3 mei 2024

Nationale Archeologiedagen bij Oud Castricum – zondag 16 juni 2024

Vier Vaderdag met een avontuurlijke twist!

Op zondag 16 juni van 11:00 tot 15:00 uur nodigen we kinderen, jongeren uit om mee te doen aan onze spannende metaaldetectoractiviteit.
We laten hen op een speelse manier kennismaken met de
wereld van archeologie terwijl ze schatten opgraven in het zand.
Wie weet vinden ze wel een verborgen schat!
En als kers op de taart maken ze kans op een geweldige prijs. Maak van deze Vaderdag een onvergetelijk avontuur voor het hele gezin!
Kom naar Oud-Castricum, Geversweg 1b !

11 april 2024

Castricums historie op straat

Op meerdere historische plaatsen en monumenten in de gemeente zijn in het verleden informatieborden geplaatst.
Op initiatief van Oud-Castricum en met medewerking van het gemeentebestuur zijn er nu in Castricum vier nieuwe ANWB-informatiepanelen bijgekomen. Drie panelen staan in de oude Kerkbuurt, nabij de dorpskerk en 1 paneel bij de voormalige boerderij Albert’s hoeve.

Dingstal
In het oude centrum, de Kerkbuurt, wordt aandacht besteed aan de Dingstal. Dat is het pleintje op de hoek van de Dorpsstraat en de Schoolstraat. Op deze plaats werd in de middeleeuwen recht gesproken (ding) en vonden er volksvergaderingen plaats.  
Het is heel bijzonder dat het pleintje nog tot ver in de 19e eeuw bekend stond als de Dingstal. Hier heeft de eerste lagere school gestaan waaraan de straatnaam Schoolstraat herinnert.
Ook wordt gewezen op het Joods monument en het Juliana en Bernhardbankje.

11 april 2024

Mooie overdracht grafmonumenten

Tekst: Niek Kaan

Bijzondere meer dan 100 jaar oude houten graftekens bij de dorpskerk zijn opnieuw gerestaureerd. Het is al weer zestien jaar geleden dat Oud-Castricum waarnam dat de drie bijzondere houten graftekens op het noordelijk deel van de begraafplaats bij de dorpskerk door weer en wind waren aangetast. De teksten waren nog nauwelijks leesbaar. Restauratie volgde dankzij de medewerking van directeur Ton Borst van het gelijknamige bouwbedrijf en schilder Jan Breetveld. De meer dan 100 jaar oude monumentjes stonden er weer prachtig bij. In de aflopen jaren trad het verval opnieuw in en ze dreigden voorgoed verloren te gaan. Oud-Castricum trok de stoute schoenen aan en stelde zich opnieuw in verbinding met bouwbedrijf Borst waar zoon Cornel inmiddels de leiding heeft overgenomen. Het bedrijf sprak zijn contacten aan met het opleidingsinstituut voor de bouw Espeq in Heerhugowaard. Met de modernste middelen en geavanceerde apparatuur is men er daar in geslaagd perfecte replica’s van de oorspronkelijke graftekens te maken. 

18 maart 2024

Castricum en Bakkum 1919, de gebeurtenissen (Jaarboek 43 2020 pg 109-112)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 43, pagina 109

Castricum en Bakkum 1919, de gebeurtenissen

In het jaar 1919 zijn gemeenteraadsverkiezingen gehouden volgens de nieuwe kieswet, waarbij een volledige gemeenteraad wordt gekozen voor vier jaar en de kandidaten zich verkiesbaar stellen via lijsten (politieke partijen). In Castricum kan op drie lijsten worden gestemd. Vanaf nu hebben ook vrouwen kiesrecht en de plicht om te stemmen wordt ingevoerd.

Vele inwoners hebben via handtekeningenlijsten het gemeentebestuur verzocht om zo spoedig mogelijk te worden aangesloten op elektriciteit. De gemeente besluit om een Gemeentelijk Electrisch bedrijf op te richten en het elektrisch net binnen de gemeente over te nemen van het Provinciaal Electriciteitsbedrijf Noord-Holland.

De gebeurtenissen in Castricum van honderd jaar geleden zijn vooral ontleend aan de gemeenteraadsnotulen, de inkomende en uitgaande stukken van de gemeente Castricum, dossiers in het gemeentearchief, de provinciale bladen, de registers van de burgerlijke stand enzovoorts.

1 januari 1919

Het gemeentebestuur bestaat uit burgemeester Lommen en de wethouders Cornelis Spaansen en Petrus Valkering. De raadsleden zijn: Gerrit Kuijs, Petrus Kuijs, Pieter Twisk, Gerard Louter en Jacob Schuijt. Hendrikus Oostveen is de gemeentesecretaris en Bernardus Res is de gemeenteontvanger.

Op 1 januari 1919 telt Castricum 4.185 inwoners. Dit aantal is op 31 december toegenomen tot 4.418. In het jaar 1919 vestigen zich in onze gemeente 667 personen, terwijl er 405 naar elders vertrekken. Er worden in dit jaar 118 kinderen geboren, er overlijden 147 inwoners en er worden 27 huwelijken gesloten.

In het Provinciaal Ziekenhuis Duin en Bosch zijn op 1 januari 635 patiënten aanwezig en dat aantal is op 31 december toegenomen tot 753.
Aantal kiezers voor de gemeenteraad: 754.

Eerste steen van de ambtswoning aan de Stationsweg 3.
Eerste steen van de ambtswoning aan de Stationsweg 3.

15 januari 1919

Aanbesteding van de burgemeesterswoning aan J. Weel. Op 10 maart daarop legt burgemeester Lommen de eerste steen.

Rechts de ambtswoning van burgemeester Lommen en de daarnaast gebouwde witte villa’s.
Rechts de ambtswoning van burgemeester Lommen en de daarnaast gebouwde witte villa’s.

Deze morgen is door de stoomtram Alkmaar-Haarlem een wagen met aardappelen aangereden; er zijn geen persoonlijke ongelukken. Paard en wagen werd bereden door Hendrik Twisk, 21 jaar, landbouwer, komende vanuit de Schoolstraat op de Rijksstraatweg. De wagen werd door de tram in elkaar geduwd tegen een telefoonpaal.

Het postkantoor aan de Dorpsstraat hoek Cieweg.
Het postkantoor aan de Dorpsstraat hoek Cieweg, circa 1905. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In de gemeenteraad wordt opgemerkt dat de tram vaak te snel rijdt in de kom van het dorp. Een bepaling wordt opgenomen in de politieverordening, waarbij voorgeschreven wordt dat vanaf het postkantoor (hoek Cieweg) tot aan het perceel bewoond door A. van Benthem (ingang Burgemeester Mooijstraat) een beambte van de maatschappij vóór de tram loopt.

Links de stoomtram die stapvoets door het dorp rijdt met een persoon met een luid rinkelende bel, die 'vooruitloper' werd genoemd.
Links de stoomtram die stapvoets door het dorp rijdt met een persoon met een luid rinkelende bel, die ‘vooruitloper’ werd genoemd. Dorpsstraat in Castricum rond 1907. Collectie Ger van Geenhuizen. Toegevoegd.

29 januari 1919

G. Kuijs, G. Louter en J. Schuijt worden benoemd tot leden van de Werkloosheidscommissie; J. Egmond wordt aangewezen tot ambtenaar ter secretarie.

Een statiefoto van Burgemeester Lommen.
Een statiefoto van Burgemeester Lommen, 1918. Zittend eerste links Jacob Schuijt. Zittend helemaal rechts Gerrit Kuijs en Gerrit Louter. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

14 februari 1919

Door Gedeputeerde Staten is het presentiegeld voor de leden van de Raad vastgesteld op 2,50 gulden per lid per vergadering.

12 maart 1919

Verzoek van het bestuur van de Algemeene Nederlandschen Timmerliedenbond om in bestekken van werken, die door de gemeente zullen worden uitgevoerd, de volgende bepalingen op te nemen:

  1. dat niet langer dan acht uur per dag mag worden gewerkt;
  2. dat de werkzaamheden op zaterdag om 12:00 uur eindigen;
  3. dat de maximum arbeidsduur per week niet langer dan 45 uur zal zijn.

De heer Schuijt vreest bij invoering van de 8-urige werkdag voor grote concurrentie aan de middenstand. De arbeiders kunnen in hun vrije uren, die ten gevolge van de invoering van de 8-urige werkdag vermeerderen, veel werk doen dat anders aan de patroons werd opgedragen. Een besluit op het verzoek wordt uitgesteld.


Jaarboek 43, pagina 110

Besluit om het personeel van het distributiebedrijf met ingang van 1 juni aanstaande te ontslaan. Dit in verband met het einde van de Eerste Wereldoorlog.

22 april 1919

De plaatselijk commissie van toezicht op het lager onderwijs adviseert niet over te gaan tot de instelling van een zevende leerjaar, omdat het grootste gedeelte van de inwoners van deze gemeente tot de landbouwende bevolking behoort en het niet wenselijk is om de kinderen langer dan nodig is aan de school te verbinden. De voorzitter kan zich niet verenigen met het rapport van de commissie; er zullen toch verschillende ouders zijn die hun kinderen wel het zevende leerjaar willen laten volgen. Besloten wordt niet over te gaan tot instelling van het zevende leerjaar.

