Castricum wordt een badplaats. Deel 6: 1932-1934

Vervolg van “Castricum wordt een badplaats. Deel 5: 1930-1932

door Eric Bor

Vakantieoord ‘De Eenheid’

Naast de jeugdherberg ‘Koningsbosch werd in 1932 kindervakantieoord ‘De Eenheid’ geopend. Dit vakantieoord is in de oorlog op last van de bezetter gesloopt. Ook de stichting ‘Amsterdamse Kolonieverpleging voor kinderen’ kreeg in 1930 een terrein langs de Herenweg in pacht om een koloniehuis te vestigen. Helaas kon deze stichting de bouwkosten niet opbrengen. De provincie vond de vereniging Katholieke Kinderuitzending in het Bisdom Haarlem eind 1933 bereid, het reeds grotendeels voltooide koloniehuis over te nemen. Het werd op 24 juli 1934 geopend en kreeg de naam van het oude koloniehuis in Egmond dat het verving: Sint-Antonius. Het koloniehuis was ingericht voor 90 kinderen, die meestal zes weken bleven.

Koloniehuis ‘Sint-Antonius’

Het lag in de bedoeling van de provincie, dat tegelijk met het Badhotel ook een garage voor auto’s en fietsen zou worden gebouwd. Met enige vertraging kwam de parkeergarage met aangebouwde beheerderswoning in 1933 gereed. Hij was gebouwd door aannemer Maarten Biesterbos uit Limmen, die het terrein in pacht had verkregen en zelf de exploitatie ter hand nam. In het gebouw was plaats voor veertig auto’s op de begane grond en in de kelder daaronder konden ongeveer 3000 fietsen worden gestald. Op de parkeerplaats naast de garage konden nog eens 200 auto’s staan.

De garage van Biesterbos

In 1933 kocht de provincie het noordelijke duinterrein tot aan de grens van Egmond (ongeveer 986 hectare) en het Geversduin (570 hectare), dit laatste mede met het oog op de waterwinning. Het voor publiek opengestelde duin kwam hiermee op zo’n 2500 hectare!

Schelpenvisser Cor Zonneveld met badgasten

In 1934 verkocht Thijs Olgers zijn busonderneming aan Jacobus Fontijn, directeur van ‘De Zeemeeuw’ uit Wormer. Met Chevrolet- en Opelbussen waarin 25 passagiers konden, verzorgde ‘De Zeemeeuw’ tot aan de Tweede Wereldoorlog het vervoer tussen het station en het strand. ’s Ochtends stonden er op mooie dagen vaak zes bussen gereed, die soms nog niet voldoende waren om alle strandgangers tegelijk mee te nemen. De provincie zorgde ervoor, dat de Zeeweg werd rechtgetrokken. In plaats van om het voorlaatste duin heen, zoals de voormalige Schulpweg van oudsher liep, ging de weg er nu recht overheen. Iedereen die naar het strand fietst, voelt deze klim in zijn benen 1.

Bussen van ‘De Zeemeeuw’

Bronnen:

  • Diverse kranten uit die tijd
  • Werkgroep Oud-Castricum

    Foto’s:
  • Beeldbank Werkgroep Oud-Castricum

  • Voetnoot
    1. Gelukkig bleef het wandelpad wel om het duin heen gaan, zodat wij er zo’n 25 jaar later buiten het seizoen met onze zeepkist vanaf konden racen, niet anders remmend dan door een scherpe bocht te maken op de zandvlakte onderaan de helling. Daarbij kwamen krachten vrij die ons karretje doorgaans een zijwaartse buiteling lieten maken en op den duur uit elkaar lieten vallen, hetgeen voor die dag vanzelfsprekend het einde van het vermaak betekende. Het herstellen van de kar was nooit een vervelende klus, want heel veel voorpret leverde al de gedachte straks opnieuw met duizelingwekkende vaart van de duinen te knallen.

    Print Friendly, PDF & Email

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *