Dorpssmederij (Jaarboek 13 1990 pg 22-24)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over middenstanders in Castricum: architectbakkersbioscoopbouwbedrijfcaf√© / hotelcaf√©s en kasteleins in Bakkum –¬† drukkersexpeditiegasfabriekgroenteboerengroenteveilingkruideniersmelkboerenmelkfabriekmolenaarrestaurantschelpenvissersschilder – schildersbedrijf – slagerssmidsmederijstoomwasserijstrandvonderveldwachtersvrachtrijderijwereldwinkel


Jaarboek 13, pagina 22

De dorpssmederij

Er is een tijd geweest dat de smid een belangrijke plaats innam in de dorpsgemeenschap. Dat was in de tijd van paard en wagen; de paarden moesten worden beslagen, het ijzerwerk van de wagens gerepareerd en in de wagenmakerij werden nieuwe wagens gemaakt.

Drie smederijen in de gemeente

Nog niet lang geleden waren er drie smederijen in onze gemeente, in de Dorpsstraat de smederij van Peperkamp, in de Schoolstraat was de smederij van De Groot en in Bakkum was Hoebe de smid.

De laatste smederij heeft de kortste geschiedenis; in 1902 koopt Johannes Hoebe aan de Bakkummerstraat een huis met een win¬≠keltje. Het vak had Johannes geleerd in de smederij van zijn va¬≠der in Egmond aan Zee. In een kleine ruimte achter de winkel aan de Bakkummerstraat werd aanvankelijk de smederij ingericht. Dit heeft niet lang geduurd, want al in 1905 werd door Hoebe een echte smederij naast het huis gezet. Omdat hij toch smeedkolen kocht voor het smidsvuur begon hij ook gelijk maar een handel¬≠tje in turf en andere brandstoffen. Dat heeft geduurd tot er een brandstoffenhandel kwam in de Bakkummerstraat. De smederij is in de zestiger jaren be√ęindigd.

De smederij in de Dorpsstraat was gestart door Klaas Smit. Klaas was eerder grof- en hoefsmid in Schermerhorn; hij koopt op der¬≠tig jarige leeftijd in 1862 het huis en erf in de Dorpsstraat op en¬≠kele tientallen meters naast herberg ‘De Rustende Jager’. Hij trouwt in 1863 met de Castricumse Maartje Brakenhoff. Vele tientallen jaren drijft Klaas deze smederij tot hij in 1906 de sme¬≠derij verkoopt aan Cornelis Peperkamp uit Uitgeest, die sinds 1900 als smidsknecht bij Klaas werkte en inwoonde. Velen zullen zich Cor Peperkamp nog wel herinneren; een echte dorpsfiguur, die voor een borreltje graag getuige wilde zijn bij de aangifte van een geboorte, aan de overkant op het gemeentehuis.

De smederij in de Schoolstraat

Zijn de smederijen in Bakkum en in de Dorpsstraat van deze en van de vorige eeuw, de smederij in de Schoolstraat is al honder­den jaren oud.

De smederij in de Schoolstraat. De kaart geeft de toestand van de directe omgeving in 1830 weer.
afb. 1 De smederij in de Schoolstraat. De kaart geeft de toestand van de directe omgeving in 1830 weer.

In het streekarchief te Alkmaar, alwaar ook de archieven van Castricum zijn opgeborgen, vonden wij koopakten betreffende het pand. De eerste die we tegen kwamen (moeilijk leesbaar) da¬≠teerde uit 1706. Dus toen bestond deze smederij al en wie weet hoe lang reeds. In dat jaar werd er op 9 november een veiling ge¬≠houden ‘ten huyze van Willem Jansz., hospis (herbergier) tot Castricum’. Hier werd een huis, erf en schuur in de Kerkbuurt in de banne van Castricum geveild en wel door Miesje Pieters, we¬≠duwe van de smid Jan Casparus. Het gereedschap van de smede¬≠rij t.w. de schroef, blaasbalg, haardijzer, aambeeld, slijpsteen, koelbak en travalje, werd niet verkocht. De smederij werd voort¬≠ gezet door de smidsknecht Caspar Jansz. Terbrincq, zoals bleek uit latere gegevens.

Hierna vinden we ruim twintig jaar niets over de smederij. Op 17 mei 1728 koopt Claas Pieters, hoefsmid te Medemblik en broer van de eigenaresse Miesje Pieters, de smederij en het huis aan de eerdergenoemde smidsknecht Caspar Jansz. Terbrincq. Caspar had de smidsgereedschappen blijkbaar al in eigendom, want die werden van de koopsom afgetrokken.

In 1758 overlijdt Caspar. Zijn bezittingen worden ge√ęrfd door zijn vrouw Trijntje Jacobs die op 6 maart 1759 het huis en de sme¬≠derij verkoopt aan Nicolaas Geelvinck, ambachtsheer van Castricum. Dit was voor die tijd niet ongewoon, want Geelvinck was heel rijk en kocht vaak grond en panden op als er iets te koop werd aangeboden. Zo kocht hij nu dus dit huis met smederij, schuur en tuin en betaalde daarvoor de weduwe met een lijfrente van 80 gulden per jaar en met nog zes tonnen turf per jaar, de eerste ton op 1 september, dan kon ze de kachel al stoken. Blijk¬≠ baar kon men in die tijd leven van 80 gulden per jaar.

Nicolaas Geelvinck

De smederij was nu van Nicolaas Geelvinck, de ambachtsheer van Castricum en Bakkum. Nicolaas was in Amsterdam een zeer machtig man, bekleedde er vele functies o.a. die van burge¬≠meester, woonde in een kapitaal huis aan de Herengracht (had o.a. 7 dienstboden) en verbleef ‘s zomers vaak op zijn buitengoed Scheybeck te Beverwijk. Hij zal zich nauwelijks met de smederij hebben bezig gehouden. Bij de overname werkt Jan Jackz. er al meer dan een jaar als smidsknecht en hij mocht het blijven doen.

Maar in 1760 hoorde Jan dat de heer Geelvinck een verzoek­ schrift had gehad van Maarten Kunst uit Alkmaar; deze man wil­ de graag een wagenmakerij in Castricum beginnen, concurrentie dus!
Jan Jackz. liet het kaas niet van zijn brood eten en vroeg op zijn beurt aan de Heer van Castricum een vaste aanstelling als smids­baas; hij voerde daarbij aan dat hij al twee jaar als zodanig werk­zaam was en wel tot volle tevredenheid en genoegen van zijn dorpsgenoten. Hij kreeg zijn zin en kon dus weer rustig door gaan tot genoegen en tevredenheid van iedereen.

Na het overlijden in 1764 van Nicolaas Geelvinck gaan al zijn Castricumse bezittingen over op zijn zoon Joan Geelvinck. Ook Joan was een invloedrijk man en had functies bekleed in Amster­dam en Brussel. In de roerige periode voorafgaande aan de Fran­ se revolutie werd hij op 5 juli 1787 door de patriotten tot burge­meester van Amsterdam benoemd en vervolgens enkele maanden


Jaarboek 13, pagina 23

later op 27 nov. 1787 reeds door prins Willem V van zijn functie ontheven. Op dat moment was Joan reeds uitgeweken naar het buitenland. Al eerder op 6 mei in datzelfde jaar had hij Joachim Nuhout van der Veen, schout van Castricum, als zijn lasthebber de opdracht gegeven het huis en de smederij te verkopen.

De speerhaak van Hermanus Esseling uit 1788.
afb. 2 De speerhaak van Hermanus Esseling uit 1788.

De speerhaak van Hermanus Esseling uit 1788

Hermanus Esseling uit De Zijpe koopt het huis en de smederij en het kleine huisje ernaast, genaamd ‘de Stalling’. Had dit mis¬≠schien iets te maken met de er tegenover liggende (oude) Pancratiuskerk en de boeren die op zondag met paard en wagen naar de kerk kwamen? De familie De Groot is in het bezit van een speerhaak – een klein soort aambeeld – met daarin het jaartal 1788; het gereedschap bleef bij elke verkoop bij de smederij dus kunnen we aannemen dat de toenmalige smid Hermanus Esseling hiermee ook al heeft gewerkt. Ook was er een grote blaasbalg, die volgens de fam. De Groot zeker even oud was, maar jammer genoeg werd het leer hiervan in de tweede wereldoorlog versneden voor schoenzolen. Heel begrijpelijk voor ieder die de toestanden toen kende.

Terug naar Hermanus Esseling, op 14 jan. 1793 is hij nog eige­naar en smid blijkens een akte waarin hij als buurman genoemd wordt, maar op 1 dec. van datzelfde jaar sterft hij. Een aantal jaren daarna op 2 april 1806 verkoopt zijn echtgenote Johanna Naus alles aan de in Alkmaar geboren Klaas Mens, meester smid.

Op 21 dec. 1826 verkoopt de dan 69 jarige Klaas Mens de smede­rij voor 1.500 gulden aan Pieter Smit, een smidsknecht uit Velsen. Als in 1830 een volkstelling wordt gehouden woont Pieter Smit in het huis met de smederij aan de Schoolstraat, is dan 22 jaar, ge­ boren in Purmerend en woont er samen met zijn vrouw de 26 jari­ge Antje Spanjaard, geboren in Velsen, hun twee kinderen Catharina 2 jaar en Simon 1/2 jaar en de 22 jarige inwonende knecht Jan Stokkers, geboren in Alkmaar. Zo weten we nu nog wie er woonde in 1830 in het huis aan de Schoolstraat.

Nog geen vijf jaar later in 1831, verkoopt Pieter Smit de smederij aan Wouter Spanjaard, waarschijnlijk een broer van Antje. Wouter was eerst tapper, dus geen smid en hij verkoopt het geheel als zijnde tolgaarder tussen Spaarndam en Santpoort en wonen¬≠ de in Schoten in 1837 aan Pieter Kuyt, dan al smid en wonende in Castricum. Pieter werkte waarschijnlijk al in de smederij, hij was geboren in 1805 te Houtrijk en Polanen en noemde zich grof- en hoefsmid. Pieter Kuyt zal vele tientallen jaren de dorpssmid zijn. In 1881 zal Pieter Kuyt op 76 jarige leeftijden al enkele jaren na het overlijden van zijn vrouw Grietje Busscher ‘het woonhuis in¬≠ gericht tot smederij en werktuigen, erf en tuingrond ter grootte van in totaal 542 m2’ via een boedelscheiding overdragen aan hun enige zoon Jacob Kuyt.

De familie De Groot sinds 1883 eigenaar

In 1883 is er op verzoek van Jacob Kuyt een veiling van de smede¬≠rij in herberg ‘De Vriendschap’ op de Dorpsstraat. Ene Jan de Groot, later bijgenaamd ‘Lange Jan’ koopt de smederij. Als Jan na het overlijden van zijn vrouw Maria Catharina Dijkman in 1909 alleen komt te staan, gaat hij een vennootschap aan met Theodorus (Dorus) de Groot met het doel het smidsebedrijf ge¬≠meenschappelijk uit te oefenen. Jan en Dorus zijn geen familie van elkaar. De vennootschap duurt tot 1918, in dit jaar gaat Lan¬≠ ge Jan eruit en wordt het bedrijf voortgezet door Dorus. Twee van zijn zonen – Kees en Piet – groeien met het smidsebedrijf op; va¬≠der Dorus blijft er nog werken tot 1966.

De oude smederij van Dorus de Groot; voor de smederij het ge­zin van Dorus samen met de knecht en dienstmeid.
afb. 3 De oude smederij van Dorus de Groot; voor de smederij het ge­zin van Dorus samen met de knecht en dienstmeid.
Kees de Groot, de laatste smid van Castricum.
afb. 4 Kees de Groot, de laatste smid van Castricum.

Jaarboek 13, pagina 24

In de loop der jaren wordt de smederij veranderd in een winkel voor haarden, kachels en siersmeedwerk; het smidsvuur verhuist naar een schuur achter het huis. De winkel heeft dienst gedaan tot eind 1985. Kees de Groot, de laatste smid, is nu ook gestopt en op de foto ziet U hem als zodanig bij het smidsvuur. Daarmee is het beroep van dorpssmid net als in zovele andere plaatsen ook in Castricum verdwenen. Met enige nostalgie denk ik aan het oude lied, het lied van de scharesliep:

‚ÄĚDe smid die moet hard werken, gestadig voor het vier
Hij durft hem niet versterken met eene kan goed bier
Terwijl ik ga op mijn gemak
Soms ook wel met een leege zak
Terlierelom terla
Van linksom rechtsom draait mijne steen door het roeren
van mijn been‚ÄĚ

E.A. Steeman – Borst

Bronnen o.a.:

  • oud rechterlijk archief van Castricum, aanwezig op het streek¬≠ archief te Alkmaar
  • hypothecaire registers op het Rijksarchief te Haarlem
  • gegevens van familie De Groot
De woning in de Schoolstraat naar de situatie in 1990.
afb. 5 De woning in de Schoolstraat naar de situatie in 1990.
Print Friendly, PDF & Email