De lommerrijke Dorpsstraat met links de openbare lagere school.
De lommerrijke Dorpsstraat met links de openbare lagere school, het raadhuis 1911 en de winkel van M. de Haas, circa 1920. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Secretaris Oostveen is benoemd tot burgemeester van Blokker. Hij neemt afscheid van de gemeenteraad. Zijn ontslag gaat in per 1 mei 1919.

Dorpsstraat met rechts café Van Benthem.
Dorpsstraat met rechts café Van Benthem. Schilder: Ton Revers. Foto Jacques Schermer. Toegevoegd.

Opgave aan de inspecteur der directe belastingen te Alkmaar van de vergunninghouders voor de verkoop van sterke drank en de huurwaarde voor het bedrijf:

  1. R. van Benthem, De Vriendschap: 217,00 gulden wijk A, nummer 121
  2. J.B. Koopman, De Rustende Jager: 211,25 gulden wijk A, nummer 71
  3. Ant. van Benthem, Hoek Dorpsstraat-Burgemeester Mooijstraat: 165 gulden wijk A, nummer 31
  4. P. Schotvanger, De Harmonie Burgemeester Mooijstraat: 169,75 gulden wijk A, nummer 49
  5. C. Stuifbergen, De Landbouw Dorpsstraat: 102,75 gulden wijk A, nummer 29a
  6. K. de Vries, Duinzicht Beverwijkerstraatweg: 71,25 gulden wijk B, nummer 198
  7. L.A. Burgering, Bakkummerstraat: 54,50 gulden wijk C, nummer 356
  8. W. Borst, Nu Fase Fier: 63,00 gulden wijk E, nummer 473
  9. G. van Egmond, Café De Onderneming (nu Heereweg nummer 12): 85,50 gulden wijk E, nummer 463
  10. C. Castricum, De Goede Verwachting aan de Heereweg: 100,00 gulden wijk E, nummer 449

20 mei 1919

De verkiezing van de leden van de gemeenteraad wordt gehouden volgens de nieuwe kieswet.
In Castricum zijn drie lijsten: de rooms-katholieke Staatspartij (RKSP) haalt vijf zetels, de combinatie CHU+ARP een en de SDAP ook een zetel. Er worden 695 stemmen uitgebracht.

Uitslag verkiezingen:

  • lijst 1 (CHU+ARP), vier kandidaten, honderd stemmen; gekozen Geert Middelveld.
  • lijst 2 (RKSP), tien kandidaten, 515 stemmen; gekozen Jacob Schuyt, Cornelis Spaansen, Pieter Kuijs, Gerrit Kuijs en Hendrik Johannes Zandbergen.
  • Lijst 3 (SDAP), vier kandidaten, tachtig stemmen; gekozen Hendrik Schipper.

De raadsleden worden gekozen voor een periode van vier jaar. Op de eerste dinsdag in september van het verkiezingsjaar worden de raadsleden geïnstalleerd in de gemeenteraad. Daarna worden de wethouders uit de raad gekozen.


Jaarboek 43, pagina 111

28 mei 1919

Instelling van een commissie ter vaststelling van een werkliedenreglement voor de werklieden in dienst van de gemeente. Deze commissie moet ook een algemene salarisverordening ontwerpen om meer uniformiteit te brengen in de salarissen van de gemeenteambtenaren en werklieden.

In de gemeenteraad van 19 september wordt het werkliedenreglement, dat 35 artikelen omvat, uitvoerig behandeld. Over aanpassingen wordt telkens gestemd en vervolgens wordt het betreffende artikel goedgekeurd.

De St. Josephwoningen aan de Mient zijn gebouwd in 1919.
De St. Josephwoningen aan de Mient zijn gebouwd in 1919. Op de achtergrond de spoorwegovergang Ruiterweg-Vinkebaan.

De rooms-katholieke bouwvereniging (RKB) St. Joseph krijgt een voorschot van 57.400 gulden voor de bouw van twaalf arbeiderswoningen aan de Mient.

Reinier de Ruijter is benoemd tot directeur van het Levensmiddelenbedrijf. Dit bedrijf verzorgt de distributie van brood, suiker, kousen en sokken.

Jan Verdwaald (1879) wordt per 1 juli aangesteld tot vast arbeider aan de wegen en per 1 januari 1920 benoemd tot gemeentewerkman.

13 juni 1919

Nicolaas Aloysius van Lunen (1890), commies eerste klas op het secretarie van Hoofddorp, is benoemd tot gemeentesecretaris. Hij wordt op 16 juli beëdigd.

1 juli 1919

Opening van de St. Augustinusschool. Als hoofd is M.J. Leijers (1869) aangesteld. De school staat onder bestuur van het rooms-katholieke kerkbestuur van de St. Pancratius te Castricum.

Augustinusschool en toren Pancratius Kerk aan de Rijksstraatweg.
Augustinusschool en toren Pancratius Kerk aan de Rijksstraatweg, 1924. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De afzonderlijke betrekkingen van klokkenist, klokluider, onderhouder van het torenuurwerk, bode bij de brandweer en aanplakker zijn opgeheven en deze werkzaamheden zijn aan de gemeentebode C. Bakker opgedragen.

16 juli 1919

Bouwvereniging Goed Wonen verzoekt om de in aanbouw zijnde woningen te voorzien van muntgas. Het betreft tien woningen aan de Bakkummerstraat en tien aan de Zeeweg. Een gelijkluidend verzoek komt van Bouwvereniging St. Joseph voor de twaalf arbeiderswoningen die aan de Mient worden gebouwd. De gemeenteraad geeft goedkeuring voor aansluiting aan het gasbuizennet onder voorwaarden dat in de woningen alleen gewone meters mogen worden geplaatst.

Zeeweg met huizen van Goed
Wonen.
Zeeweg met huizen van Goed Wonen. De huizen zijn in 1920 gebouwd voor Duin en Bosch personeel. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

28 juli 1919

De heer Schuijt stelt voor om in verband met de ontaarding van het kermisvermaak en in verband met de zondagsheiliging te besluiten de kermissen in Castricum en Bakkum zodanig te veranderen, dat in het vervolg de kermis in Castricum gehouden zal worden op maandag, dinsdag en woensdag na de eerste zondag in september en in Bakkum op maandag en dinsdag na de tweede zondag in oktober. Het voorstel wordt met één stem verschil verworpen.


Jaarboek 43, pagina 112

Burgemeester Lommen trouwt in Den Haag met de 22-jarige Emma Maury. Ze vertrekken voor een korte huwelijksreis. In verband met de terugkomst van het jonge paar worden in het dorp feestelijkheden op touw gezet. Een comité van vooraanstaande burgers krijgt 200 gulden van de gemeenteraad voor de organisatie. De Castricumse gemeenschap zorgt voor een warm welkom.

Burgemeester Lommen met zijn echtgenote worden op het bordes van het raadhuis verwelkomd.
Burgemeester Lommen met zijn echtgenote en zijn moeder worden op het bordes van het raadhuis verwelkomd. Op zijn uniform draagt hij de onderscheiding van het Oostenrijkse Rode Kruis, die zowel aan hem als aan zijn echtgenote was toegekend. Mevrouw Lommen krijgt de bloemen. Foto genomen bij het 12,5-jarig ambtsjubileum. Dorpsstraat 65 in Castricum. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

29 augustus 1919

Vergunning is verleend voor de bouw van een stoomwasserij en strijkinrichting ‘Blanka’ aan de nu zo geheten Gasstraat.

Stoomwasserij Blanka.
Stoomwasserij Blanka. Gasstraat 1 in Castricum. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

2 september 1919

Beëdiging en installatie van de raadsleden: de heren: P. Kuijs, J. Schuijt, C. Spaansen, H.J. Zandbergen, G. Middelveld, G. Kuijs en H. Schipper.
De heren G. Louter en P.J. Valkering uit de oude raad keren niet terug, de heren H.J. Zandbergen en G. Middelveld zijn nieuw. C. Spaansen en P. Kuijs worden benoemd tot wethouder.

12 september 1919

Oprichting van de vereniging ‘Castricum Vooruit’ met als doel: de bevordering van de vooruitgang van de gemeente Castricum.

19 september 1919

Verzoek aan het gemeentebestuur ondertekend door 145 hoofdbewoners om zo spoedig mogelijk zowel voor bedrijf als voor verlichting te worden aangesloten op elektriciteit. Zij hebben kennis genomen dat het gemeentebestuur onderhandelingen voert met het Provinciaal Electriciteitsbedrijf Noord-Holland (P.E.N.) om dat bedrijf in onze gemeente in eigen beheer over te nemen. Dit verzoek wordt op 4 oktober nog vervolgd met een enquête met circa 250 handtekeningen.

Voor een proeftijd van drie maanden wordt aan H. Beentjes vanaf 1 oktober het ophalen van vuilnis voor 6 gulden per week opgedragen.

Besloten wordt om aan een gehuwde onderwijzeres met ingang van de dag van haar huwelijk eervol ontslag te verlenen onder toekenning van een maand salaris.

23 oktober 1919

Een subsidie van 75 gulden wordt verleend aan de rooms-katholieke geitenfokvereniging St. Pancratius.

De rooms-katholieke geitenfokvereniging Castricum in 1920.
De rooms-katholieke geitenfokvereniging Castricum in 1920. Menig Castricummer is nog met geitenmelk groot gebracht. Achter de tafel Zonneveld, kapelaan Leesberg, burgemeester Lommen, Jan Zonneveld, Willem Schermer. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

P. de Graaf is door de Commissaris van de Koningin benoemd tot buitengewoon veldwachter.

Besloten wordt om met ingang van 1 januari 1920 het elektrisch net binnen de gemeente over te nemen van het P.E.N. en tot uitbreiding over te gaan van het net tot een maximum uitgave van 65.000 gulden. Voor de financiering van het op te richten Gemeentelijk Electrisch bedrijf wordt besloten een lening aan te gaan ter grootte van dit bedrag.

4 november 1919

De exploitatie van het telegraaf- en telefoonkantoor wordt per 1 januari 1920 overgenomen door het Rijk.
Het personeel wordt ontslagen uit gemeentedienst; dat betreft Jacob Res en zijn plaatsvervangster Cornelia Josephina Res als telefoon- en telegraafkantoorhouder en Jacobus Lute als telegrambesteller.

Het gezin van Jacob Res.
Het gezin van Jacob Res en Gisebertha Maria Zonjee. Dorpsstraat 87 in Castricum, 1912. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Verzoek aan Gedeputeerde Staten om goedkeuring voor het verhogen van het presentiegeld naar 5 gulden per raadslid voor elke bijgewoonde raadsvergadering.

Besloten wordt met ingang van 1 januari aaanstaande het distributiebureau op te heffen en de werkzaamheden op de secretarie te doen verrichten. Aan de directeur Reinier de Ruijter en controleur Pieter Bleijendaal van het distributiebureau wordt eervol ontslag verleend.

2 december 1919

C. Bregman is benoemd tot eerste ambtenaar ter secretarie.

18 december 1919

Op 1 januari 1920 loopt het contract af van het ophalen van haardas en vuilnis. De proef is geslaagd en daarom wordt besloten tot uitbreiding over te gaan en wel zo dat de Mient en de Bakkummerweg tot de woning van rijksveldwachter Koelewijn daarin vallen.

Motorbrandspuit Otto.
Motorbrandspuit Otto bij de tentoonstelling Castricum vroeger en nu. Otto staat nog steeds bij de brandweer en is daar vanaf buiten te zien. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Burgemeester Lommen schrijft aan de Commissaris van de Koningin dat de brandweerdienst in deze gemeente moet worden gereorganiseerd of liever wordt georganiseerd, want van organisatie is thans geen sprake. “Ik heb de overtuiging dat indien een brand zou uitbreken, de brandweer niets zou kunnen verrichten om te blussen of om de brand te beperken. De brandspuit zelf verkeert in vrij goede staat, veel bijbehorend materieel ontbreekt echter. Brandputten ontbreken geheel, zonder welke de brandspuit onmogelijk enige dienst kan bewijzen. Een algehele organisatie van de brandweer alhier zal ik dan ook zo spoedig mogelijk ter hand nemen”.

Gemeenteopzichter G. Slop meldt dat de transformatorzuil op de kruising van Bakkummerstraat en Stetweg uit oogpunt van verkeersveiligheid wordt verplaatst.

31 december 1919

De gemeenterekening over het jaar 1919 telt aan ontvangsten 384.464 gulden en aan uitgaven 392.383 gulden. Er is een nadelig saldo van 7.919 gulden.

Simon Zuurbier

18 maart 2024

Bakkum krijgt tweemaal zijn Beatrixklok (Jaarboek 43 2020 pg 88-92)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 43, pagina 88

Bakkum krijgt tweemaal zijn Beatrixklok

Beatrixklok.
Een marketingproduct uit de jaren (negentien) negentig met een minpuntje; op de rand staat Castricum in plaats

Castricum heeft zijn Juliana en Bernhardbank, Bakkum zijn Beatrixklok. De Beatrixklok staat op de hoek van de Van der Mijleweg en de Bakkummerstraat en is, na een onderbreking van tien jaar, een vertrouwd beeld in Bakkum. De klok werd geschonken aan de gemeente door de toenmalige Oranjevereniging als herinneringsmonument aan de geboorte van prinses Beatrix in 1938. Het geld voor het oorspronkelijke monument werd door de Castricumse en Bakkumse bevolking bijeengebracht.

Met het optrekken van de Nederlandse vlag werd de Beatrixklok onthuld.
Met het optrekken van de Nederlandse vlag werd de Beatrixklok onthuld.

Geboorte

Beatrix Wilhelmina Armgard, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, Prinses van Lippe-Biesterfeld, is op 31 januari 1938 in Baarn geboren. Zij is het oudste kind uit het huwelijk van koningin Juliana der Nederlanden en prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld. In 1966 trouwde prinses Beatrix met de Duitse diplomaat Claus von Amsberg. Zij kregen drie kinderen. Sinds 2002 is zij weduwe. Van 30 april 1980 tot en met 30 april 2013 was zij Koningin der Nederlanden.

Op 30 april 1938 werd de feestelijke onthulling massaal bijgewoond.
Op 30 april 1938 werd de feestelijke onthulling massaal bijgewoond.

Het monument

Het monument was ontworpen door een destijds jeugdige ingezetene, Cor de Groot, later directeur gemeentewerken van Egmond-Binnen. De firma De Graaf verzorgde de elektriciteit. In 1917 startte Johan Weda uit het Friese Steggerda een schildersbedrijf op de Bakkummerstraat 96. Hij kreeg de opdracht om de letters op de plaquette zwart te schilderen. Als betrokkene bij de Bakkumse gemeenschap liet hij de belettering kosteloos schilderen door zijn zoon Ab, die het als 18-jarige een hele eer vond. Het monument zou op de plek staan waar het geboortehuis van de ontwerper heeft gestaan. Dat huis werd afgebroken voor de aanleg van de Van der Mijleweg.

Cor de Groot.
Cornelis (Cees) de Groot, geboren in Castricum op 26 februari 1886, metselaar, aannemer, exploiteerde tot in de oorlog de kalkovens aan het Schulpstet, was van 1942 tot 1946 de commandant van de Castricumse brandweer. Daarnaast was hij bestuurslid van 1933 tot en met 1957. Hij woonde aan de Bakkummerstraat, eerst naast de Beatrixklok, vanaf circa 1920 in een nieuw huis enkele tientallen meters verder. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Vele jaren later, in 1977, toen dit bericht in de lokale krant verscheen, werd door een lezer waarvan alleen de initialen bekend zijn, daarop met een ingezonden brief gereageerd. Daarin schreef hij: “(…) U schreef daarin dat de klok op de plaats is gekomen waar de ontwerper gewoond heeft wat uiteraard niet zo is want die woonde wel op de Bakkummerstraat maar op nummer 106. Op de plaats van de Beatrixklok stond voorheen het hotelletje met doorrijstal van wijlen Heer Burgering waarna in 1925 de heer


Jaarboek 43, pagina 89

Metser (redactie: Metzer) dit bedrijf heeft overgenomen. In september 1928 is dat afgebrand, waarna in 1930 de Van der Mijleweg werd doorgetrokken (…).”

Onthulling van de Beatrixklok hoek van der Mijleweg Bakkummerstraat.
Onthulling van de Beatrixklok hoek van der Mijleweg-Bakkummerstraat in 1938. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De anonieme briefschrijver had gelijk, want het huis van De Groot staat er nog. Op 30 april 1938, op de verjaardag van toen nog prinses Juliana, vond de onthulling plaats door de heer F.J. Aukes en werd het monument door de toenmalige voorzitter van de Oranjevereniging P.L. Duinker aan de gemeente overgedragen. Na afloop gaf het fanfarecorps D.I.U. in de zaal van Hotel Borst een muzikaal onthaal.

Onthulling Beatrixklok op de hoek Bakkummerstraat Van der Mijleweg te Bakkum door het raadslid F.J. Aukes.
Onthulling Beatrixklok op de hoek Bakkummerstraat Van der Mijleweg te Bakkum door het raadslid F.J. Aukes in 1938. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Bevrijdingsfeest

Evenals de Juliana en Bernhardbank zal ook de Beatrixklok tijdens de oorlogsjaren ontdaan zijn geweest van elke verwijzing naar het Koninklijk Huis. Direct na de oorlog werden al die verwijzingen weer in ere hersteld. Dat blijkt uit een krantenartikel in Strijd, het toenmalig Castricum’s Dagblad, van 15 mei 1945. Daarin wordt uitvoerig verslag gedaan van het Castricumse bevrijdingsfeest. Op het gemeentehuis verwelkomde de waarnemend burgemeester J.J. Nieuwenhuijzen ’s morgens vroeg een aantal Canadese bevrijders. Vervolgens bracht het gezelschap een eerbetoon aan de gesneuvelde geallieerde soldaten die begraven liggen op het kerkhof bij de oude dorpskerk en werd ook gedacht aan de eigen door oorlogshandelingen omgekomen dorpsgenoten.

Bevrijdingsfeest, hoek Pernéstraat-Geelvinckstraat in Castricum.
Bevrijdingsfeest, hoek Pernéstraat-Geelvinckstraat in Castricum, 15 mei 1945. Onderdeel van de feesten was het herstellen van de luister van de Julianaboom. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Na de plechtigheid werd de Juliana en Bernhardbank weer in volle luister getoond en bij de Julianaboom hield de heer Bodewes een toespraak, waarna er werd gezongen en gedanst. Vervolgens werden onder de tonen van feestmuziek de namen van de koninklijke straten weer in ere hersteld en die van Dr. Leenaersstraat daaraan toegevoegd.

In het krantenartikel wordt ook de Beatrixklok genoemd, die toen al gerestaureerd zou zijn. Waarschijnlijk wordt hiermee bedoeld dat snel na de oorlog de gedenkplaat weer leesbaar is gemaakt. Het moet een kleurrijk feest geweest zijn. “De fietsen, kinderwagens, bokkenwagens, auto’s, autopeds, zij vormden een lust voor het oog”, aldus het krantenbericht.

Geschonden monument

De klok was regelmatig een prooi van vernielzucht en in april 1968 viel de genadeklap. De sokkel waarop de klok was geplaatst, werd door een uit de koers geraakte personenauto omver gereden.

De Beatrixklok zou in 1978 weer in het straatbeeld terugkeren.
De Beatrixklok zou in 1978 weer in het straatbeeld terugkeren. Het wachten was op het gereedkomen van een nieuw uurwerk en het aanbrengen van de gedenkplaat.

Het puin werd door de gemeente opgeruimd en de Bakkummers moesten het sinds die tijd zonder ‘hun’ klok doen. In een krantenbericht van oktober 1968 wordt de klok geen eerste klas werkstuk genoemd:


Jaarboek 43, pagina 90

“De klokkecijfers werden niet vergoud maar verguld en de klok zelf heeft in de afgelopen periode verscheidene onderhoudsbeurten moeten ondergaan. Reeds geruime tijd ligt de klok te wachten om in reparatie te gaan en de vraag rijst dan ook of Bakkum ‘zijn’ klok ooit nog wel zal terugzien.”

Bij de splitsing van de Bakkummerstraat en de van de Mijleweg vinden we de Beatrixklok.
Bij de splitsing van de Bakkummerstraat en de van de Mijleweg vinden we de Beatrixklok in 1960 op de hoek van de Van der Mijleweg en de Bakkummerstraat. Collectie RAA, Foto JosPe. Toegevoegd.

Er werd wel eens geïnformeerd naar de mogelijkheid van herplaatsing, maar de gemeente zag daar blijkbaar niet veel heil in, want heroprichting werd nooit serieus overwogen. Weinig Bakkummers geloofden dat de Beatrixklok ooit nog zou terugkeren. Pas vele jaren later sluimerden in progressieve kringen in de Castricumse gemeenteraad plannen om de Beatrixklok weer in ere te herstellen.

Aad de Wit was van 1974 tot 1978 gemeenteraadslid. In 1975, tijdens de behandeling van de begroting voor 1976, vroeg hij in een schriftelijke vragenronde om de Beatrixklok weer in oude toestand op te richten. Dit werd besproken in de vergadering van de commissie gemeentewerken van 22 januari 1976. Het koperen klokkenhuis en de wijzerplaten zouden nog aanwezig zijn, maar het uurwerk was niet meer te herstellen.

Er kwam een onderzoek naar de reparatiekosten. Uitgaande van herstel volgens het oorspronkelijk ontwerp werden de kosten geraamd op rond de achtduizend gulden. Op 25 oktober 1976 sprak de commissie gemeentewerken de voorkeur uit om de klok in oorspronkelijke toestand te herstellen op dezelfde plaats aan de Van der Mijleweg-Bakkummerstraat. In het preadvies van het College van Burgemeester en Wethouders, abusievelijk gedateerd op 11 januari 1976 in plaats van 11 januari 1977, vraagt het college zich af of heroprichting wel zo gewenst is, gezien de kwetsbaarheid van het geheel. Ook kwam de gedachte op om te onderzoeken of een andere aankleding van het straatbeeld ter plaatse een mogelijkheid zou zijn, bijvoorbeeld door plaatsing van een kunstwerk.


Jaarboek 43, pagina 91

Zoveel raadsleden, zoveel meningen

Zonder een duidelijke stellingname werd het preadvies van het College van Burgemeester en Wethouders op 27 januari 1977 aan de gemeenteraad voorgelegd. In de vergadering merkte raadslid De Wit op dat hij uit het preadvies begreep dat een keuze gemaakt zou moeten worden tussen herstel en heroprichting van het herinneringsmonument of het plaatsen van een kunstwerk op die locatie. Hij achtte dit een onjuiste gang van zaken en vond dat het debat op de eerste plaats hoorde te gaan over het wel of niet plaatsen van het monument. Pas als besloten was tot niet-herplaatsing, zou plaatsing van een kunstwerk overwogen kunnen worden. Bovendien had de spreker uit de vergadering van de commissie gemeentewerken begrepen dat met een uitkering van de verzekering vijftienhonderd gulden in mindering gebracht kon worden op de geraamde kosten van achtduizend gulden.

Bij het afscheid van de raadsleden uit de zittingsperiode 1974-1978. Staand 2e van links Aad de Wit. En 2e van rechts Piet Janzen. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De Wit kreeg onder anderen steun van de heer Janzen. Daarover staat in hetzelfde verslag: “De heer Janzen meent dat nagenoeg alle Bakkummers de heroprichting van de Beatrixklok wensen, te meer gelet op het feit dat in Bakkum geen monumenten voorkomen. Indien echter zou worden besloten een kunstwerk te plaatsen, in plaats van de heroprichting van de Beatrixklok, zou volgens spreker beter gezocht kunnen worden naar een andere plaats dan de hoek Van der Mijleweg-Bakkummerstraat, aangezien op genoemde plaats reeds enkele malen aanrijdingen hebben plaatsgevonden, terwijl ook vandalisme hier hoogtij viert (…).”

De al eerder genoemde anoniem gebleven krantenlezer bestreed dat er in het verleden regelmatig sprake was van vernielzucht. “(…) Wel stond de klok vaak stil omdat het uurwerk slecht onderhouden werd. Dus verwaarloosd door de gene die daar uiteindelijk over moest gaan. Wij hopen nu maar dat onze mooie klok welke dit punt aankleedt en nog een beetje aanzien geeft als middelpunt van Bakkum spoedig weer verrijzen zal.”

Terug naar de raadsvergadering. Wethouder Scholtz merkte op “dat de vragenstellers in 1975 nooit voorzien hebben dat een en ander een dergelijk onderwerp van gesprek zou gaan vormen.” Pas na veel discussie werd met zestien stemmen voor en één tegen besloten tot heroprichting van de Beatrixklok.

Aad de Wit blikt terug: “Ik meen dat in die tijd de klok stuk was en gerepareerd moest worden. Dat kostte natuurlijk wat en met name burgemeester Van Boxtel vond dat maar zonde van het geld. Burgemeester en Wethouders (B en W) stelden voor om er een eigentijds kunstwerk voor in de plaats te zetten. Ik heb toen vragen gesteld en toen is het sentiment in de raad omgegaan. Het is eigenlijk het enige echte wapenfeit dat ik op mijn naam kon zetten.”

Onthulling door Prinses Margriet van de Beatrixklok.
Onthulling door Prinses Margriet van de Beatrixklok. Van der Mijleweg in Bakkum. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

De gemeenteraad stelde een krediet beschikbaar en na bijna tien jaar afwezigheid keerde in 1978 de Beatrixklok weer op de oude plek terug. “Hoewel de Bakkumse bevolking niet expliciet gevraagd is wat zij van een eventuele heroprichting denkt, kan op voorhand worden aangenomen dat nagenoeg alle – en zeker de autochtone – Bakkummers verheugd zullen zijn met de terugkering van dit


Jaarboek 43, pagina 92

vertrouwde beeld.”, aldus het Nieuwsblad voor Castricum van 3 augustus 1977. Aad de Wit: “Ik herinner me geen officiële oplevering of onthulling van de klok en zie dat ook niet terug in de krantenartikelen van destijds. Dat zal Van Boxtel wel tegengehouden hebben.”

De technische monumentencommissie oordeelde destijds dat heroprichting van de Beatrixklok als monument en kunstobject onvoldoende geïndiceerd was en Van Boxtel vond als voorzitter van de raad dat de heroprichting niet geplaatst diende te worden in het kader van enigerlei vorm van kunstbeleid. Over de monumentwaardigheid wordt later heel anders gedacht.

De Beatrixklok verscholen achter het groen.
De Beatrixklok verscholen achter het groen.

Bakkum in de bocht

In 1995 kwam de Beatrixklok weer in het nieuws. Het uurwerk stond stil en hoog opschietende taxusstruiken onttrokken de klok steeds meer aan het zicht. Buurtcomité ‘t Duintje/Broederwijk – verenigd in het project ‘Bakkum in de bocht’ – pikte dat niet en hield een enquête onder de bewoners, waarin hun mening over het voortbestaan van de Beatrixklok werd gevraagd. Er werden 101 vragenformulieren ingeleverd en de boodschap was duidelijk: de klok moest behouden blijven en het plantsoentje rondom verdiende een opknapbeurt.

De Beatrixklok werd door burgemeester Schouwenaar weer in ere hersteld.
De Beatrixklok werd door burgemeester Schouwenaar weer in ere hersteld. Netty Deen van de buurtbeheergroep Het Duintje keek goedkeurend toe. Foto Kees Blokker.

Uiteindelijk kwam er een nieuw ontwerp voor het plantsoen, met veel groen en vaste bloeiende planten in de kleuren rood wit en blauw. De klok werd gerepareerd en het plantsoen heringericht. Op zaterdag 19 april 1997 leek het alsof in Bakkum oude tijden herleefden. “Mannen in donkerblauwe schipperstruien, rode zakdoek om de nek, pet stevig op het hoofd geplant en klompen aan de voeten stonden op een kluitje in de Bakkummerstraat. Oranje ballonnen en de aanwezigheid van burgemeester J. Schouwenaar duidden er echter op dat hier meer aan de hand was”, zo vermeldt het Dagblad Kennemerland. Die dag om 10 uur werd het ensemble van klok en plantsoen door burgemeester Schouwenaar in ere hersteld.

Het shantykoor De Skulpers leidde de onthulling van de Beatrixklok muzikaal in.
Het shantykoor De Skulpers leidde de onthulling van de Beatrixklok muzikaal in.

Dankzij de stichting De Groenmakers, die gezorgd had voor het ontwerp van het plantsoen, en de medewerking van de gemeente Castricum lag alles er weer keurig bij. “Bakkum mag hier terecht trots op zijn”, vond de burgemeester voordat hij het lint doorknipte, waaraan een grote tros ballonnen was bevestigd. De gebeurtenis werd muzikaal omlijst door het Castricumse shantykoor De Skulpers.

De Beatrixklok in april 2020.
De Beatrixklok in april 2020. Foto Hans Boot.

Monument

De Beatrixklok staat nog altijd in een plantsoentje op de splitsing van Bakkummerstraat en de Van der Mijleweg. Ook al heeft de klok passanten niet altijd van de juiste tijd voorzien, na vele jaren is het uurwerk wel opgenomen in de gemeentelijke monumentenlijst. De cultuurhistorische waarde wordt hoog genoemd, omdat het gedenkuurwerk laat zien welke waarde toentertijd werd gehecht aan de geboorte van prinses Beatrix.

Ernst Mooij

Bronnen:

  • Collegevoorstel, 11 januari 1976;
  • Diverse edities Dagblad Kennemerland en Nieuwsblad voor Castricum en Omstreken;
  • Oude Ansichten van Castricum, 1971, blz. 45;
  • Strijd – Castricum’s Dagblad, 15 mei 1945.

Met dank aan: Aad de Wit en Fred Weda.

18 maart 2024

Van Peperstraat naar Dr. Jacobilaan: huizen en bewoners (zuidzijde) (Jaarboek 43 2020 pg 81-87)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 43, pagina 81

Van Peperstraat naar Dr. Jacobilaan: huizen en bewoners (zuidzijde)

Oude woning van Mattheus Dekker aan de Peperstraat.
Oude woning van Mattheus Dekker aan de Peperstraat in Bakkum. Gesloopt in 1932. Schilder Sijf Portegies.

In het 42e Jaarboek is uitvoerig aandacht besteed aan de Dr. Jacobilaan met zijn huizen en bewoners. De geschiedenis van de Dr. Jacobilaan, die vroeger Peperstraat heette, is beschreven vanaf de start van het Kadaster in 1832. In dat jaarboek werden de percelen en woningen aan de noordzijde behandeld, nu komt de zuidzijde aan bod.

De Peperstraat in 1832

Voorafgaande aan de start van het Kadaster in 1832 zijn alle percelen opgemeten en op kaart gezet. Ook zijn per perceel enige gegevens vastgelegd, zoals het soort perceel (bos, weiland, bouwland, huis en erf), de grootte van het oppervlak en de naam, beroep en woonplaats van de eigenaar. Zo kunnen we ons van de percelen die grenzen aan de Peperstraat, een nauwkeurig beeld vormen rond het jaar 1832. Aan de Peperstraat stonden twee huizen, nummer 19 aan de zuidzijde en nummer 20 aan de noordzijde.

Historische ontwikkeling na 1832 van de percelen aan de zuidzijde van de Peperstraat

Hierna volgt per kadastraal perceel langs de zuidzijde van de Peperstraat de historische ontwikkeling. Het begint bij de start van het Kadaster in 1832 tot de komst van de nog bestaande woningen. In het daarna volgende deel van dit artikel wordt per woning een overzicht gegeven van bouwjaar en opeenvolgende bewoners en eigenaren.

Zuidzijde Peperstraat: perceelnummers 239 tot en met 244

Het huis van Krijn Koper [perceel 242]

Volgens de volkstelling van 1830 woonde in huis nummer 19 Krijn Koper, 44 jaar, schelpenvisser van beroep en geboren in Zandvoort, zijn vrouw Kaatje Zaanman, 56 jaar, geboren in Akersloot, de 12-jarige Gerritje Asjes en de 8-jarige Jannetje Koper, beiden geboren in Castricum. Kaatje Zaanman was eerder gehuwd in 1802 met Pieter Parlie en in 1810 met Jannes Asjes.
Als boerin en weduwe van Jannes Asjes koopt zij in 1818 van de Armmeesters van de Algemene Armen het huis en erve aan het duin in de Peperstraat nummer 19. Kaatje trouwt in 1819 met Krijn Koper (1787-1835).

De percelen in 1832 die direct grenzen aan de Peperstraat
De percelen in 1832 die direct grenzen aan de Peperstraat

Het bezit aan de Peperstraat omvat volgens de kadastrale registers van 1832 de volgende percelen (zie kaartje) in sectie B: nummer 241 bouwland, nummer 242 huis en erf, nummer 243 bos en nummer 244 boomgaard, met een totaal oppervlak van 5.390 vierkante meter. Het staat dan op naam van Krijn Koper; hij overlijdt in Castricum in 1835. Kaatje met haar drie dochters uit haar huwelijk met Jannes Asjes verkoopt dit bezit in 1837 aan Pieter Veldt; daarbij wordt bedongen dat Kaatje Zaanman (1774-1851) haar leven lang het achterste woonvertrek van het huis mag bewonen, zonder lasten of huur te hoeven betalen.


Jaarboek 43, pagina 82

Pieter Veldt (1803-1847) is eerst schelpenvisser, later landbouwer, woonde op het Noordend, waar hij in 1847 overlijdt. Pieter is gehuwd met Marijtje Mijzen; zij krijgen zes kinderen. Pieter verkoopt zijn bezit aan de Peperstraat: het huis met erf en de percelen bouwland, bos en boomgaard onderhands in 1846 aan Pieter Telleman.

Pieter Telleman (1820-1883) is geboren in Egmond aan Zee, is landbouwer, dagloner en trouwt in 1846 met Dirkje Stierp. Volgens het bevolkingsregister wordt het huis in 1850 in tweeën bewoond. Aan de voorzijde woont Pieter Telleman met zijn vrouw en hun twee pas geboren kinderen. Aan de achterzijde woont de 75-jarige Kaatje Zaanman en haar dochter Jannetje Koper, die in 1850 trouwt met Cornelis Schoen; deze trekt bij hen in en hier wordt hun oudste zoon Klaas in juni 1851 geboren. Kaatje overlijdt vijf maanden later; haar dochter Jannetje gaat met haar man Cornelis Schoen in de Kerkbuurt wonen.

Dirkje Stierp overlijdt in 1865; Pieter hertrouwt in 1867 met Maartje de Graaf, weduwe, boerin en wonend in Heemskerk. Pieter gaat met zijn twee kinderen in 1869 in Heemskerk wonen. Pieter, samen met zijn kinderen als erfgenamen van hun moeder, verkopen het huis en de drie genoemde percelen in 1877 aan zijn broer Gerrit Telleman (1818-1891), landbouwer die woont op Rinnegom met zijn vrouw Guurtje Apeldoorn.

Gerrit overlijdt kinderloos in 1891. Zijn vrouw krijgt het bezit aan de Peperstraat toebedeeld. Zij blijft op Rinnegom wonen en verhuurt dit Bakkummer bezit. In 1898 woont hier Cornelis van den Berg (1874) en echtgenote Hillegonda van de Poll; zij zijn twee jaar eerder gehuwd.

De oude woning van Thijs Dekker aan de Peperstraat.
De oude woning van Thijs Dekker aan de Peperstraat. Deze woning is gesloopt in 1932. Het is de enige woning aan de zuidzijde, die op de kadasterkaart van honderd jaar eerder is vermeld.

Guurtje Apeldoorn verkoopt het geheel op 12 december 1899 aan Mattheus (Thijs) Dekker Simonszoon (1867-1955), landbouwer, tuinder, geboren en wonende in Castricum. Thijs trouwt in 1900 met Catharina (Trijn) Zonneveld. Zij krijgen acht kinderen in de periode 1901-1915 die in dit huis aan de Peperstraat worden geboren.

Thijs Dekker (1867-1955).
Thijs Dekker (1867-1955) woonde in het oude huis aan de Peperstraat. Hij was tuinder en bollenkweker en bezat het tuingebied ten zuiden van de Peperstraat. Omstreeks 1931 laat hij een nieuwe woning bouwen, nummer 10. Hij was gehuwd met Trijn Zonneveld en zij kregen acht kinderen. Mattheus Dekker was voor die tijd een grote man, had een rooie baard dat hem de bijnaam ‘Rooie Thijs’ gaf. Hij ventte de groente uit met de handkar en trekhond en leverde veel aan Duin en Bosch.

Als de meeste kinderen het huis uit zijn, verkoopt de 64-jarige Thijs Dekker in 1931 nagenoeg zijn hele bezit aan de aannemerscombinatie Borst-De Groot. Het omvat het oude woonhuis nummer 19, dat inmiddels in twee huisgedeelten is opgesplitst. Thijs koopt van hen een perceeltje van 285 vierkante meter, dat deel uitmaakt van het oostelijk aangrenzende terrein dat de aannemerscombinatie in 1925 had opgekocht. Het oude huis wordt in 1932 gesloopt en Thijs gaat wonen in het op zijn nieuwe stuk grond gebouwd huis nummer 10.

Bosland Kralenkroft [perceel 240]

Hendrik Beugeling (1774-1831), timmermansbaas, woont in de Kerkbuurt en heeft vele bezittingen en landerijen. Rond 1830 bestaat zijn bezit uit drie huizen en bijna 28 hectaren land, waaronder de percelen 239 en 240 aan de Peperstraat. Hendrik is getrouwd met Johanna Bakker en overlijdt in 1831 met achterlating van twee volwassen kinderen.

Vele jaren na zijn overlijden verkoopt zijn echtgenote Johanna Bakker en de mede-erfgenamen in 1850 op een openbare veiling een groot aantal percelen land, waaronder perceel 240. Koper is Jan Schotvanger. Dit staat dan omschreven als een stuk bosland met houtgewassen, begroeiingen en beplantingen genaamd ‘in de Peperstraat’, nummer 240, groot 4.140 vierkante meter.

Hetzelfde perceel maakt een gedeelte uit van het land, genaamd Kralenkroft. Hendriks vader Hermanus Beuge-


Jaarboek 43, pagina 83

ing koopt in 1808 een stuk weiland, genaamd Kralenkroft dat later kadastraal is opgenomen in de twee percelen 239 en 240. Hij kocht dat toen van de heer François Tayspil Janszoon, wonende in Amsterdam.

De familie Tayspil is een rijke koopmansfamilie uit Amsterdam. Ze heeft onder andere een koffieplantage in Suriname. Deze familie was omstreeks 1585 afkomstig uit Antwerpen. Jan Tayspil Franszoon koopt in april 1766 het stuk land ‘de Kralencroft’ en nog vier kleine akkertjes rond de Bakkummerstraat en Schelgeest. Twee maanden later koopt hij een strook duingebied, dat zich uitstrekt vanaf de Noordzee tot de omgeving van wat nu de Bakkummerstraat is. Ten noorden van deze strook lagen de duinen van Joan Geelvinck, ambachtsheer van Castricum en ten zuiden de duinen van de familie Deutz van Assendelft van kasteel Marquette in Heemskerk.
Dit duingebied van de familie Tayspil met het duinmeiershuis is dan verhuurd aan duinmeier Cornelis Jeroenszoon Zonneveld en is vooral van belang vanwege de konijnenpopulatie. In 1791 wordt dit duingebied verkocht aan Gerrit Abbink. De aan de zuidzijde aangrenzende stukken bosland aan Kralenkroft, de nummers 245 en 246, worden nog in de 19e eeuw Tayspil genoemd.

In 1850 is, zoals hierboven vermeld, Jan Dirkszoon Schotvanger (1805-1878) eigenaar geworden van nummer 240. Jan is boer, heeft veel land, woont aan de Kooiweg en is in 1833 gehuwd met Grietje Kuijs; zij overlijdt in 1861 met achterlating van zeven kinderen. Jan hertrouwt daarna nog twee keer. Na zijn overlijden houden de erfgenamen op 22 oktober 1878 een openbare verkoping van de boerderij en een aantal percelen land, waaronder nummer 240. Koper van het merendeel van de percelen is Klaas Gerritszoon Brakenhoff. Klaas Brakenhoff (1847-1901) is boer en in 1874 gehuwd met Neeltje Kuijs. Zijn bezittingen, waaronder het perceel bosland nummer 240, worden in 1886 gekocht door mr. Jacobus Petrus Kraakman (1830-1907), advocaat en procureur, wonend in Alkmaar, gehuwd met Maria Geertruida Ibink Melenbrink.

Kraakman heeft boerderijen en vele stukken weiland ter grootte van ongeveer 95 hectaren, vanaf 1882 opgekocht vooral in Bakkum-Noord. Na zijn overlijden worden in 1908 zijn vele bezittingen verdeeld onder zijn vier kinderen.
Perceel 240, dat inmiddels als bouwland (tuingrond) in gebruik is, wordt toegedeeld aan zijn dochter Geertruida Kraakman (1876-1959), gehuwd met Theodoor Janzen, houthandelaar, beiden wonend in Haarlem. Geertruida houdt het perceel vele jaren in bezit en gaat het vervolgens verhuren. In 1925 verkoopt zij perceel nummer 240 aan de aannemerscombinatie Antoon Borst, timmerman en Cornelis de Groot, metselaar.
Vanaf de jaren (negentien) dertiger wordt hier een begin gemaakt met de bouw van woningen.

Antoon Borst.
5e van links Antoon Borst (in pak). Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Bouwland [perceel 239]

Zoals hierboven reeds gemeld is perceel 239 in 1830 in bezit van Hendrik Beugeling. Het perceel is ruim 1 hectare groot en enkele jaren later wordt een klein deel ter grootte van 620 vierkante meter afgesplitst en verkocht aan Cornelis van den Berg (1801-1881), die hierop een huis laat bouwen aan de Bakkummerstraat even ten zuiden van wat nu de ingang Tetburgstraat is.
Cornelis van den Berg, schulper (schelpenvisser) en landbouwer, trouwt in 1827 met Geertje van Bruijnswaard en na diens overlijden in 1841 met Almoed Rebecca Eckhart. Cornelis heeft alleen uit het tweede huwelijk kinderen.
In 1850 koopt hij land van de erfgenamen van Hendrik Beugeling en heeft nu het gehele perceel 239 in bezit.
Uit een boedelbeschrijving uit 1869 blijkt dat Cornelis naast een paard en een schulpkar ook drie melkkoeien heeft en een pink.

Schelpenvisser Klaas van den Berg.
Schelpenvisser Klaas van den Berg (geboren op 23 januari 1843 en overleden op 27 april 1931) Hij was ook strandvonder.

In 1871 verkoopt de 70-jarige Cornelis zijn huis en land (geheel nummer 239) aan zijn oudste zoon Klaas.
Klaas van den Berg (1842-1931) is landbouwer, schelpenvisser en vanaf 1869 aangesteld als strandvonder; hij trouwt in 1872 met Antje Prins. Op dit perceel nummer 239 groeien hun zeven kinderen op.
Klaas is strandvonder gedurende zeer vele jaren; tot in 1914. Hij brengt de aangespoelde strandgoederen, voornamelijk bestaande uit balken, planken en rondhout op zijn erf bij zijn huis aan de Bakkummerstraat. Als er na verloop van tijd veel strandgoederen zijn opgeslagen, wordt na verkregen goedkeuring van Gedeputeerde Staten een openbare verkoping op het erf van Klaas gehouden.

In 1907 laat Klaas op zijn erf langs de Bakkummerstraat vijf huizen bouwen, die hij in 1917 afzonderlijk verkoopt (nu de nummers 68, 70, 72, 74 en 76). Ook verkoopt hij dan een perceel tuingrond van 630 vierkante meter langs de Peperstraat aan zijn schoonzoon Gerrit van den Akker. Ook verkoopt hij een nog direct daarachter gelegen perceel tuingrond van 423 vierkante meter aan Gerrit Zonneveld.

De Peperstraat omstreeks 1920.
De Peperstraat omstreeks 1920. Rechts nog een deel van woning nummer 15. Achter de bomen het eerste huis van Goed Wonen nummer 17. Door de duinen op de achtergrond is links op de foto het huis van Thijs Dekker, dan het enige huis aan de zuidzijde, moeilijk zichtbaar.

In maart 1924 verkoopt Klaas het overgrote deel van zijn resterende bezit in perceel 239 aan de aannemerscombinatie Borst-De Groot, namelijk een bouwterrein van ongeveer 4750 vierkante meter. Het perceel tuingrond langs de Peperstraat, dat Gerrit van den Akker in 1918 van zijn schoonvader Klaas van den Berg heeft gekocht, blijft vele jaren als tuin in gebruik. Gerrit (1882-1957) is eerst spoorwegbeambte, daarna portier op Duin en Bosch. Na zijn overlijden verkopen zijn erfgenamen in 1959 nagenoeg het gehele perceel tuingrond aan Jac. de Nijs (1901), metselaar en aannemer en aan zijn zoon Thijs (1933), timmerman en aannemer, elk voor de helft. Beide aannemers kopen er dan ook nog 272 vierkante meter grond bij van het achterliggende perceel, sinds 1956 eigendom van Hein Zonneveld, groentehandelaar.

Een kleine witte woning. Dr. Jacobilaan nummer 4 in Bakkum.
Een kleine witte woning. Dr. Jacobilaan nummer 4 in Bakkum. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Op deze grond verrijzen de huizen van Dr. Jacobilaan met nummers 2, 4 en 6. Er blijft nog een klein bouwterreintje over van 185 vierkante meter, waarop in 1981 het dubbel woonhuis met nummers 6a en 6b wordt gebouwd.

Aannemerscombinatie Borst-De Groot

Bij de realisatie van woningen in het gebied rond de Peperstraat is nauw samengewerkt door Antonius (Toon) Borst, timmerman en aannemer en Cornelis (Kees) de Groot, metselaar en aannemer, beiden wonend in Bakkum. Dit betrof vooral het gemeenschappelijk bezit van bouwter-


Jaarboek 43, pagina 84

reinen, de bouw van woningen en de verkoop van percelen aan nieuwe bewoners.
Bij een openbare verkoping in café ‘de Vriendschap’ aan de Dorpsstraat op 21 oktober 1919 wordt een boerenwoning met erf, tuin en weiland, met in totaal ruim 2,5 hectare grond nabij de Stetweg te koop aangeboden. Het wordt gekocht door een driemanschap, bestaande uit Gerrit Res, broodbakker en grondeigenaar en de beide aannemers.

Foto van omstreeks 1938 vanaf het land van Thijs Dekker.
Foto van omstreeks 1938 vanaf het land van Thijs Dekker. Links een zoon en kleinzoon, rechts een schoonzoon en kleindochter. Op de achtergrond links de woningen van Goed Wonen en rechts de achterzijde van de huizen nummers 12 en 10.

Een jaar later verkopen zij de boerenwoning en 1,5 hectare grond. Het driemanschap blijft in bezit van 1 hectare grond. Medio 1921 nemen de beide aannemers het aandeel over van Gerrit Res en is dit het begin van een lange periode dat deze aannemerscombinatie genoemde activiteiten ontplooit, vooral in de omgeving Stetweg, Bakkummerstraat en Dr. Jacobilaan.


Jaarboek 43, pagina 85

De aannemerscombinatie Borst-De Groot koopt in 1925 perceelnummer 240 met een grootte van 4.140 vierkante meter. In 1931 kopen ze van Thijs Dekker een perceel met het oude huis ter grootte van 5.150 vierkante meter. (oorspronkelijk de nummers 241 tot en met 244). Beide percelen zijn gelegen aan de zuidzijde van de Peperstraat.
Aan de zuidzijde van deze kavels is rond 1927 vanaf de Bakkummerstraat begonnen met de aanleg van de Tetburgstraat; hieraan worden door de aannemerscombinatie ook woningen gebouwd. Aan de oostzijde van perceel 240 wordt later de Van Renesselaan aangelegd.

Voorbereidingen voor de officiële opening op 24 juli 1949 van de speeltuin door burgemeester Smeets.
Voorbereidingen voor de officiële opening op 24 juli 1949 van de speeltuin door burgemeester Smeets.

Het terrein ten zuiden van de Dr. Jacobilaan blijft lange tijd een braakliggend gebied dat door de aannemerscombinatie voor de Bakkumse jeugd beschikbaar wordt gesteld. Door vrijwilligers is hier een speeltuintje gerealiseerd dat door burgemeester Smeets in 1949 officieel wordt geopend. Tot midden jaren (negentien) vijftig hebben kinderen van Bakkum hier kunnen spelen.
Voor dit terrein geldt ongeveer twintig jaar lang een bouwstop in verband met de projectie van de westelijke randweg. Als deze wordt ingetrokken, wordt voor dit gebied uitbreidingsplan Bakkum-West actueel, waarin in totaal twintig woningen zouden worden gebouwd. In 1967 is gestart met de bouw van de eerste zes woningen.
In de jaren (negentien)n tachtig worden hier woningen gebouwd die nu zijn gelegen aan de Van Renesselaan en aan de Dr. Melchiorlaan.

De huizen aan de zuidzijde van de Dr. Jacobilaan

Dr. Jacobilaan 2

In 1959 verkoopt Hein Zonneveld, groentehandelaar en wonend aan de Bakkummerstraat, een stuk grond van 272 vierkante meter, dat ligt achter zijn huis aan de zuidzijde van de Dr. Jacobilaan, als bouwterrein aan de aannemers Jac. de Nijs (1901) en zijn zoon Thijs (1933). Na de bouw verkopen de aannemers in 1961 de woning met schuur aan de Dr. Jacobilaan nummer 2 aan Willem Stadt (1918), kassier van het girokantoor der gemeente Amsterdam. Willem is gehuwd met Johanna Christina Schmidt.

In 1966 heeft Willem een garage op een klein aangekochte uitbreiding van zijn erf gebouwd. In 1977 verkoopt hij het geheel aan Henk van der Meer (1933- 1988), metaalbewerker, gehuwd met Gijsbertha (Bep) van Brenk; zij wonen er vanaf eind 1977. Kinderen: Robert, Henriëtte en John. In 1994 gaat Bep naar de Admiraal de Ruyterlaan en woont haar dochter Henriëtte hier met haar echtgenoot Peter Klut, procesingenieur en met hun drie kinderen: Stefan, Jelmer en Merijn.

Dr. Jacobilaan 4

Op het bouwterrein van 600 vierkante meter, dat door de aannemers Jac. en Thijs de Nijs in 1959 van de erfgenamen van Gerrit van den Akker is gekocht, worden twee woonhuizen gebouwd: nummer 4 en nummer 6. Na de realisatie worden deze verkocht aan de toekomstige bewoners.

Kobus Veldt woonde met Jansje Fokker en hun vijf kinderen op 4.
Kobus Veldt woonde met Jansje Fokker en hun vijf kinderen op 4. Hier Kobus met kinderen van links naar rechts Joke, Bert, Gerda, Jaap† en Bets.

In 1961 is nummer 4, woonhuis met garage op 263 vierkante meter grond, verkocht aan Kobus Veldt (1915), tuinder, dan wonend aan de Kooiweg en in 1949 gehuwd met Jansje (Jo) Fokker; hun vijf kinderen: Bets, Jaap†, Joke, Bert en Gerda zijn hier opgegroeid. Kobus werk later bij de gemeentereiniging en is overleden in 1983. Jo is vertrokken in 1988 naar de Heereweg en overleden in 2010. De volgende bewoners vanaf 1989, Hella den Dunnen en Dirk Zeeman, werken beiden in een ziekenhuis, respectievelijk als vaatlaborante en als afdelingsassistent; zij zijn de huidige (in 2020) bewoners.

Op 7 april 1961 is nummer 6, woonhuis met garage op 264 vierkante meter grond verkocht aan Arnoldus Gerardus van der Maat (1900), dan wonend in Zandvoort en gehuwd met Wilhelmina Maria Bernarda Kleene. Arnoldus is overleden in 1987.

In 1987 koopt Dick Schermer (1960), it-manager, de woning. Hij woont hier met Ellen Wijdekop en hun kinderen Mirte en Niek. In 2007 wordt het huis verkocht aan Remy Vels en Judith Kaandorp. Remy handelt in papier en karton en Judith Kaandorp is onderwijskundige.

Dr. Jacobilaan 6a en 6b

Op een nog resterend naastgelegen stukje bouwterrein wordt in 1982 door de firma Borst een dubbel woonhuis gebouwd, 6a en 6b, waarvan de eigenaren in 1983 worden:
6a: William Bruce Jamieson (1942), systeemcoördinator, gehuwd met Marijke de Boer, verpleegkundige;
6b: Hans van Schoor (1949), bedrijfsdirecteur, gehuwd met Dora Piek, verpleegkundige. Hans is van 1990 tot 2006 raadslid en fractievoorzitter geweest van D66.


Jaarboek 43, pagina 86

Dr. Jacobilaan 8

Andries Nicolaas Groeneveld, slager en wonend in Heiloo, koopt bouwgrond in 1981 van de aannemerscombinatie Borst-De Groot. In september 1982 gaat hij wonen in het nieuwe huis nummer 8 samen met zijn vrouw Jacqueline Kriek. Zij vertrekken in 1984 naar Dirkshorn (eigen slagerij) en verkopen het geheel aan Simon Petrus (Siem) Ruiter, die woont op Dr. Jacobilaan 15 en nu met zijn vrouw Truus Stam verhuist naar nummer 8. Truus overlijdt in 1991 en Siem in 2015. Sindsdien woont er zijn dochter Alette Ruiter, GGZ leidinggevende met haar man Hans Hofstra, theatertechnicus.

Dr. Jacobilaan 8a

Wilhelmus Cornelis (Will) Glorie (1957) koopt in 1981 een stukje bouwterrein van de aannemerscombinatie Borst-De Groot. Hierop wordt een huis met garage gebouwd. Will gaat hier in 1982 met Jolanda Groot wonen; hij heeft een loodgietersbedrijf en verkoopt het pand in 1991 aan Bernard Jäger (1965), sales engineer, en echtgenote Anne Claire Honing. In 1999 verkopen zij het huis en gaan in Limmen wonen. De nieuwe eigenaar is Hans Molenaar (1965), financieel planner, die het huis in 2010 verkoopt aan de huidige bewoners.

Dr. Jacobilaan 10

De aannemerscombinatie Borst-De Groot verkoopt een stuk grond (deel van nummer 240), groot 250 vierkante meter aan de Peperstraat in 1931 aan Mattheus (Thijs) Dekker (1867-1955), die in dezelfde transactie het huis met erf en tuin aan de Peperstraat, groot 5.150 vierkante meter, aan de combinatie verkoopt. Het oude huis wordt in 1932 gesloopt, terwijl op het nieuwe stukje grond van Thijs een huis met een schuur wordt gebouwd, nummer 10. Thijs is tuinder en gehuwd met Trijn Zonneveld, die in 1939 overlijdt. Kort daarna in 1940 verkoopt Thijs, dan inmiddels 73 jaar, dit huis aan Dirk de Winter (1890).

Dirk de Winter is wagenmaker en woont naast de Beatrix-klok aan de Bakkummerstraat; hij is maatschappelijk heel actief als gemeenteraadslid, bij de brandweer is voorzitter van ‘Onderlinge Hulp’. Het huis aan de Dr. Jacobilaan nummer 10 gaat Dirk verhuren; eerst aan Johannes Castricum (1901), die daarvoor met zijn gezin woonde in het huis van zijn vader op Dr. Jacobilaan 5. Na de ontruiming in 1943 keert Johannes hier niet meer terug.

Jo Zentveld en Jans Schermer woonden met hun kinderen op nummer 10.
Jo Zentveld en Jans Schermer woonden met hun kinderen op nummer 10.

Dirk de Winter verhuurt het huis direct na de oorlog aan Jacob (Jo) Zentveld (1906). Jo is chauffeur, ziekenfondsbode en lid van het kerkbestuur. Hij is in 1932 gehuwd met Jans Schermer. In dit huis groeien hun kinderen op. Jo koopt het huis van Dirk de Winter in 1962 en overlijdt in 1965. Jans gaat in 1969 wonen aan de Martin Luther Kinglaan. Het huis nummer 10 wordt dan overgenomen door hun dochter Hannie Zentveld (1939) met haar man Joop Tromp.

Joop (1937) is chauffeur; rangeerder en later gescheiden van Hannie Zentveld. Hij woont hier tot zijn overlijden in 2018. De erfgenamen verkopen het huis in 2018 aan Joris Kramer en Rose-Anne Dotinga, beiden zijn ontwerper. Zij zijn de huidige bewoners samen met hun kinderen Quinten en Philou.

Dr. Jacobilaan 12

In maart 1925 verkoopt Thijs Dekker een stukje grond van 230 vierkante meter (perceel nummer 241) aan Cornelis (Kees) Orij (1884-1935). Kees is tuinder, werkt later op de centrale bij Duin en Bosch en is getrouwd in 1910 met Adriana (Jane) Hollenberg, toen weduwe van Antonie Orij, een oudere broer van Kees.

Kees laat op dit perceel een huis bouwen en gaat hier wonen met Jane en hun gezin dat weldra zou bestaan uit elf kinderen, waarvan twee uit het eerste huwelijk van Jane. Kees overlijdt in 1935 op 51-jarige leeftijd en het huis komt op naam van Jane Hollenberg (1885-1967). Twintig jaar later in 1955 woont Jane in de Dr. Leenaersstraat en verkoopt het huis aan haar zoon Niek Orij (1916-1990).

In aansluiting op dit artikel zijn de voorouders van Niek Orij in de vorm van een kwartierstaat opgenomen. Dit om aan deze vorm van presentatie meer bekendheid te geven. Niek is kraandrijver bij Hoogovens en gehuwd met Lena Diemel; zij krijgen zes kinderen: Cees†, Hans, Marianne, Rineke†, Rob en Ron. Van Niek Orij wordt in dit jaarboek een overzicht van zijn voorouders gegeven.

In 1979 verkoopt Niek Orij het huis aan Marten Eveleens (1946), personeelsfunctionaris uit Sint-Pancras, die drie jaar later in 1982 het huis verkoopt aan Jikke van der Meulen (1923) uit Ouderkerk aan de Amstel. Opnieuw na drie jaar, in 1985, is er een nieuwe eigenaar; de bewoners worden Erik Gelauff, jeugdbeschermer en Heidi van Brussel, verpleegkundige. Zij wonen hier tot 2003 met hun drie kinderen, Piene, Bente en Fleur.

Daarna blijven de opeenvolgende bewoners relatief kort: vanaf 2003 Bastiaan Kroes, manager bij KLM en Marinke van der Windt, massage-pedicure met hun kinderen Romée, Pim en Mees; vanaf 2010 René Mogge, ondernemer, samen met Stephanie Hain en tenslotte de huidige bewoners sinds 2012 Erick Bakker, regiomanager NS en Bente Akkerman, psycholoog met hun twee kinderen.


Jaarboek 43, pagina 87

Dr. Jacobilaan 14

De aannemerscombinatie Borst-De Groot verkoopt in 1940 twee stukken grond van hun bouwterrein tussen Dr. Jacobilaan en Tetburgstraat en wel 666 vierkante meter aan aannemer Gerard Convent uit Zaandam en 449 vierkante meter aan Gerrit van den Born, beambte van Duin en Bosch. Hierop zullen later de huizen nummers 14 en 16 worden gebouwd.

Aannemer Convent heeft hier in de oorlogsjaren geen bouwactiviteiten ontplooid en dat is niet zo verwonderlijk met de vele afgebroken en leegstaande huizen in de omgeving. Hij verkoopt hetzelfde bouwterreintje in juni 1947 aan Frederik Arnoldus Hoogsteder (1895), een gepensioneerd West-Indische ambtenaar, die dan al in de gemeente woont. Ook Hoogsteder verkoopt het stuk grond als bouwterrein in november 1948 aan Dirk Kaper (1908).

Kaper staat als architect te boek en is hoofd van de Bouwkundige Dienst van Duin en Bosch. Hij is vanaf 1962 in totaal twaalf jaar gemeenteraadslid. Al veel eerder verkoopt hij in 1955 hetzelfde bouwterrein van 666 vierkante meter door aan Jan Smit, boekhouder, die in 1918 in Indonesië is geboren en uit Uitgeest komt. Jan Smit laat omstreeks 1957 het huis met garage bouwen. In dit nieuwe huis woont hij met echtgenote Sjoerdje Hellinghuizer en hier groeien hun zeven kinderen op: Jan, Theo, Carla, Anja, Fred, Arie en Hiltje. Jan Smit verkoopt het geheel in 1975 aan Cornelis van Dijk (1938) uit Beverwijk. Van Dijk is adjunct-accountant en gehuwd met Suzanna Maartje de Jager. Zij wonen er vanaf 1975. Suzanna is in 2015 overleden. Cornelis woont hier nog steeds.

Dr. Jacobilaan 16

Gerrit van den Born (1893) is beambte van Duin en Bosch, verkoopt het bouwterrein in 1953 aan Marie Susanna Bronkhorst (1885), lerares M.O. Engels.
In 1954 wordt op dit perceel een huis, schuurtje en atelier gebouwd, reeds op kosten van de nieuwe eigenaar Maurits Désiré Cappel (1905), gemeenteambtenaar, die de grond met het huis in 1954 koopt. Maurits woont hier tot zijn overlijden in 1980 met zijn echtgenote Johanna Wilhelmina Beukers; zij krijgen zes kinderen. Johanna blijft er na zijn overlijden nog kort wonen. Hun zoon Arthur Herman Cappel (1941), statisticus is vanaf 1984 de bewoner met echtgenote Maria Catharina (Ria) Sijmons; zij hebben twee kinderen.

Dr. Jacobilaan 18

De aannemerscombinatie Borst-De Groot verkoopt in 1937 een stukje grond van 426 vierkante meter aan Pieter Heida (1898), verpleger op Duin en Bosch. Pieter laat hier in 1937 een huis bouwen en gaat hier wonen met echtgenote Lien van Apeldoorn (1904), waarmee hij in 1929 in Castricum trouwt. Lien is verpleegster en is vanaf 1937 pensionhoudster. In dit huis groeien hun vier kinderen op: Lineke, Henk, Piet en Wim. Zoon Henk wordt in 1959 in de atletiek Nederlands kampioen op de 800 meter, daarna ook op de 1000 meter. Hij was vele jaren Nederlands recordhouder op deze afstanden.

Pieter overlijdt in 1980. Lien blijft hier wonen tot 1997; zij is overleden in 2000 in een verpleeghuis in Heemskerk. In 1997 wordt het huis verkocht aan de huidige bewoners Johannes (Jan) Pater, beeldhouwer en Karin Haker, projectleider bij een thuiszorgorganisatie. Zij hebben twee kinderen: Lisette en Maarten. Karin woonde daarvoor op Dr. Jacobilaan 27.

De huizen van de families Heida en Noordover op 18 en 20.

Dr. Jacobilaan 20

Pieter Dorjeé (1880), ambtenaar uit Zaandam, koopt in 1936 een stukje grond van 405 vierkante meter van de aannemerscombinatie Borst-De Groot. Hierop wordt kort daarna het huis nummer 20 gebouwd, waar Pieter gaat wonen met echtgenote Harmke de Jager; hij is dan zonder beroep en overlijdt in 1949. Zijn erfgenamen verkopen het huis met erf en tuin enkele maanden later aan Reinier Cornelis van den Bosch, adjudant rijkspolitie uit Zaandam. Deze is inmiddels gepensioneerd en woont in dit huis als hij het in 1952 verkoopt aan Petrus Lodewijk Dikkes (1891), loodgieter uit Amsterdam. Die gaat hier met zijn vrouw Lena Schipper wonen; zij overlijdt hier eind 1958. In 1962 woont Dikkes in Leiden en verkoopt de woning aan Aad Noordover (1936), timmerman bij Jac. de Nijs, in 1961 gehuwd met Rie Schermer, dochter van Bertus Schermer van de Dr. Jacobilaan 3; zij gaan er in mei 1962 wonen en Aad woont er nog steeds; zijn vrouw is in 2006 overleden. Hier zijn hun drie kinderen geboren: Annemiek, René en Jeroen.

Simon Zuurbier

Bronnen:

  • Archief Gemeente Castricum aanwezig op het Regionaal Archief te Alkmaar;
  • Bevolkingsregisters en Burgerlijke Stand;
  • Kadastrale bronnen over Castricum;
  • Notariële archieven te Alkmaar en Haarlem.

Met dank aan: de (oud-)bewoners van de Dr. Jacobilaan en hun relaties voor de verstrekte informatie.