Door: Eric Bor

Het was destijds een geheimtip voor ons zestienjarige jongens: verscholen in Bakkum-Noord lag een jeugdherberg die twee keer in de week een dansavond organiseerde voor zijn gasten en dat waren doorgaans vooral meisjes. Jongens waren dus meer dan welkom! Bovendien was voor die avonden vaak een band nodig en tja, die had ik.

Jeugdherbergen waren na de oorlog een geliefde bestemming voor schoolreizen, maar in de vakanties ook voor jongeren die er graag zonder hun ouders op uit gingen. De melkveehouder Cornelis Twisk had al sinds 1948 een trekkersherberg in zijn boerderij aan de Heereweg 20. In 1951 nam hij de boerderij over van zijn broer Christiaan aan Heereweg 37 en in 1953 kocht hij een aantal barakken uit de Noordoostpolder, waarin aanvankelijk de polderpioniers hadden gewoond. De barakken werden neergezet op de tuin achter Heereweg 37, die aan de Bleumerweg grensde. Ze werden ingericht als jeugdherberg met honderdtwintig bedden en een beheerderswoning. Twisk sloot zich aan bij de katholieke jeugdherbergencentrale.

Burgemeester Smeets opende de jeugdherberg ‘De Mantelmeeuw’ op 3 mei 1956. Cor verkocht zijn melkkoeien en wijdde zich met zijn vrouw voluit aan de jeugdherberg. Over belangstelling had de jeugdherberg vanaf het begin niet te klagen. Van april tot en met oktober was hij goed bezet. In de zomermaanden organiseerde Twisk op woensdagavond bonte avonden met liedjes en sketches voor zijn gasten. Vaak trad daarbij ook de plaatselijke popgroep The Yellow Rockers op. Twisk propageerde zijn bedrijf in de wintermaanden als locatie voor conferenties, maar daar werd niet veel gebruik van gemaakt. In die stille maanden konden er onderhoudswerkzaamheden aan het gebouw worden verricht.

In 1965 namen de bewoners van Bleumerweg 4, het echtpaar Opdam, de jeugdherberg over van Twisk. Ze maakten hem los van de katholieke bond en wierven klandizie via advertenties in de Volkskrant. Ze organiseerden allerlei activiteiten voor hun gasten, waaronder de in de inleiding genoemde dansavonden, vaak met levende muziek. Daar kwamen (soms te) veel jongeren op af: zowel uit het nabijgelegen kampeerterrein als uit Castricum en Bakkum. Dat was logisch, omdat er voor hen door de week weinig te beleven was in het dorp. Daarom organiseerde Opdam voor de plaatselijke jeugd in de wintermaanden instuiven, die altijd goed bezocht werden.

In de jaren zeventig nam het aantal jeugdherberggasten zienderogen af: de jeugd ging liever naar Lloret del Mar of Chersonissos. In 1975 stopte het echtpaar Opdam ermee. De jeugdherberg werd al snel afgebroken en op het terrein ervan werden vijf woningen gebouwd.
BronnenTekst:
Foto’s:
N.B. Meer columns van Eric Bor lezen?
U vindt al zijn columns hier.
