Wie was Gabriël Benjamin?

Herfstbeeld van de sinds 1963 gesloten begraafplaats op landgoed Duin & Bosch.

Mysterieus graf maakt nieuwsgierig

[BAKKUM] Een exotische zendeling uit Koerdistan overleed in 1917 op Duin & Bosch, al na een week en pas 34 jaar oud. Ruim honderd jaar bleef zijn graf ongeschonden maar werd niet eerder ontdekt. Peter van Eerden begon een speurtocht en licht een tip van de sluier.

Op de vervallen begraafplaats van het voormalige “Gesticht Duin en Bosch” (D&B) wordt het oog als vanzelf getrokken naar het monumentale graf van dokter Jacobi, de eerste directeur-geneesheer die in 1915 overleed. Echter, het graf ernaast werd niet eerder ontdekt, in meer dan honderd jaar, niet door medewerkers of bezoekers, noch door spelende kinderen of vandalen. Op de gave steen – wat weggezakt en verscholen tussen groen – staat een intrigerend opschrift: “Gabriël Benjamin uit Koerdistan overl. 28 april 1917”. Wie was deze man, ver van huis begraven, prominent in het vak voor dokters en stafpersoneel?

De auteur bij de opname van een film over Duin & Bosch; rechts de grafsteen van Gabriël Benjamin.
De auteur bij de opname van een film over Duin & Bosch; rechts de grafsteen van Gabriël Benjamin.

Nestoriaan

Uit het bevolkingsregister blijkt Benjamin Gabriël (dus andersom geschreven), geboren op 10 januari 1883 te Matta in “Kurdestan” en van beroep “Chaldeïsch Nestoriaan”. Hij werd ingeschreven op 20 april 1917 en overleed te Bakkum op 28 april 1917, 34 jaar oud en ongehuwd. Volgens de aangifte van overlijden was hij een “christenzendeling” uit Matta. ‘Mattai’ is Syrisch voor Mattheüs en sinds de vierde eeuw een Syrisch-orthodox klooster in Noord Koerdistan nabij Mosul in Irak. Hij verbleef dus maar een week op D&B en werd er niet als patiënt, maar naast dokter Jacobi begraven. Bij Parnassia, de huidige eigenaar van het landgoed, weet men van niets. Na de privatisering van het ziekenhuis en enige reorganisaties blijkt de administratie van de begraafplaats, een rijksmonument, daar spoorloos. Verschillende oud-medewerkers getuigen dat heel veel documenten als “onbegrepen stukken” in afvalcontainers zijn verdwenen.

Paranoia

Veel materiaal is overgedragen aan “Het Dolhuys”. Daar weet men dat het archief van D&B zich in het Noord-Hollands Archief te Haarlem bevindt. Helaas blijkt dat 90 procent van de ontvangen patiëntendossiers is vernietigd, waaronder ook dat van Gabriël Benjamin, want dat blijft na een speurtocht onvindbaar. Wel wordt het jaarverslag 1917 van D&B aangetroffen. Uit een tabel met doodsoorzaken van geanonimiseerde overleden patiënten kan worden gereconstrueerd dat deze “krankzinnige” op 34-jarige leeftijd is overleden aan “pneumonie” (longontsteking; pve) en leed aan “paranoia” of “vecordia” (waanzin; pve). Op een overzicht van grafstenen uit 1949 staat bij zijn naam echter met de hand “personeelslid” geschreven!

Weeshuis

In het Algemeen Handelsblad (AH) van 4 februari 1915 wordt door een predikant gewaarschuwd voor “twee Armeense geestelijken” die in Utrecht collecteren voor kerkelijke doeleinden “vanwege hun onverwacht optreden en exotisch uiterlijk, ofschoon volstrekt niet ongunstig”. Zij hebben zich echter bij de politie gelegitimeerd en hun papieren bleken in orde. Volgens een aanbeveling van een aartsbisschop zamelden zij geld in voor een Chaldeese kerk en een weeshuis in Koerdistan: “De eene heet Gabriël Benjamin, abbé-diaken, oud 31 jaar, de ander Darius Johannes, oud 19 jaar.” Een tweede bericht in het AH van 22 juni 1915 betreft dezelfde twee mannen in Amsterdam. Er wordt gemeld dat zij het opgehaalde geld verzenden naar een pastoor in Dordrecht: “Zij behoren tot de christelijke sekte der Nestorianen en zijn gekleed in geestelijk gewaad.” Over Darius Johannes werd niets meer gevonden. Gabriël Benjamin overlijdt bijna twee jaar later op Duin en Bosch.

Aquarel van de begraafplaats van Duin & Bosch in 1920 (W.K. de Hardt, collectie Het Dolhuys); rechts van de obelisk het graf van Gabriël Benjamin.
Aquarel van de begraafplaats van Duin & Bosch in 1920 (W.K. de Hardt, collectie Het Dolhuys); rechts van de obelisk het graf van Gabriël Benjamin.

Grafsteen

Het antwoord op de vraag naar de bijzondere plek van zijn graf is een veronderstelling. De begraafplaats kent een katholiek en algemeen deel, elk met drie klassen voor hoofdbeambten, overig personeel en verpleegden. Volgens het ‘Reglement Begrafenissen’ uit 1914 kon een overledene tegen bijbetaling worden begraven in een hogere klasse. Voor vijf gulden mocht een steen worden geplaatst in plaats van een houten kruisje. Op een aquarel uit 1920 staat op het graf een steen. Vermoedelijk is voor beide door iemand extra betaald. Voor een man met een verhaal, op een plek met een verhaal. Een plek om zuinig op te zijn!

Nieuwsblad van Castricum, Achtergrond, pg 15 door Peter van Eerden

Print Friendly, PDF & Email