Koninklijk Landgoed Bakkum deel 2 (Jaarboek 39 2016 pg 17-22)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over Bakkum:
Bakkum, de Heerlijkheid en zijn ambachtsheren – Bakkum, einde gemeenteBakkum in de 18e eeuwBakkum omstreeks 1830Bakkum na 1930, de huizen en hun bewonersBakkum, vijftig jaar kerkBewoningsgeschiedenis Bakkum NoordBoenstraatje te BakkumCafĂ©s en kasteleins in BakkumKampeerterrein BakkumKermis in BakkumKlompenbuurt in BakkumKoninklijk Landgoed Bakkum (deel 1)Koninklijk Landgoed Bakkum (deel 2)Ongevallen in Bakkum


Jaarboek 39, pagina 17

Koninklijk Landgoed Bakkum (deel 2)

Het aanzien van het duingebied is het resultaat van natuurlijke processen en menselijk handelen. Er werd gejaagd, er vond akkerbouw plaats, vee graasde in de duinen en er werd zand afgegraven. Voor dit alles was toestemming nodig van de duineigenaar, veelal van adel of een rijk geworden koopman.
In 1829 kocht koning Willem I het duingebied achter Bakkum aan voor ontginningsdoeleinden. Vooral in die periode is het menselijke ingrijpen in het duinmilieu groot geweest. Na koning Willem I was landgoed Bakkum nog twee generaties lang koninklijk bezit.

Prins Frederik der Nederlanden (1797-1881).ï»ż
Prins Frederik der Nederlanden (1797-1881).

Prins Frederik der Nederlanden (1797-1881)

Na het overlijden van koning Willem I in 1843 te Berlijn is bij de verdeling van de nalatenschap de Bakkumse bezitting eigendom geworden van zijn tweede kind prins Willem Frederik Karel. Deze prins Frederik werd in 1797 in Berlijn geboren. Tijdens zijn leven bekleedde hij meerdere militaire functies. Zo nam hij ook deel aan het beleg van Brussel in 1830. In 1825 trouwde hij met zijn nicht Louise van Pruisen. Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren, waarvan zijn twee zonen jong zijn overleden. In 1840 trok hij zich terug uit het openbare leven en ging op zijn landgoed De Paauw in Wassenaar wonen. Hij heeft daar tot aan zijn dood in 1881 gewoond. Prins Frederik bezat behalve landgoed De Paauw nog veel meer buitenplaatsen. Zo bemachtigde hij in die tijd ook de Drie Papegaaien, Ter Horst, Groot Haesebroek, Backershagen, de Hertekamp, Raaphorst en Eikenhorst.

Voorzijde van het in classicistische stijl gebouwde landhuis De Paauw. Na de aankoop door de gemeente Wassenaar in 1925 is het landhuis in gebruik als raadhuis.
Voorzijde van het in classicistische stijl gebouwde landhuis De Paauw. Na de aankoop door de gemeente Wassenaar in 1925 is het landhuis in gebruik als raadhuis.

Het vervolg

Over 1843 en de verdere eigendomsperiode van prins Frederik zijn niet zulke uitvoerige gegevens over het landbouwbedrijf op landgoed Bakkum bekend als daarvoor. De schaarse gegevens die wel beschikbaar zijn, zijn van belang omdat daarmee de voorspelling waaraan Gevers zich in zijn bekroonde verhandeling had gewaagd, globaal is te toetsen. Volgens Gevers waren de duinbezittingen tot rentegevende bezittingen te maken. Geconcludeerd kan worden dat de Bakkumse onderneming boven de koopsom van rond 23.000 gulden en gedurende de jaren 1829-1849 een investering van 100.000 gulden, vijftig jaar na het ontginningsavontuur als de hoogste netto-opbrengst 3.000 gulden opleverde. Dat is gerekend over het gehele areaal van rond 1000 hectare gemiddeld 3 gulden per hectare.
Over de resultaten van de exploitatie van het aangrenzende duinterrein van Gevers zijn ook geen reeksen gegevens over een langere periode bekend. Ook Gevers zal hier nauwelijks voor zijn energie en durf beloond zijn geworden met rentabiliteit van zijn bezitting. Gevers is in zijn duinterrein niet overgegaan tot stichten van nieuwe landbouwbedrijven met gebouwen. De uit omstreeks 1770 daterende boerderij De Brabantse Landbouw is in het Geversduin dan ook de enige gebleven. Ook heeft Gevers de schapenhouderij op het grondgebied van de koning


Jaarboek 39, pagina 18

bevorderd. Uit een brief aan Van Lennep blijkt dat Gevers ten noorden van de boerderij in 1852 wel een nieuwe schaapskooi heeft laten bouwen. Aan de veeverkopingen op Johanna’s Hof werd ook met vee uit het Geversduin deelgenomen en de houtverkopingen werden eveneens gezamenlijk gehouden. Omdat de ontwatering en aanleg van duinwegen op elkaar waren afgestemd, kan gesproken worden van Ă©Ă©n groot exploitatieplan van de valleien in een aaneengesloten duingebied van rond 1700 hectare groot. Het is daarmee het grootste ontginningsexperiment dat ooit in de duinen is ondernomen. De duinontginningen onder Bakkum en Castricum hebben nog een voortzetting gehad tot in het zuiden van het duingebied van Egmond, op de gronden nabij de nu nog bestaande duinboerderij Berwout. Schapenhouderij en akkerbouw leverden hier eens een bestaan op. Echt florerend zijn de duinboerderijen nooit geweest.

Prinses Marie von Wied en haar echtgenoot, geportretteerd in 1896 (Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie).
Prinses Marie von Wied en haar echtgenoot, geportretteerd in 1896 (Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie).

Marie, prinses Von Wied, Prinses der Nederlanden (1841-1910)

Na het overlijden van prins Frederik in 1881 ging het totale Bakkumse bezit naar zijn dochter, prinses Marie von Wied. Prinses Marie (Wilhelmina Frederika Anna Elisabeth Maria), geboren op 5 juli 1841 in Huize De Paauw te Wassenaar, was de tweede en jongste dochter van prins Frederik en zijn vrouw prinses Louise van Pruisen. Haar ouders hoopten haar uit te huwelijken aan de prins van Wales, de latere Britse koning Eduard VII. Maar die verbintenis ging niet door. Op 30-jarige leeftijd huwde prinses Marie in 1871 met prins Wilhelm Adolph Maximilian Carl von Wied (1845-1907), de vijfde vorst van Wied en een Duits militair. Het paar kreeg vier zonen, waarvan één jong is overleden, en twee dochters. Hun twee dochters zijn ongehuwd gebleven. Marie en Wilhelm woonden afwisselend in Duitsland, op het familieslot Neuwied en op Huize De Paauw in Wassenaar, dat Marie van haar vader had geërfd.

Schloss Neuwied in 1860. Het landhuis is nog steeds van de familie Von Wied. (P.Vogel, sammlung Alexander Duncker)
Schloss Neuwied in 1860. Het landhuis is nog steeds van de familie Von Wied. (P.Vogel, sammlung Alexander Duncker)

Als derde in de lijn van opvolging kon prinses Marie aanspraak maken op de Nederlandse troon. Dat was eind 19e eeuw geen formaliteit, want het Huis Oranje-Nassau dreigde uit te sterven. In de opvolgingskwestie kwam verandering door de geboorte van prinses Wilhelmina. Na de dood van koning Willem III zou zijn dochter Wilhelmina op de troon komen. Na de geboorte van Juliana vervielen ook voor de zonen van prinses von Wied de aanspraken op de troon.

Jachthuis Fochteloo, gebouwd in 1890.
Jachthuis Fochteloo, gebouwd in 1890.

Ook over de periode dat prinses Von Wied eigenaresse was van landgoed Bakkum is weinig bekend. Prinses Marie had de jacht verpacht aan baron Van Zuylen van Nijevelt. Aan de rechterkant aan het begin van de Zeeweg staat het voormalige jachthuis, dat in 1890 in opdracht van de baron als jachthuis en woning voor de jachtopziener werd gebouwd. Blijkbaar had de bouw de instemming van de prinses. Het huis droeg de naam Fochteloo, de geboorteplaats van deze jachtopziener, Albertus van der Wolff.

Landgoed Bakkum te koop

In 1903 werden haar omvangrijke goederen in Nederland te koop aangeboden, zo ook landgoed Bakkum. De provincie Noord-Holland had eerst alleen belangstelling voor een langs de binnenrand gelegen gedeelte, ongeveer 80 hectare groot. Die belangstelling had te maken met de voorgenomen bouw van een provinciaal ziekenhuis voor zwakzinnigenverpleging, het latere Duin en Bosch. Midden 1903 kwam de aankoop tot stand voor 54.000 gulden. De provincie kreeg echter ook de gelegenheid een bod uit te brengen op het overige deel van het landgoed, 970 hectare groot. Het kwam tot een akkoord. Op de laatste dag van hetzelfde jaar vond de eigendomsoverdracht plaats voor de som van 240.000 gulden. Na meer dan 70 jaar kwam daarmee een einde aan het koninklijk bezit van landgoed Bakkum.


Jaarboek 39, pagina 19

In het begin veranderde er weinig. Het vaste personeel, een opzichter en twee werklieden die in dienst waren van de prinses, werd door de provincie overgenomen. Marie, prinses Von Wied, is in 1910 te Neuwied overleden. In 1925 verwierf de gemeente Wassenaar landhuis De Paauw en een gedeelte van de gronden. Het landhuis werd als raadhuis in gebruik genomen en die functie heeft het nog steeds.

Het einde van het agrarische duingebruik

Na overname van landgoed Bakkum is het jachthuis Fochteloo gedeeltelijk in gebruik geweest als kantoor van de Provinciale Landgoederen. Later is die naam overgegaan op het PWN-kantoor op de hoek Van Oldenbarneveldweg-Zeeweg, de vroegere geneesheer-directeurswoning van het Provinciaal Ziekenhuis Duin en Bosch. Aanvankelijk werd de exploitatie van landgoed Bakkum door de provincie op dezelfde voet voortgezet, maar het einde van het agrarische gebruik van de ontginningsgronden kwam al in zicht. De veehouderij op Van Lennepsoord, zo genoemd naar commissaris van Lennep, werd al in 1880 beëindigd. Ook de akkerbouw liep terug. Latere bewoners van de boerderij hebben nog bijverdiensten gezocht in de schelpenvisserij en ongeoorloofde wildvangst. De boerderij werd een tijd in tweeën bewoond door twee verschillende families Zonneveld. Als laatste bewoners verlieten zij in 1929 de boerderij die spoedig daarna is afgebroken. Met het bedrijf, dat eens op de gronden bij het Commissarishuis werd uitgeoefend, is het niet veel beter gegaan. De bewoners hebben eerst nog enige gronden buiten het duingebied in gebruik gehad en ook een nevenverdienste in de schelpenvisserij gezocht. In de jaren 1923-1925 is de zandweg, nu de Zeeweg, bestraat. Toen het gedeelte van de Zeeweg tot aan het Commissarishuis gereed was, kwam de recreatieve trek naar het strand op gang.

De zuidwesthoek van boerderij Johanna’s Hof. De boerderij is hier nog in agrarisch gebruik.
De zuidwesthoek van boerderij Johanna’s Hof. De boerderij is hier nog in agrarisch gebruik.

Gerrit Zonneveld en zijn gezin hebben van deze ontwikkelingen kunnen profiteren door de verkoop van verfrissingen aan passanten. Buiten gezette stoelen, tafeltjes en banken gaven aan het Commissarishuis in die dagen het aanzien van een geïmproviseerde uitspanning. Na de bestrating van de Zeeweg tot aan het strand en de opkomst van strandexploitatie bij Castricum aan Zee liepen de inkomsten terug. Ook het in opdracht van de provincie gebouwde restaurantbedrijf Johanna’s Hof leidde bij het Commissarishuis tot omzetverlies. In de oorlog moest het Commissarishuis op last van de bezetter worden ontruimd. Na de bevrijding kwamen er geen nieuwe bewoners en vond in 1946 afbraak plaats. Boerderij Johanna’s Hof was omstreeks 1920 agrarisch niet meer van belang. Het pand werd het laatst bewoond door de familie Twisk en werd in 1927 gesloopt. In de plaats van de boerderij kwam in 1933 aan de overkant van de Johannisweg het hiervoor al genoemde gelijknamige restaurant.

Foto van omstreeks 1908 van de familie Mooij bij de ‘Schaapherderswoning’.
Foto van omstreeks 1908 van de familie Mooij bij de ‘Schaapherderswoning’.

De Kroftwoning was al in 1914 onder de slopershamer gevallen. De laatste bewoners waren de families De Ruijter en Zonneveld. Het grote speelveld aan de Van Speykweg behoorde bij deze boerderij. In 1908 verhuisde de familie Mooij van de ‘Schaapherderswoning’ naar boerderij Zeeveld. Tot de sloop in 1914 werd de ‘Schaapherderswoning’ door de familie Brasser bewoond. Tot deze boerderij behoorde de grote open vlakte die nog steeds de ‘Wei van Brasser’ wordt genoemd, naar de laatste pachter van dit boerenbedrijf. Tot ver in de 20e eeuw werd de grond nog als los bouwland verpacht aan landbouwer Lanser uit de Haarlemmermeer. In het begin van 1997 is er een natuurbouwproject gerealiseerd. De door bemesting ontstane monotone begroeiing van voornamelijk duinriet werd verwijderd door het afgraven van de toplaag tot aan het schrale kalkrijke duinzand. Daarna werd meer reliĂ«f in het gebied aangebracht, op enkele plaatsen tot op het grondwaterniveau.


Jaarboek 39, pagina 20

Het voormalige boerderijtje De Kwekerij op het terrein van Duin en Bosch. De open kapberg, voor opslag van hooi, is verdwenen.
Het voormalige boerderijtje De Kwekerij op het terrein van Duin en Bosch. De open kapberg, voor opslag van hooi, is verdwenen.

Het boerderijtje de Kwekerij was tot de beginjaren van de 20e eeuw een gemengd bedrijfje met wei- en akkerland. Het werd bewoond door de familie Hogenstijn. Toen het gebied werd bestemd voor de bouw van een psychiatrische inrichting, bleef het boerderijtje voor de slopershamer gespaard en heeft het verschillende functies gehad. Het is een opslagplaats geweest voor landbouwproducten en tuingereedschap, een theehuis voor patiĂ«ntenbezoekers en na een restauratie bij het 60 jarig bestaan van Duin en Bosch in 1969 zelfs in gebruik genomen als museum. In dit museum kon de collectie worden bekeken die betrekking had op de geschiedenis van de psychiatrische inrichtingen Medemblik en Duin en Bosch. De collectie is later overgegaan naar het nationaal museum van de psychiatrie Het Dolhuys in Haarlem. Vanaf 2008 tot eind 2013 is het boerderijtje in gebruik geweest als een kleinschalige horecavoorziening onder de naam Het Oude Theehuys. In 2015 is de voormalige boerenwoning verbouwd en uitgebreid tot woonhuis.

Berwout bestaat nog en houdt daarmee de herinnering levend aan vroegere bedrijvigheid in het zuidelijke gedeelte van het terrein Egmond. In het begin van de 21e eeuw is in het kader van natuurontwikkeling het aanliggende voormalige landbouwgebied, het Doornvlak, van de bovenlaag ontdaan en van een meer natuurlijk reliëf voorzien. Schotse hooglanders komen er hun dorst lessen aan de rand van een gegraven plas.

Schotse hooglanders in het Doornvlak.
Schotse hooglanders in het Doornvlak.

Het langst heeft veehouderijbedrijf Zeeveld stand gehouden. Het voortbestaan van dit bedrijf was echter niet uitsluitend gebaseerd op het gebruik van duinland, maar vooral op weidegronden in de polder, ook in eigendom van de provincie. Uiteindelijk was het in 1968 ook met boerderij Zeeveld als agrarisch bedrijf gedaan. De gronden die bij deze boerderij behoorden, inclusief de gronden achter Zeeveld, zijn deel gaan uitmaken van het agrarische bedrijf Van Tienhoven Hoeve. De familie Mooij verhuisde van Zeeveld naar deze vergrote boerderij aan de Heereweg. Nadat Zeeveld zijn agrarische bestemming had verloren, was het pand een aantal jaren in gebruik als Amsterdams kindervakantieverblijf. Daarna was het een poos gekraakt. Met behulp van de Mobiele Eenheid vond op maandag 4 juni 1984 ontruiming plaats. De ontruiming had te maken met de verkoop door de provincie aan de Amsterdamse Stichting Meditatiehuis Jan 17. Sinds 1984 is deze stichting onder de veranderde naam van Stichting Jan 17 in Zeeveld gehuisvest.

Een mysterieuze boerderij

Er stond ook een boerderij achter de voormalige directeurswoning van Provinciaal Ziekenhuis Duin en Bosch, nu Fochteloo, op de hoek Zeeweg-Van Oldenbarneveldweg. Een boerderij daar, gelegen aan de binnenduinrand en zover van de zeereep, met de naam Zeeduin ligt niet


Jaarboek 39, pagina 21

voor de hand. Toch wordt deze boerderij in een akte van 3 oktober 1829 zo genoemd en ook nog met vermelding van de kadastrale aanduiding sectie B, nummer 11. Hiermee is de boerderij op de kadastrale kaart terug te vinden en blijkt bovengenoemde locatie te kloppen. Deze boerderij bestond dus al voor de aankoop van landgoed Bakkum door koning Willem I.
Opmerkelijk is dat Jelles in zijn ‘Geschiedenis van beheer en gebruik van het Noordhollands Duinreservaat’ het Zeeduin drie keer noemt, maar deze boerderij niet op het kaartje in zijn boek staat aangegeven. Van Deelen noemt de boerderij in zijn ‘Historie van Castricum en Bakkum’ (1973) de boerderij van de weduwe Asjes en anderen zijn hem daarin gevolgd. De boerderij werd echter niet het laatst door de weduwe Asjes bewoond, want na haar vertrek in 1900 wordt Jacob Jacobsz Kuijs de nieuwe huurder.

Boerderij Zeeduin, ook wel de boerderij van de weduwe Asjes genoemd. De weduwe Asjes staat links op de foto. De boerderij stond aan het begin van de Zeeweg nabij de voormalige directeurswoning van Provinciaal Ziekenhuis Duin en Bosch, nu Fochteloo. De foto zou dateren van 1892.
Boerderij Zeeduin, ook wel de boerderij van de weduwe Asjes genoemd. De weduwe Asjes staat links op de foto. De boerderij stond aan het begin van de Zeeweg nabij de voormalige directeurswoning van Provinciaal Ziekenhuis Duin en Bosch, nu Fochteloo. De foto zou dateren van 1892.

Jacob Kuijs betaalde 600 gulden aan pacht. Dit was verreweg de hoogste pacht die door een duinboer moest worden betaald. Voor boerderij Johanna’s Hof werd toen door Willem Twisk 200 gulden aan pacht betaald. Het grote verschil tussen de pachtsommen kan te maken hebben met het feit dat Kuijs de beschikking had over veel goede grond in de polder.
Voorafgaand aan de verkoop van grond aan de provincie schrijft op 13 oktober 1902 de zaakwaarnemer (notariskantoor Dietz en Verkoren in Den Haag) van prinses Von Wied aan mr. G. van Tienhoven, commissaris der Koningin in de provincie Noord-Holland, dat als de provincie kiest voor de bouw van een nieuwe boerderij voor Kuijs en de afbraak van de oude woning, de provincie een bedrag van 5.000 gulden moet betalen. Kiest de provincie voor de bouw van een nieuwe boerderij en het ter beschikking houden van de bestaande woning, dan moet een bedrag van 5.500 gulden worden betaald.

Hieruit kan begrepen worden dat de prinses, op haar eigendom, een vervangende boerderij laat bouwen die door de provincie wordt (mede)gefinancierd. Op 2 november 1902 meldt de zaakwaarnemer van de prinses aan de provincie dat de heer Kuijs bereid is af te zien van de huur van de te verkopen bezittingen, nodig voor de bouw van Duin en Bosch. Uit het concept koopcontract d.d. 4 juni 1903 blijkt dat de verkopende partij het belang van boer Kuijs niet uit het oog heeft verloren door het opnemen van de bepaling:
“Dat de koopster (de Provincie) haar gekochte onder gestanddoening der loopende huurovereenkomsten van enkele percelen, op heden aanvaardt, met uitzondering van de woning en verdere opstal, zich bevindende op het kadastrale perceel nummer 567 en van het daarbij gebruikt wordende erf, dat bij den tegenwoordigen bewoner Jacob Kuijs Jacobszoon in gebruik moet blijven uiterlijk tot den eersten September negentienhonderd drie of zooveel vroeger als de woning, welke elders op de bezittingen van de Hooge Verkoopster (de prinses) voor hem gebouwd wordt, ter bewoning gereed zal zijn.”

Met de aanleg van wat nu de Van Oldenbarneveldweg is, is in de eerste helft van de 19e eeuw de grote bocht in


Jaarboek 39, pagina 22

de route Castricum-Egmond eruit gehaald. Daardoor is de boerderij Zeeduin ten westen van de doorgaande weg komen te liggen en is het kadasternummer gewijzigd in sectie B 698. In 1882 vinden er enkele perceelscorrecties plaats en worden de percelen ten westen van de Heereweg overgeheveld naar sectie D; de boerderij krijgt nummer 567. Hiermee is het raadsel van de wijzigende kadastrale nummers opgelost.

