Niets uit deze publicatie mag worden overgenomen zonder toestemming van de Stichting Oud-Castricum.
Jaarboek 47, pagina 36
Jacob Olie in Castricum
Bekende Amsterdamse fotograaf erop uit in onze duinen

Enkele haarscherpe foto’s van Castricum en omgeving in de jaren (achttien) negentig danken wij aan de Amsterdammer Jacob Olie. Olie kwam vanaf 1890 nu en dan met vrienden en soms ook met zijn zonen met de trein naar Castricum om ook eens wat anders dan Amsterdam te fotograferen. Zijn fotoafdrukken zijn al lang verloren gegaan, maar gelukkig werden in 1959 zo’n vierduizend glasnegatieven teruggevonden. Door zijn uitstekende foto’s van vooral Amsterdam wordt hij sindsdien als de belangrijkste Nederlandse fotograaf uit zijn tijd beschouwd.
Jacob Olie werd op 17 oktober 1834 in Amsterdam geboren. Hij werd na de lagere school timmerman, maar volgde vanaf zijn dertiende ook lessen bouwkundig tekenen. Omstreeks 1855 trad hij als opzichter in dienst bij de architect Jan Leliman, die rond die tijd sociale woningbouw ontwierp aan de Valckeniersstraat en ook het gebouw tekende voor de kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae op Rokin 112, dat in 1856 voltooid werd. Leliman bezorgde Jacob Olie een baan als leraar bouwkundig tekenen aan de Eerste Amsterdamsche Ambachtschool, die in 1861 geopend werd. In 1867 werd hij door zijn collega’s voorgedragen als directeur van de school, een positie die hij slechts aarzelend aanvaardde. Niettemin zou hij 22 jaar lang een uitstekende directeur zijn.
Photographie
Waarschijnlijk maakte Olie door een collega op de Ambachtschool, Sander van der Loo, kennis met de ‘photographie’. Van der Loo doceerde scheikunde en had een Duits boekje over fotografie vertaald. Olie maakte z’n eerste foto’s in 1861 in Amsterdam. Dat was in die tijd geen sinecure, want er was nog niets op dat gebied in Nederland. Hij moest eerst zelf een camera bouwen en daarna glasplaten bewerken om er negatieven op te kunnen maken. Er ging eerst collodium op, een soort gelei van alcohol, ether en schietkatoen. Daarna moest vlak voor de opname de ingesmeerde plaat in een badje van zilvernitraat gelegd worden. Fotograferen kon alleen maar met een natte plaat. Dat beperkte hem dus behoorlijk in zijn actieradius. Hij kon alleen fotograferen op plekken waar hij al zijn chemicaliën bij de hand had.
Jaarboek 47, pagina 37


Jaarboek 47, pagina 38
Op pad
In april 1890 kreeg Olie op zijn verzoek eervol ontslag als directeur van de Ambachtschool. Het bestuur van de school wilde een reorganisatie, waarin hij zich niet kon vinden.
Hier door kreeg hij veel meer tijd om te fotograferen. Fotograferen was inmiddels aanzienlijk minderarbeidsintensief en plaats gebonden geworden, want je kon glasnegatieven en afdrukpapier kant-en-klaar in de winkel kopen. Dit maakte het Olie mogelijk ook buiten Amsterdam te gaan fotograferen.
Regelmatig stapte hij met collega’s en soms ook met zijn zoons in de trein om vanuit eenvoudig bereikbare stations zoals Castricum nieuwe omgevingen op de gevoelige plaat vast te leggen.

Papenberg
Castricum en omgeving bezocht hij verscheidene keren. Omdat hij in een schriftje noteerde wat hij fotografeerde, weten we soms tot op de dag nauwkeurig wanneer een foto gemaakt is. In juni 1897 fotografeerde hij zijn zoon Jacob Olie junior op de Papenberg.

Hij schreef in zijn schriftje ‘Castricum, vanaf de duinen richting Alkmaar’. Het is niet het uitzicht van de Papenberg dat we gewend zijn met als oriëntatiepunten het station en de kerktorens. Het uitzicht is meer naar links. Hij bevindt zich boven de hoeve Papenberg, waar in 1927 Piet Stuifbergen zou gaan wonen (Onderlangs 22). Iets boven de hoeve is een houten barak zichtbaar, dat is de ziekenbarak die ‘Mager en Kwaad’ heette. (Zie Jaarboek 33 uit 2010.) Je ziet duidelijk dat nog niet het hele gebied afgezand is, want links op de foto staan nog duinen ter hoogte van waar nu het einde van de Geversweg is, bij het witte huis van Jan Frens. Dat duingebied heette het Prikkelvlak. Het is pas in 1935 afgezand.

Rondje castricum
Een maand later, op 30 juli 1897, waren vader en zoon er weer. Ze bezochten de dorpskerk, waar Jacob zijn zoon fotografeerde en wandelden langs de duinrand. We zien Jacob junior aan de kant van een weg die mogelijk de Geversweg is. Links is nog net een pannendak van een huisje te zien. Op een andere foto staat een landarbeider met drie zoontjes bij een korenveld, achter een eenvoudig huisje. Vermakelijk is de plaat van een boer die de witte was achter zijn huis heeft gehangen. Rechts is nog net het rek met was te zien. De rest heeft hij slordig in de struiken gehangen.

In de duinen
Op 7 augustus 1900 is Olie opnieuw naar Castricum gereisd. Deze keer was hij in gezelschap van zijn zoon Jacob, twee onbekende heren en een dame. Hij fotografeerde het gezelschap tijdens een rustpauze bij een duinpan. In feite moest er voor elke foto een rustpauze worden ingelast, want hij moest zijn camera uitpakken en op een statief zetten. Wat later kwam er mist van zee opzetten, die hij fraai vastlegt met het gezelschap op een hoog duin. Jacob, de oudere heer en de dame zie je onmiddellijk, de jongere heer zit wat hoger op het duin.

Jacob Olie overleed in 1905.
Eric Bor
Met dank aan Rino Zonneveld.
Bron:
- Peter Paul de Baar, Timmerman timmerde alleen letterlijk aan de weg, onsamsterdam.nl 01-01-2000 en informatie van Oud Castricum.
Foto’s:
- Beeldbank Stadsarchief Amsterdam/Jacob Olie.
Jaarboek 47, pagina 39

