Adellijk huwelijk in Castricum in het jaar 1000?

door Eric Bor

Siegfried van Holland en Thetburga van Staveren hebben elkaar in Kastrichem (Castricum) ontmoet en zijn daar in het jaar 1000 getrouwd. Siegfried was bovendien de eerste die Brederode genoemd werd. Dit schrijft Johannes a Leydis omstreeks 1486 in zijn kroniek De origine et Rebus gestis Dominorum de Brederode. Hoewel Siegfried en Thetburga echt bestaan hebben (hij leefde van 980 tot 1030, zij van 985 tot 1042 en beiden liggen begraven in de abdij van Egmond), wordt er sterk aan getwijfeld of wat er over hen verteld wordt in de genoemde kroniek klopt.

Kronenburg op een tekening van Roelant Roghman uit 1660

In het verhalende gedicht De lijfknaap van Castricum maakt de Alkmaarse dichter en schrijver Willem Hofdijk in 1850 zijn eigen versie van hun romance. Gozewijn, de oude vader van Thetburga, is hier de heer van het ‘hooge Huis van Castricum’ (Kronenburg):

Tekening van Kronenburg, in 1726 gemaakt door Jacobus Stellingwerf

Voor ’t hooge Huis te Castricum
Daar blaast een horen luid.
Heer Gozzo zat in de opperzaal,
En zag het boograam uit:

(Er staat een onwelkome gast voor de deur, die Thetburga als bruid eist, anders zal hij met geweld het huis innemen en Gozewijn verjagen. De lijfknaap springt voor zijn heer in de bres en grijpt zijn zwaard.)

Toen trokken zij de zwaarden uit,
Zich dekkend met het schild.
Daar werd een felle kamp gestreên,
Een tweekamp, fel en wild.

(De lijfknaap doodt de schurk en maakt zich bekend als Siegfried, de zoon van de graaf van Holland. Nu staat niets een huwelijk met Thetburga meer in de weg!)

De grijzaart zag zijn kind in ’t oog;
— „Wat, Tetta! dan gemard?…”
         (= waar wacht je op?)
En Jonker Zyvaert* sloot geroerd      * naam van Siegfried in dit gedicht
Zijn schoone bruid aan ’t hart.                                              

Fantasietekening van Kronenburg, in 1726 gemaakt door de vrouw van Jacobus Stellingwerf: Antonina Houbraken

De ruïne van slot Kronenburg was in de zeventiende en achttiende eeuw nog zichtbaar, daar zijn verschillende tekeningen van bewaard gebleven. Nu geeft alleen een verhoging in het veld nog aan, waar ooit het slot stond.

Bronnen

Tekst:
  • W.J. Hofdijk, Kennemerland (1850)

  • Foto’s:
  • Beeldbank Oud-Castricum
  • Archief IJpelaan

  • Klik hier om de ballade “De lijfknaap van Castricum” van W.J. Hofdijk in zijn geheel te lezen via Google Books.

    N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    Print Friendly, PDF & Email
    0 Reacties
    Inline feedbacks
    Bekijk alle reacties