Hengelsport Vereniging Castricum (Jaarboek 41 2018 pg 31-39)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 41, pagina 31

Hengelsport Vereniging Castricum 90 jaar

Het verenigingsleven nam aan het einde van de 19e eeuw een grote vlucht. Liefhebbers van de hengelsport bleven niet achter. Rond 1890 waren er in Amsterdam al zo’n 25 baarsvisclubs actief.
In 1906 werd de landelijke Algemene Hengelaars Bond AHB opgericht. Dit om tegenwicht te bieden tegen de aangekondigde visserijwet, waarin de sportvissers achtergesteld zouden worden ten opzichte van de beroepsvisserij.
Op 28 november 1926 werd de ‘Hengelaarsvereeniging Castricum en Omstreken’ opgericht. In 2018, dus ruim 90 jaar geleden, een mooi moment om terug te blikken.

Logo Hengelsport-vereniging 'Castricum'.
Logo Hengelsport-vereniging ‘Castricum’.

De oprichting

Gijsbertus Casteele was een Amsterdamse sportvisser die, omdat hij bij Duin en Bosch ging werken, in 1909 naar de Zeeweg nummer 7 te Castricum verhuisde. Hij is tot 1955 secretaris geweest.
Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de club schreef hij een verslag over het ontstaan van de vereniging, waaruit het volgende is ontleend.

“Hij zag in Castricum maar weinig liefhebbers van het vissen. Het bij veel Amsterdammers beroemde viswater Groot-Limmerpolder werd bijna niet gebruikt. In 1925 werd de Schulpvaart gebaggerd. Jongens, die op het Stet stekeltjes aan het vangen waren, zagen ‘zulke grote vissen’ zwemmen en boven het water uitspringen. Liefhebbers van het vissen ontdekten inderdaad grote karpers die op de zandbodem waren afgekomen. Er werd vanaf die tijd veel gevist. Er waren geluksvogels die met meer dan tien
bovenmaatse karpers thuis kwamen.

De pachter van het visrecht de beroepsvisser heer Dirkson stuurde echter de Rijkspolitie op de vissers af om ze te doen stoppen. De Schulpvaart was een openbaar vaarwater, net als de rest van de Groot-Limmerpolder.
Bij Koninklijk Besluit van 23 juli 1921 viel het echter onder een uitzonderingsbepaling en er was een vergunning nodig om daar te mogen vissen.

Enkele hengelaars staken de koppen bij elkaar. Men moest een hengelsportvereniging oprichten want collectief viel meer te bereiken dan individueel. Iedereen die men wel eens met een hengel had zien lopen, werd dus benaderd en heel wat van deze liefhebbers verklaarden zich bereid om lid te worden van een op te richten vereniging.
Op 25 november 1926 had de oprichtingsvergadering van ‘Hengelaarsvereeniging Castricum en Omstreken’ plaats in hotel De Rustende Jager.

Daar werd het eerste bestuur gekozen bestaande uit:

  • J. Mulder, voorzitter;
  • J.F. Rommel, tweede voorzitter;
  • G. Casteele, secretaris;
  • J. Kijzers, tweede secretaris;
  • F.A. Metzer, penningmeester;
  • J.P. Baas, commissaris;
  • J.G. Ehrenfeldt, commissaris.

Van de in 1908 opgerichte Haagse Hengelaarsvereniging had men een huishoudelijk reglement ontvangen dat in klein comité al pasklaar gemaakt was voor de jonge vereniging. De contributie werd vastgesteld op 10 cent per week, te innen per drie maanden bij vooruitbetaling. Daarnaast zou men een entree-geld van 2,50 gulden moeten betalen. Verder was men unaniem van mening dat de vereniging zich moest aansluiten bij de Algemeene Hengelaars Bond.

De eerste opdracht voor het bestuur was te zorgen dat de leden een goed viswater kregen. Het bestuur ging eens praten met de heer Dirkson, die aanvankelijk niet bereid bleek om iets van zijn water af te staan. Na heel veel praten en onderhandelen lukte het Casteele en Kijzers uiteindelijk op 11 mei 1927 om een stuk van de Schulpvaart, vanaf het Bakkummer Stet tot aan de Hooge Brug in de Uitgeesterweg, te pachten. Voor het drie kilo-


Jaarboek 41, pagina 32

meter lange viswater werd een pacht betaald van 50 gulden per jaar en daarnaast moest er nog over een periode van vier jaren jaarlijks 60 gulden extra worden betaald als vergoeding voor de pootvis die Dirkson had uitgezet.

Het viswater in de Groot Limmerpolder tijdens het jaar 1937.
Het viswater in de Groot Limmerpolder tijdens het jaar 1937.

Na twee jaar kwam hier verandering in nadat voorzitter Mulder de Visserij inspectie in Den Haag had geraadpleegd. Hetzelfde stuk water moest toen worden gepacht tegen een vergoeding van 1 gulden per lid bij een maximum van 50 uit te geven vergunningen. Daarnaast was de vereniging verplicht een bedrag van 0,50 gulden per vergunning over te maken aan het polderbestuur om jonge vis in het water uit te zetten. In 1927 werd besloten om het cafĂ© ‘Duin en Bosch’ van de heer Metzer als clublokaal te gaan gebruiken. Op 15 september 1928 werd dit cafĂ© door brand verwoest, waarbij ook de kas van de vereniging, inhoudende ruim 50 gulden in vlammen opging.

Algemeene Hengelaars Bond.
Algemeene Hengelaars Bond.

Vanaf 1932 tot ongeveer 1970 was de lunchroom van Ben Kuilman aan de Van der Mijleweg het clublokaal, wat duidelijk getoond werd door het groene bordje naast de deur met daarop een baarsje en de tekst ‘Algemeene Hengelaars Bond / Bondscafé’.

Periode 1926 tot 1948

Tot 1948 beschikte de vereniging alleen over het viswater in de Groot-Limmerpolder. Deze polder beviste men samen met Hengelsportvereniging Limmen (opgericht 1931) en De Sander (opgericht 1935) in Akersloot. Een groei van de vereniging was onmogelijk vanwege de bepaling dat de Castricumse vereniging maximaal 50 visvergunningen voor de Groot-Limmerpolder mocht uitgeven; een bepaling van het Polderbestuur die tot 1982 in stand werd gehouden en bedoeld was om niet te veel mensen tot de landerijen toegang te geven.
In de overeenkomst van 1939 staat het volgende: “De besturen der hengelvereenigingen hebben te waken tegen


Jaarboek 41, pagina 33

het stroopen door hun leden, het meenemen van vreemden (niet-ingezetenen, niet-leden) en jongens. In het hooiland mag niet geloopen worden. Het houden van hengelconcoursen is in de wateren van den polder verboden.”

Vaak was het niet eens mogelijk om zomaar ergens te gaan zitten en je hengeltje uit te gooien. De grasbermen waren verpacht en de pachter wilde daar soms geen publiek op hebben. Na de aanleg van de Zeeweg (N513) van Bakkum naar Limmen moest de vereniging voor het betreden van het gras langs de Schulpvaart bij de Grote Bocht en bij de Limmervoort een looprechtvergunning van de Provincie hebben.

In deze beginperiode van de vereniging was het vissen beperkt tot de Groot-Limmerpolder en was men, net als de eerste Amsterdamse visclubs (visclubs waren baarscolleges genaamd), bezig met het houden van viswedstrijden op baars en de gezelligheid van het samenzijn in het clublokaal. De eerste baarswedstrijd werd in maart 1927 gehouden in de Egmondervaart.
Voor hun hengelmaterialen konden ze vanaf 1934 terecht bij de hengelaar Jan Heideman, die in zijn manufacturenzaak aan de Dorpsstraat 69 ook visspullen ging verkopen.

De baarsvissers op 6 december 1936 tijdens de wedstrijd wegens het 10-jarig bestaan.
De baarsvissers op 6 december 1936 tijdens de wedstrijd wegens het 10-jarig bestaan. V.an links naar rechts voorste rij: A. Hogenstijn, J. Zentveld, G. Casteele, K. Welsenes, J. Kijzers, C. Borst, C. Nijman, J. Zonneveld, L. Eggers en C. Orij; achterste rij: J. Vessies, H. Heideman, H. Eikhof, P. Bleijendaal, D. Hoogland, E.C. van der Vijgh, W.T. Martens, G. Schermer, Chr. de Geer, C. Brakenhoff, A. van Weenen en G. van Straaten.

Dat het houden van een baarswedstrijd in die tijd een serieuze zaak was, blijkt uit de wedstrijd op 6 december 1936 ter gelegenheid van het 10-jarig jubileum van de vereniging. Men viste in de Ringvaart te Heerhugowaard met een gezamenlijke reis per autobus vanaf De Rustende Jager en de lunchroom van Ben Kuilman. Dat het binnenwater in Noord-Holland toen anders was dan nu, blijkt uit het gegeven dat men niet als aas een worm maar de steurkrab (een brakwater garnaal) gebruikte. Na de wedstrijd werden in de lunchroom van Ben Kuilman, onder het genot van enige consumpties, de wisselmedaille en de prijzen in de vorm van hengelsportgereedschap uitgereikt.

Tijdens de eerste oorlogsjaren ging het verenigingsleven nog gewoon door. Voor het houden van een ledenvergadering moest er sinds 21 juni 1940 toestemming worden verleend door de politie, waarbij de locatie, het aantal deelnemers, de tijd en de agenda moesten worden overlegd. Op 12 juli 1942 hield men een gezamenlijke visdag in het kanaal bij De Stolpen. ’s Morgens vroeg vertrok men toen per fiets vanaf Kuilman naar het station in Alkmaar. Van daar ging de reis met de bus naar De Stolpen.

In december 1942 werden de leden aangeschreven met de vraag of ze per 1 januari 1943 nog lid wilden blijven, want bijna alle leden waren toen vanwege de evacuatie vertrokken naar elders.

Pas in 1946 begon er weer leven in de club te komen. Het visrecht van beroepsvisser Dirkson was op 1 april 1945 verlopen en de Castricumse hengelaars hebben er toen


Jaarboek 41, pagina 34

niet achteraan gezeten om zelf het visrecht in de polder te verwerven, want men had vlak na de oorlog wel andere zorgen. Hengelsportvereniging Limmen had haar zaakjes blijkbaar beter voor elkaar: zij verwierf het visrecht op schubvis terwijl vishandel Gebr. Dil uit Akersloot het visrecht op aal en zeelt in handen kreeg. Voor de Castricumse vereniging betekende het uiteindelijk dat ze voor de Groot-Limmerpolder weer slechts 50 visvergunningen mocht gaan uitgeven. Dit was de Castricumse voorzitter Gerrit Terol een doorn in het oog en had jaren van onmin tussen beide verenigingen tot gevolg. Want wie in Castricum lid wilde worden, moest wachten tot er iemand zijn lidmaatschap opzegde of kwam te overlijden. In 1948 had de club al 50 leden. In het contributieboek van dat jaar staat bij de nieuwe leden C.L. Bedeke en O.P. Bleijendaal de aantekening ‘voor eigen risico’. Het was namelijk niet zeker of ze wel een visvergunning zouden krijgen.

Periode 1948 tot 1956

Tijdens de bezetting was er door de Duitsers een tankgracht van Bakkum tot aan Egmond aangelegd. Na de bevrijding wilden de eigenaren natuurlijk hun weilanden weer terug en werd de tankgracht gedempt. Wegens gebrek aan voldoende zand bleven een paar stukjes van deze tankgracht gespaard. In Bakkum-Noord ligt er aan de Bleumerweg (kadasternummer 124 in sectie A) nog een stukje met de naam ‘Tankval De Kroft’.

Op voorstel van het lid Piet van Duin zou men proberen de tankval te pachten om hierin karpers uit te zetten. Begin maart 1948 brachten vier bestuursleden een bezoek aan de eigenaar Reinier Duijn. De tankval was al verpacht aan een inwoner van Limmen. Maar Reinier wilde wel eens met deze pachter gaan praten. Deze heren zijn het eens geworden, zodat de ver- eniging de tankval kon huren voor zes jaar en zes optiejaren. Hiermee had- den de Castricumse hengelaars er een stuk viswater bij en konden er nieuwe leden worden toegelaten.

Op 31 maart 1949 zette de vereniging 400 edelkarpertjes en 100 zeeltjes uit. Met de bevissing werd gewacht totdat de karpers de wettelijke maat van 35 cm hadden bereikt. Op voorstel van voorzitter Gerrit Terol plaatste men er een bord ‘Verboden te vissen AHB’.

Op zondag 11 juni 1950 werd er een eerste proefwedstrijd gehouden waaraan 33 leden deelnamen. Toen ving men 137 karpers die allemaal ondermaats waren. De winnaar was Theo de Graaf die 19 karpertjes ving.

Op zondag 17 juni 1951 werd de tweede karperwedstrijd gehouden met 44 leden. Die keer ving men 27 karpers waarvan er negen bovenmaats waren. Om de prijzen moest worden geloot, want er waren vijf deelnemers die ieder twee karpers vingen: Jan Immink, Arie van Weenen, Feije Tiemstra, Cees Bedeke en Willem Rozing.

Bij het huren van de tankval was gebleken dat de hengelsportvereniging geen formele status als rechtspersoon had, omdat ze niet Koninklijk goedgekeurd was. Bij Koninklijk besluit van 4 oktober 1955 werden de statuten van ‘Hengelsportvereniging Castricum’ (afgekort HVC) goedgekeurd en kon ze als een volwaardige vereniging verder. In gevolge daarvan trad in 1956 het oude bestuur af en werd er een volledig nieuw bestuur gekozen. Volgens de nieuwe statuten waren er ook aspirantleden van 8 tot 14 jaar en juniorleden van 14 tot en met 17 jaar mogelijk. Als viswater voor de aspiranten en junioren was alleen tankval De Kroft aan de Bleumerweg beschikbaar. Het deelnemen aan de wedstrijden was voorbehouden aan de seniorleden van 18 jaar en ouder. Het zal zeker met het cafĂ©bezoek na de wedstrijden te maken hebben gehad.

Periode 1956 tot 1966

In deze periode werden er in Castricum veel nieuwe woonwijken gebouwd en diverse vijvers gegraven voor de waterafvoer en verfraaiing van de buurt. De eerste vijver was die aan de Helmkade, waar vooral de Castricumse jeugd een hengeltje uitgooide.
In deze periode was er Ă©Ă©n hengelsportwinkel, namelijk van Siem Swart aan de Dorpsstraat 41.

In 1962 verkreeg de vereniging het visrecht in de pas gegraven vijver aan de Hendrik Casimirstraat. Er werden jaarlijks 80 kg tweezomerige pootkarpers in uitgezet. De vijver werd met gaas afgesloten van de overige vijvers en zo ontstond er een ware karperput. Het vissen in de Casimirvijver was toen nog voorbehouden aan de seniorleden en gebonden aan een groot aantal regeltjes. Er mochten in die vijver maximaal tien hengelaars tegelijkertijd vissen. De gepensioneerden mochten er bijvoorbeeld niet vissen op zaterdagen, zondagen en werkdagen na 18.00 uur.De dinsdagmiddag was gereserveerd voor de middenstanders, die dan hun winkel sloten.

Het vissen onder de ogen van de omwonenden lokte natuurlijk ook klachten uit, die via de gemeente op het bord van de hengelsportvereniging werden gedeponeerd. In een brief van 19 juni 1962 staat:

  • “Op de zondagen 3 en 10 juni bevond zich bij de vijver een hengelaar die een luid spelende draagbare radio bij zich had, welke een hinderlijk lawaai veroorzaakte;
  • Het geheel wordt ontsierd door urinerende vissers;
  • Op 11 juni raakte een der zwanen verward in een vislijn.”

Op de naleving van de regels werd toezicht gehouden door twee leden die als controleurs werden aangesteld: Henk Serlijn en Cor Bartling. Op overtredingen stonden


Jaarboek 41, pagina 35

ook behoorlijke sancties. Vooral de heer Bartling was fanatiek, wat hem niet geliefd maakte bij zijn clubgenoten. Barend Kappers werd voor een maand geschorst, omdat hij een ondermaatse karper in zijn leefnet had. Feije Tiemstra (74 jaar) werd twee maanden geschorst wegens onbehoorlijk gedrag, terwijl Piet van Kessel met royement werd gedreigd vanwege het geluidsniveau van zijn draagbare radio. Zelfs het zeer gewaardeerde erelid Jan Korver (67 jaar) kreeg een schorsing vanwege het incident met de bewuste zwaan, die overigens een uurtje later door twee andere hengelaars van het snoer was verlost. De ‘slachtoffers’ konden nog wel in beroep gaan bij voorzitter Gerrit Terol, maar je had bij hem weinig in te brengen.

Gerrit Terol drukte zijn stempel op de vereniging; hij was voorzitter van 1937 tot 1956 en van 1959 tot 1974.
Gerrit Terol drukte zijn stempel op de vereniging; hij was voorzitter van 1937 tot 1956 en van 1959 tot 1974.

Aan de Castricumse jongeren had de vereniging nog steeds niets te bieden anders dan het viswater aan de Bleumerweg. Het vissen werd bij de jeugd steeds populairder, omdat er nu ook vijvers lagen langs de Kastanjelaan, de Anna Paulownastraat en de Jan van Nassaukade, waar ze ook de door de vereniging uitgezette karpertjes konden vangen. De jeugd had geen begrip van en voor het vergunningenstelsel en viste illegaal de vis uit de vijvers. Politieman Jacob Kloos, zelf ook een hengelaar, stuurde wel eens vissende kinderen weg bij de vijvers als hij op zijn motorfiets met zijspan langs kwam rijden. Maar dat was met zoveel jeugd natuurlijk niet vol te houden.

Advertentie Piet van Kessel.
Advertentie Piet van Kessel.

De hengelsport werd steeds populairder en de vereniging groeide naar 125 leden in 1965. Hengelsportwinkelier Siem Swart stopte in 1966 met zijn winkel. In dat jaar startte Henk Nuijens aan de Dorpsstraat 12 een winkel voor tuinbenodigdheden en hengelsportartikelen. Ook Piet van Kessel breidde zijn schoenenwinkel aan Bakkummerstraat 108 uit met hengelsportartikelen. De schoenmaker was geliefd bij zijn hengelsportklantjes die hij met raad en daad bijstond en daar ook rustig alle tijd voor nam. Hij stond vaak op straat over het vissen te praten, terwijl zijn vrouw de honneurs in de schoenenwinkel waarnam.

Vissen in het Meertje van Vogelenzang

In 1933 was mede in het kader van de werkverschaffing aan het eind van de Haagscheweg in Bakkum-Noord het Meertje van Vogelenzang gegraven. Met het vrijkomende zand werd de Zeeweg doorgetrokken naar Limmen en een viaduct over het spoor aangelegd. Het PWN zette karpers en andere vis in het meertje uit. De vissen deden het geweldig op de verse bodem, maar hengelen was er ten strengste verboden. Beroepsvisser Van den Kommer uit Uitgeest werd door PWN regelmatig ingeschakeld om er vissen te oogsten. Rond 1960 had het PWN karpers uitgezet in de infiltratiekanalen aan de Van Oldenborghweg als proef om de bodem doorlaatbaar te houden. Maar de karpers bleken niet bestand tegen het gechloreerde water in de infiltratiekanalen. Het PWN verhuisde ze daarom maar naar het Meertje van Vogelenzang. De grote karpers in het meertje trokken veel publiek dat de vissen kwam voeren; het meertje stond al gauw bekend als de Karpervijver.

Ook bij de hengelsportvereniging werd er al vele jaren met begerige ogen naar dit prachtige viswater gekeken. Voorzitter Gerrit Terol, die werkzaam was bij het pompstation, wist het bij zijn PWN-superieuren in Bloemendaal voor elkaar te krijgen dat de vereniging in 1966 visvergunningen voor het Meertje van Vogelenzang mocht gaan uitgeven. Voor deze zogenaamde machtiging betaalde men toen 350 gulden per jaar. De Kamer voor de Binnenvisserij maakte echter bezwaar, want de prijs was gezien de grootte van het water veel te hoog. De Kamer zou slechts toestemming verlenen als het huurbedrag tot 175 gulden zou worden teruggebracht. Dat men dit unieke viswater kon verwerven, was zo belangrijk dat de vereniging wel akkoord ging met de machtiging van 350 gulden.

Kees Bedeke sr. tijdens de aanleg van vissteigers in het duinmeer.
Kees Bedeke sr. tijdens de aanleg van vissteigers in het duinmeer.

Omdat het vissen in het meertje vanaf de oevers onmogelijk was, moesten er eerst de nodige vissteigers komen. Het toenmalige bestuur en een aantal enthousiaste leden staken vele vrije zaterdagen en avonden in het bouwen van tien vissteigers rondom het meertje. Deze eerste steigers werden gemaakt van eiken boomstammetjes afkomstig uit het duinterrein die door Olof Bleijendaal (tweede penningmeester van de club van 1956 tot 1996 en tevens terreinwerker bij PWN) vakkundig werden geschild.

Op 1 juni 1966 kon de visserij in het duinmeertje van start gaan. Vissen in het meertje was alleen toegestaan aan de leden van de vereniging die 18 jaar of ouder waren


Jaarboek 41, pagina 36


en bovendien ingezetenen van de gemeente Castricum moesten zijn. De eerste jaren (1966 tot 1974) werden er fenomenale vangsten gedaan. Hengelsportwinkelier Piet van Kessel kon toen regelmatig hengelaars noteren voor de toenmalige ‘Kanjerkoningcompetitie van de KRO’ met karpers groter dan 90 cm en palingen groter dan 100 cm.

Jan Veldt met een karper bij het duinmeertje.
Jan Veldt met een karper bij het duinmeertje.

De visserij in het Meertje van Vogelenzang was zo geliefd dat de vereniging in 1967 de grens van 200 seniorleden overschreed. De overgrote meerderheid van de leden kwam niet in aanmerking voor een visvergunning van de Groot-Limmerpolder. Die was immers voorbehouden aan de eerste 50 leden met de oudste rechten. Dat was natuurlijk niet vol te houden en de 50 poldervergunningen werden toen gesplitst in 50 zomervergunningen en 50 wintervergunningen. Bij de uitgifte van die vergunningen gold het principe ‘Wie het eerst komt, wie eerst het eerst maalt’.

De periode 1968 tot 1983

Het vissen in de Casimirvijver was voorbehouden aan de seniorleden en de Castricumse jeugd liet men haar gang gaan in de andere vijvers. Dit leidde tot ongewenste situaties, want in een brief uit 1967 van Klaas Rond (secretaris van 1967 tot 1985) aan de gemeente Castricum staat het volgende:

“Gezien het feit dat door de jeugd van Castricum (5 tot 20 jaar) op ongehoorde wijze gewerkt wordt aan de totale vernietiging van de door ons opgebouwde visstand en het vernielen van de plantsoenen rond de gemeentelijke vijvers, willen wij de jeugd van 8 tot en met 17 jaar onderbrengen in een jeugdafdeling van onze vereniging. Wij willen deze aspiranten een eigen jeugdbestuur geven, waarvoor wij reeds van vijf jonge leden een toezegging hebben gekregen. De HVC wil trachten in samenkomsten met de jeugd door het geven van goede voorlichting over de hengelsport en dergelijke te bereiken dat ze weten hoe ze zich hebben te gedragen aan de waterkant.”

Dit viel bij de gemeente in goede aarde en de vereniging verkreeg per 1 januari 1968 het volledige visrecht in alle Castricumse vijvers. Er kwam een jeugdafdeling met een eigen bestuur, bestaande uit jonge seniorleden:

  • voorzitter Cor Nuijens (met Huug Korsman als tweede voorzitter);
  • secretaris Ber Veldt;
  • penningmeester Jan Veldt;
  • commissaris Piet ten Wolde, Ton Res, AndrĂ© Meselaar en Henk Serlijn.
De prijzen op het Kooiplein.
De prijzen op het Kooiplein; met map Cor Nuijens, knielend Jan Veldt en Ber Veldt.

Na een berichtje in de plaatselijke krant kon men al op 12 mei 1968 het 100e jeugdlid noteren. In dat eerste jaar zou het aantal jeugdleden nog verder oplopen tot maar liefst 496.
Om de jeugd de kunst van het vissen bij te brengen werd er op 25 mei 1968 een instructiebijeenkomst gehouden in de Juliana van Stolbergschool. De opkomst was die middag al bijzonder groot.
Er werd besloten om jaarlijks vijf viswedstrijden voor de jeugd te organiseren. De jeugdleden werden met een convocatie voorzien van reclame van sponsors voor iedere wedstrijd uitgenodigd.
Voor de viswedstrijden verzamelde de jeugd zich zaterdagochtend om kwart voor zeven op het Kooiplein waar na afloop ook de prijsuitreiking werd gehouden. De stoet begaf zich onder de hoede van acht controleurs naar het strijdperk (de vijvers aan de Van Speykkade en de Beethovensingel).

De eerste jeugdviswedstrijd bij de Van Speykkade; de toeschouwer is Lou Veldt.
De eerste jeugdviswedstrijd bij de Van Speykkade; de toeschouwer is Lou Veldt.

In de krant van 11 juni 1968 staat het volgende verslag van de eerste jeugdviswedstrijd:
“Op 8 juni 1968 werd door niet minder dan 65 jeugdige leden van de Hengelsportvereniging Castricum deelgenomen aan een grote viswedstrijd aan de Van Speykkade. Na een spannende strijd, waarbij het ging om zoveel mogelijk visjes te vangen, werd C. Tak eerste met in totaal 17 visjes. J.M. Benard werd tweede, D. de Bood derde en H. Serlijn vierde. Na afloop van dit zeer geslaagde visfestijn werden de jeugdige vissers getrakteerd op ijs.”

Over het klassement om de grootst gevangen karper meldde dezelfde krant:
“H. Woudenberg voerde de rang-


Jaarboek 41, pagina 37

lijst aan met een karper van 50,5 cm. Zoals bekend stelde de hengelsportzaak Van Kessel voor de winnaar van dit klassement een werphengel met molen beschikbaar.”

In 1974 nam Gerrit Terol wegens ziekte afscheid als voorzitter. Hij werd opgevolgd door Cor Nuijens, die deze functie tot 1996 vervulde. De leden van het jeugdbestuur gingen in 1975 op in het gewone bestuur.

Door de vele nieuwbouwwijken met hun nieuw gegraven vijvers groeide de belangstelling voor de hengelsport naar ongekende hoogte. In 1983 bereikte de vereniging haar hoogtepunt met 838 seniorleden en 650 jeugdleden. Met zoveel hengelaars viel er ook met de verkoop van hengelmateriaal geld te verdienen. In oktober 1971 startte Piet ten Wolde in de bloemenwinkel van zijn ouders aan de Henri Schuijtstraat 17 een filiaal van Peeters Hengelsport. En in 1980 ging Bart Holwerda in zijn dierenwinkel aan de Burg. Lommenstraat 4 ook hengelsportartikelen verkopen.

Het Biljartcentrum van de gebroeders Ber en Jan Veldt werd vanaf 1982 gebruikt als het clublokaal van de vereniging. Naast de prijsuitreikingen van de wedstrijden hield de vereniging daar ook klaverjasavonden.

Cor Nuijens
Cor Nuijens

Interview met Cor Nuijens

Cor Nuijens, geboren in 1942 in Limmen, bloemenexporteur, heeft veel betekend voor de Castricumse hengelsport. Hij vertelt:
“Als jongetje viste ik al in de Grote Tocht, een sloot die in het weiland ten westen van de Westerweg in Limmen loopt. Hier heb ik menig uurtje doorgebracht. Zeelt, brasem, voorns enzovoorts waren er volop. In 1962 werd ik lid van Hengelsportvereniging Limmen. Op mijn 21e trouwde ik met Anneke Veenstra uit Bakkum en gingen we inwonen bij mijn schoonouders op de Bakkummerstraat. De Hengelsportvereniging Castricum (HVC) had toen net het visrecht in de nieuw gegraven vijver aan de Hendrik Casimirstraat gekregen. Omdat ik in Castricum woonde, wilde ik lid worden van de HVC, maar ook blijven vissen in de Groot-Limmerpolder. Dat kon eerst niet, want de HVC had maar 48 ‘poldervergunningen’ voor haar toenmalige 100 leden en alleen de eerste 48 leden hadden het recht op die poldervergunning. Met Valkering, voorzitter van HSV Limmen, heb ik kunnen regelen dat ik mijn poldervergunning van Limmen mee mocht nemen naar de Castricumse vereniging. Het bestuur van de HVC ging akkoord en zo werd ik in 1964 lid in Castricum.

In mijn jonge jaren was ik een fervent karpervisser en viste vaak met Bernard Louman, een oudere man die een potten- en pannenwinkel had aan de Dorpsstraat. Dat gebeurde op de dinsdagmiddagen (de winkels waren dan gesloten). Het karpervissen deden we in de Startingervaart bij het ‘Gemaal 1879’ in Akersloot. We visten met vaste hengels van bamboe, een dikke nylonlijn en een grote haak met als aas een aardappel. Op een keer kreeg ik er een grote karper aan die niet te houden was en (ik) gooide mijn bamboehengel in het water. Wat later kreeg ik mijn hengel weer te pakken en was de karper moe gezwommen. Zo ving ik een boerenkarper van 69 cm en won daarmee de beker voor de ‘Grootste Karper’. Deze beker werd jaarlijks door de HVC uitgereikt.


Jaarboek 41, pagina 38

Verder heb ik leuke herinneringen aan de baarswedstrijden van de HVC. In november en maart gingen we met een Naco-bus vol met baarsvissers naar de kop van Noord-Holland. We visten dan een hele dag op baars met na afloop de prijsuitreiking in hotel Kuilman.
Op een keer bij het Noord-Hollands kanaal schoot het tweede deel van mijn hengel in het kanaal. Wat te doen? Toen heb ik mijn kleren maar uitgetrokken en ben in het koude water gesprongen om het hengeldeel te zoeken. En dat lukte me zowaar ook nog, zodat ik de wedstrijd verder kon vervolgen.

De baarsvissers bij het Noord-Hollandskanaal in Het Zand tijdens het 60-jarig jubileum in 1986.
De baarsvissers bij het Noord-Hollandskanaal in Het Zand tijdens het 60-jarig jubileum in 1986. Van links naar rechts staand: B. Holwerda, J. Korsman, G. Groentjes, R. Stal, G. Schermer junior, C. Schotten, B. Veldt, G. Lute, S. de Groot, A. Groot, K. Meijne, G. Schermer, S. Zijp, K. Louwe, O. Bleijendaal, S. de Jong, H. Nuijens, R. Reinders, M. Maas, W. Schermer, W. van de Nieuwboer, A. Steij, A. de Haay, C. Nuijens en G. Gijzen;
zittend: P. Verbiest, K. Rond, H. Korsman, J. Hollenberg, H. Gruis, A. Theissling, C. Duinmeijer, S. Groentjes, M.M. van Ewijk, W. Ooms en D. Zentveld; liggend: J. Veldt en K. Hoekstra.

Gaandeweg raakte ik meer betrokken bij de HVC. In 1968 begon de vereniging een jeugdafdeling met een apart ‘jeugdbestuur’. Ik werd voorzitter van dit bestuur en we vergaderden bij mij thuis aan de Oranjelaan. De jeugdafdeling groeide als kool en dat viel op bij het bestuur. Omdat er ook toen al moeilijk mensen voor een bestuursfunctie te vinden waren, vond men het nodig dat we samen met het ‘grote bestuur’ gingen vergaderen. Dat gebeurde eerst nog bij Kuilman en later bij Anton de Rooij aan de Dorpsstraat. Na afloop van de vergadering werd er dan nog een kaartje gelegd, klaverjassen. Voor ons jongelui was het er dan om te doen om Gerrit Terol, de voorzitter van het grote bestuur, te laten verliezen, want die man kon daar absoluut niet tegen.

Toen Gerrit Terol aftrad in 1974 als voorzitter, werd ik zijn opvolger. In die periode werd de landelijke ‘Algemene Hengelaars Bond’ (AHB) gereorganiseerd tot ‘Nederlandse Vereniging van Sportvissersfederaties’ (NVVS). Er werd een stichting gevormd ter voorbereiding van de ‘Federatie Midden Noord-Holland’. In deze stichting had ik ook zitting. Daarna ben ik vanaf 1975 nog tien jaar penningmeester geweest van de federatie. De vergaderingen van het federatiebestuur waren bij mij thuis aan De Bloemen. Dat hadden vaak korte nachtjes tot gevolg, omdat ik vanwege de bloemenexport de volgende dag weer vroeg naar Duitsland moest rijden. Maar het was een leuke tijd en ik heb er veel goede vrienden aan overgehouden. In die periode viste ik veel in het Alkmaardermeer vanuit mijn bootje de ‘Eridan’, genoemd naar mijn zoons Erik en Danny.
In 1984 werd ik voor mijn rug afgekeurd, maar bleef tot 1996 voorzitter van de HVC. De laatste jaren komt er van vissen niet veel meer, maar ik heb nog steeds aanloop van mijn oude visvrienden.”


Jaarboek 41, pagina 39

De periode 1984 tot en met heden

In het jaar 1984 is de landelijke “Algemene Hengelaars Bond” (AHB) omgevormd tot de “Nederlandse Vereniging Van Sportvissersfederaties” (NVVS) waarbij de verenigingen bij regionale federaties zijn aangesloten. Vroeger trok iedere rechtgeaarde hengelaar er op 1 juni, de opening van het visseizoen, voor dag en dauw op uit om te gaan vissen. De visserijwet is in 1984 gewijzigd. De gesloten tijden zijn afgeschaft, zodat men nu het hele jaar kan vissen. Sindsdien is de lol van de opening van het nieuwe visseizoen op 1 juni verdwenen, wat een geleidelijke afname van het aantal leden van de vereniging tot gevolg had. Voor de jeugd kwamen er andere (sport) activiteiten op zodat ook daar de belangstelling voor het vissen terugliep. In 2006 werd het dieptepunt bereikt met 400 seniorleden en 100 jeugdleden. Van de hengelsportwinkels wist alleen die van Henk Nuijens aan de Dorpsstraat 12 zich staande te houden.

De jeugdbegeleiders van de HVC in 1993.
De jeugdbegeleiders van de HVC in 1993: Sjoerd de Jong (door NVVS onderscheiden als Jeugdbegeleider van het jaar!), Anton Steij en Herman Scholten.

In de periode 1990-2000 schommelde het aantal jeugdleden tussen 200 en 250 en er werd veel tijd geïnvesteerd in de vissende jeugd. Op 26 juni 1993 werd er in de vijver aan de Henri Dunantsingel en in Sportcentrum De Bloemen door de Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij (OVB) en de Nederlandse Vereniging Van Sportvissersfederaties (NVVS) de examendag van de cursus Jeugdbegeleiding gehouden. Dit ging gepaard met de nodige publiciteit en had een opleving van het jeugdvissen tot gevolg. De NVVS onderscheidde toen Castricummer Sjoerd de Jong als ‘Jeugdbegeleider van het jaar 1993’. De hengelsportverenigingen zetten zich van oudsher ook in voor de kwaliteit van hun viswater. Vanaf 1976 tot en met 2005 bemonsterden hun vrijwilligers, in het kader van het Water- en Visstandbeheer van de NVVS, maandelijks het zuurstofgehalte. Tegenwoordig wordt de hengelsport regelmatig tegengewerkt door ‘moderne’ natuurbeheerders.

Het Meertje van Vogelenzang werd in 1995 uitgebaggerd en slechts door inschakeling van de landelijke hengelsportorganisatie NVVS kon de vereniging in dit unieke stukje natuur blijven vissen. Dit saneringsproject is mede gerealiseerd met een provinciale subsidie in het kader van het Integraal Waterbeheer (Natuurbeheer en Hengelsport werken samen).

Met ingang van 2007 zijn het zelfstandig bestuursorgaan van de overheid OVB en de landelijke hengelsportorganisatie NVVS gefuseerd tot ‘Sportvisserij Nederland’. Dit leidde tot de invoering van de Vispas in het jaar 2007. Met het lidmaatschap van de plaatselijke vereniging krijgt men de Vispas en kan men in vrijwel al het viswater van aangesloten verenigingen vissen. Het ledental van de Castricumse vereniging stabiliseert zich nu op circa 500 seniorleden en 100 jeugdleden. Het clublokaal van de vereniging is sinds 2012 het onderkomen van zeehengelvereniging ‘De Salamander’ op het sportcomplex Wouterland.

Van de oorspronkelijke gezelligheid van de wedstrijdvisserij op baarsjes en het daaropvolgende cafébezoek is tegenwoordig weinig meer over. Deze traditie heeft bij onze Castricumse vereniging nog lang stand gehouden dankzij het biljartcentrum van de gebroeders Veldt. Er worden bij de HVC in 2016 nog steeds baarswedstrijden gehouden, maar die trekken nog slechts tien deelnemers. De overkoepelende afdeling Sportvisserij MidWest Nederland houdt deze typisch Noord-Hollandse traditie nog in stand met twee selectiewedstrijden en het Nederlands Kampioenschap Baarsvissen.

Kees Bedeke

Bronnen:

  • Amsterdamse vischcolleges, Visionair nummer 20 juni 2011;
  • Archiefstukken van Hengelsportvereniging Castricum;
  • Herinneringen van Kees Bedeke (secretaris van 1989 tot 2012);
  • Notulen van G. Casteele (secretaris van 1926 tot 1955).

Met dank aan: Cor Nuijens.

Print Friendly, PDF & Email
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties