Oud-Castricum

Artikelen en documenten


Andere informatiebronnen


Artikelen en documenten database Oud-Castricum
 → 
 →  [Documentnummer 00014]
 

 
 

 

 
 
 

 

Uitgebreid zoeken

Documentnummer : 00014
 
Titel : Heeft te Castricum een Romeinsch kasteel gestaan?
Auteur :
Datering : 10 juni 1926
Beschrijving : Artikel van de hand van M. Kramer over Kronenburg en voorgaande kastelen. Hij begint met te stellen, dat onomstotelijk vast staat dat de Romeinen in onze streek hebben verbleven. Genoemd worden scherven van Romeins aardewerk gevonden aan de weg van Alkmaar naar St. Pancras, de vondst op Texel van Romeinse voorwerpen, o.a. penningen en van twee Romeinse grafheuvels, waarvan n de Sommeltjesberg wordt genoemd. Ook zou er een Romeins opschrift zijn ingemuurd in de Abdij van Egmond. Bij Hypolytushoef (Wieringen) vond men ook scherven van Romeinse origine en verder een "sommeltje kule". Sommigen veronderstellen, dat de eeuwenoude weg langs de duinen in Kennemerland van oorsprong een Romeinse heirbaan naar het noorden is (zie F.W. van Eeden, Botanische Wandelingen). Kramer gaat vervolgens in op de naam Castricum. Hij citeert een zekere Ottema (Over den loop der rivieren, de Vrije Vries, St.2, blz. 120-122), die stelt dat de naam Castricum herinnert aan Castrum Flevum, het Romeinse kasteel waarvan men niet weet waar 't stond; naar welke versterking Ollenius vluchtte bij de opstand der Friezen in 28 n Chr. (waar Tacitus van spreekt). Andere historieschrijvers verklaren de naam Castricum als een verbastering van 'Castra in Kinheim' kasteel in Kennemerland. Hofdijk, in "Ons voorgeslacht" (deel II, blz. 49), sprekend over de tijd van Karel den Grooten noemt noordelijk van Heemskerk de bouwvallen van het oude Castra, thans een begroeide puinhoop, nabij de hofstede Kronenburg. Castra betekent in elk geval kasteel en deze Romeinse (Latijnse) benaming bestond reeds vr Het Huis te Kastrichem, dat op de grondslagen van de Romeinse sterkte werd gebouwd. Het kasteel uit de middeleeuwen is reeds lang verdwenen. Bronrius van Nidek (Heldring, Geld. Volksalm. 1845, blz. 80) schrijft hierover: "Het huis te Kastrichem of Castricum als sommigen schrijven , is door de oude Eedelen van deezen name (doch in welke jare heb ik nergens gevonden) gesticht, staande Melnard van Kastrikum reedts voor den jare 1121 genoemd als tienden zyner landen aen de Monniken van Egmont betalende: by verloop van tyt en 't verdorren dier edele stamme is dit edele huis met aanhorige leengoederen gekomen aan den tweeden stamme van Kronenburg, voortgesproten uit Willem, den Bastaertzone van Graaf Willem van Holland, die in 't jaar 1345 in den strijt voor Staveren in Vriesland sneuvelde. Door lankheid van tyt, binnenlandsche beroerten en moetwilligheid der Spanjaarden in den jare 1573 is hetzelve in zoodanige stoet blijven leggen."Van dit kasteel bestaat geen afbeelding. Er bestaat alleen een plaatje (bij Br. van Nidek) van de grondslag in heuvelachtig terrein met een stukje rune uit 1732. Op de tekening afgaande mag men volgens Kramer aannemen, dat het muurwerk is opgetrokken in z.g. tufsteen, ook duifsteen genoemd. Hij noemt dit veelzeggend, want dan zou het Middeleeuws Kasteel zijn gebouwd uit materiaal dat ter plaatse nog in overvloed aanwezig was van de Romeinse sterkte. Hij citeert J.W. de Jongh (De Romeinen in ons land), die stelt, dat de vestingmuren der gebouwen en hun fundamenten nog eeuwenlang dienst hebben gedaan als steengroeven , waaruit men de stenen weghaalde om er eerst burchten en kastelen van te bouwen en later kerken en torens. Zo zou de kerk van Valkenburg zijn opgetrokken uit de fundamenten van een Romeins gebouw daar ter plaatse. De Hervormde Kerk van Castricum is ten dele opgetrokken uit tufsteen, wellicht oorspronkelijk geheel, zoals uit oude tekeningen van 1622 en 1732 is af te leiden. Aan de linkerzijde van de toren is een steen ingemetseld, die het jaar van de stichting vermeldt, 1219. Waar haalde men het tufsteen vandaan voor deze bouw? Kramer suggereert: uit de 'steengroeve' van de Romeinse sterkte, die vlak bij lag, op ca. n kwartier afstand. Hij noemt het bovendien eigenaardig, dat de patroonheilige van de kerk St. Pancras (ook St. Pancratius) een jongeling was van Romeinse adel. Kramer gaat tot slot nog in op de kelders van het huidige Kronenburg. Hij noemt een dik muurstuk in de kelder, dat wat betreft de boerderij helemaal geen zin heeft en dat een overblijfsel zou kunnen zijn van oude fundamenten. Verder onderzoek van de bodem zou nodig zijn om meer over het verre verleden van het kasteel en eeneventuele Romeinse fortificatie te weten te komen.
(Het artikel telt 6 illustraties).
 
Soort : Krantenartikel
Naam krant : Noord-Hollandsch Dagblad
Jaargang/nummer :
Plaats :
Straat/wijk :
Medium :
Rubriek :
Subrubriek :
Plaatsing :
Archiefdoos-map-nr. :
 
 

     

 

Uitgebreid zoeken
 

Record aangepast: 12 september 2013