Tante Sientje (Jaarboek 3 1980 pg 24-26)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over WO1: eerste Wereldoorlog
Verschenen artikelen over WO2:¬†Castricum in oorlogstijd¬†–¬†Dagboek kapelaans¬†– De dood van Arie Hageman –¬†Duin en Bosch, evacuatie¬†–¬†Duinkant, een verdwenen dorpje¬†– Oorlogsherinneringen Nardus Bos –¬†Oorlogsverhaal Tiny van Vlaanderen-Boot¬†–¬†verzetsstrijders¬†–¬†Leenaers, dokter¬†–¬†tante Sientje

Verschenen artikelen over personen: Asjes, AlbertBakker, ThijsBoreel van Hogelanden, JacobDeelen, Derk vanDekker, DirkGevers, FritsGinhoven van, HuibertHageman, ArieHeeck, CorHeideman, HenkHeimans EliHoberg, JanHurk, Gesina van derJacobi, Jan Willem РJacobs-Wentink, Gré РKieft, Pieter РKortenoever, EldertKraakman, JacobKramer, MatthijsKrist, MeineLeenaers, HenriLommen, PietMooij, CorMooij, Geertje ten WoldeNuhout van der Veen, JoachimPeperkamp, CorPortegies, SijfQuack, Jan deRendorp, JacobRommel, AlbertSchotvanger, DirkStuyt, JanToepoel, LeoTulp, LideTwisk, EngelVeldt, KlaasVlaanderen-Boot, Tiny vanWeenen, Wub vanZaalberg, Hermanus


Jaarboek 3, pagina 24

Wie was … Tante Sientje

Het verzet in de 2e Wereldoorlog in Castricum

Deze bijdrage is een hommage aan de Castricumse verzetstrijders in de 2e wereldoorlog van 1940 – 1945, waarvoor wij Tante Sientje uitgekozen hebben als een van hen. Zij vormde als eenvoudige vrouw een van de onmisbare schakels in het net van de verzetsorganisaties.

Tante Sientje

Gesina van der Hurk werd op 1 nov. 1888 te Oudorp geboren als de dochter van Anthonius van der Hurk en Maria Zut. Op 22 maart 1911 vestigde zij zich als dienstbode te Alkmaar bij de heer J.J. Swets, administrateur wonend op het Luttik Oudorp.

Tante Sientje op ca. 75-jarige leeftijd.
afb. 1 Tante Sientje op ca. 75-jarige leeftijd.

Op 34 jarige leeftijd vertrok zij naar Castricum en trouwde op 23 april 1923 met Adrianus Veldt, geboren te Castricum op 28 juli 1892 als zoon van Klaas Veldt en Maartje Bakker. Zij woonden in een onopvallende tuinderswoning aan de Kooiweg. Haar man verdiende de kost als los werkman bij tuinders en boeren en reed ook een boodschappendienst met paard en wagen op Alkmaar. Op 10 nov. 1939 kwam haar man Adrianus Veldt reeds te overlijden. Uit hun huwelijk was op 12 okt. 1924 een zoon Nicolaas Cornelis Antonius geboren.
Tante Sientje is nooit hertrouwd; zij verdiende onder andere de kost als kraamverzorgster en stond bekend als een hardwerkende vrouw, die altijd klaar stond om iedereen te helpen.

Het begin van het verzet

Direct na de inval door de Duitsers op 10 mei 1940 met de daarop volgende bezetting en maatregelen kwam een klein deel van de Nederlandse bevolking in verzet.
Ook Castricum kende enkele verzetsmensen van het eerste uur, die zich geleidelijk in een georganiseerde ondergrondse verzetsbeweging verenigden.
Contacten tussen de verschillende verzetsgroepen in Noord Holland en ook daarbuiten moesten gelegd en onderhouden worden.
Door de Duitsers werd dit uiterst moeilijk en gevaarlijk gemaakt.
Zij voerden al snel controles uit op mensen, die onderweg waren, waarbij een systeem van persoonsbewijzen “ausweisen” ingevoerd werd.
Slechts degenen, die beroepsmatig over speciale pasjes beschikten, konden zich zonder argwaan te wekken vrijelijk op reis begeven. Deze mensen waren dan ook voor de onderlinge contacten nodig en ook voor het onderbrengen van de mensen, die zich voor de vijand schuil hielden: de onderduikers.

Castricum en Bakkum “sperrgebiet”

Van de grote gevechtshandelingen is Castricum bespaard gebleven, maar van de bezetting heeft de bevolking wel degelijk te lijden gehad.
De Duitsers verwachtten een gealli√ęerde invasie op de Hollandse kust.
Grote aantallen bunkers, tankmuren en wegversperringen van zwaar gewapend beton werden gebouwd en ook tankgrachten werden gegraven, waarmee een gigantische verdedigingswal werd opgeworpen.
Kanonnen stonden o.a. opgesteld op het hoge duin bij de Sifriedstraat. Enorme radartorens o.a. de “Grosse Elephant” van 90 meter hoogte werden langs de kust gebouwd. Castricum was een complete vesting geworden. Soldaten en officieren en ook werklieden voor de bouwwerken moesten ingekwartierd worden. Zeker zo’n 1000 Duitsers en in een later stadium nog eens 1500 man verbleven in onze gemeente. Woningen en grote gebouwen, zoals Duinenbosch en koloniehuizen, werden gevorderd en ontruimd.
Maar ook veel huizen en boerderijen moesten afgebroken worden, aangezien deze in het schootsveld van de kanonnen stonden. In het duingebied en op het strand werden duizenden landmijnen gelegd.


Jaarboek 3, pagina 25

Rechts Tante Sientje in de deuropening van haar huisje.
afb. 2 Rechts Tante Sientje in de deuropening van haar huisje.

Zo verdween een complete woonwijk tussen de Beverwijkerstraatweg, de Papenberg en de Kramersweg.
Door de sloop en de vordering van woningen kon een groot deel van de Castricumse bevolking natuurlijk niet in ons dorp blijven. In de jaren 1942 en 1943 werden vele duizenden gedwongen ge√ęvacueerd naar o.a. plaatsen in Groningen, de Zaanstreek en ook in Limmen werden mensen ondergebracht. De duinkant van ons dorp werd vrijwel geheel ontruimd, alleen zij die er werkten, mochten er blijven wonen; dit gebied mocht bovendien slechts bezocht worden door mensen met speciale pasjes.

Deportatie mannelijke bevolking

Door de Duitsers werd de mannelijke bevolking tussen de 18 en 35 jaar gevorderd om in Duitsland werk te verrichten. Men moest zich in Amsterdam naar het Centraal Station begeven, waarna het de bedoeling was om in de trein naar Duitsland te stappen.
Aangezien in Amsterdam niet gecontroleerd werd of men wel in de trein stapte, was het mogelijk om vandaar te vluchten. Enkele Castricummers hadden een vluchtplan bedacht, waarbij sommige mannen op het perron van het CS. opgepikt werden om naar een onderduikadres gebracht te worden.
Onze plaatsgenoot Dorus Veldt had met zijn zonen een vrachtvervoersbedrijfje en hadden van de bezetter vergunning om in de oorlogsjaren vrachten te blijven vervoeren. Zodoende waren zij in staat om door middel van dit vrachtvervoer legaal in Amsterdam te komen.
De vrachtauto werd ergens in de buurt van het station achtergelaten, die volgeladen was met groentekisten, waarbij in het midden van de lading een ruimte was opengelaten.
De Castricumse mannen en voor zo ver er ruimte was ook wel anderen, werden op het perron opgepikt en konden met van te voren aangeschafte perronkaartjes het station een voor een verlaten.
Door het weghalen van enkele kisten op de auto kon men in de lege ruimte kruipen.
Men kon uiteraard niet naar huis terugkeren, zodoende was eerst voor onderduikadressen gezorgd. Deze adressen werden
meestal in de kop van Noord Holland: “de Noord” gevonden, waar men redelijk veilig was. Het vluchten lukte niet altijd en kon ook niet altijd, vandaar dat regelmatig Castricumse mannen in Duitsland terechtkwamen. Zo vermeldt een dagboek uit de oorlogsjaren op 11 juli 1943: “Er zijn al 70 Castricumse jongemannen in Duitsland”.
Om de ondergedoken mannen op te sporen werden ook regelmatig razzia’s gehouden, waarbij het dorp werd afgegrendeld en de huizen stuk voor stuk systematisch werden onderzocht.

Het huisje van Tante Sientje

Vaak konden de onderduikers niet gelijk naar “de Noord” overgebracht worden, dan moest voor een tijdelijk onderdak gezorgd worden.
Dat moest een onopvallende wat afgelegen woning zijn. Dat van Tante Sientje voldeed aan deze voorwaarden. In haar eenvoudige arbeidershuisje aan de toen nog landelijke, inmiddels verdwenen Kooiweg was het veilig.
Degenen, die aanklopten, vonden de deur op slot, zodat onderduikers even de tijd kregen om zich te verbergen Insiders wisten de sleutel wel in de lage dakgoot te vinden. Verschillende onderduikers hebben een of meerdere nachten in haar huisje doorgebracht, voordat men verstopt in de vrachtauto van Veldt overgebracht kon worden naar het definitieve adres ergens in de kop van Noord Holland.

Voedselzorgen

De ontvangst bij Tante Sientje was altijd hartelijk en de verzorging was goed. Voor de onderduikers was voedsel nodig. Gelukkig waren er betrouwbare buren op een boerderij, die zonder navraag te doen toch wel opvallende hoeveelheden melk gaven, die dagelijks afgehaald werden.
Door de bezetter werd in verband met de voedselschaarste een bonnensysteem ingevoerd. Aangezien deze niet aan de duizenden onderduikers verstrekt werden, moesten deze “verzorgd” worden. Door overvallen van knokploegen van de ondergrond- se werden uiterst riskante invallen gedaan op distributiekantoren en gemeentehuizen om deze bonnen te veroveren


Jaarboek 3, pagina 26

Het huisje aan de Kooiweg.
Afb. 3 Het huisje aan de Kooiweg.

Nieuwsverspreiding

Op bevel van de bezetter moesten op een gegeven moment alle radio’s ingeleverd worden om te voorkomen, dat men naar de Engelse BBC zender “Radio Oranje” zou luisteren.
Vele radio’s werden niet ingeleverd en in schuilplaatsen bewaard, zodat men in het geheim kon luisteren om zodoende op de hoogte te blijven van de oorlogstoestand.
Om dit nieuws te verspreiden, ontstonden overal illegale krantjes. Vervaardigd op stencil verscheen in Castricum zo het blaadje “Strijd”.
De stencil- en de typemachine kregen bij Tante Sientje onderdak. Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden was het op een gegeven moment te verwachten, dat een inval in haar huisje gedaan zou worden. De belastende apparatuur verdween in grote haast tussen de bessenbomen. De inval ging gelukkig niet door.
De “Strijd” moest natuurlijk ook rondgebracht worden, hetgeen uiterst omzichtig moest geschieden.
Ook hieraan verleende Tante Sientje haar medewerking door met een tas met krantjes ter kerke te gaan. Een oplettende toeschouwer zou geconstateerd kunnen hebben, dat zij met een andere tas de kerk na de mis verliet.

Wat ongewoon vervoer

Vrij lange tijd was er een jong stel in haar huis ondergedoken, waarvan de vrouw in verwachting was. Voor de bevalling moest zij naar het ziekenhuis te Alkmaar. Om te voorkomen, dat de Duitsers achter haar ware identiteit zouden komen, werd zij als oud vrouwtje vermomd achterop de fiets naar Limmen gebracht. Zij werd hier langs de daar aanwezige wachtpost geloodst en verderop afgeleverd bij de dokter, die haar met zijn auto naar Alkmaar bracht.
Een enkele keer kwam het ook voor, dat een onderduiker binnen het dorp overgeplaatst moest worden. Een jong meisje werd dan gevraagd om als tijdelijke geliefde voor een voor haar wildvreemde man te fungeren om hem ongemerkt naar Sientjes huisje te brengen.

De laatste loodjes

Duizenden Castricummers werden in de loop der oorlogsjaren ge√ęvacueerd, ook T ante Sientje kreeg het bevel om te verdwijnen en zij kwam in Limmen terecht.
Geleidelijk werd de toestand grimmiger. Vooral na 5 september
1944 “Dolle Dinsdag” leek de toestand nog onheilspellender te worden.
In het reeds vermelde dagboek uit de oorlogsjaren wordt deze episode in de geschiedenis van onze plaatselijke bevolking doorspekt met geruchten over het wereldgebeuren op vaak beklemmende wijze beschreven.
Als represaille voor sabotagedaden op o.a. spoorlijnen, maar ook voor eenvoudige vergrijpen werden willekeurige Nederlanders gefusilleerd. Huizen werden in brand gestoken.
Op 9 oktober 1944 kregen na bomaanslagen op de rails 3 Castricumse gezinnen ‘s- middags 1 kwartier de tijd om hun huizen te verlaten, waarna de boel in vlammen opging. Diezelfde dag ging om 5 uur in de vroege ochtend de boerderij van Groen in de Oosterbuurt in vlammen op.
De winter van 1944/45 staat bovendien bekend als de lange beruchte hongerwinter, waarbij vooral mensen in de grote Hollandse steden de hongerdood stierven.
Ook in Castricum vielen slachtoffers.
Op 5 mei kwam aan de oorlog offici√ęel een einde, waarna ook spoedig de eerste Engelse voedselpakketten gedropt werden, om de uitgehongerde bevolking in het westen te redden.
Na de bevrijding werd de “ondergrondse” weer bovengrondse door de benoeming van een commissie van advies, bestaande uit de gebundelde illegaliteit voortgekomen heren H.J. van Nievelt, J.J. Rozing, C.J. van der Kaay, J.C. Blom en Tj. van Eik. Ondanks hun gevaarlijke werk hadden zij en vele anderen de oorlog overleefd.
Tante Sientje en allen, die aan het verzet hadden deelgenomen, vonden zichzelf geen helden: “We deden eenvoudig, wat gedaan moest worden”.
Ook Tante Sientje heeft de oorlogsjaren ruimschoots overleefd. Zij stierf op 85- jarige leeftijd op 18 februari 1974 in het bejaardenhuis De Cameren te Limmen.

F. Baars
mevr. E.A. Steeman – Borst

Print Friendly, PDF & Email