17 maart 2021

Posterijen in Castricum en Bakkum (Jaarboek 41 2018 pg 4-13)

Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Werkgroep Oud-Castricum.


Jaarboek 41, pagina 4

De posterijen in Castricum en Bakkum

Personeel postkantoor op de dag van de sluiting.
Personeel postkantoor op de dag van de sluiting. Van links naar rechts Peter Broers, Wim Riepma, Linda van Straaten, Anneke Bruin en Tine Tijssens.

Ze woonde dicht bij haar werk in het postkantoor aan de C.F. Smeetslaan, dus voor het opstaan luisterde Anneke Bruin eerst nog even naar het nieuws. Ze kon niet geloven wat ze die vroege ochtend van de vijfde maart van het jaar 2008 hoorde: sluiting van alle postkantoren! Even dacht ze eraan om de hele dag in bed te blijven, maar dat ging natuurlijk niet.

Dat er wat ging gebeuren, tekende zich de laatste jaren steeds duidelijker af. Het werd stiller in de postkantoren ondanks nieuwe producten als cadeaubonnen, staatsloten, buitenlands geld en reisverzekeringen, maar de aangekondigde algehele sluiting kwam toch keihard aan.

De 28e mei 2009 rond de klok van 16.00 uur ging het postkantoor aan de C.F. Smeetslaan definitief dicht. Voor de laatste klant was er een bloemetje van baliemanager Peter Broers. In de voorafgaande weken konden bezoekers hun gevoelens kwijt in een soort condoleanceboek. In alle toonaarden werd treurnis uitgesproken over de sluiting en medeleven geuit met het personeel. De mensen roemden de service en de prettige omgang met de klanten. Iemand herinnerde aan de (negentien)vijftiger jaren toen het postkantoor nog op de hoek Burgemeester Mooijstraat-Geelvinckstraat was en Gerard Klaasse een begrip was in het hele dorp. Het is lang geleden allemaal, maar de historie van de posterijen gaat nog honderden jaren verder terug.

Brievengaarder Johannes Rommel

Eén van de oudste brieven in het Castricumse deel van het Regionaal Archief is een handgeschreven brief van de heer Van Assendelft, bewoner van kasteel Assumburg, uit 1607. Het postverkeer werd in die tijd nog uitgevoerd door particuliere bodes, dus ook deze brief zal hier wel op die manier zijn aangekomen. Later namen de steden de postbezorging over. In 1678 beschikte de stad Alkmaar over een eigen postdienst, uitgevoerd door Lambert en Hillebrand Schagen. Tussen Alkmaar en Haarlem reed dagelijks via Castricum een postiljon. Het goed begaanbaar houden van de hoofdweg, toen nog onverhard, leverde veel problemen op. Door zandverstuiving kwam rijtuigen regelmatig vast te zitten. Onder druk van het Alkmaarse bestuur kwam het in 1785 zelfs tot een omleiding via de Malleweg bij het Krengenbos, zoals beschreven in het 28e Jaarboek (2005).

De logementhouder van De Rustende Jager, Johannes Rommel, was vanaf 1843 de plaatselijke distributeur van brieven en werd ‘brievengaarder’ genoemd. In de doorrijstal naast de herberg werden de paarden verzorgd. Hij ontving een distributieloon en daarnaast een paar centen per bestelling. Naar aanleiding van klachten over een ‘buitensporig hoog bestelloon’ schreef de inspectie van de posterijen in 1849 aan de burgemeester dat de aangestelde brievengaarder voortaan geen geld meer mocht vragen aan ingezetenen die op een afstand van niet meer dan een kwartier van zijn pand woonden. Vijf cent per brief was het tarief voor mensen die op grotere afstand woonden, maar die mochten desgewenst de brieven ook gratis afhalen.

Dorpsgezicht omstreeks 1730 van A. Zeeman. Links Herberg De Rustende Jager waar de distributie van de post plaats vond. In de doorrijstal werden de paarden van de postkoets verzorgd.
Dorpsgezicht omstreeks 1730 van A. Zeeman. Links Herberg De Rustende Jager waar de distributie van de post plaats vond. In de doorrijstal werden de paarden van de postkoets verzorgd.

Volgens de Postwet van 1850 moest elke gemeente een postkantoor hebben. Op 1 september 1850 werd het distributiekantoor Castricum bevorderd tot hulppostkan-


Jaarboek 41, pagina 5

toor. Eerst viel het onder Uitgeest, later onder Alkmaar en vervolgens onder Beverwijk. De eerste brievengaarder, Johannes Franciscus Beudeker, werd al in oktober 1851 opgevolgd door Jan Adam van Soll, die dat volhield tot 1 januari 1890.

Brievenbus in Bakkum

Een nieuw hoofdstuk in de postgeschiedenis brak aan toen de directeur van het postkantoor in Alkmaar de burgemeester in juni 1853 meedeelde dat de minister van Financiën had bepaald dat er ook in het gehucht Bakkum een brievenbus geplaatst zou worden. De brievengaarder van Castricum werd belast met de bezorging van brieven. Hier was de voorwaarde aan verbonden dat de brievengaarder in geen geval meer dan 2,5 cent bestelloon mocht vragen voor elke aangekomen brief en voor drukwerk één cent. Rond die tijd werd de postzegel ingevoerd. Voortaan betaalde de verzender een vast bedrag, terwijl voor die tijd de ontvanger betaalde. Iedereen moest erg wennen aan de nieuwe regels.

Klaas Peijs was de laatste postkantoorhouder in Bakkum.
Klaas Peijs was de laatste postkantoorhouder in Bakkum.

Het café van brievengaarder Nicolaas (Klaas) Peijs (1876-1939) op de hoek van de Bakkummerstraat en de Van Oldenbarneveldweg brandde in 1911 af. Op dezelfde plaats bouwde hij in 1913 een nieuw pand met daarin een textielwinkeltje annex drogisterij plus het hulppostkantoor. Freek, de zoon van Klaas, liet in 1935 aan de overkant van de weg een nieuwe drogisterij bouwen en ook daarin kreeg het postkantoor een belangrijke plaats. De naam stond er met grote letters op: ‘De Posthoorn’. Tussen 15 januari 1915 en 27 oktober 1968 had Bakkum een eigen poststempel. Het stempel verviel toen de status van hulppostkantoor in 1968 werd omgezet in een agentschap. Klaas Peijs (1933-2014) nam in dat jaar de zaak van vader Freek over. Klaas en zijn Posthoorn werden een begrip in het hele dorp. Per 1 januari 1983 heeft hij zijn winkel met pijn in het hart gesloten. Het postagentschap ging nog een paar keer in andere handen over, totdat met de sluiting van de supermarkt van Stolk in 1991 ook dit stukje dienstverlening uit Bakkum verdween.

Postbode Arie van Wonderen vertelt in 1989 zijn postgeschiedenis.
Postbode Arie van Wonderen vertelt in 1989 zijn postgeschiedenis.

De in zijn tijd zeer bekende Bakkumse postbode Arie van Wonderen (1911-1997) keek in 1989 terug op zijn leven bij de posterijen:
“Ik ben in Amsterdam aan de Mauritskade geboren. Mijn moeder overleed op haar 40e. Ik was 14 maanden toen ik in huis kwam bij een nicht van mijn moeder in Bakkum. Ze hadden dezelfde naam: Maria Wokke. Mijn pleegvader was Piet Admiraal. Die mensen hebben nooit kinderen gekregen en die hebben mij toen thuisgehaald.
Ik zat op de openbare school hier in Bakkum van meester Nijsen. Ik meen dat in 1920 de katholieke jongensschool in Castricum geopend is en toen ben ik bij meester Van Westen in de klas gekomen.
Toen ik van school afkwam, moest ik met vader Piet mee de tuinderij in. Ik had wel zin gehad om een vak te leren, maar er moest gespit worden. Ik vond het best wel aardig werk in de tuinderij. Het bracht niet veel op. Ik heb karren met aardbeien weggebracht voor 45 centen de slof.


Jaarboek 41, pagina 6

Op 18 januari 1929 solliciteerde ik bij de directeur van het postkantoor in Alkmaar. Ik was nog net 17 jaar. De man heette Bouwmeester maar hij had de bijnaam ‘Nero’. Ik had een paar avonden bestellingen in Bakkum weggebracht en Klaas Peijs zei tegen me, als jij bij de post wil komen, moet je wel beëdigd worden. Dan kom je bij Nero terecht. Dan zal je wat beleven! Ik dacht … Nero, dat zal toch wel meevallen. Ik had tenslotte al verschillende bazen meegemaakt. Op mijn oude roestige fiets vertrok ik naar Alkmaar. Het kantoor was aan de Koorstraat. Ik klopte aan bij een loket en zei: ‘Ik kom van Bakkum en moet beëdigd worden.’ Dan moet je dat gangetje in, de hoek om linksaf en bij de eerste deur links kloppen. Een kantoorbediende opende de deur en die verwees me door naar de directeur die aan een groot bureau zat. Het was een klein mannetje met een lorgnet met een kettinkje eraan. Ik stak mijn hand uit en wilde me voorstellen. Hij zei: ‘Neemt u plaats. Ik ben van uw komst verwittigd.’ Hij wou geeneens een hand van me. Daar begon het al mee. Ik zat tegenover hem aan dat bureau. Echt een heel intimiderende houding. Het duurde nog even voor de papieren er waren. Hij verzocht me om op te staan en twee vingers op te steken en hem woordelijk na te zeggen ‘Zo waarlijk helpe mij God almachtig’. Hij vroeg: ‘Weet u al wat u verdienen kan?’ Ik antwoordde dat ik gehoord had 56 cent per uur. ‘Hoe oud is u?’ Ik antwoordde: ‘Bijna 18 jaar meneer.’ Je voelde je zo klein. Toen zei hij op geaffecteerde toon: ‘Het loon is voor u 54 cent per uur, gaet u daarmee akkeurd? Jawel meneer dat is wel goed. Wat moet je anders. Hij ging schrijven en zei daarna: ‘Ik verzoek u dit in tweevoud te tekenen. Een exemplaar is voor u.’ Ik probeerde het nog eens en stak weer mijn hand uit. Die negeerde hij opnieuw en zei: ‘De zaken zijn hier afgedaan, u kunt vertrekken.’ Ik heb er nog steeds een rot gevoel over zoals dat toen ging. Dat was mijn entree bij de PTT.

Bakkum en Castricum waren vroeger allebei hulppostkantoren (onder hoofdkantoor Alkmaar en later Beverwijk). Als je in het adres geen Bakkum schreef maar Castricum, dan kreeg je de post een dag later. Toen het hulppostkantoor Bakkum in 1968 werd opgeheven, zijn wij met z’n drieën, Jan Kabel, Henk Mandjes en ik, bij Castricum gekomen en moest ik acht nieuwe wijken leren.

Post halen door Arie van Wonderen op het station Castricum.
Post halen door Arie van Wonderen op het station Castricum.

Toen ik begon, was de postbode nog een soort wandelend kantoor. Kwitanties en belastingen innen en melkgeld uitbetalen aan de veehouders, het kon allemaal. We hadden een grote wijk met veel afgelegen boerderijen. Belastingen innen was een service voor de buitenwijken, meest allemaal tuinders en boeren. Arie, ik moet nog effe belasting betalen. Kom er effe in. Koppie koffie en een sigaartje. De postbode was een onmisbaar figuur met een duidelijk sociale functie. In l929 begon ik dus als postbode. Je haalde de post op van het station. Na het sorteren op een tafeltje in het kleine kantoortje ging je op pad. Toen was er ook al reclame. Iedere week wel van V&D (red: voormalig warenhuis), maar ook van andere bedrijven. Kranten zoals de Schager- en de Leeuwarder Courant kwamen via de post. Je deed met een collega twee bestellingen per dag. De tweede bestelling verviel pas in


Jaarboek 41, pagina 7

1969. In de (negentien)dertiger jaren is de nachtposttrein erbij gekomen. Om een uur of half acht ’s avonds werd de bus gelicht en de post ingepakt. Om een paar minuten voor negen uur kwam de nachtposttrein en daar gaf je de post dan aan af. Je kreeg ook weer post mee en als daar een expresbrief in zat, moest je het dorp weer in.

In de oorlog heb ik ontslag genomen. Er kwam bericht uit Beverwijk, dat ik gekeurd moest worden voor de arbeidsdienst. Ik moest naar dezelfde dokter die me ook voor mijn benoeming gekeurd had. Ik ging naar dokter Leenaers en vertelde dat ik gekeurd moest worden voor Duitsland. Leenaers zei: ’Geen enkele fatsoenlijke arts keurt voor Duitsland.’

Een dokter van het Gewestelijk Arbeidsbureau in Beverwijk heeft me wel gekeurd, maar ik was helemaal niet van plan om bij de arbeidsdienst te gaan werken. Ik stelde vader Piet voor de teeltvergunning van hem over te nemen en toen heb ik ontslag gevraagd bij de Directeur Generaal in Den Haag met de toelichting dat ik agrariër wilde worden. Na drie maanden kreeg ik mijn ontslag en twee en een half jaar ben ik bij de PTT weg geweest. Toen de oorlog voorbij was kreeg ik een briefje van de directeur uit Beverwijk of ik een keer kwam praten. Hij zei: ‘U hoeft niet terug te komen, maar het mag wel.’ Ik wilde mijn oude werk wel weer oppakken. Toen kwam ik in vaste dienst en werd mijn ontslag teruggedraaid.
Door het innen van belastingen, girostortingen, postzegelverkoop, enzovoort ging er aardig wat geld om. Ik heb het een keer gehad, toen rekende ik dik 5.000 gulden af. Dat was een kapitaal in de (negentien)dertiger jaren.

Arie van Wonderen deelt in de (negentien)dertiger jaren op het kampeerterrein de post uit.
Arie van Wonderen deelt in de (negentien)dertiger jaren op het kampeerterrein de post uit.

Op het kampeerterrein deelde ik de post uit. Ik heb de opkomst van het kampeerterrein vanaf het begin meegemaakt. Er stonden misschien een stuk of 12 tenten en dan pakte je het terrein effies mee bij de bezorging, maar op het laatst werd het zo druk. De mensen kwamen gewoon om je heen staan bij het uitdelen van de post. Ik had eerst alles in alfabetische volgorde gezet. Dan wisten ze ongeveer wanneer ze aan de beurt waren. Na de oorlog hadden we in een bunker een soort kantoortje met twee loketten. De een had de tentnummers van 1 tot 500 en de ander vanaf 500. Tijdens een onweersbui is de bunker nog eens vol water gelopen en moesten we die met een emmertje leeg hozen.
Ik zei altijd tegen jonge collega’s: ‘Je moet zoveel mogelijk lezen.’ In zakboekjes stond precies omschreven wat er gebeuren moest. Bijvoorbeeld hoe je met aangetekende stukken moest omgaan.
Ik heb altijd met plezier gewerkt.”

Het gezin van brievengaarder en postkantoorhouder Jaap Res en zijn echtgenote Gisebertha Maria Zonjee.
Het gezin van brievengaarder en postkantoorhouder Jaap Res en zijn echtgenote Gisebertha Maria Zonjee.

Postkantoor aan de Dorpsstraat

Jacob (Jaap) Res (1862-1930) volgde Jan Adam van Soll in 1890 op als kantoorhouder in Castricum. Burgemeester Mooij sprak zijn volle vertrouwen in hem uit. Er waren wel wat bedenkingen geuit, omdat Jaap ook administrateur was van de nieuwe kaasfabriek, achter zijn woning op de hoek van de Dorpsstraat en de Cieweg. Er is kennelijk overheen gestapt dankzij het vertrouwen van de burgervader. De nieuwe brievengaarder deed een deel van de bestellingen; de overige werden uitgevoerd door de van rijkswege aangestelde postbode Johannes Bernardus van Benthem (1872-1948).

Het eerste postkantoor aan de Dorpsstraat geplaatst in de huidige situatie vanuit de Korte Cieweg. Nu is daar café My Way gevestigd.
Het eerste postkantoor aan de Dorpsstraat geplaatst in de huidige situatie vanuit de Korte Cieweg. Nu is daar café My Way gevestigd.

Res ontving een vergoeding voor het medegebruik van zijn pand als hulppostkantoor. Het was geopend van 8.00 tot 20.00 uur. In 1896 trouwde Res met Gisebertha Maria Zonjee uit Uitgeest, met wie hij zes kinderen kreeg. Misschien was zijn grote gezin de aanleiding of het waren de eisen van de Posterijen, in ieder geval kwamen er in 1906 twee nieuwe panden in de plaats van het oude pand. Op de plaats van het vroegere woongedeelte werd een smal winkelpand gebouwd, waarin nu café My Way gevestigd is. Het oude postkantoor ernaast werd vervangen door een nieuw kantoor met een ruime bovenwoning. Het ging Jaap Res goed, totdat hij in 1913 beschuldigd werd van diefstal.

Brievengaarder gearresteerd

Als een lopend vuurtje ging het in 1913 door het dorp: Jaap Res, van het postkantoor, gearresteerd. Hij had ‘s avonds een postzak voor verzending per trein naar het hoofdpostkantoor in Uitgeest gereed gemaakt en uit die zak was een geldzending van duizend gulden verdwenen. Jaap zat 48 dagen in voorarrest en werd toen wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten. In het boek ‘Schippers van het Stet’ (1974) beschreef Quirinus de Ruijter nauwgezet het verdere verloop. Zijn familie nam er geen genoegen mee dat er na zijn vrijlating nog geen sprake was van volledig eerherstel en schakelde een particuliere detective in. Er werd een spoor gevonden naar een jongeman die op het postkantoor in Uitgeest werkzaam was geweest, maar tijdelijk in militaire dienst verbleef. Eén van de detectives werd bij de vermeende dader op de kamer


Jaarboek 41, pagina 8

ingedeeld en wist goede maatjes met hem te worden. Toen die op een avond een vertering betaalde met een briefje van honderd viel hij snel door de mand. Ondanks zijn volledige rehabilitatie was kantoorhouder Res een gebroken man. Een jaar extra verlof had hij hard nodig om te herstellen. Het bedrag van duizend gulden, dat hem als smartengeld werd aangeboden, weigerde hij in ontvangst te nemen.

Telefoon- en telegraafkantoor

Toen Castricum op 1 mei 1867 werd aangesloten op het spoorwegnet, ontstonden er ook nieuwe mogelijkheden voor het vervoer van de post. Het tijdperk van de postkoets was voorbij en de trein werd een belangrijke schakel in het postverkeer. Bij het station werd de post opgehaald en er kwam een vestiging van een telegraaf- en een telefoonkantoor van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij. Naast een spoorwegverbinding had Castricum nu ook moderne communicatiemiddelen. Met de seinsleutel werden telegrammen overgebracht en kon er op het station getelefoneerd worden.

Op 22 januari 1908 verzochten 33 personen en bedrijven de gemeenteraad dringend om een eigen kantoor op te richten:
Dat vooral voor den handel het spreekwoord waar is: ‘tijd is geld’ en het daarom met den dag schadelijker en hinderlijker wordt in deze gemeente draadberichten slechts te kunnen ontvangen door tussenkomst van het telefoonkantoor te Limmen of ‘station-restant’.”

Hotel, pension en restaurant De Rustende Jager.
Hotel, pension en restaurant De Rustende Jager.

De gemeenteraad wilde ingaan op het aanbod van logementhouder Koopman om een telefoonkantoor te vestigen in De Rustende Jager, geheel afgescheiden van het café. De Directeur-Generaal der Posterijen en Telegrafie stelde allereerst de vraag hoeveel personen een rechtstreekse aansluiting wensten en ‘met welke plaatsen in binnen- en buitenland voor ingezetenen van Castricum behoefte bestaat aan telefoongemeenschap’. Het was nog niet zo eenvoudig om het voor elkaar te krijgen en toen ook nog bleek dat de voorschriften het niet toelieten dat het kantoor in een horecabedrijf gevestigd werd, kon de wens van de gemeenteraad definitief niet worden uitgevoerd. Uiteindelijk kwam het toch terecht in het hulppostkantoor van Jaap Res in de Dorpsstraat. Hij ontving daarvoor een jaarvergoeding van 125 gulden. Tegelijk stemde de gemeente in met de benoeming van zijn zuster Johanna Maria Res als plaatsvervangster voor de telefoondienst, omdat het kantoor altijd bezet moest zijn tijdens de openingsuren. Zij ontving 25 gulden per jaar. De bouw van een spreekcel, die ‘gehoorvrij’ moest zijn, had nog de nodige voeten in de aarde, maar in 1909 was het zover. Er waren in het hele dorp toen nog maar vijf adressen met een eigen aansluiting, dus het kantoor had voldoende klandizie.

De familie Greuter voor huize Toba aan de Stationsweg.
De familie Greuter voor huize Toba aan de Stationsweg.

Jan Greuter bouwt een nieuw postkantoor

Aan het tijdperk Res kwam in 1924 een einde. Johannes (Jan) Greuter uit Monnickendam nam het postbedrijf over. Uit een bericht in het blad ‘de Waterlander’ blijkt dat Greuter op 1 december 1924 al 25 jaar brievenbesteller was, voordat hij kantoorhouder in Castricum werd.

Begin 1924 liet hij een woonhuis met hulppostkantoor bouwen aan de Burgemeester Mooijstraat op de hoek met de Geelvinckstraat. Volgens de vergunning moest als rooilijn de voorgevel van het uit 1909 daterende café De Harmonie worden aangehouden. Andere bebouwing was er nog niet. Moderne systemen bij het postbedrijf waren toen nog ver weg. De post werd gewoon op de grond gesorteerd. Er was een zesdaagse werkweek en er werd zelfs op zondagochtend van 8 tot 9 uur gewerkt.


Jaarboek 41, pagina 9

Net als in het oude kantoor aan de Dorpsstraat kon hier ook getelefoneerd worden. Op de telefoonpost waren aparte krachten van ‘s morgens 5 tot ‘s avonds 9 uur paraat om verbindingen te verzorgen.

Café Sportrust op de hoek van de Dorpsstraat en Burgemeester Mooijstraat.
Café Sportrust op de hoek van de Dorpsstraat en Burgemeester Mooijstraat.

‘s Nachts en op zondag kon je bellen in café Sportrust op de hoek van de Burgemeester Mooijstraat en de Dorpsstraat. Het café was dan aangesloten op het dag en nacht geopende telefoonkantoor in Alkmaar. Op 28 september 1937 werd de automatische telefooncentrale in het tegenwoordige gebouw van Werkgroep Oud-Castricum in gebruik genomen. In de provincie waren toen nog lang niet alle plaatsen automatisch bereikbaar. Het tarief voor interlokaal bellen uit de ‘openbare spreekcel’ liep in 1938 afhankelijk van de afstand op van 4 cent tot 40 cent per drie minuten. Voor dringende gesprekken werd het dubbele tarief en voor ‘ijlgespreken’ het tienvoudige gerekend. Er waren 175 aansluitingen in de gemeente. In 1969, toen het aantal aansluitingen opgelopen was tot 2533, is de nieuwe centrale aan de Ruiterweg geopend. Er was toen een lange wachtlijst met 670 gegadigden.

Uit de persberichten over het afscheid van Greuter in oktober 1938 bleek grote waardering voor zijn persoon en werkwijze. De gepensioneerden boden hem een cilinderbureaukast aan en mevrouw Greuter kreeg een bloemenmand. Ook zijn 50-jarig huwelijk heeft hij in 1952 nog uitgebreid gevierd. Castricums fanfare bracht het echtpaar een aubade. Het postbedrijf zat in het bloed van de familie Greuter. De vader van Jan had zijn hele leven bij de post gewerkt en ook zijn dochter Maria Cornelia (1908-1980) was met het PTT-virus besmet en werkte in Uitgeest. Ze was befaamd om de snelle en accurate wijze waarop ze kon hoofdrekenen. Daar kon geen rekenmachine tegenop.

In 1933 trouwde ze met Gerard Klaasse, die toen nog werkzaam was in het bedrijf van zijn vader: een hoveniersbedrijf en een zaad- en kunstmesthandel in Heemskerk. Ze konden bij het postkantoor gaan wonen, want Jan Greuter verhuisde naar de villa Toba aan de Stationsweg, die voorheen van kapitein Rommel was. Later zijn Jan en zijn vrouw Anna Palmboom in Diemen gaan wonen. Jan hielp regelmatig in de drogisterij van zoon Nico. Hij raakte ernstig verbrand toen er een fles wasbenzine in brand vloog. Hij droeg de brandende fles de zaak uit die daardoor werd gespaard. Zelf overleed hij op 14 augustus 1952 aan de brandwonden die hij had opgelopen.

Postkantoor met bovenwoning op de hoek Burgemeester Mooijstraat-Geelvinckstraat.
Postkantoor met bovenwoning op de hoek Burgemeester Mooijstraat-Geelvinckstraat.

Nieuwbouw in de Burgemeester Mooijstraat

Het zag er eerst niet naar uit dat Gerard Klaasse (1908- 1978) bij de PTT terecht zou komen. Gerard studeerde drie dagen per week voor het diploma M.O.-lichamelijke opvoeding en hij zag zijn toekomst niet bij het bedrijf van zijn vader, omdat er in de crisisjaren (red: 1930-1939) geen droog brood te verdienen was. Ongetwijfeld aangespoord door zijn vrouw besloot hij in 1937 de mogelijkheid aan te grijpen om ook op het postkantoor van zijn schoonvader te gaan werken. Een rijksbetrekking was in die jaren helemaal je-van-het en hij liet daarvoor zijn studie Lichamelijke Opvoeding schieten. Hij kreeg een aanstelling als ‘reserve lokale kracht’. Een kans om de baan van zijn schoonvader als kantoorhouder over te nemen pakte hij met beide handen aan en op 1 oktober 1938 was het zover.

Nog in hetzelfde jaar werd het hulppostkantoor met bovenwoning in de Burgemeester Mooijstraat vernieuwd en uitgebreid. Klaasse had Gerrit Louter, kruidenier en oud-wethouder, om hulp gevraagd voor de financiering. Louter hielp hem aan een hypotheek van 12.000 gulden, waarna aannemer Res aan de slag kon gaan. In de bouwperiode woonden Gerard met zijn vrouw en dochters in bij zijn schoonouders aan de Stationsweg. Zoon Gerard Klaasse herinnert zich dat zijn vader hem vertelde dat het nieuwe pand als het ware om het oude postkantoortje uit 1924 gebouwd is en dat er daardoor muren van 70 centimeter dik waren. Tijdens de mobilisatie, waarvoor Gerard werd opgeroepen, beheerde mevrouw Klaasse het kantoor. Zoals haar man vertelde:
“Dat postkantoor aan de Burgemeester Mooijstraat was net een familiebedrijf. Mijn vrouw en al mijn kinderen hielpen vaak mee.”

In de oorlog werd de hele buurt ontruimd en veel bewoners moesten evacueren. Alle woningen rondom het postkantoor stonden leeg. De woningen ten westen van de spoorlijn werden afgebroken en tenslotte waren er nog maar een paar duizend inwoners in Castricum en Bakkum. Gerard Klaasse sloot zich aan bij het plaatselijk verzet. Vorderingen van paarden en honden, wagens en fietsen kwamen regelmatig voor. In september 1944 werden naar de zin van de plaatselijke commandant te weinig fietsen ingeleverd. Er werd een lijst bekend gemaakt van tien bekende Castricummers die doodgeschoten zouden worden, als er niet meer fietsen werden gebracht. Behalve de pastoor, twee kapelaans en de notaris stond Gerard Klaasse ook op deze lijst. Vervolgens kwamen er niet minder dan 1.100 fietsen tevoorschijn.


Jaarboek 41, pagina 10

Na de oorlog werd Klaasse voorzitter van de woningbouwvereniging Sint Jozef en was betrokken bij de bouw van honderden woningen. Hij was enthousiast lid van verschillende verenigingen, waaronder de Vogelwerkgroep en de Hengelsportvereniging.

Postbodes voor het kantoor aan de zijde van de Geelvinckstraat (1948).
Postbodes voor het kantoor aan de zijde van de Geelvinckstraat (1948). Van links naar rechts Gerard Kabel, Freek Stuifbergen, Nic. Sijm, Doris Groentjes, Nic. de Graaf, Nic. Jongejans en Coos de Mooy.

De belangstelling voor de receptie bij Kornman, ter gelegenheid van zijn 25-jarig ambtsjubileum op 1 december 1962, was groot. Iedere Castricummer kende hem en zeker de AOW-ers. Het ouderdomspensioen kwam vanaf de jaren (negentien)vijftig via het postkantoor binnen.
Gerard Klaasse jr: ”De AOW-ers konden hun geld op het postkantoor ophalen. Mijn vader wist voor welke ouderen en gehandicapten dit een probleem was. Dan werden wij kinderen er op uitgestuurd om het geld bij de mensen thuis te brengen. Voor ons was dat ook leuk, want vaak kregen we een kwartje voor de moeite.
Vader en moeder werkten beiden op het postkantoor en dat hield ook in dat ze om toerbeurt de vroege dienst, die om 6.30 uur begon, moesten waarnemen. Mijn vader nam die dienst altijd waar, zodat mijn moeder de kinderen naar school kon helpen. Hij werkte dus elke dag van 6.30 uur tot 19.15 uur, behalve op zondag. Op zaterdagmorgen was het postkantoor gewoon open tot 12.30 uur. Na 16.00 uur konden buitenlandse post en kranten nog afgehaald worden. Vader kende alle zeelieden in het dorp en als er op zaterdag post van een zeeman binnenkwam, waarschuwde hij de familie.”

Interieur postkantoor in de jaren (negentien)vijftig.
Interieur postkantoor in de jaren (negentien)vijftig.

Afscheid familie Klaasse

In de jaren (negentien)zestig steeg het aantal inwoners tot meer dan 14.000. Het postkantoor aan de Burgemeester Mooijstraat werd veel te klein en ook de bereikbaarheid liet te wensen over. Vooruitlopende op nieuwbouw in de wijk Molendijk besloot de PTT in 1963 een noodgebouw aan de Ruiterweg te plaatsen, zodat in ieder geval voor een aantal jaren in de behoefte aan ruimte kon worden voorzien.

In de naoorlogse jaren overkwam de familie Klaasse tweemaal een afschuwelijk ongeluk. Op 21 juni 1946 viel hun eenjarige zoon Herman uit het raam van de bovenwoning toen mevrouw Klaasse een leverancier te woord stond. Op 22 april 1948 kwam hun eenjarige dochter Maria op soortgelijke wijze om het leven. De beide ongelukken kwamen hard aan in het gezin en het medeleven vanuit het dorp was groot.

Maria Klaasse – Greuter bleef 40 jaar werkzaam bij de PTT van 1925 tot 1965. Net als haar man maakte ze in 1963 de overstap mee van de Burgemeester Mooijstraat naar het tijdelijke gebouw aan de Ruiterweg.


Jaarboek 41, pagina 11

De legpenning die aan mevrouw Klaasse - Greuter werd uitgereikt.
De legpenning die aan mevrouw Klaasse – Greuter werd uitgereikt.

De directeur van de PTT uit Beverwijk reikte bij haar thuis, ter gelegenheid van haar afscheid, een bronzen legpenning en een draagspeld uit. Omdat toen al gesproken werd over de aanstaande reorganisatie, was het een gespannen gebeurtenis. Het kantoor in Castricum werd op 1 januari 1967 een hoofdpostkantoor, waarvan de leiding in handen kwam van een nieuwe directeur. De eerste die deze functie vervulde, was Pieter Kingma, afkomstig uit Friesland.

Gerard P. Klaaase, houder van het postkantoor in de Burgemeester Mooijstraat vanaf 1938.
Gerard P. Klaaase, houder van het postkantoor in de Burgemeester Mooijstraat vanaf 1938.

Het hulppostkantoor in Limmen en het postagentschap in Bakkum ressorteerden onder de nieuwe organisatie. De PTT vond, volgens eigen richtlijnen, aanstelling van een hoger opgeleide directeur nodig. Het was voor Klaasse een hard gelag dat hij na 30 jaar trouwe dienst zijn leidinggevende functie verloor. Het werd en wordt door zijn nabestaanden nog steeds erg onrechtvaardig gevonden. Hij stond voor de moeilijke beslissing om als kantoorhouder elders te gaan werken of in Castricum te blijven. Zijn verbondenheid met Castricum gaf de doorslag en hij bleef hier tot zijn pensionering op 1 oktober 1973. Postman Klaasse werd tijdens een druk bezochte afscheidsreceptie op 29 september 1973 in Funadama uitgebreid gehuldigd voor zijn vele aan de Castricumse samenleving bewezen diensten. In april 1974 reikte de burgemeester hem een koninklijke onderscheiding uit.

De hond van Berwout

Met de uitbreiding van het dorp na de oorlog groeide de PTT mee. Het aantal bestellers steeg in 1973 tot circa twintig man. Nico de Graaf was in 1957 als reserve hulpbesteller bij het korps gekomen. Jan Doekes en Breunis de Witte begonnen beiden in 1964. Een vaste baan, wat vrijheid en het buiten zijn waren belangrijke beweegredenen om voor het beroep van postbode te kiezen.

Nico de Graaf kreeg zijn eerste opleiding van Arie van Wonderen, een van de drie Bakkumse bestellers. Bij zijn afscheid haalde Nico nog even een Bakkums avontuur aan:
 Huize Vogelwater en de boerderij Berwout, net over de gemeentegrens in Egmond, moest ik ook bedienen. Bij de boerderij kwam er een grote hond op me af die ik met moeite kon afweren. Ik vroeg of ze de hond vast wilden zetten, anders zou ik de post bij Huize Vogelwater afgeven. Honden hebben vaak iets tegen postbodes. Toch ging het de volgende keer weer mis. De hond sprong nu dwars door de glazen deuren van Berwout. Toen was de maat vol en gaf ik aan Klaas Peijs van het hulppostkantoor door dat ik voortaan niet verder ging dan Vogelwater.

Postbodes in afwachting van de aankomst van de posttrein.
Postbodes in afwachting van de aankomst van de posttrein.

Later werkte ik vanuit het kantoor in de Burgemeester Mooijstraat. We stonden elke morgen om vijf uur en ook ‘s middags om half drie met de bakfiets op het perron om de trein met de voor het dorp gesorteerde post op te wachten. Kwam je te laat, dan moest je uren wachten. Als je geluk had gooide de conducteur de postzakken nog vlug de trein uit. Op een koude winterochtend was het zo glad dat ik met bakfiets en al het perron afgleed en tussen de rails belandde. Ze hebben toen de seinen gelukkig snel op rood gezet.

Het noodpostkantoor (aan de Ruiterweg) dat van 1963 tot 1973 dienst heeft gedaan.
Het noodpostkantoor (aan de Ruiterweg) dat van 1963 tot 1973 dienst heeft gedaan.

Na de verhuizing van het kantoor naar de Ruiterweg begonnen we daar ook nachtdiensten te draaien en daar zat je dan helemaal in je eentje te sorteren, eerst in wijken en daarna in straten. Elke postbode had zijn vaste adresjes waar hij pauzeerde met een kopje koffie. De invoering van de buitenbussen betekende het begin van een meer afstandelijke relatie van bezorgers en ontvangers.”

Ook Jan Doekes en Breunis de Witte hebben dat net als Nico de Graaf zo ervaren. Ze begonnen beiden al op


Jaarboek 41, pagina 12

15-jarige leeftijd bij de posterijen en beiden zijn ook voorman-besteller geweest, belast met organisatie, verlofregeling en aanspreekpunt bij problemen. Je begon met een opleiding in Haarlem, een cursus die wel twee jaar duurde. Jan en Breunis vierden in 1988 hun 25-jarig ambtsjubileum in Hotel Borst, waar ze tenslotte in 2003 samen feestelijk afscheid namen.

Minder leuk waren de vele controles. Breunis: “Als je een fout maakte, kwam er een aantekening in je dossier. Dat noemden ze ‘een tenlastelegging’. Je kreeg zo’n aantekening als je te laat kwam, een deur open liet of rookte tijdens het werk. De controleurs lagen soms echt in de bosjes op de loer.”

Jan Doekes: “We gingen met veel geld om. Ik weet nog dat ik de hele opbrengst van strandpaviljoen Bakker achterop de fiets naar het postkantoor bracht. Op een keer vergat ik een pakket in mijn auto met 3,5 ton. Alarm op het postkantoor want een medewerker, die mijn handtekening beter kon zetten dan ikzelf, had getekend voor ontvangst in de veronderstelling dat ik vergeten was dat te doen. De postale recherche was al in actie gekomen en was iedereen aan het ondervragen. Gelukkig kon ik het snel oplossen.”
Als lid van de ondernemingsraad van het district behartigde Jan Doekes de belangen van het personeel. Anneke Bruin wilde in verband met haar gezin parttime werken.
Anneke: “In de (negentien)zeventiger jaren was parttime werken nog bijzonder bij de PTT. In ieder geval werd dat als een reden gezien om mij geen promotie te geven. Ik weet dat Jan Doekes voor mij en anderen in de bres sprong en het via de ondernemingsraad voor elkaar kreeg dat voortaan korter werken geen belemmering meer was om bevorderd te worden.”

Het nieuwe postkantoor aan de C.F. Smeetslaan werd op 3 januari 1973 geopend.
Het nieuwe postkantoor aan de C.F. Smeetslaan werd op 3 januari 1973 geopend.

Het nieuwe postkantoor

De wijk Molendijk was in 1972 al voltooid toen het nieuwe postkantoor aan de C.F. Smeetslaan op 3 januari 1973 geopend werd. Burgemeester Van Boxtel ging met de eer strijken, maar de show werd gestolen door plaatsgenoot Frans van Dusschoten met een extra aflevering van ‘de Fabeltjeskrant’ en een hoofdrol voor ‘ome Gerrit de Postduif’.
Het postkantoor was ingericht met natuurstenen schrijftafels met ‘verzonken asbakken’ en ‘moderne loketten’.

Het sorteercentrum met een afmeting van 28 x 10,5 meter leek op een kleine sporthal. Het was berekend op dienstverlening aan omliggende gemeenten. Er werkten in die tijd zo’n 75 mensen, waaronder 55 bestellers, 20 kantoormedewerkers en op zaterdag nog 16 parttimers. In 1988 bleek er toch weer een tekort aan ruimte vanwege de uitbreiding van het aantal inwoners in het verzorgingsgebied. De vloerruimte van de bestellerszaal verdubbelde en de kantine werd ook vergroot. De ooit moderne loketten werden vervangen door een open balie.

Vanwege de verbouwing verhuisde de postverwerking een groot deel van het jaar naar de Gerardusschool en kwam er een tijdelijke unit op het plein voor het kantoor. De heropening van het postkantoor vond plaats op 29 december 1988 en wel door plaatsgenoot directeur Kottman van het organisatiebureau Berenschot. Dit bureau was betrokken bij de verzelfstandiging van de PTT op 1 januari 1989. Het bedrijf werd een naamloze vennootschap met als belangrijkste werkmaatschappijen PTT Post BV en PTT Telecom BV. De medewerkers waren per die datum geen ambtenaar meer en er zou (nog) commerciëler gewerkt worden. Het bedrijf moest meer winst gaan maken. Businessunits werden gevormd om snel op veranderende omstandigheden in te kunnen spelen. In 1998 kwam het tot een volledige scheiding van de werkmaatschappijen en de TNT Postgroep, kortweg TPG, ontstond. Dit werd het eerste beursgenoteerde postbedrijf ter wereld met vestigingen in 55 landen.

Het postkantoor op de hoek van de C.F. SmeetslaanDr. de Jonghweg
Het postkantoor op de hoek van de C.F. Smeetslaan-Dr. de Jonghweg

Overval

Een moderne open balie heeft ook zijn nadelen. Op 21 mei 1997 stond Barbara van de Velde tegen sluitingstijd in de rij om postzegels te kopen. Opeens hoorde ze achter zich veel lawaai en iemand met een capuchon over zijn hoofd sprong in één keer over de balie en schreeuwde: “Niet bellen, niet bellen, al het geld, stil blijven staan!” Op hetzelfde moment werd Barbara bij haar schouder gepakt en voelde de loop van een vuurwapen in haar nek. Uit angst durfde ze zich niet meer te bewegen. Baliemedewerkers, die ook bedreigd werden, leegden de geldladen uit de kassa’s in een grote zak. Eén van de overvallers sprong met de zak met geld terug over de balie. Net zo snel als ze binnengestormd waren, verdwenen de twee ook weer. Niet lang daarna arriveerde de politie. Later volgden gesprekken met slachtofferhulp voor diegenen die het hadden meegemaakt.
Barbara: “Ik was heel blij dat de medewerkers van het postkantoor zo kalm en ook heel snel reageerden en dat het goed was afgelopen. Het was voor iedereen een heftige ervaring!”

Velen zullen zich de rijen voor de loketten nog herinneren. In 1988 werden de loketten vervangen door een open balie.
Velen zullen zich de rijen voor de loketten nog herinneren. In 1988 werden de loketten vervangen door een open balie.

De opening van het vernieuwde postkantoor in Castricum en verzelfstandiging van de PTT had nog geen tien jaar


Jaarboek 41, pagina 13

daarvoor plaats gehad. Er veranderde veel binnen de organisatie. Het aantal lokethandelingen nam verder af. Voor Castricum was het belangrijkste het verdwijnen van de sortering. De post gaat sindsdien naar het sorteercentrum in Amsterdam, waar machines de postcodes lezen. Tot verbazing van menigeen is het efficiënter om in Castricum geposte kaarten in Amsterdam te stempelen en daarna terug te sturen om hier bezorgd te worden.

Het personeel van het postkantoor in 2008 op de dag van de sluiting.
Het personeel van het postkantoor in 2008 op de dag van de sluiting.

Zo brak dan tenslotte de dag aan dat Anneke Bruin in haar warme bed het ijskoude bericht van de sluiting van het postkantoor moest aanhoren en er zich onzekere tijden voor de personeelsleden aandienden. Voldoende agentschappen in winkels zouden de taken van de postkantoren overnemen. Inmiddels is het één na het andere agentschap opgeheven.

“Hoe een prachtig Nederlands bedrijf ten onder ging …”, verzuchtte oud-besteller Breunis de Witte. Het speelveld is sterk veranderd. De concurrentie neemt toe en de tassen van de postbodes raken leger en leger. De toekomst van het postbedrijf is niet meer wat ze geweest is.

Niek Kaan

Jaartallen uit de plaatselijke postgeschiedenis

  • 1678 De postiljon doet Castricum dagelijks aan.
  • 1843 Distributiekantoor in De Rustende Jager.
  • 1892 Hulppostkantoor Dorpsstraat hoek Cieweg.
  • 1909 Komst hulptelegraaf- en telefoonkantoor.
  • 1913 Nieuwbouw hulppostkantoor Bakkum.
  • 1924 De Posthoorn in Bakkum gebouwd.
  • 1937 Automatische telefooncentrale Geversweg.
  • 1938 Nieuwbouw postkantoor Burg. Mooijstraat.
  • 1963 Noodpostkantoor Ruiterweg.
  • 1967 Castricum wordt hoofdpostkantoor.
  • 1973 Nieuw postkantoor C.F. Smeetslaan.
  • 2009 Sluiting postkantoor.

Bronnen:

  • Archief gemeente Castricum (deels aanwezig in het Regionaal Archief Alkmaar en deels bij de gemeente Castricum);
  • Hogesteeger, G., ‘200 jaar Post in Nederland’, 1998;
  • Kadaster en notariële archieven, Noord-Hollands Archief te Haarlem.

Met dank aan:
Anneke Bruin, Jan Doekes, Alie de Graaf-Liefting, Ada Greuter, Marian Hoberg-Klaasse, Gerard Klaasse (Terschelling), Fred Peijs, Barbara van de Velde, Breunis de Witte en Bertus Zandbergen.

Deel dit bericht
Print Friendly, PDF & Email
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties