Achter de voordeur: Chaja Kause – Van Bergen (Jaarboek 42 2019 pg 88-91)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 42, pagina 88

Een nieuwe rubriek in ons jaarboek: ‘Achter de voordeur’. Deze rubriek neemt een kijkje achter de voordeur van mensen die niet in Castricum zijn geboren, maar daar al lang wonen en er hun plek hebben gevonden. Via ‘Achter de voordeur’ komen we terecht in de persoonlijke geschiedenis van mensen-met-een-verhaal.

Chaja van Bergen in Oud-Gastel.
Chaja van Bergen in Oud-Gastel.

Verhalen die het waard zijn om opgetekend te worden. Ervaringen die ook bij andere Castricummers gevoelens of belevenissen naar boven brengen. In deze uitgave een eerste verhaal. Het verhaal van de vierentachtigjarige Chaja Kause – Van Bergen, sinds juni 1970 woonachtig in Castricum. Chaja is opgegroeid in de Tweede Wereldoorlog. Veel familieleden zijn er niet meer. Zij heeft zich in 1970 gevestigd in Castricum en vanuit deze veilige omgeving kan ze haar levensverhaal vertellen. Een levensverhaal van een Castricumse dat, net als het dagboek van Anne Frank, bewaard moet worden voor het nageslacht.

Nooit meer verhuizen …

“Toen het te gevaarlijk werd op het adres in Amsterdam heeft Noor mij naar mensen in de Vrolikstraat gebracht. Ik kreeg een andere naam: Agatha Bougier. Niemand noemde mij in de drie volgende jaren anders, met het gevolg dat ik na de oorlog niet meer wist dat ik Chaja van Bergen heette. Ook haalde ik mijn moeder en de tweede vrouw van mijn vader door elkaar.”

We zitten met een kop thee in haar kamer op de eerste verdieping. Ze noemt het ‘mijn hok’ of ‘mijn baarmoeder’, maar haar man Martin noemt het ‘haar kantoor’. De wanden, maar ook de deuren van kasten zijn beplakt met foto’s van familieleden en andere herinneringen. Ook op de gang en zelfs in de slaapkamer hangen herinneringen. Dierbare herinneringen en uit een kast haalt Chaja stapels papieren, artikelen, aantekeningen en verhalen.

Zij heeft veel opgeschreven en ik ging met een dik archief naar huis om door te nemen en te bestuderen. Herinneringen die Chaja dierbaar zijn. Herinneringen die samen een beeld vormen van een Joods meisje, geboren in Amsterdam en opgegroeid in de Tweede Wereldoorlog.

“In mijn slaapkamer hangt boven mijn bed een klein geel gipsen klompje. Dit klompje is het enige voorwerp dat ik over heb uit mijn kindertijd van voor 1940, toen de oorlog begon.” Niet alleen ‘spullen’, maar ook familieleden uit die tijd zijn er niet meer. De rode draad van haar verhaal is het verhuizen: telkens weer afscheid moeten nemen van en moeten wennen aan andere mensen en situaties.

Chaja is de dochter van Isaac (Ies) Simon van Bergen en Sara (Saartje) van Gigch. Nadat Simon gescheiden was van Sara, is hij twee jaar later, in augustus 1940, hertrouwd met Nora Diamant, die Chaja ‘mijn tweede moeder’ noemt. Bij de scheiding was Chaja drie jaar. Ze werd aan haar vader toegewezen. Chaja, geboren op 11 maart 1935 en woonachtig in Amsterdam, heeft als kleuter de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Door haar tweede moeder, Nora, is ze naar een veiliger plek gebracht. Haar herinneringen aan die tijd en de jaren daarop zijn scherp, soms haarscherp. Ze heeft in haar ‘archief’ beschreven op welke plaatsen ze heeft gewoond voordat ze in 1970 in Castricum kwam wonen met haar man, Martin. Het huis is nu eigenlijk te groot voor haar en Martin. Haar twee dochters zijn overleden en haar zoon is volwassen. Ze wil niet verhuizen. Niet meer. Nooit meer. Het is een vaste plek geworden, waar in het voorjaar de bollen boven de grond komen en narcissen gaan bloeien. Haar ‘hok’, haar tuin met daarin meerdere keramiekwerkstukken die ze maakte en de herinneringen die ze verzamelde en nog steeds verzamelt, maken dat ze zich geworteld voelt als Castricummer. “Ik verhuis nooit meer!”

Oorlog

De ouders van Chaja zijn in de Tweede Wereldoorlog opgepakt. Vader Isaac is in 1941 via Westerbork afgevoerd naar Buchenwald en daar door de Duitsers vermoord. Moeder Sara zat in het verzet. Zij is verraden en in Polen vermoord. Ook de grootouders en alle verdere familiele-


Jaarboek 42, pagina 89

den zijn opgepakt en naar Duitsland afgevoerd, waar ze in augustus 1943 in Auschwitz om het leven zijn gebracht. Vanuit gevangenschap schreef vader brieven naar Noor, zijn tweede vrouw. De originele brieven zijn geschonken aan het Herinneringscentrum Kamp Westerbork.

De oorlog is beschreven door de ogen van een kind. Herinneringen van een kind zijn anders dan die van volwassenen. In de meidagen van 1940 was Chaja in Rotterdam. Grootvader had daar een boekhandel die door het bombardement geheel verdwenen is. Het kleinkind Chaja herinnert zich een drinkkannetje voor zieken op bed, dat uit de puinhopen is gehaald en de rijen mensen die langs de kant van de weg stonden toen het gezin lopend naar Den Haag vertrok. Uit haar herinnering noemt Chaja niet de lange tocht, de honger of dorst maar het afknippen van haar haren. Ze had pijpenkrullen die dagen lang niet gekamd werden …

Geen verhalen over bommen en nauwelijks over gevechten of invallen, maar over verhuizen en telkens weer ergens anders terecht komen en moeten wennen. Verhalen over familieleden, banden onderling, hun beroep, woonplaats en overlijden. Het is alsof Chaja door het verzamelen van informatie over haar voorouders haar bestaan in kaart wil brengen. De mappen vol krantenartikelen, eigen opstellen, foto’s en aantekeningen vormen uiteindelijk een steeds duidelijker beeld van de familie.

Verhuizen

Na de scheiding van Isaac en Sara woonde Chaja tijdelijk bij haar moeder. Haar vader was tussen 1936 en 1939 gelegerd in Spanje bij de internationale brigade tegen Franco. Noor was daar als verpleegster werkzaam. Zo hebben ze elkaar leren kennen. Later was ze afwisselend bij haar vader en Noor in Amsterdam en in Rotterdam bij haar moeder en haar grootouders.

Noor heeft haar en Eddy (zie onder aan de pagina noot 1) naar mensen in de Vrolijkstraat gebracht, waar ze haar nieuwe naam kreeg. Omdat ze niet de aandacht wilden vestigen op hun verhuizing door met koffers te sjouwen, hadden ze meer lagen kleren aan en hadden ze een kinderwagen bij zich die ook volgestopt was met kleren. Het eerste jaar is Chaja telkens weer naar een ander adres gebracht. Van al die adressen herinnert ze zich alleen dat ze op een keukenaanrecht stond en naar buiten keek.

Kinderhuis Oud-Gastel: alle kinderen en hulpen.
Kinderhuis Oud-Gastel: alle kinderen en hulpen.

Naar rechts stond een haringkar bij het Frederiksplein. Dat bewuste huis moet dus in de straat zijn geweest die van dit plein naar de Amstel loopt. Het laatste adres waar ze kwam was in Brabant in Oud-Gastel. Het was een kinderhuis dat bij de kerk hoorde. Die kerk en een school stonden vlakbij. Chaja is daar een jaar naar school gegaan, een nonnenschool. Zuster Dop was directrice van het kindertehuis. Later werd het naar school gaan te gevaarlijk.
Chaja herinnert zich Richard Bleekrode, Kees Kolthof, Bennie van Wageningen en Joke en Loesje Stork.

Naast deze Joodse onderduikertjes waren er baby’s van vrouwen die een relatie met een Duitse soldaat hadden gehad. Daarnaast waren er nog andere kinderen, maar Chaja weet niet meer waarom die daar zaten. Ze weet nog dat de oudere kinderen mee moesten helpen in het huishouden en op een keer moest ze als straf de afwas van zo’n 60 mensen doen. De grote pan (60 mensen!) herinnert ze zich nog heel goed! Meerdere kinderen werden kaal geschoren, omdat ze onder de luis zaten. Chaja mocht haar haren houden, maar kreeg wel geregeld een in petroleum gedrenkte doek om haar hoofd. Zij moest samen met Richard en Kees van zuster Dop soms lange wandelingen maken als er mensen op bezoek kwamen, waarvan niet zeker was of ze te vertrouwen waren.

Noot 1: Eddy is haar halfbroer, zoon van haar vader en Noor. Voordat Eddy werd geboren is Isaac, haar vader gedeporteerd. Hij heeft zijn zoon nooit gezien, maar heeft wel weet gehad van de geboorte.


Jaarboek 42, pagina 90

De zes onderduikertjes zijn in juni 1945 door zuster Dop naar hun familie in Amsterdam gebracht. Chaja is drie en een half jaar van huis geweest.

Kinderuitzendingen

In 2005 is een documentaire op de televisie geweest over deze onderduikkinderen: ‘Bleekneusjes’. Chaja werd met de nachtboot naar Engeland gevaren. In Engeland is ze drie en halve maand gebleven. Haar groep werd eerst zes weken ondergebracht in ‘een kamp’, een oud legerverblijf, een barak met ijzeren golfplaten op het dak. De kinderen kregen goed te eten en kregen les, onder andere in de Engelse taal. Ook werden er excursies georganiseerd. De laatste twee maanden werd Chaja ondergebracht bij twee gezinnen. Verhuizen naar een kamp in Engeland en dan vervolgens weer verder naar een gezin en van daaruit naar een volgend gezin. Ook hier dus verschillende keren verhuisd.

Van het eerste gezin kan Chaja zich herinneren dat er een grote machine stond waarmee flessen met melk gevuld werden. Het volgende gezin had een groot huis met, in de ogen van het kind, meerdere grote tuinen. Vanuit Engeland schreef Chaja naar Noor, haar ‘tweede moeder’ verschillende brieven met potlood. Ook schreef ze naar de ouders van Noor, die ze als haar opa en oma beschouwt. De brieven zijn bewaard gebleven en kwamen weer in handen van Chaja na het overlijden van Noor in 1984.

De fam Diamant
Amsteldijk 104 Amsterdam (Z) Holland

Lieve Beste Oma en Opa
Op het kamp heb ik het heel goed. Zeeziek ben ik niet geweest, de reis was heerlijk!
Alle kinderen hebben een dagboek gekregen.
Wij hebben vandaag net voor de tweede keer een banaan gehad.
Kleren hebben alle kinderen gekregen, haast teveel om op te noemen.
2 jurken, een jas, 3 hemdjes en 3 broekjes. 3 zakdoekjes, 2 pyjama’s, 3 paar sokken, 2 paar schoenen.
Wilt u antwoordcoupons opsturen. Good bay.
de groeten van Chaja, krijg ik het adres van Eddy
veel kusjes daaaaaaag
alles komt in mijn dagboek

Hoewel ze, zowel in de oorlog als daarna, steeds weer moest verhuizen klaagde de jonge Chaja nauwelijks. In een van haar brieven uit Engeland schreef ze ‘ik vind het wel jammer’ omdat ze afscheid moest nemen van een bevriende tweeling. Ze schrijft niet over de oorlog, nog geen jaar daarvoor, maar over wat ze als kind meemaakt in Engeland. De inhoud doet denken aan de brieven van Anne Frank. Anne schrijft aan de denkbeeldige Kitty, Chaja aan haar stiefmoeder of de ouders van Noor.

19-7-1946
Lieve beste Mam
Hoe gaat het er mee met mij gaat het goed.
Ik ontvang vandaag de envelop met kaarten. Ik heb al geschreven naar: onze juf van school, tante Roos, Jopie,
Zuster Dop, Lina en Roosje, Fernando, en Eddy. Ik vint het wel fijn al die kaarten maar ik heb geen postzegels.
Zal ik nou maar ophouden met dat klagen van postzegels. Wat ik nu vertellen ga is wat ik (als ik het van mekaar krijg) vast doe: banden kopen voor de fiets. Want nu begint de blijde boodschap, dat is: IK KAN FIETSEN!!!
O, wat ben ik blij. De eerste dag gingen we proberen het oudste meisje hielp mij, ze liet op het laatst mijn stuur los. En de derde dag vroeg ik aan Mientje (zo heet dat meisje dat bij mij is ((Hollands) of ik is op haar fiets mocht en ik stont, en ik fietste zo weg. Toen ben ik terug gehold en heb een fiets gevraagd. Toen kon ik fietsen. Ik was over gelukkig. Ik dacht nu koop ik zeker banden dan kan ik thuis ook fietsen.
Ik heb hier een leuke pop en een beer (genaamt door mij Ukkie en Pukkie). Der zijn een hele boel jurkjes.
Ik krijg net weer een wol mutsje voor de doll (po).
Ik ga nu eindigen de groeten aan Oma en Opa en Eddy

heel veel xxxxxxxxxxxx kusjes
good bay

Chaja en Martin, verkeringstijd.
Chaja en Martin, verkeringstijd.

Castricum

Chaja is getrouwd met Martin Kause op 21 maart 1956. Ze hebben twee jaar gewoond op een zolderkamer aan de Rustenburgerstraat 12 in Amsterdam, vlakbij de Amsteldijk.
Chaja was leerlingverpleegster en Martin studeerde scheikunde aan de Universiteit van Amsterdam. Toen hun zoon Philip werd geboren was er ‘meer ruimte’ nodig. Op het zolderkamertje hebben ze een apart kamertje gebouwd van board. Na die periode woonden ze in een tweekamerwoning met een keukentje, boven de studentenbioscoop


Jaarboek 42, pagina 91

waar Martin als werkstudent werkte. Ze hebben daar gewoond tot 27 november 1961. Hun dochter Brechtje is daar geboren.
Het volgende adres was Melis Stokehof 8 in Amsterdam, waar ze acht jaar gewoond hebben en waar dochter Xandra geboren is. De verhuizing naar Castricum vond in juni 1970 plaats. In 2001 zijn zowel Brechtje als Xandra na een ernstige ziekte overleden.

Keramiek: auto.
Keramiek: auto.

Chaja schrijft mij:

‘Beste Peter
Heb ik je verteld dat ik ongeveer 50 jaar keramiek heb gemaakt?
Ik heb in mijn jonge jaren een niet afgemaakte verpleegopleiding gedaan.
En ook op een cursus keramiek gezeten in Amsterdam.
In Castricum heb ik, toen we hier kwamen wonen, in Duin en Bosch gewerkt. Ik heb toen een pottenbakkersoven bij elkaar gespaard. In de avonduren kon je als medewerker op Duin en Bosch aldaar op de creatieve afdeling komen werken met klei.
Met klei ben ik nooit meer gestopt tot voor 2 jaar, na mijn val en beenbreuk.
Een enkele keer heb ik ook meegedaan in een groepstentoonstelling in galerie NU.
Die is al jaren weg uit ons dorp.
Ik doe er een paar kiekjes bij, want er is veel verkocht of op een andere manier niet meer thuis.
Dit was toch een belangrijke invulling van mijn leven in Castricum naast het gezin.

Ook heb ik ongeveer 12 jaar in de redactie meegedraaid (vrijwilligerswerk, want toen was er geen geld, alleen onkostenvergoeding) en op keramiekmarkten gestaan, voor een blad wat toen Klei & Hobby heette, het bestaat nog steeds onder een andere naam. Leuke tijd geweest!’ Ik wil nooit meer verhuizen. Misschien is het huis nu wat te groot, maar ik heb hier een plek gevonden waar ik nooit meer weg wil …

Keramiek: poes.
Keramiek: poes.

1935 Geboorte Chaja 11 maart.
1941 Vader opgepakt.
1941 Eddy (broer) geboren.
1942 Eddy ondergedoken tot 1945.
1943 Moeder vermoord in Sobibor.
1943 Niet naar school tot 1945.
1944 Vader vermoord.
1953 Start opleiding verpleegster.
1956 Getrouwd met Martin Kause.
2001 Dochters (1959 en 1961) overleden.
2019 Chaja en Martin wonen 49 jaar in Castricum.


Keramiek: koeien.
Keramiek: koeien.

Het verhaal van Chaja is een mengeling van jeugdherinneringen, verdriet, verlies aan de ene kant en aan de andere kant alledaagse zaken. Zoals het kind Chaja vlak na de oorlog opgetogen schrijft dat ze kan fietsen, vertelt de vrouw van dik in de tachtig het ene moment over al haar gestorven familieleden en laat ze op het andere moment trots haar keramiek zien. Haar kamer boven vol met herinneringen, familieleden, de woonkamer vol met kleine kunstwerkjes. En bovenal: de familie die weer is aangegroeid met lieve schoonkinderen, kleinkinderen, een lieve achterkleinzoon en herontdekte nichtjes.

Peter Mol

Print Friendly, PDF & Email
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties