De Castricumse familie Glorie

De oudst bekende stamvader

De Castricumse familie Glorie gaat rechtsstreeks terug op Claas Jansz Glorie, die omstreeks 1720 geboren moet zijn. Hij komt niet in Castricum in de doopboeken voor en zal dus elders geboren zijn, hoewel niet bekend is waar. Zijn huwelijk, met Antje Baartsdr IJpelaan, vond plaats op 14 januari 1742 in Castricum. In dat jaar kocht hij een boerderij met een stuk land gelegen op het Noordend. Bruid en bruidegom waren niet onbemiddeld, want zij betaalden het hoogste bedrag aan impost (belasting) op het trouwen. Claas was geruime tijd betrokken bij het Castricumse gemeentebestuur, als schepen, als armmeester en als kerkmeester van de R.K. kerk. Hij overleed in 1787.

Jan Glorie (1746 – 1813)

Claas Jansz Glorie had slechts Ă©Ă©n zoon, Jan Glorie, die werd geboren in 1746. Deze trouwde omstreeks 1775 met Aagje van der Laan, die reeds op 29 jarige leeftijd overleed. In 1783 hertrouwde Jan met de veel jongere, uit Limmen afkomstige Aagje Kraakman. Deze Aagje was niet onbemiddeld en bezat o.a. een boerderij en 30 morgen land in de Schermer. Jan Glorie zelf had ook een aanzienlijk bezit aan land, in Castricum ruim 33 ha in vooral de Oosterbuurt en de Castricummer polder gelegen en verder in Limmen en Wimmenum (Egmond aan de Hoef). Hij bezat ook drie boerderijen aan de Bredeweg. Evenals zijn vader Claas was Jan Glorie geruime tijd lid van gemeentebestuur van Castricum, waarin hij in 1792 als schepen werd gekozen. Uit het huwelijk met Aagje van der Laan werd in 1777 een zoon Klaas geboren. Uit het huwelijk van deze Klaas Glorie in 1803 met Antje Nanne werden 3 zoons geboren, Wulbert, Frans en Cornelis, waarmee de familie Glorie zich in Castricum begint te vertakken. Over het nageslacht van deze Glorie’s geeft bovengenoemd jaarboekje verdere bijzonderheden.

De naam Glorie

De afstamming van Claas Jansz Glorie is niet bekend. De naam komt in deze periode niet in Castricum en ook nauwelijks in de omgeving voor. De vader van Claas heette in ieder geval Jan Glorie.

Met betrekking tot de naam Jan Glorie zijn bij genealogisch onderzoek overigens wel enkele gevens gevonden. De allereerste vermelding in Alkmaar vinden we in 1694 waar ene Jan Glorie en zijn vrouw Franchoijse Verstraeten (ook wel Francijntje Akermaakster genoemd), beide wonende buiten de Kennemerspoort in Alkmaar hun testament maken. Dit gebeurt eveneens in 1706 bij het 2e huwelijk van Jan Glorie met Maria Albregt. In dit testament worden de broers Victor Glory en Michiel Glory genoemd. De schrijfwijze van de naam Glorie en Glory wordt in deze periode door elkaar gebruikt. Jan Glorie trouwt nog voor een 3e keer met Johanna de Groot en is in 1713 in Alkmaar overleden en in Egmond Binnen begraven.

In 1689 wordt in een notariële acte genoemd ene Jan Jansz Glorie, wonende in Berkhout (een Westfries dorp, gelegen nabij Hoorn) en in 1740 vinden we evenzo een Krijn Jansz Glorie wonende in Opmeer. In Amsterdam komen we omstreeks 1720 een Pieter Glory en een Jan Glory tegen. Ook worden in de kerkboeken van Amsterdam in deze periode enkele personen gevonden met een enigszins gelijkende naam t.w. Gloory, Gloria, Glorieus en Gloribus.

Van deze verspreide Glorie’s zijn er in 1811 geen nabestaanden meer overgebleven. Op een lijst van mannelijke hoofdbewoners aangelegd in 1811 (Registre Civique) komen we namelijk in Noord-Holland nog als enige Glorie’s de Castricummers Jan Glorie en zijn zoon Klaas tegen.

Naast de Castricumse familie Glorie bestaat er ook een zeer uitgebreide familie Glorie in België. Deze familie woont voornamelijk in Vlaanderen en is terug te voeren tot ene Judocus Glorie en Petrus Glorie, landbouwers, die omstreeks 1640 geboren zijn en woonden in Godewaersvelde in Frans Vlaanderen.

Concluderend: de naam Glorie kan door meerdere personen zijn aangenomen, omdat dit woord een bekende, ook wel religieuze betekenis had. Strikt genomen is ‘Glorie’ de letterlijke aanduiding van de heerlijkheid van God. Daarnaast betekent het roem of eer in het normale taalgebruik.

A.C. Glorie-van der Steen, S.P.A. Zuurbier, Werkgroep Oud-Castricum, Jaarboekje 7 (1984)

Print Friendly, PDF & Email