Weenen, Wub van (Jaarboek 19 1996 pg 35-39)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over personen: Asjes, AlbertBakker, ThijsBoreel van Hogelanden, JacobDeelen, Derk vanDekker, DirkGevers, FritsGinhoven van, HuibertHageman, ArieHeeck, CorHeideman, HenkHeimans EliHoberg, JanHurk, Gesina van derJacobi, Jan Willem – Jacobs-Wentink, GrĂ© – Kieft, Pieter – Kortenoever, EldertKraakman, JacobKramer, MatthijsKrist, MeineLeenaers, HenriLommen, PietMooij, CorMooij, Geertje ten WoldeNuhout van der Veen, JoachimPeperkamp, CorPortegies, SijfQuack, Jan deRendorp, JacobRommel, AlbertSchotvanger, DirkStuyt, JanToepoel, LeoTulp, LideTwisk, EngelVeldt, KlaasVlaanderen-Boot, Tiny vanWeenen, Wub vanZaalberg, Hermanus


Jaarboek 19, pagina 35

Wie was … Wub van Weenen

Vooroorlogs amusement in Castricum en de grote en kleine man erachter

25 februari l890

… ‘t is snerpend koud. De straffe wind jaagt dikke natte sneeuwvlokken over de Kramersweg. Ze plakken tegen de huizen en de nog kale bomen en doen vandaag elke gedachte aan een naderend voorjaar verbleken. Jaap van Weenen trekt de voordeur van zijn cafĂ© op de hoek van de Dorpsstraat achter zich dicht en stevent al schuifelend – de kraag van zijn duffelse jas hoog opgetrokken – op het oude raadhuis af Hij heeft zich vandaag te kwijten van een gewichtige, maar vooral blijde boodschap. Vandaag immers schonk zijn vrouw Jannetje van Duijn het leven aan een zoon, hun eerste nog wel. Hij zou het iedereen willen toeroepen, maar weinig gehoor vinden. Met dit weer is de Dorpsstraat nog stiller dan gewoonlijk. De jonggeborene zal als Wilbrordus door het leven gaan, zo hadden ze het beslist …

De kleine Wilbrordus van Weenen – men zal hem al gauw Wub noemen en dat klinkt wel zo gezellig – groeit op als alle Castricummer kinderen en stapt blij en parmantig als hij daarvoor de leeftijd heeft, de oude school van meester Bussen binnen, waar meester Dekker en juffrouw Sluisken zich over hem zullen ontfermen en hem de eerste grote zaken van het leven zullen bijbrengen. Dat lukt nogal, want een moeilijke leerling is hij niet en hij wijkt niet af van de dorpsjeugd. Hij laat zich niet onbetuigd als de appels en peren in de diverse achtertuinen gaan kleuren en vragen geplukt te worden. Wub en zijn makkers weten er weg mee en de tuin van mijnheer pastoor wordt niet overgeslagen. Ach, zo gaat dat in zo’n dorp.

Vliegers en stoommachines

‘t Is op die oude school naast het gemeentehuis dat hij belangstelling krijgt voor allerlei technische zaken, vooral stoommachines. Hij is een meester in het maken van grote vliegers, die als kleurige ruiten en vierkanten hoog tegen de blauwe lucht staan. Hij is altijd te vinden voor grappen en grollen. Als de kranten melding maken van een verlichte ballonvaart van Engeland naar Duitsland, laat hij op de bewuste avond op een stukje weiland zijn vlieger opstijgen met een lampje eraan, zet het touw stevig vast en mengt zich onder de mensengroepjes, die het lichtje al ontdekt hebben en menen getuige te zijn van de aangekondigde ballonvaart. Wub is er op zijn manier ook zeker van en als het lichtje op een gegeven moment dooft, meent hij met iedereen, dat de ballon wel ergens zal zijn neergestort. In het donker haalt hij zijn vlieger binnen en gaat vlug naar huis waar hij smakelijk lachend van zijn ‘practical joke’ vertelt.

Wub van Weenen verlaat de school waar hij ‘met vrucht onderwijs heeft genoten’ en komt – kan het anders in dit agrarisch dorp? – in de tuinderij terecht. Niet van harte overigens, want het wroeten in de grond ligt hem niet zo erg, maar ja, een jongen moet toch wat, hè? Niet zo vreemd dat hij in zijn vrije tijd altijd te vinden is in de stoomzuivelfabriek ‘Holland’ waar hij bij de machinist voor zijn vragen een willig oor vindt en van alles en nog wat opsteekt. Hij krijgt er zelfs een baantje, maar dat is van korte duur, want zijn belangstelling voor het machinevak voert hem in 1906 – hij is dan l6 jaar – naar de hoofduitvoerder van de bouw van Duin en Bosch. Die heeft schik in de jongen en neemt hem in dienst.
Hij verwerft er een paar getuigschriften en mag in 1909 als de bouw voltooid is, in dienst blijven. Met een aanstelling als stoker zal hij er 42 jaar vol maken.

Optreden van Van Weenen's Revue in l924 op Duin en Bosch. Op de foto Wub van Weenen getooid met een krans gekregen van de patiënten.
Optreden van Van Weenen’s Revue in l924 op Duin en Bosch. Op de foto Wub van Weenen getooid met een krans gekregen van de patiĂ«nten.

Jaarboek 19, pagina 36

Een programma over een optreden in 1936 in De Rustende Jager.
Een programma over een optreden in 1936 in ‘De Rustende Jager’.

De bĂĽhne van Duin en Bosch

Het is in die jaren dat hij interesse krijgt voor voordracht en toneel; op 11 mei 1911 staat bij voor het eerst op het podium in de grote toneelzaal. In een blijspelletje ‘Schuiven gaan ze’ speelt hij Joost, de knecht van kastelein Grijpvogel. Hij geeft vervolgens een voordracht ‘Hannes aan de table d’ hĂ´te’ ten beste en is tenslotte een huisknecht in de klucht ‘Ieder het zijne’. Het is een lange avond waaraan ook nog een gemengd koor o.l. v. P. Kuijs meewerkt. Zijn optredens rijgen zich als een bont snoer aaneen en er is nauwelijks een ontspanningsavond in het ziekenbuis, waarbij hij niet is betrokken. Het lijvige boek van de vereniging D.I.U. (Door Inspanning Uitspanning) getuigt er in het Duin en Bosch-museum uitvoerig van.

In zijn vele nachtdiensten – lettend op het vuur onder de grote ketels – leert hij zijn rollen, stampt er zijn teksten in, zoals die uit Gustav’ Kadelburg’s blijspel ‘In Politiek’, waarin bij in oktober 1911 de figuur van de oppasser Frits mag vertolken. Hij treedt solistisch op in ‘Oom Janus in het Rijksmuseum’. In 1912 speelt hij kastelein Steekamp in het in die tijd veel gespeelde blijspel ‘De Kiesvereniging van Stellendijk’. Hij is goed voor allerlei rollen of voordrachten en gaat zich onderwijl bekwamen in het bespelen van een muziekinstrument, want naast toneel heeft ook muziek zijn hart gestolen. Als de ziekenhuisfanfare in 1916 haar eerste lustrum viert, zit hij achter de lessenaar als trombonist en als zodanig zal hij als trouw lid alle concourssuccessen van D.I.U. meemaken. Het corps zal het tot de op Ă©Ă©n na hoogste afdeling van de muziekbond brengen. Niet alleen in Duin en Bosch, maar ook bij alle mogelijke feestjes in het dorp geeft hij met zijn komische voordrachten acte de prĂ©sence en doet hij zijn gehoor vaak schateren van de lach, want het humoristische genre is zijn grote kracht.

Wub van Weenen en Marie Schermer.
Wub van Weenen en Marie Schermer.

“Hij was een vrolijke, blijde man, die altijd met plezier zijn werk deed en niet mopperde als hij in strenge winters de kolen voor de centrale uit de opslag buiten los moest hakken, Er was hem nooit iets te veel en hij stond voor iedereen klaar. Voor mijn broer Jaap, die in 1936 op zijn zestiende jaar helaas is overleden en voor mij was hij een fijne vader, die naast zijn hobby’s en besognes voor ons gezin op de bres stond en altijd wat leuks wist te verzinnen,” vertelt zijn dochter Alie Hagenaars – Van Weenen me en het komt uit de grond van haar hart als ik met haar praat over haar vader. “Vader had kennelijk weinig slaap nodig, want als hij ‘s morgens uit de nachtdienst kwam, ging hij dikwijls eerst nog naar zijn groentetuin. Die moest ook worden verzorgd en bijgehouden, dat hoorde er bij, vond hij. Het is erg jammer, dat er zo weinig toneelboekjes en programma’s zijn bewaard gebleven, want wat heeft die man in zijn tijd een rollen gespeeld en voorgedragen.”

Alle mogelijke types zette hij op de planken, niet alleen in Duin Bosch


Jaarboek 19, pagina 37

Het optreden van zijn 13-jarige dochter Atie van Weenen in de revue 'Elck wat wils'.
Het optreden van zijn 13-jarige dochter Atie van Weenen in de revue ‘Elck wat wils’.

maar ook later in zijn revues in de zaal van De Rustende Jager en in zaal Borst in Bakkum. Hij speelde een politieagent in ‘Papageno’ en had een hoofdrol in ‘Gebroeders Kalkoen’ en in ‘Janus Tulp’, allemaal komische publiekstrekkers uit vroeger tijd. Hij was altijd ergens mee bezig. Naast zijn rollen begon hij ook eigen teksten te maken, die hij ook vaak in de nachtdienst schreef, meestal op bekende melodieĂ«n. Daarmee voegde hij een nieuw facet toe aan zijn repertoire dat zou uitmonden in de vooroorlogse “Castricummer revues”, die jaarlijks aan de top stonden van het plaatselijke amusement.

Revues in het dorp

“Als kind, later als opgroeiend jong meisje heb ik er veel van mee beleefd, want in ons huis op de hoek Bakkummerstraat-Sifriedstraat – als vele huizen in de oorlog op last van de Duitse bezetters afgebroken – gebeurde van alles. Er werd altijd gerepeteerd en gezongen, er werden kostuums genaaid en die moeilijk zelf te maken waren, werden bij de firma SernĂ© in Amsterdam gehuurd. Ja, pa wilde altijd dat het niet alleen leuk was om naar te luisteren, maar ook om naar te kijken.” Zij herinnert zich nog vaag de eerste revue ‘En U?’ uit de late twintiger jaren. Zij laat de programma’s van de revues ‘Reclame’ en ‘Simmie Harlie Lea’ zien. Wub van Weenen tekende voor de regie en voor veel van de teksten. Daarnaast was hij ‘compère’, zoals men de conferencier in die tijd noemde, naast de tegenhanger bij de dames ‘commère’.

In navolging van de grote steden, met name Amsterdam, waar soms twee revues tegelijk in de theaters stonden en Johan Buziau en Siem Nieuwenhuizen, Louis-, Rika- en Henriette Davids, Lou Bandy en meer van die coryfeeĂ«n triomfen vierden, bleef men in de provincie niet achter en in tal van plaatsen werd door amateurs ook revue gespeeld. Jubilea van sportclubs, organisaties en bedrijven vormden meestal een gerede aanleiding om iets van dien aard in de vorm van een dorpsrevue op de planken te zetten en de bevolking genoot ervan. De revues van Wub van Weenen waren voor Castricum, Bakkum en omgeving wat nieuws en trokken volle zalen, ook in de tijd dat er van kerkelijke zijde nogal wat bedenkingen waren bij het gemengd optreden van dames en heren. Dat was in de twintiger jaren ‘not done’ in de gemeente.

De enthousiaste medewerkers van de Van Weenen’s revues legden dat naast zich neer en speelden en zongen in de plaatselijke toneelzalen, die alle bezwaren ten spijt voller liepen dan ze toeschouwers konden bevatten. Inmiddels kreeg de jonge groep de naam ‘Noord-Holland’s Revue Gezelschap te Castricum’ en bezong op allerlei manieren plaatselijke bewoners of zaken en toestanden. Ze werden gewoon eens even onder de loep genomen en goedmoedig bekritiseerd op een wijze, waaraan niemand zich kon storen. In die dertiger jaren, toen het toerisme onze dorpen begon te ontdekken, werd Castricum in de revues ‘gepusht’, getuige het refrein van het liedje ‘Mooi Castricum’:

Gaat allen mee, gaat allen mee,
Naar het schone plekje aan de zee
Grijpt wat natuur u allen biedt
Kom met je jeugd, je lach, je lied
Kom naar mooi Castricum en geniet.

Uit de dertiger jaren herinnert Alie van Weenen zich de revue ‘Wat zeg je er nou van?’ waarin – meent ze – Betsy Rommel, Piet Vader en Dirk Berlee naast haar vader optraden. En natuurlijk


Jaarboek 19, pagina 38

weet ze nog heel veel van de laatste revue voor de oorlog ‘Elck wat wils’, waarin zij als dertienjarig meisje in l936 ‘On the Good Ship Lollypop’ zong, het liedje waarmee het kind-filmsterretje Shirly Temple in de gelijknamige film optrad. Vader Wub had daarop uiteraard een Nederlandse tekst gemaakt.
De onmisbare muzikale begeleiding bij de revue was in de vertrouwde handen van Nico Witbaard en Nico Brandjes, de plaatselijke pianisten en werd soms uitgevoerd door een bescheiden muziekgroepje.

De nu 87-jarige Maria Hourik – Schermer woont met haar man in een bejaardenwoning in de schaduw van de Santmark en trad in haar jonge jaren vaak op met Wub van Weenen en zong solo in zijn revues, of samen met hem duetten, waarvan zij van sommige de tekst moeiteloos opzegt.
Ze weet nog te vertellen van optredens in Het Gulden Vlies in Alkmaar en in Halfweg. “Daar hadden we minder succes dan in Castricum en Bakkum, orndat veel teksten in de revue echt op die dorpen betrekking hadden. Mijn zuster Annie speelde ook mee. Plankenkoorts hadden we niet, heb ik trouwens nu nog niet, want nog niet zo lang geleden heb ik in het ‘grote huis’ nog op de planken gestaan voor de bewoners, maar mijn stem is toch niet rneer wat hij was”, moet ze lachend bekennen.
Wat was nou het entreegeld bij die revues? “Ik geloof dat het een gulden was of drie kwartjes misschien, ik weet dat niet zo goed meer, maar succes hadden we wel. Natuurlijk kon Wub niet alles alleen doen. Hij had grote steun aan Henk van Amersfoort, die de organisatie in handen had en de decors en requisieten maakte. Ja, het was een mooie tijd, maar die komt niet meer terug”, besluit ze zuchtend.

Als Sinterklaas op bezoek bij burgemeester Lommen. In de deuropening mevr. Lommen en mevr. Leenaers met kinderen.
Als Sinterklaas op bezoek bij burgemeester Lommen. In de deuropening mevr. Lommen en mevr. Leenaers met kinderen.

Sinterklaas

“Wub van Weenen, o die heb ik goed gekend, wel niet in zijn revues, want daarvoor was ik toen nog te jong, denk ik. Nee, ik herinner me hem uit mijn kindertijd in de rol die hij elk jaar begin december speelde, meer dan veertig jaar lang. Dan kwam hij op Duin en Bosch voor de bewoners en de kinderen van het personeel en dat was feest geblazen”, weet Koos Joosse-Hellinga.
Zij zou zelf vele jaren later met haar vriendin Loes van Keeken veel succes oogsten met hun ‘Two Women Shows’, aanvankelijk nog voor de afdeling Castricum van de Ned.Ver. van Huisvrouwen, maar al gauw voor andere vrouwenclubs overal in den lande van Noord tot Zuid. “We hebben samen vijftien shows geschreven en opgevoerd.”
“Ja als pa zich eind november – begin december en dat elk jaar weer in het bisschoppelijk habijt stak, dan was hij weer de goede kindervriend uit Spanje. Die rol, misschien wel de mooiste van zijn leven, speelde hij niet, nee hij wás Sint Nicolaas. De revueman kroop dan in een heel andere huid. Hij nam die rol uiterst serieus en overtuigend kwam hij over bij de duizenden kindertjes, die hun handjes in zijn grote vuist legden en die hij toesprak in die dagen onder het toeziend oog van Dirk Visser van de wasserij van Duin en Bosch als zwarte Piet. Ach, we zagen pa nauwelijks in die tijd, hij had het er druk mee, want naast zijn optreden in de gemeente, zat hij ‘s middags of ‘s avonds als Sinterklaas in de achterkamer van de sigarenwinkel van zijn grote vriend Piet Vader in de Burg. Mooijstraat”, aldus zijn dochter.

Sinterklaas op bezoek in de Finse School; links meester Bodewes en rechts burgemeester Smeets. Dit was Wub's laatste optreden als Sinterklaas.
Sinterklaas op bezoek in de Finse School; links meester Bodewes en rechts burgemeester Smeets. Dit was Wub’s laatste optreden als Sinterklaas.

Jaarboek 19, pagina 39

Met de fanfare op het strand onder leiding van Wub van Weenen.
Met de fanfare op het strand onder leiding van Wub van Weenen.

De fanfare

In 1934 – Duin en Bosch bestaat dan 25 jaar – is Wub van Weenen Ă©Ă©n van de centrale figuren in de feestorganisatie. Hij schrijft uiteraard een feestrevue, die een aantal malen voor bewoners en personeel met huisgenoten wordt opgevoerd. Daarnaast bespeelt hij natuurlijk zijn trombone in D.I.U., wat ook de nodige luister bijzet aan het feest en hij vindt dan ook nog tijd voor zijn rol als welbespraakt en wervend ‘boniseur’ (red: iemand die het rad uitlegt) bij het rad van avontuur op de kermis op de ‘Paardenwei’. Als de fanfare in januari 1936 haar zilveren jubileum viert met een grandioze feestavond in ‘De Rustende Jager’, is hij voor de pauze trombonist in het ere-concert en daarna het middelpunt van een vrolijk programma door ‘Van Weenen’s Revue- en Cabaretgezelscbap’, waarin zijn dochter Alie van dertien debuteert, ik schreef er al over. “Ja, de fanfare was een stuk van zijn leven. Ik weet nog hoe we als kinderen lagen te luisteren op het hoge duin aan de Sifriedstraat als ze repeteerden op de zolder van de timmerwerkplaats.”
De oorlog luidde helaas de teloorgang van D.I.U. in. Vertrek en bedanken van oudere leden en geen instroom van nieuwe jonge leden, zouden tenslotte leiden tot opheffing van de voortreffelijke fanfare, die nog een paar jaar het hoofd boven water wist te houden in de vorm van boerenkapel ‘De Roggebouwers’ met als conferencier Wub van Weenen als boer Gert.

“In 1939 kwam de laatste revue ‘Elck wat wils’ in zaal Borst over het voetlicht voor de hier gelegerde militairen. Toen was het ook fini, echt afgelopen, want na de oorlog keerde de revue niet meer terug. Veel vroegere medewerkers waren er niet meer en het leek of er bij pa de fut ook uit was wat de revue betrof”, zegt zijn dochter, “Maar Sinterklaas bleef hij nog heel wat jaren”. Naast zijn diensten bewezen aan de lichte muze, was hij ook jarenlang bestuurslid van de V.V.V. ‘Castricum vooruit’ en de Strandcommissie.

Wub van Weenen op oudere leeftijd.
Wub van Weenen op oudere leeftijd.

Op 87-jarige leeftijd overleden

Nadat in 1963 zijn vrouw Jansje Stet hem na een slepende ziekte was ontvallen, vond hij een tweede huis, aanvankelijk naast, later toen hij in minder goede doen kwam door zijn ziekte, in het huis van zijn dochter Alie en haar man in de Burg. Boreelstraat, waar hij met alle zorg en warmte omringd werd.

Op 22 juni l977 overleed Wub van Weenen, 87 jaar oud, bij zijn leven nog begiftigd met de orde van de ‘Luie Bul’ van de Carnavalsvereniging ‘de Windtrappers’, de man achter het vooroorlogs amusement in Castricum, de man aan wiens overlijden zuster Bots in het Nieuwsblad voor Castricum een ‘in memoriam’ wijdde, waaruit het volgende:

Aan mijn vriend Wub van Weenen:

Humorist in hart en nieren
Koning van de leut en gein
Onverwoestbaar, niet te temmen
Bracht je vreugd bij groot en klein
Gaf je troost, wist je op te beuren
Stond je klaar steeds zonder treuren.

Jaap Glastra

Bronvermelding

Museum ‘Het Oude Huijs’, Duin en Bosch
Mevr. A. Hagenaars- Van Weenen
Mevr. M. Hourik-Schermer
Mevr. J. Joosse-Hellinga

Print Friendly, PDF & Email