13 november 2023

90 Jaar EHBO Vereniging Castricum (Jaarboek 42 2019 pg 22-30)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 42, pagina 22

90 Jaar EHBO Vereniging Castricum

EHBO Vereniging Castricum 90 jaar.
EHBO Vereniging Castricum 90 jaar.

Dit jaar (2019) viert EHBO Vereniging Castricum haar 90-jarig bestaan. De vereniging is al die jaren een vertrouwd gezicht in het dorp. Op 14 maart 2001 werd de officiële naam Afdeling Castricum van de Koninklijke Nederlandse Vereniging EHBO, ofwel kort gezegd EHBO Vereniging Castricum, met als doel ‘Het op adequate wijze verlenen van eerste hulp en het organiseren van cursussen waarin dit wordt onderricht’.

De vrijwilligers zijn iedere zomer aanwezig op de EHBO-post op het strand en jaarlijks bij veel evenementen, concerten en sporttoernooien. Maar ook bij een ongeval op straat of in uw buurt kunt u EHBO’ers tegenkomen. Niet in alle gemeenten is een EHBO-vereniging actief.

Ontstaan EHBO vereniging in Castricum

De eerste hulp door leken (niet-professionele hulpverleners) is ontstaan in Engeland waar arts John Furley in 1877 een EHBO-organisatie oprichtte. Al snel werd in Duitsland een soortgelijke organisatie gestart. In Nederland vond men in eerste instantie dat het verlenen van eerste hulp niet geschikt was voor leken, maar dat dit aan artsen moest worden overgelaten.

Lesboekje Oranje Kruis in 1957.
Lesboekje Oranje Kruis in 1957.

In 1893 besloot de Amsterdamse arts C.B. Tilanus echter om in navolging van de genoemde landen de landelijke Vereniging Eerste Hulp Bij Ongelukken op te richten en werden ook lokaal verenigingen gestart. In de eerste jaren hanteerden de lokale verenigingen hun eigen regels en werkwijzen. Met de oprichting van het Oranje Kruis in 1909 kwam hierin verandering. De door het Oranje Kruis uitgegeven richtlijnen en lesboekjes zorgden voor eenheid en uniformiteit bij hulpverlening en de opleidingen. In 1912 werd het eerste Oranje Kruis boekje uitgegeven. Er werd vanaf dat moment op uniforme wijze les gegeven en geëxamineerd voor het ‘EHBOeenheidsdiploma’. Het Oranje Kruisboekje groeide uit tot hét handboek voor de EHBO in Nederland. De wijze van hulpverlening heeft zich in al die jaren op basis van nieuwe inzichten ontwikkeld tot de huidige manier van werken die in de 27e druk van het handboek beschreven staat.

Sip Veenstra eerste voorzitter EHBO bij de strandpost.
Sip Veenstra eerste voorzitter EHBO bij de strandpost.

In Castricum werden op 9 januari 1929 door burgemeester Lommen de eerste EHBO diploma’s uitgereikt aan de heren S. Veenstra, P. Portegies, B. Stuifbergen, G. Hemmer, C. Res en J. Kerkhof. De lessen benodigd om hun diploma te behalen, werden gegeven door dokter Leenaers. De heren Veenstra, Hemmer en Res besloten vervolgens om op 13 januari 1929 de EHBO-vereniging in Castricum op te richten. De tenaamstelling van de vereniging luidde toen EHBO vereniging Castricum Is Terstond Overal (C.I.T.O.). Het doel van de vereniging werd beschreven als: ‘Het in algemene zin bevorderen van datgene dat bijdraagt tot een zo goed mogelijke eerste hulpverlening bij ongelukken’. Sip Veenstra werd de eerste voorzitter en bleef 35 jaar actief bij de vereniging. In het zomerseizoen was hij zo ongeveer dagelijks te vinden in de EHBO-post op het strand.

Markante personen

Een vereniging die 90 jaar bestaat, heeft natuurlijk vele bestuursleden gehad. Het voert te ver deze hier op te sommen, maar twee personen die gedurende vele jaren hun stempel op de vereniging hebben gedrukt,


Jaarboek 42, pagina 23

willen wij hier toch even noemen, te weten mevrouw Schefferlie en de heer Van Staveren. Mevrouw Schefferlie is in de periode van 1962 tot 1984 in diverse functies actief geweest zoals secretaris en coördinator van de opleidingen. Ook was zij op het strand het gezicht van de EHBO. De heer Van Staveren is tussen 1949 en 1984 bestuurlijk actief geweest, eerst als secretaris en daarna als voorzitter. Beide bestuursleden namen tijdens de algemene ledenvergadering van 1984 afscheid van de vereniging en werden benoemd tot erelid.

Het bestuur in 1979.
Het bestuur in 1979; van links naar rechts voor: Tiny Campen, mevrouw P. Teiwes, mevrouw C. Schefferlie en Tineke Beems; achter: Janny Steij, Antoon de Graaf, Eyk van Rij, N. van Staveren en Theo van der Himst.

Oorlogsjaren

Uit een bewaard gebleven notulenboek blijkt dat er in de periode tussen november 1942 en september 1945 geen bestuursvergaderingen hebben plaatsgevonden en het werk van de EHBO grotendeels stil lag. Op 12 september 1945 opende voorzitter, de heer G.H.J. Hemmer, de eerste vergadering na de oorlog. Hij sprak de hoop uit dat de vereniging ‘weer veel nut zal afwerpen’ in de toekomst. Ook stond hij stil bij het overlijden van dokter Leenaers (op 22 juli 1944) met de woorden “een arts die voor onze vereeniging niet te vervangen is”.

Op 20 september 1945 werd tijdens de eerste na-oorlogse buitengewone algemene vergadering in Hotel Broksma de vereniging nieuw leven ingeblazen. Dokter Van Nievelt werd bereid gevonden om een cursus voor ‘eerstbeginnenden’ te geven. De leden die in 1942 een geldig diploma hadden, kregen als ‘oud-EHBO’ers’ een cursus van acht lessen aangeboden om hun diploma te vernieuwen.

Contributie en geldinzamelingsacties

In de beginjaren bedroeg de contributie 1 gulden en vroeg men 10 cent per les. Uit het kasboek uit 1940 blijkt dat de contributie toen 1 gulden 50 bedroeg, maar hoefde er niet voor de lessen betaald te worden. In 1951 werd de contributie verhoogd naar 2 gulden 50. Dit bedrag mocht wel in twee termijnen betaald worden. In de loop der jaren zijn allerlei acties gehouden om geld in te zamelen zoals de verkoop van speldjes.

In de notulen van 1937 valt te lezen dat er vergunning is gevraagd om op het ‘tentenkamp’ (de huidige camping Bakkum) speldjes te mogen verkopen en dat bekend te maken in de Castricumse Courant. Met de opbrengst van de speldjes kon een schrijfmachine en duplicator worden aangeschaft. Ook werden er diverse loterijen gehouden zoals in januari 1938 tijdens een propaganda-avond om leden en donateurs te werven. Voor 10 cent kon men één lot kopen (3 stuks voor 25 cent).

Ook nu houdt de vereniging nog jaarlijks een donatie-actie met de bekende gele brief die door de vrijwilligers huis-aan-huis verspreid wordt. Met de opbrengst kunnen nieuwe materialen worden aangeschaft. Ook wordt hiermee de financiële drempel voor het volgen van cursussen en het lidmaatschap verlaagd.

Voordracht van het gedicht van dorpsdichter Van Kluyve.
Voordracht van het gedicht van dorpsdichter Van Kluyve.

Jubilea

In de 90 jaren van haar bestaan is het ledenbestand van de vereniging uiteraard onderhevig geweest aan verandering en verjonging. Bij de start in 1929 kende de vereniging een tiental leden en in de loop der jaren is dat uitgegroeid tot zo’n 160 leden. EHBO Vereniging Castricum behoort daarmee landelijk tot de middelgrote afdelingen van de Koninklijke Nederlandse Vereniging EHBO.

Gedurende haar bestaan heeft de vereniging diverse jubilea op verschillende wijze gevierd. Op 9 januari 1954 is het 25-jarig bestaan gevierd in Hotel De Rustende Jager en getuige het fotoboek is in 1959 het 30-jarig jubileum uitgebreid gevierd. De opening werd namens het bestuur verricht door mevrouw Schefferlie en ook Burgemeester Smeets kwam zijn felicitaties overbrengen. Dorpsdichter Van Kluyve droeg ter gelegenheid van het jubileum een gedicht voor.

Op 11 januari 1969 werd het 40-jarig jubileum gevierd met een feestavond met dans en showorkest ‘De 5 Fantasia’s’ in hotel Borst.

Het 75-jarig jubileum werd op 24 april 2004 gevierd met een grote oefening en receptie bij Zeezicht: de buren op het Castricumse strand. Burgemeester Emmens-Knol onderstreepte in haar toespraak het belang van de aanwezigheid van de vrijwilligers op het strand en de goede onderlinge samenwerking.


Jaarboek 42, pagina 24

Hulp in de buurt

Vanaf de jaren (negentien) vijftig hadden veel EHBO’ers een verbandtrommel van de vereniging in huis, die men kon gebruiken als er in de eigen buurt hulp nodig was. Omwonenden konden dit zien aan het bordje dat bij veel EHBO’ers aan de gevel hing. Ook nu staan veel EHBO’ers klaar om in de eigen omgeving hulp te verlenen. Zij hebben zich bijvoor-beeld aangemeld als burgerhulpverlener bij het Burger AED project (zesminutenzones) waarvoor de gemeente in het dorp op diverse plaatsen AED’s heeft opgehangen.

Op 29 april 1955 is besloten om de EHBO’ers op huisbezoek te laten gaan om te wijzen op het grote nut van het doorlichten van de bevolking in het kader van de tbc-bestrijding.
In 1973 is aan de huisartsen in Castricum een zuurstoffles geschonken voor gebruik in de auto.

Emaille gevelbordje in 1960.
Emaille gevelbordje in 1960.

Lessen

De eerste jaren werden de lessen gegeven door dokter Leenaers. Eén van zijn leerlingen herinnert zich dat hij heel goed les gaf, maar dat het zo snel ging dat sommigen het moeilijk bij konden houden.

De lessen werden in het begin alleen gegeven voor heren. Omdat men het niet gepast vond om heren eerste hulp te laten verlenen aan een dame, werd besloten om ook dames op te leiden. In 1933 werden voor het eerst aparte lessen aan dames en heren gegeven. Het aantal deelnemers aan de eerste damescursus bedroeg 25, terwijl aan de herencursus dat jaar 22 personen deelnamen. In 1934 werd mejuffrouw Morren als eerste dame in het bestuur gekozen.

In de loop der jaren hebben vele (huis)artsen uit Castricum tijd vrij gemaakt om de EHBO-lessen te verzorgen en daarmee hun steun gegeven aan het belangrijke werk van de EHBO. Het verhaal gaat dat in het artsenoverleg in Castricum de ‘jongste arts’ werd aangewezen om zich voor de EHBO in te zetten. De vereniging heeft echter nooit ervaren dat de artsen dit als een ‘verplichting’ zagen. Met veel enthousiasme hebben zij zich altijd ingezet om hun kennis over de eerste hulp over te brengen.

Uitreiking koninklijke onderscheiding aan Heino Koning.
Uitreiking koninklijke onderscheiding aan Heino Koning.

Van 1973 tot 2006 was een van deze artsen dokter Heino Koning. Hij doorspekte zijn lessen op humorvolle wijze met ervaringen en voorbeelden. Het verhaal ‘De Mensenredder’ van Godfried Bomans dat hij altijd aanhaalde tijdens de diploma-uitreiking, zal bij veel cursisten nog herinneringen oproepen. Naast zijn betrokkenheid bij de EHBO was Heino ook actief bij de opleidingen van Lotuskring Castricum en de opleiding voor EHBO-kaderdocenten. Voor zijn inzet en betrokkenheid is dokter Koning op 21 februari 2006 benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

In de beginjaren werden de lessen uitsluitend door een arts gegeven. In 1951 is het Oranje Kruis met de opleiding tot kaderinstructeur gestart. Vanaf die tijd worden de lessen gezamenlijk verzorgd door een arts en een kaderinstructeur. De arts behandelde met name de anatomie terwijl de kaderinstructeur de onderdelen ‘verband’ en ‘hulp verlenen’ behandelde. Tegenwoordig worden de lessen geheel verzorgd door daarvoor opgeleide en gediplomeerde instructeurs Eerste Hulp.

Wipmethode voor toepassing kunstmatige ademhaling.
Wipmethode voor toepassing kunstmatige ademhaling.

De ontwikkeling van lesmateriaal heeft nooit stilgestaan. Zo werd bijvoorbeeld in 1963 de belangrijke stap gezet om de mond-op-mondbeademing als leerstof op te nemen. Tot die tijd gebruikte men diverse methoden om lucht in de longen te krijgen, zoals de ton-methode waarbij men het slachtoffer over een ton heen en weer rolde of het in Engeland ontwikkelde wippen waarbij een slachtoffer op een wip werd gelegd.

Training met AED in 2004.
Training met AED in 2004.

Sedert 1979 wordt les gegeven in reanimatie en vanaf 2004 beschikt de vereniging over AED’s, een apparaat waarmee bij hartproblemen op veilige wijze een ‘stroomstoot’ wordt toegediend. De overlevingskansen van het slachtoffer nemen hierdoor sterk toe. Het trainen met het gebruik van de AED is vanaf dat moment ook onderdeel van de lessen.


Jaarboek 42, pagina 25

En tenslotte is vorig jaar met de cursus ‘Stop de Bloeding’ ook kennis aan de lessen toegevoegd over het verlenen van hulp bij aanslagen en ernstige incidenten.

Leslokaal

De lessen werden in de loop der jaren op verschillende locaties gegeven, variërend van een zaaltje achter café Van Benthem, de brandweerkazerne, de Cuneraschool, en de kantine bij de Gemeentewerf. Vanaf 1970 tot de ingebruikname van een eigen lesgebouw werden de lessen gegeven in een lokaal van de Juliana van Stolbergschool.

In 1987 werd van de Gemeente Castricum een leslokaal aangekocht aan de Koekoeksbloem. Tot die datum deed het gebouw dienst als noodlokaal van de Montessorischool. Op 26 september 1987 vond de officiële opening plaats door mevrouw Teiwes, oud-penningmeester van de vereniging.

Lesgebouw EHBO van 1987 tot 2017.
Lesgebouw EHBO van 1987 tot 2017.

Tot en met 2016 zijn alle lessen hier gegeven. Het hebben van een eigen leslokaal gaf de vereniging veel vrijheid bij de organisatie van de lessen en lezingen. Ook zijn er diverse ‘feestjes’ gehouden om de vele vrijwilligers te bedanken voor hun inzet. Onder de enthousiaste leiding van Theo Graas en Anton de Graaf is er door vrijwilligers veel tijd gestoken in het beheer van het gebouw. In de loop der jaren vroeg het van hout gebouwde lokaal echter steeds meer onderhoud en werd duidelijk dat het gebouw vanwege andere plannen met de locatie haar langste tijd had gehad.

In 2016 is tenslotte besloten om naar Cultureel Centrum Geesterhage te verhuizen. In december 2016 is er in aanwezigheid van leden en oud-leden afscheid genomen van het gebouw. Begin 2017 is het gebouw afgebroken.

Oefenen, veel oefenen

Ook zijn in samenwerking met omliggende EHBO-verenigingen oefeningen gehouden zoals in 1975 met Santpoort en in 1979 samen met de EHBO-vereniging uit Heemskerk. Ook werd er geoefend met de brandweer zoals in 1980 bij de gemeenteopslag en in 1981 bij de brandweerkazerne. Ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum werd op 24 april 2004 samen met de Castricumse brandweer, Ambulancedienst NHN, de politie en de Castricumse Reddingsbrigade een oefening gehouden op het strand en op strandplateau.

EHBO-oefening in 1970 nabij de Kramersweg.
EHBO-oefening in 1970 nabij de Kramersweg; van links naar rechts. Cor Botter, meneer Bloedjes, liggend mevrouw Schefferlie, mevrouw Krossell, mevrouw Teiwes en rechts mevrouw Van Staveren.

Het EHBO-diploma halen is een eerste stap, maar daarna vraagt het bijhouden en verdiepen van de kennis veel oefening. Daarvoor organiseert de vereniging niet alleen de jaarlijkse herhalingslessen maar ook regelmatig oefeningen. In 1970 vond een oefening plaats op de Kramersweg met een ‘echte’ aanrijding tussen een auto en fietser. Aan de oefening namen ook de ambulance en politie deel.

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd met regelmaat deelgenomen aan wedstrijden in het district en in het land. Tijdens deze wedstrijden konden de EHBO-verenigingen hun vaardigheden meten met andere EHBO-verenigingen. Op 4 oktober 1947 organiseerde de Castricumse vereniging voor het eerst een wedstrijd voor EHBO-kring Kennemerland. De oefening werd gehouden in Hotel Heerema in Castricum. Hieraan namen ploegen deel uit onder andere Heemskerk, Santpoort, Beverwijk/Hoogovens en Assendelft. De jury bestond onder meer uit de Castricumse dokters Van Nievelt en Van der Werff.

Eerste prijs Kringkampioenschappen 1954.
Eerste prijs Kringkampioenschappen 1954.

In 1954 won EHBO-vereniging CITO de eerste prijs bij Kringkampioenschappen en in 1974 veroverde de vereniging de eerste prijs bij landelijke wedstrijden in Gemert.


Jaarboek 42, pagina 26

In 2016 vond een grote oefening plaats met een busongeval waarbij zich onder de passagiers (bestaande uit onder meer LOTUS-slachtoffers en leden van Toneelvereniging Pancratius) veel verschillende slachtoffers bevonden. De betrokken EHBO’ers hadden hun er handen vol aan om te bepalen wie er als eerste geholpen moest worden.

Oefening met brandweer en ambulance in 2004.
Oefening met brandweer en ambulance in 2004.

En ook dit jaar (2019) heeft er ter gelegenheid van het 90-jarig jubileum op 19 mei een demonstratie-oefening plaatsgevonden in samenwerking met de Castricumse brandweer en ambulancedienst Noord-Holland Noord. Tijdens deze demonstratie is de samenwerking tussen de diverse hulpverleners getoond bij een ongeval met meerdere slachtoffers.

LOTUS

Om de werkelijke situatie zoveel mogelijk te benaderen maakt de vereniging bij veel van de hier genoemde lessen en oefeningen gebruik van zogeheten LOTUS-slachtoffers van Lotuskring Castricum. In 1963 werd de Landelijke Opleiding Tot Uitbeelding van Slachtoffers (LOTUS) in Nederland opgericht met als doel een ongevalsslachtoffer natuurgetrouw te kunnen uitbeelden. In 1983 werd de kring Castricum opgericht door Frits en Jenny Prijs; zij was ook bestuurslid bij de EHBO-vereniging.

Anton van Riel, die eveneens actief is geweest in dit bestuur en zijn vrouw Lideke, nog steeds lid bij de EHBO-vereniging, waren enkele leden van het eerste uur. Ook Arie Meijne, de eerste penningmeester van de kring, is nog steeds actief bij de Lotuskring en treedt nog regelmatig op als slachtoffer bij oefeningen en de lessen jeugd-EHBO in Castricum.


Jaarboek 42, pagina 27

Jeugd-EHBO

Sedert 1986 geeft een groep enthousiaste leden lessen jeugd-EHBO in Castricum. De eerste cursus werd in 1986 door mevrouw Beems gegeven aan groep 8 van de Sokkerwei. Op 6 mei 1986 vond het examen plaats onder toezicht van mevrouw Uhl en de heer Steensma. Tot grote opluchting van de kinderen slaagden ze alle 24 voor hun diploma jeugd-EHBO. Burgemeester Schouwenaar reikte persoonlijk de diploma’s uit. In het schooljaar 1986-1987 volgden de Augustinusschool en de Juliana van Stolbergschool het voorbeeld van de Sokkerwei.

Uitreiking van het jeugd EHBO-diploma.
Uitreiking van het jeugd EHBO-diploma aan Marjan Draisma door burgemeester Schouwenaar.

Enkele boekwerkjes uit deze jaren, met tekeningen en briefjes van de kinderen en leraren, geven aan hoe dit werk ook toen al erg gewaardeerd werd.

Ook nu nog geeft een groep vrijwilligers ieder jaar weer met groot enthousiasme les op zeven basisscholen van Castricum en Limmen en zien we elk jaar in de krant weer de foto’s van trotse geslaagde jeugd-EHBO’ers.

Strand

Reeds vanaf de eerste jaren na de oprichting is de EHBO tijdens het zomerseizoen op het strand vertegenwoordigd. Zo valt in de notulen van 1938 te lezen dat er in de ‘strandtent 122 maal hulp werd verleend. In de periode van 90 jaar is er gebruik gemaakt van diverse accommodaties op het strand variërend van een tent, een cabine en een strandwagen tot de huidige portakabins met terras, die op een paalfundering bevestigd zijn. In 1937 was de strandpost nog een eenvoudige cabine van houten platen die jaarlijks in elkaar gezet moest worden en los op het zand werd geplaatst.

Links dokter Leenaers in 1933 bij de strandpost.
Links dokter Leenaers in 1933 bij de strandpost.

In 1955 verzocht de vereniging de gemeente om een telefoonaansluiting aan te brengen in de strandtent van de EHBO. Als er namelijk dringend op het strand een dokter nodig was, moest men eerst naar de politiepost op het strandplateau lopen. Daarbij werd ook verwezen naar een incident dat beschreven staat: “Een jongetje van 4 jaar is van Wijk aan Zee naar Castricum komen lopen en liep op het strand te Castricum te huilen en werd als vondeling bij de EHBO-tent gebracht. Bedoeld ventje heeft toen van ongeveer half drie tot 6 uur bij de tent gezeten, doch ouders kwamen niet opdagen. Er was wel door de post Wijk aan Zee herhaalde malen naar Bakkum gebeld, maar in de politiepost was niemand aanwezig.”

In 1956 is daarom een ́nevenaansluiting van het nummer 460 van de politiepost ́ gerealiseerd en kon men vanaf de EHBO-post voortaan rechtstreeks telefoneren.

Ieder jaar aan het eind van het seizoen wordt de strandpost ontmanteld en opgeslagen. In 1965 werd de EHBO-wagen met een rupsvoertuig op z’n plaats gebracht. Tegenwoordig gaat dat met kranen die de portakabins op opleggers plaatsen voor vervoer van en naar de gemeentewerf.


Jaarboek 42, pagina 28

Zware schade na de storm in 1980.
Zware schade na de storm in 1980.

In 1940 is een groot deel van de strandtent verloren gegaan en in april 1941 werd daarom besloten om een nieuwe tent te maken met gebruikmaking van wat van de oude tent was gered. In april 1980 liepen de strandpost van de EHBO, evenals enkele paviljoens, forse schade op tijdens een zeer zware storm.

Plaatsing EHBO-wagen op het strand in 1965.
Plaatsing EHBO-wagen op het strand in 1965.

In 2002 werd de huidige strandpost in gebruik genomen. In deze professioneel uitgeruste post wordt jaarlijks tussen de 600 en 800 keer hulp verleend, variërend van het verwijderen van een splinter of het behandelen van een kwallenbeet tot de behandeling van botbreuken en hartklachten.

De opening van de strandpost in 1965.
De opening van de strandpost in 1965; van links naar rechts voor: Burgemeester Smeets, mevrouw Kroschell, mevrouw Schefferlie, N. van Staveren; achter: Tiny Kabel, Bloedjes, gemeentesecretaris Louter, wethouder Veldt, Tromp en Veenstra.

Ieder jaar wordt samen met de Castricumse Reddingsbrigade het strandseizoen met een feestelijk tintje geopend. Het is een mooie traditie dat de burgemeester of wethouder Strandzaken daarbij aanwezig is. Zo ook in 1965, getuige de foto waarop onder andere burgemeester Smeets en wethouder Veldt samen met het bestuur van de EHBO zijn vereeuwigd.

Samenwerking

De EHBO heeft altijd een goede samenwerking gehad met de voor het strand verantwoordelijke arts. In de beginjaren was dokter Leenaers een regelmatige bezoeker op de post en in de afgelopen decennia was dokter Leemhuis, die eveneens praktijk hield op de camping in Bakkum, de ‘vaste strandarts’ waar ook altijd even mee gebeld kon worden voor advies of ruggespraak. Na de pensionering van dokter Leemhuis is de samenwerking voortgezet met dokter Van der Maarel.

Op de strandpost werkt de EHBO al vanaf het begin nauw samen met de Castricumse Reddingsbrigade. Na eerst lange tijd vanuit verschillende strandposten te hebben gewerkt, zijn beide organisaties nu in één strandpost gehuisvest. Onder andere voor het vervoer op het water of het strand, maar ook voor de communicatie wordt daarbij gebruik gemaakt van het materiaal van de Castricumse Reddingsbrigade. Tijdens de gemeentelijke nieuwjaarsreceptie in 2013 ontvingen EHBO Vereniging Castricum en de Castricumse Reddingsbrigade samen de waarderingsspeld van de gemeente Castricum.

Met de toename van sport- en culturele activiteiten is in de loop der jaren ook de vraag naar EHBO’ers bij evenementen en toernooien toegenomen. In het archief komen wij aanvragen tegen van de Kennemer IJsclub (voor een vaste post op ijsdagen), voetbalvereniging CSV, gymnastiekvereniging VIOS, Wandelsportvereniging Kijk-Uit en RKSV Vitesse. Als blijk van waardering waren in 1965 diverse sportverenigingen bij de opening van het strandseizoen aanwezig.

Sportverenigingen bij strandafgang in 1965.
Sportverenigingen bij strandafgang in 1965.

Ook nu weten sportverenigingen en andere organisaties de weg naar de vereniging te vinden. De afgelopen jaren werden de vrijwilligers jaarlijks bij zo’n 15 verschillende evenementen ingezet.


Jaarboek 42, pagina 29

(Tekst gaat verder op pagina 30)

In 1937 was de EHBO post nog een simpele cabine.
In 1937 was de EHBO post nog een simpele cabine. De dames zijn van links naar rechts Cies Steeman, Stien Stet en To Juffermans. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Jaarboek 42, pagina 30

Het bestuur op de jubileumreceptie in 2019.
Het bestuur op de jubileumreceptie in 2019; van links naar rechts secretaris Ineke Valkering, penningmeester Jan Mooij, voorzitter Gosse Zoet, opleidingen Charlotte Verhagen en lesrooster Theo Roes. Niet op de foto: Aad Nijmeyer, bestuurslid hulpverlening en materialen.

De toekomst

Hoewel EHBO Vereniging Castricum dit jaar (2019,) 90 jaar oud is geworden, is ze nog steeds jong, actief en dynamisch. Mede dankzij de steun van de inwoners van Castricum bij de jaarlijkse donatie-actie, is de vereniging in staat om ieder jaar weer nieuwe hulpverleners op te leiden en haar leden bij te scholen. Ook wordt jaarlijks geïnvesteerd in nieuwe materialen voor de lessen en hulpverlening.

Tijdens de jubileumreceptie op 26 januari 2019 spraken zowel voorzitter Zoet als burgemeester Mans de wens uit dat de vereniging nog vele jaren in Castricum actief zal zijn. Of het nu op de strandpost is, bij een evenement of gewoon op straat bij een ongeluk(je): alle hulpverleners van de EHBO staan geheel vrijwillig klaar om hulp te verlenen en hopen dat nog vele jaren te blijven doen.

Jan Mooij

13 november 2023

Geheim agent Co Brandjes in de Tweede Wereldoorlog (Jaarboek 42 2019 pg 14-21)


Jaarboek 42, pagina 14

Geheim agent Co Brandjes in de Tweede Wereldoorlog

Gedenkteken Co Brandjes bij de dorpskerk naast de oorlogsgraven.
Gedenkteken Co Brandjes bij de dorpskerk naast de oorlogsgraven.

Naast de oorlogsgraven op de sfeervolle begraafplaats aan de noordkant van de dorpskerk staat een gedenkteken in de vorm van een houten kruis. Daarop de tekst: In memoriam Jack J. Brandjes, Co, Engelandvaarder Agent B.I. 1922-2000.

De naam Brandjes was ooit verbonden aan het winkelpand, bekend als ‘Huis met de Kogel’, bij de toegang tot de begraafplaats en de dorpskerk. Maar wie was Jack of Co en wat was de reden van de plaatsing van het gedenkteken op deze eervolle plek? Wat betekende agent B.I.? Kortom veel vragen. De speurtocht naar Co Brandjes leidde ook naar dorpsgenoot Ab Bleeker. Hun wegen scheidden zich maar voor beiden was de Tweede Wereldoorlog een cruciale fase in hun leven. Co Brandjes werd een van de geheim agenten waarvan bijna de helft is omgekomen. Hij heeft zijn bijdrage geleverd aan de bevrijding van Zuid-Nederland in het najaar van 1944, nu 75 jaar geleden.

Het volgens overlevering 300 jaar oude Huis met de Kogel dat Cor Brandjes in 1922 kocht van winkelier Pancras Kazenbroot. De kogel in de voorgevel, evenals die in de toren van de dorpskerk, zou nog zijn achtergebleven uit de gevechten met de Engelsen en Russen in 1799.
Het volgens overlevering 300 jaar oude Huis met de Kogel dat Cor Brandjes in 1922 kocht van winkelier Pancras Kazenbroot. De kogel in de voorgevel, evenals die in de toren van de dorpskerk, zou nog zijn achtergebleven uit de gevechten met de Engelsen en Russen in 1799.

Huis met de Kogel

Het was Cees Brandjes die toestemming had gekregen het gedenkteken bij de dorpskerk te plaatsen en er een gedeelte van de as van zijn oom te begraven die in 2000 is overleden. Cees: “De as was in bezit van de vriendin van mijn oom. Een ander deel van zijn as is in Florida. Hij heeft na een avontuurlijk leven zijn toekomst in Amerika opgebouwd. Daar werd hij Jack genoemd, maar zijn echte naam is Jacobus Johannes en zijn roepnaam was Co.”

Co was een Castricummer maar werd in Baarn geboren op 2 mei 1922. Dat kwam zo. Zijn vader Cor Brandjes (1885-1968) was de derde zoon van Nicolaas (Klaas) Brandjes en Eva Cornelisse die in de Oosterbuurt een landbouwbedrijf runden. Duidelijk was dat de oudste zoon het bedrijf zou overnemen. Cor moest wat anders zoeken. Hij trouwde met Maria Res. Familie van zijn vrouw had in Baarn een zaak in huishoudelijke artikelen. Het echtpaar verhuisde naar Baarn en nam deze winkel over. Hun eerste drie kinderen zijn daarom in Baarn geboren. Co was de laatste. Ondanks het predicaat ‘Hofleverancier’ liep de zaak niet geweldig en bovendien hadden Cor en Maria heimwee naar Castricum.

Magazijn van C. Brandjes.
Magazijn van C. Brandjes.

Pancras Kazenbroot, die in het oude ‘Huis met de Kogel’ ook huishoudelijke artikelen verkocht, wilde er wel een punt achter zetten en Cor en Maria besloten die winkel over te nemen.


Jaarboek 42, pagina 15

Co en zus Riet in de Burg. Mooijstraat. Co herinnerde zich dat hij vanaf die plaats nog het oude blauwachtig gepleisterde huis kon zien wat hem een vertrouwd gevoel gaf.
Co en zus Riet in de Burgemeester Mooijstraat. Co herinnerde zich dat hij vanaf die plaats nog het oude blauwachtig gepleisterde huis kon zien wat hem een vertrouwd gevoel gaf.

Na een paar jaar in het oude huis te hebben gewoond, besloten ze op dezelfde plaats een nieuwe winkel met woonhuis te laten bouwen. Het gezin verbleef tijdens de bouw in een ander huis in de Dorpsstraat en heeft de zaak daar tijdelijk voortgezet. Schoonvader Joh. Res voerde de nieuwbouw uit. In 1930 werd het voor die tijd moderne pand opgeleverd. Het was het eerste huis in het dorp met een kolengestookte centrale verwarming. Maria Geertruida (Riet) was het eerste kind dat in Castricum werd geboren. Het echtpaar kreeg negen kinderen van wie Cees en Dorothea jong overleden.

Het gezin van Cor Brandjes en Maria Res bij de dorpskerk. V.l.n.r.: Niek, vader Cor, Eva, Alie, Riet, moeder Maria en Co. Zittend Kees en To (Doortje was nog niet geboren).
Het gezin van Cor Brandjes en Maria Res bij de dorpskerk. Van links naar rechts Niek, vader Cor, Eva, Alie, Riet, moeder Maria en Co. Zittend Kees en To (Doortje was nog niet geboren).

Radiotelegrafist

Co en zijn broers en zusters doorliepen de rooms-katholieke lagere school van meester Van Westen. Tussen de middag rond de grote tafel aten ze warm, zoals toen gebruikelijk was. Om de beurt stonden ze op als er een klant de winkel in kwam. Dan zette je je bord even op het petroleumstel. De kinderen mopperden wel eens, omdat ze soms voor hele kleine dingetjes gestoord werden. Vooral moeder, die de meest zakelijk inslag had van het echtpaar, hamerde erop: “Altijd vriendelijk blijven. De volgende keer verkoop je misschien wel een nest schalen.”


Jaarboek 42, pagina 16

Voor Co stond al vroeg vast dat de winkel niets voor hem was. Hij wilde wat van de wereld zien. Zijn oudste broer Niek heeft de zaak in 1955 voortgezet al was hij liever muzikant. Niek speelde in verschillende bandjes en gaf ook muziekles. Menige vergadering in het dorp verluchtigde hij met piano- of accordeonmuziek.

Cor Brandjes, Maria Res en zoon Niek voor het in 1930 gebouwde winkelpand Dorpsstraat 61.
Cor Brandjes, Maria Res en zoon Niek voor het in 1930 gebouwde winkelpand Dorpsstraat 61.

Co volgde in Beverwijk de MULO. Dat was voldoende voor de opleiding tot radiotelegrafist. De Alkmaarsche Courant berichtte dat Co op 17 juli 1940 in Den Haag is geslaagd voor het diploma radiotelegrafist 2e klasse.

Eerste poging Engelandvaart

De Tweede Wereldoorlog was voor velen onverwachts uitgebroken en de Duitsers waren in het dorp gearriveerd. De plannen van Co om naar zee te gaan vielen in duigen. Met de een jaar oudere dorpsgenoot Ab Bleeker, die ook als radiotelegrafist was opgeleid, bedacht hij een plan. Ze vonden een oude reddingssloep op het strand en wilden daarmee in de nacht van 6 op 7 september 1940 de oversteek naar Engeland maken. Er was nog geen strenge bewaking op het strand.

Co pikte wat geld van zijn ouders om daarvoor roeispanen en proviand te kopen. Hij schreef een afscheidsbrief die een kennis pas de volgende ochtend moest bezorgen. De tekst is bewaard gebleven:

Lieve ouders, broers en zusters, als u deze brief ontvangt zijn wij weg met een boot vanaf het strand naar Engeland. Ik kan het hier niet langer volhouden. Mijn haat voor de Duitsers is groter dan de liefde voor thuis. Vergeef mij dat ik dit doe en ik hoop dat we elkaar terugzien als de moffen verslagen zijn. God behoede u.
Uw liefhebbende zoon en broer Co.

De brief is al ‘s avonds bezorgd in plaats van de volgende ochtend. De winkel leek helemaal donker en verlaten, maar dat kwam door de verplichte verduistering. Zijn ouders vonden de brief direct. Moeder liep huilend naar De Rustende Jager aan de overkant van de straat en vertelde wat er aan de hand was. De eigenaar speelde het nieuws door aan de politie en op de Zeeweg werden ze aangehouden. Misschien achteraf maar goed ook, want ze zouden het met de lekke sloep toch niet gered hebben. Thuis kregen ze geen vrolijke ontvangst.

Ab Bleeker vertelde: “De politie was al aan de deur geweest. Mijn vader gaf mij toen ik binnenkwam een klap voor mijn hoofd en zei stommerik, als je iets doet, doe het dan goed. Verder heb ik er niets meer over gehoord. Vader is nog enige malen bij de (NSB) burgemeester ontboden. Het dorp was er vol van en ik werd ‘Tommy’ en ‘Engelandvaarder’ genoemd.” Zowel voor Ab Bleeker als voor Co Brandjes hield het bij deze kwajongensachtige poging niet op.

Co Brandjes wereldreiziger

Co werd in 1996 door een neef overgehaald om iets over zijn leven te vertellen. Dat was wel bijzonder want van terugkijken hield hij niet. “Het is allemaal geweest en toch niet goed over te brengen.”

Al heel jong was zijn grote wens om wat van de wereld te zien. Hij wist nog precies wanneer die gedachte hem overviel. Toen hij 7 of 8 jaar was ontdekte hij in de huiskamer een boekje over de historie van Texas en gouverneur Sam Houston. Zijn belangstelling voor de rest van de wereld ontwaakte door dat boekje. Hij herinnerde zich dat moment zo’n zeventig jaar later nog steeds.

Ook de boeken van Emile Zola inspireerden hem. Hij wilde onafhankelijk zijn van alles en iedereen. Co moest en zou het land uit. Leven onder het juk van de bezetter was een ondraaglijke gedachte. Samen met zijn jeugdvriend Ab Bleeker wist hij in Frankrijk te komen met de bedoeling om vandaar via Spanje naar Engeland te reizen. Ver kwamen ze niet, omdat ze de gids niet konden betalen die ze over de Pyreneeën zou moeten helpen.

In juli 1942 monsterde Co aan op een schip naar Noorwegen en werd daar door de Duitsers tewerkgesteld bij een Nederlandse firma in Trondheim. Daar werkte hij als elektricien. Na een ziekenhuisopname wegens roodvonk kreeg hij de gelegenheid naar Nederland terug te gaan. Hij bleef in maart 1943 in het neutrale Zweden achter. Samen met andere jongens die naar Engeland probeerden te komen, werd hij als bosarbeider te werk gesteld. Volgens zijn familie heeft er nog een foto van hem als houthakker in een krant gestaan. In de avonduren leerde hij Zweeds van een geestelijke. Co moest er bijna een jaar op wachten, maar toen werd hij toch gevraagd om naar Engeland te komen om daar voor de Inlichtingendienst als parachutist/radiotelegrafist verder te worden opgeleid om in Nederland te worden gedropt.


Jaarboek 42, pagina 17

Voor hij vertrok, stuurde hij een kaartje aan zijn ouders waarin hij afscheid van ze nam in de wetenschap dat de kans groot was dat hij de oorlog niet zou overleven. Hij vroeg dringend om een laatste wens van hem te eerbiedigen en aan vriendin Ankie van de Broek in Amsterdam een foto van hem door te sturen als hij niet zou terugkeren.

Hij eindigde zijn brief met de woorden: Nu ouders vaarwel en hartelijk bedankt voor de vele goede zorgen die aan mij besteed zijn en ontvang een duizendtal kussen van jullie liefhebbende zoon en broer Co.

Een Havilland Mosquito, een tweemotorig jachtvliegtuig met twee piloten haalde hem op. Hij zat in het bommenrek op postzakken in een speciaal isolatiepak en had een zuurstofmasker op. Het was ijzig koud en bij aankomst in Schotland moest hij uit het toestel worden dragen. Dat was zijn eerste vliegervaring.

Co onderging in maart en april 1944 de gebruikelijke verhoren in Londen bij de Patriotic School en bij de Inlichtingendienst. Hij werd politiek betrouwbaar geacht door rechercheur Ernesto Pinto en kon vervolgens aan de opleidingen beginnen. Slechts 30 procent van de aspirant agenten voor het Bureau Inlichtingen heeft de testen naar behoren kunnen volbrengen. Het ging Co goed af mede dankzij zijn opleiding tot radiotelegrafist/marconist.

Parachutesprong 1944.
Parachutesprong 1944.

Parachutering van Hamerteen

De voorganger van Co Brandjes als geheim agent was de zich ‘Antonio’ noemende Van de Waal. Geheim agenten kregen hun opdrachten in Londen van het Bureau Inlichtingen dat de berichtgeving uit bezet gebied als hoofdtaak had. De opdracht was dat Van de Waal met een radiotelegrafie-set en veel geld naar een adres in Eindhoven moest. Op 7 mei 1944 is hij dichtbij het dropping-field terecht gekomen. Van de Waal werd op zijn reis naar Eindhoven opgepakt en hij overleed op 27 april 1945 in een Duits concentratiekamp.

Co Brandjes nam de plaats van Van de Waal in maar deze keer met een zender/ontvanger. Co was bestemd voor de spionagegroep ‘Harry’ de schuilnaam van ir. Theo Tromp, een hoge functionaris van Philips die na de oorlog nog even minister is geweest. De groep had dringend behoefte aan betrouwbare en snelle verbindingen en keek uit naar een codist-telegrafist. Co kreeg een pistool, een zelfmoordpil om te gebruiken als hij gepakt zou worden en een vals persoonsbewijs met de 16-jarige Jan Lammers als schuilnaam. Hij was inmiddels 22 maar kon nog wel voor een 16-jarige doorgaan. ‘Hamerteen’ werd zijn schuilnaam in het radioverkeer.

Zijn opdracht was zich te melden bij Tromp met zijn set en dertigduizend gulden bestemd voor de financiering van de verzetsgroep. Verder had hij materiaal bij zich voor het maken van microfilms. De parachutering vond plaats in de nacht van 5 op 6 juni 1944 tegelijk met de invasie in Normandië. Co kwam 25 kilometer van zijn ‘pin-point’ terecht. Het was een soort zesde zintuig dat hem ertoe dreef om te springen op een andere dan de afgesproken plaats. Co vertelde aan een neef dat drie Canadezen die iets later vanuit een ander vliegtuig sprongen, zijn doodgeschoten. De piloot liet de beslissing aan hem over met de woorden “It’s your life”.

Co had veel last bij zijn sprong van de leg-bag (plunjezak die aan zijn been was gebonden) en hij moest hem laten schieten. Eenmaal op de grond kon hij de zak in het donker tussen de dichte bosjes niet terugvinden. Hij prentte zich de omgeving van het Brabantse natuurgebied zo goed mogelijk in en zijn enige hoop was dat hij de leg-bag met behulp van zijn Eindhovense contactpersonen zou kunnen opsporen.

Na een lange nachtelijke wandeling kwam Brandjes ‘s morgens rond half tien aan bij de woning in Eindhoven waar hij zich moest melden. Afgesproken was dat als in de voordeur een potloodpunt uit de lijst naar buiten stak, dit onveilig betekende. Was er alleen een gaatje te bespeuren, dan kon de agent aanbellen. Brandjes constateerde dat de potloodpunt uit de lijst stak. Een dienstmeisje kon hem nog snel toefluisteren dat zijn contactpersoon veertien dagen daarvoor op zijn kantoor bij Philips was gearresteerd. Brandjes maakte dat hij uit Eindhoven weg kwam.

‘Jan Lammers/Hamerteen’ zocht naar andere wegen om in contact met Tromp te komen. Hij ontmoette de radiohandelaar André van Wijlen in Sprang-Capelle, medewerker van een andere spionagegroep, die ook met Tromp samenwerkte. Die kon hem inderdaad helpen bij het opsporen en bergen van de leg-bag.

Van Wijlen zorgde er ook voor dat Brandjes ir. Tromp kon ontmoeten. Ze konden het goed met elkaar vinden. Tromp wilde ‘Jan’ wel aan een baan helpen bij Philips maar niets stond hem zo tegen als een vaste baan en een uitgestippeld leven.


