Drafsport in Castricum (Jaarboek 42 pg 73-83)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 42, pagina 73

Het overlijden van de in Bakkum geboren en opgegroeide Jacques Geluk, begin 2018 op 72-jarige leeftijd, is de aanleiding voor dit verhaal. Jacques was een BN‘er in drafsportland en ik maakte iemand van Oud-Castricum opmerkzaam op zijn overlijden. Vervolgens vroeg Oud-Castricum mij om een stukje over Jacques te schrijven. Wel leuk natuurlijk, maar daar zouden we andere Castricummers en vooral zijn familieleden mee tekort doen. Daarom gaat dit verhaal over de drafsport in ons dorp en over enkele dorpsgenoten, die deelnemer waren in deze tak van sport. Maar we beginnen met een lesje drafsport voor dummy’s.

Een kortebaanwedstrijd op de Maliebaan te Utrecht.
Een kortebaanwedstrijd op de Maliebaan te Utrecht. In die jaren vaak met boerenpaarden, vanaf de deken gereden, zonder zadel (aquarel geschilderd door Willem de Famars Testas in 1883).

In vroegere eeuwen deed men weinig aan sport. Mensen moesten hard werken om te overleven. Natuurlijk werden er wel spelletjes gespeeld en was er soms ook volksvermaak. Dat kun je zien op oude schilderijen. Men leefde toe naar de jaarlijkse kermis die vaak werd gecombineerd met spelletjes voor volwassenen, zoals het ‘katknuppelen’. Mannen gooiden met knuppels naar een hangend houten vat, waarin een kat opgesloten zat. Winnaar werd de laatste werper voordat de kat uit het stukgegooide vat sprong. Ik heb dat in mijn kinderjaren, eind jaren 1950, nog zien gebeuren bij het café van de familie Castricum aan de Heerenweg in Bakkum. Gelukkig met een namaakkat. Ander vermaak waren de wedstrijden met paarden, in veel dorpen door kasteleins georganiseerd, omdat de toeschouwers graag een drankje dronken bij het kijken naar de wedstrijd en vervolgens ook na afloop de winst omzetten in drank. Denk hierbij aan ringsteken en kortebaanwedstrijden.

Kortebaan

De drafsport kent twee disciplines: de kortebaan, een afvalrace tussen telkens twee dravers over 300 meter rechte weg, en de langebaan, wedstrijden met acht tot zestien paarden over circa 2.000 meter op een lange ronde baan. De kortebaan is verreweg de oudste. Het begon er in de Middeleeuwen mee dat een boer zijn buurman uitdaagde en met hem wedde dat hij met zijn snelle paard het eerste bij de kerk was. Later werden onderlinge wedstrijden georganiseerd door kasteleins en herbergiers. Plaatselijke bestuurders en soms zelfs het kerk- en armenbestuur zagen in die wedstrijden een mogelijkheid om extra volk naar het dorp te trekken en daarmee wat geld te verdienen. Honderden dorpen hadden hun jaarlijkse kortebaandraverij, gecombineerd met een jaarmarkt, feest of kermis. Vaak werd een zilveren zweep of servies uitgeloofd voor de winnaar. Oude bronnen vermelden dat er al in 1554 tijdens de beroemde jaarmarkt in Valkenburg (ZH) om een zilveren zweep werd gestreden. Het Koninklijk Huis loofde soms een gouden zweep uit en bekend is dat stadhouder Willem de Vijfde al in 1777 zo’n dure zweep ter beschikking stelde in Leeuwarden. De koninklijke familie is lange tijd verbonden geweest met deze sport, niet in het minst door Prins Bernhard, die in de tweede helft van de vorige eeuw jaarlijks de Gouden Zweep uitreikte op één van onze drafbanen. De traditie van de kortebanen is altijd in stand gebleven. De kortebaanvereniging van Santpoort bestaat sinds 1752, dus al meer dan 265 jaar, en is daarmee één van de oudste verenigingen van ons land!

Langebaan

In de eerste helft van de negentiende eeuw waaide vanuit Engeland de rensport over naar ons land. De adel ging wedstrijden met door jockeys gereden Engelse volbloeds organiseren op een lange ronde renbaan, zodat met meer paarden tegelijk over langere afstanden kon worden geracet. Oogmerk van het koersen met geïmporteerde paarden was mede de verbetering van de inlandse paardenrassen, inclusief de leger- en politiepaarden. Vanaf 1844 werden in Nederland op de zogenaamde langebaan ook koersen met voor sulky’s gespannen harddravers georganiseerd. In de duinen bij Zandvoort was daartoe een ronde baan uitgezet voor galoprennen en draverijen. Er kwamen steeds meer renbanen en de sport werd ongekend populair. Er konden weddenschappen worden


Jaarboek 42, pagina 74

afgesloten bij bookmakers en later bij de officiële toto, hetgeen nodig was voor de exploitatie van de renbanen. In 1887 werd voor het eerst de toto (een afkorting van ‘totalisator’) op de Nederlandse banen geïntroduceerd. De inhouding was toen 12,5 procent en dat geld werd voornamelijk gebruikt voor prijzengeld. Een vijfde deel ervan ging naar het Fonds ter bevordering van de Paardenfokkerij. De sport en de fokkerij maakten in die jaren een fantastische ontwikkeling door en er werden steeds meer draf- en renbanen geopend en uitstekende harddravers geïmporteerd.

Voorzijde van het programmablad van de Kortebaan van Castricum in 1931.
Voorzijde van het programmablad van de Kortebaan van Castricum in 1931.

Totalisator-verbod

Langzamerhand tekenden zich echter donkere wolken af voor de sport. Het koersen op zondag en het wedden op paarden werden door confessionele partijen in een kwaad daglicht geplaatst. In bepaalde gemeentes werden de koersen op zon- en feestdagen verboden, zoals in Bloemendaal, waar de prachtige, pas 10 jaar oude renbaan Woestduin binnen een jaar na het verbod moest worden gesloten, omdat deze niet meer was te exploiteren. In 1909 wisten de confessionele partijen in de Tweede Kamer met 36 tegen 34 stemmen een algemeen totalisator-verbod te bewerkstelligen via de ’Zedelijkheidswet’, om zo een einde te maken aan ‘de zedeloosheid van het wedden op paarden op zondagen’. Halverwege 1911 werden op Duindigt de laatste weddenschappen afgesloten. Daarmee werd in één klap bijna de hele Nederlandse draf- en rensport vernietigd. Het aantal meetings daalde van 83 in 1910 naar 4 in 1913 en 1914. Renbanen werden gesloten, fokkers en eigenaren stopten ermee, professionals zochten hun heil in het buitenland en veel goede paarden verdwenen over de grens. Alleen de illegale bookmakerij hield stand op de plaatsen waar af en toe nog koersen werden georganiseerd. Dankzij de kortebaanwedstrijden in verschillende dorpen, onder andere in Bakkum en Castricum, bleef er nog iets van de sport over.

Achterzijde van het programmablad van de Kortebaan van Castricum in 1931.
Achterzijde van het programmablad van de Kortebaan van Castricum in 1931.

Bloeiperiode

Kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog hief de Duitse bezetter het totalisator-verbod op en werden er meer koersmeetings op de langebaan georganiseerd. Vanwege het oorlogsgeweld lagen de koersen vanaf september 1944 geheel stil. Op 16 juni 1945 werd er voor het eerst weer gekoerst met totalisator, want die is na de capitulatie van de Duitsers blijvend toegestaan. Na de oorlog kwam de sport en fokkerij weer goed op gang om in de jaren (negentien) 70 en 80 een hoogtepunt te bereiken met bekende paardennamen als Quicksilver S, Hairos II, Henri en Jojo Buitenzorg, Speedy Volita, Kees Verkerk, Yellowa en Action Skoatter. Daarna kreeg de toto veel concurrentie van andere wedmogelijkheden, zoals de voetbaltoto en de casino’s. Vervolgens gaan de sport, fokkerij en toto zich internationaliseren. In eigen land wordt de langebaansport tegenwoordig vooral beoefend op de vier drafbanen in Wolvega, Duindigt (bij Wassenaar), Groningen en Alkmaar. Daarnaast zijn er grasbaanraces op verschillende plaatsen in de noordoostelijke provincies. ‘Gekortebaand’ wordt er vooral in het westen, in Noord- en Zuid-Holland. Jaarlijks worden er wedstrijden georganiseerd in ongeveer 25 dorpen en steden, waaronder Heemskerk en Beverwijk.

Kortebaandraverij Castricum 6 augustus 1931.
Kortebaandraverij Castricum 6 augustus 1931.

Drafsport in Castricum

In Castricum werd op 6 augustus 1930 voor het eerst een kortebaan georganiseerd in de feestweek ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Vereniging voor Vreem-


Jaarboek 42, pagina 75

delingen Verkeer ’Castricum Vooruit’. De commissie die hiervoor had gezorgd, werd omgezet in de ‘Harddraverij Vereeniging Castricum’. Ook in de jaren 1931 tot en met 1936 en in 1942 organiseerde de vereniging officiële wedstrijden in de maand augustus. In Bakkum deed dezelfde vereniging dat in de maand oktober van de jaren 1931 tot en met 1938. De draverijen werden georganiseerd tijdens de kermis in beide dorpen. In een bewaard gebleven programmablaadje uit 1931, hierbij afgedrukt, vinden we leuke informatie. Aan de adverteerders te zien lijkt de draverij gehouden op de Dorpsstraat, maar vanwege de daar lopende trambaan en het bochtige verloop kon dat niet. In een koersverslag uit 1934 wordt melding gemaakt van een Castricumse grasbaan op een weiland aan de Breedeweg, met een baanlengte van 325 meter. In Bakkum gebeurde dat op een ‘verharde weg op het Provinciaal landgoed’, de Zeeweg. In het programma van 1931 worden ook bestuursleden en keurmeesters genoemd. We herkennen de namen van twee grote drafsportliefhebbers, de Bakkummers J.W. (Jo) Borst en N. (Klaas) Groot, beiden genoemd als bestuurslid, keurmeester en baancommissaris. Jo Borst was ook deelnemend eigenaar, met drie eigen paarden. Over belangenverstrengeling gesproken! De Castricummer G. (Gerrit) Vergouw had twee paarden lopen. De wedstrijd in 1931 werd gewonnen door de merrie Qualiteit met Jan Vergay (Purmerend) op de sulky en Uniform van Jo Borst werd tweede. De andere ’Castricumse’ paarden vielen niet in de prijzen. Er was veel publiek, mede door de goede treinverbinding van Castricum met de rest van Nederland. De eerste wedstrijd in Bakkum werd gewonnen door de ’Bakkumse’ Uniform, met als tweede geplaatst: de hengst Rentner van Dorus Schermer ook uit Bakkum.


De bekende Castricumse merrie Uniform (links met Jan de Vlieger) wint een rit op een weiland tijdens de kortebaanwedstrijd te Stompwijk in 1936.

De bekende Castricumse merrie Uniform (links met Jan de Vlieger) wint een rit op een weiland tijdens de kortebaanwedstrijd te Stompwijk in 1936.

Andere jaren

De merrie Uniform van Jo Borst werd in 1932 tweede op de Bakkumse kortebaan, derde in Castricum in 1934, winnaar in Castricum in 1935 en winnaar te Bakkum in 1935 en 1936. De eerste prijs bedroeg meestal 200 gulden, plus een grote zilveren beker, die was uitgeloofd door de directie van bierbrouwerij ’De Amstel’. Totaal heeft Uniform eenmaal in Castricum en driemaal in Bakkum gewonnen. Wat zal dat telkens een feest zijn geweest nadat de plaatselijke favoriet had gewonnen! Verder is bekend dat de bekende dravertrainer Jan(tje) van Leeuwen senior – indertijd de Koning van de Kortebaan genoemd – van 1935 tot 1943 in Bakkum woonde. Hij trainde de paarden van Jo Borst en huurde in die jaren een paardenstal achter de slagerij van mijn opa Jan Huiberts aan de Vinkebaan in Bakkum. Trainen deden ze in het duingebied of op het strand. Zijn zoon Jan van Leeuwen junior begon in 1928 voor zichzelf in Beverwijk. Hij won in 1934 met de merrie Quita de kortebanen van zowel Castricum als Bakkum.


Jaarboek 42, pagina 76

Anekdote

Castricum wordt genoemd in een anekdote over de pikeur Jan Wagenaar senior, later vooral bekend als de ontdekker van de beroemde hengst Quicksilver S. Jan was een selfmade man met een grote werklust en een groot vakmanschap. De geboren Amsterdammer was ook brutaal, eigenwijs en onverzettelijk, vaak impulsief en opvliegend, hetgeen hij eens demonstreerde tijdens de kortebaan in Castricum door uit protest gedurende enige tijd dwars over de baan te gaan liggen. De veldwachter moest er aan te pas komen. Jan had een grote mond, maar een klein hartje en was meestal na een uur alle ellende weer vergeten.

Klaas Groot met zijn zoon Dirk bij de training van de harddraver Kapitein de Bruane op het strand van Castricum in 1928.
Klaas Groot met zijn zoon Dirk bij de training van de harddraver Kapitein de Bruane op het strand van Castricum in 1928.

Wildebaan

Nadat er sinds 1942 niet meer in Castricum was gekortebaand, vonden de ondernemers Loek Kaandorp (van café De Stiefel) en Ad Neelen (van Bar Castell) begin jaren (negentien) 80 dat het tijd was voor een revival. Castricum was ‘doodsaai’ en er moest meer gezelligheid en spektakel komen. In de zomer van 1983 werd, buiten de officiële organisatie NDR om, op de Dorpsstraat een kortebaan georganiseerd.

Een zogenaamde ’wildebaan’, met 20 uit het stamboek geschreven harddravers. Het was een succes met duizenden mensen langs de baan. Winnaar werd het paard Marinus Carlos met zijn eigenaar op de sulky. Heel toepasselijk heette deze man Gerrit Bakkum. Locoburgemeester Henk Wokke reikte de prijzen uit. In de twee volgende jaren is er ook nog zo’n wildebaan gehouden, maar daarna was het voorbij. Castricum werd weer ‘een slaapdorp’.

Klaas Groot met zijn draver bij het Kroftveld, jaren 1940.
Klaas Groot met zijn draver bij het Kroftveld, jaren 1940.

Paardenmensen

We bespreken enkele Castricumse drafsportliefhebbers en beginnen met de deelnemers aan de sport uit de tijd van kortebaan, de (negentien) dertiger jaren, de heren Borst, Schermer, Groot en Vergouw, met hun nakomelingen. Drie van deze vier mannen woonden naast of tegenover elkaar aan de Van Oldenbarneveldweg te Bakkum en daar starten we mee.

Jo Borst

De Bakkummer Jo Borst (1885-1968, broer van onder andere caféhouder Willem Borst en aannemer Toon Borst) baatte van 1913 tot 1917 café ’De Onderneming’ aan de Heereweg 12 uit. Later verhuisde hij naar de Van Olden-


Jaarboek 42, pagina 77

Jan Bleijendaal.
Jan Bleijendaal.

barneveldweg 24 en werd hij aannemer in grondwerken en pijpleidingen. Jo was een groot drafsportliefhebber en was in de (negentien) twintiger en dertiger jaren eigenaar van een aantal harddravers, zowel voor de lange- als de kortebaan.
Tevens was hij bestuurslid en mede-organisator van de kortebaan van Castricum. Hij heeft zijn hobby niet overgebracht op zijn nageslacht, alhoewel zijn zoon Jan soms de paarden van zijn vader in de koers reed.

Huldiging van de merrie Lina Bonnie en pikeur Joop van den Berg na hun zege in het Jochems Memoriaal op 3 september 1950 op renbaan Duindigt. Links staat eigenaar Klaas Groot met schoonzoon Cor Geluk en kleinzoon Nico Geluk.
Huldiging van de merrie Lina Bonnie en pikeur Joop van den Berg na hun zege in het Jochems Memoriaal op 3 september 1950 op renbaan Duindigt. Links staat eigenaar Klaas Groot met schoonzoon Cor Geluk en kleinzoon Nico Geluk.

Dorus Schermer

Deze aan het begin van de Van Oldenbarneveldweg wonende paarden- en autoliefhebber heeft jarenlang als eigenaar met zijn dravers aan de koersen deelgenomen. Ook J. Schermer en P. Schermer uit Castricum worden begin jaren (negentien) dertig als eigenaar genoemd. Latere generaties Schermer waren meer geïnteresseerd in grotere paardenkrachten, zoals auto’s en vooral motoren.


Jaarboek 42, pagina 78

Ingezoomd op Klaas Groot, zijn schoonzoon Cor Geluk en zijn kleinzoon Nico Geluk.
Ingezoomd op Klaas Groot, zijn schoonzoon Cor Geluk en zijn kleinzoon Nico Geluk.

Klaas Groot

Ook de eerder genoemde Klaas Groot was een echte paardenman. Van hem staat in de boeken dat hij vanaf 1910 handelde in Russische ketten, kleine paarden voor licht werk, zoals het trekken van een groentekar door de straten van het dorp. Hij woonde eerst aan de Bakkummerstraat en begon later een kruidenierswinkel aan de Van Oldenbarneveldweg 23, gerund door zijn vrouw Jans de Winter. Zij was opgegroeid in het begin van dezelfde straat, in het kleine huisje tegenover Dorus Schermer. Later woonde haar broer Jan de Winter daar en nu staat er het dubbele woonhuis van de familie Borst, nazaten van Willem Borst (de broer van Jo) en Heintje de Winter, de zus van Jans en Jan. Sommige families bevolken een straat en blijven daar ‘eeuwig’ wonen.

Klaas Groot had in die periode een aantal harddravers, waaronder de merrie Baroline, waarmee hij begin jaren (negentien) veertig veel succes had op de langebaan. Klaas trainde zijn paarden zelf en deed dat op het open veld, genaamd Kroftveld, in het bos aan de overkant van het atletiekterrein aan de Zeeweg. Het rijden in de koers deed Klaas soms zelf als amateur rijder, maar meestal liet hij het aan beroepspikeurs over. Zelf heeft hij ook met Baroline gewonnen. Nadat hij haar had verkocht, werd ze jaren later beroemd als moeder van Quicksilver S. In de jaren (negentien) zestig ging hij samen met zijn zoon Jan over van de dravers op de pony’s. De dravers liet hij over aan zijn schoonzoon Cor Geluk. In die periode werden de paarden vaak getraind door Jan Bleijendaal, NS-beambte uit Castricum.

Een nog jonge Jacques Geluk.
Een nog jonge Jacques Geluk.

Cor Geluk

Als jongeman kwam de in Broek op Langedijk opgegroeide Cor Geluk in de kost bij veevoerhandelaar Dorus Schermer. Cor was gek op auto’s en motoren en ging aan de slag als chauffeur. In zijn vrije tijd reed hij rond op zijn Harley Davidson. Dorus begon naast zijn huis aan de Van Oldenbarneveldweg 5 een garagebedrijf, genaamd ’De Toekomst’. Cor Geluk heeft dat bedrijf later overgenomen. Cor werd verliefd op de vier huizen verderop wonende Trien Groot, de dochter van Klaas, en trouwde met haar. Hij raakte in die jaren ook besmet met het paardensportvirus. De harddravers hield hij eerst samen met zijn schoonvader, maar toen hij zijn eigen bedrijf had en wat ruimere middelen kreeg, breidde hij zijn drafsporthobby uit. Hij begon in de jaren negentienzestig ook met het zelf fokken van dravers, die hij stalde aan de Brakersweg bij Jan Schermer. Zijn beste fokproduct was de ruin Flamingo Six, die ruim 250.000 gulden heeft gewonnen voor zijn eigenaar, de heer Van Oosten. Geluk had dit paard voor een mooie prijs verkocht en kreeg als fokker altijd nog 10 procent van de gewonnen bedragen. Een ander goed fokproduct was Helene Hanover, die bijna 65.000 gulden wist te winnen. Zij werd derde in de Derby van 1969 achter Henri Buitenzorg.

Een bemodderde, 32-jarige Jacques Geluk.
Een bemodderde, 32-jarige Jacques Geluk.

Leuk is het verhaal dat Catherine Geluk me vertelde over haar vader. In 1970 kocht Cor, samen met zijn compagnon Gerard Veldt uit de Wormer, een dekhengst genaamd Peterhof. Die was al 22 jaar oud en eigenlijk te stram om een merrie te kunnen dekken. Cor zag er nog wel een avontuur in en bovendien had hij dan gratis dekkingen voor zijn eigen fokmerries. Het lukte de oude hengst echter niet meer om een merrie te bestijgen. Daarom bedachten de eigenaren een stellage met een katrol, waarmee ze de hengst met een band onder zijn borst door omhoog konden tillen. Dat lukte, maar toen de hengst klaar was met dekken van de eerste merrie viel hij dood neer. Een hartverlamming. Daarmee had Cor een groot probleem, want zijn vrouw Trien, die de boekhouding deed, wist niet dat haar man geld in een inmiddels dood paard had gestoken. Cor heeft toen wat geld geleend van zijn dochter en dat later keurig terugbetaald. Waarvan? Dat weet niemand meer.

Jacques Geluk met zijn crack Helene Hanover in 1969.
Jacques Geluk met zijn crack Helene Hanover in 1969.

Jacques Geluk

Cor Geluk had drie kinderen, waarvan de oudste zoon Nico een bloemisterij ’Rosita’ begon aan de Brakersweg. Dochter Catherine (vroeger Tiny genoemd) werd onderwijzeres en de jongste zoon Jacques (geboren in 1945) wilde persé de paarden in. Hij is de enige Castricumse professional in de drafsport geworden, met hulp van zijn vader die dit prachtig vond. Eerst moest hij natuurlijk ’in de leer’. Jacques was een snelle leerling, die in 1966 op 21-jarige leeftijd met dertien overwinningen kampioen bij de leerling-pikeurs werd. Na zijn 30ste zege en een cursus mocht hij beroepstrainer worden. Hij kreeg met hulp van zijn vader op zijn 22ste jaar al een eigen stal in Egmond-Binnen en behaalde snel mooie successen. Zo won hij twaalf keer op rij met Eddi Scotch. Maar ook met Flamingo Six, Helene Hanover en Ike Hollandia zegevierde hij vele malen. Hij trainde niet alleen de paarden van zijn vader, maar ook van andere eigenaren, waaronder mijn neef Loek Kaandorp, die de eerder genoemde wildebaan organiseerde. Nadat zijn stal vanwege de strengere milieu-eisen in de jaren zeventig moest sluiten, ging Jacques verder op het trainingscomplex van Martin en Cees Vergay in Hippolytushoef, waar hij een aantal boxen kon huren. Hij had altijd aardige paarden voor de langebaan, maar de mooiste successen werden behaald op de kortebaan.

Jacques Geluk met Island Haven in 1995.
Jacques Geluk met Island Haven in 1995.

De Beverwijker Aad Pools kwam eind jaren negentienzestig als leerling-pikeur werken bij Jacques Geluk en vroeg aan zijn baas of hij mocht gaan kortebanen. Jacques vertelde later: “Ik heb hem daar vrij in gelaten en toen


Jaarboek 42, pagina 79

hij vertrok, besloot ik het zelf te gaan doen. Dat viel in eerste instantie niet mee. Starter Van Driel heeft mij toen het vak geleerd. Hij zei: “Waar ik sta, daar draai jij om.” Dat bleek goed te werken. Op een gegeven moment wist je met welke snelheid je het startvak in moest, wanneer je om moest draaien en wat de afstand tot de startlichten was.

Geluk boekte door de jaren heen vele successen, mede dankzij zijn ervaring in het vak. Zijn eerste kortebaanwedstrijd won Jacques in 1971 te Heemskerk en zijn 35ste en laatste kortebaanoverwinning als pikeur boekte hij in Voorschoten in 2003. Vooral in latere jaren liet hij als trainer zijn paarden ook vaak rijden door leerling-pikeurs, die dan vijf meter voorsprong kregen, wat veel is over 300 meter.

Ike Hollandia wint met een onzichtbare Jacques Geluk op Duindigt, 12-8-1973.
Ike Hollandia wint met een onzichtbare Jacques Geluk op Duindigt, 12-8-1973.

Niet alle harddravers kunnen kortebanen. Ze moeten zeer snel zijn, handig kunnen omdraaien bij de start en het de hele middag volhouden. Jacques was altijd op zoek naar een ’echte crack’ en dat is hem meermalen gelukt. Rond de millenniumwisseling braken zijn hoogtijdagen aan. Bloemenhandelaar Koos Minck uit Hillegom was zijn investeerder. Samen wonnen zij de ene na de andere kortebaan met paarden als Mr. Postman, Olga Laukko, Tantiffy Oostland en Super Can Read. “Winnen werd heel gewoon. Ik herinner mij dat Koos voor de kortebaan in Schagen van 2003 naar me toe kwam en vroeg hoe lang hij al niet gewonnen had. ”Vier weken, een eeuwigheid”, antwoordde ik. Die dag wonnen wij de koers met Super Can Read”, zegt hij in een interview. Jacques verdiepte zich in de kortebaandraver. Hij keek via de schotel naar buitenlandse koersen en zocht altijd naar nieuw talent voor zijn eigenaren. De naam van de Zweedse ruin Mr. Postman zal altijd aan die van Jacques Geluk verbonden blijven, want hij maakte er een kampioen van met trainingen op het strand. Deze ultieme korte-


Jaarboek 42, pagina 80

baancrack reed zevenentwintig finales, won veertien keer, verdiende ruim 45.000 euro en werd na de eeuwwisseling gekozen tot ’kortebaner van de 20ste eeuw’.

Sjaak Geluk op drafbaan Alkmaar in 1975 met rechts de Castricumse eigenaar Loek Kaandorp.
Sjaak Geluk op drafbaan Alkmaar in 1975 met rechts de Castricumse eigenaar Loek Kaandorp.

Een ongeval op zijn vijftigste in 1995 werd een keerpunt voor Jacques’ gezondheid. Bij het parkeren van de veewagen kwam hij met zijn voet onder een wiel. Hij lag een half jaar met een verbrijzelde voet in het ziekenhuis. Zijn voet is behouden gebleven, maar het is nooit goed genezen. Op latere leeftijd waren zijn knieën versleten, maar zijn conditie was te broos voor een operatie. Zijn gezondheid was uiteindelijk de reden dat hij zijn trainersvak op een laag pitje moest zetten. Geluk stopte in 2008 abrupt met zijn passie toen zijn (tweede) vrouw ziek werd en hij haar


Jaarboek 42, pagina 81

Jacques Geluk te Alkmaar in 1976.
Jacques Geluk te Alkmaar in 1976.

mantelzorger werd. Hij is negentien jaar met haar samen geweest totdat ze in 2009 kwam te overlijden. In dat jaar verloor hij ook zijn enige broer Nico. De laatste jaren was het tobben geblazen met zijn gezondheid, mede doordat hij niet zo’n gezond leven leidde. Hij verdiende nog wat bij als chauffeur van een busje met gehandicapte kinderen, maar hij moest en zou ook bij de paarden betrokken blijven. Iedere maandag, woensdag en vrijdag reed hij vanuit Alkmaar naar Schagerbrug om op het trainingscomplex van Hugo Langeweg als vrijwilliger paarden uit te rijden en koffie te drinken. De laatste maanden lieten zijn knieën hem in de steek. Hij bewoog zich voort achter een rollator. Op 28 februari 2018 overleed Jacques Geluk na een val in zijn huis in Alkmaar, toch nog onverwacht. Hij werd 72 jaar en liet twee dochters, Saskia en Jacqueline achter.

Een nog jonge Cor Huiberts (1921) met een draver van trainer Jan van Leeuwen senior, die halverwege de jaren 1930 enkele paardenstallen huurde van slager Jan Huiberts.
Een nog jonge Cor Huiberts (1921) met een draver van trainer Jan van Leeuwen senior, die halverwege de jaren 1930 enkele paardenstallen huurde van slager Jan Huiberts. Cor is de vader van Hans en Jos. Deze slagerij stond aan de Vinkebaan. In de Tweede Wereldoorlog zijn alle huizen aan de Vinkebaan op last van de Duitsers afgebroken.

Jan Huiberts

De Bakkumse Klompenbuurt was een paardenbolwerk. Jo Borst, Dorus Schermer, Klaas Groot en Cor Geluk woonden allemaal in het eerste kromme gedeelte van de Van Oldenbarneveldweg. Daartussen woonde ook Jan Huiberts, handelaar in slachtpaarden, nadat in de oorlog zijn slagerij aan de Vinkebaan op last van de Duitsers was gesloopt. Op bestelling kocht hij paarden in voor een aantal regionale paardenslagers op de veemarkten van Utrecht, Purmerend, Schagen en Leeuwarden. Elke zondagmorgen kwamen deze slagers naar de inmiddels gesloopte kleine stolpboerderij op nummer 18, maakten een praatje in de kleine huiskamer, dronken een borrel, rookten een dikke sigaar en kochten daarna hun paard, dat ze in de week daarop zelf in hun eigen slagerij slachtten. Er waren


Jaarboek 42, pagina 82

toen nog geen slachthuizen. Als kleinzoon van Jan Huiberts woonde ik aan de overkant op nummer 13 en was ik vaak bij mijn opa. Het is dus niet vreemd dat ik als kleine jongen al gek op paarden was. Buurman Cor Geluk nam me op 10-jarige leeftijd een keer mee naar de koersen in Alkmaar en ik was op slag verkocht aan deze sport. Hier liepen geen gewone paarden, maar BN’ers! Er stonden wel honderd mensen te kijken bij het inspannen van de crack Theo Messidor en ik was meteen fan van dit paard. Het kwam nog in een stroomversnelling toen mijn leraar Duits aan het Pius X-College, Jan Kemperink, een harddraver had gekocht en ik sindsdien veel met hem optrok. Als Delfts student kocht ik in 1972 samen met hem mijn eerste paard, een draverveulen. Toen hij dat paard een jaar later wilde verkopen hebben mijn vader Cor en mijn broer Jos zijn halve deel overgenomen. Sindsdien hebben mijn broer en ik altijd wel één of meer harddravers gehad, waarvan de door onszelf gefokte hengst Kailash de beste was. Hij won onder andere de Derby der vierjarige paarden en in Duitsland het internationale Greyhound-Rennen in 1997. In een paar jaar tijd verdiende hij 225.000 gulden, maar dat geld is later allemaal opgegeten door zijn broers en zusjes.

De hengst Kailash heeft de Derby der 4-jarigen gewonnen.
De hengst Kailash heeft de Derby der 4-jarigen gewonnen. Bij de huldiging v.l.n.r. fokker-eigenaar Hans Huiberts, verzorger Robert Veldt, pikeur Tom Kooyman en mede-fokker-eigenaar Jos Huiberts.

De Hippodromers

De drafsport is een dure sport. Het in training geven van een draver kost ongeveer 700 euro per maand. Het is daarom laagdrempeliger en ook leuker om dit met een groepje vrienden te doen. Met enkele anderen hebben mijn broer Jos en ik de Drafsportvriendenclub ‘De Hippodromers’ opgericht, die sinds 1992 al met veertien harddravers heeft deelgenomen aan de koersen. Verschillende Castricummers zijn lid geweest van deze club: Han Kemperink, Wim Groot, Jaap de Bie, Ben van de Ven, Robert Veldt, René Veldt, Hans Vermeulen, Piet Hein van


Jaarboek 42, pagina 83

der Kolk, Robin Goudsblom en de gebroeders Huiberts, die nog steeds in het bestuur zitten. Er waren ook veel Heemskerkers lid van deze club. Niet gek, want met zijn jaarlijkse kortebaan is Heemskerk, meer dan Castricum, nog steeds een drafsportbolwerk. Individuele Hippodromers hebben ook eigen dravers in training gehad, zoals de gebroeders Veldt en Robin Goudsblom.

Familie Vergouw

Net zoals in veel sporten en beroepen gaat de interesse in de drafsport toch vaak over van vader op zoon of dochter. De familie Vergouw is daar een mooi voorbeeld van. De eerder in het programmablaadje uit 1931 genoemde draver-eigenaar G. Vergouw woonde in een boerderij in het Noord-End, die later is gesloopt voor woningbouw. Het adres was Alkmaarderstraatweg 123. Nu ligt daar het korte stukje Silene, ongeveer huisnummer 8. Hij is de vader van Jacobus (Co) Vergouw, die na de verkoop van de boerderij naar Uitgeest verhuisde. Co was de fokker en eigenaar van de bekende harddravers Ruth van Assum en Onno van Assum. Diens zoon Niek Vergouw woont ook in Uitgeest en zijn vrouw Lida, dochter Natasja en kleindochter Bo Sprengers staan nu in de drafsport bekend als ’De Meiden van Assum’, die met succes dravers fokken en trainen. Bo Sprengers werd in 2018 zelfs leerling-kampioen op de kortebaan. Allemaal met Castricumse roots.

Piet Beentjes

Een andere echte drafsportman was Piet Beentjes uit de Oud-Haarlemmerweg. Hij handelde onder andere in dravers. In de jaren negentienzestig en zeventig trainde hij zijn eigen paarden op het driehoekige terrein van Vitesse ’22 aan de Heemskerkse kant, waarop nu de trainingsvelden liggen. Zijn zoon Gerard is in de negentienzeventiger jaren nog enige tijd leerling-pikeur geweest, maar is later iets anders gaan doen.

Ton de Graaf

Piet Beentjes was bevriend met Lou de Graaf, die op de Brakersweg woonde. Diens zoon Ton de Graaf kreeg daardoor ook de smaak te pakken en is nu nog in de sport bezig als eigenaar-trainer. Hij woont in Heiloo en traint daar zijn paarden.

Andere liefhebbers

Een leuk aspect van de drafsport is dat er op de uitslag van de koersen kan worden gewed. Als je een weddenschap op een paard afsluit, word je direct betrokkene. Het is dan alsof jouw paard in die koers loopt. Als het dan wint en jij een leuke uitbetaling krijgt, ben je extra blij. Dat gebeurde natuurlijk in de (negentien) dertiger jaren enkele keren met de plaatselijk favoriete Uniform, waarop door veel dorpsgenoten werd gewed. Ook in latere jaren hebben veel Castricummers een gokje gewaagd. Een vaste bezoekster van de Alkmaarse koersen, tot op hoge leeftijd, was Jacques’ moeder Trien Geluk. Ze lette blijkbaar goed op en deed daar haar voordeel mee, want ze kwam vaak met winst thuis. En zo waren er meer dorpsgenoten, die graag ’naar de koers’ gingen: teveel om op te noemen. Tegenwoordig kan dat allemaal via internet. Je hoeft er de deur niet meer voor uit en met tips van de kenners vergroot je jouw kansen. Soms kan er worden meegespeeld in de grote Franse wedpool en dan kunnen ook de uitbetalingen heel groot zijn.

De toekomst

Door minder publiciteit en de opkomst van andere sporten en gokspelletjes is de belangstelling voor de drafsport verminderd en onbekend maakt onbemind. Maar deze sport is nog minstens zo fascinerend als vroeger, mede door de internationalisering. In Frankrijk, Italië en Zweden is deze sport groot en is veel geld te verdienen met een goede harddraver. De Franse hengst Timoko behaalde in koersen door heel Europa een totale winsom van ruim 5 miljoen euro. Hij was gefokt door, in eigendom van en getraind door Nederlanders en dat spreekt tot de verbeelding. De import-Castricummer Robin Goudsblom en ik zijn op dit moment nog de enige ingezetenen van dit dorp die zich als draver-eigenaar met de drafsport bezig houden. Mijn broer Jos Huiberts ook, maar die woont momenteel in Uitgeest. Onze paarden zijn in training bij Tom Kooyman in Lijnden bij Zwanenburg. Daar gaan we in de toekomst nog wel even mee door, want eenmaal besmet met het drafsportvirus kom je er nooit meer vanaf. U bent gewaarschuwd! Ga dus vooral niet kijken op Duindigt, in Alkmaar, in Wolvega of op de kortebanen van Heemskerk en Beverwijk.

Verwijzing

De draf- en rensport is trots op zijn rijke historie, wat tot uiting komt in een groot aantal boeken en artikelen die worden bewaard in het zeer uitgebreide Nationaal-Draf- en-Rensport Archief met bijbehorend NDR-Museum op Duindigt. Het museum is te bezoeken op alle koersdagen en op woensdagen; het archief is geopend op elke woensdag. De historie wordt naar buiten gebracht onder andere via de website www.archiefndr.nl. Hier vind je onder andere een In Memoriam over Jacques (Sjaak) Geluk met een overzicht van zijn carrière en een groot aantal foto’s (http://bit.ly/sjaak-geluk).

N.B.
Mocht ik iemand zijn vergeten, meld het alstublieft want dan kunnen we het nog rechtzetten. Niet in dit jaarboek, maar wel op de websites waar dit artikel in de toekomst ook zal worden gepubliceerd.

Hans Huiberts

Met dank aan:

  • Redactie van weekblad ‘Draf&Rensport’ voor het In Memoriam over Jacques Geluk;
  • Gebroeders Hilgersom van de website kortebaandraverijen.nl, die onderzoek hebben gedaan naar alle kortebaanwedstrijden die in Nederland zijn gehouden sinds 1930;
  • Aad Duijn, Ton de Graaf en vooral Catherine Kuijper- Geluk.
Print Friendly, PDF & Email
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties