De wandelende reize

De wandelende reize door gantsch Noordholland. Vier personen wandelen door Noord-Holland en houden een dagboek bij. Ze publiceren dit in 1733. Het geeft een tijdsbeeld van de omgeving van Castricum. Fragmenten uit  het boek:

pagina 395 …. Voor ons vertrek van Alkmaar hadden wy t besluit genomen dat onze reize van Limmen over Uitgeest naar de Beverwyk zou zyn, maar nu te Limmen wezende hadden wy het des morgens voor dat wy ons op weg begaven anders overlegt om te vermakelyker weg en meerder divertissement (vermaak) te hebben. Wy resolveerden (besloten) ons eerst op Castrikum te begeven en van daar op Nooddorp alwaar wy dien middag wat meenden…

pagina 396 … te eeten. Na den maaltyd zouden wy van daar onzen Tour op t Huis te Marquette nemen en dus zouden wy van daar over het dorp Heemskerk vertrekkende, in den vooravond by gezondheit maken in de Beverwyk te wezen om aldaar te overnachten. In dezer voegen zouden wy het dorp Uitgeest als wat te veel op zyde leggende en niet veel zonderlings zynde niet aandoen te meer wy buiten dat kuierweg genoeg dien dag of te leggen hadden op plaatsen die veel vermakelyker waren. In gevolge dit verandert besluit begaven wy ons dan voor eerst van Limmen duinwaarts naar Castrikum. Wy waren nauwlyks op weg gekomen of ik vroeg aan Mynheer Casparus of hem iets in geheugen lag van t geen hy dien nacht gedroomt had ….

pagina 399 …. Te Castrikum omtrent een quartieruurs gerust en ons wat ververscht hebbende, begaven wy ons van daar naar Nooddorp alwaar wy als niet verre daarvan afgelegen zynde wel haast aanquamen. Even na dat wy er in de Herberg getreden en ons in den gemenen haast nedergezet hadden om er wat te eeten, quamen er de postwagens van Alkmaar en Haarlem welke alle morgens van die beide steden af ryden en omtrent den middag te Nooddorp een halfuurtie pleisteren om malkander te verwisselen. Op den Alkmaarder wagen zat niet dan een Zeekapitein die van den Helder quam; maar op den Haarlemmer wagen waren vier personen bestaande in eene juffer, twee burgerluiden en eenen Heer die zeer ryk was uitgedoscht gelyk wy zagen toen die luiden van de beide wagens getr
eden zynde by ons in t zelfde gemeen vertrek in de herberg….

pagina 409 …Terwyl nog hier over gesproken wierd quamen wy aan de Heerlykheit Marquette die wy nauwkeurig van buiten en binnen bezichtigden na dat wy gelegenheit hadden gekregen daar in te komen. Ik behoef hier gene beschryvinge daarvan te doen alzo men die elders menigvuldig genoeg vind met de aftekening van dat aloud lustslot daarby. Alleenlyk zal ik zeggen dat wy het zelve na genoegen bezichtigt te hebben ons van daar naar Heemskerk begaven welk dorp zeer dicht daarby gelegen is en alwaar wy dien namiddag wat pleisterden en ons ververschten. Ik heb een Heer van myne kennis….;

bron: 
De wandelaars of Vermakelyke reyze door gantsch Noord- en Zuid-Holland, Volume 1, 1733

 

Print Friendly, PDF & Email