Jaarboek 42, pagina 18

Sprang-Capelle

Brandjes wilde zijn seinpost in Sprang-Capelle vestigen waar hem onderdak was geboden. Hij wilde liever daar blijven als hij vanuit Eindhoven van berichten kon worden voorzien. Het slechte seincontact met Londen viel mogelijk te verbeteren. Tromp kon aan dit verzoek door de verbindingsproblemen geen gehoor geven, zodat ‘Hamerteen’ met grote tegenzin toch naar Eindhoven werd overgebracht.

Bewijs van de dienstverlening van Co afgegeven door Montgomery.
Bewijs van de dienstverlening van Co afgegeven door Montgomery.

Tromp moest onderduiken en droeg de leiding van de groep ‘Harry’ over aan medewerker Van Steenis. De opvolger van Tromp zocht en vond een goede seinpost in de klokkentoren van de Sint Martinuskerk van Tongelre (Eindhoven-oost). De zender/ontvanger werd in het orgel verborgen gehouden en ‘Hamerteen’ kon vanuit de toren seinen.

Het zendcontact met Londen was vanuit deze unieke zendlocatie voortreffelijk maar Brandjes kon heel slecht met Van Steenis opschieten. Hij verlangde ernaar terug te gaan naar Sprang-Capelle. Daar had hij kennis gemaakt met diverse geallieerde piloten en leden van de spionagegroep ‘Albrecht’, met wie hij vriendschap had gesloten. In Tongelre verveelde hij zich omdat hij onvoldoende werk had.
De berichtgeving naar zijn post was heel schaars omdat de Duitsers, naar aanleiding van de snel oprukkende geallieerden, links en rechts executies uitvoerden en de berichten aanvoer daardoor dwarsboomden.

Als hij opdrachten kreeg voerde hij die uit. Via ‘Hamerteen’ en ook via andere kanalen werden heel belangrijke militaire berichten doorgegeven, vooral over de reorganisatie van de Duitse tankdivisies en de uit Duitsland gekomen versterkingen. Deze berichten hadden de geschiedenis een andere wending kunnen geven maar Montgomery legde de meldingen en waarschuwingen uit Nederland naast zich neer en zette de operatie ‘Market-Garden’ door. De geallieerden leden in september 1944 een zware nederlaag.

Brandjes nam het in Tongelre niet erg nauw met de veiligheidsregels. Dit leidde tot fikse meningsverschillen met Van Steenis. In september had Brandjes er genoeg van. Hij legde een briefje voor ir. Tromp neer en keerde op eigen gelegenheid naar Sprang-Capelle terug. Hij hoopte voor spionagegroep ‘Albrecht’ actief te kunnen zijn hetgeen ook het geval is geweest.

Grote delen van Nederland waren inmiddels bevrijd. Op 5 oktober 1944 wist Brandjes Eindhoven weer te bereiken. Het Bureau Inlichtingen was intussen naar die stad overgeplaatst. Co stelde kolonel Somer voor hem opnieuw in bezet gebied te parachuteren maar dan met mogelijkheden meer activiteiten te kunnen ontplooien.

Het werd hem echter kwalijk genomen dat hij op eigen initiatief terug was gegaan naar Sprang-Capelle. Hij moest terug naar Engeland, waar hij werd gedegradeerd en ontslagen bij het Bureau Inlichtingen. “Een zekere onrechtvaardigheid in dit vonnis valt ook hier te bespeuren” schreef Frank Visser in zijn boek over de Geheime Inlichtingendienst. Co zelf kon het niet accepteren dat dit hem overkwam ondanks het belangrijke werk dat hij had gedaan. Hij zei erover: “Ik werd als een halve misdadiger behandeld.”

Pasfoto van Co uit zijn eerste Amerikaanse  paspoort (1949).
Pasfoto van Co uit zijn eerste Amerikaanse paspoort (1949).

Co Brandjes de wijde wereld in

Co was naar Engeland teruggekeerd met een speedboot vanaf Oostende. Hij had in militaire dienst kunnen gaan en uitgezonden worden naar Australië. Maar hij had even genoeg van leger en oorlog. Hij monsterde in Liverpool op de SS Ruysdaal aan als marconist. Het was op die reis dat bij Gibraltar het bericht doorkwam dat de oorlog voorbij was.

In Buenos Aires kocht hij van alles voor zijn familie in Nederland. Een Canadese legerwagen bracht meer dan 13 kisten goederen van Rotterdam naar Castricum. Hij had kleding, sigaretten, schoenen, chocolade, koffie, enzovoorts in Argentinië gekocht, omdat hij had gehoord dat er in Nederland niets meer te koop was. Het was groot feest bij de familie Brandjes.

Co voer weer verder maar in Norfolk Virginia werd hij ziek en kwam in een hospitaal terecht. Toen hij eruit kwam, was zijn schip vertrokken. Hij las dat iemand met 25 dollar op zak door heel Amerika was getrokken. Co had 50 dollar dus dat moest hem zeker lukken. Hier en daar werkend, onder andere op een grapefruitfarm in Californië hield hij het een paar maanden vol. Een probleem was dat hij nog steeds illegaal in Amerika verbleef en geldgebrek had. Overal hingen affiches met ‘Join the Army’. Het was niet moeilijk om militair te worden.


Jaarboek 42, pagina 19

Na een training werd hij uitgezonden met een bezettingsleger naar Japan en zelfs bevorderd tot sergeant Communication. Daar heeft hij op de basis nog een paar maanden een winkeltje gerund waar hij drank en sigaretten verkocht. In zijn vrije tijd heeft hij nog veel van Japan gezien.

Na zeven maanden was hij terug in Amerika en wilde hij zo snel mogelijk het leger weer uit. Na terugkeer is zijn aanvraag voor het Amerikaans staatsburgerschap ingewilligd.

Onderscheiding

Op 14 juli 1949 vertrok een klein gezelschap uit Castricum naar Sliedrecht. Het waren Co Brandjes met zijn vader en moeder en Co Res. Co zou uit handen van prins Bernhard een onderscheiding ontvangen voor zijn dappere daden in de oorlogsjaren. Bij Koninklijk Besluit van 30 augustus 1948 nummer 8 is hem het Bronzen Kruis toegekend wegens zijn verdiensten als parachutist/marconist. Drie personen mochten erbij zijn.

De dapperheidsonderscheiding Bronzen Kruis.
De dapperheidsonderscheiding Bronzen Kruis.

De gebeurtenis staat in een piepklein aantekenboekje dat zus Riet bijhield gedurende de jaren dat ze in een sanatorium in Rosmalen was opgenomen wegens tuberculose. Ze noteerde op 14 juli 1949: “Ik vind het zo’n eer voor vader en moeder en Co en voor ons allen. Ik ben echt trots op hem.” Inmiddels heeft ze een hoge leeftijd bereikt maar trots op haar broer is ze nog steeds.

Tussen maart 1943 en april 1945 werden 43 geheim agenten uitgezonden. Daarvan kwamen er 19 om het leven. Zoals dr. Lou de Jong schrijft in deel 9 van ‘het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’ hebben die agenten veel militaire en civiele gegevens naar Londen kunnen doorgegeven, mede dankzij de spionagegroepen. Het zenden uit bezet gebied was moeilijk en riskant. Marconisten moesten niet langer dan 20 minuten in de lucht blijven en die tijd was vaak te kort.

Het Bronzen Kruis voor ‘moedig of beleidvol’ optreden was zeker verdiend. Voor Co was de onderscheiding niet nodig. Hij ging alleen maar naar de uitreiking omdat zijn omgeving er meer van onder de indruk was dan hijzelf en omdat zijn vriendin prins Bernhard wel eens wilde zien. Co vertelde dat ze naast de prins heeft gezeten. Voor haar kon deze dag niet meer stuk.

V.l.n.r. Ab Bleeker, Pé Pepping, en Jan Reijnders na aankomst in Zwitserland.
Van links naar rechts Ab Bleeker, Pé Pepping, en Jan Reijnders na aankomst in Zwitserland.

Hoe het vriend Ab Bleeker is vergaan

Na de mislukte oversteek naar Engeland samen met Co Brandjes besloot Ab met vier andere jongens in 1943 de kans aan te grijpen vrijwillig in Zuid-Duitsland te gaan werken. Vandaar zou hij naar het neutrale Zwitserland vluchten en vervolgens naar Engeland komen. Als de familie een brief zou ontvangen met de zin: “Wij gaan naar Co (Co Brandjes)” betekende het dat de ontsnapping uit Duitsland gelukt was.

Het gezin Bleeker woonde aan het Dokterspad dat na de oorlog Dokter Leenaersstraat werd genoemd. Ab was samen met zijn vriend Co in het begin van de oorlog bijna een jaar in Frankrijk geweest. Ze werkten eerst als bouwvakkers in Compiègne en later in Bordeaux. Zuster Lenie herinnert zich dat Ab op verzoek van dokter Leenaers medicijnen meebracht. Door het verblijf in Frankrijk spraken beiden een aardig woordje Frans.

Door Gert-Jan Bremer is het verhaal van de tocht van Ab naar Zwitserland uit de mond van een van de leden van de groep, Wim Pepping, opgetekend. Na vele omzwervingen en avonturen werd de reis uiteindelijk met succes bekroond. Ze wisten in een plaats dicht bij de grens te komen. Ab Bleeker had de route verkend. Toen het donker werd, gingen ze voorzichtig op pad en liepen in de richting van een dorp. Daar hielden ze iemand aan met de vraag “Wo sind Wir?”. Tot hun grote vreugde was het antwoord “Du bist in der Schweiz”. De vlucht was gelukt. Ze werden in een interneringskamp geplaatst.

Het bereiken van Engeland was nog steeds het doel. Via Frankrijk en België konden de mannen zich tenslotte in Zeeland weer aansluiten bij het 16e Regiment Infanterie waarbij ze voor de capitulatie hun dienstplicht vervulden.

Op 13 april 1945 zette koningin Wilhelmina de eerste stap op Nederlandse bodem en de compagnie vormde een erewacht. Wim Pepping: “Ze liep langs ons, ik zie haar nog zo gaan, en ze zei dank je wel Engelandvaarders. Dat maakte grote indruk op mij.” Later hebben de jongens nog dienst gedaan in Duitsland voor de bewaking van krijgsgevangenen.


Jaarboek 42, pagina 20

Ab tekende na de oorlog vrijwillig voor militaire dienst in Indië. Daarvoor is hij nog wel een paar maanden in Engeland geweest voor een opleiding bij de RAF. Hij vertrok na zijn diensttijd met zijn vrouw Ilse, die hij in Indië had ontmoet, naar Amerika. Dat was mogelijk door een borgstelling van vriend Co Brandjes. Ab is tenslotte amanuensis geworden op de universiteit van South Californië en overleed in Valinda op 26 december 1991.

Tussen Amerika en Nederland

Over het verdere leven van Co Brandjes is nog een boek te schrijven. Hij trouwde rond 1950 met Greta van der Brug, een protestants meisje uit de Dorpsstraat die al een tweeling had. Voor het huwelijk was dispensatie nodig van de kantonrechter, omdat beide ouders geen toestemming verleenden. Ze vertrokken naar Amerika. Co heeft er van alles ondernomen. Hij is in New Jersey een camping begonnen, maar het gezeur van de gasten was hij gauw zat. Later in Florida heeft hij ook van alles aangepakt en hij was daar onder andere melkboer.

Co Brandjes omstreeks 1980.

Co Brandjes omstreeks 1980.

Heel toevallig kwam hij erachter dat er wel wat viel te verdienen met het kweken van ‘ixora’s’, een bloeiende struik die als heg gebruikt kan worden. De onderneming werd een groot succes. Zijn huwelijk met Greta liep na 12 jaar op de klippen. Hun kinderen zijn in Florida gesetteld.

Co en zijn neef Cees Brandjes bij de Ixora-kwekerij.

Co en zijn neef Cees Brandjes bij de Ixora-kwekerij.

Vaak vlogen broers, zusters en neven naar Florida en ook Co zocht zijn familie regelmatig op. Co onderging in Nederland drie zware operaties. Riet en ook zijn andere zussen waren een grote steun voor hem. Zijn wens was nog eens een reis te maken langs de westkust van Amerika.

Hij zocht en vond een reisgenote uit Nederland. De laatste 15 jaar woonde hij met haar afwisselend in Florida en in Nederland. Co overleed 79 jaar oud op 14 januari 2002 in Florida. Het bescheiden monumentje bij de oorlogsgraven, vlakbij zijn ouderlijk huis, is een mooie herinnering aan onze dappere dorpsgenoot.

Niek Kaan

  • Bremer, Gert-Jan, de vlucht van Ab Bleeker, Cor Hoek, Wim en Pé Pepping, interview;
  • Dessing, Agnes, ‘Tulpen voor Wilhelmina, de geschiedenis van de Engelandvaarders’, 2005;
  • Interview met Co Brandjes uit 1996;
  • Jong, Lou de, ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’, Ned. Instituut voor Oorlogsdocumentatie, delen 7 en 9;
  • Nationaal Archief Den Haag, archief ministerie van Justitie Londen;
  • Mondelinge informatie van zuster en neven van Co Brandjes en Ab Bleeker;
  • Ned. Instituut voor Oorlogsdocumentatie;
  • Regionaal Archief Alkmaar en Gemeentearchief Castricum, de heer H. Stigt;
  • Visser, Frank, ‘De bezetter bespied, De Nederlandse Geheime Inlichtingendienst in de Tweede Wereldoorlog’, 1983.

Jaarboek 42, pagina 21

Co Brandjes.
Co Brandjes.

Korte genealogie van de familie Brandjes

Nicolaas (Klaas) Brandjes (1852-1928) is geboren en getogen in Uitgeest en gaat op 32-jarige leeftijd in 1884 wonen in Castricum in de Oosterbuurt. Hij was zeven jaar eerder gehuwd met Eva Cornelisse uit Uitgeest. Bij hun komst naar Castricum hebben zij drie kinderen. In Castricum worden er nog drie geboren.

Klaas is veehouder en koopt in 1885 de boerderij aan het Cronenburgerlaantje. Onder de zes kinderen van Klaas en Eva zijn drie zoons die de naam Brandjes in Castricum verder zullen verspreiden:

  1. Jan
  2. Cor en
  3. Dirk.

  1. Jan Brandjes (1879-1964) is tuinder, voorzitter van veiling ‘Ons Belang’. Hij woonde in de boerderij op de hoek Burgemeester Mooijstraat-Geelvinckstraat. Hij trouwt met Jans Schotvanger.
    Jan en Jans krijgen zeven kinderen: 1. Eva trouwt met Simon Stuifbergen; 2. Griet trouwt met Jo Krimp, 3. Trien trouwt met Rinus de Ruijter, 4. Door trouwt met Cor van den Berg; 5. Klazina trouwt met Henk Meuleman, 6. Klaas, tuinder, ongehuwd en 7. Coba ongehuwd woonde in de Burgemeester Mooijstraat.
  2. Cor Brandjes (1885-1968) heeft een winkel in huishoudelijke artikelen en speelgoed aan de Dorpsstraat (huis met de kogel). Hij trouwt met Maria Res; zij krijgen negen kinderen, waarvan twee zeer jong overleden; de overigen 1. Niek zet de zaak van zijn vader voort, trouwt met Ans Pepping, 2. Alie trouwt met Jaap Baltus; 3. Co de hoofdpersoon van dit artikel; 4. Eva trouwt met Douwe Nota; 5. To trouwt met Johannes van den Burg, woonde in Amerika; 6. Riet was medisch analiste en 7 Doortje trouw met Kees Kraakman.
  3. Dirk Brandjes (1889-1975) is veehouder op boerderij ‘Nooit Verwacht’ in de Oosterbuurt, trouwt met Maria Roskam; zij kregen zes kinderen: 1. Niek, veehouder, ongehuwd; 2. Jan trouwt met Jo de Wit; 3. Theo trouwt met Toos Warmerdam; 4. Piet werkte bij de gemeente, ongehuwd; 5. Eva trouwt met Jan de Wit en 6. Cor, veehouder in de Oosterbuurt, ongehuwd.

30 oktober 2023

Castricum – Honderd jaar geleden 1917 (Jaarboek 41 2018 pg 106-108)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 41, pagina 106

Castricum en Bakkum 1917, de gebeurtenissen

Deze woning was in de eerste wereldoorlog het distributiekantoor dat stond in de Schoolstraat in Castricum.
Het houten huis “Zelden Rust” was in de Eerste Wereldoorlog het distributiekantoor voor levensmiddelen, dat stond in de Schoolstraat in Castricum. Beverwijkerstraatweg 3 in Castricum, 1924. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In het jaar 1917 heeft de plaatselijke bevolking steeds meer last van de nu al meerdere jaren voortslepende oorlog in Europa. Nederland is dan wel neutraal, maar schaarste aan voedsel en hoge brandstofprijzen worden dagelijks gevoeld. Het bedrijf dat door de gemeente Castricum in 1916 is gestart om aan inwoners levensmiddelen te verstrekken, krijgt meer mankracht.

De gebeurtenissen in Castricum van honderd jaar geleden zijn vooral ontleend aan de gemeenteraadsnotulen, de inkomende en uitgaande stukken van de gemeente Castricum, dossiers in het gemeentearchief, de provinciale bladen, de burgerlijke standregisters, enzovoorts.

1 januari 1917

Het gemeentebestuur bestaat uit burgemeester Johannes Mooij en de wethouders Joseph Goes en Petrus Valkering. De raadsleden zijn: Gerrit Pzn. Kuijs, Petrus Pzn. Kuijs, Pieter Twisk, Gerard Louter en Cornelis Spaansen. Hendrikus Oostveen is de gemeentesecretaris.

Castricum telt 4.075 inwoners. Dit aantal is op 31 december toegenomen tot 4.225. In het jaar 1917 vestigen zich in onze gemeente 462 personen, terwijl er 323 naar elders vertrekken. Er worden in dit jaar 107 kinderen geboren, er overlijden 96 inwoners en er worden 20 huwelijken gesloten.

Aantal kiezers voor de gemeenteraad: 592; voor de Tweede Kamer en Provinciale Staten: 680.

13 februari 1917

Een aantal ingezetenen heeft het verzoek ingediend om verbetering aan te brengen aan de weg naar Limmen, ofwel de Zanddijk; de weg verkeert in slechte staat. Besloten wordt de wegwerker C. Orij voor een jaar aan te stellen op een weekloon van 14 gulden en hem ’s winters 1 hectoliter cokes (kolen) per week te geven.

De Zanddijk.
De Zanddijk, aangelegd in de 12e eeuw. Bakkum 1980. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

W. Hellinga is aangesteld tot ambtenaar ter secretarie voor een jaarwedde van 100 gulden.

27 maart 1917

De Dienst Provinciale Electrische Werken is voornemens om een bovengrondse kabel aan te leggen in de Oosterbuurt. Uit oogpunt van veiligheid wil wethouder Goes daaraan de voorwaarde verbinden dat de palen minimaal zes meter lang zijn.

De Mient, op deze foto nog een zandweg.
De Mient, op deze foto uit 1900 nog een zandweg. De Mient wordt in 1917 bestraat. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Goedgevonden wordt om de grond, benodigd voor de bestrating van de Mient, aan te kopen.

25 april 1917

Het college van Gedeputeerde Staten stelt de verdeling vast van de gemeente Castricum in twee stemdistricten voor de verkiezing van leden van de Tweede Kamer der Staten Generaal en van leden der Provinciale Staten.

  • Stemdistrict 1 omvat de buurtschappen Kerkbuurt, Oosterbuurt, de Brabantsche Landbouw, een gedeelte van de Duinderbuurt en een gedeelte van het Noordeinde;
  • Stemdistrict 2 omvat de buurtschappen Schulpstet, Duinontginning, Noord- en Zuid-Bakkum en de overige gedeelten van Duinderbuurt en Noordeinde.

In een verordening worden als stemlokalen aangewezen voor stemdistrict 1 het gymnastieklokaal van de openbare school 1, naast het Raadhuis, ingang Schoolstraat en voor stemdistrict 2 in een van de lokalen van de openbare school 2 te Bakkum, ingang noordzijde.

Opgaven aan de overheid:
Per 1 januari 1917: de onderneming met eigenaar M. Olgers aan de Kramersweg te Castricum onderhoudt met twee boten een vrachtdienst van Limmen-Wormerveer- Zaandam-Amsterdam.

Bedeling van de armen door:

  • het rooms-katholieke parochiaal armenbestuur: 12 personen, waarvan 4 boven de 70 jaar;
  • de Diaconie van de Nederlands hervormde gemeente: 4 personen;
  • het burgerlijk armenbestuur: 15 personen, waarvan 5 boven de 70 jaar.

26 april 1917

Opgave aan de inspecteur van de directe belastingen te Alkmaar van de vergunninghouders voor de verkoop van sterke drank en de huurwaarde voor het bedrijf:


Jaarboek 41, pagina 107

Café Duinzicht.
Café Duinzicht. Beverwijkerstraatweg 6 in Castricum, 1915. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

R. van Benthem: 267,50 gulden, wijk A, nummer 121, De Vriendschap
J.B. Koopman: 234,75 gulden, wijk A, nummer 71, De Rustende Jager
Ant. van Benthem: 162,50 gulden, wijk A, nummer 31, Hoek Dorpsstraat-Burgemeester Mooijstraat
J. Slijboom: 90 gulden, wijk A, nummer 56, Burgemeester Mooijstraat
P. Schotvanger: 180 gulden, wijk A, nummer 49, Burgemeester Mooijstraat (De Harmonie)
D. Tromp: 66 gulden, wijk B, nummer 198, Beverwijkerstraatweg (Duinzicht)
C. Stuifbergen: 114 gulden, wijk A, nummer 29a, Dorpsstraat (De Landbouw)
L.A. Burgering: 66 gulden, wijk C, nummer 356, Bakkummerstraat
W. Borst: 70 gulden, wijk E, nummer 473, Nu Fase Fier
Jo Borst: 97 gulden, wijk E, nummer 463, Café De Onderneming (nu – in 2018 – Heereweg nummer 12)
C. Castricum: 84 gulden, wijk E, nummer 449, De Goede Verwachting aan de Heereweg.

Café de Onderneming aan de Heereweg in Bakkum met Gerrit van Egmond, die het café in 1917 overnam van zijn zwager Jo Borst.
Café de Onderneming aan de Heereweg in Bakkum met Gerrit van Egmond, die het café in 1917 overnam van zijn zwager Jo Borst.

De volgende namen zijn later doorgehaald en vervangen: D. Tromp door G. Leering; vergunning ingetrokken op 17-3-1917, verleend 5-4-1917.
Jo Borst door G. van Egmond. idem op 12-3-1917, verleend 28-3-1917.

12 mei 1917

Vordering ten behoeve van het leger van de levering van alle inlandse wol die bij de eerstvolgende scheer van de schapen wordt verkregen. In totaal leveren 16 Castricumse veehouders wol, waarvoor zij maximaal 2,50 gulden per kg ontvangen. Het aantal vachten per veehouder varieert van 1 tot 21.

23 mei 1917

De schoolopziener in het district Haarlem dringt erop aan om zo spoedig mogelijk over te gaan tot invoering van Uitgebreid Lager Onderwijs (ULO) in Castricum. Dit wordt ruim een maand later ondersteund door eenzelfde oproep van de districtsschoolopziener.

Meester C.J. Bussen, hoofd der school.
Dit is de binnenplaats van de school bij het Raadhuis. Links meester C.J. Bussen, hoofd der school. Dorpsstraat 67 in Castricum, 1897. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De heer Bussen, het hoofd van de Openbare School aan de Dorpsstraat, is van mening dat bij invoering de eerstkomende twee jaren geen uitbreiding van lokalen nodig is en dat er ook geen extra leerkracht behoeft te worden benoemd. De raad besluit daarom de vakken Frans en Wiskunde na de grote vakantie in te voeren aan die school en als hoofd aan te wijzen het hoofd van die school.

4 juli 1917

Wethouder Joseph Goes heeft ontslag genomen. Als opvolger wordt Cornelis Spaansen gekozen en benoemd. De districtsschoolopziener stelt voor om het schooljaar op 1 of 15 augustus te laten beginnen in plaats van op 1 april, dit in verband met de invoering van het ULO.

De voorzitter stelt voor om de kermis dit jaar niet te vieren omdat het allerminst een tijd is om feest te vieren: “De toestand in ons vaderland is gaandeweg achteruitgaand” (Eerste Wereldoorlog). Met een kleine meerderheid wordt dit voorstel aangenomen.

Goed gevonden wordt dat de directeur van de gasfabriek voor gemeenterekening een rijwiel aankoopt, mede ten dienste van het bedrijf.

De gasfabriek.
De gasfabriek. Gasstraat 1 in Castricum. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De bakkers hebben gepleit voor een verordening om te verbieden dat er ’s morgens vers brood verkrijgbaar is vóór bijvoorbeeld 10.30 uur. Dit om voldoende nachtrust te waarborgen, mede van belang vanwege de grote schaarste aan brandstoffen. Zij zijn van mening dat tegen die tijd op een behoorlijke wijze de broodbereiding plaats kan hebben zonder in de nacht te hoeven aanvangen.

Bakker Hemmer bezorgt brood in een mand op  zijn transportfiets.
Bakker Hemmer bezorgt brood in een mand op zijn transportfiets. Dorpsstraat 52-54 in Castricum. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De verordening wordt vastgesteld inhoudende het verbod op het venten met brood vóór ’s morgens 10 uur.


Jaarboek 41, pagina 108

25 juli 1917

Verkiezing gemeenteraad: Cornelis Spaansen en Petrus Kuijs worden herkozen en Jacob Schuijt is het nieuwe raadslid.

4 september 1917

Beëdiging van de nieuwe raadsleden. Spaansen wordt opnieuw gekozen tot wethouder.

25 september 1917

Het presentiegeld van de leden van de gemeenteraad is gebracht op 100 gulden per jaar.

Door een groot aantal winkeliers is een verzoek ingediend om een verordening vast te stellen op de vervroegde winkelsluiting. De winkels mogen geopend zijn van 06.00 tot 20.00 uur.

De gemeente koopt twee huizen aan de Schoolstraat van J. Res om elk te verhuren voor 2 gulden per week aan de veldwachter en aan de stoker van de gasfabriek.

Een veldwachter in Castricum.
Een veldwachter in Castricum. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Voorstel van de gascommissie van de gemeentelijke gasfabriek om de gasprijzen met ingang van 1 oktober 1917 te brengen op 22 cent. De verhoging is een gevolg van de abnormaal hoge kolenprijzen door de oorlog. In de gemeenteraad wordt hier langdurig over gesproken Het gas is bijna niet te betalen door mensen met kleine, vaste inkomens en er zijn ook arme gezinnen die in ’t geheel geen licht hebben.

22 november 1917

De directie van de conserven- en veevoederfabriek ‘Kennemerland’ (bouwplannen aan de Duinweg in Noord-Bakkum) deelt aan de gemeenteraad mee dat zij de weg naar Noord-Bakkum zal bestraten. De kosten worden geraamd op 2.000 gulden. Zij verzoekt een bijdrage in die kosten of de beschikbaarstelling van halve klinkers.
De gemeenteraad neemt nog geen beslissing over de financiële deelname in de bestrating van de Bakkummerweg: ”Nog maar even afwachten wat de fabriek zal worden.

In de raadsvergadering is H.J. Zandbergen benoemd tot lid van de levensmiddelencommissie en C. Bregman tot lid van de brandstoffencommissie. Al eerder was Th.J. Pepping benoemd tot administrateur van het Levensmiddelenbedrijf.

4 december 1917

In het kader van de Hinderwet wordt vergunning gevraagd door de directie van de Hollandsche Industrie en Handelsmaatschappij tot het oprichten van een groentedroog-inrichting aan de Duinweg op Noord-Bakkum. Eén van de voorwaarden is de afvoer van de rookgassen door een schoorsteen van 17 meter hoogte voor voldoende trek en volledige verbranding.

De conservenfabriek.
De conservenfabriek. Duinweg 3 in Bakkum, 1925. De fabriek is later gesloopt. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

18 december 1917

Woningbouwvereniging ‘Goed Wonen’ vraagt ten behoeve van de bouw van 18 woningen een voorschot van 93.240 gulden. De woningen aan de Dr. Jacobilaan zijn vooral bestemd voor het personeel van Duin en Bosch.

Woningen van Goed wonen aan de Peperstraat (nu Dr. Jacobilaan).
Woningen van Goed wonen aan de Peperstraat (nu Dr. Jacobilaan). Collectie Ou-Castricum. Toegevoegd.

De Levensmiddelencommissie verzoekt aan het gemeentebestuur iemand aan te stellen die belast is met de controle op de verkoop van levensmiddelen. Veldwachter Bleijendaal wordt als zodanig benoemd.

Pieter Bleijendaal, gemeenteveldwachter.
Pieter Bleijendaal, gemeenteveldwachter. Castricum, 1920. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

31 december 1917

De gemeenterekening over het jaar 1917 telt aan ontvangsten 77.443 gulden en aan uitgaven 88.768 gulden. Er is een nadelig saldo van 11.325 gulden.

Simon Zuurbier

23 oktober 2023

Gemeentegrenzen bepaling (Jaarboek 41 2018 pg 76-77)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 41, pagina 76

Bepaling gemeentegrenzen van Castricum en Bakkum

Kaart uit 1867.
Kaart uit 1867.

Bij het bestuderen van de kaart van Castricum valt op hoe recht de grenzen in het duingebied liggen. Dit roept de vraag op hoe en wanneer men dat heeft bepaald. De grillige groene lijnen aan de oostkant geven ‘natuurlijke’ grenzen aan die grotendeels door wateringen en dijken zijn bepaald.

De rechte lijnen aan de noord- en zuidkant zijn ‘kunstmatige’ grenzen in het duingebied. Op deze kaart uit 1867 ontbreekt de oude grens tussen Castricum en Bakkum vanwege het eerder samenvoegen van beide gemeenten. Deze is nu lichtgroen ingetekend.

Waarom en hoe meet de overheid een gemeentelijk grondgebied?

Om een gemeente te kunnen opmeten moet duidelijk zijn wat tot het grondgebied van de gemeente behoort. Het opmeten was noodzakelijk ten behoeve van het kadaster om met ingang van 1 oktober 1832 grondbelasting met enige precisie te kunnen innen.

Reeds in 1816 werd gestart met het verkennen en meten van de gronden en grenzen. Eén jaar vóór de daadwerkelijke opmeting werd een landmeter aangewezen die met de grensbepaling en de geschillen daaromtrent werd belast. In Castricum was dat J.J. Nautz, landmeter van de 1e klasse, zoals we kunnen lezen op het verzamelplan tevens de kadasterkaart van 1821. Vervolgens werd met de burgemeester de gehele omtrek van de gemeente langs gewandeld en werd een Proces Verbaal ter vastlegging opgemaakt.

Hoe en wanneer zijn de gemeentegrenzen bepaald?

Bij het opmeten van het grondgebied is natuurlijk gebruik gemaakt van de bestaande grenzen die vaak waren bepaald door waterwegen, dijken, wegen en gebouwen zoals kerktorens en molens of markante bomen. In Bakkum en Castricum is in de volgende gevallen water als grens gebruikt: Schulpvaart, Nellenbeeck, Baccumer Togt en De Dye. Dijken zijn als grens vastgesteld in het geval van de Braeckersdyc, Maer- of Coorendyck en in het verlengde de Heemsteder Dyck. Ook veldnamen geven grenzen aan zoals ‘Aan de banscheiding’ en ‘Zuiderschei’.

In de duinen wijzen namen van duinpaden op grenzen: Scheilaan (het schei van Bakkum met Egmond-Binnen), Grensweg (een pad ten zuiden van het Watervlak is de grens met het Heemskerker Duin) en het Noorder Scheyt (geen weg maar een vallei bij de noordgrens van het Heemskerkerduin). De laatste staat aangegeven in 1680 op een kaart van Uitwaterende Sluizen. Er was toen dus al een grens vastgesteld.

De grenzen in de duinen zijn moeilijk vast te stellen, omdat zij in de ‘woeste gronden’ van Castricum en Bakkum liggen. In gebieden waar geen natuurlijke grenzen lagen, werd vaak gebruik gemaakt van puntobjecten. In het geval van het duingebied lijkt er gebruik gemaakt te zijn van de torens van Ter Coulster (Heiloo), Oude kerk Zuidkerkenlaan (Limmen), Oude kerk Dieloftslaantje (Akersloot), Oude kerk Castricummerweg (Uitgeest) en Oude kerk Dorpsstaat, tegenwoordig Kerkpad (Castricum). De toren van Ter Coulster is gesloopt in 1788.

Tekening van Dorpskerk en Raadhuis in Castricum.
Tekening van Dorpskerk en Raadhuis in Castricum. Collectie Ou-Castricum. Toegevoegd.

Tot op heden is van de wijze van grensbepalen in het duin geen vastlegging in archieven gevonden. Mogelijk liggen die in geschriften van de landeigenaren van destijds, zoals de heren Boreel, Barnaart, Deutz van Assendelft, Gevers, Marquette en weduwe Tinne van Egmond. De grenzen zijn waarschijnlijk ouder dan begin 19e eeuw.

Fragment van de kaart van het Graafschap van Egmond.
Fragment van de kaart van het Graafschap van Egmond. Getekend door Jan Dirksz. Zoutman in 1665. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Zo is op de kaart Afbeeldingh van ‘t Graafschap van Egmont mitsgaders een gedeelte van de Heerlijkheid van Wimmenum alsmede van de Heerlijkheid Heijlo. Gecopieerd door mij Cornelis Joan Stellingwerff naar een kaart van Jan Dirksz. Zoutman uit 1665 de rechte grens tussen Egmond en Bakkum al zichtbaar. Op de kaart van Johannes Dou uit 1660 zijn reeds rechte grenzen aangegeven tussen Egmond en Bakkum en tussen Bakkum en Castricum.


Jaarboek 41, pagina 77

De duingrenzen

Door een liniaal langs de rechte duingrenzen te leggen kom je onherroepelijk in het achterland uit op torens. Zou dat de sleutel zijn tot hoe de grenzen zijn bepaald?


Uitleg van hoe dat gegaan kan zijn wordt hieronder gegeven per kleur. De foto is afkomstig van Google Earth.

Kaart Google Earth.
Kaart Google Earth.

Gele lijn:

Grens Egmond en Bakkum

Eerst is een punt op het duin gekozen. Dit punt komt tot stand als je een lijn tekent die ontstaat als je de kerktorens van Akersloot en Limmen in één lijn ziet.

Vanaf dit punt op het duin (de zee lag wat westelijker in die tijd) is een lijn getrokken naar de toren van Ter Coulster (of Ypestein) in Heiloo.
Het witte deel in de gele lijn is de oude en huidige grens in het duin. Op de grens loopt deels een pad, toepasselijk genaamd Scheilaan. Het was tevens de limietscheiding van de gemeenten Bakkum en Egmond en van de grondgebieden in de duinen van de Heer Barnaart Jacz. en Mevrouw de Weduwe Tinne van Egmond.

Rode lijn:

Grens Bakkum en Castricum

Ter bepaling van een punt op het duin is gekozen voor een lijn die ontstaat als je de kerktorens van Uitgeest en Castricum in één lijn ziet.
Vanaf dit punt op het duin is een lijn getrokken naar de kerktoren van Akersloot.

Het witte deel in de rode lijn is de grens in het duin. Op de grens lag het Halve Galgvlak, waar zich nu de open vlakte bij de Grote Veldweg op camping Bakkum bevindt. Castricum en Bakkum deden samen met één galg. Op oude kaarten wordt deze plaats ’t Gereght genoemd.

De limietscheiding tussen het grondbezit van de Heer Barnaart en de Heer Boreel volgde niet geheel deze grens. Die grens volgde meer het Glops, een pad waar nu ongeveer de huidige Zeeweg ligt.

De grens tussen Bakkum en Castricum is met de fusie van deze gemeenten in 1812 op decreet van Napoleon opgeheven.


Blauwe lijn:

Grens Castricum en Heemskerk

Ter bepaling van een punt op het duin is gekozen voor een hulplijn die ontstaat als je de kerktorens van Akersloot en Castricum in één lijn ziet.
Vanaf dit punt op het duin is een lijn getrokken naar de kerktoren van Uitgeest.

Het witte deel in de blauwe lijn is de grens in het duin.

Tot slot

In dit artikel is getracht een verklaring te geven voor de rechte grenzen in het duingebied. Het inzetten van torens is een stabiele factor om een grens te bepalen.

Opvallend is dat de lijnen met behulp van Google Earth elkaar tegenwoordig niet in het duin kruisen, maar in zee. De oorzaak hiervan is de kustafslag.

De duintop van destijds bestaat niet meer. De duingrenzen zijn ouder dan 350 jaar, maar niet ouder dan de toenmalige kerktorens.

Rino Zonneveld

Bronnen:

16 oktober 2023

Breedeweg, bewoners zuidzijde (Jaarboek 41 2018 pg 64-75)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 41, pagina 64

De bewoners aan de Breedeweg (zuidzijde)

Anton Reijnders, opa Tessel, diens dochter Geert Tessel, Riet Reijnders, Maria Schuit - Hourik en Klaas Tessel met op de voorgrond zijn kinderen Sjaak en Truus.
Anton Reijnders, opa Tessel, diens dochter Geert Tessel, Riet Reijnders, Maria Schuit-Hourik en Klaas Tessel met op de voorgrond zijn kinderen Sjaak en Truus.

Als vervolg op het artikel in het 40e Jaarboek met de geschiedenis van een aantal huizen aan de noordzijde is nu de zuidzijde van de Breedeweg tussen de zijstraten Rollerusstraat en Oosterbuurt aan bod.

Aan dit oudste gedeelte van de Breedeweg staan de panden genummerd 45 tot en met 77. Hiervan zijn de boerderijen bij de beschrijving van de stolpboerderijen van Castricum al eerder in verschillende jaarboeken van Oud-Castricum opgenomen. Dit betreft de boerderijen van De Wildt, Kuijs, Van Duuren, Meijne en Glorie.

In dit artikel wordt aandacht besteed aan de geschiedenis van de acht overige panden aan de zuidzijde met de elkaar opvolgende bewoners en eigenaren.

De huizen die worden beschreven, liggen aan de zuidzijde van de Breedeweg.
De huizen die worden beschreven, liggen aan de zuidzijde van de Breedeweg.

Jaarboek 41, pagina 65

Dit oorspronkelijke huis is in 2007 gesloopt.
Dit oorspronkelijke huis is in 2007 gesloopt.

Breedeweg 47: het dubbel bewoonde huisje van Klaas Tessel

Het oorspronkelijke huisje aan de Breedeweg 47 is in 2007 gesloopt. Het was een van de oudste huisjes van de Breedeweg. Het stond er al bij de start van het Kadaster in 1830 en heette toen De Vriendschap.

Door vererving komt het met het erf en een tuin met een totaal grondoppervlak van 540 vierkante meter in 1866 in bezit van Jacob Brakenhoff (1817-1867), als echtgenoot van Neeltje Stet. Dit bezit gaat over op hun enige erfgenaam, hun zoon Jacob (1843- 1929). Zoon Jacob is veehouder aan de Brakersweg, ook raadslid en wethouder van Castricum. Hij trouwt in 1877 met Elisabeth Reijnders, een dochter van de plaatselijke geneesheer. In 1882 gaat het kinderloze echtpaar in Nijmegen wonen.

Het huisje De Vriendschap wordt door hen al die jaren verhuurd en het wordt in tweeën bewoond. Omstreeks 1900 is dat door Dirk Steeman (1830) met echtgenote Elisabeth Kuijt in het ene deel en Engelina Schotvanger (1852), weduwe van Klaas van Weenen in het andere deel. In 1919 verkoopt Jacob Brakenhoff dit bezit aan de Breedeweg aan de 40-jarige Anthonie (Toon) Reijnders, een oomzegger en directe familie van zijn vrouw. Toon koopt er in 1920 nog eens stukje grond bij van buurman Willem de Wildt. Toon is landbouwer en boerenknecht, blijft ongehuwd en woont tot op hoge leeftijd in de westzijde van het huis, waar in 1950 een oomzegger Jaap Reijnders en echtgenote Nel Vlugt vanaf hun huwelijk bij hem komen inwonen. Na vier jaar en gezinsuitbreiding vertrekt Jaap met zijn gezin.

De huidige woning.
De huidige woning.

In mei 1956 komt het nog jonge echtpaar Tessel – Reijnders direct na hun huwelijk bij Toon inwonen.
Nicolaas Johannes (Klaas) Tessel is in 1928 geboren in Ursem en trouwt met Maria (Riet) Reijnders, een zus van genoemde Jaap. Klaas Tessel is timmerman, later onderhoudsmonteur bij de firma Bot in Heerhugowaard. Twee maanden na hun intrek koopt Klaas op 17 juli 1956 het gehele huis en de grond van ‘ome’ Toon Reijnders, die er nog een jaar blijft wonen en vervolgens naar het huis aan de Overtoom ‘voor ouden van dagen’ gaat, waar hij in 1964 op 85-jarige leeftijd overlijdt.
In 1958 voert Klaas een aanzienlijke uitbreiding van het huis uit aan de achterzijde.

Klaas Tessel en Riet Reijnders in 1968 op hun 12,5-jarig huwelijks feest in De Kern met hun kinderen.
Klaas Tessel en Riet Reijnders in 1968 op hun 12,5-jarig huwelijks feest in De Kern met hun kinderen van links naar rechts Nico, Truus en Sjaak.

In het woongedeelte aan de westzijde worden de drie kinderen Tessel geboren: Sjaak, Truus en Nico.
Hier wonen hun ouders tot hun overlijden: Riet in 1986 en Klaas in 2005.

Het oostelijke deel van het pand: nummer 47a

Al vanaf 1940 tot hun overlijden woont hier het echtpaar Johannes Schuit (1886) en Maria Hourik, die respectievelijk in 1957 op 71-jarige en in 1973 op 84-jarige leeftijd zijn overleden. Johannes Schuit is timmerman, in dienst bij aannemer Gerrit Kabel. Zij hebben ook nog haar ouders Johannes Hourik en Grietje de Vries in 1953 in huis opgenomen, die respectievelijk in 1955 en 1954 overlijden, dan bijna 95 en 91 jaar oud.


Jaarboek 41, pagina 66

Na Maria Hourik wordt telkens voor enkele jaren dit gedeelte verhuurd aan verwanten, zoals Arie Stengs met Rie Korsman, Willem Stengs en René Korsman.
Eind 1983 trekt Sjaak Tessel, zoon van eigenaar Klaas, in dit huis; hij trouwt een half jaar later en dan voegt zijn echtgenote Carina Mooij zich bij hem; zij gaan medio 1989 in Limmen wonen.
Direct daarna komt John Giling hier wonen en vanaf hun huwelijk in 1993 ook samen met Miranda Hemmer. Na hun vertrek eind 1996 tot aan de sloop in 2007 zijn er ook meerdere huurders geweest.

De sloop van het oude huisje

Na het overlijden van Klaas Tessel wordt het gehele pand in 2007 gekocht door Nathalie Driessen, dochter van Jan Driessen uit Limmen. Zij laat het gehele pand in 2007 slopen. Daarna volgt het verkrijgen van de nodige vergunningen en de bouw van de nieuwe woning. Dit kost best veel tijd, waardoor pas in september 2010 Joe en Nathalie Driessen in hun mooie huis zijn komen wonen.

Breedeweg 51: drie generaties Verver

Op nummer 51 woont in een nog relatief nieuw huis het echtpaar Ton Verver (1952) en Lina Schavemaker.

Het echtpaar Anton Verver en Maria Zuurbier woonde in huis nummer 51 vanaf 1919.
Het echtpaar Anton Verver en Maria Zuurbier woonde in huis nummer 51 vanaf 1919.

Ton vertelt enthousiast hoe hij met zijn vrouw dit grote huis zelf heeft gebouwd, hij is timmerman. Ze hebben er een jaar over gedaan en het resultaat is prachtig. Hij is opgegroeid met zijn ouders in het oude huis dat op deze plek stond. Na hun huwelijk in 1979 ging Ton en zijn vrouw wonen aan de Prinses Marijkestraat en daar zijn hun drie zoons geboren. In 1995 kocht Ton het ouderlijk huis aan de Breedeweg, waarna sloop en nieuwbouw volgde. In 1996 trokken ze in het nieuwe huis.

Het gezin Verver–Metselaar.
Het gezin Verver-Metselaar: op de voorgrond van links naar rechts Anna Metselaar, Gerrit Verver met Harrie en Cita; achter Ton en Ria Verver.

De familie Verver woont nu al drie generaties op deze plek aan de Breedeweg. Het perceel grond strekt zich uit vanaf de Breedeweg tot aan de Doodweg.

Feestelijk bijeenkomst met de buren ten huize van Cor Kuijs als badgast Cozijnsen op bezoek komt.

Van links naar rechts Cozijnsen, Gerrit Verver, Piet Bakker, Cor Kuijs en Klaas Tessel.
Van links naar rechts Cozijnsen, Gerrit Verver, Piet Bakker, Cor Kuijs en Klaas Tessel.
Van links naar rechts Annie Bakker-Poel, Sjaan Kuijs-Hopman, Riet Tessel-Reijnders en Annie Verver -Metselaar.
Van links naar rechts Annie Bakker-Poel, Sjaan Kuijs-Hopman, Riet Tessel-Reijnders en Annie Verver-Metselaar.

In 1919 koopt Anton Verver (1892-1973) een woonhuis met schuurtje en het erf, groot 337 vierkante meter van de ernaast wonende Theodorus Kuijs. Anton is dan landbouwer en trouwt datzelfde jaar met Maria Zuurbier uit Oudorp; zij gaan hier aan de Breedeweg wonen.


Jaarboek 41, pagina 67

Achtereenvolgens wordt er in 1925 bijgebouwd en koopt hij in 1931 het stuk land achter zijn huis dat doorloopt tot aan de Doodweg; het gehele perceel wordt dan ruim 4.200 vierkante meter.

Breedeweg nummer 51 werd in 1996 gesloopt.
Breedeweg nummer 51 werd in 1996 gesloopt.

Uit het huwelijk van Anton en Maria worden zes kinderen geboren, waarvan er vier de volwassen leeftijd bereiken. Na Maria’s overlijden in 1935 hertrouwt Anton in 1939 met Louisa Charlotta in den Berken. In 1939 gaan zij wonen aan de Nuhout van der Veenstraat en verhuurt Anton zijn huis aan de Breedeweg daarna nog voor korte perioden opeenvolgend aan Castricummers als Anthonius de Graaf en Jacobus Zegwaard.

Vanaf 1950 verhuurt Anton het huis en de tuin aan zijn in 1949 getrouwde oudste zoon Gerrit (1921-1992). Gerrit woonde daarvoor kort aan de Poelven met zijn echtgenote Anna Metselaar. Zij krijgen vier kinderen: Ria, Ton, Cita en Harrie. Gerrit is fabrieksarbeider aan de linoleumfabriek, daarna opperman. Nadat hij in 1967 het bedrijf van zijn vader overneemt en ook meerdere stukjes land in de Castricummerpolder heeft verworven, gaat hij voor zichzelf beginnen en houdt 20 koeien. Gerrit overlijdt in 1992 en zijn echtgenote blijft er wonen totdat de woning wordt gesloopt. Na een tijdelijk verblijf in Limmen woont ze daarna nog tien jaar bij haar zoon Ton in het nieuwe huis en tenslotte vanaf 2006 in De Boogaert, waar zij in 2016 overlijdt.

Het nieuwe huis 51 en het naastgelegen huis 53.
Het nieuwe huis 51 en het naastgelegen huis 53.

Breedeweg 53: vanaf 1905 de familie Van der Park

De geschiedenis van het huis begint in 1903. Op 23 december van dat jaar is er op verzoek van de erfgenamen van Wulbert Melker een openbare verkoping van een strook grond van Breedeweg tot Doodweg. De grond ter grootte van 2.570 vierante meter wordt gekocht door Jacob van der Park. In 1905 laat hij hier langs de Breedeweg een huis met schuur bouwen.

Buren en vrienden van de Breedeweg.
Buren en vrienden van de Breedeweg, van links naar rechts postbode Jan Meijne (1892), Anton Verver (1892), Jan van der Park (1913), Arie van der Park (1911), Arie Meijne (1914) en Klaas van der Park (1908).

Jaarboek 41, pagina 68

Jacob is in dat jaar op 50-jarige leeftijd gehuwd met de 27-jarige Johanna Bakker. In dit nieuwe huis worden hun vier kinderen geboren: Cornelia, Klaas, Arie en Jan.

Jacob van der Park en Johanna Bakker voor hun huis aan de Breedeweg.
Jacob van der Park en Johanna Bakker voor hun huis aan de Breedeweg.

Jacob is tuinder en veehouder met zes koeien en nog ruim drie hectaren land in de Castricummerpolder. Voor zijn huwelijk woont Jacob nog bij zijn moeder Neeltje Hageman in de laatste boerderij aan het weggetje Oosterbuurt; Neeltje is sinds 1892 weduwe van Arie van der Park.

Na het overlijden van Jacob in 1928 blijft zijn vrouw Johanna met haar vier kinderen in het huis wonen. Zij blijft hier nog lang wonen tot zij kort voor 1945 ziek wordt; tot haar overlijden in 1968 wordt zij in Heemskerk verpleegd. De jongste zoon Jan trouwt in 1945 met Gré Boon; zij worden de volgende bewoners. Jan’s andere broers en zus zijn namelijk al eerder getrouwd en het huis uit.

Jan van der Park.
Jan van der Park.

Aan het eind van 1959 verkoopt Johanna het bezit aan de Breedeweg aan haar zoon Jan. Het wordt omschreven als een woonhuis met schuur, waarin een veestal met het erf en tuinland. Zij verkoopt ook aan Jan het perceel weiland van ruim drie hectare, genaamd ‘De IJzeren Maat’ in de Castricummerpolder. Na de overname door Jan volgt er in 1960 een ingrijpende verbouwing van de woning.

Dochter Diana vertelt dat er tot dan in de voorkamer bedsteden waren en de wc was buiten. De zolder werd gebruikt voor de opslag van bloembollen. Met de verbouwing verdwenen de bedsteden, er kwam een douche en wc en op de zolder kwamen drie slaapkamers. De gang achter de voordeur, die naar achteren leidde, werd bij de kamer getrokken en de voordeur verloor zijn functie. Deze is wel als onderdeel van de voorgevel behouden gebleven. Ook werd er een stal bijgebouwd. Om de kosten op te brengen werd gedurende vele jaren het woongedeelte in de zomer aan badgasten verhuurd en bewoonde de familie de achtergelegen stal.

Naast het huis aan de Breedeweg 53 met op de achtergrond het huis van Niek Out op de Doodweg.
Naast het huis aan de Breedeweg 53 met op de achtergrond het huis van Niek Out op de Doodweg. Van links naar rechts Diana, moeder Gré, Anita en vader Jan van der Park.

Jan van der Park (1913-1986) is tuinder en veehouder en krijgt met Gré Boon vijf dochters: Joke, Coby, Anita, Gea en Diana. Na het overlijden van Jan in 1986 blijft zijn vrouw hier wonen tot haar overlijden in 2012. Hun dochter Diana woont hier nog steeds; zij heeft het huis sinds 2015 in eigendom.


Jaarboek 41, pagina 69

Het gezin van Jaap Kuijs en Marie Bleijendaal met aanhang omstreeks 1980.
Het gezin van Jaap Kuijs en Marie Bleijendaal met aanhang omstreeks 1980: van links naar rechts voor: Tonny, vader Jaap, moeder Marie en Annette; achter: Peter Savenije, dochter Margriet en Laurens Bos.

Breedeweg 57: Jaap Kuijs en Maria Bleijendaal

Het huis aan de Breedeweg met huisnummer 57 wordt gebouwd in 1917 op een strook grond tussen Breedeweg en Doodweg. Deze strook met kadaster nummer 465 en een oppervlakte van 2.330 vierkante meter is in gebruik als tuingrond en wordt op 27 september 1916 te koop aangeboden op een openbare verkoping in koffiehuis ‘De Harmonie’. Het gebeurt op verzoek van de toenmalige eigenaar Pieter Schotvanger Pieterszoon, die in Bergen woont en verder ook een huis met kapberg en tuingrond aan de Doodweg en een perceel weiland aan de Uitgeesterweg te koop aanbiedt. Koper van perceel 465 is Cornelis Jannes (1889), machinist bij de koopvaardij, geboren in Den Helder. Cornelis was al drie jaar eerder in 1913 met zijn vader Matthijs Jannes, broers en zusters naar Castricum gekomen.

In 1917 wordt het huis met een stal gebouwd, in 1921 gevolgd door een schuur en in 1941 een gierput.
Cornelis Jannes is veelal op zee. In zijn huis aan de Breedeweg woont zijn vader tot zijn overlijden in 1925 en ook zijn ongehuwde oudere broer Jacob (1880), die eerst vrachtrijder is en daarna veehouder hier aan de Breedeweg tot zijn overlijden in 1946.

Als eigenaar verkoopt Cornelis Jannes in 1922 een stukje grond langs de Doodweg aan Dirk Lute voor de bouw van een huis. Cornelis trouwt op 9 juni 1925 in Castricum met de uit Duitsland afkomstige 30-jarige Katharina Luise Schreiber. Hij is voor lange perioden op zee, van 1922 tot 1924 bijvoorbeeld naar West-Afrika. Op 24 augustus 1937 overlijdt Cornelis aan boord van het stoomschip ‘Amstelland’. Zijn echtgenote is in Castricum blijven wonen en is de enige erfgename. Direct na het overlijden van haar zwager en huurder Jacob Jannes verhuurt zij in mei 1946 het pand aan Johannes (Jan) Zomerdijk, bloembollenkweker.

Jaap Kuijs met zijn laatste koe in 1986. Op de achtergrond de hooiberg, die voor het onderbrengen van kleinvee volledig is afgetimmerd.
Jaap Kuijs met zijn laatste koe in 1986. Op de achtergrond de hooiberg, die voor het onderbrengen van kleinvee volledig is afgetimmerd.

Al een jaar later op 4 juli 1947 verkoopt zij het woonhuis met stal, schuur, erf en tuingrond aan Jacobus Wilhelmus (Jaap) Kuijs, dan veehouder aan de Ruiterweg 5 en gehuwd met Agatha Twisk. Katharina woont dan in de Nuhout van der Veenstraat.

Voor het huis aan de Breedeweg in 1951.
Voor het huis aan de Breedeweg in 1951; van links naar rechts Dora van Tongeren, Jan Zomerdijk en Gré van Tongeren en de kinderen Tonny de Groot en Henny van Tongeren.

Jan Zomerdijk (1905), bloembollenkweker, woont nog bij zijn ouders als hij op 2 mei 1946 trouwt met de 39-jarige Johanna van Rooijen. Het jonge stel gaat wonen aan de Breedeweg 53 en Jan huurt het huis van de weduwe Jannes. Dit huwelijk heeft maar kort geduurd, want Johanna overlijdt drie jaar later op 7 mei 1949. Via een advertentie komt er op 8 augustus 1949 huishoudster Dora van Tongeren in huis. Jan trouwt op 1 februari 1950 met Dora, die weduwe is van de in de oorlog omgekomen Jan de Groot. Uit dat huwelijk brengt zij een zoontje Tonny de Groot mee, die ook opgroeit aan de Breedeweg.


Jaarboek 41, pagina 70

In 1954 verhuist de familie Zomerdijk naar hun nieuw gebouwde huis aan de Geversweg en komt eigenaar Jaap Kuijs van de Ruiterweg in zijn pand aan de Breedeweg wonen. Jaap Kuijs (1906-2002), veehouder, landbouwer, is in 1933 gehuwd met Agatha Anna Twisk, die op 15 september 1954 kinderloos overlijdt, nog maar een paar maanden na hun verhuizing naar de Breedeweg. Jaap hertrouwt in 1956 met de 36-jarige Maria Cornelia Bleijendaal.
Uit dit huwelijk zijn aan de Breedeweg drie dochters geboren: Margriet, Tonny en Annette. Het grotere gezin brengt met zich mee dat er in 1968 een bijkeuken wordt aangebouwd met een douche en wc.

Jaap heeft zo’n 18 koeien, die ’s winters op stal staan achter zijn huis aan de Breedeweg. In het voorjaar worden de koeien verweid naar het weiland in de Castricummerpolder bij de boerderij van Brandjes in de Oosterbuurt. Daar staat ook een oude melkstal. Het verweiden van de koeien was een hele happening. Dat wordt met andere boeren afgestemd en gezamenlijk worden de uitgelaten koeien naar de wei gedreven.

Het volledig herbouwde huis.
Het volledig herbouwde huis.

Jaap en Marie hebben hun laatste jaren in De Boogaert gewoond en overleden respectievelijk in 2002 en 2009. Dochter Margriet met haar partner Frans Riteco worden de nieuwe eigenaren van de woning. Zij vertellen dat zij de oude woning volledig hebben laten slopen en nadrukkelijk wensen dat de nieuwe woning in dezelfde stijl wordt gebouwd. Dit is zo zorgvuldig gebeurd dat er bij de voorgevel geen verschil met de oorspronkelijke situatie waarneembaar is. Wel is het binnen de muren volledig anders geworden. In 2002 hebben Frans en Margriet de nieuwe woning betrokken.

Jan en Aat Schoenmaker met dochter Hilda in 1957 voor het huisje dat in 1964 werd gesloopt.
Jan en Aat Schoenmaker met dochter Hilda in 1957 voor het huisje dat in 1964 werd gesloopt.

Breedeweg 59: Jan en Aat Schoenmaker

Op de strook tuingrond ter grootte van 1.800 vierkante meter (kadaster nummer B462) tussen Breedeweg en Doodweg wordt in 1855 op een afgescheiden gedeelte van 140 vierkante meter aan de Breedeweg een klein huisje gezet. De grond was eigendom van de Diaconie van de Nederlands hervormde gemeente, die het huisje in het kader van de armenzorg laat bouwen.

In 1860 wordt het huisje door het bestuur van de diaconie verkocht aan Jacob Koelemeij, huis- en rijtuigschilder. Het overgrote deel van de grond houdt de diaconie in bezit. Jacob Koelemeij overlijdt in 1885. Het huisje wordt geërfd door zijn dochter Neeltje, die gehuwd is met Pieter van der Weegh, metselaar en met hem in Haarlem woont. Na het overlijden van Neeltje verkoopt Pieter het huisje in 1904 aan Matheas (Thijs) Wittebrood, bloemkweker.


Jaarboek 41, pagina 71

Het huisje wordt dan al een aantal jaren gehuurd door zijn vader Pieter Wittebrood (1824-1908). Deze Pieter komt van Akersloot en is in 1855 als boerenknecht bij Teunis Slooten op Kronenburg gaan werken. Vanaf zijn huwelijk in 1859 woont hij aan de Breedeweg, waar is niet precies bekend, maar in ieder geval al in 1898 in dit huisje. Pieter Wittebrood overlijdt in 1908.

Van zijn vier kinderen blijven er twee ongehuwd: Thijs en Neeltje. Beiden zijn hier blijven wonen, Thijs het langste tot zijn overlijden op 77-jarige leeftijd in 1953. Thijs is bloemkweker en tuinder; hij is ook kerkvoogd van de hervormde kerk en huurt de tuingrond van de kerk. Hij draagt het eigendom van het huisje in 1941 over aan de diaconie onder voorbehoud van het levenslang recht van gebruik en bewoning met het gebruik van de akker tuingrond.

Na het overlijden van Thijs Wittebrood wordt het huisje vanaf 1956 bewoond door Jan Schoenmaker (1929) met zijn vrouw Agatha (Aat) Zonneveld, die uit Heemskerk komt; zij zijn in 1955 getrouwd. Broer Klaas Schoenmaker gaat vanaf zijn huwelijk in 1957 met echtgenote Nel Hoogewerf in het achterste gedeelte van dit huis wonen tot zij in 1963 naar de Jacob Catsstraat gaan. Klaas Schoenmaker (1932) is machinefabrikant en heeft later zijn bedrijf op het Schulpstet.

Het nieuwe huisje aan de Breedeweg 59, zoals dat er in 2004 bijstond.
Het nieuwe huisje aan de Breedeweg 59, zoals dat er in 2004 bijstond.

In 1963 verkoopt het bestuur van de diaconie het huisje aan Klaas Schoenmaker (1932). Dan wordt dit oude huisje van Thijs Wittebrood in 1964 gesloopt en wordt de nu nog bestaande woning gebouwd.

Jan en Aat Schoenmaker voor hun huisje met burgemeester Toon Mans bij het 60 jarig-huwelijksfeest op 4-8-2015.
Jan en Aat Schoenmaker voor hun huisje met burgemeester Toon Mans bij het 60 jarig huwelijksfeest op 4 augustus 2015.

Tijdens de verbouwing wonen Jan en Aat in het aangrenzende achterste deel, waar eerder broer Klaas woonde. Jan Schoenmaker is machinebankwerker en koopt de nieuwe woning in 1970 van zijn broer Klaas. Dit echtpaar woont er nog steeds (anno 2017). Zij kregen twee kinderen Hilda en Hans.

Breedeweg 61: bijna een eeuw van de familie Beentjes

De strook grond waarop de woning nummer 61 in 1874 is gebouwd, is meerdere generaties in het bezit geweest van de familie Nanne. Bij de boedelverdeling in 1881 krijgt Cornelis Nanne (1849-1897) het huisje met een grootte van 45 vierkante meter en het aangrenzende bouwland tot de Doodweg, groot 2.535 vierkante meter.

Breedeweg 61 in 2004.
Breedeweg 61 in 2004.

Bij een openbare verkoping in het café van Lambertus van Benthem op 6 februari 1894 biedt Cornelis dit bezit te koop aan. Koper is Bernardus Anthonius Res, die dan bloembollenkweker is, later gemeenteontvanger en bankier en woonachtig aan de Dorpsstraat. Dit huis aan de Breedeweg verhuurt hij vanaf 1893 aan Cornelis Reijnders (1852-1930), die hier gaat wonen met zijn vrouw Aafje Mooij en hun twee kinderen Anthonie en Cornelis. Vele jaren blijft het in bezit van Bernardus. In 1919 verkoopt hij het huis en het land aan de 25-jarige Nicolaas Pancratius (Klaas) Beentjes (1894-1985).


Jaarboek 41, pagina 72

Tot op dit moment – dus bijna honderd jaar – is de familie Beentjes eigenaar.

Klaas Beentjes en Grietje Twisk voor de achterdeur.
Klaas Beentjes en Grietje Twisk voor de achterdeur.

Klaas Beentjes is in 1919 gehuwd met Margaretha (Grietje) Twisk en het jonge stel hoopte in hun gekochte huis te kunnen gaan wonen. Dat liep volgens de oudste dochter Hannie (nu – in 2018 – 97 jaar) anders. Hannie vertelt dat de familie Reijnders niet meteen het huis ontruimde, want daar ging nog een aantal maanden overheen.

De achterzijde van de woning aan de Breedeweg 61 in de (negentien)zestiger jaren.
De achterzijde van de woning aan de Breedeweg 61 in de jaren (negentien)zestig.

Uiteindelijk vertrekt de familie Reijnders naar de Breedeweg 47. In de tussentijd kreeg Klaas tijdelijk bij zijn zuster Geertje (gehuwd met Gerrit Veldt) in de paardenstal van hun boerderij aan de Kooiweg onderdak.

Aan de Breedeweg 61 worden hun zeven kinderen geboren: Hannie, Marie, Bank, Theo, Niek, Chris en Gré, waarvan Theo en Gré emigreerden naar Canada. De oudste (Hannie, 1921) woont in De Santmark en de jongste (Gré, 1936) in Canada. Beiden zijn nog in leven.
Klaas Beentjes woont er al ruim tien jaar als hij in 1930 gaat verbouwen en er een bergplaats laat aanbouwen. Hij is vooral tuinder en heeft er nog enkele koetjes bij.

Bij het 25-jarig huwelijk in 1979.
Bij het 25-jarig huwelijk in 1979, van links naar rechts Jan-Dirk, Margaret, Niels, Harald en Karin.
Vader Bank met achter hem zijn vijf kinderen in 2010.
Vader Bank met achter hem zijn vijf kinderen in 2010, van links naar rechts Niels, Karin, Harald, Margaret en Jan-Dirk.

In 1959 gaat Klaas aan de Oude Haarlemmerweg wonen en ruilt van woning met zijn zoon Bank (1923-2013) die het bedrijf aan de Breedeweg al vanaf 1953 ombouwt tot veehouderij


Jaarboek 41, pagina 73

en er een veestalling laat bouwen, later nog gevolgd door een landbouwschuur en een veldschuur voor de stalling van vee en de berging van landbouwmachines. Bank start met 12 koeien en weet dat aantal tenslotte uit te breiden tot 30. In 1954 trouwt Bank met Cornelia (Nel) Bleeker; zij krijgen vijf kinderen: Margaret, Jan-Dirk, Niels, Karin en Harald. De eerste drie kinderen worden nog aan de Oude Haarlemmerweg geboren.

In 2001 neemt Harald het bedrijf van zijn vader over. Hij is getrouwd met Margret Groentjes, ook geboren in de Oosterbuurt. Zij hebben vier kinderen. Door de kleinschaligheid van zijn boerenbedrijf is het voor Harald onmogelijk om daarmee een goede boterham te verdienen en daarom stopt hij in 2004; hij is sindsdien storingsmonteur in de ventilatietechniek. Margret is daarna een paardenpension begonnen.

Breedeweg 63: Turkstra – Schoenmaker – Van der Veer

In 1941 koopt Fredrik Turkstra, metselaar en aannemer, wonende in de Torenstraat, een stukje grond ter grootte van bijna 600 vierkante meter aan de Breedeweg van Cornelis Reijnders; het maakt deel uit van de strook grond tussen Breedeweg en Doodweg, waarop woning Breedeweg 65 staat; voor de voorgeschiedenis zie hierna.

De woning aan de Breedweg 63 in 2004.
De woning aan de Breedweg 63 in 2004.

Fredrik Turkstra (1898-1987) woont vanaf 1934 in Castricum, daarvoor in Uitgeest en bouwt samen met Nicolaas Kortekaas ook metselaar-aannemer uit Uitgeest in de jaren (negentien) dertig als firma Kortekaas en Turkstra meerdere huizen aan de Geelvinckstraat, Ruiterweg en Sifriedstraat.


Jaarboek 41, pagina 74

Fredrik bouwt het nu nog bestaande woonhuis nummer 63 op het gekochte stukje bouwterrein en gaat hier met echtgenote Metje Bron wonen. In 1939 is hij voor de Vrijzinnig Democraten gekozen in de gemeenteraad en vervolgens ook benoemd tot wethouder, een functie die hij tot in 1944 heeft bekleed.

In 1974 verlaat hij de gemeente en gaat wonen in Odoorn. De bezittingen aan de Breedeweg verkoopt hij aan Klaas Schoenmaker, die al eerder met echtgenote Nel Hoogewerf kort aan de Breedeweg op nummer 59 heeft gewoond. Klaas gaat hier wonen met zijn vrouw en vier zoons: Nico, Harry, Marcel (overleden) en Richard. Hij heeft de constructiewerkplaats en zijn handel in machines op het Schulpstet.

Bij de trouwdag van zoon Nico Schoenmaker in 1989.
Bij de trouwdag van zoon Nico Schoenmaker in 1989 met van links naar rechts Marcel, Harry, moeder Nel en vader Klaas, Nico en Richard.

Aan het huis aan de Breedeweg zijn ook aanpassingen: de woonkamer wordt vergroot en er wordt een garage bijgebouwd. Als de kinderen al lang het huis uit zijn, gaat hij met Nel wat kleiner wonen. Al eerder heeft zoon Nico de constructiewerkplaats op het Schulpstet overgenomen en zoon Harry de handel, die nu is toegespitst op de verhuur van gereedschappen.

Klaas Schoenmaker heeft de woning verkocht in 1997 aan Willem en Hanneke van der Veer. Zij hebben van de tuin achter het huis een waar paradijs gemaakt. Zij zijn nog steeds de huidige bewoners.
Klaas en Nel Schoenmaker zijn in 2013 overleden.

Breedeweg 65 het huisje van de koster

De woning aan de Breedeweg 65 heeft een heel lange geschiedenis en bestond al bij de eerste gegevens van het Kadaster in 1830. Het huisje was gelegen tegenover de toenmalige schuilkerk en werd toen bewoond door Hendrik Piepers met zijn vrouw Antje Brunt. Hendrik was schoenmaker en ook koster in de er tegenover liggende schuilkerk.

Het huisje van de koster, later bewoond door Dirk en Klaas Stuifbergen.
Het huisje van de koster, later bewoond door Dirk en Klaas Stuifbergen.

Antje Brunt woont tot haar overlijden in 1878 in dit huisje. Haar zoons Jacob en Willem Piepers erven dit huisje met de achterliggende akker. Jacob blijft ongehuwd en woont hier met zijn broer Willem, diens vrouw Maria Heesterbeek en hun zes kinderen, waarvan uiteindelijk de oudste zoon Hendrik, ook ongehuwd, hier woont tot zijn vertrek naar het Algemeen Armenhuis in 1938. Kort daarvoor heeft Hendrik de woning en het land, ter grootte van bijna 6.200 vierkante meter, verkocht aan Cornelis Reijnders.

Deze Cornelis (1897-1971), getrouwd met Geertruida Dekker, woont met zijn grote gezin aan de Doodweg en is tuinder. Cornelis verkoopt in 1941 bijna 600 vierkante meter grond aan Fredrik Turkstra voor de bouw van diens woning (nummer 63). De voormalige kosterswoning verhuurt hij vanaf 1938 aan Teunis Stuifbergen, die hier met zijn zoons Dirk en Klaas gaat wonen tot zijn overlijden in 1961. Dirk, beter bekend als Dirk van Antje, was een kleurrijk figuur. Hij was muzikant op bruiloften en partijen, maakte mooie schilderijen, repareerde voor het hele dorp heilige beelden, was ruim 40 jaar lid van het fanfarekorps en oprichter van de accordeonvereniging. Dirk van Antje overleed in 1983. Zijn broer Klaas bleef hier daarna nog wonen tot hij in 1994 naar De Santmark ging.


Jaarboek 41, pagina 75

Na het overlijden van Cornelis Reijnders verkopen zijn kinderen en erfgenamen dit huisje en de grond in 1972 aan Fredrik Turkstra, die woont in de naastgelegen woning op nummer 63. Beide woningen en de grond tot aan de Doodweg worden door Turkstra in één koop verkocht in 1974 aan Klaas Schoenmaker, handelaar in machines en constructeur op het Schulpstet. Klaas gaat wonen op nummer 63.

De oudste zoon, Nico Schoenmaker, weet te vertellen dat het huisje op nummer 65 al heel oud was en zeer primitief. Er was geen leidingwater, maar water werd uit een put geschept. De ondergrond van de huiskamer was zand, daarover lag een kleed. Er was geen houten vloer aanwezig, Het geheel moest in fasen worden herbouwd, zodat Dirk en Klaas Stuifbergen enkele keren moesten verkassen. De verbouwing kwam in een stroomversnelling toen het dak instortte. De vader van Klaas Schoenmaker was metselaar, toen gepensioneerd en woonachtig op Schoutenbosch. Hij heeft een belangrijk aandeel gehad in de verbouwing.

De huidige woning aan de Breedeweg 65.
De huidige woning aan de Breedeweg 65.

Het geheel werd als vier aaneengesloten appartementjes opgebouwd. In een daarvan ging zoon Harry Schoenmaker met zijn vrouw Anita Beentjes wonen. In de loop der jaren hebben in de overige appartementjes verscheidene mensen telkens voor een paar jaar gewoond.
In 1998 neemt Harry Schoenmaker het geheel van zijn vader over en laat op die plaats een nieuw woonhuis neerzetten als eengezinswoning; hier gaat Harry met Anita en hun twee kinderen wonen.
In 2006 wordt van woning geruild met Dolf en Kristel Coppoolse. Dolf is huisarts in de praktijk aan het Kortenaerplantsoen. Zij zijn de huidige bewoners van Breedeweg 65.

Slotwoord

Met de eerder door Piet Blom beschreven boerderijen aan de Breedeweg in voorgaande jaarboeken en de artikelen in het 40e en 41e Jaarboek worden hiermee de beschrijvingen van de panden aan deze straat afgesloten.

Simon Zuurbier

Bronnen:

  • Archief Gemeente Castricum aanwezig op het Regionaal Archief te Alkmaar;
  • Notariële archieven en Kadaster te Alkmaar en Haarlem;
  • Bevolkingsregisters en Burgerlijke Stand.

Met dank aan:
 de (oud-) bewoners van de zuidzijde van de Breedeweg en hun relaties voor de verstrekte informatie.