Castricum wordt een badplaats. Deel 4: 1928-1930

Vervolg vanCastricum wordt een badplaats. Deel 3: 1926-1928

door Eric Bor

Het duinterrein was een grote trekpleister: in 1928 werden 23000 toegangskaarten verkocht, daarnaast werden er 2500 schoolkinderen en 230 begeleiders gratis toegelaten. Het is wel logisch dat het duin in trek was: het grootste deel van de 11.600 hectare duinterrein tussen Bergen en de grens van Zuid-Holland was nog privébezit. Slechts 1600 hectare was voor het publiek toegankelijk en daarvan lag 1000 hectare in Castricum en Bakkum.

De zeilboot met aan boord Willem Borst, Piet Schotvanger, Jan de Jong en Jan Kerkhoff

Dirk Schotvanger en Rinus Hofstee openden een fietsenstalling en het tweetal  Willem Borst en Piet Schotvanger kwam in 1928 niet langer met een strandtent op het strand, maar opende 400 meter verderop (in verband met de gemeenteverordening)  een badstrand waar men bewaakt in zee kon, annex strandstoelen- en tentenverhuur. Daarnaast boden zij de mogelijkheid, een tochtje met de zeilboot op zee te maken. Aanvankelijk fungeerde  Piet als badmeester, maar het tweetal nam al snel een badmeester Jonker uit Egmond in dienst, want Piet kon wel heel goed toeteren als mensen te ver in zee gingen, maar niet zwemmen.

Vanaf 15 juni 1929 kreeg de pachter van paviljoen Armeria, Thijs Olgers, vergunning voor een autobusdienst tussen het station en het strand voor een periode van drie jaar. De voorwaarden waren dat er minstens twee bussen moesten rijden van 20 à 24 personen en dat de dienst op 15 september eindigde. Thijs verzorgde het vervoer met twee grote bussen van het merk ‘Berliet’.

Een bus van Olgers

Een door Provinciale Staten ingestelde commissie kwam tot de conclusie dat het aanleggen van een boulevard op de voorste duinen en bebouwing langs de Zeeweg een te grote aantasting van het karakter van het duinterrein zou betekenen.  Provinciale Staten besloten de exploitatie van het strand en het strandplateau te verpachten. Er werd  een pachter gevonden in de persoon van J.W. Kockx, de directeur van de Maatschappij Zeebad Egmond, die in 1929 onze buurplaats een flinke opknapbeurt had gegeven. Kockx was ook de schrijver van het landelijk uitgegeven boekje ‘In welke badplaats zal ik mijn vacantie doorbrengen?’

Bronnen:

  • Diverse kranten uit die tijd
  • Werkgroep Oud-Castricum

    Foto’s:
  • Beeldbank Werkgroep Oud-Castricum
  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    Print Friendly, PDF & Email
    0 Reacties
    Inline feedbacks
    Bekijk alle reacties