Klik hier voor een uitleg over het gebruik van de informatiebank artikelen en documenten

 
 

 
 

 

Uitgebreid zoeken

Documentnummer : 12171
 
Titel : Shovels nemen het over van archeologen

Nog volop oude scherven in Oosterbuurt
Auteur : Jan Butter
Datering : 08 mei 1996
Beschrijving : CASTRICUM - Bijna elke schep in de bodem van de Castricumse Oosterbuurt was raak.
Eeuwenoude scherven, botten, maar ook meer tot de verbeelding sprekende vondsten kwamen in
rap tempo naar boven. Ze belandden met een plof in de bakjes van de archeologen van de ROB
(Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek). De opgravingen in Castricum zijn
voltooid. De shovels van de aannemer, die al grommend aan de zijlijn stonden te wachten,
hebben bezit genomen van de rijke vindplaats uit de Romeinse tijd. De inheemse
nederzetting van weleer wordt een nieuwe woonwijk.

Alle kans dat de grondverzetmachines van de aannemer nog vele archeologische scherven
opwerpen en door de lucht laten vliegen. Ook de toekomstige bewoners zullen bij het
spitten in hun tuin op oud materiaal stuiten, verwacht archeologe Maaike Sier die sinds
september 1995 met haar collega Arnold de Haan en tal van vrijwilligers van de werkgroep
Oud-Castricum de bodem in de Oosterbuurt hebben omgewoeld en doorzocht. In totaal
vijfduizend vierkante meter. Tot zo'n twee meter onder het maaiveld. Daar onder was niets
dan blauw wadzand.
,,De bodem zit vol scherven, zoals meestal bij inheemse nederzettingen. Niet alles is er
uit. Dat een deel van de sporen verloren gaat, is onvermijdelijk. Het meeste is gered.
Vrijwilligers houden nog een oogje in het zeil bij het bouwrijp maken van de grond. Maar
de kans er een tweede gouden munt tevoorschijn komt, is uiterst klein. Die munten zijn zo
zeldzaam. Overigens zijn dat soort vondsten wel leuk, maar vooral van betekenis in hun
context. Pas in de samenhang met andere vondsten kunnen wij iets leren over de vroegere
bewoners.''

Nieuwsgierigen

Tijdens de acht maanden durende opgravingen was de ROB tamelijk terughoudend. De
archeologen waren bang voor een toeloop van nieuwsgierigen die de sporen, soms slechts
verkleuringen in de grond, zouden kunnen vernietigen. Ook de vondst van de Keltische
gouden munt werd angstvallig geheim gehouden. Anders staat half Castricum met een schop te
dringen. De archeologen hebben gedurende hun lange verblijf weinig last gehad van de
lokale bevolking.
Behalve in het laatste weekeinde, zo vertelt Maaike Sier. Toen is er een crossmotor
rondgereden in een van de langgerekte putten waarlangs de bergen zand hoog opgeworpen
waren. Lekker crossen over de blootgelegde bodem van het Oer-IJ van twintig eeuwen
geleden. ,,Ik had al een voorgevoel. Wij waren net gestuit op een skelet, dat pas na het
weekeinde gelicht zou worden. Gelukkig hadden wij uit voorzorg onze shovel boven de
vindplaats geparkeerd. Het skelet is zo ongehavend gebleven.''

Waterputten

Het meest compleet is de opgraving van een inheemse boerennederzetting uit de laat-Romeinse
tijd. Deze vondst bestaat uit een huisplattegrond, waterputten, erfafscheidingen,
standgreppels en vele voorwerpen, waaronder de gouden munt. Het vermoeden is dat ook twee
van de in totaal acht skeletten bij deze woning behoren. Er zijn meer sporen, die duiden
op meer huizen in de nabijheid. Dat vergt nog enige studie. ,,De opgraving nam veel tijd
in beslag maar het meeste werk komt nog: de uitwerking.''
De woning, een drie-schepige boerderij met een stal, is gedateerd op 271 jaar na Christus.
,,Dat blijkt uit het dendro-chronologisch onderzoek van de zware eikenhouten huispalen die
in de bodem zijn achtergebleven. Dit onderzoek naar de jaarringen is inderdaad erg
precies. Wij zijn erg blij met deze datering. De nederzettingen die tot nu toe in
Noord-Holland zijn gevonden, zijn uit de Vroeg-Romeinse tijd. Van de Laat-Romeinse tijd is
niets bekend. Die periode is een donker gat.''
Rond het huis zijn waterputten gevonden van verschillende constructie: plaggen en
vlechtwerk. ,,Op de bodem van twee putten lagen acht complete, gave kruiken en
drinkschalen. Enkele gepolijst, andere ruwwandig, Waarom ze in de putten zijn gedeponeerd
is gissen. Het is heel vreemd. Wij hebben ook afdrukken van koeienpoten gevonden. Een hele
reeks, allemaal in dezelfde richting. Dat duidt op een pad. Van een van de sporen hebben
wij voor de aardigheid een gipsafdruk gemaakt. Dat is leuk voor de tentoonstelling die wij
later in Castricum willen inrichten.''

Sporen

Maaike Sier vertelt dat de opgraving bijzonder lastig was, vooral omdat dwars door
Laat-Romeinse overblijfselen ook sporen liepen uit de Karolingische tijd (omstreeks 800 na
Christus). De sporen vlak onder het maaiveld lopen kris kras door elkaar. In de
vroeg-middeleeuwse periode is het terrein omgracht geweest. De gracht is voor de helft
bloot gelegd. Er was een toegang aan de noordoost zijde. ,,Op het door de gracht
beschermde terrein hebben wij veel waterputten gevonden van uiteenlopende makelij.
Sommigen hebben een vierkante constructie, anderen zijn gemaakt van een ton of vlechtwerk.
Ook zijn er putten gebouwd op een wagenwiel'', wijst de archeologe op de laatste
uitgespitte put. Het houten wiel is niet volmaakt rond en lijkt afgedankt. Stukken spaak
steken nog uit het hout. ,,Op het binnenterrein zijn veel paalsporen. De constructie van
de huizen is nog onduidelijk, evenals de enkele eigenaardige rechthoekige kuilen'', aldus
Maaike Sier die het nog heel wat hoofdbrekens kost om alle puzzels op te lossen.

Paalresten

Diep onder de Laat-Romeinse en Karolingische bewoningslaag zijn sporen van een nog oudere
bewoning: een nederzetting uit de tweede eeuw. Van deze bewoners is weinig teruggevonden
behalve scherven, paalresten en greppels. Het verteerde organisch materiaal tekent donker en
grillig af in het lichte zand. Het veen in de overspoelde sloten geeft nog steeds een
doordringende stank af. Ondanks de vele eeuwen die zijn verstreken.
De bewoners waren echte pioniers. Zij vestigden zich in het pas drooggevallen
intertijdegebied van het Oer-IJ dat bij Castricum in een open verbinding stond met de
Noordzee. De plek was niet echt veilig. De bewoners moesten eind tweede, begin derde eeuw
hals over kop vluchten voor een grote overstroming. Water en wind zetten een pakket zand
van maar liefst een halve meter dik af. In de archeologische putten was het profiel
duidelijk te zien. Eind derde eeuw kwam de bevolking terug.
Alle sporen van greppels en palen zijn nauwkeurig getekend, inclusief de plek van de acht
skeletten (van de derde tot zevende eeuw) en de overige gevonden voorwerpen. Daartoe
behoren een gouden haarspeld (vierde eeuw), een bronzen schaar (Laat-Romeins), glazen
kralen met gouddruppels, een zilveren fibula (Romeinse kledingspeld) en 120 munten van de
tweede tot twaalfde eeuw. ,,Wat mij erg aansprak, was de vondst van een paar glissen. Dat
zijn schaatsen van runderbotten. Ik ben zelf dol op schaatsen, vandaar. Er was een
prikstok bij waar het hout nog instak. Dat is heel bijzonder. Wij ontdekten de glissen heel
toepasselijk op een ijskoude dag.

Oosterbuurt

De ROB kwam in september naar Castricum, na lang aandringen van de werkgroep Oud-Castricum
die in het door de woningbouw 'bedreigde' weiland Oosterbuurt waardevolle resten
vermoedde. ,,Wij waren een proefopgraving van plan van vier weken'', aldus Maaike Sier die
naast het handgereedschap (schop, troffel) ook een shovel inschakelde om de grond laag voor
laag af te schrapen. De archeologe roemt de inzet van de leden van de Werkgroep
Oud-Castricum. Sommigen stonden elke dag klaar, ondanks de kou. Zonder hen waren wij nu
nog geen steek verder.'' De resultaten waren zo hoopgevend dat de ROB tot een complete
opgraving besloot.
,,De vondsten zijn een promotie-onderzoek waard. Maar ik weet niet of ik het zelf wil
doen. Dan moet ik vier jaar terug naar de universiteit. Mijn voorkeur gaat uit naar het
veldwerk, het wroeten in de grond. Jawel, tijdens de opgravingen maak ik een voorstelling
van het leven in die vroege periode. Dat was bijvoorbeeld toen wij de hoefafdrukken
aantroffen. Dan zie ik de mensen er bij lopen. In je fantasie komt zo'n nederzetting tot
leven. Een eenvoudig huis in de vorm een driehoek, een pad, het vee, de verbouwde groente.
Een leven vol ontberingen.''
,,Ook bij een waterput, gaat er veel door je heen. Zo'n put is gemaakt met zulke
eenvoudige middelen, maar tegelijk zo vernuftig'', aldus Maaike Sier die zich voorlopig
bezig houdt met het sorteren van alle gegevens. Inmiddels rollen de uitslagen van
laboratoriumonderzoeken binnen van de diverse wetenschappers die zich over de vondsten
buigen. Zij determineren de botten en plantenzaden, onderzoeken de bodemmonsters en
dateren de scherven. ,,Ja, voor zover mogelijk worden ze ook nog gelijmd.'' Een en ander
moet leiden tot een verslag.

Monnikenwerk

Maaike Sier noemt al het gedane monnikenwerk zeer de moeite waard. ,,Dat er hier in deze
perioden bewoning was, was bekend. Maar het is nooit grootschalig onderzocht. Veel plekken
zijn verstoord door onder meer de bloembollenteelt. De Oosterbuurt is nooit diepgeploegd.
Dat geldt ook voor voor de Broekpolder in Heemskerk in hetzelfde intertijdegebied van het
Oer-IJ. Wij verwachten daar vergelijkbare vondsten. Ik zou graag in de Broekpolder aan de
slag gaan. Het zijn meestal de Romeinse legerplaatsen die onderzocht zijn. In dit geval
gaat het om een gewone boerennederzetting. Daar is weinig van teruggevonden. Dat maakt
deze opgraving extra interessant.''

1 zwart wit foto maakt deel uit van het artikel.
Archeologe Maaike Sier treft voorbereidingen om het vrouwenskelet van pakweg zestien
eeuwen oud op tekening vast te leggen.

1 zwart wit foto maakt deel uit van het artikel.
De vondst van een skelet trok enige publieke belangstelling, maar doorgaans werden de
archeologen met rust gelaten bij hun opgravingen in Castricum.

Foto's Ronald Goedheer
 
Soort : Krantenartikel
Naam krant : Dagblad Kennemerland
Jaargang/nummer :
Plaats : Castricum
Straat/wijk : Oosterbuurt
Medium : Krantenartikel (kopie)
Rubriek : Historie
Subrubriek :
Plaatsing : A4-01
Archiefdoos-map-nr. : 7-14-17
 
 

Vorige object   Volgende object

 

Uitgebreid zoeken
 

Record aangepast: 15 mei 2022