Bakkum omstreeks 1830 (Jaarboek 25 2002 pg 20-26)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.

Verschenen artikelen over Bakkum:
Bakkum, de Heerlijkheid en zijn ambachtsherenĀ – Bakkum, einde gemeenteBakkum in de 18e eeuwBakkum omstreeks 1830Bakkum na 1930, de huizen en hun bewonersBakkum, vijftig jaar kerkBewoningsgeschiedenis Bakkum NoordBoenstraatje te BakkumCafĆ©s en kasteleins in BakkumĀ –Ā Kampeerterrein BakkumKermis in BakkumKlompenbuurt in BakkumKoninklijk Landgoed Bakkum (deel 1)Koninklijk Landgoed Bakkum (deel 2)Ongevallen in Bakkum


Jaarboek 25, pagina 20

Bakkum omstreeks 1830

Inleiding

In dit artikel wordt een beeld geschetst van Bakkum, zoals dat er omstreeks 1830 heeft uitgezien. Dit beeld omvat dan vooral de ligging en het gebruik van de vele percelen land in het Bakkumse landschap, de mensen die hier woonden en een groot aantal veldnamen die in gebruik waren. De percelen zijn in die periode voor het eerst ten behoeve van de oprichting van het kadaster nauwkeurig opgemeten en geregistreerd. Ook is er in datzelfde jaar een volkstelling gehouden. Met behulp van deze gegevens en die van het kadaster hebben we kunnen herleiden wie de bewoners waren van de slechts achttien huizen die in Bakkum stonden.

Het grondgebied van Bakkum

Voorafgaande aan de oprichting van het kadaster in 1832 zijn nauwkeurig alle percelen genummerd en opgetekend. Van elk perceel is een aantal gegevens in de zogeheten oorspronkelijk aanwijzende tafels opgenomen, zoals naam, woonplaats en beroep van de eigenaar, de grootte van het perceel, de soort bebouwing ofwel het gebruiksdoel, de belastingklasse en de belastbare opbrengst. Met deze gegevens kan een nauwkeurig beeld worden verkregen van het grondgebied en het grondbezit. In het 16e jaarboekje is dit reeds in hoofdlijnen geschetst voor de gehele gemeente Castricum. In dit artikel wordt dit uitvoeriger en specifiek voor Bakkum uitgewerkt.
Volgens het kadaster was de gemeente Castricum verdeeld in de secties A t/m D. Sectie A vormde het grondgebied van de oorspronkelijke gemeente Bakkum dat een totale oppervlakte besloeg van 896 hectaren en daarmee toen 28% uitmaakte van het grondgebied van de gehele gemeente Castricum.
In onderstaande tabel is aangegeven hoeveel grondoppervlak er voor de verschillende gebruiksdoelen werd aangewend alsmede het aantal kadastrale percelen waarover dat was verdeeld.

Gebruiksdoel:

  • Duin, oppervlak 470,5 hectare, 9 percelen
  • Weiland, oppervlak 330,6 hectare, 151 percelen
  • Bouwland, oppervlak 37,0 hectare, 43 percelen
  • Bos, oppervlak 32,5 hectare, 48 percelen
  • Schapenweide, oppervlak 10,6 hectare, 1 perceel
  • Wegen, oppervlak 6,1 hectare, 1 perceel
  • Schulpvaart en sloten, oppervlak 3,7 hectare, 5 percelen
  • Tuin, oppervlak 2,3 hectare, 19 percelen
  • Huis en erf, oppervlak 2,2 hectare, 18 percelen
  • Boomgaard, oppervlak 0,4 hectare, 3 percelen
  • Schuthok en schuur, oppervlak 0,04 hectare, 2 percelen

Totaal: oppervlak 895,9 hectare, 300 percelen

De eigenaren van huizen en landerijen in Bakkum

Van elk perceel wordt in de kadastrale registers de naam van de eigenaar, diens beroep en woonplaats aangegeven. Op deze wijze is nauwkeurig per eigenaar na te gaan. het aantal percelen dat hij in zijn bezit heeft, de totale grootte van die percelen en de waarde van zijn bezit, dat valt te relateren aan het bedrag dat aan belasting moet worden betaald.

Fragment van de kaart van het kanton Beverwijk, getekend in 1844.
Fragment van de kaart van het kanton Beverwijk, getekend in 1844.

Jaarboek 25, pagina 21

De percelen in Bakkum zijn in handen van 54 eigenaren; het merendeel heeft minder dan 5 hectare grond in bezit (32 personen). De meeste landerijen zijn in het bezit van mensen die buiten de gemeente wonen; vaak zijn dit adellijke of notabele families. Naar oppervlakte gerekend is dat 761 ha (86 procent).
De eigenaar met de meeste grond was Abraham Barnaart, rentenier, wonende in Sassenheim en bezitter van de duingronden van Bakkum. De tien eigenaren met de meeste grond in Bakkum zijn:

  1. Abraham Barnaart, beroep rentenier, woonplaats Sassenheim, oppervlakte ha 490,5 – 24 percelen, aanslag 318 gulden
  2. Dirk van Hogendorp, beroep student rechten, woonplaats Leiden, oppervlakte ha 48,5 – 20 percelen, aanslag 875 gulden
  3. C. Sandenberg Mathiessen, beroep rechter, woonplaats Alkmaar, oppervlakte ha 42,9 – 22 percelen, aanslag 970 gulden
  4. wed. Cornelis van Akerlaken, beroep rentenierster, woonplaats Hoorn, oppervlakte ha 36,5 – 33 percelen, aanslag 969 gulden
  5. Gerrit Apeldoorn, beroep boer, woonplaats Egmond-Binnen, oppervlakte ha 35,8 – 16 percelen, aanslag 506 gulden
  6. wed. Willem Brakenhoff, beroep boerin, woonplaats Noord-Bakkum, oppervlakte ha 25,9 – 18 percelen, aanslag 509 gulden
  7. erven Wouter Admiraal, woonplaats Limmen, oppervlakte ha 21,7 – 6 percelen, aanslag 368 gulden
  8. wed. Pieter Mors, beroep boerin, woonplaats Bakkum, oppervlakte ha 21,3 – 21 percelen, aanslag 519 gulden
  9. Cornelis Molenaar, boer, woonplaats Bakkum, oppervlakte ha 16,0 – 15 percelen, aanslag 416 gulden
  10. Jacob Stuifbergenboer, woonplaats Bakkum, oppervlakte ha 11,7 – 8 percelen, aanslag 243 gulden

Van deze tien eigenaren wil ik iets meer vertellen over hun achtergronden en hun bezit in Bakkum.

1. Abraham Jacobsz Barnaart stond als rentenier wonende in Sassenheim in de kadastrale registers vermeld. Hij is op 23 mei 1829 in Lisse overleden. Het opmeten van de percelen en de uitwerking en registratie in de zogeheten oorspronkelijk aanwijzende tafels (O.A.T.) strekte zich uit over een aantal jaren voorafgaande aan de officiĆ«le oprichting van het kadaster in 1832. Daarom staat in de OAT nog Abraham Barnaart als eigenaar te boek, terwijl hij in 1829 reeds is overleden. Abraham Barnaart, afkomstig uit een Amsterdamse koopmansfamilie, kocht in 1803 percelen duingebied met de bijbehorende boerderij ‘het Zeeveld’ van de erfgenamen van de Alkmaarse koopmansfamilie Van der Nolle (zie het 7e jaarboekje). Na het overlijden van Barnaart worden zijn bezittingen in 1829 gekocht door de Amsterdamse makelaar Jan Cornelisz Twisk in opdracht van Koning Willem 1. Hieronder zijn ook vier percelen weiland die heten; de Schermer Kroft, ‘t Kroftje, het Achterland met de Nollen en de Lagekroft.

2. Jonkheer Dirk van Hogendorp is student in de rechten op de Hogeschool te Leiden, als hij in 1821 vele bezittingen in Bakkum koopt van Wouter Admiraal, veehouder woonachtig in Limmen. Dirk is een zoon van Gijsbert Karel, graaf van Hogendorp, minister van Staat en lid van de Tweede Kamer. Gijsbert Karel had reeds in 1818 enige bezittingen in Castricum gekocht. Zijn zoons Dirk en ook Frederik zijn beiden student in de rechten in Leiden, als zij respectievelijk 48,5 ha in 1821 en 3,2 ha in 1823 aan bezit kopen in respectievelijk Bakkum en Castricum.

Tot de bezittingen van Dirk van Hogendorp behoorden vele percelen land in Noord-Bakkum met een grote boerderij aan en ten westen van de Hoogeweg. Voor deze zeer grote boerderij moest in 1832 van alle boerderijen of huizen in Bakkum de meeste belasting worden betaald. Deze boerderij werd bij de koop in 1821 genaamd ‘Noord-Bakkum’, had een zeskant en bood stalling voor 40 koeien en 2 paarden; verder was er een hooischuur, dors en boet. De percelen weiland droegen in 1821 de namen: het Kalverkroftje, het Noorderhoog, het Zuiderhoog, het Laage Land, het Kampje, de Eerste en de Tweede Droneweid en de Groote Krogt; de percelen bouw- of teelland werden genoemd: de Krogt, het Bergland, Tusschenweegen en de Krogt bij het Pannenhuis. Deze bezittingen blijven meerdere generaties in het bezit van de familie Van Hogendorp. In de boerderij wonen in 1830 in totaal 17 personen, waaronder drie gezinnen.
De boerderij is omstreeks 1989 afgebroken.

3. Mr. Clemens Sandenberg Mathiessen, rechter in Alkmaar, heer van Petten en Nolmerban, koopt in 1827 van de erfgenamen van Sijmen Duinmaijer en Aaltje Molenaar verschillende percelen land in Noord-Bakkum ter grootte van in totaal 42,9 hectare land met daaronder een bijna nieuwe boerenwoning aan de Hoogeweg (nu nummer 1). De percelen weiland droegen in 1827 de namen: het Hoog bij het Huis, de Noltjes, de Groene Morsch, de Schutterskrogt, de Doornduin, de Boschweid en de Kamp; de percelen bouw- of zaadland droegen de namen; de Panhuiskroft, de Groote en de Kleine Morsch en een bosje genaamd ‘Doornduin’. De erfgenamen van Sandenberg Mathiessen verkopen deze bezittingen in 1856 onder andere aan Jan Schotvanger uit Castricum.

Boerderij 'Noord-Bakkum' aan de Hoogeweg. Deze grote boerderij met zeskant, had in 1830 ook nog een aanbouw. Hier woonden toen drie gezinnen. In 1989 is de boerderij gesloopt.
Boerderij ‘Noord-Bakkum’ aan de Hoogeweg. Deze grote boerderij met zeskant, had in 1830 ook nog een aanbouw. Hier woonden toen drie gezinnen. In 1989 is de boerderij gesloopt.

Jaarboek 25, pagina 22

Boerderij 'De Blauwhoef' aan de Achterlaan. Deze boerderij is in 1925 afgebroken; op dezelfde plaats is een nieuwe gebouwd. Op de foto Klaas Stuifbergen en Wilhelmina Duijn met V.l.n.r. hun kinderen Trien, Co, Plet en Jaap.
Boerderij ‘De Blauwhoef’ aan de Achterlaan. Deze boerderij is in 1925 afgebroken; op dezelfde plaats is een nieuwe gebouwd. Op de foto Klaas Stuifbergen en Wilhelmina Duijn met V.l.n.r. hun kinderen Trien, Co, Plet en Jaap.

4. De weduwe Cornelis Christoffel van Akerlaken was in 1832 eigenaresse van de boerderij ‘De Blauwhoef’ aan de Achterlaan met een in de nabijheid gelegen aantal percelen weiland, bouwland of bosland. De percelen weiland droegen de namen: de Bogaardsweid. de Oostven, de Horst, het Oude Land, de Weidjes, de Biezenweid, de Kwaven, de Hoorns, het Duinweidje, het Kleine Duinweidje en het Wouterland (in sectie B). De percelen bouwland droegen de namen: het Voorhoogje, de Savert, de Oude Tuin. de Schinjert, de Duinkroftjes, het Duinkroftje en de Duinkroft. De percelen bos heetten Vinkebaan, de Kouzenband (in sectie B), de Wildernis en Cornelis Louwerse.
De familie Van Akerlaken was een regentenfamilie uit Hoorn. Cornelis Christoffel van Akerlaken leefde in Hoorn van 1752 tot 1800 en was aldaar burgemeester en bewindhebber van de Oost-Indische Compagnie. Hoogstwaarschijnlijk hebben de genoemde bezittingen meerdere eeuwen aan het machtige Alkmaarse geslacht Van Foreest toebehoord en zijn door vererving aan Petronella Brigitte van Foreest toegekomen, de moeder van Cornelis Christoffel van Akerlaken. Diens echtgenote Elisabeth Stoel is in 1834 in Hoorn overleden. Kort na haar overlijden werden de bezittingen in Bakkum in een openbare verkoping in De Rustende Jager in tegenwoordigheid van burgemeester Pieter Kieft verkocht. De vele percelen land kregen nieuwe eigenaren, voor het merendeel uit onze gemeente. Door makelaar Jan Kros werden in opdracht van koning Willem I de percelen bouwland ten zuiden van de Haagsche weg gekocht, alsmede het weiland Wouterland en het bosland Kouzeband, die beide even buiten Bakkum vielen (direct ten zuiden van de grenssloot). De percelen bosland ‘de Wildernis’ en ‘Cornelis Louwerse” bleven in de familie Van Akerlaken en werden gekocht door mr. Pieter van Akerlaken, lid van de Staten van Holland en advocaat te Hoorn.

5. Gerrit Apeldoorn heeft vele percelen land, vooral in Noord-Bakkum. Hij is veehouder, woont in Egmond-Binnen en heeft ook in die gemeente veel land. Zijn bezittingen in Bakkum heeft hij verworven als enige erfgenaam van zijn vader Arend Apeldoorn. Deze Arend Apeldoorn komt oorspronkelijk van Bakkum en is de stamvader van het geslacht Apeldoorn uit Egmond en omgeving. In 1837 verkoopt Gerrit enkele percelen weiland met de namen: de Weieweid, de Polla, het weidje aan het Zuiderdijkje, het Teeuwisweidje en de Hoogeweid. Bij de verkoop kan Gerrit de eigendomsbewijzen niet tonen, omdat ze in de oorlog van de Frans-Bataafse troepen tegen de Engels-Russische troepen in 1799 verloren zouden zijn geraakt. In 1840 verkoopt hij twee percelen weiland, in 1854 het perceel bosland, genaamd ‘Tijdverdrijf’. De resterende percelen worden na het overlijden van Gerrit Apeldoorn en diens echtgenote Petronella de Waard bij een boedelscheiding in 1868 verdeeld.

6. Neeltje Kuijs, weduwe van Willem Brakenhoff, is in 1827 na het overlijden van haar man de eigenaresse geworden van de boerderij ‘het Pannenhuis’ en een aantal percelen weiland. In het 11e jaarboekje is als onderdeel van de stamboom van de familie Brakenhoff de inventarisatie van de roerende en onroerende goederen gepubliceerd, onder andere percelen weiland in Zuid-Bakkum genaamd: de Rijn, de Oude Ven en het Seelrietje. De boerderij staat in Noord-Bakkum aan de Limmerweg ca. 500 meter vanaf de Zanddijk. Willem Brakenhoff had deze bezittingen samen met Sijmen Duinmaijer in 1798 gekocht van Klaas Jansz Duijn. In 1806 neemt Willem Brakenhoff het aandeel in het bezit van Sijmen Duinmaijer over. In 1842 worden de bezittingen door de erfgenamen verkocht aan Jan Kraakman, gehuwd met Willems dochter Aagje Brakenhoff.

7. De erven van Wouter Maartensz Admiraal en Antje Schuif zijn in 1832 de eigenaren van 21 hectare land in Bakkum. Wouter woonde bij zijn overlijden in Limmen en had daar heel veel land in bezit. Zijn bezittingen zijn in 1851 over de erfgenamen verdeeld. Het bezit in Bakkum ging naar de zoon Teeuwis Admiraal, veehouder en wonende in Limmen.

8. Gijsje Jansdochter Hage was sinds 1827 weduwe van Pieter Morsch en woonde op boerderij ‘Starrenburg’ (zie ook het 10e jaarboekje: Boerderij Starrenburg en haar bewoners). In 1832 heeft zij in totaal aan percelen land een oppervlakte van ruim 21 hectaren en boerderij Starrenburg in bezit. Pieter Morsch was eigenaar geworden bij aankopen in 1817 en later. Veldnamen van haar percelen, voornamelijk weiland, zijn: de Hugten, de Kampjes, de Gooren, de Lageven, de (Zuid)Dijk, de Hoogeweid, het weidje van Samson, de Lageweid, het Voorhoogje, de Savert, het Groote Weer, de Akkers aan den Weg en het Munnikkenweidje. In het jaar 1832 overlijdt Gijsje Hagen op 65-jarige leeftijd. Erfgenamen zijn haar drie dochters uit haar eerste huwelijk met Arend Bruin. Klaas Stet, gehuwd met dochter en mede-erfgename Neeltje Bruin, neemt in datzelfde jaar het erfdeel van de twee andere dochters over en verwerft daarmee het gehele bezit van Gijsje Hagen.

9. Cornelis Molenaar had in 1832 bijna 16 hectare. Hij woonde met zijn vrouw Neeltje Keele op een boerderij aan en ten oosten van de Heereweg, even ten noorden van de Bleumerweg. Deze boerderij is reeds lang geleden gesloopt. De percelen land heetten onder andere de Hooge en de Groote Schinjer, het Achtermeetje, de Hanekamp, de Oude Ven. het Groote en het Kleine Weer en het Wijkerweidje.


Jaarboek 25, pagina 23

De boerderij viel qua grootte in dezelfde categorie als Starrenburg en had volgens de beschrijving bij de verkoop in 1843 een stalling voor 16 koeien en 4 paarden. De bezittingen waren in het bezit van Neeltje Keele gekomen als erfgename van haar eerste echtgenoot Pieter Gerritsz Kuijs die in 1816 was overleden. Na het overlijden van Neeltje Keele in 1843 zijn naast haar tweede echtgenoot Cornelis Molenaar ook haar kinderen Maartje, Jannetje, Gerrit, Aagje, Neeltje, Grietje en Petronella Kuijs uit haar eerste huwelijk mede erfgenaam. Koper van de bezittingen is dominee Coert Daniel Canne die predikant is bij de Nederlands Hervormde Gemeente van Castricum.

10. Als tiende in de rij met het meeste grondbezit in Bakkum komt Jacob Stuifbergen met bijna 12 hectare. Jacob woont aan de noordzijde van de Bleumerweg nabij de hoek met het Jan Miessenlaantje (nu boerderij van P. Borst). In 1832 valt deze boerderij in een iets kleinere categorie dan Starrenburg. Jacob was eerst gehuwd met Aagje Limmen, weduwe van Pieter Maijnsz Bakkum, eerder eigenaar van bovengenoemd grondbezit. Na het overlijden van Aagje hertrouwde Jacob Stuifbergen in 1797 met Dieuwertje Mente. Na haar overlijden in 1835 worden de bezittingen verdeeld. In de boedelscheidingsakte worden als namen voor de percelen weiland genoemd: de Oversloot, de Akkers, de Kiefteweid, de Noorderweid, de Noordwerven en de Maat. De percelen worden verdeeld over de vijf kinderen; Ariaantje, Marijtje, Klaasje, Klaas en Willemijntje Stuifbergen. Zoon Klaas krijgt de boerderij aan de Bleumerweg.

De waarde van het grondbezit

De totale oppervlakte van het grondbezit is niet alleen een maatstaf voor de economische waarde van dit bezit. Met de invoering van het kadaster werd vooral beoogd te komen tot een rechtvaardige heffing van de grondbelasting. Om in deze heffing de waarde van het bezit tot uitdrukking te laten komen, werd een uitgebreid stelsel van tarieven ingesteld, waarbij onder andere de vruchtbaarheid van de grond is verdisconteerd.
Zo wordt weiland ondergebracht in vijf belastingtarieven variƫrend van 44 gulden per hectare in klasse 1 tot 8 gulden per hectare in klasse 5; zo zijn er vier belastingklassen voor bouwland van 32 tot 6 gulden per hectare en vier klassen voor bos van 34 tot 7 gulden per hectare. Verder worden schapenweide met 3 gulden en duin met slechts 25 cent per hectare belast. De publieke wegen en de openbare gebouwen zijn onbelast; in Bakkum betreft dit slechts het schuthok en de ongenummerde wegen. Dit waren alleen de openbare wegen, terwijl de secundaire wegen (Haagse weg, Made weg en Zanddijk) als weiland stonden geregistreerd, als zodanig werden belast en door de gemeente werden verhuurd.

Voor percelen in de categorie ‘huis en erf’ wordt er onderscheid gemaakt in het bebouwde (huis) en het onbebouwde gedeelte (erf). Voor het erf geldt een belastingtarief van 32 gulden per hectare. De huizen zijn ingedeeld in 10 belastingklassen. De hoogste klasse (1) betaalt 198 gulden, de laagste klasse (10) betaalt 9 gulden per jaar. In deze klasse huizen wonen mensen die veelal van de armenzorg afhankelijk waren. Gegeven de woonomstandigheden uit die tijd moeten we deze huizen voorstellen als zeer kleine houten bouwsels.

In Bakkum valt de boerderij ‘Noord-Bakkum’ aan de Hoogeweg onder klasse 5 en is daarmee de hoogste klasse in Bakkum. Onder klasse 7 valt de boerderij aan de overkant van voornoemde boerderij, verder Starrenburg, de Blauwhoef, de boerderij van Cornelis Molenaar aan de oostzijde van de Heereweg, boerderij (herberg) ‘De Roskam’ aan de westzijde van de Heereweg en de boerderij van Nicolaas Wagemeester eveneens aan de westzijde van de Heereweg.
Onder klasse 8 vallen de boerderij het Pannenhuis op Noord-Bakkum, de boerderijen van Jacob Stuifbergen en Floris Twisk respectievelijk aan de noord- en aan de zuidzijde van de Bleumerweg, het huis van Gerrit Koeleveld op de Bleumerweg, boerderij het Zeeveld en die van Engel Visbeen op de hoek van de Haagse weg. De overige panden, vooral woonhuizen, vallen in klasse 9, met uitzondering van het huisje van Jan Tromp dat in klasse 10 valt.

De waarde van het grond- en huizenbezit is te relateren aan de belastingaanslag. Voor elk perceel is hiervoor de belastingaanslag bepaald uit de basisgegevens: de aard en grootte van het perceel, de belastingklasse en het geldende tarief. Door per eigenaar de belastingaanslag van zijn percelen te sommeren, kan een beeld worden verkregen van de bezittingen van elke eigenaar. In de eerder geplaatste tabel is voor de tien eigenaren met het meeste grondoppervlak de totale belastingaanslag voor hun bezit in Bakkum vermeld. Hieruit blijkt dat C. Sandenberg Mathiesen, de wed. Cornelis Christoffel van Akerlaken en jonkheer Dirk van Hogendorp in Bakkum veruit het meeste bezit hebben.

De bewoners van Bakkum

Bakkum telt in 1809, kort voor de samenvoeging met Castricum, 110 inwoners. Hiervan zijn er 103 rooms-katholiek en slechts 7 zijn er van de gereformeerde godsdienst (heet nu hervormd).
De eerste algemene volkstelling in Nederland werd in 1830 gehouden. De gegevens die we hieraan over Bakkum kunnen ontlenen, geven een vrij goed beeld van de bevolking, toen 115 inwoners (waarvan 113 rooms-katholiek) en woonachtig in 18 huizen. Uit de schaarse gegevens van eerdere tellingen blijkt dat het aantal inwoners na de middeleeuwen op een nagenoeg constant niveau blijft. Een reconstructie van de bewoning in 1830 kan ons dus een beeld verschaffen van de Bakkumse bevolking zoals die er eeuwenlang moet hebben uitgezien. Bakkum heeft 18 huizen of boerderijen; hiervan staan er 14 in het toen zo genoemde Zuid-Bakkum in de omgeving van de Achterlaan, Heereweg en Bleumerweg. Drie boerderijen staan te Noord-Bakkum, waarvan twee aan de Hoogeweg en Ć©Ć©n aan de Limmerweg. Halverwege Noord- en Zuid-Bakkum kunnen we in het duingebied boerderij Zeeveld vinden.

Door de gegevens van deze volkstelling te koppelen aan de kadastrale gegevens van 1832, zoals hiervoor reeds voor een deel is uitgewerkt, kunnen we de bewoners en het bijbehorende huis lokaliseren.

In de huizen in Bakkum woonden:

  • op nummer 1: Pieter Breedveld, 34 jaar, boer, zijn vrouw Maartje Brakenhoff, hun 3 kinderen, een boerenknecht Pieter Veld en de 72-jarige schelpenvisser Barend Kramer met zijn zoon Maarten. Jan Tromp, 72 jaar, arbeider, weduwnaar van Trijnje Mente, met zijn ongehuwde dochter Willemijntje.
  • op nummer 3 Klaas Wagemeester, 74 jaar, geboren in Uitgeest, boer, woonde hier met zijn vrouw Antje Nijman en hun zoon Jan Wagemeester, 33 jaar, schelpenvisser, met diens vrouw Elisabeth Wiebes en hun dochter Antje. Verder woonden hier Arie en Pieternel Kramer, respectievelijk schulpersknecht en werkmeid Engel Visbeen, geboren in Egmond aan Zee, 44 jaar, schelpenvisser, met zijn vrouw Marijtje Knaap, hun zes kinderen en Neeltje Nijman, 70 jaar, weduwe van Joris Hageman, met haar ongehuwd zoon Willem Hageman.
  • op nummer 5: Pieter Hogeduijn, 74 jaar, bewoonde herberg ‘De Roskam’. Hij was tapper en boer, weduwnaar van Ariaantje Limmen en woonde hier met zijn dochter Cornelia Hogeduijn, haar man Lammert Hageman, 40 jaar, schelpenvisser, hun vier kinderen en de boerenknecht Jan Pietersz Kuijs.
  • op nummer 6: Lourens Zonneveld, 60 jaar, huurde van de gemeente het oude raadhuis annex school van Bakkum (eerder Cunera kapel). Lourens was schelpenvaarder en woonde hier met zijn vrouw Antje Sluijs en de kinderen Lourens en Maartje Zonneveld.

Jaarboek 25, pagina 24

Bakkum in 1830. Als het kadasternummer op het perceel weiland of bouwland is getekend dan is hiervan een veldnaam in oude akten aangetroffen en in het artikel vermeld. De omcirkelde nummers zijn de in de tekst genoemde huisnummers.
Bakkum in 1830. Als het kadasternummer op het perceel weiland of bouwland is getekend dan is hiervan een veldnaam in oude akten aangetroffen en in het artikel vermeld. De omcirkelde nummers zijn de in de tekst genoemde huisnummers. (red: excuses, de nummers zijn niet makkelijk leesbaar).

Jaarboek 25, pagina 25

  • op nummer 7: Cornelis Ranke, 64 jaar, schelpenvisser, weduwnaar van Maartje Duijn, woonde hier met zijn zoon Klaas en dochter Grietje.
  • op nummer 8: Pieter Kuijs, 35 jaar, boer, woonde met zijn vrouw Maartje Bruijn en vijf kinderen op boerderij ‘de Blauwhoef’. Ook woonden hier de boerenknecht en werkmeid Dingenum de Graaf en Trijntje Tromp.
  • op nummer 9: Gijsje Hagen, geboren in Zwaag, 62 jaar, boerin, weduwe van Pieter Morsch, woonde op boerderij ‘Starrenburg’ met twee boerenknechten Dirk Castricum en Dirk Groeneveld en de werkmeid Antje Krom. Gijsje Hagen was eerder gehuwd met Arend Bruijn. Haar dochter Maartje woonde op ‘de Blauwhoef’ (nr 8).
  • op nummer 10: Floris Twisk, 54 jaar, boer, met zijn vrouw Maartje Bakkum, hun zoon Cornelis Twisk en de werkmeid Maartje Mains Bakkum.
  • op nummer 11: Job de Zeeuw, geboren in Egmond aan Zee, 30 jaar, schelpenvisser, met zijn vrouw Marijtje Stuifbergen en hun pasgeboren kind.
  • op nummer 12: Jacob Stuifbergen, 75 jaar, boer, met zijn vrouw Dieuwertje Mente, hun zoon Klaas, schelpenvisser, en dochter Willemijntje.
  • op nummer 13: Cornelis Molenaar, geboren in Velsen, 42 jaar, boer, met zijn vrouw Neeltje Keele, met haar kinderen Gerrit, Jannetje en Petronella Kuijs uit haar eerder huwelijk met Pieter Gerritsz Kuijs. Ook woonde hier de 18-jarige boerenknecht Jacob Mooij.
  • op nummer 14: Gerrit van Velzen, geboren in Zandvoort, 44 jaar, tapper, met zijn vrouw Antje Tromp, hun drie kinderen en de 7-jarige Jan Tromp.
  • op nummer 15: Jan Tromp, 34 jaar, boer, woonde met zijn vrouw Maartje van Bruijnswaart, met hun twee kinderen en het echtpaar Teunis.
    Bakker, 27 jaar, boer, en Aagje Kuijs op boerderij Zeeveld.
  • Arie van Weenen, geboren in Velsen, 43 jaar, boer, met zijn vrouw Grietje Melker, hun vijf kinderen, de boerenknecht Hendrik Klijn en de werkmeid Jacoba van Boven.
  • op nummer 17: In de grote boerderij ‘Noord-Bakkum’ woonden drie echtparen: Jacob Admiraal, geboren in Akersloot, 38 jaar, met zijn vrouw Meintje Schoorl met vijf kinderen, de broers Cornelis en Klaas Zoontjes, beiden arbeider en geboren in Uitgeest met hun vrouwen respectievelijk Grietje Twisk en Antje Bakkum. Cornelis Zoontjes woonde hier met 3 kinderen. Verder woonden in de boerderij Joseph Orij en Gerrit de Groot als boerenknecht en Niesje van Dam als werkmeid.
  • op nummer 18: Neeltje Kuijs, 59 jaar, boerin, weduwe van Willem Brakenhoff, woonde op boerderij ‘het Pannenhuis’ met haar drie volwassen en nog ongehuwd zoons Frans (37 jaar), Simon (25 jaar) en Arie (23 jaar) en een dochter Aagje (16 jaar).

Op de hierboven afgebeelde kaart zijn de percelen land, wegen, sloten, huizen etc. weergegeven zoals ze zijn opgetekend op de oorspronkelijke minuutplans bij de aanvang van het kadaster in 1832; met uitzondering van het duingebied ten westen van de Heereweg is Bakkum in zijn geheel afgebeeld.

Veldnamen in Bakkum

Na de aanleg van dijken in de Middeleeuwen is het landschap door menselijke ingrepen verder in cultuur gebracht. Er werden onder andere kavelsloten gegraven om ervoor te zorgen dat wateroverlast tot een minimum werd beperkt. Het landschap werd daardoor opgedeeld in verschillende percelen die in de loop der eeuwen elk een naam hebben gekregen. Deze ‘veld’-namen werden gebruikt in de dagelijkse omgang, maar werden ook bij de verkoop van percelen door schout en schepenen in de oude akten vermeld, inclusief de namen van de eigenaren van de aangrenzende percelen om de plaats van het verkochte land nader aan te duiden. Enige registratie van percelen bestond nog niet. Pas na de oprichting van het kadaster werd de gemeente in secties opgedeeld en kreeg elk perceel een kadasternummer. Vanaf 1832 moeten in officiĆ«le documenten, hypotheekregisters en testamenten het kadastrale nummer en sectie voor percelen worden gebruikt en verdwijnen geleidelijk de veldnamen uit de officiĆ«le stukken. Tussen de agrariĆ«rs onderling wordt in het spraakgebruik tot op de dag van vandaag nog een aantal veldnamen gebruikt.

Om de veldnamen van de percelen van Bakkum te kunnen achterhalen is de oudste notariƫle akte van eigendomsoverdracht in de archieven opgespoord, die van elk perceel na 1832 heeft plaats gevonden. Vervolgens is nagegaan op welke datum (veelal voor 1832) en voor welke notaris of voor schout of schepenen de verkoper eerder in het bezit was gekomen en tenslotte zijn de veldnamen uit de betreffende akte genoteerd. Op deze wijze zijn van de meeste percelen de veldnamen bekend geworden, zoals ze in de eerste helft van de 19e eeuw werden gebruikt. In een beperkt aantal gevallen werd melding gemaakt van het feit dat de eigendomsbewijzen in de oorlog van 1799 verloren zijn gegaan.

In de volgende lijst zijn de perceelsnummers van Bakkum (kadaster sectie A) opgenomen, waarvan een of meerdere veldnamen in oude akten zijn gevonden.

3 het Noltje
4 het Zuiderschei
5 het Noorderhoog
7 de Schermerkroft
8 het Kroftje
10 het Achterland met de nollen
11 de Lagerkroft
20 het Zuiderhoog
26 het Hoog bij het huis
28 idem
30 het Kalverkroftje
43 de Noltjes
45 idem
49 de Hooge Kroft
50 de Kroft en het Boogje
53 het Weidje aan het Zuiderdijkje
54 het Teeuwisweidje
56 de Hoogeweid
58 de Kroft bij het gat
59 de Kroft bij het Pannenhuis
60 de Panhuiskroft
62 het Loetje, het Driehoekje
64 het Noordbakkummer akkertje
68 de Groote Krogt
70 Tusschenweegen
71 de Weieweid
72 de Polla
81 In de Morsch
85 de Morsch
88 de Groote Morsch
89 de Staalkamp
90 de Kleine Morsch
93 de Krogt
94 de Groene Morsch
97 de achterste Pinkeweid
100 het achterste Weidje
101 het Kampje
102 de Madenweg
103 de tweede Droneweid
104 de eerste Droneweid
105 de voorste Pinkeweid
106 het Bergland
107 de Schutterskrogt
109 de Doornduin
110 de Boschweid
111 het Matthiesenboschje
112 het Bakkummerbosch
113 de Boschweiden van Henneman
114 het Paardeland
115 het Mat
116 Cornelis Louwerse, de kleine en de grote Boschweid van Rommel
117 het laage Land
118 de Kamp
120 de Konkel
122 de Kwaven (Quaven, Kwade Ven)
123 idem
124 het Horntje
125 de Schinjert
126 de halve Schinjert


Jaarboek 25, pagina 26

127 de Hoorns
128 de Hooge Schinjer
129 de Groote Schinjer
130 het Achtermeetje
131 de Maat
132 de Hugten
133 de Hanekamp
134 Jan Zevenkamp
136 de Kampjes
137 idem
138 de Bomkamp
140 het kampje van Fornier
141 het kampje van Jan Kraakman
142 de kleine Kamp, het Kampje
143 de grote Kamp, de Zuiderkamp
146 de Gooren
147 de Oude Ven
157 de Bogaardsweid
159 de Lage Ven
160 idem
161 de Dijk
162 de Baksven
163 de Oude Ven
164 idem
165 de Hoogeweid, het weidje van Samson
166 idem
169 de Lageweid
170 de Oostven
171 het kleine Kampje, in de Camp
172 de Kamp
173 Jan Hijne Kamp
174 de Horst
175 idem
176 het Oude Land
177 het Voorkrogtje
178 het Voorhoogje
179 de Savert
180 idem
181 het groote Weer
182 idem
183 het kleine Weer
198 de oude Tuin
203 de halve Tuin
204 de Kroft
205 de Akkers aan den weg
212 het Bakkummerbosch
214 Starrenburg
215 idem
220 het Weidje
221 idem
222 het Wijkerweidje
223 de Biezenweid
224 de Houtkroft
225 de Kieftenweid
226 het Zeelrietje
227 idem
228 de Zuiderweid
230 het Munnikkenweidje
231 de Noorderweid
232 Jan Beendersakker
233 de Akkers
234 het Weidje, het Kampje
236 Oversloot
237 Bavenhofstee
238 idem
239 het Nestje
240 het Lage Starkland
241 de Noordwerven
242 Jan Miessensbosch
243 het Hooge Sterkland
244 idem
249 de Warcamp
250 de Wildernis
261 de Duinkroftjes en Vinkebaan
265 het Duinkroftje
266 het Duinweidje
268 het kleine Duinweidje
273 de Duinkroft

Verschillende polders in Bakkum

Het kadaster bepaalde niet alleen per perceel het bedrag van de verschuldigde belasting, maar stelde ook de aanslag in de polder- en dijklasten vast. In Bakkum behoorden de percelen tot de volgende polders of categorieƫn:

  1. Groot Limmerpolder onder Bakkum of wel Bakkummerpolder – tarief per bunder 3,20 gulden
  2. Vennewaterspolder – tarief per bunder 3,70 gulden
  3. Vennewaterspolder halve eigen lasten – tarief per bunder 2,60 gulden
  4. oningepolderde landen – tarief per bunder 1,30 gulden
  5. vrij van polderlasten – tarief per bunder 0 gulden

Het gehele duingebied ten westen van de Heereweg en het duingebied in Noord-Bakkum ten oosten van de Heereweg waren vrij van polderlasten (e). De overige percelen ten zuiden van Zanddijk en Duinweg tot aan de Schulpvaart behoorden op slechts enkele percelen na tot de Bakkummerpolder (a). Die enkele percelen weiland, niet ver verwijderd van de Heereweg, waren oningepolderde landen (d). Het gebied aan de noordzijde van de Duinweg, gelegen tussen de Hoogeweg en Limmerweg, werd volledig gerekend tot de categorie oningepolderde landen (d). Dat gold ook voor het gedeelte van het gebied tussen Hoogeweg en Heereweg dat geen duinland was en gelegen was rond boerderij ‘Noord-Bakkum’.
Het gebied ten oosten van de Limmerweg en ten noorden van de Zanddijk hoorde tot de Vennewaterspolder (b en c). V oor het gedeelte hiervan, gelegen tegen de grens van Egmond-Binnen en omsloten door het Zuiderdijkje, gold een lager tarief (e).

Slotwoord

Als we de situatie van 1830 in ons opnemen en die vergelijken met de huidige, dan moeten we constateren dat er nog veel van het huidige Bakkum ten noorden van de Zeeweg bewaard is gebleven. Zeker als we dit vergelijken met het gebied ten zuiden van de Zeeweg, waar de situatie van 1830 door een groot bebouwd gedeelte niet meer is terug te vinden.

In ‘Bakkum-Noord’ zijn er na 1830 geen wegen bijgekomen. Dit afgezien van wegen en paden in het duingebied en van de aanleg in 1935 van het verlengde van de Zeeweg naar Limmen toe, direct ten noorden van de Schulpvaart en dus nog binnen het grondgebied van de oorspronkelijke gemeente Bakkum. Wel heeft de aanleg van de spoorlijn rond 1866 een aantal percelen weiland doorsneden, wat een relatief grote ingreep op het weidegebied betekende. Ook zijn er meer huizen bijgekomen, doch dat beperkte zich vooral in het gebied omgeving Achterlaan, Bleumerweg en Heereweg.
De fusie van de drie gemeenten Akersloot, Castricum en Limmen beoogde uitdrukkelijk het ruimtelijke karakter van het gebied veilig te stellen, daarbij de nadruk leggend op de continuĆÆteit van het open gebied tussen ‘kaasstad’ en ‘staalstad’. Dit vereist met name grote zorgvuldigheid voor het groene Bakkum ten noorden van de Zeeweg. Dit gebied is in zoverre uniek in Noord-Holland, dat alleen hier vanaf de kustlijn naar het oosten een niet door bebouwing gestoord gedeelte bestaat. Gelet op de doelstelling van de fusiegemeente verwachten wij dat de bestuurders van de nieuwe gemeente er alles aan zullen doen om dit eeuwenoude landschap te bewaren en geen enkele uitbreiding van de bebouwing zullen tolereren.

Simon Zuurbier

Bronnen:

Print Friendly, PDF & Email