Het toekennen van straatnamen is in veel gemeenten van ons land nog niet zo’n eenvoudige zaak. In principe is dit een taak van het plaatselijk bestuur (de Gemeentelijke Straatnamencommissie), maar veelal krijgen ook diverse groepen uit de samenleving inspraak. Castricum werd in de loop der tijd geconfronteerd met grote uitbreidingen van de gemeente en het was dus niet onverstandig om – zoals ook in vele andere gemeenten – de naamgeving van hele wijken onder dezelfde noemer te brengen. En zo ontstonden een veldnamenbuurt, een koningshuisbuurt, een componistenbuurt, een bloemenbuurt etc. Om aan deze straatnamen aandacht te besteden is niet zo interessant, ze zijn meestal gemakkelijk thuis te brengen. Maar er resteert een aantal straatnamen met betrekking tot personen die in de geschiedenis van Castricum een min of meer belangrijke rol hebben gespeeld.
Niet iedereen zal weten om wie het gaat en daarom leek het ons interessant om in het kader van de geschiedschrijving over Castricum wat meer over hen te vertellen.
Geelvinckstraat




Aan de wapenborden is een kleine geschiedenis verbonden. Lambertus Braakenburg van Backum, de 23e heer, heeft wat familiegegevens te boek gesteld.
Hij vermeldt daarin dat in de St Bavokerk in Haarlem de wapenschilden hangen van de zeven geslachten, waarin Heren en Vrouwen van Backum voor kwamen. Vermoedelijk heeft deze kerk de borden weer terug gegeven aan de familie Braakenburg. In ieder geval werden ze vervolgens aan de Hervormde kerk aangeboden om daar op te hangen. De oude borden bleken in zo slechte staat te zijn, dat Lambertus aan het kerkbestuur schreef dat hij zeven nieuwe eikenhouten ruitvormige borden had laten maken, lengtedoorsnede 65 cm en breedtedoorsnede 42 cm.