Antonius, Sint-, kindertehuis (Jaarboek 40 2017 pg 39-46)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 40, pagina 39

Antonius, eens een tijdelijk tehuis voor stadse ‘bleekneusjes’

Sinds het begin van de 20e eeuw gingen kinderen vaak op voorschrift van de huisdokter of schoolarts naar koloniehuizen. In een tijd dat welvaart nog niet zo vanzelfsprekend was en gezinnen groot waren, liepen veel kinderen het risico om verzwakt op te groeien door een gebrek aan goede voeding en gezonde lucht. Deze bleekneusjes, veelal stadskinderen, konden voor een periode van zes weken uitgezonden worden om onder een regiem van ‘rust, reinheid en regelmaat’ op krachten te komen.

Aan de rand van het duingebied, aan de westzijde van de Heereweg in Bakkum, ligt het voormalig koloniehuis Sint-Antonius, sinds 2001 een rijksmonument. Het werd in 1934 gebouwd naar ontwerp van de Haagse architect J.B. Fels. Opdrachtgever was de Christelijke Vereniging voor Kinderuitzending in Amsterdam ‘De Ark’, die echter tijdens de bouw failliet ging. Vervolgens werd het project overgenomen door de eveneens in de hoofdstad gevestigde Stichting Katholieke Kinderuitzending.

In een voormalig pension aan het Pompplein in Egmond aan Zee was het eerste koloniehuis Sint-Antonius gevestigd.
In een voormalig pension aan het Pompplein in Egmond aan Zee was het eerste koloniehuis Sint-Antonius gevestigd.

Deze stichting exploiteerde meerdere koloniehuizen (onder andere in Boxtel, Dieren en Zeist), maar ook in een voormalig pension Sint Antonius aan het Pompplein in Egmond aan Zee. Hiervoor in de plaats kwam het nieuwe koloniehuis in Bakkum dat ook de naam Sint-Antonius kreeg.

De bouw van het kindertehuis Sint-Antonius is gereed in 1934.
De bouw van het kindertehuis Sint-Antonius is gereed in 1934.

Bij het ontwerp van het koloniehuis speelde de zonligging een belangrijke rol. De voor jongens en meisjes gescheiden slaapzalen en de speel- en eetzalen werden gesitueerd op het zuiden. De keukens, toiletten, garderobes en overige dienstruimten kwamen op het noorden te liggen. De voor die tijd zeer moderne ziekenboeg was om reden van hygiëne door een sluis van de verbindingsgang gescheiden.

Plattegrond van de begane grond.
Plattegrond van de begane grond.

De hypermoderne warmwaterboiler en bordenwasmachine hebben bijgedragen aan een zekere vorm van luxe voor de bewoners. In de markante architectuur met zijn flauw hellende schilddaken met ruim overstek is duidelijk de invloed herkenbaar van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright (1867-1959).
Tegen de zuidoosthoek van de oostvleugel is een vierkante sokkel gemetseld met daarop een beeld van Sint-Antonius. In de vorm van een ark siert een windwijzer de schoorsteen nabij de hoofdentree. Het is een verwijzing naar de oorspronkelijke opdrachtgever voor de bouw van het koloniehuis.


Jaarboek 40, pagina 40

Antonius is de patroonheilige van de franciscanen onder andere voor vrouwen, kinderen en armen en wordt in katholieke kringen ook aangeroepen om zoek geraakte voorwerpen terug te vinden.
Antonius is de patroonheilige van de franciscanen onder andere voor vrouwen, kinderen en armen en wordt in katholieke kringen ook aangeroepen om zoek geraakte voorwerpen terug te vinden.

Sint Antonius

Antonius van Padua werd op 15 augustus 1195 in Lissabon geboren en is op 13 juni 1231 in Padua overleden. Zijn eigenlijke naam was Fernando Martins de Bulhões. Hij stamde af van een rijke, adellijke familie. Als vijftienjarige jongen trad hij in bij de Reguliere Kanunniken van Sint-Augustinus. Kort na zijn priesterwijding maakte hij de overstap naar een nieuwe, snelgroeiende orde: de minderbroeders, bedelmonniken van Franciscus van Assisi. Nog geen jaar na zijn overlijden werd hij door paus Gregorius IX heilig verklaard. In 1946 werd hij als ‘leraar van het evangelie’ tot kerkleraar uitgeroepen. Antonius wordt als een belangrijke heilige beschouwd. Hij wordt afgebeeld in een franciscaner pij, met een lelie als teken van maagdelijkheid, met het Christuskind op zijn arm of zittend op een boek.

De aankomst van Monseigneur Aengenent met zijn gevolg.
De aankomst van Monseigneur Aengenent met zijn gevolg.

Monseigneur J.D.J. Aengenent, bisschop van Haarlem, opent op 24 juli 1934 het kindertehuis. De eerste bewonertjes waren toen al gearriveerd en hadden hun plekje in het nieuwe koloniehuis gevonden.

Een nieuwe start na een moeilijke tijd

Er breekt voor de staf en de kinderen een ongemakkelijke tijd aan als de Duitse bezetter het Bakkumse tehuis in november 1940 vordert. De kinderen verhuizen naar het koloniehuis Sint-Joseph in Egmond aan Zee. Het oog van de Duitse bezetter valt ook op dit huis dat eveneens wordt gevorderd. De Volksgezondheidsinspectie keurt het oude Antonius in Egmond aan Zee goed, waarna de kinderen daar ondergebracht worden. In 1942 wordt het huis gesloten. Later wordt het oude Antonius op last van de bezetter gesloopt om militair-strategische redenen. Het Bakkumse Antonius blijft tot het einde van de oorlog door Duitse militairen bezet.
In tegenstelling tot het nabijgelegen vakantieoord ‘De Eenheid’, ontkomt Antonius aan de verwoestende sloophamer. Helaas hebben de oorlogsjaren onder invloed van de bewoning door de Duitse Wehrmacht hun sporen in het huis nagelaten en moest er heel wat arbeid en tijd in het herstel worden gestoken. De kosten voor het herstel van het gehavende gebouw bedroegen  15.000 gulden en dat was voor die tijd heel veel geld.

Een personeelsadvertentie in De Tijd, godsdienstig-staatkundig dagblad, van 14 juni 1938.
Een personeelsadvertentie in De Tijd, godsdienstig-staatkundig dagblad, van 14 juni 1938.

Pas in november 1946 is Antonius weer geschikt voor de opvang van kinderen. De eerste kinderen arriveren op 13 november. Op 20 november zingen die kinderen voor genodigden bij de officiële heropening onderstaande lied dat door rector Van Dieren is gemaakt.


Jaarboek 40, pagina 41

Kindertehuis Sint-Antonius.
Kindertehuis Sint-Antonius.

Feestlied:

Nu ‘t Koloniehuis in Bakkum
Weer in luister is hersteld,
En wij kinderen ‘t weer bevolken
Na vijf jaren van geweld,
Juichen wij uit volle mond,
Zoodat het klinkt heel Neêrland rond!


Ruw beschadigd en verwaarloosd,
Onherkenbaar lag ‘t gebouw
(eens de vreugd van zwakke kindren!)

Uitgeplunderd en in rouw.
‘t Meest van al leed het gestel
Van de jeugd in d’ oorlogshel.

Al d’ ellende is nu geleden.
“Sint Antonius” herrees!
Alleluja, dank zij Gode,
Die Zijn goedheid ons bewees!

Dank aan die door noeste vlijt
Hebben ons dit feest bereid!

Lang Leev’ Nêerland, lang leev’ Bakkum
En zijn schoon Koloniehuis.
Leve lang ook de Regeering,
Koningin en heel Haar Huis!

Leve lang ook Holland-Noord,
En ‘t Bestuur van dit schoon oord!

Niet te veel en niet te weinig op een slaapzaal is het beste. Voor ‘dwarsventilatie’ is goed gezorgd. Deze foto is waarschijnlijk van voor de oorlog.
Niet te veel en niet te weinig op een slaapzaal is het beste. Voor ‘dwarsventilatie’ is goed gezorgd. Deze foto is waarschijnlijk van voor de oorlog.

Armoede in Nederland

Na de oorlog heerst er armoede in Nederland. Er is gebrek aan goede voeding, waardoor kinderen vooral uit de grote steden een gezondheidsduwtje nodig hebben. Dat is ook de conclusie van directrice mejuffrouw Bierman, die samen


Jaarboek 40, pagina 42

met rector Van Dieren en dokter Moons de naoorlogse staf van het huis vormen. Schoolartsen pikken de zwakste kinderen eruit en dragen die voor om uitgezonden te worden naar een kinderkolonie. De uitzending is voor een periode van zes weken, echter zonder regulier schoolonderwijs. Antonius had toen de zogenaamde A-status. De kinderen komen met bussen aan en worden verdeeld in groepen van ongeveer 15 kinderen van gelijke sekse en leeftijd met één leidster per groep.

Meisjesspeelzaal.
Meisjesspeelzaal.

Onder de kinderen zijn veel slechte eters, waaronder ook kinderen die thuis nooit een warme maaltijd kregen. Om hen aan het eten te krijgen, wordt geen dwang gebruikt, maar door de maaltijd slechts gedurende een beperkte tijdsduur aan te bieden, wordt er na een aantal dagen trek in eten opgewekt. Truus Sonsma – Konijn werd in 1949 voor zeven weken in het Antonius opgenomen, omdat ze thuis te weinig atTruus:
“Het ontbijt van havermout met een dik vel erop kreeg ik niet door mijn keel en dan zat er ook nog oud brood bij. De korstjes stopte ik in mijn schort en spoelde ze door de wc. Ik ging er dood van heimwee en heb zelfs geprobeerd om tijdens een wandeling weg te lopen. Uiteindelijk heeft het ook niet geholpen, ik eet nog steeds niet veel.”
Naast zorg voor voeding wordt er veel aandacht besteed aan rust, reinheid (hygiëne) en regelmaat, alles volgens een vast patroon.

Piet de Waard met de buurjongens Ernst en Nico Mooij.
Piet de Waard met de buurjongens Ernst en Nico Mooij.

De buren

Achter het koloniehuis staat de voormalige boerderij Zeeveld, waar toen de familie Mooij woonde. Ernst weet nog goed dat hij en zijn broer Nico bij Antonius kind aan huis waren. Ernst:
“Directrice Bierman zwaaide er toen de scepter, juffrouw Annie Völler was het hoofd van de huishouding, Ida Bollen de kokkin en Piet de Waard de tuinman. De laatste twee trouwden met elkaar. In de keuken kregen wij vaak een bord stevige havermoutpap met flink wat suiker. We mochten het Sinterklaasfeest altijd meevieren en Piet de Waard was ook onze kapper. Zomers zette hij ons ergens buiten op een stoel en in de winter knipte hij ons in de indrukwekkende verwarmingskelder onder de ingangspartij. Als de afwas werd gedaan, kon je het gezang van de huishoudelijke hulpen horen tot op het erf van boerderij Zeeveld.”

Ernst herinnert zich ook nog de indeling van het gebouw. In de zuidelijke vleugel van het hoofdgebouw sliepen links beneden de jongens en rechts de meisjes. De directrice had haar woonvertrekken in het entreegedeelte. Het meeste personeel woonde intern. De groepsleidsters hadden boven in het middendeel hun kamers. Daar bevonden zich ook een conversatiekamer en een linnenkamer. In de noordwestvleugel waren op de begane grond de keuken, de afwaskeuken, de broodkeuken, de eetzaal voor de kinderen, en de eetkamers voor de begeleidsters en voor het huishoudelijke personeel. Het hoofd van de huishouding had haar woonkamer ook beneden in de noordwestvleugel. Rector Van Dieren, de geestelijke verzorger, had een woonvertrek in de smallere noordoostvleugel, waar ook de ziekenboeg was.

Ook Marian Mooij, van een volgende generatie, heeft haar herinneringen aan het Antonius. Zij is de dochter van Siem Mooij, een broer van Ernst. Nadat Siem de boerderij van zijn vader had overgenomen, heeft Marian enkele jaren op boerderij Zeeveld gewoond. In 1968 verhuisde het gezin naar de Van Tienhovenhoeve aan de Heereweg. Marian:
“De periode dat ik met de kinderen van het Antonius optrok, was in het begin van de jaren (negentien)zestig, toen ik ongeveer vijf jaar was. Ik ben niet op de kleuterschool


Jaarboek 40, pagina 43

geweest, omdat Zeeveld toch wel ver van school was en omdat ik altijd met de kinderen van de kolonie kon optrekken. De groepen kwamen op de boerderij naar de beesten kijken en ik werd heel vaak opgehaald om mee te wandelen. Tijdens de wandelingen werd er volop gezongen en deden we spelletjes in het duin. Bij slecht weer werd er binnen geknutseld en er was ook een soort gymzaal.”

Een groep jongens met hun leidsters, enkele stafleden en dienstpersoneel poseren ergens in de duinen. De dame in de zwarte jurk met witte strepen is juffrouw Annie, onder haar directrice Bierman en uiterst rechts zit Ida Bollen.
Een groep jongens met hun leidsters, enkele stafleden en dienstpersoneel poseren ergens in de duinen. De dame in de zwarte jurk met witte strepen is juffrouw Annie, onder haar directrice Bierman en uiterst rechts zit Ida Bollen.

Marian herinnert zich ook dat er bij het huis een groot grasveld was waar een sportdag werd gehouden, onder andere met zaklopen en dat men in de zomermaanden ook wel naar zee ging voor de jaarlijkse stranddagen. Dan moest er door het duin een hele lange wandeling naar het strand gemaakt worden. Piet de Waard (de al eerder genoemde tuin- en klusjesman en kapper) bracht dan tussen de middag in grote rieten manden brood en karnemelk. Marian:
”Ik heb eind jaren (negentien)zestig altijd met veel plezier met de kinderen gespeeld. Wat ik nog weet is dat er wel kinderen erg verdrietig waren en soms huilden. Toen begreep ik niet waarom, maar voor sommige kinderen was het helemaal niet leuk in het koloniehuis. Ze hadden heimwee en bezoek kwam er volgens mij alleen op zondag en waarschijnlijk ook niet elke week.”

In de dokterskamer bij dokter Moons. Zuster Nijst kijkt toe.
In de dokterskamer bij dokter Moons. Zuster Nijst kijkt toe.

Een medisch kinderhuis

Marlou Molkenboer – Nijst is van 1957 tot 1986 aan Sint-Antonius verbonden, eerst als adjunct-directrice en vanaf 1975 als directrice. Zij heeft grote ontwikkelingen en veranderingen in de werkwijzen voor behandeling van de geplaatste kinderen met leer- en gedragsmoeilijkheden, meegemaakt en toegepast.
In de jaren (negentien)zestig komt men tot het oordeel dat met het regiem van rust, reinheid en regelmaat het gewenste resultaat onvoldoende wordt bereikt. De aanpak moet meer op het individuele kind gericht zijn. Zes weken is een te korte tijd om veranderingen in het gedrag van kinderen te kunnen aanbrengen. De tijdsduur van het verblijf wordt verlengd tot drie maanden en bij uitzondering zo nodig langer. Door het bestuur wordt de koloniehuis B-status aangevraagd en verkregen onder de voorwaarde dat ook onderwijs zal worden geboden. Op deze wijze kwamen er meer mogelijkheden om aan het individu aangepaste adequate opvang en behandeling te geven.

Eind jaren (negentien)zestig komt er in Nederland een splitsing in de werkwijze van de koloniehuizen. De goed functionerende B-kinderhuizen kunnen, na een zorgvuldige inspectie, door het Ministerie van Volksgezondheid (jeugd-


Jaarboek 40, pagina 44

hoofdinspecteur Dr. Wafelbakker) de zogenaamde status van AWBZ-huis krijgen, hetgeen betekende dat de gehele financiering van het huis door de wet AWBZ wordt gedragen. Antonius verkrijgt deze status in 1970, als tweede kindertehuis in Nederland. Het financieringsprobleem behoorde hiermee tot het verleden.

Antonius wordt verbouwd om aan de gestelde eisen te voldoen en de staf van het huis wordt uitgebreid met de benodigde disciplines (onder meer met arts, kinderarts, psycholoog, pedagoog, maatschappelijk werker en gezinstherapeut). Het verplicht dragen van een uniform wordt afgeschaft. De kindergroepen worden kleiner van omvang (maximaal acht kinderen) en de leiding per groep is in handen van vier personen. De aanpak kan nu geheel op elk individu afgestemd worden. Er wordt met grote regelmaat overleg gepleegd tussen de betrokken stafleden en de school- en groepsleiding, om een grote continuïteit te verkrijgen in de behandeling van ieder kind apart. De groepsleiding wordt beter geschoold (hboniveau) en kan dan ook goed bijdragen aan het gehele proces.

Er wordt intensief samengewerkt met de ouders en soms het gehele gezin, waaruit de pupil afkomstig is. Ouders komen regelmatig naar het Antonius om een dag lang aanwezig te zijn in de groep van hun kind om de behandelwijze van dichtbij mee te maken. De gezinstherapeut bezoekt de gezinnen voor soms een intensieve begeleiding thuis. Alles is erop gericht om het kind zich in het Antonius thuis te laten voelen en voor te bereiden op terugplaatsing in het gezin (soms pas na een therapie van twee jaar).

Vanaf 1975 is Marlou Nijst directrice. Zij heeft vele veranderingen meegemaakt en doorgevoerd.
Vanaf 1975 is Marlou Nijst directrice. Zij heeft vele veranderingen meegemaakt en doorgevoerd.

Marlou: “Dat de kinderen zich in het algemeen thuis voelden in het Antonius, manifesteerde zich nog al eens in het weekend, wanneer oud-bewoners langs kwamen om aan hun vriend of vriendin te laten zien waar zij een deel van hun jeugd hadden doorgebracht en om herinneringen op te halen.”

Onderwijs

Er wordt er ook onderwijs gegeven. Door de achtergrond van veel kinderen is gekozen voor het zogenaamde buitengewoon bijzonder lager onderwijs (nu speciaal onderwijs). Eerst wordt er onderwijs gegeven in het Antonius- gebouw, later in de rooms-katholieke jeugdherberg De Mantelmeeuw aan de Bleumerweg en weer later in noodgebouwen op het eigen terrein. De school krijgt in 1974 een eigen bestuur.

In 1978 wordt een nieuwe school in gebruik genomen. Naast de interne leerlingen bezoeken steeds meer externe leerlingen de school. Als de school te klein is geworden, wordt vergunning aangevraagd voor de aanbouw van een klaslokaal, een personeelsruimte en twee werkkamers. In maart 1994 wordt dit nieuwe deel in gebruik genomen. Vanaf 1995 viel de school onder de Stichting Katholiek Onderwijs (later Tabijn) en vanaf 2000 onder de Aloysiusstichting. De groei gaat door en enkele jaren later heeft de Antoniusschool drie locaties in Castricum: de hoofdlocatie aan de Heereweg, de Duinrandschool en de Molenweidschool. Deze maken deel uit van de Aloysiusstichting. Deze stichting is in 1891 opgericht met als doel onderwijs te bieden aan sociaal-emotioneel zwakkere jongeren en heeft scholen op meerdere locaties. Aloysius is de patroonheilige van de jeugd, in het bijzonder de studerende jeugd. De naam en het jaar van de oprichting verwijst naar een lange katholieke geschiedenis.

De verbintenis tussen Antonius en de Antoniusschool wordt steeds losser, maar dit geldt niet voor de gezamenlijke aan- pak van het kind. Er was wekelijks overleg met leerkrach- ten, hoofd groepsleiding en psychologe onder voorzitter- schap van de directrice. Het overleg tussen het kinderhuis en de school over vorderingen op didactisch en pedagogisch gebied is gebleven tot aan de sluiting. Op dit moment zijn er veel scholen in Noord-Holland die de naam Antoniusschool hebben en onder de Aloysiusstichting vallen.

In de klas met juf Marijke Borst.
In de klas met juf Marijke Borst.

Marijke Borst is in augustus 1971 begonnen als leerkracht,wordt in 1998 coördinator-locatieleider voor de onderbouw van de Duinrandschool en is de laatste paar jaren lid van het zorgteam van de school en contactpersoon tussen school en huis. Na iets meer dan 40 jaren op de Antoniusschool is zij in 2012 gestopt. Een anekdote van Marijke:
Een jongen van acht jaar, wonend in een leefgroep in het kinderhuis, vroeg op een woensdagochtend aan mij of


Jaarboek 40, pagina 45

hij een snipperdag kon aanvragen. Hij was heel serieus. Ik zei hem dat ik het een goede vraag vond, dat een hele dag te veel was, maar dat hij wel die middag vrij kon krijgen en leuke dingen mocht gaan doen. Hij was erg blij en bedankte me hartelijk. Na schooltijd wenste ik hem een fijne snippermiddagDe volgende dag vertelde hij uitgebreid wat hij had gedaan.
De groepsleiding vertelde later dat hij niet door had dat ook de andere kinderen die middag vrij waren.”

Het kinderkoloniehuis had een eigen kapel, hier nog zonder luiklok.
Het kinderkoloniehuis had een eigen kapel, hier nog zonder luiklok.

De kapel

Vroeger had het kinderkoloniehuis een losstaande houten kapel. Piet Zomerdijk was daar in de periode 1952 tot 1960 samen met Nico en Piet Levering uit Egmond misdienaar. Toen hij een jaar of twaalf was, mocht hij alles klaarzetten voor de dienst en met de collecteschaal rondgaan.
Piet: “Op een gegeven moment ‘regende’ het guldens en rijksdaalders op mijn schaal, maar bij het geld tellen in de kamer van de rector Van Leipzig bleek dat alles van chocola was.”
De kapel raakte buiten gebruik en werd in 1978 gesloopt. Vooraf was besloten om alles wat van waarde was hieruit te verkopen om het geld aan de kinderen te kunnen besteden. Tineke Zonneveld was in die tijd werkzaam op de administratie en kocht het altaarkleed. Tineke:
“Ik verwerkte een deel van de stof in een jurk en heb deze altijd met veel plezier gedragen.”

Hoofdleidster Anne Franken, maatschappelijk werkster en later afdelingshoofd, had met de overkoepelend vestigingsdirecteur, de heer J.A. Franssen van de Stichting Katholieke Kinderhuizen uit Vught, afgesproken dat de klok voor het huis bewaard zou blijven. Tijdens de sloop is het hen ontgaan dat de klok door de slopers werd meegenomen. Afspraken hierover zouden niet goed zijn vastgelegd, zodat Franssen geen andere keuze had dan de klok terug te kopen van het slopersbedrijf.
Tijdens de viering van het 50-jarig bestaan van de Stichting Katholieke Kindertehuizen in 1981 wordt de klok in zijn nieuwe functie onthuld. Waar voorheen de vlaggenmast stond, hangt nu de klok. Kinderen voor wie de tijd erop zit, worden met de ‘Voorgoed-klok’ uitgeluid door de staf. Voor hen begon een nieuw leven na een intensieve leerperiode op het Antonius, waar nodig, ondersteund door nazorg.

In de loop van de tijd heeft het gebouw Antonius verschillende verbouwingen en uitbreidingen ondergaan. De kapel is in 1978 gesloopt.
In de loop van de tijd heeft het gebouw Antonius verschillende verbouwingen en uitbreidingen ondergaan. De kapel is in 1978 gesloopt.

Fusies en het einde

De Stichting Katholieke Kinderhuizen wordt in 1986 gesplitst in de vermogensstichting SKK en de exploitatiestichting ‘Stichting Medisch Kinderhuis Antonius’ die het pand huurt. Het bestuur wil af van de katholieke signatuur. Er volgt weer een interne verbouwing. De grote slaapzalen waren al verbouwd tot kleinere slaapzaaltjes. Die worden nu verbouwd tot tweepersoonskamertjes. Elke woongroep krijgt een eigen woon- en speelkamer.

De fusiekoorts slaat ook in de zorg toe. In 1993 fuseert Antonius met het Boddaertcentrum en de kinderhuizen De Schuilhoeve en Huize van Strijen. De nieuwe stichting heet Kardeel die in 2004 weer fuseert met de stichting Vlotbrug. Uit die fusie ontstaat de stichting Parlan, een organisatie voor Jeugd & Opvoedhulp in Noord-Holland-Noord. Antonius biedt dan plaats aan 43 kinderen in de basisschoolleeftijd. De kinderen die worden geplaatst, hebben problemen in de thuissituatie of op school. Zaken als onvoldoende aandacht van de ouders tot zelfs verwaarlozing, maar ook gedrags-, psychische of leerproblemen waardoor opvang binnen het gezin wordt bemoeilijkt, zijn oorzaken van hun verblijf. Een klein aantal kinderen verblijft er onvrijwillig, ingegeven door een


Jaarboek 40, pagina 46

uitspraak van een kinderrechter. Vanuit de staf is de hulpverlening erop gericht om het contact met de ouders te herstellen, als daar een mogelijkheid voor bestond.

In 2009 beraadt Parlan zich op de toekomst van Antonius. De manier waarop jarenlang kinderen in het monumentale pand zijn ondergebracht (grootschalig en afgelegen) is verouderd. Bovendien dreigt door een verminderde vraag naar de hulpvormen onderbezetting. Men komt tot de conclusie dat Antonius bouwkundig verouderd is en het beste kan worden afgestoten. Veel kinderen op Antonius zijn gebaat bij kleinschalige opvang met vaste opvoeders in zogenaamde ‘gezinshuizen’, een zware vorm van pleegzorg. De gezinshuisouders zijn professionele hulpverleners (in dienst van Parlan) die kinderen in huis nemen die intensieve behandeling nodig hebben. Tussen de kolonietijd en die van nu is er in de wereld van de jeugdzorg veel veranderd, maar het monumentale gebouw uit 1934 heeft niets aan grandeur verloren. De kapel is gesloopt en Sint-Antonius waakt nog steeds over het gebouw, ook al heeft het beeld de tijd niet ongeschonden doorstaan.

Na 75 jaar verblijven er in Bakkum geen kinderen meer die moeten aansterken om de maatschappij energiek tegemoet te kunnen treden. Een citaat uit het Nieuwsblad van Castricum:
“Kinderhuis Antonius heeft op zaterdag op 23 juli 2011 na 75 jaar haar deuren gesloten. Maar liefst 500 mensen gaven zich op voor de reünie die bij dit afscheid werd gehouden. Bleekneusjes, kinderen uit de jeugdzorg en medewerkers dwaalden door de gangen en haalden gezamenlijk herinneringen op. Een bijzondere afsluiting, voor iedereen die hier gewoond en gewerkt heeft.”

Een bezoekster van de reünie merkte op:
“Ik moest hier na het bombardement van Rotterdam van 1940 heen en had moeite met het strenge regime.”
Maar ook mooie herinneringen werden uitgewisseld. Simon Visser verbleef in 1990 in Antonius en het tandenpoetsen is hem altijd bijgebleven. Simon:
 “Als we onze tanden poetsten, stond de leiding te kijken en moesten we op commando onze mond spoelen.”

Anton Gerritse was de laatste kok van het huis. Anton:
“In 2000 werd besloten om kant en klare maaltijden in te kopen. Dit zou efficiënter zijn dan zelf koken, je hoefde de maaltijden alleen maar op te warmen. Drie jaar later ging ik weer zelf koken, dat was drukker maar veel lekkerder en hierin kon je ondanks de halffabricaten weer wat van jezelf kwijt.
Aart Leemhuis en Wendy van der Maarel hadden van 1991 tot en met de sluiting ook bemoeienis met het kinderhuis. Wendy:
“De kinderen hadden hier wat meer wondjes van het buitenspelen, omdat het ook zo goed kon. Ouders lossen dat normaal gesproken op met een pleister en een aai over de bol. De groepsleiding nam het zekere voor het onzekere en stuurde ze naar dokter Wendy.”
Jeugd & Opvoedhulp is niet overbodig, maar verandert. Steeds vaker wordt hulp geboden aan gezinnen in hun eigen buurt, hun eigen huis, school, dorp of stad. Dichtbij en kleinschalig. Toch doet het iedereen een beetje pijn om afscheid te nemen van Antonius. Daar liggen de herinneringen, vrolijke en pijnlijke, van duizenden kinderen en hun ouders.

Als definitief afscheid luidt oud-bewoner Simon Visser voor de laatste keer de bel van Antonius.
Als definitief afscheid luidt oud-bewoner Simon Visser voor de laatste keer de bel van Antonius.

De locatie aan de rand van de duinen straalt nog steeds de rust uit die toen belangrijk gevonden werd en ook voor haar toekomstige bewoners en gebruikers zal gelden.

Don van Lier

Bronnen:

  • Archief Aloysiusstichting;
  • Monumentenregister Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, monumentnummer: 524129;
  • ‘Vergeet niet het zwakke kind’ Geschiedenis van de stichting Katholieke Kinderhuizen (2007).

Met dank aan:
Marijke Borst, Anne Franken,Wendy van der Maarel, Marlou Molkenboer – Nijst, Ernst Mooij, Marian Mooij, Piet Zomerdijk en Tineke Zonneveld – Nuyens.

Print Friendly, PDF & Email
2 Reacties
Nieuwste
Oudste
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties