16 december 2020

Langzaamaan steeds bloter

Badmode vanaf de negentiende eeuw

Door: Eric Bor

Detail van een foto door Jacob Olie (1834-1905), Wijk aan Zee, 22 augustus 1894 (Stadsarchief Amsterdam)

Naar zee gaan betekende in de negentiende eeuw eigenlijk niet in zee gaan, maar flaneren over de boulevard of het strand: zien en gezien worden. Men kleedde zich er niet anders voor aan dan voor het flaneren in de stad. Dames die wel in zee gingen, droegen een enkellange badjurk met lange mouwen van perkal (fijn, dicht katoenweefsel), serge (weefsel van wol, zijde of katoen met keperbinding) of flanel. Zowel mannen als vrouwen gebruikten een strandkoets die in zee gerold werd, waarna men het trapje kon afdalen.

Men droeg steevast een muts: men zorgde er zorgvuldig voor, niet bruin te worden. Boeren en arbeiders die buiten werkten werden bruin, maar voor leden van de gegoede klasse was dat ongepast. Pas rond 1920 veranderde dat: toen werd een bruine huid gezien als gezond en modieus. Vanaf die tijd verschenen zowel mannen als vrouwen in gebreide badpakken, natuurlijk zelf gemaakt, want confectiekleding bestond al wel, maar was lang nog niet voor iedereen bereikbaar. Wol kriebelde, bleef lang nat en werd zwaar, waardoor het vaak uitzakte. Aan het eind van de jaren dertig verschenen er handiger materialen als lastex en lycra. In 1927 werd de rubberen badmuts geïntroduceerd.

Het werd langzaamaan steeds bloter. Amy Groskamp-ten Have schreef al in 1939 in haar etiquette-boek  “Hoe hoort het eigenlijk?”:

Het strijdt tegen alle etiquette om zich in badkledij met of zonder lange pantalon buiten het strand te begeven. Zij die aldus toegetakeld boodschappen doen in hun (bad)plaats, maken inbreuk op de goede vormen en geven aanstoot. Mannen [in zwembroek] die zich met vet hebben ingesmeerd en aldus anderen op een café-terras een weinig verkwikkelijke aanblik schenken, gedragen zich in hoge mate onbetamelijk en verdienen aller afkeuring.”

Al werd het badpak voor vrouwen en de zwembroek voor mannen langzaamaan normaal, in 1946 was er in Parijs geen model te vinden dat het nieuwe tweedelige badpak de bikini wilde showen. Uiteindelijk vond men een naaktdanseres uit het Casino de Paris, Micheline Bernardini, bereid in het badpak op de foto te gaan. De bikini werd pas populair in de jaren zestig, nadat Ursula Andress ermee uit zee kwam in de James Bondfilm Doctor No. In die jaren verscheen ook de monokini en in de jaren zeventig de microkini: kleine lapjes bij elkaar gehouden met koorden.

Bronnen

Tekst:
  • Oneindig Noord-Holland

  • Foto’s:
  • Stadsarchief Amsterdam
  • CNN
  • Beeldbank Oud-Castricum

  • N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
    U vindt al zijn columns hier.

    Deel dit bericht
    Print Friendly, PDF & Email
    0 Reacties
    Inline feedbacks
    Bekijk alle reacties