Achter de voordeur van Tiny Hemstede-Gorter (Jaarboek 43 2020 pg 39-43)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 43, pagina 39

Achter de voordeur van Tiny Hemstede-Gorter

Tiny Hemstede-Gorter.
Tiny Hemstede-Gorter.

Achter de voordeur is een rubriek over oudere Castricummers met een interessant verhaal dat herkenning en herinnering oproept. In dit jaarboek het boeiende leven van de in 1925 geboren Tiny Hemstede-Gorter. Ondanks haar hoge leeftijd is haar geheugen nog haarscherp en vertelt ze honderduit over haar jeugd, vele baantjes, verhuizingen en ook over ‘haar cluppie’ DOS.

Wat tegenwoordig heel normaal is, was nog niet zo lang geleden heel bijzonder. Niet zozeer omdat vroeger meer situaties verboden waren, maar er golden andere normen en waarden. Als katholiek kocht je de boodschappen bij de katholieke middenstand. Als protestant was je geen lid van een katholieke sportvereniging. Een getrouwde vrouw hoorde niet te werken. Tiny Hemstede was een uitzondering. Naast haar verschillende banen voedde ze twee kinderen op en was ze zeer actief in het verenigingsleven.

Het gezin van Anton Gorter en Guurtje Mooij in 1942.
Het gezin van Anton Gorter en Guurtje Mooij in 1942. Achter vader en moeder van links naar rechts: Cees, Tiny en Arie.

Jeugd

Tiny is geboren in de Dorpsstraat op 9 mei 1925 uit het huwelijk van Anton Gorter (1901-1993) en Guurtje Mooij (1899-1967). Ze vertelt: “Ik heb bijna mijn hele leven in Castricum gewoond. Naast het pand waar nu slagerij Van der Meer zit, had mijn vader Anton een herstelplaats voor rijwielen en motoren met de naam ‘De nieuwe winkel’, dat later een garage werd. Daarboven ben ik geboren. Mijn vader was een van de eerste die een vervoersdienst had voor het strand.

‘De nieuwe winkel’ in de Dorpsstraat.
‘De nieuwe winkel’ in de Dorpsstraat van Anton Gorter, die in de voorste auto zit. Het busje daarachter werd gebruikt voor het strandvervoer.

Dat deed hij met een busje, waarin plaats was voor twaalf personen. Hij heeft trouwens altijd een auto gehad. Van 1930 tot 1933 werkte hij bij de Skoda-garage in Beverwijk, waar we ook hebben gewoond. Vader heeft ook nog rond 1935 café ‘Duinzicht’ gehad vlak over het spoor aan de Beverwijkerstraatweg. In de laatste fase van zijn werkzame leven was hij in dienst bij garage Lute naast de Corso, waar hij ook aan de pomp stond. Mijn moeder was een heel lieve en hartelijke vrouw. Haar moeder was eigenaar van café ‘Het haasje’ in Egmond-Binnen en met de kermis ging mijn moeder ‘opoe’ helpen. Vanaf de jaren (negentien) vijftig ontving mijn moeder badgasten en daar hebben we nog heel lang goede contacten mee onderhouden. Ik wil ook nog even zeggen dat mijn grootvader Ariën Gorter in ons dorp een bekende en imposante rijksveldwachter was, die veel aanzien had.”

In 1929 ging Tiny naar de kleuterschool: “Dat was bij de nonnetjes in het schoolgebouw naast de Pancratiuskerk waar nu fysiotherapiepraktijk Rootjes is gevestigd. Wij waren Nederlands hervormd, maar een openbare kleuterschool bestond toen nog niet.”


Jaarbok 43, pagina 40

De laatste klas van de C.O.L.-school in Bakkum op 1 april 1938.
De laatste klas van de C.O.L.-school in Bakkum op 1 april 1938. Tiny zit op de achterste rij derde van links.

Na terugkomst uit Beverwijk ging het gezin Gorter met Tiny en de tweelingbroers Arie (1928-2019) en Cees (1928-2011) in de Geelvinckstraat wonen. Tiny: “Vanaf dat moment bezocht ik de openbare lagere school naast het oude raadhuis, maar al snel stapten we over naar de nieuwe school aan het begin van de Bakkummerstraat, waar het Jac. P. Thijsse College ook nog heeft gezeten. Later zijn er woningen in gemaakt. In 1938 verliet ik de lagere school en ging naar de vierjarige mulo in Heiloo. Omdat ik aardig kon meekomen, deed ik die in drie jaar.

Tiny in het winkeltje op het strandplateau in de zomer van 1941.
Tiny in het winkeltje op het strandplateau in de zomer van 1941.

Ondertussen hielp ik mijn vader en moeder in de zomervakantie van 1941. Zij pachtten toen het paviljoen ‘Armeria’ op het Castricumse strand. Daar hoorde een winkeltje bij op het strandplateau, waar ik onder andere ijs mocht verkopen. Het hele gezin woonde die zomer in het paviljoen. Van de vele verhuizingen in mijn leven heb ik overigens een trauma overgehouden. Ik was namelijk in mijn jeugd al bang voor muizen en dat werd alleen nog maar erger toen er tijdens een verhuizing een muis tevoorschijn kwam uit een opgerold tapijt. Daar schrok ik zo van dat ik bovenop het diertje ben gesprongen, die dat niet overleefde.”

Melkfabriek

Tiny vervolgt: “In 1941 moest ik na de ulo direct aan het werk. Ik was toen zestien jaar. Onze melkboer Paultje Lute tipte mijn moeder dat er op het kantoor van melkfabriek ‘De Holland’ een vacature was en daarvoor werd ik aangenomen. Mijn man Kasper Hemstede, die in 1941 vanuit Hoogeveen in Castricum ging wonen, heb ik ook op de fabriek leren kennen. Hij was daar melkcontroleur op het laboratorium.”

De Holland

Stoomzuivelfabriek De Holland werd in 1905 opgericht en stond op de hoek van de Breedeweg en het Schoutenbosch. In 1915 ontwikkelde de kleine

De Holland in het geboortejaar van Tiny.
De Holland in het geboortejaar van Tiny.

Jaarboek 43, pagina 41

fabriek zich eigenlijk pas goed en in 1923 werd deze elektrisch aangedreven.
In de loop der jaren volgden diverse uitbreidingen. Na de oorlog veranderde de naam van de fabriek in Zuivelfabriek en Melkinrichting ‘De Holland NV’ en in 1955 vond een fusie met de fabriek in Velsen plaats.

Rond 1960 bleek dat De Holland met een verouderde inrichting en een te kleine capaciteit zijn tijd had gehad. De fabriek hield het nog even vol, maar op 31 december 1963 was de sluiting een feit.

Spoedig ondervond ook Tiny de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog: “We moesten in 1943 evacueren vanuit de Geelvinckstraat naar Zaandam. De huizen werden niet afgebroken, zoals op de Mient, maar werden bezet door Duitse soldaten. Later is het pas tot me doorgedrongen dat het huis in Zaandam waarschijnlijk van weggevoerde Joodse mensen was. In 1944 mochten we terug, omdat ik belangrijk was voor de melkfabriek, waar ik opnieuw aan de slag ging. Ik verdiende daar echter maar vijf gulden per week, waarvan ik nog de helft aan mijn moeder gaf. Je werkte toen ook zaterdags nog tot 12.00 uur.

Mijn verantwoordelijkheid was best groot, want ik zorgde voor uitbetaling van de boeren. Honderdvijftig boeren leverden hun melk in en van de melkontvanger kreeg ik dan de melkbriefjes. Elke vier weken moest ik dan berekenen hoeveel geld ze kregen. Dat hing ook van het melkvet af. Elke maand ging ik naar de bank, naast waar nu (in 2020) de Rabo zit, en haalde honderdduizend gulden. En daarmee ging ik dan over straat. Dat zou nu niet meer kunnen …”

Trouwfoto van Kasper en Tiny.
Trouwfoto van Kasper en Tiny.

Huwelijk

Op 14 mei 1944 zijn Kasper en Tiny verloofd. Zij trouwden op 13 maart 1946 en daar was nog speciale toestemming voor nodig: “Omdat Kasper naar Nederlands-Indië ging als vrijwillig militair bij de Marine, kregen we tegen betaling van 5,50 gulden dispensatie om vervroegd te trouwen.

Kwitantie voor de kerkelijke huwelijksinzegening.
Kwitantie voor de kerkelijke huwelijksinzegening.

Ons huwelijk is op dezelfde dag ook kerkelijk ingezegend in de Dorpskerk, waarvan ik nog een kwitantie van vijf gulden heb bewaard. Op 20 maart heb ik Kasper vanaf de pier in IJmuiden uitgezwaaid en na twee en een half jaar kon ik hem weer in mijn armen sluiten.”

Per 1 september 1945 ging Tiny op het distributiekantoor naast de bioscoop in de Dorpsstraat werken. Deze kantoren bestonden in Nederland gedurende de Tweede Wereldoorlog en nog vijf jaar daarna. Een distributiekantoor was de plaatselijke vestiging van de autoriteit die door middel van een bonnensysteem de rantsoenering van levensmiddelen en andere schaarse goederen organiseerde. Tiny: “Daar kon ik aardig wat meer verdienen. Maar die kantoren werden samengevoegd. Ik kon toen kiezen uit Beverwijk of Amsterdam. De verbinding naar Amsterdam was beter dan die naar Beverwijk, dus koos ik daarvoor. Ik begon in september 1946 bij de Inspectie Distributie Amsterdam en bleef daar tot mei 1948. Daarna heb ik nog een paar maanden op de speelgoedafdeling van de Bijenkorf gewerkt. Ook was ik daar tot medio 1951 oproepkracht voor de schoenenafdeling.”


Jaarboek 43, pagina 42

Landbouwhuis

Het gezin van Kasper en Tiny in 1957. Links Marion en rechts Irene.
Het gezin van Kasper en Tiny in 1957. Links Marion en rechts Irene.

Omdat Kasper en Tiny de eerste jaren van hun huwelijk inwoonden bij iemand in de Geelvinckstraat, waren ze blij dat ze in 1949 konden verhuizen naar de Poelvenstraat (later Poelven geheten): “Dat was toen een mooie buurt. We hadden daar de bovenste verdiepingen van een duplexwoning. In 1952 en 1953 zijn respectievelijk onze twee dochters Irene en Marion er geboren. In 1958 vroeg de directeur van de melkfabriek of ik kon bijspringen, omdat ze omhoog zaten. Waarom niet, dacht ik, alhoewel het een uitzondering was dat een moeder met jonge kinderen ging werken. Daarom werkte ik alleen tijdens schooluren en niet in de vakanties. Nadat ik er weer vijf jaar in dienst was, werd de fabriek eind 1963 opgeheven. Op de laatste dag ging ik huilend op mijn Solex naar huis.”

Vanaf 1964 zat Tiny ook niet stil: “Ik heb eerst weer een aantal tijdelijke baantjes gehad. Dat was op de administratie van modehuis Stevens en op die van Duin en Bosch. In 1966 keerde ik terug naar de Bijenkorf en belandde daar op de foto-afdeling. In 1967 ging ik opnieuw voor de boeren aan de gang. Dat was op het oude Landbouwhuis in Alkmaar op het Kerkplein. Dat was een vestiging van het ministerie. Later verhuisden we naar een nieuw kantoor aan de Helderseweg met uitzicht op het Noord-Hollands kanaal en de spoorbrug. Ik was secretaresse en heb dat volgehouden tot mijn pensioen eind 1989. Wat had ik het daar fijn.”

Tiny op haar werkplek in het Landbouwhuis (1984).
Tiny op haar werkplek in het Landbouwhuis (1984).

In het begin van haar laatste baan reisde Tiny samen met Kasper naar het Landbouwhuis: “Mijn man werkte daar ook als laborant in de zuivel. In zijn militaire periode was hij medisch analist en werkte in het hospitaal van Soerabaja. In Indonesië had hij een amoebendysenterie opgelopen en uiteindelijk is hij daaraan in 1972 overleden op de leeftijd van vierenvijftig jaar. Tegenwoordig worden de jongens, die op missie gaan, onthaald als ze terugkomen. Dat was toen niet zo. Ze werden in een bus gezet met een zak sinaasappelen en moesten wegwezen.”

Soerabaja, 1981.
Soerabaja, 1981.

Lief en leed

Nadat Tiny heeft verteld dat na het overlijden van Kasper het werken in Alkmaar haar er bovenop heeft gebracht, voegt ze eraan toe dat het noodlot in 1993 weer toesloeg: “Onze dochter Irene overleed na een ziekte op 41-jarige leeftijd. Ook mijn twee broers leven niet meer. Cees overleed in 2011 en Arie vorig jaar na een hersenbloeding. Hij was 91 en wist heel veel over ons dorp. Daarentegen prijs ik mij gelukkig dat ik twee kleinkinderen kreeg en twee achterkleinkinderen. En wat mijn eigen gezondheid betreft mag ik helemaal niet klagen. Vanaf 1959 tot 15 februari van dit jaar heb ik zelfstandig aan de Hendrik Casimirstraat 12 gewoond met een prachtig uitzicht op het plantsoen dat grenst aan de Willem Alexandersingel. Ik ben ook erg blij dat mijn kleindochter het huis heeft overgenomen. Ook heb ik altijd genoten van autorijden, wat ik tot mijn 92e heb gedaan.”

Naast haar arbeidzame leven was er gelukkig ook tijd voor ontspanning: “Ik heb veel gereisd en als passagier op meerdere cruises de wereld verkend. In de jaren (negentien) tachtig ben ik naar Indonesië gegaan om een bezoek te brengen aan het ziekenhuis in Soerabaja waar mijn man heeft gewerkt. Met mijn kinderen heb ik dertig jaar van de wintersport genoten. Ook daar kijk ik met heel veel plezier op terug.”

Leden van Gymnastiekvereniging DOS.
Leden van Gymnastiekvereniging DOS in 1983. Zittend/gehurkt van links naar rechts: mevrouw Truus Dijkstra, mevrouw Benjamin, mevrouw Wies-Spaan (achter met wit shirt), vooraan met bloemen mevrouw Tiny Hemstede-Gorter (50 jaar lid). Staand helemaal rechts Marjan Dijksta. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

DOS

De liefde voor de gymnastiek zat er bij Tiny al vroeg in. Vanaf haar achtste tot haar zevenentachtigste is ze actief geweest voor de openbare vereniging Door Oefening Sterk, die in het dorp moest opboksen tegen de katholieke club VIOS. Aan de geschiedenis van beide verenigingen, die in 2012 met elkaar fuseerden, is een artikel gewijd in het 33e Jaarboek van Oud-Castricum. Daarin wordt Tiny het clubicoon genoemd. Zij blikt nog eens terug: “DOS is van onschatbare waarde in mijn leven geweest.


Jaarboek 43, pagina 43

Het damesteam van DOS tijdens een turndag op 17 mei 1948 in Arnhem ter gelegenheid van het 80-jarig bestaan van de gymnastiekbond. Van links naar rechts bovenste rij: ?, mevrouw Teiwes, Boukje Belwinkel en Lieneke Heida; onderste rij: ?, Ida Tiemstra, Tiny Hemstede en Bep Verduin.

We gymden eerst in een zaal van café Borst en later in de gymzaal van de Centrale Openbare Lagere school. Ik ben 42 jaar bestuurslid geweest, waarvan 37 jaar penningmeester. Mijn kinderen vonden wel dat hun moeder vaak aan de tafel zat om acceptgirokaarten in te boeken. Niks nog computers, alles ging met de hand.

Tiny Hemstede-Gorter en F. Posthuma.
Tiny Hemstede-Gorter en F. Posthuma, voorzitter van de Kring NH-Zuid van de gymnastiekbond, die haar huldigt vanwege haar 50-jarig lidmaatschap van DOS. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

In 1967 werd ik benoemd tot erelid en op 20 maart 1982 ontving ik een Koninklijke onderscheiding. Die werd mij door locoburgemeester Henk Wokke opgespeld tijdens de receptie ter ere van het gouden jubileum van de vereniging. Ik hield aan DOS veel vriendinnen over, waarvan er helaas nog maar eentje leeft. Dat is Annie Peppelenbos, die lange tijd mijn mantelzorger is geweest.”

Overhandiging van het 20e jaarboekje aan oud-medewerkers van de melkfabriek 'De Holland'.
Overhandiging van het 20e jaarboekje aan oud-medewerkers van de melkfabriek ‘De Holland’. Van links naar rechts: S.P.A . Zuurbier, S. Admiraal, Th. Lute, mevrouw T. Hemstede-Gorter en mevrouw C. Zonneveld-Dijkman. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Oud-Castricum

Tiny is ook al jaren geïnteresseerd in de activiteiten van Oud-Castricum, waarvan ze inmiddels een van de oudste donateurs is: “Het is altijd weer fijn om eind oktober een nieuw jaarboek te krijgen en het is natuurlijk bijzonder dat ik al in vijf boeken wordt vermeld. Als onderwerpen mij veel interesseren, dan doe ik briefjes tussen de betreffende bladzijden, zodat ik ze snel kan terugvinden. Meestal blader ik een nieuw boek eerst door en dan maak ik een selectie van de artikelen die ik echt wil lezen. Het is me daarbij opgevallen dat de Castricumse families, waarvan er altijd een wordt beschreven, de laatste jaren wat kleiner zijn geworden. Verder heb ik regelmatig tijdens open dagen een bezoek gebracht aan De Duynkant en heb ik erg genoten van diapresentaties en oude films.”

Tiny ontmoet in 2006 tijdens een open dag van Oud-Castricum haar oude kennis Cor de Haan uit Harderwijk.
Tiny ontmoet in 2006 tijdens een open dag van Oud-Castricum haar oude kennis Cor de Haan uit Harderwijk. Cor werkte tot 1947 bij bakkerij Kuilman en was actief bij voetbalvereniging CSV.

Santmark

Wie dacht dat Tiny na haar pensionering achter de geraniums ging zitten, komt bedrogen uit: “Ik heb nog een aantal jaren als vrijwilligster gewerkt in De Santmark. Daar hielp ik met allerlei hand- en spandiensten, zoals koffie rondbrengen. Ook heb ik bijgesprongen bij het rondbrengen van maaltijden voor Tafeltje Dekje.”

Sinds half februari van dit jaar heeft Tiny geen eigen voordeur meer en bewoont ze zelf een kamer in het verzorgingshuis aan de Oranjelaan. Vanwege de coronacrisis kwam er even later een abrupt einde aan haar sociale contacten en dat viel Tiny zwaar. Na zo’n actief en arbeidzaam leven was het een straf voor haar om binnen te blijven en niet de straat op te gaan. Ook haar 95e verjaardag moest helaas op gepaste afstand worden gevierd. Gelukkig heeft de coronacrisis geen invloed gehad op de kwaliteit van dit artikel. Want tot het laatst verkondigt Tiny: “Mijn geheugen is nog steeds haarscherp en daardoor blijven herinneringen bewaard!”

Peter Mol

Met dank aan: Tiny Hemstede-Gorter en Marion Hemstede.

Bronnen:

  • Baars, Frans., Het onderwijs in Castricum van 1850 tot 1940, 11e Jaarboekje Oud-Castricum, 1988;
  • Boot, Hans, Het Castricumse strandleven, 24e Jaarboekje Oud-Castricum, 2001;
  • Boot, Hans, De geschiedenis van de Werkgroep Oud-Castricum, 30e Jaarboekje Oud-Castricum, 2007;
  • Boot, Hans., De Castricumse gymnastiekverenigingen, 33e Jaarboek Oud-Castricum, 2010;
  • Kaan, Niek, De geschiedenis van de stoomzuivelfabriek ‘De Holland’, 20e Jaarboekje Oud-Castricum, 1997.
  • Kroniek van de gemeente Castricum, 6e Jaarboekje Oud-Castricum, 1983.
Print Friendly, PDF & Email
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties