Castricum – honderd jaar geleden 1895 (Jaarboek 19 1996 pg 58-59)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 19, pagina 58

Castricum – honderd jaar geleden 1895

 

Aan de hand van de gemeenteraadsnotulen, de inkomende en uitgaande stukken van de gemeente Castricum, de provinciale bladen, de burgerlijke standregisters enzovoorts, zijn de belangrijkste gebeurtenissen in Castricum opgespoord van nu honderd jaar geleden. In het jaar 1895 hebben zich in Castricum geen zeer bijzondere voorvallen voorgedaan.

Op 1 januari 1895 bestaat het gemeentebestuur uit burgemeester Johannes Mooij, de wethouders Wulbert Melker en Jacob Kuijs, en de raadsleden Cornelis Spaansen, Jan Twisk, Simon Louter, Jan Schuijt en Henricus Franse.

In deze periode schommelt het aantal inwoners rond 1775; op 1 januari 1895 telt Castricum 1767 inwoners, op 31 december 1895 is dit aantal toegenomen tot 1785; in dit jaar worden in Castricum 62 kinderen geboren; er worden 7 huwelijken gesloten en er overlijden 25 personen. Door het geboorteoverschot van 37 en doordat er 19 personen meer zich elders vestigen (82) dan er in Castricum komen wonen (63), neemt het inwonertal met 18 personen toe.
Het aantal kiesgerechtigde inwoners voor de verkiezingen van de Tweede Kamer, de Provinciale Staten en de Gemeenteraad in 1895 bedraagt 147.

Leerlingen en meesters van de Openbare Lagere School.
Leerlingen en meesters van de Openbare Lagere School, Dorpsstraat in Castricum in 1917. Hoofd van de school was meester Bussen (rechts) en meester Korf staat links. Het hoofd van de school woonde toentertijd in het gedeelte van het raadhuis aan de kant van de school. Dit was eerst de enige lagere school in Castricum, in 1920 werd de Augustinus school gebouwd naast de kerk. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Op 1 januari 1895 zitten op de Openbare Lagere School 230 schoolkinderen; aan de school zijn 8 leerkrachten verbonden te weten C.J. Bussen, hoofd der school, verder G.J. van der Ploeg, D. Dekker, A. Franse. mejuffrouw M.A.J. Huysken, mejuffrouw J. Wever, mejuffrouw E. Smit en J.H. van Lint.

 
3 januari 1895

In de plaatselijke politieverordening wordt gesteld dat het op straat onbeheerd laten loslopen van honden verboden is en wordt bestraft met een geldboete van maximaal 25 gulden.

 
6 maart 1895

Door het bestuur van de N.V. Omnibusdienst ‘De drie Egmonden’ te Egmond aan Zee wordt aan de gemeente Castricum toestemming aangevraagd tot het aanleggen van rails in de bermen en indien nodig in de wegen om een paardentram van Egmond aan Zee naar het station van Castricum te kunnen exploiteren.
De Raad zal afwijzend beslissen, vooral vanwege een kruising van de paardentramlijn met de Kramersweg. In mei wordt een verzoekschrift aan de Raad aangeboden, dat door 41 personen is ondertekend. De ondertekenaars pleiten voor de aanleg van de paardentram: door de Kramersweg en langs de Bakkummerweg.

 
8 mei 1895

Het raadslid J. Schuyt vraagt en krijgt eervol ontslag als lid van het Algemeen Armenbestuur. In zijn plaats wordt de heer P. Kuijs Jbz. gekozen.

Door de heer Lubcke, ingenieur te Brussel, is een voorlopige concessie aangevraagd tot het doortrekken van een stoomtram Beverwijk – Alkmaar. In verband met het gevaar van een stoomtram wordt de aanvraag voorlopig ter kennisgeving aangenomen.

 
1 augustus 1895

Nadat bij herhaling het verzoek tot het laten passeren van de stoomtram Beverwijk-Alkmaar door de kom van de gemeente in verband met het gevaar is afgewezen, wordt de aanvraag door de Raad opnieuw in behandeling genomen. Dit omdat nu is gebleken dat de aanvrager bereid is om naast allerlei voorzorgsmaatregelen 1.000 gulden te storten voor de Algemene Armen van Castricum. Met vier stemmen vóór en drie tegen wordt de concessie opnieuw niet verleend.

Het stoomtrammetje door de Dorpsstraat in het begin van deze eeuw. Honderd jaar geleden werd door de Gemeenteraad onder strenge voorwaarden toestemming verleend tot het laten passeren van de stoomtram Beverwijk - Alkmaar.
Het stoomtrammetje door de Dorpsstraat in het begin van deze eeuw. Honderd jaar geleden werd door de Gemeenteraad onder strenge voorwaarden toestemming verleend tot het laten passeren van de stoomtram Beverwijk-Alkmaar.

Enkele weken later komt de aanvraag opnieuw ter discussie, nu enige ingezetenen hiertoe de Raad hebben opgeroepen. De Raad verleent nu alsnog de concessie, daarbij overwegende dat de verzoekers in de kom der gemeente wonen en daardoor veel van de geopperde bezwaren worden weggenomen en dat een dergelijk communicatie (red: transport) middel hun wenselijk voorkomt.
De gemeente Castricum stelt bij de verlening echter wel een aantal harde voorwaarden om de veiligheid te verhogen en wel dat:

  • er gezorgd moet worden voor een afsluitboom op de gemeenteweg bij de school, die tijdens het passeren van de stoomtram gesloten moet zijn.
  • er een man staat met een vlaggetje bij het passeren van de stoomtram op de kruising Dorpsstraat – Overtoom/Kramersweg (nu Burgemeester Mooijstraat).
  • er een meerderjarige persoon voor de tram uitloopt met een luid klinkende bel door de kom van de Gemeente vanaf genoemd kruispunt tot voorbij de rooms-katholieke kerk. Over dit traject dient de tram stapvoets te gaan.
  • de trambaan aan de oostzijde van de straatweg wordt aangelegd en dat deze baan ook gangbaar is voor ander publiek verkeer.
Opslagplaatsen van kruidenier de Haas.
Opslagplaatsen van kruidenier de Haas. Dorpsstraat 55, 57, 59 in Castricum, 1916. Later werd het zaadhandel Kuijs aan de Rijksstraatweg (nu Dorpsstraat) ter hoogte van het huidige Eethuysje. Op de ze plaats is nu een pleintje.De huisnummers bestaan nu niet meer. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Martinus de Haas wil een stukje grond kopen van de gemeente om zijn onlangs gekochte woning te vergroten en om daarvan een pakhuis te laten maken. In beide gevallen wil hij naar voren bouwen (het huidige – red: anno 1996 – pand van Schotten aan de Dorpsstraat tegenover de Torenstraat). De gemeente gaat akkoord omdat ze van deze grond nimmer enig voordeel heeft getrokken; deze grond best door de gemeente kan worden gemist; en bovendien het voor M. de Haas van nut kan zijn; en door de vergroting de kom van de gemeente nog zal worden opgesierd.

 
14 augustus 1895

Onderwijzer J.H. van Lint vraagt met ingang van 15 september 1895 eervol ontslag wegens zijn benoeming te Hoorn. Omdat er geen sollicitanten op de advertentie waren, heeft de Raad het jaarsalaris voor deze vacature verhoogd van 600 naar 650 gulden. Op 13 november 1895 wordt Gerrit Beetsma, onderwijzer te Akkerwoude, voor dit salaris benoemd onder de verplichting tot het geven van het in te voeren herhalingsonderwijs.

 
3 september 1895

Van de gemeenteraad zijn de heren Wulbert Melker en Simon Louter aftredend. Melker wordt herkozen en als wethouder opnieuw benoemd; in de plaats van Louter wordt Arie Asjes gekozen (hij woonde op de Albert’s hoeve en was de vader van de nu bij velen nog bekende Albert Asjes).


Jaarboek 19, pagina 59

 
18 september 1895

Onderwijzer G.J. van der Ploeg vraagt met ingang van 16 oktober 1895 eervol ontslag wegens zijn benoeming te Alkmaar. Ook J. Hogensteijn heeft ontslag aangevraagd maar dan voor zijn functie als lantaarnopsteker. Op de oproep voor deze betrekking zijn twaalf reacties binnen gekomen. Hieruit wordt Jan Stuifbergen Jzn. tot de nieuwe lantaarnopsteker benoemd.

 
27 november 1895

D. Schotvanger Pzn. verzoekt eervol ontslag uit zijn betrekking van gemeenteontvanger secretaris/penningmeester van het Algemeen Armenbestuur met ingang van 1 januari 1896; tot zijn opvolger wordt benoemd de heer B.A. Res voor een jaarsalaris van 175 gulden.

De burgemeester deelt de Raad mee dat hem de wenselijkheid was te kennen gegeven om in verbinding met Egmond Binnen een ‘telephoon’ hier te hebben.

 
31 december 1895

De gemeenterekening over het jaar 1895 telt aan ontvangsten 11.378 gulden; de uitgaven bedragen 10.687 zodat een batig saldo resteert van 691 gulden.

S.P.A. Zuurbier

Print Friendly, PDF & Email
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties