Schelpenvissen was geen vetpot

door Eric Bor

In de Tweede Wereldoorlog mocht er niemand op het strand komen. Ook de schelpenvissers niet en dat betekende meteen het einde van een lange traditie. Al in de Middeleeuwen waren er schelpenvissers. De methode is in al die jaren weinig veranderd: de schulper (schelpenvisser) trok een beugelnet achteruit door de branding, bewoog de beugel op en neer om het zand weg te spoelen en leegde de  beugel op zijn kar. De kar stond hoog op twee wielen om de branding te trotseren en had brede velgen om niet in het mulle zand weg te zakken. De kar werd door een paard getrokken. Het kostte het paard heel veel inspanning om de kar vanaf het strand de eerste duinenrij op te trekken. Daarom werden in de kar vaak kleinere hoeveelheden schelpen omhoog gebracht, die de schulper bovenop het duin even op een eigen plekje neergooide.

Vanaf het zuidelijke strand gingen de volle karren via de Oude Schulpweg langs de Brabantse Landbouw naar Kijk-Uit , vandaar over de Kramersweg, de Mient, de Bakkummerstraat en de Stetweg naar het Schulpstet. Vanaf het noordelijke strand gingen ze over het zandpad de Glopsweg (de latere Zeeweg) naar het Stet. De bestrating van de Zeeweg was een enorme verbetering voor de schelpenvissers. Op de dag van de officiële opening op 19 mei 1925 reden ongeveer 50 schelpenkarren en wagens als eerste over de pas geopende weg. Sindsdien werden de schelpen alleen nog via de Zeeweg naar het Schulpstet vervoerd.

Frans Zonneveld met zijn schelpenkar in 1930

Op het Stet had iedere schulper zijn eigen plek (zijn schulpstet). Er stond een witte paal met zijn naam en zijn volgnummer erop. Hij kreeg een vaste prijs voor zijn schelpen. In 1895 leverde een volle kar 75 cent op: een karig loon voor 4 uur werk! Voor de meeste schulpers was het schelpenvissen dan ook niet hun enige broodwinning. Vaak waren het boeren of tuinders die het erbij deden. De laatste schulper, Kees Lute, kreeg in de jaren voor de oorlog nog maar f. 2,40 voor een kar.

De schelpen gingen doorgaans per vlet naar de ovens in Alkmaar, Uitgeest, De Rijp en Zaandam, waar er kalk van gemaakt werd. Vanaf 1921 gingen ze ook naar Akersloot, waar 4 kalkovens gebouwd waren. Deze zijn nog tot 1976 in gebruik geweest en daarna steen voor steen afgebroken en in het Zuiderzeemuseum weer opgebouwd. In 1935 bouwde aannemer C. de Groot twee kalkovens op het Schulpstet. Deze zijn op last van de bezetter in 1943 gesloopt.

Bronnen

Tekst:
  • S.P.A. Zuurbier, Schelpenvisserij Jaarboek Oud-Castricum 21 1998 p.3-12

  • Foto’s:
  • Beeldbank Oud-Castricum

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    Print Friendly, PDF & Email
    0 Reacties
    Inline feedbacks
    Bekijk alle reacties