Wie was Guurtje (Stuifbergen)?

Guurtje Stuifbergen voor haar winkeltje, Dorpsstraat 93, ca. 1980.
Guurtje Stuifbergen voor haar winkeltje, Dorpsstraat 93, ca. 1980.

Vrijwel op de plek van het afgebroken woonhuis Dorpsstraat 93 (nu staat er slechts een schutting) toont de kadasterkaart uit 1822 reeds een pand met kadasternummer 4. Het was toen in het bezit van schilder en glazenmaker Wouter de Bie, die woonde aan de Dorpsstraat nr. 87. Hij gebruikte het pand als opslag. Degene, die dit pand liet bouwen, was de in 1842 geboren Klaas Stuifbergen, een barbier. Hij was de zoon van Jan Stuifbergen, eveneens een barbier, bij wie we even stilstaan, want hij kan als de stamvader worden gezien van verschillende generaties Stuifbergen, die in Castricum, onder meer in de Dorpsstraat, het vak van kapper hebben uitgeoefend. Deze Jan Stuifbergen, geboren in 1804, was een van de eersten die met een familietraditie brak door geen boer of schelpenvisser te worden, maar zich in de Oosterbuurt vestigde als wat toen ‘baardscheerder’ werd genoemd. Uit zijn huwelijk met Maartje Steeneveld werden drie zoons geboren, waarvan twee er voor kozen om later het beroep van hun vader voort te zetten: de reeds genoemde Klaas Stuifbergen en Jan Stuifbergen junior, die vanaf 1904 een kapperszaak exploiteerde in een klein pand gelegen aan de Dorpsstraat nabij de Schoolstraat. Zijn zoon Lambertus Stuifbergen, die later bekendheid kreeg als ‘Kleine Bertus’ vestigde zich met een kapperszaak in de Dorpsstraat tegenover de r.-k. kerk.

Klaas Stuifbergen met zijn echtgenote Guurtje Zonneveld.
Klaas Stuifbergen met zijn echtgenote Guurtje Zonneveld.

We keren terug naar Klaas Stuifbergen. Hij huwde met Guurtje Zonneveld en zijn gezin ging 13 kinderen tellen. Toen hij zich in 1892 met zijn kapperszaak aan de Dorpsstraat vestigde, was hij reeds 50 jaar. Daarvoor woonde hij aan de Breedeweg, waar hij ook als kapper werkzaam was, mogelijk als opvolger van zijn vader.
In 1907 verkocht Klaas, hij was inmiddels 65 jaar, de kapperszaak aan zijn 37-jarige zoon Bertus, die als kapper de zaak in de Dorpsstraat ging voortzetten. Deze Bertus Stuifbergen kreeg bekendheid als ‘Grote Bertus’, een bijnaam die kennelijk verwarring met zijn hiervoor genoemde neef ‘Kleine Bertus’ moest voorkomen.
Grote Bertus was een markant figuur en er zullen wellicht nog oudere Castricummers zijn die door hem zijn geknipt en geschoren. Naast kapper was hij ook afslager bij veilingen, wat hij had te danken aan zijn luide en sonore stem, die geen versterking nodig had. Als zodanig trad hij jarenlang op bij de verschillende groenteveilingen in ons dorp. Wie daar meer van wil weten, verwijzen we naar het bekende boek van Q. de Ruijter ‘Schippers van het Stet’, waarin een heel hoofdstuk is gewijd aan de Grote, maar ook aan de Kleine Bertus.
Grote Bertus Stuifbergen was in 1910 in Castricum getrouwd met Grietje Lute. Het echtpaar kreeg twee kinderen, waarvan er een zeer jong overleed. Tot het gezin behoorde ook een pleegzoon, de uit Hongarije afkomstige Lajos Horvat, die van zijn pleegvader het kappersvak leerde. Na het overlijden van Bertus in 1936 heeft deze Lajos Horvat de kapperszaak nog een aantal jaren voortgezet, tot hij in 1946 na zijn huwelijk met Cornelia Schram in de Burgemeester Mooijstraat een eigen kapsalon begon.

(Grote) Bertus Stuifbergen  en Grietje Lute omstreeks 1915 met dochtertje Guurtje voor hun kapperszaak in het inmiddels gesloopte pand Dorpsstraat 93.
(Grote) Bertus Stuifbergen en Grietje Lute omstreeks 1915 met dochtertje Guurtje voor hun kapperszaak in het inmiddels gesloopte pand Dorpsstraat 93.

Het was in die tijd gebruikelijk dat kappers er nog een soort winkeltje op nahielden waar zij onder andere rookwaren verkochten. Dit bood, na het verdwijnen van de kapsalon, aan de in 1913 geboren dochter Guurtje Stuifbergen een goede gelegenheid om met deze verkoop door te gaan en van de voormalige kapsalon een soort kruidenierswinkeltje te maken. Zij ging hierbij niet over een nacht ijs en slaagde in oktober 1947 in Den Haag voor de examens ‘Vakbekwaamheid tabaksdetaillist en Algemene Handel’. Haar moeder, de weduwe Grietje Stuifbergen-Lute, die na de dood van Bertus in het pand was blijven wonen, bleef nog lange tijd haar huisgenoot.
Nog in 1955 werden als woonachtig op het adres Dorpsstraat 93 genoemd de weduwe Stuifbergen-Lute en dochter Guurtje. Het winkeltje van Guurtje schijnt in die jaren goed te hebben gefloreerd, zeker dankzij de schooljeugd, want zij verkocht ook snoep.
Grietje Stuifbergen-Lute overleed in januari 1957, bijna tachtig jaar oud. Dochter Guurtje bleef nog tot op hoge leeftijd actief in haar winkeltje. Tot in 1990 – zij was toen 77 jaar – wordt zij in overzichten van Castricumse middenstanders vermeld als ‘sigarenhandel G.G. Stuifbergen.’

Guurtje Stuifbergen achter de toonbank van haar winkel.
Guurtje Stuifbergen achter de toonbank van haar winkel.

Zij overleed in december 1992 zonder nabestaanden en vermaakte haar bezittingen aan de r.-k. kerk in Castricum, want ze wilde niet dat haar bezittingen in handen zouden vallen van personen, die zij om een of andere reden niet mocht. Maar de kerk verkocht haar bezittingen, zodat deze via een omweg toch nog in handen kwamen van degenen aan wie zij ze oorspronkelijk niet had willen verkopen. Volgens sommige Castricummers, die van de gang van zaken op de hoogte zijn, werd er rond haar erfenis ‘een spelletje gespeeld’. Haar huisje werd na haar overlijden nog korte tijd bewoond, maar kwam daarna leeg te staan.

Sigaren- en sigarettenzaak van Guurtje Stuifbergen.
Sigaren- en sigarettenzaak van Guurtje Stuifbergen.

De laatste eigenaar, kaashandelaar Dijkman, bezat ook het naastgelegen pand. In 1997 meldde een plaatselijke krant de sloop van het oude pandje ‘in pakweg één dag’ en merkte daarbij nog op: “Omdat het niet meer voldeed aan de huidige normen heeft de twee huizen verderop wonende A.F. Dijkman de gemeente in september gevraagd medewerking te verlenen aan een bouwplan dat voorziet in vervangende nieuwbouw op het perceel Dorpsstraat 93. De ingediende bouwaanvraag voor een woning met berging past – ook in de ogen van de welstandscommissie – qua vormgeving goed in het straatbeeld en sluit aan bij de belendende percelen.”
Maar van deze nieuwbouw is tot dusver niets terechtgekomen.

Wim Hespe

Bron: 31e Jaarboek – Stichting Werkgroep Oud-Castricum – 2008

 

Print Friendly, PDF & Email
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties