Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Oud-Castricum.
Jaarboek 47, pagina 81
Tegels uit de schouw

Tijdens het digitaliseren en conserveren komen vrijwilligers van Oud-Castricum prachtige voorwerpen tegen. Op de zolder van De Duynkant staan een paar oude dozen met erop vermeld ‘Tegels Bakker’. Hoe bijzonder is het te ontdekken hoe oud de tegels zijn, dat hetzelfde type tegel in drie Castricumse boerderijen is gebruikt en hoe ze zijn hergebruikt.
Productie van tegels
De tegelmaker rolt een plak klei tot een dikte van 8 millimeter. Na een nachtje drogen snijdt hij de plak op maat. Dan volgt een verdere droogperiode. De tegels worden vervolgens gebakken bij een temperatuur van rond 900 graden Celsius. Dan ontstaat ‘aardewerk’. Om het aardewerk niet waterdoorlatend te maken bedekt de tegelaar of tichelaar het voorwerp met (tin)glazuur.
Ter versiering legt hij een mal met een afbeelding op het nog natte glazuur. De mal bevat fijne gaatjes en daarop wordt ‘gesponsd’ met houtskoolpoeder, waardoor contouren van de tekening op de tegel zichtbaar blijven. De schilder maakt gebruik van deze contouren en trekt met een in kleurglazuur gedoopte penseel de stippellijn aaneen. De blauwe of mangaankleurige glazuur versmelt tijdens het tweede bakproces met het tinglazuur. Het is handwerk en geen tegel is hetzelfde.
In de 16e eeuw kwam het tegelbakken overwaaien van het Nabije Oosten naar Antwerpen. Deze vroege tegels waren vaak zeer kleurrijk. De noordelijke Nederlanden hadden minder voorkeur voor de kleurrijke oudhollandse tegels en kozen voor de zogenaamde witjes, waarop een hoofdmotief werd geschilderd, soms binnen een cirkel of in een vierkant.
De vraag naar tegels nam toe en deze vorm van huisversiering paste men vooral toe in schouwen (open haarden), gangen, trapportalen, keukens of als plinten. De beschilderingen waren voorstellingen uit het dagelijks leven zoals ruiters, soldaten, schepen, spelende kinderen, dieren, bloemen, landschappen, mannen en vrouwen die een beroep uitoefenen. Ook gebeurtenissen uit de bijbel werden vaak op tegels afgebeeld.
Eind 17e eeuw kwam de blauwpaars beschilderde tegel in de mode.
Castricumse tegels
De tegels uit de doos van Bakker komen we in Castricum driemaal tegen in schouwen van bekende boerderijen. Ze zijn alle uit de categorie oudhollandse tegels met landschappelijke, arcadische voorstellingen, de zogenaamde ‘herderstegel’. De eerste locatie waar de tegel voorkomt is boerderij ‘De Plaats op het Noord End’ van Gerrit Veldt aan de Kooiweg 4. De tweede locatie met dit type tegel is de boerderij van Nico Kuijs aan de Breedeweg 80. De derde is de boerderij van Cor Poel aan de Breedeweg 40, later van schoonzoon Piet Bakker. Deze boerderij stond op de plek van zwembad De Witte Brug.
Boerderij Veldt
De tegels in boerderij ‘De Plaats op het Noord End’ zijn uitgehakt door Hein Zonneveld, een zwager van Gerrit Veldt (Gert Best).

Jaarboek 47, pagina 82
Hoe oud is de boerderij van Veldt? Jacob Veldt kocht de boerderij in 1879 van Jan Schotvanger. Jan had de boerderij gekocht in 1833. Verder is bekend dat voor 1833 Jacob Bakker en Trijntje Knaap hier woonden. De boerderij van voor 1833 is in 1966 gesloopt. Tegenwoordig zijn er enkele tegels uit deze schouw hergebruikt in de woning van Gerard Veldt aan de Hollaan.

Boerderij Kuijs
De huidige boerderij van Kuijs had in de stal een haard met herderstegels. Dezelfde soort die in boerderij Veldt is gebruikt. Deze boerderij stond er al vóór 1790, zo blijkt uit archieven.

Boerderij Poel/Bakker
Hoe oud is de boerderij van Bakker? In 1832 stond in sectie B nummer 419 al een huis met erf. Het is dan eigendom van Jacob Kuijs (1787-1848), veehouder, die het op 30 december 1817 kocht van Jan Kraakman, veehouder uit Egmond-Binnen. De boerderij is dus van voor 1817. De boerderij van Piet Bakker, de schoonzoon van Cor Poel, is gesloopt vanwege de bouw van het zwembad De Witte Brug.

De tegels van boerderij Poel/Bakker zijn aan Oud-Castricum geschonken. Hiervan zijn ongeveer 50 tegels door Meine Krist opgeknapt en in 2008 voor restauratie gebruikt in de schouw van de boerderij van Nico Kuijs aan de Breedeweg 80.

Jaarboek 47, pagina 83

Opmerkelijk is dat overal hetzelfde type tegel is gebruikt. Kwam er een marskramer langs met tegels? Is er gezamenlijk in gekocht en zo ja wanneer?
De genoemde drie boerderijen staan al op de kaart van Rollerus uit 1737 ingetekend. De boerderijen zijn nadien vaak her- en verbouwd. Men mag aannemen dat de betegelde schouw met daarboven de schoorsteen, als centraal punt in een boerderij, altijd intact is gebleven.
Wat zijn het voor tegels?
De drie boerderijen zijn in ieder geval vóór 1830 gebouwd. De tegel is mogelijk van voor 1800. Dit soort tegels werd gebakken van midden 17e eeuw tot circa 1900. Het zijn in alle gevallen wit geglazuurde aardewerk tegels van 130 bij 130 millimeter.
In de hoeken staat een zogenaamd spinnetje of bijtje. Het spinnetje is een versiering gemaakt op een kuiltje in het aardewerk dat ontstaan is bij het snijden van de klei. Het aardewerk is behandeld met tinglazuur. De tegel levert geen aanknopingspunten om de vervaardiger te achterhalen. Er waren in de 18e eeuw meer tegelbakkerijen.
De afbeeldingen staan alle binnen een dubbele cirkel en de taferelen lopen uiteen van een herder of herderin met of zonder hoed en met herdersstok of schalmei (fluit). De achtergrond van de voorstelling is gevuld met schapen, dieren, huisje, kerkje of boom.

Het was een wat duurdere tegel vanwege het ingewikkelde schilder proces. Ze sierden vaak de schouwen, hallen en keukens van de rijkere boerderijen en woonhuizen.
Zijn ze veel waard? De tegels worden duurder naarmate ze zeldzaam en gaaf zijn. Een antiquair vraagt al meer dan 15 euro voor een tegel met een breuk.
Rino Zonneveld
bronnen:
- www.nederlandstegelmuseum.nl
- www.collectiegelderland.nl
- antieketegelsdeduif.net
- S. Zuurbier, Informatie over Breedeweg 40
- J. Veldt, Kroniek van Veldt Verhalen
