Bruno van Castricum trok op tegen de West-Friezen

door Eric Bor

Het Biographisch Woordenboek der Nederlanden van A.J. van der Aa uit 1858 vermeldt Bruin van Castricum, een edelman die in 1168 met de Hollandse graaf Floris III optrok tegen de West-Friezen en na de overmoedige plundering van Schagen met een groep lotgenoten in een hinderlaag liep. Een verslag van deze strijd is te vinden in de Annalen van Egmond, het oudste handschrift waarin gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis zijn opgetekend. Hieronder volgt de vertaling van dit in het Latijn geschreven verslag.

‘In het jaar 1168 kwam Floris, de tiende graaf van Holland, in de winter met een zeer grote troep ridders en voetvolk naar de plaats Schoorl, die grenst aan de Friezen, en hij overlegde en beraadslaagde, hoe hij deze Friezen, die zich tegen hem verzetten, met een veldslag kon aanvallen. Gedurende de tijd die dit overleg duurde hebben zekere uitgelezen ridders, of standvastige, vermetele particulieren, die de aandrift van hun inborst niet konden beteugelen, ongewapend te paard – de graaf had het afgeraden – een vlugge uitval gedaan en de Friese plaats Schagen in brand gestoken.

De Friezen echter lagen in hinderlaag, en namen het verlies van hun huizen licht op, zolang zij tenminste hun vijanden konden insluiten en hun terugkeer konden verhinderen. En toen de vijanden, gericht op brandstichting en roof, vergaten wat achter hen lag en vooruit snelden alsof zij met een achtervolging bezig waren, op de dicht op elkaar gepakte vijanden; ongedeerd kwamen zij terug bij de graaf. Alle anderen met uitzondering van weinigen die gevangen genomen werden zijn gedood, en er is een enorm bloedbad aangericht onder de uitgelezen mannen.

Van hen sneuvelden de edele en goede ridders Simon van Antwerpen, een jongeman van onvergelijkbare schoonheid, Willem van Voorhout, Walraven van Haarlem, Gerard de Schenker, Floris Rust, Allard van Egmond, Bruno van Castricum, jonker Gerard van Monster, Everard van Noordwijk. De lichamen van de gesneuvelden, doorboord door allerlei wonden, zijn naar Egmond gebracht om begraven te worden, en boden monniken en leken, en vooral de graaf, een jammerlijk schouwspel […]. Dit bloedbad vond plaats op 22 januari, de dag van sint Vincentius, een maandag.’

Bronnen

Tekst:
  • Werkgroep Oud-Castricum,
  • Biographisch Woordenboek der Nederlanden, Annalen van Egmond, Archief IJpelaan

  • Foto’s:
  • Beeldbank Oud-Castricum
  • Beeldbank Regionaal Archief Dordrecht
  • West-Fries Genootschap
  • Rijksmuseum

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    Print Friendly, PDF & Email
    0 Reacties
    Inline feedbacks
    Bekijk alle reacties