Het verhaal achter het Monument voor de Gevallenen, het verzetsmonument (Jaarboek 42 pg 62-70)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 42, pagina 62

In mei 1957 werd het monument opgericht dat in het park staat bij de hoek Provinciale weg met de Zeeweg. De bronzen plaquette werd in 1984 toegevoegd. Het is het derde monument dat herinnert aan de vergeldingen die plaats vonden aan het einde van de bezetting in de Tweede Wereldoorlog. Het eerste monument was de houten kruizen die na de bevrijding door verzetsleden waren neergezet op de locaties van twee fusillades. In mei 1946 verrees iets verderop een voorlopig stenen monument.

Verzetsmonument 4 mei 2017.
Verzetsmonument 4 mei 2017.

Het huidige monument staat iets ten noorden van de plek van de fusillades. Na een gebiedsruil rond 1970 kwam het op Castricums grondgebied te staan. Sindsdien is het een oorlogsmonument. Het is te bereiken via het Pad van de Mensenrechten. De officiële dodenherdenking op 4 mei is daar ieder jaar. Aan het einde van de bezetting zijn er twee keer tien mannen gefusilleerd in de leeftijd van 18 tot en met 51 jaar. De laatste maanden van de bezetting en de eerste maanden na de bevrijding waren zeer chaotisch. Er waren bijvoorbeeld in onze regio nog maar weinig transportmiddelen en nauwelijks benzine. Het heeft van een maand tot 108 dagen geduurd voor het overlijden van alle slachtoffers geregistreerd was in de registers van hun woonplaatsen.

De executies op 7 januari 1945

Op zaterdag 6 januari 1945 werd op de Provincialeweg Alkmaar – Uitgeest nabij de grens tussen Castricum en Limmen een dode Duitse soldaat gevonden. De burgemeester van Limmen verklaarde van mening te zijn dat: “Noch de gemeente, noch enig ingezetene iets met de aanslag te maken had gehad”. De Duitser was Johann Obmann, 54 jaar, wachtman van het ‘Marine-Lazarett’ in Heiloo, nu de St. Willibrordusstichting.

De achtergrond van de dood van deze Duitser is nooit goed duidelijk geworden. Wel arriveerde er een dag later omstreeks het middaguur een Duitse auto met twee officieren op de Provincialeweg, tussen de boerderijen van Groot en Van Diepen. Er volgden twee vrachtauto’s. De een bevatte een executiepeloton van circa tien soldaten. In de andere auto zaten tien gevangenen uit het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam. Zij waren door de Duitsers ter dood veroordeelde verzetsstrijders. Na aankomst werd de weg afgezet en voorbijgangers werden gedwongen om de actie gade te slaan. Overeenkomstig de bevelen van Hanns Rauter, hoofd van de Duitse politie en SS in Nederland, werden de tien Nederlandse gijzelaars als vergelding voor de gevonden Duitse soldaat standrechtelijk gefusilleerd. Willy Lages, bevelhebber van de veiligheidsdienst in bezet Nederland, gaf aan UntersturmfĂŒhrer Adolf Golder opdracht om als commandant van het executiepeloton op te treden. Willy Lages was zelf ook aanwezig bij de executies.
De gevangenen waren allen geboeid en werden in twee groepen van vijf personen gedood. Voor zover nodig gaf commandant Golder na het uitvoeren van de executie de slachtoffers persoonlijk het genadeschot. Zij bleven in twee groepen naast elkaar liggen en werden die middag door Duitsers in een vrachtauto richting Amsterdam afgevoerd.

Op 8 januari kreeg Burgemeester Nieuwenhuijsen van Limmen van SS-SturmbahnfĂŒhrer W. Albers het bevel de familie van de slachtoffers in te lichten. Begrafenisondernemer Bleekemolen uit Amsterdam kreeg de opdracht de lijken af te voeren, te kisten en te begraven. Hij stuurde de gemeente Limmen de rekening van 2025 gulden, ter-


Jaarboek 42, pagina 63

wijl Bleekemolen niet wist waar de lichamen begraven waren. Later bleken zij zelfs niet gekist te zijn. Pas op 1 februari werden de gefusilleerden door de Opperwachtmeester der Marechaussee als overleden aangemeld en door de burgemeester als ambtenaar van de burgerlijke stand te Limmen ingeschreven in het overlijdensregister. Bij de overlijdensdatum 7 januari 1945 werd het tijdstip 13.00 uur vermeld.
Omstreeks 3 februari werden de families officieel ingelicht. Zij konden de achtergelaten voorwerpen ophalen in het Huis van Bewaring aan de Wete- ringschans en vragen stellen.

De slachtoffers zijn: Bultena, De Geus, Van Hanxleden Houwert, Hordijk, Hijner, Kroon, de broers Ary en Herbert Prins, Vrolijk en Woutman.

Situatiekaartje. Plaatsen: 1 fusillade 7 januari; 2 gedode Duitser en fusillade 6 april; 3 verzetsmonument en 4 gevonden dode Duitser 5 april.
Situatiekaartje. Plaatsen:
1 fusillade 7 januari;
2 gedode Duitser en fusillade 6 april;
3 verzetsmonument en
4 gevonden dode Duitser 5 april.

De executies op 6 april 1945

Op donderdag 5 april 1945 kwamen rond 18.00 uur twee jonge Duitse soldaten op de boerderij van Klaas van Diepen om een paard en wagen te vorderen. Van Diepen was actief in het verzet. Op de dors was een aantal ondergrondse strijders uit Limmen bezig motoren te controleren en wapens te reinigen. Klaas vertelde de soldaten dat hij ze niet kon helpen, omdat op zijn boerderij de pest heerste. De Duitse soldaten gingen vervolgens naar de boerderij van Adrichem even verder op de Nesdijk.
De mensen van het verzet waren zich rot geschrokken. Ontdekking betekende het oprollen van hun organisatie met de dood als gevolg. Hun besluit was snel genomen. Dit moest worden voorkomen door de soldaten te elimineren.

De Duitsers hadden inmiddels hun vordering aan Adrichem gedaan, die zijn paarden uit de wei ging halen. Enkele verzetsmensen waren de soldaten gevolgd. Zij schoten een van de soldaten meteen dood. Omdat een revolver ketste kon de tweede soldaat schietend met zijn karabijn naar Limmen vluchten. Daar meldde hij direct de gebeurtenis aan zijn overste in Alkmaar.
Op de boerderijen van Van Diepen en Adrichem brak grote paniek uit. De beide boeren, de geëvacueerde Egmonder Klaas Schol, en de ondergrondse strijders werkten de Duitser weg en namen zelf de vlucht. De zwager van Adrichem Cor Meijne, bleef bij diens vrouw, kinderen en het vee op de boerderij achter.

Nog diezelfde avond om 19.45 uur arriveerde het Commando Petrie vanuit Alkmaar met 15 man bij de boerderij om hun neergeschoten maat te zoeken. Meijne zei van niets te weten. Hij werd met geweerkolven bewerkt, maar bleef zwijgen. De Duitsers vonden de neergeschoten soldaat onder een mesthoop. Meijne moest hem naar de Provincialeweg dragen. En hij moest een touw zoeken en dacht opgeknoopt te gaan worden. Hij sloeg de twee soldaten die hem begeleidden neer. Hij vluchtte het weiland in en wist te ontsnappen. Gedurende de hele nacht is het Duitse Commando op en om de boerderij gebleven.
De gevonden soldaat was de 19-jarige Johann Meiners, die werd overgebracht naar het ‘Marine-Lazarett’ in Heiloo. Na onderzoek constateerde een arts dat hij nog leefde toen hij begraven werd, omdat hij zand in zijn longen had.

De volgende ochtend reden om ongeveer 9.00 uur auto’s met Duitse soldaten het erf van Adrichem op. Het vee werd verbeurdverklaard. De boerderij met inventaris werd in brand gestoken en met de grond gelijk gemaakt. Er kwam nog een groep Duitsers aanrijden. Ook zij hadden nu tien gevangenen uit de Weteringschansgevangenis bij zich. Zij fusilleerden deze gijzelaars bij de resten van de boerderij. De lichamen werden in de vrachtauto gegooid. Annie van Nievelt, zus van de huisarts Van Nievelt, schreef in haar dagboek: “Wie waren het? Jongens uit deze omgeving? Naar allerlei mogelijke namen wordt gegist. Maar wie het ook zijn geweest, weer tien lege plaatsen, weer tien afgebroken levens van Nederlanders, de besten, die ons land niet missen kan?”

Willy Lages had ook dit keer de opdracht gegeven. Nu alleen schriftelijk, aan KommandofĂŒhrer Johann Stöver. En hij gaf de burgemeester van Limmen schriftelijk opdracht de familie op de hoogte te stellen. Begrafenisondernemer Bleekemolen stuurde wederom de rekening naar de gemeente Limmen. Pas op 3 mei 1945 werden de geĂ«xecuteerden door de burgemeester als ambtenaar van de burgerlijke stand ingeschreven in het overlijdensregister van Limmen met 6 april als datum van overlijden. Ook hier met het tijdstip 13.00 uur.

De slachtoffers zijn: Coté, Godijn, Haverkamp, Heerschop, Koning, Marle, Middelhoff, Pommerel, De Rooij en Smoorenburg.

Massagraf

Na beide fusillades werden de lichamen afgevoerd richting Amsterdam. Tot kort na de bevrijding was niet bekend wat er met de lichamen was gebeurd. Begin juni 1945 werden in de duinen van Overveen tussen de mijnenvelden massa- graven ontdekt met in totaal 422 lichamen in 45 kuilen. De Wehrmacht had de lichamen van slachtoffers van januari ongekist in kuilen gedumpt. Bleekemolen bleek de slacht-


Jaarboek 42, pagina 64

offers van april ontdaan te hebben van hun sieraden en schoenen. Van de 422 mensen waren er 317 elders gedood.

Alle lichamen zijn vanaf juni 1945 tot 1955 opgegraven en gekist. Ze werden tijdelijk opgeslagen in de kelder van het mausoleum van de Algemene begraafplaats in Haarlem. Vervolgens zijn de meeste slachtoffers na identificatie herbegraven op De Eerebegraafplaats in Bloemendaal. De op 7 januari gefusilleerden lagen in het massagraf in Grafkuil K en zijn eind 1945 herbegraven in grafvak 24. De op 6 april gefusilleerden lagen in Grafkuil HH en zijn tussen november 1945 en 1955 herbegraven in grafvak 8. Drie zijn in hun persoonlijke omgeving begraven.

De lichamen van in de duinen bij Overveen gefusilleerden werden aanvankelijk gecremeerd op Driehuis-Westerveld. De as werd veelal verstrooid. De bezetters werkten ook daar met begrafenisondernemer Josef Bleekemolen. Toen de energievoorziening ophield in december 1944 is er tot begraven overgegaan.

Al in eind mei 1945 werden plannen gemaakt voor een erebegraafplaats in de buurt van Overveen.
De officiële openstelling van Eerebegraafplaats Bloemendaal was op 27 november 1945. Hierbij werd Hannie Schaft, de enige aangetroffen vrouw, officieel herbegraven. Koningin Wilhelmina, prinses Juliana en prins Bernard waren erbij aanwezig. Hannie Schaft was vanaf 1943 vanuit Haarlem zeer actief in het verzet. Vanwege haar veiligheid was zij constant onderweg. Zij verbleef medio 1944 twee maanden aan de Pagelaan in Limmen.

Veroordeling van de daders

De begrafenisondernemer Josef Bleekemolen kreeg 10 jaar gevangenisstraf. De commandant van 7 januari Adolf Golder werd in 1945 geïnterneerd in interneringskamp Vught, gevolgd door tweeënhalf jaar detentie. De commandant van 6 april Johann Stöver werd ter dood veroordeeld maar kreeg in 1951 gratie.
De twee opdrachtgevers zijn ook ter dood veroordeeld. Hanns Rauter werd 25 maart 1949 geëxecuteerd op de Waasdorpervlakte. De locatie van zijn graf is staatsgeheim. Vermoedelijk ligt hij als onbekende soldaat op het Duitse soldatenkerkhof in IJsselstein.
Willy Lages werd in 1949 ter dood veroordeeld. Hij kreeg als laatste van de vier van Breda gratie in september 1952. In 1966 werd hij op medische gronden vrijgelaten en hij overleed in 1971.

Houten herdenkingskruis met afvaardiging van de BS uit de Zaanstreek.
Houten herdenkingskruis met afvaardiging van de BS uit de Zaanstreek.

Monumenten voor de strijders

Direct na de bevrijding plaatsten leden van het verzet op beide locaties van de fusillades een houten kruis met elk een bord met daarop de tien namen.
In juni 1945 werden plannen gemaakt voor een gedenkteken ter vervanging van de houten kruizen. Daarvoor zou een bedrag van maximaal 10.000 gulden bijeengebracht moeten worden. Het verzet had hiervoor inmiddels al zo’n 1800 gulden ingezameld.

In 1946 werd door de gemeente Limmen een voorlopig


Jaarboek 42, pagina 65

verzetsmonument geplaatst aan de westzijde van de Provincialeweg ter hoogte van de boerenhoeve de ‘Limmervoort’. Stöver, voormalig commandant van het executiepeloton, werd in april 1947 geconfronteerd met deze plek. Hem werd daarbij gevraagd een verklaring af te leggen over de omstandigheden rond deze fusillade.
Ter nagedachtenis van de 20 slachtoffers onthulden de burgemeesters van Castricum en Limmen in mei 1957 een nieuw monument langs de Alkmaarderstraatweg. Er was gekozen voor een goede veilige plek zo dicht mogelijk bij de plaatsen van de executies. Sinds november 2013 is er een vaste brug over de sloot langs de Provinciale weg.

Het oorlogsmonument naar een ontwerp van Theo H. Mulder is een betonnen hand die een vredesduif laat opstijgen.
Het oorlogsmonument naar een ontwerp van Theo H. Mulder is een betonnen hand die een vredesduif laat opstijgen.

Het gedenkteken omvat een beeld naar een ontwerp van Theo Mulders en verbeeldt een vredesduif die in vrijheid opvliegt uit een hand. De Rotaryclub Castricum/Limmen/Akersloot heeft in 1984 zorg gedragen voor toevoeging van een sokkel met daarop een bronzen plaat. Hierop staan de namen van de gefusilleerden en een plattegrond met de locaties van de executies.

Slotwoord

De functie van het herdenken van de Tweede Wereldoorlog is het blijven vertellen; niet alleen ten dienste van hen ‘die erbij waren’, maar ook voor alle daaropvolgende generaties.

Ton de Groot

Bronnen:

  • Archief De Eerebegraafplaats in Bloemendaal;
  • Archief NIOD;
  • Archief Noordwest Ziekenhuisgroep Alkmaar;
  • Archief Stichting Oud-Limmen;
  • Archief Stichting Werkgroep Oud-Castricum;
  • Dagboek Annie van Nievelt;
  • Regionaal Archief Alkmaar.

Zie ook: Verzetsmonument voor de 20 gefusilleerde strijders op 7 januari en 6 april 1945, Ton de Groot, archief Oud-Castricum


Jaarboek 42, pagina 66

Gevallenen

De slachtoffers

Als gevolg van verraad werden op 19 december 1944 om vijf uur in de ochtend Dirk de Geus en zijn gezin gearresteerd. Diezelfde ochtend werden vele leden van zijn verzetsgroep aangehouden in Amsterdam. Een aantal van hen werd slachtoffer van de beschreven fusillades:

Dirk de Geus

Dirk de Geus, 38 jaar

Hij hield zich bezig met het werven van verzetsleden en het verzamelen en vervoeren van wapens. Daarnaast met het verstrekken van bonkaarten, persoonsbewijzen en voedsel aan onderduikers.

Arend Cornelis Hijner

Arend Cornelis Hijner, 22 jaar

Hij dook in 1943 als student onder. Hij zocht onderduikadressen voor joden en bracht hen ook over de grens. Medio juli 1944 werd hij gearresteerd en twee maanden later bij vergissing vrijgelaten. Als BS-commandant in Haarlem vervoerde hij vervolgens wapens en verrichtte spionagewerk

Herbert Prins

Herbert Prins, 22 jaar, broer van Ary

Nadat hij in september 1943 tijdens onderduik ontsnapte aan zijn aanhouding werd hij actief in het verzet. Hij pleegde sabotage, maakte vervalsingen en verleende hulp aan onderduikers. Hij verzamelde wapens. Hij was betrokken bij de liquidatie van een Duits militair.

Otto Paul Vrolijk

Otto Paul Vrolijk, 26 jaar

Hij zat in het verzet en had tot augustus 1944 ook een eigen verzetsgroepje. In Amsterdam was hij betrokken bij de verzorging van onderduikers en het inzetten van studentes als koerierster en eerste hulpverzorgster. Hij hield zich bezig met wapenvervoer, wapeninstructie en het de bezetter afhandig maken van wapens en rijwielen.


Jaarboek 42, pagina 67

Ernst Erik Woutman

Ernst Erik Woutman, 21 jaar

In november 1943 wilde hij met zijn broer Hein en vrienden via Spanje naar Engeland uitwijken. Door verraad werden zij in Parijs gearresteerd. Ernst ontsnapte en kwam terug in Nederland met valse papieren en persoonsbewijzen. Met deze documenten wist hij zijn broer en vrienden vrij te krijgen. Hij sloot zich in september 1944 in Amsterdam aan bij de BS.

De overige slachtoffers

Johan Coenraad Heriold Folmer van Hanxleden Houwert

Johan Coenraad Heriold Folmer van Hanxleden Houwert, 38 jaar

Vanaf 1942 hielp hij vanuit Amsterdam joodse landgenoten, en ondergedoken studenten, arbeiders en spoorwegpersoneel. Vanaf 1942 verzamelde hij gegevens van Duitse verdedigingswerken en werden op zijn kantoor hiermee kaarten gemaakt. Hij werkte mee aan wapentransporten. Hij is op 27 oktober 1944 in Amsterdam gearresteerd. Hij wierp zich op straat op een van zijn bewakers waardoor anderen konden ontkomen.

Jacobus Lambertus Hordijk

Jacobus Lambertus Hordijk, 24 jaar

Hij hielp in Utrecht onderduikers aan bonkaarten, zegels en geld. Hij waarschuwde voor razzia’s, verrichtte koeriersdiensten en vanaf september 1944 verzamelde hij wapens. Op 2 december 1944 is hij aangehouden.

Dirk Maria Rijk Hendrik Kroon

Dirk Maria Rijk Hendrik Kroon, 35 jaar

Vanaf 1942 hielp hij joodse landgenoten. Hij verkende Duitse verdedigingswerken en spergebieden in en rond Amsterdam, Haarlem, vliegveld Soesterberg en de Grebbelinie. Onder zijn leiding werd in mei 1943 het bevolkingsregister van Soest gestolen en begraven in de tuin bij zijn moeder. In november 1944 werd hij bij een razzia gearresteerd en wist hij zich vrij te kopen. Na verraad werden zijn moeder en hij op 10 en 11 december 1944 thuis in Soest gearresteerd.


Jaarboek 42, pagina 68

Ary Prins

Ary Prins, 24 jaar, broer van Herbert

Hij werd in 1942 verhoord en mishandeld onder verdenking van medeplichtigheid aan de liquidatie van een verrader, en moest onder toezicht blijven. Hij verzamelde vervolgens gegevens over vliegvelden en bunkers, en verzamelde en verspreidde wapens. Hij ontsnapte na een arrestatie in september 1944 door zich bij Laren uit de rijdende vrachtwagen te laten vallen. Op 16 december 1944 is hij tijdens een spionagetocht bij Barneveld gearresteerd.

Johannes Pieter Coté

Johannes Pieter Coté, 37 jaar

Hij begon eigen verzetsactiviteiten en was vanaf 1944 actief in de illegale organisatie in Velsen. Hij bemiddelde bij het transport van levensmiddelen en het onderbrengen van joodse onderduikers en illegale werkers. In zijn woning hield hij honderden inlegvellen voor levensmiddelen verborgen. Hij verspreidde het illegale blad Trouw. Op 1 maart 1945 is hij tijdens een vergadering met vier anderen in zijn woning door het politiekorps uit Velsen gearresteerd.

Nicolaas Godijn, 44 jaar
Er is van hem geen afbeelding.

Hij woonde in Hilversum. Er is niets bekend over illegale activiteiten van hem. Op 3 februari 1945 werd hij samen met Hendrik Heerschop gearresteerd. Omdat er geen verzetswerk van hem bekend was, werd hij niet op De Eerebegraafplaats in Bloemendaal bijgezet, maar op de Noorderbegraafplaats te Haarlem. Later werd hij herbegraven op het Nationaal ereveld in Loenen.

Frederik Johannes Haverkamp, 41 jaar
Er is van hem geen afbeelding.

Hij was chirurg-uroloog in het ziekenhuis in Alkmaar. Hij nam vanaf eind 1943 deel aan het verzet en richtte onder meer een geneeskundige dienst op. Hij zorgde voor geheime noodhospitalen in plaatsen waar gevechten werden verwacht. In september 1944 hielp hij een gewonde illegale strijder en dook met hem onder in het bejaardenhuis ‘Westerlicht’. In december werd ‘Westerlicht’ overvallen en dook hij onder in de Zaanstreek. Op 10 februari 1945 werd de chirurg in Obdam gearresteerd, samen met onder meer arts Johannes Smoorenburg. Tijdens hun vervoer wisten zij te ontvluchten, en raakte hij zelf zwaargewond. Twee maanden later werd hij gefusilleerd in Limmen. Hij werd eind augustus 1945 herbegraven in Alkmaar.


Jaarboek 42, pagina 69

Johannes Michael Smoorenburg

Johannes Michael Smoorenburg, 23 jaar

Na de invoering van de loyaliteitsverklaring volgde Jan illegaal college als student geneeskunde in Amsterdam. Na zijn ‘clandestien’ afgelegd doctoraalexamen in 1944 maakte hij kennis met het verzet. Hij hield zich bezig met gedropte wapens. Met chirurg Johan Haverkamp richtte hij medische hulpposten in op afwerpterreinen in Noord-Holland-Noord. Op 10 februari is hij met onder andere Haverkamp aangehouden en overgebracht naar Obdam. Bij een ontsnappingspoging raakte hij gewond. Via het ‘Marine-Lazarett’ in Heiloo werd hij naar Amsterdam vervoerd.

Hendrik Heerschop

Hendrik Heerschop, 18 jaar

In 1944 kreeg hij een baan op het vliegveld tussen Loosdrecht en Hilversum. Hij verspreidde illegale lectuur. Op 3 februari 1945 werd hij samen met Nicolaas Godijn gearresteerd.
Hendrik was de jongste van de gefusilleerde slachtoffers.

Petrus Gerardus Koning

Petrus Gerardus Koning, 22 jaar

Piet hield zich bezig met gedropte wapens. Hij deed koeriersdiensten en hij was tweemaal betrokken bij een overval. Op 21 maart 1945 pleegde een Knokploeg uit Ursem in de buurt van de boerderij van Koning een gewapende overval op een gevangenentransport waarbij twee Duitse bewakers gewond raakten. Dit was aanleiding tot een inval in zijn boerderij op 23 maart waarbij 28 Duitse stafkaarten en een flesje Amerikaanse wapenolie werden aangetroffen. Na zijn arrestatie werd hij via Alkmaar overgebracht naar Amsterdam. De volgende dag is zijn boerderij als vergelding in brand gestoken.

Machiel van Marle

Machiel van Marle, 29 jaar

Giel was op 12 mei 1940 een van de begeleiders van het prinselijk gezin naar IJmuiden. In juli 1944 werd hij lid van de Knokploeg Zaandam, die later overging in de BS. Hij hield zich bezig met het beschermen van de Hembrug en het bewaken van opgeslagen goederen. Daarnaast was hij betrokken bij spoorwegsabotage en enkele ‘economische kraken’. Hij verzamelde voor de Centrale Inlichtingendienst (CID) inlichtingen over foute Zaankanters. Op 13 maart 1945 werd hij in Zaandam gearresteerd nadat bij een aanhouding CID- rapporten en tekeningen bij hem waren aantroffen.


Jaarboek 42, pagina 70

Stephanus Martinus Middelhoff

Stephanus Martinus Middelhoff, 21 jaar

Eind 1943 trad hij tijdens onderduik toe tot de Knokploeg-Soest en nam deel aan overvallen op distributiekantoren. Begin 1944 keerde Middelhoff terug naar zijn woonplaats Alkmaar. Hij werd opgenomen in de Knokploeg van Fritz Conijn en nam deel aan inbraken en aan liquidaties van provocateurs. Hij was betrokken bij het illegaal begraven van overleden joodse landgenoten. Op 20 maart 1945 is hij in Heiloo gearresteerd.

Wilhelmus Hendricus Pommerel

Wilhelmus Hendricus Pommerel, 51 jaar

Hij was actief bij de aanleg van het illegale telefoonnet dat reikte tot Amsterdam en Haarlem. Hij zorgde ook voor illegale stroomvoorziening voor radio-luisterposten en illegale persactiviteiten in West-Friesland. Hij werkte mee aan het wegpompen van 2.000 liter benzine die door de bezetter in beslag genomen waren van het PEN/PWN. De benzine werd door het verzet gebruikt voor wapen- en voedseltransporten per boot. Bij een arrestatie op 10 februari 1945 werd een lijst gevonden met illegale telefoonnummers waaronder dat van Pommerel. Drie dagen later is hij in Hoorn aangehouden. Hij was de oudste verzetsman die werd gefusilleerd.

Adrianus Johannes de Rooij

Adrianus Johannes de Rooij, 21 jaar

Op 1 januari 1945 diende De Rooij zich te melden enbleef sindsdien semi-ondergedoken in Amsterdam.
Eind januari 1945 werd hij aangehouden op verdenking van illegaal slachten van voor de Wehrmacht bestemd slachtvee.

Melle Jacob Bultena

Melle Jacob Bultena, 21 jaar

Hij was ondergedoken om aan de tewerkstelling in Duitsland te ontkomen en actief in het verzet. Hij werd gearresteerd, maar verdere informatie ontbreekt.

Print Friendly, PDF & Email
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties