27 mei 2024

Oud over nieuw Jaarboek 45 2022 pg 50-53)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 45, pagina 50

Oud over nieuw

Gebouwen op oude afbeeldingen zijn vaak moeilijk te plaatsen. Door deze over de huidige situatie te monteren wordt het een stuk duidelijker. Bovendien geeft het een mooi beeld hoe het straatleven er vroeger uitzag.

Augustinusschool aan de Dorpsstraat in Castricum.

1922, Augustinusschool aan de Dorpsstraat, hier aangeduid als U.L.O.R.K. (uitgebreid lager onderwijs rooms-katholiek). Met de totstandkoming van de nieuwe school is een lang gekoesterde wens van de overwegend rooms-katholieke bevolking van Castricum in vervulling gegaan. In het linker deel zaten de jongens en rechts de meisjes.

De Harmonie aan de Dorpsstraat in Castricum.

Burgemeester Mooijstraat 39 in Castricum. Jacob Schotvanger liet in 1910 dit pand bouwen voor zijn in 1881 geboren zoon Piet, die er een hotel-café-restaurant begon dat als ‘De Harmonie’ grote bekendheid kreeg. Castricummers zullen de meeste herinneringen hebben aan de in 1901 geboren Gerrit Ammeraal, die van 1949 tot 1965 de uitbater was. In 1970 kocht Theo Bleijendaal het pand en liet het drastisch verbouwen. Hij begon er een café-restaurant, dat alweer in 1973 werd verkocht. Het werd het begin van een reeks Chinese restaurants, allereerst Tong Fa en nu het sushi- en grillrestaurant Sakura.


Jaarboek 45, pagina 51

Smederij van de familie de Groot aan de Schoolstraat in Castricum.

1913, familie De Groot voor hun Smederij aan de Schoolstraat. Dit was een van de drie smederijen in Castricum. De eerste vestiging van deze smederij dateert van omstreeks 1700. Vanaf 1883 werd het bedrijf uitgeoefend door familie De Groot. Van links naar rechts Gré, moeder Anna Castricum, Nel op haar arm, Ans en Rie, vader Theodorus Doris, Greet Beentjes, Klaas Wezel en Neelis Castricum.

Kruidenierszaak en café de onderneming aan de Hereweg 10 en 12 in Bakkum.

Circa 1918, in dit pand aan de Heereweg 12 was links op nummer 10 de kruidenierszaak van Kamp gevestigd en rechts stond café ‘De Onderneming’. De herberg werd vanaf 1917 gerund door Gert van Egmond en zijn vrouw Maria Johanna Borst. Hij had de zaak overgenomen van zijn zwager Jo Borst. In 1925 verkocht Van Egmond het huis aan de achterzijde aan Jan Wester, die er een bakkerij begon. Het horecabedrijf werd beëindigd in 1928. Vanaf 1930 tot 1974 woonden hier achtereenvolgens de bakkers Jan Wester, Toon Huisman en Harry Matze.


Jaarboek 45, pagina 52

Lunchroom de Toekomst aan de van Oldenbarneveldweg 35 in Bakkum.

1927, Van Oldenbarneveldweg 35. In 1926 vroeg Adrianus Bolten vergunning aan om een lunchroom te mogen starten bij de winkel die hij al had, maar erg lang heeft hij daar niet gezeten. in 1931 werden de panden 31 en 35 opgekocht door Willem Borst van het café. Later werd het linkerdeel, waar de lunchroom was, een woonhuis dat inmiddels is afgebroken en vervangen door nieuwbouw. Het rechterdeel is als laatste tot 2014 in gebruik geweest als bakkerij Beerse. De man met witte jas is Adrianus Bolten. Rechts Corrie Bolten en Wilhelmina Bolten.

Station in Castricum, 1958.

1958, het eerste station van Castricum, gebouwd in 1866. Dat de spoorlijn ten westen van het dorp loopt, heeft te maken met een besluit naar de wens van minister Rudolf Thorbecke (1789-1872). Als het tracé ten oosten van het dorp zou lopen, was de route Alkmaar-Uitgeest 1.500 meter korter geweest. Ondanks diverse bezwaren besloot de minister toch om het tracé ten westen van het dorp te laten lopen. De boog, die de spoorlijn nu maakt, wordt dan ook de ‘Boog van Thorbecke’ genoemd. De overkapping over het perron is de enige in Nederland die niet recht maar in een bocht loopt. Dit station is in 1969 afgebroken en door nieuwbouw vervangen. In 2021 is na twee en een half jaar verbouwen het uit 1969 daterende gebouw volledig gerenoveerd.


Jaarboek 45, pagina 53

Loodgieterswinkel van Gerrit de Rooij aan de Dorpsstraat 107 in Castricum.

Circa 1925, Dorpsstraat 107. Hier stond de loodgieterswinkel van Gerrit de Rooij met links het woongedeelte. Gerrit begon achter bij Kees Stuifbergen (Kees de Koster), waar nu restaurant Le Moulin is gevestigd. In 1924 verhuisde hij naar Dorpsstraat 107 en in 1929 naar de burgemeesterswoning aan de Dorpsstraat 36, nu een sanitair zaak. Voordat De Rooij zijn winkel begon op Dorpsstraat 107, was het een boekwinkel van Willem Stuifbergen, ‘De Alkmaarder’ geheten. Na de Rooij werd dit pand gebruikt door Johannes Groenland vanaf 1930, in 1936 door Piet Nagengast en in 1939 kwam Bart van der Schaaf erin met manufacturen. Rond de oorlog (1943-1947) bewoonde Bedeke het pand tijdelijk vanwege evacuatie. Rond 1960 werd het verhuurd aan fietsenmaker Bennes en in 1978 aan Elektronica De Graaf. In 1985 is het gesloopt en kwam er een klein appartementengebouw.

Funadama aan de Dorpsstaat 2 in Castricum.

Circa 1960, Dorpsstraat 2. Dit pand werd in 1906 gebouwd als woning in opdracht van zeekapitein Tom Arnold die in 1919 overleed. Zijn halfzus erfde het huis en verkocht het in 1920 aan Hendrik Kerkhoff, die direct vergunning voor een café kreeg. In 1922 kocht Jan Twisk het. Zijn jongste dochter huwde in 1944 met Cor Beentjes (Zwarte Cor) die in 1953 eigenaar van de zaak werd. Dat betekende het begin van een periode met verbouwingen die het pand van binnen en van buiten ingrijpend zouden wijzigen. Nog in hetzelfde jaar kreeg Beentjes toestemming voor het bouwen van acht hotelkamers op de bovenverdieping. In 1957 werd het hotel uitgebreid met een serre, die aan de linkerkant werd aangebouwd. In 1966 volgde een grote verbouwing, waardoor er 18 hotelkamers boven het pand gerealiseerd werden; daardoor veranderde het uiterlijk grondig. In 1986 werd het pand verkocht en vestigde zich er een Chinees restaurant in. Daarmee verdween de naam Funadama.

Peter Levi

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Jaarboeken

16 mei 2024

De Herenweg terug op de kaart

De geschiedenis van de He(e)re(n)weg gaat terug tot de vroege middeleeuwen.
Zijn route ligt niet vast; soms wordt de weg letterlijk ondergestoven door het duinzand en gedurende zijn lange geschiedenis verandert hij regelmatig van koers en naam. 

De samenwerking tussen museum Het Sterkenhuis en historische vereniging Scoronlo van Schoorl/Groet, de Historische Vereniging Bergen, Stichting Huys Egmont en Stichting Oud-Castricum heeft geresulteerd in een fietsroute langs betekenisvolle plekken aan de Herenweg:
vanaf Heemskerk en Castricum, via de Egmonden, Bergen en Schoorl tot aan de Hondsbossche Zeewering bij Camperduin.
Een prachtige coöperatie van zeven vrijwillige onderzoekers en schrijvers van deze historische verenigingen.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Nieuws

14 mei 2024

Veertig jaar jong: Zonnebloem afdeling Castricum-Bakkum (Jaarboek 45 2022 pg 43-49)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 45, pagina 43

De Zonnebloem
Het logo van de Zonnebloem.

In 2022 is het veertig jaar geleden dat de lokale Zonnebloemafdeling het levenslicht zag in Castricum-Bakkum. Reden om in gesprek te gaan met de enthousiaste vrijwilligers en deelnemers en samen terug te blikken en vooruit te kijken. De banden met het nationaal bureau komen ook aan bod. Betekenis hebben voor mensen met een fysieke beperking en saamhorigheid zijn de krachtige drijfveren die verbinden.

Ineke Knaapen, de huidige voorzitter van de afdeling Castricum-Bakkum, vertelt: “De Zonnebloem zit in mijn bloed. Mijn moeder was ook vrijwilliger en als verpleegkundige ging ik jaren geleden al mee met het bekende schip ‘MPS De Zonnebloem’. Wat een dankbare en mooie belevenis was dat. Het is heerlijk om mensen die om wat voor reden dan ook fysiek beperkt zijn, te zien genieten en daar een steentje aan bij te dragen.

Rina Jansen (oud-bestuurslid) en Ineke Knaapen (voorzitter) van de afdeling Castricum-Bakkum.
Rina Jansen (oud-bestuurslid) en Ineke Knaapen (voorzitter) van de afdeling Castricum-Bakkum. Foto Henk de Reus.

Op de vraag hoe zij terecht is gekomen bij de plaatselijke afdeling, vertelt Ineke dat zij na haar pensionering al snel op zoek ging naar vrijwilligersactiviteiten. De Zonnebloem bleek een logische keus na jaren actief te zijn geweest voor de Nationale Vereniging, met bootreizen en vakanties in Nederland.

Ook Rina Jansen, oud-bestuurslid en tot maart 2022 verantwoordelijk voor het organiseren van het bezoekwerk, vertelt enthousiast: “Het is zo leuk om te zien als het klikt tussen een vrijwilliger en een deelnemer en de dankbaarheid te ervaren na een leuke uitstap of vakantie. Ook prachtig om van deelnemers terug te horen dat ze zo genieten van de bezoekjes van onze vrijwilligers.” Blij en dankbaar werk dus volgens de dames.

Nationale Vereniging de Zonnebloem

De Zonnebloem is ontstaan uit de Ziekenomroep van de KRO en richt zich op deelnemers vanaf 18 jaar met een lichamelijke beperking. Op de website is de boodschap helder: “Al meer dan zeventig jaar draait het bij de Zonnebloem om mensen. Wij vinden dat een lichamelijke beperking nooit een belemmering hoeft te zijn of mag leiden tot meer kosten. Iedereen kan iets voor een ander betekenen. Er is altijd een manier die bij je past. De Zonnebloem zet zich in voor alle mensen die door hun lichamelijke beperking in een sociaal isolement dreigen te komen. Namens de Zonnebloem zijn duizenden vrijwilligers iedere dag actief om sociale en recreatieve activiteiten te organiseren en te begeleiden.”

Hoofddoel is het voorkomen van sociaal isolement door de inzet van vrijwilligers via plaatselijke afdelingen. Respectvolle bejegening en gastvrijheid zijn de uitgangspunten. De inkomsten van de vereniging komen uit donaties, loterijen en giften.

Mobiliteit en toegankelijkheid zijn twee belangrijke pijlers. Naast het schip zijn er ook vijftig Zonnebloemauto’s (aangepaste rolstoelhuurauto’s) en sinds dit jaar bestaan er ook Zonnebloemfietsen (speciale rolstoelfietsen). Het schip is een boegbeeld van de vereniging. Jaarlijks worden 42 vaarvakanties georganiseerd, zowel in Nederland als daar buiten (reis langs de Rijn).

Op alle niveaus krijgen de vrijwilligers professionele ondersteuning van het nationaal bureau in Breda. Daar werken in totaal zo’n honderd betaalde medewerkers. De vele vrijwilligers in het land worden met raad en daad ondersteund door het organiseren van workshops en bijeenkomsten,


Jaarboek 45, pagina 44

het beschikbaar stellen van de kennisbank, lokale ondersteuning door de verenigingsconsulenten en de uitgifte van het blad ZON (gericht op de vrijwilligers). Zij voeren ook de administratie van het leden- en donateursbestand. Een deel van de lokale opbrengsten wordt gebruikt om deze ondersteuning te bekostigen.

Alexander van Zijp.
Alexander van Zijp, woordvoerder van de Nationale Vereniging Zonnebloem.

Woordvoerder Alexander van Zijp vertelt: “Toegankelijkheid is ook een belangrijk onderwerp. Als deelnemers niet vooraf door de website gerustgesteld worden dat er voldoende invalide-parkeerplaatsen zijn of dat er een aangepast toilet is, besluiten zij om thuis te blijven. Daardoor ontstaat sociaal isolement en dat komt voor bij alle leeftijden. De Zonnebloemvrijwilligers helpen op een positieve manier door bezoeken bij mensen thuis en het organiseren van activiteiten.”

Oprichting Zonnebloemafdeling Castricum-Bakkum in 1982

Mevrouw Jans Zonneveld-Scheerman.
Mevrouw Jans Zonneveld-Scheerman, voorzitter van het eerste uur (1982).

Op initiatief van mevrouw Jans Zonneveld-Scheerman kwam in 1982 de oprichting van een eigen afdeling in Castricum-Bakkum tot stand. Haar zoon Gerard Zonneveld (van de Heereweg in Bakkum) heeft verschillende fotoboeken aangeleverd voor dit artikel en vertelt: “De Zonnebloem was haar lust en haar leven. Jans ging ook altijd mee met alle regiovakanties en is van de oprichting tot 1987 voorzitter geweest.

Mevrouw Gré Admiraal (ook vanaf het eerste uur betrokken) vertelt in het artikel van Henk de Reus in de Castricummer van 23 maart 2022 hoe dat allemaal ging: “We zijn begonnen met Engel Lute, Nico van der Hoeven, Maarten Beekman en Helma Verbunt als vrijwilligersgroep. Geld werd binnen gehaald met het verkopen van loten bij de kerk en later bij winkelcentra. We vroegen ook of mensen donateur wilden worden van de Zonnebloem.

Donateurs werven in Geesterduin.
Donateurs werven in Geesterduin.

Zo is het langzaam op gang gekomen. We organiseerden gezellige bijeenkomsten en cabaretvoorstellingen met de vrijwilligers als artiest. Zelfs bekende Nederlanders zoals Danny de Munck, Ernst Daniël Smit en Willeke Alberti kwamen optreden.”

In de begintijd werd er, met een groep van tien vrijwilligers, samen met het bestuur om de beurt bij iemand thuis vergaderd. “Toen waren er ongeveer twintig gasten, zoals wij die toen noemden. We werkten met een kartonnen doos met kaartjes en daarop de namen van de deelnemers en vrijwilligers. Langzamerhand is dat steeds verder geprofessionaliseerd. Nu zit alles in een computer en kunnen we dit veel beter bijhouden en overzien”, aldus Ineke en Rina.


Jaarboek 45, pagina 45

Voorzitters afdeling Castricum-Bakkum

1982 – 1987 Jans Zonneveld
1987 – 1999 Gré Admiraal
1999 – 2006 Elly van Eerden
2006 – 2013 Nel van der Bos
2013 – 2018 Joke van der Waal
2018 – heden (=2022) Ineke Knaapen

Wat doet De Zonnebloem nu in Castricum-Bakkum?

De 33 vrijwilligers uit Castricum en Bakkum bezoeken in totaal 76 deelnemers, meest ouderen die nog zelfstandig wonen. Dit kan ook in een aanleunwoning zijn. Elke vrijwilliger krijgt een of meerdere deelnemers onder zijn of haar hoede. Op basis van de behoefte van de deelnemer gaat de vrijwilliger langs voor een kop koffie, een wandeling, spelletje of gewoon het bieden van gezelschap. Daarnaast organiseert de afdeling gezellige bijeenkomsten en activiteiten, waaraan men deel kan nemen. Sommige deelnemers willen geen bezoek van een vrijwilliger en nemen alleen deel aan de activiteiten.

Regiovakantie met de Zonnebloem.
Regiovakantie met de Zonnebloem in de jaren (negentien) negentig.

Samen met de regio Kennemerland zijn er periodiek grotere uitstapjes van een dag(deel) of regiovakanties, waarvoor deelnemers namens de afdeling worden aangemeld. Dit zijn belevenissen waar deelnemers het nog jaren over hebben. Mensen die mee geweest zijn worden echt verwend en genieten volop. Aanmelding van deelnemers vindt plaats vanuit de plaatselijke afdeling. De deelname is erg afhankelijk van wat mensen nog willen of kunnen en of de eigen bijdrage betaalbaar voor ze is.

Cabaret door vrijwilligers.
Cabaret door vrijwilligers.

De activiteiten van de afdeling Castricum-Bakkum variëren van een picknick in de tuin van Kapitein Rommel, een uitstapje naar het strand of lunchen bij Johanna’s Hof tot een Zonnemiddag in de Sporthal De Bloemen met muziek en hapje/drankje en die grootschalig wordt georganiseerd voor zo’n zeventig personen.


Jaarboek 45, pagina 46

De gemaakte kosten worden in rekening gebracht bij de deelnemers. Tegen marktconforme prijs kan de Zonnebloemauto worden gehuurd met vrijwillige chauffeur om de mensen heen en weer te rijden. Of de plaatselijke afdeling regelt vrijwilligers die tegen een kleine vergoeding mensen halen en brengen

Deelnemers worden vaak aangemeld via de thuiszorg of familie. Via de website van de Zonnebloem kan een deelnemer zich aanmelden en aangeven in welk postcodegebied hij/zij woont. De lokale Zonnebloemafdeling krijgt bericht en maakt een afspraak voor een intakegesprek met het bestuurslid bezoekwerk. Daarna koppelt men de deelnemer aan een geschikte vrijwilliger.

Rina vertelt: “Voor een praatdeelnemer moet je een luisteraar hebben. En een wat stillere deelnemer moet iemand hebben die graag dingen vertelt. Mensen kijken uit naar een bezoekje. De oudere generatie is soms te bescheiden om hulp te vragen. Sommigen denken ‘ik ben nog te jong of te goed’. Als ze één ding op een dag hebben, is het meestal al veel. Er is dus veel sociaal isolement en onze vrijwilligers kunnen dat doorbreken. Ik hoor vaak van deelnemers: ‘Had ik dit maar jaren eerder gedaan’.

Regio-uitje in de Biesbosch in 2018.
Regio-uitje in de Biesbosch in 2018.

Sommige deelnemers schrijven zich alleen in voor de activiteiten. Je kunt daaraan meedoen als je ingeschreven bent als deelnemer van de Zonnebloem. De meeste deelnemers zijn ook donateur van de Zonnebloem, maar dat is niet verplicht. Open inschrijving voor activiteiten kan dus niet. Rina benadrukt: “We bouwen als plaatselijke afdeling een langdurige band op met onze deelnemers en weten waar mensen behoefte aan hebben en wie voor welke activiteit geschikt is. Daarom zou een open inschrijving niet werken.”

Vrijwilligers

Hoe komen jullie aan vrijwilligers?

Mensen die net met pensioen zijn kunnen we goed gebruiken, ze zijn meer dan welkom”, lachen de dames. Rina en Ineke in koor: “Ook jongeren hoor! Heeft u vrije tijd en wilt u een paar uurtjes per week of een keer per veertien dagen iets doen voor een inwoner van Bakkum of Castricum? Kom erbij!

De beloning? Dankbare deelnemers en contacten met enthousiaste vrijwilligers. We krijgen heel vaak lieve kaartjes met de mededeling dat het zo fantastisch was na een activiteit en ontroerende reacties van zowel deelnemers als vrijwilligers op de bezoekjes. Kortom, enorm dankbaar werk”, benadrukken ze.

Vrijwilligers kunnen zich aanmelden via een bestuurslid of via het aanmeldformulier op de website. Elke nieuwe vrijwilliger krijgt een intakegesprek met het bestuurslid bezoekwerk om te inventariseren wat iemand kan en wil. Dat geldt ook voor de chauffeurs voor de uitstapjes. Vervolgens vindt de matching plaats met een deelnemer.

Ineke vult aan: “De vrijwilliger kan in overleg zelf de tijd indelen, maar we hopen dat hij/zij zich actief kan inzetten voor de afdeling. Vrijwilliger is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Men moet wel op elkaar kunnen rekenen.”


Jaarboek 45, pagina 47

Dorpshuis De Kern.
Dorpshuis De Kern. Overtoom 15 in Castricum, 1984. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In De Kern wordt er vier keer per jaar een vrijwilligersoverleg georganiseerd, waar mededelingen worden gedaan vanuit de Nationale Vereniging, de planning van de activiteiten wordt besproken en er ruimte is voor onderling contact. Ook wordt, waar dat kan, een actieve bijdrage verwacht om Zonnebloemloten te verkopen en een steentje bij te dragen aan de organisatie van activiteiten of aan het reilen en zeilen van de afdeling, bijvoorbeeld als bestuurslid.

Het bestuur vergadert een keer per drie maanden bij de voorzitter thuis. Dan worden nieuwe deelnemers en vrijwilligers besproken en het praktische werk rond de organisatie van activiteiten voorbereid. Het huidige bestuur bestaat naast Ineke Knaapen (voorzitter), Minou Spitz (secretaris), Leonie Postma (penningmeester) en Jacqueline van Sabben (activiteitencommissie). De vacature bezoekwerk (voorheen Rina Jansen) is op moment van schrijven nog niet vervuld. Elk bestuurslid kan maximaal twaalf jaar aanblijven.

Er worden ook samen met de plaatselijke afdelingen regio-overstijgende activiteiten georganiseerd in de regio Kennemerland, zoals de vakanties, waar vrijwilligers een actieve bijdrage aan leveren. Die zijn een groot succes. De vrijwilligers die mee gaan worden zorgvuldig geselecteerd, vertelt Ineke: “Je wilt graag betrokkenheid van iedereen en het streven is dat er zoveel mogelijk verschillende mensen meegaan.”

Gasten aan het woord

Het echtpaar Martinus (respectievelijk 90 en 89 jaar) uit Castricum is al jaren donateur/deelnemer van de Zonnebloem. Meneer Martinus vertelt: “Bij ons thuis stond vroeger altijd een spaarbusje van de Zonnebloem met een lieveheersbeestje erop. Op verjaardagen ging dat busje rond en deed iedereen er wat in. Ook ik moest elke zaterdag als ik mijn loon had gekregen iets bijdragen. Met Kerst werd het dan opgehaald door een vrijwilliger, dus de Zonnebloem ken ik al heel lang”.

Voor de uitjes wordt altijd vervoer geregeld.
Voor de uitjes wordt altijd vervoer geregeld (jubileumuitstapje in april 2022).

Mevrouw Martinus vult aan: “Toen ik wat slechter ging zien en Chris wat minder goed ging lopen, hebben we ons vijf jaar geleden opgegeven voor activiteiten via Jeanne. Hartstikke leuk en zo kom je nog eens ergens.”

Jeanne komt af en toe langs en brengt dan de uitnodiging voor de uitjes. De uitnodigingskaarten voor alle uitjes worden zorgvuldig bewaard. Een kleine opsomming: Boottocht naar Amsterdam, Picknick in de Tuin van Kapitein Rommel met muzikale omlijsting van de band ‘Anders’, dagtocht naar Artis, Kerstlunch in Huize Koningsbosch met muzikale omlijsting door Jaap van Saarloos, Johanna’s Hof, koffie met gebak, bezoek aan De Hoep met een drankje en een pannenkoek.

Echtpaar Martinus en mevrouw Castricum.
Echtpaar Martinus en mevrouw Castricum (rechts) tijdens de picknick in de Tuin van Kapitein Rommel in juni van dit jaar.

Jaarboek 45, pagina 48

Verder naar de Vlinderado (een dagje naar de Vlindertuin in Waarland), Kerstbrunch bij Fase Fier met muzikale omlijsting Joke Oud, Zonnemiddag in De Bloemen met koffie, thee, drankje en hapjes, ook weer met muzikale omlijsting door Jaap van Saarloos. Kortom, gezellige en sfeervolle uitjes en voor elk wat wils. De eigen bijdrage varieert van vijftien tot vijfendertig euro. Ook een uitje met de Regio Kennemerland, met kaartjes voor een driegangenlunch in het ‘Lestaurant’ van het Kennemer-College, zit bij de collectie.

Die uitjes blijven we doen voor de gezelligheid en om lekker weg te kunnen. Nu kan mijn man nog autorijden, maar straks als dat niet meer kan, word je opgehaald en dat is heel fijn”, aldus mevrouw Martinus. Een kleine klacht van meneer: “Er zijn eigenlijk altijd wel veel vrouwen, dus er mogen wel wat meer mannen meekomen”, zegt hij lachend. De foto’s van de boottocht naar de Biesbosch komen tevoorschijn en ook heel grappig: een foto van het echtpaar voor de bus met hun achternaam erop!

Het echtpaar Martinus uit Castricum voor de bus met dezelfde naam.
Het echtpaar Martinus uit Castricum voor de bus met dezelfde naam.

Veel complimenten worden ook nog gegeven aan alle vrijwilligers die meegaan. Een paar jaar geleden was dat ook geweldig op MPS de Zonnebloem met de bekende Rijnreis. Een hele belevenis, zoals meneer vertelt: “We zijn met het zeventigjarig bestaan van Nationale Vereniging de Zonnebloem met het schip mee geweest in mei 2018. Het was landelijk georganiseerd en er waren vijf kaarten voor de afdeling Castricum-Bakkum ter beschikking gesteld. Er waren ook drie vrijwilligers uit Castricum mee.

MPS De Zonnebloem.
MPS De Zonnebloem. Foto Nationale Vereniging De Zonnebloem.

Het was een ontiegelijk goed verzorgde reis, het kon wel een viersterrenhotel wezen. Uit de kunst. Op elke vaargast gaat een vrijwilliger mee. Ze hielpen mijn vrouw met opscheppen en zo, vanwege het slechte zien. Mooie excursies gedaan naar de kathedraal in Keulen en een ijssie eten natuurlijk.” Mevrouw vult aan: “Zo goed verzorgd allemaal en altijd een vrijwilliger in de buurt die je met alles hielp. We hebben zo genoten.

Vaargast met vrijwilliger MPS De Zonnebloem.
Vaargast met vrijwilliger MPS De Zonnebloem. Foto Nationale Vereniging De Zonnebloem.

Op de vraag wat de Zonnebloem voor het echtpaar betekent, luidt het antwoord: “De Zonnebloem betekent voor ons gezelligheid en dat je weer even wat anders kan doen. We komen verder nergens meer. Daar word je verzorgd en verwend. En je maakt leuke uitjes mee.” Meneer Martinus benadrukt: “Complimenten en respect voor alle Zonnebloemvrijwilligers. Bij de jaarlijkse Kerstbijeenkomst ben ik altijd degene die alle vrijwilligers bedankt. Rina stelt dat erg op prijs.

Mevrouw Castricum-Koppes uit Bakkum (94 jaar) is ook vol lof over de plaatselijke Zonnebloemafdeling en vertelt met sprankelende ogen hoe leuk het uitstapje van 13 april 2022 ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan is geweest: “We gingen met een prachtige bus vanaf De Brink om een uur of negen op reis naar Leidschendam. Daar stapten we op de boot. Bakkie koffie en heerlijk appelgebak, toen heerlijke lekkere kop Hollandse soep met balletjes. Ook nog een lekkere lunch met allemaal soorten kadetjes en broodjes met diverse soorten vleeswaren, kaas en jam.


Jaarboek 45, pagina 49

Eten aan boord bij het jubileumuitstapje.
Eten aan boord bij het jubileumuitstapje.

Daarbij nog een kroket. Goed verzorgd. Daarna hebben we wel drie uur gevaren met prachtig mooi weer.” De tocht ging langs allerlei mooie plassen en terug langs bollenvelden bij Lisse en Hillegom. “We werden in de bus ook nog verwend met een pakje drinken en een heerlijk stuk koek en rond een uur of vijf waren we weer thuis. Het was een prachtige dag.”

Mevrouw Castricum is sinds het overlijden van haar man, zeven jaar geleden, deelnemer bij de Zonnebloem. Zij heeft geen behoefte aan bezoek, maar doet graag mee met alle activiteiten die georganiseerd worden. Op de vraag hoe de Zonnebloem het doet, antwoordt ze tot slot: “De vrijwilligers zijn geweldig. Uitjes worden goed georganiseerd en het is geweldig dat ze alles voor je regelen. Ik probeer overal aan mee te doen en kom veel bekenden tegen van uit dorp. Je hebt aanspraak en leuke praat. Laatst kwam ik nog mijn oude buurmeisje van de Vinkebaan tegen, hoe leuk is dat?

De Zonnebloem

Kortom, de Zonnebloemafdeling Castricum-Bakkum voorziet duidelijk in een behoefte!

Jolanda Vermolen

Bronnen:

  • Artikel Castricummer van 23 maart 2022;
  • Website Nationale Vereniging De Zonnebloem;

Met dank aan: Ineke Knaapen, Rina Jansen, Alexander van Zijp, de heer en mevrouw Martinus en mevrouw Castricum-Koppes.

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Jaarboeken

14 mei 2024

Kleermakerij en confectie van Alleman (Jaarboek 45 2022 pg 37-42)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 45, pagina 37

Kleermakerij en confectie van Alleman

Een middenstandsgezin uit de Torenstraat

Wil Alleman en Tiny Ruiter.
Wil Alleman en Tiny Ruiter.

De grote wens van Wil Alleman en zijn verloofde Tiny Ruiter om een kleermakerij in Castricum te beginnen, ging in augustus 1951 in vervulling. Zeven jaar later openden zij hun confectiezaak aan de Torenstraat.

Hun dochters Colien en Wilma vertellen in dit artikel hun kleurrijke belevenissen in dit naoorlogse middenstandsgezin.

Oh Tiny, wat hebben wij nog veel geld nodig”, schreef Wil Alleman (1922) vanuit Castricum op 15 maart 1949 aan Tiny Ruiter (1927), zijn verloofde in Heiloo. Zij schreven elkaar dagelijks en als ze ’s middags een brief op de bus deden, werd deze ’s avonds nog bezorgd. Al deze brieven, de we na de dood van onze ouders vonden, geven een intiem inkijkje in de besognes van een verloofd paar. Ze wilden samen een kleermakerij beginnen in Castricum en spaarden hier hard voor.

Start maatkleermakerij in de Dorpsstraat

Tiny was de dochter van de eigenaar van café Willibrord, een bedevaartcafé bij het Putje in Heiloo; één van de dochters, want het vrome gezin telde tien kinderen. Tiny werkte thuis in de zaak.

Links modezaak van Jaap Twisk.
Links modezaak van Jaap Twisk. Dorpsstraat 90 in Castricum, 1958. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Wil woonde in Castricum op het adres Dorpsstraat 90 bij zijn werkgever, de kleermaker Jaap Twisk, wiens vrouw Door bekend stond om haar uitstekende kookkunst. Voor het slapengaan gingen Jaap, Door en Wil (moest wel meedoen) op de knieën om de rozenkrans te bidden. Wil stamde uit een geslacht van kleermakers uit Egmond aan den Hoef. De aanleg van de Atlantikwall dwong het gezin Egmond te verlaten en opa Alleman kocht een huis aan de Stationsweg in Heiloo, waar nu nog Alleman Modeman is gevestigd.

Trouwfoto van Wil en Tiny op 4 augustus 1951.
Trouwfoto van Wil en Tiny op 4 augustus 1951. Foto De Rooij Limmen.

Het lukte Tiny en Wil met veel inspanning om aan een vergunning te komen voor het bouwen van een zaak en woonhuis aan de Dorpsstraat 35b (nu – in 2022 – restaurant Brutaal). Na de oorlog werden er maatregelen genomen om de stilgevallen economie te bevorderen. Er werd vooral aangestuurd op uitbreiding van bedrijfspanden. De grond werd uitgegeven door de wederopbouwcommissie, die zetelde in Beverwijk en waar Wil bijna wekelijks naartoe fietste. Het jonge stel moest twee bouwplichten kopen: één voor het bedrijf en één voor het woonhuis.

De kleermakerij aan de Dorpsstraat 35b.
De kleermakerij aan de Dorpsstraat 35b.

Iedereen die namelijk voor de oorlog onroerend goed bezat in het gebied dat op last van de Duitsers was afgebroken, had recht op compensatie in de vorm van een zogenaamde bouwplicht. Men kreeg dan op basis van het voormalige eigendom een kavel bouwgrond toegewezen en iedereen met een eigen kavel werd verplicht om er weer een huis of zaak op te bouwen. Omdat dit echter niet voor iedereen financieel haalbaar was, werd er al snel druk gehandeld en geruild in deze bouwplichten. Dat gold ook voor Castricum.

Uiteindelijk werd nog een deel van buurman Portegies gekocht, die een aantal vierkante meters overhad. Op 4 augustus 1951 droeg Wil zijn Tiny over de drempel van hun nieuwe woning.


Jaarboek 45, pagina 38

Van zijn oude werkgever konden ze stoffen overnemen en met een lening van de wederzijdse ouders werd de zaak pico bello ingericht.

Wil stond in een grote, ruime en lichte kleermakerij, waar het prettig werken was. Architect Groot uit Amsterdam tekende voor het ontwerp en aannemer Jan de Nijs stapelde de stenen. Wil had het ook nog druk met zijn vakstudie. Na de ambachtsschool volgde hij nog een avondopleiding (gezel) en in 1949 mocht hij zich ‘Meester in het Herenkleermaken’ noemen.

Wil Alleman, de zaak van vertrouwen.
Wil Alleman, de zaak van vertrouwen.

Vanaf de jaren (negentien) vijftig nam de welvaart gestaag toe en de Castricummers lieten graag hun kleding maken bij ‘Alleman, de zaak van vertrouwen’. In elk jasje werd het bekende etiket genaaid. Het jonge, charmante en goed geklede stel kreeg al snel een goede clientèle en ook verschenen er binnen zes jaar vier kleine Allemannetjes met de namen Gertruud (1952), Jan (1953), Colien (1955) en Wilma (1958). Tiny en Wil beschouwden het gezin toen als voltooid. De pastoor, die kwam informeren waarom de gezinsvorming stopte, werd vriendelijk maar beslist de deur gewezen.

Torenstraat 52; van maatkleding naar confectie

Er verscheen een donkere wolk aan het firmament toen ze tijdens een avondwandeling een klant tegenkwamen, gekleed in een winterjas die niet door Wil was vervaardigd. Geschokt bespraken ze deze kwestie en besloten onmiddellijk over te gaan op confectie.

Hiervoor was een veel groter pand nodig om de collecties te herbergen en ze schatten in dat ze 100.000 gulden nodig hadden voor de inkoop. Ze hoopten dat Jaap Twisk zijn mooie pand aan hen wilde verkopen, maar tot hun grote spijt ging dat in 1958 naar Stevens.

Het nieuwe pand aan de Torenstraat 52 in aanbouw rond 1958.
Het nieuwe pand aan de Torenstraat 52 in aanbouw rond 1958 met op de voorgrond Jan en Colien.

Ze vroegen aannemer Res hun pand uit te breiden, maar hij raadde ze een pand in aanbouw in de Torenstraat aan en zo geschiedde. Om een confectiezaak te mogen starten waren nieuwe diploma’s vereist en Wil behaalde daarom in 1958 zijn brevet voor de Textielhandel.


Jaarboek 45, pagina 39

Op 30 augustus 1958 opent Wil Alleman in de Torenstraat 52.
Op 30 augustus 1958 opent Wil Alleman in de Torenstraat 52.

De confectiezaak, die werd geopend op 30 augustus 1958, kon nu ook weer rekenen op grote klandizie. De producten waren nog grotendeels van Nederlandse makelij of in ieder geval van Europese. Verkocht werden onder andere kostuums van de Stijlgroep Groningen, overhemden van King en van La Kerko en overalls van Lonneker uit Twente.

De jongens die met hun moeder een broek kwamen kopen, vonden in mijn moeder een bondgenoot en verlieten de zaak met een spijkerbroek in plaats van de geklede Terlenkabroek die hun moeder voor ze in gedachten had. De gekochte kleding werd verpakt in papier en de mensen kochten over het algemeen lokaal. Er was altijd veel emballage en het karton werd opgehaald per bakfiets door LOP (wij dachten dat de bestuurder zo heette, maar het was een afkorting van Liefdewerk Oud Papier).

Het gezin van Wil en Tiny.
Het gezin van Wil en Tiny met van links naar rechts de kinderen Colien, Gertruud, Wilma en Jan. Foto De Rooij Limmen.

Er waren natuurlijk ook nog andere kledingzaken in Castricum. In de Torenstraat had je Siem de Groot. Colien was vriendin met Karin de Groot en kwam daar vaak over de vloer. Aan de Dorpsstraat waren de modehuizen Stevens en Mul gevestigd. De eerste werd toch altijd als een geduchte concurrent gezien, terwijl de contacten met Mul en De Groot gemoedelijk waren.

De service van Alleman was uitstekend: te lange broeken werden verkort, jasjes ingenomen of uitgelegd enzovoorts, en dat alles gebeurde gratis. Tiny Alleman was een goede zakenvrouw en verkoopster. Ze had geen tijd voor het huishouden en zo kwamen de dienstmeisjes in ons leven.

De familie Scholten woonde in de Leo Toepoelstraat nummer 15.
De familie Scholten woonde in de Leo Toepoelstraat nummer 15. Castricum, 1950. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Willy Scholten bleef maar liefst acht jaar bij ons en was fulltime in dienst. Ze woonde in de Leo Toepoelstraat en haar ouders mochten wij ome Jan en tante Mien noemen. Daar werden we altijd heerlijk verwend met koekjes en frisdrank en op woensdag- en zaterdagmiddag waren we altijd welkom om televisie te kijken.

Zondag vrij

Als we om 8.30 uur vertrokken naar school, gingen er nog veel meer deuren open in de Torenstraat. Alle winkeliers woonden boven hun winkels en ieder gezin telde minstens drie kinderen en vaak wel vijf, zodat er een hele stoet via de Wilhelminalaan naar de Pius-X school trok. Of we gingen naar de vroegmis met een pakje brood en een beugelflesje hete thee in een krant gerold, liefdevol klaargemaakt door de oudste dochter Gertruud.

De Pius-X school.
De Pius-X school. Dorpsstraat 117 in Castricum, 1960. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Na school speelden we in de tuin van De Groot, een braakliggend stuk land achter de winkels, waar door de grote jongens met katapulten werd geschoten en circus werd gespeeld; kortom een ideaal speelveld uit het zicht van de volwassenen. Er waren altijd genoeg vriendjes en vriendinnetjes om ons heen en speelafspraken maken of halen en brengen waren begrippen die we niet kenden.

Woning en kledingzaak van Siem de Groot.
Woning en kledingzaak van Siem de Groot. Torenstraat 58 in Castricum. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

We waren bevriend met de familie De Groot (kleding), de familie Vlaarkamp aan de overkant, de familie Beentjes (groenteboer), De Graaf (platenzaak en elektronica), Weda (verf, vuurwerk en kerstversiering), Glorie (supermarkt), onze buren: de familie Boddeke (dameskapper) en Dijkman (ijzerwaren en houthandel).

De hout en ijzerwinkel van Ton Dijkman.
De hout en ijzerwinkel (De Sleutel) van Ton Dijkman. Torenstraat 50 in Castricum, 1997. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Onze ouders waren druk met de winkel, de boekhouding en de inkoop, maar maakten zondag altijd tijd vrij voor het gezin. Natuurlijk gingen we eerst naar de mis in de Pancratiuskerk en later naar de beatmis met Rimicas (Ritmische mis Castricum) op zaterdagavond, maar daarna trokken we erop uit.

De Opel Olympia met moeder Tiny achter het stuur.
De Opel Olympia met moeder Tiny achter het stuur en daarnaast Gertruud.

Mijn moeder haalde als eerste haar rijbewijs en dan gingen we met de Opel Olympia op stap, naar onder andere Amsterdam, waar we een bioscoop bezochten. Of we reden naar de ruïne van Brederode in Santpoort onder het motto: cultuur opdoen en activiteiten ontplooien. Wil en Tiny hadden grote families en daardoor weinig tijd voor vrienden of kennissen. Een uitzondering vormden Trijn en Gerrit Lute van het bekende transportbedrijf. Trijn kon heerlijke krentenbroden bakken.


Jaarboek 45, pagina 40

Goede jaren voor de middenstand

Natuurlijk hielpen we ook mee in de zaak. Gertruud, Jan en Colien brachten vaak pakjes weg na het op maat maken van de confectie. Het was een dankbaar karweitje, want ze kregen vaak een kwartje of snoep.

Bij het afrekenen werd de standaardvraag gesteld: “Wilt u contant betalen of liever per rekening?”. En als er veranderingen in het gekochte aangebracht moesten worden: “Wilt u het thuisbezorgd hebben of komt u het halen?”

Het verste adres was Duin en Bosch en dat vonden ze toch wel een beetje griezelig, als ze het terrein opreden en daar bijvoorbeeld een patiënt in een kruiwagen zagen liggen. De goede man sliep waarschijnlijk, maar ze waren ervan overtuigd dat hij dood was.

Werkploeg van patiënten samen met begeleiders.
Werkploeg van patiënten samen met begeleiders. Duin en Bosch in Bakkum. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Er kwamen veel patiënten van Duin en Bosch in onze winkel en die werden hartelijk ontvangen. Regelmatig troffen we een patiënt (oud-violist) in de woonkamer, die naar klassieke muziek luisterde. Eén keer plaste een patiënt tegen het sokkenrek. Dat soort dingen werden echter snel vergeven, want Duin en Bosch was een grote klant.

De etalage van de winkel in de Torenstraat.
De etalage van de winkel in de Torenstraat eind jaren (negentien) vijftig. Foto De Rooij Limmen.

De jaren (negentien) zestig en zeventig waren hele goede jaren voor de middenstand. Er was twee keer per jaar een beperkte uitverkoop van een week en de rest van het jaar stonden de prijzen niet onder druk. Er waren maar twee collecties per jaar en de niet verkochte winterjassen gingen boven naar het magazijn tot de volgende winter.

De heropening van de zaak op 30 juni 1962.
De heropening van de zaak op 30 juni 1962. Van links naar rechts Wil Alleman,
Gerard Alleman (broer), Henk Marcker (etaleur), Alie Mooij, Tiny Alleman en Gaath Stuifbergen. Foto De Rooij Limmen.

De zaak werd twee keer verbouwd en feestelijk heropend. We waren allemaal trots op onze mooie winkel en kleermakerij. Uit school waren we vaak in de kleermakerij te vinden, waar de naaimachines snorden, de radio zachtjes aanstond en het lekker warm was door het persijzer. We hielpen dan met rijgdraden uithalen of de vloer vegen.

Spanje

De medewerkers beschouwden we als familieleden. Soms waren ze ook echt familie, zoals de nichtjes Jacqueline en Josée Ruiter en onze oom Gerard Alleman.

Tussen de middag aten we gezamenlijk en op zaterdag kwamen we stoelen tekort, zodat de jongste kinderen in een klein schoolbankje gepropt werden. Er was altijd reuring; overdag kwamen vertegenwoordigers van de fabrikanten en ’s avonds de etaleur en de boekhouder. Ook kwamen er na sluitingstijd regelmatig klanten langs.

Kortom, never a dull moment. Op zondag speelden we met onze vrienden en vriendinnen verstoppertje tussen de winterjassen, alles kon eigenlijk.

Op maandag was de zaak beschikbaar voor cliënten van Duin en Bosch of werd er ingekocht in het confectiecentrum (geopend in 1968) in Amsterdam. Voor deze tijd zaten de handelshuizen voornamelijk in Amsterdamse grachtenpanden. In de vakantie mochten we weleens mee en in de damestoren van het confectiecentrum konden de vrouwelijke gezinsleden dan de mooiste pasmodelletjes kopen tegen inkoopsprijs.

Burgemeester Smeets huldigt de wandelclub.
Burgemeester Smeets huldigt de wandelclub na voltooiing van de Nijmeegse wandelvierdaagse. Raadhuis Dorpsstraat 65 in Castricum, 1950. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In 1971 kochten mijn ouders zelfs een huis in Spanje, waar we vele vakanties, ook met vriendinnen, doorbrachten. Aangezien mijn ouders weinig tijd hadden, stimuleerden ze een verantwoorde vrijetijdsbesteding. Zo waren we (soms met meer dan één gezinslid) lid van de wandelclub, de atletiekvereniging, gymnastiekvereniging VIOS, handbal, de padvinderij en ook kregen we pianoles van meneer Teer.


Jaarboek 45, pagina 41

Helaas ontbrak het muzikale talent. Ook reden we paard bij manege Overink.

De Sint Clarahut van de scoutinggroep.
De Sint Clarahut van de scoutinggroep. Vondelstraat 25 in Bakkum, 1980. Dit houten gebouw stond achter de Cunera school en is verbrand. Foto Ad van de Velde. Toegevoegd.

De Sint Claragroep, onder leiding van Guido Simone, kon jarenlang rekenen op ons lidmaatschap. We klommen op van kabouter tot gids. Menigmaal gingen we mee op kamp, waar we al snel door de mand vielen als het huishoudelijke vaardigheden betrof. Wij hadden nog nooit een aardappel geschild en blonken uit in onhandigheid. Heitje voor een karweitje was een serieuze aangelegenheid voor de Sint Claragroep en tot ver in de nieuwe buurt ruimden we bij flinke vorst sneeuw van de stoepen met rode neuzen en blauwe handjes tot gevolg.

Uitgaan

Als tieners hielpen we op zaterdagmiddag mee in de winkel als het nodig was. We nodigden onze vrienden en vriendinnen uit op de thee en als de huistelefoon twee keer ging, moest er iemand bijspringen.

Wil als kleermaker.
Wil als kleermaker in de jaren (negentien) zeventig.

Na sluitingstijd kwam Wil naar boven en dronk met de vrienden van zoon Jan een biertje. Wil hield er van om met jonge mensen te discussiëren en vooral om grappen te maken. Het bier werd gebracht door Bertus Beentjes, die iedere week behalve een kratje bier ook een grote doos groente en fruit meenam. Soms speelden we dan met de hele vriendenkring het kaartspel eenentwintigen met de dagopbrengst, waarbij de briefjes van honderd over tafel vlogen.

Wilma en Colien deden de rest van de boodschappen en natuurlijk bij winkels die klant bij ons waren. Zo gingen we naar de slagers Sneekes (Burgemeester Mooijstraat) en Castricum (Breedeweg) en naar bakker Burgmeijer in onze straat. Als de meisjes een nieuwe jurk nodig hadden, belde Tiny de kinderkledingzaak Hillebrink in de Burgemeester Mooijstraat; de meisjes kozen zelf een paar jurken uit en thuisgekomen werd er een keuze gemaakt.

Na de lagere school gingen we naar Pius X in Beverwijk (er waren nog geen middelbare scholen in Castricum, behalve de Mulo); Colien haalde dan eerst per fiets haar vriendinnen Conny Wulp (Pernéstraat) en Frieda Boske (banketbakkerij Burgemeester Mooijstraat) op. We moesten 25 minuten fietsen door weer en wind (die we altijd tegen hadden).

Banketbakkerij Boske.
Banketbakkerij Boske. Burgemeester Mooijstraat 17 in Castricum, 1980. Dit pand werd in 1930 gebouwd door Coenraad Marjot die er een banketbakkerij begon en in 1953 nam Willem Boske de banketbakkerij over. In 1984 kwam banketbakkerij Hoetjes erin. Daarna bakker Kees Zoon en in 2001 werd het pand verbouwd tot een banketbakkerij en lunchroom De Roset van Martien Langeveld. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Na een grote inbraak, waarbij alle leren jassen gestolen waren, moest er van de verzekering een alarminstallatie aangelegd worden. Als we uitgeweest waren, naar bijvoorbeeld De Oude Schimmel of het Fust (bekende kroegen in die tijd), moest je razendsnel naar binnenrennen om de alarminstallatie uit te schakelen. Lukte dat niet, of waren we te laat thuis, dan betekende dat een week huisarrest.

Herinneringen

Begin jaren (negentien) zeventig gingen we allemaal studeren en verloren we de band met Castricum. Dat gold niet voor zoon Jan die trouwde met Willy Wegdam, de dochter van het hoofd van de Pius X School.

Uitnodiging voor overdracht van de winkel.
Uitnodiging voor overdracht van de winkel op 14 september 1977.

Mijn ouders vonden in Rob van Keulen een goede opvolger en het contact met die familie bleef altijd hecht. In 1975 gingen Wil en Tiny rentenieren en verhuisden naar Heiloo, waar ze tot hun overlijden in 2018 intens genoten van hun leven. Ze fietsten op en neer naar Spanje en van Washington naar de Key West. Ze maakten nog vele andere reizen, leerden Frans, Spaans en Latijn en kregen heel veel bezoek van familie en vrienden.

Wij koesteren goede herinneringen aan onze jeugd in een booming middenstandsgezin, waar we actief onderdeel waren van deze mini-economische eenheid, klantgericht leerden zijn, mensenkennis opdeden en in ieder mens een kans zagen (om iets aan te verkopen). Bovendien zagen we dat vrouwen fulltime konden werken. Een jeugd vol vrolijkheid en vrijheden. We kijken nog steeds in de etalages van alle modezaken, hebben een bovengemiddelde interesse in kleding en grote waardering voor goedgeklede mannen.

Colien en Wilma Alleman


Jaarboek 45, pagina 42

Tiny en Wil tijdens hun fietstocht naar Spanje in 1980.
Tiny en Wil tijdens hun fietstocht naar Spanje in 1980.
Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Jaarboeken

14 mei 2024

In gesprek met … Niek Kuijs Jaarboek 45 2022 pg 29-36

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 45, pagina 29

In gesprek met … Niek Kuijs

muzikale melkveehouder die honderd jaar werd

Niek Kuijs.
Niek Kuijs.

In februari 2009 raakten we aan de praat. De toen 91-jarige vertelde en vertelde alsof het gisteren was gebeurd. Zo af en toe in het Castricumse dialect dat je zelden meer hoort.

Niek Kuijs is geboren in 1917 op de boerderij Alkmaarderstraatweg 52. Hij overleed in 2018, honderd jaar oud, in het Verzorgingscentrum De Boogaert. Zijn echtgenote Ans Liefting, inmiddels ook bijna 100 jaar, mist hem enorm.

Niek, zoon van de zeer bekende organist en dirigent Piet Kuijs en Trijntje Brandjes, heeft samen met zijn broer Jan de melkveehouderij van hun vader voortgezet tot de uitbreiding van het dorp dat onmogelijk maakte. Daarna werkte hij tot zijn pensionering bij de agrarische dienst van de Willibrordusstichting in Heiloo.

Piet Kuijs met echtgenote Trijntje Brandjes, tussen hen in zoon Jan en Niek op de arm van dienstbode Guurt Poel voor de boerderij.

Schooltijd

“Ik ging naar de Augustinusschool tot mijn 13e jaar. Het was een jongens- en een meisjesschool. De kloosterzusters bestuurden de meisjesschool. Die gaven daar les met een paar onderwijzeressen. Ik mocht na de lagere school niet doorleren van mijn vader; ik moest hem helpen. Ik heb nog wel een jaar of vier op de avondschool gezeten en ook op de tuinbouwschool die hier ook was.

Mijn vader was vaak weg. De missen voor begrafenissen en huwelijksfeesten, de ‘rouwtjes en trouwtjes’, waren altijd voor de middag en mijn vader speelde orgel in Castricum, Uitgeest, Egmond-Binnen, Heemskerk en in Heiloo. Het is een keer gebeurd dat hij achter in het land aan het werk was en de klok van de Pancratius hoorde luiden. Hij begreep dat hij een dienst was vergeten, liet alles vallen en rende zo snel hij kon in een rechte lijn dwars door weilanden en sloten naar de kerk en was nog net op tijd bij het orgel. ‘s Avonds was hij altijd weg. Hij ging altijd op de fiets. Vroeger ging alles nog lopend of fietsend. Auto’s had je temet niet. Vader is in 1966 op 88 jarige leeftijd overleden.”

Vader Piet Kuijs achter het orgel.
Vader Piet Kuijs achter het orgel. Alkmaarderstraatweg 52 in Castricum. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd,

Kleppermars

Niek’s vader Piet was vooral musicus, de veehouderij kwam op de tweede plaats. Oorspronkelijk zou Piet van zijn vader bakker moeten worden; de bakkerij van Kuijs was in de Dorpsstraat, tegenover café De Vriendschap. Bij het beroep van bakker lag zijn hart helemaal niet. Al op jonge leeftijd was zijn muzikaliteit opgevallen en kreeg hij piano- en orgelles. Hij werd organist in verschillende parochiekerken en leidde kerkkoren. Daarnaast was hij ook nog directeur/dirigent van Castricums fanfare Eendracht maakt Macht (later Aloysius en Emergo genoemd), van DIU (Duin en Bosch), St. Caecilea (Heemskerk) en ‘Eensgezindheid’ (Egmond-Binnen). Zijn zoons hebben het muzikale talent van hun vader meegekregen.

Vader Piet Kuijs dirigeert zijn zonen.
Vader Piet Kuijs dirigeert zijn zonen, van links naar rechts Cor, Niek en Jan. Alkmaarderstraatweg 52 in Castricum, 1920. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Jaarboek 45, pagina 30

Voor hun vader was het vanzelfsprekend dat ze van hun talent gebruik maakten. Ze hebben daar zelf weinig keus in gehad. Misschien is dat wel de reden dat geen van zijn kleinkinderen in zijn voetsporen is getreden.

Piet Kuijs in actie als dirigent van Castricums fanfare.
Piet Kuijs in actie als dirigent van Castricums fanfare.

Niek heeft veertig jaar trombone gespeeld bij de Castricumse fanfare. Zijn broers Jan, Piet en Cor bespeelden er ook verschillende instrumenten. Jan en Cor waren meer dan zestig jaar lid van het kerkkoor. Jongste broer Piet (1928-2020), bekend als makelaar en oprichter van reisbureau Zonvaart, is dirigent geweest van het korps ‘Eensgezindheid’ van Egmond-Binnen en heeft ook bij de Castricumse fanfare zijn vader enige jaren opgevolgd. In Egmond-Binnen kwam het korps een trombone tekort en nadat hij eigenlijk al gestopt was, heeft Niek, om zijn broer een plezier te doen, daar nog enige jaren gespeeld.

Niek: “Ik ben gek van klassieke muziek en vooral van harmonie en fanfare. Van jazz hou ik niet, dan draai ik vlug de knop om. Emergo is een goed korps geworden. Die treden op in binnen- en buitenland en doen mee aan verschillende muziekconcoursen. Ik heb in die veertig jaar, behalve mijn vader, natuurlijk verschillende dirigenten meegemaakt, die ons muziekkorps heel ver hebben geholpen.

De kleppermars met fanfare Castricum onder leiding van Piet Kuijs.
De kleppermars met fanfare Castricum onder leiding van Piet Kuijs. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In 1933 wilde mijn vader de Kleppermars uitvoeren. Hij zei tegen meester Van Westen: ‘Piet ik moet honderd jongens van je hebben’. Van Westen: ‘Ik heb er dertig in de klas en daar heb ik al moeite mee. Daar moet je niet aan beginnen’. Mijn vader zette toch door. Jan Houtenbos, de timmerman, heeft de kleppers gemaakt. Guurt Piepers, de vrouw van ‘Slappe’ Piet Kuijs, maakte witte mutsen. We hadden een muziekconcours hier in Castricum en we traden op bij het gemeentehuis. Aan de overkant had je die villa van Goes en daar stonden we dan met honderd jongens met begeleiding van de fanfare. Het was wel zo mooi! Hij heeft etter en bloed gezweten om dat er in te krijgen. Ik werd bij een repetitie naar huis gestuurd. Waarom? Je had er een linkse bij, die klepperde links. Ik weet het nog best, dat was Siem Groentjes en ik was rechts. Dus ik sloeg elke keer tegen hem op met klepperen. Ik gaf hem op lest een opdonder. Ik moest naar huis van mijn vader. Hij moest een slachtoffer hebben en toen pikte hij mij eruit. De uitvoering werd een succes. Van heinde en ver kwamen de mensen naar de Kleppermars luisteren. Wat was het mooi!”

Niek’s zoon Jan (1952) heeft een boekje gemaakt, waarin hij de familiegeschiedenis beschrijft en de glanzende muzikale loopbaan van zijn grootvader memoreert. Maar ook de keerzijde van de medaille laat hij niet ongenoemd: “Zijn enthousiasme en doorzettingsvermogen is voor velen een voorbeeld geweest. Hij kon dit alles uitvoeren door de steun van zijn vrouw en veel van zijn kinderen. Hij heeft daarbij het bestaan en de levensvatbaarheid van het familiebedrijf, wat hij van zijn vader heeft geërfd, nogal verwaarloosd.”

Samen met eigenaar neef René bewondert Niek de in 2010-2011 gerestaureerde boerderij.
Samen met eigenaar neef René bewondert Niek de in 2010-2011 gerestaureerde boerderij.

Uit het leven van Niek Kuijs

Niek Kuijs (geboren op 20 september 1917) en zijn broer Jan zijn vanaf hun jeugd betrokken bij de veehouderij op de boerderij Alkmaarderstraatweg 52.

Grootvader kocht deze in 1908 voor zijn zoon Piet. Piet Kuijs (1877-1966) is oorspronkelijk werkzaam in de bakkerij van zijn vader (landbouwer en bakker) in de Dorpsstraat tegenover café ‘De Vriendschap’. Na het overlijden van zijn eerste vrouw trouwt Piet


Jaarboek 45, pagina 31

in 1914 met Trijntje Brandjes. In 1916, 1917 en 1918 worden Jan, Niek en Cor op de boerderij geboren. De passie van vader Piet ligt vooral bij de muziek en de drie zonen moeten daarom al snel meehelpen in het bedrijf waar zo’n dertig koeien worden gemolken.

In 1946 verhuizen vader Piet en Trijntje met hun nog thuiswonende drie kinderen naar de Burgemeester Mooijstraat. Hun zoon Jan en zijn vrouw Cornelia Veldt trekken in de boerderij. Niek trouwt in 1950 met Ans Liefting en gaat na enkele jaren tegenover de boerderij wonen in een huis dat zijn vader heeft gekocht.

Voor het land achter de oude stolp heeft de gemeente bouwplannen. In 1968 is het pand tegelijk met het resterende land aan de gemeente verkocht. Er wordt overeengekomen dat Jan er mag blijven wonen zolang er geen andere bestemming voor is. Jan en Niek moeten op zoek naar andere broodwinning. Jan vindt, net als eerder Cor, werk op een fabriek in de Zaan. Niek kan tot zijn 65e jaar aan de slag bij de agrarische dienst van de Willibrordusstichting in Heiloo en heeft tot hoge leeftijd genoten van tuinieren, biljarten en diverse kaartclubjes.

Veebedrijf

Niek: “Samen met mijn oudste broer Jan heb ik in 1950 de veehouderij van mijn vader overgenomen. De boerderij met weilanden was sinds 1908 in onze familie. Broer Jan woonde op de boerderij en nu woont zijn zoon René er. De boerderij, die uit 1870 dateert, heeft hij prachtig laten herbouwen en restaureren met hergebruik van de oude stenen en dakpannen. Het oorspronkelijke karakter is door de architect Sander Douma goed bewaard gebleven, zodat het nog steeds een gemeentelijk monument is.

De boerderij van Kuijs.
De boerderij van Kuijs. Alkmaarderstraatweg 52 in Castricum. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Het land zijn we door de uitbreiding van het dorp allemaal kwijtgeraakt. We hadden ook heel wat huurland. We molken dertig koeien en dat was in die tijd veel hoor! We werkten zeven dagen per week meer dan twaalf uur per dag. In 1968 zijn we gestopt. De boerderij werd aan de gemeente verkocht met de afspraak dat mijn broer Jan er kon blijven wonen totdat de gemeente de grond nodig had. We hebben heel wat afgemadderd door de uitbreiding van het dorp. Je kon ooit kiefteieren zoeken van huis uit. Tot de wijk Molendijk gebouwd werd, konden we in de verte Uitgeest zien liggen.

De broers Jan, Cor en Piet met hun instrumenten en op de voorgrond Niek Kuijs.
De broers Jan, Cor en Piet met hun instrumenten en op de voorgrond Niek Kuijs. De andere personen zijn niet bekend.

Mijn geheugen is nog goed. Ik kan het dorp zo uittekenen zoals het vroeger was. Vanaf de Torenstraat liep er een padje naar de boerderij van Frits Res. Dat noemden ze het padje van Pietje Rijs. Voordat je bij de boerderij kwam, had je een klein huisje waar Pietje woonde. Later heette het Klaverweidepad. Het land, waar mijn huis op staat, was van Brasser en die heeft het land voor bouwterrein gekocht. Het is door buurman aannemer Gerrit Borst en Gert Kabel gebouwd. Onze boerderij was ooit het laatste huis van het dorp en dan kreeg je verderop bij de Kooiweg de ‘molenhuisjes’, genoemd naar de meelmolen die ooit aan de Molendijk heeft gestaan. Verder stonden er aan de Alkmaarderstraatweg nog een boerderij van Co Vergouw (Spitsbergen) en eentje van Cornelis Al.

Ik had al vijf jaar verkering en ik wou wel trouwen, maar ik kon geen huis krijgen. Ik temet alle weken naar de gemeente, maar het ging niet. Er was natuurlijk in de oorlog erg veel afgebroken, waaronder de boerderij van Vergouw, die daarom in dit huis woonde. Hij ging weer bouwen op de oude plaats en dus wist ik dat Alkmaarderstraatweg 65 leeg zou komen. Ik weer naar de gemeente. Ik hoor ze nog zeggen: ‘Dat huis is geschikt voor een gezin.

Ik ben in 1950 getrouwd. Ik woonde eerst in de Burgemeester Mooijstraat, boven bakkerij Marjot. Daar heb ik twee jaar gezeten en toen mocht ik hier naar toe. Toen kocht mijn vader dit dubbele huis en konden wij er in. Hij woonde later naast ons met mijn zuster.

Jan Kuijs is aan het melken tegenover de boerderij.
Jan Kuijs is aan het melken tegenover de boerderij. Alkmaarderstraatweg 52 in Castricum, 1933. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Ik had wel vervangende grond willen hebben, maar die was er niet. Veel boeren die verdreven werden, wilden vervangende grond. Mijn broer Jan ging naar een meelfabriek in de Zaan. Op het ogenblik zijn er in Castricum meer paarden dan koeien denk ik.

Willibrordusstichting

Om op je vijftigste ergens anders nog wat te beginnen, zag ik niet zitten. Ik solliciteerde hier en daar. Mijn moeder kwam toen aan met een advertentie van de Willibrordusstichting. Ik heb gesolliciteerd en werd uitgenodigd. Ik zat daar met een stuk of wat jongere jongens en ik moest wel driehonderd vragen op papier beantwoorden. Waarom solliciteer je, waar kom je vandaan, hoe was het thuis, enzovoorts. Het begon om 9 uur en om 13 uur was het pas afgelopen. Ik had mijn diploma’s meegenomen en ik vroeg aan het eind of ik dat moest laten zien. ‘Heb je diploma’s dan?,’ vroeg die broeder. Hij zei: ‘Ga jij eens mee’. Ik liep met hem mee door die gangen. Hij bracht me naar een kamer, waar een broeder zat met een lange habijt aan. Die stelde zich voor als broeder Amandus. Ik heb een uur bij hem gezeten. Hij zei tenslotte: ’Je krijgt van de week bericht.’


Jaarboek 45, pagina 32

Je kijkt natuurlijk de hele week naar de post uit. Op zaterdag was er nog geen post. Ik zei tegen moeder: ’Dat is wat, zo’n grote instelling en dan krijg je niet eens een berichie.’

We zitten met de kinderen zaterdagavond naar Rudi Carell te kijken. Gaat de bel. Een van de kinderen doet open. Ze komt terug en zegt: ‘Pappa, er is een meneer’. Ik zeg: ‘Laat die meneer maar binnenkomen.’ Hij stond in de deur met een hoed op en een leren jas aan. Hij zei: ‘Ken je me niet?’ Ik zeg: ‘Man al sla je me dood, ik ken je niet hoor.’ Hij doet zijn hoed af en ik zie het: broeder Amandus. Hij kwam tegen 21 uur en hij ging om 1 uur weg. We hebben zo lekker zitten praten. Op slot zeg ik:’ Wat kwam je hier doen?’ Nou hij zegt: ‘Je ben aangenomen. Kom morgenochtend, met je vrouw maar effe kijken hoe alles in mekaar zit.’

Je had de plantsoenendienst en de agrarische dienst. Alles hebben we met hem bekeken. Het was heel groot. Twee en een halve hectare boomgaard, 110 varkens, 1.700 kippen, het hertenkamp met alles erop en eraan. Toen zei hij: ‘Ik heb nog een vraag: Wil jij bij de plantsoenendienst of bij de agrarische dienst?’ Ik zeg: ‘Liever agrarisch, daar heb ik mijn hele leven in gezeten.’ ‘Nou dan kom je daarbij,’ zei hij ‘Dat betekent wel dat je zaterdags en zondags twee keer moet komen voor het voeren van de beesten en eieren rapen.’ Ik zeg: ‘Dat moest ik thuis ook, dat ben ik toch gewend.’

Niek bij de Willibrordusstichting.
Niek in de weer bij de Willibrordusstichting.

Ik heb er vijftien jaar gewerkt en toen werd ik 65. Ik vroeg aan broeder Amandus of ik nog vijf jaar mocht bijtekenen. Maar dat mocht niet. Ik zei: ‘Minister Luns die is vier of vijf jaar ouder dan ik en die is nog wel in functie.’ Toen zei hij: ‘Dat is een andere cao,’ waarop ik zei: ‘Ik wil ook wel in die cao.’ Maar die vlieger ging niet op.

Toen was het over en dan mag je niets meer dan op Magere Hein wachten. Dat is nu 25 of 26 jaar geleden en ik ben er nog. Ik zit op twee biljartclubs en vanmiddag moet ik nog weer te kaarten in Heiloo. Verder heb ik nog een grote tuin in de Oosterbuurt, waar ik allerlei groentes teel, waar ik mijn familie vaak een plezier mee kan doen.

Duinkant

Op de Zanderij heb ik nog wel zand geladen met (Grote) Bal Lute en Jan Twisk met paard en wagen voor de gemeente voor de aanleg van nieuwe wegen. Jan Twisk had ook Funadama en hij had een zoon, jonge Jan, die later bij de begrafenisvereniging was.

Niek vertelt over zijn herinneringen aan vroeger tijd.
Niek vertelt honderduit over zijn herinneringen aan vroeger tijd.

De Zanderij was vroeger allemaal duin. We haalden zand van het Prikkelvlak, waar later het huis van Van Elven stond. Daar moest wel voor betaald worden aan de familie Gevers en later aan de provincie.

Toen stonden er een dertig, veertig huizen in het buurtje dat de Duinkant werd genoemd. Er was ook een cafeetje van (Kleine) Bal Lute. Nelis Stolk en Piet van Duin van de Duinkant heb ik ook wel gekend. Piet was kreupel. Ze waren goed bij de tijd op radiogebied en hadden allebei een draadomroep. Er was wel concurrentie tussen die twee hoor. De een was katholiek en de ander niet. Dat had je vroeger erg hoor, die scheiding. Op bepaalde uren hadden ze uitzending. Er was geen gids of zo.

Zendamateur Piet van Duijn.
Zendamateur Piet van Duijn. Slingerpad 1 in Castricum (bestaat niet meer). Radiopionier Piet van Duijn draaide ‘katholieke’ plaatjes. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Grote Jan Brakenhoff heb ik ook heel best gekennen. Gemeentesecretaris Van Lunen woonde er ook en tuinder Manus Zomerdijk.

Manus Hogenstijn en zijn vrouw Tanne.
Manus Hogenstijn en zijn vrouw Tanne. Kramersweg 37 in Castricum, 1940. Afgebroken in 1943. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Manus Hogenstijn heb er ook gewoond. Die is later mijn buurman geworden. Hij had hier aan de overkant nog een stukkie land. Hij was vroeger melkventer. Later kwam hij hier wonen. Een enige man. Hij molk maar een paar koetjes en er stonden een paar schuurtjes op zijn land. Als er een koe moest kalven, dan kwam hij altijd bij mij en zei: ’Niek d’r moet een koe kalven.’ Dan ging ik er naar toe. Maar zelf bleef hij in huis zitten. Hij kon het niet zien. Als ik de deur open deed van het schuurtje, het kalf was er, stak ik mijn hand op en dan kwam ie. Hij wou er niet bij wezen.

Hogenstijn ging naar zijn land via het Molendijkje. Hij ging lopend langs de molenhuisjes naar het Molendijkje met zijn karretje op twee luchtbanden. Daar konden drie of vier melkbussen op. Hij moest de koeien kraanwater geven; het slootwater was niet zo goed.


Jaarboek 45, pagina 33

Albert’s hoeve

Albert Asjes was een herenboer, een statige man die daar met zijn huishoudster op de boerderij aan de Molendijk woonde. Als het erg warm was, ging ik bij hem drinken. Hij had zulk heerlijk koud water van de pomp.

Albert Asjes met paard en wagen.
Albert Asjes met paard en wagen. Molendijk in Castricum, 1925. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Asjes heeft in 1937 de eendenkooi aan laten leggen. Toen heeft hij volgens mij ook een jachtgeweer gekocht. In het begin was het een echte eendenkooi met gangen en netten. De eenden die hij ving, gingen naar de poelier. Hij schoot ook wel op eenden als ze aan kwamen vliegen. Het was om het schieten een beetje te onderhouden. Hij schoot niet zoveel hoor. Hij was ook een echte dierenliefhebber. Paarden waren zijn grootste hobby. Hij heeft ook een tijdje een auto gehad. Dan reed hij de garage in en riep: ‘Ho…’. Dat gaf niet en toen kwam hij er aan de andere kant weer uit.

Rooie buurt

Vroeger was Castricum een heel mooi dorp. Mijn vrouw durft nu niet meer over de Dorpsstraat te fietsen. Dat nieuwe stuk bij de Rooie buurt is nog het gevaarlijkste. Ik weet niet hoe de Rooie buurt aan zijn naam komt. Dat het ‘Rooien’ waren van Duin en Bosch geloof ik niet. Ik heb al die mensen die daar woonden best gekend, maar er werkte er geen een bij Duin en Bosch.

Links de zogenaamde Rooie Buurt en rechts tramrails. Dorpsstraat 130-138 in Castricum, 1907. Op de weg loopt de bakker met zijn handkar. De Rooie Buurt dankt zijn naam aan het feit dat de huizen werden gebouwd met afgekeurde rode stenen die voor het Provinciaal ziekenhuis Duin en Bosch bedoeld waren. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De eerste op het rijtje was het scheerwinkeltje van Kleine Bertus Stuifbergen. Die had daar bijna geen achtertuin, maar op het plaatsje had hij wel een paar konijnenhokken. Was ie de hokken aan het uitmesten en hoorde hij de bel, dan kwam ie an en ging zo weer je haar knippen.

Kapper kleine Bertus Stuifbergen voor zijn winkel.
Kapper kleine Bertus Stuifbergen met zijn nichtje voor zijn winkel. Dorpsstraat 114 in Castricum, 1910. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

De huizen in de Rooie Buurt zijn allemaal precies hetzelfde. Ze hebben een smal steegje, zo smal dat je er niet naast je fiets kan lopen. Dezelfde huisjes staan in de Schoolstraat.

Toen ik op de Avondschool was, hoorden we dat aan de overkant van de school een paar publieke vrouwen zaten. Er was een dikke en een dunne vrouw. We noemden hen ook de Dikke en de Dunne. Dan kwamen er wel eens klanten en dan gingen wij met onze fietslampen, draaiend aan de voorwielen, in de ramen schijnen. We wisten van toeten nog blazen. Veldwachter Couperus, zoon van de kastelein van De Landbouw, stuurde ons weg.

De jacht

Van vader op zoon werd er getuind in het duin. Bonen, erwten, aardappelen. Toen het water werd opgepompt, werd het veel te droog. Een slechte tijd voor veel mensen.

Half oktober begon het jachtseizoen. Dan kon je in het land niet veel meer doen. De koeien stonden op stal. Ze kwamen vragen of ik drijver wilde worden. Ik heb het er met mijn broer over gehad. Die zei: ‘Dat moet je waarmaken.’ Ik kreeg er 45 gulden per dag voor en daar kreeg mijn broer de helft van. Allemaal koek en ei. Als die wat anders deed, kreeg ik daar de helft van.

Jagers en drijvers rond 1955.
Jagers en drijvers rond 1955.

Dat drijven heb ik vijftien jaar gedaan. Ik had het dan druk, want ik moest evengoed melken. Van der Zee was het hoofd van de jachtopzieners en ook temet onze baas. We waren met tien drijvers. Er kwamen er heel wat uit Egmond-Binnen, uit Limmen en uit Castricum. In Castricum had je Jan van der Park. Op lest was ik de enige Castricummer. Jongeren hadden geen tijd meer en stopten ermee.

Prins Bernhard jaagde hier ook. Dat was wel een stijve hark. Niet leuk. Hij kon wel goed schieten. Dan vroegen we hoeveel hij er had geschoten en dan noemde hij een getal. Hij ging meteen weer in de auto zitten. Mijn vader is in oktober 1920 nog eens voorgesteld aan prins Hendrik, ook bij een jachtpartij. Het fanfarecorps van Egmond-Binnen bracht een aubade aan de prins en die schonk alle muzikanten een paar konijnen. Aan mijn vader beloofde hij een reebok, zodra hij die geschoten zou hebben … Voor de zekerheid nam mijn vader ook maar drie konijntjes mee.

Het overhandigen van de trofee van de jachtvereniging.
Jachtopziener de heer Benjamin overhandigt de snippentrofee van de jachtvereniging aan Prins Bernhard. Deze trofee krijg je uitgereikt bij een aantal geschoten snippen in een korte tijd. De Prins was een zeer goede schutter. Castricum, 1957. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Wij haalden met de hondjes het wild op. De honden volgden het spoor en dat duurde nog wel eens even. Het was een drukke maar wel een hele mooie tijd. Ik moest er ‘s morgens om 9 uur wezen. Soms was ik om vijf uur nog in Bergen aan Zee en ik moest ook melken. Ik ging met de brommer. Lange dagen. Erg gezellig.

Jagers en drijvers met geschoten konijnen.
Jagers en drijvers met geschoten konijnen. Duinen in Castricum, 1916. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Meestal waren er vier geweren bij een jachtpartij. De jagers moesten 300 gulden per geweer betalen. We begonnen in Wijk aan Zee op maandag, dinsdag in Heemskerk, woensdag Castricum, donderdag Bakkum, vrijdag Egmond-Binnen, maandag Bergen ten zuiden van de Zeeweg, dinsdag ten noorden van de Zeeweg en dan weer naar Wijk aan Zee. Dat ging zo het hele seizoen door. Er waren altijd twee jachtopzieners. Tussen twee driften kon wel twee kilometer liggen. De jagers stonden op zo’n twintig tot dertig meter van elkaar af, net hoe breed de drift was. Als ze net klaar stonden, hoorden ze ons al in de verte en vroegen ze zich af hoe we konden weten dat we konden beginnen. We kenden het duin precies. De driften hadden allemaal een naam.


Jaarboek 45, pagina 34

We karden zo met de brommer door het duin. Dat hebben we later met de auto ook nog gedaan. Ze mochten de helft van het wild houden, de rest ging naar de poelier. We liepen zo’n 25 meter bij elkaar vandaan en sloegen met stokken om het wild op te jagen. De kokken (mannetjes fazanten), de hennen en ook hazen en konijnen moest je proberen voor je te houden.

Opbrengst van de jacht bij de poelier.
Jachtopziener Pier Woudsma brengt de geschoten konijnen naar de poelier Henk Wentink (met hoed), Hij hielp Cor en Wiet van Duin met het villen van de konijnen, en komt alvast de buit bekijken. Zoon Dirk Woudsma kijkt toe. De ingang van poelier Bakkummerstraat was naast nummer 31. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

In Castricum aten de jagers altijd bij Johanna’s Hof; in Bergen gingen ze bij De Pilaren eten. De leukste mensen vond ik de gebroeders Boskalis. Die hadden een baggerbedrijf dat over de hele wereld werkte. Dat waren zulke leuke lui. We kregen altijd twee flessen drank en een pakje sigaretten. We rookten vroeger allemaal als schoorstenen.

Duin en Bosch

De patiënten van Duin en Bosch liepen vaak in grote groepen door het dorp, allemaal met een grijs pak aan. Wij kwamen nooit op het terrein hoor. Je mocht er niet zomaar in. Op Duin en Bosch mocht je ook niet drijven, maar wel er omheen. Je zag die mensen wel eens aan het werk daar. Bos uitdunnen, takken opruimen.

Werkploeg van patiënten samen met begeleiders.
Werkploeg van patiënten samen met begeleiders. Duin en Bosch in Bakkum. Gestichtskleding werd in 1940 afgeschaft. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Het werd eenvoudig het gekkenhuis genoemd en je had geen contact met de patiënten. In het begin was je er een beetje bang van. De mensen bleven er soms hun hele leven. Ik had wel medelijden met ze. Als ik nu nog wel eens op de Willibrordusstichting kom, dan zie ik nog mensen die er 25 jaar geleden, toen ik nog werkte, ook al waren.

Badgasten

We hebben ook badgasten gehad. Ik zette dan een advertentie. Op een keer kwamen er twee dames uit Amsterdam. Mijn broer Cor woonde hier aan het begin van ons rijtje huizen. Hij woonde eerst in de Nuhout van der Veenstraat. Later kwam hij hier en nam zijn huisnummer mee. Hoe dat precies is gegaan weet ik niet. Hij had nummer dertien. Er zaten twee huizen tussen zijn huis en mijn huis, maar ik heb nummer 65. Toen kwamen die badgasten, zagen nummer dertien en dachten dat ze nog een heel eind moesten lopen. Toen waren ze vlakbij de Molenhuisjes en toen vroegen ze het maar eens. Toen werden ze teruggestuurd. Slap van het lachen kwamen ze aan.

De Ciebeek met het waterhuis of pompgemaal.
De Ciebeek met het waterhuis of pompgemaal. Het stond ter hoogte van wat nu ’t Strengh is. Cieweg in Castricum, 1950. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Ik heb ze nog eens laten wandelen over de Molendijk, die je temet hier vandaan kon zien. Dan loop je naar de boerderij van Ab Asjes. Daar kan je doorlopen en dan kom je op de Uitgeesterweg uit. Dan ga je rechtsaf op de Uitgeesterweg en dan kom je zo op de Cieweg. Dat was ook nog een oud dijkje. Op dat dijkje stond nog een gemaaltje en dan kon je over het kerkenpadje terug. De dames vonden het een prachtige wandeling en voordat ze weggingen hebben ze het nog een keer gelopen.

Oorlog

Voor de oorlog, in de mobilisatietijd, zaten er Hollandse soldaten in de school. Die kwamen in de zomer nog wel eens bij ons helpen. Op een zondagochtend had een koe gekalfd, heel achter bij Ab Asjes. Ik haalde dat kalf bij huis en deed de koe bij de andere koeien die bij huis liepen. Ik ben me aan het verkleden om naar de kerk te gaan. Ik sta voor het raam en toen zag ik de koe die gekalfd had door de sloot lopen. Die wou terug naar de plaats waar ze gekalfd had. Ik gauw mijn overall aan en het land in. Ik loop halverwege op het land toen er geschoten werd uit de school vandaan bij de kerk en ook vanaf de boerderij van Cor Spaansen aan de Breedeweg. Ik liet me meteen in een greppel vallen en bleef daar liggen. Toen kwamen die jongens eraan met hun geweren. Ze zeiden: ’Hé Niek ben jij het?’ Ze dochten dat ik een parachutist was. Ze hadden me hard zien lopen en zeiden: ‘We schoten eerst over je heen, maar als je doorgelopen was, hadden we gericht geschoten.’

Hooitijd in 1939.
Hooitijd in 1939. Boven op de wagen zus Corrie en naast haar met hoed Cor. Voorop Eef en met de leidsels in zijn hand Niek. De overige personen, onder wie militairen die hier gemobiliseerd waren, zijn niet bekend.

De oorlogstijd was treurig. We moesten toen land scheuren voor de voedselproductie en we moesten zaad telen. We teelden wel aardappelen en groente maar geen zaad. We hebben toen drie hectare grasland gescheurd achter het huis en daar hebben we tarwe op gezaaid.

In de verschrikkelijke hongerwinter kwamen er veel trekkers uit Haarlem en Beverwijk langs onze boerderij. Die gingen naar de Noord om voedsel. Dan kwamen ze ‘s avonds laat terug en vroegen of ze bij ons mochten overnachten. Dat mocht natuurlijk. We hadden stro en hooi. De karretjes werden naar binnen gereden. Achter de koeien was het warm.

Om kwart voor vijf stond ik altijd op om te melken. Toen kwam ik de stal in en zag ik het al. Onder elke kar een grote plas water. De aardappelen waren bevroren en ontdooiden. De mensen huilen, huilen … verschrikkelijk.


Jaarboek 45, pagina 35

Voor het dorsen kwam er een dorskast van Jan Kooi. Eerst moesten er schelven gebouwd worden. We hadden platte wagens met melkbussen onderin en als we de tarwe gingen opladen, dan gaven we de bossen allemaal een tik, zodat de tarwe eruit viel.

Alles gaat nog met de hand en het vervoer met paard en wagen.
Alles gaat nog met de hand en het vervoer met paard en wagen. Castricum, 1957. Collectie Castricum. Toegevoegd.

Zo drukten we wel een mud of zes achterover, wat buiten de controle viel. Bij het dorsen kwam er een controleur bijstaan. Toen maakten we op een gegeven moment bekend dat iedereen een kilo tarwe kon komen halen. We zouden om 9 uur beginnen, maar om half acht stonden er al mensen op de dam hier. Weegschaal erbij en allemaal hadden ze een pannetje of potje mee. Ik denk dat we wel honderd mensen geholpen hebben hoor. Maar tenslotte raakt het op.

Later hoor je dan weer: ‘Die rotboeren’. Zoveel narigheid hebben we meegemaakt. Mijn moeder deed niets anders dan pap koken. De hele dag was ze aan het pap koken voor die mensen. Wat heb moeder toch aan de gang geweest. Verschrikkelijk, verschrikkelijk en gestolen werd er ook nog. Moeder gaf ze een bord met een lepel natuurlijk; waren die lepels weer weg.

We moesten voor de Wehrmacht ook palen wegbrengen die geplaatst werden om zweefvliegtuigen te weren. Cor Beentjes haalde vlak voor de capitulatie zulke palen uit een weiland en werd nog doodgeschoten.

Ik was in het duin met mijn vriend Lau Veldt, toen het paard, dat drie meter voor ons liep, op een landmijn stapte. Het hele paard was aan flarden. We kwamen er zelf best vanaf, maar dan gaat er wel wat door je heen.

Lau Veldt voor de boerderij.
Lau Veldt voor de boerderij. Hoogeweg 12 in Bakkum, 1960. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Er werd overal hout vandaan gehaald om te stoken. Kolen had je niet. Bomen werden omgezaagd en die lagen soms midden op de weg. We moesten voor de gemeente meel halen in Wormerveer voor de bakkers. We gingen met twee paard en wagens; een van Gerrit Veldt van de Kooiweg en een van ons. De politie zat naast je.

Vlees hadden we door clandestien te slachten. Kennissen hielpen ons daarbij. Op een keer hingen er twee halve varkens aan een ladder. De slager was net weg toen er controleurs kwamen, NSB-ers. Ze haalden het vlees weg en we kregen een bekeuring. Mijn vader huilde als een kind, man. De Duitsers hebben ook nog eens een koe bij ons uit het land gehaald. Het was een rottijd.

We hadden drie paarden en op een gegeven moment moesten we een paard inleveren. Ze konden niet met een dissel rijden; wel konden ze het met een lamoen (disselraam waarin een paard loopt om de kar te trekken). Die Duitsers waren hier allemaal met paard en wagen Castricum binnengekomen.

Toen we een paard moesten inleveren, brachten we er twee naar de eendenkooi van Ab Asjes. Een paard schraapte een beetje met zijn hoef over de stenen; hij had wat aan zijn achterbeen. Daar gingen we mee naar de keur en die werd dus afgekeurd. Piet de Wildt, een NSB-er, vroeg: ‘Waar benne die andere twee?’ Ik zeg: ‘Ja joh, ik haalde ze uit het land, ik maakte ze los en ze vlogen weg.’ Hij wist het misschien wel, maar hij maakte er geen werk van.

Roele, die op de boerderij zat van de in 1939 overleden Asjes, was ook een NSB-er en we brachten de paarden dus bij hem in de eendenkooi. We konden het best met hem hebben. We hielpen hem met hooien; het was allemaal koek en ei. Hij verraadde niks hoor. De Wildt was ook geen beroerde kerel, maar ze hadden nu eenmaal dat standpunt. De Wildt dacht dat hij misschien nog wel eens burgemeester kon worden.

Boerderij Kleibroek.
Boerderij Kleibroek. Prinses Beatrixstraat op ongeveer 100 meter vanaf de kruising met de Dorpsstraat in Castricum. Collectie Stuifbergen. Toegevoegd.

Tweehonderd meter bij ons vandaan had je de boerderij Kleibroek van Jan Dekker. De boerderij stond zo’n meter of zestig van de weg af. Die slachtte ook veel clandestien en hij maakt ook drank. Ik moest nog eens met de bakfiets een mud tarwe voor hem halen uit Oudorp om drank te stoken. Ik kreeg duizend gulden mee. Vrachtrijder Jan Lute bracht het vlees voor hem naar zijn klanten. Als je vroeger een vrachtrijder nodig had, dan zette je een kaartje voor je raam. Jan Lute werd aangehouden bij het Heilooër bos. Ze wisten uit hem te krijgen dat het vlees bij Jan Dekker vandaan kwam. Voordat de controleurs bij Dekker waren, had hij al bericht gehad. Ik zie Jan Dekker nog het huis uit rennen en die dook in de aardappels. Effe daarna kwam er een auto met een controleur het erf op. Het was verraden. Zijn schapen werden bij ons gebracht. Dan kreeg je zomaar twintig schapen in de schuur en die moesten we ‘s avonds over de straatweg weer naar de boerderij Kleibroek brengen. Dekker is later ondergedoken. Ik heb hem nog eens gezien in Amsterdam, waar we heen moesten voor een nieuw pak. Later is hij naar Frankrijk geëmigreerd.

Een man waar je mee praten kan

Ik heb zestig jaar gepandoerd met Lau Veldt, Cor Kuijs, Niek Brandjes en Niek Vergouw van de boerderij Spitsbergen die in de oorlog afgebroken is en later herbouwd. Later ging Vergouw naar Uitgeest en dan gingen we daar te kaarten. Alle vier zijn ze weg en ik heb alle vier naar het kerkhof gebracht. Ik was nog wel de oudste. Met Allerzielen kom ik op vijf kerkhoven: hier liggen er twee begraven en eentje in Uitgeest, Egmond-Binnen en Beverwijk.

Boerderij Spitsbergen.
Boerderij Spitsbergen. Alkmaarderstraatweg (niet meer bestaand deel) in Castricum, 1950. Gesloopt voor de bouw van Noordend. Collectie Oud-Castricum. Toegevoegd.

Dan staan ik gewoon te praten tegen een steen en zeg bijvoorbeeld: ’Man wat hebben we toch lekker gekaart.’ Bij mijn oude buurman Manus Hogenstijn ga ik ook altijd effe langs. Ik vind het wel mooi dat ik oud word, maar het is wel moeilijk dat er om je heen zoveel wegvallen. Bij een verjaardag zeg ik wel eens: ‘Wanneer komt er nou eens een man waar je mee praten kan? De jongeren, ik vind het prachtig hoor, die hebben het over golfen en over tennissen. Mijn soort is er niet meer.

In Zorgcentrum De Boogaert worden Niek en Ans verwend.

In Zorgcentrum De Boogaert worden Niek en Ans verwend.

Niek Kaan


Jaarboek 45, pagina 36

Met dank aan: Jan Kuijs (geboren in 1952, zoon van Niek Kuijs).

Niek is 100 jaar geworden.
Niek is 100 jaar geworden en burgemeester Mans feliciteert het echtpaar.

Zie voor meer informatie onder andere 13e Jaarboek: De jacht in het duingebied; 27e Jaarboek: De Castricumse fanfare; 43e Jaarboek: De restauratie van de boerderij Alkmaarderstraatweg 52 en het renteniershuisje; 30e Jaarboek: Castricum in opbouw.

Genealogie vanaf grootvader Jan Kuijs:

Jan Kuijs (1844-1932) is opgegroeid in Castricum, is broodbakker, landbouwer, woont in een boerderij aan de Dorpsstraat (afbeelding 34e jaarboek, bladzijde 77), trouwt in 1870 met Neeltje Kraakman, die is opgegroeid op een boerderij aan de Limmerweg op Noord-Bakkum. Zij krijgen tien kinderen, waaronder zoon Pieter Kuijs.

Pieter (Piet) Kuijs (1877-1966), geboren in Castricum, veehouder, organist, dirigent, trouwt in 1904 met Anna Maria Stuijt van Uitgeest (1881-1905) en als weduwnaar in 1914 met Catharina (Trijntje) Brandjes (1888-1968) uit de Oosterbuurt.

Piet Kuijs, krijgt alleen uit zijn tweede huwelijk kinderen:

  1. Jan Kuijs (1916-2004), veehouder, woont Alkmaarderstraatweg 52, trouwt in 1946 met Cornelia (Nel) Veldt (1920-2004); zij krijgen negen kinderen.
  1. Nicolaas (Niek) Kuijs (1917-2018) zie hierna.
  2. Cornelis (Cor) Kuijs (1918-2006), werkzaam op de linoleumfabriek, woont Alkmaarderstraatweg 13, trouwt in 1944 met Maria Brakenhoff (1921-2004); zij krijgen negen kinderen.
  1. Eva Cornelia (Eef) Kuijs (1922), trouwt in 1947 met Hendrik Antonius Duin (1920) van Beverwijk, bloembollenkweker; zij krijgen zes kinderen.
  2. Cornelia Maria (Corry) Kuijs (1924), hoofd huishouding in ‘de Santmark’, ongehuwd, woont Dorpsstraat 140.
  3. Petrus Theodorus Joseph (Piet) Kuijs (1928-2020), makelaar, Brink 25, trouwt in 1954 met Catharina Geertruida de Wit (1932) uit Heiloo.
  4. Dorothea Catharina (Doortje) Kuijs, geboren in september 1932, is een week later overleden.

Nicolaas (Niek) Kuijs (1917-2018), geboren in Castricum, veehouder, vanaf 1968 agrarisch medewerker bij de Willibrordusstichting te Heiloo, woont Alkmaarderstraatweg 65, trouwt in 1950 met Johanna Anna (Ans) Liefting (1922) van Egmond-Binnen.

Hun kinderen worden geboren in Castricum:

  1. Catharina Johanna Alida Maria (Ineke) Kuijs (1951), trouwt in 1971 met Engelbertus Franciscus (Bert) van der Eng (1949).
  2. Johannes Petrus Maria (Jan) Kuijs (1952) trouwt 1976 met Johanna Maria Anna Duijn (1953).
  3. Alida Cornelia Maria (Lida) Kuijs (1953), overleden in 1957 in Amsterdam.
  4. Eva Cornelia Maria (Eefke) Kuijs (1955), trouwt in 1984 met Hans van Wetering (1951).
  5. Petronella Maria (Petra) Kuijs (1956), ongehuwd.
  6. Alida Cornelia Maria (Lida) Kuijs (1957), trouwt in 1977 met Petrus Simon (Peter) Kok (1957).
  7. Petrus Nicolaas (Piet) Kuijs (1959), partner van Anita Schrey (1961).
  8. Nicolaas Johannes Gerardus (Nico) Kuijs (1961) trouwt 1989 met Karin Alexanderson (1964).
  9. Catharina Petronella Johanna (Carolien) Kuijs (1968) partner van Bob Bruinis (1966).
Niek Kuijs met oudste zoon Jan, kleinzoon Joost en achterkleinkind Huub.
Niek Kuijs met oudste zoon Jan, kleinzoon Joost en achterkleinkind Huub.
Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Jaarboeken