Klik hier voor een uitleg over het gebruik van de informatiebank artikelen en documenten

 
 

 
 

 

Uitgebreid zoeken

Documentnummer : 10797
 
Titel : Collegeprogramma 1994-1998
Auteur :
Datering : 31 maart 1994
Beschrijving : Aan de pers.

31 maart 1994

Collegeprogramma 1994-1998

Namens de deelnemers aan het collegevormingsoverleg bied
ik u hierbij het collegeprogramma 1994-1998 aan.
Dit programma is in een open en constructief overleg
tussen de partijen Castricum Aktief, de VVD en de PvdA tot
stand gekomen.
Het is gebaseerd op de verkiezingsprogramma's van deze
partijen.

Hoogachtend,

J.P. van Hemert,
voorzitter collegevormingsoverleg.

GEMEENTE CASTRICUM

COLLEGEPROGRAMMA voor de periode 1994-1998

INHOUD:

Inleiding.

0. Algemeen bestuur.

1. Openbare orde en veiligheid.

2. Verkeer.

3. Economische zaken.

4. Onderwijs.

5. Cultuur en recreatie.

6. Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening.

7. Volksgezondheid.

8. Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting.

9. Financiering en algemene dekkingsmiddelen.

1

GEMEENTE CASTRICUM

COLLEGEPROGRAMMA voor de periode 1994-1998

Inleiding.
Het collegeprogramma 1994-1998 is op basis van een constructief
overleg tussen Castricum Aktief, de VVD en de PvdA tot
stand gekomen. Het is gebaseerd op de verkiezingsprogramma's
van deze partijen. Het is een programma op hoofdlijnen met een
aantal concrete punten.
Visie op hoofdpunten:
-Het handhaven van het landelijke karakter van het dorp(zelfstandige
woon-en recreatie gemeente). Bijzondere aandacht zal
worden besteed aan openbare orde en veiligheid, sociale veiligheid
en sociale vernieuwing.
-Vanuit de wens om een zelfstandige gemeente te blijven met
behoud van het eigen karakter wordt toetreding tot het
Samenwerkingsverband Noord-Kennemerland met kracht nagestreefd.
-De verandering in de samenstelling van de bevolking(vergrijzing
en ontgroening) zal extra aandacht en wellicht ook specifieke
oplossingen vragen.
-Een gezonde financiële positie is hoofdzaak, ook wanneer
aanzienlijke beperkingen worden opgelegd. Niet alleen een
sluitende begroting is hiervoor noodzakelijk, maar ook een
sluitende jaarrekening en een redelijk peil van de algemene
reserve, waarbij er naar wordt gestreefd lastenverhogingen
voor de burgers tot een minimum te beperken.
-Gedeeltelijke heroverweging van het beleidsplan verkeer is
mede met betrekking tot de ontwikkeling van de dorpskom noodzakelijk,
waarbij voor de lange termijn een uitvalsweg bespreekbaar
is. Gestreefd wordt naar een geintegreerde aanpak
waarbij alle aspecten meegenomen worden.
-De communicatie met en de betrokkenheid van de burgers bij
het lokale bestuur vergroten.

2

0. Algemeen bestuur.
Algemeen.
Het college zal het behoud van de zelfstandigheid van de
gemeente Castricum voortdurend als uitgangspunt nemen voor het
te voeren beleid. Samenwerking is met name van belang op die
terreinen die een meerwaarde hebben voor de gemeente Castricum.

Bestuurlijke samenwerking.
Vanuit een constructieve bestuurlijke opstelling in het
huidige samenwerkingsverband wordt met kracht gestreefd naar
bestuurlijke samenwerking met het Samenwerkingsverband Noord-Kennemerland.
Er zullen geen beslissingen worden genomen waardoor uittreding
uit het Gewest IJmond kan worden bemoeilijkt. Bij participatie
in nieuwe zaken (b.v. Haltbureau en slachtofferhulp ) zullen
termijncontracten worden afgesloten.
In de tweede helft van 1994 zal mede naar aanleiding van de
beslissing van Provinciale Staten van Noord-Holland een
strategievoorstel worden gedaan.

Bestuursapparaat/ambtelijke organisatie.
De ambtelijke organisatie dient een flexibele organisatie
te zijn die efficiënt is ingericht om de opgedragen taken te
kunnen vervullen. In dit kader dient de omvang van de ambtelijke
organisatie te worden bekeken. Het streven naar het
benoemen van meer vrouwen in leidinggevende functies wordt
voortgezet.

Voorlichting/communicatie.
Voorlichting dient op basis van de notitie voorlichting te
worden verbreed.
Voorlichting dient een uitnodigend karakter te hebben dit om
de communicatie en de betrokkenheid van de burgers bij het
lokale bestuur te vergroten.
Inspraak moet aktief en vroegtijdig plaatsvinden.

3

1. Openbare orde en veiligheid.
Algemeen.
Handhaving van de openbare orde en veiligheid zal zo effectief
mogelijk geschieden onder meer door een beroep te doen op
de betrokkenheid van de burger bij zijn omgeving.
De door de bevolking van Castricum ervaren onveiligheid is een
bedreiging voor het welbevinden van onze inwoners. De bestrijding
hiervan vraagt nadrukkelijk om concrete aandacht in het
gemeentelijk beleid in de komende periode. De belangrijkste
aspekten die ervaren worden en de feitelijke onveiligheid
beinvloeden zijn: het verkeer en de leefomgeving (sociale
veiligheid, sociaal isolement, ervaringen met kleine criminaliteit
- al dan niet in relatie tot verslaving- en/of overmatig
drankgebruik). Een integrale benadering vanuit de gemeentelijke
optiek is noodzakelijk. Er zal binnen één jaar een plan van
aanpak opgesteld worden, op basis van lokale en wijkgebonden
informatie.
Het gevoel van onveiligheid als gevolg van het verkeer krijgt
in hoofdstuk 2.Verkeer nog afzonderlijke aandacht.
Het bestaande beleid inzake het bestrijden van de overlast in
de dorpskom wordt gehandhaafd. In overleg met de betrokkenen
zal worden bezien of een alternatieve vorm van het eerste
deuntje in Bakkum mogelijk is.

Politie.
Mede met het oog op de preventieve werking,dient de politie
meer op straat, door fiets-en voetsurveillance, zichtbaar te
zijn. Op RBA (Regionaal Bestuur Arbeidsvoorziening) niveau zal
worden bezien of in het kader van de bevordering van de werkgelegenheid
hieraan een bijdrage geleverd kan worden.Binnen de
bestaande politie-regio zal worden gestreefd naar uitbreiding
van het aantal politie-surveillanten.
Voorlichting, alsmede lik-op-stuk beleid en schadeverhaal is
een belangrijk hulpmiddel bij de bestrijding van vandalisme en
overlast.
De bouw van een nieuw politiebureau voor het basisteam Castricum
van de regiopolitie dient zo spoedig mogelijk uitgevoerd
te worden.

Rampenplan.
Het rampenplan moet zowel gemeentelijk als regionaal worden
uitgewerkt.

4

2.Verkeer.
De verkeersproblematiek dient integraal te worden aangepakt
met oplossingen voor de korte en de lange termijn.
Uitgangspunten hierbij zijn:
- De verkeersdruk dient zo gelijkmatig mogelijk te worden
verdeeld over de daartoe geschikte wegen.
- De verkeersveiligheid en de leefbaarheid zijn belangrijk.
- In het centrum van Castricum zal de verkeersdruk moeten
worden verminderd. De verblijfsfunctie wordt hierdoor
benadrukt. Een goede bereikbaarheid is een voorwaarde.
- Overleg met omliggende gemeenten over de problematiek van
het doorgaande verkeer en het terugdringen van het autogebruik.
- Voorlichting teneinde een mentaliteitsombuiging te
bewerkstelligen.

Gedeeltelijke heroverweging van het beleidsplan verkeer van
6 december 1993 is noodzakelijk waarbij voor de lange termijn
een uitvalsweg een mogelijke oplossing kan bieden. Binnen een
jaar zal daartoe een voorstel worden gedaan.

Voor de korte termijn zullen oplossingen binnen het bestaande
wegennet gevonden moeten worden. Daarbij moet met name aandacht
besteed worden aan de Heereweg en de Dorpsstraat. Daarnaast
zal ook de situatie van de Bakkummerstraat worden geevalueerd.

Door aanpassing van kruispunten, aanleg van vrijliggende
fietspaden, aangeven van fietsstroken en de aanleg van goede
oversteekvoorzieningen wordt de veiligheid van de zwakkere
verkeersdeelnemers verbeterd. Hierbij dient ook de verlaging
van trottoirbanden ten behoeve van gehandicapten te worden
betrokken.

Parkeerplaatsen en stallingsgelegenheid voor fietsen verdienen
bijzondere aandacht.

Uitgangspunt bij het overleg met de NZH zal zijn dat de openbare
vervoersvoorzieningen een aanvaardbaar niveau hebben.
Een regionale aanpak, eventueel in combinatie met gehandicaptenvervoer
behoort tot de mogelijkheden.

Uitbreiding met nieuwe woonwijken heeft plaatsgevonden. Het
bestaande wegennet vraagt als gevolg daarvan een evenredige
aanpassing omdat uitbreiding is achtergebleven. Voor de lange
termijn dienen de mogelijkheden open te zijn.Ten behoeve
hiervan zullen in planologisch en financieel overzicht de nodige
reserveringen worden gepleegd.Tracéreservering zal plaats
moeten vinden in samenhang met mogelijke uitbreiding van het
bedrijventerrein.

Om te komen tot een duurzame oplossing behoort het raadplegen
van deskundige en betrokken inwoners, als werkgroep, tot de
mogelijkheden.

5

3.Economische zaken.
Op economisch terrein dient de gemeente, mede gezien de
werkgelegenheidsaspecten, een voorwaardenscheppende en stimulerende
rol te vervullen (ruimtelijke ordening en infrastruktuur).
Dit geldt in het algemeen en in het bijzonder bij de
ontwikkeling van de winkelcentra.T.a.v.de winkelcentra (Geesterduin
en Castricum Centrum)is uitgangspunt het raadsbesluit
van 30 januari 1992 waarbij een gelijkmatige ontwikkeling
wordt voorgestaan. In het centrum van Castricum zal uitbreiding
van het winkelaanbod en het hergroeperen van winkels zeer
zorgvuldig moeten geschieden met brede steun van winkeliers en
bevolking. Het dorpscentrum kan daardoor aantrekkelijk en
uitnodigend worden ingericht voor het winkelend publiek.
In overleg met de winkeliers zal ook de winkelstand in Bakkum
indien mogelijk worden versterkt door concentratie en toeristische
ontwikkelingen.

Als de noodzaak tot uitbreiding van de Castricummer Werf wordt
aangetoond zal planologisch daaraan worden meegewerkt.

De stimulerende rol t.a.v.het bedrijfsleven dient o.a. tot
uitdrukking te komen in aandacht voor de werkgelegenheid en de
infrastruktuur(bereikbaarheid en parkeren). Ook voor de agrarische
bedrijven dienen er voldoende mogelijkheden te zijn om
behouden te blijven.
Bij de gemeente wordt één centraal aanspreekpunt nagestreefd,
zodat de verschillende belangen (economisch, milieu en ruimtelijke
ordening) goed op elkaar kunnen worden afgestemd.

Promotie van de gemeente met name in de toeristische en recreatieve
sfeer is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van
gemeente en bedrijfsleven.

Bij investeringen door de gemeente zullen Castricumse ondernemers
een concurrerend aanbod kunnen doen.

Met de Castricumse ondernemers wordt blijvend struktureel
overleg gevoerd, waarbij ook het plaatselijk werkgelegenheidsbeleid
aan de orde komt.

6

4. Onderwijs.

Algemeen.
De gemeente dient aandacht te besteden aan het totale
onderwijsbeleid (basisonderwijs, voortgezet onderwijs en de
volwasseneneducatie).
De kwaliteit van het onderwijs heeft een hoge prioriteit.De
basisvaardigheden zijn daarvoor van essentieel belang.
Scholing van leerkrachten is daarbij een belangrijk instrument.
Dit zal in het lokaal onderwijsbeleid tot uitdrukking
moeten komen. Het lokaal onderwijsbeleid komt tot stand in
goed overleg met het openbaar en het bijzonder onderwijs.

Het reguliere basisonderwijs dient blijvend aandacht te besteden
aan het terugdringen van de uitstroom van leerlingen naar
het speciaal onderwijs.
Het overleg tussen basisonderwijs en voortgezet onderwijs over
de aansluiting en de opvang van moeilijk lerende kinderen
dient bevorderd te worden.

De gemeentelijke exploitatieuitgaven en investeringen voor het
onderwijs moeten binnen de rijksbekostiging blijven. Een
uitzondering daarop vormt het specifieke budget voor het
lokaal onderwijsbeleid.Het lokaal onderwijsbeleid dient periodiek
te worden getoetst op noodzaak en doelmatigheid.

Vakonderwijs.
Het beleid dient erop gericht te zijn om minimaal het
huidige voorzieningenniveau van het vakonderwijs te handhaven.

Openbaar onderwijs.
-Algemeen
De autonomie van de scholen moet verder worden versterkt
(eigen budgetten, meer bevoegdheden management en medezeggenschapsraad).
-Bestuursvorm.
Verzelfstandiging van de bestuursvorm van het openbaar
onderwijs wordt bespreekbaar gemaakt.
-Schaalvergroting.
In het kader van de schaalvergroting moet worden gestreefd
naar een goede spreiding van de aanbiedpunten voor het
openbaar onderwijs onder meer in Bakkum.
-Beleidsplannen.
De openbare basisscholen maken meerjarige beleidsplannen
waarin naast de basisvaardigheden aan maatschappelijke
veranderingen aandacht wordt besteed.

Volwasseneneducatie.
Het aanbiedpunt Castricum van de basiseducatie dient
gehandhaafd te blijven.

7

5. Cultuur en recreatie.
Algemeen.
Op het terrein van het welzijn, inclusief de sport, heeft
de gemeente een voorwaardenscheppende en stimulerende rol. Het
welzijnsbeleid dient mogelijkheden te bieden om de veranderingen
in de samenleving te signaleren en op te pakken.
De eigen verantwoordelijkheid van de instellingen en verenigingen
staat daarbij voorop.
Een integrale benadering van emancipatie is onderdeel van het
welzijnsbeleid.

Welzijn.
De vernieuwing van het welzijnsbeleid is gericht op:
-het maken van onderscheid in een aantal subsidiecategorieën,
waarbij rekening wordt gehouden met de grootte van de
instellingen en het te leveren product.
-het onderzoeken van de mogelijkheid tot het onder één
bestuur brengen van enkele middelgrote instellingen in één
stichting welzijn (uitgaande van een samenwerkingsverband
tussen de Gemeenschapsraad en het jongerencentrum De Bakkerij)
teneinde het bestuurlijk draagvlak te vergroten en de
efficiency te verbeteren.
-versterking van het vrijwilligerswerk is van groot belang.
Continuïteit van de VVB (Vrijwilligers Vacature Bank) zal in
dit kader bevorderd worden.
-coördinatie van het ouderenbeleid door de portefeuillehouder
welzijn.

Ouderenbeleid.
Het ouderenbeleid dient zich onder meer te richten op:
-het ondersteunen van het streven naar zelfstandig functioneren
in de woonomgeving.
-medewerking verlenen aan verzoeken tot realisering van een
particulier zorgcentrum ter ondersteuning van het zelfstandig
functioneren.
-voldoende aanbod van seniorenwoningen,zowel koop als huur.
-continuïteit in de maatschappelijke dienstverlening.
Dit moet gestalte krijgen in een actualisering van de nota
ouderenbeleid.

Subsidiëring.
Budgetfinanciering past in het kader van de voorwaardenscheppende
rol van de gemeente. Dit betekent echter geen
automatisme in subsidies. Eigen inspanning en middelen moeten
zichtbaar worden gemaakt.

Sport.
Het sportbeleid zal moeten worden afgestemd op veranderende
groepen. De deelname aan sportaktiviteiten kan ook bijdragen
aan de integratie van bepaalde groepen.
Bij teruggang van het aantal sportdeelnemers, zal herverdeling
van accommodaties moeten plaatsinden, waardoor efficiënter
gebruik bevorderd wordt.

8

Accommodaties.
Het gebruik van Geesterhage en/of de Clinge voor culturele
aktiviteiten dient te worden bevorderd.

Jongerenbeleid.
Het jongerencentrum De Bakkerij dient vóór 1 oktober 1994
met een plan van aanpak te komen. In dit plan van aanpak
dienen o.m.de bestuurlijke samenwerking met de Gemeenschapsraad
en de aktiviteiten aan de orde te komen. De aktiviteiten
moeten daarbij breder en meer cultureel gericht zijn ten
behoeve van een grotere doelgroep. Op basis van dit plan van
aanpak zal besluitvorming over subsidiëring voor een periode
van 2 jaar plaatsvinden. Voor de afloop van deze periode
van 2 jaar zal een evaluatie plaatsvinden. Met het bestuur
van het jongerencentrum zal worden gezocht naar vervangende
ruimte.

Kunstzinnige vorming.
Op basis van de rapportage van de daartoe door de gemeente
en het bestuur van de Stichting Kunstzinnige Vorming Castricum
in het leven geroepen werkgroep zullen binnen één jaar de
lijnen voor de subsidiëring van de Stichting Kunstzinnige
Vorming Castricum moeten worden uitgezet. Daarbij zal in ieder
geval aandacht moeten worden geschonken aan de mogelijkheden
tot tijdelijke arbeidscontracten, de kostendekkendheid van de
kunstzinnige vorming voor volwassenen en het inschakelen van
docenten bij de muzikale vorming op de basisscholen.

Kunst.
Het huidige beleid met betrekking tot kunst, mede gedragen
door het particulier initiatief dient te worden voortgezet.

Toerisme.
Binnen het huidige karakter van de gemeente dient het
toerisme te worden bevorderd. Dit betekent kleinschalige
recreatieontwikkelingen. Hierin past ook een kleinschalige
ontwikkeling van het strandplateau.
Eventuele plannen voor uitbreiding van hotelaccommodatie
zullen worden ondersteund.

Plantsoenen.
Bij de onkruidbestrijding dienen chemische bestrijdingsmiddelen
niet of zeer terughoudend te worden gebruikt. Duurzaam
groenbeheer staat voorop.
In verband met de leefomgeving dienen vrijwilligers te worden
ingeschakeld bij het buurt-en wijkonderhoud, waaronder de
plantsoenen.
Bij de beplanting (bestaand en nieuw) dient met een aspekt als
sociale veiligheid rekening te worden gehouden.

9

6. Sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening.

Werkgelegenheid.
Voor Castricum als woon-en recreatiegemeente heeft het
werkgelegenheidsbeleid een regionaal karakter.
Werkzoekenden zullen niet alleen in de non-profit sektor maar
ook in de profit-sektor werkervaring moeten kunnen op doen.
Dit zal in het Regionaal Bestuur Arbeidsvoorziening bespreekbaar
worden gemaakt.
De gemeente zal op het gebied van de volwassenen-en beroepsgerichte
educatie een actief voorlichtingsbeleid voeren.

Asielzoekers/statushouders.
De problematiek van de asielzoekers/statushouders wordt
positief benaderd. Aan opname en integratie zal in het kader
van voorlichting aan de burgers en educatie van de
asielzoekers/statushouders de nodige aandacht worden besteed.

Sociale vernieuwing.
Sociale vernieuwing dient in het kader van de leefomgeving
o.a. gestalte te krijgen met op buurtbeheer gerichte projekten.

Minimabeleid.
Het gemeentelijk minimabeleid dient regelmatig geëvalueerd
en geaktualiseerd te worden. Via voorlichting zal regelmatig
informatie worden versterkt over de mogelijkheden.

Kinderopvang.
Een gedifferentieerd aanbod van kinderopvang wordt nagestreefd.
De behoefte aan deze opvang zal regelmatig moeten
worden getoetst aan het aanbod. Vanuit de gezamenlijke
verantwoordelijkheid van ouders, bedrijfsleven en overheid, zal tot
oplossingen gekomen moeten worden.

10

7. Volksgezondheid.
Algemeen.
Bij verenigingen en instellingen dient te worden aangedrongen
op een alcoholmatigingsbeleid in clubhuizen en kantines.

Wet Voorzieningen Gehandicapten
Aan de uitvoering van de Wet Voorzieningen Gehandicapten op
een burgervriendelijke wijze zal nadrukkelijk aandacht worden
besteed.

Milieu.
Algemeen.
De gemeente heeft op het terrein van het milieu een voorbeeldfunctie.
Bij alle gemeentelijke aktiviteiten moeten
steeds de milieueffecten worden meegewogen, waarbij met name
gedacht wordt aan integratie bij verkeer en woningbouw.
Ook het eigen gemeentelijk energieverbruik moet regelmatig
worden getoetst.
Mogelijkheden tot alternatieve energievoorziening dienen meer
aandacht te krijgen.

Leefomgeving.
Milieu heeft direkt te maken met de leefomgeving. Schoonmaakakties
in buurten en wijken dienen te worden gestimuleerd
o.a. in de projekten buurtbeheer (zie ook hoofdstuk 5.plantsoenen).
De bewustwording van de leefomgeving dient ook door voorlichting
en milieueducatie op de scholen te worden bevorderd.

Afvalscheiding.
Aan een betere afvalscheiding door de burgers dient o.a.
door voorlichting nog veel aandacht te worden besteed. Het
bestaande beleid wordt gecontinueerd en zo mogelijk uitgebreid.
De eventuele invoering van de grijze container zal tegen zo
laag mogelijke kosten moeten gebeuren.Overigens levert het
geen bijdrage aan een verdere afvalscheiding.

11



8. Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting.
Ruimtelijke ordening.
Op het gebied van de ruimtelijke ordening staat centraal
het handhaven van het landelijke karakter en de open structuur
van Castricum en de bescherming van het buitengebied.
Om het landelijke karakter van het dorp te behouden zal een zo
goed mogelijk evenwicht worden gezocht tussen natuurlandschappelijke
waarden, agrarische en economische bedrijfsvoering.
Uitgangspunten bij de ontwikkeling en aanpassing van bestemmingsplannen
t.b.v. de rechtsbescherming van de burgers zijn
o.a.: tijdige en complete informatie naar de burgers en regelmatige
financiële toetsing.
Na realisatie van het bestemmingsplan Albert's Hoeve zal in
het dorp alleen nog woningbouw plaatsvinden ter vervanging van
al eerder bestaand bouwvolume. Binnen de bebouwde kom zullen
de bestaande groenstroken, plantsoenen, speelweiden,e.d. zoveel
mogelijk gehandhaafd moeten blijven ter vermijding van inbreidingen.
De bestemmingsplannen dienen te worden bewaakt en gehandhaafd.
Afwijkingen van met name het bestemmingsplan Buitengebied
moeten uitzondering zijn.

Infrastructuur.
Zoals aangegeven in de paragrafen 2.en 3.(verkeer en economische
zaken) verdient de dorpskom een integrale benadering.
Dit geldt ook voor de infrastruktuur van dit gebied.

Beeldbepalende panden/plaatsen.
Ter handhaving van het eigen karakter van het dorp zullen
beeldbepalende panden en plaatsen zoveel mogelijk worden
beschermd. In de begroting 1995 e.v. zal worden bezien of
hiervoor financiële middelen kunnen worden gereserveerd.

Volkshuisvesting.
Algemeen.
Het volkshuisvestingsbeleid dient flexibel en marktgericht
te zijn.
Zowel op het terrein van de ruimtelijke ordening als de volkshuisvesting
dient aan inspraak bijzondere aandacht te worden
besteed. De betrokkenen moeten aktief en vroegtijdig worden
geinformeerd.
Bij het ontwikkelen van bouwplannen dient de Vrouwen Advies
Commissie tijdig te worden ingeschakeld.
Hoofddoelstelling van het volkshuisvestingsbeleid is het
voorzien in de woningbehoeften van de eigen inwoners.
Gestreefd wordt naar een woningcontingent dat afgestemd is op
deze behoefte. Gezien de ondervertegenwoordiging van de vrije
sectorbouw, zal, naast sociale woningbouw, goedkope vrije sektorbouw
gerealiseerd moeten worden, mede ter bevordering van
de doorstroming.
Het aanbod van woningen dient gedifferentieerd te zijn. Hierin
past een accent op goed bereikbare woningen/woonvormen voor
senioren/ouderen en op woningen voor jongeren/starters.

12

Op het terrein van de woningbouw dient verder aandacht te
worden geschonken aan:
-flexibel bouwen, zodat woningen voor verschillende groepen
woningzoekenden geschikt gemaakt kunnen worden.
-energiezuinig en met duurzame materialen bouwen, dit ook met
het oog op toekomstige woonlasten.
-diversiteit in architectuur.
-met name laagbouw.

Vestigingsbeleid/toewijzingsbeleid.
Gelet op het woningaanbod en de vraag dient ten aanzien van
de vrije vestigingsgrens de maximale ruimte die de Rijksoverheid
biedt te worden gebruikt.

Het toewijzingsbeleid dient o.a.met behulp van het zgn. Delftse
model meer marktgericht te worden. Dit betekent dat de
woningzoekenden vooral zelf actief op het aanbod moeten reageren.

13

9. Financiering en algemene dekkingsmiddelen.
Er wordt een gezonde financiële positie voorgestaan. Hiervoor
zijn in ieder geval noodzakelijk:
-een sluitende begroting en jaarrekening;
-een verantwoorde reservepositie, waaronder een algemene
reserve op een redelijk peil en
-zo goed mogelijke gemeentelijke producten tegen zo laag
mogelijke kosten.
Daarnaast zal er ruimte gemaakt moeten worden voor nieuw
beleid, het opvangen van mogelijke kortingen op de algemene
uitkering van het Rijk en de in dit collegeprogramma genoemde
punten.

Daar waar een kerntakendiscussie in de afgelopen periode
weinig rendement heeft opgeleverd, lijken efficiëncyverbetering,
flexibilisering van de gemeentelijke organisatie en een
éénduidiger relatie tussen diensten die de burger vrij is af
te nemen (bouwvergunning, paspoort, etc.) en de (integrale)
kostprijs, noodzakelijk. Afstoting en/of verzelfstandiging
(al dan niet in samenwerking met buurgemeenten) van uitvoerende
taken van de gemeente kan hiervan onderdeel uitmaken.

Eventuele lastenverhogingen voor de burgers zullen tot een
minimum worden beperkt. Wel zal enige ruimte voor nieuw beleid
gecreëerd moeten worden.
In de begroting 1995 zal op basis van de dan beschikbare
informatie verder op de beleidsvoornemens ten aanzien van de
belastingen/rechten worden ingegaan.

Op basis van de notitie budgettering zal het budgetteringssysteem
verder worden ontwikkeld en zullen beleids-en beheersinstrumenten
als de (beleids)produktenbegroting en de managementrapportages
verder vorm moeten krijgen.
De vakportefeuillehouders zijn verantwoordelijk voor het aan
hen toevertrouwde deel van de begroting. De portefeuillehouder
financiën heeft een coördinerende rol daarin.

Indien herverdeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds
voor het gemeentelijk budget een drastische verlaging
inhoudt, kunnen alle beleidsvoornemens heroverwogen worden.
Met inachtneming van een overgangstermijn en na ruim overleg
met de gehele raad zal ook dan tot evenwicht tussen inkomsten
en uitgaven gekomen moeten worden.
Op basis van de dan beschikbare informatie zal bij de begroting 1995
hierop teruggekomen worden.

14

Voor akkoord met het bovenstaande collegeprogramma en aldus
vastgesteld in gezamenlijk overleg d.d. 30 maart 1994

Namens de fractie van Castricum Aktief,

dhr. J.P. van Hemert. mevr. I.G. Bouman

Namens de fractie van de VVD,

dhr. A.H. Lamme. dhr. B.A. Tempelman

Namens de fractie van de PvdA,

dhr. J.M.Postma. dhr. E.F.G. Meyer

Als mogelijke portefeuilleverdeling is het onderstaande schema
als leidraad opgenomen:

Bestuurszaken, regio-aangelegenheden,
sportzaken de burgemeester

Coördinatie dorpskomontwikkeling,
verkeer, economische zaken, toerisme
en welzijn dhr.J.P. van Hemert (C.A.)

Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening,
milieu en gemeentewerken dhr. A.H. Lamme (VVD)

Coördinatie financiën, personeel en
organisatie, onderwijs en sociale
zaken dhr. J.M. Postma (PvdA)





























 
Soort : Archiefstuk
Naam krant : Dagblad Kennemerland
Jaargang/nummer :
Plaats : Castricum
Straat/wijk :
Medium : Brief
Rubriek : College-onderhandelingen
Subrubriek :
Plaatsing : A4-01
Archiefdoos-map-nr. : 5-1-11
 
 

Vorige object   Volgende object

 

Uitgebreid zoeken
 

Record aangepast: 28 februari 2021