De ligging van boerderij Zeeduin op de kadastrale kaart van 1832, getekend door F.J. Nautz, met daarop de voor 1841 gewijzigde route van Castricum naar Egmond, waardoor de boerderij aan de westkant van deze wegverbinding is komen te liggen.
De ligging van boerderij Zeeduin op de kadastrale kaart van 1832, getekend door F.J. Nautz, met daarop de voor 1841 gewijzigde route van Castricum naar Egmond, waardoor de boerderij aan de westkant van deze wegverbinding is komen te liggen.

Aanvankelijk zou de Van Tienhoven Hoeve op 1 augustus 1903 opgeleverd worden, maar wegens een spoorwegstaking in dat jaar moet later met de bouw worden begonnen en wordt de oplevering gesteld op 1 september 1903. Lang heeft Jacob Kuijs niet op de Van Tienhoven Hoeve gewoond, want in 1906 wordt de boerderij door de familie Beentjes bewoond

.In 1907 werden op de hoek van de Zeeweg-Van Oldenbarneveldweg de directeurswoning en de tuinbaaswoning gebouwd. Na opheffing van de agrarische functie heeft Zeeduin enkele jaren dienst gedaan als bergplaats en als onderkomen voor het tuinpersoneel van het ziekenhuis. Omdat de boerderij niet paste tussen de directeurswoning en de tuinbaaswoning, zou deze al voor 1914 zijn gesloopt.

Besluit

De verdroging als gevolg van de drinkwaterwinning zal zeker bijgedragen hebben aan de beĂ«indiging van het agrarische duingebruik. In 1924 kwam het hoofdpompstation achter Johanna’s Hof gereed en in het Bakkumse en Castricumse duingebied werden kleine pompstations in gebruik genomen die het grondwater uit de duinen gingen onttrekken. Door andere waterwin- en zuiveringstechnieken, waarbij voorgezuiverd water uit het IJsselmeer wordt ingelaten, is aan de verdroging van de duinen een einde gekomen. Maar ook zonder verdroging zouden de agrarische duinbedrijven door hun kleinschaligheid niet meer hebben kunnen bestaan.

Sporen uit het landbouwverleden zijn in het Bakkumse en Castricumse duingebied nauwelijks nog te vinden. De oplettende duinbezoeker vindt hier en daar nog een sloot of restanten van wallen. Een groot gedeelte van de voormalige landbouwgronden is in de jaren (negentien)dertig van de vorige eeuw in het kader van werkverschaffing met bomen beplant. Een gedeelte van het voormalige Castricumse ontginningsgebied is ingericht als infiltratiegebied voor de drinkwaterwinning. De overgebleven duinakkertjes kregen de bestemming ‘speelveld’ en grotere vlakke terreingedeelten zijn recentelijk omgevormd tot ‘natte’ natuur. In het Koningskanaal zijn dammen gelegd om het water zo lang mogelijk in de duinen vast te houden.

Als onderdeel van het project Schoonwatervallei is de Diepe Sloot in het najaar van 2012 uitgebaggerd en van een schone zandbodem voorzien. Het doel hiervan is dat helder duinwater via deze sloot, een pijpleiding en een klein aquaduct wordt geleid naar de natuurgebieden Zeerijdtsdijkje en de Hooge Weide, gelegen in de duinrandpolder aan de oostkant van Bakkum. Voor het overige hebben mens en natuur de omvangrijke ontginningsactiviteiten van weleer toegedekt. Het Bakkumse en Castricumse duingebied is nu een onderdeel van het uitgestrekte Noordhollands Duinreservaat.

Ernst Mooij

Bronnen:

  • Blom, P., De stolpboerderijen in Castricum en Bakkum (7e deel), 33e Jaarboek Oud-Castricum (2010);
  • Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (Prins Frederik);
  • Jelles, ir. J.G.G., Geschiedenis van beheer en gebruik van het Noordhollands Duinreservaat (1968);
  • Kistermann, drs. H., Aspekten van de gebruiksgeschiedenis van het duinterrein Bakkum. Een historische verkenning ten behoeve van het natuurbeheer (1989) Archief PWN, Velserbroek;
  • Ruijter, Q. de, Over duinboerderijen en haar bewoners, 4e Jaarboekje Oud-Castricum (1981);
  • Zuurbier, S., De geschiedenis van Johanna’s Hof, 27e Jaarboek Oud-Castricum (2004);
  • Zuurbier, S., Beschikbaar gestelde kadastrale gegevens en aantekeningen, o.a. uit het Provinciaal archief Noord-Holland te Haarlem.
Print Friendly, PDF & Email