Lessen op school in Castricum: de huishoudschool

Door Maria Castelyn-Stuifbergen 1
Vervolg van mijn scholen. Ik neem je mee naar de huishoudschool die was gelegen in de Maria Gorettischool. Het was op de tweede verdieping en de lerares was juffrouw Bos. Best een aardig mens, maar een beetje streng. Op deze school leerde je huishouden, koken, wassen, strijken, Engels, naaien en borduren. Allemaal leuke onderwerpen, maar als kind had je eigenlijk een hekel om naar school te gaan, dus……ikke bennende zoals ik ben, zocht meer kattenkwaad dan concentreren op de lessen. Ik moest met een klasgenoot het trappenhuis naar en van de koffiekamer schoonboenen. Toen hadden we groene zeep met klopper, boender en dweilen. Was zo in die tijd. Met een andere klasgenoot die het ook niet zo leuk vond, schopten we de zinken emmer om boven aan de trap. Water met zeep gutste naar beneden in het koffiekamertje, alles zeiknat. Vlug de boender langs de treden en een dweil om het op te drogen. Zo gauw klaar. Hetzelfde voor de trap naar beneden.
Gymles werd gegeven door een man. Ook een hekel voor mij. Echt niet wetende wat ongesteldheid was en wetende dat je dan niet hoefde te gymmen was voor mij een excuus om vrij van de les te krijgen. Alleen wist ik niet, dat het maar een dag of drie vier was voor dit ongemak. En geen weken. Dus juffrouw dreigde met mijn ouders hierover een discussie te hebben. Nu je snapt wel dat mijn ongesteldheid gauw over was.
Naailes, we hadden een nonnetje en een speldendoos. De eerste de beste leerling die een speld in haar achterwerk kon prikken was een winnaar. De borduurjuf heette Mantje Meijne. Ze had wat wij noemden een stoepkont. Je had de neiging erop te springen. Ja, we waren geen lieverdjes. Toch het was een goede tijd.
Het brengt mij ook terug naar de tijd, dat een begrafenis nog met paard en koets ging bij Dhr. Twisk. Zwarte paarden, koets en kleding. Echt een heilige ceremonie. De kerkklokken werden hierbij geluid. Het deed je echt wat. Je ging weleens naar de begraafplaats en vond het maar een enge gedachte als je de kist zo in de diepte zag staan. Kan nog wel griezelen. Maar het was zo in de tijd. Het getrappel van de paarden klonk echt eerzaam. De kerk, heel wat zondagen maar ook doordeweeks zijn we daarbinnen geweest. Bidden, biechten, ook al wist je soms niet wat je moest opnoemen als een zonde. De communie, blaasjeszegen, askruisje en wat al niet meer. Nu bestaat dat bijna niet meer. De kerken sluiten.
De nonnentuin, heel wat afgelachen als we de handdoeken, dweiltjes en theedoeken daar ophingen als wasgoed van de huishoudschool. Vooral als er nonnenkostuums hingen. Ja, we hebben ons erin verkleed met gevolg dat je gestraft werd voor heiligschennis. Ja, in die tijd was alles heilig. Communie, je handen onder het witte laken bij de communiebank. De preekstoel, daar werd nogal wat afgeschreeuwd. Soms werd je er bang van. Het zingen van het koor en alles nog in het Latijn. En zo was het in mijn tijd!
Geïnteresseerd in de andere columns van Maria Castelyn-Stuifbergen?
Klik dan hier om deel 1, 2, 3 en 4 van deze serie te lezen.
[1] Over de schrijfster
Maria is geboren in Castricum en woont in Mattawa ten noorden van Toronto dicht bij Northbay in Canada. In haar verhalen heeft de webredactie haar ‘Engelse’ toon behouden. Maria is een zus van Jaap Stuifbergen, die vele jaren aan Oud-Castricum verbonden was.
