1930 bewoond door de 48-jarige Willem Roozen en zijn vrouw Aukjen Nagelhout met hun vijf kinderen. Willem kwam uit de omgeving van Haarlem en vertrok in 1934 naar Beverwijk. Het huis (nr. 103) werd vervolgens bewoond door Freek Wulp, bloembollenkweker en zijn vrouw Annie Zonneveld. Vanaf 1980 woont hier Arie Apeldoorn die een handel in ‘open haard’-hout heeft.
In het laatste huis voor Egmond-Binnen (nr. 105) woonden Aagje en Jacob Leuring, resp. 52 en 49 jaar oud, beiden ongehuwd. Na hun vertrek in 1939 naar Beverwijk ging hier Jan Zonneveld, bloembollenkweker, wonen met zijn echtgenote Jo Burgmeijer. Zij kregen hier 10 kinderen. Momenteel woont hier hun zoon Jan.

De Duinweg

Bij de verbreding van de Heereweg werd in 1926 ook de Duinweg aangepakt en werd de aansluiting van de Duinweg op de Heereweg ca. 250 meter naar het noorden verplaatst. Ook werd aan de Duinweg door de firma Kiess – Dieter een fijn-lederfabriek gebouwd. De fabriek bestond uit een groot gebouw met looierij en ververij voorzien van hete luchtovens, droogkamers en kleedkamers en uit een apart gebouwtje met een looierij en een droogkamer. Nadien is het bedrijf een groentedrogerij geworden en is het in 1925 overgenomen door het bloembollenbedrijf ‘Rijnveld’ uit Hillegom. Van het pand werd een woonhuis gemaakt en van de drogerij een bollenschuur; de droogtoren bleef intact. Grote oppervlakten van de aan de duinen grenzende landerijen zijn afgezand en geĂ«galiseerd. Het bedrijf Rijnveld had veel personeel in dienst; baasknecht was Jaap van der Meij. Op verschillende tijden ging hier de sirene om het begin en einde van de werk- en schafttijden aan te geven. Dit geluid was in de wijde omtrek te horen en werd plaatselijk ‘de Jood’ genoemd. “Is de Jood al gegaan?”, hoorde je vragen. Het was voor vele tuinders het sein om het werk neer te leggen.

Het bedrijf van 'Rijnveld' aan de Duinweg, eerder was hier een fijn-lederfabriek en een groentedrogerij gevestigd. De bollenschuur met 'toren' linksvoor is hier nog een overblijfsel van (zie 5).
Het bedrijf van ‘Rijnveld’ aan de Duinweg, eerder was hier een fijn-lederfabriek en een groentedrogerij gevestigd. De bollenschuur met ‘toren’ linksvoor is hier nog een overblijfsel van (zie 5).

Kaart 2 volgnummer 5
Hier woonde van 1926 tot 1961 Jaap van der Meij, 36 jaar, afkomstig uit Hillegom en was baasknecht op het bloembollenbedrijf ‘Rijnveld’. Jaap was gehuwd met Jaantje Diemel. Zij kregen 9 kinderen. Jaap werd als bedrijfsleider in 1961 opgevolgd door Nicolaas Lieverse. Vanaf 1968 is het bedrijf overgenomen door de firma De Waard uit Egmond aan den Hoef. De bollenschuur is in de zeventiger jaren gesloopt. Nu woont hier Sjaak de Waard.

In 1930 waren de bollenschuur en de bovengenoemde woning de enige bebouwing aan de Duinweg. Aan dezelfde noordzijde van de weg is in chronologische volgorde gebouwd in 1954 het woonhuis van Hermanus van Dijk (nr 9), in 1963 het woonhuis (nr 11) met bollenbedrijf van Piet Neelissen en Grietje Veldt, in 1965 kippenlegbatterijen van Gerrit Ronk met bijbehorende bedrijfswoning (nr 7), in 1967 het huis van Gerrit Ronk op de hoek van de Duinweg en Hoogeweg (nr 5), in hetzelfde jaar het huis van Piet Neelissen jr. (nr 15) en tenslotte in de tachtiger jaren het huis van Huub de Waard (nr 3a) en het hoveniersbedrijf van Cor Berkhout (nr 11).


Jaarboek 25, pagina 52

Aan de zuidzijde was er in 1930 nog geen enkele bebouwing aan de Duinweg. Als eerste werd kort voor de oorlog het landhuis ‘De Doornduin’ van grootgrondbezitter Jacobus Kraakman gebouwd (nr 2), waar hij een groot deel van zijn leven heeft gewoond. (Zie hierover het  artikel Wie was … meneer Kraakman.) Achtereenvolgens zijn aan de zuidzijde van de Duinweg in 1950 gebouwd het woonhuis voor Kees Hes met zijn vrouw Maria Ruiter (nr 4), in 1967 het huis van Joost Hes en Lent Tervoort (nr 6), in 1970 het huis van Coob van der Voort (nr 2a) en in 1977 tenslotte het huis van Kees Hes jr. (nr 2b).

De Madeweg

De Madeweg is een zijweg van de Duinweg, loopt in zuidelijke richting en is een doodlopende weg met een lengte van ca. 1000 meter, eindigend in het Zuid-Bakkummer veld. In 1930 stonden hier twee huizen:

Kaart 2 volgnummer 6
In deze boerderij (nr 1) woonde in 1930 Kees Hes, 44 jaar, gehuwd met Maria Ruiter. Zij kregen 12 kinderen. In 1950 gingen zij op de Duinweg wonen. Daarna ging zoon Piet Hes, gehuwd met Catharina Swart, op de boerderij wonen. Vanaf 1982 woonden hier ook van laatstgenoemden dochter Maria Hes met Hendrikus Scheerman (nr 3) en hun zoon Johannes Hes en Johanna Dekker (nr 5).

Kaart 2 volgnummer 7
Op deze boerderij van voordien Jan Meijne (nr 2) woonde Piet van Diepen, 51 jaar, veehouder, met zijn tweede echtgenote Betje Tol. Piet had uit twee huwelijken 25 kinderen. Achtereenvolgens woonden hier vanaf 1936 Nicolaas Noort en echtgenote Cornelia Bos. vanaf 1944 hun zoon Wilhelmus Noort, gehuwd met Ali Groot en vanaf 1953 Piet van der Voort.
In 1960 is naast de boerderij een houten bungalow gekomen (nr 2a) waarin het door brand getroffen gezin van PĂ© Hes werd ondergebracht.

De Zanddijk

De Zanddijk met links de woning van Adriaan Liefting.
De Zanddijk met links de woning van Adriaan Liefting.

De Zanddijk is het verlengde van de Duinweg en sluit aan op de Westerweg in Limmen. De Zanddijk wordt beschouwd als een van de eerste dijken in Midden-Kennemerland die diende ter beperking van de wateroverlast. De Zanddijk vormde een afdamming van de lage gronden tussen de binnenduinrand en de strandwal Alkmaar-Limmen. Het initiatief tot de aanleg in de 11e of 12e eeuw wordt toegeschreven aan de monniken van de Egmondse abdij.
In 1930 stonden er geen huizen aan de Zanddijk. In 1961 is hier het veehoudersbedrijf van Adriaan Liefting gekomen (nr 2).

De Hoogeweg

De Hoogeweg is een zijweg van de Duinweg en loopt in noordelijke richting tot voorbij de grens van Egmond-Binnen. In 1930 woonden hier aan de oostzijde achtereenvolgens:

Kaart 2 volgnummer 8
In dit witte huis (nr 1) woonde vanaf 1928 Bart Moes, 25 jaar, baasknecht bij het bloembollenbedrijf van Gert Hermans. Bart was gehuwd met Trijntje Pol. Zij gingen na enkele jaren aan de Achterlaan wonen. Vanaf 1934 woonde hier Kees van der Lans, bloemistknecht. Verder woonde hier o.a. vanaf 1962 bloemkweker Co Berkhout.

Kaart 2 volgnummer 9
In dit huisje (nr 3) woonde van 1926 tot 1972 Klaas Leuring, 47 jaar, tuinder, gehuwd met Trijntje Hollander. Zij woonden hier met 3 kinderen.

Kaart 2 volgnummer 10
Hier (nr 5) woonde Aad Duijcker, 37 jaar, bloemistknecht en gehuwd met Maria Lempers. Vanaf 1933 woonde hier Cor Baltus; hij was in datzelfde jaar gehuwd met Jacoba van der Molen die in 1935 overleed. Vanaf 1940 woonde in dit huis Engel van der Molen en vanaf 1972 Simon Baltus, gehuwd met Christien van Uden.

De overige huizen aan de oostzijde, gebouwd na 1930, zijn in chronologische volgorde: in 1958 het huis van Co Res, gehuwd met Lida de Nijs (nr 9), in 1961 het huis van Arie Liefting en Ria Duinmeijer (nr 11), in 1974 de bungalow van Jan Berkhout (nr la) en het huis van Cor Brakenhoff (nr 7) en in 1976 van Jan Holshuijsen, nu Henk van Stigt (nr 7a).

In 1930 stond aan de westzijde van de Hoogeweg:

Kaart 2 volgnummer 11
Op deze boerderij (nr 2) woonde van 1926 tot 1932 Theodorus Kabel, 36 jaar, veekoopman, gehuwd met Anna Wolff; vervolgens woonde hier tot 1938 Albertus Schermer, gehuwd met Maria de Waard en tot 1942 Piet Borst, gehuwd met Griet Hes en daarna gedurende vele jaren veehouder Pé Hes, gehuwd met Catharina Liefting. Bij een ernstige brand op 12 november 1959 werd deze boerderij verwoest en later door een nieuw woonhuis vervangen. Voor zijn heldhaftige rol tijdens de brand werd zoon Kees geëerd met de medaille van het Carnegie fonds. Pé Hes ging in 1972 op het Zuiderdijkje wonen, zijn zoon Jan bleef in dit huis wonen.

De boerderij 'Noord-Bakkum' aan de Hoogeweg: dit was de grootste boerderij van Bakkum. Hier woonden meerdere gezinnen. Voor het huis baasknecht bij 'Rijnveld' Kees Weijers met echtgenote Maria Veldt (zie 12).
De boerderij ‘Noord-Bakkum’ aan de Hoogeweg: dit was de grootste boerderij van Bakkum. Hier woonden meerdere gezinnen. Voor het huis baasknecht bij ‘Rijnveld’ Kees Weijers met echtgenote Maria Veldt (zie 12).

Kaart 2 volgnummer 12
In deze boerderij, ooit ‘Noord-Bakkum’ geheten en meerdere eeuwen oud, woonden in 1930 meerdere afzonderlijke families. Aan de voorkant-zuidzijde (nr 6) woonde vanaf 1926 Jan Harms, 31 jaar, arbeider. Vanaf 1935 woonde hier PĂ© Levering, baasknecht bij Rijnveld en gehuwd met Eduarda Klaver. Aan de voorkant-noordzijde (nr. 8) woonde vanaf 1930 Albertus Huisman uit Hillegom, 36 jaar, arbeider; kort daarop woonde hier Reinder Moes, boerenknecht uit Borger, daarna vanaf 1945 Henk de Graaf en van 1961 tot 1970 Henk Levering. Aan de achterzijde woonde op nr 10 Wander Harms. 52 jaar, familie van voornoemde Jan, arbeider, hij kwam in 1926 uit Wildervank en ging in de (negentien)dertigerjaren aan de Heereweg wonen. De boerderij is in 1989 gesloopt. (Zie ook afbeelding bij het artikel Bakkum omstreeks 1830.)


Jaarboek 25, pagina 53

De boerderij van Ab van Duin. Op de foto links met paard Dirk Koning en rechts zijn vrouw Geertje Burger met kind op de arm (zie 13).
De boerderij van Ab van Duin. Op de foto links met paard Dirk Koning en rechts zijn vrouw Geertje Burger met kind op de arm (zie 13).

Kaart 2 volgnummer 13
Op deze boerderij (nr 12) woonde Ab van Duin, 54 jaar, landbouwer, gehuwd met Henderica van Til. Zij kwamen in 1925 van Egmond-Binnen en hadden zes kinderen. Tot 1971 woonde hier hun zoon Jaap van Duin, daarna kende de boerderij vele bewoners.

Kaart 2 volgnummer 14
Dirk Koppes woonde vanaf 1921 op nr. 14. Hij was 42 jaar, tuin- der en gehuwd met Maria Baltus en had 7 dochters. Vanaf 1967 woont hier Ber Zonneveld, gehuwd met Bets Wijker.

De bewoners van de huizen gebouwd na 1930 aan de westzijde zijn in chronologische volgorde: in 1962 Han van der Molen en Clara van der Meij (nr 16), in 1975 Joop Sprenkeling (nr 10), in 1979 Kees Hes, aannemer grondwerken (nr 4), in 1989 Rex Kramer (nr 8) en in 1995 de inmiddels overleden Peter van der Molen (nr 18).

Het Groenelaantje

Het Groenelaantje is een kort verbindingsweggetje van ca. 270 m lengte tussen de Hoogeweg en de Limmerweg, evenwijdig aan en kort bij de grens met Egmond-Binnen. In 1930 stonden er drie huizen. Op de eerste kadasterkaarten van 1830 is op eenderde van het Groenelaantje een bosje te zien waar de weg aan weerskanten omheen loopt. (Zie kaart bij het artikel Bakkum omstreeks 1830.) Dit is heel bijzonder en geeft aan dat daar vóór 1830 iets geweest moet zijn. waarnaar we nu alleen nog kunnen gissen.

Aan het Groenelaantje stonden in 1930 drie huizen:

Kaart 2 volgnummer 15
Het huis (nr 1) van Dirk Koning, 54 jaar, landbouwer, gehuwd met Geertje Burger. Zij hadden vier kinderen. Na zijn overlijden woonde zij hier nog tot 1951, daarna is het huisje afgebroken. Het stond op de plaats van de garages tussen de huidige percelen 7 en 7a.


Jaarboek 25, pagina 54

Kaart 2 volgnummer 16
Hier (nr 3) woonde vanaf 1921 Johannes Kramer, 63 jaar, landbouwer, gehuwd met Anna Brakenhoff. Zij kregen acht kinderen waaronder Han Kramer en ook de op de Limmerweg woonachtige Wub en Gerard Kramer. Han heeft dit huis vanaf 1952 tot zijn overlijden in 1969 bewoond. Op dit moment (in 2002) woont hier nog zijn zoon Simon Kramer.

Het huis van de familie Liefting aan het Groenelaantje (zie 17).
Het huis van de familie Liefting aan het Groenelaantje (zie 17).

Kaart 2 volgnummer 17
In dit huis (nr 2) woonde Jan Liefting, 32 jaar, landbouwer, gehuwd met Johanna Levering. Zij kregen zes kinderen. Na zijn overlijden in 1932 hertrouwde Johanna Levering in 1933 met zijn broer Bernard Liefting die vanaf dat moment in dit huis kwam wonen. Beide broers waren zoons van de op de Limmerweg woonachtige Arie Liefting. Na het overlijden van Bernard in 1966 woonde hier Piet, zoon van Jan Liefting. Op dezelfde plaats liet Piet Liefting in 1969 een nieuw huis bouwen. Hier woont nu Ad Baltus.

Na 1930 is aan het Groenelaantje nog bijgebouwd: in 1969 huis nr 5 voor Theo Vermeulen, schoonzoon van Han Kramer (zie 16), in 1970 huis nr 7 voor Jaap Koning en in 1993 huis nr 7a voor diens schoonzoon Cor de Graaf.

Het Zuiderdijkje

Dit middeleeuwse dijkje, vroeger ook wel het Noord-Bakkummerdijkje genoemd, omsluit een gering aantal percelen land die afwateren op de Vennewaterspolder. In 1930 stonden er geen huizen aan het Zuiderdijkje. Pas in 1972 ging PĂ© Hes hier wonen (nr 1). De overige twee huizen aan het Zuiderdijkje werden gebouwd in 1974 (nr 3, nu bewoond door Hans Hes) en in 1976 (nr 5, bewoond door Jan de Graaf).

De Limmerweg

De Limmerweg komt uit het centrum van Egmond-Binnen en loopt in zuidelijke richting naar het punt waar de Duinweg overgaat in Zanddijk. In 1930 was alleen de westzijde van de Limmerweg binnen onze gemeente bebouwd. Hier woonden achtereenvolgens:

Kaart 2 volgnummer 18
In dit huis (nr 4) woonde Huub de Winter van 1911 tot 1937. Huub was 66 jaar, landbouwer, gehuwd met Catharina Koning. (Zie gezin nr 11 in het artikel over familie De Winter.) Zij hadden geen kinderen. Vanaf 1938 tot 1952 woonde hier Lau Duinmeijer. In 1959 was de boerderij onbewoonbaar verklaard, gekocht door Gerard Hanraads die haar verbouwde en er in 1960 de naam ‘de Luif’ aan gaf. Nu woont hier sinds 1986 Jan Kaptein.

De boerderij van Arie Liefting aan de Limmerweg (zie 19).
De boerderij van Arie Liefting aan de Limmerweg (zie 19).

Kaart 2 volgnummer 19
In deze boerderij, vroeger ‘Pannenhuis’ geheten (nr 2), woonde vanaf 1916 Arie Liefting; in 1930 was hij 62 jaar oud, tuinder, veehouder, gehuwd met Adriana Apeldoorn. Zij kregen 11 kinderen. De boerderij werd overgenomen door het Burger Weeshuis in Haarlem, dat in 1972 een woning voor de beheerder Anne Merkuur liet bouwen en in 1974 op de plaats van de afgebroken boerderij een nieuwe boerderij ‘De Coenhoeve’. Deze dient als tijdelijk onderdak voor weeskinderen.

Na 1930 zijn aan dezelfde westzijde nog de huizen gekomen van Jan Nijman (nr 2a in 1967) en van Koos van der Molen (nr 2b in 1970). Aan de oostzijde woonde vanaf 1953 tot 1990 Simon Gaarthuis, bloembollenkweker, gehuwd met Jeanne Liefting, nu Wiebe de Jong (op nr 7). Op nr 9 woonde vanaf 1931 tot 1971 Wub Kramer, landbouwer, gehuwd met Gré Wesselingh; na 1971 woonde hier Petrus Laan, gehuwd met Antonetta van Soest. Op nr 11 woonde vanaf 1958 Gerard Kramer, gehuwd met Theodora Burgmeijer; sinds 1991 woont nu (in 2002) hier Hans Kramer.

Verantwoording

Dit artikel geeft heel veel informatie over huizen en bewoners van Bakkum vanaf het jaar 1930 en in enkele gevallen zelfs over de huidige bewoners. Dit is een zodanige hoeveelheid informatie dat er ongetwijfeld onjuistheden in geslopen kunnen zijn. Hiervoor excuses hoewel dit onontkoombaar is. Deze informatie is vooral voor die mensen interessant die in Bakkum wonen, gewoond hebben of daarmee sterk verbonden zijn. Voor anderen kan het overkomen als een saaie opsomming van namen, beroepen, jaartallen etc. Wij hopen dat onze inspanning in ieder geval voor de Bakkummers de moeite waard is geweest.

Loek Zonneveld
Simon Zuurbier

Bronnen:

  • Bevolkingsregister Castricum, 1920- 1939.
  • Archief Gemeente Castricum.
  • Archief Werkgroep Oud-Castricum.
  • Interviews met PĂ© Hes, mevr. A. de Zeeuw-Borst, Jan Brasser, Jan Zonneveld (in 2002 overleden) en Piet Beentjes.